Keulen is klote

Keulen is al lang niet meer slechts een naam voor een stad.
Keulen is een zelfstandig begrip geworden.
Keulen. #Zeghet en iedereen weet direct waar je het over hebt.

Maar is dat wel zo? Weten we waar we het over hebben?

Voor de één is ‘Keulen‘ het lang verwachte armageddon dat door de massale toestroom van vluchtelingen met een ander geloof, een andere achtergrond en andere waarden en normen, veroorzaakt wordt. TPO, GeenStijl en co. lusten er, samen met een verlekkerde Geert en een juichende Trump, wel pap van. Het is koren op de rechtse molen.”Zie je wel? We zeiden het toch? Eerst wordt de boel dagenlang in de doofpot gestopt. Vervolgens komt de politie-k met een krom verhaal op de proppen en nu blijkt dat al die Islamobbers zich moedwillig hebben verzameld om ónze vrouwen te bespringen en ónze westerse vrijheden aan hun laars te lappen. Al die daders per direct het land uitzetten en de grenzen dicht voor nieuwe potentiële verkrachters, dat is de enige remedie tegen deze invasie van geweld en misbruik.” [NB: verzonnen, enigszins samenvattende quote]

Voor de ander is ‘Keulen‘ een incident als vele andere. Dit keer helaas politiek erg brisant door de – al dan niet bekende – herkomst van de daders en de aanvankelijk nogal onhandige verdoezeling van de feiten. FrontaalNaakt, Krapuul en co. doen, samen met menig onthutst brabbelende linkse politicus, hun best om het zo op te tekenen. “Zie je wel? Nu het asielzoekers zijn, vliegt iedereen ineens in de hoogste boom. Waren het ‘gewone Duitsers’ geweest, had er geen haan naar gekraaid want dit soort dingen gebeuren overal. Kijk maar naar de aanrandingen van de serveersters op het alternatieve Oktoberfest in Alkmaar. Of naar de gang rapes op Britse en Amerikaanse universiteiten. Om van alle seriële verkrachtingen binnen familie- en vriendenkringen nog maar niet te spreken. #Zeghet werd afgedaan als zielig gejank, want daarbij ging het vooral om ‘eigen volk’ en dan moet je niet zeuren. Maar nu de daders van andere komaf zijn, is het ineens wél een rel vanjewelste en worden alle vluchtelingen over één kam geschoren. Hoe hypocriet wil je het hebben.” [NB: verzonnen, enigszins samenvattende quote]

Dat dit soort dingen daadwerkelijk overal en altijd al gebeuren, kan ik – zij het enkel marginaal – bevestigen: ga voor de grap eens oud en nieuw vieren op het plein bij de Stephansdom in Wenen. Dan mag je blij zijn als je heelhuids, onberoofd, onaangerand en zonder voetzoeker in je nepbontkraagje weer thuis komt, ook zónder de aanwezigheid enige asielzoeker in de wijde omtrek. Dat was twintig jaar geleden al zo en dat is nu nog steeds zo. Ook heb ik menig Oktoberfest in München bezocht, waar ik dergelijke taferelen (massale beroving, geweld, aanranding door niet-asielzoekende daders) mocht aanschouwen. Maar daar gaat het niet om.

Waar het wel om gaat, is dat iedereen dénkt te weten wat er daar in Keulen gebeurd moet zijn en waarom dat gebeurd is. Iedereen – ik generaliseer nu zelf even, ik ben mij daarvan bewust – ziet er datgene in, wat hij/zij wíl zien. Iedereen zoekt precies die mediale berichtgeving die in zijn of haar straatje past. En iedereen heeft per definitie het eigen gelijk. Daarmee krijgt de gigantische wig die tussen ‘iedereen‘ en diens medemens gedreven wordt, nog een flinke klap met een moker na.

Op dit moment probeer ik enkel nog naar mijzelf te kijken en te doorgronden, wat dit alles het met mij en mijn overtuigingen doet. Ik was zoiets wat – niet bepaald liefdevol – als ‘Gutmensch‘ betiteld wordt. Gutmensch is al lang tot een scheldwoord verworden, een passende titel voor de naïeve en goedgelovige multiculti-knuffelaars onder ons. Voor mij dus. Maar ik kon en wilde simpelweg niet geloven dat een geloofsovertuiging dit soort excessen kan veroorzaken. Ik wilde niet geloven dat een groep mannen enkel op basis van een religie op zulk walgelijke wijze op een vrouw neer kan kijken en haar naar believen wenst te misbruiken.

En ik kan en wil dat nog stééds niet. Ook al weiger ik zelf in welke godheid dan ook te geloven (ik ben een ‘kufar‘, een atheïst, een ongelovige), ik ken te veel fijne, goede, vredelievende en respectvolle mensen van alle mogelijke geloofsovertuigingen om dermate te kunnen of te willen generaliseren. Ik wil zo graag blijven geloven dat ook ‘Keulen‘ een uitzondering, een losstaand incident was en dat ons beeld van wat er daar (en ook elders) gebeurd is, nog verre van compleet is. Maar ook ik, ja zélfs ik, word nu langzaamaan banger. Sceptischer. Wantrouwender? En het lullige is: ik ben zelfs bang om dát toe te geven.

Wat als.
Nee, dat kan niet.
Maar wat als…

Angst is een bitch.

Daarom is Keulen klote.

Het gif dat angst heet

ThePoisonOfFear2 SCAN-LargeA

Kwaaie vlieg

Rust zacht. Dat wens ik je. Ja, ik óók. Ik ken jou niet. Niet meer. Ik dacht je te kennen maar wat is dat nou helemaal, ‘kennen’ op al die huidige social media. Ik voerde hele chatgesprekken met je. Steunde je toen je in een relatiecrisis van reusachtige proporties zat. Aanhoorde alles, stuurde je knuffels. Gaf raad, was er steeds weer voor je. Ook diep in de nacht. Toen ik merkte, dat je borderline-achtige trekken vertoonde, praatten we erover. Geen doekjes erom, duidelijke woorden, fijne gesprekken. Ik vond je een lief, intens mens.
Jij, die werkelijk nooit een vlieg kwaad zou doen.

En nu, nu moet ik via onze ‘gemeenschappelijke vrienden’ horen, dat je onverwacht bent heen gegaan. Een goed jaar geleden deed je mij er plotseling uit. Alleen mij. Weg ermee. De overige eenenzestig gemeenschappelijkheden mochten kennelijk blijven. Ik vroeg je, direct op de vrouw af, wat ik misdaan had. Dat doe ik wel eens. Ik leer namelijk graag van mijn fouten. Na drie weken kwam er per mail een berichtje terug: ik was gewoon een vervelend mens dat steeds in het middelpunt zou willen staan. En ik wist te veel. Ondertussen snapte ik het nog steeds niet. Wát had ik dan precies nu ineens fout gedaan? Het raakte mij. Ik delete de mail en daarmee ook maar de vriendschap.
Ik, die werkelijk geen vlieg kwaad zou doen…

Onaangenaam getroffen door het bericht van je dood, zal ik er nooit meer achter komen, wat er nu zo mis was met mij. Behalve dan dat ik een vervelend mens ben. Hetzelfde gevoel dat ik destijds had bij het overlijden van mijn exschoonvader. Hij heeft me nooit gemogen, ik was precies dat: vervelend. Lastig. Te eigenzinnig. Te dwars? Een vlieg in de schone soep.  Achteraf gezien zal iedereen in mijn exschoonfamilie vast beamen, dat hij het bij het rechte eind had. En goedmaken zit er nu ook niet meer in. Als ik maar wist, wát ik dan goed had kunnen maken?
Ik, die werkelijk geen vlieg kwaad zou doen…

Rust zacht.
Ik wens het je hard.
Met heel mijn hart.
Rust zacht.

Momentje.
Even een verdwaalde wintervlieg doodslaan.

Relativiteit in theorie

“Alles is relatief!” Te pas en te onpas wordt het geroepen. Te gemakkelijk om moeilijke aangelegenheden steeds opnieuw te reduceren tot minimale issues. Je leeft maar één keer, toch? En die ene keer moet je er dan maar uit halen, wat er in zit. Maar wát zit er dan in vredesnaam in? En hoe weet je wáár het zit, zodat je het er ook uit kunt halen?

Je ligt in het ziekenhuis voor een kleine standaardoperatie. Je hebt pijn; de operatie is niet helemaal verlopen zoals het zou moeten. Thuis ligt er een zo mogelijk nóg grotere berg zorgen op je te wachten. Je weet eigenlijk niet eens hoe je leven verder zou moeten, overziet het niet meer. Onmogelijke keuzes. Grote verantwoordelijkheden. Rationaliteit moet per definitie overheersen, de wanhoop de kop ingedrukt. De pijn blijft. Wie biedt er nou meer ellende?

Naast je in de ziekenhuiskamer ligt nog een mens. Haar leven doorspekt van ziekte, verlies, verdriet, dood. Haar broer en twee zussen begroetten elkaar al lang in het hiernamaals. Een dappere, oude vrouw met existentiële angsten. Haar volwassen kinderen kijken naar haar, door goed gespeelde zorgen verscheurd. De kleinkinderen drukken oma uit plichtsbesef even tegen zich aan om vervolgens op de grond te gaan zitten wachten tot ze ein-de-lijk weer naar huis mogen. Oma kijkt het met lede ogen aan. Waarom zijn ze hier? Omdat het moet? Van haar hoeft het niet. Lijden kan ze zo veel beter in haar eentje.

Je kijkt naar de drie kleine sneetjes in je buik terwijl de verpleegster de pleisters vervangt en een nieuwe dosis pijnstillers op het infuus aansluit. Drie schone gleufjes van een centimeter. Morgen mag je vast naar huis. Een blik naar de buurvrouw. Het obligatoire privacy-gordijn ontbreekt in deze kamer. Haar wonden worden open en bloot verzorgd. Lappen huid van tien bij twintig centimeter ontbreken, afgedekt door smoezelig gaas, de rafelige wondranden compleet zwart. Op haar benen en in haar liezen is het een slagveld, overal waar de kanker uitgezaaid en weer weggesneden is. Etter en pus waar je kijkt. Een onderbroek kan ze al sinds maanden niet meer dragen. Langzaamaan vergezellen steeds grotere plekken van het doorliggen de melanomen die haar langzaam opvreten. Je hoort haar onderdrukt kreunen van de pijn. Niemand mag horen hoe erg ze in werkelijkheid lijdt…

Het móet beter worden. Het leven kán hier niet ophouden want dan gaat de boerderij er aan onderdoor. Wat moet dat worden, met alle varkens en achtendertig koeien als zij er niet meer is? Wie verzorgt de katten en de kippen? Maar ze weet het zelf ook. Rationeel gezien valt er voor haar niks meer uit te halen, uit dit leven. Op naar een volgend. Ze kijkt nog eens op naar haar kleinkinderen en tekent trillend de overdrachtsverklaring. Dat is pas rationaliteit. Ratio zonder keuzemogelijkheden. Ze sluit haar ogen en ademt langzaam uit. Hoe vaak zal ze dat nog mogen doen?

Ja. Alles is relatief.

 

Kom Karma, kom!

“Karma? Kom je nog?” Karma slaapt. Diep. Onwetend waar het de gevolgen betreft van alles, wat zich vandaag afspeelde. Rustig ademend ligt ze op de sofa, droomt over iedereen die ze nog te grazen mag nemen. Zelfs haar comateuze wijze van slapen is nooit zonder uitwerking want uitgestelde wraak is des te zoeter. Als ze na haar dutje maar niemand vergeet…

Wie neemt haar naam niet in de mond als het even zo uitkomt? Karma is gonna get you. Karma is a bitch. Simpel principe van oorzaak en gevolg. Alles wat een mens doet, is uiteindelijk van invloed op de rest van diens onbetekenende leventje. Er zijn te veel spreekwoorden voor: Wie goed doet, goed ontmoet. Boontje komt om zijn loontje. Boeddha wist waarover hij het had; betitelde zijn liefdevolle karma-doctrine als de ‘leer der daden’. Maar wat ik me steeds opnieuw afvraag: waarom komen zoveel mensen dan tóch weg met alle afschuwelijke dingen die ze uitvreten?

Net acht jaar oud. Je kwetsbare, naakte kruisje wordt zorgvuldig uitgestald op Marktplaats. Je ouders zitten tot over hun oren in de schulden en hopen deze met het geld van een paar pedofielen af te kunnen betalen. Je mams heeft het je meermaals toegebeten: “Waar heb ik jou anders voor gemaakt? Een beetje profijt hebben van mijn eigen productie, daar is toch niks mis mee? Toch??” De gegadigden krijgen van pap alvast wat lekkermakende foto’s van jou, zodat ze een grof beeld kunnen schetsen van alles, wat ze met je zouden willen doen en daarvoor een passend bod uit kunnen brengen. Bedragen tot vijftigduizend euro om bij jou alle denkbare lichaamsopeningen te mogen vullen, worden geboden. En maar al te graag geaccepteerd. Je kamertje is al zorgvuldig geblindeerd, je meisjesbed van een vochtdicht hoeslaken voorzien. Maar het lot wil dat je oplettende oom de laptop van papa leent. Heb jíj even geluk, meiske…

“Van je zwager moet je het maar hebben”, zal moeders gedacht hebben. In de verhoren volgen allesomvattende maar onvatbare bekentenissen. Jammer genoeg zijn die voor de poes haar spleetje: Men vergeet je ouders te wijzen op hun recht op een advocaat. Dit vormfoutje maakt de biecht in één klap waardeloos. De pedo’s komen niet. De ouders wel. Vrij. Als Karma per toeval eens níet ligt te slapen, zal die vrijheid hun straf worden.
Karma? Kom nou toch…

niet goed bezig

Gisteren opende ik – hoe kan het ook anders – ergens in de loop van de ochtend even facebook op mijn foon. Het eerste plaatje wat ik zag was van een half verbrande jonge man. Hij was, volgens de ernaast staande tekst, aangestoken. Een brandende autoband om zijn nek. Omdat hij homoseksueel zou zijn en dat mag dus niet in Oeganda (en niet alleen daar…). Sterker nog: zulke mensen mag je dus legaal, met de wet achter je, in de fik steken en toejuichen terwijl ze creperen. Ik kreeg spontaan kokhalsneigingen en dikke tranen in de ogen, moest noodgedwongen verder scrollen. Ik kon het simpelweg niet aanzien. Want wat moest ik hier nou mee? Onvoorstelbaar gruwelijk om te zien op een gezapige zondagochtend. Wat een wereld. Een bevestiging van mijn opvatting dat mensen de enige werkelijke beesten op deze aarde zijn.

Ik moest het plaatje eigenlijk delen om mijn solidariteit met de homoseksuelen op deze aarde te betuigen. Maar ik kon het niet… wetende dat ik een dermate afgrijselijke foto dagenlang op mijn eigen wall zou zien, een wall waar ook kindekes mee koekeloeren… en ook wetende dat het geen ene donder zou helpen. Ik ben vanzelfsprekend solidair met iedere andere mens die in naam van onzinnige (veelal religieuze) wetten gediscrimineerd, gemarteld, gedood wordt. Maar mijn solidariteit lost helemaal niets op. Ook een petitie met miljoenen email-handtekeningen eronder haalt niks uit. Ik onderteken ze allemaal want het is geen moeite en ik laat in ieder geval op microniveau zien dat ik het er niet mee eens ben, de NSA aan m’n broek of niet. Maar helpen doet het niks, ik ben niet zo naïef om te denken dat er in de toekomst ook maar íets anders zal gaan vanwege een simpele petitie. Geen meisje minder verkracht of op 9-jarige leeftijd uitgehuwelijkt, geen honingbij gered, geen niet-ondertekend TIPP, geen asiel voor meneer Snowden, geen betere vrouwenrechten, geen boycot van de olympische spelen in dat hypocriete Sotchi/Rusland, geen betere arbeidsomstandigheden voor die arme chinese kindertjes in de neodymiumwinning. Gewoon. Niks. Lijdzaam toezien is alles wat je mag vandaag de dag. En dat is ook nooit anders geweest.

Daarom deelde ik de foto niet… want ergens, ergens moet ik nog altijd míjn leven leven. Of dit nou allemaal gebeurt of niet. Dat van anderen kan ik niet leven. En ik moet dus zorgen dat mijn leven góed geleefd wordt, al naar gelang de omstandigheden. Dat is iets wat ik in ieder geval wél kan doen. En dan niet voor mij. Egocentrische gedachtes heb ik al genoeg (“ik moet goed voor mezelf zorgen”, “die Note 3 wil ik toch wel heul erg graag”, “wat zal ik eens eten vandaag” – en zo). Maar voor de bewonderenswaardige mensen en mensjes om mij heen. Mijn zoon die maar door bokst en vecht om op school mee te komen. Mijn dochter die morgen weer naar de dokter mag voor een uitgebreide hartcontrole. Dat gaatje zit er nog steeds hè… ook al denk je er dan praktisch nooit aan, het blijft eeuwig een issue. Vrienden en vriendinnen die vechten tegen dodelijke ziektes, financiële sores, rottige werkgevers, mishandelende echtgenoten, depressies. Ouders die een dagje ouder worden en allebei al kanker hebben gehad. Ons eigen hachje (lees: ‘relatie’) bij elkaar en leefbaar houden. Dat zijn de dingen waar ik in eerste linie mee bezig zou moeten zijn, ik weet het. Ik weet het zo goed…

En toch ben ik het niet.

doemdenker

Ik zit weer eens in een denkfase. Zo’n fase waarin ik meer dan anders nadenk over het hoe en wat in deze wereld. Waarom de dingen gaan zoals ze gaan, wie er daadwerkelijk aan de touwtjes trekt. En dat is dan nog heel summier en oppervlakkig gezegd. Ik kijk documentaires, luister naar ‘afvallige’ professoren, uit de school klappende voormalige politici en journalisten die zich vastgebeten hebben, praat met de één of de ander.. Maar het wordt er niet beter van. Integendeel.WatAls

Het zou echt mogelijk moeten zijn om je hersenen stop te zetten. Maar wel zonder angstaanjagend elektronisch gespuis. Gewoon. Zelf. Het kan ook, met simpel mediteren. Maar daar ben ik niet zo goed in. Wel geprobeerd, maar ook dat lukt me op de één of andere manier niet.

Ik staar in ’t niets en denk aan alles en iedereen. Vooral aan mijn kinderen, aan hoe alles zal zijn als ze eenmaal volwassen zijn. Hebben ze dan ook een chip in hun pols? Mogen ze nog vrij reizen? Hun eigen geld beheren? Zelf bepalen óf en hoeveel kinderen ze in de wereld willen zetten, mocht dat dan allemaal nog op de ‘normale’ manier gaan? Zijn ze nog vrij in hun denken en in het bepalen welk werk ze het liefste zouden doen? Zijn er tegen die tijd nog bijen of doet de mens dan inmiddels zelf aan bestuiving omdat geen insect dat meer kan doen? Welke nieuwe ziektes zijn er dan ontstaan (of gemaakt), welke oorlogen uitgevochten en hoeveel mensen zijn er tegen die tijd nog overgebleven op deze aarde? En zo ratelt het door in mijn warrig hoofd.

Ik ben misschien nog net geen doemdenker maar wel een overmatig piekeraar. Ik kan niet tegen mijn eigen machteloosheid en ook niet tegen de wildheid van mijn gedachten. Ik wil wat doen maar ik weet niet wat. Ik zou heel hard willen gillen maar als ik dat zou doen, zou ik enkel maar raar aangekeken worden. Waar maak je je druk om, mens… Tja. Dat weet ik ook niet. Nog niet.

Toch een doemdenker.

Net niet

Ik stond echt op ’t puntje om weer eens een nieuw leven te beginnen. Dat leven waarin ik zó veel van mijzelf houd. En ook nog van de rest van de wereld.  Waarin ik heel hard fuck you schreeuw en doe wat ik wil. En iedereen omarm. Maar ’t lukte even niet. Nét niet. Alweer niet.

Vanochtend sprong ik uit bed en dacht: ik voel me tóp!! Tot ik plotsklaps dubbelklapte en mijn ingewanden eruit spuugde. Ik hield ’t allemaal even niet meer binnen. Nét niet. Maar het duurde maar heel kort, tot die hervonden tiptop-status.

Vandaag wist jij me zowat te overtuigen dat alles nu weer goed is. Maar het mislukte, net als een te natte rozijnenpannenkoek. En ik blijf zien hoe het er echt voor staat. Kledderig. Klote. Maar helaas.

Ik dacht heel even hoopvol: “je bent dus tóch nog steeds diegene die je was, toen ik dacht, dat ik je kende.” Maar je was het niet meer. Al lang en nét niet meer.

Bijna had ik vandaag zelfs mijn oh zo noodzakelijke werk gedaan en de boel afgemaakt. Maar het ligt hier nog naast me in een rode map.
Het lukte net niet. En morgen is er in dit geval geen nieuwe dag. But hey, we’ve got the night…

Zo’n lelijke, grootse terugval schampte zomaar ineens rakelings aan mij voorbij. Alleen nét niet helemaal. En ik haalde die bocht lekker toch. Met een noodvaart zelfs. Ja, dat net weer wel.

Ik mijmerde over hoe mooi het allemaal geweest had kunnen zijn. Maar dat is het nu ook weer niet geworden. Nét niet. So what. Op naar het volgende wat zo mooi zou kunnen zijn.

Vandaag was het immers óók mijn dag.

Nét niet.

natuurlijk

natuurlijk kijk ik naar Ursulaursula
hoe ze haar schelp weer eens
uit de zee vist, ’t zand afveegt.

natuurlijk denk ik herhaaldelijk
“lulkoek, zo bang voor James”
hij flirt toch tot-ie een ons weegt?

natuurlijk gaat breinlief tekeer
dik 50 jaar oud, slecht geacteerd en
ik vind dat Ursula een beetje slist.

natuurlijk schiet een dendriet uit
naar die hersencel die verder denkt
aan jou en dat je me ook mist.

natuurlijk…

© Lou

Blijkbaar titelloos

If you want to touch the past, touch a rock.
If you want to touch the present, touch a flower.
If you want to touch the future, touch a life.

Die quote las ik vandaag. Geen idee wie dat ooit zei (“Unknown“) maar deze quote fascineerde me. Eenvoudig en zo waar.  Een zwerfkei, keigevormd door het grote verleden, soms eeuwenoud. Een bloem, die nu bloeit, maar morgen misschien al verdord is. Maar als je iemands leven echt raakt, dan raak je de toekomst. De toekomst van diegene maar ook die van jou. Je beseft dat dit de dagen zijn, de dagen dat je je eigen toekomst maakt. Door simpelweg een ander persoon deel ervan te maken. Door te raken.

Maar soms moet je, juist om die toekomst te kunnen blijven voelen, je handen weer langzaam van bepaalde personen aftrekken. Niet meer aanraken. Laten gaan om te blijven (be)staan. Ik heb dat, en dat besef ik nu, in de laatste jaren veel gedaan. Ik heb bepaalde levens geraakt. Dat vermoed ik althans. Nee, ik hoop het. Maar ik heb ook velen zowel gewild als onvrijwillig laten gaan. Ook dat is toekomst.

Op dit moment is er weer zo’n punt waarop ik tot de conclusie kom en ook accepteer, dat ik bepaalde mensen en ook bepaalde dingen simpelweg moet laten gaan. Ik zal ze missen. Ongetwijfeld. Maar levens collideren én divideren. Het bestaan is net een botsauto. Soms botst het en voelt het goed. Dan grijns je elkaar aan en denkt: “Ha! Dát was leuk. Nog een keer!” En met een beetje geluk is de tijd nog niet om en mag je dan ook nog even verder rondkarren. Maar soms knal je ineens tegen iemand op en voel je enkel nog de nekslag. Maar botsen zal ‘t.

Ja, ik ben bang om op deze manier te moeten verliezen. Maar ik zal nooit berouwen, iemand in mijn leven gekend te hebben. De juiste mens geeft je geluk en acceptatie. De minder geschikte mens geeft je tenminste ervaring. De allerslechtste leert je een les. En de allerbeste geeft je herinneringen. Ook al gaan ze daarna toch weer hun eigen weg. Niemand is ooit zinloos…

Let it be.
It wasn’t meant for me.
I’ll let you go.
So we can both be.
We will let it rest.
Then I will see you and
you will finally see me…

Doet me ineens denken aan een song van 10.000 Maniacs…

Let me be. Let me close my eyes.
Don’t talk. I’ll believe it.
Don’t talk. Listen to me instead.
I know that if you think of it.
Both long enough and hard

The drink you drown your troubles in
is the trouble you’re in now...
(10.000 Maniacs – Don’t Talk)

Hoe treffend was dat.

Was.

zoek zoek zoek

Ik zoek en vind niet. Het is weg. Foetsie. Ik zoek al dagen. Weken. Maanden? Ik zoek in mijn achterste achterkamertjes, onder mijn zwevende vingers, achter mijn pijnlijke rug, tussen mijn dovemansoren. Het is er niet meer. Ik sta op een droogje, zoals blijkbaar zovelen met mij momenteel. Al een tijdje eigenlijk, heb al een maandje of wat geleden over mijn interne leegte bericht. Er is zoveel waar ik over zou kunnen schrijven. Er is ook veel wat ik wel opgeschreven heb maar wat op ‘Privé’ blijft staan omdat ik dat niet in de openbaarheid wil hebben. Blogs voor mezelf, over mezelf. Ze gaan over mijn eigen falen, mijn verdrieten, mijn verslavingen en mijn donkerste gedachtes. Opschrijven helpt nog steeds, maar gelezen hoeft het niet te worden. Misschien dat ik over een paar jaar denk: “ik ben er nu compleet overheen, nu kan ik terugblikken en eventueel mijn annalen van toen wel openbaren.” Maar die kans is klein.

Ik zit in een rare fase. Ik zoek naar mijn eigen leven. Zo voelt het. Ik was het leven even kwijt. Dat zei een dame namens Petra laatst in het TV-programma ‘Verslaafd’. Dat zinnetje trof me enorm. Ik herkende het. En nu ben ik zoekende. Van dat leven heb ik al wel weer een paar stukjes terug gevonden maar ik zoek nog steeds naar het grotere geheel en mijn eigen verstandige ik. Naar mijn gezondheid. Naar de essentie. Naar zin.

En ik ren mezelf voorbij als het gaat om houden van. Ik hou van veel mensen en ook van veel dingen. Maar van mezelf houden, dat kan ik niet goed. Nog steeds niet. Ik wil zelfs zo ver gaan om te zeggen dat ik mezelf bij tijden regelrecht mishandel. Of mishandeld heb, in ieder geval. Maar nu, nu mept mijn altijd zo braaf incasserende maar gekrenkte lichaam zomaar ineens terug. Mijn buik wil geen slecht voedsel meer. Mijn maag wil geen sloten koffie meer. Mijn lever wil geen alcohol meer. Mijn knieën willen mij niet meer dragen. Maar mijn hoofd wil het dat allemaal nog niet beseffen. Dus zoek ik.

Ik zoek ik…

En met al dat monotone gezoek ben ik momenteel mijn blogzin kwijt geraakt. Ik neem aan dat dat tijdelijk is. Het komt wel weer, dat weet ik zeker. Tot die tijd zoek ik maar gewoon een beetje verder.

Zoek, zoek, zoek…

Niksig

Zaterdagnacht. niksig
Kort voor twaalven.
En ik, ik voel me niksig.
Ach wat nou, niksig.
Nou gewoon… Als niks.
Wat kan ik nou.
Wat bén ik nou.
Wie vraag ik al niet eens meer.

De dingen die ik zou willen veranderen, blijven eeuwig hetzelfde.
De dingen die ik zou willen doen, blijven een utopie.
De dingen die ik zou willen repareren, blijven gebroken.
Dat wat ik zo graag wil, blijft altijd buiten mijn bereik.
De dingen die me grote zorgen baren, escaleren vanzelf.

Het is zinloos.
Ik ben machteloos.
Dus voel ik me niksig.
En ga maar slapen.
Morgen een nieuwe
dag waarop alles
wéér anders blijft.

Miljarden aardachtige planeten in ons melkwegstelsel, hmm?
Ik hoop dat ze er daar wat beters van bakken dan wij hier…

s(h)itting life

ik blog te weinig, ik weet het. Maar dat heeft een oorzaak: momenteel wind ik mij nergens over op en is mijn wereld verrekte klein. Dat eerste komt door de medicatie, vermoed ik. Van veel pijnstillers krijg je een betonnen plaat voor je kop. En van te weinig koffie word je een sufkop, dat ook. Goh, een taifoen… wat rot… 0,1% economische groei (ook wel stagnatie genoemd), wat prachtig… over een weekje gaat de wereld ten onder aan nucleaire straling… tja, ’t is niet anders hè, daarna zien we wel weer verder… Of niet. Oh en dat tweede komt door het feit dat ik al meer dan een week huisarrest heb. Ik mag niks. Liggen, zitten, liggen, naar de wc krukken. En weer terug.

Mijn hoofd is een vlakte. Een droge steppe. Ik heb m’n werk inmiddels actief en succesvol weten te verdringen. Geen zin in. Komt volgende week wel weer. Of ook niet. Ik doe een dutje als de kinderen de deur uit zijn, het liefst met één of twee slapende katten tegen me aan. Ik teken een zentangle of een zendoodle, schrijf wat en delete ’t dan weer (too boring, net als dit hier). Na de middag vragen de kinderen een hoop aandacht (school kills, had ik dat al gezegd?). Zoon vertelt en passant dat men zijn pennenetui met dagelijkse regelmaat door de klas heen keilt, maar ach, ze rapen het over het algemeen ook wel weer op. Goh, fijn. En hij heeft eindelijk een ‘echt’ vriendje gevonden. Dat is niet ‘goh, fijn’, dat is geweldig. Het is nog een aardig jong ook. zentanglecollage

Ik kijk naar de kat, die op dit moment onze koeienvlekkendeken probeert te slachten. En naar de zooi in de keuken. Als huisman is mijn man duidelijk net zo geschikt als een genarcotiseerde mol. Hij ziet niks, werkt de pruttel wat opzij, stopt bij tijden een noedel of een stuk oud brood in zijn mond, duwt af en toe wat in-de-weg-liggends aan de oppervlakte (zodat ik het weg kan ruimen) en graaft zich dan weer met verbazingwekkende snelheid in de onzichtbaarheid (namens ‘zijn werk’). Ik doe dus – ondanks de situatie – toch zo goed als alles, op mijn rollator – hatsjikideeee – en weet inmiddels ook welke kant-en-klare c.q. diepvriesmaaltijden geapprecieerd worden en welke niet. Het maakt mij geen bal uit: ik eet ze toch niet.

Ik teken wat meer, kijk naar Koffietijd (shocking) en de samenvatting van DWDD (saai gelul). Ik zie Miracle Blades, Magic Bullets, FabAbTrainers, wonderkorsetten en geweldige aztekische afvalpillen met de onuitspreekbare naam Alcachofa de Laon (Artisjokken in poedervorm voor maar vijftig euries per week!) bij Tommy Teleshopping en Tellsell (sorry, Netflix werkt niet in Oostenrijk). Dr. Google geneest mij snel weer van onverhoopt ontstane koopneigingen en ik dank de mensen die de moeite hebben genomen om de realiteit omtrent deze verzameling schroot en pseudo-hoopgevers in een recensie weer te geven. Thank you, thank you, thank you. Apropos, recensies. Ik schrijf nog wat meer. Recensies (hiero!) over seksboeken (zogenaamde ‘erotisch-pornografische romans’). Leuke bezigheid, moet ik toegeven, al behoor ik duidelijk tot het minder geschikte publiek voor dit literaire genre (over immuniteit gesproken…).

Het meest opwindende in mijn leven is momenteel de tijd die ik nodig heb om van de bank naar het toilet te komen. Die wordt namelijk steeds korter, naarmate ik mijn rollator met meer behendigheid en snelheid om de bocht kan manoeuvreren en met mijn krukken grotere sprongen kan maken (als ik zo doorga, mag mijn linkerknie straks ook geopereerd worden). Mijn rug gilt het elke avond uit van de excruciërende pijn. Ah… the blessings of a s(h)itting life. Ik verheug me inmiddels al op een heerlijk simpel rondje boodschappen doen. Vanmiddag onderneem ik ein-de-lijk weer eens een poging tot autorijden. Ik mis ‘m, mijn Oud-i… De kinderen moeten naar de gym resp. naar judo en er is niemand anders die dat kan doen, momenteel. Ja ja, dit wordt een topmiddag!!

All Hallow’s Eve

Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat ik een gruwelijke hekel aan Halloween heb. Ik heb helemaal niets tegen zombies, heksen, vampieren en andere donkere figuren. Integendeel. En als quasi-möchtegern-heks heb ik ook absoluut geen hekel aan All Hallow’s Eve als zodanig. Mijn aversie richt zich vooral, op het vercommercialiseren van al die ‘dagen’, de opgelegde consumptiedwang, op het verkleed  het langs de deuren te gaan om om snoep te bedelen, als zijnde weer zo’n liefchristelijke traditie. Thanks but no thanks.

Halloween stamt uit de tijd van de Kelten. Een voorchristelijk en eigenlijk heidens ritueel om de wederopstanding der geesten te vieren. Het is de avond (“Eve”) voor Allerheiligen (“All Hallows”) en aangezien de Ieren alles aan elkaar brabbelen, werd All Hallow’s Eve(ning) verbasterd naar Hallow-e’en.

Even Wikipedia citeren (is wat makkelijker dan zelf onherkenbaar herschrijven):
“In de Keltische kalender begon het jaar op 1 november, dus 31 oktober was oudejaarsavond. De oogst was binnen, het zaaigoed voor het volgende jaar lag klaar en dus was er even tijd voor een vrije dag, het Keltische Nieuwjaar of Samhain (uitspraak Saun, het Ierse woord voor de maand november). Samhain was ook nog om een andere reden zeer bijzonder. De Kelten geloofden namelijk dat op die dag de geesten van alle gestorvenen van het afgelopen jaar terug kwamen om te proberen een levend lichaam in bezit te nemen voor het komende jaar. Op het eiland Groot-Brittannië werd Halloween vooral door de Kelten gevierd. De geesten die uit dode mensen op zouden rijzen, werden aangetrokken door voedsel voor hen neer te leggen voor de deuren. Om echter de boze geesten af te weren droegen de Kelten maskers.”

Natuurlijk kon de katholieke kerk dit heidense gebruik niet verkroppen en moest zich erin mengen. Vervolgens gingen een hoop Christenen op twee november (Allerzielen dus) in lompen de straat op om om brood met krenten (zogenaamde zielencake) te bedelen, in ruil voor een gebedje voor dode familie van de gulle gever om de weg van die geliefde familieleden door de hel wat te vergemakkelijken zodat ze sneller in de hemel zouden komen. Dat gebruik was vervolgens weer mooi te combineren met die maskers en hopsakee, Halloween was ineens een kerkse traditie. Allemaal weer blij.

Toen sleepten de katholieke Ieren (en Schotten) hun heidens-christelijke gebruik op de boot mee naar Amerika, waar de boel uit- en omgebouwd werd naar wat het nu is: een overtrokken leur- en bedelfeest. En aangezien wij blijkbaar nog steeds maar al te graag alles van Amerika kopiëren, wordt ook deze “traditie” hier nu met beide kinderhandjes aangegrepen om je te beschilderen en in het zwart met een hoed of een litteken op je wang om “Süßes oder Saures” of “trick or treat” te bedelen.

Wat mij dus ook een doorn in het oog is, is dat men hier eigenlijk Allerzielen (de herdenking van de doden, of liever gezegd: het feest van het bidden voor degenen die in het hellevuur branden, jaja…) op Allerheiligen (de herdenking van de gemeenschap der heiligen, een feest dat in 835 al werd ingevoerd door Louis Le Pieux, ofwel Ludwig “de Vrome”) viert. Niet omdat ik nou zoveel heb met die heiligen, maar het is wéér zo’n dingetje van de katholieke kerk. Eén november is ten eerste makkelijker te onthouden dan twee november. Dat voor alle suffies onder ons. En een mooiere dag voor een katholieke feestdag dus, zo direct grenzend aan dat heidense gebruik (foei). Daarnaast werd op die dag werd er door Paus Gregor III ooit één of andere kapel in de Sint-Pieters-Dom officieel ingewijd en vanaf toen begon men alvast op één november met het doden herdenken en groeide één november uit tot dé feestdag, i.p.v. twee november.

triquetraMoeten ze fijn doen. Maar niet op mijn verjaardag. Toevallig. Waarom moet ik nou exact op één november naar de kerk en het kerkhof om doden te herdenken? Ik herdenk de mensen die ik wil herdenken op de tijdstippen dat ík daar behoefte aan heb. Niet op een voorgeschreven dag, tijd of plaats. En ik wil niet de dag ervoor als herrezen zombie of halfdood skelet om snoepjes bedelen om de volgende dag vroom op een kerkhof te gaan staan ‘herdenken’. Ik ga liever een rondje dansen in mijn met kaarsen omringde triquetra.

Val dood met je Halloween.

Zwemleed

Maaiende armen, uitslaande benen, boze blikken, blauwe schenen. Sinds een paar weken ga ik op maandagochtend zwemmen. Het is op dit moment zo ongeveer de enige sport die ik nog kan beoefenen met die verrotte knieën van mij en het is gewoon goed voor me. Het enige nadeel is dat ik a) op maandagochtend nu dus standaard in de file sta want het ‘vroegzwemmen’ is van 7 tot 9 am en om die tijd willen mensen normaal gesproken naar hun werk. En het b)-nadeel is dat ik tussen de bejaarden door moet harken.

Dat laatste kan ik inmiddels – beweer ik met gepaste trots – behoorlijk goed. Ik heb mezelf een redelijk ‘rustige’ en minimaal spetterende crawl-stijl aangeleerd en ik maak hier en daar een praatje met de ouwetjes om ze goedgezind te stemmen. Zo zwemt er een oud rimpelig mensje in knalrood badpak – ze ziet eruit als een doelloos ronddrijvend roma-tomaatje met armen – standaard op haar rug. Op zich geen probleem, ware het niet dat ze haar armen niet in zwemrichting beweegt maar in een hoek van 90° op haar bolle lichaampje op en neer peddelt en daarbij ook nog eens als een Aïda-lookalike het halve bad door kruist. In eerste instantie ergerde ik me daar ook mateloos aan, maar ze is een lief mensje, ze kan niet anders en ik duik er wel onder door als het nodig is. Vindt ze prima. Een minstens vijfentachtigjarige kale knakker zwaait altijd gelijk als ik binnen kom: ik mag wel in zijn baan zwemmen. Lief, maar ik blijf lekker bij mijn rooie cruiseschipje. Die zwemt zo langzaam dat ik daar volledig berekenend omheen en onderdoor kan. Bij die knakker vermoed ik daarentegen andere motieven.

zwembadwaterZigzaggend trek ik zo mijn baantjes. Het gaat ook duidelijk vooruit met mij: in het begin zwom ik vijftien baantjes in het vijfentwintigmeterbad en vond ik het wel ju. Vandaag heb ik er al zesendertig gezwommen. En volgende week zwem ik er veertig. Da’s dan wel mooi een kilometer! Plus de nodige beentraining aan de rand van het bad. Ik zwem. Zij zwemmen. Wij zwemmen. Gestaag en redelijk harmonieus maaien we gezamenlijk het bad door.

Tot er ineens een overmatig gespierde, hevig behaarde man – ik schat ‘m een jaar of vijfendertig – met nogal krap speedo-broekje (ja, ik let op dat soort dingen) en dito badmuts op de badrand staat en met vol geweld tussen ons bejaarden duikt. Hij zwemt zo agressief dat de ouwetjes verschrikt midden in het bad blijven hangen. Eén krijgt een mep tegen de elleboog, een ander verslikt zich in het opspattende water. Ik krijg terloops nog een wappertrap tegen mijn schenen. Hij maakt aan het eind van zijn baantje van die professionele duikeldraaibewegingen om zich dan hard tegen de rand af te zetten voor de retourreis. Dat kan op zich een heel gracieuze beweging zijn maar deze aap maait zo hard met zijn benen dat er bij elke draai een fontein van minstens tweehonderd liter badwater over de rand zwiept.

Rode oma vlucht naar de kant, kijkt mij wanhopig en hulpbehoevend aan. Eh… tja. Ik kan die man moeilijk zeggen dat hij hier niet mag zwemmen. Maar een beetje rekening houden met het andere, deels dobberende zwempubliek zou niet weg zijn… We praten even, over de “Rücksichtslosigkeit” van de jeugd van tegenwoordig, gheheheh (en ondertussen voel ik me stokoud). Ze moet duidelijk haar frustratie-ei even kwijt. Ik ginnegap dat het zwembad, als die kerel nog even zo doorzwemt, zo meteen sowieso leeg is. Ze kijkt enkel ietwat bedremmeld. Aangezien wij allemaal aan de kant hangen te koekeloeren, ziet meneer dat het zwembad nu redelijk mensenvrij is en begint abrupt met zijn vlinderslagtraining. Ik kijk naar Romaatje met een blik van: “Zie je wel! Al bijna leeg!” en zie nu tot mijn grote vreugde dat de badmeester op hoge poten naar de vlinderman loopt. Zo gauw die bij de rand aangekomen is, tikt hij hem niet al te zacht met zo’n zwemstang op zijn hoofd en zegt: “SO NICHT!!!” Vlinderslag mag namelijk alleen in de afgescheiden snelzwembanen, niet tussen ons sloomzwemmertjes door.
“Maar die banen zijn allemaal bezet!”
“Dan heeft u pech gehad; moet u maar wachten. Maar op deze manier zwemt u alle anderen hier overhoop”, waarna de badmeester met grote stappen en een norse blik weer weg beent.

Wij kijken allemaal vergenoegd en breedgrijnzend naar de nog nasputterende man, die zich vervolgens nergens iets van aantrekt en stoïcijns doorgaat met terreurzwemmen. Alleen niet meer in vlinderslag. Een mini-overwinning. Hopelijk gaat hij volgende week ergens anders fladderen.

Enjoy the silence

Ja, geniet ervan. Van mijn stilte. Het kan namelijk zo maar ineens weer voorbij zijn. Ik weet gewoon niet meer wat ik moet zeggen en dat komt niet vaak voor. De dingen die mij bezorgen, zijn de mijne, het delen ervan heeft verrekte weinig zin. Ik heb net een heerlijk weekend achter de rug, mijn lieve pap en mam een paar dagen hier. Praten, lekker samen eten koken, in de zon zitten (jaja, het is mooi weer hier), een potje kaarten of samen darts kijken, de geur van versgebakken brood op zondagochtend, een rondje tuin. Simpele dingen die zo veel waard zijn. Dingen waar je je bewust van moet worden, momenten waarvan je je moet realiseren dat ze helemaal niet zo ‘gewoon’ zijn maar juist momenten om te koesteren. De zorgen blijven. Maar raken heel even op de achtergrond.

Ik kan wel weer opnieuw opsommen wat er allemaal in me om gaat maar het heeft geen zin. Het wordt er niet anders van. Ook niet minder. Eerder meer. Hoe vaker je je zorgen oprakelt, hoe meer je jankt. Hoe meer ze aanwezig zijn en bedrukken. Dus dat ‘ogen dicht en door’ heeft wel wat. Ik voeg mond dicht eraan toe.

Zie me zitten. Silence
Ellebogen op tafel.
Ogen stijf dicht,
handen over de oren,
lippen op elkaar geperst.
Ik zie het niet.
Ik hoor niks.
Geen woord van mij.
En ik ben veilig.

Calm as cake.

get real

Echt. Zie nou ‘ns wat echt is en wat niet… die troebele blik van je, je schiet er echt geen bal mee op. Je ziet geen ene flikker en je valt over je eigen toetsen van ellende. Waarom die eeuwige melancholie, die oh zo grote ontevredenheid? Het helpt niet. Het helpt werkelijk nergens bij. Wachten op je eigen vent die steeds verder afdrijft en ondertussen ook nog dromen van een paar andere, waar héb je het nou helemaal over? Get real… dít is je leven. Dat weet je toch? Dit is waar je het mee moet doen en waar je genoegen mee zult moeten nemen. Op de rest kun je een halve eeuwigheid wachten. Of ook een hele, als het even tegen zit. Mens, durf te leven. Met dat wat je hebt… Maar nee, jij durft niet. Je moet meer. Je wilt per se meer. Want er is maar één leven. Eentje maar. Waar je alles uit moet halen. Maar je kunt het niet want je zit vast. Vast in je zelfgemaakte kooi. Je kunt tegen de tralies beuken. Misschien buigen ze dan wel een beetje naar buiten. Misschien heb je dan daadwerkelijk meer ruimte naar de zijkanten. Maar het dak van je eigen kooi komt zo wel steeds verder naar beneden. En ooit word je geplet door je eigen acties. Dat beetje meer vrijheid naar de zijkant maakt de ruimte naar boven steeds kleiner… Beuken tot het dak op je kop valt. Vliegen wordt toch niet meer wat. En dan… ooit… ben je dood. Door je eigen gewroet en je eigen gebonk tegen die onbreekbare spijlen.

Kom… Leer je kooi te waarderen.
Je komt er toch nooit uit.
Je hebt ‘m zelf gebouwd, remember.
En wat jij bouwt, is nu eenmaal degelijk.
Moeilijk te af breken. Heel moeilijk.
Jouw leven, jouw kooi.
Oh really. Get real…

Chaos and Piss

soms denk ik echt: “waar doe ik het allemaal nog voor…”

Op dagen als deze, dagen dat ik wist dat die zouden komen (denk hier een knipoog of iets dergelijks).
Dagen waarop echt alles, álles NIET gaat zoals het eigenlijk zou moeten.
Dagen waarop ik het allemaal even niet meer helemaal duidelijk zie.

Opstaan met bonkende hoofdpijn dus eerst een koffie-met-advil-ontbijt je in je mik douwen om gelijk ook maar je beginnende hernia te drogeren.

Een auto stampvol met rotzooi, vuilnis en overstromingsslachtoffers inclusief de kapotte maar nog uitvoerig naar pis en poep stinkende kakmixer (op chaosandpisszijn hoognederlands: de fecaliën- en afwateringspomp) uit de kelder naar het grof vuil brengen en je bij het vakkundig afladen van de stinkende boel twee keer mega in je vingers snijden. Auw. En yuck. Dat ook.

Even de krant lezen en zien dat er een nieuwe autobaanvariant bijgekomen is: nog geen 100 meter van ons huis af, precies in onze achtertuin. Het kon dus daadwerkelijk nóg dichterbij! Hoezee.

Je de pleuris werken aan een maandoverzicht om dat geheel vervolgens door een kleine crash (en het stommerdanstom te laat saven) voor goed driekwart weer te verliezen. Overnieuw.

Niet fatsoenlijk kunnen werken omdat de internetverbinding al sinds dagen van slag is: elke 5 tot 10 minuten valt-ie weg. Dan maar een blogje schrijven, wat vervolgens ook door de zwarte gaten van cyberspace opgeslokt wordt. Ook overnieuw.

Om half twaalf de kinderen ophalen van school en erachter komen dat je jouw deel van het eindejaarskado voor de juffen volledig bent vergeten. Oeps.

Je zoon die aan komt zetten met de melding dat hij een vriendje op school met zijn eigen vuist (die van vriendje dus) een bloedneus geslagen heeft. Per ongeluk… Maar het bloedde maar 10 minuten hoor!! Tuurlijk.

Een aanstormende vriendinmoeder; of ik asjeasjeblieft haar dochter mee kan nemen, werknoodgeval. Ja joh, no problem. Derde kind ingeladen. Eten koken. Uitgebreid naschoolseopvangetje spelen. Kinderen wegbrengen naar ander vriendinnetje. En weer ophalen. Nog een keer eten koken. Om kwart voor acht ‘s-avonds werd ze uiteindelijk weer opgehaald. Chaos.

Je pakket bestelde kleding krijgen om te merken dat je in drie van de vier artikelen voor geen meter in  past. Frustratie.

Al typende aan tafel in slaap donderen. Ouderdom? Oververmoeid? Beats me.

Niet nader te beschrijven maar zeer tranenrijke, frustrerende en verdrietige familiaire perikelen die erin hakken. De diplomatie was in ieder geval en in ieder opzicht ver te zoeken. Helaas.

De al tijden haperende e-toets van je laptop ineens helemaal niet meer kunnen gebruiken vanwege een stukje chips dat zich daar in innige combinatie met een plukje chocolade vereeuwigd heeft. Zegt genoeg. Maar de E verdraaid nog an toe!!! Pruts het dan onder de Y ofzo, of de Q… Maar nee. Onder de E. Natuurlijk. Schoonmaken.

De steeds sterkere sensatie van je-uitgekotst-voelen hebben. Je vrijwillig een bult werken onder groots uitblijvende dank of waardering: morgen weer zo’n dag *verheug!*. Matheid ten top. Maar we zullen doorrrrgaan…

And last but nog least: level 29 van Candy Crush. Dat is nog wel het allerergste van alles.

U kunt mij wat.
Ik ga heel hard Pink luisteren.
The King is Dead.
Chaos en Piss.
Enzo. Oh en…
Een glas wijn drinken.
Het is vrijdag.
Dan mag dat.
TGIF.
NOT!!!

Fijne mensen…

Ik kan niet begrijpen hoe.
Wanneer de randen zo scherp zijn dat ze je snijden, als heel fijne splinters van glas.
Wanneer je veel teveel voelt en je hebt geen idee hoe veel langer je het nog vol houdt.
Wanneer iedereen die je kent, alsmaar probeert om het allemaal glad te strijken.
Hoe dan een manier vinden om die pijn weg te nemen…
[P!NK]

Ineens merk je het. Een zekere persoon is weg. Zomaar ineens. Stilletjes uit je, al dan niet virtuele, leven gegleden. Niet uit het zijne of hare, gelukkig niet, maar uit het jouwe. Verdwenen. Omdat je geen daadwerkelijke verrijking bent. Geen verbetering. Maar kleine dingen laten je herinneren.  En je merkt het. Weg. Je merkt het en het steekt. Shock is misschien teveel gezegd maar een zwaar, opwellend en licht golvend maaggevoel. Waarom. Fijne gesprekken van toen. Kleine dingen voor elkaar doen. Hele kleine dingen, maar toch. Geen verrijking? Uiteindelijk onvoldoende betekenis? Voelt een beetje als weggedaan vanwege onhebbelijkheden…

Ook al zeg je van niet, ik ben toch wel degelijk te naïef voor deze wereld. Ja, ik heb veel mensen lief. Misschien wel teveel. (Kan dat? Ja dat kan) Goede mensen, in mijn ogen. Voor een ander duidelijk minder goed. Ik heb met maar heel weinig mensen problemen maar ik heb ettelijke onderlinge vijanden om mij heen. Ik bemoei me niet met hun oorlogen en (woord)gevechten. Het is energieverspilling en ik wil simpelweg niet moeten kiezen. Zolang men mij recht in de ogen kan kijken, blijf ik diegenen fijn vinden, ongeacht hun al dan niet slechte verstandhoudingen met anderen. Een groot hart? Mogelijk. Maar wat is nou helemaal een groot hart… Het mijne tikt nog steeds precies zoals het jouwe, hoor. Goedgelovig? Waarschijnlijk. Ik noem het liever Oost-Indisch blind voor chronisch slechte kanten. Iedereen heeft ze, maar ze zijn niet belangrijk. Ik wil ze liever niet zien. Voor mij blijven ze fijne mensen. Ook al leven ze in heel andere werelden. Ook al zijn ze niet op alle vlakken perfecte vrienden. Ook al zijn ze compleet anders. Ook al zeggen ze soms de verkeerde dingen. Ook al maken ze fouten. Daar zijn ze mens voor. Net als ik dat ben, met al mijn fouten, stomme dingen, verkeerde uitspraken en onzekerheden.

Maar is mijn leven door het (al dan niet hernieuwde) contact met een bepaald persoon dan ineens beter of rijker? Nee. Is het anders? Ja. Wat doet het er nou helemaal toe wannéér ik merk dat iemand ‘weg’ is? Het feit dát ik het merk zegt toch al genoeg? En ook het feit dat ik waarde hecht aan die persoon in de kantlijnen van mijn leven. Niet iedereen hoeft in mijn intiemste cirkel te staan om belangrijk voor me te zijn. Ik hecht ook waarde aan personen die in de marge staan en die er gewoon zijn, die me blijven accepteren om wie ik ben, die niet meteen afscheid nemen omdat ik niet de levensverrijking in persoon ben. Ik ben geen mens van ellenlange chatsessies, geen mens van uren durende telefoongesprekken, geen mens van dagelijks intensieve contacten. Ik zie veel niet en ik zie nooit alles. Maar vrienden zijn voor mij juist diegenen, die mij ook waarderen in de tijden dat er geen direct contact is. Die periodes kunnen soms best lang zijn maar als het er dan wel weer is, is alles nog steeds zo als voorheen. Men mag elkaar, men ligt elkaar. Klaar. Dat zijn vrienden, mensen die ik graag in mijn leven heb.

Jij bent jij, ik ben ik. Ik hecht waarde aan dat ‘contact’, ook al is het maar sporadisch. Waarom moet alles in vredesnaam altijd doelmatig en verrijkend zijn of iets opleveren. Gewoon het gevoel dat de ander er ook is, ergens in mijn levenscontreien, en sympathie voor je voelt, dat is voldoende. Voor mij. Voor anderen soms niet…

En ik kies niet. Niet snel althans. Ik wil het niet.
Dat heeft tot gevolg dat ik soms gekozen word.
Om geschrapt te worden. Daar heb ik het wel eens moeilijk mee.
Zoveel ‘fijne mensen’ die onderling niets (meer) met elkaar te maken willen hebben.
Zoveel verspilde energie.
Zo verschrikkelijk zonde…

Wanna be good

Let me be good to you goedgenoeg
Sit in your easy chair
What you want
I’ll bring it there
Even good can be better
Here’s my love
on a silver platter
Take it all, and
Let me be good…

Een paar zinnetjes van een songtekst van Otis Redding.
Over iets wat mij continu bezig houdt.
Die innerlijke drang om gewoon ‘goed’ te zijn.
Het maakt dat ik heel vaak hoor: “zeg ook eens NEE?”
Dat ik heel goed ben in veel teveel willen.
Dat ik altijd bang ben dat ik dingen verkeerd zeg.
Dat ik dingen eruit flap die ik éigenlijk voor me had moeten houden.
Dat ik iets heel belangrijks vergeet.
Dat iets totaal verkeerd overkomt.
Dat ik niet genoeg aan iemand denk.
Dat ik niet tactvol genoeg ben.
Dat ik niet genoeg steun geef.
Dat ik niet voldoende waardeer, wat ik heb.
Dat ik niet aan bepaalde verwachtingen voldoe.

De onzekerheid groeit met de dag en wordt uiteindelijk een monster.

Goed genoeg zijn, ook al doe ik even helemaal niets.
Goed genoeg zijn, ook al verdien ik een berg kritiek.
Goed genoeg zijn, ook al ben ik tien (twintig?) kilo aangekomen.
Goed genoeg zijn, ook al weet ik niet altijd alles wat ik zou moeten weten.
Goed genoeg zijn, ook al heb ik me compleet lam gezopen.
Goed genoeg zijn, ook al heb ik werkelijk hartstikke ongelijk.
Goed genoeg zijn, ook al kom ik soms niet uit mijn woorden.
Goed genoeg zijn, ook al hoor je soms mijn gierende zenuwen.
Goed genoeg zijn, ook al wil ik mezelf soms compleet verdoven.
Goed genoeg zijn, ook al ben ik af en toe bezitterig en jaloers.
Goed genoeg zijn, ook zónder jou…

Alanis Morissette zong ’t ook al zoiets. Precies zoals ’t voelt.

But once you are good enough for others, you will finally be good enough for yourself as well…

Nou dat hopen we dan maar.

If only I could be good…

.

.

_________________________________________________
PS…
De eerste versie van dit blog schreef ik – volgens de revisielijst – al 227 dagen geleden. Zeventien revisies later had ik het nog steeds niet gepost. Nu, bij nummer 18, dan eindelijk wel. Maar het is dus  wel duidelijk dat dit een diepgaand blog is: dit zit heel diep in mij. En ik baal daar eigenlijk ontzettend van. Sabel me alsjeblieft niet meer omdat ik mijn eigen onzekerheid hier toon. Waarom zet ik het dan überhaupt online… geen idee. Of ja, toch wel. Out in the open = easier to tackle. Zichtbare monsters zijn makkelijker te bestrijden. En misschien biedt het ook wel een stukje herkenning voor anderen…

Warboel. Op naar het volgende blog…

hard

Medeleven.
Empathie.
Gevoel.
Betrokkenheid.
Je mag het blijkbaar niet meer hebben of voelen. Nou ja, je mag niet meer laten BLIJKEN dat je het hebt of voelt. Hou het alsjeblieft stil voor je want anders ben je namelijk gelijk een emoporno-verheerlijkende hoer. Compleet met ramptoeristische bek. Okee dan…

Ik kan mensen met een duidelijke mening over het algemeen juist heel erg waarderen, ook al strookt die mening niet met de mijne. Ik ben ook niet degene die gelijk in de overtuigingsmodus springt. Dus jij denkt zo? Prima. Fijn doen. Maar laat mij dan ook mijn mening hebben. En vooral: mijn gevoel. Ja, IK voel wél medeleven en betrokkenheid. Ik heb twee kinderen in ongeveer dezelfde leeftijd als Ruben en Julian. Als ik mij voorstel dat mijn (hypothetische) ex-man ze zo mee zou nemen en vermoorden, ja dan stort mijn wereld in elkaar. Misschien is het anders als je geen kinderen hebt. Of geen gevoel meer voor je medemens, dat kan natuurlijk ook.

Maar als ik mijn steun wil betuigen aan de moeder van die jongetjes, haar kracht toewens (ook al zal ze dat nooit lezen), een virtueel kaarsje uit respect deel en er blijk van geef dat dit soort zaken mij door merg en been gaan, ja, dat ik er zelfs heel erg verdrietig van word en het onvoorstelbaar vind, wens ik niet uitgemaakt te worden voor iets als een emoporno-verheerlijkende hoer. In dit geval voelde ik mij dus daadwerkelijk aangesproken.

MIJN gevoel was (en is) oprecht. Dat een ander dat niet voelt, is heel fijn voor diegene. Prettig, als je niet mee hoeft te leven met mensen die een cirkeltje verderop staan. Maar veroordeel mij er niet om dat ik nog enige empathie in m’n lijf heb?? Ook ik kijk regelmatig naar het ‘grotere plaatje’ (wat dat dan ook moge zijn, een klotewereld bij tijden, in ieder geval). Maar het zijn de individuele gevallen zoals deze die me het hardst treffen. En velen met mij. Als die empathie, ook de empathie voor de niet directe naasten en familie, dan op zo’n manier de grond in geboord wordt, krijg ik het koud. Dan kun je ‘oprecht’ (Ja, alweer oprecht. Mooi woord.) van verharding spreken.

En dát vind IK nou weer zum Kotzen…

Traanarts

Vandaag was het weer eens zover. De tandarts stond op ’t program. Vanwege alle ziekengedoe van de afgelopen maand(en) tandartswas de afspraak inmiddels al twee keer verzet maar vandaag leek het erop dat alles ging lukken.

Weer een nieuwe tandarts. We hebben er inmiddels al vier (eigenlijk vijf, één was een ‘nood-tandartse’ waar we daarna verder niet meer zijn geweest) versleten. Zoon durfde er keer op keer niet meer heen want elke keer opnieuw was hij weer een traumatische ervaring rijker. De één boorde er lustig op los zonder te zeggen wat-ie ging doen (“dit is zo oppervlakkig, dat kan hij haast niet voelen” – yeah right), de ander japste er twee verdovingen in maar wachtte helaas niet lang genoeg waardoor zoon het trekken van zijn kapotte kies letterlijk tot in de puntjes voelde. Weer een andere zei geen woord maar liet ons stuk voor stuk fijn een half uur wachten in de stoel die toch al zo traumatisch was voor zoon. Eentje had zijn afspraken driedubbel gescheduled waardoor onze afspraak van 14:00h uiteindelijk om half 5pm kwam te vervallen. “Sorry, we gaan de praktijk nu toch maar sluiten, we zullen met u een andere afspraak moeten maken”. Nou mooi niet, ik wacht echt niet nog een keer met twee kleine kinderen 2,5 uur in een snikhete wachtkamer. Et cetera enzovoorts undsoweiter.

Deze tandarts was (is) tevens orthodontist en aangezien zoons tanden nogal scheef staan én hij (door alle antibitioca en overmatige mondgevoeligheid) nu al de tandproblemen van een volwassene heeft, leek hij me – op aanbeveling van de buurvrouw – wel een goede optie.  En dat was-ie. Een vriendelijke, lachende, open man met veel geduld en expertise. Afspraak om half vier, aan de beurt om half vier. Ondanks een volle wachtkamer. Alles prima gepland. Aardige, rustige assistentes. Ik had meteen vermeld hoe de boor in de steel zat bij zoon, dat ze echt geduld met hem moesten hebben en dat hij doodsbang was.

En toch was het ook deze keer weer opnieuw pure horror voor zoon. Er moesten afdrukken gemaakt worden voor zijn beugel (hij heeft een te nauwe beet en scheefstaande tanden). Te heftig trillend beet hij in de vinger van de assistente die de mallen vanwege de grootte even voor moest proberen. Stukjes van de felblauwe afdrukpasta raakten in zijn keel waardoor hij niet meer kon stoppen met kokhalzen. Dikke tranen. Nog meer braakneigingen, rode vlekken in zijn nek, wanhopige blik. Ik veegde met mijn vinger snel wat van de pasta uit zijn keel (mocht gelukkig) en hield zijn hand vast. Daarna moest er nog wat tandsteen ( 😦 en dat bij een tienjarige…) verwijderd worden, ook geen pretje. Ik probeerde hem steeds weer gerust te stellen maar hij verkrampte alleen maar verder. Nog meer tranen. De assistente deed het echt geweldig en zo goed als het ging tussen die duwende tong en bijtende tanden door. Het bloed dat hij uitspuugde in het spoelbakje gaf hem ’t laatste restje en hij keek me zo ontredderd aan… Spoelde zijn mond, rukte het plastic slabbetje af en rende met zijn iPod naar de wachtkamer. Wegwegweg van die stoel. Mijn arme knulleke…

Dochter was voor hem al aan de beurt geweest. Die is namelijk gek op de tandarts, heeft volledig ongevoelige tanden (net als haar vader, oh wat een zegen lijkt me dat), kreeg lof van de tandarts omdat ze zo goed gepoetst had en haar tanden prima in orde waren. Zelfs toen ze een jaar of twee geleden een gaatje had dat gevuld moest worden en ze daarbij met een spiegeltje alles minutieus kon volgen, vroeg ze naderhand wanneer ze dit nou nog een keer mocht want het was leuk! Uhuhh…

Ikzelf moest vanzelfsprekend ook nog even voor controle (alles prima, gelukkig heb ik meer dan goede, keiharde tanden want in principe ben ik net zo gevoelig en net zo’n schijterd als zoon…) en werd een klein beetje bijgepolijst maar ik kon om een paar minuten na vier alweer mijn ietwat gekalmeerde zoon oppikken in de wachtkamer, dochter vrolijk achter me aan hobbelend. Een half uur traanarts. Inclusief 3x röntgenfoto’s maken, beugelafdrukken happen en tandsteen verwijderen. Aan zoons trauma’s kan ook deze tandarts niks doen, dat hebben zijn collega’s al teveel verkloot. Maar bij deze blijven we, da’s een ding wat zeker is. Volgende week is de beugel klaar. Ik ben benieuwd of we het ding er elke dag zonder afgebeten vingers in gaan krijgen…

Bezig

ben ik. Verrekte erg bezig. En dat is goed. Dat houdt mijn hoofd stil. En mijn maag ook. Die schreeuwt op dit moment keihard om wijn en chips maar aangezien ik zo goed bezig ben, luister ik niet. Magen zijn ook maar onwetende organen, ook al is de mijne een expert in het imiteren van grommende beren.

Ik ben bezig. Met opruimen. Nog steeds. De woonkamer is inmiddels weer een zooi, maar ik heb de projecten zelf in ieder geval al op orde:
– de berging uitmesten (nog onbegonnen werk, letterlijk)
– mijn klerenkast opruimen (moet nog even wachten, eerst -10 kilo)
– het verenigingsleven op orde brengen (druk mee bezig)
– kinderzooi uitsorteren en naar de bazaar brengen (check! done!)
– bergruimte kweken (ikea to the rescue…)
– mijn hoofd opruimen (erg langdurig en moeizaam project)
– mijn hart luchten (in the proces)
– mijn lichaam op orde brengen (ook work-in-progress at this very moment)
– mijn foon streamlinen (check! Is klaar. Nu nog afwachten of dat wel zo goed was…)

Vandaag kwam er een busje voorrijden met twee erg aardige Marokkaanse mannen. Ze brachten mij mijn bestelde 540 kilo ikea-meubilair (Ja, ik ben een ikea-freak. Gek op. Ik geef het toe). Ze gaven de kinderen zelfs nog een zakje Haribo-gummiberen op de koop toe. [Nee, nee dat denk je fout. Dit is toeval. Ik doe niet aan product placement. Echt niet]. Verbazingwekkend genoeg klopte alles ook nog (46 colli). Kortom: ik ben blij en vanaf morgen worden er hier ikea-kasten in elkaar geschroefd en geplakt (en geramd, als het nodig is). En dan kan ik verder met opruimen, yay!

Met mijn hart-hoofd-lichaam-project maak ik ook gestage vorderingen. Mén, wat een zootje was dat… Is het nog steeds, ook dat moet ik toegeven. Maar het begin is er tenminste.

Die olifanten laten zich relatief goed vangen.
Maar die muggen hè, die muggen…

Pauze…

Ik wist vroeger nooit precies waar dat woord vandaan kwam maar ik vond het een mooi woord. Pontificaal. Dat stond voor “breeduit, nadrukkelijk en  groots”. Voor mij dan. Hij ging pontificaal in de weg staan. Nou, dan kwam je er écht niet meer langs. Ik heb ’t pontificaal verprutst. Erger kon het blijkbaar niet.

Inmiddels weet ik al lang waar de oorsprong van het woord pontificaal  ligt. En momenteel ligt die oorsprong zelfs op z’n pontificale gat. De paus treedt af. Joepiedepoepie. Geen dag te vroeg. “Opbokken ouwe!” zou ik willen roepen, maar dat hoeft al niet meer want hij bokt uit zichzelf. Op. Net als een paar Benedictussen eerder: Benedictus de IXe had teveel menselijke liefde in zich en verkoos in 1045 het trouwen van z’n geliefde boven zijn pontificaliteit. Geef ‘m eens ongelijk. Daarvoor (1009) hadden we nog Johannes de XVIIe (waarom die opkraste weet ik niet), daarna nog Celestinus V die sowieso nooit paus had willen worden en Gregorius XII die 1415 eruit gewerkt werd omdat hij probeerde de kerk weer een beetje te herenigen. Na een hoop gesodemieter en een pausentriootje stapte hij ‘vrijwillig’ op.  De rest van het pausgepeupel stierf in het ambt. Oh, die arme sloebers…

Zoals u merkt, heb ik niks met pausen. Vandaag vroeg ik me al even oprecht af, hoe een vrouwelijke paus zou heten. Pauze? Ja graag. Even pauze. Van al deze institutioneel overjarige hypocrisie. Ik ben geen vriend van de katholieke kerk (iets wat ik niet onder stoelen of banken steek) en daarin ben ik gelukkig niet alleen. Ik ben überhaupt geen vriend van religie whatsoever. Ook dat heb ik al uitvoerig uit de doeken gedaan. Vergeef mij alstublieft (*grijns*). Voor mijn gevoel maakt religie veel meer kapot in deze wereld dan dat het goed doet. Oorlogen, volledige onzinnige regels, vrouwenonderdrukking, vervolging, misbruik van beschermelingen, allemaal in de naam van wéér één of andere god. Maar dat een sekte-opperhoofd als de paus dan nog niet eens weet, hoe adequaat te reageren op het feit dat het deksel van de stinkende beerput onder hem opengetrokken is, is dieptriest.
Eerst maar ‘ns opzij springen. “Ieuwww, wat is DÁT?!?”
Dan proberen om dat deksel er uit alle macht weer op te sjorren.
Een poging om de stank met wat deospray te verdoezelen.
Een hoop schokkende andere dingen roepen om de aandacht af te leiden.
Wag the dog, enzo…
En vervolgens hard weg te rennen als dat allemaal zinloos blijkt.
Want je door god gegeven krachten zijn ten einde…

Laf. Dat is het.
Maar ach… dan kiezen ‘we’ toch gewoon een nieuwe?
Wat roken we dit keer?
Wit of zwart?
Wiet of shag?
Laten we het mixen.
Vijftig tinten grijs…
oh my…

PAUZE PLEASE!!!!
Pauze2

Zelluf doen

Dat liedje van Rita Hovink galmt de hele dag al door m’n hoofd.
Je weet wel, dat van:
Laat me alleen, alleen met al m’n verdrietzellufdoen
’t Is beter dat ik nu geen mensen zie
Niemand, niemand, niemand die me troosten kan
Ik verloor m’n toekomst en m’n doel
Laat me alleen, alleen met al m’n verdriet
Een glimlach, dat wordt pure parodie
Iemand, iemand, iemand die gelukkig was
En verloor, begrijpt wat ik nu voel
bladiebla-huiljammer-lalala enzovoort.

Nou, zó erg is ’t dus niet 😛

Maar die eerste twee zinnen treffen ’t wel aardig. Laat me nou maar effe alleen. Láát me gewoon maar even. Ik heb geen toekomst of andere essentiële dingen verloren (absoluut niet) en m’n doel al ook niet. Ik had eigenlijk nog nooit echt een doel dus dan kan ik dat ook niet verliezen, toch? Ik weet ook heel, héél goed dat ik heel, héél veel lieve mensen om me heen heb die me allemaal willen helpen én troosten én knuffelen. En dat is ook superlief maar dat kan gewoon niet: a) omdat het niet eens zo zeer MIJN verdriet is waar ik mee zit, b) omdat het praktisch gewoon niet kán (ik moet er zelf mee dealen en de afstand is simpelweg te groot om te knuffelen, jullie wonen allemaal te ver weg!) en c) omdat men met dit soort dingen gewoon niet kán helpen.

Even een impressie van al die dingen:  Specifieke zorgen om de kinderen, groot verdriet van mijn allerliefste naasten, gemis, werkproblemen (peanuts though), mobbing-issues/gewelddadigheid op school waar ik me als klassenoudervertegenwoordigster én als moeder helaas intensief bezig moet houden, faalgevoelens, pijn (letterlijk), ontglippingssensaties (whoeiii), algehele stress en bij tijden alles verpletterende teneergeslagenheid en moeheid.

Dat laatste heeft voor het overgrote deel te maken met de winter, neem ik gemakshalve aan. Ik ben gek op sneeuw en winterse kou maar ik heb nu toch duidelijk last van winterdepressieve gevoelens. Ik slik wel vitamines (D en B enzo) en af en toe wat Sint-Janskruid maar echt helpen doet dat niet. Doorgaan dus maar. Ik heb een waslijst van (relatief grote dingen) die ik allemaal ‘moet’ en van dat vele moeten word ik ook weer moe. Heb ik ook al eens over geschreven geloof ik. Wat me momenteel heel erg bezig houdt is dat schoolgedoe. Tienjarige kinderen die door klasgenootjes in elkaar getrapt worden op ’t schoolplein, kopstoten, volledige respectloosheid naar elkaar én naar de leerkracht (“hé ouwe, waar bemoei je je mee”…), mobbing, scheldpartijen, notoir uitsluiten. Discussies voeren met ouders die de noodzaak van noodzakelijk optreden niet inzien of zelfs botweg niet geloven dat hun kind ‘dat’ doet (wat toch echt het geval is). Gesprekken met de leerkracht. Moeilijke gesprekken. En dit is dan nog maar de basisschool… Op de ‘middelbare’ school (hier is dat vanaf volgend jaar, na 4 jaar basisschool dus) gaat het er tien keer erger aan toe, heb ik al uitgebreid te horen gekregen. Fijn, ik verheug me er op :’-( Vanavond dus weer een hele avond vol e-mails en telefoontjes waar een mens nou niet bepaald vrolijker van wordt.

Dan zoon die vandaag weliswaar een geweldig cijfer voor Aardrijkskunde/Geschiedenis (hier een gecombineerd schoolvak, hij had een “1”, dat staat hier gelijk aan het cijfer 9 of 10) naar huis bracht (mensch, was ik me een potje trots! Háh!!! Heeft al ons moeizaam, langdurig en intensief samen leren daadwerkelijk vruchten afgeworpen – dit was zooooo goed en zoooo nodig voor hem!!) maar volgende week opnieuw de diagnoseprocedure in gaat voor zijn ADHD/dyslectie/dysgrammatisme/geheugenstoornis/hypermobiliteit etc. etc. omdat hij anders volgend schooljaar toch in een ‘normale’ klas zou kunnen komen en dat gaat ‘m helaas niet worden… Hij is er nu al bang voor 😦 (niet voor de diagnose maar voor een mogelijk falen op de navolgende school).

M’n liefste zus die momenteel zo verdrietig is en samen met m’n nichtjes opnieuw een flinke portie levensherinrichting moet behappen. Ik doe m’n stinkende best om haar op te vrolijken en gelukkig lukt dat bij tijden ook aardig (heb haar net even aan ’t lachen kunnen maken – ghehhh!! :-P) maar toch is het schrijnend, moeilijk, verdrietig en zit ik hier op zo’n Oostenrijkse hobbel zonder dat ik echt wat kan doen of zelfs maar gewoon een knuffel geven. Haar verdriet is simpelweg ook mijn verdriet… Love you, sweet sis!!!

Het gevoel dat ik ook bepaalde mensen ‘verloren’ heb of dat ze in ieder geval langzaam maar zeker uit mijn leven verdwijnen, om wat voor reden dan ook. Ik hou er niet van om geliefde mensen ineens weg te zien lopen, om genegenheid te zien verwateren, om de indruk te krijgen dat je éigenlijk niet langer meer nodig bent. Maar ook dat is in principe een heel normaal proces. Mensen komen zomaar in je leven en stappen er even plotseling weer uit. Net twitterfollowers of facebookvrienden. Ineens, zonder dat je de echte reden kent, zijn ze verdwenen. Floep. Dag vriend(in), zwaai zwaai, het ga je goed… Het mag dan normaal zijn, ik word er toch een beetje neerslachtig van. Ik weet dat ik ’t niet moet doen maar ik ga me dan dus afvragen wat ik fout gedaan of gezegd heb. Niet doen…

En dan die rotpijn die maar niet weggaat. Soms wat minder wordt maar nooit voor lang. Rug. Nek. Hoofd. Knie. Ik ken de oorzaak wel hoor, niks engs of chronisch aan, maar het maakt dat ik me een oud wief voel. Ik sport des te meer, in de hoop ooit weer ‘fit’ te worden (het ‘slank’ heb ik inmiddels bíjna alweer opgegeven, ik moet na 41 jaar vaststellen dat ik niet voor slank in de wieg gelegd ben maar ik was ’t zó graag geweest hè. In mijn hoofd ben ik een slank mens maar mijn lichaam werkt niet mee.  Maar dan moet je ook niet een hele doos kersenbonbons in een moment van verstandsverbijstering naar binnen werken. Nou ja. Dan maar fit & fat ofzo…). En dan zijn er nog een aantal dingen die ik hier niet kan en niet wil noemen of vertellen. Te privé, dus gewoon niet.

Pijn. Verdriet. Zorgen.
Verliezen. Stress. Faalangst.
Afvalsores. Verlatingsangst.
Nog meer verdriet. Frustratie.
Dat.
Dus.
Niks onoverkomelijks.
Er zijn ergere dingen in de wereld.
Véél ergere dingen.
Zelfs in mijn directe omgeving.
Dus.

Laat mij daarom maar fijn sudderen. Ik zal dan ook gewoon doorgaan met repareren, werken, vrolijk worden, liefhebben, ontzorgen, ontstressen, minder vreten en meer sporten.  Beloofd.  En OOIT (wat een stom woord) komt alles GOED (wat een mooi woord).
Goed?

Maar laat me nu maar even.
Ik moet het toch zelluf doen.

Life is a beautiful balance of holding on and letting go.

Ik ook van jullie.

XXX

.

(tjeejjzus, nu ik ‘m gepubliceerd heb, zie ik pas wat voor rotlap tekst dit is. Nou ja. Sorry daarvoor.)

De wereld in drie vragen

Snelsnellersnelst moet alles gaan. En zijn. Snel uitgelegd en snel te begrijpen. Sneller te consumeren en snel nog even boodschappen doen. Snel bestellen en snelst op de plaats van bestemming. Zoals het eruit ziet zijn we met z’n allen eigenlijk  continu gestresst, lopen voortdurend kans op een burn-out en zijn voor de processen waarin we werken en leven absoluut en altijd überrelevant en onmisbaar (of we moeten van onszelf i.i.g. continu de indruk wekken dat we op ’t randje van het overspannen zijn staan want stel je voor dat dat niet zo zou zijn, dan waren we misschien wel zoiets ergs als onbelangrijk of zelfs – nog erginformatieer – vervangbaar…).

Nog nét op het nippertje halen we al die vréselijk belangrijke afspraken, zijn we – mede dankzij sociale media en moderne techniek – overal tegelijk en altijd bereikbaar en bewijzen we onszelf keer op keer opnieuw dat we ook echt die maximaal geïnformeerde, best opgeleide mensen zijn en wiens mening er ook werkelijk iets toe doet. De wereld draait om informatie. Informatie komt van het Latijnse “informare”: scholen, vormgeven, uitleggen, oftewel informeren. En dat draait enkel en alleen om de overdracht van materie, in welke vorm dan ook.

Het lullige is echter, dat duidelijke informatie m.b.t. bijvoorbeeld de volgens de maanstandskalender optimale dagen om je haren te wassen veel makkelijker te vinden is dan zoiets als objectieve en overzichtelijke info over alle crises die we heden ten dage doormaken. Eurocrisis, regeringscrisis, rechtspraakscrisis, milieucrisis, stilletochtencrisis, middenlevenscrisis, iedereen heeft wel iets van een expertenmening om rond te blaten over één of andere crisis. En als je dan voor een gefundeerde EIGEN mening alle argumenten van alle experts even door wilt spitten en het totaal aan opvattingen en informatie af wilt wegen, duurt dat wel zó gruwelijk lang dat die desbetreffende crisis al langggg weer voorbij is (of de wereld is inmiddels daadwerkelijk vergaan, dat kan natuurlijk ook).

Het zou zo gemakkelijk zijn als al het wetenswaardige, alles wat je nodig hebt om ergens snel (snelst!) geïnformeerd over mee te kunnen kletsen, in no time te lezen was in een mini-samenvattinkje ofzo. Een soort expertenservice-app voor de meelullende leek. Iets met “Ik, expert, beantwoord 3 vragen en u kom bij de essentie van uw thematiek uit”. Paar dingen aanvinken en hatsjikidee, je bent volledig en efficiënt geupdate. Geen gezond verstand meer nodig, enkel aankruisen en discussiëren maar.

Even een stom voorbeeld: een Pitbull heeft een kind gebeten (sorry hondenliefhebbers, ik zei al: stom voorbeeld) en je wilt je mening over Pitbulls geven. Dan open je de expertenapp (met een geweldige nerdy naam, zoiets als ExpApp ofzo) en doorloop je het voorgegeven vragenschema:
– waar gaat het om?
Intypen: “pitbull”. De volgende vraag rolt eruit:
– Zijn Pitbulls honden?
Expert: “ja.”
– Kunnen honden mensen doodbijten?
Expert: “ja”.
Conclusie: honden behoren tot dezelfde categorie als krokodillen, wolven en haaien en zouden dus als huisdier verboden moeten worden. Tadaaaaa! Met maar drie vragen naar een compleet gefundeerde mening.
(Jaja, ik ZEI toch. Stom voorbeeld. Maar ik heb zo gauw geen ander. Ik mis een app…)

Het enige rotte is, dat de hedendaagse aangelegenheden niet meer zo eenvoudig te reduceren zijn. Ontelbare lagen aan informatie, meningen, data, omstandigheden en aspecten liggen en lopen over en door elkaar heen. Daardoor is een actueel iets als bijvoorbeeld de “falende rechtspraak” (faalt-ie überhaupt wel? Of is dat enkel ‘één’ heersende kuddemening?) niet zomaar even met een paar vragen tot de absolute eenduidigheid terug te brengen. Wie te lang alles reduceert, trekt uiteindelijk alle verbanden kapot. Daar zijn politici dan weer heel goed in. En journalisten ook trouwens. Oh nee, dat is enkel mijn ongefundeerde mening. (Ik mis een app…)

“Verklaar de wereld in drie vragen…”
Sokrates zou waarschijnlijk meteen geantwoord hebben: “…en waarom zou ik dat moeten doen?”

Ik wou dat ik een uitschakelaar op m’n hoofd had.
*hamer zoekt*

Cut the Crap!

Er was eens een bekend zangertje
dat had op ’n dag een doorhangertje.
Smookte gezellig een beetje wiet.
Ach kom. Wie doet dat nou niet…
Speelde met zijn grote ego vangertje.

Maar het zangertje werd gesnapt.
Bij ’t inhaleren op heterdaad betrapt.
Zijn fans smeekten hem te stoppen.
Kwamen met acties op de proppen.
Er werd alom over de Beliebers gegrapt.

Een mafkees ergens in wat lage landen.
Besloot ’t geval niet te laten verzanden.
Help die knul door een beetje te snijden?
Verzuimde om verder over wiet uit te weiden.
Een ziekelijke hype was ineens op handen.

Cut 4 Bieber, voor een greintje aandacht?
Het wekte wat anders op dan verwacht.
De armpatroontjes snijdende jeugd ging los.
wereldwijd was men weer even flink de klos.
Socialmediagekte toonde zijn volle kracht.

Oh Be-Lieverdjes van deze wereld, stop?
Schaapjes van me, gebruik nou eens je kop!
Geef mij ’n euro voor iedere nietgesneden kras.
Is niet alleen die lallende Bieberboy in zijn sas…
Maar kom zelfs ik er in crisistijd weer bovenop!

.

.
Met verbazing heb ik me vandaag eens even ingelezen in die #Cut4Bieber gekte die gisteren blijkbaar plaats heeft gevonden.  Ik moest eerst nog even onder mijn immense steen vandaan kruipen om weer eens te merken dat er wat loos was. Het was uiterst amusant maar ook erg schrikbarend om te zien hoe iets simpels als een gestoorde tweet (of een posting op het chatplatform 4Chan, ik weet niet precies waar ’t nou daadwerkelijk allemaal gestart is) een wereldwijde hysterie los kan maken. Jezelf mutileren om de aandacht van een boyzangertje als Justin Bieber te krijgen met als doel hem duidelijk te maken dat-ie toch echt beter geen jointjes meer zou moeten roken. Hoe diep kunnen we nóg zinken, jeugd? Werkelijk… denk na!!! Maar daar ligt ‘m ook het probleem blijkbaar. Dat zelf denken, dat lukt niet meer… Kuddegedrag ten top. Backwards evolution… Iemand roept nogal tweeduidig, overgedramatiseerd en duidelijk cynisch op tot het jezelf half afslachten voor iets als een marihuanasmokend krakelend knulletje en men dóet het dan ook nog in grote getale?? Dát vind ik pas eng! Ik moet bekennen dat ik zelf bij het lezen van het begin van die hele ophef in eerste instantie helemaal niet aan zelfmutilatie dacht maar aan het knippen (cut) van wiet om meneer Bieber van een nieuwe voorraad te voorzien.
Hoe naïef van mij…

Cut4bibber

Geen fluit

snap ik ervan.

Hoe is het mogelijk dat een assistent-scheidsrechter, een vader van drie zoons, die enkel deed wat-ie ’t liefst deed: kijken bij ’t voetbalspel van zijn zoon en een beetje lijnrechteren, doodgetrapt wordt. Het duurt soms een beetje langer voordat Nederlands nieuws hier aankomt, maar ik heb net wat berichten gelezen en ik kan ’t niet helpen: ik verval ook in cliché-denken. Hoe kan dit gebeuren. Waar moet dit heen? Een paar opgeschoten jongens van een jaar of 15-16 molesteren een toegewijde vader. Naar aanleiding van een amateurvoetbalwedstrijd.

Mijn zoon is over 5 jaar ook van die leeftijd. En als ik zie hoe gewelddadig sommige van zijn leeftijdsgenootjes al zijn, hou ik mijn hart vast. Op hun zevende wisten een aantal van die knulletjes al prima hun klasgenootjes te mobben. Waar ligt dat aan? “De verharding van de maatschappij” is ook enkel maar zo’n lekkere loze kreet. Iedereen is passend geschokt. Een paar dagen lang en dan gaat alles gewoon verder, tot de volgende doodgetrapte vrijwilliger?

Ik ben zelf functioneel bezig bij een voetbalvereniging. Ik heb nog nooit echt iets van gewelddadigheden gemerkt maar ik ben dan ook niet bepaald vaak langs de lijn te vinden, eerlijk gezegd interesseert me dat geen ene biet. Net als de namen van de daders waar iedereen naar op zoek is (was?)  omdat uit deze namen zou blijken, dat het “weer eens” om Marokkaanse jongeren zou gaan. Het hadden net zo goed ‘blanke’ knullen geweest kunnen zijn. Of meiden, for that matter… Het doet er niet toe. Waar het om gaat  is, dat er jeugdigen van die leeftijd zijn die blijkbaar helemaal geen gevoel meer hebben en niet schromen om een jong mens (net zo oud als ik) en passant even zo te mishandelen dat hij eraan overlijdt. Hoe is het mogelijk, het blijft malen.

Het maakt me bang.
Doodsbang…

Ik ga maar eens op mijn hoede boodschappen doen.
Hopelijk overleef ik dat, ik 41-jarige moeder van twee…

Wij hebben helemaal geen wereldondergang nodig.
Dat uitroeien kunnen wij mensen heel goed zelf.
Oh en een heel fijne Sinterklaas nog!
Altijd weer leuk.
Zolang ze nog met Lego spelen…

te mat om te glanzen

Een blog waarvan ik niet weet wat ik ermee wil. Ja, een gevoel beschrijven maar toch ook weer niet. Een matheid die zich uitbreidt en die alle moois opslokt. Niet in de depressieve sfeer hoor, helemaal niet. Meer iets van alles hebben wat ik schijn te willen terwijl ik dat wat ik eigenlijk wil, niet kan krijgen. En dan weet ik niet eens precies wat dat, wat ik eigenlijk wil, nou is…

Wat een geleuter. Waarom heb ik het er überhaupt over. Omdat het me mat maakt? Omdat het me zachtjes en met een tedere touch wurgt? Omdat ik er niks mee kan? Alles is goed en niks is slecht. Duizend keer door het oog van de naald met hooguit hier en daar een acupuncturele prik. Een wakkerwordsteek die me nog slaperiger maakt. Een por die me even op doet veren. Meer ook niet.

Het blijft geleuter. Een vriend in persoonlijke wanhoop, een dochter met pijn, een chronisch zieke vriendin, een bekende die zich doodrijdt, alles relativeert. Een heerlijk weekend met de kinderen, een geweldig dansconcert, zeven brandende kaarsen en een glas rode wijn in een warm thuis net zo. Het mijne is goed maar ik heb voortdurend het gevoel dat ik niet genoeg geniet. Dat ik tekort schiet in het bewuste waarderen. Dat ik de gouden randjes van de dagen niet snel genoeg herken. Dat ik te mat ben om te glanzen.

Gisteren zag ik een zangeres optreden. Ze was als ik. Qua lichaamsbouw, qua stem (als ik dat al kan of mag zeggen) maar ook in haar hele doen en gestiek. In hoe en wat ze deed. Maar zíj stond dáár, in haar duidelijk te krappe, dunleren zwarte broek te zingen, te glanzen en te léven. En ik zat in de zaal. Ja natuurlijk, ik genoot. Ik bewonderde haar enorm. Zij die zo mij was. Maar ik wist meteen dat ik nooit die moed zou hebben om daar óók eens te staan. Ik schaam me teveel terwijl ik zou moeten weten dat ik me niet hóef te schamen. Ik ga niet genoeg voor de dingen waar ik zo graag voor zou willen gaan en verdoe m’n tijd met wachten tot een glimp daarvan me toevalt, wat ’t natuurlijk niet doet. De onzekerheid maakt me mat…

Is het genoeg?
Doe ik genoeg?
Kan ik genoeg?
Ben ik genoeg?
Lééf ik wel genoeg?

Glansloos gelul.
Werkelijk waar.
Matglans zou al leuk zijn…

een hoofd

Ik heb getwijfeld. Klik ik op die play-button? En waarom dan? Ik heb het gezien. Ik heb het nog uitgekeken ook. En nu wou ik dat ik het niet gezien had.

De zelfmoord bij Driehuis.
Een man, althans een deel daarvan – de romp en de benen – ligt in een soort foetushouding naast de rails.
Joelende jeugd.
“Moet je kijken, daar ligt ’t hoofd!”
Zoom-in op een rode bal met wat zwart klevend haar.
“Dat is dus een echt hoofd, hè!!”
De camera zwenkt naar een bloederige vinger die op het perron ligt.

Misselijkheid, maagdraaien. Ik weet niet eens meer of  het precies zo was in het filmpje, maar ik ga het niet terug kijken. Ammenooitniet. Bij benadering klopt bovenstaande wel ongeveer en dat is voldoende.

Ik denk er aan. Steeds weer. Die man. Wat heeft hem bezield, dit te doen…
Hoe moet het voor de familie en vrienden zijn om deze beelden van hun naaste zo op het internet te zien…
Hoe is het mogelijk dat mensen, hoe jeugdig ook, dit zo uitgebreid filmen, er zelfs naast staan te joelen en de beelden vervolgens ad hoc rond de wereld sturen.
En hoe is het mogelijk dat ik het nog aanklik ook…
Is dit nu de afgestomptheid van onze samenleving?
Is dit de verharding die er voor zorgt, dat men niet meer aanvoelt wat nog ethisch verantwoord is en wat niet meer?
Is dit de onverschilligheid die ons zulke dingen aan doet zien zonder werkelijk gevoel?
Ik kan er niet over uit…

Een hoofd.
Ligt daar. Enkel een hoofd. Op de rails.
Onherkenbaar, maar duidelijk een hoofd.
Een hoofd dat ik niet meer uit mijn hoofd krijg.
Een vinger waar ik mijn vinger niet op kan leggen.
Een torso waar niet meer aan te torsen valt.
Een beeld dat niet langer om beeldvorming vraagt.
Slechts.
Een hoofd.

Splat!!!

Op twitter struikelde ik vanochtend zomaar, per toeval, over een foto die geretweet werd.
Ik was er meteen compleet door gefascineerd.
Een foto, die zo ontzettend goed uitbeeldt, wat mij op ’t hart ligt.

Een prachtig iets, glanzend, rond, schitterend, zwevend, perfect.
Zo mooi.
Eén vinger, één prikkende, onvoorzichtige, uitdagende vinger.
Die wil weten wat er gebeurt als je er heel even aan komt.
En het perfecte spat uiteen…

Zo langzaam dat je de duizenden natte, glinsterende splinters kunt zien.
Zo plotseling dat je even met je ogen moet knipperen om te beseffen wat er gebeurde.
Zo snel dat je op het moment van uiteen spatten al niet eens meer weet, hóe perfect het eigenlijk was…

Die prikkende vinger hangt nog in de lucht.
Wijst na.
Kijk…
zó mooi was het…
ooit…

 

Poisoned

Poisoned, Poisoned, you’re taken left behind
Salvation is screaming,
Scheming, always dreaming
(Omen)

Ik heb ’t weer voor elkaar gekregen. Een mooie rode streep zónder dat ik lippenstift of rouge heb gebruikt. Hij loopt van m’n rechterwijsvinger over de rug van mijn hand naar mijn pols. In de volksmond “bloedvergiftiging” genoemd, maar dat is ’t nog niet. Het is een lymfangitis. Een infectie van de bloedvaten aldaar (o.h.a. door streptococcen), die via de lymfebanen naar elders in ’t lichaam getransporteert kan worden. Als de infectie in het bloed overgaat, spreekt men van een bloedvergiftiging. Dat zou rot zijn.

Het is mijn eigen schuld. Ik wéét dat ik er “vatbaar” voor ben. Dit is nu de 4e keer dat ik zoiets heb. Er zit iets in mijn vinger. Denk ik althans. Dat ‘iets’ was gisteravond al aan ’t prutten (etteren, heel warme vinger (uit zichzelf warm geworden hè, geen rare dingen denken), pijn). Dus ik dacht “ik opereer dat mysterieuze ‘iets’ er zelf wel even uit”. Nu ben ik gek op zelfoperaties. Ik heb al meerdere dingen uit mijzelf geprutst, peanuts. Ook dát kan ik. Maar gisteravond lukte me het niet. Met links je rechterwijsvinger opereren is voor een rechtshandige niet bepaald succesgegarandeerd. En nu is ’t er door mijn zelfmutilatie niet eens beter op geworden. Momenteel hebben we niet alleen harten met gaatjes maar ook vingers met gaatjes in huis 🙂 Ons gezinsassortiment aan lichaamsgaatjes breidt zich uit.

Ik weet het. Ik moet er eigenlijk mee naar de dokter. Maar.
Maar 1): onze HA heeft op woensdagen geen dienst. Dan moet ik naar de EHBO in Linz en daar heb ik nog effe geen zin in.
Maar 2): de dokter doet niets anders dan insmeren met Ichtolin/Ichtyol (heb ik al gedaan, heb ik standaard in huis) en antibioticazalf (heb ik ook al gedaan, ook standaard in huis). Verbandje erom. Klaar. Ik ken dat.
Maar 3): Voor de rest kan de HA ook enkel weer een dikke antibioticakuur voorschrijven. En dat wil ik niet. Daarvan heb ik er in het afgelopen jaar om allerlei rotredenen al 6 opgevroten en  nu zijn mijn darmen wel genoeg naar de kloten (ach, wat rijmt dat mooi).

Dus. Ik wacht nog even af. Het is stabiel. Het is (ver)rot maar stabiel. En ik kan nog typen, blijkt hiermee. Dus geen nood aan de man. Iedereen gerust gesteld? Ik niet. Maar komt vast goed. Ik zal t.z.t. wel even berichten hoe het afgelopen is (als ik dan nog leef whahahahaaaaa – geintje).

11.01.12 – 18:00h UPDATE:
voor degene die ’t weten wil: het is al véél beter. De rode streep is bijna weg. Ik heb nog niet gewaagd om onder ’t verbandje te kijken maar ’t zal wel goed zitten. Ik mag dan een belabberde chirurg zijn maar ik ben goed in de verpleging en verzorging van stinkende wonden 🙂 (please call me nachtzuster). Alles in Butter also. En nu ga ik zometeen lekker naar mijn vrouwengym (zie eerdere blog: https://louterlou.wordpress.com/2011/12/16/vrouwengym/ ). Ik zal nog even van verdere amputatiebezigheden afzien. Voorlopig.