Weggeglipt kruis

Verbaasd staar ik in mijn onderbroek. Het ding is echt weg. Hoe is het mógelijk… Als ik nou een tanga aan had gehad, had ik me voor kunnen stellen dat het weg kon glippen maar mijn huidige figuurcorrigerende tentje had toch echt in staat moeten zijn om dergelijk inhoud op zijn plaats te houden. Niet dus. Ik voel tegen beter weten in gelijk maar even van binnen. Ach nee, dat kan niet… dat voel ik dan toch… Toch??

Een beetje beduusd kom ik toch maar een keer overeind, uitgeplast ben ik immers al lang. Licht grinnikend kijk ik om me heen. Onder het toilet, in mijn broekspijpen, in m’n haar. Check mijn achterkant in de spiegel. Stel je voor dat het ding daar ergens hangt en de man van de pakketdienst zijn lachen daarom maar ternauwernood kon onderdrukken… Hij was wel verhipte snel weer weg.

Verdwenen is het en verdwenen blijft het. Een waar mysterie. Ik vrees het ergste, namelijk dat het bij de vorige toiletgang tijdens het omlaag sjorren vaninlegkruisje mijn broek in de toiletpot geglipt is. Bij de eerstvolgende verstopping rukt mijn man vast mijn kop eraf, als hij de oorzaak vindt. Rest mij enkel nog voor het kruis te bidden. Op dat mijn inlegkruisje alle bochten tot de hoofdrioleringsbuis tóch heeft weten te halen. Dan dobbert het nu wel moederziel alleen rond in de wateren van de zuiveringsinstallatie drie kilometer verderop… Een wit streepje in bruinzwarte soep. Ik bid ook maar meteen voor groot absorptievermogen.

“Heeft u een momentje?”

Tuudeleduudelduut…
“Goedenavond! Ik ben van de politieke onderzoeksinstelling en ben op zoek naar jonge, Oostenrijkse respondenten. Heeft u een momentje?”
“Nee.”
BAM.
Ik ben ten eerste meer dan stokoud en ten tweede zeker niet Oostenrijks. En bellen rond etenstijd is not done, ook al ben ik dan de enige Hollandse idiote in dit maffe land die ’s avonds pas warm eet op tafel pleurt.

Tuudeleduudelduut…
“Goedendag, ik bel u van de nationale consumentenvestiging, het gaat om het huidige misbruik van uw persoonlijke data.
“ooh jah!! Daar heb ik net al uitgebreid met een collega van u over gesproken!”
“Echt waar?? Hoe heette die?”
“Diana Nogwattia. Weet ik niet meer”
“Aha. Diana. En wat heeft ze genoteerd?”
“Dat ze me die flatscreen TV per omgaande gratis toestuurt omdat ze mijn data al onrechtmatig verkregen had en alles dus in orde was.”
“Euh… ja.”
tuut-tuut-tuut…

Tuudeleduudelduut…
“Goedendag. Ik bel namens het marktonderzoekbureau Verteltuonsalles. Wij doen onderzoek naar schaamhaarscheermesjes [nou ja, eigenlijk zei hij “scheermesjes” maar dat staat er voor mij gelijk aan]. Heeft u een momentje?”
“Natuurlijk” [Daar weet ik namelijk alles van hè, dus dan heb ik wel een momentje om mijn expertise te delen].
Om vervolgens de heer in kwestie tot in den treure de oren vol te lullen over de scherpte van de mesjes, de stoppels, de jeuk en de pukkels die bij te snel bot geworden gereedschap gegarandeerd zijn, over het te snel roesten die bij chronisch gebruik onder de douche, over de merken die ik ken en natuurlijk niet te vergeten: mijn wedervraag over hoe hij zélf de schaamhaarcoiffure ervaart. The time of his life, gegarandeerd. We nemen als goede vrienden afscheid van elkaar.

Tuudeleduudelduut…
“Hallo! Wij bellen van Bureau Consutentenmest. Heeft u een momentje om wat vragen te beantwoorden?
“Hoe lang duurt dat momentje?”
“Hooguit vijf minuten”
“Dan nee.”
BAM.
Want vijf is minstens vijftien bij die lui. Als hij nou twee had gezegd…

Tuudeleduudeleduut….
“Firma MaxiLuxi, Schadeloosstellingsafdeling.”
“Haiii!!!”
“Mw. L.-B. het gaat om het volgende. U heeft in het verleden wel eens deelgenomen aan loterijen en nog nooit iets noemenswaardigs gewonnen in al die tijd.”
“Nee hoor. Ik heb al best vaak wat gewonnen. In 1998 zelfs al een keer 7000 gulden.” [dat was weliswaar met z’n vieren en we hebben dat geld gelijk verbrast aan gruwelijk dure sushi en wijn, maar goed.]
“Maar niks noemenswaardigs dus [euh… ok…] en daarom krijgt u nu een schadevergoeding van de Europese loterijvergoedingsorganisatie voor al die keren dat u niet gewonnen heeft.
“Ik vond het wel noemenswaardig hoor.”
“Ja… goed. Maar u heeft tóch recht op een schadevergoeding, omdat dat bij de normale loterij was en niet bij euh… euhm… telefoonloterijen.”
“Goh. Wat fijn. Hoeveel is dat?”
“Heeft u nog de laatste bevestiging van de laatst deelgenomen loterij?”
“Nee, natuurlijk niet.”
“Dan laat ik u een voucher toekomen voor 25 euro en die kunt u dan als bewijs voorleggen. Zo gauw u die heeft ontvangen, belt u het nummer op de voucher en dan krijgt u uw schadevergoeding.”
“En hoeveel ís dat dan?”
“Dat weet ik nu vanzelfsprekend nog niet, dat wordt dan vastgesteld aan de hand van wat u niet gewonnen heeft.”
“Mag ik uw naam en adres?” [met dramatische snik in de stem]
“… Waarom?”
“Omdat ik u een grote bos bloemen wil sturen voor zoveel oprechte naastenliefde en allesomvattende barmhartigheid. Uw werk maakt hele groepen mensen gevoelsmatig rijker dan ze ooit dachten te zijn, uw stem is zo zacht, zo mooi en zo… zo ontzéttend liefdevol. En het bedrijf waarvoor u werkt, verdient werkelijk waar een lintje. Een lintje voor onzelfzuchtige bedrijven. Ik heb nu letterlijk de tranen in de ogen van dit altruïstische gebaar dat u ogenschijnlijk tientallen malen per dag maakt, en zelfs vele collega’s daar met u. Wanneer komt die voucher? Dan kan ik daarmee alvast de bos bloemen kopen.”
tuut-tuut-tuut….

Tuudeleduudelduut…
“Goedenmorgen mevrouw! Mooie dag, vindt u ook niet?”
“Nee.”
BAM.
Welke telefoonidioot opent er nu zo een gesprek.

Tuudeleduudeleduut….
“Hallo?”
“Hallo, kan ik met Mw. Lou L-B. spreken?”
“Met wie spreek ik?”
“Met Anna Lucht van de Duitse Loterijmaatschappij. Spreek ik met Mw. Lou L-B.?”
“Momentje, ik moet éven kijken. Volgens mij is ze nu nét weer compulsief aan het overgeven. Ze heeft namelijk gisteravond kip gegeten bij haar schoonmoeder en sindsdien is ze niet meer van de WC af te krijgen. Spuitpoepen en kotsen alsof haar leven ervan afhangt. Doet het ook trouwens. U zou het moeten zien. De gelige kipstukjes die nu al aan de muur plakken. En de toestand van WC zelf… echt, ón-mó-ge-lijk. Heeft u beeldtelefoon?”
tuut-tuut-tuut…

Tuudeleduudeleduut…
“Hallo Mw. Lou, Ik ben Miep Gezelli van de Europese Voordeelsgemeenschap. Heeft u een momentje?”
“Nee.”
“Ik wil u namelijk graag mededelen dat uw lidmaatschap over drie maand afloopt en daarna staat u automatisch geregistreerd voor 79 euro per maand. Wilt u dit opzeggen?”
“Ik ben geen lid.”
“U bent wel lid.”
“Ik ben niet lid.”
“U bent wél lid.”
“Ik ben niet lid.”
“U bént wél lid!!!”
“Kunt u mij dan mijn lidmaatschapsbevestiging even doormailen? Op Miep@verarschtmich.de. Oh en stuur het directe telefoonnummer van uw supervisor ook gelijk even mee alstublieft.”
tuut-tuut-tuut…

Tuudeleduudeleduut…
“Met Robin Wood van de Norddeutsche Klassenlotterie!”
“Ah Robin!! Wat geweldig leuk je weer te spreken!! Hoe is het met je twaalf kinderen? Leven ze allemaal nog? Ik zou dat met jouw callcentersalarisje rechtmatig kunnen betwijfelen natuurlijk.”
tuut-tuut-tuut…

Tuudeleduudeleduut…
“Kan ik Mw. LLB spreken?”
“Spreekt u mee.”
“Ah mooi. Mw. Lou, ik moet even uw gegevens verifiëren…”
“Waarom?”
“Nou u staat hier in onze database en we willen even checken of uw geboortedatum klopt.”
“OK, roept u maar, dan zeg ik wel of ’t klopt.”
“Nee, dat is bij mij zwart afgedekt, dat kan ik niet zien.”
“Hoe kunt u dan vergelijken?”
(diepe zucht aan de andere kant) “Dan…euh dan gaat er hier op mijn display een groen lichtje branden, als het klopt.”
“31 juni 1964.”
(ze typt…)
“Prima, bedankt. Wilt u in onze database blijven? Dan krijgt u over uiterlijk over een maand weer een verificatietelefoontje. En een bevestigingsbrief. Daar heb ik even uw adres voor nodig.”
“Dat heeft u toch al? U hoeft toch enkel te vergelijken?”
“Nee, daar zit ook een balkje overheen.”
“Heeft u Windows?”
“Húh?”
“Nou, vanwege al die balkjes. Ik meende daar iets in te herkennen.”
“Geen idee.”
“Wat is uw geboortedatum eigenlijk? En waar woont u?”
“Dat is hier niet aan de orde.”
“Heeft u een hond? Wat is uw hondenbelastingnummer?”
“Godsamme. Er bestáát helemaal geen 31 juni…”
tuut-tuut-tuut….

Ik ben gek op dit soort telefoontjes. Puur genot. Beter dan fast food. En minder kilocalorieën.
NEXT PLEASE!!!

Bea

zouze3Zou ze ooit één grijze haar onder haar hoedje uitrukken?
Zou ze ooit in de keuken de beslagkom leeg likken?
Zou ze ooit nog een keer een mindblowing orgasme hebben?
Of er ooit één hebben gehad, met veel heet gesteun en gesis?

Zou ze ooit in de auto keihard meeblèren op Lily’s “Fuck You”?
Zou ze ooit op de WC ongegeneerd in haar neus rondboren?
Zou ze ooit onder de dekens haar linkerbil even snel optillen,
zodat haar stinkende scheet niet zo snoeihard te horen is?

Zou ze ooit gedachten hebben: “Is dit nou werkelijk alles..”
Zou ze ooit uit die Bilderbergclan hebben willen ontsnappen?
Zou ze ooit nog een geile chat met de prins van Zamunda snel
wegklikken omdat haar PA weer loopt te zeiken als Manneke Pis?

Zou ze ooit haar beschoeide voeten op de salontafel pleuren?
Zou ze ooit snel haar paarse dildo schoonmaken onder de douche?
Zou ze ooit een enorm stuk in haar bontkraag zuipen, enkel
vanwege het anders aan creativiteit zo ondraagbaar grote gemis?

Zou ze ooit na het afvegen naar haar toiletpapiertje kijken?
Zou ze ooit het lopend buffet overgeven door haar neus?
Zou ze ooit eens bankhangend naar Kim Holland zappen.
Ach nee, toe zeg, kom nou, nevernooitniet, neen toch gewis…

De TupTupclub

Ik durf het bijna niet te zeggen maar ik heb een Tupperware-verleden. Het is ook echt een verleden: het was nooit wat en nu is het al jaren helemaal niks meer. Hier in Oostenrijk zijn allerhande ‘party’s’ heel populair. Je hebt Partylight-party’s (met kaarsen en andere decopruttel), Reinzeit-party’s (allerhande überfantastisch schoonmaakmateriaal en ook etherische oliën), Gonis-party’s (knutsel-/teken-/verfmaterialen), DildoFee-party’s (zegt genoeg), Wenatex-party’s (orthopedische bedsystemen en matrassen) en natuurlijk ook de – volgens mij – oudste in de partycategorie: Tupperware-party’s. Er zijn wel meer verkooppartyvarianten maar op bovengenoemde party’s ben ik allemaal al wel eens geweest. Ik muts. Maar ik moet toegeven: afgezien van het verkoopgedoetje is het best wel leuk. ’t Is net als bij skiën: je gaat stiekem éigenlijk toch gewoon voor het après 😛

Ooit heb ik me echter toch op de één of andere dubieuze manier laten strikken door een vriendin die ook tupperware-hostess was. Het was zooooo goed te combineren met kleine kinderen, het verdiende super (en ik wou wel wat bijverdienen want mijn eigen zaak werpt in plaats van sappige vruchten over het algemeen hier en daar een droge beukennoot af…) Ik kwam in haar hostessengroepje, ging mee naar een aantal verplichte T-bijeenkomsten en ik kan niet anders zeggen dan: wát een idioterie. Een klein beetje sekte-achtig, een zaal met werkelijk óveral het tupperware-logo, kunststof en een stuk of honderdvijftig dames (geen heren… goh, hoe zou dat nou komen) die elkaar op regelmatige tijdstippen toejuichen en strijden om de hoogste groepsomzet. De winnende groep krijgt vervolgens een bups stickertjes (en balpennen… what the…) en bij een x aantal stickers krijgen ze dan een vaag kadootje (nog meer balpennen). Ik moest gelijk aan mijn smiley-systeem voor de kinderen denken. Wat een happiness en wat een groepsgevoel. Alleen voelde ik dat helaas niet zo heel erg (of eigenlijk helemaal niet). Het was me toen al duidelijk dat ik niet geschikt ben voor een T-carrière. Ik naam mijn werkelijk enorme T-tas volgestouwd met T-pruttel met enige schroom in ontvangst,  propte er pro forma een stapel catalogi en bestelformuliertjes in, smeet alles in de kofferbak en scheurde hard weg. En dat was het einde van mijn T-loopbaan want een echte party hosten heb ik uiteindelijk nooit gedaan. Die drie keer dat dat moest (om nog meer T-waar in de wacht te slepen), heeft vriendin dat gedaan en stond ik als hostess op het papiertje. Dat was echt lief van haar, maar natuurlijk kreeg zij daardoor ook een fonkelnagelnieuwe T-auto onder haar achterste geschoven waarmee ze van party naar party mocht tuffen. Ik moet wel toegeven dat de tupperware-artikelen zelf écht hartstikke goed en duurzaam zijn. Maar ze zijn ook reteduur (en ik ken de marges…) en het is en blijft – hoe je het ook draait of keert – kunststof, niet bepaald mijn favoriete materiaal op deze aarde. Maar wel mooi en onkapotbaar kunststof. Dat wel.

En nu, nu gaf mijn buurvrouw dus zomaar ineens een T(ea)-party. Nadat ik het twee jaar succesvol uit mijn leven heb weten te weren, was de T ineens back. Buuf had, wetende van mijn licht tot matige T-allergie, in de SMS-uitnodiging van midden december heel geheimzinnig “verrassingsparty” geschreven dus ik hoopte lange tijd op een lingerie-party (die heb je ook en daar was ik nou nog nooit, lijkt me best geinig en de lingerie die ze dan verkopen is werkelijk waar om je vingers bij af te likken) of nog beter: een dildo-party (da’s sowieso altijd lachen-gieren-brullen), maar woensdag ervoer ik dus wat me echt te wachten stond. Weigeren kon ik niet want buurvrouw was ook op alle party’s die ik ooit in een vlaag van verstandsverbijstering gehouden had (welgeteld vier: twee keer Tupperware, één keer Gonis, één keer Partylight). Dan bak je een taart, zet je thee, koffie, wijn, sekt en een bak chips op tafel en dan komt de desbetreffende hostess jou en je medeslachtoffers vertellen wat je voorrrralllll allemaal moet kopen omdat het nu zo gewéldig in de aanbieding is.  Dat duurt een uurtje of anderhalf, moet je even doorheen. De rest van de avond is dan wel leuk.

Gisteren viel het echter heel erg mee. Het meeste van de T-waar heb ik al lang (tja…), ik heb wat vervangende onderdelen (je verliest wel ‘ns wat hè, en ik vrees dat de meeste missende onderdelen ergens in de biobak beland zijn :-S ) weten te ritselen, en gezien het feit dat ik geen alcohol meer gewend ben, kwamen de twee glazen rode wijn behoorlijk goed aan en vond ik alles best. Ik heb het bestelformuliertje natuurlijk nog hier thuis liggen, ter plekke bestellen is nooit een goed idee. De dame pakte na haar verhaaltje haar roze mega-T-tas op rolletjes weer in en kletste vervolgens gezellig mee in onze ronde van acht. Ze deed nog een magere poging om mij terug te winnen voor het T-bootcamp maar die dagen zijn vervlogen nadat ze er nooit geweest waren.

Ik heb genoeg duur(zaam) Tupperspul. Mijn kinderen hebben straks in ieder geval een leuke, onbreekbare erfenis.

Tupper

Fictie

Lieve en uiterst gewaardeerde lezers,

Even een berichtje aan jullie. Opnieuw een blogje ter verduidelijking. Zoals u vast al gemerkt heeft, schrijf ik een hele hoop. Van dagelijkse onzinnigheden tot gedichten, over gebeurtenissen en over mezelf, van frustratie tot verdriet. En éigenlijk schrijf ik ook heel graag fictieve dingen. Tot nu toe hield ik me in wat fictie betreft, vooral omdat op elk fictief stuk of gedicht wat ik tot nu toe schreef, geschrokken of verontruste reacties kwamen: mensen die over het hoofd zien dat het fictie is en denken dat ik nu psychisch volledig in de kreukels lig, dat mijn relatie cq. huwelijk ten einde is, dat ik er minstens achtendertig lovers op na houd, dat ik mezelf wat aan doe of weet ik veel wat nog niet meer.

Ik heb al vaker een blogje als dit geschreven (‘Mind the tag’ heette dat geloof ik, u mag zoeken), ter geruststelling of ter uitleg. Ik kan u verzekeren, dat ik zo dermate gestoord ben, dat ik veel, héél veel uit mijn duim kan zuigen. Hoe verzint een schrijver een roman? Hoe schreef J.K. Rowling die zeven Harry Potter-boeken? Hoe verzint Stephen King zijn horrorverhalen? Waar kwamen die vijftig tinten grijs vandaan?? Een rijke fantasie en een sick mind. Het blog hiervoor heeft bijvoorbeeld werkelijk NIETS met mij te maken. Ik pikte ergens in de dieptes van het internet een oude schrijfopdracht op. Een 400 woorden-verhaaltje. Mijn huwelijk is nog prima in orde (voor zover ik weet). Mijn man hééft geen halfzusje. Of hij een buitenechtelijke relatie heeft, weet ik niet, maar in ieder geval merk ik er dan niks van. Hij merkt van de mijne natuurlijk ook niks… (BOEHHH!! GEINTJE!!!! ECHT HÈ!!!) (Hij merkt het wel) (WAHHH, ALWEER ZO’N GEINTJE!! 😉 ).

OK, genoeg gedold. Mijn vraag aan jullie: Iemand een suggestie hoe ik mijn blog beter kan “markeren”? Ik wil alles wat fictief is, in ieder geval vanaf nu in een andere kleur posten (zoals vandaag het geval was, maar ik ga alle voorgaande fictieve dingen niet alsnog in een andere kleur zetten, no way), maar voor zover ik weet, zie je dat bij het lezen op de telefoon dus niet. Daar blijft de tekst gewoon zwart… Net als de tags, die zijn op de telefoon in eerste instantie ook niet te zien. Dan kan ik taggen en markeren wat ik wil, de foonlezers blijven zich lens schrikken. En om nu boven elk blog eerst een uitgebreide uitleg te gaan typen, dat vind ik nou ook zowat…

Voor het geval ik geen adequate oplossing vind, moet u zich er maar bij neerleggen, dat u ook in de toekomst af en toe een shock te verduren krijgt. Mocht u zich werkelijk ernstige zorgen maken, vraag dan. Of laat een comment achter, dan zal ik o.h.a. wel zo snel mogelijk uitleg geven. Vooralsnog moet u er maar gewoon vanuit gaan dat ik een sick mind heb. En dat afgezien van die mind alles in orde is. Deal?

Two-face

Twee gezichten heb ik. Twee kanten. Letterlijk. Om van het aantal persoonlijkheden nu maar eens even niet te spreken. Ik beken: ik zal nooitneverniet zonder make-up de straat op gaan. Net zomin als ik naakt de deur uit zou lopen. Zonder make-up ben ik voor mijn gevoel namelijk ook nakend.

Ik zie best vaak mensen waarvan ik denk: “slechts een héél klein beetje oogschaduw hier en een likje mascara daar en je zou er een ander mens door worden.” Maar zo mag ik niet denken, want iedereen is van nature mooi. Gewoon mens én gewoon goed, zonder hulpmiddelen. Maar dan nog: je let toch ook op wat je aan hebt? Een beetje leuke kleding, een verzorgd uiterlijk, een enigszins bij je passend kapsel? Dan mag dat beetje make-up er ook best bij. Oké, de vergelijking gaat niet helemaal op want ik wandel rustig in een ouwe joggingbroek en met crocs aan mijn voeten (ja die dingesen) bij de buurvrouw naar binnen. Maar zonder make-up zou ik daar dus écht niet eens aan dénken.

Ik zie er namelijk slaperig uit zonder make-up. Heel. Erg. Slaperig. Niet meteen foeilelijk (neem ik aan), maar wel anders. Extreem basic. Vlak. Toen ik net 13 was, metamorfoseerde ik mezelf. Ik ontdekte de oogschaduw. Eerst het geijkte blauw met roze, soms groen met geel en meer van die afzichtelijke foute kleuren. Maar ze pasten niet bij mij en de boel werd al snel donkerder. Heel donker. Zwart zeg maar. Tegelijkertijd fabriceerde ik mijn punk- en  tina-turnerlook (maar da’s weer een ander blog: wilde haren…). Loesje werd ineens een ander mens. Bij mijn eerste vriendjes maakte ik me zelfs grote zorgen over het feit dat ze me ooit zonder make-up of getoupeerd haar zouden gaan zien. Want ohw-my-gawdddd, dat zou een regelrechte ramp zijn. Hoe moest dat dan later, als we samen zouden wonen??? Dan moest ik in vredesnaam maar met schmink op m’n falie slapen…

Het is toch nog goed gekomen. Ik durf nu wel afgeschminkt naast m’n man in bed te stappen. Ik durf zelfs zonder te ontbijten :-D. Als ik zestig ben, durf ik vast ook wel een stap buiten de deur te doen zonder extra opgedirkte ogen. Ik ben weliswaar geen lippenstiftmens (hou ik ab-so-luut niet van, van die smeerprut op mijn lippen, ook niet van lipgloss of labello. Gelukkig ben ik gezegend met een paar redelijk rode, volle lippen dus die laat ik maar zoals ze me gegeven zijn) en mijn gezicht blijft doorgaans ook redelijk ‘natural’ (geen geplamuurde kunstwerken op mijn wangen, no thanks). Maar mijn ogen, die maak ik sprekender. Altijd. Vanochtend heb ik eens een projectje gedaan. Ik heb één kant van mijn gezicht opgemaakt en de andere in mijn slaperige ochtendlook gelaten. Ik post de foto hier, maar u moet weten dat dit echt een coming-out voor mij is, eigenlijk zelfs een verschrikking. Een foto van mij, als two-face. Een foto out in the open, online, met één alledaagse, sprekende kant en één volledig ongecorrigeerde, blanco kant.

U mag slechts één keer raden welke kant dat is 😛

Twoface1a

Begrijpt u nu waarom?

forever young?

Alle wegen die we hadden moeten nemen, zijn vol met bochten…
Alle lichten die ons daarheen hadden moeten leiden, zijn enkel verblindend.
Er zijn zoveel dingen die ik je had willen zeggen, maar ik weet niet hoe.
Want misschien ben jij uiteindelijk tóch degene die mij gaat redden…

Alleen heb ik geen idee waar je bent, mijn schat.

Maar laten we eerst in stijl dansen, al is het maar voor heel even.
De hemel kan wel kort wachten terwijl wij de lucht bestuderen…
We hopen op het beste maar verwachten het ergste.
Ik zou voor altijd jong willen zijn, ja, dan zou ik ook wel altijd willen leven.

Althans, met jou. Maar toch ergens ook weer niet…

Ik kan me niks herinneren, weet niet of dit waar is of een droom.
Diep in mij wil ik enkel nog schreeuwen maar de stilte stopt me…
Nu de wereld weg is, ben ik enkel nog één. Sta me bij.
Ik kan niet leven maar ook niet sterven, gevangen in mij.

Niet dat dat een straf is. In mij is het goed.

Maar degene voor wie jij me waarschuwde, degene waarvan jij zei
dat ik wel zonder kon. Ik kan niet zonder. We zitten diep in de shit,
echt waar. Maar ga nu niet tegen me preken… Help mij??
Ik hou van hem. Echt, ik hou zoveel van hem…

Jemig, wat een ellende, die liefde. Maar het komt wel goed….

Haar haar herinnert me aan dat ene veilige plekje
waar ik me als kind kon verstoppen, hopend dat de donder
en de regen wel onopgemerkt aan mij voorbij zouden gaan…
Maar waar gaan we dan nu heen, lief kind van me??

Zover mijn ogen kunnen zien, schaduwen die op me afkomen.

En voor degenen die ik inmiddels heb achtergelaten
Ik wil dat jullie weten, dat jullie altijd in mijn diepste gedachten waren
Jullie volgen me waar ik ook ga… maar als ik oud en wijs ben,
Betekenen al die bittere woorden niks meer voor mij.

Herinner je enkel nog, dat je ooit een vriend van me was…

.

(Anyway, ik ben mij er natuurlijk geheel en al van bewust dat dit allemaal songtekstinterpretaties zijn met hier en daar een eigen tussenwerpsel. The tag says it all. Bij deze bedankt Oasis, Alphaville, Nirvana, Madonna, Guns ’n Roses en Alan Parsons Project).

Social shit

De pleuris, goffer, gadver, kak.
Wat ben je ook een slappe zak.
Een klojo zonder ruggengraat
die doelloos door het leven gaat.
Gezeik, gezeur, gescheld, gekloot.
Ga zuipen, eet shit uit de goot.
Tief op en get lost, jij idioot,
krijg tieten, stik en val toch dood.

Een nieuwe tweet en weer een wens
Liefdadigheid van mens tot mens.
Prachtnamen om elkaar te noemen.
Hard meedoen tot je kop gaat zoemen.
Social media maar dan asociaal
Ach schelden doen we toch allemaal…
Dus struikel voorzichtig, stomme trut.
Love you heaps, en zelfs dat is klote.

(C) Lou

niks terug!

Gisteren was ik weer ‘ns in the mood. Vandaag plofte het resultaat daarvan in sommige brievenbussen. Soms heb ik van die buien, dan wil ik mensen die me (heel) na aan ’t hart gaan even een blijk geven van het feit dat ik aan ze denk, dat ik van ze hou, dat ik om ze geef en dus ook graag iets geef. Dat ik ze zo graag even zou willen zien glimlachen. Ik ben namelijk gék op kadootjes geven, op even attenttechnisch uit de band springen, op mensen verrassen. In zo’n vlaag van verstandsverbijstering en impulsiviteit gaat mijn surfvingertje naar een aantal sites waar ik het simpelweg heerlijk kadootjeskopen vind. Kleinigheden die door de brievenbus passen. Die goed doen.

Het zijn ook nooit álle mensen in één keer, een andere keer zijn het weer andere mensen die ineens raar opkijken. Of toch ook weer dezelfden, ligt aan de dingen die gebeuren, het verdriet en de pech of de pijn die ze hebben, de liefde die ze missen. Maar wat ik éigenlijk wil zeggen, is dat ik dit dus niet doe omdat ik nou zo graag lief gevonden wil worden of wil horen dat men van mij houdt of omdat ik denk dat mensen mij anders vergeten of iets dergelijks. Not. Echt gewoon NIET. Ik doe dit omdat IK het leuk vind. Zie het voor mijn part als een hobby. Eentje die ik weliswaar maar heel sporadisch uitoefen (maar goed ook, anders was ik in no time blutterdanblut), maar die ik gewoon af en toe weer even oppik. Net als schilderen. Een hobby die overigens ook voort komt uit het feit dat ik zelf zó graag af en toe dichter bij zou willen zijn maar dat niet kan. Ik ben heel ver weg maar zo ben ik voor mijn gevoel af en toe tóch ineens weer heel even dichtbij.

Ik vind het dus ‘lekker’. En ik doe het gewoon ‘omdat het kan’. Mag dan een stom zinnetje wezen, maar ik bedoel het letterlijk: nú kan het. Ik kan het me vandaag veroorloven om een paar kleine attenties rond te (laten) sturen. Morgen kan dat alweer totaal anders zijn. Dus waarom dan niet nu, nu het kán? En wat ik al helemáál niet wil: dat men het gevoel krijgt, dan ook iets terug te moeten doen. Ik wil niks terug. Ik weet ook dat veel van de lieverds die ik soms wat stuur, financieel of lichamelijk helemaal niet in staat zijn om iets terug te doen, alleen daarom wil ik dat dus al niet. Gooi dat gevoel aan de kant, please?? Want zo gauw dat ontstaat, kap ik er gelijk mee. Ik wil in geen geval iets van een plichtsgevoel genereren. Dus lieve schatten: gewoon blij mee zijn. Verder niks. Even glimlachen ook al zijn de tijden nog zo kloten, dan ben ik ook weer helemaal blij.

Niks terug.
Capice?
Dat dus.
Kus.

.

Oh, en mijn favo shops:
http://www.leukdoordebrievenbus.nl
http://www.troostgeschenk.nl

moeizaam

moeizaam richt ik mij steeds weer op.

fier in de tegenwind, ik vang iedere klap.

sterk tegen alles wat niet goed kán zijn.

krachtig ondanks alles wat ik niet snap.

moeizaam kom ik weer overeind.

ondanks alles wat zó niet eerlijk is.

ondanks jou, jij die mij zo vaak niet ziet.

ondanks het intense, brandende gemis.

moeizaam maar zeker word ik ik.

steeds verder weg van wie ik ooit was.

steeds meer lak aan wat men zoal denkt.

you know what? you can kiss my royal …

(c) Lou

Honger

Ik heb honger…

In levens als de mijne bestaat er niet zoiets als échte honger, dat weet ik. Maar ik heb honger. Grommende, misselijkmakende lichamelijke honger (geestelijke honger  vanzelfsprekend ook, maar da’s weer een ander hoofdstuk). Ik heb al veel vaker over mij en mijn eeuwige strijd tegen de kilo’s geblogd. Ik heb echt alles al gedaan en uitgeprobeerd, ook de minder appetijtelijke, minder lovenswaardige en minder aan te bevelen diëten. En elke keer verval ik na verloop van tijd weer in de “fuck it all”-modus. Met ondanks alle intensieve afvalpogingen toch eeuwig uitblijvend resultaat sinds ik de veertig gepasseerd ben, is mijn motivatie zo groot als een van het zich delen nahijgende bacterie.

Ik ken mijn fouten en gebreken. Ik weet waar ik de mist in ga. Ik weet wat ik moet veranderen en hoe ik het zou moeten doen. Het enige probleem is: dat geheel langer volhouden dan zes weken. Want daar zit ‘m de kneep: hoe erg ik ook mijn best doe, na een goede maand krijg ik steeds weer nog steeds nul op ’t rekest.  Niks eraf. Ook geen centimeters. Na een week of zes is er dan eventueel, met een beetje geluk, iets te zien op de weegschaal. En die week of zes haal ik niet… ik haak steevast voor die tijd af en slip weer in de allesvernietigende f.i.a.-stand.

In mijn hoofd ben ik een slank mens. Sportief ook trouwens. Maar aan de buitenkant zie je daar allemaal dus geen bal van. Hoewel veel mensen zich niet voor kunnen stellen dat ik daadwerkelijk zoveel weeg als ik doe. Dat komt doordat ik groot ben en een – de onderkin even buiten beschouwing gelaten – redelijk ‘slank’ gezicht heb. Maar ik heb een duidelijk ongezond BMI… Nou kan dat BMI me gestolen worden want op zich ben ik een heel gezond mens: mijn bloedwaardes zijn prima, mijn hartslag ook. Ik beweeg best veel en sport ook regelmatig (spiertraining, fietsen (ja echt, ondanks alles doe ik dat) en minstens 1x per week loop ik zelfs hard op de loopband in de kelder. Alleen zie je van al die inspanning echt helemaal nulkommaniks. Ik ga al sinds twee jaar twee keer in de week naar de vibrogym (powerplate-fitness, spiertraining, googelt u zelf maar). Op het raam van de studio staat: “in 30 minuten naar uw droomfiguur” (in het duits dan hè). Nou, ik heb het nagerekend: in die krappe 6000 minuten die ik al op dat ding heb gestaan, is er nog geen lijntje of bochtje veranderd in dat figuur van mij. Nou ligt dat dus niet aan de powerplate (dat is een geweldige training, ik wil niet weten hoe ik er zonder die tweewekelijkse sessies uitgezien had) maar deste meer aan mijn eet- en drinkgewoontes, die ik er maar niet uit kan rammen.

Maar goed. Het moet. Ik wil zoooooooooooooooooooooooooo graag slank zijn, dat kunt u zich niet voorstellen. Zo graag. Ik wil me goed voelen over mezelf. Mezelf mooi vinden. En vooral ook: mezelf durven laten gaan… Dat durf ik dus nu niet. Omdat ik me regelrecht schaam voor mijzelf. Hoeveel mensen me ook zeggen dat ik prachtig ben, dat ik prima ben zoals ik ben, dat ik tevreden moet zijn met mijn uiterlijk: het werkt niet. Ik ben niet tevreden met mijzelf en dat merkt ieder ander ook. Dus moet ik er toch zelf wat aan doen.

En daarom heb ik honger. Mijn maag bromt, knort, gromt. Mijn hersens hebben zin aan een heerlijke Hugo met limoen en munt op het terras. Mijn mond watert bij ’t zien van een ijsje. Maar ik ga vanavond toch maar weer op de hardloopband staan… Ze zeggen dat het eerste wat je verliest met een dieet, je goede humeur is. Nou, dat kan ik bevestigen. Ik word al creatiever in het vloeken en het werkt ook duidelijk sarcasme- en cynisme-bevorderend.

Ik wil de plakken vet er daadwerkelijk wel eigenhandig vanaf snijden maar dat staat ook weer zo verhipte slordig en bloederig. Dus doen we het maar weer ‘the old way’: HMV en dubbel zoveel sporten. Tot ik er bij omval. In dat geval zult u me maar zo moeten nemen zoals ik ben. Dik. Dan val ik uiterlijk wanneer ik tussen zes planken lig, alsnog wel af.

ah toe, lach ‘ns…

Nee.
Ik lach niet.
Niet standaard.
Niet op elke foto in ieder geval.

Elke keer wanneer ik mijn profielfoto op facebook verwissel, komen er opmerkingen over het feit dat ik niet (voldoende) lach. Voor mijn gevoel glimlach ik wel op de meeste foto’s maar blijkbaar niet zoveel dat mensen het herkennen. Ik kan mensen er dus niet van te overtuigen dat ik hieperdepiephoerahappy ben. Nou ben ik o.h.a. ook niet 24/7 himmelhochjauchzend glücklich; de meeste tijd ben ik gewoon neutraal. Alles OK, niet depressief, niet zielsgelukkig. Gewoon gewoon. Neutraal. En als ik mij neutraal voel, kijk ik ook neutraal. Alleen is het mijn pech dat mijn ‘neutrale’ blik mij er blijkbaar hoogst chagrijnig uit doet laten zien.

Ik heb nogal grote tanden (hoewel er bij de voortanden bijvoorbeeld al ca. 1,5 mm vanaf geslepen is door de tandarts, o.a. vanwege een ongevalletje met een wekker). En ik heb dik tien jaar lang een beugel gehad. Maar ook al weet ik dat ik nu prima tanden heb (door alle procedures redelijk recht, sterk en aardig wit, best mooi), in mijn hoofd zit nog steeds die drang om mijn mond dicht te houden, om de boel te bedekken. De foto’s waar ik dus daadwerkelijk breeduit lach, zijn erg schaars.

Lieve mensen, geloof mij. Ik ben best happy. Ik ben tevreden. Ik ben per definitie geen chagrijnig mens. Ik vind mijzelf enkel mooier/beter/interessanter/whatever met de mond dicht. Klappe zu. Daarmee zult u het dus moeten doen.
Maar ik ben de kwaaiste niet:  voor iedereen die mij elke keer opnieuw zo graag lachend zou willen zien, heb ik dus even een samenvatting van de ‘lachende Lou’ gemaakt.

Bij deze:

smile

En nu niet meer zeuren.
Ik kan het.
Ik kan lachen.
Ik doe het gewoon niet zo heel vaak.
Zo ben ik nu eenmaal.

alfabetvragerij

Met dank aan Nanda ga ik nu iets doen wat ik (voor zover ik me kan herinneren) nog nooit eerder gedaan heb op m’n blog: een vragenlijst invullen. Over mezelf. Dat interesseert natuurlijk geen kip. En geen hond. En de hond wederom geen moer. Maar ach, leuk om te doen is het wel. Over jezelf nadenken en dingen weer in de herinnering roepen (zeg je dat in het Nederlands? Of maak ik mij nu weer schuldig aan een germanisme?).
Nou ja. Bij deze:
Lou from A to Z.

Age: Constructiebegin: ergens begin februari 1971, afwerking: ca. 9 maand later. Maakt mij 41,5 jaar en een paar weken oud at this very moment.

Best friend: Poeh. Moet ik nu namen noemen? Ik ben gezegend met meerdere heeeeeeeeeeeeeeeeeeel goeie en gewaardeerde vrienden en vriendinnen. Die me allemaal net dát stukje speciale liefde geven dat ik van diegene nodig heb en wat ik uit alle macht probeer te beantwoorden. Stuk voor stuk op hun eigen manier überbelangrijk voor mij. Dus namen noemen heeft geen zin.

Chore you hate: Bij uitstek: strijken. Extreem stom werk. Doe ik dan ook hooguit eens in de anderhalve maand, als man echt geen overhemd meer heeft om aan te trekken (En nee, hij strijkt niet. Hij trekt dan nog liever een vuil t-shirt aan naar zijn werk). Voor de rest: kreukels zijn best mooi. En mijn kleren zitten standaard zó strak dat als ik ze aantrek, strijken echt niet meer nodig is.

Dreamhouse: Eigenlijk woon ik daar al in… Het is precies de juiste grootte, knus maar met een ruim gevoel, eigen ontwerp en bouw, met een behoorlijke tuin, leuke buren en een mooi uitzicht. Het staat exact daar waar ik vaak het gevoel heb, dat de wereld nog een beetje in orde is.  De kinderen kunnen vrijelijk buiten spelen. Er zit precies voldoende comfort in dit huis. Een penthouse met terras, gelegen in een park in een grote stad vind ik ook wel wat hebben hebben hoor. Maar daar heb ik al tien jaar in gewoond. Dit huis is dus nóg beter. Het enige nadeel: het is zo’n klere-eind van Nederland vandaan…

Essential start of your day: De wekkerS. Anders start mijn dag pas een halve dag later. En dan… is er koffie…

Favorite colour: Groen. En dan vooral stoplichtengroen. En mosgroen (hebben we op de woonkamermuur). En warmrood (hebben we ook in de woonkamer). Qua kleding: zwart (hoe kan het anders hè, met mijn figuur…)

Gold or Silver: Gold. It really is all gold that glitters. And some other stuff too, but that doesn’t count.

Height: 177cm (blij dat ze Width niet vragen…)

Instruments I play: Gitaar (kon ik ooit redelijk goed, heb ik volledig laten verslonzen maar vind ’t nog wel steeds leuk) en drums (maar ik oefen te weinig…). Daarnaast kan ik blokfluit spelen en tweehandig Für Elise op de piano ook. Maar dat dan puur op gehoor. Noten lezen is nooit een sterke kant van mij geweest :-S

Job Title (most recent): Chefke. Boss van eigen toko. Een heul kleine toko, dat wel. En ‘huisslaaf’.

Kids: Een redelijk dochterachtige zoon van momenteel 10 en een zoonachtige dochter van 7.

Life is incomplete without: tja. Ik kan nu natuurlijk wel van alles roepen: mijn kinderen, mijn man, mijn familie, koffie… Maar mijn leven zou zonder mijzelf pas écht incompleet zijn… (oh en ja, life without laptop is ook ondenkbaar 😛 )

Music that you always listen to: Met stip op nummer één:  P!NK. Daarna volgen: Bon Jovi, Alanis Morissette, MUSE, Bruno Mars, Lana del Rey, Lily Allen, Genesis, HIM, Anastacia, Falco, Christina Perry, De Dijk, Bruce Springsteen, Prince, Lenny Kravitz, Dido, euhhh… need I go on? Heavy mainstream gedoe dus.

Nickname: Lou 😀 .
M’n duitse kliek: Luzie.
M’n mams en 1 vriendin: Loezie.
M’n mams alleen: Mien tuddeke.
M’n man: Loesje (en dat “-je” is soms best sarcastisch bedoeld)
Online fora: Lois (ja, die van Lane).
M’n kinderen: MAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAMAAAAAAAAAAAAAAA!!!
En verder: Hey Du da!

Overnight hospital stays: ergens in de 90-er jaren: een kruisbandplastiekoperatie (nieuwe kniekruisband, gevormd uit mijn patellapees, vastgezet met botpluggen). En als kind van een jaar of 3 (?) heb ik ooit eens een punaise opgevroten en is mijn mam met mij naar ’t ziekenhuis gerend, alwaar ik één of andere ontbijtkoek moest eten waarmee de punaise uiteindelijk de volgende dag weer naar buiten werd getransporteerd en mijn moeder deze in een zakje meekreeg. Voor hergebruik enzo. Verder zou ik het niet weten.
[EDIT: ja ja ik weet er nog eentje!! Bij de geboortes van de kinderen heb ik ook in het ziekenhuis gelogeerd. Dat was (en is) standaard in Duitsland. Ik was dus niet ziek, ik moest gewoon een kind op de wereld zetten.]

Phobias or fears: Ik ben als de dood voor bang zijn…

Quote of a movie: Uit Trainspotting: “Choose life. Choose a job. Choose a career. Choose a family. Choose a fucking big television, Choose washing machines, cars, compact disc players, and electrical tin can openers. Choose good health, low cholesterol and dental insurance. Choose fixed-interest mortgage repayments. Choose a starter home. Choose your friends. Choose leisure wear and matching luggage. Choose a three piece suit on hire purchase in a range of fucking fabrics. Choose DIY and wondering who the fuck you are on a Sunday morning. Choose sitting on that couch watching mind-numbing spirit-crushing game shows, stuffing fucking junk food into your mouth. Choose rotting away at the end of it all, pissing your last in a miserable home, nothing more than an embarrassment to the selfish, fucked-up brats you have spawned to replace yourself. Choose your future. Choose life . . . But why would I want to do a thing like that? I chose not to choose life: I chose something else. And the reasons? There are no reasons. Who needs reasons when you’ve got heroin?
Ik oefen nog steeds wekelijks om deze quote uit mijn hoofd te kunnen opdreunen. Dagelijks heb ik opgegeven.

Reason to smile: Life. (Reason to cry: Life too).

Siblings: My one and only, lovely, beautiful big sister.

Time you wake up:  Doordeweeks: Te laat. Ondanks lichtwekker (werkt voor geen meter in de zomer) en een extra radiowekker (die man aan zijn kant uit mag meppen). In het weekend: Te vroeg. Voor half 10 uit m’n nest komen is dan eigenlijk een no-go. But shit happens. Letterlijk…

Very important date this year: Morgen. Morgen is altijd het allerbelangrijkst dit jaar. Elke dag opnieuw.

Worst habit: Onzekerheid. Gék word ik er van. Altijd denken dat je het niet goed doet, niet goed genoeg bent, mensen je achter je rug om uitlachen om je naïviteit. Dingen niet durven omdat ik al bij voorbaat denk dat ik de mist in ga. Stiekem toch piekeren over wat mensen wel niet denken. Het zou me scheißegal moeten wezen, maar dat is het niet. Of toch? Hmmm… Oh eigenlijk is dit geen gewoonte maar een karaktertrek. Sjee, doe ik het alweer fout… *nagels bijt*

X-rays you’ve done: Een stuk of 5-6 MRI-scans van m’n rechterknie (valt dat onder X-ray?). Een hele zwik baby-in-de-buik-echo’s, nog een zwikje gyneacologische en tandheelkundige echo’s en röntgenfoto’s. En een mammografie alias borstenpletsessie.

Yummie food you make: Schnitzel, Kip-in-het-pannetje, lasagne, pannenkoeken… eigenlijk alles. Ik ben gék op koken. En eten.

Zoo animal: Olifant. Op de één of andere manier voel ik me daar thuis…

Wel. Genoeg over mij. Nu weet u weer een beetje meer. En toch nog steeds niks 🙂

Stoelendans

Na een maandje of twee knock-out te zijn geweest, heb ik nu zó veel te doen en nog meer in te halen dat ik inmiddels chronisch afwezig ben op het hele arsenaal social media. Heel gezond bij tijden, maar ik mis ook heel erg veel. Er zijn ergere dingen, weet ik. Weet ik. Maar ik wil nu eenmaal niks missen… Onmogelijk met dit weer. God wat is het mooi weer… Vandaag was het 26 graden. Heeeeeeeeeeeeerlijk. Het is nu nog warm buiten. En met die lente in de bol moest en zou ik die nieuwe, strakke, mooie maar vooral prijstechnisch ook héél aantrekkelijke aluminium tuinstoelen van de Aldi op mijn terras hebben.

Helaas dachten dat minstens 38 andere mensen met mij, die ook allemaal om tien voor acht met hun kar in de aanslag voor de glazen deur stonden te douwen. Als je niet beter zou weten, zou je gedacht hebben, dat er vandaag om 8am een spontane twee-minuten-gratis-shoppen-actie plaats zou vinden. Ik was nog naïef genoeg om te denken (hopen) dat deze mensen vást niet voor die tuinstoelen kwamen maar die hoop vervloog al gauw. Mijn Aldi (heet hier overigens niet Aldi maar Hofer, maar dat terzijde, het is gewoon een Aldi) kennende stonden de tuinstoelen in de derde gang achteraan. Het was racesteppen en karretjebeuken om maar zo snel mogelijk vast te mogen stellen dat er op die plek inderdaad een twaalftal stoelen opgestapeld stond.

TWAALF!! Hoe kúnnen ze… Uiteindelijk wist ik één stoel te bemachtigen. ÉÉNTJE!! Wat moet een mens nou met één stoel… Iedereen wou er zes. Of acht. En maar rukken. En duwen. En vloeken. En vuil kijken. Eén stoel stond zelfs nog zielig in de gang, die was door alle getrek al uit ’t fatsoen gerukt. En eigenlijk wou ik dus die met zwarte bekleding, niet deze grijze. Ellende.

Maar ik ben niet op één tuinstoel te vangen. Ik gaf mijn grijze stoel, vanzelfsprekend uit pure liefdadigheid, aan de meneer die er toch maar mooi even vijf had weten te bemachtigen en die nu helemaal happy naar de kassa karde. Even over mijn vers geoogste blauwe plekken op de heup wrijvend sloop ik heimelijk met kar naar het magazijn om de dame aldaar te vragen of ze niet nog ergens een stapel zwarte had. Ze keek me meewarig grinnikend aan en zei: “mevrouw, we wilden simpelweg die unieke stoelenrace van acht uur niet missen en ik kan u verzekeren, het was ’t waard. Maar we hebben nog minstens twintig palletten met stoelen hier staan hoor. U wilde zes van die zwarte? Alstublieft.” En dumpt zes stoelen op mijn winkelkarretje.
Oh, how nice…

Iets met koppen, rompen en rukken

Ohhww dit is weer zo’n titel die veel clicks gaat genereren, wat ik je brom. Rukken does the trick. Maar ik kijk nu heel onschuldig naar Brigitte Kaandorp en ze zingt een liedje dat simpelweg gewoon pást nu. De woede is al wat gezakt maar nog steeds hè, nog steeds…

Ze zeggen wel de tijd heelt alle wonden,
en wat gebeurd is, dat is nou gebeurd
en wat gij niet wil dat u geschiedt,
doe dat ook een ander niet
daarom heb ik je kop nog steeds niet
van je romp gescheurd.

Oh, scheuren. Ze zong scheuren. Niet rukken. Shit. Nou, maar ik verander de titel niet. Laat ze maar komen, die klikkers.

Ze zong trouwens nog over  in de anus gepropte laptoppen en naaiende moraalridders, maar ik kan de complete lyrics niet vinden op Google dus hier laat ik ’t maar bij. Heerlijk, zulke wraakteksten. Eigenlijk is ze doodvermoeiend, deze Brigitte, maar ze heeft nog steeds prima benen en ik ben een absolute fan van haar liedjesteksten. Zó treffend. Zo ráák. Zo mij… ik herken mij in dit mens. Niet dat ik in netkousen en korset op een podium rond zou springen (je wordt duidelijk ouder, Kaandorp, maar je mag er nog steeds wezen), ammenooitniet, en zoveel woorden in één minuut zeggen als zij doet, is godsonmogelijk voor mij, maar haar humor is de mijne. Lekker sarcastisch. *like*

Maar even terug naar dat liedje. Een dag of wat geleden rees er ergens (ik vrees op facebook) de vraag of je gelooft dat ieder mens tot een moord in staat is. Nou is het woord ‘moord’ in principe direct verbonden met ‘voorbedachte rade’ en daar moet je toch wel een wat gevorderde gek voor zijn (niet dat we daar een gebrek aan hebben), maar ik denk wel degelijk dat iedere mens in elk geval tot doodslag in staat is. Of zo af en toe eens een moord uit passie zou willen plegen. Zo kwaad, zo intens gekwetst dat je iemand iets aan zou kunnen doen. Maar je doet ’t niet. Dat is dan weer het verstandelijke (en het schijterige…) in de (jaja, gebagatelliseerde ;-)) doorsnee mens. Gelukkig.

Eergisteren droomde ik nogal levendig. Ik hielp iedereen om zeep die mij ooit kwetste, die de mensen die ik lief heb pijn deed en ook degenen die me figuurlijk al zó lang in de weg stonden op mijn weg naar het geluk. En het voelde zó goed. Alleen bleef ’t natuurlijk niet verborgen, ik ben geen professional serial killer, zelfs niet in mijn dromen. Het vluchten werd steeds lastiger. Want door dat wat ik deed, moest ik ook juist mijn geliefden in de steek laten en heel hard van ze wegrennen. En dat kon ik dus niet…

’s Ochtends wakker was ik dan toch blij dat ’t maar een droom was. Maar oh wat had ik ze graag…
Als ik een hitlist had, was-ie lang. Maar ik heb er dus geen.

Ik maak ze allemaal hartstikke monddood met liefde.
Veel effectiever.

Waar blijft die kloterige rotlente eigenlijk…

gevoelige snaar

Het schijnt dat ik nu dan toch eindelijk weer eens een gevoelige snaar heb geraakt met mijn ziekemannenblog…
Sorry heren (in het algemeen maar voorállll die, die zich aangesproken voelden):
mijn oprechte excuses.
Ik zal ’t noooooit meer doen…
NOT!!!
’t Is mijn blog. Ik schrijf wat ik wil.
En lees vooral ook de titel erboven: Veel geleuter zonder clou.
U was dus gewaarschuwd. Dubbel.

To read or not to read, THAT is the question.

Hele evolutietheorieën werden er meteen weer tegenaan gegooid. Vrouwtjes die het zich niet kunnen permitteren om hun kroost in de steek te laten, mannetjes die, als ze hun territorium door ziekte niet meer kunnen verdedigen, zich dan maar volledig terug trekken. Ik vind ’t prima hoor, alleen is het dan wel ietwat teleurstellend dat het oh zo intelligente mannelijke deel van ‘mensheid’ (even sterk veralgemeniserend, alweer sorry) zich blijkbaar toch nog niet noemenswaardig ontwikkeld heeft en daardoor in tijden van zelfs enkel milde ziekte terug valt in oergedrag, daarbij denkende dat er nog steeds iets als een territorium verdedigd zou moeten worden. Ik ben gék op veralgemeniseren en bagatelliseren. Iemand moet ’t toch doen hè, anders zie je door de mannen de mensheid niet meer. *kuch*

Huh?
Oh.
De clou mist weer eens…
Ik broedmachine met hormonale storingen.
Ik vrouw.
Forgive me.
Waar zullen we het vandaag eens over hebben?
Was er niet laatst iets van een huishoudbeurs?
Vertel eens dames?
En heren, niet te hard zwaaien met die knots hoor!
U zou uw nieuwe BMW M6 per ongeluk kunnen raken…

Lieve mannen.
Trek het u toch alsteblief niet aan…
Ik raaskal maar wat.
Ik ben gek op u. Allemaal (even generaliseren).
Wat zou ’t leven zonder mannen zijn.
Enzo…

Clueless.

Bezig

ben ik. Verrekte erg bezig. En dat is goed. Dat houdt mijn hoofd stil. En mijn maag ook. Die schreeuwt op dit moment keihard om wijn en chips maar aangezien ik zo goed bezig ben, luister ik niet. Magen zijn ook maar onwetende organen, ook al is de mijne een expert in het imiteren van grommende beren.

Ik ben bezig. Met opruimen. Nog steeds. De woonkamer is inmiddels weer een zooi, maar ik heb de projecten zelf in ieder geval al op orde:
– de berging uitmesten (nog onbegonnen werk, letterlijk)
– mijn klerenkast opruimen (moet nog even wachten, eerst -10 kilo)
– het verenigingsleven op orde brengen (druk mee bezig)
– kinderzooi uitsorteren en naar de bazaar brengen (check! done!)
– bergruimte kweken (ikea to the rescue…)
– mijn hoofd opruimen (erg langdurig en moeizaam project)
– mijn hart luchten (in the proces)
– mijn lichaam op orde brengen (ook work-in-progress at this very moment)
– mijn foon streamlinen (check! Is klaar. Nu nog afwachten of dat wel zo goed was…)

Vandaag kwam er een busje voorrijden met twee erg aardige Marokkaanse mannen. Ze brachten mij mijn bestelde 540 kilo ikea-meubilair (Ja, ik ben een ikea-freak. Gek op. Ik geef het toe). Ze gaven de kinderen zelfs nog een zakje Haribo-gummiberen op de koop toe. [Nee, nee dat denk je fout. Dit is toeval. Ik doe niet aan product placement. Echt niet]. Verbazingwekkend genoeg klopte alles ook nog (46 colli). Kortom: ik ben blij en vanaf morgen worden er hier ikea-kasten in elkaar geschroefd en geplakt (en geramd, als het nodig is). En dan kan ik verder met opruimen, yay!

Met mijn hart-hoofd-lichaam-project maak ik ook gestage vorderingen. Mén, wat een zootje was dat… Is het nog steeds, ook dat moet ik toegeven. Maar het begin is er tenminste.

Die olifanten laten zich relatief goed vangen.
Maar die muggen hè, die muggen…

Gudderig

Zo heet dat. Als je het steeds een beetje koud hebt en er af en toe een rilling door je heen gaat. Niet ijskoud maar gudderig. Net als het weer. Dat kan ook gudderig zijn. Godderen, gudderen, gidderen, schijnt allemaal ’t zelfde Nedersaksisch te zijn voor ‘met kracht neervallen‘. Stamt van geuren/guren. Dat betekent ‘als stof ergens uitvallen‘. Laat ik dat nou best wel graag willen… tot stof worden en dan lekker ergens uitvallen. Bij voorkeur uit een palmboom ofzo. Of uit een hete luchtballon zonder parachute… Even dwarrelen en dan vet crashen. Ja, dat lijkt me wel wat.

Ik ben gudderig. Mijn lichaam en mijn stemming zijn gudderig. Het weer is sowieso gudderig. En mijn ogen zijn gudderig. Ze vallen letterlijk met kracht neer. Alsof mijn oogleden twee doeken met loden baleinen zijn die na een volledig mislukte voorstelling versneld dicht smakken zodat het toneel in ieder geval vast niet meer te zien is. Snel weg.

Ik zou zo graag willen gillen. Gillen dat dat meisje van vroeger echt nog wel steeds ergens heel diep binnenin mij zit. En in een hoekje zit te huilen. Ik zou willen brullen dat ik nog steeds goed genoeg ben. Voor jou. En jou.  Schreeuwen dat je op moet rotten met je kritiek en je kleinerende opmerkingen. Ik zou je hardhandig door elkaar willen schudden zodat je eindelijk wakker wordt en ziet dat ik de moeite waard ben. Maar het is zó lastig om jezelf door elkaar te schudden…

Ik roep. darksoul

Maar degene die het werkelijk zou moeten horen, is doof voor mijn geschreeuw.
Ik kan mezelf niet horen…

God wat is het donker hier binnen zeg…

Ik wil fluoriserende lichtknopjes in mijn ziel.

.

.

.

.

(Maakt u zich vooral geen zorgen. Het gaat goed met mij. Ik zat te twijfelen of ik dit er überhaupt bij zou zetten, maar zieleroerselen en realiteit hebben niks met elkaar te maken. Niemand hoeft zich zorgen te maken over mij. Dat kan ik zelf nog altijd het beste.)

De maan is rond.

De maaaaaaaaan is rond.
De maan is rond.
Twee ogen, een neus
en een kont.

Tenminste, als je de maan die ik vandaag gezien heb, bekijkt. Het was daadwerkelijk dubbele volle maan. Ik werd er bíjna door verblind. Bijna. Ik ging er bíjna van janken. Bijna. Maar toen was hij ook alweer verdwenen achter een hoop wolken. Uitlaatgassen van het bestelbusje.

Vandaag kreeg ik wat leveringen. Dat gebeurt momenteel wat vaker, aangezien ik in fases als deze (u weet wel, zie voorgaande blogs enzo) ook last heb van een ietwat heftige vorm van bestelleritis. Amazon, bonprix en Otto zijn weer blij met mij. De bezorger belde aan. Ik wist ’t meteen: dit is een invaller. Onze normale postpaketbezorger belt namelijk niet aan: die kart gewoon in een lege bus rond en mietert hier en daar een formuliertje in de brievenbus dat je daar-en-daar vanaf 15:00h je pakket op kan halen. Deze bezorger daarentegen was zo beleefd om aan te bellen. IMrMoony1k deed open en zag een licht hangbuikborstelzwijnachtige man met een complete magneetarmband als piercing door zijn wenkbrauw. De man keek me wat sullig aan en had blijkbaar niet verwacht dat ik thuis was (ja tjeeee zeg, welke miep is er nou om half 11 ‘s-ochtends thuis…) want hij draaide zich met opgetrokken heavymetalhoelahoepwenkbrauw en met een zucht om, om in de bus dan toch maar mijn MrMoony2bestellingen te gaan halen. Hij boog zich voorover in de bus op zoek naar drie dozen en ik viel bijna om… Die aanblik!! Yikes!!!

Nu ben ik best wel wat gewend. Maar dit was echt pure horror. Dit was geen gewoon bouwvakkersdecolleté meer, dit was een complete sloopkogel. Maal twee. Als ik nou nog gewoon een decent geldsleufje zag, had ik er nog niks van gedacht. Maar hier keken twee volledige, witrode, pokdalig gevlekte aarsbollebozen mij recht in de reebruine oogjes… Het leken wel twee uit de kluiten gewassen haikido-pompoenen. En het was dus nét als bij mijn ufo-sighting van de afgelopen zomer: ik was simpelweg té verbouwereerd om mijn mobiel te pakken en een bewijsfoto (of nog beter: -film…) te maken. Maar ik kan u vertellen dat het zeer deed aan de ogen. Dit was een man van het type “Met jou? Nog voor geen 68 miljoen!” en zijn achterwerk paste werkelijk perfect bij hem.

Ik ben dus gemoond. Geflashed. Hoe u het ook wilt noemen. Een ordinaire sloopkogelventer. Ik ben niet vies van achterwerken, maar dit was echt teveel van  MrMoony3het… euh… achterste. Met ingehouden schaterlach ondertekende ik op het electronische kraspadje. Morgen komt-ie vast weer want ik verwacht nog minstens drie leveringen. En zeker weten dat ik dan alvast mijn mobiel al sneaky op de fotografeerstand in de hand achter m’n rug houd. *Klik*. Gheh 😛

Bij het ceremonieel doorknippen van het plastic paklint was ik blijkbaar toch duidelijk wel ietwat van mijn apropos want ik knipte met de schaar nog even vet in mijn middelvinger.
Cut4 watwashetookalweer?

Ja. In mijn middelvinger dus…
Thank you Mr. Moony!!!

Retro

Eigenlijk vond ik de beschrijving maar niks.Ralph1
“Videogame-bozerik Wreck-It-Ralph zou zo graag geliefd zijn net als zijn eeuwige  counterpart Fix-It-Felix. Het probleem: Niemand vindt de „bad guy“aardig maar iedereen houdt van de helden…”
Ik dacht gelijk aan zo’n film met het eeuwige superheld-in-videogamesetting-gezeik. Maar toen ik de kritieken las, dacht Retro2ik: “ach why not, de kinderen vinden ’t vast leuk”, en dat klopte. En wat nog opzienbarender was: Man en ik vonden het zeker zo leuk. Omdat we er zoveel in herkenden…

Die goeie ouwe tijd, hhmm?
We mochten even op de retro-tour. Ralph’s videogame vierde zijn dertigjarig bestaan. En daarmee waren ze dus tot retro bestempeld. Ralph als pixelzwakke, menselijke King Kong die elke keer opnieuw het gebouw en zijn bewoners molesteert maar eigenlijk zo graag geliefd wil zijn, FIFelix een soort irritante Super Mario met een allesreparerend gouden hamertje.

Dertig jaar terug.
Jaren ’80. Dat waren wij.
Jong en onschuldig.
Bereid voor de deep dark space of video entertainment.
En nu zijn wij dus retro.
Desnoods in vijftig tinten grijs.
Oh my...

The gamers say we’re “Retro” which I think means “Old but cool

Old but cool. Uhuhh… Ik onthoud dan natuurlijk vooral dat ‘old’.ralph2
PacMan (m’n allereerste videospelletje, hoe klassiek wil je het hebben), Sonic, Q*bert, Donkey Kong, Mario Bros (made it to new school), Mega Man (okay toegegeven, da’s al Next Generation) en ga zo maar door.
Ralph-BlockOutDie heerlijke DOS-games als Tetris, Block-Out en Prince of Persia (ook doorgebroken naar de 21e eeuw) even daargelaten.

Maar ik dwaal af. Waar het me om ging was dat retro… ik… retro… als ik aan retro denk, denk ik aan flower power, jaren 60-70. Toen ik nog niet bestond. Of tenminste nog maar in mini-vorm. Niet aan mijn jeugd. Maar nu is die jeugd blijkbaar ook al in de term ‘retro’ opgegaan. Ik mag dan cool zijn maar dat doet niks af aan het ‘old’…Retro3

Ik moet toch even bijkomen. Mensen op mijn leeftijd trekken het besef van het nieuw verworven retro-schap niet meer zo goed blijkbaar. Retro. Ik ga me even bezinnen in mijn plastic kuipstoeltje, me blind staren op mijn geliefde hypnocirkels op het behang, even een vet potje Toppop kijken (op YouTube dan maar…) en wat bladeren in mijn ouwe  BRAVO’s op zoek Falco en Dr. Sommer…

Be right back.

 

Ein Königreich für ‘ne Mama

Aangezien de Nederlandse Sint enkel nog de chocoladeletter “K” kon vinden, maar de “T” niet meer, krijgen de kinderen morgenochtend allebei een choco-“K” in hun schoen. Dochters naam begint ook met een “K”, zoons naam echter met een “T”. Dat is op zich geen probleem: De “K” van “Kind” is ook heel plausibel, toch? De bijnaam van man begint met een “P” dus die krijgt een “P”, de “P” van “Papa”. Wunderbar: ook nog duidelijk en verklaarbaar. Maar als ik dan een (op zich logische) “L” krijg, dan klopt er ergens iets niet meer… (Snapt u ’t nog??). Nou ja, daar heb ik dus nu net even een gedichtje voor in elkaar geflanst.
Voor morgen, in hun schoen.
En daar moeten ze het dan maar mee doen…

Bij deze.
(En ja, in het Duits, anders kan zoon het echt niet (voor)lezen ;-)).

.

Der Sinterklaas, der war heut’ noch im Stress
Er musste nämlich noch schnell und ganz kess…
einen Umweg über das Land Österreich machen
Dort standen noch Schuhe mit sieben SachenLama
Karotten fürs Pferd, Mandarinen für Piet
Die Kinder dort sangen sogar auch ein Lied.
Zwar „Kling Glöckchen Klingelingeling“
Aber das kümmerte ihn zurzeit nur gering.

Was schlimmer war, war jener Fakt
dass etwas nicht stimmte im Sinterklaassack.
Schokobuchstaben gab’s nun wirklich genug
K’s für Kind, P’ für den Papa, U für Unfug.
Aber das M für Mama, das fehlte komplett.
Er könnte noch eins basteln aus dem Brat’lfett…
Aber das würde ihr sicher nicht gut schmecken.
Und so suchte er weiter, an Enden und Ecken.

Kein “M”. Nur noch ein lahmes “L” konnte er finden.
Wie sollte diese Mutter DAS nur überwinden?
Warte, der Film, der hieß doch Königreich für `ne Mama?
Und diese Muti da spuckt ja viel besser als so ein Lama…
„Das ist es!!“ rief Sinterklaas nun begeistert.
„Lama, Mama, wer merkt das schon. Ich hab’s gemeistert!“
Dieses Lamaweib kriegt einfach ein passendes „L“
Und jetzt auspacken, das Zeug. Und zwar schnell!!!

.
PS: de film “Keizer Kuzco” (The Emperor’s New Groove) heet hier “Ein Königreich für ein Lama”.
Vandaarem.

Duuts veur boet’nlaanders

Mit, nach, bei, seit, von, zu, zuwider, gemäß, gegenüber, nebst, samt, nahe, binnen, entsprechend, entgegen, außer, aus.
Datief (derde naamval)
.
Durch, für, ohne, um, bis, gegen, wider, je.
Akkusatief (vierde naamval)
.
Oberhalb, unterhalb, außerhalb, innerhalb, halber, abseits, jenseits, diesseits, zwecks, angesichts, infolge, aufgrund, anhand, kraft, trotz, wegen, zwecks, zuzüglich (en nog een paar meer)
Genitief (tweede naamval)
.
An, auf, hinter, neben, in, unter, über, vor, zwischen.
Datief OF accusatief (wo? wohin?)
.
Kent u die rijtjes nog? Kunt u ze ook nog opdreunen? Ik zal hier en daar vast nog een paar voorzetels vergeten hebben maar in principe ken ik ze nog. Nou ja, een beetje dan. Die van de derde en vierde naamval in ieder geval. En dat zorgt altijd weer voor amusante gezichten bij de oerduitstaligen. Bij hen zit dat er van de geboorte af aan gewoon in: dat zijn geen dingen waar je over na hoeft te denken, dat ís gewoon zo. Als je dan een rijtje als bovenstaande opdreunt omdat je wilt laten zien, op welke brachiale wijze JIJ duits hebt moeten internaliseren (omdat het zo’n kl…taal is om te leren), vallen ze bijna van hun stoel van verbazing. “Dat hoef je toch niet te léren?? Dat IS toch gewoon zo?? Dat voel je toch?” Ja, nu onderhand wel. Na een kwart eeuw duits praten doe je het meeste inderdaad automatisch, zonder nog de rijtjes af te lopen om uit te vogelen welke naamval je moet hebben. Maar dat duurt langgggg…
.
Het grappige is, dat ze het zelf ook regelmatig hartstikke fout doen. Als je er op let, merk je dat het automatisme ook regelmatig te wensen over laat. Ik, als buitenlander met al mijn ingestampte grammaticaregeltjes, naamvalrijtjes en uitzonderingen, word op school- en ouderverenigingsvergaderingen altijd tot notuliste gebombardeerd. Ik corrigeer de brieven en presentaties van mijn duitse bedrijfspartner, ik schrijf de brieven en officiële emails voor m’n man. Duits is voor duitstaligen duidelijk óók moeilijk, vooral de declinaties en verbuigingen.  Maar daar is een al eeuwenoude remedie voor: het dialect. Slik waar mogelijk de laatste letters in en je hebt nergens last meer van. Der/dem/den wordt “de”, dir/dich/die wordt allemaal “die”. Das/des/dessen wordt allemaal “de(e)s”. Enzovoort. Suit yourself. De jeugd van tegenwoordig maakt ’t zich nóg makkelijker en schrijft nu ook alles in Mundart. Op facebook zie ik geen normaalduitse zin meer in de conversaties die mijn nichtjes voeren. Wordt maar ‘ns wijs uit ’t volgende:
(een willekeurige fb-conversatie, beetje ingekort en de 486 smilies/hartjes/XXX voor het leesgemak er even uit verwijderd)
joaah….bin sooooo happy
i ah! wie ma des woi gschofft hom…!
deng mas ah…
des warad so geil won wia gemeinsom spün kinadn…!
hapts es gschofft?
suppa! es sats oba a echt guuad
es sats unsane vertreda!
wissts a scho was fir a rolle?
igfrei mi scho so
wiad sicha voi gail.
Ik vond dit dus ronduit indrukwekkend…
.
Ten eerste wordt niets meer met een hoofdletter geschreven, wat ik op zich niet zo slecht vind (dat gestoorde hoofdlettergedoe bij alle zelfstandige naamwoorden werkt op de zenuwen) maar aan ’t begin van ’n zin hoort ’t dan toch wel weer, vind ik… Ten tweede is moet elke zin hardop uitgesproken worden voordat een normaalsterfelijke kan bevatten wat er staat. Ik kan bovenstaande na een kwart eeuw oefening wel lezen en begrijpen, maar dit valt voor mij toch wel onder de noemer ‘taalmishandeling’…
.
Nog een paar leuke raadseltjes voor de enigszins duitssprekenden onder u.
Word hier maar ‘ns uit wijs:
Da Fink sogt zan Zeisal und’s Zeisal zan Fink: in d’Stodt fliagn ma ned eine, weils do goa a so stinkt.
Dea Bua dea hod zwoa lingge Hendd. Dös wiad gonz sicha a Schdudendd.
Fuat in da Fria, hoam auf d’Nocht, so hods mei Voda imma gmocht. Fuat auf d’Nocht, hoam in da Fria, joa so mochans mia!

Denk je dat je enigszins duits kunt, kun je wéér compleet overnieuw beginnen.
Op onze vrijgezellenavond heb ik de test van de natives in elk geval cum laude doorstaan.
Misschien wordt ’t dan toch ooit nog wat met die oostenrijkse integratie van mij…

(NB: Vertaling van bovenstaande enkel op veelvuldig verzoek).

Black and blue

So comfortably numb

after just a split second
of feeling strangely dumb.
It’s quite normal, I reckon…
I wish I were so good.
No, wish I were just better
Never really understood
as to why it should matter.
You wanna be bad.
And so desperately loyal
to someone who had
no clue of my truely royal
sense of admiration
for a person so dull
as if under sedation.
Now banging my skull
against the concrete wall
of ignorant, dull bliss.
A love so incredibly small
Nothing but a major kiss.
What did I ever see
In a person sad as you.
Put you over my knee.
Butt black and blue.

But I’m not allowed to…

(c) Lou

ief ief

Ik ben een hypothetisch heerlijk wief.
Een echt oprechte hartedief.
Ik heb jou zó ongeloveloos lief,
actief als ook iets te passief.
Ik zorg voor jouw gevoelsgerief.
Voor jouw wensen hypersensitief.
Dat werkt soms ietwat destructief
maar ach, zie het nou maar positief:
het is nog allesbehalve definitief.
En ‘heerlijk’ is ook al zo subjectief…
Dan dus enkel maar ‘een wief’.
Heb ik fijn weer een ander lief.
Er is wel een meervoudig ongerief:
Ik ben soms mega-onproductief
en ook zonder zinvol substantief,
met grote haat aan DE kettingbrief.
Dit even oprecht en informatief
en ook een klein beetje narratief.
Zonder enig geloofwaardig motief
ben ik een procrastinatief lekker wief.
Asjeblief, heb je mij nu nog stééds lief?
Dát biedt nog ‘ns toekomstperspectief…

Ach.
Tijd dat ik optief.

Hoogstgevoelig

Ik heb sterk de indruk dat mensen zich er tegenwoordig steeds bewuster van worden dat ze sensitiever zijn dan een paar decennia geleden. Er gaat geen dag (nou ja, week) voorbij zonder dat het begrip hoogsensitief of “highly sensitive” voorbij komt rollen. Het geheel heeft een hoop namen zoals ‘nieuwetijdskinderen’, ‘hoge prikkelbaarheid’, hooggevoeligheid of ‘HSP’ maar jee, wat is dat dan precies? En waarom lijkt het alsof tegenwoordig zelfs het merendeel van de mensen zo hooggevoelig is? Zou zelfs  ik (ik kortdoordebochte, sarcastische droogklotin) het kunnen zijn?

Ik heb voor deze korte, geheel inobjectieve zelfstudie maar eens een klein aantal (tot nu toe 6) van die online HSP-tests ingevuld. Ik scoor grofweg tussen de 86 en de 94% ‘positief’ en ben dus blijkbaar – volgens deze natuurlijk absoluut niet-suggestieve, ongestuurde tests – óók een HSP-er. Met hier en daar een uitzondering: Ik voel mij niet ongemakkelijk als er een hoop om mij heen gebeurt. Ik word ook niet snel overprikkeld door dingen als fel licht, sterke geuren (behalve als ze uit familiaire achterwerken komen), grove weefsels of harde sirenes. Het zal me allemaal worst wezen. Ik consumeer caffeïne als een junk en ben gek op snoeiharde muziek. Ik kan – als ik daar zin in heb – minstens 18 dingen tegelijk doen, ook in opdracht.

Maar ik kan er niks mee. Ik kan niets met het begrip ‘hooggevoelig’ zelf en ook niets met het feit dat zoveel mensen het schijnbaar met mij mee zijn. Ik vind het namelijk niet meer dan een normaal iets. Mensen ontwikkelen zich nu eenmaal. Ze evolueren, niet enkel fysiek maar ook gevoelsmatig. En hun omgeving verandert ook nog eens sterk mee. Méér mensen in de directe omgeving, méér geluiden, méér impressies, méér (al dan niet online) gedeelde gevoelens, méér en vooral ook andere (maatschappelijke) problemen, méér en snellere media, méér geluid, méér verwarring. Dat werkt al sinds decennia op ons in en wij ontwikkelen ons daarnaar (jajaja, ik weet ook wel dat ‘evolutie’ iets van miljoenen jaren is, maar deze huidige ontwikkeling is een emotioneel aanpassingsgerichte en die gaat sneller. Duhhh…) Tuurlijk merk ik snel wat er in een ander om gaat, voel ik aan wat mensen om mij heen bezig houdt, ben ik redelijk emotioneel gevoelig voor verdriet/pijn van anderen, ben ik in groepsverband niet al te assertief (nee echt niet, gek hè) en kan ik informatiestromen heel snel in mij opnemen of me er juist compleet voor afsluiten omdat ’t me teveel wordt. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Maakt mij dat ‘hoog’-gevoelig? Het maakt me menselijk. En misschien gevoelig. Maar zoals ik het nu zie, is minstens de helft van mijn omgeving net zo gevoelig en zijn we met zijn allen gewoon weer doorsneegevoelig. Ik hoor u al roepen: “jamaar, jamaar: soort zoekt soort hè!” Maar ik zoek niks, ik kijk simpelweg om me heen en constateer.

Mensen die hooggevoelig zijn, zijn volgens de onderzoeken van psychologe Elaine Aron vooral  “consciëntieus, loyaal, gericht op kwaliteit en met een hoog inzicht in mensen en processen.” Dat is op zich heel fijn, prima werknemers in mijn persoonlijke werkgeversvisie. Maar er zijn dus inmiddels heel erg veel mensen die deze eigenschappen hebben. Ze zijn daarom voor mijn begrippen niet meer HOOGsensitief, maar gewoon hedendaags sensitief met een eventueel ietwat hoger emotioneel quotiënt… Het is een simpel aangeboren iets, een karaktereigenschap, een menselijke ontwikkeling. Geen stoornis.

Ik wil hier echt niemand mee kwetsen of hordes gevoeligen over één kam scheren. En als je last van je eigen gevoeligheid hebt, is dat zeker geen pretje. Maar het helpt wél als je je bedenkt dat je niet de enige bent (langgggg niet de enige, hele volksstammen zijn inmiddels gevoeliger dan vroeger) en dat het een pure karaktereigenschap is (en dan ook nog een hele goede). De één is verlegen, de ander een exhibitionist. De één is een hork, de ander gevoelvol. De één is sympathisch, de ander empathisch. De één is tactloos, de ander sensitief. It’s just the way it is. Doe er je voordeel mee.

Als we nu allemaal onze zo prachtig ontwikkelde manier van empathisch, liefderijk, medelevend, sympathiek, altruistisch en gevoelvol leven continuëren, kunnen we het op deze aardkloot – voor zolang-ie nog bestaat, wat was ’t ook alweer, nog zo’n 45 dagen? 😛 – heel fijn hebben samen. En piekeren over de hoogste mate van sensitiviteit hoeft niet meer, we zitten praktisch allemaal in hetzelfde schuitje. We feel the same, so relax… Zullen we dat eens doen, mijn lieve hooggewaardeerde, hooggeliefde, hoogstgevoelige medemensen?

Oh, en die überbotte horken die bijvoorbeeld Tim naar de donkere kant gepest hebben, die lopen dus overduidelijk een paar miljoen jaar achter in de empathische sensitiviteitsevolutie. Stelletje ongevoelige kuddedieren. Daar wil je toch niet bij horen. Hoogste tijd voor die lui om eens een beginnetje te maken met de ontwikkeling van bijvoorbeeld een hersenstam met een klein broccolikluitje erbovenop, zou ik zo zeggen, tactvol als ik ben… *kuch*

En nu ga ik even lekker headbangen.

Hulktaart

Laten we beginnen met ’t feit dat dit mijn dag niet is. Ik stapte vanochtend vroeg in de auto om naar de vibrogym te tuffen en bij ’t starten verscheen er op het display een schreeuwend, knalrood, levensgroot alarmteken. Een lichte hartverzakking maar na een kleine autotest kon ik niets ‘verkeerds’ vaststellen dus ben ik toch maar heengetuft. Eenmaal weer thuis keek ik maar ‘ns in de autohandleiding (jaja, zo’n ding hebben wij) en daar stond dat bij dit teken het remsysteem van mijn Oud-i defect zou zijn. “Motor abstellen und sofort zu einer Werkstatt schleppen lassen”. Whutttt???? Tweede hartverzakking. Nog een testritje met veel gas bergaf en snoeihard remmen. Alles deed ’t werkelijk prima. Wat nou defect remsysteem, pffff.

Afijn. Dat was ’t kleinste probleem van vandaag. Wat belletjes en noodzakelijkheden, boodschappen en andere krimskrams, dat ging allemaal redelijk goed. Tot aan de avond. Zoon had voor z’n verjaardag morgen een hulktaart, oftewel een spinazietaart, besteld. Met chocolade.

OK… Spinazietaart had ik al twee keer eerder gemaakt dus dat moest wel lukken. Ware het niet dat ik het briljante idee had, om het ding in mijn silikonen bakvorm te maken. Dat is zo’n rooie flubberrand met een glasplaat als bodem, die je er los in legt. Ideaal ding. Eigenlijk. Voordat de kinderen naar de scouting moesten had ik het beslag al gemaakt. Met een hele kop olie, een bult suiker, wat meel en 6 eieren. Oerdegelijke, trigonomisch verantwoorde taart. Ik klap het ‘lege’ bakje dat voorheen nog vol was met relatief kleine eitjes, dicht en kijk er verder niet meer naar. Vlug de zooi opruimen en de vuilnis aan kant. Laat het nou zo zijn dat ik mijn eierdozen altijd platstamp en bij het oud papier doe (schoonma wil ze niet meer want al haar kippen zijn inmiddels tot soep verwerkt en statiegeld zit er ook niet op, nee…). Ik dump de doos op de grond en nog voordat mijn voet neerkomt om te pletten schiet het door m’n hoofd. “Was-ie wel leeg? Hij voelde zo zwaar…”

PLET!!! Met een ei erin. Grrrrrrrmpfffff. Die dozen houden gelukkig goed wat tegen dus het viel nogal mee met de zooi, maar duf is ’t ergens toch wel… Anyway. Ik had ’t poppenstrontachtige beslag al gemaakt (ja echt, met spinazie krijg je een prachtige groene hulktaart mee en daar was ’t zoon allemaal om te doen) maar moest dus nog even snelsnel de kinderen ophalen. Oudi heeft danige startmoeilijkheden maar het lukt nog net. Thuisgekomen nog sneller dan snel de groene blubber in de bakvorm gekieperd en hoppaaaa de oven in. En daar haperde het.

Wat ik normaalgesproken gewoon wéét en nóóit doe, deed ik nu. Ik pakte mijn bakvorm bij de randen op (zoals dat hoort) en plaatste hem vervolgens op m’n rechterhand om kelner-like richting bakoven te manouvreren. En daarmee drukte ik dus het (losse) glas inclusief smurrie zo omhoog. De groene drab gulpte over mijn hand en ik draaide zo snel mogelijk terug om de boel op m’n (thankheavens schone!!!) inductieplaat te kwakken.

Desalniettemin zat alles onder… de vloer, m’n keukenlades, het ikea-trapje, de overige bakblikken, m’n kookboeken… Nigella moest ‘ns weten hoe ze er hier vanavond bij stond :-S Wat een zooi, wat een zooi. De katten verheugden zich al op een zoete nacht. En de ervaring leert, dat spinazie in combinatie met suiker, olie, eieren en bloem een gigantische groene kleefprut oplevert, die je met de gemiddelde microvezel-vaatdoek enkel een beetje zinloos aan ’t grinniken maakt.

Ik heb eerlijk gezegd eerst zelf drie minuten keihard staan lachen, toen eerst maar ‘ns een foto gemaakt, de hoofdmoot schoongemaakt zodat ik bij de overige bakblikken kon, onderwijl grinnikend en hard vloekend, de bruikbare spinazietaartresten van de kookplaat geschraapt, in een nieuw bakblik gekwakt en dat halve geheel gebakken. En wonder oh wonder, hij is nog steeds groot genoeg. Ik blij.

Moraal van dit verhaal: ooit komt alles goed. Zelfs hulktaart. Morgen verder met spinazie van kookboeken en keukenlades afkrabben.

TrutteBel

“een uur aan de telefoon gehangen, nog zere kaken van het lachen”
“binnenkort weer even bijkletsen, ik bel je!!”
“ik denk dat wij u in dit project van dienst kunnen zijn, bladiebladiebla…”

Ik heb iets raars geloof ik.
En toch hè, tóch geloof ik dat ik hier absoluut niet alleen in ben…
Ik heb een telefoneerafkeer. Bel-angst. Ik trutteBel…

Vroeger (lees: een paar decennia geleden) was het helemaal erg. Ik kreeg al maagpijn als ik de dokter(sassistente) moest bellen voor een afspraak omdat ik dan eerst uit moest leggen waarom ’t ging. Of een potentiële klant bellen, vreselijk.  Ik schreef alles wat ik wou cq. moest zeggen minitieus op zodat ik in m’n zenuwen niks zou vergeten. Een bijna-to-be-vriendje opbellen om iets af te spreken? Godsonmogelijk. Uuuuuuuuren heb ik bij die rottelefoon gezeten, ja zelfs zo nu en dan die hoorn in de bevende hand gehad en m’n vingers over de vierkante toetsen laten zweven (ja, zo waren onze telefoons nog in die tijd. Met een hoorn en dikke vierkante druktoetsen). Toen er iets goed mis was op school m.b.t. de klas van zoon, ben ik niet in de telefoon geklommen, ik ben gelijk naar school gereden en heb daar al m’n emoties en misnoegen eruit gegooid. Aan de telefoon kán ik dat gewoon niet…

Ik ben gemaakt voor dit tijdperk. Ik ben gék op mijn telefoon, alleen niet op het telefoneren zelf. Ik mail, sms, whatsapp, chat, twitter, facebook. M.a.w. ik schríjf gewoon liever. Het probleem is namelijk, dat ik in een telefoongesprek niet visueel in kan spelen op m’n gesprekspartner, ik kan niet zien of voelen hoe diegene op dat moment tikt, ik kan niet inschatten wat die persoon denkt. Ik ben van de lichaamstaal. Ik kan mijn gesprekspartner niet zien maar moet wel direct reageren op wat hij/zij zegt. En nee, skype of videotelefonie vind ik ook weer drie keer niks want dan nog zie je elkaar maar op een klein schermpje waar ik niet veel mee kan en kan diegene mij ook nog eens zien in mijn privésituatie (met krulspelden in, een kudde ongeschminkte pukkels in m’n gezicht en fryske terpen onder m’n ogen, bij wijze van spreken…).

Bovendien ben ik ergens altijd bang om vreselijk ongelegen te bellen. Zo belde ik laatst de arts van zoon (vanwege ADHD-medicatie). Ik vroeg meteen “stoor ik?” en nog voordat ik “…want dan bel ik graag op een ander tijdstip terug” kon zeggen, schalde mevrouw al een hard “JA!” in de telefoon. Nou, geloof maar dat m’n hart dan even een slagje overslaat. Yikes… Ik wil niemand dwingen om tijd voor mij te maken. Geschreven boodschappen zijn leesbaar wanneer het de ontvanger past. En antwoorden kan die persoon dan ook wanneer ’t uitkomt. Ideaal.

Bij het geschrevene kan ik iemand anders weliswaar ook niet zien of inschatten, maar dan heb ik, door dat wat en vooral hóe de ander schrijft, een betere indruk van de persoon zelf én ik kan beter nadenken over datgene wat ik wil zeggen en hóe ik het wil zeggen. Ik prefereer dus óf ‘totally live’-gesprekken óf het geschreven woord. Eén van de twee. Maar het door een draadje (of door kilometerslange luchtstukken, for that matter) kleppen zal nooit een hobby van me worden.

Het ergst heb ik ’t met mensen die ik niet (goed) ken, diegenen weten niet hoe ik ben en vooral: ik weet niet hoe die ander is. Maar ook bellen met vriendinnen doe ik op de één of andere manier niet zo heel erg graag (alhoewel ik het dan ook écht WEL leuk vind om ze te spreken!!). Als ik ze dan eenmaal aan de telefoon heb, kan ik urenlang kletsen, dat dan wel weer. Maar ik zal zelden de initiatiefsneemster tot “eens even bellen” zijn. Ergens langs  cq. op bezoek gaan vind ik dan weer helemaal niet eng. Ook niet als het bij onbekenden is. Ik heb duidelijk géén deurBel-angst. Maar voor goede conversatie heb ik de mens in levende lijve nodig, met een lijf en niet enkel en alleen met een stem…

Ik heb inmiddels, na zo’n 40 pratende jaren (het eerste jaar liet mijn duidelijkheid, voor zover ik weet, nog te wensen over), wel redelijk goed geleerd, hiermee om te gaan. Ik heb een jaar lang in een “Großraumbüro” in Zwitserland gewerkt, zo’n kantoor waar je met z’n vijftigen in dezelfde ruimte zit, gescheiden door van die klapwandjes. En daar heb ik véél moeten telefoneren, en dan ook nog uitsluitend in het duits, steenkolenfrans of engels. Wat een kriem in ’t begin, maar uiteindelijk raak je toch een beetje immuun voor meeluisterende collega’s. Wat mot dat mot, jammer dan. Maar fijn is anders. Ook met familie en goede vrienden bel ik inmiddels zonder enige terughoudendheid (ja echt, lieverds), maar het liefst toch wel met de nodige privacy (die ik o.h.a. zelden heb in deze huishouding…). En voor alle overige nodige, zakelijke, organisatorische telefoontjes heb ik nog steeds mijn ‘briefjes’ waar op staat wat ik moet zeggen en vooral niet moet vergeten. Erg eigenlijk. Ach, iedere gek z’n gebrek.

Dus mocht u zich afvragen waarom ik zelden tot nooit bel: it’s NOT you! It’s just not me…
Ik typ je de boel liever. Capice?

multi-me

Een berichtje van mij. En mij.
Oh, en van mij ook hoor!
Kop dicht jij. Deze is van mij.
Look who’s talking… Ik mag zeggen wat ik wil.
Hou op jullie, we zitten allemaal in dezelfde schuit, hoor.
Jij altijd met je gruwelijke verstandigheid en medeleven.
Jemig, jij dan? Eeuwig de sarcastische doemdenker.
Vechten jullie nog even fijn verder, schrijf ik m’n blogberichtje.
Jamaar ik wou ook wat zeggen!!
Rot op. Ik ben nu aan de beurt.
Doe maar lekker, ik krijg jou er toch wel onder, eigenwijs stuk vreten.
Vreten? Waar, waar?
Jij denkt ook eeuwig en altijd aan eten, hè.
Ja en jij aan de wereldondergang die iedere maand opnieuw plaats vindt.
Laat mij nou m’n blog schrijven, ah toe nou…

Het zijn er drie…
Twee zijn eruit gefloept.
De derde zit nog even heimelijk te vreten…

Geruststelling: het zijn geen persoonlijkheden.
Het zijn gewoon kanten.
Ik ben een kantig type.

Padvindersgeluk

Hij zoekt verbeten zijn weg,
in het donker en met kompas.
Want wie zoekt die zal ook vinden.
Dé opperscout van de klas.

Knopen zijn voor hem geen kunst.
Óntknopen echter wel.
Gepruts met dat verhipte snoer.
Maar wat als ik je vertel…

dat knopen soms voor eeuwig zijn?
Willen niet meer uit elkaar.
Dan kun je prutsen wat je wil,
al kook je halluf gaar…

Voor altijd is de boel verbonden,
zo’n knup gaat nooit meer stuk
Liever vastgeknoopt dan opgewonden.
Dat noemt men padvindersgeluk…
.

(c) Lou

Mijn innerste ik

Ongehoord

Wat ik niet zeggen kan
en niet kan schrijven
zal ergens diep in mij
toch bij me blijven

Ongehoord
maar in een lieve duisternis
verbergt zich iets
dat meer dan woorden is

(Toon Hermans)

Dát is wat ik bedoel.
Mijn binnenste ik.
Mijn diepste gevoel.
Een ingeslikte snik.
Mijn zwartste gedachtes.
Mijn opperinnigste wens.
Dat allerdiepste in mij.
Het unieke in mij als mens…

Dat.

Moet je altijd alles vertellen? Moet dat echt? Ik vind van niet. Er zijn dingen die ik simpelweg niet vertel. Niet aan mijn man, niet aan mijn ouders, niet aan mijn zus, niet aan m’n beste vriendinnen. Er zijn dingen die ik gewoon niemand vertel. Dat zijn MIJN dingen. Ze maken mij tot mij. En ik vind niet dat ik daarover ook maar iemand in moet lichten. Ik ben een individu met mijn eigen gedachtes en herinneringen en ik bepaal welke daarvan aan de oppervlakte komen en welke verscholen blijven onder die laag externe Lou.

Laatst had ik het erover (doet er niet toe met wie): moet je partner álles van je weten om je te kunnen vertrouwen? Moet je alles zeggen en vertellen om dat vertrouwen te winnen? Ik zou het niet kunnen. Alles vertellen. Het heeft geen zin, het levert alleen maar een hoop pijn, misschien zelfs boosheid of zware teleurstelling op. Waarom de ander belasten met dingen die niet veranderbaar zijn, die niets bijdragen aan de status quo, niets opleveren voor de relatie, geen toegevoegde waarde hebben voor anderen.  Weten is niet altíjd alles…

Openheid over de dingen die ook je partner direct aangaan is dan wel weer van groot belang. Wantrouwen kweken door mond houden en niets van jezelf willen laten zien is – in mijn bescheiden opvatting – het bittere einde van iedere relatie. Niet kunnen praten over wat je bezig houdt ook.

Maar mijn innerste ik is van mij.
En van mij alleen.
My deepest thoughts,
my darkest doom,
my inner Lou,
my personal head room.

Mine.
Sorry.
Ook u komt er niet in.

De moedercursusjes

Bij ons is men gék op mama’s die cursusjes doen om bétere mama’s te zijn. En op cursusjes die van elke mama een modernere mama maken. Het liefst een échte Mutti (spreek uit: Moetie). Want zeg nou zelf, je mag dan wel mama wezen, maar een béétje bij de tijd blijven is zo af en toe best wel eens handig. En wenselijk. Moedercursusjes dus.

Dat ik de enige vrouw in mijn wijde (weide…ghehhehh ^_^) omgeving ben die wat van computers weet, die inmiddels haar 3e smartphone heeft (ja sorry, de derde pas), die een béétje de weg weet op ’t internet, die ‘gewoon’ vanuit haar eigen huis werkt en er en passant nog een eigen zaakje op na houdt, die redelijk goed weet wat ze wil en nog niet helemaal ‘lost’ is in de wereld van DE mensen (lees: mannen), dat baart mij eerlijk gezegd nog wel eens zorgen…

En daarin ben ik niet de enige. Nee nee, we hebben er hele verenigingen voor. Verenigingen die zich bezig houden met de vrouw van deze tijd en dan vooral met het ervoor zorgen dát die vrouwen een beetje bij de tijd blijven en de rest een beetje meer van deze tijd wordt.

Zoon blèrt overigens net, 22:11h,  van boven dat hij nu weet wat de zin van het leven is. Die is – volgens zoon – ” zoveel mogelijk lol hebben”. Ik heb hem teruggeblèrt dat ik het roerend met hem eens ben en dat, als hij morgen tenminste nog een béétje van die lol wil hebben, hij toch echt NU moet gaan slapen. Ik weet wat belangrijk is voor mijn familie. Velen schijnen dat niet te weten, want één van de nieuwe cursussen (cursa? cursi? curses? curse? ah fak…) van zo’n vereniging hier in de buurt is getiteld: “wat belangrijk is voor uw gezin”. Aha… okee dan…

Het blaadje met de gloedjenieuwe mamacursusjes van de Vereniging voor Vrouw, Gezin en Voortgezet Onderwijs (???) viel deze week weer in de bus. En ik heb opnieuw vol verbazing en met een brede grijns mogen genieten van de heikneuterigheid van mijn leefomgeving. Ik woon ‘op ’t land’ en ik ben net weer met mijn neus in de zwijnemest gedonderd. Wat een lol. De foldervoorkant schreeuwde het uit (even vrij vertaald hoor):
– Uw Smartphone, méér dan gewoon een mobieltje!
– Je bent wat je zegt!
– Zelfgericht leven zonder egoïstisch te zijn
– Ik vind mijn weg in het labyrint
– Wat belangrijk is voor het gezin
– Oudercoaching
OK, die laatste twee laat ik even buiten beschouwing, voor sommige ouders is het best zinvol om eens onder de neus geduwd te krijgen wat ze eventueel beter kunnen doen.

Maar jemig: Uw Smartphone, meer dan een mobieltje, boahhh… nu breekt m’n klomp. Nou, vertelt u mij maar waar die wasmachine- en die grasmaaifunctie verstopt zitten!! Ik ben benieuwd. Meneer Smid wil mij voor luttele 60 euro vertellen hoe ik een SMS en maarliefst ook een MMS (!!)  kan versturen met mijn geweldige nieuwe samsamsongetje. Ik wil hem voor luttele 120 eurootjes ook best ook wel even wegwijs maken in de wereld van de whatsapp, de facebook privacy instellingen, IMSI’s, QR-codes, IMEI’s, root numbers en de location-based services maar ik ga ervan uit dat meneer zelf denkt dat hij volledig up-to-date is als hij weet hoe hij kan zien dat z’n accu vol is.

Je bent wat je zegt? Fout! Ik zeg wat ik ben. En je doet ’t er maar mee. How ‘bout that…

Zelfgericht? Dat is toch ieder mens? Gooi twee elkaar-niet-kennende mensen bij een tsunamigolf in zee en ze zullen allebei zwemmen voor hun eigen leven, niet voor dat van die ander. Je leeft voor jezelf. Neemt niet weg dat je in dat leven dan toch veel voor anderen kunt en wilt doen. Omdat JIJ voor JEZÉLF vindt dat dat goed is, goed voor JOU is. Omdat je het belangrijk vindt. Omdat je het graag doet. Omdat het je een goed gevoel geeft. Omdat je vindt dat je dat moet doen. Omdat je het wil. Omdat je om die ander geeft.
JE. Zelfgericht. En zo altruïstisch als de pest.  Moet ik daarvoor een cursus volgen? Neuh, ik moet gewoon nadenken over wat ik wil en wat ik belangrijk vind. Dat kunnen zelfs oostenrijkse “Mutti’s”, lijkt me…

Ik vind mijn weg in ’t labyrint. Welk labyrint?? Oh, ik lees het. Mijn ziel. Welke ziel?  Maak je hoofd vrij. Open je hart. Vind rust. Laat belasting en stress achter je. Vind de antwoorden op je vragen. Kom met jezelf in contact. Uhuhh… Een verkapte cursus mediteren, omschreven als een wonderbaarlijke reis in je eigen ik.
Ik kom niet verder dan: “héb ik wel een ziel?” Mijn hoofd vrij  maken en rust vinden doe ik ‘s-nachts. Als ik slaap. Vind ik de antwoorden op mijn vragen door mediteren? Ik vind mediteren op zich een heel goed iets. Ik doe ’t ook wel eens, even niks doen, ogen dicht, een stom woord herhalen en proberen aan niks te denken. En dan val ik in slaap en doe de rest. Bij dit soort cursussen krijg ik altijd het gevoel dat ik een oersimpel persoon ben en dat ik ergens een deel van de geestelijke vercomplexisering der mensheid gemist heb. Ik slaap. Klaar. I’m simple. Ik ben van het kaliber “een zak wasabichips leegvreten en er na een ca. half uur ontzet achterkomen dat mijn glas cola al wel dertig minuten leeg is”. Ik ga me maar eens een potje zorgen maken… Misschien dat ik dan de zin van deze cursus kan achterhalen.

Awel. Al doorbladerende heb ik mijn lol.
“onze voorvaderen, de kracht en wortels van ons leven”
“de oerelementen van de jaargetijden en zo gezond het jaar door”
“Yoga voor de ogen”
“Bodystyling voor 50-plussers”
“Voorkerstige schrijfnacht”
“Problemen. Én oplossingen!!”
“English for the further-going” (oehhhh. TOLLL!)
“Examen gehaald. En nu??”
“Leren communiceren met uw kinderen”

En zo kan ik nog even doorgaan.
Dus.

Mocht u zich afvragen waar ik uithang: ik ga op cursus. Ik ga eindelijk leren hoe ik als moeder óók nog een mens kan zijn. Godsonmogelijk, maar áls ik het eenmaal weet, zal ik uitleggen hoe het moet. Tot die tijd pruts ik maar wat rond met mijn kinderen, mijn laptop en mijn smartphone.

Ich Mutti. Du Mensch.

Potje swingwippen?

Negen weken zomervakantie zijn een ramp. Voor mij niet hoor, ik amuseer me prima. Maar de kinderen vervelen zich dus de pleuris. Man ploetert voort met huisrenovaties bij z’n moeder en opritbestratingen hier, die is ook volledig self-entertaining. Onder de voorwaarde dat ik hem de kinderen van het lijf houd. Laat ik daar nou niet echt goed in zijn…

Maar vandaag dus een verwoede poging. Naar de dierentuin. Voor we in de auto zaten, was 50% van het kroost al aan ’t huilen aangezien de andere helft het nodig vond om de haren even fatsoenlijk glad te trekken. Ik had eigenlijk al geen zin meer maar beloofd is beloofd. Zak gummiberen, fles limo, reserve-crocs, een handdoek, nutella-broodjes en een multigraanvolkorenstokbrood-met-kaas-en-komkommer voor mij in de rugzak gepropt. Niet dat je dat nou nodig hebt: die kinderen willen uiteindelijk toch alleen maar een portie patat, een fristie en een ijsje (en zo was het dan ook…) en in geval van nood dan nog die gummiberen.

Vrolijk zingend (blèrend) vertrokken we. Bij de kassa werd de eerste keer om ’n ijsje gevraagd. Tevergeefs. Eerst sjouwen en kijken. Een zak voederspul kregen ze nog wel voor de dieren. We zagen kroonkraanvogels (“Nett…”) en flamingo’s (“die kenne ich schon”). We kwamen bij de konijntjes en cavia’s. Dochter probeerde met alle geweld nog een brok voer in een dwerghaas te proppen maar de arme beesten waren zo dermate overvoerd dat ze alleen bij het zien van nog een geperste voederklont al spontaan aan de schijterij raakten. Hetzelfde gold voor de dwerggemsen, de muflons, de ezels, de zebra’s, de bizons, de stinknormale geiten, de herten, de kamelen en de yaks. Helaas voor de kinderen waren dit ook de enige zichtbare dieren: de lynxen, vossen, tijgers en leeuwen hadden ’t allemaal wel bekeken en zaten in hun (niet inkijkbare) binnenhokken. Niks te zien dus. “So ein blöder Tierpark.” Tja. Dat vond ik eigenlijk ook wel, maar dwing die beesten maar eens om in de felle zon rond te gaan huppelen voor ’t publiek. Is ook geen doen.

Maar. Toen. Kwamen we bij de avonturenspeelplaats. De mondhoeken kropen omhoog. “Doch gar nicht sooo blöd eigentlich…” En weg waren ze. Na 5 minuten stonden ze alweer bij mijn moeizaam veroverde schaduwpicknicktafel om luid te verkondigen dat ze honger hadden. No problem: ik heb nutella-broodjes. Niet dus. POMMES BITTE… Goed. Patat. Met een fristie (wenn schon, denn schon). En nu vort!!! Dochter rende schnurstraks naar ’t beekje dat zo vreselijk goor en veralgd is dat ze dacht dat ze er wel doorheen kon lopen. En dus vervolgens tot haar liezen vol met drek zat. No problem again: er was een schoenen- en kindwasplaats naast de toiletten. Dochter afgespoten en hoppetee, weer het avontuur in gestuurd. Het mooie daggedeelte kon beginnen. Koffie en Topfenstrudel gehaald, Twitter en WhatsApp erbij en de wereld is weer in orde. Een uur lang heb ik ze niet gezien. Toen kwamen ze even wat drinken bietsen en weg waren ze weer.

Uiteindelijk dik anderhalf uur gespeeld. Twee rode, bezwete, lachende gezichten voor me. Mooi, die zijn af. Nog even de rest van de speeltuin doorjagen, langs de wolven en de bruine beren en klaar. Ik had helaas niet met de bij de uitgang staande swingwip gerekend. Klinkt interessant, is het ook. Het is een soort wipwap die kan draaien en redelijk hoog gaat. Een swingwip dus. Een goed half uur swingwippen was de duidelijke voorwaarde voor het eventueel straks toch nog vrijwillig meegaan naar de auto. Ik zeeg neer en ging een nieuw potje blij-met-m’n-mobiel zijn.

Om half vijf was het dan toch zover: ze waren klaar en dochter verzuchtte: “Deze dierentuin is echt superleuk. Maar die dieren zijn eigenlijk niet echt nodig…”

Beperkt in mij

Het afgelopen weekend was er eentje van het soort “talk much and do less”. Eigenlijk moest ik werken (ik was in München, hè). Heb ik ook wel gedaan hoor, maar het overgrote deel heb ik kletsend doorgebracht. Pratend met goede vrienden, pratend met hartsvriendinnen, pratend met m’n bedrijfspartner. En dat terwijl ik éigenlijk geen grote prater ben. Ik ben eerder een luisteraar, een analyseerster, een meedenker, een troostster.

Dat wist ik natuurlijk al. Ik heb echter een nieuw inzicht verworven. Door alle geklets merkte ik steeds meer wat mijn echte probleem is. Het probleem waar ik al tijden mee worstel. Het probleem dat ik en passant maar midlife crisis genoemd heb. Misschien is het dat ook wel hoor, maar ik weet nu wat het OERprobleem is.

Ik word beperkt in mij…

Ik zou zoveel méér kunnen zijn. Ik wíl zo graag zoveel meer zijn. Maar mede, nee voorál door mijn eigen keuzes en mijn verantwoordelijkheidsgevoel kan ik dat niet en word ik beperkt in mijn zijn. In het ‘wie ik kán zijn’. Ik ben nu in eerste instantie moeder, vrouw van, bedrijfsvoerster cq. zelfstandige, maar vooral ook slaaf in de huishouding. Ik probeer mezelf iets meer te verwerkelijken en te vervullen met wat magere pogingen tot schilderen, musiceren en schrijven. Daarnaast zorg ik voor enige ‘externaliteit’ door in een vereniging wat rond te prutsen (als trainster van de kleinste voetballertjes), door vrijwilligerswerk en het waarnemen van wat schoolfuncties (oudervertegenwoordiging), door uit te gaan met vriendinnen en buurvrouwen (die gelukkig ook vriendinnen zijn).

Maar dat was het dan ook wel. Ik ben zoveel méér dan dat maar het kan er niet uit… Ik heb hier zelf voor gekozen. Ik wilde heel bewust kinderen. Ik heb ze mogen krijgen en ze zijn het allerbelangrijkste in mijn leven (Klinkt cliché, is het ook. Soit.) Ik heb heel bewust en weloverwogen gekozen om naar München en uiteindelijk zelfs van München naar Oostenrijk te verhuizen, in eerste instantie vanwege de kinderen maar vooral ook voor onze relatie en de duidelijk hogere levenskwaliteit hier. Hier kunnen we ons een behoorlijk huis met een grote tuin veroorloven, hebben we rust, natuur en geen financiële zorgen. Ik voel me hier best heel erg thuis, ondanks de heimwee naar Nederland. Ik ben flexibel. Ik ben goed geïntegreerd in de gemeenschap hier. De kinderen hebben mijn intensieve begeleiding na school allebei hard nodig dus wat dat betreft is het goed dat ik mijn werk kan doen waar en wanneer ik dat wil. As said: Ik ben flexibel.

Ik ben zelfs zó flexibel dat ik mezelf kwijt ben geraakt ergens in één van die bochten waarin ik mezelf heb gewrongen. Ik doe alles voor iedereen maar bijna niks voor mezelf. Waar ben IK gebleven??

Ik. De ongeduldigheid zelve. Creatief. Dubbelgestudeerd (waar ik niks mee doe).
Ik. Loner. Reisgek. Liefhebster. Dichtbij-vriendin (maar ik ben enkel veraf…).
Ik. Ambitieus. Hoogstrevend. Nadenkend.
Ik. Polyamoureus. Hartstochtelijk. Zoengek.
Ik. Individualist. Muziekminnares. Schilderes.
Ik. Duidelijk gestoord.  140+IQ (waar ik geen donder mee op schiet). Sarcast.
Ik. Dus.

Die ongeduldigheid steekt nog dagelijks de kop op. Al het andere is deels of geheel ondergesneeuwd of zelfs simpelweg hard onderdrukt in mijn huidige leven. Ik mis mijzelf. Mijn echte ik. En ik weet dat ik er momenteel echt niks aan zou kunnen veranderen. Ik kan en wil niet uitbreken omdat ik dat wat ik door mijn keuzes nu wel heb, mijn kinderen, mijn man, mijn ‘mooie nest’ zoals Poezenbeest het beschreef, koester en niet wil verliezen. Maar tussen de bedrijven door heb ik mijzelf verloren…

Geen idee hoe ik hier nu mee verder moet. Hoe ik meer van mijzelf terug kan vinden binnen het kader van het leven dat ik nu leid. Ik doe verwoede pogingen maar ik heb meer vrijheid nodig… meer tijd voor mij. Meer tijd om mezelf terug te vinden. Meer gelegenheid om mijn echte ik te zijn. De vraag is alleen nog hoe…

Excuses voor de eventueel iets te grote openhartigheid.
Ik. blogexhibitionista.

De pulkert

Het gloeit. Het is rood. En in het midden zit een onsmakelijke wond. Op het eerste gezicht zou je denken dat er wat aan het wegrotten is daar. En eigenlijk is dat ook zo…

Het is mijn eigen schuld. Ik ben een pulkert. Een krabmaniak. Een korstenfreak. Gatver, ik ben een viesch mensch. Laatst al die geurentic en nu dit. Ik heb hiermee alvast menig tweetup bij voorbaat verziekt. Nah jah, elke gek heeft z’n gebrek. En ik heb nu eenmaal vele gebreken. Human me.

Maar nu is het weer eens goed raak. Ik heb helaas de pech, dat wondjes bij mij heel snel ontsteken. Een pijnlijke rode plek eromheen en hoppetee, daar gaan we weer. Een sneetje in de muis van mijn hand en 2 dagen later heb ik een bloedvergiftiging. Nou gaat deze aanleg slecht samen met mijn neiging tot krabben en pulken :-S

Vanochtend zat ik dus weer bij de dokter. De vervanging dit keer, m’n eigen HA heeft op woensdag geen dienst. Meneer de dokter keek me serieus aan en zei: “wacht u met het naar de dokter gaan altijd eerst tot uw been er bijna vanaf valt?”
Euhh… nou… dit was eergisteren nog niet echt zichtbaar hoor. Zo snel gaat dat bij mij…

Een insectenbeet (vermoedelijk een horzel), ietwat te lange nagels (stomstomstom), een diepe slaap waarin ik ook sterk de neiging heb om te krabbelen en het scenario is compleet.  Dus zit ik nu aan de 5e zware antibioticakuur van dit jaar – ik hou geen bio meer over – en mag ik weer smeren met één of ander deflamberend goedje. Het ziet er übercharmant uit. En het doet nog meer pijn dan dat het er rot uitziet…

Zucht.
Ik leer het ook nooit…

Ik moet gewoon van mijzelf áfblijven en het aan-mij-zitten aan anderen over laten.
Veel gezonder.

Koffie

Ik word gék van mezelf.
Een overlopend hoofd.
Een op barsten staand hart.
Glinsterendvochtige ogen.
Intensiteit in het kwadraat.
Voel te veel en te sterk.
Het is net een stereo die knetterhard staat.
De beat is letterlijk voelbaar.

Sie mag Musik nur, wenn sie laut ist
Das ist alles, was sie hört
Sie mag Musik nur, wenn sie laut ist
Wenn sie ihr in den Magen fährt
Sie mag Musik nur, wenn sie laut ist
Wenn der boden unter den Füßen bebt
Dann vergisst sie, dass sie taub ist…

Maar ik ben niet eens doof…
Ik voel het, ik hoor het.
Het beukt in mijn maag
Ik wou dat. Ik wil zoveel.
Het zit erin en kan er niet uit.
Gek word ik ervan.
Geuren die zo hard binnenkomen
dat je je ogen dicht moet doen.
Gevoel dat zich zo sterk opbouwt
dat je borstkas uit elkaar knalt.
Verlangen dat zo groot is
dat je wel iets móet doen.
En dan…

…is er koffie.

Het zal wel weer m’n eisprong zijn.
#zucht

Life stinks…

but my own stink does not stink.
It smells goooooooood.

Toch?

Vind ik wel. Over het algemeen vind ik de uitlaatgassen die ik zélf produceer, best te pruimen (het even heel understaterig uitgedrukt hebbende). Of heb ik nou zomaar ineens een taboethema bij de kladden? Kan best. Ik vraag me soms wel ‘ns af wanneer de koningin dat soort gassen nou laat vliegen. Of ze het ook zo heimelijk kan als ik (in case you wanna avoid the sound, spread the buttocks, please…) en of ze ook in haar neus peutert op de WC of in de auto… Alhoewel, neuspeuteren in de auto is alleen lekker als je zelf rijdt. En er niemand naast je zit. En je niet in de file staat zodat diegene voor je jou in de achteruitkijkspiegel bezig ziet. Balletjes ervan rollen en wegschieten daarentegen is weer fijner als je alleen thuis bent. Ik weet het, ik weet het. TMI. Maar soms hè, soms stel ik me Lady Gaga voor bij het flossen. Als ik flos (áls ik flos) dan bloedt ’t een beetje. En het touwtje stinkt. Wel eens geroken? dat touwtje NA het flossen? Woahhhhh….

Daarnet bij de tandarts, al wachtende in de stoel, moest ik noodgedwongen toch nog even checken, hoe erg mijn mondgeur was. Twee handen over neus en mond en uitademen maar. Ik had namelijk daarvoor spaghetti met rooie knoflooksaus gegeten en de oprispingen waren zo gruwelijk moeilijk te onderdrukken.

Zou Madonna okselgeur hebben na de pilates? Want dat kan dus ook écht niet hoor… Zou ze zichzelf ruiken? “Effe checkuh” *neus in oksel douwt*. Of stopt ze haar zweet gelijk als essence in de parfum… Smells like a sweaty madonna. Is weer ‘ns wat anders dan teen spirit.

Oh wacht. Even een paar vliegen doodmeppen.

Ah gatver. Alweer zo’n misactie… Op het beeldscherm, alwaar de vliegtuigelijke lichaamssappen nu naar beneden siepelen…  kunt u het zien? Even wegvegen hoor. Nog één momentje. Zo. Zal ik nu aan de keukenrol ruiken om te ontdekken hoe vliegenbloed ruikt? De halve vlieg zelf kleeft nog tussen mijn laptopscherm en toetsenbord… Ik heb dringend een nieuwe laptop nodig. Deze is vies.

Nog een vlieg. Monumentje.

Ah nee hè… Heb ik de nummer zes van m’n toetsenbord afgeramd. En die klotevlieg zit nog steeds op m’n vingers. Life stinks. 66666666666666666666. Zo. De zes zit er ook weer op. Zoon heeft inmiddels een vlieg zwartgeblakerd met de electrocuteerder. Dát stinkt pas echt 666-like…

Zou Obama ook wel ‘ns onder zijn horlogebandje ruiken? Een fascinerend interessante geur… In dat ovale opslagkamertje, even z’n kidskin-leren bandje aan de kant schuiven en snuffelen. Of juist dat metaal waar alle prut zo heerlijk tussen gaat zitten. Zoiets heb ik. Weliswaar Esprit, maar zelfs Esprit stinkt.

Zou Pink ook wel ‘ns aan haar onderbroek ruiken als ze ongesteld is…
Of de Paus weet hoe z’n sinds eeuwen ongewassen keppeltje/kalotje  – hoe je het ook wilt noemen – na een fatsoenlijke hollandsche regenbui meurt…
Of de sokken van Elton John naar viooltjes ruiken na een stevig potje ehh, voetbal…

Wat kan een mens zich toch gekke dingen afvragen hè.
Niet dat ik dat doe hoor. Tuurlijk niet. Kom nou.
Maar ik ben wél goed in vliegen wegschieten.
Waar zou dat nou door komen…

Liever een potje onzinnige blogs schrijven doen?

Ik win.

Een Hello Kitty alstublieft.

Vandaag was het zomerspeelfeest op school. Dat is elk jaar opnieuw op de laatste woensdag van het schooljaar, gewoon onder schooltijd. De hele schooltuin en de speelplaats zijn dan bezaaid met “speelstations” die door de leraressen en welwillende ouders bevolkt worden en waar de kinderen dan vanalles kunnen doen (van zaklopen tot knutselen enzo). De juf van dochter had me een week of 3 geleden al gestrikt voor haar station: schminken.

Ik dacht bij mezelf: “ach, why not, schminken wil toch geen kind, ik mag op een bankje zitten, een paar kindergezichten volkalken en de laatste schoolroddels bespreken, lekker relaxed” en zei dus gelijk: “oh ja túúrlijk!” voordat ik door iemand ergens anders ingedeeld zou worden (als ouderverenigingslid ben je al snel de pineut voor de duidelijk minder leuke dingen…).

Tja. Het op een bankje zitten klopte. De rest niet. De hele school stormde om stipt 8am – feestbegin – op ons schminkstation af. Een gedrang van jewelste en we moesten eerst minstens driekwart wegsturen omdat we zelf bijna platgedrukt werden. In paardrijhouding op de bank zittend maakten wij in lopendebandtempo bonte kindergezichten. Meisjes wilden hoofdzakelijk vlinders of prinsessen, jongens Frankenstein, tijgers of een spiderman. De wereld was nog in orde. Welgetelde 10 minuten lang.

Toen kwam er een übercool knulletje uit de 4e klas voor me zitten, keek me aan en zei keurig:
“ik wil een Hello Kitty, alstublieft”.
Ik keek hem ook maar eens aan en antwoordde: “pas op wat je zegt knulleke, want ik doe ’t zó hoor!!”.
Maar meneer stond erop: een Hello Kitty. Ja, echt.
Goed. Even die witte kopkat via google op m’n mobiel opgezocht en los ging’s.
“Oh, ik wil een rood strikje en een gele neus.” Prima, no problem.
En daarmee was het hek van de dam. Alle jongens van die klas dromden om me heen en wilden stuk voor stuk Hello Kitty. Ze vonden het zelf helemaal geweldig. Roze strikje, gele neus, rood strikje, zwarte neus, de wensen werden me bij ’t begin al spontaan medegedeeld door de heren.

Ik heb vanochtend in goed 3 uur tijd zonder ook maar een minuut pauze (!) ca. 35-40 kinderen geschminkt. (4-5 minuten per kind, dat klopt wel aardig). Ik denk dat er van die 40 kinderen ca. 25 Hello-Kitties waren, daarvan zeker 20 jongens. Even niet overdreven hè! Mijn armen vielen er bijna vanaf (lam van de schminkhouding) en toen ik uiteindelijk opstond, kon ik m’n benen niet meer bij elkaar krijgen (stram van de paardrijhouding) maar dat was het waard.

Al die vrolijk ronddartelende Hello-Kittie-jongetjes maakten het meer dan goed.

Laptopruïnator

Wat een prachtig woord eigenlijk.

Ik ben er eentje. Een laptopruïnator. Ik moest even natellen maar ik  heb nu in ca. tien jaar tijd bijna mijn vijfde laptop naar de filistijnen geholpen. Gemiddeld 2 jaar per laptop, da’s toch een mooie score. Neem ter vergelijking bijvoorbeeld manlief, die heeft al meer dan driekwart decennium dezelfde laptop en het ding werkt nog steeds fabuleus. Maar dat is dan ook een Dell. Ik had allesbehálve een Dell.

Langer dan tien jaar ga ik niet terugdenken, want toen leefde ik nog in het tijdperk van de bakbeesten met meer periferie dan core. Ik was al lang blij dat die knullige floppies plaats maakten voor de kleinere, minder kwetsbare diskettes en ik kan me de overgang naar een “handvriendelijk toetsenbord” en het tijdstip waarop wij op ons werk daadwerkelijk internet kregen ook nog nog goed herinneren (wat was dat een luilekkerland voor ons market researchers…). Genoeg daarover. Stel je voor dat men de indruk zou krijgen dat ik al 30+ ben…

Mijn eerste laptop was er eentje van het werk. Liever gezegd, van een klant van de zaak waar ik als ‘expat’ gestationeerd was. Een HP. Ik vond het niks. Dat gepruts op zo’n klein toetsenbord, manueel on-ergonomisch. Dat gezeul heen en weer met een babybakbeest in een schoudertas. Negen van de tien keer stapte ik dan maandagochtend om half 5 in de taxi om er bij het deur dichtslaan achter te komen dat ik het ding weer vergeten was. Nog even 4 etages omhoog rennen en je vlucht bijna missen. Waarom niet gewoon werken met een PC? Eentje daar, eentje thuis, eentje at the home office en klaar. Who needs laptops… Ik had de mijne dan ook binnen afzienbare tijd onklaar gemaakt en ik ontdekte langzaam de special powers van mijn ruïnatorschap.

Vervolgens kreeg ik, naast de zoveelste werklaptop die ik ook steevast om zeep wist te helpen (ik ben namelijk ook de gepersonificeerde ramp voor iedere netwerkadministrator), een geweldige laptop van mijn papa. Echt helemaal super, wat een kado!! Een Acer met een gigantisch display, met Wifi en Bluetooth en alles d’rop en d’ran. Ik was er echt ongelooflijk blij mee. Er zat werkelijk maar één ‘maar’ aan: Windows Vista. Als ik íets de softwaremisproductie van het millennium vind, dan is het Vista wel. Dus wat doet een goede leek: de boel erafgooien en Windows XP Professional erop. Stúkken beter. Alleen werkten wifi, webcam, internet, bluetooth en de helft van de knoppen niet meer. Ah… who needs that… Uiteindelijk met een hoop gepruts en officieel nog niet bestaande drivers alles weer op de rit gekregen. Maar ik moest er zo zwaar aan tillen… El Acero woog toch wel een kilo of 4 en in een rugzak paste hij echt absoluut niet. Een ander groot euvel van deze mega-laptops: het display cq. de klep. Die is alleen al zo zwaar dat die bij de scharnieren uit elkaar barsten en op den duur kreeg ik hem dan ook niet meer dicht. Man – de laptopknutselaar – heeft hem uiteindelijk doorboord (letterlijk!) en de boel met schroeven weer bij elkaar gekregen. Stuk ductape erover (nothing ductape can’t fix,ey?) De dagelijkse bluescreens lieten zich er weliswaar niet door afschrikken, maar hij doet het nog steeds en is nu de speellaptop van de kinderen (het arme ding…).

Via de zaak kochten we (id est: mijn zakenpartner en ik, we hadden tegen die tijd inmiddels de zaak overgenomen) ook al redelijk snel twee heel handzame, kleine, chique laptopjes. Van het geweldige merk ‘Cytron’ (lees: Medion). Ze zagen er echt poepiesjiek uit: wit met zilveren toetsen, alles heel klein en slank (ik moest ‘m bij wijze van spreke zowat zoeken op mijn schoot ) met decent blauw lichtgevende functieknoppen. En: met één hand te tillen. Een citroentje van bijna-handtasformaat. Bijna. Zo licht dat ik ‘m ‘s-avonds steevast met een nonchalante éénvingerbeweging dichtmepte en met een lichte zwiepert op de bank naast me mieterde. Alles hield-ie uit. Behalve rode wijn. Dat bekwam ‘m niet, maar na 1,5 week drogen pruttelde hij uiteindelijk toch weer verder. Tot de absolute harddisk-crash. En aangezien ik toen nog niet veel kaas van back-ups gegeten had, waren daarmee ook de foto’s en filmpjes van bijv. de eerste stapjes van dochter voor eeuwig verschwunden. Lang leve YouTube waar ik één filmpje geupload had en dat ik uiteindelijk (in miserabele kwaliteit) toch nog weer op de PC terug kon halen. Uiteindelijk heeft mijn citroentje de Acer niet eens overleefd: die had ik langer!

Toen heb ik mezelf – natuurlijk ook op de zaak – een mooie nieuwe Sony Vaio (met houtnerf-ribbels!) toebedeeld. Die leeft nu al bijna drie jaar, een record voor mij. Maar hij heeft al veel meegemaakt: veelvuldig gesleep naar München en Nederland, mee op vakantie, alle mogelijke software (ik installeer alles wat me voor de voeten komt en interessant lijkt en daardoor krijgt-ie nog wel ‘ns de hik). Ik heb ‘m al een keer kapotgerepareerd nadat ik de 368 noodzakelijke updates en service packs waar hij om smeekte maar ‘ns geinstalleerd had (zie hier en hier ), maar ook dat heb ik weten te verhelpen. We zijn nog steeds een paar, mijn Vaio en ik. Maar sommige toetsen zijn zo smerig (geen idee wat er allemaal onder ligt maar het is véél) dat ik ze niet meer fatsoenlijk in kan drukken (maar met geweld lukt alles). En mijn rechtermuistoets moet je ongeveer 2 seconden ingedrukt houden voordat-ie reageert. Mijn wifi gaat niet meer automatisch aan, dat moet ik elke keer opnieuw in het ‘Smart Center’ met een virtueel schuifje aan doen. En hij (ik hou ’t erop dat ’t een man is, met al deze technische mankementen) is vaak overspannen: de CPU springt steeds weer naar 100% belasting. Het werkgeheugen is te klein voor alles wat ik tegelijkertijd wil doen (bijv. 68 tabs tegelijk open hebben in Firefox en dan nog 22 tabs met YouTube in een ander browserwindow). De mousepad had oorspronkelijk een ietwat ruw oppervlak maar is nu, daar waar ik ’t liefst wrijf, spiegeltje-spiegeltjeglad. Hetzelfde geldt voor de toetsen in ’t midden van m’n qwertzuiop (jaja, ik heb een duits toetsenbord, hè). De a en de e glimmen het meest. Het microfoongaatje zit nog steeds redelijk vol met weggeschotenvliegsmurrie (van de vlieg die ik – oppervliegschietster – met vol geweld daar in schoot) .  Oh, en de klep oftewel het display blijft niet meer zo goed open staan.

Allemaal nog geen grootse mankementen maar duidelijke slijtage. Na bijna 3 jaar is ook deze klaptop toe aan een verzorgingstehuis.

Demolition Lou.
Laptopruïnator.

I’ll be back…

Moedige muts (crocgemekker)

Naar aanleiding van een recente Facebookposting moet me toch eens even iets van het hart. Dat geneul over wat het dragen van een bepaald soort schoenen over jou als persoon zegt, hangt me namelijk de keel uit. Echt niet alleen vanavond hoor: ik lees het eigenlijk best vaak…

“Een fatsoenlijk denkend mens draagt toch geen crocs”. Of:
“Als je crocs draagt, moet je wel een muts zijn”. Of:
“Als volwassen persoon draag je zúlke schoenen gewoon niet”. Of:
“Crocs zijn zo lelijk dat ze pijn doen aan je ogen”.
Enzovoort.

Hetzelfde geldt overigens voor schoeisel als Uggs. Nou moet ik zeggen: Uggs zijn voor mij een absolute No-Go. Ik heb de filmpjes gezien. Ik weet hoe erg het leed van die australische lammetjes is, die de wol, die in de Uggs verwerkt wordt, ‘leveren’. Schandalig. Gruwelijk. Onmogelijk. Zulke bloedschoenen wil ik niet meer aan mijn voeten hebben omdat ik die beelden niet meer uit mijn hoofd krijg. Hoe fijn, warm en heerlijk die schoenen ook mogen wezen.  Ik weet ook dat de productie van crocs zeker niet “ecobioverantwoord” is, maar er hoeven – voor zover ik weet – geen lammetjes rondom hun geslachtsdelen grof en levend voor te worden gevild, voor een paar bacteriën die daar mogelijkerwijs op kunnen treden en de wol aan zouden kunnen tasten. Crocs zijn handig, lopen gewéldig fijn, zijn makkelijk schoon te maken, redelijk slijtvast cq. duurzaam en gewoon goed doordacht. Ik durf dan ook gewoon toe te geven dat ik een heel aantal paren heb (net als de kinderen die er ook meer dan graag op rond lopen). Ja, ik durf dat. Ik draag wat ik wil en wat ik fijn vind. En niet wat een ander vindt dat ik zou moeten dragen. Wáárom in hemelsnaam ben je gelijk een ‘bepaald soort persoon’ als je af en toe op die dingen rondsjokt? Ik ben absoluut geen fan van bootschoenen, kistjes of van die kakkerloafers, maar ik vind de man die er in rondloopt niet per definitie eikel of een lul. Dat hangt voor mij niet van zijn schoenen af. Ja, ik weet het, ik ben een rare…

Als ik thuis kom, gooi ik m’n schoenen bij de deur al uit. Dat doet iedereen hier trouwens (heb ik al ‘ns een blog over geschreven: Hüttenschlapfen – beware: blog in ’t duits). Als het warm genoeg is, wandel ik op blote voeten verder maar is het wat frisser, trek ik een paar crocs uit ’t schoenenrek. Ik heb zelfs een paar gouden classic-crocs, yay (ja ik weet het: ik ben niet alleen raar, ik ben ronduit erg). En ik heb Mary Jane’s en een paar crocs-ballerina’s, die doe ik wel ‘ns aan als ik echt een eind moet lopen of een nacht lang achter de bar moet staan. Beter dan Birkenstocks kan ik je vertellen. Ja, ik heb zelfs 2 paar Crocs-moonboots, omdat het simpelweg heel goede boots zijn. Warm, handig en hartstikke waterdicht, wat ik van veel andere ‘dure’, modieus verantwoorde (en in míjn ogen foeilelijke) winterboots niet kan zeggen.

Doet er ook niet toe. Ik heb ze. En ja, ik draag ze. Nee, niet onder een jurkje. Nee, werkelijk uiterst zelden buitenshuis/-tuins (als dat het geval is, is het o.h.a. een foutje: ik heb ook ‘gewone’ schoenen die ik buitenshuis aantrek). Maar waarom moet een mens in zijn/haar eigen huis dan ook nog steeds perfect gestyled en liefst met hakken rondlopen? Ik ben niet 24/7 een sexy beast dat er enkel voor een ander eeuwig doorgestyled bij wil lopen. Dank je de koekoek. Ik draag wat lekker zit en ik heb zelfs mijn welverdiende slonsdagen. So What. Waarom wordt een mens dan gelijk tot een bepaald type bestempeld vanwege de schoenen of kleding die diegene aan heeft? Ik vind dat eigenlijk ronduit sneu…

Maar goed, ik ben dus een muts wat dat betreft.
Ik draag crocs. Met liefde.
Durf dát maar eens toe te geven.

Moedige muts.

uitgekauwd en afgezogen.

ik heb hier nu twee hinnikende kinderen omdat ik verteld heb over iets wat ik vroeger deed…

Het zit zo.
Zoon kauwt vingernagels. En dan niet een klein beetje, alles wat er ook maar enigszins af te kauwen is, is weg. Stompjes zijn het. Tot bloedens toe knaagt hij op zijn vingers. Vreselijk vind ik het en ik heb al ‘ns gedreigd dat ik aan al zijn blouses en langarmshirts permanente witte handschoentjes naai zodat hij niet meer kan kauwen. Maar ja, in de zomer is dat wat lastig met al die korte mouwen.
Dochter kauwt op de Nintendo-DS-touchpennen. Die zien er ongeveer hetzelfde uit als zoons vingers: gemolesteerd. Aangezien handschoentjes in dit geval echter zinloos zijn, heb ik nu maar gedreigd die dingen in te smeren met dat anti-duimzuigspulletje.

Ik had het kunnen weten want toen kwamen de vragen:
“bestáát dat dan??”
“hoezo ken JIJ dat?? wij zuigen namelijk niet op onze duimen…”
“zoog JIJ op je duim mama???”
“Echt??? Hoe oud was je toen?”

Tja. hoestkuchrochel… toen moest ik wel even uitleggen. Ik heb heel, héél erg lang geduimd. Zonder duim geen slaap, zonder slaap geen leven. Ik had gigantische hazetanden (want te weinig ruimte in de mond en ook dus dat duimzuigen) en al vanaf mijn 8e een beugel. Maar dat mocht ‘m de pret niet drukken: ik wurmde die duim door of langs iedere beugel heen. Op mijn 10e-11e (zoiets?) kwam mijn moeder met een doorzichtig goedje in een klein bruin flesje aanzetten en ik brulde gelijk: “ik héb geen wratten!!!” Maar mams glimlachte enkel, nam mijn duim, smeerde hem er helemaal mee in en hield mijn hand vast tot de duim droog was en het goedje ingetrokken. En ik weet nog dat ik dacht: “wat moet dit nou”… Bij de eerstvolgende keer dat ik mijn duim in de mond stopte, begon ik spontaan te kokhalzen. Jeeeeeeeeeeeemig wat bitter. Afschuwelijk!! Ik kan me de smaak nu nóg voor de geest halen. Mijn rechterduim. Onzuigbaar. Een ramp. Ik heb die dag dan ook geen duim meer in mijn mond gestopt. En links smaakte sowieso al niet, dat was geen optie. Toen het eraf gesleten was (even handen wassen hielp niet echt goed… ik wil niet eens weten wat voor spulleke dat was :-S) kwam moeders bij de eerste optisch zichtbare duimpoging gelijk met de fles aanzetten en hoppetee, duim weer onklaar gemaakt.

Maar ik was niet voor één gat te vangen. Ik ging bij de volgende keer meteen na het insmeren naar boven, waste daar met zo’n scrubding mijn duim en vervolgens zoog ik er met m’n neus dicht om de smaak zo min mogelijk te proeven zo lang, verwoed en hard op totdat het weer ‘acceptabel’ smaakte. Ik weet niet hoeveel van het goedje (en van de zeep…) ik binnen heb gekregen maar gezond zal ’t niet geweest zijn. Uiteindelijk waren m’n ouders en de orthodontist zo wanhopig over mij hardnekkige geduim dat ik rond m’n twaalfde (ik weet ’t niet meer precies) een blokbeugel met een waar hera-hekwerk erin kreeg. Daar was die duim met geen mogelijkheid meer comfortabel bij in te prutsen en met een jaar of dertien duimde ik uiteindelijk niet meer… Ik heb toen nog wel t/m mijn achttiende alle soorten beugels (van plakkertjes tot buitenboordmotoren) doorstaan en ik kon meesterlijk scherp schieten met de elastiekjes die ik i.c.m. mijn plakkertjesbeugels had. Eén onopvallende kaakbeweging en de mond een beetje open en *PÉTS* had een klasgenoot een elastiekje in ’t haar. Mooi werk. Maar het is dus goed gekomen met mij (en dank aan mijn ouders: dat moet een vermogen gekost hebben… en dan al die bezoeken aan de orthodontist… poeh…).

Afijn. Ik heb de kinderen in het kort verteld dat ik het beruchte spulleke dus gewoon met de neus dicht weer van mijn duim afzoog. Dat vonden ze hilarisch en daarom lagen ze dus te hinniken. De situatie is inmiddels alweer genormaliseerd. Dat van die elastiekjes heb ik ze nog maar niet verteld.

Pretty Woman

Oneindig lange, slanke, cellulitisloze stelten, een taille waar ik 6 ribben en 4 kilo vet voor zou moeten laten verwijderen, prachtig gevormde botox-eigenvet-lippen, kipfiletloze bovenarmen. Ik kan nog wel even doorgaan. Julia heeft dat. Nou ja, ze had dat; ik heb geen flauw idee hoe de stand van zaken bij Mrs. Roberts nu is. (En dat ze er al lachend uitzag als een zeeziek eendekuiken nemen we maar even voor lief).

Nou lijk ik natuurlijk verbazingwekkend veel op mevrouw Roberts, maar sómmige dingen zijn nu eenmaal verschrikkelijk moeilijk weg te photoshoppen.  Ik doe daarom dus mijn hele leven al ontzettend mijn best om fit te zijn cq. te worden (lukt bij tijden maar bij nog langere tijden helemaal absoluut NIET), mijn daadwerkelijk behoorlijk lange benen in toonbare toestand te krijgen (lukt echt nooit) en mijn taille zichtbaar te maken (volgens mij heb ik gewoon nooit zo’n tailledinges gekregen bij mijn geboorte, i.t.t. een standaard gemonteerde onderkin).

Maar dat is allemaal nog te verdragen. Het probleem is, dat ik daarnaast ook nogal wat van die prutskwaaltjes als een voortdurend pijnlijke onderrug, brandende pijn in mijn linkerschouder/nek, zwakke knieën (al skiënd/lopend/uitglijdend geruïneerd), futloosheid, afvalmoeilijkheden (hoe erg ik ook mijn best doe, de boel zit er muurvast aan), verkrampingen en andere zwakheden heb. Op de sportschool (waar ik al sinds een jaar 2x per week hard m’n best doe op de Powerplate), alwaar mijn in het bezit van een ‘absolute perfect body’ zijnde trainer 24/7 vol elan door het zaaltje huppelt, doe ik dus braaf mijn oefeningen tegen de rugpijn maar ook voor een ietwat minder zwangerlijkende buik en met enig geluk ook nog een paar werkpaardenbenen i.p.v. olifantenpoten , maar het mag allemaal niet baten. Ik ben 40+ en dan is het een simpel feit: alles wat er op je 40e aan zit, blijft er ook aan tenzij je het eraf laat zagen.

Maar.
Vandaag.
Stond daar.
Op de vensterbank. Een prachtige witte bus met overheerlijke, vrouwvriendelijke roze letters én delicieuze rode aardbeien met een toef slagroom erop. Laat ik nou gek zijn op aardbeien met slagroom. En ook nog op rhabarber (dat zit er namelijk eveneens in). En natuurlijk op “Low Fat Low Carb”. En nóg gekker op L-Carnitine want dat is het wondermiddel voor alle wanhopigen zoals ik. Ik begroette Mr. Trainer bij het binnenkomen maar mijn blik werd gelijk magisch richting witroze bus getrokken.  Gebiologeerd liep ik erop af en vroeg uiterst behoedzaam: “Wat is dat?”

Dat had ik niet moeten vragen. Trainer (echt een topvent hoor!) begon met de uitleg. Hoe belangrijk de ingrediënten zijn voor een goed functionerend lichaam en hoe geweldig dit spulleke is.
Ik: “Helpt het tegen mijn eeuwige honger?” (ik heb altijd honger, vooral na het ontbijt – een sinaasappel en een ei – tot op het misselijke af)
Hij: “Ja absoluut. Het verzadigt enorm door het hoge eiwitgehalte”.
Ik: “Helpt het bij het afvallen?” (ik doe zo gruwelijk mijn best maar mijn motivatie begint alweer alarmerend te brokkelen vanwege het uiterst ‘magere’ resultaat)
Hij: “Ja zeker, er zit L-Carnitine in hè.”
Ik: “Krijg ik er meer energie van?”
Hij: “Natuurlijk! Er zit precies in wat je lichaam nodig heeft om zich weer topfit te voelen”
Ik: “En die verkrampingen en pijntjes?”
Hij: “Daar ís het eigenlijk voor hè: De magnesium, de vitamine D en het foliumzuur doen echt hun werk wel! En mooie haren krijg je er ook nog van.”

Maar eigenlijk had ik dat helemaal niet hoeven vragen.
En eigenlijk had hij dat allemaal helemaal niet hoeven vertellen.

You strawberries-with-whipped-cream had me at ‘Hello’….

Nu ben ik in het bezit van een bus naar aardbeienkauwgom ruikend poeder. De kosten ervan laten we voor het gemak even buiten beschouwing. Ik heb dus net een ‘Pretty Woman Shake’ gedronken. Als middageten. De aardbeienrhabarberslagroomsmaak moet ik met een flinke dosis fantasie nog een paar dagen langer en intensiever zoeken, vrees ik, maar het is te drinken. En het vult inderdaad.

Laat nu de wonderen aan mij maar geschieden!!

Oh, en als u mij zoekt: start looking for a Pretty Woman-lookalike!

Schreeuw het uit

Niet goed genoeg. Eigenlijk zelfs ietwat op het irritante af.  Ik heb het gevoel dat ik dat ben. Voor jou. Een onfijn gevoel dat ik eigenlijk maar lastig ben. Ik probeer het echt goed te doen. Los te laten. Luchtig oppervlakkig te zijn. En dat lukt me ook best aardig, vind ik zelf. Ik word steeds beter in het wegstoppen van de dingen die ik niet wil, niet kan, niet mág voelen. Prima, is voor mezelf ook stuk rustiger zo. Je houdt er een wat vlakker, oninteressanter persoon aan over, maar hey, je kunt niet alles hebben toch? Voor mij is het even slikken en goed oefenen, maar zelfs loslaten kun je leren. Blijkbaar.

Maar soms hè, soms zou ik je aan je oren naar me toe willen trekken en er dan heel hard in willen schreeuwen. Heel hard. Wáárom?? Wáárom kun je nu niet eens één verdomde rotkeer zeggen wat je écht vindt??? Wat jóuw gevoel is? Wat je écht wil? Waarom kun je niet gewoon eens eerlijk en open zijn? Zég het dan?!? Zég wat je op je hart hebt. Wat je verwart. Wat je voelt. Waar je van droomt. Wat je van jouw leven wil. Wat je van mij wil. En niet wil. Waar je naar smacht. Wat je wilt weten. Wat jou beweegt. Wat je nog aan mij vindt. Of gewoon niet vindt. Schreeuw het uit!! En dan het liefst zo dat IK het ook nog kan horen. Of lezen, nog beter. Ik ben nu eenmaal een mens van het geschreven c.q. getypte woord.

Lange stiltes. Bijnablokkades. Korte nikszeggendheden. Zo nu en dan een flinterdunne uiting. Sorry, maar ik red het er echt niet meer mee. Dan heb ik nog liever gewoon niks meer. In de zwarte, gapende leegte zelf rondzwemmen is altijd nog beter te behappen dan het aan een breekbaar draadje boven die leegte bungelen. Ach toe. Vertel het nou eens. Ik weet wel wat ik zou willen horen maar ik heb geen idee wat jij überhaupt ooit nog kwijt wil. Wees een vent en leg die ondoorgrondelijkheid van jou nou eens bloot?

Want ik snap geen bal van jou.

En dat zal ik ook wel nooit doen zo.

silence of the Lou

eerste gedachtes
hmmm?

.

.

beeldscherm wazig.

.

.

mén, ik heb lodderogen.

.

.

stom hoofd.
werkt voor geen meter.

.

.

stil in mij.
nog steeds.
alweer.

.

.

de mensheid mag blij zijn.
eindelijk houdt ’t mens
haar kop eens.

Remote Control

Televisie is, hoe je het ook draait of keert, iets uitermate essentieels hier. Ik kan me er helaas niet zo in vinden, ik kijk heel erg weinig TV. Als ik al even niks beters te doen heb, luister ik liever muziek (blip er soms even lekker op los), schrijf, schilder, lees blogs, speel wordfeud, whatever, maar de meeste dingen die voorbijkomen op ’t ding interesseren me voor geen meter. Voor man en de kinderen is dat anders. Man zuigt alles in zich op wat maar een glimp van geschiedenis in zich heeft. Sowieso alles wat in zwart-wit is (gruwelijk). Van mummies tot wereldoorlogen, alles wordt tot in den treure herkauwd. Oh en sport. Voetbal (o.h.a. mee eens), Formule1 (yesss!), snooker (ook prima), tennis (is OK), ijshockey (mwah), boksen (vreselijk), wielrennen (horror) moet allemaal gekeken en geanalyseerd worden. Het moge dan ook duidelijk zijn wie er hier regeert over de afstandsbediening: NOT the mama!!

En mocht hij dan al moe zijn van alle gekoekeloer, dondert de heer des huizes met ronkend geweld in slaap op de bank. Steevast in innige omstrengeling met of – nog erger – bovenop de afstandsbediening. En als ik ‘m dan behoedzaam af zou pakken om de nog onbeperkt voortdurende WOII-documentaire weg te zappen (nee, ik wíl het niet vergeten, het ís belangrijke geschiedenis, maar ik hoef ’t niet dagelijks – werkelijk dagelijks – allemaal steeds weer opnieuw door te nemen…) wordt hij met de zekerheid van Carla Bruni’s zangcarrière weer wakker om vervolgens op mij te mopperen dat ik alleen maar onintelligente talentenshows of romantische shit wil kijken. Dat klopt overigens: áls ik al TV kijk, wil ik óf het nieuws kijken óf iets waarbij ik gewoon nog fijn verder kan typen, chatten, schilderen, lezen, grinniken – m.a.w. iets wat dermate onintelligent is dat ik er mijn miniscule brein niet bij nodig heb om het toch nog leuk te vinden op de achtergrond.

Nog handig om te weten: wij hebben onze 7 afstandsbedieningen nu sinds geruime tijd geïntegreerd in één zo’n universeel ding. Hoogingewikkeld maar voor de kinderen no problem. Op ‘TV’ drukken – ‘on’ drukken – ‘AUX’ drukken – ‘on’ drukken – 87 resp. 40 resp. 41 intypen en klaar. Kinderzender gevonden. Mochten ze van de oostenrijkse sat-receiver nog even willen switchen naar de nederlandse voor ketnet en co: ‘Sat’ drukken – ‘on’ drukken – ‘TV’ drukken – ‘bovensteknopjetussenvolume&kanaalkeuze’ drukken – ‘Sat’ weer drukken – 151 (of een of ander ander kindergetal) indrukken en weer klaar. Ze hadden het binnen een minuut of 10 onder de knie. Allebei. Ik had er wat langer voor nodig maar zelfs ik kan nu nog steeds de was doen. Ons leven-met-levend-licht draait nu in ieder geval volledig om de ‘Universalfernbedienung’, de UFB. Of UAB op z’n nederlands. Hij heet daadwerkelijk niet voor niks “Medion LIFE”…

Maar wie er pas écht afstandsbedieningsverslaafd is, dat is dochter (ze zit op dit moment naast mij te gillen, al wijzend op het plaatje in m’n blog-concept: “Schau, schau!!! MEINE Fernbedienung im Internet!!! Die heb ik, die heb ik!!!”). Ze is zo ontzettend gefixeerd op dat ding – zelfs als de TV helemaal niet aan is… – dat ze hem werkelijk overal mee naar toe sleept. De AB is dan ook regelmatig verdwenen en de daaropvolgende zoekvolgorde bekend: eerst in de WC checken, de keuken (achter het aquarium bij de snoepkast), dan haar slaapkamer, de kist met barbies en de kaplabak. Mocht hij daar onverhoopt niet liggen, dan ligt-ie tussen of onder de bank. Ze verdedigt de AB vanzelfsprekend met haar leven, bijt haar broer soms in de afstandsbedieningafpakkenwillende arm, gromt aan tafel als ik het ding aan míjn kant neerleg omdat ik niet wil dat ze met haar vette ketchupvingers ons levensmiddelpunt bevingert. De tekst op de knopjes slijt al voldoende zonder bijtende tomatenzuren. Tijdens het eten wordt er sowieso geen TV gekeken (tenzij ik ziek ben, zoals nu, waardoor de kinderen steeds opnieuw stilletjes en innigst hopen dat mijn hoestbuien daadwerkelijk overgaan in ziekte), maar dat maakt voor de positionering van de AB niet uit: die ligt in dochters hand of in ieder geval, net als het overige bestek, vlak naast haar bord. Ze kauwt er ook regelmatig op (tot grote ergernis van man die de tandafdrukken in de on-knop echt afzichtelijk vindt, ik vind ze best schattig eigenlijk) en neemt hem zelfs mee naar bed. Haar grootste vriend. Soms is hij een paar dagen weg en moeten we minstens 5 van onze ouwe afstandsbedieningen uitgraven om weer fatsoenlijk TV te kunnen kijken. Dan bidden we tot heilige Antonius (not) om de huilbuien van dochter toch eindelijk eens te kunnen stoppen en meestal komt hij dan wel weer boven water. Soms letterlijk.

Ik denk dat we binnenkort maar ‘ns een 2e, zelfde UAB, gaan halen. 1 voor het echie en 1 voor haar. Een KAB. Een knuffelafstandsbediening.

No remote, no life.

Toch?

Who are you?

De vraag der vragen. Wie ben ik eigenlijk… Kén ik mezelf wel? En als ik mij niet ken, is er dan überhaupt íemand op deze wereld die dat wel doet? In een blog van de allerallerALLERliefste Lou stelde zij deze vraag en beschreef zichzelf tot in de kleinste details. Ik kon alleen maar denken: “ja, dit herken ik. zo ís ze, zo moet ze zijn.” Een duidelijk geval van WYSIWYG.

Ik weet niet hoe wysiwyg ik ben…
Well, Lou, who the hell are you?

Ik.
Blond maar mahoniedonkerrood geverfd.
Modelgeschikt qua lengte maar allesbehalve slank.
Fit en erg lenig maar soms zit er een vetrol in de weg.
Bruingroene ogen, sproeten en licht(verbrandbar)e huid.
Begin 40 (ja echt) maar gevoelsmatig dik 10 jaar jonger.

Ik.
Niet altijd even open maar wel verbaal exhibitionistisch.
Niet verslavingsgevoelig maar vol grote zwakke plekken.
Soms wat warrig en onduidelijk maar altijd eerlijk.
Gruwelijke hekel aan achterbaksheid en geroddel maar
wel uitermate nieuwsgierig naar wat mensen denken.

Ik.
Gek op mijn kinderen, mijn álles in tweevoud.
Gek op mijn grote zus, pap en mam, familie intact.
Gek op draken, vlinders, manen, katten, beren, tijgers en ander gespuis
Gek op zovele heerlijke mannen én vrouwen in mijn leven.
Gek op het liefhebben zelf.

Ik.
Vaak vrolijk, soms bedroefd.
Vaak nadenkend, soms te ad-rem.
Vaak sarcastisch, soms gewoon te.
Vaak vol gevoel, soms afgestompt.
Vaak gestoord, soms ook prettig.

Ik.
Melancholisch. Schilderend. Zelftwijfelend — Muziekmaniak.
Dubbelgestudeerd. Taalgek. Managend — Werkpony.
Creatief. Tuinierend. Moederend. Zakelijk — Omnipotenta volens.
Telefoneerschuw. Schrijfgek. Flapuiterig — Socmed-sucker.
Vol liefde en genegenheid. Lichtelijk onzeker — Alleswiller.
Teveeldenkend, dirty-minded, sceptisch — Doemdenker.
Imperfect, dramatisch, kortlonterig — Ongeleid projectiel.
Speeddenkend, eeuwigvragend, leergierig — Hartluchtster.
Bitchylief, attent, chaotisch — Gevoelsmens.

Ik ben er nu wel achter. Niemand kent mij werkelijk tot in alle uitersten. Ik heb heel donkere plekken in mij, die ik alleen ken. Plekken waarvan ik niet wil dat iemand ze ooit ziet of leert kennen. Ik heb veel meegemaakt maar eigenlijk zo ontzettend weinig. Ik kan mijn mond houden en heel goed niet willen praten. En als mijn blikken konden doden, deden ze dat nog steeds niet. Nobody knows me like I do. But even I don’t…

Oh, een lievelingskleur heb ik niet.

En jij? Vertel ‘ns…

___________________________________________

(PS1 — ook voor mij geldt: mocht je iets specifieks willen weten, just ask. Of ik een antwoord geef is een tweede.)
(PS2 — kan best zijn dat ik met de tijd nog wat aanvullingen in dit blog prop. Neem het me niet kwalijk.)

L_2.7

Daarnet heeft L. de update gedownload: haar eigen 2.7 versie. Een gouden draak maakte haar op de vernieuwde versie attent, gaf dé link en had  zelfs nog een aantal irritante bugs gefixed. Ze had zelf niet eens echt door dat het gewoon simpele softwarefouten waren… Maar ja, het is ook moeilijk om je eigen fouten op te speuren en te fixen hè. Daar heb je dus soms wel eens anderen voor nodig. Anderen die weten hoe jij werkt, die jouw source code kennen, die door je simpelweg te kénnen, je errors en bugs veel beter in de smiezen hebben…

Haar compiler is weliswaar ook niet translatiefoutloos, maar als de broncode nu eindelijk weer eens goed opgeschoond is, kan die er nog ook wel een tijdje mee door zodat ze weer naar behoren kan functioneren. De antenne zelf is gereset, de ruis is nog steeds flink hoog maar door de nieuwe instellingen verloopt de filtering van de essentie een stuk effectiever.

Als de perifere apps en de secundaire hardware nou ook nog eens goed met de core samen zouden werken, zou L. een bijna perfecte machine kunnen worden. Maar die hoop heeft ze zelf al opgegeven. En wat moet je überhaupt met een perfecte machine? Een leven zonder verrassingen is als Microsoft zonder bluescreens. Een venster zonder uitzicht. Af en toe heb je die adrenaline-kicks gewoon nodig. L. is vast al lang blij als de boel zonder fatale crashes zo’n 3 weken per maand door blijft lopen. Een automatische backup-functie op een externe harde schijf zorgt voor enige veiligheid m.b.t. de moeizaam opgeslagen data en leereffecten die L. in haar historie vergaard had.

De hormonele storingsmeldingen blijven echter wel nog steeds komen. Een uiterst moeilijk te achterhalen misser in de code; op de momenten dat je het ’t minst verwacht, springt de machinerie – ondanks maandelijkse herprogrammering – ineens toch weer op tilt. Dan zie je haar trillen met haar vingers, krampachtig over haar afgesleten toetsenbord maaiend…

*hard reset*

*reboot*

*_*

Oh, en dat je…

zomaar, midden op de dag, ineens heel blij kunt zijn met de benen van je dochter om je nek.
dat ook.

Onbetaalbaar.
Mijn nekhangdochter 🙂
(en lekkere teentjes dat ze heeft!!!)

wie denk je wel niet…

…dat je bent?
Ja wat nou? Geez, kijk niet zo, zeg!
Echt, soms kan ik je wel schieten…
En je ziet er vandaag ook weer heerlijk gewokt en fijngestampt uit.
Ga ‘ns naar de kapper joh, het is hoognodig.
De schoonheidsspecialiste is sowieso zinloos.

Die drang van je, je eeuwig te moeten uiten.
Altijd te willen zeggen, wat je op ’t hart ligt.
Kun je niet gewoon eens je mond houden?
Je verbaal exhibitionisme killen?
Nee, kun je niet. Zwak, zwak, zwak…
En dan die gruwelijke onzekerheid van je.
Je altijd maar afvragen of je het wel goed doet.
Willen weten wat anderen van je verwachten.
Goed willen zijn in alles maar eigenlijk
verrekte weinig écht onder de knie hebben.

Wat heb je nou helemaal bereikt?
Een paar studies doorgeworsteld,
een bedrijfje overgenomen,
een paar kinderen in de wereld gezet.
En nu? Nu zit je daar. Kijk nou, sneu toch?
Snakkend naar afwisseling, naar actie.
Halsreikend je armen uitstrekkend
naar al die mensen die je denkt lief te hebben.
Jouw gevoel, zoveel te missen. Pathetisch.
Denk je dat echt? Je mist niks hoor.
Behalve een hoop ellende, want die
heb JIJ nog niet echt meegemaakt.

Mens!! Durf nou toch ‘ns te léven!!

Rotspiegel…

Wat is wijsheid?

Geen idee. Ik vraag ’t me al zo’n 30 jaar af
(toegegeven, de eerste 10 jaar dacht ik hier nog niet zo erg over na).
En ik weet ’t nog steeds niet, dus zal ik het ook niet hebben of zijn. Ik pretendeer dat ook niet, gelukkig.

Wijsheid.
Raar woord eigenlijk. Wijs. Heid. Schoon. Heid. Over. Heid. Ge. Heid. Hmmm.
Bij wijsheden moet ik eigenlijk altijd meteen denken aan spreuken in de trant van “mannen zijn als huppeldepup”…
Zoiets als: “Mannen zijn net als wijndruiven. Eerst flink inelkaar stampen en dan in het donker opsluiten voor een fatsoenlijk rijpingsproces, zodat je ze er later zelfs bij het eten redelijk goed bij kunt hebben.” (schijnt Britney Spears ooit gezegd te hebben. Wijs mens, die Britney).
Is zoiets nou wijsheid?

Dan bezit ik namelijk véél wijsheden…

“De man heeft zijn achilleshiel niet aan zijn voet maar in zijn kruis”

of

“Natuurlijk kunnen mannen beter landkaarten lezen dan vrouwen. Mannen kunnen zich sowieso tig keer beter voorstellen dat 1 cm in werkelijkheid 100 kilometer is…”
(die is van Roseanne Barr, trouwens)

of

“Mannen zijn net spaarvarkens. Die waar het minste in zit, maakt ’t meeste lawaai”

OK OK OK…
ik ken er ook nog een paar met vrouwen.

Ach nee, sorry, die ben ik vergeten.

Maar wat is het dan nou wel? Ben je wijs als je uiteindelijk, na een vurrukkullukke berg fouten te hebben gemaakt, daadwerkelijk wat geleerd hebt? Klaarblijkelijk maak ik ook steeds opnieuw dezelfde fouten en schijnbaar leer ik er ook nog eens niets van. Wist ik eigenlijk ook wel. Ik heb in ieder geval weinig gemeen met ezels. Maar drie keer?? 38 keer komt meer in de richting… Of misschien vind ik juist die fouten van mij zo lekker? (gheheheh). Studeren maakt in ieder geval niet wijs, dat staat vast. Kennis is nog lang geen wijsheid. O.a. politici bewijzen het dagelijks opnieuw. En een studie “moderne en hedendaagse wijsheden” heb ik nog niet gevonden.

Ben je dan wijs als je geduld hebt?
Als je anderen eerst aanhoort en afwacht voordat je je oordeel velt?
Of nog beter, als je ook dan nog steeds géén oordeel velt over of iets nou goed of fout is?
Als je de mildheid zelve bent? Als je kunt luisteren voordat je een mening geeft?
Als je veel ervaring hebt? Wijsheid is niet wat een mens overkomt. Wijsheid is wat een mens dóet met wat hem/haar overkomt.

Volgens Wikipedia is wijsheid de  kunst om in alle levensomstandigheden juist te oordelen en te handelen. Okee… dan ben ik helaas echt niet goed wijs. Ik oordeel dagelijks fout en handel daar ook nog naar. De actuele levensomstandigheid maakt dan ook geen bal meer uit.

Wijsheid is wéten wanneer je dom mag zijn. God ik weet ’t écht niet hoor… Ik weet wel dat de ochtend in ieder geval altijd verstandiger is dan de avond ervoor. Dat geldt voor mij helemaal. Een mens kan sowieso beter een nachtje slapen over wat-ie wil gaan doen dan nachtenlang wakker liggen van wat-ie gedaan heeft. Ik zou ‘s-avonds gewoon consequent m’n kop dicht moeten houden en wachten tot het weer ochtend is, dan is alles ineens veel duidelijk en ik ook weer wijzer. Ik maak me op, mijn IQ stijgt daarmee gelijk met 30 procentpunten ofzo, ik kijk in de spiegel en denk…. oh nee. Ik denk niet.

En ach, ook de spiegel der wijsheid beslaat wel eens…

Zo dan!

Jawel, jawel, tatarataaaa!!! Dat was ‘m dan weer!!
De periodieke drama-fase.

I am drama!

Dat heb ik net ook weer mogen lezen. Nou ben ik graag drama in persoon, maar niet als ik zelf nog in het desbetreffende drama geloof. Da’s een beetje als zelf Sinterklaas moeten spelen terwijl je zelf nog steeds heilig vertrouwen in die ouwe zak hebt.

Elke maand blijken mijn hormonen weer opnieuw heel geniepig te beginnen aan een vet potje rugby met m’n verstand. En zo eens in de drie-vier maanden volgt er dan een persoonlijke wereldondergang. Dat is allemaal geen ramp, ook wereldondergangen kun je als volleerd dramaqueen verwerken. Mijn werkelijke issue is: wáárom kom ik er dan steevast en áltijd achteraf pas weer achter dat het zover is? Dit soort “ahaaaa!”-ervaringen kan ik missen als kiespijn. (gisteren zou ik bijvoorbeeld nog “…als jou” geschreven hebben)

Anyway. Mocht u mij toevallig óók de deur uit willen werken, op socmed (zoals vanochtend al gebeurde) of IRL (dat zal wat harder te slikken zijn), doe dit dan please tijdens deze wereldondergangsfases, dan valt die portie extra ellende in ieder geval niet meer zo erg op.

De positievere kant van my major misery is, dat ik jullie dan tenminste niet verveel met mijn alledaagse nietszeggende, oerslappe, burgertrutterige activiteiten. En dan vooral die, die níet mislopen. Nou heb ik er daarvan gelukkig maar weinig. Even het meest recente voorbeeld:

Uurtje geleden.
De buurvrouw komt binnenstormen (onze voordeur is altijd open, vandaar).
“Wanneer gaan we nou steps oefenen voor vrijdag?” (Vrijdag is het groot feest: onze sportclub bestaat 50 jaar en dan moet iedere sportsectie iets op het podium ten toon spreiden. Joepie. Aangezien ik bij de steps/aerobics (oftewel: de vrouwengym) zit, wordt dat podium ook door ons dames besprongen. letterlijk.) Mij vang je niet met dergelijke plotselinge huisinvallen dus ik zeg “nou, nu!”. Whoppa, step (meegenomen om te oefenen) op het laminaat geknikkerd en de buurvrouw erop gejaagd. Ikke zelf ernaast (ik had al eerder – in de gang – geoefend dus ik kon ’t al ietskes beter (smug grin). *kuch*). Buuf plant voet op step. Gaat goed. Buuf springt op step. Step maakt ’n respectabele slipper over ’t toch best gladde laminaat richting mij. De rest is niet belangrijk maar het ging mis. In tweevoud. In ieder geval heb ik daarna een stuk antislip voor vloerkleden op maat gesneden en daar de step voor Buuf opgezet. Daarna ging het gelijk stukken beter. Met mij dan.

Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen…
wat wilde ik ook alweer zeggen….
Ah ja.
Niemand hoeft zich zorgen te maken. Ik ga namelijk iets van een alarm in m’n thunderbird-agenda inbouwen. Iets dat ca. 4 dagen voor mijn persoonlijke maandelijkse zondvloed heul hard gaat piepen en abrupt een toetsenbordblokkade activeert zodat ik mijn periodieke depressiviteit niet meer in blogs of tweets of FB-postings om kan zetten. Zoiets. Iemand nog een inspirerend idee? De HA zal mij ook nog mogen adviseren. Ik wil whiskypammetjes ofzo, dat Sintjanskruid is ook niet meer wat het geweest is.

Sorry voor de zware blogtijden waar ik jullie doorheen gejaagd heb. U heeft nu weer een dag of 27 rust.

Maar ik blijf wel graag dramaqueen.
Mag ik dat?

Vrieskast

hij pruttelde nog even en toen was het stil.
hij kon niks zinnigs meer doen.
de temperaturen liepen al snel op.
het ijs smolt.
bijna ongehoord schreeuwde hij “Alaaaaarm!!!”
eerst in z’n bovenkamer, toen ook hoorbaar.
zacht maar wanhopig.
hoe moest hij nu in vredesnaam verder?
z’n processor sloeg op tilt.
het lukte hem écht niet meer om af te koelen.
de temperaturen bleven maar oplopen.
langzaam maar zeker ontdooide hij.
en zijn innerlijkheden versmolten…

En toen kwam zij.
Met angst en beven hoorde hij haar de trap afstommelen.
Woedend was ze.
Hoe kón hij haar zo in de steek laten?
Een onverwachte, ferme rechtse op zijn plaatstalen zijwand.
En nog éen. Een hele harde.
Hij beefde ervan.
Ze kon het geven van een flinke trap na nog net bedwingen.
Bruut werd hij wakker geschud uit zijn misère.
Stribbelde tegen maar pruttelde tenminste weer.
Tergend langzaam begon hij zich te bekoelen.
het zachte in zijn binnenste werd weer ijzig.
De vraag is alleen, voor hoe lang…

Maar goed.
Zo zie je maar weer.
Zelfs een vrieskast kun je op de Lou-manier (tijdelijk) repareren…

uiterst veelzeggend blog…

ggggrrrrmmmpfffff…

#datdus

ratttatttatttatouille

Oftewel:
Een bonte, eigenlijk niet te vreten mix uit een machinegeweer.
Dat zootje ongeregeld komt dus uit m’n kalaschnikowvingers.
Met minstens tien tegelijk.

Rattattatttattttaaaa….

Ik sta nog steeds volledig achter dat wat ik schrijf en wat ik al geschreven heb.
Ik sta nog steeds compleet achter mijn acties van de afgelopen tijd.
Ik heb alleen klaarblijkelijk nogal eens wat moeite met het inschatten van mensen op de juiste stoornis…

Inclusief mezelf:

– VE (Verbaal Exhibitionisme )
Dat sowieso.
U ervaart het op dit exacte moment.
– MLA (Multiple Loving Abilities )
Check.
Maar daar valt nog mee te leven.
– GS (Goedaardige Schizofrenie)
Absoluut!!!
(kop dicht, Truus Trut. Miep Muts is toch ook stil dus wat wil je nou mens…)
– CS (Chronische Sarcasme)
Helaas wel.
Bijtend als zoutzuur en droog als het koelbekken van Fukushima (fout grapje, I know).
– Brandend naïviteitszuur
Elke dag wel een aanval.
Daar zal ik wel nooit meer overheen groeien…

Daarnaast heb ik nog een goedgelovigheidsgezwel, zware aanvallen van blogdiarree, morbide twijfelachtigheid, een bloedend hart en een gebrekkig onderbuikgevoel.
Hoe lang ga ik dit nog overleven?

Ik ga ratatouille maken vandaag.
Ik hak alle sores in de pan.
En dan vreet ik het vol genoegen op.
Ja, ik kan…

Waar zit ik toch…

met m’n hoofd…wat een zooi. wat een troep. chaos. echt vette chaos. alles drijft door elkaar. stom hoofd. in the end zingend en jezelf een looser denkend. ik kan het niet. kan het niet ordenen, slok cola dan maar. draadje van m’n koptelefoon hangt over m’n rechterborst. mén wat zie ik er gestoord uit. freak. cola. niemand die ’t kan zien dus kan’t mij bommen. waar is de chips. waarom voel ik me nu ineens toch down. morgen moet ik nog een kaart maken voor de buurman, shit heb ik de danslesbijdrage overgemaakt? raar gevoel in m’n buik. misschien moet er maar chips in. sweet thai chili chips. morgen krijg ik m’n auto terug. joepie. waar zou die rotvis nu zwemmen. waarom hou ik van die vent. ach soit. kan d’r ook niks aan doen. toch ns gaan kijken of we nog chips hebben. onze bank is ook niet echt wit meer eigenlijk. waar is die rekening. ik wil dun zijn… chips. hoe lang zou die foon ’t nu doen…zometeen even op amazon kijken of ik een galaxy kan vinden. oh verrek ik moet nog foto’s bewerken. eigenlijk wil ik dat liedje wel opnemen. lekker stil hier. ik hou toch best van alleen zijn. zometeen even lekker muziek door m’n hoofd raggen. ik wil naar nederland, sommige figuren[ah shit, dit kan ik niet schrijven hier]. ik heb zo geen zin in morgen. moet tuinhuis opruimen. beeldscherm wordt wazig van mijn gestaar. vroeger keek ik altijd wazig. en ik vrat ouwe kaas op een hele gore manier. yuk. en ik had hazetanden dus dat paste wel. 10 jaar beugel did the trick. zou zoon ook een beugel moeten… ik weet wel zeker dat ik ga falen in zal ik nog iemand porren? ach fuck die porren. ik moet nog schilderen. morgen. das veel leuker. morgen. ben blij dat ik 10-vingerig kan typen met 280+aanslagen per minuut. anders is eerstegedachtenbloggen wel een kriem…

Spijkerbroekendag

Het is weer lente. Dat verklaart een hoop, zo ook de behoefte – van vooral mannen – aan rokjesdagen. In ieder geval komt de term rokjesdag ineens weer duidelijk frequenter voorbij in de social media. Maar waarom nou specifiek rokjes? Waarom maken we er niet gelijk een tangaslipjesdag van? Dan zie je de boel pas echt goed. Zo’n rokje stoort alleen maar. En ik heb toevallig een hekel aan rokjes. Met wat dikkere heupen en billen (moi) moet je de rokjes in kwestie (want niet alles voldoet hè: ze moeten niet lubberen en niet al te lang zijn want anders zie je nog niks en mooi strak-tekenend om het afwezige perfecte achterwerk glooien) elke 5 minuten weer naar beneden sjorren anders heb je ze in no time onder je oksels hangen. Nee, doe me dan maar een jurkje. Jurkendag. Hmmm. Klinkt ook weer niet werkelijk übersexy. En met een jurk kun je net zo min fatsoenlijk fietsen (niet dat ik ooit fiets, maar het gaat om de theorie).

Tja.
Wat dan.

Bikini-dag?
BeeHaa-dag?
Netkousen-met-jarretels-dag…
Beenwarmer-en-verder-niks-dag.
Naaktloopdag!
Gehaktdag.
Klaar…

====================================

EDIT:
met zeer waardevolle input van Nanda (dank je, goud waard!) weten we nu, wat voor dag het werkelijk is.

Nunkinidag!!!

zoek de glasbak

elke morgen, elke middag, elke avond, iedere nacht (praktisch altijd dus)
stel dat ik er wel, maar jij er niet was (dat maakt ’t wat lastig inderdaad)
dan was morgen, morgen waarschijnlijk weer zo’n dag (de kans is groot…)
o ik kan het niet, ik kan het niet alleen (ah joh, kom op zeg, niet geschoten is altijd mis!)
natte ramen (zeikregen? of toch aan de binnenkant?)
kale muren (wat een lekker potje behangen al niet kan doen)
lege flessen, lege flessen op de gang (daar is de glasbak voor hè)
lange tanden (zolang er geen haar op zit, of maanzaadjes ertussen…)
late uren, late uren (late uren zijn óók uren!)
weinig zon en veel behang (wat nou, net waren ze nog kaal, die muren)

en ik kan het niet, ik kan er niet omheen (dan maar erdoorheen, of nog beter: eroverheen)
ik kan het niet, ik kan het niet alleen (solodrammen lukt anders best goed)
ik heb het geprobeerd, gedaan wat ik kan (“is dit alles, oehoehoehoe…ahahahah is dit alles…”)
maar alles gaat verkeerd, ik ben ook maar een man (aaahaaah!! dat verklaart natuurlijk een boel)
en ik kan het niet alleen (nee, ik begin ’t te begrijpen…)
elke morgen, ’s middags, ’s avonds maar vooral ’s nachts (nog steeds altijd dus)
stel dat ik er wel, en jij er niet was (ik zou ook wegwezen hoor, bij zo’n zeurvent)
dan was morgen, morgen waarschijnlijk weer zo’n dag (of niet… zing dit nog ‘ns, op 21 december?)
en ik kan hiet niet, ik kan er niet omheen (ga je er onderdoor?)
k-k-kan het niet, ik kan het niet alleen…

#zucht

‘t-is toch wat. óveral moet je ze ook bij helpen.
Wat is dat nou, éven snel die lege flessen opruimen….

 

Terugreizen

Onze terugreizen van Nederland terug naar Oostenrijk zijn altijd iets speciaals. De heenreizen zijn dat sowieso want dan ben ik helemaal opgelaten en blij, kan de auto niet hard genoeg vooruit pushen (waarop ik dan steevast commentaar van mijn bijrijdende man krijg: “je rijdt te hard. zo halen we het nooit met één tank en dan mag IK weer tanken” en “kijk, als ík rijd, is ons doorsnee verbruik 1 op 14,7. Als jij rijdt is dat maar 1 op 14,3. Dat is nergens voor nodig.” waarop ik antwoord: “ik wil naar huis en IK rijd (want jij wil computeren), dus ‘Klappe’.” ) Euforisch gevoel als je dan na dik 900km met radio 3FM in de oren de grens weer over bruist: ik ben weer thuis!!!

Maar terug is wat anders. Zo lang mogelijk rekken en dan toch maar op weg gaan. Ik rij zo langzaam mogelijk de poort uit, prikkende oogjes. Nog even voor de grens bij de vrije pomp de auto voltanken. De kinderen jammeren na een kwartier al dat ze zooo misselijk zijn en dat ze een DVD willen kijken. Dat mag pas op de Autobahn want anders kotsen ze te vroeg.

Natuurlijk geldt bij ons ook: de bijrijder is steward(ess). Die doet de verzorging van de overige inzittenden. Man kan dat lang niet zo goed als ik (of course) maar hey, ik moet rijden. En als hij met z’n laptop op schoot naast me zit te programmeren, wil hij wel ‘ns vergeten dat er nog twee koters op de achterbank zitten te karremejakken. Bij de pomp denken we er nog net even aan om een halve Primatour in beide kinderen te stoppen (pfiewww, over een kwartier is het kotsgevaar hopelijk weer geweken).

“Pap, mogen we een DVD kijken?”
“Nee.”
“Mam, mogen we een DVD kijken?”
“Moet je papa vragen.”
“Die zei nee.”
“Nou, dan nee dus.”
“Pap, mogen we wat lekkers? Ik heb honger.”
Man geeft appel-met-gat-erin aan
“Gatsie, die is al bruin van binnen. Ik wil een blokje kaas.”
“We hebben geen blokjes kaas mee, alleen bruine boterhammen met kaas.”
“Bahhhh, waarom neem je nou nooit eens iets lekkers mee voor onderweg?”
Uiteindelijk graai ik de zak met gummibeertjes tussen man z’n benen vandaan en gooi die naar achteren.
Rust.
Op de Autobahn weet ik dear husband ervan te overtuigen dat een DVD (nou ja, SD-kaartje met een geripte film erop) toch echt voor een hoop kwalitatief hoogwaardige laptoptijd kan zorgen. De SD-kaartjes worden vervolgens minitieus doorgesproken en van filmkritieken voorzien (geen enkele film is goed dus waarom nog langer erover discussiëren, douw er gewoon eentje in man…). Ice Age 3. En stil zullen ze zijn.

Wij zijn geen stoppers. We hebben al wel eens het hele stuk (ca. 930km) in 1 ruk doorgereden, onder voorwaarde dat ik dan voor vertrek cq. tijdens de reis geen koffie drink. Maar meestal is 1 plaspauze toch wel noodzakelijk. Helaas voor ons is het ons ook nog nooit gelukt om de terugreis kotsvrij te houden (de heenreis wonderwel altijd, hoe kán dat nou). We hebben standaard plastic zakken in de auto omdat zoonlief regelmatig zijn kaasblokjes-met-gummibeertjes-en-tomatensoep weer moet lozen.

Op een eerdere terugreis was dat ca. een uur na vertrek ook het geval. Zoon loosde braaf in de zak. Toen hij klaar was, verkondigde hij vol trots dat alles in de zak zat en gaf deze met een zwier aan mij (toen voor de falderatie [twentsch begrip voor “ter afwisseling”] de bijrijder), daarmee gelijk een vloedgolf van overgeefsel door de auto slingerend omdat die AH-tasjes toch echt van inferieure kwaliteit zijn en deze al grote, helaas tot toen toe onbemerkte gaten aan de onderkant vertoonde. De kots zat zelfs in dat ding waar je je gordel in klikt. De stank was niet te harden. Zoon onder, zijn kussen onder, ik onder, de ventilatiegaten onder, de auto onder. Bij de eerstvolgende benzinepomp met cockpitreinigingsdoekjes, keukenrol en spa rood de boel zo goed als het ging schoongemaakt. Daarna hebben we dus niet meer gestopt (en heul hard gereden, dat ook) om maar zo snel mogelijk die auto weer uit te kunnen…

De afgelopen terugweg was milder: dé plaspauze (want dochter en ik moesten) werd ingelast. Zoon moest niet. Zei hij. Ineens stommelde hij toch de auto uit, hij moest toch. Nog geen 2 meter van de auto, vlak vóór de motorkap van de auto naast ons, gutste zijn maaginhoud over de parkeerplaats. Mooi. Klaar. Goed getimed. Afvegen, glas water drinken, de verbouwereerd kijkende passagiers van de buurauto steevast negeren en dóórrrrgaan… Een terugreis zonder kotsen blijkt vooralsnog een onmogelijkheid.

Met frisse tegenzin jakker ik naar verder huis. Zo langzaam mogelijk.

Eén voordeel: op terugwegen haal ik die 1 op 15 makkelijk…

Pas(s)en

met pasen past alles
na pasen past me niks meer
zal ik met pasen
maar passen dan?

zalig pasen
het zal me verbazen
de paling jassen
het ei verassen
smelt de choco-sinterklazen
inhalig pasen

te pas en te onpas(s)elijk
that is the question.
ach ééntje past altijd nog.
past u met pasen?

ik paas.

anders

jij
bent anders.
dan ik.

dacht.
.

jij
bent beter.
dan ik.

had verwacht.
.

jij
bent alles.
wat ik wil.

zeggen.
.

is
dat jij jij bent.
en ik.

ook.

 

(c) Lou

meppen!

hard. harder. hardst.
uitleven.
afreageren.
oorbeschermers heel hard nodig.
goed voor m’n zoon.
goed voor mij.
even niks meer in het hoofd
behalve ritme.
puur ritme.

vierkwartsmaat.
de base drum in je maag voelen.
driekwartsmaat.
de ride berijden.
fill-ins.
solo’s.
rammen maar…

ritmisch erop los meppen.
en het is zoooooo lekker…
zo goed voor ’n mens!

waarom bestaat er eigenlijk
nog geen drumtherapie…

 

just feel like this:

 

 

 

 

 

haaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!!!! jáh!!!

omruilgarantie

ah toe… mag ik ‘m ruilen?
ik wil een nieuwere versie, zit er nog garantie op?
er stond iets van “2.0 i” op de verpakking
maar toen ik erin keek, was het toch echt een oudere variant.
dit ís geen 2.0 en al helemaal geen “i”…

het is hoogstens een 1.5 beta-versie.
hij werkt op zich goed, dat wel.
en toegegeven, op 1.0 niveau is hij zeker een aanwinst.
hij repareert zichzelf en  laadt zichzelf op
geeft aan wanneer er een grote beurt nodig is.
die grote beurten kan ik zelfs,
indien nodig, zélf doorvoeren,
geen speciaal opgeleide service experts nodig!

hij loopt ook nog goed en zeer betrouwbaar.
maar hier en daar toch wat losse contacten…
niets wat een contactspray niet kan verhelpen.
ook over de energiezuinigheid heb ik niets te klagen.
A+++ is het misschien niet, maar hij vreet niet veel.
soms komt er zelfs nog geluid uit.

maar die “i” hè, die ontbreekt compleet.
niks “interactief”!
zo geef ik bijvoorbeeld duidelijk aan wat ik wil
en dan doet hij ’t gewoon niet!!
wil ik remmen, gaat hij sneller.
wil ik links, doet hij toch rechts.
wil ik straigth-on, stijgert-ie zowaar.
geen info op z’n twee displays waar dát nou weer aan ligt,
gewoon nada en noppes.
zo’n 2.0 i zou ’t in principe toch altijd moeten doen??

oh, en wanneer komt die nieuwe “Man 3.0 i” eigenlijk uit?