Lintworm

Zondags ontbijt.
Dochter neemt een grote hap van haar broodje filet americain. Ze kauwt genoeglijk.
LintwormOnderwijl oppert zoon nonchalant: “Hey mam, lintwormen zitten in rauw vlees, hè?”
“Euh, ja. Ook.”
Ik kijk hem scheef aan, snap heel goed waar hij heen wil met zijn vraag.
“En als je een lintworm hebt, dan vreet ie alles in je darmen op, toch?”
Alsof hij dat niet zou weten. Het jong weet sowieso alles.

Ik leg zo zakelijk en droog mogelijk uit dat lintwormen bij mensen maar héél zelden voorkomen, bij dieren die rauw vlees eten en vaak vlooien (overdragers van dergelijk gespuis) hebben, zoals katten, wel wat vaker. Dat koeien die wormen en hun eitjes in hun darmen kunnen hebben door gras met besmette ontlasting te eten. Dochter stopt met kauwen.
“Yuck!! Kunnen jullie het niet éven over iets anders hebben?”

Maar zoon weet van geen ophouden.
“Joh, maak je niet druk. Als jij een lintworm hebt, word je eindelijk slank. Mooi toch?”
Dochter kijkt verongelijkt naar haar buik.
“En als je niet genoeg eten in je buik hebt, begint ie gewoon met je ingewanden. Dan word je van binnen helemaal uitgehold. Oh, en hij legt ook eitjes die naar je hersenen kunnen gaan. Dan word je nog gekker dan je nu al bent.”
Dochter wordt bleek.
“Ja, echt! En koeien hebben het nu ook nog heel vaak hoor! En dan zitten de eitjes in het vlees. In gehakt en zo. Lekker joh!”

Ik kijk zoon vermanend aan. Nú stoppen of in de woonkamer verder eten. Met de deur dicht a.u.b.
Zoon staart stoïcijns terug en mompelt tussen neus en lippen door: “Nou zeg, ik wou alleen maar even waarschuwen. Dat wat zij nu eet – hoofdknikje richting dochter – is ook hartstikke rauw, gemalen koeienvlees.”
Dochter racet naar de badkamer.

Elke keer weer gezellig, dat zondagse ontbijt.

Relativiteit in theorie

“Alles is relatief!” Te pas en te onpas wordt het geroepen. Te gemakkelijk om moeilijke aangelegenheden steeds opnieuw te reduceren tot minimale issues. Je leeft maar één keer, toch? En die ene keer moet je er dan maar uit halen, wat er in zit. Maar wát zit er dan in vredesnaam in? En hoe weet je wáár het zit, zodat je het er ook uit kunt halen?

Je ligt in het ziekenhuis voor een kleine standaardoperatie. Je hebt pijn; de operatie is niet helemaal verlopen zoals het zou moeten. Thuis ligt er een zo mogelijk nóg grotere berg zorgen op je te wachten. Je weet eigenlijk niet eens hoe je leven verder zou moeten, overziet het niet meer. Onmogelijke keuzes. Grote verantwoordelijkheden. Rationaliteit moet per definitie overheersen, de wanhoop de kop ingedrukt. De pijn blijft. Wie biedt er nou meer ellende?

Naast je in de ziekenhuiskamer ligt nog een mens. Haar leven doorspekt van ziekte, verlies, verdriet, dood. Haar broer en twee zussen begroetten elkaar al lang in het hiernamaals. Een dappere, oude vrouw met existentiële angsten. Haar volwassen kinderen kijken naar haar, door goed gespeelde zorgen verscheurd. De kleinkinderen drukken oma uit plichtsbesef even tegen zich aan om vervolgens op de grond te gaan zitten wachten tot ze ein-de-lijk weer naar huis mogen. Oma kijkt het met lede ogen aan. Waarom zijn ze hier? Omdat het moet? Van haar hoeft het niet. Lijden kan ze zo veel beter in haar eentje.

Je kijkt naar de drie kleine sneetjes in je buik terwijl de verpleegster de pleisters vervangt en een nieuwe dosis pijnstillers op het infuus aansluit. Drie schone gleufjes van een centimeter. Morgen mag je vast naar huis. Een blik naar de buurvrouw. Het obligatoire privacy-gordijn ontbreekt in deze kamer. Haar wonden worden open en bloot verzorgd. Lappen huid van tien bij twintig centimeter ontbreken, afgedekt door smoezelig gaas, de rafelige wondranden compleet zwart. Op haar benen en in haar liezen is het een slagveld, overal waar de kanker uitgezaaid en weer weggesneden is. Etter en pus waar je kijkt. Een onderbroek kan ze al sinds maanden niet meer dragen. Langzaamaan vergezellen steeds grotere plekken van het doorliggen de melanomen die haar langzaam opvreten. Je hoort haar onderdrukt kreunen van de pijn. Niemand mag horen hoe erg ze in werkelijkheid lijdt…

Het móet beter worden. Het leven kán hier niet ophouden want dan gaat de boerderij er aan onderdoor. Wat moet dat worden, met alle varkens en achtendertig koeien als zij er niet meer is? Wie verzorgt de katten en de kippen? Maar ze weet het zelf ook. Rationeel gezien valt er voor haar niks meer uit te halen, uit dit leven. Op naar een volgend. Ze kijkt nog eens op naar haar kleinkinderen en tekent trillend de overdrachtsverklaring. Dat is pas rationaliteit. Ratio zonder keuzemogelijkheden. Ze sluit haar ogen en ademt langzaam uit. Hoe vaak zal ze dat nog mogen doen?

Ja. Alles is relatief.

 

Buikgevoel

Ze steunt zachtjes. De wond op haar been heeft dikke zwarte rouwranden. Wat bloederige korsten groeien door het gaas van transplantatiehuid heen. Op haar dij mist ze twee afgeschaafde lappen, felrode banen die pijn doen aan je ogen. Miep (eigenlijk heet ze Elfriede maar Miep vind ik beter passen) heeft huidkanker. Die van het ergste soort. ‘De Zwarte’, zoals ze het zelf noemt. Het type kanker dat zich ook gelijk in je lymfeklieren nestelt en van daaruit de rest van je opvreet.

Miep snurkt ’s nachts. Snoeihard. De uit haar liezen verwijderde lymfeklieren maken op de buik of de zij slapen onmogelijk en op haar rug heeft ze helaas geen controle over haar tong. Miep verontschuldigt zich en ik heb maar oordopjes gevraagd. Kleine moeite, meer rust voor allebei.

Na een dag redelijke stilte komen Miep en ik nader tot elkaar. Ze vraagt of ik haar wel versta, met haar sterke dialect. Ik stel haar gerust: ze kan voor haar begrippen ‘normaal’ praten, ik snap het wel. Ik kan alleen nog steeds niet toekijken hoe haar ontstoken wonden verzorgd worden maar ik hoor haar luid lijden. Miep heeft vijf jaar geleden al kanker gehad. Darmkanker. Veertig centimeter dikke darm mist ze nu, maar met alle chemo’s is ze twee maand geleden dan toch ‘genezen’ verklaard. En toen viel ze van de trap, bezeerde haar been op de plek waar enkel een vermeende spatader zat. Alleen kwam die spatader door de val ineens naar buiten en bleek een tumor te zijn.
“Da Krebs is a Hund,” mompelt ze zonder enige verbittering. En dat is ie.

Maar ze had het ook wel kunnen verwachten, zegt ze. Haar moeder had het ook. Het vele buitenwerk op de boerderij maakt van rare plekjes nu eenmaal zwarte kanker. Haar ene zus had eveneens darmkanker, die is al lang dood. Op haar zesenveertigste. Miep’s broer had prostaatkanker maar kreeg een hartaanval dus die heeft niet lang geleden.

“Is toch een mooie dood,” zegt ze. Gewoon omvallen en niks meer merken. Ja, zo zou iedereen dood moeten gaan. Haar nicht deed dat ook al zo mooi: die stond bij de kassa af te rekenen en zakte ineens in elkaar. “Poefff, weg,” zegt Miep terwijl ze demonstratief met haar vingers knipt. Zo hoort dat. Maar Miep moet eerst nog weer opkrabbelen want de koeien, de man en de katten wachten thuis op haar. En ze is nog maar éénenzestig hè! Te jong om nu al te stoppen met lijden.

Ik nestel me weer in mijn ziekenhuisbed en aanhoor mijn luid brommende en borrelende, vers geopereerde buik. Die probeert me overduidelijk iets te vertellen. Moet ik er dan toch maar naar luisteren?

 

Ontheemd

Waar is thuis? Waar hoor ik? Ik weet het niet meer. Ik heb het eigenlijk ook nooit geweten. “Wherever I lay my hat, that’s my home,” krakeelde Paul Young.  Ik heb geen hoed maar als ik er eentje had, zou ik ‘m meteen opzetten en diep over mijn ogen trekken, zodat niemand de tranen zou zien glinsteren.

Vandaag voelt werkelijk niet als Bevrijdingsdag. Veel meer als een onverwachte gevangenisdag. Gevangen in mijn hoofd, gevangen in het alledaagse, gevangen in een overweldigend onbestemd gevoel. Ik functioneer absoluut niet. Ik ben stuk. Zelfs grasmaaien lukt voor geen meter: ondanks de lentezon blijft het gras te nat en loopt de maaier na wat gesputter steeds opnieuw vast. Ik had ’t kunnen weten. Een lichte misselijkheid golft al sinds het opstaan met vlagen door me heen. Wat dóe ik hier eigenlijk? Behalve doorademen en wachten tot de motor der normaliteit weer een beetje regelmatiger draait? Alles revolteert in mij.

Ik zou mijn bestaan nu per direct en uit alle macht radicaal om willen gooien maar ik kan het niet. Nog niet? Rationaliteit, gebondenheid, realisme en machteloosheid weerhouden me. Ik voel me meer dan stevig vastgesnoerd in een korset van ooit gemaakte keuzes. Met dubbele knopen op de rug. Een immense drang om los te komen. Een ziekelijk groeiend heimwee. Als een opzwellende groene hulk in mij. Kon ik ook maar zo oersterk zijn en uitbreken…

Ik voel me ontheemd.
Ik ben in mijn huis, maar steeds minder thuis.
Misschien gaat het ook dit keer voorbij.

Misschien ook niet meer…

Even scannen a.u.b.

Een grote bobbel. Dat is wat ik merkte, een week of anderhalf geleden. Ik legde mijn handen op mijn buik, op de onderste ribben en voelde een behoorlijke asymmetrie. Links een soort van derde, tepelloze borst, rechts gewoon ‘plat’ (voor zover plat bij mij mogelijk is) en dacht: ‘What the f….???’ en daarna niks meer, alweer vergeten. Ik blondie kan dat.

Maar de bobbel bleef en viel zelfs mijn man ineens op. Gisteren dus een eerste  poging tot betasting door de huisarts ondernomen. Helaas: die bleek op vakantie. Doorgereden naar een mogelijk vervangende arts maar die had geen praktijk op donderdagen. Nou dan niet! Bekijk het maar. Zal wel loslopen.

Vandaag heb ik toch maar een nieuwe poging gedaan: een derde lokale arts. Een internist. Om tien voor half acht was ik er al. De wachtkamer was een paradijs voor mensenkijkers. SMS-ende punkers, dames met hondjes in tassen, een peuter die de boel systematisch afbreekt, überzielige pubers met dramatranen in de ogen en een lachend levensverhalen mompelende man met Down. Een uurtje of anderhalf wachten en hoppaaa, ik ben al aan de beurt.

De huisarts drukt eens op de bobbel. Auw man! Het enige wat hij zegt is: ‘hmm’. En nog een keer. ‘Hmm’. Ik kijk hem bedenkelijk en sterk afwachtend aan.
‘Uw onderste rib is gebroken. Een pathologische breuk.’
Nu kijk ik meer dan bedremmeld. Hoe is dat mogelijk?? Ik heb niets raars gedaan, geen ongeluk gehad, niemand heeft mij mishandeld (voor zover ik me kan herinneren), ik heb mezelf niet eens naar behoren op de borst geslagen de laatste tijd.
‘De meest voorkomende oorzaak bij jonge [oh Danke, Herr Doktor!] mensen als u is een gezwel onder het bot.”
BAM. Uit het lood geslagen. Fijn hoor, zo’n eerlijke edoch tactvolle dokter.
‘U moet nu naar de radiologie in Linz. Dit moet wel gecheckt worden.’
‘Kan dat eventueel ook anderhalve week wachten? Ik heb nu erg weinig tijd…’
‘Nee. U moet nu gaan.’
De dringendheid waarmee hij dat zegt, is voldoende. Met een verwijsbrief en een kloppend hart van de schrik scheur ik naar de radiologische praktijk in de stad.

Weer een wachtkamer. En meer wachten. Een klein kwartier later ben ik al aan de beurt. Een propperige, gezette dame met jampotglazen duwt me met nogal harde hand op het verticale röntgenplateau, derde borst tegen de witte plaat.
‘En nu diep inademen en niet meer uitademen!’ Alweer auw…
‘Omdraaien tot ik stop zeg, dan weer inademen en NIET uitademen!’
Ben ik even blij dat ik tussendoor toch stiekem nog wat uitgeademd heb, anders had ik nu niet eens meer in kunnen ademen voor Tante Pollewop. Duwen, sjorren, nog een keer duwen. Zij zegt ook ‘hmm’ en haalt de opperradioloog erbij. Het zweet breekt me uit. Sta je dan, halfnaakt en klotsend tegen zo’n witte plaat op te rijen. Ik weet leukere hobby’s.

‘Ik kan het niet goed zien, de foto’s moeten later nog beoordeeld worden. Ik moet nu eerst even een echo maken’, aldus de radioloog. Ik ga op het met papier bekleede brancard liggen en oogst daarvoor meteen een klodder koude gel op mijn buik. Met de scankop drukt hij hard op de abnormale plek. Ik kan het woord ‘hmm’ inmiddels niet meer horen en vraag zonder omwegen of hij nu wat ziet of niet, en zo ja, wat.
‘Een breuk, ja. Verder niets. Raar hoor.’
Alsof hij er graag van alles had zien zitten en nu bijna een beetje teleurgesteld is. Jammer zeg, wéér geen drama vandaag… Ik  hoor het hem denken en vraag nog een keer voor alle duidelijkheid of ik me nu echt geen zorgen meer hoef te maken. Hoef ik voorlopig niet. Ja die breuk, dat is raar. Ontzien. Geen al te wilde dingen doen, niet boksen, niet bungeejumpen. Oh jee… dat wordt afkicken de komende weken. De rest lijkt oké, maar ik moet nog wel even de uitslag van de röntgenfoto’s afwachten voor het uiteindelijke ‘O.K.’ Die komen volgende week met de post. Wat een opluchting. Om tien uur ben ik weer thuis en plof met een kop koffie op de loungebank op het terras.

Na een emotioneel rondje scannen nu dan  de rest van de oorspronkelijke plannen…

niet goed bezig

Gisteren opende ik – hoe kan het ook anders – ergens in de loop van de ochtend even facebook op mijn foon. Het eerste plaatje wat ik zag was van een half verbrande jonge man. Hij was, volgens de ernaast staande tekst, aangestoken. Een brandende autoband om zijn nek. Omdat hij homoseksueel zou zijn en dat mag dus niet in Oeganda (en niet alleen daar…). Sterker nog: zulke mensen mag je dus legaal, met de wet achter je, in de fik steken en toejuichen terwijl ze creperen. Ik kreeg spontaan kokhalsneigingen en dikke tranen in de ogen, moest noodgedwongen verder scrollen. Ik kon het simpelweg niet aanzien. Want wat moest ik hier nou mee? Onvoorstelbaar gruwelijk om te zien op een gezapige zondagochtend. Wat een wereld. Een bevestiging van mijn opvatting dat mensen de enige werkelijke beesten op deze aarde zijn.

Ik moest het plaatje eigenlijk delen om mijn solidariteit met de homoseksuelen op deze aarde te betuigen. Maar ik kon het niet… wetende dat ik een dermate afgrijselijke foto dagenlang op mijn eigen wall zou zien, een wall waar ook kindekes mee koekeloeren… en ook wetende dat het geen ene donder zou helpen. Ik ben vanzelfsprekend solidair met iedere andere mens die in naam van onzinnige (veelal religieuze) wetten gediscrimineerd, gemarteld, gedood wordt. Maar mijn solidariteit lost helemaal niets op. Ook een petitie met miljoenen email-handtekeningen eronder haalt niks uit. Ik onderteken ze allemaal want het is geen moeite en ik laat in ieder geval op microniveau zien dat ik het er niet mee eens ben, de NSA aan m’n broek of niet. Maar helpen doet het niks, ik ben niet zo naïef om te denken dat er in de toekomst ook maar íets anders zal gaan vanwege een simpele petitie. Geen meisje minder verkracht of op 9-jarige leeftijd uitgehuwelijkt, geen honingbij gered, geen niet-ondertekend TIPP, geen asiel voor meneer Snowden, geen betere vrouwenrechten, geen boycot van de olympische spelen in dat hypocriete Sotchi/Rusland, geen betere arbeidsomstandigheden voor die arme chinese kindertjes in de neodymiumwinning. Gewoon. Niks. Lijdzaam toezien is alles wat je mag vandaag de dag. En dat is ook nooit anders geweest.

Daarom deelde ik de foto niet… want ergens, ergens moet ik nog altijd míjn leven leven. Of dit nou allemaal gebeurt of niet. Dat van anderen kan ik niet leven. En ik moet dus zorgen dat mijn leven góed geleefd wordt, al naar gelang de omstandigheden. Dat is iets wat ik in ieder geval wél kan doen. En dan niet voor mij. Egocentrische gedachtes heb ik al genoeg (“ik moet goed voor mezelf zorgen”, “die Note 3 wil ik toch wel heul erg graag”, “wat zal ik eens eten vandaag” – en zo). Maar voor de bewonderenswaardige mensen en mensjes om mij heen. Mijn zoon die maar door bokst en vecht om op school mee te komen. Mijn dochter die morgen weer naar de dokter mag voor een uitgebreide hartcontrole. Dat gaatje zit er nog steeds hè… ook al denk je er dan praktisch nooit aan, het blijft eeuwig een issue. Vrienden en vriendinnen die vechten tegen dodelijke ziektes, financiële sores, rottige werkgevers, mishandelende echtgenoten, depressies. Ouders die een dagje ouder worden en allebei al kanker hebben gehad. Ons eigen hachje (lees: ‘relatie’) bij elkaar en leefbaar houden. Dat zijn de dingen waar ik in eerste linie mee bezig zou moeten zijn, ik weet het. Ik weet het zo goed…

En toch ben ik het niet.

The Puking Saga

Lang gevreesd, toch gekomen. Er waart hier sinds een paar weken één of andere mutant van het noro-virus rond. Dat had ik van de moeders en juffen op school duidelijk meegekregen en daarom hebben we hier thuis al een tijdje een handenwasmanie, een ziekenbezoekverbod en een elkedagschoneklerenaanvoorschrift. Het mocht niet baten. Dochter kwam vrijdagmiddag thuis van een middagje rondbalgen bij de buren en gilde enthousiast dat buurjongetje ook aan de kots was.  Oh. Fijn…

Gisteravond een heerlijk kerstdiner cq kerstfeest gehad. De kinderen hadden onder de liefdevolle begeleiding van ons buurmeisje ook een leuke avond gehad, vol gepropt met TV, chips, popcorn, fanta en kruidnootjes. Om twee uur lagen we in bed. Binnen een half uur sliepen we als ossen, om om drie uur wakker te worden van het gekrijs: “MAAAAHAAAAAAAMAAAAAAA IK HEB GEKOTST!!!” Ik realiseerde me niet meteen de volle betekenis van haar woorden, stommelde de kamer van dochter binnen en gleed uit. In  het overgeefsel dat dochter van haar (half)hoogslaper met vol geweld over de rand naar beneden had gespuugd. Ze wou niet in bed spugen want dan zouden haar barbies en knuffelbeesten vies worden. Op zich heel lovenswaardig, maar om het dan maar van anderhalve meter naar beneden te laten klateren is ook een niet de meest aangename optie. Voor mij dan. Binnen een straal (duh… straal…) van pak ‘em beet twee meter zat het werkelijk óveral. Op de muren, in de barbiekoets, op de bank, op de kledingkast, op en achter alle treetjes van haar bedtrapje, enzovoort. Ik mompel enkel ‘oh mijn god’, staar achtereenvolgens naar huilende dochter en naar mijn blote voeten in de kots, veeg ze af aan het groene mierentapijtje van ikea (die is namelijk wasbaar, zo wakker was ik dan wel weer 🙂 ) en stommel weer naar buiten. Emmer halen, ajax erin en dweilen maar. Alle losse dingen in de douchecel gemieterd en heet afgespoeld, dochter erachter aan. God wat goor. Bed verschonen, mijn voeten en handen desinfecteren (ik kon alleen maar anti-schimmelmiddel vinden maar dat werkt ook best goed als voetendesinfectans geloof ik. Het ruikt in ieder geval naar chloor.) Wat een zooi. Wat een ongelooflijke zooi. Maar toch: om half 4 lag ik weer in bed.

Vanochtend om een uur of half acht moest ze nog een keer overgeven maar dat deed ze als vanouds: keurig op de WC. Braaf meiske. Nu ligt ze voor oud vuil op de bank en ik heb zojuist opnieuw een uitgebreide dweilsessie gehouden. Zelfs uitgekotste paprikachips geeft oranje vetvlekken op witte muren, wat een vet goedje is dat… Ongelooflijk waar dat spul overal heen sputtert. Voordeel: de hele bovenverdieping (en de trap en de gang en de keukenvloer, want met je blote kotsvoeten overal naartoe banjeren is achteraf gezien ook niet echt aan te bevelen) is nu wel weer mooi schoon, dat was heel hard nodig.

Nu is het afwachten of en wanneer wij onze ingewanden weer eens intensief mogen reinigen… Hopelijk snel, dan zijn we voor de kerst weer klaar.

s(h)itting life

ik blog te weinig, ik weet het. Maar dat heeft een oorzaak: momenteel wind ik mij nergens over op en is mijn wereld verrekte klein. Dat eerste komt door de medicatie, vermoed ik. Van veel pijnstillers krijg je een betonnen plaat voor je kop. En van te weinig koffie word je een sufkop, dat ook. Goh, een taifoen… wat rot… 0,1% economische groei (ook wel stagnatie genoemd), wat prachtig… over een weekje gaat de wereld ten onder aan nucleaire straling… tja, ’t is niet anders hè, daarna zien we wel weer verder… Of niet. Oh en dat tweede komt door het feit dat ik al meer dan een week huisarrest heb. Ik mag niks. Liggen, zitten, liggen, naar de wc krukken. En weer terug.

Mijn hoofd is een vlakte. Een droge steppe. Ik heb m’n werk inmiddels actief en succesvol weten te verdringen. Geen zin in. Komt volgende week wel weer. Of ook niet. Ik doe een dutje als de kinderen de deur uit zijn, het liefst met één of twee slapende katten tegen me aan. Ik teken een zentangle of een zendoodle, schrijf wat en delete ’t dan weer (too boring, net als dit hier). Na de middag vragen de kinderen een hoop aandacht (school kills, had ik dat al gezegd?). Zoon vertelt en passant dat men zijn pennenetui met dagelijkse regelmaat door de klas heen keilt, maar ach, ze rapen het over het algemeen ook wel weer op. Goh, fijn. En hij heeft eindelijk een ‘echt’ vriendje gevonden. Dat is niet ‘goh, fijn’, dat is geweldig. Het is nog een aardig jong ook. zentanglecollage

Ik kijk naar de kat, die op dit moment onze koeienvlekkendeken probeert te slachten. En naar de zooi in de keuken. Als huisman is mijn man duidelijk net zo geschikt als een genarcotiseerde mol. Hij ziet niks, werkt de pruttel wat opzij, stopt bij tijden een noedel of een stuk oud brood in zijn mond, duwt af en toe wat in-de-weg-liggends aan de oppervlakte (zodat ik het weg kan ruimen) en graaft zich dan weer met verbazingwekkende snelheid in de onzichtbaarheid (namens ‘zijn werk’). Ik doe dus – ondanks de situatie – toch zo goed als alles, op mijn rollator – hatsjikideeee – en weet inmiddels ook welke kant-en-klare c.q. diepvriesmaaltijden geapprecieerd worden en welke niet. Het maakt mij geen bal uit: ik eet ze toch niet.

Ik teken wat meer, kijk naar Koffietijd (shocking) en de samenvatting van DWDD (saai gelul). Ik zie Miracle Blades, Magic Bullets, FabAbTrainers, wonderkorsetten en geweldige aztekische afvalpillen met de onuitspreekbare naam Alcachofa de Laon (Artisjokken in poedervorm voor maar vijftig euries per week!) bij Tommy Teleshopping en Tellsell (sorry, Netflix werkt niet in Oostenrijk). Dr. Google geneest mij snel weer van onverhoopt ontstane koopneigingen en ik dank de mensen die de moeite hebben genomen om de realiteit omtrent deze verzameling schroot en pseudo-hoopgevers in een recensie weer te geven. Thank you, thank you, thank you. Apropos, recensies. Ik schrijf nog wat meer. Recensies (hiero!) over seksboeken (zogenaamde ‘erotisch-pornografische romans’). Leuke bezigheid, moet ik toegeven, al behoor ik duidelijk tot het minder geschikte publiek voor dit literaire genre (over immuniteit gesproken…).

Het meest opwindende in mijn leven is momenteel de tijd die ik nodig heb om van de bank naar het toilet te komen. Die wordt namelijk steeds korter, naarmate ik mijn rollator met meer behendigheid en snelheid om de bocht kan manoeuvreren en met mijn krukken grotere sprongen kan maken (als ik zo doorga, mag mijn linkerknie straks ook geopereerd worden). Mijn rug gilt het elke avond uit van de excruciërende pijn. Ah… the blessings of a s(h)itting life. Ik verheug me inmiddels al op een heerlijk simpel rondje boodschappen doen. Vanmiddag onderneem ik ein-de-lijk weer eens een poging tot autorijden. Ik mis ‘m, mijn Oud-i… De kinderen moeten naar de gym resp. naar judo en er is niemand anders die dat kan doen, momenteel. Ja ja, dit wordt een topmiddag!!

kniegeknoei

Donderdag tien voor zes. Klaarwakker. Ik sta op, joggingbroek, shirt en vest aan. Kinderen wakker gemaakt, ontbijten. Ik enkel een glas water en een kop groene thee, nuchterheid is voorschrift. Om kwart voor zeven duw ik de kinderen de deur uit richting buuf die op de verdere gang naar school toeziet en stappen man en ik in de auto, op naar Linz.  Half acht, aanmelding op de orthopedische poli, samen met minstens twintig andere ongelukkigen. Ene kamertje in, paar dingen ondertekenen (de man vraagt naar mijn dubbele achternaam en of ik de volgorde zelf mocht kiezen. Zou hij ook binnenkort gaan trouwen of zo?) en weer naar buiten. Wachten, wachten.  Andere kamertje in. Daar leer ik mijn operateur kennen. Operatietijd: niet voor enen. Oef. Later dan ik gehoopt had, de honger loopt al aardig te keten. Op naar de afdeling met mijn hele hebben en houwen voor eigenlijke opname. Weer wachten. Een humoristische dame namens Greti begint alvast bij alle wachtenden hun eet- en drinkwensen in de computer in te voeren. Ineens hoor ik de verpleegsters en een OK-assistent over mij praten. “Dan maar naar kamer drie verhuizen, daar is nu een bed vrij. Ja nu.” Greti krijgt instructies om eerst mijn eetgegevens op te nemen omdat ik blijkbaar nu al geopereerd wordt. Joepie! Greti is heel snel klaar met mij en kan niet vatten dat ik echt helemaal niks wil. Nee, geen avondeten. Nee, geen Kuchen. Nee ook geen ontbijt. “Ook geen soep?? U moet toch iets eten?” Ik vertel haar dat ik een speciaal dieetprogramma doe en mijn eigen eten bij me heb. Ter geruststelling bestel ik voor na de operatie toch maar een Grießnockerlsuppe, dat is een heldere runderbouillon met een soort knödel van griesmeel en ei erin. Best lekker. “U bent wel een vreselijk goedkope patiënt zo hoor!!” Ja. Fijn hè.

In kamer drie moet ik mij volledig uitkleden, zo’n achtervastknoopoperatiejurkje aantrekken en wordt mijn linkerbeen van teen tot heup ingezwachteld. “Ter voorkoming van eventuele fouten [duhhh…] en tegen eventuele trombosevorming,” zegt ze. Eveneens in kamer drie ligt een oudere dame die, als ik eenmaal alleen in het bed lig te wachten, haar kans schoon ziet om even te kletsen over wat er allemaal misgelopen is bij haar. Een nieuwe knie, ging helaas niet zo lekker en bij het röntgen hebben ze haar vervolgens zo in positie gedraaid dat haar patellapees abrupt afgescheurd is. En nu ligt ze daar al drie weken te koekeloeren, mag het bed niet uit en men probeert alle fouten krampachtig te herstellen. Ik begin te snappen waarom zij inmiddels alleen op een kamer ligt: men wil misschien liever niet dat ze elke patiënt inlicht over medische missers…

Mahmud de beddentaxi komt breed lachend binnen stommelen, roept ‘aahh ben je alweer op de verteltoer Maria??’ en vraagt vervolgens ook al naar de afkorting van mijn naam (L…..-Ba. Meer staat er niet op het etiket op mijn bed want dat was blijkbaar te lang. LouLaBa was nog helemaal niet zo’n slechte afkorting eigenlijk), over haren op patiëntenknieën (heb ik niet!! Braaf geschoren!), over de te slome lift en nog veel meer. In het voorportaal van de OK komt de narcosearts me halen en merkt op dat hij mij kent. Huh?? Ik ben hier nog nooit geweest hoor. Nee, nee, maar hij woont in mijn dorp en zijn kinderen zaten bij mij op de voetbal. Ahaaaaaaa… ik herken hem nog steeds niet maar ik krijg van hem een spuit en een mooie roze handkatheter. Langzaam druppelen de knock-outdruppels in mij. Ik weet mijn geboortedatum nog te melden en dat ze vooral mijn rechterknie moeten nemen, ik mompel mijn adres nog half en rond tienen ben ik dan echt weg. Om half één schijn ik huilend van de pijn wakker geworden te zijn op de uitslaapkamer. Gelijk een infuus met pijnstillers erin en tsjakkaaaa foetsie ben ik weer. Om iets na tweeën  kom ik bij, om half drie ben ik op de kamer. Een andere kamer want naast mij ligt nu ineens Beatrix. Bea heeft een mobilisatie van haar kunstknie voor zich, het ding wil niet ver genoeg buigen. Dat gebeurt ook onder narcose want anders is het een vreselijk pijnlijke aangelegenheid. Ze is ook al sinds de avond ervoor nuchter en sterft van de honger en de dorst, maar ze mag niks want ze weet niet wanneer ze aan de beurt komt.

Ik moet plassen maar mag het bed niet uit vanwege de drainageslangen die nog in mij zitten. Minstens tot de ochtend in bed blijven. Uiteindelijk hou ik het niet meer uit en roep de verpleegster, hoe dat dan nu moet. Ze komt met een plastic ondersteek (hoe heet dat, een bedpan?). Die wurmt ze onder mijn kont (ik moet mij optrekken aan die bungelende steun boven het bed. Pijnnn!!) en zegt “Zo. En nu plassen.” Euh… tja… euh… liggend??? Ik kan niet liggend plassen. Ik hijs mezelf overeind en probeer wel vijf minuten lang er een druppel uit te persen. Bea kijkt discreet de andere kant op. Wat een ellende. Maar uiteindelijk komt het.

Om vijf uur ligt Trix nog naast me, met hoorbaar rommelende maag. Ik krijg mijn kop bouillon met griesknödel en kan het bijna niet eten omdat ik het zo sneu vind voor haar. Maar ik heb zo’n ongelooflijke zin in iets warms dat ik de bouillon inclusief knödel in no time naar binnen gewerkt heb. Wat een heerlijkheid. Een blok van mijn eigen astronautenvoer erachter aan en ik ben weer bijgetankt. Wat zal ik nu eens gaan doen, zo zonder foon… Beatrix slaapt. Goed idee.

Om 17:45 wordt Bea eindelijk opgehaald en kort na zevenen is ze alweer terug, nog volledig onder zeil maar het OK-personeel wilde naar huis ziekenhuiszentangledus moet ze maar op de kamer uitslapen. Ik teken wat aan mijn ziekenhuiszentangle en luister naar de radio. Roxette in bed. On the drip, slangetjes die voor mijn neus bungelen. Opnieuw de plasellende (de bouillon is doorgelopen). De nacht was oké (met slaaptablet) en het eerste wat ik ’s ochtends om kwart voor zes in het halfdonker voor me zie, is Christus aan ’t kruis. Die hangt direct voor mijn neus, net als bij alle anderen hier bij de Barmhartige Gezusters. Aangrenzend aan dit ziekenhuis is het hospitaal der Barmhartige Broeders. Dat was vroeger dus the place to go voor de mannen, nu is alles gefuseerd tot één groot gemengd ziekenhuis. Christus kan ’t vast ook aan mij zien: ik moet alweer vreselijk erg plassen. Zo nodig… Maar de drains zitten er nog in  dus ik mag nog steeds niet uit bed. Wéér op de ‘Schüssel’ (zo noemen ze dat ding hier, officieel is het een ‘Steckbecken’). Wat een verschrikking. Mijn buik is sinds 4 am een soloconcert aan het opvoeren. Zo luidruchtig dat ik er zelf meerdere keren wakker van word. Alle tonen, brom- en klopgeluiden en ik hoop maar dat buuf Bea het niet hoort. 6AM: bammm, het licht gaat aan. Ik krijg een glas water en twee tabletten: een maagbeschermer en een Voltaren. Wat een geweldig ontbijt. Licht uit.

Ik merk dat het beschermingsmatje waar ik – nog steeds onderbroekloos vanwege de slangen – op lig, inmiddels redelijk nat geworden is. Blijkbaar laten mijn bedpanplaskunsten nog duidelijk te wensen over. Yuck. Ik eet de maagbeschermer en mijn dieetvoederblok met een groot glas water erbij en hoop dat dat mijn buik een beetje milder stemt. Daarna wil ik de Voltaren slikken maar die floept uit het bakje en klettert met oorverdovend getik op de grond. Scheiße… Licht weer aan (sorry buuf) en ik buig me over alle kanten van het bed. Jah! Daar ligt-ie. Denk ik.  Met enige rek- en strekoefeningen (pijn) krijg ik ‘m te pakken en slik alsnog het kleine roze tabletje, in de hoop dat het echt de Voltaren is en niet iets anders wat toevallig nog daar op de grond lag. Beatrix mag met een loopkarretje naar de WC en ik ben jaloers. Ik wil ook.

Redelijk vroeg komt ons de afdelingsarts met zijn aanhang visiteren. Hij heeft meer belangstelling voor mijn tekengedoe dan voor mijn knie en vraagt of ik denk dat ik naar huis kan. Jaaaa!! Dat kan ik hoor!! Mogen dan nu die slangen eruit??? Dat mag. De zuster komt en met een paar korte maar uiterst pijnlijke, misselijkmakende rukjes ben ik eindelijk bevrijd.  Verbinden, handkatheter eruit en whoppaaaa naar de WC. Wat een opluchting…  Ik was me, kleed me aan, prop alles in de tas en om half tien ben ik bereid voor transport. Helaas kan mijn man me pas na tweeën ophalen dus regelt de zuster een ziekentransport voor me (“wordt vergoed hoor!”, zegt ze, en ik geloof haar). Die liet ook nog op zich wachten, maar rond twaalven ben ik dan toch eindelijk thuis. Home sweet home!!!

En nu, nu heb ik een heerlijk bedje in de woonkamer, een rollator, krukken en mij op mijn wenken bedienende kinderen. Ik had ’t slechter kunnen treffen. Maar het blijft een geknoei met die knie van mij…

.

Ik was nog niet klaar eigenlijk. 
Ik wou bij deze nog wel even de zusters, dokters en personeel van het ziekenhuis der Barmherzigen Schwestern in Linz bedanken voor hun goede zorg, snelheid, adequaatheid en vakkundigheid. Tot nu toe het beste ziekenhuis waar ik ooit gelegen heb. Niet dat jullie dit ooit lezen (en al helemaal niet in het Nederlands), maar ik wil het wel even gezegd hebben.

gevalletje meteen

klungelknieNet terug van het ziekenhuis. Ik had weer een afspraak voor mijn klungelknietje en met de foto’s van de MR-scan onder de arm wandelde ik dus bij de orthopedie naar binnen. Meneer de dokter bestudeerde de beelden en keek toen onderzoekend naar mij. “… En u kunt nog gewoon lopen?!?” klonk het ietwat verbaasd. Ehh, nou, ja hoor. Ik loop prima op dit moment, ik heb toevallig een ‘goede fase’. Tuurlijk, de boel doet pijn maar dat doet het altijd en uiteindelijk wen je daar ook aan hè. Ik heb gisteren nog tweeëndertig baantjes getrokken in ’t zwembad. Da’s wel achthonderd meter, in een goed half uur. En ’s avonds nog de laatste voetbaltraining met de minikiddo’s doorstaan.

In ieder geval ben ik dus nog steeds redelijk mobiel en daarover verwonderde zich de goede man duidelijk. Hij mompelde in zijn dictafoonding: “Korbhenkelriss, Riss des inneren Kniebandes, Knochenschäden, Chondropathie dritten Grades, bladiebladiebla…. Operation erforderlich. Akuter Fall” Dát had ik dus begrepen. De vraag was: wat voor operatie? Tot mijn grote opluchting slechts een arthroscopie. Ikke blij! En maar twee weken uit de running (letterlijk). Men wil mijn knie nog zo lang mogelijk in mij voort laten bestaan. Een nobel streven. Als die pijn maar weg is, vind ik alles best.

De operatiedatum werd in overleg met de assistente meteen vastgelegd: volgende week donderdag. Zo gaat dat hier: je hebt niks in te brengen, je krijgt gewoon een afspraak, take it or leave it. Tja euhh, sorry maar dan kan ik helaas écht niet…. “OK, wanneer dan? Dit is namelijk wel “ein Fall für ‘Sofort'” [“een gevalletje ‘Meteen'”, vrij vertaald] dus wel zo snel mogelijk a.u.b.” Het lijkt wel of zijn knie door mij geopereerd moet worden i.p.v. andersom. De donderdag erop wordt democratisch vastgelegd. Jemig, wat snel… ik voel me niet als een spoedgeval maar 7 november snijden ze voor de zoveelste keer mijn rechterknie open. Ik hoop met heel mijn hart dat ie ’t daarna dan toch weer een tijdje pijnvrij doet.

Here we go again…

Radioactive!

de song van ‘Imagine Dragons’ spookt de hele dag door m’n hoofd. Ik ben er veel mee bezig, met die radioactiviteit… Volg het nieuws uit Fukushima op de voet. Weer een voorval. Maar ‘alles is in de reactor gebleven’… Tuurlijk, tuurlijk. Die driehonderd tonnen zwaar radioactief water die er en passant nog even uitgedruppeld en in zee gespoeld zijn, zijn sowieso peanuts. Toch? Druppels in een oceaan die al lang en breed straalt als een supernova.

Niemand heeft het over de staven in reactor nummer 4, de reactor waar niemand meer in kan en waarvan niemand weet hoe het er binnenin aan toe gaat. De staven waarvan, volgens de berekeningen van de ‘experts’, de beschermende zirkoniumomhulsels in verregaande staat van ontbinding zijn en waarvan men vermoedt, dat ze uiterlijk over anderhalve maand volledig zullen smelten en de hitte die daarbij vrijkomt zoveel stoom in de reactor zal produceren, dat de hele boel met een gigantische klap uit elkaar springt, waardoor er een aarde-omspannende wolk radioactiviteit de atmosfeer in als mede een enorme golf onvoorstelbaar radioactief water de zee in geblazen wordt. Niemand heeft een oplossing. Niemand wil het geld voor het snel vinden van een oplossing zelfs maar op tafel leggen. Dus zwaai maar dag met je handje, zolang je nog kunt…

Doemscenario’s. Andere kant van de wereld? Dan niet meer hoor… Maar afgezien daarvan hebben we hier om de hoek ook zo’n heerlijke kerncentrale. Een oud krot, zo goedkoop mogelijk gebouwd door de Tsjechische regering, met een hoop subsidie van de staat. Een kerncentrale met aan de lopende band incidenten die allemaal vakkundig onder de Tsjechische tapijten geveegd worden. Dat dan wel weer. De verdere uitbouw van Temelin in de zeer nabije toekomst was al in kannen en kruiken: nogmaals vier grote reactoren graag! Joepiehie…duhhuhh…poepie. En dat hemelsbreed slechts vijftig kilometer verderop… Eindelijk, EINDELIJK heeft de EU nu eens een ‘goede’ beslissing genomen: De subsidiëring van kernenergie en van de bouw van nieuwe reactoren is niet langer toegestaan. Daarmee zijn de geplande Temelin-reactoren al vóór de bouw onrendabel en zullen ze er dus niet komen. Mede dankzij de petitie van Global2000 tegen de subsidiëring (die ik vanzelfsprekend ook ondertekend heb, en vele tig-duizenden met mij). Maar ook dit is slechts een druppel…

kaliumjodidGerustgesteld ben ik niet. Integendeel. Ik kijk met lede ogen naar Japan. En ook naar het laatste ongelukje, daar vijftig kilometer verderop. Ten gevolge van Tsjernobyl kunnen we hier in Oberösterreich bijvoorbeeld nog steeds geen truffels (de paddenstoelen hè) eten: streng verboden, nog steeds té radioactief als gevolg van de wolk die destijds, 27 jaar geleden op de bossen en weilanden hier neerdaalde… Zevenentwintig jaar!

Laatst heb ik mijn voorraad kaliumjood-tabletten maar eens hernieuwd. Ik had één pakje thuis, destijds via school opgedrongen gekregen. Maar kaliumjood moet je hier in onze contreien inmiddels standaard in huis hebben, voor het geval er weer eens een kernrampje of iets dergelijks gebeurt. De tabletten zorgen er dan voor, dat de schildklieren geen radioactief jodium op kunnen nemen. Vooral bij kinderen ontstaat er dan namelijk vaak en vrijwel direct de heel agressieve schildklierkanker. Bij de apotheek werden mij voor vier personen gelijk acht pakjes in de handen gedrukt. “Neemt u maar, ze zijn inmiddels gratis. Iedereen móet ze nu hebben. Nieuw voorschrift.”

Oh…Hoe geruststellend. Not…

Mijn voorraad drinkwater in de kelder (tot voor kort zo’n tachtig liter) heb ik nu dan ook maar opgeschroefd naar de tweehonderd…
Niet dat het ook maar een bal helpt, want het liefst ga ik dan maar gelijk de pijp uit in plaats van alle ellende nadien mee te moeten maken. Maar ja. Voorschriften hè…

Eens kijken hoe zeer we met zijn allen stralen over anderhalve maand. Van het lachen zal het niet zijn…

Mooie ziel

“Een mooie ziel gaat langer mee dan een mooi lichaam.”

Deze quote zag ik laatst op Facebook (dankjewel Sheila 😉 ). Dit zijn zinnen waar ik dan gelijk weer heftig over na moet denken. Klopt het wel? Ik geloof namelijk zelf niet in een hiernamaals of in het voorbestaan van de ziel als zodanig. En wat is een ziel überhaupt… Een forse bundel neuronen, synapsen en hersencellen die samen het bewustzijn van een menselijk wezen vormen. Staken die fysieke dingen hun werk, is er ook geen ziel meer…

Oh, en wat is dan een mooi lichaam? Een slank, gespierd, gazelle-achtig lichaam voor een vrouw? Een zo mogelijk nog gespierder, gestaald, sportief en gebruind instantsixpacklichaam inclusief sixpack voor de man? Feit is, dat lichamen die gezond en gespierd zijn, het over het algemeen (uitzonderingen daargelaten) langer doen dan het onfitte, slecht onderhouden lichaam. Maar zo’n perfect body hoeft dan dus weer niet per definitie een mooie ziel (ik prefereer: een mooi karakter of een mooi persoon) te herbergen. Dat is dan waarschijnlijk ook waar deze zin op doelt.

Ik weet wel, dat ik zelf geen ‘mooi lichaam’ heb. De boel doet het, maar daar houdt ’t ook mee op. Ik moet bekennen dat ik eigenlijk een bloedhekel aan sport heb, ik doe het omdat ’t mot. Het is ‘goed’ voor me. Ik heb veel pijn (geen idee wat de oorzaak is), ik heb volledig kapotte knieën (meerdere operaties, kruisbandplastiek, scheuren in de botten) en chronische, bij tijden meer dan heftige rugpijn (nu bijvoorbeeld). Als ik niet sport, wordt dat alles nog pijnlijker, dus ik móet wel. Ik ben naar de huidige BMI-maatstaven ook absoluut veel te zwaar. Maar!! Ik ben ook zacht en rond (“met veel knuffelvlees”, ook zo’n toffe facebookvondst). De hoop op dat slanke, gespierde lichaam laat ik onbewust maar des te realistischer en zekerder steeds meer varen. Oh, ik ben best gespierd hoor, jawel jawel. Alleen zitten die spieren in een verrekte goeie laag isolatie verpakt, dus je ziet ze niet. Maar geen jam- of augurkenpot die ik niet open krijg.

Met die langzaam maar gestaag van mij wegvarende hoop rest mij dus enkel nog het mooier maken van mijn ziel. Mens sana in corpore sano is ook niet meer mogelijk want mijn geest als zodanig is redelijk ziekelijk (ik noem even mijn heerlijke multiple personalities en mijn joy van een dirty mind, de minority reports laat ik gemakshalve maar achterwege), maar in de meeste opzichten dan wel op een prettige manier. En daar moet mijn lichaam het dan maar mee doen. Dus: hou ’t uit jonguh, want mijn ziel danst nog lang en vrolijk verder!!

Verbitterd

Ik ben, naast een gezegend mens (zie vorig blog), ook een uiterst verbitterd mens…

En dat niet eens qua gemoedstoestand maar in de absoluut letterlijke zin van het woord. Het is werkelijk niet te geloven hoe smerig medicijnen kunnen zijn. Mijn huidige antibiotica (waar ik inmiddels licht allergische reacties op vertoon maar met de gebruikelijke antihistaminica blijft ’t gelukkig nog binnen de perken) is zó ontzettend bitter dat alles in mij nu ook bitter is. Mijn bloed is bitter, mijn huid smaakt bitter, mijn speeksel is ’t allerbitterst. Waarschijnlijk is zelfs mijn vagina inmiddels verbitterd maar dat heb ik nog niet laten testen *kuch*.

Verbitterder kan ik niet zijn…

Lang leve de suikervrije mintdrops die ik zelfs in mijn slaap sabbel omdat ik anders dat bittere speeksel niet meer weg krijg. De shit is, dat de dingen die ik normaal gesproken lekker vind (koffie, (groene) thee, chocola, volkoren brood, gehaktballen enzo) nu óók bitter smaken. Alleen zoetigheid smaakt nog steeds zoet.

Nog een bitterzoet weekje voor de boeg…

.

Your touch so bittersweet
Baby, don’t forget my name
When the morning breaks us…

 

 

(Ellie Goulding – Bittersweet)

moor letoh ylenol
a ni dloc dna toh
uoy snrub ti wonk I
dna dloc dna toh

(hot and cold and
I know it burns you
hot and cold in a
lonely hotel room)

Overleven

Hoe gaat het? Het gaat. Het is nog niet gestopt in ieder geval.

Ik sleep me van de bank naar de tafel, van de tafel naar de keuken, van de keuken naar de wc, van de wc naar de bank, en vice versa. Oh en ’s avonds sleep ik me de trap op en het bed in. Dat ook.

Ik ben ’t redelijk zat, dat ziek zijn (understatement of the year) want ik moet nog naar Ikea, kastdeurtjes omruilen. Ikea hijgt zogezegd in mijn nek (geen idee hoe lang de omruiltijd is daar, maar veel meer dan een maand zal ’t wel niet zijn?). Ik ben nu al dik vier weken op en af ziek. Eerst de ene griep, toen een opleving (waarin man en de kinderen ziek waren, dus dat kwam mooi uit) en daarna de tweede griep. En dáárvoor had ik ook nog die sullige hersenschudding in combinatie met een verrekte binnenknieband als gevolg van mijn acrobatische skikunsten. Eigenlijk ben ik nu dus al zo’n twee maand aan ’t kwakkelen. Kan ik niet doen wat ik allemaal zo graag wíl doen, mis ik steeds opnieuw mijn vibrogym, val ik om de haverklap volledig knock-out in slaap en voel me allerellendigst. Elke dag denk ik ’s ochtends: “NU wordt het beter. Ik voel het.” En tegen de middag crash ik dan weer op de bank. Ergens tussendoor doe ik nog het huishouden (zo goed als mogelijk), ga ik met de kinderen naar de therapie (want dat moet toch ook doorgaan), draai weer een wasmachine met kotswas, kook een pan spaghetti met saus, help zoon bij zijn huiswerk, stofzuig een beetje verdwaasd voor me uit. Het enerverende bestaan van een zieke Hausmutti.

Van werken komt sowieso niks, de error rate zou veel te hoog liggen. Wat wil je, met een (weliswaar lichte, maar toch) longontsteking. Door het hoesten verschieten m’n wijsvingers standaard van de f naar de r en van de j naar de u, om van de telefoon maar niet te spreken. Lang leve de autocorrectie. Daarnaast word ik er inmiddels daadwerkelijk ook ietwat incontinent van: m’n bekkenbodemspieren trekken ’t allemaal niet meer (sorry if T.M.I.) Lang leve de Tena Lady inlegkruisjes 😦 En mijn hoofd bonkt door alle geblaf als een drilboor. Lang leve de aspirine complex i.c.m. paracetamol. Maar voor mij blijft ’t nog even overleven.

Voordeel is wel, dat er relatietechnisch nu gelijk ook een hoop geëscaleerd en op tafel gekomen is (ik had er nu tijd voor hè 😀 ). Dat dan wel weer. Love is definitely still living here, in ieder geval. En Hope trekt er ook weer bij in. Ik heb inmiddels, in alle drang om beter te worden, een vakantie voor de zomer geboekt (Italy, here we come). En ik heb toegegeven aan mijn onbedwingbare kooplust en de bestellingen, incl. kinky boots, net binnengekregen. Heel tevredenstellend. (Nu alleen nog betalen :-S maar dat doe ik wel als ik weer beter ben gheh). Dochter luistert boven naar een barbie-CD, zoon scheurt op z’n waveboard om het huis heen. Nou ik nog op de been en dan komt alles uiteindelijk toch weer goed.

’t Is verdorie nét een sprookje.

Even bankhangen

Kraakstempneumos
Brandende longen
Blaffende hoest
Koortsige wangen

Vaalgrauwe huid
Lodderogen
Trillende vingers
Even bankhangen

Doorgaan…
Moed houden…
Opkrabbelen…
Zon opvangen…

Vet crashen
In slaap donderen
toch nog maar
Even bankhangen.

.

.

Geschreven vanaf de bank.

maar ’t stinkt zo…

Ik ben er helemaal aan gewend inmiddels, aan het emmertje sjouwen, emmertje omspoelen, slokjes water geven, emmertjekotz weer aanreiken, over haren aaien terwijl de sproeikak in de toiletpot gekatapulteerd wordt, druipend achterwerk afvegen, emmertje weer aangeven, emmertje omspoelen… enzovoort. No problem. Ik heb geen emetofobie, ik verricht dit soort handelingen met stoïcijnse rust. Maar NIET als ik zelf ook misselijk ben…

Het stinkt zo… Het stinkt zó enorm dat ik zelf begin te kokhalzen en zoon en ik dan maar weer een professionele synchroonspuugact opvoeren: Hij zittend op de wc met het emmertje op schoot, ik staand ernaast, hand aaiend op zijn kruin en meespugend in hetzelfde emmertje. En een lol dat we hebben…

Het huis ruikt naar ziekte. Overal ruik ik die zure, indringende geur van overgeefsel, aan mijn vingers (vers geschrobd), mijn kleren (schoon), de bank (het doekje met dettol ligt ernaast), het bed (3x verschoond). Man had duidelijk die andere, rondwarende griepvorm: die met keelpijn, hoofdpijn, koorts en pijnlijke ledematen. Ik had die variant ook, de week ervoor, maar bij mij was het blijkbaar niet erg genoeg om écht mee te tellen in de huiselijke griepstatistieken. Met man nog zwetend boven in bed werd dochter vorige week woensdag ook ziek. Dit keer de andere variant: keelpijn, hoofdpijn, overgeven (véél overgeven, vooral ‘s-nachts en vooral náást het emmertje en in bed), spuitpoep van jewelste en enorme buikpijn. Vier dagen lang heeft ze – tot grote irritatie van man die zijn plek ingenomen zag – uitgeteld en bleekjes op de bank gelegen. Toen ging ’t weer een beetje. Gisteren uiteindelijk toch weer naar school, nog niet lekker. Vandaag belde de directrice op: of ik haar op kon halen want het ging echt niet goed.

Ondertussen crashte zoon gisteravond, nadat hij al dagen had lopen pochen dat het hem allemaal niks deed: hij was zo gezond als een vis. Die gezonde makreel kreeg dus gisteren op school ook nog even zijn DKTP-inenting en dat was de druppel: ’s avonds kwam alles eruit. En nog een keer. En nog een keer. En de hele nacht lang. Vier bedverschoningen lang. En nu nog. Vanochtend heb ik hem op m’n rug de trap af gedragen zodat hij op de bank kon liggen (de helende straling van die TV hè, die is nodig). Mocht u zich afvragen waar manlief in dit geheel is: die is skiën. Mijn eigen schuld hoor, vanochtend mompelde ik in mijn slaapdelirium dat ik het wel zou redden. Hij bood aan om thuis te blijven, vroeg of het echt wel goed ging. “Echt, ga maar schat, is goed voor je, een dagje in de frisse lucht, ik red ’t hier wel”. Dus daar klaag ik verder niet over. Nee nee, echt niet.

Dus. Nu liggen er twee kinderen te kermen op de bank. Zoon geeft nog steeds in regelmatige afstanden over (en kermt absoluut het hardst van allemaal, zoals het een echte man betaamt) (oh sorry, dat laatste floepte er zomaar uit… zoals zoveel deze dagen…), bij mij is het enkel nog misselijkheid zonder echte braakneigingen. Twee keer spugen en één keer de al door de darmen geprocesseerde rest er aan de andere kant uit knallen was genoeg voor mij. Hoop ik dan maar. En ik red ’t ook wel hoor. Heb net een pan echte kippensoep gekookt (getrokken van echte niet-plofkip (ontplofkip haahahaha)). Dochter eet ‘t. Had ik ook wel verwacht. Zoon wil niks. Had ik ook wel verwacht. Dus we sudderzieken hier gezellig nog even verder.

Ach, alles gaat voorbij. Ook dit.
Maar ’t stinkt zo hè…

.

PS: 2x spugen en 1x spuitpoepen bleek toch niet genoeg. De rest kwam vannacht. En vandaag de hele dag door. En morgen waarschijnlijk ook nog. Wat kan een mens zich belabberd voelen zeg…

Der kranke Mann

Mannen, u kunt hier stoppen. Dit wordt een damesklaagzang. Over mannen. Niet allemaal hoor, dus als u niet tot de categorie ‘gemiddelde man’ behoort, die ik hier bespreek, kunt u vanzelfsprekend verder lezen. Maar ik heb u gewaarschuwd.

*rant-modus ON*

De gemiddelde man bestaat niet. Ik weet er alles van. Maar de gemiddelde man is erg slecht in het fenomeen “ziek zijn”. En mijn man is een gemiddelde man.  Qua ziek zijn dan.

Vorige week was ik zelf enigszins aangeslagen. Mijn knie en hoofd speelden (na mijn ski-ongeval van 3 weken geleden met een flinke hersenschudding en gekneusde knie tot gevolg) nog wat na, maar een kniesorin die daarop let. Ik start de week met keelpijn, hoofdpijn, oorpijn en hoesten. Ook daardoor laat ik mij niet van de wijs brengen. Drie van de vier dagen ski ik er toch aardig op los. Ik let niet op mijn nogal pijnlijke keel, mijn verstopte oor, het inmiddels notoire hoesten en die loopneus neem ik ook op de koop toe. Ik ski, ga wandelen, help met eten koken, ben ‘enigszins’ gezellig (ik heb getuigen). Ik krijg nog wel tips van man tijdens het skiën, zodat ik eventueel toch íets sneller zou gaan enzo, maar die tips mag hij tussen zijn zuurdesemstoet stoppen. Ik ben al lang blij dát ik weer ski na en met alle gedoe en vind het eerlijk gezegd best een hele prestatie van mijzelf. Het blijft edoch onopgemerkt.

Donderdag ’s avonds, net weer thuis, crash ik en sleep mij met lichte koorts het bed in. Vrijdag is een verloren dag met duidelijke  griepverschijnselen, maarrrr ik ruim wél nog even de vakantiezooi op, geef man een gedetailleerd boodschappenlijstje met wat hij moet halen, draai/droog/vouw vier wassen en kook voor de meute. Tussendoor leg ik me kort te rusten, neem een overdosis advil en parasitaknol, sleep mij erdoorheen. Zaterdag krabbel ik weer op, ga zelf boodschappen doen (…) en zondag ben ik zelfs weer zover OK dat ik het verplichte schoonmoederbezoek happy doorsta.

Maar owee. De maandag. Back to school and work. Man heeft bij het ontbijt al een muts op. Dat belooft niet veel goeds… Als ik na een behoorlijk intensieve dag ’s avonds terug kom met dochter van haar koorrepetitie, ligt hij op de bank, met muts, trui en een deken tot over zijn neus. Aiiii… hij is ziek…

En daar komt het ‘gemiddelde man’-schap om de hoek kijken. Met praktisch dezelfde griep als ik is meneer praktisch deaud. Ik heb ‘m aangestoken. “En bedankt hè?” kan er nog net vanaf. Graag gedaan hoor schat. ’s Nachts een snurkende, zwetende kriem. Slapen met muts op is echt geen remedie volgens mij, maar het moet want anders sterft hij… En hij is de expert in ziek zijn, dat is een ding wat zeker is. Dat wat ik had vorige week, was niks. Een verkoudheidje.

Vanochtend, half 7. Ik trommel de kinderen uit bed, wassen, aankleden, ontbijten, back to school. Niet al te eenvoudig na een week intensieve vakantie. Man ligt voor pampus. Ik breng hem een kop thee en jus d’O en z’n mobiel zodat hij zijn werk af kan bellen. Kinderen de deur uit. Naar de gyn voor uitstrijkje/standaardonderzoek én hormoononderzoek. Die verziekt mijn arm bij het bloedprikken behoorlijk, maar ach nou ja. Een verwijsbrief halen voor dochter, boodschappen doen, langs school voor een kort gesprek. Thuis begonnen met het in elkaar schroeven van de eerste Ikea-kast. Kan ik. Tussendoor werktelefoontjes en een gesprek met een bezorgde moeder van zoons klas (ik ben klasse-oudervertegenwoordigster, vandaar). Eten koken. Eten met de kinderen, huiswerk maken. Al die tijd kijkt man meewarig toe vanaf de bank. Zo ziek, ocherm… Ik maak hem een kop thee, een broodje, een glas versgeperst sinaasappelcitroensap. We mogen niet te hard praten (zijn hoofd), de kinderen niet TV kijken (dat doet hij nl. al, hoe kom je anders de dag door, liggende op de bank). Hij zweet wat af met muts op en drie dekens over (die ik vervolgens weer op de hand mag gaan wassen). Ik probeer hem ervan te overtuigen toch echt naar bed te gaan, maar nee, daar komt-ie de dag écht niet door. Op de bank slapen is veel beter en aangenamer. Helaas niet voor ons.

Ik maak de rest van de ikea-kast af (zacht timmerend en schroevend), ruim op, maak avondeten, breng de kinderen naar de scouting, eet zelf wat, haal de kinderen weer op, maak een smoothie voor iedereen (behalve mezelf), stop de kinderen in bed, lees voor, ruim verder op. Maak spullen en documenten in orde voor morgen (schoolaanmelding zoon), nog wat telefoontjes, verenigingswerk, e-mails. Maak thee voor man. En voor mezelf ook, toegegeven. Om 11pm weet ik hem ein-de-lijk te overtuigen dat hij in bed hoort.

Hè hè… daar waar-ie hoort. En waar ik zo meteen naast mag kruipen. Joepie, lekker…

Echt. Zieke mannen zijn een ramp. Ze doen NIKS meer, zijn tot NIETS meer in staat behalve belabberd op de bank liggen. Als ik ziek ben, gaat het leven gewoon door, ik doe alles wat ik moet doen en tussen de bedrijven door mag ik dan even uitzieken. Als een man (nee, MIJN man) ziek is, ligt-ie minstens 3-4 dagen voor dood op de bank, ook al stort het huis rondom hem in, who cares. Uitzieken zullen we. Anders komt ’t nooooooit meer goed…

Zwak geslacht…
Klaar mee.

*rant-modus OUT*

Rustig aan

“Rustig aan hoor!”
“Laat alles gewoon liggen en doe even niks meer.”
“Laat je helpen. Dan moet je man maar wat meer doen…”
“Even een paar dagen niks nu, alles laten vallen.”

Maar vooral dat “even niks doen en alles laten”, dat werkt niet. Allemaal goed bedoelde, lieve adviezen. Ik wéét dat ik het rustig aan moet doen maar gewoon alles uit je handen laten vallen, op de bank gaan zitten en er drie dagen niet meer vanaf komen, dat gaat ‘m niet worden.

Gisteren was bijvoorbeeld het verjaardagspartijtje van dochter. Na bijna vijf maand uitstel wilde ik haar niet wéér teleurstellen. Dat zou haar hart breken. Iedere genodigde kon en ik had het al zo vaak verschoven… Dat ik zo stom ben om op mijn kop te donderen, tja, eigenlijk mijn probleem. En als ik niks meer had gekund, was het duidelijk geweest maar ik kan nog best heel veel en dat ziet zij ook…

Dus toch doorgezet. Man nog erop uitgestuurd voor de laatste boodschappen. Altijd weer spannend waar hij dan uiteindelijk mee thuis komt. Het viel mee. Twee moeders belden een uur van tevoren nog af voor hun kinderen, spontaan ziek, één of andere maag-darm-infectie. Kan gebeuren en ik was er stiekem wel blij mee: nu nog maar 9 kinderen om te entertainen. De muffins/soesjes kwamen matig aan, het kadootjesspelletje viel goed. Het bekers beschilderen was wat moeizaam maar leverde erg leuke resultaten op. Daarna kwam het voor mij aangenamere gedeelte: “bioscoopje spelen”. Alvin en de Chipmunks moest ’t worden. Shock: de DVD-speler begaf het. Horten en stoten en toen niks meer. Gelukkig hielp de Lou-methode: een goedgeplaatste mep erop (zal ‘m leren te haperen) en de stekker eruit en er weer in en toen deed hij ’t alsnog. Pfiewww, ik zag me al 1,5 uur lang 9 kindekes entertainen. Popcorn, chips, cola en fanta (hoe verantwoord…) erbij en ik ging even zitten en uitblazen met een kop koffie. Na de film nog friet met knakworst (hoe kregen ze het weg, maar het ging), nog twintig minuten rondracen, gillen en joelen en toen werd de eerste alweer opgehaald. Klaaaaar…

Denk je. Not. Dochter loopt lijkbleek naar de WC en gooit haar muffinknakworstfrietenchipspopcorncolabrij er weer uit. “Teveel door elkaar gegeten schat?” Ze kreunt maar wat terwijl ik haar haar naar achteren houd om verdere vervuiling te voorkomen. Vriendinnetje dat mag blijven logeren kijkt wat meewarig toe terwijl ze vermeldt dat ze die kotserij vorige week al gehad heeft. Op dat moment berouwde ik mijn opmerking over het teveel doorelkaar al. Dit was toch duidelijk dat maag-darmgedoetje…  ‘s-Nachts nog twee keer het bed volgespuugd en één keer volgepoept (de spuitpoeperij kon vanzelfsprekend niet uitblijven) maar ach, ik slaap vanwege mijn knie toch al heel slecht momenteel dus een paar bedden verschonen en wat middernachtelijke douchesessies konden er ook wel bij door. Vriendinnetje sliep ondanks de actie gelukkig gewoon door en de dames waren om half zes wakker. Fijnnnn….

Vandaag doen we het dan ter afwisseling inderdaad maar eens “rustig aan”. Dochter ligt op de bank, zoon hangt er in de stoel naast en ze ruziën gebroederzusterlijk over wat er op TV moet. Ik hang achter de (momenteel verbazingwekkend functionerende!!!) laptop. Man zit aan onze Van Haasteren-puzzel te puzzelen. Een nieuwe verslaving van hem. Eindelijk eens een leuke. Morgen rapportgesprekken op school, een bezoekje aan de schoolarts (voor zover dochter dan weer beter is) en een kleine na-vergadering na de middag (gemiste zitting van afgelopen week even bijpraten). De rest van de week is ook alweer volgepland. Het kan niet anders. Alles uit m’n handen laten vallen en drie dagen slapen, nee, dat gaat ‘m duidelijk toch écht niet worden. Hoe graag ik ook zou willen. Sorry.

 

ik wou niet

…maar ik doe ’t toch even. Éventjes bloggen. Éven van me afschrijven. M’n laptop doet ’t op wonderbaarlijke wijze ineens weer dus ik zie m’n kans schoon. Grijpen die hap, terwijl de externe harddisk bromt tijdens het internaliseren van mijn zoveelste systeembackup die nog minstens twee uur duurt.

Vandaag was een redelijk slopende dag. En dat is dan een behoorlijk understatement. Gisteravond begon het al. Het omen was weer eens daar: mijn laptop deed ter afwisseling raar (en dat rijmt ook nog). Programma’s bevroren, ding werd extreem langzaam. Opnieuw opstarten leverde spontaan de automatische installatie van 32 heerlijke windhoosupdates op en daarna wilde mijn Vaidiootje vanzelfsprekend helemáál niet meer opstarten. Na de 3e keer in de beveiligde modus uiteindelijk dan toch wel. Data gesaved, een nieuwe reparatiesessie gestart. Het was weer een interessant rondje Windblows. Na 8 keer opnieuw starten, plug-ins deactiveren, opschonen, deïnstalleren en enige updates terugdraaien deed hij het ineens weer. En dat is nu. En nu loopt dus die backup. En kan ik even typen.

Mijn hoofd is inmiddels stukken beter maar nog steeds niet goed. Sommige dingen/namen schieten me ineens niet meer te binnen, ik kan soms zinnen plots niet meer afmaken omdat ik niet meer weet wat ik wou zeggen, ik weet de weg naar ’t ziekenhuis, waar we al een keer of zes geweest zijn, niet meer. Dat soort dingen. Een raar soort dofheid. Mijn hersenstam werkt nog niet naar behoren, zeg maar. Maar geen pijn meer en dat is al een hele vooruitgang. De rest zal ook wel weer goed komen. Mijn knie baart me meer zorgen. Veel (heul veul) pijn. Maar goed. We gaan doorrrr.

Vannacht om half twee staat zoon op de overloop te brullen. Wakker geworden van zijn eigen braaksel. Dus bed verschonen (auw),  zoon even douchen en weer verder slapen, in de hoop dat het in de ochtend allemaal weer beter is want dan moeten we naar het ziekenhuis voor een hernieuwde diagnose van zijn ‘stoornissen’. Die hebben we dringend nodig voor de inschrijving bij de nieuwe school (later deze maand) dus het móet gewoon. ‘s-Ochtends gaat het aanvankelijk toch niet geweldig genoeg en heb ik de telefoon al in handen want met een zieke kop de hele ochtend tests doen, da’s nou echt geen doen. Maar zoon wil toch gaan (de kanjer). Druivesuiker en actimel mee (want ontbijten ging niet) en uiteindelijk vind ik het ziekenhuis toch weer terug (:-S). Na vijf uur tests, vragenlijsten invullen, rondhangen, wachten, uitslagen, wachten, bespreken en een laatste test mogen we weer op huis aan. De ‘gewenste’ diagnose (zware dyslectie i.c.m. ADHD) op zak. Daar kunnen we in ieder geval mee verder. Voor de rest is hij een bovenmatig intelligent, heel gemotiveerd, werkgraag menneke dat er ‘echt wel komt’ volgens de dokter, en daar ben ik dan weer heel, heel erg blij mee.

Om ca. 1 uur thuis. Dochter (sleutelkind vandaag) zit huilend op de bank en na wat trekken en duwen komt eruit dat ze het mobieltje dat ik haar had meegegeven, in de schoolbus naar huis verloren was nadat ze mij even zinloos gebeld had om te melden dat ze nu op weg naar huis was.  Ik klim gelijk maar weer  in de telefoon en krijg uiteindelijk de betreffende buschauffeur aan de lijn. Ja, mobieltje gevonden. Daar en daar ophalen. Ik weer in de auto. Terug thuis vliegen zoon en dochter elkaar inmiddels  in de haren (zoon heeft vandaag vanwege de tests geen medicatie op en dat merk je toch wel). Eerst maar ‘ns eten maken. Het huilen staat me nader dan ’t lachen. Alles doet pijn…

De namiddag heb ik een beetje doorgebracht met afwisselend crashen, comprutter opkrikken en voorbereiden op morgen. Want morgen is het verjaardagspartijtje van dochter, dat ik inmiddels al bijna vijf maand heb uitgesteld en nu niet nóg een keer af kan zeggen. Ze heeft 9 kinderen uitgenodigd waarbij ik, stom rund, verwacht had dat er toch minstens 2 niet zouden kunnen of ziek zouden zijn. Niet dus. Ze komen allemaal. Met die van mij erbij dus 11 kinderen om te entertainen. Mensch, wat heb ik dáár nou zin an. Joepiiieeeduuuhhhhhpoepiiiee!!!

Muffins bakken. Gelukt. Knutseldingetje (bekers beschilderen) organiseren. Gelukt. Boodschappenlijstje voor man in elkaar prutsen. Gelukt, kan hij morgenochtend dan nog halen. To-Do lijstje voor morgen opstellen. Ook gelukt. Avondeten koken (spaghetti met rooie saus). Gelukt. Af en toe een kleine, verdekte crash-huilbui inlassen. Gelukt. Zich halfdeaud voelen. Lukt nog steeds geweldig goed. Daarom ga ik nu een etage hoger. Eerst heel lang en heet douchen en dan slaaaaaaapen. Ik weet niet hoe ik er morgenavond aan toe ben, maar ik vrees dat het niet beter zal zijn dan nu (en we hebben nog een logeetje ook) dus bij deze meld ik me even af. Ik kom wel weer opdagen als ik mijn wederopstanding voltooid heb en m’n plug-ins allemaal weer werken.

Laters lui!

come back to me

Langzaam verdwijnt het.
Het doffe, neergeslagen gevoel.
De watten tussen mijn hersencellen.
De snerpende pijn bij mijn slapen.
De zweepslag in mijn nekspieren.
De rotte vergeetachtigheid.

Langzaam komt ’t terug.
Die lichte scherpte en humor.
Het langer kunnen kijken naar.
Het broodnodige denkvermogen.
Het actieve herinneren van.
Het betere reactievermogen.

Please come back to me…
I never meant to hurt you…
Don’t leave me forever
I am so lost without you.
Take your time out,
Take whatever you need.
Go back to black for now,
But in the end you will
Come back to me.

Dearest brain…

Kopgeklop

Op m’n kop geklopt Hersenschudding
Alles sloom en dof
Mijn harses verstopt
Het voelt alsof…

…ik ineens ander ben
Knal op ’t achterhoofd
Mezelf niet meer ken
In één klap verdoofd.

Brein botste met schedel
En schedel met brein
No more gewedel
Uit met de gein.

Niet meer denken
En niks meer doen
Sta wat te zwenken
Een zinkend galjoen.

Komt dit weer goed?
Hoofd een isoleercel…
En pijn dat-ie doet
Ach ik zie ’t wel.

of ook niet…

Lijden – de tweede

sandl1      Het eerste lijden van gisteren was toch nog op een schappelijke tijd voorbij dus hebben we uiteindelijk toch de boel in de auto gegooid en zijn gaan skiën. Op naar Sandl, een durp op ongeveer veertig minuten rijden hier vandaan. Hele lichtblauwe pistes waar de kinderen zich prima vermaken. Voor ons is het een beetje saai maar ach, in Schuß naar beneden is ook best leuk. Mooi uitzicht ondanks het feit dat de zon er werkelijk geen zin in had. De kinderen gingen als kanonnen, prachtig om te zien.sandl3sandl2

Het eerste uurtje ging alles prima. Tot ik met toch wel enige vaart over een heuvel/richel skiede om vervolgens op het daaronder gelegen hobbeltje te landen. Dát ding had ik dus even niet verwacht, vloog achterover en landde op mijn achterhoofd met mijn linkerbeen achter me. Ouch. Ik stond vrijwel gelijk op en ging ook meteen maar weer zitten. Allemaal sterretjes… Mijn helm (thankgod voor dat ding want anders was ik sandl5nu waarschijnlijk gelukkige bezitster van een schedelbasisfractuur geweest) was met de klap zo naar voren geschoten dat-ie mijn skibril in mijn neus had vereeuwigd. Ouch twee. De sterretjes bleven. Ik stond nog een keer op, verzamelde mijn ski’s en zwaaide naar man bij de skilift dat-ie maar met de kinderen omhoog moest gaan omdat ik toch echt even moest gaan zitten. Ski’s aan. Knie zakte naar binnen door. Ouch drie. Ik gleed naar de skihut onderaan de piste en plofte op ’t bankje neer. Daar heb ik een half uur gezeten maar de sterretjes gingen niet weg en ik kreeg er nog een portie barstende hoofdpijn en een portie misselijkheid bij geserveerd.

sandl7Man kwam eraan om te kijken wat er nou was en ik beschreef hem de sterreflikkers  in mijn hoofd en wat er gebeurd was. “Oh, da’s een hersenschudding… blijf maar effe zitten, ik ski nog wat met de kinderen en dan gaan we naar huis”. Okidoki dan maar…

Afijn. Op de terugweg nog even bij schoonmoe langs, kinderen en man hebben daar gegeten, ik op de bank gelegen. Toch maar snel door naar huis. In bed gekropen. Wat een pijn. M’n hoofd, m’n neus, m’n knie, ik kon ’t wel uitgillen, werkelijk waar. En die deuk in mijn ego deed inderdaad ook best zeer. Hoe kun je nu zó stom vallen op een glijheuveltje dat nauwelijks een blauwe piste mag heten. Schicksal of stomheid? Ik gok op een combinatie. Maar lullig blijft het.

Nu zit (lig) ik hier met een hersenschudding (ik neem aan dat ’t een hele lichte is, gezien het feit dat ik nog kan typen en rechtop kan zitten, maar de misselijkheid, de pijn en het gevoel alsof er iemand me aan mijn achterhoofdharen omhoog trekt en de gordel om mijn hoofd steeds een stukje verder aansnoert, blijven), een kapotte linkerknie (ik denk een verrekte of ingescheurde binnenknieband en/of beschadigde meniscus) en een gekneusde neus (ach, nomen est omen). De nacht was hels, nu gaat ’t wel weer. Maar ik ga toch maar weer een advilletje erin gooien en nog een rondje slapen ofzo…

Skiën is best leuk en gezond hoor, echt.
Alleen moet je niet stom vallen.
Laat ik dáár nou juist heel erg goed in zijn…

.

sandl6

sandl4

Woorden

Eigenlijk is ’t maf. Ik produceer hier dingen waarvan je zou kunnen gaan denken dat ik een borderliner ben. De ene dag ben ik überhappy, de andere diepdepressief. Zo lijkt ’t althans. Dat kunnen woorden doen. Platte tekst. Ik heb een off-day, ben sjaggie en verdrietig en melancholisch, heb even nergens zin in en blijf wat stilletjes onzin produceren. Ik zit met dingen waar ik zelf uit moet komen of zelf wat aan moet doen. Ik schrijf een blog en dat lijkt dan al gauw op een persoonlijke wereldondergang. Zou je me op straat tegen komen en vragen hoe ’t gaat, zou ik zeggen: “och… gaat wel hoor.” Vraag je door, krijg je een paar dingen van die berg hommeles die ik gisteren opsomde maar ook lang niet alles, vermoed ik.

Zaterdag was een heel mooie dag, ik heb bewust genoten van een heel aantal dingen en dat gedaan waar ik zin in had. In je achterhoofd spoken wel al de dingen rond die je bezig houden en verdrietig maken maar ze worden toch heel even zachtjes wat op de achtergrond gedrukt. Gisteren was het andersom. Alles drong zich op de voorgrond, niks meer om blij van te worden. Zo leek het. En dat weerspiegel ik. Vanochtend had ik een ochtendhumeur maatje kilimanjaro. Dat werd in de loop van de ochtend wel beter, er kwam weer wat humor tot leven. Tot vanmiddag. Weer een noodlottig bericht. Verdriet, angst, schrik bij één van mijn allerliefste vriendinnen. Dat hakt er dan weer in. Lieverd, ik denk aan jullie. De hele tijd. Heel, heel onnoemelijk veel sterkte. Ik duim me suf. Moet goed komen. Moet gewoon. Hearts will mend… literally. ❤

En toch. Toch  zijn het maar woorden… Woorden op één of ander display (ik ga er maar even van uit dat niemand mijn blogs gaat zitten uitprinten. Dat zou wel heel erg veel eer zijn…) Er zit zó veel meer achter. Gevoel. Hoop. Liefde Wanhoop. Medeleven. Woorden zijn heel fijne dingen. Maar soms zeggen ze veel te veel, staan ze bol van iets wat in werkelijkheid helemaal niet zo prominent is. En soms zeggen ze juist zo weinig dat een ander er zelf van alles in gaat lezen. Of ontbreken ze compleet en is juist die stilte oorverdovend en maakt dat je intens verdrietig.

Ik wou dat woorden voelbaar waren.
Gevoeld zoals ze waren bedoeld.
Geïnterpreteerd zoals beweerd.
Meer dan enkel die korte sensatie in je oor of dat beeld op je netvlies.
Ik wou dat ik er zoveel meer in kon leggen dan nu het geval is.
Altijd maar “komt goed” mompelen schiet ergens ook niet op…

Cut the Crap!

Er was eens een bekend zangertje
dat had op ’n dag een doorhangertje.
Smookte gezellig een beetje wiet.
Ach kom. Wie doet dat nou niet…
Speelde met zijn grote ego vangertje.

Maar het zangertje werd gesnapt.
Bij ’t inhaleren op heterdaad betrapt.
Zijn fans smeekten hem te stoppen.
Kwamen met acties op de proppen.
Er werd alom over de Beliebers gegrapt.

Een mafkees ergens in wat lage landen.
Besloot ’t geval niet te laten verzanden.
Help die knul door een beetje te snijden?
Verzuimde om verder over wiet uit te weiden.
Een ziekelijke hype was ineens op handen.

Cut 4 Bieber, voor een greintje aandacht?
Het wekte wat anders op dan verwacht.
De armpatroontjes snijdende jeugd ging los.
wereldwijd was men weer even flink de klos.
Socialmediagekte toonde zijn volle kracht.

Oh Be-Lieverdjes van deze wereld, stop?
Schaapjes van me, gebruik nou eens je kop!
Geef mij ’n euro voor iedere nietgesneden kras.
Is niet alleen die lallende Bieberboy in zijn sas…
Maar kom zelfs ik er in crisistijd weer bovenop!

.

.
Met verbazing heb ik me vandaag eens even ingelezen in die #Cut4Bieber gekte die gisteren blijkbaar plaats heeft gevonden.  Ik moest eerst nog even onder mijn immense steen vandaan kruipen om weer eens te merken dat er wat loos was. Het was uiterst amusant maar ook erg schrikbarend om te zien hoe iets simpels als een gestoorde tweet (of een posting op het chatplatform 4Chan, ik weet niet precies waar ’t nou daadwerkelijk allemaal gestart is) een wereldwijde hysterie los kan maken. Jezelf mutileren om de aandacht van een boyzangertje als Justin Bieber te krijgen met als doel hem duidelijk te maken dat-ie toch echt beter geen jointjes meer zou moeten roken. Hoe diep kunnen we nóg zinken, jeugd? Werkelijk… denk na!!! Maar daar ligt ‘m ook het probleem blijkbaar. Dat zelf denken, dat lukt niet meer… Kuddegedrag ten top. Backwards evolution… Iemand roept nogal tweeduidig, overgedramatiseerd en duidelijk cynisch op tot het jezelf half afslachten voor iets als een marihuanasmokend krakelend knulletje en men dóet het dan ook nog in grote getale?? Dát vind ik pas eng! Ik moet bekennen dat ik zelf bij het lezen van het begin van die hele ophef in eerste instantie helemaal niet aan zelfmutilatie dacht maar aan het knippen (cut) van wiet om meneer Bieber van een nieuwe voorraad te voorzien.
Hoe naïef van mij…

Cut4bibber

Besprongen, bespoten en gekraakt

Lekkere titel. Toch?
Krijg ik vast een heleboel nieuwe lezers mee.

Awel, mijn ochtend was erdoor gekenmerkt dus ik mag dat. Ik had namelijk rugpijn. Bere-rugpijn, al maanden. Steeds erger,
ondanks massagestoelmat, rugspieroefeningen en rust. Deze week was het zo erg dat zelfs het ademen af en toe pijn deed. Ik was al weken bang dat ik een hernia zou hebben (het zat rechts onderin de rug én links bovenin de schouder dus ik liep inmiddels al redelijk scheef cq. gebocheld en voelde me inmiddels meer 81 dan 41), vermoedelijk het resultaat van de-elf-tonstenensjouwerij van de oprit, eind augustus. Ik ben daar niet voor gemaakt blijkbaar. Maar buurvrouw wist raad: “ga dan eens naar sportarts S!” Die had (de rug van) haar man ook al succesvol in één behandeling weer in ’t gareel gespoten. Braaf afspraak gemaakt en die was dus vanochtend.

Na het nodige PC-papierwerk mocht ik me uitkleden. Joepie. Eerst een staand onderzoek, dat viel nog mee. Toen moest ik overdwars voorover op de behandeltafel gaan liggen (niet bepaald een onsuggestieve houding :-S) en onderzocht hij zo mijn rug. De pijnpunten waren al snel gelokaliseerd. Geen wonder: als je er lichtjes op drukt, gil ik ’t al uit. Ik schrok toch enigszins omdat de edele heer zomaar ineens, zonder vooraankondiging (!), op mijn rug ging zitten, knieën aan weerskanten van mijn achterwerk op de behandeltafel. Ehhhh PARDON??? Zulke onderzoeksmethodes kende ik nog niet… *slik* Gelukkig was hij enkel vol goede bedoelingen, kraakte hij bepaalde delen van mijn rug (ongeveer boven, midden en onder, in die volgorde). Pohhh fijn is anders, moet ik toegeven. En ietwat ongemakkelijk voelde ik me toch wel, met zo’n dokter op m’n achterste.

In mijn rug zijn volgens hem een aantal spieren compleet verstard en steenhard, kunnen blijkbaar niet meer ontspannen (in fully, utter and total shock na de opritaffaire). Zeker geen hernia dus geen nood, injecties doen de trick. “Blijft u maar zo voorover liggen mevrouw, ik verdoof het lokaal een beetje en dan krijgt u drie spuiten.” Wel, u doet maar, mij zal alles worst wezen als het maar beter wordt. Twee spuiten in de onderrug, één in de schouder. Die laatste was vreselijk venijnig, daar moest ik wel even van ehm… zuchten.

Een jumbodoos spierverslappers op recept, een mooie artsenbrief (voor mijn ‘werkgever’, zodat ik me ziek kan melden hahaha. Ik zal ‘m in een mooi envelopje doen en dan aan mezelf geven) en wat extra vocht in ’t lichaam rijker mocht ik weer gaan. Oh ja, een folder over de allernieuwste zelfontwikkelde voedingsstrategie en -producten om af te vallen kreeg ik ook nog in de handen gedrukt want ik ben duidelijk overgewichtig. I know, meneer de dokter. Niks  nieuws onder deze zon…

Voorlopig zal ik ‘s-avonds wat minder lang ‘actief’ kunnen zijn want die spierverslappers maken je zo ongelooflijk moe dat je redelijk snel omkiepert en minstens 8 uur slaapt (en als je er nog een glas wijn achteraan mikt, raak je zo ongeveer bewusteloos volgens meneer de dokter, dus dat doen we dan toch maar niet…) Maar als ik om 6AM op moet staan, moet ik dus uiterlijk om 10PM een pil nemen en m’n nest in. Bij deze weet u dat. De komende weken geen middernachtsblogs en ander laatavonds geneuzel van mij meer.

Ik voel me best wel redelijk kapotgekraakt eigenlijk…

(…en hondertwintig euro’s armer, dat ook. Contant betaald van m’n verjaardagsgeld. Mezelf een nieuwe rug kado geven. Kan ik.)

De trip der helften.

Het was er weer eentje.
Krap duizend kilometer tuffen.
En hoe.

Zaterdagmiddag zou ’t behoorlijk gaan sneeuwen dus was ’t plan om dan maar zo snel mogelijk alles in te pakken en te zorgen dat we voor de middag Bayern cq. sneeuwrisicogebied voorbij zouden zijn. Helaas kwam ’t anders. Zoon had ‘s-nachts 39,5°C koorts en lag ook ‘s-ochtends wat bleekjes op de bank te kermen.

Wat doen we. Rijden we, rijden we niet… Na lang dubben dan toch maar, want ziek op de bank voor de TV liggen of ziek in de auto DVD-tjes kijken maakt ook niet veel verschil. Alles in de auto gestouwd, voor de zekerheid maar een emmertje bij zoon’s voeten. Bij ’t starten laat Oudi al weten, er absoluut geen zin in te hebben. ‘Bremssystem defekt’ doemt met een felrood alarmteken van het kaliber ‘onmiddelijk stoppen en naar de garage laten slepen’ op in ’t display, begeleid van een harde protestpieper. ‘Bremslicht defekt’ wordt er ook nog even als toegift achteraan gegooid. Aangezien we inmiddels weten dat dit allemaal pure aanstellerij is en de boel het prima doet, doen wij wat bij alle kleine kinderen goed helpt: negeren, dan gaat ’t vanzelf wel weer over.

Stortregen, miezerregen, sneeuwregen. Ik rij het eerste stuk. Stortregen vindt onze Oudi ook niet fijn en na een half uur valt de kilometerteller lam terug op nul. Redelijk tegelijkertijd staan we ook al stil dus was het geen probleem, die nul. Twee vrachtauto’s op elkaar geknald en een dikke, vette, kilometerslange file. Wall-E in de DVD gepropt maar ’t robotgedrocht weigert in alle toonaarden om duits te praten en een gefrustreerde bijrijder-en-bedieningsman roept naar achteren dat de kinderen dan maar engels moeten leren van dat verroeste stuk rondhobbelende ijzer. Na een goed half uur stop-en-go rijden we weer met een beetje snelheid maar de tacho blijft op nul hangen. Zoon’s maag maakt zich voor de eerste keer kenbaar en leegt zich krampachtig. Het emmertje klemt helaas dus mikt zoon van een afstandje voorover in de emmer. Het gaat biiiijjjna goed. Bijna. Parkeerplaatstijd, schoonmaaktijd. Ik ben dit keer voorbereid: water, doekjes, keukenrol, alles bij de hand. Emmertje weer schoon voor de volgende vulling maar zoon mompelt bleekjes: “Maag leger dan leeg. Emmer écht niet meer nodig”. Daar denk ik dan toch een beetje anders over en plaats de emmer dit keer zo dat hij niet klemt…

Dochter heef ’t koud dus deken over en verwarming hoger terwijl we zoon weer diep horen zuchten. Lijkbleek en ja hoor: de tweede ronde. En de volgende parkeerplaats. Dit keer is alles goed in het emmertje terecht gekomen. Emmerwas- en plaspauze bij vriesgraden. Dochter jankt van de kou, heeft rode lodderoogjes en hoofdpijn. Dan maar een lading Nurofen erin en weer verder. De emmer mag dit keer zonder protest weer bij de voeten. Wall-E is  inmiddels klaar met z’n engelse geleuter en dochter valt van ellende in slaap. Zoon kan niet slapen en heeft nekpijn van ’t hangen. Een ibuprofentablet gegeven, misschien blijft die er wél lang genoeg in en kan hij zo wat slapen. De tablet wordt vreselijk goor bevonden. Spontaan kokhalzen maar de pil blijft erin en zoon valt om. Out. Yessss, denk ik. Eindelijk. Helaas. Na vijftien minuten zit hij ineens rechtop, grijpt de emmer, verdraait z’n ogen en spuugt apathisch een sloot water, gal en een half opgeloste pil uit.  Parkeerplaats nummer drie en ik loop maar weer stoïcijns met het emmertje kots naar ’t toilet. Je went eraan.

Zoon vraagt of we al op de helft zijn en we roepen in koor (ongeveer 150 voor de werkelijke helft) “ja hoor!!”, waarna hij opmerkt dat hij dan nog maar 2 keer hoeft te spugen en dan zijn we er. Twee keer vóór de helft, één keer OP de helft, dus nu nog twee keer ná de helft en dan is ’t klaar. En of-ie wat te eten mag. Ja tuurlijk. Een banaan? Want die is zacht en laat zich tenminste goed weer uitspugen. Nee bah. Stukje kaas? Neuh. Een KinderPingui (zo’n choco-melkreep, ook heel zacht)? Ja. Na een halve reep hoeft-ie niet meer. Verstandig. “Kijk, een kerncentrale!!” waarop zoon enkel “blööööd” mompelt, maar het is toch goed voor wat afleiding. Dochter vraagt om een halve (alweer van dat halve gedoe..) pil tegen de hoofdpijn. Halve pil erin, Pinguins van Madagascar in de DVD en ik constateer dat we nu echt op de helft zijn dus omdraaien heeft ook geen zin meer. Yay.

Man en ik wisselen elkaar af bij ’t rijden want allebei nogal slaperig. We rijden half-om-half door prachtige winterlandschappen en zien gepoedersuikerde bomen voorbijrazen. Veel ongelukken en nog een keer een file van een stief kwartiertje (oftewel: een half half uurtje), maar we  komen er wel.  Shaun het schaap en Alvin & de chipmunks doen wat backseat-entertainment en dochter vraagt wanneer we nu eindelijk bij de McDonalds zijn. Zoon kokhalst bij ’t horen van die naam, maar een uurtje later is hij dan toch ineens redelijk fit en heeft een berenhonger, dus om half 7 zitten we dan toch bij de Mc. Zoon bunkert zijn happy meal naar binnen, dochter sowieso. Ik eet een McRib en vind ’t glibberige ding bij nader inzien best eetbaar. Zoon is klaar en grijnst: “Zo. Nu ben ik wel klaar met spugen.” Ik mag ’t hopen…

Om goed half tien ‘s-avonds zijn we er. We hebben ’t weer gehaald 🙂
En weet ik niet hoe snel ik uit die auto moet komen om mijn mama en papa te omarmen.

Eindelijk.

Zucht van verlichting

Opluchting.
Ontlading.
Verlichting.

Diep doorademen.

(Te) lang moeten wachten.
Maar zoals ze hier zeggen:
“was lange währt, wird endlich gut”.
En zo is ‘t.

Vandaag gelezen en gehoord.
de mooiste woorden van de wereld:
Het IS goed.
lang geroepen: het komt goed.
Het is goed gekomen.

Nu verder.
Opkrabbelen.
Steunen.
Verwerken.
Accepteren.

Maar vooral:
In het kwadraat genieten van de goede, mooie en fijne dingen in het leven.

Ik ben BLIJ!!
BLIJ BLIJ BLIJ BLIJ BLIJ BLIJ.
Had ik al gezegd dat ik blij ben?
En opgelucht.

Kus voor jou lieve mama!!
Je bent een kanjer!!!

mijn lachpillen

“Ik moet een scheet. Dan loop je maar naar de gang. Ik kom nú weer terug hoor. Neeeee!! De stank komt pas later, blijf daar! Weet je wat nog lekkerder is op een pannenkoek? Neuh. Een vieze onderbroek. Waaaaaaaaaaaaaahhh dat rijmt!!”

Even een standaard tafelconversatie zoals die daarnet plaats vond. Ik zit ernaast en grinnik maar een beetje. Net als over dat plaatje van die reanimatiemuis, dat ik net op facebook zag. Ik kijk naar de eiffeltoren van zoon, die hij in minder dan een uur in elkaar gedraaid heeft en denk enkel: “OK… dat was te makkelijk voor ‘m”. Maar hij staat wel leuk op tafel. Dat wel.

Onlangs danig opgeruimd hier in de woonkamer maar daar is niks meer van te zien. In mijn blikveld minstens 2 barbiepaarden, een eiffeltoren (dus), gele verjaardagsblommekes, oranje vlaggetjes, een ufo, een archeologische dino, een nano-car racebaan, een nerf-machinegun en een paar TV-hangkinderen met in de ene hand een kat en in de andere afstandsbediening (van beide hebben we er 2 of meer, dus dat kan). Zoon zit alweer met z’n nieuwe netbookje op schoot, oefent typen en een of ander tekenspelletje. Het lukt ons echt wel hoor, om er een echte nerd zoals wijzelf van te maken.

De tranen zitten me zo hoog. De laatste dagen, nee weken, zijn doorspekt van emotie, verdriet, hoop, wanhoop, onzekerheid, pijn en stress. Ik kán niet meer. Ik wil niet meer. Ik wil weg. Naar Nederland. Maar ik voel me ziek, waarschijnlijk bén ik ’t ook maar dat kán gewoon niet. Ik laat ’t niet toe. Het mag niet. Vanmiddag dus toch maar de tuin in, weer een heleboel meer winterklaar gemaakt, planten gesleept en gesnoeid, potplanten ingepakt en naar een beschutte plek.

Dit weekend komt de winter. Vrieskou, sneeuw. Ik twijfel nog of ik de planten werkelijk naar binnen ga doen voordat we weg gaan. Áls we weggaan. Nee geen twijfel. We gaan. De katten komen ineens allebei naast me op de stoel zitten. Eentje kruipt er op schoot. Ze zullen het ook merken: niet alles is normaal op dit moment. Lieve beessies. Vandaag al een paar keer zomaar in tranen uitgebarsten. Om alle ellende en onzekerheid, om alle verdriet en pijn die er op dit moment is.

En toch maken m’n puinhoopproducerende, nerdy, eigenwijze, gestoorde kinderen me steeds opnieuw weer aan ’t lachen.

Wat zou ’t leven een trieste bedoening zijn zonder hen.

Mijn hoognodige lachpillekes.

Op naar morgen…

Doc Allmighty….

Laaiend.
Ziedend.
Briesend.
Woest.
Verdrietig.
Machteloos.

Meer dan anderhalve week wachten op levensbepalende uitslagen. Onderzoeksresultaten waar een toekomst van afhangt, waarna je pas weet hoe ’t verder zal gaan, waarmee je in het reine moet komen. Natuurlijk gaan die uitslagen gewoon goed zijn, dat kan sowieso niet anders. Maar waarom, wáárom is de medische wereld zo mensonterend bezig als het gaat om het zich houden aan afspraken… Als je ze sowieso niet na kunt komen, máák ze dan verdorie niet??

Nachtenlang wakker liggen, gevechten met de onzekerheid en de angst. Woelen gaat niet want dat doet teveel pijn. Toeleven naar die dag waar je meer te weten komt, te horen krijgt wat de stand van zaken is. Wachten op die ene afspraak. En dan een twintigtal minuten van te voren te horen krijgen dat de boel gewoon nog niet klaar is. “Sorry, u kunt weer naar huis rijden. Komt u morgen maar terug, hopelijk zijn de resultaten dan wel binnen”.

Daar sla je toch steil van achterover??? Sorry, maar dit kan toch niet… Het besef dat men met “echte” mensen werkt, lijkt steeds verder weg te glijden. ‘Mensen’ die zachtjes en berustend doodsangsten uitstaan. ‘Mensen’ die stilletjes wanhopig huilen omdat ze niet weten of ze weer normaal door mogen ademen of niet. ‘Mensen’ die in verlammende onzekerheid enkel nog wachten op die afspraak waar ze éindelijk meer zullen horen. Het duurt al zó lang…

En dan wordt die afspraak en passant even afgezegd.

Onmenselijk vind ik dat.
Overgeleverd aan de laksheid van de enigen die jou kunnen helpen.
Tijd en geld is blijkbaar allesbepalend, zelfs als het om mensenlevens gaat.
Triester dan triest.
Maar we slikken onze verbolgenheid in, drukken de onzekerheid met een sloot koffie maar weer terug in onze magen, slaan de ogen neer, zuchten een paar keer diep en wachten braaf verder af.
Tuurlijk doen wij dat, meneer de almachtige dokter.
Wat kunnen we anders…

Stik.

Moment later

Een moment later is het allemaal alweer voorbij. Alles is goed gegaan, er zijn geen rare dingen ontdekt, nu langzaam bijkomen op de uitslaapkamer. Ik slaak enkel nog hele diepe zuchten van opluchting. Heb al buiten in de kou rondgebanjerd om wat spanning af te laden. Stiekem toch de hele dag onder stroom. Emotioneel. Zenuwachtig inderdaad. Even die golf van rillingen over je hele lichaam bij ’t verlossende woord:
Alles is OK.

Het is goed gegaan.
Ik zei ’t toch, er was sowieso geen andere optie dus het kon niet anders dan goed gaan.
(Makkelijk praten, achteraf)

Nu eerst maar eens bijkomen.
Letterlijk.

En dan weer doorvechten…

Moment

Op dit moment
slaapt ze heel diep.
Op dit moment
doet de scalpel zijn werk.
Op dit moment
stel ik me levendig voor
wat die chirurgen daar nu aan het doen zijn…

Op dit moment
merkt ze niets van alles.
Op dit moment
zijn enkel anderen bang.
Op dit moment
sla ik mijn ogen neer
en denk aan hoe het morgen verder zal gaan.

Op dit moment
wordt ze gehecht.
Op dit moment
is alles al bíjna achter de rug.
Op dit moment
zou ik zo graag daar zijn
en straks naast het bed staan als ze wakker wordt.

Moment…

.

.

PS: ik ben me ervan bewust dat dit intense en zelfs intieme blogs zijn. Maar het is mijn manier van verwerken van iets waar ik geen invloed op heb, waarbij ik stilletjes af moet wachten wat er gebeurt en waar ik niet eens daar kan zijn waar ik zo graag was geweest op dit ‘moment’. Het zijn uitingen van mijn verwerkingsproces. Mocht u het even teveel vinden, voelt u zich niet bezwaard en slaat u mij in deze fase gerust over.

cru(el)

Cru en wreed.
Cruel.
Voor mijn gevoel is het dat.

Een maand geleden ging je voor een standaard mammografisch onderzoek naar de radiologie.
Iedere vrouw van die leeftijd doet dat of zou dat moeten laten doen.
Uit puur verlangen naar zekerheid heb ik ’t zelfs inmiddels ook ondergaan.

Maar je verwacht ’t niet.

Je verwacht niet dat men dan zegt: “mevrouw, er is iets te zien, het is waarschijnlijk niets maar we moeten het wel even nader onderzoeken”.
Je verwacht niet dat men je informeert dat er toch een punctie gedaan moet worden.
Je verwacht niet dat je te horen krijgt: “het spijt ons u te moeten mededelen dat uit het onderzoek gebleken is dat het zich om een kwaadaardig tumor handelt”.
Kanker verwacht je niet.
Kanker wacht wel op jou…

Een maand geleden leek alles nog ‘gewoon’ in orde.
Maar wat is nou helemaal ‘gewoon’…
Een maand geleden ging alles ‘gewoon’ zijn gangetje en dacht je niet na over wat er zich mogelijkerwijs in je lichaam afspeelde.
Je functioneerde ‘gewoon’.
Nu moet je een aanzienlijk deel van dat lichaam ineens missen.
Het wordt eraf gesneden omdat er iets kwaadaardigs in zit wat op den duur de rest van je lichaam ook kapot zou maken.

Je bent zo dapper, zo sterk, zo bewonderenswaardig nuchter.
Maar ik voel de angst in mijn maag.
Mijn angst maar juist ook de jouwe.
Hoe zal het zijn, hoe zal het worden, hoe gaat het verder…
Goed. Alles zal goed gaan. Er is geen andere optie.

Het is wreed.
Van de ene dag op de andere is een deel van je ineens weg.
Zonder dat je werkelijk de tijd had om er afscheid van te nemen.
Zonder pardon.
Het is cru.
Van de ene dag op de andere mis je ineens een paar kilo.
Helaas op de verkeerde plek.
Daar waar je helemáál niet af wilde vallen…
Het is niet anders.
Van de ene dag op de andere moet dit. Dus dan ook maar het liefst zo snel mogelijk.
Alles weg, geen risico’s nemen.
Weg, weg, weg…
Het is goed.
Van deze ochtend tot aan de avond zal het klaar zijn.
Na vandaag komt het herstel, het weer overeind krabbelen na de klap.
Komt tijd, komt verwerking.  Acceptatie.
En weer vooruit kijken.
Dus dat gaan we doen.

Dag borst…

Borsten? Check!

Dat heb ik vandaag gedaan. M’n borsten laten checken. Gezien de situatie met mijn mama wilde ik toch echt wel even weten of bij mij alles nog OK is of dat er zich daar ook iets aan zou kunnen dienen…

Om 9.00h had ik de afspraak. Optijdmens als ik ben, was ik er om 10 voor 9. Even een vragenlijstje invullen (nee ik ben niet zwanger (godsonmogelijk), ja er is een geval van borstkanker in mijn familie… (snik), nee ik heb geen eerdere memmengrafiën (dank voor het prachtwoord, meneer Dokter!) gehad, ja dit is puur preventief). En toen kwam het verbazingwekkende: om 5 VOOR 9 werd ik al opgeroepen!! Ik was er bijna verbouwereerd van.

In de kabine mocht ik alles boven de gordel ontbloten en toen begon een korte borstenpletprocedure. Wat een raar ding is
dat, die mammografeermachine. Een zwarte plaat waar je je borst op legt, een soort plexiglas box erboven. De dame ‘hielp’ vakkundig mijn rechterborst in de juiste positie te drukken. Toen alles goed lag kwamen zwarte plaat en plexiglasbox duidelijk nader tot elkaar. Heel erg nader. Met mijn borst ertussen.  In totaal 4 opnames: horizontaal geplet, verticaal geplet, links en rechts. Ach. Het is te doen: er zijn ergere dingen.

Toen volgde nog de sonografie. Nog steeds in enkel zwarte broek en laarzen (whoeiiii sexy) mocht ik mij neervlijen op de behandelbank. Dokter E. moest eerst nog een telefoongesprek afhandelen dus ik oefende mij maar weer eens  in het blootborstig plafondstaren. Dat kan ik inmiddels redelijk goed. Ineens was meneer klaar en greep wat onverwacht de fles met scansmurrie om mijn beide borsten even flink in te spuiten. Ik schrok toch een beetje, griebels wat is dat spulletje koud! Splattt, splattt en je bent nat. Even met de ultrasoundkop eroverheen jassen en klaar. De foto’s van de memmengrafie werden nog kort maar minitieus bestudeerd op de computer terwijl ik met een hoop doekjes mijn borsten weer mocht ontslijmen.

“Alles is in orde, mevrouw.”

Wat een mooi zinnetje. (En hij zei mevrouw tegen mij!)
En ineens zo niet vanzelfsprekend meer…
Alles is in orde…
Nu mijn mam nog weer gezond maken a.u.b. en dan is de wereld pas echt weer in orde.

Ik ben daadwerkelijk heel blij dat dit soort onderzoeken er zijn.
Net als bij uitstrijkjes (en darmonderzoeken, for that matter, die heb ik ook al meermaals gehad vanwege mijn vader, die op relatief ‘jonge’ leeftijd darmkanker kreeg…) denk ik: “het is niet mijn lievelingsbezigheid maar ik ben blij dat het mogelijk is.” Ik weet nu dat alles met heel hoge waarschijnlijkheid allemaal OK is bij mij. En als dat niet zo was geweest, was het in ieder geval  in een vroeg stadium ontdekt.
Lang leve de borstenpletterij.
Over een jaar ga ik weer.

de paddestoelen in mij

ik schijn ze te hebben. Pilze, oftewel paddestoelen.
M’n eigenste eigen champignonskwekerijtje in mijn darmen.

Ben gisterochtend naar een kinesiologe (een vriendin, overigens) geweest. Jaja, echt waar. Ik, de scepticus bij uitstek, ga naar een alternatief geneesvrouwe. Wel samen met de buurvrouw (ook vriendin), dat dan wel weer. Buurvrouw, laten we haar ‘ns Katy noemen, is weliswaar benijdenswaardig slank maar heeft, in haar eigen ogen, een paardrijbroek op haar heupen (in mijn ogen niet, maar dat doet er niet toe). Die wil ze weg hebben en kinesiologevriendin, laten we haar maar ‘ns Mary noemen, had haar verteld dat ze daar met de juiste voeding best wel af kon komen. Ja, dat zei ze.

Aangezien ik eigenlijk wel van álles af wil (over de hele linie, van onderkin tot zwabberkuit mag er wel een kilootje of 20-25 af, zoals u weet), leek het me slim om mee te gaan en eens te kijken wat ze mij zou adviseren. Een kort intake-gesprek, toen op de ligtafel (of hoe heet zo’n ding). Mary drukte met links ergens in de buurt van m’n pols op allerlei plekjes en met haar rechterhand overal en nergens op de rest van m’n lichaam. Drukken is eigenlijk teveel gezegd, aanraken dekt ’t beter. Flesjes met vanalles en nogwat op m’n borst (eh, tussen de borsten). Vragen stellen. Verder testen. Een interessante procedure op zich. Ik weet nooit zo goed wat ik er van vinden moet dus vind ik maar gewoon niks en wacht af. Het gaat echt goedkomen. Zegt ze.

Vervolgens vertelde ze me wat ik eigenlijk al wel wist:  ik ben vergeven van de candidaschimmels. En die worden tot de “Pilzartigen” gerekenend, oftewel de paddestoelachtigen. Candida op zich is geen probleem, da’s een simpele gistbacterie die bij ieder mens voorkomt. Pas als die candida schimmeldraden (myceliën) gaat vormen, begint de ellende. Eigenlijk best een kunstwerkje, met al die draadjes en puntjes, vindt u ook niet? Maar met die schimmeldraden kan de candida cellen binnendringen en ook in de bloedbaan komen. En dan heb je de poppen aan ’t dansen. Zeggen ze.

Ik wist ’t wel hoor, ik heb hier al jaaaaaren last van (ik schat zo’n 10-15 jaar, gezien de symptomen die ik me kan herinneren van een long, long time ago) omdat ik a) er gewoon gevoelig voor ben en b) ik in die jaren ontelbare antibiotica-kuren heb moeten slikken (zelfs meerdere keren d.m.v. infuus), alleen dit jaar waren het er al 4… en dat is nu eenmaal funest voor je darmen. Zeggen ze.

Even een lijstje met de heerlijke, deels smeuïge symptomen doornemen:

  • chronisch vermoeid zijn – CHECK
  • darmklachten/winderigheid – CHECK
  • extreem koude handen en voeten – CHECK
  • jeukklachten – CHECK
  • afscheidingen uit de geslachtsorganen  – soms, de vsi-tjes zijn me niet onbekend.
  • oogklachten – nope (behalve dan dat ik praktisch blind ben zonder lenzen)
  • haaruitval – soms…
  • frequente blaasontstekingen – CHECK CHECK DUBBELCHECK!
  • buikklachten – CHECK
  • (vr)eetbuien, zin in zoetigheid – CHECK
  • allergieën – neuh
  • libidoverlies – nèèèhh 🙂 (nou ja soms, als ik moe ben… of sores heb, of hoofdpijn…)
  • huidklachten – CHECK
  • overmatig transpireren – nope
  • sterke gewrichtspijnen – CHECKERDECHECK!!
  • maagklachten – CHECK
  • mentaal-/emotionele problemen, matheid/teneergeslagenheid – CHECK
  • hartkloppingen/kortademigheid – CHECK
  • geheugenstoornissen, concentratiestoornissen – CHECK
  • overgewichtig ondanks veelvuldig diëten – CHECK

okay… daar zul je ’t gedonder hebben. Als ik de ‘somsen’ even weglaat, heb ik nog altijd een score van 14 van de 20. Best aardig, vind ik zelf.  Het is niet nieuw voor me: ik was in München al bij een orthopeed (vanwege de zware gewrichtsklachten) die me hetzelfde zei en ben ook al twee keer naar de HA geweest die me anti-schimmelpillen voorschreef; ik kén de symptomen. Maar nou echt fanatiek aan zo’n candida-dieet beginnen, dat wou ik tot nog toe niet. Je leest er zoveel over, de één zegt dit, de ander dat: het helpt/het helpt geen ene moer, wel yoghurt/geen yoghurt, wel noten/geen noten,  geen appels/wel appels, candida-schimmelinfecties zijn pure verzinsels van alternatieve geneeskundigen om extra geld binnen te halen, de hele dag rauwkost/hooguit tot 15h rauwkost, etc.etc.etc.

Awel. Mijn vriendin Mary zegt dat ’t nodig is. En dus ga ik het nu toch maar ‘ns doen, zo’n candida-dieet. Het is wel afzien want ik mag van alles waar ik zó gek op ben dus niks meer. Geen chocolade (aaaaaaaaaaaaaaaaaarghhhh!!!), geen alcohol (… geen woorden voor… gaat me lukken…), geen suiker/honing/zoetigheid whatsoever, geen gewoon brood (want gist) of witmeelproducten, geen melkproducten (want ik ben ook nog koemelkeiwitintolerant en dat wordt volgens Mary opgeslagen rond de ruggewervels waardoor veel mensen, waaronder ik, voortdurend rugpijn (CHECK!) én klassieke migraine (CHECK!!) hebben) dus ook geen yoghurt en kaas enzo, geen witte rijst, geen koolzuurhoudende dranken, geen noten, geen gedroogde vruchten, geen varkensvlees. Dat was een kleine greep uit de lijst der grote verbodenheden.

Maarrrrr. Ik mag toch nog best veel wel. Ik mag eieren (joepiedepoepie!!! Ik ben gék op eieren), schape- en geitenproducten (geitenmelk is best te drinken en geitenyoghurt goed te eten, heb ik vandaag gemerkt, en ik ben gek op schapen- en geitenkaas in alle vormen en soorten), olijven (mjammmm), alle andere vlees en vis, bijna alle groente en fruit (maar na 15h niet meer rauw…), volkoren rijst en pasta, volkoren meel en vooral véééél knoflook (kan ik ^_^).

Ik ga me nu werpen op het gistvrij volkorenbroodbakken (zuurdesembrood of brood met natron/bakpoeder), ben benieuwd. Minimaal 8 weken moet ik dit volhouden (mooi, ben ik net voor de Sinterklaas en de kerst klaar, kom maar op met dat gevulde speculaas). Varkensvlees eet ik maar gewoon helemaal niet meer, da’s niet zo’n probleem (behalve als we bij schoonmoeders zijn, maar dat wordt sowieso een uitdaging :-S).

En daar zit ik dan. Een kop zwarte koffie want melk mag niet meer en aan geitenmelk in de koffie moet ik nog een béétje wennen (rijste- en soyamelk in de koffie is in ieder geval niet te zuipen, weet ik nu), een bakje geroosterde pompoenpitjes, een druk rommelende broodbakmachine die achter me een gistvrij dinkelvolkorenbroodje aan ’t kneden en bakken is, volkoren-steviakoekjes in de oven (stevia mag eigenlijk ook niet maar is voor de candida geen probleem, is mij verteld, dus daar kijk ik voor ’t gemak maar even overheen).

Kort samengevat:  Ik doe m’n best. Toch?

Maar áls die paddestoelen dan eindelijk ook uit m’n buik weg zijn, val ik volgens Mary ook weer gewoon af, als ik maar een beetje m’n best doe (goh, dat heb ik nou de laatste jaren ook nog niet gedaan LOL). Nou, volgens mij val ik met dit dieet sowieso af. Kan niet anders. En ik word natuurlijk weer supermegavitaalfithappy. Zeggen ze.

Bye bye, krakkemikkige ikke.

Lang leve(n) de Paddo’s (niet meer).

Vraag aan het universum

Zo ontzettend niet verwacht.
Al die tijd het gevoel gehad dat ’t wel goed zou zitten.
Dat het wel goed móest zitten want geen onrust in mij.
Wel aan de opties gedacht maar niet dat de niet-goede opties óók een optie waren…

En nu is de werkelijkheid ineens zo onwerkelijk.
Je vraagt je tweehonderdachtenvijftig keer  af waarom.
WAAROM?? Gezond geleefd en gegeten, actief, veel preventiefs gedaan.
En toch is het nu niet goed…
Het is zó niet eerlijk.
Het is nóóit eerlijk.
Maar voor mij voelt dit nu nóg oneerlijker…
Waarom mijn mama.

En waarom mijn beide ouders??

Met papa hebben we het hele circus al doorgemaakt. De angst, de enorme onzekerheid, het bange wachten, het verdriet. Maar vooral die angst: Komt dit ooit nog weer goed? Hoe lang heeft hij nog te leven? Hoe zal hij uit de operatie komen? Bestralen? Chemo? Komt hij überhaupt zover? Ja, hij kwam zover: we zijn inmiddels twee decennia verder en pap is er nog. Met een groot teddybeerlitteken op zijn buik en de (on)nodige andere gevolgproblemen, dat wel, maar wat een geluk hebben we gehad. Eeuwig en innig dankbaar dat ik mijn papa niet op mijn twintigste al moest missen.

Maar mogen we alsje-alsje-alsjeblieft nog één keertje zoveel geluk hebben? Nu met mijn mama?
Ik weet niet eens aan wie ik dat zou vragen, ik geloof helaas niet in goden of ander almachtig gespuis.

Ik vraag het maar gewoon aan het universum…

Mag het?

Kloteziekte…

*huilt*

Dooddroom

Ik heb de laatste tijd last van een droom. Een dooddroom.
Ergens weet ik heel goed dat het niks te betekenen heeft, maar het houdt een mens wel bezig… Mij althans wel. Vannacht om iets van half vier  werd ik wakker. Gelukkig. Het was weer voorbij. Voor de derde keer droomde ik min of meer hetzelfde. Ik was stervende. Op het laatste flinterdunne randje van het bestaan balancerend en wetende dat ik er de volgende dag niet meer zou zijn. En ook steeds door dezelfde ziekte: borstkanker, uitgezaaid naar longen en lever. Hoe kom ik in vredesnaam op die details…

Ik was de hele droom continu bezig met dingen regelen. Met afscheid nemen. Met het zorgen dat de kinderen goed opgevangen zouden worden (inclusief het zoeken naar een nieuwe moeder voor ze, hoe cliché…). Met het uitzoeken van een geschikte urn. Met het uitoefenen van mildheid naar de mensen die over je aanstaande dood heenwalsen alsof het je reinste kolder is. Met het nog even een keer voeren van de vis, de garnalen en de katten. Met het intens genieten van dingen die ik daarna nooit meer zo zou kunnen ervaren. Met tranen wegslikken en glimlachen, zo goed als ik kon.

Ietwat verwarrend is elke keer dat mijn man de ernst van de situatie steeds opnieuw niet inziet. Hij gaat nog even gezellig met vrienden naar de bioscoop. En ik neem maar stilletjes afscheid. Hij gaat nog een paar uur wielrennen. En ik neem weer afscheid. Hij gaat bij zijn moeder de verwarming repareren. En ik neem weer afscheid. “Jij gaat sowieso niet dood voor mij, dus maak je niet zo druk.” En ik berust…

Met een brok in de keel kijk ik hem na, ga tussen de kinderen in zitten en sluit mijn ogen.
En dan word ik wakker.

Ik kan het wel een klein beetje te verklaren hoor, wat mijn hersencellen daar allemaal aan ’t verwerken zijn. De laatste tijd zijn er veel (borst)kankergevallen in mijn omgeving. En mensen die een zware, ongeneeslijke ziekte hebben. ‘Gevallen’ klinkt eigenlijk stom. Maar het zijn gevallen van zware ziekte, verdriet en soms de dood en die blijven je bezig houden.

Daarnaast heb ik ’t gevoel dat ik iets aan ’t afsluiten ben. Ik word langzaamaan rustiger. Bedaarder. Dingen worden duidelijker. Ik kan weer meer genieten en berusten in wat ik niet veranderen of beïnvloeden kan. Misschien dat dat er ook iets mee te maken heeft. En het lijkt alsof man dat al lang weet, in de zin van “komt wel weer goed”.

Éigenlijk heb ik gewoon geen flauw idee waar dit op slaat, maar ik moest vannacht wel even ‘bijkomen’ en mijn gedachten toch op iets anders zetten voordat ik weer in kon slapen…