Da Vinchelangelo

Het leven van een moeder gaat niet over rozen. Niet eens over geschilderde rozen. Enkel over donkergrijs asfalt, op het moment dat ze haar boze zoon gaat ophalen bij het busstation.

Boos, ja. Want: lang verhaal.

Zoon (13) heeft morgen een spreekbeurt. Zelf gekozen onderwerp: Leonardo Da Vinci. Daar kwam hij vorige week mee aanzetten: “Mam… ik weet echt niet hoe ik het aan moet pakken. Er is zó veel over die Da Vinci, hoe krijg ik dat in tien minuten gepropt? Ik kán dit gewoon niet.” Tja. Wat doe je dan als moeder? Juist. Je mompelt een keer: “daar kom je lekker vroeg mee, lieffie…” en gaat samen met je kind aan het werk. Info verzamelen, tekst in elkaar flansen, grote posters knutselen met prachtige, op sjiekdefriemel fotopapier geprinte foto’s met titels erbij etc. etc. (en ja, hier op school moet alles nog op grote posters die je dan op het schoolbord plakt; computers met powerpointpresentaties en beamers zijn voor watjes).

Manmanman. Wat een werk. Maar: zoon was happy. En dáár gaat het om.

Vandaag 13:00h
Mobieltje schreeuwt “Plinggg!” Een stinkchagarijnige zoon meldt dat hij vandaag geschiedenisles had. Het ging over Michelangelo. De docent toonde (op de overheadprojector, dat kan/mag qua techniekgehalte nog net daar op school) het schilderij ‘De schepping van Adam‘. Prachtig schildering in de Sixtijnse Kapel. Staat ook in volle glorie op de spreekbeurtposter van zoon, dus meldde hij prompt in de les: “Huh wat? Michelangelo? Niks Michelangelo! Dat is van Da Vinci! Heb ik allemaal uitgezocht voor mijn spreekbeurt morgen!”

Vervolgens lachte de klas hem pontificaal uit. Da Vinci? Niks Da Vinci!
Oeps. Dat hadden wij in al onze spreekbeurtstress dus heel even -eh- ‘over het hoofd gezien’. Zoon kreeg meteen de vraag of hij wel zeker wist of hij zijn spreekbeurt morgen nog wilde houden, want misschien stond er onverhoopt ook nog wel iets over Picasso, Rembrandt of Botticelli in?

En toen was zoon boos. Op mij. Want IK had dat moeten weten. Had ik ook. Wist ik ook. Maar ik had óók stress.

13:05h
Ik scheur over dat donkergrijze asfalt naar het busstation (want de bus naar hier had zoon inmiddels gemist), pik mijn über-chagrijnige jongske op, race naar het huis van ex, alwaar zoon zijn daar gestalde posterpruttel meegrist, rij verder naar huis. Eerst brood in het arme jong gestopt (want honger) en ondertussen – Adam inclusief titel – minutieus van de poster gepeuterd. (Prittstift plakt beter dan ik dacht). Niet mooi, maar goed. Tekst veranderd. Nieuw meesterwerk gezocht. Mona Lisa en Het Laatste Avondmaal hadden we natuurlijk al, dus nu kwam De Doop van Christus er dan nog maar bij. Een interessant schilderij, er stond Da Vinci bij, dus kon niet missen. Uitgeprint, opgeplakt, tekst en spiekkaartjes verbeterd. Opluchting.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Andrea_del_Verrocchio_002.jpg

bron: Wikimedia Commons

Blijkt dat het schilderij door Verrocchio, de leermeester van Leonardo geschilderd is. Leonardo mocht, in het kader van een leerzame schilderles, het engeltje linksonder schilderen. En dat is ook te zien ook: duidelijk fletser en onscherper dan de rest. De prutser.

Toen was ik er klaar mee. “Nou, dan vertel je DAT maar. Hoe hij in één van zijn eerste officiële schilderpogingen een engeltje in het schilderij van zijn leraar mocht kliederen. Klaar.” Lang genoeg tegen die doop aangekeken. Allejezus…

Zoon protesteerde niet, de verstandige jongen. Spreekbeurtzooi weer in de tas gepakt, zoon met tas en al in auto gestopt en terug naar ex gebracht, alwaar hij zijn ‘nieuwe’ spreekbeurt mocht gaan oefenen.

Veel succes morgen, lieverd! Met je Da Vinchelangelo.

Keulen is klote

Keulen is al lang niet meer slechts een naam voor een stad.
Keulen is een zelfstandig begrip geworden.
Keulen. #Zeghet en iedereen weet direct waar je het over hebt.

Maar is dat wel zo? Weten we waar we het over hebben?

Voor de één is ‘Keulen‘ het lang verwachte armageddon dat door de massale toestroom van vluchtelingen met een ander geloof, een andere achtergrond en andere waarden en normen, veroorzaakt wordt. TPO, GeenStijl en co. lusten er, samen met een verlekkerde Geert en een juichende Trump, wel pap van. Het is koren op de rechtse molen.”Zie je wel? We zeiden het toch? Eerst wordt de boel dagenlang in de doofpot gestopt. Vervolgens komt de politie-k met een krom verhaal op de proppen en nu blijkt dat al die Islamobbers zich moedwillig hebben verzameld om ónze vrouwen te bespringen en ónze westerse vrijheden aan hun laars te lappen. Al die daders per direct het land uitzetten en de grenzen dicht voor nieuwe potentiële verkrachters, dat is de enige remedie tegen deze invasie van geweld en misbruik.” [NB: verzonnen, enigszins samenvattende quote]

Voor de ander is ‘Keulen‘ een incident als vele andere. Dit keer helaas politiek erg brisant door de – al dan niet bekende – herkomst van de daders en de aanvankelijk nogal onhandige verdoezeling van de feiten. FrontaalNaakt, Krapuul en co. doen, samen met menig onthutst brabbelende linkse politicus, hun best om het zo op te tekenen. “Zie je wel? Nu het asielzoekers zijn, vliegt iedereen ineens in de hoogste boom. Waren het ‘gewone Duitsers’ geweest, had er geen haan naar gekraaid want dit soort dingen gebeuren overal. Kijk maar naar de aanrandingen van de serveersters op het alternatieve Oktoberfest in Alkmaar. Of naar de gang rapes op Britse en Amerikaanse universiteiten. Om van alle seriële verkrachtingen binnen familie- en vriendenkringen nog maar niet te spreken. #Zeghet werd afgedaan als zielig gejank, want daarbij ging het vooral om ‘eigen volk’ en dan moet je niet zeuren. Maar nu de daders van andere komaf zijn, is het ineens wél een rel vanjewelste en worden alle vluchtelingen over één kam geschoren. Hoe hypocriet wil je het hebben.” [NB: verzonnen, enigszins samenvattende quote]

Dat dit soort dingen daadwerkelijk overal en altijd al gebeuren, kan ik – zij het enkel marginaal – bevestigen: ga voor de grap eens oud en nieuw vieren op het plein bij de Stephansdom in Wenen. Dan mag je blij zijn als je heelhuids, onberoofd, onaangerand en zonder voetzoeker in je nepbontkraagje weer thuis komt, ook zónder de aanwezigheid enige asielzoeker in de wijde omtrek. Dat was twintig jaar geleden al zo en dat is nu nog steeds zo. Ook heb ik menig Oktoberfest in München bezocht, waar ik dergelijke taferelen (massale beroving, geweld, aanranding door niet-asielzoekende daders) mocht aanschouwen. Maar daar gaat het niet om.

Waar het wel om gaat, is dat iedereen dénkt te weten wat er daar in Keulen gebeurd moet zijn en waarom dat gebeurd is. Iedereen – ik generaliseer nu zelf even, ik ben mij daarvan bewust – ziet er datgene in, wat hij/zij wíl zien. Iedereen zoekt precies die mediale berichtgeving die in zijn of haar straatje past. En iedereen heeft per definitie het eigen gelijk. Daarmee krijgt de gigantische wig die tussen ‘iedereen‘ en diens medemens gedreven wordt, nog een flinke klap met een moker na.

Op dit moment probeer ik enkel nog naar mijzelf te kijken en te doorgronden, wat dit alles het met mij en mijn overtuigingen doet. Ik was zoiets wat – niet bepaald liefdevol – als ‘Gutmensch‘ betiteld wordt. Gutmensch is al lang tot een scheldwoord verworden, een passende titel voor de naïeve en goedgelovige multiculti-knuffelaars onder ons. Voor mij dus. Maar ik kon en wilde simpelweg niet geloven dat een geloofsovertuiging dit soort excessen kan veroorzaken. Ik wilde niet geloven dat een groep mannen enkel op basis van een religie op zulk walgelijke wijze op een vrouw neer kan kijken en haar naar believen wenst te misbruiken.

En ik kan en wil dat nog stééds niet. Ook al weiger ik zelf in welke godheid dan ook te geloven (ik ben een ‘kufar‘, een atheïst, een ongelovige), ik ken te veel fijne, goede, vredelievende en respectvolle mensen van alle mogelijke geloofsovertuigingen om dermate te kunnen of te willen generaliseren. Ik wil zo graag blijven geloven dat ook ‘Keulen‘ een uitzondering, een losstaand incident was en dat ons beeld van wat er daar (en ook elders) gebeurd is, nog verre van compleet is. Maar ook ik, ja zélfs ik, word nu langzaamaan banger. Sceptischer. Wantrouwender? En het lullige is: ik ben zelfs bang om dát toe te geven.

Wat als.
Nee, dat kan niet.
Maar wat als…

Angst is een bitch.

Daarom is Keulen klote.

Is Karma echt zo’n bitch?

In twee seconden getwitterd, in twee seconden je carrière om zeep? Mia dacht even niet na over de impact van haar tweet. Een zwaar kraanongeval in Mekka, 60 doden, ca. 80 gewonden en zij zegt daarop: “[…] Karma is a bitch. #9/11.” Mia weet blijkbaar niet dat hastags met getallen niet werken, maar dat doet er niet toe. Niet meer. Wat zij werkelijk bedoelde met haar uitspraak, ook niet.

MiaSliwinski“Het lot kan harteloos zijn.” Dat was alles wat ze ermee had willen zeggen. Had ze 9/11 weggelaten, was de lawine misschien slechts een oversized sneeuwbal geweest. Had de hashtag daadwerkelijk gewerkt, was ze nu waarschijnlijk al lang ondergedoken of doodgestoken.

Maar: had IK dit getwitterd, was er niets gebeurd. Ik zou wellicht een paar mensen over me heen hebben gekregen die gevonden zouden hebben dat dit dus écht niet kan. Een paar fanatiekelingen zouden me waarschijnlijk ontvolgen en klaar. Iedere no-name mag roepen wat ie wil, de ergste verwensingen, de grootste racistische uitingen, de meest gruwelijke vergelijkingen. Niemand die daar nog van opkijkt. Het internet staat er vol mee. Het verschil met Mia? Zij heeft, als partijraadslid en docente Nederlands, een zogenaamde voorbeeldfunctie waardoor het behoud van haar functies afhankelijk is van andermans mening over haar. En die kan zomaar ineens volledig veranderen, dat blijkt.

Zo gauw je een maatschappelijke positie hebt, waar andere mensen in jou een voorbeeld zouden kunnen gaan zien, is je vrijheid om je mening te uiten volledig verdwenen. Op de eerste de beste ondoordachte uiting in de vorm van een snelle tweet, een meervoudig interpreteerbare zin in een interview of een simpele status op Facebook wordt je keihard afgerekend.

Zo bestaat er nu zelfs een Facebookgroep “Wij eisen ontslag Mia Sliwinski.” Ja, echt. En nee, geen link. Ik weiger een bijdrage te leveren aan dit soort stupiditeit. De domheid aldaar is werkelijk stuitend. Men gelooft zelfs in zelfverzonnen sprookjes: “De Gemeente Spijkenisse en haar partij gaat bij 10.000 likes een einde maken aan de werkzaamheden van Mia! Deel de pagina met jong en oud en vergeet niet te liken!” aldus de site. Mag ik even lachen? Alsof een gemeente haar ontslagbeleid gaat afstemmen op het aantal likes op een idiote Facebookpagina. Ook de school waar ze werkt, werd blijkbaar bestookt en gedwongen tot een reactie, die gelukkig enigszins ‘verstandig’ uitviel.

Mia’s tweet valt natuurlijk in het niet bij uitspraken zoals die van Dhr. Werner Fayman, onze Oostenrijkse bondskanselier, die de massale ‘deportatie’ per trein van in Hongarije aangekomen vluchtelingen vergeleek met de Holocaust. Deze uitspraak was misschien diplomatiek gezien niet erg handig, zeker niet met een buurhaai als Viktor Orbán in je nek, maar het is wél waar iedereen bij het zien van de beelden aan denkt. Alleen mag je het in díe positie níet meer zeggen. En dat vindt iedereen heel normaal.

Conclusie:
Ben je een nobody? Roep wat je wilt, er is toch niemand die een voorbeeld aan jou neemt. Je bent hooguit een paar vrienden of tweeps armer.
Ben je niet afhankelijk van een werkgever die waarde hecht aan marktimago en uitspraken van medewerkers? Gooi er vooral uit wat je niet binnen kunt of wilt houden. Het zal anderen worst wezen.
Ben je zo iemand die alles aan de afgetrapte laars lapt en vindt dat ie sowieso niks te verliezen of te verbergen heeft? Hou je niet in en smijt heerlijk iedere opwelling verbaal op het net.
Ben je dat allemaal niet? Dan ben je per definitie maatschappelijk bezit en moet je je mening te allen tijde inslikken, want bij jou is Karma pas écht een bitch.

De vrijheid van meningsuiting is dood.
Lang leve de vrijheid van meningsuiting.

Es ist, wie es ist

Schwer ist es.
Schwer, um genau das auf zu schreiben,
was ich wirklich sagen möchte.

Schwierig ist es auch.
Schwierig, mich zu äußern.
Schwierig, niemanden mehr zu verletzen
mit meiner persönlichen Verarbeitung vom ganzen Geschehenen.

Ich möchte den Einen auf keinen Fall verunsichern, dem Anderen aber irgendwie so gerne schildern, wie ich’s erfahre und bislang erfahren habe. Zeigen, dass es in meinem Herzen bei weitem nicht so eisig und kalt ist, wie es für die Außenwelt aussehen mag. Im Gegenteil.

Nein, ich bedauere nicht. Non, je ne regrette rien. Es ist, wie es ist und es ist gut so. Ich verdanke ihm so viel. Zwei fabelhafte, besondere Kinder und Dezennien des guten Lebens. Tausende Erinnerungen und Erfahrungen. Ich werde sie nie vergessen. Auch nie vergessen wollen. Oder können.

Aber irgendwann, vor einigen Jahren, fingen wir an, den Faden zu verlieren. Diesen Faden, der uns so lange zusammenhielt und der ganz langsam, ja, fast unmerklich, ausfranste. Schlussendlich brach er. Wir bemerkten es nicht einmal, aber unser Flickenteppich fiel in Zeitlupe auseinander. Die Fetzen waren immer weniger miteinander verbunden. Bis alles plötzlich in einzelne Stücke auf den Boden fiel. Die warme Decke war keine mehr. Irreparabel. Kaputt.

Wir haben unser Bestes getan. Alles, um es so gut wie’s ging, zu regeln. Und das ist uns auch gelungen. Es ist absolut erstaunlich, aber unser Nachwuchs gedeiht nach wie vor. Den beiden geht’s überraschend gut, mal abgesehen von den Schwierigkeiten, die sie sowieso schon immer hatten. Wir regeln das. Wir schaffen das. Und sie werden ihren Weg finden, koste es, was es wolle.

Ich sagte: “Ich bedauere nicht”. Stimmt auch weitestgehend. Aber irgendwie doch nicht ganz? Ich bedauere, wie es gelaufen ist. Die Art, die rasante Geschwindigkeit, die Brutalität. Wie eine Dampflokomotive. Er sagte: “Alles hat eine gewaltige Eigendynamik bekommen und jetzt ist der Zug nicht mehr zu stoppen. Er wälzt über alles drüber…”

Und so war es in der Tat.

Es so weit haben kommen lassen, dass es im Vorhinein schon keine Chance mehr hatte. Und ja, da bin ich sicherlich mehr Schuld. Ich hätte viel früher aufschreien müssen. Aus meiner Sicht habe ich das auch mehrmals getan, nur war’s wohl nicht laut genug… Darüber zu streiten hat jetzt keinen Sinn mehr. Es ist, wie es ist.

Wir sind nun beide zusehends glücklicher. Er mit der Seinen, ich mit dem Meinen. Sie gibt ihm wieder Halt. Sie ist mit Sicherheit eine tausend Mal bessere Frau für ihn als ich es je sein konnte oder sein würde. Das hoffe ich wirklich  aufrichtig. Und ich habe ebenfalls meinen Lebensmensch gefunden. Es ist irgendwie ein blödes Wort, ich weiß, aber es fühlt sich nun mal so an. Er ist gut für mich. Derjenige, der mir wieder Halt gibt. Das Ganze war möglich weil wir – er und ich, wir beide – zuschauten, während wir in den Abgrund schlitterten. Abgerutscht; von fast gar nichts schnurstracks hin zu einfach gar nichts mehr.

Desinteresse. Kritik. Gegenseitige Unzufriedenheit. Entfremdung. Verfremdung. Gleichgültigkeit.

Bis es irgendwann nur noch ein mehr oder weniger seelenloses nebeneinanderher Leben war.

Alles schien so perfekt… Liebe, intelligente, kreative, eigensinnige, besondere Kinder. Ein tolles Haus, niedrigstenergie sogar! Ich war sowas von stolz drauf. Wir hatten Luxus. Und keinerlei finanzielle Sorgen. Wir hatten alles. Nur einander nicht mehr…

So viel Vergangenheit, aber keine weitere Zukunft. Das tut mir aufrichtig Leid. Die Lawinen, ja, mehrere, rollten hier genauso unbarmherzig drüber, glaub’s mir. Die Verzweiflung. Was schmiss ich da über Bord? Nein. Wir!

Oh, und ICH vermisse auch. Meine Nachbarn, die jetzt keine Nachbarn mehr sind, nur noch Freunde. Mein schöner Garten, wo ich mit so viel Hingabe gearbeitet und geerntet habe. Aufs Rasenmähen konnte ich allerdings verzichten. Mein geregeltes Leben, wie es mal war. Auf einmal war alles weg. Durch mein – nein, unser – eigenes Zutun. Aber vor allem vermisse ich doch meine Schwägerinnen und Schwäger, meine Nichten und meinen Neffen, meine ‘zweite Mutter’.  Seit einem Vierteljahrhundert meine Familie, aber jetzt schon fast seit einem Jahr nicht mehr gesehen. Ich vermisse sie. Sehr sogar. Aber jetzt traue ich mich nicht mehr… Wie würden sie mich sehen? Würden sie mich überhaupt noch sehen wollen?? Ich sie schon… Ja, wirklich, dann kommen mir die Tränen.

Ich vermisse das Haus ebenfalls. Das Haus, das schon längst nicht mehr das meinige ist, aber es mal so sehr war. Das Leben in diesem Haus, wo alles (fast) perfekt war. So, wie wir es uns gewünscht hatten. Und wofür er so viel getan hatte. Ich schenkte ihm meine Hälfte. Konnte nicht ertragen, dass er dort, durch unser Auseinanderreißen, wegziehen müsste. Nicht ertragen, dass die Kinder auch noch dieses Zuhause verlieren würden. Das konnte nicht sein, das durfte einfach nicht passieren. Aber ich vermisse es. Doch es ist, wie es ist.

Wirklich, glaub’s mir, ich möchte es nicht anders. Zwei völlig neue Leben, um 180° gedreht. Neue Partner, neue Horizonten, neue Zukunft im Doppelpack. Aber das Wichtigste: den Kindern geht’s gut…

Doch manchmal weine ich nachts trotzdem bitterlich. Einfach so. Um das, was mal war. Und jetzt nicht mehr ist. Um alle, die – und alles, was – ich so sehr vermisse. Auch wenn’s jetzt gut ist, so wie es ist. Vielleicht sogar besser. Auch für ihn.

Ich hoffe lediglich noch, dass er das nun selbst auch erkennt.
Ich hoffe, dass die großen und kleinen Herzen jetzt, nach einem Jahr, nicht mehr so stark bluten…

Es ist, wie es ist.

Liet vrij

Al mijn ‘toen’. Dat was met jou.
Een verleden zwanger van ’t leven.
Door de jaren roerloos heengegaan.
Kunnen we ’t nu niets meer geven.

Jij wou die verre einden lopen
Ik wilde enkel hoger springen.
Jij wou niet praten, op meer hopen.
Ik wilde zó veel liever zingen…

Jij schoot wortels, meters diep
Ik had ineens vleugels gekregen.
En de stilte die ons zo luid riep
Hebben we samen bruut doodgezwegen.

Mijn hart slaat sneller dan dat van jou.
Nooit meer synchroon en zo vol pijn.
We stralen veel harder zonder elkaar.
Dan heeft het wellicht zo moeten zijn.

Voelde me jonger. Wist niet waarom.
Jij voelde je misplaatst. Bal naast de stip
Zo vielen we tergend langzaam om.
Verloren we meer en meer de grip.

Ik snapte dat jij er niets van snapt.
Ik begreep dat jij het niet bevat.
Waarom was alles dan níets waard?
Er volgde een lawine. ’t Grote gat.

We vergaten enkel te bewegen.
Was ik ervoor, was jij ertegen.
En nu, nu gaan we dus toch
voorgoed gescheiden wegen.

Mijn hart slaat sneller dan dat van jou.
Nooit meer synchroon en zo vol pijn.
We stralen veel harder zonder elkaar.
Dan heeft het wellicht zo moeten zijn.

Rest ons dat ene verstokte ritueel,
waar de één de ander vermijdt
Zien al niet meer, wat ons verbond,
enkel nog al dat, wat ons scheidt.

We moeten ademen en weer groeien
elkaar niet langer meer vermoeien
Daar waar we onszelf opnieuw ontmoeten
Krijgen wegen weer handen en voeten.

Wegen die altijd verbonden blijven
Alleen lopen wij ze nu niet meer samen
Al mijn ‘nu’ ligt ergens anders
We gingen sneller dan we ooit kwamen.

Ik liet je vrij. We blijven verbonden.
Ik liet je vrij. Laat jou weer je leven.
Ik liet mij vrij. Lik ons beider wonden.
Ik liet mij vrij. Kunnen we vergeven…

=================================

geïnspireerd door (en deels vertaald vanuit) de prachtige song van Andreas Bourani – Auf Anderen Wegen

Huilen mag.

Ik zou niks moeten zeggen. Stil en berustend moeten wachten tot ook deze storm weer overwaait. Maar ik kan het niet laten. De openlijke agressie maakt me bang. De agressie, die mensen tentoonspreiden naar aanleiding van een simpel stukje tekst. Je kunt het ermee eens zijn of niet. Je mag het belachelijk vinden en dat uiten. Je mag er natuurlijk kwaad om worden. Je mag te allen tijde je gal spuwen over de inhoud en de – in jouw ogen – minderwaardige kwaliteit van het stuk. Je mag woest worden over volgens jou niet kloppende ‘feiten’ en proberen een discussie aan te gaan met argumenten. Allemaal prima. Zo gaat en hoort dat in de hedendaagse samenleving. Let it all out.

Maar de realiteit is zo schrikbarend… Het blijft namelijk niet bij discussiëren of argumenteren Het blijft niet bij simpele, al dan niet getemperde woede en onenigheidsuitingen. Schrijf je vandaag de dag een tekst over een gevoelig onderwerp (abortus? De doodstraf? Feminisme? Terrorisme? Ik noem maar wat hoor!), over een penibel persoon (Zwarte Piet?) of een op zijn minst dubieuze groepering (euh… Hooligans? ISIS? Nee, laten we voor de zekerheid maar even iets rustigers als de Hell’s Angels of de Japanse Maffia nemen), kun je ervan uitgaan dat je de komende weken minstens acht keer per dag hartstikke deaud (DOOOOOOD!!!) moet. Dat je een vette NSB-er bent. Dat je de kankerteringtyfus moet krijgen, je moeder een kk-k*thoer is (en je oma natuurlijk ook), dat ze écht wel weten waar jouw huis woont en je binnenkort een kogel door je kop gaat krijgen. Je mag hard hopen dat je niemand van de aanhangers tegen zult komen want dan kun je voortaan vanaf een wolkje op hunne koppen spugen. Men (ver)vloekt, tiert en bedreigt, men wenst de langzame dood, hels verderf en eeuwige verdoemenis. De brandstapel is uit; men komt je wel eigenhandig de nek omdraaien met een meegebrachte bankschroef. Dat alles in bewoordingen die je ogen doen bloeden, om het maar even niet over het Nederlands taalgebruik als zodanig te hebben.

Ik vind het eng. Zijn dit echt mensen die in onze samenleving ‘functioneren’? Waarom wordt er dermate overtrokken gereageerd op een stuk tekst, waarin een overduidelijke problematiek kort en pregnant belicht wordt, in combinatie met een aantal op het moment van schrijven nog geldende feiten? Waarom is men door een summiere column (een column nota bene!! geen journalistieke tekst!) zó zeer op de gevoelige pik getrapt? Misschien omdat het onderhuids toch jeukt dat er een kern van waarheid in steekt? Omdat er wel degelijk een probleem is, wat men – read no evil, see no evil – liever niet wil erkennen? Of omdat men bij een eenvoudig “Oh, maar zó ben ik niet, wat een lulkoek en wat jij roept, is stierenpoep” geen genoegdoening meer voelt? Al deze mateloos overtrokken agressie laat alleen maar zien dat de tekst tóch een heel gevoelige plek raakt bij de betreffende groep. Een groep waarvan het gros duidelijk niet (meer) over normale meningsuitingscapaciteiten beschikt. De laagbijdegrondse bewoordingen en de ongenuanceerde uitbarstingen laten enkel zien dat de heersende vooroordelen over de meute in kwestie helemaal geen vooroordelen zijn: ze kloppen gewoon…

Met openlijke bedreigingen en iemand dood wensen kom je helemaal nergens.

Hooguit voor de rechter.

Huilen mag.

(Moet ik nu ook dood?)

Buikgevoel

Ze steunt zachtjes. De wond op haar been heeft dikke zwarte rouwranden. Wat bloederige korsten groeien door het gaas van transplantatiehuid heen. Op haar dij mist ze twee afgeschaafde lappen, felrode banen die pijn doen aan je ogen. Miep (eigenlijk heet ze Elfriede maar Miep vind ik beter passen) heeft huidkanker. Die van het ergste soort. ‘De Zwarte’, zoals ze het zelf noemt. Het type kanker dat zich ook gelijk in je lymfeklieren nestelt en van daaruit de rest van je opvreet.

Miep snurkt ’s nachts. Snoeihard. De uit haar liezen verwijderde lymfeklieren maken op de buik of de zij slapen onmogelijk en op haar rug heeft ze helaas geen controle over haar tong. Miep verontschuldigt zich en ik heb maar oordopjes gevraagd. Kleine moeite, meer rust voor allebei.

Na een dag redelijke stilte komen Miep en ik nader tot elkaar. Ze vraagt of ik haar wel versta, met haar sterke dialect. Ik stel haar gerust: ze kan voor haar begrippen ‘normaal’ praten, ik snap het wel. Ik kan alleen nog steeds niet toekijken hoe haar ontstoken wonden verzorgd worden maar ik hoor haar luid lijden. Miep heeft vijf jaar geleden al kanker gehad. Darmkanker. Veertig centimeter dikke darm mist ze nu, maar met alle chemo’s is ze twee maand geleden dan toch ‘genezen’ verklaard. En toen viel ze van de trap, bezeerde haar been op de plek waar enkel een vermeende spatader zat. Alleen kwam die spatader door de val ineens naar buiten en bleek een tumor te zijn.
“Da Krebs is a Hund,” mompelt ze zonder enige verbittering. En dat is ie.

Maar ze had het ook wel kunnen verwachten, zegt ze. Haar moeder had het ook. Het vele buitenwerk op de boerderij maakt van rare plekjes nu eenmaal zwarte kanker. Haar ene zus had eveneens darmkanker, die is al lang dood. Op haar zesenveertigste. Miep’s broer had prostaatkanker maar kreeg een hartaanval dus die heeft niet lang geleden.

“Is toch een mooie dood,” zegt ze. Gewoon omvallen en niks meer merken. Ja, zo zou iedereen dood moeten gaan. Haar nicht deed dat ook al zo mooi: die stond bij de kassa af te rekenen en zakte ineens in elkaar. “Poefff, weg,” zegt Miep terwijl ze demonstratief met haar vingers knipt. Zo hoort dat. Maar Miep moet eerst nog weer opkrabbelen want de koeien, de man en de katten wachten thuis op haar. En ze is nog maar éénenzestig hè! Te jong om nu al te stoppen met lijden.

Ik nestel me weer in mijn ziekenhuisbed en aanhoor mijn luid brommende en borrelende, vers geopereerde buik. Die probeert me overduidelijk iets te vertellen. Moet ik er dan toch maar naar luisteren?

 

Ontheemd

Waar is thuis? Waar hoor ik? Ik weet het niet meer. Ik heb het eigenlijk ook nooit geweten. “Wherever I lay my hat, that’s my home,” krakeelde Paul Young.  Ik heb geen hoed maar als ik er eentje had, zou ik ‘m meteen opzetten en diep over mijn ogen trekken, zodat niemand de tranen zou zien glinsteren.

Vandaag voelt werkelijk niet als Bevrijdingsdag. Veel meer als een onverwachte gevangenisdag. Gevangen in mijn hoofd, gevangen in het alledaagse, gevangen in een overweldigend onbestemd gevoel. Ik functioneer absoluut niet. Ik ben stuk. Zelfs grasmaaien lukt voor geen meter: ondanks de lentezon blijft het gras te nat en loopt de maaier na wat gesputter steeds opnieuw vast. Ik had ’t kunnen weten. Een lichte misselijkheid golft al sinds het opstaan met vlagen door me heen. Wat dóe ik hier eigenlijk? Behalve doorademen en wachten tot de motor der normaliteit weer een beetje regelmatiger draait? Alles revolteert in mij.

Ik zou mijn bestaan nu per direct en uit alle macht radicaal om willen gooien maar ik kan het niet. Nog niet? Rationaliteit, gebondenheid, realisme en machteloosheid weerhouden me. Ik voel me meer dan stevig vastgesnoerd in een korset van ooit gemaakte keuzes. Met dubbele knopen op de rug. Een immense drang om los te komen. Een ziekelijk groeiend heimwee. Als een opzwellende groene hulk in mij. Kon ik ook maar zo oersterk zijn en uitbreken…

Ik voel me ontheemd.
Ik ben in mijn huis, maar steeds minder thuis.
Misschien gaat het ook dit keer voorbij.

Misschien ook niet meer…

niet goed bezig

Gisteren opende ik – hoe kan het ook anders – ergens in de loop van de ochtend even facebook op mijn foon. Het eerste plaatje wat ik zag was van een half verbrande jonge man. Hij was, volgens de ernaast staande tekst, aangestoken. Een brandende autoband om zijn nek. Omdat hij homoseksueel zou zijn en dat mag dus niet in Oeganda (en niet alleen daar…). Sterker nog: zulke mensen mag je dus legaal, met de wet achter je, in de fik steken en toejuichen terwijl ze creperen. Ik kreeg spontaan kokhalsneigingen en dikke tranen in de ogen, moest noodgedwongen verder scrollen. Ik kon het simpelweg niet aanzien. Want wat moest ik hier nou mee? Onvoorstelbaar gruwelijk om te zien op een gezapige zondagochtend. Wat een wereld. Een bevestiging van mijn opvatting dat mensen de enige werkelijke beesten op deze aarde zijn.

Ik moest het plaatje eigenlijk delen om mijn solidariteit met de homoseksuelen op deze aarde te betuigen. Maar ik kon het niet… wetende dat ik een dermate afgrijselijke foto dagenlang op mijn eigen wall zou zien, een wall waar ook kindekes mee koekeloeren… en ook wetende dat het geen ene donder zou helpen. Ik ben vanzelfsprekend solidair met iedere andere mens die in naam van onzinnige (veelal religieuze) wetten gediscrimineerd, gemarteld, gedood wordt. Maar mijn solidariteit lost helemaal niets op. Ook een petitie met miljoenen email-handtekeningen eronder haalt niks uit. Ik onderteken ze allemaal want het is geen moeite en ik laat in ieder geval op microniveau zien dat ik het er niet mee eens ben, de NSA aan m’n broek of niet. Maar helpen doet het niks, ik ben niet zo naïef om te denken dat er in de toekomst ook maar íets anders zal gaan vanwege een simpele petitie. Geen meisje minder verkracht of op 9-jarige leeftijd uitgehuwelijkt, geen honingbij gered, geen niet-ondertekend TIPP, geen asiel voor meneer Snowden, geen betere vrouwenrechten, geen boycot van de olympische spelen in dat hypocriete Sotchi/Rusland, geen betere arbeidsomstandigheden voor die arme chinese kindertjes in de neodymiumwinning. Gewoon. Niks. Lijdzaam toezien is alles wat je mag vandaag de dag. En dat is ook nooit anders geweest.

Daarom deelde ik de foto niet… want ergens, ergens moet ik nog altijd míjn leven leven. Of dit nou allemaal gebeurt of niet. Dat van anderen kan ik niet leven. En ik moet dus zorgen dat mijn leven góed geleefd wordt, al naar gelang de omstandigheden. Dat is iets wat ik in ieder geval wél kan doen. En dan niet voor mij. Egocentrische gedachtes heb ik al genoeg (“ik moet goed voor mezelf zorgen”, “die Note 3 wil ik toch wel heul erg graag”, “wat zal ik eens eten vandaag” – en zo). Maar voor de bewonderenswaardige mensen en mensjes om mij heen. Mijn zoon die maar door bokst en vecht om op school mee te komen. Mijn dochter die morgen weer naar de dokter mag voor een uitgebreide hartcontrole. Dat gaatje zit er nog steeds hè… ook al denk je er dan praktisch nooit aan, het blijft eeuwig een issue. Vrienden en vriendinnen die vechten tegen dodelijke ziektes, financiële sores, rottige werkgevers, mishandelende echtgenoten, depressies. Ouders die een dagje ouder worden en allebei al kanker hebben gehad. Ons eigen hachje (lees: ‘relatie’) bij elkaar en leefbaar houden. Dat zijn de dingen waar ik in eerste linie mee bezig zou moeten zijn, ik weet het. Ik weet het zo goed…

En toch ben ik het niet.

kerstgedachtes

Te stil ben je me. Dan ga ik weer piekeren. Is er iets gebeurd? Heb ik iets fout gedaan? Fout gezegd? Kan ook nog. Waar zit jij nou helemaal met je gedachten? En waar zit ik eigenlijk met de mijne…pantarhei

Ze zwerven. Ze hangen overal rond. Bij die zo veel te jong gestorven buurman die een jonge vrouw en twee kleine kinderen achterlaat. Bij de ernstig zieke vriendin (ja, ik beschouw haar als vriendin… ze is een uitermate waardevol iemand…) die 2014 nog hoopt te halen. Bij de brandmelder die om de twee minuten luid piept dat zijn batterij leeg is. Bij de zo geliefde vriend die worstelt met wat er in het verleden gebeurd is. Ik denk na over het liedje op de radio (“Say something… I’m giving up on you”) en over al die mensen die pijn hebben. Ik pieker over degenen die ik zomaar ineens mis omdat ik ze al zo lang niet gesproken heb (Ron, Erwin, Bert, Angela, Marc, Kris, Manja, Bart, Pris, Sam,  enzovoort…). Zouden ze ooit nog aan mij denken?

Verdorie. Het is alwéér kerst… En nee. Ik ga geen review van dit jaar doen. Dit jaar was een jaar net als alle andere jaren. Ups, downs, saai, spannend, verdrietig, hoopvol. Wie wil er nou reviews. Je hebt er geen zak aan, het is toch allemaal voorbij, er valt niks meer aan te veranderen. Goede voornemens zijn al net zo zinloos. Plannen helpt niet, alles komt toch weer anders dan je je had voorgenomen. Chris Rea bromt zijn Driving Home for Christmas voor de 328e keer door onze speakers. Ik wou dat ík naar huis reed vóór kerstmis. Maar zoals altijd zal het hoogstens ná kerstmis zijn. Verplichtingen, verplichtingen. Maar na kerst gelukkig wel. En dat is wat telt…

You played it to the beat. Miss Adèle zingt zoals het werkelijk was en nog steeds is. Speel mee, gewoon zoals de ritme komt. Laat het toe. Go with the flow, voel de kadans, laat het gebeuren. Het komt toch wel zo. Mijn gevoelens kan ik niet veranderen. Ze zijn zoals ze zijn. De dingen komen zoals ze komen, of ik nou wil of niet.  Mensen sterven, hebben verdriet. Of ik er nou wat aan kan doen of niet. Accept it.

De bijen sterven door ons toedoen, of ik die petitie nou onderteken of niet.
Met zes glazen wijn wordt het leven niet mooier. Integendeel. Een stuk verdrietiger.
De kindertjes in Syrië ervaren nog steeds die rotoorlog. Al jaren. Of ik het nou uitschreeuw of niet.
De jonge buurman blijft dood en zijn vrouw en kindertjes moeten door. Of ik nou kan helpen of niet.
Met twintig kilo minder zal ik nog steeds onzeker zijn. Of ik het nou wil of niet.
Mensen blijven hun handen eraf schieten met illegaal Cobra-6 vuurwerk. Of ’t nou stom is of niet.
Mijn liefde blijft steeds maar weer bij sommigen hangen. Of ze nou willen of niet.

Goed. Dat is dan het enige voornemen dat ik me voor neem voor 2014. Go with the flow. Het komt zoals het komt. Panta Rhei. Alles vloeit. In elkaar over. Alles is oneindig. Ik lachte er ooit over. Maar zo is het.

And please, stay strong while going with the flow.
The past is gone and I will go on.

zoek zoek zoek

Ik zoek en vind niet. Het is weg. Foetsie. Ik zoek al dagen. Weken. Maanden? Ik zoek in mijn achterste achterkamertjes, onder mijn zwevende vingers, achter mijn pijnlijke rug, tussen mijn dovemansoren. Het is er niet meer. Ik sta op een droogje, zoals blijkbaar zovelen met mij momenteel. Al een tijdje eigenlijk, heb al een maandje of wat geleden over mijn interne leegte bericht. Er is zoveel waar ik over zou kunnen schrijven. Er is ook veel wat ik wel opgeschreven heb maar wat op ‘Privé’ blijft staan omdat ik dat niet in de openbaarheid wil hebben. Blogs voor mezelf, over mezelf. Ze gaan over mijn eigen falen, mijn verdrieten, mijn verslavingen en mijn donkerste gedachtes. Opschrijven helpt nog steeds, maar gelezen hoeft het niet te worden. Misschien dat ik over een paar jaar denk: “ik ben er nu compleet overheen, nu kan ik terugblikken en eventueel mijn annalen van toen wel openbaren.” Maar die kans is klein.

Ik zit in een rare fase. Ik zoek naar mijn eigen leven. Zo voelt het. Ik was het leven even kwijt. Dat zei een dame namens Petra laatst in het TV-programma ‘Verslaafd’. Dat zinnetje trof me enorm. Ik herkende het. En nu ben ik zoekende. Van dat leven heb ik al wel weer een paar stukjes terug gevonden maar ik zoek nog steeds naar het grotere geheel en mijn eigen verstandige ik. Naar mijn gezondheid. Naar de essentie. Naar zin.

En ik ren mezelf voorbij als het gaat om houden van. Ik hou van veel mensen en ook van veel dingen. Maar van mezelf houden, dat kan ik niet goed. Nog steeds niet. Ik wil zelfs zo ver gaan om te zeggen dat ik mezelf bij tijden regelrecht mishandel. Of mishandeld heb, in ieder geval. Maar nu, nu mept mijn altijd zo braaf incasserende maar gekrenkte lichaam zomaar ineens terug. Mijn buik wil geen slecht voedsel meer. Mijn maag wil geen sloten koffie meer. Mijn lever wil geen alcohol meer. Mijn knieën willen mij niet meer dragen. Maar mijn hoofd wil het dat allemaal nog niet beseffen. Dus zoek ik.

Ik zoek ik…

En met al dat monotone gezoek ben ik momenteel mijn blogzin kwijt geraakt. Ik neem aan dat dat tijdelijk is. Het komt wel weer, dat weet ik zeker. Tot die tijd zoek ik maar gewoon een beetje verder.

Zoek, zoek, zoek…

Niksig

Zaterdagnacht. niksig
Kort voor twaalven.
En ik, ik voel me niksig.
Ach wat nou, niksig.
Nou gewoon… Als niks.
Wat kan ik nou.
Wat bén ik nou.
Wie vraag ik al niet eens meer.

De dingen die ik zou willen veranderen, blijven eeuwig hetzelfde.
De dingen die ik zou willen doen, blijven een utopie.
De dingen die ik zou willen repareren, blijven gebroken.
Dat wat ik zo graag wil, blijft altijd buiten mijn bereik.
De dingen die me grote zorgen baren, escaleren vanzelf.

Het is zinloos.
Ik ben machteloos.
Dus voel ik me niksig.
En ga maar slapen.
Morgen een nieuwe
dag waarop alles
wéér anders blijft.

Miljarden aardachtige planeten in ons melkwegstelsel, hmm?
Ik hoop dat ze er daar wat beters van bakken dan wij hier…

gevalletje meteen

klungelknieNet terug van het ziekenhuis. Ik had weer een afspraak voor mijn klungelknietje en met de foto’s van de MR-scan onder de arm wandelde ik dus bij de orthopedie naar binnen. Meneer de dokter bestudeerde de beelden en keek toen onderzoekend naar mij. “… En u kunt nog gewoon lopen?!?” klonk het ietwat verbaasd. Ehh, nou, ja hoor. Ik loop prima op dit moment, ik heb toevallig een ‘goede fase’. Tuurlijk, de boel doet pijn maar dat doet het altijd en uiteindelijk wen je daar ook aan hè. Ik heb gisteren nog tweeëndertig baantjes getrokken in ’t zwembad. Da’s wel achthonderd meter, in een goed half uur. En ’s avonds nog de laatste voetbaltraining met de minikiddo’s doorstaan.

In ieder geval ben ik dus nog steeds redelijk mobiel en daarover verwonderde zich de goede man duidelijk. Hij mompelde in zijn dictafoonding: “Korbhenkelriss, Riss des inneren Kniebandes, Knochenschäden, Chondropathie dritten Grades, bladiebladiebla…. Operation erforderlich. Akuter Fall” Dát had ik dus begrepen. De vraag was: wat voor operatie? Tot mijn grote opluchting slechts een arthroscopie. Ikke blij! En maar twee weken uit de running (letterlijk). Men wil mijn knie nog zo lang mogelijk in mij voort laten bestaan. Een nobel streven. Als die pijn maar weg is, vind ik alles best.

De operatiedatum werd in overleg met de assistente meteen vastgelegd: volgende week donderdag. Zo gaat dat hier: je hebt niks in te brengen, je krijgt gewoon een afspraak, take it or leave it. Tja euhh, sorry maar dan kan ik helaas écht niet…. “OK, wanneer dan? Dit is namelijk wel “ein Fall für ‘Sofort'” [“een gevalletje ‘Meteen'”, vrij vertaald] dus wel zo snel mogelijk a.u.b.” Het lijkt wel of zijn knie door mij geopereerd moet worden i.p.v. andersom. De donderdag erop wordt democratisch vastgelegd. Jemig, wat snel… ik voel me niet als een spoedgeval maar 7 november snijden ze voor de zoveelste keer mijn rechterknie open. Ik hoop met heel mijn hart dat ie ’t daarna dan toch weer een tijdje pijnvrij doet.

Here we go again…

Radioactive!

de song van ‘Imagine Dragons’ spookt de hele dag door m’n hoofd. Ik ben er veel mee bezig, met die radioactiviteit… Volg het nieuws uit Fukushima op de voet. Weer een voorval. Maar ‘alles is in de reactor gebleven’… Tuurlijk, tuurlijk. Die driehonderd tonnen zwaar radioactief water die er en passant nog even uitgedruppeld en in zee gespoeld zijn, zijn sowieso peanuts. Toch? Druppels in een oceaan die al lang en breed straalt als een supernova.

Niemand heeft het over de staven in reactor nummer 4, de reactor waar niemand meer in kan en waarvan niemand weet hoe het er binnenin aan toe gaat. De staven waarvan, volgens de berekeningen van de ‘experts’, de beschermende zirkoniumomhulsels in verregaande staat van ontbinding zijn en waarvan men vermoedt, dat ze uiterlijk over anderhalve maand volledig zullen smelten en de hitte die daarbij vrijkomt zoveel stoom in de reactor zal produceren, dat de hele boel met een gigantische klap uit elkaar springt, waardoor er een aarde-omspannende wolk radioactiviteit de atmosfeer in als mede een enorme golf onvoorstelbaar radioactief water de zee in geblazen wordt. Niemand heeft een oplossing. Niemand wil het geld voor het snel vinden van een oplossing zelfs maar op tafel leggen. Dus zwaai maar dag met je handje, zolang je nog kunt…

Doemscenario’s. Andere kant van de wereld? Dan niet meer hoor… Maar afgezien daarvan hebben we hier om de hoek ook zo’n heerlijke kerncentrale. Een oud krot, zo goedkoop mogelijk gebouwd door de Tsjechische regering, met een hoop subsidie van de staat. Een kerncentrale met aan de lopende band incidenten die allemaal vakkundig onder de Tsjechische tapijten geveegd worden. Dat dan wel weer. De verdere uitbouw van Temelin in de zeer nabije toekomst was al in kannen en kruiken: nogmaals vier grote reactoren graag! Joepiehie…duhhuhh…poepie. En dat hemelsbreed slechts vijftig kilometer verderop… Eindelijk, EINDELIJK heeft de EU nu eens een ‘goede’ beslissing genomen: De subsidiëring van kernenergie en van de bouw van nieuwe reactoren is niet langer toegestaan. Daarmee zijn de geplande Temelin-reactoren al vóór de bouw onrendabel en zullen ze er dus niet komen. Mede dankzij de petitie van Global2000 tegen de subsidiëring (die ik vanzelfsprekend ook ondertekend heb, en vele tig-duizenden met mij). Maar ook dit is slechts een druppel…

kaliumjodidGerustgesteld ben ik niet. Integendeel. Ik kijk met lede ogen naar Japan. En ook naar het laatste ongelukje, daar vijftig kilometer verderop. Ten gevolge van Tsjernobyl kunnen we hier in Oberösterreich bijvoorbeeld nog steeds geen truffels (de paddenstoelen hè) eten: streng verboden, nog steeds té radioactief als gevolg van de wolk die destijds, 27 jaar geleden op de bossen en weilanden hier neerdaalde… Zevenentwintig jaar!

Laatst heb ik mijn voorraad kaliumjood-tabletten maar eens hernieuwd. Ik had één pakje thuis, destijds via school opgedrongen gekregen. Maar kaliumjood moet je hier in onze contreien inmiddels standaard in huis hebben, voor het geval er weer eens een kernrampje of iets dergelijks gebeurt. De tabletten zorgen er dan voor, dat de schildklieren geen radioactief jodium op kunnen nemen. Vooral bij kinderen ontstaat er dan namelijk vaak en vrijwel direct de heel agressieve schildklierkanker. Bij de apotheek werden mij voor vier personen gelijk acht pakjes in de handen gedrukt. “Neemt u maar, ze zijn inmiddels gratis. Iedereen móet ze nu hebben. Nieuw voorschrift.”

Oh…Hoe geruststellend. Not…

Mijn voorraad drinkwater in de kelder (tot voor kort zo’n tachtig liter) heb ik nu dan ook maar opgeschroefd naar de tweehonderd…
Niet dat het ook maar een bal helpt, want het liefst ga ik dan maar gelijk de pijp uit in plaats van alle ellende nadien mee te moeten maken. Maar ja. Voorschriften hè…

Eens kijken hoe zeer we met zijn allen stralen over anderhalve maand. Van het lachen zal het niet zijn…

zeven miljard

Een paar maand geleden heb ik het meest recente boek van Dan Brown, Inferno, gelezen. (Ja ja, ik lees ook dat soort literaire pulp). Hoewel de boeken van Brown – naast best wel aardig spannend – altijd redelijk extreem geprofileerd zijn, ben ik elke keer weer gefascineerd door de zogenaamde facts die er in opgerakeld worden. Afgezien van het feit dat de bad guy (of was het nou toch de good guy?) snel even de batterij uit zijn iPhone haalt (diep respect…) kan ik, blond naïevelingetje, van de rest niet gelijk zeggen of het geloofwaardig is of niet. Ik voel dan ook elke keer weer een sterke drang om even een rondje fact-checking doen: wat van al datgene wat de goede man in zijn boek beweert, is ook écht zo? En dan gaat het me niet eens zo zeer om de culturele dingen (die slik ik wel, ik cultuurbarbaar. En even wikipedia surfen voor wat betreft Florence, Instanbul en Venetië does the trick as well) maar in dit boek vooral om de demografische beweringen. In zijn boek heeft Brown het over de snel toenemende overbevolking van de aarde en over een beweging namens Transhumanisme, die eigenlijk best erg aan de nazi-denkwijze herinnert.

Transhumanisme, de angstaanjagende beweging en filosofische denkrichting die de grenzen der menselijke mogelijkheden en de perfectionering van de mens zelf wil verleggen door de inzet van technologische procedés. Genetische manipulatie om tot de ultieme mens te komen. Daarnaast neemt de mens het heft in de hand inzake reproductie: men wil eveneens door genetische manipulatie ervoor zorgen dat enkel gezonde, sterke kinderen ter wereld komen.

7miljardIn het boek van Dan Brown schijnt echter de angst van deze ‘beweging’, dat de gewenste technologische perfectionering van de mens nooit plaats zal vinden omdat de mens zichzelf al lang van tevoren uitroeit, de overhand te nemen. De demografische groei van de wereldbevolking is blijkbaar zo schrikbarend en volgens de gepresenteerde data zowat meer dan exponentieel, dat wij al op zeer korte termijn niet meer in staat zullen zijn om onszelf te voeden en in leven te houden. De vervuiling zou niet eens relevant zijn omdat de mensheid volgens de opgeworpen theorieën binnen honderd jaar uitgestorven zou zijn. Veel te vroeg voor de transhumanisten om hun genetisch perfectionisme in realiteit om te zetten.

En daar is waar Dan Brown volgens mij en vele anderen de mist in gaat. De wereldbevolking stijgt vooralsnog inderdaad en ís ook meer dan sterk gestegen in de afgelopen anderhalve eeuw. De zenit schijnt echter ergens rond 2050 te zijn. Daarna neemt de bevolking volgens de demografische experts in rap tempo af. Niet omdat we dan niks meer te vreten hebben maar omdat in praktisch alle landen de geboorteratio’s zelf door sterke vergrijzing ineens schrikbarend snel teruglopen. Dat is in veel landen nú al het geval. De ‘westerse’ wereld heeft inmiddels zwaar te kampen met die vergrijzing. In Japan worden bijvoorbeeld al sinds tijden meer seniorenluiers dan babyluiers verkocht! En de aarde op zich ís niet eens overbevolkt. Ze heeft enkel te lijden onder een heel slechte oppervlakteverdeling van die bevolking. Als we alle mensen ter wereld – nu zo’n zeven miljard!! – in Oostenrijk zouden proppen, hoe hoog zou de piramide dan zijn? Got ya!! Er zal helemaal geen piramide zijn. Iedere mens zou nog steeds elf (!) vierkante meter op de begane grond ter beschikking hebben. En de rest van de aarde zou dan dus volledig mensenvrij zijn. Het gaat er ook niet om hoeveel land iemand ter beschikking heeft maar om de footprint, de hoeveelheid aardoppervlak die de mens nodig heeft om in zijn/haar gevoelde basisbehoeften te voorzien. En die footprint is voor de gemiddelde mens te groot: we leven op te grote voet. Maar wij produceren met zijn allen op dit moment al wél meer dan voldoende om krap 10 miljard mensen te voeden. Ja, inderdaad. Zó veel wordt er zinloos weggeflikkerd…

We zouden dus duidelijk beter om moeten gaan met dat wat we hebben. Minder nutteloos verbruiken. Minder ongebruikt weggooien. De verdeling van de bevolking over de aarde zou verbeterd moeten worden. Weet iedereen eigenlijk wel. Maar jemig, hoe dóe je zoiets?? Daarover heeft men nog steeds geen idee. Globaal gezien dan. Op micro-niveau weet iedereen wel enigszins hoe het moet, he diet je allerbeste best om in ecologisch zo goed mogelijk te leven. Afvalscheiding, bio-gedoe, zo min mogelijk plastic, duurzaam verbruik, groene energie (we hebben gisteren onze energieleverant ingewisseld voor een nieuwe: eentje met hoofdzakelijk energie uit waterkracht. Yeah). Het begin is er. Maar enkel in je eigen kikkerlandje, een speldenprik op de wereldbol. Om van de schaliegaswinningsintenties maar even niet te spreken…

En als je dan een aantal berichten leest over iets onbekends als de neodymium-winning in China, hét goedje dat nodig is om de sterke magneten te fabriceren waar onder andere al onze windmolens – onze ‘schone’ energievoorzieningen – op draaien maar wat bijvoorbeeld ook voor magneten in harddisks en voor fluorescerende lampen gebruikt wordt, en dan ziet wat voor puinhoop ze er van maken om maar zo goedkoop mogelijk te kunnen leveren, dan ga je heel hard janken. Janken van ellende, de ellende die onze aarde pas écht om zeep helpt. Niet omdat er teveel mensen op wonen maar puur omdat de mens als zodanig teveel belust is op eigenbelang en winst. Niet die arme kloothommels die dag in dag uit in de vrolijk doorstralende zee van uranium en thorium (een paar van de radioactieve nevenstoffen die vrijkomen bij de winning van neodymium) staan te baggeren, die mensen hebben geen enkele keus. Ach ja, toch wel: nu van de honger dood omvallen of over tien jaar gevild worden door de kanker. Een geweldige keus. Nee, niet die mensen. Maar wel de exploitanten die dat neodymium, dat overal in de aarde zit maar waarvan de winning hier te lande met zoveel reglementen en voorschriften gepaard zou gaan dat het spulleke onbetaalbaar wordt, met gruwelijk harde hand en volledig onverantwoord uit moeder aarde persen om maar winstgevend te kunnen leveren. Een kolossale ramp die verdekt blijft omdat de rest van de wereld profiteert van het feit dat die ellende ‘mooi daar’ blijft. Je wilt niet weten hoe de aarde er daar uit ziet. Of eigenlijk wil je dat wel…

En dat is slechts nog maar één voorbeeld.
Waar zijn we in vredesnaam mee bezig…

*blogje op mijn old school van neodymium-magneet voorziene harde schijf opslaat…*

 

bang verdriet

tears“mam, ik ben zo bang…
bang dat ik alles fout doe…
bang dat ik iets vergeet…
bang dat ik niks kan…
bang dat ik het niet weet…”

“mama… ik ben zo bang…
bang dat ik iets kapot maak…
bang dat jullie dood gaan…
bang dat iemand inbreekt…
bang om voor gek te staan…”

“mams… wat moet ik nou…
moet ik echt harder worden?
of gewoon maar nooit meer wakker?”
onkinderlijk groot zijn de zorgen.
van mijn oh zo lieve arme stakker…

Zo gruwelijk verdrietig en onzeker, zo verschrikkelijk onder druk. Dichtklappen, niks meer kunnen zeggen. Toch maar iets opschrijven, op goed geluk… Maar zo gaat het niet langer, dit gaat niet goed. Je kind zo te zien lijden, werkelijk waar, mijn moederhart bloedt. Het enige wat ik kan doen is helpen, alle hulptroepen aanslepen. Hem toch maar weer opbeuren door al zijn goeds te onderstrepen… Maar soms weet ik het echt niet meer, is mijn engelengeduld op. Kijk ik enkel nog vol emotie naar zijn geworstel en getob. Sluit ik mijn ogen, terwijl ik me achter mijn handen verschuil. Opdat hij niet ziet hoe hard ik om hem huil…

..

(c) Lou

Wanna be good

Let me be good to you goedgenoeg
Sit in your easy chair
What you want
I’ll bring it there
Even good can be better
Here’s my love
on a silver platter
Take it all, and
Let me be good…

Een paar zinnetjes van een songtekst van Otis Redding.
Over iets wat mij continu bezig houdt.
Die innerlijke drang om gewoon ‘goed’ te zijn.
Het maakt dat ik heel vaak hoor: “zeg ook eens NEE?”
Dat ik heel goed ben in veel teveel willen.
Dat ik altijd bang ben dat ik dingen verkeerd zeg.
Dat ik dingen eruit flap die ik éigenlijk voor me had moeten houden.
Dat ik iets heel belangrijks vergeet.
Dat iets totaal verkeerd overkomt.
Dat ik niet genoeg aan iemand denk.
Dat ik niet tactvol genoeg ben.
Dat ik niet genoeg steun geef.
Dat ik niet voldoende waardeer, wat ik heb.
Dat ik niet aan bepaalde verwachtingen voldoe.

De onzekerheid groeit met de dag en wordt uiteindelijk een monster.

Goed genoeg zijn, ook al doe ik even helemaal niets.
Goed genoeg zijn, ook al verdien ik een berg kritiek.
Goed genoeg zijn, ook al ben ik tien (twintig?) kilo aangekomen.
Goed genoeg zijn, ook al weet ik niet altijd alles wat ik zou moeten weten.
Goed genoeg zijn, ook al heb ik me compleet lam gezopen.
Goed genoeg zijn, ook al heb ik werkelijk hartstikke ongelijk.
Goed genoeg zijn, ook al kom ik soms niet uit mijn woorden.
Goed genoeg zijn, ook al hoor je soms mijn gierende zenuwen.
Goed genoeg zijn, ook al wil ik mezelf soms compleet verdoven.
Goed genoeg zijn, ook al ben ik af en toe bezitterig en jaloers.
Goed genoeg zijn, ook zónder jou…

Alanis Morissette zong ’t ook al zoiets. Precies zoals ’t voelt.

But once you are good enough for others, you will finally be good enough for yourself as well…

Nou dat hopen we dan maar.

If only I could be good…

.

.

_________________________________________________
PS…
De eerste versie van dit blog schreef ik – volgens de revisielijst – al 227 dagen geleden. Zeventien revisies later had ik het nog steeds niet gepost. Nu, bij nummer 18, dan eindelijk wel. Maar het is dus  wel duidelijk dat dit een diepgaand blog is: dit zit heel diep in mij. En ik baal daar eigenlijk ontzettend van. Sabel me alsjeblieft niet meer omdat ik mijn eigen onzekerheid hier toon. Waarom zet ik het dan überhaupt online… geen idee. Of ja, toch wel. Out in the open = easier to tackle. Zichtbare monsters zijn makkelijker te bestrijden. En misschien biedt het ook wel een stukje herkenning voor anderen…

Warboel. Op naar het volgende blog…

Alles over alles

Alles-kaplakat Ontbijt is nu, om kwart over elf, dan toch op. Lekker laat en vooral lekker lang dit keer. Want vandaag is het een feestdag: het feest van “Fronleichnam”. Geen idee wat dat in het Nederlands is, mijn moeder had ’t over Sakramentsdag. Het is het feest van de herdenking van wederopstanding van Christus door de apostelen die op de 2e donderdag na Pinksteren zijn hernieuwde aanwezigheid middels brood en wijn – zoals Jezus bij het laatste avondmaal had gezegd – celebreerden.  Of zoiets. Kan zijn dat het niet helemaal klopt, maar dit heb ik ervan begrepen en dat is al heel wat voor een ongelovig Tomaatientje als ik. Er zijn sowieso niet veel mensen die weten wat ze nou precies vieren vandaag. Wij vierden het in ieder geval alvast met brood, de wijn komt vanavond wel (een champagneontbijt werd me toch iets te gortig).

Na ons Fronleichnamsontbijt stort zoon zich vol goede moed op z’n huiswerk: het verbeteren van zijn proefwerkopstel voor Duits. Koschka, onze kat, springt op tafel en er ook gelijk weer vanaf om zich vervolgens in één van zoons gebouwde kapla-blokkentorens te nestelen. Zoon springt – vanzelfsprekend – ook meteen op en vraagt me of ik zijn T*** Towers nu eindelijk al eens heb gezien. Eh, nee nog niet. Maar dat maak ik nu goed. Zoons voornaam begint met een T en hij heeft op beide torens een grote T gebouwd. Man noemde ze daarom gisteren al de Twin Towers en zoon doopte ze vervolgens om tot T*** Towers. Hij heeft in beide torens een kussen ingebouwd zodat de katten er kunnen slapen. En dat doen ze dus ook enthousiast.

“Mam, waarom noemde papa ze de “Twin Towers”? Wat zijn die twin towers ook alweer?”
Ik leg hem uit wat de twin towers waren en ons gesprek ontwikkelt zich.
“Goh, dan zijn dit dus helemaal niet de enige T-Towers ter wereld!” Jawel… want die andere T-Towers zijn er niet meer…
Waarom niet?
Omdat terroristen ze kapot gemaakt hebben. Ze hebben vliegtuigen gekaapt en zijn met die vliegtuigen in die torens gevlogen. Daarna stortten ze allebei in en zijn er wel 3000 mensen om het leven gekomen…  [overigens hebben we het hier al wel eens eerder over gehad, temeer omdat dochter ook op 11 september geboren is (vier jaar later), maar hij wist het blijkbaar niet meer. Ook heeft hij al wel eens eerder beelden ervan gezien…]
Wat zijn terroristen?
Dat zijn mensen met een bepaalde extreme politieke of religieuze overtuiging die mensen, die niet geloven of doen zoals zij dat goed vinden, als ‘slecht’ en vijandig zien. Ze willen door zulke verschrikkelijke acties die mensen dwingen, anders te geloven of te doen. Door zoveel mogelijk mensen te treffen willen ze zoveel mogelijk aandacht wekken voor hun overtuiging en voor de veranderingen die zij willen. Meestal zijn die veranderingen vanuit een bepaalde sterke geloofsovertuiging. [Ik moest snel denken hè, mijn uitleg mag er wat naast liggen maar dit was mijn manier om het hem op dat moment uit te leggen]
Ze doen dat dus voor hun god?
Dat is vaak wel een reden ja, niet zozeer voor een god maar wel in hun overtuiging dat dat wat zij doen of geloven het beste en enig ware is en dat mensen die dat niet geloven, overtuigd moeten worden, desnoods met angst en dood…
Dat is dom. Als mensen er zulke dingen door gaan doen, is geloven in een god gewoon dom.
Nee, lieverd, dat is het niet. Dat moet iedereen voor zich bepalen. Geloven in God of in ‘een god’ of in andere hogere machten en krachten is ieders goed recht en ieders eigen gevoel. Alleen moet men anderen niet met geweld proberen te overtuigen, dat te geloven wat men denkt dat het enig juiste is… Ik heb ook het recht om niet te geloven. En jij mag geloven wat jij wilt. Als jij ervan overtuigd bent dat er een god is, dan is dat prima. Maar dat moet jij voor jou zelf ontdekken. Dat kan ik niet voor je doen…
Okee... maar dan zijn die terroristen in dat vliegtuig dus ook dood gegaan?
Ja. Maar dat was voor henzelf helemaal niet erg want zij geloofden dat ze daarna op een veel betere plek, zoiets als een hemel, zouden komen. Of dat ze na dit leven nog andere levens hebben. Dus dit leven was voor hen redelijk onbelangrijk, daarna zou alles sowieso beter en nieuw worden en zouden ze door hun god beloond worden voor hun daden. Kijk. IK geloof dat niet. Ik geloof dat dit HET leven is voor mij, dat ik hieruit moet halen wat ik kan en dat ik zoveel goed moet doen en zijn voor anderen als ik kan. Ik wéét gewoon niet of er hierna nog iets anders komt. Ik denk het zelf niet maar mocht het zo zijn, dan ben ik heel blij verrast als het zover is. Zo niet, heb ik in ieder geval zo veel en zo goed geleefd als ik kon. Hier. En nu. NU leuke dingen doen, NU leren voor straks als je groot bent zodat je jezelf en je familie kunt onderhouden, NU zinvolle beslissingen nemen, NU lol hebben. Niet morgen. NU.
Okee, dan kap ik NU met huiswerk en ga even met de ipod, dat mag wel hé?
Ehh… nou, eh… nee… Want NU leren is ook heel belangrijk zoals ik zei. Het leven bestaat ook weer niet alléén maar uit spelletjes en lang-leve-de-lol, dat weet jij ook.
Ja, dat weet ik. Maar ik heb ’t vet fout opgeschreven en m’n inktwisser is leeg. Kun je een nieuwe halen?
Zo meteen. Ik moet nog wat schrijven. Dan haal ik er eentje voor je, boven (ik heb die dingen op voorraad hè).
Maar goed, dan moet ik nog wel een keer bungeejumpen. Vanaf de Grand Canyon. Want dat hoort bij mijn leven NU.
Euh… *even met mond vol tanden staat* ja tuurlijk. Maar vandaag niet. En je springt niet vanaf de Grand Canyon maar IN de Grand Canyon. En bungeejumpen daar is sowieso niet verstandig want dan kletter je tegen de zijwand. Tenzij je vanaf een brug óver de Grand Canyon springt. Maar er is geen brug want daarvoor is de Grand Canyon veel en veel te breed. Dan kun je beter gaan paragliden, dan zie je meer en vlieg je langer.
Euh, ik dacht dat de Grand Canyon een berg was…
Vanaf een berg kun je sowieso niet bungeejumpen schat. Maar nee dus, het is een hele diepe kloof in Amerika. Vroeger was daar een rivier (die heet de Colorado) en die heeft het landschap helemaal naar beneden uitgesleten. [Ik laat ‘m even wat plaatjes zien]
Jeetje. Hoe zijn die bergen eigenlijk ontstaan dan?
Door aardverschuivingen in de oertijd. En nog steeds verschuiven er delen van de aarde en verandert het landschap heel langzaam…
Oh ja. Dat weet ik allemaal al lang. Oerknal, kaboeffff, Pangea, dinosauriers, meteoriet, enzovoort.
[blij dat hij dat allemaal al weet, hoeven we dat niet meer door te kauwen vandaag]
Heb je nou al gezien hoe Koschka in m’n T-Tower ligt??
Jaja, ik heb ’t gezien. We hebben een echte kaplakat.
Ik maak tot zijn grote tevredenheid even wat foto’s van de bouwwerken inclusief kat.
Fijn mam, dat we het nu even over alles hebben gehad. Mag ik nog eens zien hoe die vliegtuigen in die torens vlogen?
Oh jee… dat had ik al een beetje gevreesd. Ik kan die filmpjes dus niet kijken zonder te huilen. Maar goed, ik offer mijzelf op, het is ook belangrijk dat hij weet wat er gebeurd is en wat 11 september 2001 betekent. Ik vind een herdenkingsfilmpje. Enya zingt “Only time” op de achtergrond. We kijken samen naar de vliegtuigen, de explosies, het instorten van de torens en de enorme ravage erna. Zoon mompelt wel acht keer “Grausam… grausam…” En ja hoor, daar lopen ze. Over mijn wangen…
Alles-KoffiemetpilMam? Huil je??
Ja lieverd… ik kan dit simpelweg niet kijken zonder tranen in mijn ogen, sorry.
Oh dat geeft niet. Zal ik dan maar een kopje koffie voor je maken?

Ik loop even naar boven, op zoek naar de essentie van de hedendaagse levenslessen: een inktwisser. Zoon zet een kop koffie voor me neer. “Mét een stukje chocolade en een happy-pil”, zegt-ie grijnzend. Die happy-pil is een druivensuikerdragée. Wat een lekker jong is het toch ook. Hij wil de koffie proeven en dat mag van mij. Hij is uiteindelijk al tien hè. Na voorzichtig aan de koffie genipt te hebben, scheurt hij naar de wasbak om het uit te spugen en zijn mond te spoelen. Duidelijk genoeg 🙂

Ik heb op mijn computer nog een tab open staan over een boek en een video met de titel “Alles over niets”.  Ik wil het bestellen.
Nondualiteit, een prachtig iets.
Maar vandaag was het niet niets.
Het was alles.
Met mijn alles over alles praten.
Het heeft wel wat op zo’n dag…

hard

Medeleven.
Empathie.
Gevoel.
Betrokkenheid.
Je mag het blijkbaar niet meer hebben of voelen. Nou ja, je mag niet meer laten BLIJKEN dat je het hebt of voelt. Hou het alsjeblieft stil voor je want anders ben je namelijk gelijk een emoporno-verheerlijkende hoer. Compleet met ramptoeristische bek. Okee dan…

Ik kan mensen met een duidelijke mening over het algemeen juist heel erg waarderen, ook al strookt die mening niet met de mijne. Ik ben ook niet degene die gelijk in de overtuigingsmodus springt. Dus jij denkt zo? Prima. Fijn doen. Maar laat mij dan ook mijn mening hebben. En vooral: mijn gevoel. Ja, IK voel wél medeleven en betrokkenheid. Ik heb twee kinderen in ongeveer dezelfde leeftijd als Ruben en Julian. Als ik mij voorstel dat mijn (hypothetische) ex-man ze zo mee zou nemen en vermoorden, ja dan stort mijn wereld in elkaar. Misschien is het anders als je geen kinderen hebt. Of geen gevoel meer voor je medemens, dat kan natuurlijk ook.

Maar als ik mijn steun wil betuigen aan de moeder van die jongetjes, haar kracht toewens (ook al zal ze dat nooit lezen), een virtueel kaarsje uit respect deel en er blijk van geef dat dit soort zaken mij door merg en been gaan, ja, dat ik er zelfs heel erg verdrietig van word en het onvoorstelbaar vind, wens ik niet uitgemaakt te worden voor iets als een emoporno-verheerlijkende hoer. In dit geval voelde ik mij dus daadwerkelijk aangesproken.

MIJN gevoel was (en is) oprecht. Dat een ander dat niet voelt, is heel fijn voor diegene. Prettig, als je niet mee hoeft te leven met mensen die een cirkeltje verderop staan. Maar veroordeel mij er niet om dat ik nog enige empathie in m’n lijf heb?? Ook ik kijk regelmatig naar het ‘grotere plaatje’ (wat dat dan ook moge zijn, een klotewereld bij tijden, in ieder geval). Maar het zijn de individuele gevallen zoals deze die me het hardst treffen. En velen met mij. Als die empathie, ook de empathie voor de niet directe naasten en familie, dan op zo’n manier de grond in geboord wordt, krijg ik het koud. Dan kun je ‘oprecht’ (Ja, alweer oprecht. Mooi woord.) van verharding spreken.

En dát vind IK nou weer zum Kotzen…

Beest

Leed.
Verleden tijd.
Van lijd.
Het lijden voorbij.
Of toch ook niet.
Eeuwig duurt
het leed der tijden
en blijft geleden
leed een lijden…

Ik ben een gezegend mens. Zo zeg je dat toch? Ook als  niet-gelovige. Ik heb lieve, warme, onbetaalbare ouders die om me geven en die er altijd voor me waren in mijn jeugd. Die álles voor me deden en me altijd gaven wat ik nodig had. En dat allemaal ook nog steeds doen, want ik heb ze allebei nog. Ik heb een geweldige zus met wie ik meer dan goed contact heb en van wie ik megaveel houd. Ik heb een lieve man, twee fijne kinderen, een stel vrienden van goud en – voor zover ik weet – geen noemenswaardige vijanden. En ik heb nog zoveel meer. Ik zeg toch: gezegend. Mijn wereld was en is nog steeds een goede.

In tegenstelling tot werelden van anderen waarover ik lees, waar ik in mee kijk en als vanzelf in mee ga voelen. Ik zou het niet moeten doen maar ik beeskan niet anders. De ogen sluiten maakt niet dat het er niet meer is. Noodlot en ellende, verwaarlozing en misbruik, intense slechtheid en mishandeling. De één beschrijft en beschildert die ervaringen uitvoerig, de ander vreet ze op, ontkent alles en laat het leed opgeslokt worden door een groot zwart gat, in de hoop zelf niet meegezogen te worden. De één is in staat om dingen te laten rusten en zelf rust te vinden, de ander begaat uiteindelijk een wanhopige moord en blijft eeuwig malen over het ‘waarom ik’. De één wordt het absolute tegendeel van de kweller, de ander herhaalt zelf onbewust het ervarene. En waar stopt het dan… Stopt het überhaupt ooit?

Het is verbazingwekkend hoe krachtig, hoe respectvol en mooi sommige mensen kunnen worden ondanks alles wat hen en hun naasten is aangedaan. Maar ook na alles wat zij zélf hebben gedaan of misdaan. Als buitenstaander is het moeilijk om te onderscheiden tussen wat werkelijk was en wat waarheid is. Ik ga op mijn gevoel af, naïef als ik ben. Ik noem mij bewust niet intuïtief, het is een wíllen geloven in mijn eigen gevoel maar een toch niet compleet daarop durven vertrouwen… Maar juist daarom zeg ik dan ook gelijk maar niks meer. Mijn gevoel is nooit feilloos. Niemands gevoel is dat. Het faalt bij tijden, ondanks al die goede wil. Ik laat mijn gevoel rusten in de fase van empathie en respect, daar waar het ook hoort te blijven, de eeuwige buitenstaander zijnde.

Maar steeds opnieuw ben ik toch weer compleet overdonderd. Volledig in de war van alles wat mensen elkaar aan kunnen doen. Geschokt door die hel waardoor sommige ouders hun kinderen moedwillig laten gaan. Verdrietig door de beschuldigingen die broers en zussen elkaar naar het hoofd gooien. Wanhopig door al het wantrouwen en de ellende,  door alle vooroordelen en veroordelingen.

De mens blijft een raar beest.
Ik blijf mijn heftige pogingen doen
om dan maar tenminste
een goed, betrouwbaar beest te zijn….

En alles blijft anders.

Kom mee…

Insulinzichten

insuline is een maf goedje. Aangezien ik er door meerdere mensen op gewezen werd, dat ik wel eens diabetes zou kunnen hebben (ik had – heb – er vrijwel alle symptomen van), heb ik een uitgebreid gezondheidsonderzoek (met bloed-, urine- en weet ik veel wat voor andere metingen allemaal) laten doen. Vandaag kreeg ik de uitslag en had een lang gesprek met de onderzoekende arts. Ik plemp dit geheel maar even in een blog, dan is gelijk de hele wereld weer op de hoogte.

Samengevat: ik ben gezond. Lichamelijk dan. Mens sana in corpore sano gaat momenteel nog niet zo op voor mij. Dat mens hè, dat mens… Mijn bloedwaardes waren allemaal OK (nou ja, ik heb een ietwat hoog cholesterolgehalte, daar moet ik wel een beetje aan werken maar de rest was top). Bloeddruk (“een schitterend gemiddelde”), hartslag (“van een topsporter”), urine (“primadeluxe”, m.a.w. je zou ’t kunnen drinken), huid (“een blanco blaadje”). De hormonomononen weet ik nog niet, dat onderzoek volgt eind februari.

Wáárom ben ik dan te dik? Waarom val ik niet af terwijl ik steeds opnieuw weer zó mijn best doe? Daar kwamen de ‘nieuwetijdse’ inzichten van de dokter om de hoek. Ik heb volgens hem nog de eetgewoontes en -patronen van de oude garde in mijn hoofd. Meerdere kleine maaltijden op een dag om het bloedsuiker en de insulineproductie constant te houden, geen pieken en dalen.  Dat idee is op zich oké, als je een normaal gewicht hebt, gezond bent en verder niet hoeft af te vallen.

Door steeds kleine maaltijden te eten (en te snoepen en teveel alcohol te drinken *kuch*) blijft de insulineafgifte hoog. Insuline wordt ook wel het “mesthormoon” genoemd: het zorgt ervoor dat suikers uit het bloed opgenomen en in vet opgeslagen worden (tenzij ze á là minute door (top)sport verbrand worden, wat bij de normale mens echter zelden gebeurt). Even kort door de bocht bekeken mest het je dus, bij constant hoge levels, vet. Daarnaast zorgen snelle koolhydraten (witmeelproducten, suikers, fruit) ervoor dat de bloedsuikerspiegel heel snel stijgt/piekt, kort daarna schiet de insuline de hoogte in. Na een tijdje daalt het bloedsuiker ook weer abrupt, de insuline werkt nog door. Gevolg: tijdelijke hypoglykemie, een té laag bloedsuiker, waardoor je je weer slecht voelt en in ’t meest rotte geval vreetbuien krijgt (oh bliss… herkenning). Insulinepeil

Dat laatste, van die pieken en dalen, wist ik al. Het eerste, dat je beter niet 5-6 kleine maaltijden moet eten maar 3 hoofdmaaltijden met 4-6 uur NIKS eten daartussen, niet.  En fruit ’s ochtends bij het ontbijt (dat at ik dus tot nu toe) is helemáál slecht volgens de dokter, omdat het eerste wat je dan op de vroege ochtend al krijgt, een insulinepiek is. Gefeliciteerd. Het geluk slaat dan in de loop van de ochtend om in gigantische honger (klopt!) waardoor je er nog een tweede ontbijt achteraan gooit (ik althans, ik stierf om een uur of tien inderdaad van de honger, misselijk, slap). Dus het optimale stramien zou zijn:

– om een uur of 7 á half 8 ontbijten met veel eiwit (yoghurt/ei/vlees/kaas), volkoren brood, koffie met melk (voor mij dan alle melkproducten in de niet-koe-variant).  No problem. Kan ik.
Tussendoor: enkel kalorievrij drinken. Koffie is geen probleem, als ’t maar zonder melk/suiker is. OK, toegegeven, dit wordt moeilijk. Maar ik heb ’t vandaag al volgehouden…
– rond een uur of 12 warm eten. Het liefst ‘s-middags warm want ‘s-avonds zijn warme maaltijden o.h.a. te zwaar en zou men juist zo min mogelijk koolhydraten moeten eten. Dus ‘s-middags een fatsoenlijke maaltijd van vlees/vis/kip whatever, groenten (minstens 300g) en aardappels/(volkoren) pasta/rijst/etc. Daarna rustig nog een kop koffie met melk, wat fruit (liever niet maar als je fruit wil, dan nu) en een bak yoghurt of een volkoren koekje. Tot maximaal 13 uur eten.  Ook geen probleem, lijkt me.
Tussendoor: zie hierboven. Moeilijk moeilijk moeilijk.
– rond 17/18h: avondmaaltijd. Eiwitten, groente. Groentesoep met kip bijvoorbeeld. Komkommer met kaas. Zulke dingen. In ieder geval geen brood/aardappels/pasta oid meer. Ook dit vind ik behoorlijk lastig, ik heb vooral ’s avonds zo’n zin in brood…
Rond een uur of 20-21 is volgens meneer de arts een glaasje wijn toegestaan. Eéntje.  Dat wordt dan redelijk snel afgebroken en dan ga je de nacht in, stabiliseert de boel en zou je ’s ochtends weer gereset zijn.

Daarnaast moet een mens om de dag een half uur conditiesport (intensieve beweging) doen, het liefst voor ’t ontbijt aangezien dan de insulinelevels het allerlaagst zijn. Jeumig, dat wordt moeilijk. De beweging op zich niet, maar om half 7 al aan een sporthalfuurtje beginnen wel. Dan zou ik theoretisch om 6am op moeten staan, gelijk op de fiets/loopband springen, de kinderen de deur uitwerken en dan keizerlijk ontbijten. Moet ook te doen zijn, maar ik ken mij… Dat hou ik welgeteld 2 dagen vol.

En dan het weekend. Dan slaap ik tot half 9, kom om half 10 m’n bed uit met een berehonger. Ontbijten tot half 11.  Dan kan ik alles tot aan het avondeten vergeten vanwege die 4-6 uur. Lastig lastig.

Nou ja. Ik ga het maar weer eens proberen. Ergens moet ik toch op de één of andere manier wel af kunnen vallen, toch… Man schamperde vanochtend al: “Je bent in de veertig, wat wil je nou nog?? Als je NU niet nog één keer drastisch afvalt, ga je zo [zoals je nu bent – Red.] de kist in.”
Okéééééé dan…

Poging 286 wordt gestart. Als ook deze poging mislukt, ga ik die kist bestellen.
In XXL.

.

.

(ik heb trouwens net ontdekt dat dat streepje tussen ‘s-morgens en ‘s-avonds e.d. tegenwoordig niet meer mag. Het is dus ’s morgens. Ik vind dat raar staan, maar goed, so be it. Weer wat geleerd. Nu nog leren afvallen…)

life goes on…

… dat blijkt wel weer…

Mensen gaan hun weg… Op elkaar gaan zitten wachten is uiteindelijk ook maar een uiterst zinloze bezigheid. Maar toch is er een beetje schaduw in mijn hart. Het voelt leeg. Leger. Het voelt alsof de liefde die zo zeer ook mijn deel was, me langzaam ontglipt. Onopvallend maar steevast stukje bij beetje weggenomen wordt. Het ís misschien niet zo maar het vóelt zo…

Nieuwe liefde komt.
En blijft.
Nieuwe levens starten.
En worden goed.
Zo moet het ook zijn.
Zo hoort het…

De sneeuw valt met bakken uit de hemel.
Ernaar kijken en maar één ding willen.
Op het gras gaan liggen en een wit heuveltje worden.
Te koud om nog iets te voelen.
Wat een weelde zou dat zijn.

Schaduw vult een steeds leger hart.
Langzaam verdwijnen ze. In de verte.
Alle dingen die we ooit waren
Alle dingen die we nooit zeiden
Alle dingen die op lieten leven
Alle dingen die nooit weg zouden gaan
Alle dingen in mooie ogen gezien
Alle dingen die voor geen goud
verloren mochten worden…
Ze halen het ochtendgloren niet eens meer.
Zwaai die witte vlag en doe alsof
je niet meer houdt van.
Denkt aan. Lief hebt.
Zo moet het wel zijn.
Zo hoort het…
En het is goed zo.
Want liefde vond ook jou.

Denk af en toe nog aan mij…

De wereld in drie vragen

Snelsnellersnelst moet alles gaan. En zijn. Snel uitgelegd en snel te begrijpen. Sneller te consumeren en snel nog even boodschappen doen. Snel bestellen en snelst op de plaats van bestemming. Zoals het eruit ziet zijn we met z’n allen eigenlijk  continu gestresst, lopen voortdurend kans op een burn-out en zijn voor de processen waarin we werken en leven absoluut en altijd überrelevant en onmisbaar (of we moeten van onszelf i.i.g. continu de indruk wekken dat we op ’t randje van het overspannen zijn staan want stel je voor dat dat niet zo zou zijn, dan waren we misschien wel zoiets ergs als onbelangrijk of zelfs – nog erginformatieer – vervangbaar…).

Nog nét op het nippertje halen we al die vréselijk belangrijke afspraken, zijn we – mede dankzij sociale media en moderne techniek – overal tegelijk en altijd bereikbaar en bewijzen we onszelf keer op keer opnieuw dat we ook echt die maximaal geïnformeerde, best opgeleide mensen zijn en wiens mening er ook werkelijk iets toe doet. De wereld draait om informatie. Informatie komt van het Latijnse “informare”: scholen, vormgeven, uitleggen, oftewel informeren. En dat draait enkel en alleen om de overdracht van materie, in welke vorm dan ook.

Het lullige is echter, dat duidelijke informatie m.b.t. bijvoorbeeld de volgens de maanstandskalender optimale dagen om je haren te wassen veel makkelijker te vinden is dan zoiets als objectieve en overzichtelijke info over alle crises die we heden ten dage doormaken. Eurocrisis, regeringscrisis, rechtspraakscrisis, milieucrisis, stilletochtencrisis, middenlevenscrisis, iedereen heeft wel iets van een expertenmening om rond te blaten over één of andere crisis. En als je dan voor een gefundeerde EIGEN mening alle argumenten van alle experts even door wilt spitten en het totaal aan opvattingen en informatie af wilt wegen, duurt dat wel zó gruwelijk lang dat die desbetreffende crisis al langggg weer voorbij is (of de wereld is inmiddels daadwerkelijk vergaan, dat kan natuurlijk ook).

Het zou zo gemakkelijk zijn als al het wetenswaardige, alles wat je nodig hebt om ergens snel (snelst!) geïnformeerd over mee te kunnen kletsen, in no time te lezen was in een mini-samenvattinkje ofzo. Een soort expertenservice-app voor de meelullende leek. Iets met “Ik, expert, beantwoord 3 vragen en u kom bij de essentie van uw thematiek uit”. Paar dingen aanvinken en hatsjikidee, je bent volledig en efficiënt geupdate. Geen gezond verstand meer nodig, enkel aankruisen en discussiëren maar.

Even een stom voorbeeld: een Pitbull heeft een kind gebeten (sorry hondenliefhebbers, ik zei al: stom voorbeeld) en je wilt je mening over Pitbulls geven. Dan open je de expertenapp (met een geweldige nerdy naam, zoiets als ExpApp ofzo) en doorloop je het voorgegeven vragenschema:
– waar gaat het om?
Intypen: “pitbull”. De volgende vraag rolt eruit:
– Zijn Pitbulls honden?
Expert: “ja.”
– Kunnen honden mensen doodbijten?
Expert: “ja”.
Conclusie: honden behoren tot dezelfde categorie als krokodillen, wolven en haaien en zouden dus als huisdier verboden moeten worden. Tadaaaaa! Met maar drie vragen naar een compleet gefundeerde mening.
(Jaja, ik ZEI toch. Stom voorbeeld. Maar ik heb zo gauw geen ander. Ik mis een app…)

Het enige rotte is, dat de hedendaagse aangelegenheden niet meer zo eenvoudig te reduceren zijn. Ontelbare lagen aan informatie, meningen, data, omstandigheden en aspecten liggen en lopen over en door elkaar heen. Daardoor is een actueel iets als bijvoorbeeld de “falende rechtspraak” (faalt-ie überhaupt wel? Of is dat enkel ‘één’ heersende kuddemening?) niet zomaar even met een paar vragen tot de absolute eenduidigheid terug te brengen. Wie te lang alles reduceert, trekt uiteindelijk alle verbanden kapot. Daar zijn politici dan weer heel goed in. En journalisten ook trouwens. Oh nee, dat is enkel mijn ongefundeerde mening. (Ik mis een app…)

“Verklaar de wereld in drie vragen…”
Sokrates zou waarschijnlijk meteen geantwoord hebben: “…en waarom zou ik dat moeten doen?”

Ik wou dat ik een uitschakelaar op m’n hoofd had.
*hamer zoekt*

Ze wil toch enkel léven…

“Leer te leven!!”

Okee…
Goed.
Zal ik doen.
En dan?
Dan leef ik.
Dus.

Eigenlijk krijgt een mens dergelijke clichés behoorlijk vaak te horen.
“Leef je leven, doe je ding.” – Tja, welk ding mag dat dan wel wezen…
“Leef erop los want je leeft maar één keer” – Oh echt? Surprise, surprise…
“Mensch, durf te léven.” – háh!! Ik durf blijkbaar, ik doe ’t tenslotte al meer dan 41 jaar.
“Leer góed te leven.”Oh my. Zouden ze bij de LOI een cursus levenskunst hebben?

Lééf?!?
Ja tuurlijk.
Maar hoe dan.
Met wie dan.
En wanneer dan.

Leven. Ik leef. Maar doe ik ’t ook goed genoeg? Doe jíj het überhaupt wel goed? Leven we voldoende? Of vegeteer vlinderik een beetje voor me uit en mis ik de essentie van mijn eigen bestaan volledig? Dat gevoel dat je nog zó veel dingen wilt doen, dat een ander veel méér leeft dan jij, er meer uit haalt, meer voor z’n ambities doet, de juiste knoppen drukt.

Dat bourgondische leven hè, dát ligt me wel. Een ascetisch leven zou natuurlijk veel beter zijn maar dat kan ik niet, heb ik ontdekt. Wil ik ook niet. Ik wil kunnen genieten, anders lééf ik toch niet? En toch doe ik het. Steeds opnieuw. Omdat ik in fysiek opzicht toch echt fitter en slanker wil zijn dan ik nu ben. Op naar die ascese dus…

Een multipel liefdevol leven ligt me duidelijk ook wel. Maar leven in monofocale genegenheid is wederom beter geaccepteerd en het lijkt erop dat ik dat wel enigszins kan dus dat doe ik dan ook maar… Maar daarmee besef ik dan ook gelijk weer dat ik dus steeds opnieuw zo leef zoals ik denk dat het goed is maar niet zoals ik eigenlijk diep binnenin zou willen…
Ach, wie doet dat nou wel voor de volle honderd procent… Diegene is een mazzelpik(kin).

Geef wat je kunt geven.
Neem wat je kunt krijgen.
Oogst de liefde die je zaait.
Doe dat wat goed doet.
Doodgaan kan altijd nog…

Ik hou ’t maar op de bovenstaande clichés.
Ze hebben niet voor niks zo’n mooie naam gekregen, toch?

In ’t kader van dat “leren te léven” wil ik iets delen.
Iets wat ik gekregen heb.
En wat ik koester.
Dat wat een oh-zo dierbaar mens me gaf.
En nog steeds geeft.
Namelijk dat wat werkelijk ís.
En altijd blijft.
Dat wat me doet beseffen: “het is goed zo…”
En dat is het.

.

Ze hoort theoretisch op één
Op één plaats haar thuis
Ze hoort theoretisch bij één
Bij één geliefde in huis

Ze deelt niet al haar gevoel
Uit bescherming voor zichzelf en hem
Van binnen scheurt de boel
En roept onophoudelijk die stem

Ze wil fladderen naar alle thuisen
Ze wil liefde delen met alle mensen
Wil vaste gast zijn in hun huizen
En toegeven aan haar diepste wensen

De vlinder in de glazen pot
Met liefde gevangen en bewaard
Dan gaat de deksel op het slot
Maar de ontsnapping is het niet waard

De vreugde zou overvleugeld raken
Door pijn en veel verdriet
Daarom de poging staken
Ook al wil haar hart dat niet

Wat ze ook kiest en hoe ze ook doet
Er zal altijd iemand onder lijden
Daarom blijft ze omdat het moet
Op die ene plek tot het eind der tijden

Het leven is niet altijd eerlijk
Keuzes achtervolgen ons elke dag
Alleen in dromen is het heerlijk
Als ze weer fladderen mag…

.

-x- Dank je voor jou -x-

Een kerstgedachte

Inmiddels is ook die tweede kerstdag alweer bijna voorbij. Het grote gebeuren is achter de rug en ik mijmer wat over wat nou echt belangrijk is met de kerst. Wat is kerst überhaupt… Rare naam ook. Kerst. Kerrrsst. Kers, kerser, kerst. Zoiets…

Kerst komt natuurlijk van Christus en het woord Kerstmis werd oorspronkelijk alleen maar gebruikt als betiteling voor de mis die ter ere van de geboorte van Christus werd opgedragen: de kerst-mis dus. In de Middeleeuwen waren dat op de avond van de geboorte dus speciale nachtmissen. In het oud-Engels sprak men over Christes maesse, oftewel de mis van Christus, Christmas…

Ik persoonlijk vier niet de geboorte van Christus. Het zal me volledig om ’t even wezen of die man ooit geboren is of niet. Voor mij is dat betekenisloos. Wat mij betreft kunnen we kerstmis dus ook gewoon herbenoemen in bijvoorbeeld het Lichtfeest o.i.d. (in navolging van het Suikerfeest, gheheh). Want dát vier ik, als heidense heks: het midwinterfeest. Ik vier dat de dagen weer langer worden, er weer meer licht en warmte komt. kerstgedachte1Voor mij is ‘kerst’ iets wat ik vier met mijn liefsten, de mensen die me dierbaar zijn. Het feit dát ik dierbaren heb. De warmte van de liefde en het licht. Mijn gezin, mijn ouders, schoonmama, zus/schoonzussen met familie, lieve vrienden, gewoon alle mensen die ik lief heb en waarvan ik weet dat ze mij lief hebben. Dat is wat ik vier want zo vanzelfsprekend is dat niet, helaas. Teveel eenzame mensen, teveel ellende en verdriet…

Maar terug naar de materie. De kerstgedachte. En al die kadobergen die daar mee gepaard moeten gaan. Ik kan er niet aan wennen… Op kerstavond (de 24e dus) hadden we de eerste ronde. De thuiswedstrijd. Op zich een uiterst aangename, relaxte dag, gewandeld in de zompige resten van gesmolten sneeuw, lol met de buren, heerlijk gegourmet met de kinderen en, natuurlijk, pakjes onder de boom met échte kerstboomkaarsjes (en een brandblusser in de aanslag). De kinderen waren tevreden met hun kadootjes (hoewel dochter gelijk even voor de zekerheid vroeg: “maar morgen komt de rest hè??” – pffff… welke rest?), speelden er gelijk op los, gingen vergenoegd naar bed en wij keken nog een film onder het genot van een wijntje en veel kaarslicht. Op naar 1e kerstdag.

Vroeg ontbijten want het middageten bij schoonma is nooit ‘licht’ en altijd tussen twaalf en één. Nog even de laatste spullen in de auto proppen en op naar ’t noorden, alwaar de Schnitzels al in de olie lagen te  pruttelen, de frkerstgedachte4iteuses voor de frieten al op standby stonden en de bonensalade al voorgeproefd was. Tegen de middag was iedereen present en werd er – hoe opzienbarend – gegeten. Vrijwel vlekkeloos aansluitend kwam de koffie met notentaart en kerstkoekjes, waarna ook meteen de champagne (met nog meer kerstkoekjes) opgediend werd. Nu barst ik zonder eten al redelijk uit mijn voegen maar na deze gang stond ik echt op knappen. Afslaan is geen optie.kerstgedachte3

Een korte wandeling met als doel: de kerk. Verplicht nummer want daar is een kerststalletje dat aanbeden moet worden. Ik ben maar bij de deur blijven staan en bij de eerste gelegenheid weer naar buiten geslopen, in de frisse lucht wachtende tot het kerkbezoek klaar was. Ik heb simpelweg een grondige hekel aan kerken. Thuisgekomen werden op slinkse wijze snel de bérgen kado’s onder de met wederom echte kaarsjes uitgedoste boom gedeponeerd en moest er weer gegeten worden: dit keer braadworstjes met brood en zuurkool. Ik heb de braadworsten afgeslagen, ik kon echt niet meer (en ik hou niet van varkensvlees).

Daarna bleek het kerstkindje daadwerkelijk nog een keer langs gevlogen te zijn: de kerstboomkaarsjes brandden en de kadoberg eronder was van het kaliber K9. Ongelooflijk, zó veel. Maar de gretig uitgestrekte kindervingertjes moesten nog even weer ingetrokken worden: eerst klarinetmuziek (was mooi!), bijbellezen (niet mijn ding), blokfluitspel (okerstgedachte2ok mooi!) en gezang (geen evaluatie mogelijk). Helaas zijn zoon en dochter minder begaafd op al die muzikale gebieden (en een drumstel is ook moeilijk onder de arm mee te nemen) dus hun aandeel in het ‘voorspel’ bleef, zoals ook in voorgaande jaren, nihil. Eindelijk kon het gegraai en geruk in de kado-alpen beginnen. In minder dan 15 minuten was alles uitgepakt en opgestapeld, waren de massa’s papier en paklint overal verstrooid en de kinderen vlijtig aan ’t vergelijken wie er het meeste moois gekregen had. En natuurlijk had ik, zoals elk jaar, zelf weer het gevoel lichtelijk gefaald te hebben in de eeuwige wedstrijd ‘beste-en-duurste-kado’s-voor-‘t-kroost-kopen’, hoezeer ik – naar mijn eigen inschatting – ook mijn best gedaan heb.

Het staat me zo tegen… ik weet niet eens waar ik al dat nieuwe speelgoed van de kinderen moet laten. Waarom zoveel… waarom schijnen deze hoeveelheden bij kerst te horen… één leuk kado doet ’t ‘em toch eigenlijk ook? Maar er lijkt geen weg terug. Enkel nog de road to more-bigger-better. Ergens word ik er toch een beetje mismoedig van. Voor mijn gevoel is die geboortedag van dat kindeke één grote commerciële happening. Is Sinterklaas natuurlijk ook hoor, maar die man ging nu eenmaal over dat soort dingen. Dit moet dan een christelijk en bezonnen gebeuren zijn, maar onder het mom van wat gezang en de één of andere bijbeltekst gaat het toch éigenlijk enkel nog om de kado’s. En het vele eten. Dat ook. Hoe hypocriet.

Op dit moment (ja inderdaad, naar aanleiding van die verbijsterende kerstkreten van die roomse man met ’t hoedje) ben ik zelfs druk bezig om mezelf helemaal uit die rooms-katholieke kerk te krijgen want enkel uitschrijven doet de truc niet: je blijft dan nog steeds als lid te boek staan in Rome én je blijft geregistreerd in het doopregister want de doop schept volgens de kerk een onuitwisbare band tussen het kind en de god in kwestie. Maar wat nou als dat kind die band helemaal niet wíl? Dan maar op de priesterse wijze, een ‘gedwongen’ band? Dank je de koekoek… Maar wat een gedoe is dat, dat ‘ontdopen’. Vier tot vijf brieven waarvan één zelfs aan het bisdom (welk bisdom??) of direct naar Rome (“Ongeachte meneer de Paus, bij deze bladiebla…”). Het lijkt wel een sekte, je komt er met goed fatsoen nooit meer uit… Maar met de onbegrijpelijke uitlatingen van zo’n duidelijk idiote paus die denkt te weten (of zelfs te kunnen bepalen) wat de essentie van het menselijke wezen is, wil ik echt niet meer tot deze middeleeuwse club gerekend worden, zelfs niet op papier. Tot voorheen deed ’t me weinig. Nu ben ik het zat. Doorstrepen die boel. Wat voor een kerstgedachte is dat zeg…

Nee, geef mij dan maar de heidense kerstvariant. Veel warmte en licht in de vorm van kaarsjes en licht, veel leven(svreugde) in de vorm van een mooie boom, veel (naasten)liefde om je heen en bewust genieten van de dingen die je gegeven worden of op je pad komen. Eventueel een klein kadootje als blijk van die genegenheid, ook prima. Een krachtige, intense gedachte aan de mensen die het bij lange na niet zo goed hebben als ik, aan mensen die in de ellende zitten, ziek zijn of veel verdriet hebben en even uit alle macht hopen dat het ook hen binnen afzienbare tijd weer beter gaat. Niet dat dat ook maar ene bal helpt, maar er bij stilstaan is wel het minste wat je kunt doen in tijden als deze. Dat hoort er voor mij ook bij. Donaties aan enkele uitgekozen goede doelen in de hoop in het algemeen ook nog ergens wat goeds te kunnen doen. Familie en vrienden opzoeken (ook al is dat voor mij dit keer dan een paar dagen na de kerst). Dát is voor mij kerst. Licht, warmte, liefde, hoop en acceptatie. Midwinter en zonnewende. Het liefst zonder die Mount Everest in kadopapier en zonder al die religieuze hypocrisie. Maar dat zal wel een eeuwig utopische kerstgedachte blijven…

Let there be light.
Love conquers all.

Soort van kerstwens

Aangezien ik gisteren nogal “obstreneut” (aaachterhoeks voor tegendraads, grof, bokkig, niet zo allerliefst als anders) was, wat niet door iedereen even zeer gewaardeerd werd (wat mij dan overigens verder ook weer niet stoort: you no like me? you no read me. punt), wil ik me vandaag met iets sympathiekers bezig houden, namelijk met dat wat ik jou als bloglezer toewens.

Maar voordat ik daaraan toe kom, moet ik toch eerst nog even iets vertellen. Vanochtend was er wéér zo’n afschuwelijk nieuwsbericht. Na alle doodgeschoten kinderen in de VS en alle schokkende zelfmoorden, na alle doodwensingen en oorlogsgruwelen, na alle gestrande bultruggen en onbegrijpelijke rechtsoordelen zou je denken dat we wel klaar zijn met de wereldse portie menselijke ellende dit jaar. Niet dus. Een jonge vrouw (23) is gisteravond in Wenen in de metro zwaar mishandeld, tot bewusteloosheid gewurgd en vervolgens bruut verkracht. De coupé was al die tijd leeg, maar tijdens de stops op de stations is er ook niemand ingestapt hoewel mensen op het perron (gefilmd met de bewakingscamera’s aldaar) wel degelijk zagen dat er iets goed mis was. Men stapte liever in een andere coupé en keek de andere kant op. De (helaas nog niet camerabeveiligde) coupé bleef leeg en vrouw werd met haar pijniger (ja, het was er ‘maar’ eentje) alleen gelaten. Ze leeft nog, maar daar houdt het dan ook mee op.

En ik vraag me af hoe het mogelijk is dat mensen bij zulke daden de andere kant op kunnen kijken. Liever wegkijken dan helpen. Liever laf zijn dan heldhaftig. Waar is het allemaal mis gegaan… De bruutheid waarmee deze man te werk ging moet van verre te horen en te zien zijn geweest. En niemand hielp… Niet kijken, dan gaat het vanzelf weer weg? Zoiets? Hoe kun je dan nog met jezelf leven? In ieder geval kun je dan toch 112 bellen? Dat heeft niemand gedaan. Je kunt aan de noodstop op het station of in de trein trekken om de aandacht te vestigen op wat er gaande is. Of voor de grotere helden onder ons: andere mensen doelgericht aan hun jas trekken om mee te helpen om een dergelijke strafdaad en de verwoesting van iemands leven te stoppen. Met zijn drieën kom je toch al een heel eind, lijkt me, zelfs als vrouw zijnde. Maar nee. Het gevoel voor de medemens is nu klaarblijkelijk praktisch compleet verdwenen.

We verharden in een tempo waarop we zelf niet eens meer inzien, hoe afgestompt we raken (en ik blik zelf even terug op mijn blogs van gisteren…) Bij het ontbijt vanochtend was ik geschokt door dat nieuwsbericht. Niet enkel door de verkrachting zelf (absoluut en onbeschrijflijk afschuwelijk) maar veel meer nog door het volledig uitblijven van hulp van enig omstander. Maar ook ik ga na het horen van zo’n horrorbericht tóch gewoon door met wat ik deed: brood smeren voor de kinderen, ze naar school sturen, stofzuigen, luidkeels zingend naar de supermarkt om de laatste kerstinkopen te doen. Je kúnt nu eenmaal niet alle ellende van de wereld met je mee torsen, dat weet ik ook wel, daar zou ieder mens aan ten onder gaan. Maar ik weet wél van mezelf dat ik nevernooitniet bij die wegkijkende massa wil horen. Dat ik wil blijven helpen. Dat ik goed wil blijven doen (ook al mag ik dan soms wat -euh- “grof” uit de hoek komen… *iets met grote bek en klein hartje (op de tong) mompelt*)
look
Daarom wens ik je toe, dat je gevoel voor de mensen om je heen, die sensibiliteit der gerechtigheid, die innerlijke drang om een ander – in welk opzicht dan ook – te helpen en de wil om simpel ‘goed’ te doen, jou niet in de steek laat. Dat ook 2013 een jaar wordt waarin je naar jezelf kunt kijken en zeggen “IK heb mijn best gedaan, ik ben met recht een MEDEmens, niet enkel mens”. Dat je in die zin ook de warmte en hulp van anderen mag ervaren die net zo hun best doen om de boel nog leefbaar te houden.

Kijk.
Niet weg…

Reunite please

Zaterdag had ik weer eens een reünie. Nu ben ik niet geheel onervaren in het reüniseren (van de middelbare school had ik ook al eens een reünie in 2005 en dat was absoluut meer dan enkel interessant en leuk) maar spannend blijft zoiets wel.

Dit keer was het een reünie van de World Jamboree, van het contingent van ca. 50 mensen waarmee we vijfentwintig jaar geleden naar Australië zijn geweest. De meesten daarvan heb ik in de eerste jaren daarna nog wel eens gezien maar al met al is ook dat toch alweer een krap kwart eeuw geleden. Ik vond het in ieder geval een blitzbezoek aan Nederland waard: hier wilde en moest ik bij zijn…

‘s-Middags kort voor tweeën. Toch wat onwennig loop ik met mijn bagage om het clubhuis heen. Gelukkig loopt Gert met me reunite-jamboreemee om me ook daadwerkelijk naar behoren aan de volgende partij te overhandigen. Als beloning krijgt hij gelijk een bak koffie terwijl ik de eerste mensen in de armen val. Wat is het heerlijk om die mensen van toen, die mensen waarmee je zoveel mee hebt gemaakt, zo maar ineens weer te zien. Ik neem afscheid van Gert (thanXXX voor alles, dear!!) en voel me eigenlijk gelijk thuis.
Gek is dat.
Nee. Fout.
FIJN is dat.

Er hangen overal toen-en-nu foto’s van alle deelnemers dus die ga ik eerst maar eens even bestuderen in de hoop dat ik straks toch nog wat mensen “spontaan” kan herkennen. Langzaam stromen er steeds meer oud-scouts  binnen. En elk van hen kijkt eerst licht grijnzend rond. “Ik ben het hoor! Herken je me niet meer?” Ehh… Shit. Nou nee… Een kwart eeuw gaat je niet in je kouwe kleren zitten en na twee zwangerschappen mis je toch minstens de helft van je hersencellen, dus toe, help effe? Ik ben ook heel erg slecht met namen trouwens. Gezichten onthoud ik wel, maar namen…

En dan begint het grote gekakel.
“Jemig wat ben JIJ veranderd…”
“Wat een boom van een kerel kan er uit zo’n klein opdondertje groeien…”
“Jij bent ook werkelijk helemaal NIETS veranderd hè, hoe doe je dat?”
“Wat doe jij nu dan?”
“Weet jij wat er destijds met A gebeurd is?”
“X komt niet want die zit in Ethiopië. En Y is op een conferentie in New York.”
“Ohhh jij bent er ook, wat LEUK!!!”
“Z heeft haar enkel gebroken, die ligt in het ziekenhuis :-(”
“Weet jij wat van B?”
“Wat ontzettend leuk om jou weer te zien!!”
“Hoeveel kinderen heb jij? Hoe oud?”
“Weet je nog van C, die toen dit-en-dat deed?”

De akoestiek van het clubhuiszaaltje draagt ook bij tot het weergalmen van de gesprekken, niet alleen in mijn hoofd. En ik geniet ervan. De perfect geregelde barbeque zorgt letterlijk voor dikke lucht maar het geavanceerde rookmeldersysteem schijnt het allemaal wel best te vinden. Ook prima. De organisatie was echt helemaal tiptop (Dankjewel Petra, je bent een kanjer!!! En je snurkt toch wel trouwens (heheheh), of lag dat aan de alcohol ;-P) en ik ben zo blij dat ik gegaan ben!! Ook leuk om te merken dat je, ondanks die decennia, toch nog een duidelijke klik met bepaalde mensen hebt. Alsof de tijd stil is blijven staan. Het geeft me zo’n goed gevoel. Ik ben nu nog steeds kapot van vier nachten niet of in ieder geval véél te weinig slapen maar het was het helemaal waard.

Ah toe, laten we het tot de volgende keer niet weer een kwart eeuw duren?

Besprongen, bespoten en gekraakt

Lekkere titel. Toch?
Krijg ik vast een heleboel nieuwe lezers mee.

Awel, mijn ochtend was erdoor gekenmerkt dus ik mag dat. Ik had namelijk rugpijn. Bere-rugpijn, al maanden. Steeds erger,
ondanks massagestoelmat, rugspieroefeningen en rust. Deze week was het zo erg dat zelfs het ademen af en toe pijn deed. Ik was al weken bang dat ik een hernia zou hebben (het zat rechts onderin de rug én links bovenin de schouder dus ik liep inmiddels al redelijk scheef cq. gebocheld en voelde me inmiddels meer 81 dan 41), vermoedelijk het resultaat van de-elf-tonstenensjouwerij van de oprit, eind augustus. Ik ben daar niet voor gemaakt blijkbaar. Maar buurvrouw wist raad: “ga dan eens naar sportarts S!” Die had (de rug van) haar man ook al succesvol in één behandeling weer in ’t gareel gespoten. Braaf afspraak gemaakt en die was dus vanochtend.

Na het nodige PC-papierwerk mocht ik me uitkleden. Joepie. Eerst een staand onderzoek, dat viel nog mee. Toen moest ik overdwars voorover op de behandeltafel gaan liggen (niet bepaald een onsuggestieve houding :-S) en onderzocht hij zo mijn rug. De pijnpunten waren al snel gelokaliseerd. Geen wonder: als je er lichtjes op drukt, gil ik ’t al uit. Ik schrok toch enigszins omdat de edele heer zomaar ineens, zonder vooraankondiging (!), op mijn rug ging zitten, knieën aan weerskanten van mijn achterwerk op de behandeltafel. Ehhhh PARDON??? Zulke onderzoeksmethodes kende ik nog niet… *slik* Gelukkig was hij enkel vol goede bedoelingen, kraakte hij bepaalde delen van mijn rug (ongeveer boven, midden en onder, in die volgorde). Pohhh fijn is anders, moet ik toegeven. En ietwat ongemakkelijk voelde ik me toch wel, met zo’n dokter op m’n achterste.

In mijn rug zijn volgens hem een aantal spieren compleet verstard en steenhard, kunnen blijkbaar niet meer ontspannen (in fully, utter and total shock na de opritaffaire). Zeker geen hernia dus geen nood, injecties doen de trick. “Blijft u maar zo voorover liggen mevrouw, ik verdoof het lokaal een beetje en dan krijgt u drie spuiten.” Wel, u doet maar, mij zal alles worst wezen als het maar beter wordt. Twee spuiten in de onderrug, één in de schouder. Die laatste was vreselijk venijnig, daar moest ik wel even van ehm… zuchten.

Een jumbodoos spierverslappers op recept, een mooie artsenbrief (voor mijn ‘werkgever’, zodat ik me ziek kan melden hahaha. Ik zal ‘m in een mooi envelopje doen en dan aan mezelf geven) en wat extra vocht in ’t lichaam rijker mocht ik weer gaan. Oh ja, een folder over de allernieuwste zelfontwikkelde voedingsstrategie en -producten om af te vallen kreeg ik ook nog in de handen gedrukt want ik ben duidelijk overgewichtig. I know, meneer de dokter. Niks  nieuws onder deze zon…

Voorlopig zal ik ‘s-avonds wat minder lang ‘actief’ kunnen zijn want die spierverslappers maken je zo ongelooflijk moe dat je redelijk snel omkiepert en minstens 8 uur slaapt (en als je er nog een glas wijn achteraan mikt, raak je zo ongeveer bewusteloos volgens meneer de dokter, dus dat doen we dan toch maar niet…) Maar als ik om 6AM op moet staan, moet ik dus uiterlijk om 10PM een pil nemen en m’n nest in. Bij deze weet u dat. De komende weken geen middernachtsblogs en ander laatavonds geneuzel van mij meer.

Ik voel me best wel redelijk kapotgekraakt eigenlijk…

(…en hondertwintig euro’s armer, dat ook. Contant betaald van m’n verjaardagsgeld. Mezelf een nieuwe rug kado geven. Kan ik.)

En toch doe ik ‘t…

Eigenlijk hè…
Eigenlijk wil ik helemaal niet.

Ik wil niet koffiezuipend achter de laptop zitten.
Ik wil geen TODO-lijst met 268 things to do voor m’n neus.
Ik wil helemaal geen megavette boer laten.
Ik wil niet sloom en willoos door ’t leven dartelen.
Ik wil vanavond niet naar die ouderinformatieavond.
Ik wil dat stuk chocola niet in mijn mond stoppen. Echt niet!
Ik wil geen balansen voor jaarrekeningen op moeten stellen.
Ik wil niet maandelijks de prut-Acer van buuf repareren.
Ik wil geen uitgekauwde muizen van ’t tapijt pulken.
Ik wil niet moeten sporten voor m’n gezondheid.
Ik wil niet slapen omdat ik anders dood omval.

Ik wíl niet als huissloof en -slaaf door ’t leven gaan.
Ik wíl niet toekijken hoe anderen onrechtvaardig zijn.
Ik wíl niet niks doen terwijl iemand verbaal afgemaakt wordt.
Ik wíl niet accepteren hoe respect en fatsoen langzaam wegkwijnen.
Ik wíl niet met lede ogen oorlogen aan moeten zien.
Ik wíl niet steeds maar om aandacht vragen.
Ik wíl helemaal geen fatsoensgrenzen overschrijden.
Ik wíl niet aanzien hoe anderen de dood ingepest worden.
Ik wíl niet gewoon maar helemaal niks doen.

Maar ach.
Ik wou ook nevernooitniet opruimen.
En toch deed ik ‘t…

Dus er is nog hoop.

Iets met ziel en arm

Hoewel ’t met mij, afgezien van een berenportie chronische rug- en nekpijn (ik weet ‘t… allemaal stress…), best aardig goed gaat, ben ik mezelf niet meer. Of liever gezegd: nog steeds niet. Ik pieker. En denk. En probeer me dingen voor te stellen. En denk aan hoe anderen zich moeten voelen. En pieker nog een beetje meer. Ik kan me niet meer laten gaan, niet meer ontspannen. Dat rothoofd blijft maar malen. Ik blijf de angst van anderen voelen ook al banjeren ze er zelf gemakshalve maar laconiek overheen alsof er eigenlijk niks is. Ik blijf me zorgen maken over een veelvoud aan eigen en andermans mentale issues. Het maakt me onrustig. Neerslachtig. Anxious, om het maar ‘ns met een mooi engels woord te zeggen.

De alledaagsheden gaan door. Zoon oefent zich suf op z’n nieuwe asus netbookje, hij moet blind leren typen (nou ja, hij moet gewoon leren typen) zodat hij straks op school met een laptop kan werken, wat alles voor een dyslect een stuk makkelijker zou (kunnen) maken. Dochter schrijft op de andere kinderlaptop hele romans die enkel bestaan uit de woorden “mama”, “papa”, “oma”, “opa, “am”, “lilo”, “mamamia” en hun eigen namen T. & K. Enkel nog een uitgever zoeken voor dit geniale staaltje electronisch schrijfwerk.
Man klooit in de garage rond, prutst wat aan de telefoonkabels en bám, de boel doet ’t niet meer. Telefoon deaud, internet deaud. Afgesneden van de buitenwereld… Gelukkig heb ik mijn foon met data-abo nog. Maar het is een ramp voor de familie Nerd, kan ik u zeggen. Even diep zuchten en weten dat het wel weer goed komt. Net als al het andere. Ooit…

Ziel hangt onder arm.
Die hangzielen van tegenwoordig ook…

Doe mij maar een hart onder de riem.
Waar koop ik zo’n ding…

Moment later

Een moment later is het allemaal alweer voorbij. Alles is goed gegaan, er zijn geen rare dingen ontdekt, nu langzaam bijkomen op de uitslaapkamer. Ik slaak enkel nog hele diepe zuchten van opluchting. Heb al buiten in de kou rondgebanjerd om wat spanning af te laden. Stiekem toch de hele dag onder stroom. Emotioneel. Zenuwachtig inderdaad. Even die golf van rillingen over je hele lichaam bij ’t verlossende woord:
Alles is OK.

Het is goed gegaan.
Ik zei ’t toch, er was sowieso geen andere optie dus het kon niet anders dan goed gaan.
(Makkelijk praten, achteraf)

Nu eerst maar eens bijkomen.
Letterlijk.

En dan weer doorvechten…

Hoofdmoe

Een mat gevoel, teneergeslagen, dof. Zo moe in m’n hoofd ben ik. Lichamelijk niet, maar geestelijk duidelijk kortstondig oververmoeid. Niet meer in staat om de tranen tegen te houden. Het ene trieste nieuws na het andere komt binnen. Het ene verdriet na het andere maakt mijn ogen bijna vloeibaar. De ene zorg na de andere kan ik niet meer zomaar aan de kant schuiven. Gedachten malen zich een slag in de rondte. Have your cake and eat it. De angst en de onzekerheid maken er een sierlijk toefje bovenop.

Je anders zo rustige zoon die wanhopig in huilen uitbarst omdat hij wil weten waarom uitgerekend híj zo dyslectich is. Je moeder die ineens ernstig ziek blijkt en geopereerd moet worden. Een vroeger schoolgenoot die plotseling op de A1 om ’t leven blijkt te zijn gekomen. Het zó graag in Nederland en vooral thúis willen zijn maar het niet kunnen. Een idiote zak in een mercedes die me op ons landweggetje zo klem reed dat ik tegen de rand op moest rijden en een klapband kreeg.

Sommige dingen stemmen me enkel tijdelijk een beetje somber, andere hakken er zo ontzettend in dat ik mezelf even kwijt ben.  Op dit soort momenten voelt ieder mens de behoefte om zich terug te trekken. Ik wel in ieder geval…

Ik moet schilderen. Ik moet schrijven. Ik moet naar buiten. Ik moet slapen. Ik moet huilen.
Vervang ‘moet’ door ‘wil’.

Hoofdmoe.
Ja. Alwéér.
Prioriteiten.
Time out.
Laters…

Beveiligd: Out

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Vul het wachtwoord hieronder in om hem te kunnen bekijken:

Dooddroom

Ik heb de laatste tijd last van een droom. Een dooddroom.
Ergens weet ik heel goed dat het niks te betekenen heeft, maar het houdt een mens wel bezig… Mij althans wel. Vannacht om iets van half vier  werd ik wakker. Gelukkig. Het was weer voorbij. Voor de derde keer droomde ik min of meer hetzelfde. Ik was stervende. Op het laatste flinterdunne randje van het bestaan balancerend en wetende dat ik er de volgende dag niet meer zou zijn. En ook steeds door dezelfde ziekte: borstkanker, uitgezaaid naar longen en lever. Hoe kom ik in vredesnaam op die details…

Ik was de hele droom continu bezig met dingen regelen. Met afscheid nemen. Met het zorgen dat de kinderen goed opgevangen zouden worden (inclusief het zoeken naar een nieuwe moeder voor ze, hoe cliché…). Met het uitzoeken van een geschikte urn. Met het uitoefenen van mildheid naar de mensen die over je aanstaande dood heenwalsen alsof het je reinste kolder is. Met het nog even een keer voeren van de vis, de garnalen en de katten. Met het intens genieten van dingen die ik daarna nooit meer zo zou kunnen ervaren. Met tranen wegslikken en glimlachen, zo goed als ik kon.

Ietwat verwarrend is elke keer dat mijn man de ernst van de situatie steeds opnieuw niet inziet. Hij gaat nog even gezellig met vrienden naar de bioscoop. En ik neem maar stilletjes afscheid. Hij gaat nog een paar uur wielrennen. En ik neem weer afscheid. Hij gaat bij zijn moeder de verwarming repareren. En ik neem weer afscheid. “Jij gaat sowieso niet dood voor mij, dus maak je niet zo druk.” En ik berust…

Met een brok in de keel kijk ik hem na, ga tussen de kinderen in zitten en sluit mijn ogen.
En dan word ik wakker.

Ik kan het wel een klein beetje te verklaren hoor, wat mijn hersencellen daar allemaal aan ’t verwerken zijn. De laatste tijd zijn er veel (borst)kankergevallen in mijn omgeving. En mensen die een zware, ongeneeslijke ziekte hebben. ‘Gevallen’ klinkt eigenlijk stom. Maar het zijn gevallen van zware ziekte, verdriet en soms de dood en die blijven je bezig houden.

Daarnaast heb ik ’t gevoel dat ik iets aan ’t afsluiten ben. Ik word langzaamaan rustiger. Bedaarder. Dingen worden duidelijker. Ik kan weer meer genieten en berusten in wat ik niet veranderen of beïnvloeden kan. Misschien dat dat er ook iets mee te maken heeft. En het lijkt alsof man dat al lang weet, in de zin van “komt wel weer goed”.

Éigenlijk heb ik gewoon geen flauw idee waar dit op slaat, maar ik moest vannacht wel even ‘bijkomen’ en mijn gedachten toch op iets anders zetten voordat ik weer in kon slapen…

Ik wil niet moeten kiezen…

En dat ga ik dus ook niet doen.
Maar soms is ’t allemaal niet zo makkelijk.
Niet zo zwart-wit…
Niet zo openboek…

Soms zeggen mensen dingen die ze niet zouden moeten zeggen. Vraag me niet waarom maar ik doe ’t zelf ook. Op een ondoordacht moment er iets uit flappen en dan twintig milliseconden later denken: “oh fuckadel, dat had ik nou echt níet moeten zeggen, dat was oeroeroerstom”. Heb ik. Best wel eens. Vaak. *kuch* Ik ben dan ook niet de beroerdste om me te verontschuldigen :-S

Maar zelfs als de dingen eens níet zo ondoordacht zijn, is het o.h.a. beter om eerst na te denken over wat je zegt, waar, tegen wie maar vooral óver wie of wat… Wat levert het je op? Opluchting? Leedvermaak? Stomme lol? Misschien. Kortstondig. Daarna komt  dan het Rotgevoel, de Spijt en het Betere Nadenken. Nou ja, bij de meeste mensen dan…

En soms, soms zit je er tussenin. De ene mens-die-je-lief-vindt, zegt iets oerstoms, nee in jouw ogen zelfs onmogelijk stoms, over een ander-mens-die-je-lief-vindt. En er is niet eens sprake van spijt of een rotgevoel. Ook niet bij nader inzien. Dan doet de andere mens-die-je-lief-vindt er nog een schepje bovenop, want – terecht gekrenkt tot op het bot – is revenge een opluchtende reactie. Dan heb je oorlog. Woordenoorlog. En een hoop kutgevoelens. Negativiteit ten top.

En jij? Zit er tussenin. Je wilt niet moeten kiezen tussen mensen die je lief hebt omdat ze zo’n berg oerstomme dingen tegen en over elkaar zeggen.

Dat.
Dus.

De enige reactie die ik kon bedenken is: terugtrekken. Ik zeg niks. Ik wil niet kiezen. Ik wil niemand afvallen of veroordelen. Ik kan het achterbaks, onmogelijk, misselijkmakend vinden maar ik geloof nog steeds in het goede van de mens. In ieder geval in het goede van de mensen die ik lief heb. Aan welke verhipte rotkant ze ook staan en welke oerstomme rotfouten ze ook maken. Dus trek ik mij terug. En wacht… wacht tot de storm is gaan liggen. Is dat laf? Misschien…
Ik noem ’t liever machteloosheid…

Wegkijken uit machteloosheid omdat ik de oorlog niet kan stoppen.

*handen hard op de ogen en over de oren drukt…*
*buikpijn heeft…*

Beperkt in mij

Het afgelopen weekend was er eentje van het soort “talk much and do less”. Eigenlijk moest ik werken (ik was in München, hè). Heb ik ook wel gedaan hoor, maar het overgrote deel heb ik kletsend doorgebracht. Pratend met goede vrienden, pratend met hartsvriendinnen, pratend met m’n bedrijfspartner. En dat terwijl ik éigenlijk geen grote prater ben. Ik ben eerder een luisteraar, een analyseerster, een meedenker, een troostster.

Dat wist ik natuurlijk al. Ik heb echter een nieuw inzicht verworven. Door alle geklets merkte ik steeds meer wat mijn echte probleem is. Het probleem waar ik al tijden mee worstel. Het probleem dat ik en passant maar midlife crisis genoemd heb. Misschien is het dat ook wel hoor, maar ik weet nu wat het OERprobleem is.

Ik word beperkt in mij…

Ik zou zoveel méér kunnen zijn. Ik wíl zo graag zoveel meer zijn. Maar mede, nee voorál door mijn eigen keuzes en mijn verantwoordelijkheidsgevoel kan ik dat niet en word ik beperkt in mijn zijn. In het ‘wie ik kán zijn’. Ik ben nu in eerste instantie moeder, vrouw van, bedrijfsvoerster cq. zelfstandige, maar vooral ook slaaf in de huishouding. Ik probeer mezelf iets meer te verwerkelijken en te vervullen met wat magere pogingen tot schilderen, musiceren en schrijven. Daarnaast zorg ik voor enige ‘externaliteit’ door in een vereniging wat rond te prutsen (als trainster van de kleinste voetballertjes), door vrijwilligerswerk en het waarnemen van wat schoolfuncties (oudervertegenwoordiging), door uit te gaan met vriendinnen en buurvrouwen (die gelukkig ook vriendinnen zijn).

Maar dat was het dan ook wel. Ik ben zoveel méér dan dat maar het kan er niet uit… Ik heb hier zelf voor gekozen. Ik wilde heel bewust kinderen. Ik heb ze mogen krijgen en ze zijn het allerbelangrijkste in mijn leven (Klinkt cliché, is het ook. Soit.) Ik heb heel bewust en weloverwogen gekozen om naar München en uiteindelijk zelfs van München naar Oostenrijk te verhuizen, in eerste instantie vanwege de kinderen maar vooral ook voor onze relatie en de duidelijk hogere levenskwaliteit hier. Hier kunnen we ons een behoorlijk huis met een grote tuin veroorloven, hebben we rust, natuur en geen financiële zorgen. Ik voel me hier best heel erg thuis, ondanks de heimwee naar Nederland. Ik ben flexibel. Ik ben goed geïntegreerd in de gemeenschap hier. De kinderen hebben mijn intensieve begeleiding na school allebei hard nodig dus wat dat betreft is het goed dat ik mijn werk kan doen waar en wanneer ik dat wil. As said: Ik ben flexibel.

Ik ben zelfs zó flexibel dat ik mezelf kwijt ben geraakt ergens in één van die bochten waarin ik mezelf heb gewrongen. Ik doe alles voor iedereen maar bijna niks voor mezelf. Waar ben IK gebleven??

Ik. De ongeduldigheid zelve. Creatief. Dubbelgestudeerd (waar ik niks mee doe).
Ik. Loner. Reisgek. Liefhebster. Dichtbij-vriendin (maar ik ben enkel veraf…).
Ik. Ambitieus. Hoogstrevend. Nadenkend.
Ik. Polyamoureus. Hartstochtelijk. Zoengek.
Ik. Individualist. Muziekminnares. Schilderes.
Ik. Duidelijk gestoord.  140+IQ (waar ik geen donder mee op schiet). Sarcast.
Ik. Dus.

Die ongeduldigheid steekt nog dagelijks de kop op. Al het andere is deels of geheel ondergesneeuwd of zelfs simpelweg hard onderdrukt in mijn huidige leven. Ik mis mijzelf. Mijn echte ik. En ik weet dat ik er momenteel echt niks aan zou kunnen veranderen. Ik kan en wil niet uitbreken omdat ik dat wat ik door mijn keuzes nu wel heb, mijn kinderen, mijn man, mijn ‘mooie nest’ zoals Poezenbeest het beschreef, koester en niet wil verliezen. Maar tussen de bedrijven door heb ik mijzelf verloren…

Geen idee hoe ik hier nu mee verder moet. Hoe ik meer van mijzelf terug kan vinden binnen het kader van het leven dat ik nu leid. Ik doe verwoede pogingen maar ik heb meer vrijheid nodig… meer tijd voor mij. Meer tijd om mezelf terug te vinden. Meer gelegenheid om mijn echte ik te zijn. De vraag is alleen nog hoe…

Excuses voor de eventueel iets te grote openhartigheid.
Ik. blogexhibitionista.

Willetjes

Aangezien Poes met smart zit te wachten op een blogpost met “willetjes” in plaats van “moetjes”, ga ik daar nu maar eens even rustig voor zitten.

Wat wil ik.

Dingen die ik niet moet maar gewoon wil. Niet dat ik die dingen dan gelijk allemaal ook realiteit wil zien worden, maar ik wil ze gewoon graag. Een soort verlanglijstje. Als kind kreeg je ook nooit álles wat op je verlanglijstje stond, toch? En de dingen die je steeds opnieuw wéér niet kreeg, verloren met de tijd hun aantrekkelijkheid en kwam vanzelf de tijd dat je je realiseerde, dat je die dingen ineens helemaal niet meer wilde. Daar hoop ik ook nog steeds op…

Maar in het hier en nu wil ik heel veel en eigenlijk heel weinig.
En dan wil ik  vooral veel onmogelijke dingen…

Ik wil, ik wil, ik wil
een kikker in JOUW bil.
duhh…

wat is het moeilijk om nou gewoon eens te zeggen wat je wil…
Ik hou er ergens een gevoel van “meisjes die vragen worden overgeslagen” aan over.
Maar ik vraag niks. Ik moet alleen zeggen wat ik wil…

Ik wou zo graag dat ik kon zeggen wat ik wil
Ik wou zo graag dat ik kon zeggen dat ik jou wil…
Oh nee. Dit gaat fout.
Momentje.

Ik wou dat ik kon vliegen.
Heel snel. Dan vloog ik morgenavond gewoon even voor een BBQ naar Nederland…
Ik vloog in de armen van de mensen die ik zo lief heb.
Hé!
Dát kan ik!!

Ik wou dat ik een fotografisch geheugen had.
Dan stonden die paar uiterst schaarse maar zó mooie woorden van jou
in mijn geheugen gegrift. Met tijd en plaats en al.
Hé!
Daar staan ze!!

Ik wou dat ik mijn hart niet steeds aan de verkeerde verkocht.
Dan wist ik meteen wie een goeie deal voor mij was.
En ik gaf mijn hart gratis weg aan de juisten.
Hé!
Dat deed ik al lang!!

Ik wil dat ik niet zoveel alleenzaam ben…
Ik wil dat ik ervoor kan zorgen dat alles goed komt.
Ik wil sterker zijn. Met meer zelfbeheersing.
Ik wil minder emo-kipperig zijn.
Ik wil meer zelfzekerheid.

Ik wou dat ik een goeie zangeres was.
Ik wou dat ik geld kon verdienen met dat wat ik echt leuk vind.
Ik wou dat ik gewoon lak aan alles had.
Ik wou dat ik niet zo snel van mensen zou houden.
Ik wou dat ik jou uit mijn hoofd kon zetten.
Ik wou dat ik chips en chocola smerig vond.

Ik wou dat jij meer thuis was.
Ik wou dat jij van me zou houden.
Ik wou dat jij je vader niet zo hoefde te missen.
Ik wou dat jij ‘gewoon’ helemaal gezond was.
Ik wou dat jij mij ook miste.
Ik wou dat jij dat niet mee had hoeven maken.
Ik wou dat jij niet zoveel weg was.
Ik wou dat jij wat vaker met mij speelde.
Ik wou dat jij niet zo gepest werd.
Ik wou dat jij me niet zo vaak zo negeerde.
Ik wou dat jij van me hield…

Ik wil.
Ik wou.
Ik heb gewild.
Ik heb niks te willen.
Het is goed zoals het is…

Mijmering

Ik sla mijn ogen neer. Een lichte zucht en ik mijmer over wat had gekund. Wat had kunnen zijn. Licht melancholisch, zoals zo vaak de laatste tijd. Waarom lopen de dingen zo opvallend vaak precies zo, zoals ik het nou net níet wilde? Waarom kan ik mensen niet aan mij doen denken…

Ik denk zo vaak aan sommigen. En aan anderen. En aan jou in het bijzonder. Waarom is dat omgekeerd niet automatisch ook zo? Zou toch alleen maar eerlijk geweest zijn. Ik aan jou, jij aan mij. Eerlijk oversteken. Ik ben duidelijk niet telepatisch begaafd. De katten doen niet eens wat ik wil, laat staan een andere persoon…

Ik weet niet eens waarom ik dat zou willen. Wat heb je eraan… Maar je wenst soms wat.
Be careful what you wish for, zeggen ze toch? Nou goed dan, dan ben ik voorzichtig. Ik wens niet meer. Ik hoop ook niet langer. Niks verwachten, dan is alles wat er wél komt mooi meegenomen. Aber die Hoffnung stirbt zuletzt. Ook dat zeggen ze…

Een dikke, woelige bal in mijn maag. Een bal die bestaat uit allemaal kluwes van verwarring. Soms krimpt hij een beetje en voel ik ‘m niet zo. En soms zet hij ineens uit en voelt het alsof ik uitelkaar barst. Hoort dit erbij? Is dit het nou? Waarom maak ik er voor mezelf zo’n zootje van? Waar is mijn eeuwige nuchterheid en rationaliteit gebleven? Ik zoek er wanhopig naar, ik wil het terug…

Mijn hoofd weet. Mijn verstand begrijpt. Maar mijn hart is dom. Mijn gevoel één grote chaos.

Melancholisch mijmer ik verder.

Over waarom ik het voel.
Over waarom jij niet.
Over waarom ik mis.
Over waarom jij niet.
Over waarom ik denk aan.
Over waarom jij niet.

Het is het klassieke dilemma,
van het hoofd en het hart.

En ik zoek naarstig verder naar de balans…

Shocking Day

… klinkt als Boxing Day, maar zo gezapig als op 2e kerstdag was het vandaag tot nu toe dus écht niet. Eerst een shock op Facebook, waar een nieuwgevonden vriend ineens ‘live’ alle symptomen van een hartaanval beschreef, en dat hij zich toch best wel zorgen maakte (een 112-momentje noemt hij dat, duhhh…). Sterkte Paul, ik hoop echt dat dit een giga-sisser gaat worden, maar tot nu toe ga ik nog maar even door met me zorgen om jou maken…

Ondanks dat toch maar traditiegetrouw eten gekookt (zoals wij goed geïntegreerden braaf ‘s-middags doen hier in Oostenrijk), dochter kwam inmiddels het huis binnenstommelen, bij de voordeur met schoenen aan (voor de duidelijkheid: die dienen hier bij den voordeure uitgetrokken te worden)  en ‘Schulranzen’ nog op de rug alweer haar vaste middagvraag roepend: “Darf ich fernsehen??” en ik mijn steevaste antwoord al terugbrullend: “Nee!”

Om 10 voor 1 denk ik: “Hmmm. Zoon is wel laat. Raar.” Dochter probeert ’t nog een keer met de TV en ik verzucht dat ze dan maar 5 minuten moet kijken voordat zoon thuis komt. Om 1 uur denk ik: “dit is niet normaal” en bel de buurvrouw om te vragen of haar zoon T. (zit in dezelfde klas en gaat met dezelfde bus naar huis) al thuisgekomen is. Die neemt op en ik hoor hem al op de achtergrond. “Ja hoor, die is al laaanggg thuis”, vermeldt ze. En nee, zoon zat niet in de bus. Ik hoor buurjongetje op de achtergrond brullen dat een man hem weer uit de bus gehaald en meegenomen had.

Boink… SHOCK!!! De nachtmerrie van iedere moeder. Een man. had. hem. meegenomen…
Ik kwak de hoorn op m’n iphone, sleur dochter bij de TV vandaan en prop haar met blote voeten in de auto. Met het hart achter m’n huig scheur ik over ons landweggetje (2m breed en deels opgebroken omdat er opnieuw geasfalteerd wordt). Ik geloof dat ik de 100km/h dik gehaald heb :-S (laat man het niet horen). Ik was binnen een minuut op school, ruk dochter uit de auto en ren naar binnen. De directrice zit nog in haar kamer en buiten adem en best wel redelijk in paniek (*kuch*) vraag ik haar of ze zoon nog ergens gezien heeft, of ze weet waar hij is want ik ben hem kwijt (zij kent hem heel goed). En met vermoeide doch relaxte stem zegt ze: “ja tuurlijk, die is met zijn leesbegeleider en de andere kinderen een ijsje eten, dat hadden we toch afgesproken?”

Ik zak bijna door m’n knieën. Verrek ja. Dat was ook zo. Waarom ben ik in vredesnaam zo ontzettend vergeetachtig de laatste tijd?? Als ik m’n kont niet zo goed vast had zitten, had ik dat ding ook vast nog wel ergens laten liggen… Zoon is zwaar dyslectisch en heeft op school één uur per week extra leesbegeleiding. Een uurtje intensief lezen met een ‘leespeetoom’ (zo noemen ze dat hier). En vorige week vroeg hij (persoonlijk nota bene!) of zoon deze woensdag na school mee mocht om met alle leeskinderen en leespeetoom zelf een ijsje te eten bij het plaatselijke café. Ja prima, tuurlijk mag hij dat, leuk!! Alleen was ik dat door de punctuele werkstress op het vraagmoment zelf 2 uur (nah jah, 2 minuten, zeg maar) later alweer vergeten.

Ik had het dus ook vergeten om zoon te zeggen: die wist van niks en is na school braaf in de bus naar huis gaan zitten i.p.v. met de goede man mee te gaan. Leespeetoom had dat gezien en heeft hem weer uit de bus gehaald en – zoals afgesproken (én zelfs schriftelijk ondertekend :-S) – meegenomen. DE man die mijn zoon uit de bus haalde en meenam. Hele aardige vent, echt. En goud waard voor zoon, die door hem inmiddels zoveel beter kan lezen.

Afijn. Toen ik mezelf weer bijelkaar geraapt had, bedankte ik diepzuchtend de schooldirectrice, scheurde met dochter – nog steeds zuchtend – terug naar huis om een klein bedankkadootje en -kaart voor leespeetoom in elkaar te knutselen (die goede man heeft zich dit jaar wel zo’n 30 uur met zoon bezig gehouden, hè) en toen naar het café geraced om daar – zoals óók afgesproken – zoon af te halen.

Inmiddels is mijn hartslag weer terug op normaalniveau. En ik moet de dingen duidelijk nóg beter opschrijven in m’n electronische agenda (nou ja, ik moet ze gewoon opschrijven, eigenlijk) zodat ik mezelf wat hartkloppingen en nachtmerries kan besparen.

Nog één keer diep doorademen en dóórgaan maar weer…

Roeien jij!!!

Met enige gemengde gevoelens maar vol goede moed was ze in haar rubberbootje gestapt. Ze zou die nieuwe wereld wel eens even ontdekken. De enigszins kleine roeispanen in de dollen leggend, stak ze van wal. Ze duwde hard van de kant af. Zó hard dat ze daar al bijna omsloeg, maar uiteindelijk wist ze toch haar evenwicht te bewaren. Ze roeide, zich erover verwonderend dat het zó makkelijk ging. Met een hand even onder water voelend merkte ze de onderstroom. Die zoog. En nog hard ook. Ze liet zich meedrijven. Wat een goed gevoel, heerlijk wegdrijven op dat kabbelende, eeuwigbabbelende, heldere water…

Uren en dagen gingen voorbij. Ze liet haar euforie de volle loop. Benen over de bootrand bungelend, af en toe in de onmetelijke diepten kijkend en zich afvragend, wat er zich in al die diepzwarte plekken daar beneden zou kunnen bevinden. De riemen hingen er los bij want ze dreef toch wel vanzelf mee met de stroming. Verder en verder weg… Genietend van al het aandachtige water dat haar omringde, dat haar tenen streelde, dat haar verkwikte als ze weer dorst had. De zon hield haar warm en haar overweldigende gevoelens voedden haar. Er leek geen eind te komen aan de stroom good feelings.

Maar ineens besefte ze dat de zon bij tijden toch wel heel erg heet was. Dat ze langzaam leek te verbranden. In het water springen durfde ze niet zo goed omdat ze zich er inmiddels van bewust was dat de onderstroom vreselijk verradelijk kon zijn en haar hard naar beneden zou kunnen trekken. En ze voelde haar maag. Ze had vreselijke honger… honger naar iets échts, iets tastbaars. Honger die niet langer door enkel gevoel en gekabbel gevoed kon worden.

Ze wilde naar haar riemen grijpen maar merkte dat er inmiddels eentje verdwenen was. In het water gegleden toen ze zo druk bezig was met voelen, in zichzelf praten en genieten. Daar waar het hout van de weggegleden, toch al wat oudere roeispaan een kleine splinter in de boot had geduwd, zat nu zelfs een miniscuul gaatje… Het rubberbootje zou overduidelijk niet eeuwig meer blijven drijven. Ze rukte aan de nog overgebleven roeispaan, ze moest terug naar land roeien. Het meer dat aanvankelijk zo lieflijk leek, bleek ineens van gigantisch formaat. Heel in de verte, aan de horizon, zag ze de oever. Kilometers ver weg. Hoe had ze die zo uit het oog kunnen verliezen… Ze moest terug. “En nu roeien jij, roeien!!” spoorde ze zichzelf aan. En ze roeide uit alle macht met de ene riem die ze nog had.

Maar zo éénzijdig roeiende bleef ze rondjes draaien… Ze kwam niet echt vooruit. Weliswaar linksom of rechtsom maar feitelijk bleef ze ronddraaien in kringen, daar midden op dat meedogenloze meer. Om haar heen één grote uitweg die weliswaar met pi en radius te berekenen was maar die ze niet kon nemen omdat ze niet werkelijk vooruit kwam. Zelfs afwisselend links en rechts of met de handen paddelen hielp niet, de fikse stroming trok het kleine bootje net zo hard weer terug. Zwemmen was geen optie meer. Ze was weliswaar een prima zwemster maar ze was toch ook duidelijk behoorlijk uitgeput en het was simpelweg té ver. Bovendien zonk het ooit zo betrouwbare bootje nu toch echt langzaam maar zeker…

Ze wanhoopte. En in haar wanhoop dronk ze. Van het vloeibare dat er om haar heen zo in overvloed was. Veel water. Nóg meer water. Om de grommende honger toch maar op de één of andere manier te kunnen stillen. De honger naar échts. De honger naar wáár gevoel.  De honger naar reaal léven. De honger naar verdoving van al wat toch niet echt bleek te zijn. De honger naar het stillen van haar angst.


Ze dronk.

Ze zonk.

Ze verdronk…

___________________________


In that vast but beautiful sea
of social and virtual space
even the best swimmer might be
sucked into the deep
and drown without a trace…

 

(if it were only just water…)

I want it all

Vandaag weer eens wat levensinzichten gewonnen (zou ’t vrijdag zijn??). Zomaar wat ‘gesprekjes’ tussendoor en ineens weet je voor jezelf weer wat meer. Zou voor anderen ook moeten gelden, maar die moeten het zelf maar uitzoeken.

Eigenlijk zijn het allemaal open deuren die je met het topje van je pink kunt verpulveren. Maar ondanks dat schijnt een mens toch steeds weer met de ondankbare neus op de alom bekende feiten gedrukt te moeten worden…

Moet je alles willen? Moet je al je dromen proberen te verwezenlijken? Moet je werkelijk alles doen omdat je maar dit ene leven hebt? Ik ga als atheïstische niksgelover er gemakshalve even van uit dat er daadwerkelijk maar één ‘bestaan’ en er na gedane zaken geen keer is. Dat ik straks niet luxueus op een wolkje hang, mijn voorheen aardse beslommeringen bekijk en uit mag kiezen wat ik in een volgend leven beter ga doen. Geen Game Overnieuw.

Ik wil zoveel. Ik wil zó graag zó veel. Spannende dingen doen. Mijn kinderen alles kunnen geven. Inspiratieve dingen meemaken. Creatief uitbarsten. Geoorloofd polyamoureus zijn.  Carrière maken en succes hebben. Een verschil gemaakt hebben als de wereld straks doordraait zonder mij. Iets betekenen. Presteren. Reizen. Buiten spelen…

En ik denk dat ieder mens dat wel heeft. Je probeert zoveel mogelijk in je leven te proppen en ineens merk je dat je jezelf en alle relevante dingen in je leven compleet voorbij loopt. Dat je er niet persé gelukkiger van wordt door steeds naar nog meer doelen te streven. Met veel van alles zie je steeds minder van dat wat echt wat waard is…

Het is lente. Klopt helemaal. En in de lente wil een mens ineens nóg meer. Vooral liefde. En de rest. Contact. Interactie. Presteren. Nieuwe energie. Maar zelfs in de lente heeft de dag nog steeds maar 24 uur. En door alle (be)geren kom je uiteindelijk tot val… Je struikelt over je eigen meerwillendheid. Been there. Done that. Wasn’t nice.

Nadenken over wat je wel hebt levert zoveel meer op. Inventariseren is op z’n plaats…

– Ik heb twee gelukkige kinderen. Althans, ik hoop dat ze gelukkig zijn, maar zo zien ze er wel uit. Ze hebben allebei veel begeleiding nodig (zware dyslectie, ADHD, ritalin en co. zijn bij ons dagelijkse kost) en zijn heel veel thuis. Als ik al die spannende dingen, die carrière en dat succes na zou streven, zouden mijn kinderen lang niet zo gelukkig zijn.
– Ik heb een lieve, goede, hardwerkende, mooie man. Mijn capaciteiten op houden-van-gebied passen voor hem niet in ons plaatje. Dan moeten we het plaatje maar zo schilderen zodat het wel past. Toch?
– Ik heb samen met een bedrijfspartner al 12 jaar lang een eigen zaakje dat nog steeds loopt. Het levert geen carrière en al helemaal geen groot succes op maar wel nog steeds veel ervaring. En ooit komt vast wel die opportunity om wat anders uitdagends te gaan doen. De tijd is gewoon nog niet rijp.
– Mijn creatieve uitbarstingen kan ik nu al uitbouwen. Ik schilder met passie en iedereen roept dat ik daar iets mee moet gaan doen. Ik zing graag (maar daar roept niemand hahah *pijnlijk lachje*, whatever) en leer drummen en gitaar. No Music No Life.
– Reizen? Dat komt later wel weer,  nu krijgen we eerst wat huisdieren die onze aandacht gaan vragen.
– En een verschil in de wereld maak ik al. Zonder mij was de wereld anders geweest. Twee prachtige, geniale, creatieve mensjes armer. Een bérg bloggeneuzel armer. Menig technisch rapport en marktonderzoek armer. Een hoop kilo’s armer. Een bedrijf armer. En heel, héél veel liefde armer. (oh, en een hoop ongedierte aan wespen, muggen en woelmuizen rijker, maar dat gemis zal niemand betreuren. Toch?)

Loslaten wat je nooit zult hebben,
vrijlaten wat vliegen moet, en
omarmen wat je tegemoet komt.

Als ik eens zouden stoppen
met steeds harder proberen
om gelukkiger te worden
zou ik al een gigantisch stuk
gelukkiger zijn.

Je kunt wel alles wíllen
maar je kúnt niet alles hebben…
En je kunt nu eenmaal niet alles.

Of zoals Leo Tolstoy zei:
“If you want to be happy, be.”

(ja jij daar… deze is ook voor JOU…)

just another bubble…

$100.000.000.000
honderd.
miljard.
dollar.

Ze zijn niet goed wijs…. ik bedoel, facebook is leuk hoor, ik zit er ook op. En ‘geniet’ er dagelijks van. Maar voor hoe lang? Misschien vind ik er overmorgen wel geen zak meer aan. En nog een miljoentje of tien users met mij, means: kaboeffff!!

Splat.

In de klassieke economie wordt de waarde van een goed bepaald op basis van vraag en aanbod. Dit schijnt voor de technologiebranche echter absoluut niet het geval te zijn. In de ‘new economy’ tellen enkel nog de zogeheten netwerkeffecten. Hoe meer gebruikers het goed of de dienst gebruiken, deste groter de waarde ervan. Dat is niks nieuws, dat was vroeger ook al het geval. Neem bijvoorbeeld de telefoon of de fax, die techologische vernuften werden ook meer waard naarmate meer mensen daarmee gingen communiceren (als jij namelijk de enige op de wereld bent met een telefoon, dan schiet je er niet echt veel mee op). Op dit netwerkeffect is ook de waarde van Facebook gebaseerd. 900 miljoen facebookers gooien dagelijks vanalles te grabbel op een netwerk dat niet eens weet-god-hoe geweldige features biedt. Soms werkt ’t zelfs voor geen meter en van ‘discrete omgang’ met de ter beschikking gestelde data kan al helemaal geen sprake zijn, maar ook dáárin ligt weer een deel van de waarde. Iedereen weet dat dat zo is en toch wordt er iedere dag miljoenen (nee, miljarden…) postings gepubliceerd en kent iedere facebook-gebruiker wel weer een hele zwik mensen die óók facebook gebruiken en waarmee ze vervolgens weer al hun levensrompslomp kunnen delen. Netwerkeffecten. Mensen delen foto’s, gegevens, interessen mee, ze vertellen uitgebreid wat ze gekookt hebben (ik doe dat graag, bijvoorbeeld), wensen elkaar goedenavond of goeiemorgen of juichen een eind in de ruimte omdat Twente net tegen Ajax gewonnen heeft (theoretisch dan hè, maar het zou kunnen…).

Maar. Ditzelfde effect is tegelijkertijd ook het grootste gevaar voor Facebook. Je kunt er weliswaar met grote stelligheid vanuit gaan dat de mensheid ook in de toekomst over sociale netwerken blijft communiceren. Maar er staat nergens dat dat voor altijd en persé op facebook zal blijven. Met de gegenereerde miljarden kan meneer Zuckerberg natuurlijk wel een hoop doen om de concurrentie voor te blijven en eventuele nieuwe loopvuurtjes in de kiem te smoren maar het is heel goed mogelijk dat ineens een soortgelijk (of juist compléét ander) aanbod de kop op steekt om facebook onverwachts geduchte concurrentie te bieden. Zoiets gaat nu eenmaal snel in deze informatiewereld. Vooral als blijkt dat deze nieuwe aanbieder zorgvuldiger en discreter (en nog winstgevender?) met de beschikbare databerg omgaat. En zomaar ineens zouden gebruikers zich massaal van facebook af kunnen wenden, de uiteindelijke teloorgang een opening biedend. Nou kan meneer Suikerberg als oerfreak wel zeggen dat omzet, rendement en geld hem sowieso niet interesseert, maar zo menig goedgelovig beursmenneke kan dan zomaar ineens met een rotsmak op de grond belanden…

Ik ben geen beursmensch. Maar zelfs ik zou in dit geval voorzichtig zijn. Ik vermaak mij prima op facebook. Ik doe ook braaf mee met het vergroten van de databerg. Maar aandelen van ons gezellige cluppie hoef ik niet. Aandelen koop je niet op een hoogtepunt. Stock rule No.1. In mijn ogen is en blijft facebook – hoe je het ook draait of keert – niks meer dan de volgende technoluchtbubbel, waarvan we al de meest prachtige exemplaren uit elkaar hebben zien ploffen… Deze zeepbel is nóg prachtiger, nóg groter, nóg mooier. Maar de omzet van facebook is het afgelopen jaar langggg niet zo sterk meer gestegen als de jaren ervoor. Voor investoren is júist een aanhoudende substantiële stijging van de omzet essentieel. Het aantal gebruikers in de landen waar veel geld te behalen is, is sowieso al op een hoogtepunt, daar is praktisch geen groeipotentieel meer voorhanden. Momenteel is het voor de reclame-industrie nog het meest rendabele platform maar de concurrentie, hoe ver achterop ook, zit niet stil en weet heel goed waar zich de zwakke en zwarte bladzijdes van het gezichtsboek bevinden. Een kwestie van tijd.
Hónderd miljard…
think about it.

and face it.

Voor Aimpje…

ineens zo’n klap in je gezicht
hard. oneerlijk. zo gemeen.
‘kuthoofd’ noemde jij het.
maar ja, je hebt er maar één…

het hakt er zo in, ook hier,
de tranen in mijn ogen.
oneerlijk is het, tot en met
dít moest echt niet mogen…

het relativeert alles echt enorm.
‘ziek’ als in ‘beetje keelpijn’
is zo onbeduidend als je ineens
bedreigd wordt in je hele zijn…

maar dit, dit MOET goedkomen.
er ís gewoon geen andere keus.
de wereld kan niet zonder jou.
dan word ik pas echt rancuneus…

nu even heel hard lamgeslagen
wéér zo’n battle of hell to fight.
maar vechten zul je zeker
en JIJ wint. jij wint… geheid!!  😉

het komt goed, dat moetmoetmoet.
richt al jouw snoeiharde munitie
doelgericht, zoals jij doet.
en JIJ wint. dát is pas traditie…

DIKKE KUS lieve Aimée.
In gedachten vecht ik met je mee…

♥♥♥♥♥♥♥♥♥♥♥♥
(#LOVEHEALS)

_________________________________________

Jij koos vandaag voor
Glitter in the Air van Pink.
Ik zing het voor jou,
in al mijn amateurschap.
Maar zo ontzettend
met je mee gevoeld…

Examenvrees

Ik zit er nog middenin. Dat examen waar mijn lieve supervriendin Heidy vandaag met een glorieuze, prachtige zes  in geslaagd is, ik heb het nog grotendeels voor me. Ik doe weliswaar momenteel een ietwat bredere vakrichting van deze expertise, maar ik vrees met grote vrezen dat ik nu dan toch vet ga zakken…

Ik kan het niet. Loslaten. Ik kan het gewoon niet. Dat deeltentamen m.b.t. de kinderen lukte tot nog toe het beste. Ik heb zoon al een keer een hele week vrij kunnen laten, een hele week scoutingkamp zonder enig contact. Een hel, maar ik heb ’t doorstaan. En hij vond ’t geslaagd. De kinderen zwermen hier sowieso na de middag uit, met de fiets of de step de hort op. Naar buren een stuk verderop, vriend(inn)en in de buurt. Ik weet vaak niet eens waar ze precies zijn. Nee, dát kan ik inmiddels een beetje, dat kindergedeelte. Ik oefen in ieder geval goed.

Maar dan dat deelexamen dat gaat over die mensen waar je ze zoveel waarde aan hecht. Waar je soms zelfs aan hangt om maar niet in de afgrond te storten. Bungelend boven het ravijn hou je krampachtig die hand vast. Een hand waar je zoveel om gaf, die je lief had. Maar ook een hand waarvan je nu vormelijk vóelt dat die je liever de diepte in ziet gaan omdat je gewoon van een te groot kaliber bent. Een hand waar je je zó graag aan op had willen trekken, waarvan je dacht dat die jou ook koste wat ’t kost wilde redden, dat die de jouwe in zich wilde hebben. Alweer fout gedacht.

En dan… besluit je om uiteindelijk toch maar zelf los te laten. In vredesnaam… Je bereidt je voor op de val, op de enorme rotsmakkerd die je maakt als je daar beneden als een bom inslaat. Hoe diep zou de krater zijn… Je sluit je ogen. Nog één diepe zucht. De grip op die vooralsnog reddende hand nu zelf losser makend. Niet meer trekken. Niet langer nog smekend omhoog kijken. En je voelt dat die hand eigenlijk maar al te graag meegaat in het loslaten. Hoe pijnlijk die sensatie…  Je opent je vingers. Een vlakke hand. Je glijdt weg. Goodbye…..
….

..
.

En dan sta je ineens op een richel. Een uitstekende rand nog geen vijftien centimeter onder je voeten. Een simpele, stabiele, opvangende richel die daar altijd al was. Je had ‘m niet gezien, maar ineens sta je er op. Niks rotklap. Niks krater. Niks goodbye. Versuft blijf je staan. Grijpt een knoestige wortel in de ravijnwand. Zet je voet in een kleine inham. Trekt je op. En klautert omhoog.

De eens zo gewaardeerde hand is al lang weg. Op naar betere, welwillendere, minder trekkende en nog onbelastende oorden. En je beseft plotsklaps dat je die hand eigenlijk nooit nodig hebt gehad… Door een veel stabielere, oh-zo mooie richel die je opving toen het écht belangrijk was.

Ik hoop dat ik ergens daar onder mijn voeten óók zo’n richeltje heb…

Maar ik heb examenvrees…

Base Aid, please!!

met andere woorden: hulp aan de basis, a.u.b.!!

Dringend nodig, vrees ik. Mijn basis brokkelt namelijk ietwat. Langzaam maar zeker breken er stukjes en stukken af, juist daar waar ik dacht dat er niks los te wrikken viel. Maar wat is dan nou eigenlijk mijn basis? (die twee potige boomstammen daarbeneden even daargelaten, die brokkelen weliswaar ook, vooral ter hoogte van de knieën, maar dat telt nu even niet mee). Het gaat me om die geestelijke basis. Dat waar ik mentaal op bouw. Mijn psychische fundament.

Ik dacht dat ik het wel goed op een rijtje had.
Ik dacht dat ik wel wist waar ik op kon vertrouwen als het om mijn eigen bovenkamervaardigheden ging.
Ik dacht dat ik wel kon bouwen op mijn intuïtie.
Ik dacht dat ik in kon schatten wie en wat nou werkelijk goed cq. “ietwat minder goed” voor me is.
Verrrrrrrrassing!!! (fout gedacht…).

Steeds vaker merk ik, dat ik mensen fout inschat. Mensen waarvan ik dacht dat ik er toch echt een soort van speciale band mee had. Mensen waarvan ik dacht te houden. Anderen die een simpele reactie op een liefbedoeld berichtje ineens al teveel moeite blijken te vinden. Personen die je lief en aardig vinden zolang ze zelf eenzaam, wanhopig en zoekende zijn maar je laten vallen als een beschimmelde baksteen zogauw ze een nieuwe dosis generische genegenheid hebben weten te veroveren. Ik merk dat mijn fundament te veel gebouwd is op de behoefte aan toewijding van anderen. En die toewijding is nu eenmaal niet, nóóit gegarandeerd. Een onzekerheidsfactor. Mensen veranderen. Mensen zijn altijd anders dan je dacht.

En alles blijft anders…

Ik ben me ervan bewust: het ligt helemaal aan mij…
MEN kan er niks aan doen dat ik irreële verwachtingen heb (sorry: hád!). MEN is niet schuld aan mijn chronische hunkering en mijn te goede vertrouwen (laten we het voor de falderatie even geen naïviteit noemen, vanavond even niet). MEN mág zich afvragen waar ik me eigenlijk zo druk om maak, dat doe ik namelijk zelf ook continu. Wáár maak ik me in vredesnaam druk om?

Ik weet ’t ook niet. Ik weet wel dat ik nóg een tandje harder ga proberen om me erbij neer te leggen. Het is genoeg, het is goed zo. Het gebeuk op m’n hart is klaar. Ik trek een hartpantser aan en vertrouw op een beetje echte hulp aan de basis. Dáár weet ik namelijk een aantal mensen te vinden die mij ook gevonden hebben. Mooie, goede, lieve mensen die ik vrienden (en familie!!) kan en mag noemen, waar ik een lijntje mee heb ook al zijn we niet in dezelfde ruimte of zelfs dik 1000 kilometer uit elkaar. Mensen waar ik op kan bouwen, anytime I need to. Díe mensen koester ik. Die mensen hebben de sleutel om mijn pantser te openen en er gezellig bij in te kruipen. En de rest trap ik vanaf nu successievelijk van mijn fundament af. Bye. Speel nog maar even fijn. Ik hoop met heel mijn hart dat de rubbermatten onder die wip hun werk nog goed doen als je met een rotsmak weer op de aarde terugkomt…

And even if I never forget you, baby
Tonight I’m gonna let your memory, baby
Go…
Always sad, I know
.
(Aura Dione – Friends)

Marilyn Monroe had haar basis goed voor elkaar.
“People change so that you can learn to let go,
things go wrong so that you appreciate them when they’re right,
you believe lies so you eventually learn to trust no one but yourself,
and sometimes good things fall apart so better things can fall together.”

ThanX Norma Jean, dit wordt de basis van m’n nieuwe fundament. Leren om los te laten. Die dingen waarderen die wél goed zijn. Vertrouwen op en in jezelf. Puzzelstukken op hun plaats laten vallen. Mantra. Zennnnn. Enzo.

En ook:
“I’m selfish, impatient and a little insecure.
I make mistakes, I am out of control and at times hard to handle.
But if you can’t handle me at my worst,
then you sure as hell don’t deserve me at my best.”

Nou, dát dus. Ik had zo’n wijs mensch als Marilyn best graag ‘ns de hand geschud…
(Shake hands, my dear. And shake (off) the rest too…)

Base Aid is what I needed…
Well babe, guess I found it.
(en als ik nu maar hard genoeg roep dat ik het van me af ga zetten, misschien ga ik het dan zelf ook nog echt eens geloven…)

(with special thanX to @Base_Aid ;-))

Echooooo…

Ik blijf ’t moeilijk vinden. Mezelf terug houden. Op m’n vingers zitten. Niet steeds eruit gooien wat ik juste en moment voel, vind of denk. De afgelopen dagen heb ik het gedaan, geprobeerd althans. Tot daarnet, toen kwam er weer even een eerstegedachtenblog uit (zie “Doorloper“), kon er niks aan doen, het móest.  Maar ik moet doorzetten. Ik moet afkicken. Ik zit teveel te malen. Ik zit te vol met dingen. En toch ben ik leeg van binnen. Goed gevuld aan de buitenkant, een echo van binnen. Als ik “wie is de koning van Wezel” naar binnen zou roepen, zou die ezel pas na een dag of drie terugkomen, vrees ik… Diepe, diepe put. Met een geweldig dikke stenen muur erom heen waar je met je hele romp overheen moet leunen om een glimp van dat daar ver beneden liggende, troebele water op te kunnen vangen. Een putemmer ontbreekt al lang, het touw hangt er maar een beetje verloren en uitgerafeld bij.

Ik kan me soms zo verloren voelen.
I get lost in this world…
Mag ik ‘m ruilen?
Voor een wereld waarin ik gevonden word?
Een wereld waarin ik jou vind?
Even het bonnetje zoeken.
Na vier decennia rondstampen weet ik niet eens meer
waar ik ook alweer naar op zoek was.
Zocht ik überhaupt iets?
Zocht ik iemand in ’t bijzonder?
Jou??
Gut, wie ben jij nou eigenlijk…

Wie is de koning van Weeeeeeezel….

De vries-kistensaga

Nee hoor, geintje. Die is nu afgelopen. Finito.
Genoeg vriezerellende, tijd voor iets nieuws
(en dat nieuwe is zojuist besteld. Wat een luxe ^_^)

Maar zoals ik al schreef in m’n vrijheidsblog, was het gisteren de sterfdag van mijn laatste oma; ze is nu een jaar dood. Ook iets met kisten dus. Ik heb er wel aan gedacht gisteren. Oma was 95 jaar, helemaal op, levensmoe en hartstikke dement. Ook incontinent maar daar viel nog mee te leven, met de rest haast niet meer. Als ik oma belde, wist ze niet meer wie ik was: “wie hè’k dannoe aan d’n telfoooon…bun-ie d’r eeeentje van Marietje?” en legde ik voor de 38e keer geduldig uit dat ik niet van Marietje maar haar kleindochter van Ietje en Cee was. En ook dat ik geen ‘boerderieje in de berg’n’ had. Angstvallig vermijdend te vertellen dat ik inmiddels getrouwd was (want oma had dáár natuurlijk wel bij willen zijn, dát had ze dan wel weer gesnapt. Maar op het moment suprème ging dat echt niet meer…). Uiteindelijk stopte ik toch maar met bellen: het was voor haar zo verwarrend en voor mij enkel nog frustrerend. Ik had – helaas – sowieso niet bepaald veel op met mijn oma, ze kon ontzettend zeuren en zomaar boos zijn om de onnozelste dingen. Ze vertoonde claimgedrag en probeerde mensen tegen elkaar uit te spelen. Maar toch was ze heel erg lang ‘mijn allerlaatste oma’… Mijn andere oma is al lang geleden gestorven (met haar had ik trouwens veel meer, moet ik toegeven) en mijn opa’s zijn allebei nóg veel langer geleden een etage hogerop gegaan…

Dat was, wat me het meeste deed: die generatie in onze familie was nu dan toch echt voorgoed verdwenen. Mijn grootouders stamden uit het begin van de vorige eeuw… ze hadden zoveel kunnen vertellen. Ze kregen hun kinderen midden in de oorlog, moesten ze door de hongerwinter heen in leven houden. Werkten als paarden in de fabriek en in de slagerij, maakten zoveel meer leed mee dan wij ons kunnen voorstellen en gaven het een plaats alsof ze een boek in de boekenkast terug zetten. Ze maakten in hun leven ingrijpendere veranderingen mee dan wij ooit zullen doen. Ik had nog zoveel willen vragen, maar toen het nog kon, interesseerde het me niet…

En toen kon het niet meer, hoewel ze nog leefde.
Ze wist het niet meer.

Een generatie weg.
Een kloof dichtgegooid.
Verhalen ondergesneeuwd.
Geschiedenis begraven.

Door de afstand kon ik niet bij de begrafenis zijn. Ik kon geen afscheid nemen van de vrouw die ik eigenlijk best graag nog zoveel had willen vragen. Ik kon mijn ongestelde vragen niet eens met haar begraven. Ik dank de huidige technologie op mijn knieën want dankzij skype kon ik er tijdens de uitvaart toch nog bij zijn, met beeld en geluid. Een technologische vooruitgang die oma al lang niet meer kon bevatten.

Alweer een jaar geleden.
Dag oma…

 

puntje puntje puntje

stil.

ik mag niet meer en ik wil niet meer.

als ik ieder woord dat ik zeg of schrijf in de waagschaal moet leggen en vooral nog eerst 39 keer om moet draaien, dan blijf ik liever stil.

als iedereen denkt te weten wat over wie gaat en wie wat over een ander denkt, hoef ik sowieso niks te zeggen.

als jij denkt dat alles wat ik zeg sowieso over jou gaat, dan zegt dat genoeg over jou. *zachtjes “You’re so vain” van Carly Simon neuriet*

als ik niet ‘vaag’ mag doen in mijn eigen hormoongestuurde blogs, dan blijf ik textueel liever helemaal onzichtbaar.

als ik geen gevoelsuitingen meer mag verzinnen (want geloof me, fictie is ook een passie), dan hoef ik ook niet meer te bloggen.

als alleen de suffe alledaagsigheidjes mogen blijven en de rest weg moet, ben ik ook weg.

een simpele zielen blog.

joepie.

yuck.

stil.

c ya (or not).

 

groet.

Drama Lou.

De reden ben jij

“ohhh, hey, moet je kijken wat ze nu weer schrijft…”
“wat zielig, dit. dat ze dat zelf niet door heeft!”
“een liefdesbetuiging aan pietjemetdelangeachternaam!! heb je dat wel gezien??”
“nôhhh, duidelijk teveel drama en te weinig queen!”
“oh fak, ze ziet het. Dan maar even verder in DM?”
“geloof haar niet hoor, ze kletst maar wat uit haar nek…”
“gefeliciteerd jôh! volgens mij heeft ze het toch echt over jou…”

Ik verzin maar even wat.
Ik kan ’t zelf gelukkig allemaal niet zien.
Maar ik zie wél veel so don’t mess with me please…
Maar ergens is het zo zielig hè…
Dat continue gekonkel.
Dat eeuwige gekronkel.
Dat kakelen om het jezelf maar te horen tokken…
En dat denken dat álles om jou draait…

Maakt het je wereld interessanter?  Vast wel. Mooier kunnen we het niet maken. Interessanter wél, maar goed, dat is dan ook niet moeilijk.
Voel je je er beter door?  Dan ben ik daar dan blij om. Voorrrallll doorgaan.
Geeft het je medestanders?  Ach… die paar mag je hebben hoor. Ik hoef ze niet.
Heb je door mij weer wat gesprekstof?  Fijn, waar zou je het anders over moeten hebben, hè…

Maar dat eeuwige, misselijkmakende geroddel…
Dat steeds weer een ander zwart maken.
Dat gelieg. De ene dit zeggen en exact tegelijkertijd de ander het tegendeel.
Dat tegenstrijdige. Dit rondvertellen maar eigenlijk dát bedoelen.
Dat hevige gestook. Wie niet vóór mij is, is tegen mij.
Dat niet kunnen accepteren dat er mensen zijn die gewoon niets meer met je te maken willen hebben.
Dat een ander niet met rust kunnen laten. Dat schampere gedoe.
Dat proberen om andere mensen aan jouw kant te krijgen.
Dat oneerlijke.
Dat geslijm.

Het is zo ontzettend sneu…

Is dat nou twitter?
Dan stop ik namelijk accuut.
Ik kan hier echt helemaal NIKS mee.
Dit is ook de reden voor alles…
JIJ vroeg ernaar. Waarom?
Ik ben beter in het uitleggen in platte tekst.
DIT is dus de reden. Daarom!
De reden ben jij.

Dat gekonkel, dat gekronkel.
Ik ben het zó zat…
Wees toch ‘ns eerlijk!!!
En zie eindelijk eens onder ogen wat je allemaal aanricht…
Ik wéét dat twitter anders is.
Dat de meeste twitteraars anders zijn.
Gelukkig maar.
Dus nee, ik ga niet.
Ik wéét dat de meesten wél door je heen kijken.
En de paar die dat niet doen, wens ik veel wijsheid (zie vorige post).
Ik wéét wie het liegebeest is.
En velen met mij.
Gelukkig maar.

Dit zijn de allerallerallerALLERlaatste woorden die ik hier aan wijd.
Ik kan niet meer en ik wil niet meer.
Ik ben het spuugzat.
Dit vreet te veel energie.
Van jou ook, alleen zie jij dat zelf nog niet.

Ik wil alleen even heel duidelijk stellen:
– IK roddel niet. Ik ben wél nieuwsgierig. En ik vraag gewoon na als ik iets wil weten. Heel direct. En niet via anderen.
– IK heb niets gezegd. Niets wat ik niet had moeten of mogen zeggen. Jij wel. En jij legt woorden in andermans mond. Woorden die daar niet horen.
– IK ben oprecht. Ik kies heel bewust voor diegenen die ik ik wél kan waarderen.
– Op mij kun je vertrouwen. Wat jou betreft laat ik dat maar in het midden.
– Ik lieg niet. Ik zeg dan nog liever gewoon helemaal niks.
– Ik heb een bloedhekel aan chronisch oneerlijke mensen. En velen met mij.
– Ik neem niet zomaar dingen aan. Als ik het niet weet, dan vraag ik na. Krijg ik geen antwoord, ook goed. Maar dan nóg neem ik het niet automatisch maar aan…

‘Kronkelen’ vind ik persoonijk een heel mooi woord.
Het heeft iets zeer flexibels, iets beweeglijks.
Maar jij maakt er zó iets gruwelijk lelijks van…
.
.
.
Klaar mee.
.
.
.

Moet ik nou wachten met posten tot morgenochtend?
In het kader van het verstand en de wijsheid?
Ach fok it.
Ook het laatste woord moet eruit.
.
*Publiceren drukt*
.
En hou op met m’n blogs te lezen.
Dat zou pas echt heerlijk zijn…
Maar ook teveel gevraagd, vrees ik.
Ach soit.
Hoppateeeeeee, over tot de orde van de dag!!
Ehh.
Nacht.
#BAM!!

barst

echt.
ik barst.
ik val uit elkaar.
in 100.000 stukjes.
over is het. echt klaar.
wilt u misschien toch nog
een paar 1e gedachtes?
nee? pech gehad.
ik heb m’n hart
opgeruimd.
leeg.
nu eindelijk
kan alles er weer in
wat er ook echt in moet.
dat wat goed voor mij is.
dat wat bij me hoort.
dat wat écht is.
de rest weg.
eruit.
K.O.

au.
krak…
grote barst.
klein verdriet.
grote schoonmaak.
klein zeer.
dag…
jij.

vrede mee

het is anders
het is rustiger
het is beter zo

teveel brokken in m’n keel
teveel weggeslikte tranen
teveel moeite met bepaalde woorden

een onuitgesproken iets
een onbevredigend gevoel
een onmogelijke wens

plek voor berusting
plek voor wat echt is
plek voor acceptatie

gegeven. alles aan jou
gegeven is het en dat blijft het
gegeven met liefde…

Het teveel een plek gegeven.

Heb ik.

Hallo allemaal…

Overhoopeloos

Het is hopeloos.
Ik lig met mezelf overhoop.

Ik ben overhoopeloos…

Er gebeurt zoveel en toch ook weer helemaal niks.
Ik ren met zevenmijlslaarzen in het rond en toch blijf ik op diezelfde plek hangen.
Ik jaag m’n idealen na en ben er verder van verwijderd dan ooit tevoor.
Ik probeer de boel te ontrafelen maar raak steeds meer in de knoop.
Ik wil weglopen van alles maar ren met open armen ernaar toe.

Ach het klinkt heftig, maar dat is het eigenlijk niet.
Zeg ik.
Ik weet zelf heel goed in wat voor levensfase ik zit.
Zeg ik.
M’n tweede pubertijd, inclusief puistjes op de neus.
Heerlijk…
(*even eraan voelt*)

Op zoek naar rust.
En toch steeds weer die spanning willen…
Snakken naar balans.
En toch steeds weer op het randje van de afgrond willen lopen…
Tevreden zijn met wat je hebt.
En toch steeds weer iets compleet nieuws zoeken…
Verlangen naar vertrouwen.
En toch steeds weer vertrouwen op dat intense verlangen…
Kiezen voor je gezonde verstand.
En toch steeds weer doen wat je hart zegt…
Bewust leren van je fouten.
En ze dan toch steeds weer opnieuw maken…
Weten dat je te oud bent voor die onzin.
En dan toch steeds weer dat puberale gevoel koesteren…
Het geluk  zo sterk weten te waarderen.
En het dan toch steeds weer moedwillig in gevaar brengen…
Het licht al lang zien
En toch steeds weer kortsluiting maken…

Waar ben ik in vredesnaam mee bezig…
Overhoopeloos.

Komt wel goed.
Zeggen ze.
Prima.
Wanneer???

Mag het licht uit…
*klik*

voortgezette iphone-chirurgie

…en een dooie vis.
Wat een dag.

Het ontbijt: klooiende kinderen kliederen m’n krant compleet onder. Krant wordt woest weggeschoven. Helaas lag daar mijn iphone tussen en die viel dus met een gracieuze, kleine, in mijn ogen niet echt schadelijke boog plat op onze laminaatvloer. Extra-hard laminaat, dat wel. Bij de obligatoire ‘Doet-ie-ut-nog’-test deed de home-button het toch duidelijk niet. Ach, doet-ie wel vaker. Met de aan-uit-knop ging het beeldscherm wel weer aan (pfiew). Even opnieuw opstarten, dan was ’t leed vast wel weer geleden…
(*hoop hoop*).
NOT!

Het voelde een beetje alsof me een arm afgehakt wordt. M’n telefoon kapot. Mijn lieve oertijd-iphone wilde niet meer app-switchen. Niet meer naar huis. Ik voelde een deel van mij langzaam sterven. Wat ik ook deed (hercalibreren, soft en hard resetten…), hij bleef home-less. Enig gerechtvaardigd gevloek galmde door het huis. Dan maar even sporten (lees: afreageren). En de vissen voeren, zoals altijd rond dit tijdstip. Had ik ook beter niet kunnen doen. Mijn grootste betta (vechtvisje) hing diagonaalverticaal met z’n kop tussen de planten. Een lichte stuiptrekking in de staartvin was een duidelijk teken: not dead yet. Maar ook de laatste 3% leven vloeiden redelijk snel weg uit het kleine, koudbloedige lichaampje… Ik ben niet van de actieve euthanasie in dit geval, dus hij mocht van mij in alle rust sterven (de andere 2 bettadames vonden zijn tic-staartvin ook best appetijtelijk, dus ach, dat wilde ik hun niet ontnemen).

Back to business. De home-button. Zonder home-button geen iphone. Ja, je kunt best van je agenda naar de telefoonfunctie switchen, maar alleen als je de hele telefoon eerst uitzet en dan compleet opnieuw opstart. Dat duurt ca. 3 minuten bij een iphone. En dat geldt dus voor alle apps. Even Wordfeuden? Foon uit, foon aan, hoppa. Niet per ongeluk op een push-berichtje clicken want dan switched-ie gelijk naar die app. Geen doen dus. En een soft-home-button bestaat er voor mijn iOS-versie helaas niet (en mijn fossiele foon verdraagt geen nieuwere versie). Ook een no-go.

Next step: fanatiek youtuben om de cursus voortgezette iphone-chirurgie z.s.m. te voltooien. Cum Laude, zeg ik u. Ik wist al hoe ik ‘m kon slopen, maar ik wist nu ook, welke contactjes met de grootste waarschijnlijkheid het probleem vormden. Ze moesten volgens de youtube-meneer “opgewipt” worden omdat ze bij stokouwe iphones (zoals de mijne) vaak door intensief gebruik (huh?) “platgedrukt” zijn en dan niet meer werken. No problem. Kan ik. Ik wist inmiddels 99% zeker dat het een hardwareprobleem was: ik had de home-button al gehercalibreerd (no result), gereset (no result), de foon gereset (no result) en een speciaal opstarttestje gedaan óf het ook echt een software-ding was (nee dus). Lang leve Google. Een operatie was onvermijdelijk.

Eerst een backup. Wáár staat in vredesnaam die backup van m’n iphone, zoek dat maar ‘ns uit in je windows7-Explorer-op-oorlogsvoet-met-iTunes. Gelukkig had ik hulp van een iphone-genius. Mijn dank is groot, Glenn! Backup gered en gesaved. Vervolgens het operatiegereedschap (een zuignap om het glas op te tillen, een mesje (om het vuil weg te schrapen) met een vel keukenrol, een fijnmechanisch-werktuigsetje (van mij!! ikke gekocht!) en een dienblaadje voor alle losse onderdelen die er mogelijk en zelfs zeer waarschijnlijk uitvallen) klaargelegd en gedesinfecteerd. Het grote sloopwerk kon beginnen (en stiekem verheugde ik me er al zeer op). SIM-kaart + tray eruit geprutst (dat op zich is al een operatie bij een iphone). Toen de schroefjes. Mijn operatie-schroevendraaier paste weliswaar (lees: was miniscuul genoeg), maar ik moest eerst roest eraf krabben met het mesje. Dacht u, dat ik die dingen daarna los kreeg? Nope. Muurvastgeroest. De barst in de back-cover werd daarentegen wel een stukje groter…

Toen bedacht ik me ineens, dat ik mijn adressen/telefoonnummers nog wel even moest overtikken. Ik heb namelijk Thunderbird (want gloedgloeiendehekel aan Outlook) en daarmee kan de foon niet sync-en (nog een reden om hartstochtelijk naar een Android te verlangen). Dus: uitstel van de operatie, eerst adressen veilig stellen. Half uur later: hervatting van de chirurgie. Meer schroefjesgepruts. Meer functioneel gemorrel. Geen beweging in te krijgen. Uit pure frustratie mep ik het ding met een klap op tafel. Eerst een keertje met de voorkant, daarna nog een keer met een ferme klap z’n achterste, smijt ‘m op het dienblaadje en maak vervolgens een kop sterke koffie.

Ik zet de telefoon aan omdat ik nog een gisteren gemaakte afspraak in mijn agenda wil checken voordat het ding compleet naar z’n grootje is. Floep! Push-berichtje van FB. Zoef! Foon switched naar FB. Ach mannnn hé… Ik druk automatisch op de home-button…

EN WHAMMMOOOO!!! HIJ DOET UT!!!

My heart skips, skips a beat…
Ik wist ‘t!! Ik WIST ‘t!!
De non-invasieve Lou methode voor de reparatie van losse contacten werkt toch echt het allerallerbeste:
stap 1) intensief voorbereidend morrelen
stap 2) een ferme klap op de voorzijde
stap 3) een welgeplaatste opdoffer op het achterwerk
stap 4) een kop koffie

Werkt met autoradio’s en dus ook met iphones.
Nobody tells me how to repair my own stuff. Há!!
OH YESSSSS I CAN!! 🙂
Laat ’t ding nou nog maar ‘ns een keer zo’n stunt met losse contacten uithalen, durft-ie niet meer, zeg ik je!

Zo. Nu nog even een vis naar z’n porceleinen vissenhemel brengen.

Daar moet op gedronken worden, hi-ha-hoooooo 😛

(laat maar Sam, ik doe ’t infuus zelf wel. But please play it again…)

Cis-ter…

Een laatste groet.
Een laatste snik.
(nee, dat kan ik niet beloven)

Cis…
je bent weg.
en toch blijf je altijd hier.

het prachtige gedicht op je rouwkaart moet ook ik delen…

Sub finem
En nu nog maar alleen
het lichaam los te laten-
de liefste en de kinderen te laten gaan
alleen nog maar het sterke licht
het rode, zuivere van de late zon
te zien, te volgen-en de eigen weg te gaan.
Het werd, het was, het is gedaan.

(*M. Vasalis*)

Gemis

Weer thuis. Dus.
En da’s ook echt wel goed.
Maar ik heb tijd nodig.
Tijd om weer te aarden.
Veel tijd…

Tijd om mijn tentakels hier weer in de grond te steken en te voelen dat ik hier thuis hoor… Mijn tentakels zijn namelijk een beetje onwillig. Een beetje ‘week’: ik krijg ze de grond niet in. Ik zit nu al te broeden op hoe en wanneer ik terug kan naar Nederland om ze dáár weer lekker in de bodem te proppen. Een sterk gevoel van gemis. Ik mis heftig…

Ik mis mijn lieve pap en mam die zoveel voor me doen en altijd weer een zo fijn “thuis” zijn voor ons
Ik mis mijn zus – mijn grote, lieve, mooie zus…
Ik mis mijn vriendin die inmiddels daadwerkelijk geweldig Schnitzels kan bakken…
Ik mis al mijn groesbeekse tweetlieverds…
Ik mis mijn allerliefste groepstherapiegenoten – therapie op afstand zal echt heel noodzakelijk zijn…
Ik mis een draak, die zijn vleugels altijd om mij heen zal slaan…
Ik mis m’n Tammie, #smka!
Ik mis een elf, een hele rooie mooie…
Ik mis my Miss M. en mijn Grav(e)innetje… ❤ heaps
Ik mis een poes om bij tijden tegenaan te kruipen…
Ik mis die andere Lou. Die allerállerALLERliefste.
Ik mis een vriendin die zondag zomaar uit het leven gerukt werd…
Ik mis my personal Moony, die ene van. Xena is weliswaar mintvrij maar ze voelt nu zo leeg…
Ik mis een lieve verfspetter die mij ‘s-nachts gezelschap hield <3…
Ik mis m’n Li-edjesschrijfster met een 1.
Ik mis m’n eierleggende Char met een Tj- …
Ik mis m’n sprankelende seriet-me-nietje…
Ik mis m’n digidinnetje – ik lief jou ook!!
Ik mis zoveel dierbare mensen die ik in die ene veel te korte week niet eens heb kunnen zien…
Ik mis… jullie.
Ik mis… Nederland.
Maar toch ben ik thuis….

En het enige wat ik niet mis is het gemis zelf…
dat kan ik missen als kiespijn.
But then again…
Missen is iets moois.
Missen betekent dat ik liefheb.
Dat ik geef om.
Dat ik hou van.
En dat blijft.

Gemis.
But.
I’ll be back.

terug

ik ga weer terug…
terug naar de bergen
ver weg van de kust
terug naar huis
ver weg van ‘thuis’
terug naar het dagelijks leven
ver weg van alle speciaals
terug naar school en werk
ver weg van jullie…

ik ga weer terug.
met pijn in mijn hart.
wanneer slaat de heimwee weer toe…
morgen? overmorgen?
of toch pas volgende week?

en toch ben ik daar thuis.
dus moet ik gaan.
alweer.

ik wil niet…
(zegt ze met tranen in de ogen)

dag allemaal.
mis jullie.
nu al.
hopelijk tot gauw…

XXXXX

sponsje in het hart

jong.
zo veel te jong.

lief.
maar nooit té lief.

gemist.
gruwelijk gemist…

te jong was je, een bruisend, lief, mooi en sympathiek mens.
altijd een steunend woord voor een ander.
altijd nog een schouder over om op uit te huilen.
en dan treft het noodlot jou.
uitgerekend jou.
het voelt zo oneerlijk.
nee, het ís oneerlijk.
maar zo is het leven, zeggen ze toch.
leg dat je kleine lieverds maar ‘ns uit.
“zo is het leven…”
maar mama is er niet meer.

in zovele harten een gapend gat.
een bomkrater, een plotseling weggerukt deel.
op die plek komt nu een sponsje.
een sponsje dat alles opzuigt
jouw liefde, jouw eigenaardigheden,
jouw goedheid en sympathie,
jouw daden en woorden.
alles in dat sponsje en het gat vult zich langzaam.
met herinneringen aan jou.
om nooit meer te vergeten…

lieve F. rust zacht.

overspoeld

soms heb je dat wel eens.

overspoeld.

door gevoelens.
door alles wat je denkt.
door alles wat je denkt te voelen.

overspoeld.

door zoveel geweldig mooie, lieve mensen.
door een groot gat van gemis.
door alles wat ik wél heb en níet mis.

overspoeld.

door alles wat anderen denken.
door de dingen die jij niet mag voelen.
door dingen die anderen aan lijken te voelen.

overspoeld.

door dat rare onderbuikgevoel.
door pure liefde.
er is niets mooiers.

soms heb je dat wel eens.