Brullen met tranen

21 uur. Bedtijd voor kleine kindekes.
“Mam, die zelfgemaakte patat ligt me dwars…”
“Neem je slokdarm als zweep en sla ‘m in ’t fatsoen, ja?”

Zoon grinnikt.
“Nee echt, als ik van hiero naar beneden op het parket kots [zoon heeft, net als dochter, een hele hoge hoogslaper], mag jíj de boel straks van het plafond schrapen.”
“Been there, done that, got the swiffer. Mij maak je niet bang.”

De humor. Vandaag is ie weer groots. Zoon stommelt naar de badkamer om vervolgens onverrichter zake voor een glas water naar de keuken lopen. En passant graait hij in de bak met laadkabeltjes (dat doet hij nu eenmaal graag, een automatisme). Eentje daarvan valt me nu ineens op.

“Hé, weet je nog, dat op afstand bestuurbare helicoptertje dat ik stante pede terug gestuurd heb omdat ie het niet goed – of eigenlijk helemaal niet – deed? Nou, dít is de laadkabel daarvan.”
Zoon ligt in een deuk. Tranen. Nu moet ie pas écht kotsen. Zegt ie.

“Oh en ik heb dat pakje met 3 nieuwe AAA-batterijtjes, waarvan ik claimde dat ze eveneens niet in de verpakking zaten, laatst ook in hal gevonden…”
“Waarom deed dat ding het niet dan? Waarom moest ie terug?”
“Nou, dáárom dus…”

Ze zijn eindelijk zo ver: ze liggen in hun bedden, of ‘doodskisten’ zoals dochter het blieft te noemen. Het plafond is namelijk slechts zo’n 50 cm boven hun neuzen. Tja, je moet wat hè. Zoon weet in ieder geval de oplossing om snel in slaap te vallen: met een noodvaart rechtop in bed gaan zitten. “Nou euh, tot over een dag of drie!!” brult ie jolig. In hun kamer [ja, ze slapen ook nog eens samen in één kamer, groot is het hier nu eenmaal niet] heb ik altijd de neiging om zooi op te ruimen en stof af te nemen. Ik, de huishoudelijke slons bij uitstek. U kunt zich voorstellen hoe het er daar uitziet.

Het los liggende dekseltje van een door dochter zelf gekleid paars-rood-blauw potje doe ik vol opruim-enthousiasme weer netjes op het onderste deel. Resultaat: de tanden en kiezen vliegen me om de oren.

“Neeeeeee, stupido!!! Mijn kiezen!! En ik verlies er al zo veel!!”
Da’s waar. Ze heeft boven en onder nog nét twee voortanden en hier en daar een hoektand. Daar houdt het wel mee op.
Dochter stommelt van de ladder omlaag om op de grond haar tanden bijeen te rapen.
Met de tranen nog in de ogen, jodelt zoon, dat je in dit huis sowieso elke dag minstens drie tanden verliest en dat op een blokje lego trappen er echt niks bij is. Maar: als we straks allemaal kunstgebitten hebben, zien we ze op de grond in ieder geval niet meer zo snel over het hoofd. Wel zo handig. De grapjas.

Ineens komt hij daadwerkelijk met een rotvaart overeind, ramt zijn hoofd tegen het plafond, dondert zijn hoogslapertrap af, geeft mij in het voorbijgaan met de ene hand een pets op mijn hoofd terwijl hij zijn andere voor zijn mond klemt. Een perfecte home run naar het toilet, om daar vakkundig zijn beugel eruit te spugen, begeleid door de genoemde patatten. En wie oh wie mag die beugel tussen het braaksel door weer uit het toilet vissen en minutieus schoonmaken, hmm? Juist. Di Mamma.

Het min of meer gebruikelijke avondritueel in huize(ke) Bartels.
Altijd weer leuk.

Duisternis

Ik was gefascineerd. De hysterie om een zonsverduistering die niet eens volledig was. Mensen keken weer eens massaal door commerciële plastic-brilletjes naar de hemel en riepen enthousiast: “Kijk, kijk!! Er is al een hapje uit!” en “Volgens mij fluiten de vogels al een stuk minder! Wat gaat er nóg allemaal gebeuren?” Ik snap het niet.duisternis

Stroombedrijven vreesden een spontane uitval van energievoorziening doordat er plotsklaps dertig minuten lang minder licht op het hele arsenaal zonnepanelen zou vallen. Maar wat is dan het verschil met sterk bewolkte, regenachtige dagen? Ik snap het niet.

Wereldondergangsfans riepen wederom enthousiast, dat het nu wel eindelijk zou gaan gebeuren. En wanneer niet nu, dan zeker in 2018. Of anders in 2026? Ik snap dat niet.

Maar: de mensen keken ook dit keer weer eens collectief naar de hemel en dachten tenminste na over de meest verschillende dingen die ze niet snappen. Dát snap ik dan wel weer. Dat deed ik namelijk zelf ook.

Die maan. Voor onze zon. In ons zonnestelsel. In onze galaxie. In ons universum. Zou er eigenlijk nog een ander universum zijn? Heeft het universum, als een ballon die op knappen staat, toch ergens een absolute grens? En wat komt er dan na dat einde? Waar groeit het heen als daar voor die tijd helemaal niks was? En waarom blijven hemellichamen na miljarden jaren nog steeds zo betrouwbaar en constant in hun banen draaien?

In ieder geval heeft dat laatste wel een heel geruststellende werking. Als de mensheid er namelijk iets over te zeggen had, zouden ze daar al lang niet meer hun cirkels trekken; genoeg mensen die zichzelf goddelijk genoeg vinden om de wereld, het zonnestelsel en, indien nodig, het hele universum te willen veranderen. Met de eeuwige jachtgelden (nee, geen spelfout) in het vizier. Een möchtegern-dictator die koste wat het kost een eigen ster aan het firmament wil, met zijn staatsieportret en een vet logo erop, in een mooie orbit rond de aarde, zodat iedereen hem altijd kan en moet bekijken. De milieufetisjisten zullen vervolgens de afstand van de aarde tot de zon willen vergroten om de aardopwarming te stoppen, alles onder het mom van “dat zijn we onze kinderen verschuldigd!”

Een grotere omloopbaan, dus ook een beduidend langer jaar? Fijn! Meer tijd om te werken. Maar dan in de cao wél minstens vijf vakantiedagen meer vastleggen, alstublieft. En de maan, die moet vanzelfsprekend dezelfde orbit houden, anders kloppen al die verdomde Inca-kalenders niet meer. De oppositiepartij roept meteen: “Eigen volk eerst!! Stem op ons, dan gaan wij voor u, proletariaat, de as van de aarde zó zetten, dat eindelijk ook eenvoudige, berooide burgers in ons land kunnen genieten van een mediterraan klimaat zonder meteen een peperduur vliegticket te moeten kopen. Die vliegtuigen hebben we sowieso hard nodig om de regen doelgerichter neer te schieten.”

Dát zou pas ware duisternis zijn.

Laten we in 2018 maar gewoon weer naar de volgende partiële zonsverduistering kijken en heel hard nadenken over de dingen die we nooit zullen snappen.

Herkenbaar in de mist

Daar zit je dan. Kort na middernacht, een voor jouw doen relatief vroeg slapengaan-tijdstip. Rechtop in bed, laptop op schoot want anders kun je niet fatsoenlijk typen. Je neus maximaal achttien centimeter verwijderd van het beeldscherm omdat je met je -4,5 dioptrie niet meer kunt herkennen, wat je zoeven in je toetsenbord gestameld hebt en je daglenzen al in de plee liggen. Eigenlijk ben je doodop. Half ziek, hoestend plus – je durft het bijna niet toe te geven – ook nog een aardig lastige blaasontsteking. Net vijf dagen lang je nog ziekere kinderen 24/7 vertroeteld en bediend. Hun papa heeft ze vanmiddag opgehaald. Zijn beurt nu.

Je zou moeten slapen. Je kunt het niet. Watje. Je smeekt er vormelijk om maar je rood doorlopen ogen willen pertinent niet dicht gaan en je snot doorlopen neus niet open. Enkel meteen, lang, en vooral diep slapen, dat is alles wat je wilt. Als het even kan met een fijne, semi-erotische en vooral onthoudbare droom. Maar nee. Niks diepte voor jou. Dan maar oppervlakkigheid. Je kijkt een aflevering van de Vampire Diaries op je laptop. Liggend op je zij, met je laptop op z’n kant. Redelijk tricky want een bloedlip door een wat onhandig op je gezicht omvallend gevaarte is al lang geen onbekende ervaring meer voor jou.

Jij. Je wilt slapen? Je móet zelfs slapen! Helaas. De ondanks je strenge dieet van astronautenvoedingsblokken met water (en koffie… en thee… en lasagne…) toch verorberde halve zak paprika-chips – je wist in je lamlendige en mistige bui  écht niet wat je bezielde – ligt verrekte zwaar op de maag.

De trein waar je het gisteren zo uitgebreid over had, lijkt inmiddels met ’t volledige tonnage over je heen gedenderd te zijn. Werkelijk, geen genade, die NS. Oh hemel, dat klinkt raar. Je maakt er maar een Fyra van. Die rijdt tenminste helemáál nergens. Die strompelt. ‘Hemel’ klinkt óók raar, wetende dat de hemel enkel op aarde bestaat. En je mist maar door. Skype en Viber lieten je vandaag danig in de steek. Dat terwijl het zo ongeveer je lifelines zijn. Hoe dúrven ze?!? Maar misschien lag het wel aan je eigen wifi, wat ondanks middels gefrustreerd eruit rukken van de stroomkabel opnieuw opstarten van je modem, nog steeds hapert. Of het ligt toch aan het WLAN aan het andere einde, you never know. Alles wat jíj weet, is dat je mist.

Twee flinke glazen wijn maken het er ook niet beter op. Enkel nóg mistiger. Een stuk schrijven onder invloed van wat dan ook is nooit aan te raden. Er komt een hoop bullshit uit je vingers waarvan je de volgende ochtend niet eens meer weet of je het wel echt zelf en met de juiste overwegingen geschreven hebt. Je zou er met Stephen King in ieder geval een leuk woordje over kunnen babbelen. En hoewel de meeste mensen abominabel slecht zijn in het goed lezen en interpreteren van bijvoorbeeld satirische teksten, lezen ze vanzelfsprekend wél feilloos je state of mind tussen die stierenpoepregels door.

En je vraagt je af.
Wat je hiermee..
überhaupt eigenlijk …
ook alweer ….
wilde zeggen…..

Ach, je weet het niet meer.

Herkenbaar.

Kwaaie vlieg

Rust zacht. Dat wens ik je. Ja, ik óók. Ik ken jou niet. Niet meer. Ik dacht je te kennen maar wat is dat nou helemaal, ‘kennen’ op al die huidige social media. Ik voerde hele chatgesprekken met je. Steunde je toen je in een relatiecrisis van reusachtige proporties zat. Aanhoorde alles, stuurde je knuffels. Gaf raad, was er steeds weer voor je. Ook diep in de nacht. Toen ik merkte, dat je borderline-achtige trekken vertoonde, praatten we erover. Geen doekjes erom, duidelijke woorden, fijne gesprekken. Ik vond je een lief, intens mens.
Jij, die werkelijk nooit een vlieg kwaad zou doen.

En nu, nu moet ik via onze ‘gemeenschappelijke vrienden’ horen, dat je onverwacht bent heen gegaan. Een goed jaar geleden deed je mij er plotseling uit. Alleen mij. Weg ermee. De overige eenenzestig gemeenschappelijkheden mochten kennelijk blijven. Ik vroeg je, direct op de vrouw af, wat ik misdaan had. Dat doe ik wel eens. Ik leer namelijk graag van mijn fouten. Na drie weken kwam er per mail een berichtje terug: ik was gewoon een vervelend mens dat steeds in het middelpunt zou willen staan. En ik wist te veel. Ondertussen snapte ik het nog steeds niet. Wát had ik dan precies nu ineens fout gedaan? Het raakte mij. Ik delete de mail en daarmee ook maar de vriendschap.
Ik, die werkelijk geen vlieg kwaad zou doen…

Onaangenaam getroffen door het bericht van je dood, zal ik er nooit meer achter komen, wat er nu zo mis was met mij. Behalve dan dat ik een vervelend mens ben. Hetzelfde gevoel dat ik destijds had bij het overlijden van mijn exschoonvader. Hij heeft me nooit gemogen, ik was precies dat: vervelend. Lastig. Te eigenzinnig. Te dwars? Een vlieg in de schone soep.  Achteraf gezien zal iedereen in mijn exschoonfamilie vast beamen, dat hij het bij het rechte eind had. En goedmaken zit er nu ook niet meer in. Als ik maar wist, wát ik dan goed had kunnen maken?
Ik, die werkelijk geen vlieg kwaad zou doen…

Rust zacht.
Ik wens het je hard.
Met heel mijn hart.
Rust zacht.

Momentje.
Even een verdwaalde wintervlieg doodslaan.

De pot verwijt de ketel…

…dat ie zwart ziet. Kan die uitspraak eigenlijk nog vandaag de dag, met al die ZP-ellende? De pot en de ketel zijn allebei zwart van het roet, maar de pot maakt de ketel daar dus verwijten over.

Ik voel me soms ook zo’n pot. Ik was vroeger namelijk de attentheid zelve. Kaartjes en cadeautjes sturen vond ik heerlijk, mensen verrassen ook. Een soort van hobby. Ik dacht werkelijk aan alle verjaardagen, wenste sterkte en beterschap bij de vleet, in kaartvorm of in de chat, stuurde felicitaties voor huwelijken, heette nieuwgeboren kindekes welkom op de wereld, leefde intens mee met alles wat er gebeurde. Ik had altijd cadeautjes bij me als ik ergens op bezoek ging, zei op de juiste momenten en op gepaste wijze ‘dankjewel’, belde mijn zus/familie/beste vrienden zeer regelmatig om even bij te kletsen, vroeg mensen oprecht belangstellend hoe het met ze ging en bood altijd een luisterend oor als daar behoefte aan was. Zelfs midden in de nacht. Maar aan de andere kant verweet ik sommigen dan soms toch heimelijk ook een beetje, dat ze op hun beurt op bepaalde – voor mij belangrijke momenten – níet aan mij dachten. Geen moeite deden om mij óók eens te verrassen. Geen belangstelling voor mij toonden en enkel met hun eigen sores en leven bezig waren En dáár ging ik de fout in…

Verwachtingen scheppen op basis van wat je zelf doet (deed), op basis van wat je zelf als vanzelfsprekend ofwel belangrijk acht, is een weg die onvermijdelijk tot teleurstellingen leidt en die relaties erg kan laten bekoelen. Verwachtingen zijn eigenlijk rotdingen. Verwacht gewoon niks en de teleurstellingen zijn uit je leven verdwenen. En alles wat dan wél komt, is ineens een fijne verrassing, want je had het immers niet verwacht.

Maar nu, nu ben ik zelf ineens in de ketelpositie. Ik ben met mijn eigen sores bezig, vergeet verjaardagen compleet, denk er simpelweg niet meer aan om mensen te vragen hoe het met hen gaat (ook al denk ik wél heel regelmatig aan ze), ben chaotisch, verward, te druk, te moe, te zeer in gedachten. Ik heb inmiddels lieve vrienden dermate ‘verwaarloosd’ dat ik vermoed dat ik ze inderdaad min of meer verloren heb. Mijn leven (en niet alleen dat van mij…) is in korte tijd volledig op zijn kop gezet, grotendeels door eigen toedoen. De relaxte alledaagsheid, de alledaagse relaxtheid maar vooral ook de zeeën van tijd zijn plots weg. Waar ik vroeger momenten te over, ja zelfs te veel had voor mijn werk, hobby’s (tekenen/schilderen/schrijven/zingen/drummen), kinderen, vrienden, chatten, facebook enzovoorts, moet ik nu – ondanks de chaos en intense vermoeidheid in mijn hoofd – heel hard schipperen om de boel nog enigszins op een rijtje te krijgen.

Het gevoel dat ik mensen van wie ik houd, chronisch verwaarloos, groeit en groeit… Soms voel ik me een ware loser, iemand die praktisch alles fout doet en zelfs de belangrijkste dingen vergeet. Iemand die steeds ongewild de foute dingen zegt, vooral te weinig zegt en dan ook nog vergeet wat ze nu wel of niet gezegd heeft. Iemand die zich niet meer voldoende om anderen bekommert en mensen teleurstelt.

Het knaagt aan mij. Ik wíl dat helemaal niet. Ik wil er juist wél zijn voor anderen. Ik bén helemaal niet zoals ik nu ben. Ik ben enkel in een soort van – hopelijk tijdelijke – geestelijke noodtoestand, maar eigenlijk klinkt dat ook weer te zwaar. Tegelijkertijd kijk ik naar mijn twee met “TO DO’s” volgekalkte A4-tjes, vragen de kinderen wanneer we nu eindelijk dat beloofde spelletje gaan spelen (ik kies steevast ‘Mens-erger-je-niet’), staat de vaat torenhoog op het (nieuwe) aanrecht, moet ik de was (om 1:15AM…) nog ophangen en mijn zakenconnectie dringend bellen (morgen) om nu eindelijk eens vooruit te komen met het project, wil ik nog een blog schrijven, vijf portretten tekenen en een hond schilderen, een tekst redigeren, vertaalwerk doen, een business-idee uitwerken en een gedichtenbundel produceren, moet ik een jaar- én een maandafsluiting voor de zaak maken, verzekerings- en ziektekostengedoe uitzoeken, een auto importeren, solliciteren (en mijn CV bijwerken), het verjaardagsfeestje van dochter plannen en regelen (twee maand later, jawel…), tig afspraken maken die meer dan dringend zijn, de verenigingsadministratie doen en lijsten naar cursusleiders sturen en tegelijkertijd ook nog even aan nog 238 andere dingen én mensen denken. En mijn lief wil ik zo af en toe toch ook nog even spreken…

Dan zucht ik maar eens diep, kijk met waterige blik naar mijn laptop, dan naar mijn kinderen en ga vervolgens toch maar een spelletje met ze spelen. Ik noteer op een aparte lijst (met pen… op papier…) wie ik allemaal nog wil bellen, mailen of een kaartje sturen. Misschien werkt dat…

Ik ben niet langer die pot die de ketel verwijt.
Ik weet nu echt wel hoe het komt, dat zwart zien…

Sorry.

Ontheemd

Waar is thuis? Waar hoor ik? Ik weet het niet meer. Ik heb het eigenlijk ook nooit geweten. “Wherever I lay my hat, that’s my home,” krakeelde Paul Young.  Ik heb geen hoed maar als ik er eentje had, zou ik ‘m meteen opzetten en diep over mijn ogen trekken, zodat niemand de tranen zou zien glinsteren.

Vandaag voelt werkelijk niet als Bevrijdingsdag. Veel meer als een onverwachte gevangenisdag. Gevangen in mijn hoofd, gevangen in het alledaagse, gevangen in een overweldigend onbestemd gevoel. Ik functioneer absoluut niet. Ik ben stuk. Zelfs grasmaaien lukt voor geen meter: ondanks de lentezon blijft het gras te nat en loopt de maaier na wat gesputter steeds opnieuw vast. Ik had ’t kunnen weten. Een lichte misselijkheid golft al sinds het opstaan met vlagen door me heen. Wat dóe ik hier eigenlijk? Behalve doorademen en wachten tot de motor der normaliteit weer een beetje regelmatiger draait? Alles revolteert in mij.

Ik zou mijn bestaan nu per direct en uit alle macht radicaal om willen gooien maar ik kan het niet. Nog niet? Rationaliteit, gebondenheid, realisme en machteloosheid weerhouden me. Ik voel me meer dan stevig vastgesnoerd in een korset van ooit gemaakte keuzes. Met dubbele knopen op de rug. Een immense drang om los te komen. Een ziekelijk groeiend heimwee. Als een opzwellende groene hulk in mij. Kon ik ook maar zo oersterk zijn en uitbreken…

Ik voel me ontheemd.
Ik ben in mijn huis, maar steeds minder thuis.
Misschien gaat het ook dit keer voorbij.

Misschien ook niet meer…

Blik kan doden

Mijn Audi roest. Een beetje. Hier en daar zelfs wat meer. Eén van de redenen die de APK -man aanvoert voor zijnRoestaudi oordeel: afgekeurd. Ik snap dat niet. Afgekeurd vanwege oxiderend ijzer. Als ik zie wat voor bruine bakken er wél op de weg mogen… Onbegrijpelijk. Roest wegwerken vergt wat inspanning en mijn man doet zijn uiterste best inzake reanimatie. Noeste arbeid steekt hij erin om roest, haperende remmen,  sturingsproblemen en kapotte lagers weer in het gareel te krijgen. Ik denk bij mezelf: “oh my god, daarmee ben ik met 200km/h naar München gescheurd…” maar wie ben ik om te klagen; ik leef nog. En ik kan het niet repareren dus ik houd mijn gemak en laat hem prutsen. Stukken blik worden met urenlang minutieus gepriegel gebogen en gevormd. De lokale garageflip moet die er dan aansluitend in gaan lassen.

Ik ben ook nuttig bezig geweest. Ik heb uitgebreid de tuin doorgeploegd. De hoeveelheid tuinafval is indrukwekkend en mag in ieder geval niet op onze oprit wegrotten, dus laad ik alle zakken, kratten, kisten en dozen in onze andere auto (een Skoda, zijn auto. Hahahaha). Op naar het afvalcentrum. Ook nog een oude fietsband, een ijzeren onding namens booglampenvoet, wat reststukken blik, een oude deken en een zak met vergaan plastic uit de garage ingeladen. Opruimen is mooi werk.

Na het afvalcentrum scheur ik door naar de Lidl, waar ik ineens zie dat ik vijf telefoontjes gemist heb. Ai. Meteen gaat foon alweer opnieuw over. Man. In paniek stamelt hij:  “WAAR IS DAT STUK BLIK WAT IK GEBOGEN HEB???” Ik antwoord bedremmeld dat ik werkelijk waar geen idee heb. Ik heb wat afvalstukken weg gesodemieterd, dat wel… “Het lag in een kist met spullen op de grond!” Oh… ja… die kist… die heb ik ook opgeruimd. Alles in de gigantische oudijzercontainer die al half vol was met groot en klein schroot. Ik hoor de vertwijfeling in zijn stem. Die jammert heel hard ‘neeeeee….’ Hij legt me melodramatisch uit dat hij daar gisteren de hééééle godsganselijke dag mee bezig is geweest (duh… maar twee uur. Ik weet dat) en dat ik NU METEEN naar huis moet komen omdat we SAMEN dat stukje blik in die rotcontainer gaan zoeken. Bevel is bevel. Zonder een verder overbodig woord laat ik de Lidl achter me en haal hem op. We rijden onder het genot van een gefrustreerd potje doodzwijgen terug naar het ASZ.

Daar kijkt hij verbouwereerd in de container. Acht meter breed, drie meter diep. En bovenop mijn ‘oud ijzer’ ligt al lang een nieuwe lading grof oud ijzer. We moeten erin. Ik haal zuchtend een ladder bij een medewerker. Handschoenen aan. In de container is het een enorme zooi met veel scherpe randen en acuut instortgevaar. De loodzware voorplaat van een gestorven sigarettenautomaat bedekt een verbogen winkelkarretje. Al dat spul is in nog geen kwartier erbij gekomen.. Daaronder nog meer chaos. Ik mompel dat dit onbegonnen werk is, vind maar eens een stukje plaatblik van twintig centimeter lang en en zes centimeter breed in deze metersdiepe ijzerpuinhoop. Man kijkt me pisnijdig aan. “JIJ hebt het weggegooid, terwijl het duidelijk géén afvalstuk was!! Zoeken!!” (Het woord ‘kreng’ dacht hij er met grote zekerheid achteraan). Voor mij was het overduidelijk wél een afvalstuk maar het lijkt me beter om dat nu maar even voor me te houden.

Na wat pijnlijk ijzerworstelen was ie daar dan toch. Het stuk blik van onschatbare waarde. Ik lever man thuis af, grom  iets te luid dat hij het ding vooral nog even goed moet knuffelen en oogst een zoveelste blik die kan doden.

Oh Lidl, ik kom eraan!!!

 

Diplomatiek?

Een ware diplomaat is iemand, die twee keer nadenkt voordat hij niets zegt…

Dat zei Winston Churchill ooit. Het klopt. De ultieme diplomatie is het weldoordacht achterwege laten van woorden zodat de gesprekspartner erin kan interpreteren wat hem of haar op dat moment past. Indien nodig zelfs de onwetendheid. Stilte toelaten getuigt ook van kracht. Zelfs, of nee, juist in onderhandelingen of discussies.

Wat was ik graag stil gebleven. Weer een discussie die volledig ontaardde. Een gesprek dat geen gesprek meer was maar enkel nog een uitbarsting. Een gezwel van uitlatingen, waarbij plotsklaps sprake was van vijandige partijen in plaats van vrienden. En ik was duidelijk geen goede diplomaat. Ik had minstens twee keer na moeten denken om vervolgens heel verstandig mijn kaken op elkaar te houden en mijn vingers van het toetsenbord. Ik meldde wat ik ervan vond. En daarmee was het kwaad geschied: vanaf dat moment had ik eigenlijk moeten kiezen…

Ik weiger. Voor de zoveelste keer hou ik te laat mijn mond om vervolgens de gedwongen keuze achterwege te laten. Ik ben nog steeds een leek in de kunst van het op de juiste momenten niets zeggen.

Nooit te laat om te leren.

 

Catastrofe

Toe, zeg me dat de plek waar ik nu ben, een veilige is?
Dat het woord dat je me vandaag gaf, morgen ook nog geldt?
Het goede staat plotsklaps stil maar de wereld wordt steeds sneller.
Als jij terugkomt, blijkt alles al lang nog meer veranderd gebleven.
Geef me dat beetje zekerheid dat toont dat niets écht zeker lijkt?
Ik knijp mijn ogen dicht en hoop bijna hard dat ’t ineens onwaar is.
Het is te eenvoudig: ik heb zo veel lief en word ook lief gehad.
Leef niet meer in het verleden, kijk niet eens naar de toekomst.
In gedachten ontwaak ik elke dag daar, waar ik nu zou willen zijn.
Neem een deel van mijn voortdenderende snelheid weg?
Geef me iets, maakt niet eens uit wat, dat voor altijd blijft.
Maar ook al gaat de wereld om ons heen langzaam kapot,

dit blijft eeuwig onaangetast. Niets gebeurt werkelijk…

Zo verwarrend
mag het zijn.
Zo catastrofaal.
maar zo mijn.

#usb3

mag ik ’t ruilen?

“Gelooft u in de liefde?
Nu lacht u.
Ik zie het.
Maar ik vraag het in alle ernst…

Natuurlijk spreek ik niet van die uitbraak van hartstocht waarvan we allemaal menen, dat deze een leven lang niet zal eindigen, die hartstocht die ons dingen laat doen en zeggen die we later berouwen, die ons wil laten geloven dat we zonder een zekere mens niet meer kunnen leven, die ons laat beven van angst bij de gedachte dat we deze mens zouden kunnen verliezen. Dat gevoel dat ons niet armer maar ook zeker niet rijker maakt omdat we enkel willen bezitten wat we niet kunnen bezitten, omdat we vast willen houden wat we niet vast kúnnen houden. Ik bedoel niet die lichamelijke begeerte, niet de eigenliefde, die parasiet die zich zo graag als de onzelfzuchtige liefde vermomt.
Ik spreek van de liefde, die blinden tot zienden maakt. Van de liefde die sterker is dan de angst. Ik spreek van de liefde die het leven weer zin geeft, die niet toegeeft aan de wetten van verval, die ons laat groeien en die geen grenzen kent. Ik spreek van de triomf over de zelfzucht en over de dood.”

Ik lees momenteel het boek “Das Herzenhören” van Jan-Philipp Sendker (origineel in het Duits, de Nederlandse versie heeft de titel “Het Theehuis van Kalaw”), een boek zoals ik nog nooit een boek gelezen heb. Ik zou op elke pagina kunnen markeren dat ik die alinea moet onthouden. Elke bladzijde is zo mooi geschreven, zo intens, zo vol hartstocht en zo waarachtig dat ik er soms de tranen van in de ogen krijg. De passage hierboven had ik als eerste gemarkeerd. Niet om het antwoord op de vraag maar om de vraag zelf. Gelooft u in de liefde? Luister met het hart en geloven verandert in weten.

Ik luister nog steeds bijna uitsluitend met mijn oren.
Mijn hart weet al veel beter maar laat het gebeuren.
Het hoofd zou enkel nog met dat wijzere hart moeten luisteren.
Toe, mag ik ’t mijne ruilen?

Liever parallel

Vanochtend zag ik een plaatje op Facebook. Ik was er meteen door gefascineerd. De triestheid van de lijnen, waarvan ik er één ben. Doet me denken die eenzaamheid van de priemgetallen. Levenslijnen in levende lijve.

Ik zou het plaatje willen bewerken: er staan duidelijk te weinig lijnen op. In ieder geval een flinke set parallellen meer. Sommigen heel dichtbij. Zo dichtbij dat je bijna niet ziet dat we nog twee lijnen zijn. Sommigen wat verder weg, maar nog steeds gelijk opgaand, altijd naast me.

Er zijn zoveel lijnen die kruisen. Ineens botsen we op elkaar, gaan in elkaar over. Op het kruispunt denk ik: hier stoppen we allebei met lijn zijn en worden voor eeuwig een punt. Maar zo werkt het blijkbaar niet. Ik loop door, of ik wil of niet. Zo gaat dat met lijnen. Langzaam weer weg van dat punt van perfecte interactie. Dan loop ik toch liever parallel…

Hé, ik zie een lijn die praktisch gelijk met mij loopt… Nog veel te ver weg en de toenadering is haast onmerkbaar. We lijken parallel maar zijn het niet. Uiteindelijk komt er een snijpunt. En daarna wil ik dood.

parallellines

Weggeglipt kruis

Verbaasd staar ik in mijn onderbroek. Het ding is echt weg. Hoe is het mógelijk… Als ik nou een tanga aan had gehad, had ik me voor kunnen stellen dat het weg kon glippen maar mijn huidige figuurcorrigerende tentje had toch echt in staat moeten zijn om dergelijk inhoud op zijn plaats te houden. Niet dus. Ik voel tegen beter weten in gelijk maar even van binnen. Ach nee, dat kan niet… dat voel ik dan toch… Toch??

Een beetje beduusd kom ik toch maar een keer overeind, uitgeplast ben ik immers al lang. Licht grinnikend kijk ik om me heen. Onder het toilet, in mijn broekspijpen, in m’n haar. Check mijn achterkant in de spiegel. Stel je voor dat het ding daar ergens hangt en de man van de pakketdienst zijn lachen daarom maar ternauwernood kon onderdrukken… Hij was wel verhipte snel weer weg.

Verdwenen is het en verdwenen blijft het. Een waar mysterie. Ik vrees het ergste, namelijk dat het bij de vorige toiletgang tijdens het omlaag sjorren vaninlegkruisje mijn broek in de toiletpot geglipt is. Bij de eerstvolgende verstopping rukt mijn man vast mijn kop eraf, als hij de oorzaak vindt. Rest mij enkel nog voor het kruis te bidden. Op dat mijn inlegkruisje alle bochten tot de hoofdrioleringsbuis tóch heeft weten te halen. Dan dobbert het nu wel moederziel alleen rond in de wateren van de zuiveringsinstallatie drie kilometer verderop… Een wit streepje in bruinzwarte soep. Ik bid ook maar meteen voor groot absorptievermogen.

Dopjesellende

Kwart over elf ’s ochtends. Ik ben klaar met het in de auto proppen van ski’s, schoenen, skistokken, kinderen, kleren en de hele santemekraam. My job. Voor mijn part kunnen we weg. Man mompelt dat we onderweg nog even in Machstadt bij een bedrijf langs moeten: hij heeft daar een 20-tal buisdopjes Navi1voor het luttele totaalbedrag van €1,40 besteld, die wil hij nog even ophalen. Dan kunnen we ons namelijk die tien euro verzendkosten te besparen en het is sowieso maar tien minuutjes om. Tuurlijk schat. Doen we.

Onderweg vraag ik voorzichtig of hij dan ook weet waar het ongeveer is. Hij kijkt me aan alsof ik hem net recht in zijn gezicht een lamme castraat genoemd heb. Natúúrlijk weet hij waar het is. Bij de afslag Machstadt begint het gedonder.
‘Hm. Volgens mij hadden we af gemoeten… Dit herken ik niet’
(Alsof hij ooit van tevoren in dit gat is geweest. Not.)
‘Wat raar. Hier had een weg moeten zijn volgens ’t kaartje.’
‘Welk kaartje.’
‘Dat op mijn telefoon, duhuhh. Maar ik weet het wel uit mijn hoofd.’
‘Jij hebt een káárt??? … Heb je ook het adres toevallig? Dan kan ik het in de navigatie intypen, nu we het toch niet kunnen vinden.’
‘Ik zei toch, ik wéét waar het is? Jij met je navi. Pffff…’

Ik graai zijn telefoon uit mijn (!) tas, waar ik het ding met mijn vooruitziend oog maar vast in gestopt heb omdat hij ‘m anders weer eens vergeten zou zijn, en grasduin door het oerwoud aan blauw-rood-groene windowsblokjes naar zijn notities alwaar ik een prachtig vanaf zijn laptopbeeldscherm gefotografeerd kaartje ontdek. WTF?? Daar staat nog geen miezerige straatnaam op, alleen een zigzagstreepje van de autobaan naar punt “A”. Het door hem genoteerde adres: Norderprischl 12. Ahah. Bingo. Zou je denken. Onze navi (ook liefdevol ‘naveltje’ genoemd) ziet in ieder geval nergens iets van een bingo. En Norderprischl bestaat niet, zegt ie ook. Man rijdt ondertussen lustig verder, zijn doel langzaam maar behoedzaam cirkelend besluipende. Foeterend staat hij ineens op één of andere rechter rijstrook terwijl hij toch echt linksaf had gemoeten. Links it is. Dáár moet het zijn. Hij snijdt een Twingo (ach, die hadden we toch bijna niet gevoeld als we ‘m geramd hadden) en slaat vol energieke frustratie alsnog linksaf. Ik word langzaamaan misselijk van het prutsen in mijn naveltje, die nog steeds niks vindt. Dan maar weer berustend en vooral mond houdend terug naar de navi-kaart en kijken hoe we onze rondjes draaien, op zoek naar een zakje buisdoppen.

‘Hè?? Daar is water!! Zie jij op míjn kaartje ergens water???’
‘Ik zie helemaal niks op jouw kaartje. Dat is geen kaartje, dat is hooguit een gruwelijk slechte foto.’
‘Aan jou heb ik ook niks.’
Grimmige blik.
‘Waarom heb je ze niet even gevraagd hoe je dan precies moest rijden?’
‘Aaaahhrgg!!! Omdat ik het al wist??? En het adres héb ik toch gevraagd, hoe denk je anders dat ik daar aan kom???’
‘Euh… nou… van de website of zo?’
Nog grimmigere blik.
‘Ik heb wel een Niederpirsching gevonden trouwens…’, mompel ik.
‘Nou dan typ je dat toch lekker in. Doe je best. Zonder kotsen graag.’
De navi meldt dat we 10km van ons doel af zitten.
‘Dat kan niet. Dat is sowieso fout’.
‘Maar waar zitten we NU dan volgens jou??’
‘JA WEET IK VEEL!!! OP DE WEG, MENS!! En wij zijn helemaal niet daar waar die navigatie zegt dat we zijn. Dat ding klopt voor geen ene meter.’

Ik zeg niks meer, smijt zijn (data- en navigatieloze) mobiel met prutsfotokaartje aan de kant en neem de mijne, doe GPS aan, start Google Maps en bekijk waar we volgens mijn mobiel dan nu zijn. Goh. Op het punt waar de navigatie ook al zegt dat we zijn. Verrassing…
‘Dat kan niet. Daar is een riviertje. We zíjn niet bij een riviertje.’
‘Lieverd, we zitten in midden in Wertz…’
‘Als we in Wertz zitten, laat ik de boel verdomme alsnog opsturen. Dat kan niet kloppen.’
‘Nee, de satelliet is vast een beetje van het padje, ik snap dat. Echt’
Dodelijke blik.
Dochter meldt zich luidkeels: ‘Ik moet heeeeeeeeel erg naar de WC!!!’
Zoon mompelt: ‘…en ik heb toevallig hartstikke erge honger’
Ik steun: ‘Ik heb hier geen zin meer in. Ik ben misselijk… dit alles voor rottige tien euro verzendkosten, dat zijn we nu al lang aan diesel kwijt…’
‘Ja halloooo, dat kon IK van tevoren toch niet weten???’
Waar hij gelijk heeft, heeft hij gelijk. Maar hij moppert al weer luidkeels verder dat hij nu wel weet dat hij in toekomstige noodsituaties ook helemaal niksnoppesnada aan ons zal hebben, met ons gezeur en gezeik. Als ik eens wat zoek in de toekomst, zal hij ook even lekker precies zo gaan emmeren en zeuren. Helaas voor hem gebeurt dat dus nooit, want a) noteer ik adressen zorgvuldig, b) heb ik een navigatiesysteem én een werkend mobieltje met Google Maps en c) ben ik een vrouw. Als ik het niet kan vinden, vráág ik gewoon.

Na absoluut niet overdreven een  uur en een kwartier lang rond gekard te hebben, flikkert hij de auto (mijn auto!) aan de kant en kijkt mij aan.
‘Goed. Dan zeg jíj maar hoe ik moet rijden.’
Eindelijk. Capitulatie. I’m loving it.
Het eindpunt van de zigzaglijn op zijn topkaartje bestudeerd hebbende, lijkt Niederpirsching voor mij toch echt te kloppen.
Ik klik op de routeberekening op mijn mobiel.
‘OK. Rechtsaf.’ En loods hem er linea recta naar toe.
Na een geweldige totaaltijd van dik anderhalf uur zijn we dan uiteindelijk toch bij het dopjesbedrijf, waar hij met grote stappen weg beent om zijn zakje plasticprut te halen.
Niederpirsching 12.
Met je Norderprischl…
Maar de 12 had hij tenminste goed.

De kinderen zijn inmiddels volledig gaar gekookt, we hebben allemaal honger en ik moet minstens een liter lichtgeel water lozen. Koffie drijft nu eenmaal vocht af. Conclusie: wij willen na deze odyssee naar de McDonalds. Man pertinent niet. En ik dan ben er klaar mee.
‘IK. Moet. Plassen. WIJ. Hebben. HONGER. En dus rijd JIJ nú naar de eerstvolgende McDonalds!!’
‘Grmpf.’

Navi2

Gelukkig zijn Macs duidelijk sneller te vinden dan dopjesbedrijven. Ik bestel een grote box chicken wings. Ik moet nu even ergens heel hard in bijten en het liefst tegelijkertijd een paar botten breken. Hij wil zich niet voor mijn behoeftes ter beschikking stellen en drinkt stoïcijns zijn protestkoffie.

De rest van de weg rijd ik.
Vakantie.
Met een toffe zak dopjes.
Hoezee.

Uitgebrand?

Vandaag zag ik er weer één.  En vorige week woensdag ook. Net als al zovele keren daarvoor. Een zogenaamd uitgeblust, opgebrand persoon. Iemand met een burn-out. Ik heb al meerdere keren gedacht dat ik zelf zoiets als een burn-out zou kunnen hebben, maar ik heb inmiddels sterk het vermoeden dat ik dat niet kan, dat opgebrand raken. Depressief worden kan ik wel degelijk (heel goed zelfs, maar dat is ook weer zoiets wat je éigenlijk niet hardop mag zeggen hè…) maar volledig en totaal uitgeblust raken, schijnt mij een onmogelijkheid. Ligt misschien aan de mate waarin het brein in staat is, zichzelf te amuseren, te bedotten en te verwarren… Het mijne kan dat in ieder geval verschrikkelijk goed. Maar waarom zijn er dan tegenwoordig zó veel mensen die zomaar ineens niet meer verder kunnen? Geen stap meer? Bij wie de accu leeg is, de energie verbruikt, de vlam uit? Waarom is die ingebouwde oplaadbare batterij ineens totaal lamgelegd, rijp voor het afvalstoffencentrum? En waar haal je dan in hemelsnaam een nieuwe?

Geen idee. Ik denk persoonlijk wel dat burn-out-patiënten eigenlijk de geijkte slachtoffers van onze van het padje geraakte maatschappij zijn. Iedereen wordt onderhand voor het overgrote deel van zijn of haar leven gecontroleerd, gestuurd en beheerd. Passief vegeteren omwille van het bestaan versus actief de dingen (be)leven die men ook werkelijk beleven wíl. Zo gezien zijn mensen met een burn-out eigenlijk de voorboden van de uiteindelijk onvermijdbare systeemcrash zelf. Een systeem waarin steeds meer mensen een baan met een extreem intensieve en vooral heel ver reikende sociale omgeving hebben. De werktechnische sociale invloeden komen nu van veel verder weg, in veel grotere getale en zijn in veel intensievere mate aanwezig dan ooit het geval was. Tegenwoordig wordt de samenleving vooral gedomineerd door de prestaties van sterk narcistische individuen die enkel nog hun eigen ikje dwangmatig celebreren. Het gemeenschapsgevoel ontbreekt, overal wordt tegenaan geschopt, niets is meer goed, niet eens meer goed genoeg. En dat zowel op maatschappelijk macro-niveau als in de directe sociale micro-omgeving. Men loopt maar door in zijn of haar eigen verchroomde tredmolentje. En ook al heeft dat gepolijste looprad dan alle nodige blingbling en luxe, het blijft een tredmolen en je moet doorhollen, of je nu wilt of niet.

De vraag is: hoe breek je uit? Ik heb een gloeiende pesthekel aan dat boek van Elizabeth George (na drie pogingen heb ik ’t aan de kant gesmeten, geen doorkomen aan) maar in die titel, “Eat, pray, love”, daar zit wel wat in. Eten moet je en daarvoor moet je dus werken (als je in het gelukkige bezit van een baan bent tenminste). Hoe je het ook draait of keert, er moet op de één of andere manier geld binnenkomen. Is nu eenmaal zo en de ruilhandel is helaas al uitgestorven. Maar de tijd die je met werken doorbrengt, zou eigenlijk ook zinvolle tijd moeten zijn en geen moeizame kwelling. Geen zich erdoorheen moeten slepen tot het volgende weekend. Die luxe heeft niet iedereen: werk is werk per slot van rekening; je mag blij zijn als je een baan hebt. Daarom moet er in de eerste plaats tijd náást het werk vrij geschoffeld worden én die tijd zou dan volgens de experts vooral benut moeten worden om na te denken over zichzelf, de wereld en het grote ‘waarom’. Het ‘Pray’, zeg maar.  Vroeger werden vragen hieromtrent vooral door de verschillende religies beantwoord maar vandaag de dag is de relevantie van het geloof an sich bij veel mensen al lang en breed weggevaagd.  Zoals vroeger de religie voorschreef wat en vooral hoe te denken en wat de zin van het leven was, zo moet en wil men dat nu lekker fijn zelf invullen. En dat is niet makkelijk, levenszin vinden zonder voorgekauwde kerkse lariekoek (zo zie ik ‘t, ieder zijn mening). Daar komt dan ook meteen de ‘love’ om de hoek koekeloeren. Op z’n positiviteitsgoeriaans gezegd: “Liefde, in de vorm van het vermogen om de relevante dingen in het hier en nu zowel bij anderen als bij zichzelf aan te voelen, op te merken én te waarderen en in de vorm van de capaciteit om niet langer simpel voorbij te gaan aan wat is, te laten rusten wat was en uit te kijken naar wat nog kan komen.” En juist dát schijnt heden ten dage steeds opnieuw geleerd te moeten worden…

No love, no life.
’t Is net muziek.

En daarom haat ik positiviteitsgoeroes.
Want hemeltjelief, wás het maar zo eenvoudig.
Gooi die blonde manen in de wind en doe voorrrrrallll wat je moet doen.
En de rest niet. En zo.
Waarom moet ik nu in vredesnaam ineens aan Adam Curry denken…
Sorry Adam.

niet goed bezig

Gisteren opende ik – hoe kan het ook anders – ergens in de loop van de ochtend even facebook op mijn foon. Het eerste plaatje wat ik zag was van een half verbrande jonge man. Hij was, volgens de ernaast staande tekst, aangestoken. Een brandende autoband om zijn nek. Omdat hij homoseksueel zou zijn en dat mag dus niet in Oeganda (en niet alleen daar…). Sterker nog: zulke mensen mag je dus legaal, met de wet achter je, in de fik steken en toejuichen terwijl ze creperen. Ik kreeg spontaan kokhalsneigingen en dikke tranen in de ogen, moest noodgedwongen verder scrollen. Ik kon het simpelweg niet aanzien. Want wat moest ik hier nou mee? Onvoorstelbaar gruwelijk om te zien op een gezapige zondagochtend. Wat een wereld. Een bevestiging van mijn opvatting dat mensen de enige werkelijke beesten op deze aarde zijn.

Ik moest het plaatje eigenlijk delen om mijn solidariteit met de homoseksuelen op deze aarde te betuigen. Maar ik kon het niet… wetende dat ik een dermate afgrijselijke foto dagenlang op mijn eigen wall zou zien, een wall waar ook kindekes mee koekeloeren… en ook wetende dat het geen ene donder zou helpen. Ik ben vanzelfsprekend solidair met iedere andere mens die in naam van onzinnige (veelal religieuze) wetten gediscrimineerd, gemarteld, gedood wordt. Maar mijn solidariteit lost helemaal niets op. Ook een petitie met miljoenen email-handtekeningen eronder haalt niks uit. Ik onderteken ze allemaal want het is geen moeite en ik laat in ieder geval op microniveau zien dat ik het er niet mee eens ben, de NSA aan m’n broek of niet. Maar helpen doet het niks, ik ben niet zo naïef om te denken dat er in de toekomst ook maar íets anders zal gaan vanwege een simpele petitie. Geen meisje minder verkracht of op 9-jarige leeftijd uitgehuwelijkt, geen honingbij gered, geen niet-ondertekend TIPP, geen asiel voor meneer Snowden, geen betere vrouwenrechten, geen boycot van de olympische spelen in dat hypocriete Sotchi/Rusland, geen betere arbeidsomstandigheden voor die arme chinese kindertjes in de neodymiumwinning. Gewoon. Niks. Lijdzaam toezien is alles wat je mag vandaag de dag. En dat is ook nooit anders geweest.

Daarom deelde ik de foto niet… want ergens, ergens moet ik nog altijd míjn leven leven. Of dit nou allemaal gebeurt of niet. Dat van anderen kan ik niet leven. En ik moet dus zorgen dat mijn leven góed geleefd wordt, al naar gelang de omstandigheden. Dat is iets wat ik in ieder geval wél kan doen. En dan niet voor mij. Egocentrische gedachtes heb ik al genoeg (“ik moet goed voor mezelf zorgen”, “die Note 3 wil ik toch wel heul erg graag”, “wat zal ik eens eten vandaag” – en zo). Maar voor de bewonderenswaardige mensen en mensjes om mij heen. Mijn zoon die maar door bokst en vecht om op school mee te komen. Mijn dochter die morgen weer naar de dokter mag voor een uitgebreide hartcontrole. Dat gaatje zit er nog steeds hè… ook al denk je er dan praktisch nooit aan, het blijft eeuwig een issue. Vrienden en vriendinnen die vechten tegen dodelijke ziektes, financiële sores, rottige werkgevers, mishandelende echtgenoten, depressies. Ouders die een dagje ouder worden en allebei al kanker hebben gehad. Ons eigen hachje (lees: ‘relatie’) bij elkaar en leefbaar houden. Dat zijn de dingen waar ik in eerste linie mee bezig zou moeten zijn, ik weet het. Ik weet het zo goed…

En toch ben ik het niet.

doemdenker

Ik zit weer eens in een denkfase. Zo’n fase waarin ik meer dan anders nadenk over het hoe en wat in deze wereld. Waarom de dingen gaan zoals ze gaan, wie er daadwerkelijk aan de touwtjes trekt. En dat is dan nog heel summier en oppervlakkig gezegd. Ik kijk documentaires, luister naar ‘afvallige’ professoren, uit de school klappende voormalige politici en journalisten die zich vastgebeten hebben, praat met de één of de ander.. Maar het wordt er niet beter van. Integendeel.WatAls

Het zou echt mogelijk moeten zijn om je hersenen stop te zetten. Maar wel zonder angstaanjagend elektronisch gespuis. Gewoon. Zelf. Het kan ook, met simpel mediteren. Maar daar ben ik niet zo goed in. Wel geprobeerd, maar ook dat lukt me op de één of andere manier niet.

Ik staar in ’t niets en denk aan alles en iedereen. Vooral aan mijn kinderen, aan hoe alles zal zijn als ze eenmaal volwassen zijn. Hebben ze dan ook een chip in hun pols? Mogen ze nog vrij reizen? Hun eigen geld beheren? Zelf bepalen óf en hoeveel kinderen ze in de wereld willen zetten, mocht dat dan allemaal nog op de ‘normale’ manier gaan? Zijn ze nog vrij in hun denken en in het bepalen welk werk ze het liefste zouden doen? Zijn er tegen die tijd nog bijen of doet de mens dan inmiddels zelf aan bestuiving omdat geen insect dat meer kan doen? Welke nieuwe ziektes zijn er dan ontstaan (of gemaakt), welke oorlogen uitgevochten en hoeveel mensen zijn er tegen die tijd nog overgebleven op deze aarde? En zo ratelt het door in mijn warrig hoofd.

Ik ben misschien nog net geen doemdenker maar wel een overmatig piekeraar. Ik kan niet tegen mijn eigen machteloosheid en ook niet tegen de wildheid van mijn gedachten. Ik wil wat doen maar ik weet niet wat. Ik zou heel hard willen gillen maar als ik dat zou doen, zou ik enkel maar raar aangekeken worden. Waar maak je je druk om, mens… Tja. Dat weet ik ook niet. Nog niet.

Toch een doemdenker.

Net niet

Ik stond echt op ’t puntje om weer eens een nieuw leven te beginnen. Dat leven waarin ik zó veel van mijzelf houd. En ook nog van de rest van de wereld.  Waarin ik heel hard fuck you schreeuw en doe wat ik wil. En iedereen omarm. Maar ’t lukte even niet. Nét niet. Alweer niet.

Vanochtend sprong ik uit bed en dacht: ik voel me tóp!! Tot ik plotsklaps dubbelklapte en mijn ingewanden eruit spuugde. Ik hield ’t allemaal even niet meer binnen. Nét niet. Maar het duurde maar heel kort, tot die hervonden tiptop-status.

Vandaag wist jij me zowat te overtuigen dat alles nu weer goed is. Maar het mislukte, net als een te natte rozijnenpannenkoek. En ik blijf zien hoe het er echt voor staat. Kledderig. Klote. Maar helaas.

Ik dacht heel even hoopvol: “je bent dus tóch nog steeds diegene die je was, toen ik dacht, dat ik je kende.” Maar je was het niet meer. Al lang en nét niet meer.

Bijna had ik vandaag zelfs mijn oh zo noodzakelijke werk gedaan en de boel afgemaakt. Maar het ligt hier nog naast me in een rode map.
Het lukte net niet. En morgen is er in dit geval geen nieuwe dag. But hey, we’ve got the night…

Zo’n lelijke, grootse terugval schampte zomaar ineens rakelings aan mij voorbij. Alleen nét niet helemaal. En ik haalde die bocht lekker toch. Met een noodvaart zelfs. Ja, dat net weer wel.

Ik mijmerde over hoe mooi het allemaal geweest had kunnen zijn. Maar dat is het nu ook weer niet geworden. Nét niet. So what. Op naar het volgende wat zo mooi zou kunnen zijn.

Vandaag was het immers óók mijn dag.

Nét niet.

Blijkbaar titelloos

If you want to touch the past, touch a rock.
If you want to touch the present, touch a flower.
If you want to touch the future, touch a life.

Die quote las ik vandaag. Geen idee wie dat ooit zei (“Unknown“) maar deze quote fascineerde me. Eenvoudig en zo waar.  Een zwerfkei, keigevormd door het grote verleden, soms eeuwenoud. Een bloem, die nu bloeit, maar morgen misschien al verdord is. Maar als je iemands leven echt raakt, dan raak je de toekomst. De toekomst van diegene maar ook die van jou. Je beseft dat dit de dagen zijn, de dagen dat je je eigen toekomst maakt. Door simpelweg een ander persoon deel ervan te maken. Door te raken.

Maar soms moet je, juist om die toekomst te kunnen blijven voelen, je handen weer langzaam van bepaalde personen aftrekken. Niet meer aanraken. Laten gaan om te blijven (be)staan. Ik heb dat, en dat besef ik nu, in de laatste jaren veel gedaan. Ik heb bepaalde levens geraakt. Dat vermoed ik althans. Nee, ik hoop het. Maar ik heb ook velen zowel gewild als onvrijwillig laten gaan. Ook dat is toekomst.

Op dit moment is er weer zo’n punt waarop ik tot de conclusie kom en ook accepteer, dat ik bepaalde mensen en ook bepaalde dingen simpelweg moet laten gaan. Ik zal ze missen. Ongetwijfeld. Maar levens collideren én divideren. Het bestaan is net een botsauto. Soms botst het en voelt het goed. Dan grijns je elkaar aan en denkt: “Ha! Dát was leuk. Nog een keer!” En met een beetje geluk is de tijd nog niet om en mag je dan ook nog even verder rondkarren. Maar soms knal je ineens tegen iemand op en voel je enkel nog de nekslag. Maar botsen zal ‘t.

Ja, ik ben bang om op deze manier te moeten verliezen. Maar ik zal nooit berouwen, iemand in mijn leven gekend te hebben. De juiste mens geeft je geluk en acceptatie. De minder geschikte mens geeft je tenminste ervaring. De allerslechtste leert je een les. En de allerbeste geeft je herinneringen. Ook al gaan ze daarna toch weer hun eigen weg. Niemand is ooit zinloos…

Let it be.
It wasn’t meant for me.
I’ll let you go.
So we can both be.
We will let it rest.
Then I will see you and
you will finally see me…

Doet me ineens denken aan een song van 10.000 Maniacs…

Let me be. Let me close my eyes.
Don’t talk. I’ll believe it.
Don’t talk. Listen to me instead.
I know that if you think of it.
Both long enough and hard

The drink you drown your troubles in
is the trouble you’re in now...
(10.000 Maniacs – Don’t Talk)

Hoe treffend was dat.

Was.

Het roze briefje

…en zo voltrok zich meteen al weer het volgende drama in Huize L.

14h.
Zoon komt binnen stommelen, kwakt zijn schoolrugzak op tafel en zakt zuchtend neer op de bank. Zoveel huiswerk. Zoveel gedoe. En nu ook nog allerlei dingen die ze moeten doen voor de kerst c.q. in de adventstijd. Een projectje om de sociale vaardigheden en naastenliefde te vergroten, volgens de lerares. Het staat allemaal op een briefje. Een roze briefje, dat hij gewetensvol onder mijn neus drukt. “Kijk, dat moet ik allemaal doen voor volgende week!”.rozebriefje
een volwassene beleefd voor iets bedanken. Oké dan, no problem: elke keer dat hij met de buurvrouw mee naar school rijdt, bedankt hij haar beleefd, dus die kunnen we afhaken.
iemand vrijwillig helpen. Dat doet hij all the time, dus ook geen issue.
helpen in de huishouding. Oh shit. Dat wil hij altijd graag maar ehm, echt handig is dat niet. Maar goed, hij mag best ramen lappen van mij.
praten met een medescholier waar hij anders niet echt veel mee praat. Moet-ie zelf doen. Kan ik niet bij helpen. Ik weet wel een hoop kandidaten…
een medescholier een compliment geven, en
een goede wens voor iemand uitspreken. Allebei ook wel te doen denk ik. Maar sociale dingen kunnen bij zoon nogal eens raar uit de mond komen, zeg maar. Het is een beetje dagafhankelijk. Goed bedoeld, raar gezegd. Ik moet bij hem vaak een beetje aan Jack Nicholson als Melvin Udall in ‘As good as it gets’ denken.

Goed, ik heb het roze briefje gelezen, denk in stilte ‘wat een onzin‘, leg het weer op tafel en ga door met mijn bezigheden. Nadat hij nog even de absolute relevantie van het briefje benadrukt, duikt zoon op zijn wiskundehuiswerk en op het oefenen van z’n opstel. Morgen dé toets der toetsen: opstel Duits. Ach, een ramp wordt ’t sowieso wel. Het briefje verdwijnt uit de aandacht. ’s Avonds voor het naar bed gaan, wil hij zijn rugzak inpakken. “Maham, waar heb jij mijn roze briefje nou gelaten?” Euh, ik? Huh? Geen idee joh, ik heb het gewoon weer op tafel gelegd. Niet waar. Wel waar. Echt, jij hebt het ergens in gestopt. Nietes. Enzovoort.

In z’n pyjama begint hij wanhopig te zoeken. Spichtig, op blote voeten, verontrust. Ik zie zijn ogen overal heen schieten. “De juf heeft gezegd dat dat briefje heeeeel belangrijk is en dat we het niet mogen verliezen. Dan krijgen we een minnetje… En dat als we het toch verliezen, we dan zelf maar moeten zien hoe we een nieuw briefje krijgen…” Ik hoor de wanhoop in zijn stem, zie tranen glinsteren. We zoeken overal. Zelfs in de vuilnis- en de oudpapierbak, hoewel ik zeker weet dat ik dat soort dingen echt niet zomaar achteloos weg gooi. De boeken, de schriften, de rugzak, de blocnotes, alles kijken we wel drie keer na. En nog een vierde keer. Uiteindelijk stuur ik zoon om een uur of negen toch maar naar bed (morgen om 6am weer op…) maar kan het niet loslaten. Ik schrijf een bericht aan de klassenlerares in het communicatieschriftje, over het feit dat het vooral echt mijn schuld is dat we het kwijt zijn en of ze hem alsjeblieft toch nog een keer zo’n roze briefje mee wil geven. Dat hij al zo ontzettend onzeker is en altijd alles goed wil doen en dan dit…

Daarna toch weer zoeken. Nog een keer álles nakijken. Boven gecheckt. Op de WC’s, in de badkamer. Nog een keer alle paperassen nakijken. En toch ook nog maar een keer de blocnote waar hij zijn oefenopstel in schreef. En verrek, daar gloort iets rozigs achterin. Jawel! BAM! Daar is het, dat verdraaide roze briefje. De vorige vijf keer blijkbaar niet gezien. Pfffffffffffffff… Gelukkig heb ik het bericht in het schrift met potlood geschreven en dus gum ik de boel minitieus weer uit. Daarna fluister ik m’n halfslapende zoon in zijn oor dat ik het gevonden heb. Zijn ogen gaan abrupt wijd open en hij slaakt een luide zucht van verlichting, om vervolgens echt in slaap te donderen.

Ik plof neer op de bank en vervloek grondig alle roze briefjes met sociale opdrachten.
Stomme dingen.

zoek zoek zoek

Ik zoek en vind niet. Het is weg. Foetsie. Ik zoek al dagen. Weken. Maanden? Ik zoek in mijn achterste achterkamertjes, onder mijn zwevende vingers, achter mijn pijnlijke rug, tussen mijn dovemansoren. Het is er niet meer. Ik sta op een droogje, zoals blijkbaar zovelen met mij momenteel. Al een tijdje eigenlijk, heb al een maandje of wat geleden over mijn interne leegte bericht. Er is zoveel waar ik over zou kunnen schrijven. Er is ook veel wat ik wel opgeschreven heb maar wat op ‘Privé’ blijft staan omdat ik dat niet in de openbaarheid wil hebben. Blogs voor mezelf, over mezelf. Ze gaan over mijn eigen falen, mijn verdrieten, mijn verslavingen en mijn donkerste gedachtes. Opschrijven helpt nog steeds, maar gelezen hoeft het niet te worden. Misschien dat ik over een paar jaar denk: “ik ben er nu compleet overheen, nu kan ik terugblikken en eventueel mijn annalen van toen wel openbaren.” Maar die kans is klein.

Ik zit in een rare fase. Ik zoek naar mijn eigen leven. Zo voelt het. Ik was het leven even kwijt. Dat zei een dame namens Petra laatst in het TV-programma ‘Verslaafd’. Dat zinnetje trof me enorm. Ik herkende het. En nu ben ik zoekende. Van dat leven heb ik al wel weer een paar stukjes terug gevonden maar ik zoek nog steeds naar het grotere geheel en mijn eigen verstandige ik. Naar mijn gezondheid. Naar de essentie. Naar zin.

En ik ren mezelf voorbij als het gaat om houden van. Ik hou van veel mensen en ook van veel dingen. Maar van mezelf houden, dat kan ik niet goed. Nog steeds niet. Ik wil zelfs zo ver gaan om te zeggen dat ik mezelf bij tijden regelrecht mishandel. Of mishandeld heb, in ieder geval. Maar nu, nu mept mijn altijd zo braaf incasserende maar gekrenkte lichaam zomaar ineens terug. Mijn buik wil geen slecht voedsel meer. Mijn maag wil geen sloten koffie meer. Mijn lever wil geen alcohol meer. Mijn knieën willen mij niet meer dragen. Maar mijn hoofd wil het dat allemaal nog niet beseffen. Dus zoek ik.

Ik zoek ik…

En met al dat monotone gezoek ben ik momenteel mijn blogzin kwijt geraakt. Ik neem aan dat dat tijdelijk is. Het komt wel weer, dat weet ik zeker. Tot die tijd zoek ik maar gewoon een beetje verder.

Zoek, zoek, zoek…

Bucket List

Bij blogster Sandra de Koning – vd Pol stootte ik een tijd geleden al op haar opmerkelijke en vooral interessante Bucket List. Zo’n lijst met dingen die je ooit nog in je leven wilt doen voordat je de aardkloot eens van de binnenkant gaat bekijken (oftewel: ‘hit the bucket’ in het Engels). Geïnspireerd door Sandra voelde ik nu ook de behoefte om zelf eens zo’n lijst te maken. Waarom? Omdat je dan wat beter na gaat denken over wat je nog wilt in en van het leven. De grote dingen, maar ook de kleinere to-do’s. Er is zelfs een film namens ‘The Bucket List’ die hierover gaat, misschien moet ik die eerst maar eens kijken. Ter inspiratie. Een levenswensenlijst. Een dingen-die-ik-echt-nog-gedaan-moet-hebben-voordat-ik-de-pijp-uit-ga-lijst dus. Oh en ik weet het hoor, het klinkt als een actie voor een rasechte midlife crisislijder, maar geef toe:  het is wél leuk om na te denken over je eigen grote (en minder grote) wensen en things to do.

Er zijn een hele hoop dingen die ik al gedaan heb: kinderen krijgen (wel twee), in het buitenland werken (vele malen, zelfs een keer meer dan een jaar lang in Zwitserland), naar Israël reizen (gedaan voor mijn scriptieonderzoek), naar Australië (op mijn 16e, naar de World Jamboree), Tina Turner met Kim Wilde in één kapsel verenigen, trouwen (pas één keer gedaan maar dat loopt tot nu toe dan ook nog steeds redelijk tot goed), studeren (ook maar liefst twee keer), mijn klasgenoten van de lagere school weer zien (afgelopen zomer, na 30 jaar, hadden we daadwerkelijk een reünie!), zweefvliegen (vorig jaar april, wat een ervaring – valt hier te lezen: “I believe I can fly“), emigreren (been there, done that: weliswaar binnen Europa, maar toch), mijn duikbrevet halen (heb ik in 2000 gedaan, sindsdien nooit meer gedoken 😦 ) en nog een hoop dingen die me nu even zo snel niet te binnen schieten.

En er zijn dingen die ik weliswaar heel graag wil doen maar die echt nooit (meer) iets zullen worden, zoals een keer naar de maan vliegen (in het echie dan hè, niet figuurlijk, maar ik kan me niet voorstellen dat dat in mijn leven nog iets gaat worden), een marathon rennen (of dan tenminste een halve. Dat wil ik al heeeeeel lang, ik heb tijden lang hard gelopen, tot 10km, maar elke keer brak het me op en gingen mijn knieën verder achteruit. Nu is dat met mijn volledig kapotte knieën daadwerkelijk een utopie geworden: ik mag niet meer hardlopen van de dokter) en ik zou ook zo graag de puinzooi in Fukushima opruimen en repareren voordat we er allemaal aan creperen, maar ook dat ligt niet in mijn vermogen helaas. Daarom doe ik maar alsof de wereld nog even doordraait én ook minstens nog een paar jaar bewoonbaar blijft en denk na over de dingen die ik nog eens zou willen doen. Ik spreek met opzet niet over wat ik zou willen hebben (een Galaxy Tab 3, een Wii, een Porsche 911 cabrio… ), dat is materialistisch en volledig zinloos want als je het eenmaal hebt, wil je toch weer wat anders. Als je dingen uiteindelijk daadwerkelijk gedaan hebt, kan het hooguit zijn dat je het nóg een keer wilt doen, en dat is dan een terechte wens in mijn ogen. Ik heb er trouwens vanzelfsprekend een hoop ‘klassiekers’ en clichés bij zitten, dat krijg je nu eenmaal als je na gaat denken over dit soort dingen.

Bij deze.
In random order.

1. mijn kinderen als gelukkige c.q. met hun leven tevredene volwassenen ervaren (duurt nog een tijdje voordat ik deze af kan strepen, ik weet ‘t, maar het is een belangrijke).
2. naar Nieuw-Zeeland reizen (daar zijn mijn paps en mams namelijk op dit moment en nu wil ik, verwend nest, daar ook een keer heen)
3. letterlijk op de kast zitten (en dan op zo’n grote ouwe, houten linnenkast. Eerste vereiste daarvoor is wel bucket list item nr. 4…)
4. nog één keer een volledig normaal postuur hebben (niet reteslank, gewoon een ‘gezond BMI’. Wordt aan gewerkt, voor de tigste keer. En ja ik weet ‘t, ik ben goed zoals ik ben, maar ik wil het tóch)  en dan ook houden natuurlijk… (maar ik streep ‘m af als ik ‘normaal’ ben. Nog 20 kilo to go…)
5. koffieleuten met FB-vriendin I.
6. parachute springen (ehm, een tandemsprong dan hè, ik wil daarna nog verdere punten van mijn bucket list weg kunnen strepen en met mijn knieën krijg ik zelfstandig vast geen normale landing voor elkaar :-/ ).
7. op bezoek bij FB- en blog-vriendin N.
8. kamperen met de kinderen (we hebben al jaren álles in huis om te kamperen, alleen doen we het niet…)
9. met dames-midlife-crisis-vakantie in een luxe resort met vriendinnen H. en H.
10. een keer in elk werelddeel geweest zijn (Europa, Australië, Azië (Israel/Bombay/SingaporeTokyo), Noord-Amerika (USA) en Afrika (Egypte) kan ik afhaken. Zuid-Amerika en Antarctica to go…)
11. een stedentrip Moskou (liefst met vriendin C.)
12. sushi eten met vriendin K. (my treat hè 🙂 )
13. mijn 9120-stukjes puzzel – de toren van Babel van Breughel – leggen (en ook afmaken)
14. nog een keer naar een P!NK-concert (een ‘moetje’; ik móet haar nog een keer zien, mijn absolute idoolvrouw)
15. een buitenmuur vol (mooie!!) graffiti sprayen (eerst een cursus doen dan)
16. een bestaand record breken (lokaal, nationaal, wereldwijd, whatever)
17. een eigen schilderij voor meer dan €200 verkopen (tot nu toe heb ik ze enkel succesvol weg kunnen geven)
18. een boek schrijven (oww mén, hoe cliché… maar ik denk dat dat er nog wel een keer van gaat komen). Oh, én uitgeven. Dat ook.
19. mijn onzekerheid voor de volle 100% killen (kan ik dat…, durf ik dat…, en dan…)
20. nog een keer met Christie naar een Bon Jovi-concert
21. een kleine tattoo laten zetten (sorry, sorry mams… ik weet dat jij dat hé-le-maal niks en echt vreselijk vindt, maar ik wil het echt heel graag en ik ben nu eenmaal een volwassen deerne en en en… en je zult er niet veel van zien, beloofd) (durf ik dit te zeggen…) (oei…)
22. professionele zangles nemen (uhm, beter gezegd: krijgen – ik sta op de wachtlijst…) en dan ooit een keer voor publiek zingen (soooooo scary)
23. goed kunnen drummen (tot nu toe is dat bij Kinderkram  en op liedjes meerammen gebleven)
24. … en mijn gitaar weer enigszins acceptabel kunnen bespelen (oefenen, oefenen, oefenen)
25. een helikoptervlucht maken (lijkt me waaaaanzinnig)
26. een keer diepzeeduiken (het diepste tot nu toe was 25m, ik wil minstens naar de 50m)
27. mijn ouders spontaan verrassen
28. Spaans leren (ooit een paar jaar Spaans op de HEAO gehad, maar daar is verrekte weinig van blijven hangen)
29. naar Stonehenge en daar rond dansen in mijn zelf op de grond getekende triquetra
30. mijn huis uitmesten (en wel: de keukenkruidenla, de apothekerskast in de keuken, de medicijnkast in de badkamer, de berging, de zolder, mijn klerenkast en de kelderkasten – kan ik dan per item afstrepen)
31. het speelgoed van de kinderen (grotendeels) verkopen (maar dat mag nu dus nog niet.  Eeeeeven wachten nog…)
32. succesvol ‘vergeten groenten’ telen in de tuin (Ik heb al pogingen gedaan, maar die zijn nog niet echt wat geworden)
33. de fotoalbums van de jaren 2010 t/m 2013 samenstellen en af laten drukken
34. alle niet digitale foto-, kaarten- en herinneringsspul (hele ikea-bak vol) ordenen en inplakken
35. tachtig baantjes van 25m in één uur kunnen zwemmen (borstcrawl). Nou ja, ik ben met zestig ook tevreden (ik heb de 50 al gehaald) maar ‘twee kilometer’ klinkt zo mooi…
36. een relevante ontdekking doen (voor wie dat dan relevant is, dat beoordeel ik t.z.t. zelf)
37. een eigen (liefst internetgebaseerd) business idee uitwerken en realiseren (ik geef ’t toe, ik ben mijn huidige business behoorlijk zat, geen uitdaging meer)
38. zonder angst mijn (eh… ‘een’) smartphone rooten
39. een volledig eigen schilderstijl ontwikkelen (tot nu toe schilder ik vanalles en nogwat, van portretten tot nageschilderde dingen, van muurschilderingen tot zentangles, maar er zit absoluut geen lijn in)
40. bij een (pop)koor zingen
41. een armband van zelf gedraaide glaskralen maken (al eens een cursus gedaan, zulk prachtig werk…)
42. in een discussie/onenigheid met mijn man ooit eens een keer gelijk hebben (dat moet toch een keer lukken??)
43. met de kinderen naar Eurodisney Parijs (en dan ook een paar dagen in Parijs blijven) (man mag ook mee trouwens)
44. met mijn zus een superdooper luxe wellness-weekendje doen
45. nog een keer succesvol triops kweken (een hobby die weliswaar in meerdere aquaria ontaard is, maar de triops zijn er bij ten onder gegaan)
46. het aantal interne persoonlijkheden reduceren tot drie (well, who am I gonna kill…)
47. mijn bootring-hartenketting repareren en voorzien van het hartje dat ik van zoon gekregen heb
48. met mijn Dremel-dinges een paasei-kunstwerk maken
49. de komeet Ison in december dit jaar voorbij zien vliegen (moet heel spectaculair gaan zijn, zo fel als de volle maan).
50. de nu nog zwarte salontafels bordeauxrood spuiten
51. een nieuwe bank in de woonkamer kopen
52. van mijn in Italie verzamelde mini-schelpjes een mooie ketting of armband maken
53. mijn bucket list updaten en met meer realistische dingen aanvullen (makes it a neverending story 😛 )

Ik vind ’t voor nu wel genoeg. Nee nee, een cursus kunstgeschiedenis zit er niet bij. Ik vond Spaans wel voldoende voor deze middenlevenscrisis. En dan heb ik natuurlijk nog enkele dingen die ik niet in het openbaar neer kan en wil zetten hè, maar die -eh- ‘donkerzwarte’ levenswensen blijven toch echt bij mij en bij mij alleen 😛 (Nee, echt, sorry, smeken helpt ook niet). De lijst is dus ook niet eindig (zie punt 53); er komen vast nog een hoop nieuwe list items bij en ooit zal ik er misschien wel een paar weg kunnen strepen. Maar het is me nu in ieder geval duidelijk geworden dat ik nog heeeeeel lang moet leven, zo lang dat ik nu nog geen midlife crisis kán hebben omdat ik nog niet op ’t midden kan zijn als ik ook echt alles wil doen wat ik blijkbaar nog wil doen.

Hatsjikideeeee!

Niksig

Zaterdagnacht. niksig
Kort voor twaalven.
En ik, ik voel me niksig.
Ach wat nou, niksig.
Nou gewoon… Als niks.
Wat kan ik nou.
Wat bén ik nou.
Wie vraag ik al niet eens meer.

De dingen die ik zou willen veranderen, blijven eeuwig hetzelfde.
De dingen die ik zou willen doen, blijven een utopie.
De dingen die ik zou willen repareren, blijven gebroken.
Dat wat ik zo graag wil, blijft altijd buiten mijn bereik.
De dingen die me grote zorgen baren, escaleren vanzelf.

Het is zinloos.
Ik ben machteloos.
Dus voel ik me niksig.
En ga maar slapen.
Morgen een nieuwe
dag waarop alles
wéér anders blijft.

Miljarden aardachtige planeten in ons melkwegstelsel, hmm?
Ik hoop dat ze er daar wat beters van bakken dan wij hier…

Hartkloppingen

noteEven checken. Waar is ie. Ik woel in mijn tas. Een typische vrouwenhandtas, groot, model zwart gat. Ik graaf. Borstel, stoffen zakje met EHBO-prut en make-up-spul, grote portemonnee, iets kleinere portemonnee, brillenetui nummer één (voor brillen), brillenetui nummer twee (voor de reservebatterijen van mijn mobiel), kauwgumpjes, paspoort, noodsetje (deo, muggenspul – hé dat kan eruit – en mondspray), zakdoekjes, alles moet SOFORT moven. Uit mijn weg. Waar is ie nou…

Mijn hart gaat sneller kloppen. Ik sta met mijn karretje midden in het gangpad van de Aldi en kan geen stap meer verzetten. Waar… Ik hyperventileer licht. Hij is er niet… Nergens te vinden… zal wel uit mijn zak gegleden zijn in de auto. Dat moet haast wel. Ik hou het niet meer uit, laat het muntloze karretje met drie produkten erin in het gangpad staan en draaf naar buiten. In de auto zit het hart in mijn keel: ik zie ‘m niet… Niet op de stoel, niet in de spleet ertussen, niet op de grond. Ik ga zitten en sluit mijn ogen en mompel hardop. “Kutfokkkkut, ik zal ‘m toch niet in het ziekenhuis verloren hebben… in het trappenhuis had ik hem nog, dat weet ik zeker. En die man bij de betaalautomaat in de parkeergarage, die stond wel verrekte dichtbij om me te helpen toen dat stomme apparaat mijn briefje van vijf niet wilde accepteren… oh nee… het zal toch niet, hè…” Mijn hart gaat te keer als dat van een hitsige kolibrie. Ik stop de sleutel in ’t contact, dan maar terug rijden naar het ziekenhuis. Op hoop van zegen dat ze ‘m toch ergens gevonden hebben… Als ik de gordel vast wil maken, zie ik een oranje streep achter dat klikding. ORANJE BOVEN!!! Mijn flipcover is namelijk oranje. Mijn gelukspoppetje bungelt gelaten ernaast.

De opluchting is bijna tastbaar. Ik aai ‘m (nou ja, quasi) en steek hem dan in mijn binnenzak. Rits dicht. Van mij. Mijn hersenen en mijn leidraad, mijn agenda en mijn personal organizer, mijn maatje en entertainmentapparaat. Dan merk je pas hoe verknocht je aan zo’n stom stuk techniek bent. Ziek…

me

lees me
whap me
bel me
zeg me
dat.

hoor me
voel me
zie me
snap me
nou.

streel me
kus me
heb me
maak me
heel.

verdomme…

geen titel

Ik kan effe geen titel meer bedenken. Ik ben leeg. Na twee volledig gestresste verjaardagdagen is de koek op. Deze hele week was al een crime, maar gisteren en vandaag spanden de kroon.

24-10-13. Zoonlief is jarig. 5:50h opstaan om om 6:30h aan het verjaardagsontbijt te zitten, want dat hoort zo: kadootjes en verse broodjes, een partykaarsje en een bloemetje naast het bord. Kort na zevenen de deur uit, schoolsores. Hij wil voor het naar buiten lopen nog wel even weten waarom hij op zijn verjaardag in vredesnaam naar school moet. Dat is toch onzinnig, op zo’n speciale dag??? Tja…

Half twaalf: na een hoop werk (zowel zaak als vrijwilligerswerk) scheur ik met een noodvaart naar de supermarkt want ik bedenk me dat ik daar vrijdag helemaal geen tijd meer voor heb én dat zaterdag hier een feestdag is (vergelijkbaar met bevrijdingsdag) dus alles dicht. De ene helft vind ik niet, de andere vergeet ik. Gaat lekker.

Half één: dochter komt thuis. Ik sta inmiddels wat klungelig voor te bereiden voor het verjaarspartijtje van dochter. Ik had bedacht dat we maar megakoekjes gaan versieren. Een bordvullend zandkoekje. Daar moet ik er dus ook nog even snel snel twaalf van fabriceren. En al mijn eetbare dekospul bij elkaar zoeken. Half twee: zoon ophalen. Als ik hem niet ophaal, heeft hij niet meer genoeg tijd om zijn huiswerk af te krijgen (met de bus duurt het drie kwartier langer). Samen leren voor de toets Engels van morgen (vrijdag dus). Elke keer opnieuw goed voor tranen. kwart voor vier: dochter in een sportbroek gehesen en naar de gym. Door naar de supermarkt om de vergeten cq. niet gevonden spullen nog in te slaan. Dochter opgehaald, kwart over vijf weer thuis. Zoon in sportbroek gestouwd en om kwart voor zes naar zijn allereerste judoles gebracht. Bleek dat de ouders moesten blijven. Al die tijd nog niks gegeten: geen tijd gehad. Ook niks gedronken, spreekt voor zich. Om kwart over zeven weer thuis. Ik flikker mijn tas in de hoek, smijt de friteuse aan (zoon wil frietjes en nuggets als verjaardagseten) en ik flans een koolsalade in elkaar. Om kwart voor acht eten we. Eindelijk. Lekker vet.

Bij het eten zie ik een klein flikkerend rondje, dit keer midden in mijn blikveld en weet ik al hoever het weer is… Ik neem drie paracetamollen tegelijk in. Ja drie, anders helpt ’t geen bal. Het rondje wordt groter en groter. Dan verdwijnt het en een minuut of tien later komt de hamer. BOEM. Gevloerd. Ik strompel het bed in. De hoofdpijn is nu – dankzij de para’s – een dof dreunen. Ik val met kleren aan in slaap, om kwart over tien word ik weer wakker. Naar beneden om nog het hoogstnodige te doen (tafel dekken voor vrijdag, vaatwasser aan zetten), douchen en dan echt slapen. Nog niks gedaan voor morgen… Maar ik kán simpelweg niet meer.

Vrijdag, 6:15h. Wakker met hoofdpijn. Gelijk weer twee paracetamollen erin. Een kop koffie en een cracker en dan moet het maar goed zijn. Man brengt zoon naar school. Om 7:15h is iedereen weg en wapper ik in mijn ochtendjas door het huis: opruimen, tafel leegruimen, stoelen van boven naar beneden en van de kelder omhoog slepen. Twaalf kinderen, da’s geen kattenpis…

Om half negen sta ik alweer in de school van zoon: ophalen voor een tweede gesprek met de kinderpsychologe. Half elf: zoon terug gebracht naar school. Tien over half elf: dochter en vriendinnetje ophalen van school, vriendinnetje naar huis brengen en dan als een haas naar huis om te beginnen met alles wat nog moet voor het verjaardagspartijtje van dochter (anderhalve maand later, maar dat is redelijk ‘snel’ voor mijn doen). Taart bakken (op bestelling van madam: Schwarzwälder-Erdbeerkuchen met veul chocolade) en maken. En natuurlijk decoreren. Tafel dekken voor twaalf. Voorbereiden. Matras naar beneden slepen voor de film. Drinken koud zetten, tafel versieren, etc.

Om twee uur zijn ze alle twaalf binnen. Taart met limo, kadootjes verstoppen en zoeken, de megakoekjes versieren, buiten verstoppertje spelen en voetballen, een film kijken met popcorn en chips (die overigens natuurlijk NIEMAND heeft afgekeken: toen de chips en de popcorn op waren, was het interesse weg en racete driekwart van de kids naar buiten. Ook prima; totally fine with me. Amuseer je maar lekker hoor.) Ik maak frieten en knakworstjes klaar, de meute eet weer eens wat (hoe past het er in vredesnaam nog in…). Er wordt nog halfenthousiast hier en daar gespeeld en om goed zes uur vertrekt de laatste (op één speciaal vriendinnetje, dat blijft slapen, na).

Puinruimen. Stofzuigen. Schoonmaken (vooral de WC, pfoehh eyy…). Bed maken voor vriendinnetje. Drie bakken fruit maken voor de kinderen, zodat ze toch nog íets gezonds eten vandaag. Verder opruimen. Dames in bed stoppen (Zoon gaat inmiddels zelf naar bed, yesss). En nu: Plof. Crash. Diepe zucht. Ik ben er helemaal klaar mee. Volledig. Morgen doe ik niks (nou ja, de hele dag huiswerk maken met zoon, maar verder…).

Oh en als u zich afvraagt waar man was in dit hele verhaal: die was mijn kapotte ruitenwisser repareren bij een vriend die dat soort dingen kan (koud lassen heet dat geloof ik).
En dat kon alleen op deze vrijdagmiddag.
Vanzelfsprekend…

Nog lang niet jarig

Voor het geval u er aan mocht twijfelen: Nee, de stress is nog langggg niet voldoende: ik plan er gewoon nog even een verjaarspartijtje bij. Anders verveel ik me volgende week weer rot, dat weet ik nu al. Na veel gezeik van dochter een datum geprikt (ergens over een dag of zeven, ik verdring het nog een beetje) en ik stort mij op het maken van de uitnodigingen. Aangezien ik vanwege het zieleheil van dochter wel mee moet in de trend van ‘de tofste uitnodigingen powershoppointen’ fabriceer ik er eentje met – op bestelling – Horton (die van die Hoo) erop. No problem. Ik heb de uitnodigingen van vorig jaar immers nog en daar borduur ik zo op voort. Piece of cake. Even verviervoudigen op een powerpointsheet en floep heb je er vier op één pagina. Oh. Nog even wat verbeteren: het kind is inmiddels acht hè, en de datum een andere.

De printer weigert en Lou steigert. Maar ook steigeren helpt niet. Geen verbinding. Offline. Doet-ie het even wel, spuugt hij (printers zijn mannen. synoniem voor ‘bokken’) enkel 3 printregels uit en weigert verder elke dienst. Herstart. Herstart van mijn laptop. No luck. Ik gil, vloek en tier. Maar als het een goede man betaamt, is-ie ook daar ongevoelig voor. Ik dreig met balkonscènes (als in: eraf flikkeren). Hij blijft er ijzig koud onder. Ik hoor ‘m als het ware “forget it, you stressy bitch” denken. Uiteindelijk blijkt dat het ding een IP-conflict met mijn foon heeft. Fijn. En bedankt, suffe WLAN-router. Daarvoor zit je dan bijna twee uur de haren uit je kop te rukken.

Dochter geeft de uitnodigingen (voorzien van GROOT geschreven namen) aan de kinderen op school en komt vervolgens verontwaardigd thuis. “IK BEN GEEN ZEVEN!! IK BEN ACHT GEWORDEN!!!” Huhh?? Oh shit. Ik heb enkel de bovenste twee uitnodigingen van de vier op het A4-tje verbeterd… De ondersten zijn nog met de tekst van vorig jaar, inclusief foute datum etc.

Dochter kijkt me woest aan en roept dat ik NU METEEN een email moet sturen. Als ze bij mijn nek kon, zou ze me wurgen geloof ik. Ik heb geen keus. Telefoonlijst erbij gegrist, email geformuleerd, de juiste uitnodiging nog een keer als .jpg bijgevoegd. En daar zit je je dan als moeder urenlang voor uit te sloven en te ergeren… It’s a hard life.

Tot overmaat van ramp komt zoon net thuis met de vermelding dat hij “fuck you” tegen z’n engels lerares gezegd heeft. Ik val bijna achterover maar goed, ik vraag na even doorademen naar het waarom. Omdat hij het hoorde op de radio (Pink, probably) en wist dat het “iets ergs was” maar niet wat. Toen die juf in conversatiecontext vroeg hoe zijn dag was, zei hij “euhm… fuck you?” waarmee hij wou zeggen, dat het een rotdag was. Toen de juf ‘m raar aankeek en verder niets zei, heeft hij in de pauze eerst maar ‘ns de halve klas gevraagd wat dat dan werkelijk betekent. Aaaaarghhh!!! Ik legde hem uit dat dat zoveel betekent als “Fick dich (ins Knie)” maar de enige wedervraag was “wat is ‘ficken’??”… Oh mijn onschuldige manneke toch… Wijze les: leg je kind voor z’n tiende haarfijn uit, wat fuck you en shit en cojones en weet-veel-wat-voor-buitenlandse scheld- en vloekwoorden betekenen… Hoe brei ik dit nou weer recht… Scheiße Mann.

Ik ga weekend vieren. Lekker werken in the office. Met vriendinnen op stap. Gewoon even ikke. Kinderloos. Maandag verder borduren op deze broddellap. C ya.

Enjoy the silence

Ja, geniet ervan. Van mijn stilte. Het kan namelijk zo maar ineens weer voorbij zijn. Ik weet gewoon niet meer wat ik moet zeggen en dat komt niet vaak voor. De dingen die mij bezorgen, zijn de mijne, het delen ervan heeft verrekte weinig zin. Ik heb net een heerlijk weekend achter de rug, mijn lieve pap en mam een paar dagen hier. Praten, lekker samen eten koken, in de zon zitten (jaja, het is mooi weer hier), een potje kaarten of samen darts kijken, de geur van versgebakken brood op zondagochtend, een rondje tuin. Simpele dingen die zo veel waard zijn. Dingen waar je je bewust van moet worden, momenten waarvan je je moet realiseren dat ze helemaal niet zo ‘gewoon’ zijn maar juist momenten om te koesteren. De zorgen blijven. Maar raken heel even op de achtergrond.

Ik kan wel weer opnieuw opsommen wat er allemaal in me om gaat maar het heeft geen zin. Het wordt er niet anders van. Ook niet minder. Eerder meer. Hoe vaker je je zorgen oprakelt, hoe meer je jankt. Hoe meer ze aanwezig zijn en bedrukken. Dus dat ‘ogen dicht en door’ heeft wel wat. Ik voeg mond dicht eraan toe.

Zie me zitten. Silence
Ellebogen op tafel.
Ogen stijf dicht,
handen over de oren,
lippen op elkaar geperst.
Ik zie het niet.
Ik hoor niks.
Geen woord van mij.
En ik ben veilig.

Calm as cake.

bang verdriet

tears“mam, ik ben zo bang…
bang dat ik alles fout doe…
bang dat ik iets vergeet…
bang dat ik niks kan…
bang dat ik het niet weet…”

“mama… ik ben zo bang…
bang dat ik iets kapot maak…
bang dat jullie dood gaan…
bang dat iemand inbreekt…
bang om voor gek te staan…”

“mams… wat moet ik nou…
moet ik echt harder worden?
of gewoon maar nooit meer wakker?”
onkinderlijk groot zijn de zorgen.
van mijn oh zo lieve arme stakker…

Zo gruwelijk verdrietig en onzeker, zo verschrikkelijk onder druk. Dichtklappen, niks meer kunnen zeggen. Toch maar iets opschrijven, op goed geluk… Maar zo gaat het niet langer, dit gaat niet goed. Je kind zo te zien lijden, werkelijk waar, mijn moederhart bloedt. Het enige wat ik kan doen is helpen, alle hulptroepen aanslepen. Hem toch maar weer opbeuren door al zijn goeds te onderstrepen… Maar soms weet ik het echt niet meer, is mijn engelengeduld op. Kijk ik enkel nog vol emotie naar zijn geworstel en getob. Sluit ik mijn ogen, terwijl ik me achter mijn handen verschuil. Opdat hij niet ziet hoe hard ik om hem huil…

..

(c) Lou

toeval? nèèh…

Toeval bestaat niet. Alles komt zo als ’t komt en uiteindelijk zelfs wel goed.

Vandaag besloot ik om zoon op te halen van school, ietwat vervroegd omdat ik even de mentrice van zijn klas of desnoods de directeur zelf aan wou spreken om te vragen of we een afspraak konden maken voor een gesprek. Zoon heeft, zoals de meesten inmiddels wel weten, enige problemen. Hij is dyslectisch, heeft ADHD en dysgrammatisme, is heel faalangstig en onzeker, een erg lief en zacht manneke dat helaas nu al niet zo goed mee lijkt te komen op zijn nieuwe school. Dat maakt zich dus al bemerkbaar en daarom zocht ik het gesprek. En aangezien ik nog geen telefoonnummers etc. heb, ben ik maar zelf naar school gereden.

Een minuut of 15 voor de bel wandel ik met dochter aan de hand naar binnen, de trap op, op zoek naar een bekend gezicht (ik ken er eigenlijk maar drie tot nu toe dus de kans op dat bekende gezicht was klein, maar goed, een poging was het waard.) Ik kijk wat onzeker rond en er komt een wat oudere, redelijk lange mevrouw met vriendelijke, open blik op mij af. Ik herken haar van de schoolfoto waarop ik de docenten van zoon al heb opgezocht en denk: “oh shit, het zou toch niet hè…”

Het zou wel. Ze vraagt heel aardig of ik iemand zoek en of ze wat voor me kan doen. Goh, sympathiek mens, die docente Engels van zoon… (zie mijn schriftelijke ‘aanvaring’ in mijn blog van 17 september). Voordat ik dochter de mond kan snoeren, legt madam al uit: “Jaaaa, ich bin die Schwester von [voornaam zoon]. Sie wissen schon: der [voornaam zoon, achternaam zoon…]!! Und wir suchen seine Frau Lehrerin!!” OMG, why on earth neem ik dat kind überhaupt mee….

Ik hoor haar denken. “Aaaahhh. Ahaaaa! Díe!!” en ze glimlacht. Thank god, ze glimlacht… En ze bedankt me voor mijn briefje. Ze was er blij mee geweest (ja blij!) en had me ook gelijk geantwoord. Blijkbaar kan ik het toch wel zo heel af en toe, dat diplomatiek zijn. We raken in gesprek, dochter al gangdansend om ons heen. De problemen van zoon waren haar ook al opgevallen. En dat hij het achterin de klas niet zo goed doet. “neeee, weil T. kriegt ja alles nicht so gut mit, ‘ne??” jodelt dochter erdoorheen, al dansende toch heftig meeluisterend. Frau Lehrerin vertelt dat hij wel degelijk opvalt. En dat ik inderdaad in gesprek moet gaan met de klassedocente over hoe we hem het beste kunnen stimuleren en hoe met zijn onzekerheid omgegaan moet worden. Etc. etc. Het was een heel goed ganggesprekje.

Volgens mij heeft ze nu wel gezien dat ik niet de bitch ben die alle folies en hoesjes per definitie met haar slagtanden verscheurt. En ik heb gezien dat zijn docente Engels een prima mens is waar goed mee te praten valt.

Wat toevallig dat ik dan in die grote school nou juist háár tegen het lijf moet lopen…

Ach nee. Toeval bestaat niet.

niet harder

De wereld om je heen is harder dan jij.nietharder
Zachtheid, emotie tot pulp gemalen.
Nog kind zijn niet langer toegestaan.
Niet uit je woorden komen is falen.

De wereld om je heen is harder dan jij.
En daarom huil jij een verborgen traan.
Verlegen- en onzekerheid zijn killing.
Prestatiedwang werpt je uit jouw baan.

De wereld om je heen is veel te hard.
Maar ik kan haar niet zachter maken.
Ik wou zó dat ik ’t kon, lieve schat.
Maar ik zal zelf over je moeten waken…

Voor mij hoef jij niet harder te worden.
Maar zonder verharding geen overleven.
Langzaam verdringen ze het kind uit jou.
En verleer jij om écht om mensen te geven…

De wereld is gewoon zo veel te hard.
Jíj bent juist precies zoals het moet!
Toch wordt er anders van je verwacht.
En kijk ik lijdzaam toe, naar wat het met je doet…

.
Rotwereld.

.

.

© LouTerLou

Nine Eleven

Elf september…

Acht jaar geleden…

Nee, nee, niet twaalf jaar geleden. Daar bloggen en schrijven anderen al zat over. Natuurlijk herinner ik mij ook aan die afschuwelijke gebeurtenissen, die rampdag, het ongeloof, de ontreddering, de tranen in mijn ogen en in die van vele anderen. Maar acht jaar geleden werd deze dag toch ineens weer een prachtdag…

Acht. Dus.
Onnoemelijk veel naweeën later mocht ik uiteindelijk in slaap vallen. Dochter lag al die tijd in het pasgeborene-bedje aan mijn voeteneind. En ze jarigvond ’t maar niks daar. Draaien. Smakken. Huilen. Kreunen. Nog meer huilen. Volgens de zuster was het niet goed om haar bij mij in bed te nemen: te gevaarlijk vanwege mijn vermoeidheid van de bevalling, ik zou in mijn diepe slaap bovenop haar kunnen gaan liggen en haar verstikken. Welke diepe slaap, dacht ik alleen maar… Ze hadden haar heel lang op de neonatologie gehouden. Veel te lang. Tot ik haar – nog steeds nabloedend – ben gaan halen. Ik wou m’n baby. Het eerste flesje melk zat er natuurlijk al in. Scheiße. Ik had nog zo gezegd dat ik dat niet wou… Ik legde haar al zittend aan maar geen honger meer.

Uiteindelijk hield ik het niet meer uit. Ik heb haar tegen al die goedbedoelde adviezen in tóch dicht bij me in bed genomen, weer aangelegd (weliswaar nog steeds geen honger maar zo veel zuigbehoefte) en me om haar heen gerold. En zo hebben we dan toch nog geslapen, een uitgetelde twee-eenheid. Een grote C met een piepkleine komma erin.

Die dag werd ik zelf een beetje opnieuw geboren. Net als op de dag dat mijn zoon geboren werd, drie jaar daarvoor… Ineens had ik er in mijn leven een heel stuk níeuw leven bij. Een verrijking, een nieuwe fase, een geboorte van een nieuw stukje mij. Dus ben ik ook jarig vandaag. En in oktober. En in november ook natuurlijk. En ik realiseer me dat. Elke keer een stukje meer mij.

Vandaag. Nine Eleven.
De dag van een ongekende catastrofe.
De dag van de inkeer.
De dag dat ik een stukje opnieuw geboren ben.
De dag van de geboorte van mijn dochter.
En toch gewoon een dag.
Zoals elke dag simpelweg bijzonder…

Alles over Niets

Nou bij deze.
Hier.
Heb je alles.
En het gaat werkelijk over niets.
Want eigenlijk is alles gewoon niets.

Lekker zweverig hè.
Toegegeven, mijn allereerste gedachten bij ‘dat boek’ en ‘die film’ waren dan ook: “ah nee hè, wéér zo’n goeroeboek over zelfacceptatie en de zin vanallesoverniets het leven…”  En er staan bijdrages in, die naar mijn persoonlijke smaak daadwerkelijk een beetje te filosofloating zijn, maar ieder z’n ding. Het boek zelf was voor mij echter toch een eye-opener. Waarom? Omdat het me aanzette om eens na te denken over het “ik-begrip”, het beeld dat ik denk van mij te hebben, de persoon die ik denk te zijn. Wie bén ik nou helemaal?

Back to basics.
Wat maakt een mens menselijk? Voor mijn gevoel (en ook duidelijk voor anderen, zie boek) is dat de capaciteit tot zelfreflectie en het zich bewust zijn van een ‘ego’. Maar wie is dat dan? Wie ben ‘ik‘ nou eigenlijk helemaal? Deze (te) zeer uit de kluiten gewassen bundel cellen? (ik krijg acuut visioenen van ‘the blob’). En waar in mij zit die ‘ik‘ dan? Waarom praat ik over ‘mijn lichaam’ terwijl ik dat lichaam bén? Alleen dat getuigt al van dualiteit in mij: ik zie mijzelf in delen. Hier is mijn lichaam en ergens in de bovenkamer van dat lichaam huist mijn ‘ik‘. En die ‘ik‘ kijkt naar dat lichaam en denkt “mwahhh, dat kan beter…” Maar die ‘ik‘ IS mijn lichaam. Ik ben in feite helemaal niet duaal, ik ben non-duaal. Eén ding. Daar verwijst dus ook die ineens zo veelbesproken non-dualiteit naar: alles is één. Het wordt ook wel “a-dvaita” genoemd, wat zoveel betekent als: “alles in het universum is gemaakt van één en hetzelfde spul, namelijk energie” [citaat: Paul Smit, Alles over Niets]. Alles is één. Bij dit soort definities haak ik als nuchter en uitermate atheïstisch kalf over het algemeen al af, maar als ik me de oerknaltheorieën even voor de geest haal, klopt het ergens ook wel weer een beetje. Denk ik. Denk ik?

Alles ontstond gewoon.
Van het een kwam het ander, de ééncellige werd een meercellige, de spore een boom, en het groeide. Daar deed niemand iets aan, het was simpelweg zo. En is nog steeds zo! Alleen is het wezen namens mens met z’n hersenen vanaf een jaar of 1-2 ineens in staat om zichzelf te herkennen en aan de hand van dat groeiende ik-gevoel een zelfbewustzijn te creëren. En dán wordt het pas lastig. Want als ik ik ben, wie ben jij dan? En als jij anders bent, ben jij dan beter of slechter? Of enkel anders? Of eigenlijk hetzelfde maar toch niet helemaal? Floep, daar komt het concurrentiedenken om de hoek kijken. En ook het zich juist willen identificeren met anderen. Het ‘goed genoeg’ en vooral ‘goed bezig’ willen zijn. Vanaf dat moment maken we het onszelf dus verrekte moeilijk.

Goh. Herkenning. Tja. Hmmm. En nu?
Juist. NU. Daar gaat het dus om. Tien jaar geleden had ik heel andere dingen voor mij in gedachten. Tien jaar geleden dacht ik niet, dat ik als überstadsmens in een koeiendorp in Oostenrijk aan een houten eettafel blogjes zou zitten schrijven. Ik plande mijn carrière (mijn zaak verder op- en uitbouwen, zo snel mogelijk weer leuke en grote projecten gaan doen, stiekem veel geld verdienen…). Ik plande waar ik zou zijn (of liever gezegd, waar ik zou blíjven: in ons prachtige, grote appartement in München, met mijn vriendinnen om me heen en mijn zaak in het centrum van deze miljoenenstad, met een hoop voorzieningen, een tof uitgaansleven en een hamam en een delicatessensupermarkt om de hoek). Ik plande nog minstens twee kinderen erbij (zoon was 10 jaar geleden 10 maand oud en er kwam er uiteindelijk ‘maar’ eentje bij -dochter- en toen was het ook gewoon goed) en een volledige kinderdagopvang zodat ik weer 60 uur in de week kon werken (maar mijn kinderen maakten dat het allemaal anders kwam). Ik plande dat ik een boek zou schrijven (tot nu toe nog steeds niks van gekomen, maar dà ken nog, hè). Ik plande nog veel en veel meer. En nu, tien jaar later, is alles anders dan ik had gepland. Mijn leven kwam er zomaar ineens tussen…

En is dat dan goed, vraag je je…
Kijk, en dát maakt dus geen bal uit. Het is zoals het is. Het is gewóón simpelweg zo gegroeid. Vanzelf. Of ik ’t nou plande of niet. Het echte ‘leven’ als zodanig gebeurt je. Het ‘doet’ je. Je kunt natuurlijk je best doen om ‘verstandige beslissingen’ te nemen, maar zelfs van beslissingen is inmiddels in neurologische onderzoeken bewezen dat je die onderbewust (nanoseconden tot dagen tot weken) van te voren al genomen hebt voordat je ze uiteindelijk ook manifesteert. Hersenen zijn rare dingen. Maar door te reflecteren, door te kijken naar anderen, door zelfs te gaan nadenken over wat anderen van mij zouden vinden, kreeg ik stress, prestatiedrang, last van perfectionisme en werd ik steeds ontevredener met en onzekerder over mijzelf. Niet dat dat nou in één klap foetsie is hoor, helaas niet. In het boek noemt meneer Smit dit ‘kramp’. Ik heb geprobeerd mijn kramp weg te vreten. Werkte niet. Integendeel. Extreem afvallen deed de truc evenmin. Ik heb geprobeerd de boel dan maar te verdoven met alcohol. Werkte ook voor geen meter. Ik heb geprobeerd om er een hoop materieel spul tegenaan te gooien (mooie inrichting, kleren, electronische speledingetjes). Hielp niet. Ik heb meermaals geprobeerd het op te schrijven, mijn kramp te verwoorden. Lukte een beetje (vooral ook vanwege het gevoel van her- en erkenning dat dat schrijven genereerde) maar uiteindelijk zette het nog meer tot malen aan. En ik maal nog steeds. Maar nu in ieder geval met een ander grondbeginsel.

Het boek levert dan ook geen oplossingen, methoden of goeroe-denkwijzen. Alweer helaas, zou je zeggen. Maar dat had ik eerlijk gezegd ook niet verwacht. Enkel en alleen de inzichten die geleverd worden, zijn al bere-interessant. Ik zal nooit een heel spiritueel mens worden. Hoeft ook niet. Maar nadenken over mijn geestelijke krampen en tot het inzicht komen, dat ‘ik’ als zodanig enkel een idee, een concept van mijzelf ben, een imago dat in de loop der tijd in mijn hersenen gevormd is, dat werkt best wel heel erg bevrijdend. Het inzicht, dat enkel het nu telt en niet al die opgebouwde ik-omhulsels uit het verleden en ook niet al die geplande ik-vormen in de toekomst, zorgt voor meer acceptatie en bewustwording van het grotere geheel. Ja, my dear friend, dit is ik-denken op het allerlaagste nano-niveau. En zelfs dat is nog steeds te hoog. ..

I’ll get there.
Because there is no I.
And there is no there…

.

.

Blog n.a.v. het boek “Alles over Niets”, Samenstelling van Han van den Boogaard, Samsara uitgeverij bv 2013, ISBN: 978-94-91411-04-5
Een aanrader voor iedere hedendaagse, ik-denkende zoeker. De film is ook het verinnerlijken waard: hoge herkenningsfactor 😉

Verwachtingen zijn domme dingen

Je zou verwachten dat ik het verwacht had. Maar dat had ik niet. Totaal onverwacht moest ik mijn verwachtingen bijstellen. Of nog liever: ze laten varen. Want ze bleken onrealistisch. Alweer.

Waarom verwacht een mens iets? Is het eigenlijk gewoon simpele hoop? De hoop dat een ander iets zal doen omdat je diegene goed genoeg denkt te kennen? De hoop dat iets zijn intrede zal doen omdat je er zo hard voor gewerkt hebt? De hoop dat iemand jou op waarde weet te schatten zodat diegene ook met alle redelijkheid kan verwachten dat jij bepaalde dingen niet zult doen of zeggen? De hoop dat iemand je dermate lief heeft dat diegene net zo vaak aan jou denkt als andersom het geval is en dat diegene je dus ook af en toe laat weten, jou te zien en te waarderen?

Allemaal ijdele hoop. De kans dat iets of iemand aan jouw verwachtingen voldoet, is verrekte klein.
“Als je zó van me houdt als je zegt, waarom lees je dan nooit mijn blogs? Waarom kijk je dan nooit op mijn facebookprofiel om te zien wat er zoal met mij en bij mij gebeurt? Waarom stuur je me niet af en toe even een Whatsapp of zelfs maar een SMSje? Waarom zíe je mij nou niet?”
Te veel verwachtingen aan de foute persoon...
“Ik doe zo mijn best om alles goed te doen, ik werk er zó hard voor. Dan had ik ook verder moeten komen, lijkt me? Dan had me dat toch moeten lukken? Dan kán ik toch niet falen?”
Klaarblijkelijk wel…
“Ik doe zó veel aan beweging, ik doe twintigduizend serieuze en goede pogingen om af te vallen. En toch blijf ik te dik, heb ik een hernia en een kapotte knie. Waarom laat mijn lichaam me zo in de steek…”
Omdat ik er zelf blijkbaar niet goed genoeg voor zorg…
“Ik heb alles voor je gedaan. Had alles voor je over. We hadden het zó goed. En zomaar ineens laat je me vallen als een gloeiende baksteen. Waar heb ik dit aan verdiend?”
Je hebt ’t niet verdiend. Je had enkel alwéér te hoge verwachtingen aan de verkeerde persoon…

Niks is zeker, geen doel, geen liefde, geen aandacht, geen beloning, geen leven samen. Het enige wat je kunt doen, is je verwachtingen bijstellen. Nog beter: schrappen. Verwacht niks, dan valt alles altijd mee. Minimaliseer je verwachtingen en je leven wordt een stuk makkelijker. Maar zonder verwachtingen ook geen brandstof voor onze dromen, onze liefde en onze hoop…

Guy Finley zei ’t al heel mooi:
“What’s the first sign of a lurking, hidden expectation you didn’t know you had? Pain! People don’t do what we want, things don’t happen quickly enough, the weather doesn’t cooperate, our bodies don’t cooperate. Why are these moments so painful? Because our minds are focused on a static, unchanging, me-centric picture while the dynamic unfolding of a broader life continues around us. There is nothing wrong with expectations per se, as it’s appropriate to set goals and work, properly, towards their fruition. But the instant we feel pain over life not going “my way,” our expectations have clearly taken an improper turn. Any moment you feel resistance or pain, look for — and then let go of — the hidden expectation. Practice giving yourself over to what “you” don’t want. Let the line at the store be long. Let the other person interrupt you. Let the nervousness make you shake. Be where your body is, not where your mind is trying to take you.”

Ik stel ze dus toch maar een beetje bij.
Ik verwacht niks meer van jou.
Ik verwacht minder van mezelf.
Misschien krijg ik dan tóch nog een keer meer dan ik ooit verwachtte…

…en dan

… en dan schreeuw ik mijn smart uit wronglove
maar je hoort het niet.

… en dan toon ik mijn innerlijkste aan jou
maar je ziet het niet.

… en dan werp ik mijn gevoel te grabbel
maar je begrijpt het niet.

… en dan vraag ik één enkele échte zoen
maar je geeft hem niet.

wrong time.
wrong place.
wrong person.

Next…

kokosnooit

Geen idee wat ik hier nu neer moet zetten. Ik ben leeg. En compleet vol. Vol van alles. Fed up. Zoiets. Helemaal moe. Mat. Op. Ik kan me niet herinneren me zo leeg en tegelijkertijd zo compleet zat van het geheel gevoeld te hebben. Het enige wat ik wil is weg. Even weg van alles om weer helemaal alleen te zijn. Alleen met mijzelf. Oh ik ken mezelf. In no time zou ik niet meer alleen willen zijn omdat ik mijn kinderen en mijn man en iedereen om me heen mis, maar nu wil ik het even. Heel erg. Alleen. Niks meer moeten. Aan een compleet verlaten strand zitten. Voeten in het zand wurmen en het zilte zeewater erover heen laten spoelen. Alleen. Niemand die wat van me wil. Niks wat ik nog moet regelen. Niemand waar ik voor moet zorgen. Niemand die me kan bekritiseren. Niemand die me erop wijst wat ik allemaal niet goed doe. Omdat ik niks hóef te doen. Dan kan ik ook niets fout doen. Niemand die ik tevreden hoef te stellen. Niemand die ik hoef te voeden. Behalve mezelf. Met een kokosnoot. Vanuit de hoogste boom. Direct op mijn voorhoofd. Boem. En zoals we allemaal weten: Boem = Ho. Laat ik nou toch kokosnooit typen…

(een eerstegedachtesblog. Zonder editing, zonder verbeteringen, gewoon zonder te kijken neertypen wat er in me opkwam. Dit dus.)

(NB: klopt niet. Toch editing: Ik heb de eerste kokosnooit zonder na te denken in kokosnoot veranderd. Damn, nu typte ik alweer kokosnooit. En meteen weer verbeterd…)

Not alone

Tien vingers rusten op ’t toetsenbord. Blik wazig.
Ik hoef niet scherp te zien om toch te typen…
Maar het scherpe is weg. Alles is dof. En mat.
Soms heb ik dat. Nu dus. Onbestendig.

Een moment van in niemands leven aanwezig zijn.
Een moment waarop je weet dat niemand aan je denkt.
Een moment dat je alleen bent op de wereld.

Jouw wereld. Mijn wereld. Wat een werelden.
Verder uit elkaar gaat bijna niet.
Not alone. Zegt wie? So alone. Zeg ik.
En ik heb altijd gelijk. In mijn wereld.
Maar in jouw wereld ben ik niet alleen.
Alleen. Was ik dan té dichtbij. Bij jou.

Een moment van simpel in iemands hoofd rondwaren.
Een moment waarop je beseft dat een gedachte bij jou is.
Een moment dat je er samen voor kunt staan.

Not alone.

Niet?

Dromen mag altijd.

Fijne mensen…

Ik kan niet begrijpen hoe.
Wanneer de randen zo scherp zijn dat ze je snijden, als heel fijne splinters van glas.
Wanneer je veel teveel voelt en je hebt geen idee hoe veel langer je het nog vol houdt.
Wanneer iedereen die je kent, alsmaar probeert om het allemaal glad te strijken.
Hoe dan een manier vinden om die pijn weg te nemen…
[P!NK]

Ineens merk je het. Een zekere persoon is weg. Zomaar ineens. Stilletjes uit je, al dan niet virtuele, leven gegleden. Niet uit het zijne of hare, gelukkig niet, maar uit het jouwe. Verdwenen. Omdat je geen daadwerkelijke verrijking bent. Geen verbetering. Maar kleine dingen laten je herinneren.  En je merkt het. Weg. Je merkt het en het steekt. Shock is misschien teveel gezegd maar een zwaar, opwellend en licht golvend maaggevoel. Waarom. Fijne gesprekken van toen. Kleine dingen voor elkaar doen. Hele kleine dingen, maar toch. Geen verrijking? Uiteindelijk onvoldoende betekenis? Voelt een beetje als weggedaan vanwege onhebbelijkheden…

Ook al zeg je van niet, ik ben toch wel degelijk te naïef voor deze wereld. Ja, ik heb veel mensen lief. Misschien wel teveel. (Kan dat? Ja dat kan) Goede mensen, in mijn ogen. Voor een ander duidelijk minder goed. Ik heb met maar heel weinig mensen problemen maar ik heb ettelijke onderlinge vijanden om mij heen. Ik bemoei me niet met hun oorlogen en (woord)gevechten. Het is energieverspilling en ik wil simpelweg niet moeten kiezen. Zolang men mij recht in de ogen kan kijken, blijf ik diegenen fijn vinden, ongeacht hun al dan niet slechte verstandhoudingen met anderen. Een groot hart? Mogelijk. Maar wat is nou helemaal een groot hart… Het mijne tikt nog steeds precies zoals het jouwe, hoor. Goedgelovig? Waarschijnlijk. Ik noem het liever Oost-Indisch blind voor chronisch slechte kanten. Iedereen heeft ze, maar ze zijn niet belangrijk. Ik wil ze liever niet zien. Voor mij blijven ze fijne mensen. Ook al leven ze in heel andere werelden. Ook al zijn ze niet op alle vlakken perfecte vrienden. Ook al zijn ze compleet anders. Ook al zeggen ze soms de verkeerde dingen. Ook al maken ze fouten. Daar zijn ze mens voor. Net als ik dat ben, met al mijn fouten, stomme dingen, verkeerde uitspraken en onzekerheden.

Maar is mijn leven door het (al dan niet hernieuwde) contact met een bepaald persoon dan ineens beter of rijker? Nee. Is het anders? Ja. Wat doet het er nou helemaal toe wannéér ik merk dat iemand ‘weg’ is? Het feit dát ik het merk zegt toch al genoeg? En ook het feit dat ik waarde hecht aan die persoon in de kantlijnen van mijn leven. Niet iedereen hoeft in mijn intiemste cirkel te staan om belangrijk voor me te zijn. Ik hecht ook waarde aan personen die in de marge staan en die er gewoon zijn, die me blijven accepteren om wie ik ben, die niet meteen afscheid nemen omdat ik niet de levensverrijking in persoon ben. Ik ben geen mens van ellenlange chatsessies, geen mens van uren durende telefoongesprekken, geen mens van dagelijks intensieve contacten. Ik zie veel niet en ik zie nooit alles. Maar vrienden zijn voor mij juist diegenen, die mij ook waarderen in de tijden dat er geen direct contact is. Die periodes kunnen soms best lang zijn maar als het er dan wel weer is, is alles nog steeds zo als voorheen. Men mag elkaar, men ligt elkaar. Klaar. Dat zijn vrienden, mensen die ik graag in mijn leven heb.

Jij bent jij, ik ben ik. Ik hecht waarde aan dat ‘contact’, ook al is het maar sporadisch. Waarom moet alles in vredesnaam altijd doelmatig en verrijkend zijn of iets opleveren. Gewoon het gevoel dat de ander er ook is, ergens in mijn levenscontreien, en sympathie voor je voelt, dat is voldoende. Voor mij. Voor anderen soms niet…

En ik kies niet. Niet snel althans. Ik wil het niet.
Dat heeft tot gevolg dat ik soms gekozen word.
Om geschrapt te worden. Daar heb ik het wel eens moeilijk mee.
Zoveel ‘fijne mensen’ die onderling niets (meer) met elkaar te maken willen hebben.
Zoveel verspilde energie.
Zo verschrikkelijk zonde…

Wanna be good

Let me be good to you goedgenoeg
Sit in your easy chair
What you want
I’ll bring it there
Even good can be better
Here’s my love
on a silver platter
Take it all, and
Let me be good…

Een paar zinnetjes van een songtekst van Otis Redding.
Over iets wat mij continu bezig houdt.
Die innerlijke drang om gewoon ‘goed’ te zijn.
Het maakt dat ik heel vaak hoor: “zeg ook eens NEE?”
Dat ik heel goed ben in veel teveel willen.
Dat ik altijd bang ben dat ik dingen verkeerd zeg.
Dat ik dingen eruit flap die ik éigenlijk voor me had moeten houden.
Dat ik iets heel belangrijks vergeet.
Dat iets totaal verkeerd overkomt.
Dat ik niet genoeg aan iemand denk.
Dat ik niet tactvol genoeg ben.
Dat ik niet genoeg steun geef.
Dat ik niet voldoende waardeer, wat ik heb.
Dat ik niet aan bepaalde verwachtingen voldoe.

De onzekerheid groeit met de dag en wordt uiteindelijk een monster.

Goed genoeg zijn, ook al doe ik even helemaal niets.
Goed genoeg zijn, ook al verdien ik een berg kritiek.
Goed genoeg zijn, ook al ben ik tien (twintig?) kilo aangekomen.
Goed genoeg zijn, ook al weet ik niet altijd alles wat ik zou moeten weten.
Goed genoeg zijn, ook al heb ik me compleet lam gezopen.
Goed genoeg zijn, ook al heb ik werkelijk hartstikke ongelijk.
Goed genoeg zijn, ook al kom ik soms niet uit mijn woorden.
Goed genoeg zijn, ook al hoor je soms mijn gierende zenuwen.
Goed genoeg zijn, ook al wil ik mezelf soms compleet verdoven.
Goed genoeg zijn, ook al ben ik af en toe bezitterig en jaloers.
Goed genoeg zijn, ook zónder jou…

Alanis Morissette zong ’t ook al zoiets. Precies zoals ’t voelt.

But once you are good enough for others, you will finally be good enough for yourself as well…

Nou dat hopen we dan maar.

If only I could be good…

.

.

_________________________________________________
PS…
De eerste versie van dit blog schreef ik – volgens de revisielijst – al 227 dagen geleden. Zeventien revisies later had ik het nog steeds niet gepost. Nu, bij nummer 18, dan eindelijk wel. Maar het is dus  wel duidelijk dat dit een diepgaand blog is: dit zit heel diep in mij. En ik baal daar eigenlijk ontzettend van. Sabel me alsjeblieft niet meer omdat ik mijn eigen onzekerheid hier toon. Waarom zet ik het dan überhaupt online… geen idee. Of ja, toch wel. Out in the open = easier to tackle. Zichtbare monsters zijn makkelijker te bestrijden. En misschien biedt het ook wel een stukje herkenning voor anderen…

Warboel. Op naar het volgende blog…

Alles over alles

Alles-kaplakat Ontbijt is nu, om kwart over elf, dan toch op. Lekker laat en vooral lekker lang dit keer. Want vandaag is het een feestdag: het feest van “Fronleichnam”. Geen idee wat dat in het Nederlands is, mijn moeder had ’t over Sakramentsdag. Het is het feest van de herdenking van wederopstanding van Christus door de apostelen die op de 2e donderdag na Pinksteren zijn hernieuwde aanwezigheid middels brood en wijn – zoals Jezus bij het laatste avondmaal had gezegd – celebreerden.  Of zoiets. Kan zijn dat het niet helemaal klopt, maar dit heb ik ervan begrepen en dat is al heel wat voor een ongelovig Tomaatientje als ik. Er zijn sowieso niet veel mensen die weten wat ze nou precies vieren vandaag. Wij vierden het in ieder geval alvast met brood, de wijn komt vanavond wel (een champagneontbijt werd me toch iets te gortig).

Na ons Fronleichnamsontbijt stort zoon zich vol goede moed op z’n huiswerk: het verbeteren van zijn proefwerkopstel voor Duits. Koschka, onze kat, springt op tafel en er ook gelijk weer vanaf om zich vervolgens in één van zoons gebouwde kapla-blokkentorens te nestelen. Zoon springt – vanzelfsprekend – ook meteen op en vraagt me of ik zijn T*** Towers nu eindelijk al eens heb gezien. Eh, nee nog niet. Maar dat maak ik nu goed. Zoons voornaam begint met een T en hij heeft op beide torens een grote T gebouwd. Man noemde ze daarom gisteren al de Twin Towers en zoon doopte ze vervolgens om tot T*** Towers. Hij heeft in beide torens een kussen ingebouwd zodat de katten er kunnen slapen. En dat doen ze dus ook enthousiast.

“Mam, waarom noemde papa ze de “Twin Towers”? Wat zijn die twin towers ook alweer?”
Ik leg hem uit wat de twin towers waren en ons gesprek ontwikkelt zich.
“Goh, dan zijn dit dus helemaal niet de enige T-Towers ter wereld!” Jawel… want die andere T-Towers zijn er niet meer…
Waarom niet?
Omdat terroristen ze kapot gemaakt hebben. Ze hebben vliegtuigen gekaapt en zijn met die vliegtuigen in die torens gevlogen. Daarna stortten ze allebei in en zijn er wel 3000 mensen om het leven gekomen…  [overigens hebben we het hier al wel eens eerder over gehad, temeer omdat dochter ook op 11 september geboren is (vier jaar later), maar hij wist het blijkbaar niet meer. Ook heeft hij al wel eens eerder beelden ervan gezien…]
Wat zijn terroristen?
Dat zijn mensen met een bepaalde extreme politieke of religieuze overtuiging die mensen, die niet geloven of doen zoals zij dat goed vinden, als ‘slecht’ en vijandig zien. Ze willen door zulke verschrikkelijke acties die mensen dwingen, anders te geloven of te doen. Door zoveel mogelijk mensen te treffen willen ze zoveel mogelijk aandacht wekken voor hun overtuiging en voor de veranderingen die zij willen. Meestal zijn die veranderingen vanuit een bepaalde sterke geloofsovertuiging. [Ik moest snel denken hè, mijn uitleg mag er wat naast liggen maar dit was mijn manier om het hem op dat moment uit te leggen]
Ze doen dat dus voor hun god?
Dat is vaak wel een reden ja, niet zozeer voor een god maar wel in hun overtuiging dat dat wat zij doen of geloven het beste en enig ware is en dat mensen die dat niet geloven, overtuigd moeten worden, desnoods met angst en dood…
Dat is dom. Als mensen er zulke dingen door gaan doen, is geloven in een god gewoon dom.
Nee, lieverd, dat is het niet. Dat moet iedereen voor zich bepalen. Geloven in God of in ‘een god’ of in andere hogere machten en krachten is ieders goed recht en ieders eigen gevoel. Alleen moet men anderen niet met geweld proberen te overtuigen, dat te geloven wat men denkt dat het enig juiste is… Ik heb ook het recht om niet te geloven. En jij mag geloven wat jij wilt. Als jij ervan overtuigd bent dat er een god is, dan is dat prima. Maar dat moet jij voor jou zelf ontdekken. Dat kan ik niet voor je doen…
Okee... maar dan zijn die terroristen in dat vliegtuig dus ook dood gegaan?
Ja. Maar dat was voor henzelf helemaal niet erg want zij geloofden dat ze daarna op een veel betere plek, zoiets als een hemel, zouden komen. Of dat ze na dit leven nog andere levens hebben. Dus dit leven was voor hen redelijk onbelangrijk, daarna zou alles sowieso beter en nieuw worden en zouden ze door hun god beloond worden voor hun daden. Kijk. IK geloof dat niet. Ik geloof dat dit HET leven is voor mij, dat ik hieruit moet halen wat ik kan en dat ik zoveel goed moet doen en zijn voor anderen als ik kan. Ik wéét gewoon niet of er hierna nog iets anders komt. Ik denk het zelf niet maar mocht het zo zijn, dan ben ik heel blij verrast als het zover is. Zo niet, heb ik in ieder geval zo veel en zo goed geleefd als ik kon. Hier. En nu. NU leuke dingen doen, NU leren voor straks als je groot bent zodat je jezelf en je familie kunt onderhouden, NU zinvolle beslissingen nemen, NU lol hebben. Niet morgen. NU.
Okee, dan kap ik NU met huiswerk en ga even met de ipod, dat mag wel hé?
Ehh… nou, eh… nee… Want NU leren is ook heel belangrijk zoals ik zei. Het leven bestaat ook weer niet alléén maar uit spelletjes en lang-leve-de-lol, dat weet jij ook.
Ja, dat weet ik. Maar ik heb ’t vet fout opgeschreven en m’n inktwisser is leeg. Kun je een nieuwe halen?
Zo meteen. Ik moet nog wat schrijven. Dan haal ik er eentje voor je, boven (ik heb die dingen op voorraad hè).
Maar goed, dan moet ik nog wel een keer bungeejumpen. Vanaf de Grand Canyon. Want dat hoort bij mijn leven NU.
Euh… *even met mond vol tanden staat* ja tuurlijk. Maar vandaag niet. En je springt niet vanaf de Grand Canyon maar IN de Grand Canyon. En bungeejumpen daar is sowieso niet verstandig want dan kletter je tegen de zijwand. Tenzij je vanaf een brug óver de Grand Canyon springt. Maar er is geen brug want daarvoor is de Grand Canyon veel en veel te breed. Dan kun je beter gaan paragliden, dan zie je meer en vlieg je langer.
Euh, ik dacht dat de Grand Canyon een berg was…
Vanaf een berg kun je sowieso niet bungeejumpen schat. Maar nee dus, het is een hele diepe kloof in Amerika. Vroeger was daar een rivier (die heet de Colorado) en die heeft het landschap helemaal naar beneden uitgesleten. [Ik laat ‘m even wat plaatjes zien]
Jeetje. Hoe zijn die bergen eigenlijk ontstaan dan?
Door aardverschuivingen in de oertijd. En nog steeds verschuiven er delen van de aarde en verandert het landschap heel langzaam…
Oh ja. Dat weet ik allemaal al lang. Oerknal, kaboeffff, Pangea, dinosauriers, meteoriet, enzovoort.
[blij dat hij dat allemaal al weet, hoeven we dat niet meer door te kauwen vandaag]
Heb je nou al gezien hoe Koschka in m’n T-Tower ligt??
Jaja, ik heb ’t gezien. We hebben een echte kaplakat.
Ik maak tot zijn grote tevredenheid even wat foto’s van de bouwwerken inclusief kat.
Fijn mam, dat we het nu even over alles hebben gehad. Mag ik nog eens zien hoe die vliegtuigen in die torens vlogen?
Oh jee… dat had ik al een beetje gevreesd. Ik kan die filmpjes dus niet kijken zonder te huilen. Maar goed, ik offer mijzelf op, het is ook belangrijk dat hij weet wat er gebeurd is en wat 11 september 2001 betekent. Ik vind een herdenkingsfilmpje. Enya zingt “Only time” op de achtergrond. We kijken samen naar de vliegtuigen, de explosies, het instorten van de torens en de enorme ravage erna. Zoon mompelt wel acht keer “Grausam… grausam…” En ja hoor, daar lopen ze. Over mijn wangen…
Alles-KoffiemetpilMam? Huil je??
Ja lieverd… ik kan dit simpelweg niet kijken zonder tranen in mijn ogen, sorry.
Oh dat geeft niet. Zal ik dan maar een kopje koffie voor je maken?

Ik loop even naar boven, op zoek naar de essentie van de hedendaagse levenslessen: een inktwisser. Zoon zet een kop koffie voor me neer. “Mét een stukje chocolade en een happy-pil”, zegt-ie grijnzend. Die happy-pil is een druivensuikerdragée. Wat een lekker jong is het toch ook. Hij wil de koffie proeven en dat mag van mij. Hij is uiteindelijk al tien hè. Na voorzichtig aan de koffie genipt te hebben, scheurt hij naar de wasbak om het uit te spugen en zijn mond te spoelen. Duidelijk genoeg 🙂

Ik heb op mijn computer nog een tab open staan over een boek en een video met de titel “Alles over niets”.  Ik wil het bestellen.
Nondualiteit, een prachtig iets.
Maar vandaag was het niet niets.
Het was alles.
Met mijn alles over alles praten.
Het heeft wel wat op zo’n dag…

En wat doe je dan

…als je met jezelf én anderen overhoop ligt?
Juist. Je gaat op stap. Aan de wandel. ’t Bos in.
Heel even weer merken dat de wereld hier en daar toch best nog wel in orde is.
Ik heb het gemerkt.
Dan weet ik weer, waarom ik hier woon…

OKwereld_5

OKwereld_4

OKwereld_3

OKwereld_2

OKwereld_1

Daarom.

rookoor

In mijn hoofd is het een chaos. Het spookt.rookoor
En als je goed kijkt, zie je ook dat ’t rookt.
Uit m’n oren. En neusgaten.
Waar zijn die twee knullekes gebleven?
Waarom moet zij dat allemaal doorstaan?
Wanneer bak ik morgen nog die twee quiches?
Waarom houdt hij niet zoveel van mij als ik van hem?
Heeft zoon zijn pillen wel genomen?
Wat kan ik eraan doen?
Vandaag weer niet gedaan wat ik wou.
Shit, moet ik die eendenborsten nu nog marineren?
Raar dat je iemand zo lang niet kunt vergeten.
Even een receptje zoeken.
Waarom heb ik zijn verjaardag dan ook vergeten?
Ik verwaarloos mensen die me dierbaar zijn…
Ik heb zo’n gruwelijke zin in een glas wijn.
Waarom slaapt hij wel en ik niet?
Ik simpele ziel. Waarom denk ik in kronkels?
Komt het terug? Genezen maar toch niet?
Ik wil meer dan dit. Veel meer.
Had ik die rekeningen nou op de post gedaan?
Waarom deed hij dat? Waar zijn ze nu?
Waarom ben ik ineens uit de gratie…
Ik moet nog wat lampen inpakken, bijna vergeten.
Toch fijn, die wijn. Verdooft mijn zijn.
Maakt alle grote ellende voor even heel klein.
Led Zeppelin en Muse ook.
Rot rookoor…

maandowns

Het is elke keer opnieuw moeilijk te beschrijven. De neerslachtigheid die zich zo eens per maand van mij meester maakt. Zo zat je nog vol energie, ging je met alle elan te werk, pakte je alles aan. En zo heb je nergens zin meer in. Wordt de schakelaar omgegooid. Denk je de hele dag “pffffffffff waarom zou ik nog…” Intens moe. Down. Huilerig.

Het geluk is dat ik momenteel heel erg druk ben, ik móet wel door. Ik moet zoveel doen, aan zoveel dingen denken, zoveel klussen in de tuin die gewoon niet kúnnen wachten en nu moeten gebeuren, dat ik simpelweg doorga. Door met functioneren. Niet denken maar doen. Van rekeningen schrijven tot gras verticuteren, van brieven schrijven tot plantenbakken beplanten,  van presentaties bijwerken tot pannenkoeken bakken, van ouderavonden tot voetbaltrainerszittingen.

Gewoon doen. Gewoon gaan. Maar ondertussen takel ik af. Voel me mat en lusteloos. Standaard anderhalve kilo erbij waarvan ik weet dat het allemaal vocht is maar desalniettemin belanden mijn dieetpogingen meteen weer in de prullenbak en is mijn moeizaam opgebouwde discipline weer vervluchtigd. Foetsie. Ik maak meer fouten dan nodig en ben sneller geïrriteerd dan een krolse kat.

Het liefst zou ik me dan een stuk in mijn kraag zuipen om alles fijn te verdoven. Maar aan stukken in kragen zuipen doen we niet meer tegenwoordig… Morgen eerst maar weer een rondje nordic walken of fietsen of powerplaten.  Dat werkt dan toch beter. En overmorgen ziet de wereld er alweer heel anders uit. Zeker en vast…

Vrijblijvend

vrijgevangenhart

bron: pixabay (59593)

Kon niet anders
Moest zo zijn
Was gewoon goed
Voelde toch fijn.

Alles overboord
soms zo erg nodig
even wereldloos
Taal overbodig

Stil, beide ervan
schaars ’t moment.
Ogen die spreken.
In ons element.

Zo lang geleden
Gevangen het hart
Zal altijd blijven
en eeuwig verward.

Ieder een weg, na
gestolen seconden
een opleving door
armen die vonden.

Stil zal ik blijven,
schuchter maar blij
In mijn chaoshoofd
Laat ik jou vrij

.

(c) Lou

must have been love

but it’s over now…

de troela van Roxette krakeelt op de radio. Ik word er keer op keer so sad van, van dat liedje. Must’ve been good, but I lost it somehow. Niet eens zeker weten of het ook echt goed was, maar het zal allemaal wel zo geweest zijn. Dat onbestemde gevoel, dat ken ik. Niet weten hoe je verder moet. Aan de tafel zitten, erop los rammen op je afgesleten, glimmende, gore toetsenbord. Ik zie de restjes erwtensoep nog zitten. Moet ik nog schoonmaken. Weten wat je allemaal nog moet doen en hoe lang je lijst van urgente zaken is maar gewoon niet op kunnen staan om er aan te beginnen. Star blijven zitten. Verder typen. Beetje in het niets staren en nadenken over wat je nou éigenlijk het liefste wil, wat je in vredesnaam met dit hele leven aan moet. Wat dóe ik hier?

Van Roxette in één ruk door naar de vragen over de zin van het leven. Kan ik. Marie F. is inmiddels klaar met haar liedje en een vrouw op de radio heeft een Skoda Octavia gewonnen. Ze is helemaal in de zevende hemel. Een áuto! Ze kan bijna niet stoppen met jubelen. Ik  had liever wereldvrede gewonnen. Of een kop koffie die eindelijk weer smaakt.

It must have been love.
Is it really over now?
Nee, is het niet.
Ik proef het alleen momenteel allemaal even niet meer.
Ja, bitter. Dat wel.
Mijn liefdespapillen zijn stuk.
Allemaal.
Stuk voor stuk.
Stuk.

Blèh.
Gore smaak in m’n mond.

.

papillen

Zijlijn

Soms zouden mensen me zo graag door elkaar willen schudden. zijlijn
Me er bij de oren bij willen sleuren.
Soms tegen me willen schreeuwen.
Kijk eens wie er allemaal voor je zijn!!
Maar diegenen weten zelf ook dat dat zo niet werkt.
Ze hebben vaak genoeg tegen zichzelf geschreeuwd…

Dit is een strijd die zelf gestreden moet worden.
In de diepten van zo’n hart is het plan al klaar.
Nu de uitvoering nog, het moeilijkste van alles.
Maar ze staan aan de zijlijn om aan te moedigen.
Om op te peppen, te verzorgen en te helpen.
En ja, ik weet dat ook jíj daar niet alleen staat…

Dat weet ik heel goed.

❤ ❤ ❤

.

.

(NB: oorspronkelijk geschreven door Hella (april71 – hier op wp), ik heb de tekst enkel een beetje omgedraaid… dat jullie dat even weten).

Insulinzichten

insuline is een maf goedje. Aangezien ik er door meerdere mensen op gewezen werd, dat ik wel eens diabetes zou kunnen hebben (ik had – heb – er vrijwel alle symptomen van), heb ik een uitgebreid gezondheidsonderzoek (met bloed-, urine- en weet ik veel wat voor andere metingen allemaal) laten doen. Vandaag kreeg ik de uitslag en had een lang gesprek met de onderzoekende arts. Ik plemp dit geheel maar even in een blog, dan is gelijk de hele wereld weer op de hoogte.

Samengevat: ik ben gezond. Lichamelijk dan. Mens sana in corpore sano gaat momenteel nog niet zo op voor mij. Dat mens hè, dat mens… Mijn bloedwaardes waren allemaal OK (nou ja, ik heb een ietwat hoog cholesterolgehalte, daar moet ik wel een beetje aan werken maar de rest was top). Bloeddruk (“een schitterend gemiddelde”), hartslag (“van een topsporter”), urine (“primadeluxe”, m.a.w. je zou ’t kunnen drinken), huid (“een blanco blaadje”). De hormonomononen weet ik nog niet, dat onderzoek volgt eind februari.

Wáárom ben ik dan te dik? Waarom val ik niet af terwijl ik steeds opnieuw weer zó mijn best doe? Daar kwamen de ‘nieuwetijdse’ inzichten van de dokter om de hoek. Ik heb volgens hem nog de eetgewoontes en -patronen van de oude garde in mijn hoofd. Meerdere kleine maaltijden op een dag om het bloedsuiker en de insulineproductie constant te houden, geen pieken en dalen.  Dat idee is op zich oké, als je een normaal gewicht hebt, gezond bent en verder niet hoeft af te vallen.

Door steeds kleine maaltijden te eten (en te snoepen en teveel alcohol te drinken *kuch*) blijft de insulineafgifte hoog. Insuline wordt ook wel het “mesthormoon” genoemd: het zorgt ervoor dat suikers uit het bloed opgenomen en in vet opgeslagen worden (tenzij ze á là minute door (top)sport verbrand worden, wat bij de normale mens echter zelden gebeurt). Even kort door de bocht bekeken mest het je dus, bij constant hoge levels, vet. Daarnaast zorgen snelle koolhydraten (witmeelproducten, suikers, fruit) ervoor dat de bloedsuikerspiegel heel snel stijgt/piekt, kort daarna schiet de insuline de hoogte in. Na een tijdje daalt het bloedsuiker ook weer abrupt, de insuline werkt nog door. Gevolg: tijdelijke hypoglykemie, een té laag bloedsuiker, waardoor je je weer slecht voelt en in ’t meest rotte geval vreetbuien krijgt (oh bliss… herkenning). Insulinepeil

Dat laatste, van die pieken en dalen, wist ik al. Het eerste, dat je beter niet 5-6 kleine maaltijden moet eten maar 3 hoofdmaaltijden met 4-6 uur NIKS eten daartussen, niet.  En fruit ’s ochtends bij het ontbijt (dat at ik dus tot nu toe) is helemáál slecht volgens de dokter, omdat het eerste wat je dan op de vroege ochtend al krijgt, een insulinepiek is. Gefeliciteerd. Het geluk slaat dan in de loop van de ochtend om in gigantische honger (klopt!) waardoor je er nog een tweede ontbijt achteraan gooit (ik althans, ik stierf om een uur of tien inderdaad van de honger, misselijk, slap). Dus het optimale stramien zou zijn:

– om een uur of 7 á half 8 ontbijten met veel eiwit (yoghurt/ei/vlees/kaas), volkoren brood, koffie met melk (voor mij dan alle melkproducten in de niet-koe-variant).  No problem. Kan ik.
Tussendoor: enkel kalorievrij drinken. Koffie is geen probleem, als ’t maar zonder melk/suiker is. OK, toegegeven, dit wordt moeilijk. Maar ik heb ’t vandaag al volgehouden…
– rond een uur of 12 warm eten. Het liefst ‘s-middags warm want ‘s-avonds zijn warme maaltijden o.h.a. te zwaar en zou men juist zo min mogelijk koolhydraten moeten eten. Dus ‘s-middags een fatsoenlijke maaltijd van vlees/vis/kip whatever, groenten (minstens 300g) en aardappels/(volkoren) pasta/rijst/etc. Daarna rustig nog een kop koffie met melk, wat fruit (liever niet maar als je fruit wil, dan nu) en een bak yoghurt of een volkoren koekje. Tot maximaal 13 uur eten.  Ook geen probleem, lijkt me.
Tussendoor: zie hierboven. Moeilijk moeilijk moeilijk.
– rond 17/18h: avondmaaltijd. Eiwitten, groente. Groentesoep met kip bijvoorbeeld. Komkommer met kaas. Zulke dingen. In ieder geval geen brood/aardappels/pasta oid meer. Ook dit vind ik behoorlijk lastig, ik heb vooral ’s avonds zo’n zin in brood…
Rond een uur of 20-21 is volgens meneer de arts een glaasje wijn toegestaan. Eéntje.  Dat wordt dan redelijk snel afgebroken en dan ga je de nacht in, stabiliseert de boel en zou je ’s ochtends weer gereset zijn.

Daarnaast moet een mens om de dag een half uur conditiesport (intensieve beweging) doen, het liefst voor ’t ontbijt aangezien dan de insulinelevels het allerlaagst zijn. Jeumig, dat wordt moeilijk. De beweging op zich niet, maar om half 7 al aan een sporthalfuurtje beginnen wel. Dan zou ik theoretisch om 6am op moeten staan, gelijk op de fiets/loopband springen, de kinderen de deur uitwerken en dan keizerlijk ontbijten. Moet ook te doen zijn, maar ik ken mij… Dat hou ik welgeteld 2 dagen vol.

En dan het weekend. Dan slaap ik tot half 9, kom om half 10 m’n bed uit met een berehonger. Ontbijten tot half 11.  Dan kan ik alles tot aan het avondeten vergeten vanwege die 4-6 uur. Lastig lastig.

Nou ja. Ik ga het maar weer eens proberen. Ergens moet ik toch op de één of andere manier wel af kunnen vallen, toch… Man schamperde vanochtend al: “Je bent in de veertig, wat wil je nou nog?? Als je NU niet nog één keer drastisch afvalt, ga je zo [zoals je nu bent – Red.] de kist in.”
Okéééééé dan…

Poging 286 wordt gestart. Als ook deze poging mislukt, ga ik die kist bestellen.
In XXL.

.

.

(ik heb trouwens net ontdekt dat dat streepje tussen ‘s-morgens en ‘s-avonds e.d. tegenwoordig niet meer mag. Het is dus ’s morgens. Ik vind dat raar staan, maar goed, so be it. Weer wat geleerd. Nu nog leren afvallen…)

zo’n dag

Het is alweer zo’n dag. Zo’n dag waarop ik niks doe. Waarop ik niks fatsoenlijks uit mijn vingers krijg en me in ieder opzicht te lamlendig voel om iets zinnigs te doen. De buikgriep van de kinderen schijnt verdulleme nu ook op mij zijn weerslag te hebben maar ik zal u verdere details hieromtrent besparen. Ik hoor de verstandige hordes om mij heen al roepen: “heel goed, een dagje niks, je hebt je al twee dagen veel te veel uitgesloofd met al die opruimerij, een dagje rust is dan hoognodig. Kijk maar. Je lichaam geeft je nu de grenzen aan.”

Jaajaaajaaa… Ik weet dat natuurlijk ook wel. Maar zo’n dagje niksen maakt van mij een uiterst miserabel persoon. Ik voel me dan een nietsnut en ik weet dat ik er zelfs daadwerkelijk zoeentje ben. Met huis uitmesten ben ik voor zover wel klaar, nu is het wachten op Ikea. Zoals u misschien weet ben ik een Ikea-freak bij uitstek. Ik heb vandaag mijn bestelling via de mail aan ikea@ikea.com gestuurd (stomme shop werkte niet) en had binnen 5 minuten een bestelbevestiging én een persoonlijke mail van ‘Brenda’ (nee, niet Anna)’  met excuses en info terug. Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat ze mij kennen daar… De boel wordt over een week of 2,5 geleverd. Tot die tijd mag ik dus ‘niksen’.
Ik háát niksen…

Mijn frustraties zijn evident: zelfs de kinderen moeten ’t ontzien. Dochter is er eentje van “heeft u bloed onder de nagels? ik help!” en zat tegenover me te klieren. Buurmeisje zat ernaast, wilde eigenlijk graag met haar spelen.
Dochter:
….“Maar ik weet niet wát ik wil spelen. En ik wil nog naar D. [buurjongetje] maar dat kan niet zolang M. [buurmeisje] hier is. Mag ik dan echt niet TV kijken? Alles is saai hier. [nadruk op alles] Ik wil wel verstoppertje spelen. Maar met zijn tweeën is dat niet leuk. Dat gaat écht niet. Wat moet ik dán spelen dan?” – enzovoort. Op dramaaaaatische toon. Vanzelfsprekend.
Daarbij zit ze tegenover me aan tafel, voeten erboven op, kijkt me uitdagend aan en negeert buurmeisje M. die er wat verbouwereerd naast zit te koekeloeren.
Daarop dus mijn antwoord:
….“Ten eerste is het absoluut ONaardig van jou om M. via je D.-smoes naar huis te sturen. M. kwam hier spelen en dat vond jij goed. Dan zoek samen iets wat je kunt doen en wat jullie allebei leuk vinden [waarna ik nog 8 opties aan leuke dingen opgerateld heb]. Ten tweede heb je bérgen met speelgoed, spelletjes, een Barbiekasteel, een Barbiehuis, tonnen Pollypocketprut en anderhalve meter leuke boeken EN een echte lees-en-lounge-bank op je kamer. Als JIJ niet weet wat je daarmee moet, prima. Over 3 weken is de halfjaarlijkse vlooien- cq. ruilmarkt op school, dan verkoop ik de hele pruttel. Weg ermee. Jij hebt het blijkbaar niet meer nodig want je speelt er nooit mee.”
Waarop ze niet wist hoe snel ze met M. naar boven moest komen om te gaan spelen. Mooi zo. Dat ook weer opgeruimd.

Ondertussen zie ik best ál die dingen die ik nog wilde doen. Ik weet zat klusjes en werk wat hoognodig moet gebeuren. Maar ik krijg mezelf zover om ze te doen. Ik ben vandaag intens moe. En lamlendig. En een beetje verdrietig. En geirriteerd. (Nee. Het is niet DIE tijd van de maand. Nee.) Ik wil dus blijkbaar ook niks spelen. En ik heb óók bérgen met speeltjes, spelletjes, een levensgroot kasteelhuis, een speelkeuken en wel 10 meter boeken (en een Kindle). Ik ga maar ‘ns op zoek naar een fatsoenlijke loungebank. Want op deze kan ik niet zitten, ik old wief. En als ik met de rest van mijn speledingetjes partout niet wil spelen, moeten we die dan ook maar verkopen…

Zo’n dag dus.

Kast

De kast is laag vandaag. Werd me daarstraks verteld. Kan kloppen. Ik zou ’t niet weten: ik zit er sowieso altijd op. Ik wóón op die kast, you know… Ik kom er ook zelden vanaf. Prima plek, van daaruit kun je alles meteen overzien en de nodige omgevingsobjecten even toejubelen, mocht dat nodig zijn.

Nee gekheid. Ik woon helemaal niet op een kast. Olifanten passen niet op kasten. En ik spring er ook niet steeds op, kan ik niet eens (kloteknie). Eigenlijk ben ik zelfs redelijk relaxed momenteel (wat wil je hè, met zo’n hoofd, gheheh). De grootste stressdingen voor nu even achter de rug. Ikzelf, die langzaamaan beter wordt. De zorgen niet minder, de irritaties ook absoluut niet, maar dat is OK. Dat hoort er blijkbaar bij. Will deal with that later.

Ik heb een nieuw elektronisch speledingetje (een tweede foon, het tegendeel van mijn Note: een Mini. Schattig dingske) dus ikkast ben een happy chick. Man heeft zelfs een heleboel nieuwe elektronische speledingetjes: een geluidsinstallatie (die die idioot van de bezorgdienst gewoon pontificaal voor de deur in de sneeuwdrab zette toen ik niet thuis was: theoretisch kunnen we nu dus zeggen dat we het ding nooit gekregen hebben want een handtekening voor de ontvangstbevestiging heeft-ie niet en  misschien heeft iemand ‘m wel meegenomen in de tijd dat ik weg was, weet hij veel. En ik heb ook uitdrukkelijk gezegd dat ik dat NIET WIL!!) (Oh jah. De kast), twee gigantische boxen (dik 20 kilo per stuk…) die ook nog in MIJN woonkamer moeten komen te staan, een hoop kabelprut met blingblingstekkertjes en twee kleinere pakketjes. Geen idee wat daar in zit en ik geloof dat ik ’t ook niet wil weten ook. Maar ik mag lijen dat man nu dan ook echt happy is. In ieder geval is dit één van zijn uitingen van een vette midlife crisis. Volgens mij dan. De één doet een nieuwe sportwagen op, de andere vist een bloedjong skoon wieveke uit ’t net en die van mij gaat met vol geweld voor de subwooferboostermegasounds. Niet dat hij voorheen nou zoveel muziek luisterde, neuhhh joh!! Maar goed, wat niet is, kan nog komen.

Je hoort mij niet klagen. Liever dit dan dat skoone wieveke. Alhoewel… het één sluit het ander niet uit natuurlijk… hmmm. Niet over nadenken. Wat niet weet, wat niet deert enzo… Ik kan me lang opwinden over de noodzakelijkheid van zo’n installatie, maar dat houdt die verhipte kast niet uit.

En dan moeten we ook nog een nieuwe kast.

come back to me

Langzaam verdwijnt het.
Het doffe, neergeslagen gevoel.
De watten tussen mijn hersencellen.
De snerpende pijn bij mijn slapen.
De zweepslag in mijn nekspieren.
De rotte vergeetachtigheid.

Langzaam komt ’t terug.
Die lichte scherpte en humor.
Het langer kunnen kijken naar.
Het broodnodige denkvermogen.
Het actieve herinneren van.
Het betere reactievermogen.

Please come back to me…
I never meant to hurt you…
Don’t leave me forever
I am so lost without you.
Take your time out,
Take whatever you need.
Go back to black for now,
But in the end you will
Come back to me.

Dearest brain…

Woorden

Eigenlijk is ’t maf. Ik produceer hier dingen waarvan je zou kunnen gaan denken dat ik een borderliner ben. De ene dag ben ik überhappy, de andere diepdepressief. Zo lijkt ’t althans. Dat kunnen woorden doen. Platte tekst. Ik heb een off-day, ben sjaggie en verdrietig en melancholisch, heb even nergens zin in en blijf wat stilletjes onzin produceren. Ik zit met dingen waar ik zelf uit moet komen of zelf wat aan moet doen. Ik schrijf een blog en dat lijkt dan al gauw op een persoonlijke wereldondergang. Zou je me op straat tegen komen en vragen hoe ’t gaat, zou ik zeggen: “och… gaat wel hoor.” Vraag je door, krijg je een paar dingen van die berg hommeles die ik gisteren opsomde maar ook lang niet alles, vermoed ik.

Zaterdag was een heel mooie dag, ik heb bewust genoten van een heel aantal dingen en dat gedaan waar ik zin in had. In je achterhoofd spoken wel al de dingen rond die je bezig houden en verdrietig maken maar ze worden toch heel even zachtjes wat op de achtergrond gedrukt. Gisteren was het andersom. Alles drong zich op de voorgrond, niks meer om blij van te worden. Zo leek het. En dat weerspiegel ik. Vanochtend had ik een ochtendhumeur maatje kilimanjaro. Dat werd in de loop van de ochtend wel beter, er kwam weer wat humor tot leven. Tot vanmiddag. Weer een noodlottig bericht. Verdriet, angst, schrik bij één van mijn allerliefste vriendinnen. Dat hakt er dan weer in. Lieverd, ik denk aan jullie. De hele tijd. Heel, heel onnoemelijk veel sterkte. Ik duim me suf. Moet goed komen. Moet gewoon. Hearts will mend… literally. ❤

En toch. Toch  zijn het maar woorden… Woorden op één of ander display (ik ga er maar even van uit dat niemand mijn blogs gaat zitten uitprinten. Dat zou wel heel erg veel eer zijn…) Er zit zó veel meer achter. Gevoel. Hoop. Liefde Wanhoop. Medeleven. Woorden zijn heel fijne dingen. Maar soms zeggen ze veel te veel, staan ze bol van iets wat in werkelijkheid helemaal niet zo prominent is. En soms zeggen ze juist zo weinig dat een ander er zelf van alles in gaat lezen. Of ontbreken ze compleet en is juist die stilte oorverdovend en maakt dat je intens verdrietig.

Ik wou dat woorden voelbaar waren.
Gevoeld zoals ze waren bedoeld.
Geïnterpreteerd zoals beweerd.
Meer dan enkel die korte sensatie in je oor of dat beeld op je netvlies.
Ik wou dat ik er zoveel meer in kon leggen dan nu het geval is.
Altijd maar “komt goed” mompelen schiet ergens ook niet op…

Zelluf doen

Dat liedje van Rita Hovink galmt de hele dag al door m’n hoofd.
Je weet wel, dat van:
Laat me alleen, alleen met al m’n verdrietzellufdoen
’t Is beter dat ik nu geen mensen zie
Niemand, niemand, niemand die me troosten kan
Ik verloor m’n toekomst en m’n doel
Laat me alleen, alleen met al m’n verdriet
Een glimlach, dat wordt pure parodie
Iemand, iemand, iemand die gelukkig was
En verloor, begrijpt wat ik nu voel
bladiebla-huiljammer-lalala enzovoort.

Nou, zó erg is ’t dus niet 😛

Maar die eerste twee zinnen treffen ’t wel aardig. Laat me nou maar effe alleen. Láát me gewoon maar even. Ik heb geen toekomst of andere essentiële dingen verloren (absoluut niet) en m’n doel al ook niet. Ik had eigenlijk nog nooit echt een doel dus dan kan ik dat ook niet verliezen, toch? Ik weet ook heel, héél goed dat ik heel, héél veel lieve mensen om me heen heb die me allemaal willen helpen én troosten én knuffelen. En dat is ook superlief maar dat kan gewoon niet: a) omdat het niet eens zo zeer MIJN verdriet is waar ik mee zit, b) omdat het praktisch gewoon niet kán (ik moet er zelf mee dealen en de afstand is simpelweg te groot om te knuffelen, jullie wonen allemaal te ver weg!) en c) omdat men met dit soort dingen gewoon niet kán helpen.

Even een impressie van al die dingen:  Specifieke zorgen om de kinderen, groot verdriet van mijn allerliefste naasten, gemis, werkproblemen (peanuts though), mobbing-issues/gewelddadigheid op school waar ik me als klassenoudervertegenwoordigster én als moeder helaas intensief bezig moet houden, faalgevoelens, pijn (letterlijk), ontglippingssensaties (whoeiii), algehele stress en bij tijden alles verpletterende teneergeslagenheid en moeheid.

Dat laatste heeft voor het overgrote deel te maken met de winter, neem ik gemakshalve aan. Ik ben gek op sneeuw en winterse kou maar ik heb nu toch duidelijk last van winterdepressieve gevoelens. Ik slik wel vitamines (D en B enzo) en af en toe wat Sint-Janskruid maar echt helpen doet dat niet. Doorgaan dus maar. Ik heb een waslijst van (relatief grote dingen) die ik allemaal ‘moet’ en van dat vele moeten word ik ook weer moe. Heb ik ook al eens over geschreven geloof ik. Wat me momenteel heel erg bezig houdt is dat schoolgedoe. Tienjarige kinderen die door klasgenootjes in elkaar getrapt worden op ’t schoolplein, kopstoten, volledige respectloosheid naar elkaar én naar de leerkracht (“hé ouwe, waar bemoei je je mee”…), mobbing, scheldpartijen, notoir uitsluiten. Discussies voeren met ouders die de noodzaak van noodzakelijk optreden niet inzien of zelfs botweg niet geloven dat hun kind ‘dat’ doet (wat toch echt het geval is). Gesprekken met de leerkracht. Moeilijke gesprekken. En dit is dan nog maar de basisschool… Op de ‘middelbare’ school (hier is dat vanaf volgend jaar, na 4 jaar basisschool dus) gaat het er tien keer erger aan toe, heb ik al uitgebreid te horen gekregen. Fijn, ik verheug me er op :’-( Vanavond dus weer een hele avond vol e-mails en telefoontjes waar een mens nou niet bepaald vrolijker van wordt.

Dan zoon die vandaag weliswaar een geweldig cijfer voor Aardrijkskunde/Geschiedenis (hier een gecombineerd schoolvak, hij had een “1”, dat staat hier gelijk aan het cijfer 9 of 10) naar huis bracht (mensch, was ik me een potje trots! Háh!!! Heeft al ons moeizaam, langdurig en intensief samen leren daadwerkelijk vruchten afgeworpen – dit was zooooo goed en zoooo nodig voor hem!!) maar volgende week opnieuw de diagnoseprocedure in gaat voor zijn ADHD/dyslectie/dysgrammatisme/geheugenstoornis/hypermobiliteit etc. etc. omdat hij anders volgend schooljaar toch in een ‘normale’ klas zou kunnen komen en dat gaat ‘m helaas niet worden… Hij is er nu al bang voor 😦 (niet voor de diagnose maar voor een mogelijk falen op de navolgende school).

M’n liefste zus die momenteel zo verdrietig is en samen met m’n nichtjes opnieuw een flinke portie levensherinrichting moet behappen. Ik doe m’n stinkende best om haar op te vrolijken en gelukkig lukt dat bij tijden ook aardig (heb haar net even aan ’t lachen kunnen maken – ghehhh!! :-P) maar toch is het schrijnend, moeilijk, verdrietig en zit ik hier op zo’n Oostenrijkse hobbel zonder dat ik echt wat kan doen of zelfs maar gewoon een knuffel geven. Haar verdriet is simpelweg ook mijn verdriet… Love you, sweet sis!!!

Het gevoel dat ik ook bepaalde mensen ‘verloren’ heb of dat ze in ieder geval langzaam maar zeker uit mijn leven verdwijnen, om wat voor reden dan ook. Ik hou er niet van om geliefde mensen ineens weg te zien lopen, om genegenheid te zien verwateren, om de indruk te krijgen dat je éigenlijk niet langer meer nodig bent. Maar ook dat is in principe een heel normaal proces. Mensen komen zomaar in je leven en stappen er even plotseling weer uit. Net twitterfollowers of facebookvrienden. Ineens, zonder dat je de echte reden kent, zijn ze verdwenen. Floep. Dag vriend(in), zwaai zwaai, het ga je goed… Het mag dan normaal zijn, ik word er toch een beetje neerslachtig van. Ik weet dat ik ’t niet moet doen maar ik ga me dan dus afvragen wat ik fout gedaan of gezegd heb. Niet doen…

En dan die rotpijn die maar niet weggaat. Soms wat minder wordt maar nooit voor lang. Rug. Nek. Hoofd. Knie. Ik ken de oorzaak wel hoor, niks engs of chronisch aan, maar het maakt dat ik me een oud wief voel. Ik sport des te meer, in de hoop ooit weer ‘fit’ te worden (het ‘slank’ heb ik inmiddels bíjna alweer opgegeven, ik moet na 41 jaar vaststellen dat ik niet voor slank in de wieg gelegd ben maar ik was ’t zó graag geweest hè. In mijn hoofd ben ik een slank mens maar mijn lichaam werkt niet mee.  Maar dan moet je ook niet een hele doos kersenbonbons in een moment van verstandsverbijstering naar binnen werken. Nou ja. Dan maar fit & fat ofzo…). En dan zijn er nog een aantal dingen die ik hier niet kan en niet wil noemen of vertellen. Te privé, dus gewoon niet.

Pijn. Verdriet. Zorgen.
Verliezen. Stress. Faalangst.
Afvalsores. Verlatingsangst.
Nog meer verdriet. Frustratie.
Dat.
Dus.
Niks onoverkomelijks.
Er zijn ergere dingen in de wereld.
Véél ergere dingen.
Zelfs in mijn directe omgeving.
Dus.

Laat mij daarom maar fijn sudderen. Ik zal dan ook gewoon doorgaan met repareren, werken, vrolijk worden, liefhebben, ontzorgen, ontstressen, minder vreten en meer sporten.  Beloofd.  En OOIT (wat een stom woord) komt alles GOED (wat een mooi woord).
Goed?

Maar laat me nu maar even.
Ik moet het toch zelluf doen.

Life is a beautiful balance of holding on and letting go.

Ik ook van jullie.

XXX

.

(tjeejjzus, nu ik ‘m gepubliceerd heb, zie ik pas wat voor rotlap tekst dit is. Nou ja. Sorry daarvoor.)

technisch stuk verdriet

Vooraf: dit is een lang, lichtelijk technisch getint, saai blog.
Een blog ter verwerking van mijn eigen frustraties.

Dat u dat even weet. U bent gewaarschuwd.
.
Eergisteren. Avond. Handen in ’t haar.

Het was zover, ik had het weer voor elkaar. Een beetje teveel prutsen en voilá: laptop staakte. Ik had een nogal irriterend programma namens DownTango (mensen, installeer dit nooit, het maakt van je laptop een slak en je krijgt ’t nooit meer weg) gedeïnstalleerd en braaf ook alle “traces” gewist. Even herstarten. Dacht ik. Een pop-up van Firefox: de ge-update add-ons worden nu bijgewerkt. En dat crashte. Total freeze. Harde reset, opnieuw starten. No luck. Na ca. drie kwartier was ongeveer de helft opgestart. Nog een keer een harde reset, nu in de beveiligde modus (“abgesicherter Modus” heet dat hier). Daarmee kon ik er gelukkig nog in dus als de sodeju zoveel mogelijk gecopiëerd naar de externe harde schijf, een boot-CD gemaakt en m’n mails en bookmarks in een backup gepropt. Dat ging nog. En toen was het 1AM en ben ik met een zorgenvol hart gaan slapen. Slecht geslapen natuurlijk want Lou zonder Laptop is maar een halve Lou. Een “ou” zullen we maar zeggen…

De volgende ochtend, zondag, vol goede moed het ding toch nog een keer opgestart. To no avail. Het duurde eeuwig, de helft werd niet geladen, alle browsers, emailprogramma’s en m’n agenda deden uit alle macht alsof ze er niet waren. In de beveiligde modus nog wat gegoogeld maar de enige “oplossing” die aangedragen werd was om het systeem opnieuw te installeren resp. terug naar de fabrieksinstellingen. Joepie, daar had ik nou écht zin in…

Gelukkig voor mij had ik eind december een backup (image) gemaakt. Dat doe ik wel vaker, háh! Dus laatste lapmiddel: image technischverdrietterugzetten. Met bonkend hart harde schijf aangesloten. Boot-CD erin en restoren maar. Térgend langzaam want ja, computer- en fotofreak die ik ben, is mijn minischijfje van 500GB toch al tot bijna viervijfde gevuld (rekent u maar uit) en dat moest allemaal terug… Maar het liep. Tot ca. eenderde, toen ineens alarm. “Error reading file. Recovery failed. Abort”. Aaaaarrghhhh!!! Was m’n image nou ook nog kapot? Of nog erger, de hele (nota bene nieuwe) externe harde schijf?? Ding dichtgeklapt en naar schoonzus gegaan voor koffie en logerend kind ophalen. Eenmaal weer thuis tegen beter weten in toch nog een keer geprobeerd. En hij ging… en ging… en ging door… en jaaaaaaa de slingers mochten uit: “Recovery succesful. Please restart”

Mén wat was ik opgelucht. Alles deed ’t weer, weliswaar met een stand van 3 weken geleden but who cares. De rest zet ik dan wel weer terug. Van pure ontlading kreeg ik schitteringen in mijn ogen. Shit. De aura, here we go. Dat is een soort flikkerende halve cirkel in m’n blikveld die steeds groter wordt en als-ie weg is, komt uiterlijk een half uur later de knallende hoofdpijn. Migraine… gelijk twee advils erin gegooid, word je lekker duf van. Laptop dichtgedaan, op de bank gaan liggen en beetje met m’n foon klooien. Even een nieuwe, volle batterij erin (ik heb er nl. drie en die, die erin zat, was een hele slechte die na een paar uur leeg is). Startknop: deaud. Wilde niet meer. Diepe zucht. Nog een keer drukken. Nog een keer. M’n hart klopte alweer sneller. Ineens kwam er een mega Androidpoppetje op het display en een gele gevarendriehoek met uitroepteken en iets van “als u nu uw telefoon niet herstart, wordt de custom firmware gedownload. Dit kan gepaard gaan met een verlies van uw data” (in het engels dus). Ik drukte als een bezetene op de uitknop maar bij de eerste druk stond er al gelijk: “DOWNLOADING – do not turn off device!!!” (zo dus hè…). En ik wist inmiddels uit ervaring dat als ik iets uitzet wat op dat moment nieuwe software downloadt (en installeert), dat heel erg verkeerd uit kan pakken dus ik legde ’t ding maar op tafel en wachtte af wat er zou gebeuren…

Ik pakte in de tussentijd maar m’n iPhone met de intentie om op WhatsApp cq. facebook mijn frustraties te uiten en te vragen of iemand dit misschien kende. Facebook is kolerelangzaam op die foon dus dan maar WhatsApp gestart: “deze versie van WhatsApp is verouderd, laadt u de update s.v.p” (o.i.d.). OK… naar de appstore. Whatsapp aangeklikt. “deze versie van Whatsapp vereist iOS 4.3 of hoger.” OK… iOS 4.3 gezocht. “deze iPhone is niet compatibel met iOS4.3” Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaarghhhh. Hear me scream. Ik wéét dat ik een ouwetje heb (een 3G) maar dat de boel dan gewoon niet meer werkt? Lang leve apple – NOT!!! Het ding is dus gewoon antiek en nu eigenlijk gereduceerd tot een simpele 1G-telefoon. Weg ermee…

Op mijn Nissan Note stond nog steeds Mr. Android te schitteren dus ben ik met m’n duffe kop maar gaan googelen op mijn – weer werkende, jippiejaajeee!!! – laptop. Op de expertenfora kreeg ik vanzelfsprekend antwoord: die Downloading-do-not-turn-off-message kon je dus negeren, dat is om je foon te flashen maar als je niks flasht, ruk je gewoon de batterij eruit en start je opnieuw. OK dan… met trillende vingers en het adrenalinelevel van Robbie Williams in concert haalde ik de batterij eruit, even wachten, er weer in, herstarten. En oohhhh bliss…. hij deed het. Alles back to normal. Behalve mijn adrenalinelevel dan, dat duurde nog even.

Toen heb ik alles in de hoek geflikkerd, ben lekker lang en heet gaan douchen en m’n bed in gedoken.

Ik en moderne techniek gingen dit weekend duidelijk NIET niet samen.

*iets met foute stand der planeten mompelt*

De wereld in drie vragen

Snelsnellersnelst moet alles gaan. En zijn. Snel uitgelegd en snel te begrijpen. Sneller te consumeren en snel nog even boodschappen doen. Snel bestellen en snelst op de plaats van bestemming. Zoals het eruit ziet zijn we met z’n allen eigenlijk  continu gestresst, lopen voortdurend kans op een burn-out en zijn voor de processen waarin we werken en leven absoluut en altijd überrelevant en onmisbaar (of we moeten van onszelf i.i.g. continu de indruk wekken dat we op ’t randje van het overspannen zijn staan want stel je voor dat dat niet zo zou zijn, dan waren we misschien wel zoiets ergs als onbelangrijk of zelfs – nog erginformatieer – vervangbaar…).

Nog nét op het nippertje halen we al die vréselijk belangrijke afspraken, zijn we – mede dankzij sociale media en moderne techniek – overal tegelijk en altijd bereikbaar en bewijzen we onszelf keer op keer opnieuw dat we ook echt die maximaal geïnformeerde, best opgeleide mensen zijn en wiens mening er ook werkelijk iets toe doet. De wereld draait om informatie. Informatie komt van het Latijnse “informare”: scholen, vormgeven, uitleggen, oftewel informeren. En dat draait enkel en alleen om de overdracht van materie, in welke vorm dan ook.

Het lullige is echter, dat duidelijke informatie m.b.t. bijvoorbeeld de volgens de maanstandskalender optimale dagen om je haren te wassen veel makkelijker te vinden is dan zoiets als objectieve en overzichtelijke info over alle crises die we heden ten dage doormaken. Eurocrisis, regeringscrisis, rechtspraakscrisis, milieucrisis, stilletochtencrisis, middenlevenscrisis, iedereen heeft wel iets van een expertenmening om rond te blaten over één of andere crisis. En als je dan voor een gefundeerde EIGEN mening alle argumenten van alle experts even door wilt spitten en het totaal aan opvattingen en informatie af wilt wegen, duurt dat wel zó gruwelijk lang dat die desbetreffende crisis al langggg weer voorbij is (of de wereld is inmiddels daadwerkelijk vergaan, dat kan natuurlijk ook).

Het zou zo gemakkelijk zijn als al het wetenswaardige, alles wat je nodig hebt om ergens snel (snelst!) geïnformeerd over mee te kunnen kletsen, in no time te lezen was in een mini-samenvattinkje ofzo. Een soort expertenservice-app voor de meelullende leek. Iets met “Ik, expert, beantwoord 3 vragen en u kom bij de essentie van uw thematiek uit”. Paar dingen aanvinken en hatsjikidee, je bent volledig en efficiënt geupdate. Geen gezond verstand meer nodig, enkel aankruisen en discussiëren maar.

Even een stom voorbeeld: een Pitbull heeft een kind gebeten (sorry hondenliefhebbers, ik zei al: stom voorbeeld) en je wilt je mening over Pitbulls geven. Dan open je de expertenapp (met een geweldige nerdy naam, zoiets als ExpApp ofzo) en doorloop je het voorgegeven vragenschema:
– waar gaat het om?
Intypen: “pitbull”. De volgende vraag rolt eruit:
– Zijn Pitbulls honden?
Expert: “ja.”
– Kunnen honden mensen doodbijten?
Expert: “ja”.
Conclusie: honden behoren tot dezelfde categorie als krokodillen, wolven en haaien en zouden dus als huisdier verboden moeten worden. Tadaaaaa! Met maar drie vragen naar een compleet gefundeerde mening.
(Jaja, ik ZEI toch. Stom voorbeeld. Maar ik heb zo gauw geen ander. Ik mis een app…)

Het enige rotte is, dat de hedendaagse aangelegenheden niet meer zo eenvoudig te reduceren zijn. Ontelbare lagen aan informatie, meningen, data, omstandigheden en aspecten liggen en lopen over en door elkaar heen. Daardoor is een actueel iets als bijvoorbeeld de “falende rechtspraak” (faalt-ie überhaupt wel? Of is dat enkel ‘één’ heersende kuddemening?) niet zomaar even met een paar vragen tot de absolute eenduidigheid terug te brengen. Wie te lang alles reduceert, trekt uiteindelijk alle verbanden kapot. Daar zijn politici dan weer heel goed in. En journalisten ook trouwens. Oh nee, dat is enkel mijn ongefundeerde mening. (Ik mis een app…)

“Verklaar de wereld in drie vragen…”
Sokrates zou waarschijnlijk meteen geantwoord hebben: “…en waarom zou ik dat moeten doen?”

Ik wou dat ik een uitschakelaar op m’n hoofd had.
*hamer zoekt*

another year’s over…

Dit is natuurlijk dé uitgesproken tijd om een blog over het afgelopen jaar te schrijven2013. En vooral ook de tijd om al die goede voornemens opnieuw op te sommen. Maar waarom zou ik me aan het begin van een nieuw jaar wéér storten op datgene, wat me het afgelopen jaar ook al niet gelukt is? En waarom nou juist weer beginnen aan het begin van een nieuw jaar? Ja okee, uiterlijk de tweede januari is de hele vreterij weer achter de rug, die feestkilo’s moeten er sowieso weer vanaf. Da’s geen goed voornemen, da’s gewoon noodzaak. Net als die overige twintig kilo trouwens, maar daar heb ik nou al zo vaak over gezeurd dat ik daar ook geen fatsoenlijk voornemen meer van kan maken. ’t Mot gewoon, ’t kennie anders.

Ik zou me ook kunnen voornemen om vanaf die eerste januari fijn helemaal ’t lak te hebben aan wat anderen denken of vinden. Om heel hard te roepen “zak allemaal maar in de kippeshit, ik doe wat ik doe, ik ben wie ik ben en het maakt me geen bal uit wat jullie ervan zeggen.” Maar zo werk ik niet. Ik blijf onzeker, met die rare maagdraaigevoelens als ik zenuwachtig ben. Simpelweg het vast van plan zijn om me door niemand meer naar beneden te laten halen helpt dus ook niet.

Daarom begin ik ’t nieuwe jaar ter afwisseling maar zonder voorneemgedoe. Ik ga dit keer gewoon rustig kijken wat me gaat lukken en wat niet. En dat wat niet lukt, komt dan eventueel later wel. Of niet. Ook goed. Jammer dan. Ik wil z óveel dat dat waarschijnlijk toch niet in één jaar te doen valt. Een tienjarenplan is realistischer.

Ik zou kunnen opnoemen wat ik eventueel ánders wil gaan doen in ’t nieuwe jaar. Ik zou bijvoorbeeld meer en gedrevener achter m’n dromen aan kunnen gaan zitten. Meer en vooral beter zingen, schrijven, schilderen en een nieuwe business opzetten. Maar dat is eigenlijk een kwestie van een flinke autobioactieve trap onder mijn brede achterste. Gewoon dóen. Niet meer bang zijn voor een mogelijke afgang. Who cares of je op je snufferd gaat, opstaan moet je toch zelf doen en dat kon je immers als peuter al. Ik zou ook niet meer iedereen zoveel mogelijk willen pleasen maar eerst voor mezelf kunnen kiezen. Maar van anderen pleasen word ik nu eenmaal happy en happy zijn is toch het uiteindelijke doel? Dus dat wordt ‘m ook niet…

En nu zit ik hier. Ik pulk wat aan m’n vingers en nagels, sla mijn ogen neer en zucht een keer. Ik luister naar Christina Perri en haar duizend jaren. Die heb ik niet dus ik moet ergens toch opschieten met alles wat ik nog wil. Als veertigplusser ga je toch steeds meer door ’t leven met dat achterhoofdgevoel van “ik wil nog zó veel maar ik ben al op de helft van mijn leven dus ik moet nu ‘ns een keer opschieten…”

Oh.
Ik weet nu wat ik ga veranderen.
Dát gevoel.
“Ik wil nog zó veel en ik heb nog de minstens de helft van mijn leven vóór me!”
Hatsjikidee!
Wat of wie let mij.
Let’s go.

Retro

Eigenlijk vond ik de beschrijving maar niks.Ralph1
“Videogame-bozerik Wreck-It-Ralph zou zo graag geliefd zijn net als zijn eeuwige  counterpart Fix-It-Felix. Het probleem: Niemand vindt de „bad guy“aardig maar iedereen houdt van de helden…”
Ik dacht gelijk aan zo’n film met het eeuwige superheld-in-videogamesetting-gezeik. Maar toen ik de kritieken las, dacht Retro2ik: “ach why not, de kinderen vinden ’t vast leuk”, en dat klopte. En wat nog opzienbarender was: Man en ik vonden het zeker zo leuk. Omdat we er zoveel in herkenden…

Die goeie ouwe tijd, hhmm?
We mochten even op de retro-tour. Ralph’s videogame vierde zijn dertigjarig bestaan. En daarmee waren ze dus tot retro bestempeld. Ralph als pixelzwakke, menselijke King Kong die elke keer opnieuw het gebouw en zijn bewoners molesteert maar eigenlijk zo graag geliefd wil zijn, FIFelix een soort irritante Super Mario met een allesreparerend gouden hamertje.

Dertig jaar terug.
Jaren ’80. Dat waren wij.
Jong en onschuldig.
Bereid voor de deep dark space of video entertainment.
En nu zijn wij dus retro.
Desnoods in vijftig tinten grijs.
Oh my...

The gamers say we’re “Retro” which I think means “Old but cool

Old but cool. Uhuhh… Ik onthoud dan natuurlijk vooral dat ‘old’.ralph2
PacMan (m’n allereerste videospelletje, hoe klassiek wil je het hebben), Sonic, Q*bert, Donkey Kong, Mario Bros (made it to new school), Mega Man (okay toegegeven, da’s al Next Generation) en ga zo maar door.
Ralph-BlockOutDie heerlijke DOS-games als Tetris, Block-Out en Prince of Persia (ook doorgebroken naar de 21e eeuw) even daargelaten.

Maar ik dwaal af. Waar het me om ging was dat retro… ik… retro… als ik aan retro denk, denk ik aan flower power, jaren 60-70. Toen ik nog niet bestond. Of tenminste nog maar in mini-vorm. Niet aan mijn jeugd. Maar nu is die jeugd blijkbaar ook al in de term ‘retro’ opgegaan. Ik mag dan cool zijn maar dat doet niks af aan het ‘old’…Retro3

Ik moet toch even bijkomen. Mensen op mijn leeftijd trekken het besef van het nieuw verworven retro-schap niet meer zo goed blijkbaar. Retro. Ik ga me even bezinnen in mijn plastic kuipstoeltje, me blind staren op mijn geliefde hypnocirkels op het behang, even een vet potje Toppop kijken (op YouTube dan maar…) en wat bladeren in mijn ouwe  BRAVO’s op zoek Falco en Dr. Sommer…

Be right back.

 

Soort van kerstwens

Aangezien ik gisteren nogal “obstreneut” (aaachterhoeks voor tegendraads, grof, bokkig, niet zo allerliefst als anders) was, wat niet door iedereen even zeer gewaardeerd werd (wat mij dan overigens verder ook weer niet stoort: you no like me? you no read me. punt), wil ik me vandaag met iets sympathiekers bezig houden, namelijk met dat wat ik jou als bloglezer toewens.

Maar voordat ik daaraan toe kom, moet ik toch eerst nog even iets vertellen. Vanochtend was er wéér zo’n afschuwelijk nieuwsbericht. Na alle doodgeschoten kinderen in de VS en alle schokkende zelfmoorden, na alle doodwensingen en oorlogsgruwelen, na alle gestrande bultruggen en onbegrijpelijke rechtsoordelen zou je denken dat we wel klaar zijn met de wereldse portie menselijke ellende dit jaar. Niet dus. Een jonge vrouw (23) is gisteravond in Wenen in de metro zwaar mishandeld, tot bewusteloosheid gewurgd en vervolgens bruut verkracht. De coupé was al die tijd leeg, maar tijdens de stops op de stations is er ook niemand ingestapt hoewel mensen op het perron (gefilmd met de bewakingscamera’s aldaar) wel degelijk zagen dat er iets goed mis was. Men stapte liever in een andere coupé en keek de andere kant op. De (helaas nog niet camerabeveiligde) coupé bleef leeg en vrouw werd met haar pijniger (ja, het was er ‘maar’ eentje) alleen gelaten. Ze leeft nog, maar daar houdt het dan ook mee op.

En ik vraag me af hoe het mogelijk is dat mensen bij zulke daden de andere kant op kunnen kijken. Liever wegkijken dan helpen. Liever laf zijn dan heldhaftig. Waar is het allemaal mis gegaan… De bruutheid waarmee deze man te werk ging moet van verre te horen en te zien zijn geweest. En niemand hielp… Niet kijken, dan gaat het vanzelf weer weg? Zoiets? Hoe kun je dan nog met jezelf leven? In ieder geval kun je dan toch 112 bellen? Dat heeft niemand gedaan. Je kunt aan de noodstop op het station of in de trein trekken om de aandacht te vestigen op wat er gaande is. Of voor de grotere helden onder ons: andere mensen doelgericht aan hun jas trekken om mee te helpen om een dergelijke strafdaad en de verwoesting van iemands leven te stoppen. Met zijn drieën kom je toch al een heel eind, lijkt me, zelfs als vrouw zijnde. Maar nee. Het gevoel voor de medemens is nu klaarblijkelijk praktisch compleet verdwenen.

We verharden in een tempo waarop we zelf niet eens meer inzien, hoe afgestompt we raken (en ik blik zelf even terug op mijn blogs van gisteren…) Bij het ontbijt vanochtend was ik geschokt door dat nieuwsbericht. Niet enkel door de verkrachting zelf (absoluut en onbeschrijflijk afschuwelijk) maar veel meer nog door het volledig uitblijven van hulp van enig omstander. Maar ook ik ga na het horen van zo’n horrorbericht tóch gewoon door met wat ik deed: brood smeren voor de kinderen, ze naar school sturen, stofzuigen, luidkeels zingend naar de supermarkt om de laatste kerstinkopen te doen. Je kúnt nu eenmaal niet alle ellende van de wereld met je mee torsen, dat weet ik ook wel, daar zou ieder mens aan ten onder gaan. Maar ik weet wél van mezelf dat ik nevernooitniet bij die wegkijkende massa wil horen. Dat ik wil blijven helpen. Dat ik goed wil blijven doen (ook al mag ik dan soms wat -euh- “grof” uit de hoek komen… *iets met grote bek en klein hartje (op de tong) mompelt*)
look
Daarom wens ik je toe, dat je gevoel voor de mensen om je heen, die sensibiliteit der gerechtigheid, die innerlijke drang om een ander – in welk opzicht dan ook – te helpen en de wil om simpel ‘goed’ te doen, jou niet in de steek laat. Dat ook 2013 een jaar wordt waarin je naar jezelf kunt kijken en zeggen “IK heb mijn best gedaan, ik ben met recht een MEDEmens, niet enkel mens”. Dat je in die zin ook de warmte en hulp van anderen mag ervaren die net zo hun best doen om de boel nog leefbaar te houden.

Kijk.
Niet weg…

hypothetisch

Ik zou een zoveel beter mens moeten zijn.
Ben het toch niet.
Maar goed genoeg.

Ik zou naar iedereen moeten luisteren.
Naar jou en naar
wat je me vroeg.

Ik zou niet alles er maar uit moeten gooien.
Dat ik teveel lief heb…
en soms vloek.

Ik zou me niet steeds aan moeten willen passen.
Maar dan ben ik ook
niet wat jij zoekt.

Ik zou niet steeds opnieuw moeten vragen
naar de bekende weg.
Hij’s onbekend.

Ik zou je geen klap voor je kop moeten geven
maar jij bent het
blijkbaar gewend.

Ik zou iets aardiger voor mezelf moeten zijn
maar ik ben nu eenmaal
een autosarcast.

Ik zou een egowasserette moeten zijn
die jou bij je oren pakt
en ze ‘ns flink wast…

Ik zou wérkelijk een beter mens willen zijn
één die altijd correct is
en alles juist ziet.

Ik zou zoveel beter en dapperder willen zijn
niet vooraf al veroordeeld.
Ach, wie niet…
.

.

(c) Lou

Reunite please

Zaterdag had ik weer eens een reünie. Nu ben ik niet geheel onervaren in het reüniseren (van de middelbare school had ik ook al eens een reünie in 2005 en dat was absoluut meer dan enkel interessant en leuk) maar spannend blijft zoiets wel.

Dit keer was het een reünie van de World Jamboree, van het contingent van ca. 50 mensen waarmee we vijfentwintig jaar geleden naar Australië zijn geweest. De meesten daarvan heb ik in de eerste jaren daarna nog wel eens gezien maar al met al is ook dat toch alweer een krap kwart eeuw geleden. Ik vond het in ieder geval een blitzbezoek aan Nederland waard: hier wilde en moest ik bij zijn…

‘s-Middags kort voor tweeën. Toch wat onwennig loop ik met mijn bagage om het clubhuis heen. Gelukkig loopt Gert met me reunite-jamboreemee om me ook daadwerkelijk naar behoren aan de volgende partij te overhandigen. Als beloning krijgt hij gelijk een bak koffie terwijl ik de eerste mensen in de armen val. Wat is het heerlijk om die mensen van toen, die mensen waarmee je zoveel mee hebt gemaakt, zo maar ineens weer te zien. Ik neem afscheid van Gert (thanXXX voor alles, dear!!) en voel me eigenlijk gelijk thuis.
Gek is dat.
Nee. Fout.
FIJN is dat.

Er hangen overal toen-en-nu foto’s van alle deelnemers dus die ga ik eerst maar eens even bestuderen in de hoop dat ik straks toch nog wat mensen “spontaan” kan herkennen. Langzaam stromen er steeds meer oud-scouts  binnen. En elk van hen kijkt eerst licht grijnzend rond. “Ik ben het hoor! Herken je me niet meer?” Ehh… Shit. Nou nee… Een kwart eeuw gaat je niet in je kouwe kleren zitten en na twee zwangerschappen mis je toch minstens de helft van je hersencellen, dus toe, help effe? Ik ben ook heel erg slecht met namen trouwens. Gezichten onthoud ik wel, maar namen…

En dan begint het grote gekakel.
“Jemig wat ben JIJ veranderd…”
“Wat een boom van een kerel kan er uit zo’n klein opdondertje groeien…”
“Jij bent ook werkelijk helemaal NIETS veranderd hè, hoe doe je dat?”
“Wat doe jij nu dan?”
“Weet jij wat er destijds met A gebeurd is?”
“X komt niet want die zit in Ethiopië. En Y is op een conferentie in New York.”
“Ohhh jij bent er ook, wat LEUK!!!”
“Z heeft haar enkel gebroken, die ligt in het ziekenhuis :-(”
“Weet jij wat van B?”
“Wat ontzettend leuk om jou weer te zien!!”
“Hoeveel kinderen heb jij? Hoe oud?”
“Weet je nog van C, die toen dit-en-dat deed?”

De akoestiek van het clubhuiszaaltje draagt ook bij tot het weergalmen van de gesprekken, niet alleen in mijn hoofd. En ik geniet ervan. De perfect geregelde barbeque zorgt letterlijk voor dikke lucht maar het geavanceerde rookmeldersysteem schijnt het allemaal wel best te vinden. Ook prima. De organisatie was echt helemaal tiptop (Dankjewel Petra, je bent een kanjer!!! En je snurkt toch wel trouwens (heheheh), of lag dat aan de alcohol ;-P) en ik ben zo blij dat ik gegaan ben!! Ook leuk om te merken dat je, ondanks die decennia, toch nog een duidelijke klik met bepaalde mensen hebt. Alsof de tijd stil is blijven staan. Het geeft me zo’n goed gevoel. Ik ben nu nog steeds kapot van vier nachten niet of in ieder geval véél te weinig slapen maar het was het helemaal waard.

Ah toe, laten we het tot de volgende keer niet weer een kwart eeuw duren?

Verbeter de wereld…

begin bij jezelf.

Dat heb ik in mijn eenenveertigjarige bestaan inmiddels wel een klein beetje geleerd. Nou goed dan maar weer. Als er op de wereld al zoveel achterstallig onderhoud is waar het gaat om de beschaving als zodanig, dan moet ik maar weer eens aan mezelf gaan sleutelen om het verder afbladderen van dat laagje fatsoenschroom tegen te gaan. Bij deze.

Vandaag. Loesje-Verbeter
Dertig euro overgemaakt aan artsen zonder grenzen (geen idee wat ze ermee doen of hoeveel daarvan in de zak van eventuele “managers” verdwijnt, maar op dit moment leek het me het meest voor de hand liggende goede doel).
En nog eens een dergelijk bedrag naar een ander, persoonlijk goed doel.
Kerstkaarten geknutseld en verstuurd naar mensen die ik lief heb.
Nog geen enkele keer (hardop) gevloekt, zelfs geen fuck of kak geroepen.
Of iemand openlijk ook maar enig lelijk ding toegewenst.
Mij in het op beleefde toon discussiëren geoefend.
Dit aftakelende lichaam naar de sport gesleept om gezond te blijven.
Zoon geholpen bij het huiswerk maken en de schoolmelk inclusief huiswerk naar ons zieke buurjongetje gebracht.
De buurman een plezier gedaan door voor hem het kerstkadootje voor buurvrouw bij Amazon te bestellen.
Geen wederdiensten verlangd.
Al meerdere keren luidkeels gezongen.
Aan mensen gedacht waarvan ik weer dat ze het moeilijk hebben of verdrietig zijn.
Getracht te leren uit de dingen die mij ter ore en ter oge gekomen zijn.
Een poging gedaan om een stuk van mijn domheid en naïviteit af te knagen.
Mijn mening op – naar diezelfde mening – beschaafde wijze geuit.
De katten naar buiten geknikkerd omdat ze hoog in de kerstboom hingen.
Moment. Dat past niet werkelijk in het rijtje der zelfverbeteringen.
Hooguit in die van de boom- of katverbeteringen.

Awel.
U ziet: ik doe echt mijn best.
Het helpt alleen geen kerstbal.
.
.
.

PS: fuck zeg, dan heb je godnogantoe  éindelijk die vervloekte spellingscontrole in je browser na tien jaar ontdekt, maak je verdomme nog steeds de meest stomme grammaticafouten. Kak.

121212 en het pedoparadijs

Klinkt als een detective-roman. Zou ’t ook zomaar bijna kunnen zijn.
Pure recherche naar die stukjes wereld die nog NIET kapot zijn…
Ik snap het namelijk even écht niet meer.
Eerder deze dag leek-ie héél even zo mooi, die wereld…

Ik heb in het kader van www.12121212.org  (en voor de facebookers onder ons: 12121212events) een kadootje gegeven aan een wildvreemde. En zo duizenden mensen met mij (hoop ik). Wat een warm initiatief, wat een goed gevoel. Wat meer warmte in de samenleving door, geheel zonder commerciële bijgedachte, een willekeurig iemand op straat een klein kadootje te geven. Dat is gelukt volgens mij. En het maakte deze bijzondere dag nog specialer. Om 12:12:12h op deze 12-12-12 stond ik echter sneeuw te schuiven op onze oprit, in de stille hoop dat er eventueel nog een vreemde op ons landweggetje rondcruiste, maar nee, helaas. Mijn kadootje werd dus om (ca.) 15:12h overhandigd, een paar uur later dan bedoeld maar dat mocht ‘m de pret niet drukken.

En terwijl je zo lekker rondneust tussen al die leuke berichten over het 121212-initiatief komt je ineens ter oge dat een vriend in de penarie zit. Omdat hij een bekennend pedofiel wat lelijke dingen toegewenst heeft op Twitter. Nou is dat niks nieuws onder de verhitte twitterzon: de verwensingen, beledigingen, grofheden en moorddreigingen vliegen dagelijks, uurlijks, minuutlijks door de lucht. Zoals op een ander mooi blog al gezegd: dat zijn enkel uitingen van het feit dat men de ander niet zo aardig vindt. Kan gebeuren.

Zo ook deze vriend. Vriend wenste de kinderverkrachter een warm plekje op de brandstapel toe en nog een aantal dingen van die strekking. Meneer de Pedo stapte naar de rechter en pedorie-nog-an-toe: de rechter vond dat de man met het rappe pielemansje gelijk had. Ik noem maar geen namen want stel je voor dat ik een echte pedofiel beledig, dan mag ik ook nog ‘ns  gaan betalen. Achtduizend euro voor een seksueel gestoorde crimineel. Geweldig, die rechtspraak in Nederland: de kleutermolesteerders krijgen schadevergoeding. Hen wordt de hand boven het hoofd gehouden. Sorry hoor, maar die hand is dan voor mij dus dezelfde hand die aan onze kinderen wordt geslagen.

Oh, oh nogmaals sorry. Was niet beledigend bedoeld. Gaat het nog een beetje, meneer de rechter? (of mevrouw de rechteresse, whatever). Ziek. De wereld is ziek. Eerder vandaag was-ie nog lekker warm maar toen kwam de koorts… En nu ijlt de rechtsprekende wereld een onzinnige straf bij elkaar. Voor iemand die durft te zeggen wat we allemaal denken: opknopen die lui. Met je vieze, gore jatten van kindertjes afblijven en anders hangen we je op aan je slurfje. Maar nee, dat mag je niet zeggen. Want pedo’s hebben rechten. Gewone, fatsoenlijke mensen helaas nog steeds niet…

Dus zoek ik maar door in deze kapotte wereld. Die wereld waarin de gestoorde idioten wel mogen doen wat ze willen maar een ander niet mag zeggen wat hij daar dan van vindt. Die wereld waarin de gestoorden beschermd worden tegen de normalo’s. Ik ga eens even naarstig op zoek naar een paar fatsoenlijke stoornissen in mij. Er zijn vast nog wel een paar ernstige abnormaliteiten vinden. Want stel je voor dat ik helemaal normaal zou zijn, dan beland ik straks nog in de bak voor iets banaals en onzinnigs als het willen beschermen van mijn eigen kroost. Nee, dank je de kroepoek.

I support. Jij ook?

mmw

Geen fluit

snap ik ervan.

Hoe is het mogelijk dat een assistent-scheidsrechter, een vader van drie zoons, die enkel deed wat-ie ’t liefst deed: kijken bij ’t voetbalspel van zijn zoon en een beetje lijnrechteren, doodgetrapt wordt. Het duurt soms een beetje langer voordat Nederlands nieuws hier aankomt, maar ik heb net wat berichten gelezen en ik kan ’t niet helpen: ik verval ook in cliché-denken. Hoe kan dit gebeuren. Waar moet dit heen? Een paar opgeschoten jongens van een jaar of 15-16 molesteren een toegewijde vader. Naar aanleiding van een amateurvoetbalwedstrijd.

Mijn zoon is over 5 jaar ook van die leeftijd. En als ik zie hoe gewelddadig sommige van zijn leeftijdsgenootjes al zijn, hou ik mijn hart vast. Op hun zevende wisten een aantal van die knulletjes al prima hun klasgenootjes te mobben. Waar ligt dat aan? “De verharding van de maatschappij” is ook enkel maar zo’n lekkere loze kreet. Iedereen is passend geschokt. Een paar dagen lang en dan gaat alles gewoon verder, tot de volgende doodgetrapte vrijwilliger?

Ik ben zelf functioneel bezig bij een voetbalvereniging. Ik heb nog nooit echt iets van gewelddadigheden gemerkt maar ik ben dan ook niet bepaald vaak langs de lijn te vinden, eerlijk gezegd interesseert me dat geen ene biet. Net als de namen van de daders waar iedereen naar op zoek is (was?)  omdat uit deze namen zou blijken, dat het “weer eens” om Marokkaanse jongeren zou gaan. Het hadden net zo goed ‘blanke’ knullen geweest kunnen zijn. Of meiden, for that matter… Het doet er niet toe. Waar het om gaat  is, dat er jeugdigen van die leeftijd zijn die blijkbaar helemaal geen gevoel meer hebben en niet schromen om een jong mens (net zo oud als ik) en passant even zo te mishandelen dat hij eraan overlijdt. Hoe is het mogelijk, het blijft malen.

Het maakt me bang.
Doodsbang…

Ik ga maar eens op mijn hoede boodschappen doen.
Hopelijk overleef ik dat, ik 41-jarige moeder van twee…

Wij hebben helemaal geen wereldondergang nodig.
Dat uitroeien kunnen wij mensen heel goed zelf.
Oh en een heel fijne Sinterklaas nog!
Altijd weer leuk.
Zolang ze nog met Lego spelen…

te mat om te glanzen

Een blog waarvan ik niet weet wat ik ermee wil. Ja, een gevoel beschrijven maar toch ook weer niet. Een matheid die zich uitbreidt en die alle moois opslokt. Niet in de depressieve sfeer hoor, helemaal niet. Meer iets van alles hebben wat ik schijn te willen terwijl ik dat wat ik eigenlijk wil, niet kan krijgen. En dan weet ik niet eens precies wat dat, wat ik eigenlijk wil, nou is…

Wat een geleuter. Waarom heb ik het er überhaupt over. Omdat het me mat maakt? Omdat het me zachtjes en met een tedere touch wurgt? Omdat ik er niks mee kan? Alles is goed en niks is slecht. Duizend keer door het oog van de naald met hooguit hier en daar een acupuncturele prik. Een wakkerwordsteek die me nog slaperiger maakt. Een por die me even op doet veren. Meer ook niet.

Het blijft geleuter. Een vriend in persoonlijke wanhoop, een dochter met pijn, een chronisch zieke vriendin, een bekende die zich doodrijdt, alles relativeert. Een heerlijk weekend met de kinderen, een geweldig dansconcert, zeven brandende kaarsen en een glas rode wijn in een warm thuis net zo. Het mijne is goed maar ik heb voortdurend het gevoel dat ik niet genoeg geniet. Dat ik tekort schiet in het bewuste waarderen. Dat ik de gouden randjes van de dagen niet snel genoeg herken. Dat ik te mat ben om te glanzen.

Gisteren zag ik een zangeres optreden. Ze was als ik. Qua lichaamsbouw, qua stem (als ik dat al kan of mag zeggen) maar ook in haar hele doen en gestiek. In hoe en wat ze deed. Maar zíj stond dáár, in haar duidelijk te krappe, dunleren zwarte broek te zingen, te glanzen en te léven. En ik zat in de zaal. Ja natuurlijk, ik genoot. Ik bewonderde haar enorm. Zij die zo mij was. Maar ik wist meteen dat ik nooit die moed zou hebben om daar óók eens te staan. Ik schaam me teveel terwijl ik zou moeten weten dat ik me niet hóef te schamen. Ik ga niet genoeg voor de dingen waar ik zo graag voor zou willen gaan en verdoe m’n tijd met wachten tot een glimp daarvan me toevalt, wat ’t natuurlijk niet doet. De onzekerheid maakt me mat…

Is het genoeg?
Doe ik genoeg?
Kan ik genoeg?
Ben ik genoeg?
Lééf ik wel genoeg?

Glansloos gelul.
Werkelijk waar.
Matglans zou al leuk zijn…

Dingen

Denken over de dingen maakt dat ze meer dingen denkt. Dingen die er niet zijn maar toch zijn ze er ineens omdat ze ze tot leven denkt. Waarom niet gewoon de gedachten in de kiem smoren. Niet denken. Geen dingen meer ongewild reïncarneren. Het wil niet. Hoofd stroomt over, vingers glijden over het toetsenbord. Wat is ze blij met haar Scheidegger-diploma voor tienvingertypen. Wat had ze als dertienjarige een gloedhekel dat loodzware, met bontgekleurde knopjes bezaaide ding. De oefeningen. De lessen. Saaier dan saai. Maar wat hemels is het nu om zonder naar het toetsenbord te kijken neer te kunnen zetten wat er in haar op komt. Eerste gedachtes. Tweede. Derde. Ontelbare. En met die gedachtes ook de dingen. Nee, geen Tommyknockersdingen, zo erg is ’t niet. Maar de zwartheid die alles opslokt. Meer een Fog. Ja, zelfs Stephen King-fan is ze. Ook dat nog…

Dingen.
Waarom gebeuren ze.
Overkomen ze.
Zijn ze soms toevallig.
Of onbegrijpelijk.
Worden ze gedaan.
Zijn ze niet eerlijk.
Of überhaupt nodig.
Wat nou Lord of the Flies…
(oh Bruno…)
Dirigent van de Dingen, dát wil ze zijn.

Raar woord ook. Dingen. Er zit eind in… En gein. En enig. Het enige dat ze geinig vindt, is het eindige van al die dingen. Niks is voor eeuwig. Stel je voor dat dingen oneindig zouden zijn. Waar zou de ellende dan ooit stoppen… De ellendige dingen die ze niet weg kan troosten. Niet goed kan knuffelen. Niet weg kan typen. Niet uit kan vagen met correctielint. Of met een delete-knop. Die dingen zouden er dan voor eeuwig zijn…

Maak van die ene -n- een -i-?
Toe,
maak het
eindig

Hoogstgevoelig

Ik heb sterk de indruk dat mensen zich er tegenwoordig steeds bewuster van worden dat ze sensitiever zijn dan een paar decennia geleden. Er gaat geen dag (nou ja, week) voorbij zonder dat het begrip hoogsensitief of “highly sensitive” voorbij komt rollen. Het geheel heeft een hoop namen zoals ‘nieuwetijdskinderen’, ‘hoge prikkelbaarheid’, hooggevoeligheid of ‘HSP’ maar jee, wat is dat dan precies? En waarom lijkt het alsof tegenwoordig zelfs het merendeel van de mensen zo hooggevoelig is? Zou zelfs  ik (ik kortdoordebochte, sarcastische droogklotin) het kunnen zijn?

Ik heb voor deze korte, geheel inobjectieve zelfstudie maar eens een klein aantal (tot nu toe 6) van die online HSP-tests ingevuld. Ik scoor grofweg tussen de 86 en de 94% ‘positief’ en ben dus blijkbaar – volgens deze natuurlijk absoluut niet-suggestieve, ongestuurde tests – óók een HSP-er. Met hier en daar een uitzondering: Ik voel mij niet ongemakkelijk als er een hoop om mij heen gebeurt. Ik word ook niet snel overprikkeld door dingen als fel licht, sterke geuren (behalve als ze uit familiaire achterwerken komen), grove weefsels of harde sirenes. Het zal me allemaal worst wezen. Ik consumeer caffeïne als een junk en ben gek op snoeiharde muziek. Ik kan – als ik daar zin in heb – minstens 18 dingen tegelijk doen, ook in opdracht.

Maar ik kan er niks mee. Ik kan niets met het begrip ‘hooggevoelig’ zelf en ook niets met het feit dat zoveel mensen het schijnbaar met mij mee zijn. Ik vind het namelijk niet meer dan een normaal iets. Mensen ontwikkelen zich nu eenmaal. Ze evolueren, niet enkel fysiek maar ook gevoelsmatig. En hun omgeving verandert ook nog eens sterk mee. Méér mensen in de directe omgeving, méér geluiden, méér impressies, méér (al dan niet online) gedeelde gevoelens, méér en vooral ook andere (maatschappelijke) problemen, méér en snellere media, méér geluid, méér verwarring. Dat werkt al sinds decennia op ons in en wij ontwikkelen ons daarnaar (jajaja, ik weet ook wel dat ‘evolutie’ iets van miljoenen jaren is, maar deze huidige ontwikkeling is een emotioneel aanpassingsgerichte en die gaat sneller. Duhhh…) Tuurlijk merk ik snel wat er in een ander om gaat, voel ik aan wat mensen om mij heen bezig houdt, ben ik redelijk emotioneel gevoelig voor verdriet/pijn van anderen, ben ik in groepsverband niet al te assertief (nee echt niet, gek hè) en kan ik informatiestromen heel snel in mij opnemen of me er juist compleet voor afsluiten omdat ’t me teveel wordt. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Maakt mij dat ‘hoog’-gevoelig? Het maakt me menselijk. En misschien gevoelig. Maar zoals ik het nu zie, is minstens de helft van mijn omgeving net zo gevoelig en zijn we met zijn allen gewoon weer doorsneegevoelig. Ik hoor u al roepen: “jamaar, jamaar: soort zoekt soort hè!” Maar ik zoek niks, ik kijk simpelweg om me heen en constateer.

Mensen die hooggevoelig zijn, zijn volgens de onderzoeken van psychologe Elaine Aron vooral  “consciëntieus, loyaal, gericht op kwaliteit en met een hoog inzicht in mensen en processen.” Dat is op zich heel fijn, prima werknemers in mijn persoonlijke werkgeversvisie. Maar er zijn dus inmiddels heel erg veel mensen die deze eigenschappen hebben. Ze zijn daarom voor mijn begrippen niet meer HOOGsensitief, maar gewoon hedendaags sensitief met een eventueel ietwat hoger emotioneel quotiënt… Het is een simpel aangeboren iets, een karaktereigenschap, een menselijke ontwikkeling. Geen stoornis.

Ik wil hier echt niemand mee kwetsen of hordes gevoeligen over één kam scheren. En als je last van je eigen gevoeligheid hebt, is dat zeker geen pretje. Maar het helpt wél als je je bedenkt dat je niet de enige bent (langgggg niet de enige, hele volksstammen zijn inmiddels gevoeliger dan vroeger) en dat het een pure karaktereigenschap is (en dan ook nog een hele goede). De één is verlegen, de ander een exhibitionist. De één is een hork, de ander gevoelvol. De één is sympathisch, de ander empathisch. De één is tactloos, de ander sensitief. It’s just the way it is. Doe er je voordeel mee.

Als we nu allemaal onze zo prachtig ontwikkelde manier van empathisch, liefderijk, medelevend, sympathiek, altruistisch en gevoelvol leven continuëren, kunnen we het op deze aardkloot – voor zolang-ie nog bestaat, wat was ’t ook alweer, nog zo’n 45 dagen? 😛 – heel fijn hebben samen. En piekeren over de hoogste mate van sensitiviteit hoeft niet meer, we zitten praktisch allemaal in hetzelfde schuitje. We feel the same, so relax… Zullen we dat eens doen, mijn lieve hooggewaardeerde, hooggeliefde, hoogstgevoelige medemensen?

Oh, en die überbotte horken die bijvoorbeeld Tim naar de donkere kant gepest hebben, die lopen dus overduidelijk een paar miljoen jaar achter in de empathische sensitiviteitsevolutie. Stelletje ongevoelige kuddedieren. Daar wil je toch niet bij horen. Hoogste tijd voor die lui om eens een beginnetje te maken met de ontwikkeling van bijvoorbeeld een hersenstam met een klein broccolikluitje erbovenop, zou ik zo zeggen, tactvol als ik ben… *kuch*

En nu ga ik even lekker headbangen.

Boe

Ik heb nu al ongeveer een maand een blog met de titel “Boe” als concept open staan.
Ik weet niet eens meer wat ik ermee wilde zeggen of wat ik nou wou schrijven, maar het begon met “Boe”…

Boe
rensnuiter.
Boe
kenlegger.
Boe
zem.
Boe
ventuig.
Boe
da pest.
Boe
noch bah.
Boe
ing.
Boe
ketje.
Boe
kieke.
Boe…

Ik weet ’t niet meer.
Dan maar gewoon Boe.

’t dendert en dondert

Emotioneel heen en weer geslingerd loop ik op automatische piloot een beetje te functioneren. Zo voelt ’t althans. Ik functioneer maar ik besef ’t niet eens echt. Ik doe wat ik moet doen, ook al is het – so very unlike me – allemaal op ’t laatste nippertje. Ik wil daar zijn maar ben hier. Ik heb een deadline die ik weer ‘ns nét ga halen. Elke maand opnieuw. Ik stuur wat post waarvan het ene sneller aankomt dan ik gedacht had (thankgod) en het andere helemaal niet aankomt en verdwenen is in het zwarte gat der verstuurderij (shitterdeshit).

Ik kijk een beetje in het rond terwijl in de balkenbrij die zich ‘mijn hersens’ noemt continu een lijst ronddendert van alle dingen die ik nog moet doen. Ondertussen drinken we koffie bij schoonmoeders waar ik partout boven mijn kop zwarte, bittere bocht in slaap donder en springt er een landgenoot met donderend geweld even van 39 kilometer hoogte uit een metalen blikje. Ik typ wat woorden neer en bedenk dat ik eigenlijk alleen maar zit te wachten op het eerstvolgende echt belangrijke. De rest is nevenzaak maar mijn bestaan hangt aan elkaar van de nevenzaken

Het leven dendert met een noodvaart langs me heen en ik sta erbij en kijk ernaar. Net even mijn agenda voor komende week bewonderd. Vergaderingen, sport, werk, deadlines, therapiesessies van de kinderen, drummen en vooral dat eerstvolgende echt belangrijke, aankomende dinsdag. En laat dat nou iets zijn waar ik zelf niets voor hoef te doen, waar ik niks voor kán doen. Just sit and wait. En daar ben ik gruwelijk slecht in.

Ik krijg zoveel liefde op dit moment en daar ben ik zo enorm blij mee. Ik merk dat mensen echt om me geven en dat is een geweldig goed en fijn gevoel. Ik merk dat de juiste dingen goed gaan ondanks alles wat er zo ontzettend fout gaat. De essentie klopt en vertrouwen is alles. Ik vertrouw. In al mijn moeheid vertrouw ik erop dat alles goed komt. In mij, om mij, met jou.

De moeheid overheerst, de matheid wint. Het lachen en ja, zelfs het zingen is een opgave geworden. Ik zing niet meer, niet eens onder de douche. Dat baart me wel wat zorgen. Maar ik vertrouw. Ik vertrouw erop dat ik in de toekomst weer zal willen zingen. Me zal hervinden.

Tot die tijd ben ik als Felix Baumgartner en dwarrel nog mínstens negentig seconden lang zorgwekkend, angstaanjagend en ongecontroleerd rond.
Tot die tijd val ik met een duizelingwekkende snelheid, tot ik weer de macht over mijn eigen lichaam vind.
Tot die tijd dendert en dondert het allemaal door.

Van A naar B…

…of omgekeerd. 4 september. Terugreis.

Hoe je het ook draait of keert.

Afscheid, altijd betraand…
Bewolking. Met Ufo-image!
Au, mijn hart…
Blauwe koptelefoon. En een witte.
A31-A45-A3-A8-A1-A7
Bijelkaarkruipende Brummi’s. Fijn…
Achterom en achteruit kijken.
Bril op, tranen bedekt.
Akkefietjes achterin.
BB-skodaslowaken, drie keer gepasseerd.
Afremmen.
Baustelle en busongeval.
Allemaal even kijken!
Blauwe brug.
Achter het stuur.
Bagger! (oftewel graafmachine).

..


A
ntenne Bayern
Biokat-Bleicher-Baland-Brantner
Audi. Braaf.
Behrensbus.
ABC. Wel twee.

.

.

.

.

Aussicht. Krijg er windenergie van.
Blik. Op paaltje 267.000.
Alles leeg aan onze kant.
Bliklawines, ellenlange.
Aan de andere.

.

.

.

.

.

.

.

.

Achteruitkijkzon.
Bessen ba(c)h?
Amberg. Von Claus.
BIG. Bobbycar
Autohof? Nehh…
Bak met fruit, bijna leeg.
Ausfahrt. De foute.
Burg. Op een bergje.
Afslag. Ook niet goed.
Brug. Met een bergje.

.

.

.

.

Burgebrach en Burghaslach
Bulten Borden.
Boomschaduwen razen langs.
BMW’s ook.
Brugreparaties op nationaal niveau.
Baustellen in irriterende overvloed.
Bermbloesems.
Bolletjes leverworst
Bulderende dochter. Dankzij DVD
BurgWürz en BergNürn. Verkeerdom.
Bediening. Op Aanvraag.
Blind door de Avondzon.
Bumperklevers.
Beperkingen. Qua snelheid.
Bescheten toiletten.
Billy don’t ya lose my number
Bijna thuis…

Avond begon.
Avondzon.
Austria.
At home…

Ach…
Blij…

.
… dat ik niet van A naar Z wilde.

De verwarring voorbij

Duidelijker is
het nu geworden.
Inzicht gewonnen.
een kop zonder borden.

De Verwarring was toch
té groot gegroeid.
Ziek, zwak en mat.
En dodelijk vermoeid.

De nevel trekt op
steeds heel iets meer
Dat wat écht telt.
Begeer. Geef. En leer…

Het beeld komt terug.
Weer meer zij aan zij
Zo langzaamaan trekt
de Verwarring voorbij…

(c) Lou

Beperkt in mij

Het afgelopen weekend was er eentje van het soort “talk much and do less”. Eigenlijk moest ik werken (ik was in München, hè). Heb ik ook wel gedaan hoor, maar het overgrote deel heb ik kletsend doorgebracht. Pratend met goede vrienden, pratend met hartsvriendinnen, pratend met m’n bedrijfspartner. En dat terwijl ik éigenlijk geen grote prater ben. Ik ben eerder een luisteraar, een analyseerster, een meedenker, een troostster.

Dat wist ik natuurlijk al. Ik heb echter een nieuw inzicht verworven. Door alle geklets merkte ik steeds meer wat mijn echte probleem is. Het probleem waar ik al tijden mee worstel. Het probleem dat ik en passant maar midlife crisis genoemd heb. Misschien is het dat ook wel hoor, maar ik weet nu wat het OERprobleem is.

Ik word beperkt in mij…

Ik zou zoveel méér kunnen zijn. Ik wíl zo graag zoveel meer zijn. Maar mede, nee voorál door mijn eigen keuzes en mijn verantwoordelijkheidsgevoel kan ik dat niet en word ik beperkt in mijn zijn. In het ‘wie ik kán zijn’. Ik ben nu in eerste instantie moeder, vrouw van, bedrijfsvoerster cq. zelfstandige, maar vooral ook slaaf in de huishouding. Ik probeer mezelf iets meer te verwerkelijken en te vervullen met wat magere pogingen tot schilderen, musiceren en schrijven. Daarnaast zorg ik voor enige ‘externaliteit’ door in een vereniging wat rond te prutsen (als trainster van de kleinste voetballertjes), door vrijwilligerswerk en het waarnemen van wat schoolfuncties (oudervertegenwoordiging), door uit te gaan met vriendinnen en buurvrouwen (die gelukkig ook vriendinnen zijn).

Maar dat was het dan ook wel. Ik ben zoveel méér dan dat maar het kan er niet uit… Ik heb hier zelf voor gekozen. Ik wilde heel bewust kinderen. Ik heb ze mogen krijgen en ze zijn het allerbelangrijkste in mijn leven (Klinkt cliché, is het ook. Soit.) Ik heb heel bewust en weloverwogen gekozen om naar München en uiteindelijk zelfs van München naar Oostenrijk te verhuizen, in eerste instantie vanwege de kinderen maar vooral ook voor onze relatie en de duidelijk hogere levenskwaliteit hier. Hier kunnen we ons een behoorlijk huis met een grote tuin veroorloven, hebben we rust, natuur en geen financiële zorgen. Ik voel me hier best heel erg thuis, ondanks de heimwee naar Nederland. Ik ben flexibel. Ik ben goed geïntegreerd in de gemeenschap hier. De kinderen hebben mijn intensieve begeleiding na school allebei hard nodig dus wat dat betreft is het goed dat ik mijn werk kan doen waar en wanneer ik dat wil. As said: Ik ben flexibel.

Ik ben zelfs zó flexibel dat ik mezelf kwijt ben geraakt ergens in één van die bochten waarin ik mezelf heb gewrongen. Ik doe alles voor iedereen maar bijna niks voor mezelf. Waar ben IK gebleven??

Ik. De ongeduldigheid zelve. Creatief. Dubbelgestudeerd (waar ik niks mee doe).
Ik. Loner. Reisgek. Liefhebster. Dichtbij-vriendin (maar ik ben enkel veraf…).
Ik. Ambitieus. Hoogstrevend. Nadenkend.
Ik. Polyamoureus. Hartstochtelijk. Zoengek.
Ik. Individualist. Muziekminnares. Schilderes.
Ik. Duidelijk gestoord.  140+IQ (waar ik geen donder mee op schiet). Sarcast.
Ik. Dus.

Die ongeduldigheid steekt nog dagelijks de kop op. Al het andere is deels of geheel ondergesneeuwd of zelfs simpelweg hard onderdrukt in mijn huidige leven. Ik mis mijzelf. Mijn echte ik. En ik weet dat ik er momenteel echt niks aan zou kunnen veranderen. Ik kan en wil niet uitbreken omdat ik dat wat ik door mijn keuzes nu wel heb, mijn kinderen, mijn man, mijn ‘mooie nest’ zoals Poezenbeest het beschreef, koester en niet wil verliezen. Maar tussen de bedrijven door heb ik mijzelf verloren…

Geen idee hoe ik hier nu mee verder moet. Hoe ik meer van mijzelf terug kan vinden binnen het kader van het leven dat ik nu leid. Ik doe verwoede pogingen maar ik heb meer vrijheid nodig… meer tijd voor mij. Meer tijd om mezelf terug te vinden. Meer gelegenheid om mijn echte ik te zijn. De vraag is alleen nog hoe…

Excuses voor de eventueel iets te grote openhartigheid.
Ik. blogexhibitionista.

Voel ‘t.

De striemende regen
slaat je in ’t gezicht.
De hele wereld zit achter je aan.
Je vóelt het.
De zon brandt fel in je ogen
Je ziet het allemaal niet meer…
Ik zou je nu kunnen omarmen.
Om je toch eindelijk
mijn liefde te laten voelen…
Maar jij ziet enkel maar
de schaduwen langer worden,
die paar oplichtende sterren
aan een duistere hemel.
En je merkt ineens
dat er niemand is
om jouw tranen te drogen.
Ik zou je kunnen omarmen,
wel een drie miljoen jaar lang…
zodat je mijn liefde zou voelen.
Ik weet echt heel goed dat jij
nog lang niet weet wat je wil.
Dat jij nog niet kunt kiezen.
Niet weet hoe het verder moet.
Niet weet wat je van je toekomst wil.
Maar ik zou jou nooit pijn kunnen doen.
Maar vanaf het moment dat ik jou zag
twijfelde ik geen seconde meer
aan de plek in mijn hart,
de plek waar jij hoort.
Ik zou er alles voor doen
om jou te laten voelen
dat ik echt van je hou.
Maar jij voelt nog steeds niets…
Stormen kunnen woeden
op een nog zo woeste zee.
Op de snelwegen van de spijt.
De veranderingen in jou en mij
donderen over elkaar heen.
Maar jij hebt nog steeds
mijn ware ik niet herkend.
Ik zou je gelukkig kunnen maken.
Ik zou je dromen uit doen komen.
Er is echt niets dat ik niet zou doen
Om jou mijn liefde te laten voelen.

(thanks A.)

Roeien jij!!!

Met enige gemengde gevoelens maar vol goede moed was ze in haar rubberbootje gestapt. Ze zou die nieuwe wereld wel eens even ontdekken. De enigszins kleine roeispanen in de dollen leggend, stak ze van wal. Ze duwde hard van de kant af. Zó hard dat ze daar al bijna omsloeg, maar uiteindelijk wist ze toch haar evenwicht te bewaren. Ze roeide, zich erover verwonderend dat het zó makkelijk ging. Met een hand even onder water voelend merkte ze de onderstroom. Die zoog. En nog hard ook. Ze liet zich meedrijven. Wat een goed gevoel, heerlijk wegdrijven op dat kabbelende, eeuwigbabbelende, heldere water…

Uren en dagen gingen voorbij. Ze liet haar euforie de volle loop. Benen over de bootrand bungelend, af en toe in de onmetelijke diepten kijkend en zich afvragend, wat er zich in al die diepzwarte plekken daar beneden zou kunnen bevinden. De riemen hingen er los bij want ze dreef toch wel vanzelf mee met de stroming. Verder en verder weg… Genietend van al het aandachtige water dat haar omringde, dat haar tenen streelde, dat haar verkwikte als ze weer dorst had. De zon hield haar warm en haar overweldigende gevoelens voedden haar. Er leek geen eind te komen aan de stroom good feelings.

Maar ineens besefte ze dat de zon bij tijden toch wel heel erg heet was. Dat ze langzaam leek te verbranden. In het water springen durfde ze niet zo goed omdat ze zich er inmiddels van bewust was dat de onderstroom vreselijk verradelijk kon zijn en haar hard naar beneden zou kunnen trekken. En ze voelde haar maag. Ze had vreselijke honger… honger naar iets échts, iets tastbaars. Honger die niet langer door enkel gevoel en gekabbel gevoed kon worden.

Ze wilde naar haar riemen grijpen maar merkte dat er inmiddels eentje verdwenen was. In het water gegleden toen ze zo druk bezig was met voelen, in zichzelf praten en genieten. Daar waar het hout van de weggegleden, toch al wat oudere roeispaan een kleine splinter in de boot had geduwd, zat nu zelfs een miniscuul gaatje… Het rubberbootje zou overduidelijk niet eeuwig meer blijven drijven. Ze rukte aan de nog overgebleven roeispaan, ze moest terug naar land roeien. Het meer dat aanvankelijk zo lieflijk leek, bleek ineens van gigantisch formaat. Heel in de verte, aan de horizon, zag ze de oever. Kilometers ver weg. Hoe had ze die zo uit het oog kunnen verliezen… Ze moest terug. “En nu roeien jij, roeien!!” spoorde ze zichzelf aan. En ze roeide uit alle macht met de ene riem die ze nog had.

Maar zo éénzijdig roeiende bleef ze rondjes draaien… Ze kwam niet echt vooruit. Weliswaar linksom of rechtsom maar feitelijk bleef ze ronddraaien in kringen, daar midden op dat meedogenloze meer. Om haar heen één grote uitweg die weliswaar met pi en radius te berekenen was maar die ze niet kon nemen omdat ze niet werkelijk vooruit kwam. Zelfs afwisselend links en rechts of met de handen paddelen hielp niet, de fikse stroming trok het kleine bootje net zo hard weer terug. Zwemmen was geen optie meer. Ze was weliswaar een prima zwemster maar ze was toch ook duidelijk behoorlijk uitgeput en het was simpelweg té ver. Bovendien zonk het ooit zo betrouwbare bootje nu toch echt langzaam maar zeker…

Ze wanhoopte. En in haar wanhoop dronk ze. Van het vloeibare dat er om haar heen zo in overvloed was. Veel water. Nóg meer water. Om de grommende honger toch maar op de één of andere manier te kunnen stillen. De honger naar échts. De honger naar wáár gevoel.  De honger naar reaal léven. De honger naar verdoving van al wat toch niet echt bleek te zijn. De honger naar het stillen van haar angst.


Ze dronk.

Ze zonk.

Ze verdronk…

___________________________


In that vast but beautiful sea
of social and virtual space
even the best swimmer might be
sucked into the deep
and drown without a trace…

 

(if it were only just water…)