Brullen met tranen

21 uur. Bedtijd voor kleine kindekes.
“Mam, die zelfgemaakte patat ligt me dwars…”
“Neem je slokdarm als zweep en sla ‘m in ’t fatsoen, ja?”

Zoon grinnikt.
“Nee echt, als ik van hiero naar beneden op het parket kots [zoon heeft, net als dochter, een hele hoge hoogslaper], mag jíj de boel straks van het plafond schrapen.”
“Been there, done that, got the swiffer. Mij maak je niet bang.”

De humor. Vandaag is ie weer groots. Zoon stommelt naar de badkamer om vervolgens onverrichter zake voor een glas water naar de keuken lopen. En passant graait hij in de bak met laadkabeltjes (dat doet hij nu eenmaal graag, een automatisme). Eentje daarvan valt me nu ineens op.

“Hé, weet je nog, dat op afstand bestuurbare helicoptertje dat ik stante pede terug gestuurd heb omdat ie het niet goed – of eigenlijk helemaal niet – deed? Nou, dít is de laadkabel daarvan.”
Zoon ligt in een deuk. Tranen. Nu moet ie pas écht kotsen. Zegt ie.

“Oh en ik heb dat pakje met 3 nieuwe AAA-batterijtjes, waarvan ik claimde dat ze eveneens niet in de verpakking zaten, laatst ook in hal gevonden…”
“Waarom deed dat ding het niet dan? Waarom moest ie terug?”
“Nou, dáárom dus…”

Ze zijn eindelijk zo ver: ze liggen in hun bedden, of ‘doodskisten’ zoals dochter het blieft te noemen. Het plafond is namelijk slechts zo’n 50 cm boven hun neuzen. Tja, je moet wat hè. Zoon weet in ieder geval de oplossing om snel in slaap te vallen: met een noodvaart rechtop in bed gaan zitten. “Nou euh, tot over een dag of drie!!” brult ie jolig. In hun kamer [ja, ze slapen ook nog eens samen in één kamer, groot is het hier nu eenmaal niet] heb ik altijd de neiging om zooi op te ruimen en stof af te nemen. Ik, de huishoudelijke slons bij uitstek. U kunt zich voorstellen hoe het er daar uitziet.

Het los liggende dekseltje van een door dochter zelf gekleid paars-rood-blauw potje doe ik vol opruim-enthousiasme weer netjes op het onderste deel. Resultaat: de tanden en kiezen vliegen me om de oren.

“Neeeeeee, stupido!!! Mijn kiezen!! En ik verlies er al zo veel!!”
Da’s waar. Ze heeft boven en onder nog nét twee voortanden en hier en daar een hoektand. Daar houdt het wel mee op.
Dochter stommelt van de ladder omlaag om op de grond haar tanden bijeen te rapen.
Met de tranen nog in de ogen, jodelt zoon, dat je in dit huis sowieso elke dag minstens drie tanden verliest en dat op een blokje lego trappen er echt niks bij is. Maar: als we straks allemaal kunstgebitten hebben, zien we ze op de grond in ieder geval niet meer zo snel over het hoofd. Wel zo handig. De grapjas.

Ineens komt hij daadwerkelijk met een rotvaart overeind, ramt zijn hoofd tegen het plafond, dondert zijn hoogslapertrap af, geeft mij in het voorbijgaan met de ene hand een pets op mijn hoofd terwijl hij zijn andere voor zijn mond klemt. Een perfecte home run naar het toilet, om daar vakkundig zijn beugel eruit te spugen, begeleid door de genoemde patatten. En wie oh wie mag die beugel tussen het braaksel door weer uit het toilet vissen en minutieus schoonmaken, hmm? Juist. Di Mamma.

Het min of meer gebruikelijke avondritueel in huize(ke) Bartels.
Altijd weer leuk.

Opgeven mag

Wezenloos staart hij uit het raam. Het ongenadig harde hout van de keukenstoel voelt hij tot diep in de broze botten van zijn zitvlak. Een paar uitgebluste en eindeloos vermoeide ogen kijkt langs de flats naar het donkergrijze water in de verte. Hij steunt met beide handen en kin op het handvat van zijn stok. Glinsterend vocht in zijn ogen. Alles is zinloos. Grauw. Eenzaam. Niets is het nog waard om voor door te gaan. Hij slaat zijn blik neer en perst de weerbarstige tranen uit zijn ooghoeken. Ze vloeien samen onder zijn neus. Een zilte smaak op zijn droge lippen.

Ze was de liefde van zijn leven, zijn hele leven lang. Haar ogen waren altijd de mooiste, de diepste en meest liefdevolle gebleven, zelfs toen ze langzaam maar zeker uitdoofden. Tranen van vreugde moesten de laatste jaren steeds vaker plaats maken voor tranen van pijn. En wanhoop. Toch bleef daar die glans. De glinstering en de fierheid van haar levenswil, die nooit door steeds dieper wordende rimpels en bovenlipgroefjes overschaduwd werd, weerspiegeld in haar lach. In al haar uren van lijden was ze onvermoeibaar moedig gebleven. Sterk. Positief. En de zijne. Maar ze had oneindig geleden. En alleen hij wist hoe zeer…

Ook nu kan hij zich de vibraties van haar zachte, diepe maar steeds zwakker wordende stem weer exact voor de geest te halen. Haar fluisterende, warme ademzuchten in zijn gehoorgang. Haar rozige geur, halsstarrig verankerd in zijn neusharen. 

Een glimpje zon valt op zijn knokige vingers. Maar in zijn beleving is er geen plaats meer voor zon of warmte. Er is enkel nog plek voor donkere wolken. En voor orkaanwinden waar hij onophoudelijk tegenin zal moeten blijven worstelen. Elke dag opnieuw. Elke nacht een eenzame kwelling.

Vierenzestig jaar lang was zij de zin geweest. De verlichting en de vreugde. Zijn basis en zijn bestaansreden. En nu, nu weet hij niet meer hoe dat leven nog te doorleven valt. Het beste deel van zichzelf, het deel dat zij in hem was, is voorgoed verloren gegaan. Zijn leven is het zijne niet meer. Wat een nutteloos recht is het geworden, dat recht om voort te bestaan. Geen liefde zal haar ooit kunnen evenaren. Nee, nieuwe liefde bestáát simpelweg niet.

Hij heeft er lang genoeg over nagedacht. Lang genoeg om te weten, dat hij niets meer blieft van dit hier en nu. De wijkverpleegster zegt hem telkens weer dat hij op moet passen voor een depressie. Dat hij zich op ‘andere dingen’ moet concentreren om niet op elk moment van de dag aan haar te hoeven denken. Wat nou depressie? En welke dingen dan? Hij kán haar niet zomaar uit zijn gedachten wissen, niet ontkennen, niet níet missen, niet één seconde vergeten.

Langzaam staat hij op. Zijn knieën trillen. Licht voorover gebogen en nog zwaarder op de stok leunend, opent hij de deur naar het balkon van de schamele, totale leegte uitwasemende seniorenflat, de houten stoel voetje voor voetje achter zich aan trekkend. Acht hoog is een mooie hoogte, maar het uitzicht op de haven, waar hij tot zijn pensioen vol overgave zijn werk mocht doen, wordt hem sinds een krap jaar door een betonnen kantoorflat ontnomen. Ach, wat zal het. Hij ziet immers aan weerskanten het kille water nog.

Tastend en wiebelend klimt hij op de zitting. Sluit zijn ogen, ziet haar beneden in het plantsoen weer staan. Ze wuift. Zoals altijd. De twijfel over het verkozen einde slaat toe. Is het dan zo verkeerd om dat waardeloos geworden bestaansrecht nu op te geven? Zo verkeerd om haar gedachteloos te willen volgen? Zo verkeerd om zijn gezicht voorgoed van dat felle, ondraaglijk verblindende licht, dat een restleven vol gemis enkel nog is, af te wenden? De dieptes van zijn verdriet schreeuwen hem uit alle macht toe. Toch hoort hij haar zachte stem, dwars door het geraas in zijn hoofd heen. “Volg, mijn lieve lief. Opgeven mag.”

Een voet op de balustrade.
Een weloverwogen stap.
Een recht op leven ingeleverd.






Vandaag precies twee jaar geleden schreef ik deze tekst vanuit een opwelling. Een schrijfimpuls voortkomende uit een song die ik destijds vaak luisterde. U mag raden welke song. En nee, het is niet ‘Love is all’.

Hart in de brievenbus

Ik slof in mijn ochtendjas naar de voordeur om de krant te halen. Verrast staar ik naar de brievenbus: er hangt een hart aan. Een versierd taaitaaihart. Eentje zoals ze op het Oktoberfest in München verkopen. Een verdwaald valentijnshart kan het niet zijn; dan was het pas echt taaie taai. Zou dit hart werkelijk voor mij zijn?hdr

Binnen sla ik, met het hart in mijn hand, de krant open en zie daar: de ietwat minder romantische maar duidelijke uitleg. Gisteren was het “Liebstattsonntag“. Een dag waarvan ik tot nu toe het bestaan niet kende. Ik weet inmiddels al sinds een paar jaar wat die Steak-and-Blowjobdag inhoudt en ook dat het afgelopen vrijdag wereldslaapdag was, wat ik uitbundig gevierd heb. Maar wat is dan in vredesnaam Liebstattsonntag?

In 1641 was er hier in Oberösterreich een bisschop, Leopold Wilhelm van Oostenrijk genaamd. Hij richtte het broederschap “Corpus Christi” op. Dit broederschap nodigde elk jaar op de vierde zondag van de vastentijd de armsten onder de bevolking uit om te komen eten, om hen zo voor hun liefde voor de kerk te belonen (“um ihre Liebe abzustatten“).

Door de eeuwen heen veranderde dit typisch Opper-Oostenrijkse gebruik: in plaats van de armen voor een etentje uit te nodigen, bakte de bevolking nu zelf koekharten om deze, al dan niet anoniem, aan mensen te geven die veel liefde voor hun medemensen getoond hadden. Maar ook aan degenen, die wel “een hart onder de riem” konden gebruiken vanwege pijn die ze in het afgelopen jaar geleden hadden. De bijbehorende slogan: “Gegen jede Art von Schmerz hilft ein Liebstattherz!

Ik heb de buurvrouw gevraagd of zij weet van wie het hart komt. Ze heeft geen flauw idee. Niemand weet het. Iemand heeft me een hart gegeven en ik ben er maar gewoon blij mee.

Bergen van liefde, hier op het land.

Kreukels

vouwtjes
Wist jij al hoe het zou lopen?
Dat wij groeiden tot een wonder?
Elkaars wegen doorkruisten,
Tegen oordelen indruisten,
nu op een leven samen hopen?

Denk aan hoe goed je me kent en
mij leest. ‘k Wil niet meer zonder,
Besef nu, keer op keer
ik wil dit, wil jou meer
bij me, jij haalt terug wie ik ben.

Strijk jij mijn kreukels weer glad
vijlt scherpste kanten ronder.
Geen aarzeling, geen twijfel,
Als íets goed is, dan wij wel.
De zin die ik zocht en niet had.

Je warmt me. ‘k Had het zo koud.
Jij, unicum, mooi en bijzonder
goed in ‘t me op waarde wijzen.
Wist me op het droge te hijsen.
Je handen om de mijne vouwt.

Méér had ik niet nodig. Enkel dat.
Mijn aanlegsteiger. Mijn vlonder
waar ik veilig af kon meren,
’t gat in mijn boeg repareren
Ik heb je altijd al lief gehad.

Klein

Ik luister naar Mayday van Klein.
Een nietszeggend bandje.
Maar die stem.
En die tekst,
zó onder de huid.
Vooral op dagen als deze.
Dagen waarop ik alles
echt liever zou vergeten.
En enkel nog die ene arm
om me heen wil.
En die andere ook.

Wat als we alles
gewoon vergeten
En ik even niets zeg.
Nee…
Sla je dan je armen
om
mij heen,
of zou je weg lopen?

Zo veel indrukken.
Zo veel haat.
Zo veel angst.
Maar toch ook
zó veel liefde…

Kun je me even vast houden
zodat ik zelf niet los laat…
Zoals je me zei:
Houd je wensen dicht bij je
want wie weet…

Ik weet heel goed
wat mijn wensen zijn.
Wat ik wil.
Jou.
Jij. Alles.
Dus houd ik jou
voor altijd
heel dicht
bij mij.

Want wie weet?

_____________________________________

Over een uur…

over een uur, twaalf jaar geleden.
was hij er ineens.
floep. zo uit mij gegleden.
nou ja, zo makkelijk was het niet…
een sterrenkijker in de wereld zetten
is toch best moeizaam.
maar kijk hem nu, knul van twaalf.

en toch…
dit keer niet bij mij. niet heel even
over zijn bol strijken om half één.
twaalf jaar geleden om deze tijd.
ja, twaalf jaar is een eeuwigheid.
alles is anders, niets blijft hetzelfde.
behalve mijn liefde voor hem

twaalf jaar geleden, over een uur
nee, drie kwartier nu. toen was ie er.
schreeuwend en goed drie weken
te vroeg. maar ik, ik lag daar.
hevig nabloedend genietend van
een fijngeperst mensenkind.
mijn.
de wereld een wonder rijker.
en ik ook.

 

De Liefde – revisited

Vandaag is het dan toch zover: ik heb weer twee kinderen. Het ene heeft zich stierlijk verveeld omdat ze vijf dagen lang niemand had om haar ergernissen op bot te vieren. Het andere was een midweek op schoolkamp en is nu ineens als een halve puber terug gekomen.

Om half één rijd ik de parkeerplaats op, direct achter de bus waar met koeienletters “Alles wird Gut” op de achterruit staat. We hopen het maar. Door de letters heen zwaaien er een paar kinderen enthousiast naar alles wat rijdt. Ze leven nog, dat is een goed teken. Verstoppen onder de stoelen is er blijkbaar al niet meer bij.

Zoon komt scheef grijnzend de bus uit springen, mompelt iets van: “eyy mam,” en loopt linea recta naar de bagageruimte waar hij zijn weekendtas uit de massa opgraaft. Hij laat zich een korte ‘mama-moet-nu-toch-echt-éven-knuffelen-sessie’ welgevallen en na een fatsoenlijk afscheid c.q. bedankje aan de docente rijden we naar huis. Liefde

Hij vertelt niet veel. Ik moet alles eruit trekken, mocht ik echt iets willen weten. Maar ineens houdt hij het niet meer uit en barst los: “ik heb nóg een brief gekregen!!” M. heeft hem nu officieel de liefde verklaard, maar dan wel in het geheim. Een geheime liefde. Hij duwt me zijn portemonnee in de handen, waar alle briefjes, inclusief die, die hij op mijn commando uit de prullenbak heeft gevist, ingepropt zijn.

Ik ontfrommel ze, strijk ze een beetje glad. De evolutie van het liefdesgebeuren wordt duidelijk zichtbaar. Het eerste briefje is een cool aftasten: “Hallo, hoe gaat ie. Groetjes, M.”  Tja. Wat móet je ermee als elfjarige… Iets antwoorden van “Hey, ja goed hoor, maar nu dus net even iets minder – en bedankt hè!”  is ook not done. Het tweede briefje is in het geniep door een vriendinnetje in zijn jaszak gestopt: “jij bent  cool.”  Dát is nog eens een statement. Een groter compliment kun je een jongen op die leeftijd niet maken. Vooral niet als de knul in kwestie met duidelijke coolnessmankementen te kampen heeft. Het derde briefje heeft zoon door de telefoon al beschreven. De keuzemogelijkheden van het algemene aardig vinden: JA of NEE. Eigenlijk zou hij dit briefje al niet meer in bezit moeten hebben: aankruisen en terug ermee. Klaar. Makkelijkste methode. Het vierde briefje is duidelijk van een ander, intenser kaliber: “Ik hou van jou, T. [hartje]. Als jij ook van mij, geef me een teken. En het is geheime liefde (niet doorvertellen a.u.b.) [hartje][hartje]”

God wat een moed. Ik bewonder M. Zo jong en toch al zó dapper in liefdesaangelegenheden. Ik vraag zoon losjes of hij haar dan al iets geantwoord heeft. “Ja ja. Ik heb een brief terug gestuurd!” Vol goede hoop informeer ik wát hij dan geschreven heeft. “Nou gewoon: ‘Ik weet het nog niet. Ik moet er nog even over nadenken,’” en hij kijkt mij triomfantelijk aan. “Je kunt niet gelijk toegeven hè, dat hóórt niet!”

Een harde noot, die zoon van mij.
Een zomaar ineens bijna puberale noot.
Komt goed.

Als de liefde toeslaat…

…moet je als elfjarige blijkbaar even heel hard slikken.
Én je moeder bellen.
Dat ook.

Bezweet kijk ik, na een uurtje intensieve, sportieve bezigheid, op mijn telefoon. Eén gemiste oproep: het nummer van een vriendje van mijn zoon. Ze zijn een week op schoolkamp en zoon wilde geen mobiel meenemen. Dat was volgens hem nergens voor nodig. Waarom zou hij ons in vredesnaam moeten bellen? En als we hem wat dringends te zeggen hadden, konden we toch de begeleidend docente bellen? Ik kijk naar m’n display, voel naast mijn zweet nog wat andere nattigheid en bel het nummer terug. Zoon neemt meteen op en mijn indruk dat er iets is, wordt zo mogelijk nog sterker.

‘Oh haaaai mam…’ meldt hij zich nonchalant.
‘Hey lieverd! Marco heeft gebeld? Vertel, wat is er aan de hand? Hebben jullie het naar de zin daar?’
‘Euh… jawel hoor… we hebben gewandeld en een mierenhuisdinges in het bos gebouwd en gisteren hadden we een fakkelwandeling en kampvuur en zo. Best leuk, ja…’
‘Fijn. Kun je ook een beetje goed slapen? Je hebt toch geen heimwee of zo, hè?’
‘Nee nee, nergens last van…’
‘Lieverd, wat is er?’
Ik wacht gespannen af. Korte stilte, diepe zucht. En dan wat beschaamd gefluister. Tot drie keer toe zeg ik dat hij toch echt harder moet praten omdat ik er werkelijk geen bal van versta.
‘Ik… heb… ‘n… l..fd.sbr..f gekregen…’
‘Een wat?’
‘Een l…d.sbr..f.’
‘Wat???’
‘EEN LIEFDESBRIEF!’
Hij spuugt het er bijna uit. Alsof het een vreselijk smerig woord is. Ik moet mijn best doen om niet heel erg in de lach te schieten en vuur wat standaardvragen op hem af: Van wie?? Wat vind je er zelf van? En wat schreef ze dan?
‘Hij is van Melinda*.’
Dan nog meer stilte, een hoop ‘euhs’ en wat gefluister op de achtergrond.
‘Heb je de brief daar nog?’ vraag ik voorzichtig.
‘Nee, natuurlijk niet. Ligt in de prullenbak.’
Ik sommeer hem de brief er weer uit te halen; hij moet hem bewaren want dit zijn waardevolle dingen. Bovendien is het meisje in kwestie heel moedig geweest en is dit iets ontzettend liefs, ook al ziet hij dat nu nog niet zo. Als hij ‘m niet wil houden, bewaar ik de brief wel tot hij hem wél kan waarderen. Als hij twintig is of zo. Schoorvoetend loopt hij met mobiel en al naar de prullenbak en vist de brief er met hoorbare tegenzin weer uit.
‘Nou ehm… ze schrijft: Hoe gaat het met jou? Vind je mij aardig? Er staan twee vakjes achter waar ik JA of NEE aan kan kruisen. En dan: Ik vind jou heel aardig!’
Stilte. Alweer.
‘Goh lieverd… en wat vind je er zelf van?’ De geijkte moedervraag als je het zelf ook niet meer weet.
‘Maaham… dit is beangstigend… Ik weet echt niet wat ik ermee moet.’

Beangstigend. Zijn beschrijving voor een liefdesverklaring. Ik heb met mijn kind te doen… Nog drie dagen schoolkamp en hij weet zelfs niet eens meer hoe hij het meisje in kwestie moet aankijken. Voordat ik überhaupt iets kan zeggen, schalt hij alweer in het mobieltje:
‘Oh mam? Ik bel je morgen nog wel! Ik ga nu chips eten met Marco en Abdullah. Doeiiii!!’

En weg is ie, mij grinnikend en vertederd achter latend.
Als de liefde toeslaat, slaat ie hard.
Dan helpt alleen nog maar paprika-chips.

.

.

*) naam om privacyredenen veranderd 🙂

Romeo

Eigenlijk is ’t er niet.
En toch elke dag meer.
Als ’t dan plots stil is,
voelt het raar.
Onwennig.
Leeg.

Hoe lang houdt een liefhebben stand?
Hoe groot kan het ‘houden van’ nóg zijn?
Hoe lang mag ik al wat ik nooit meer dacht te mogen?
Hoe klein kan de afstand zijn voordat deze daadwerkelijk niet meer te overbruggen valt?

Zomaar ineens besef je hoe goed het is om intens lief te hebben. Dat het beter is dan welke andere sensatie ook. Ik zou niet weten waar ik anders voor gemaakt ben. Ik heb lief. Veel lief. Wat wil ik nu nog meer? Alles is er nu.

Dat ondefinieerbare gevoel dat iets eindelijk is zoals het altijd heeft moeten zijn. Die onderbuiksensatie die je niet langer meer kunt onderdrukken. Ik vond precies dat, waarvan ik nooit geweten heb, dat ik het zocht. En nu dat het er is, begrijp ik niet dat ik zo lang zonder heb kunnen leven.

Het nu is alles.

Het was nooit anders.

Call me Julia.

Kwetsbaar

“Je zult je eigen kwetsbaarheid moeten accepteren en ook het feit omarmen dat jij, net als ieder ander, imperfect bent.” Ik weet niet of ik dat kan maar ik zal het in ieder geval proberen. Als Brené het zegt… Ik weet namelijk heel goed dat ik niet perfect ben. Alles andere dan dat. Maar dat gegeven als notoir perfectionist dan ook nog moeten omarmen…

Ik heb op YouTube een film gezien van Dr. Brené Brown. Ze heeft jarenlang intensief onderzoek gedaan naar de kwetsbaarheid van de mens en de voordelen die met een dergelijke kwetsbare opstelling te behalen zijn. Iedere mens met een gezonde dosis eigenwaarde heeft inherent daaraan een sterke drang om zich geliefd te voelen en om ergens bij te horen. Zulke mensen vinden namelijk dat ze die liefde en dat gevoel van verbondenheid waard zijn. Bindingsangst is in die zin dus enkel de angst om die verbondenheid niet waardig te zijn. “Waar heb ik jouw liefde aan verdiend? Dat ben ik niet waard…” Herkenbaar?

De mensen die zichzelf al datgene juist wél waard vinden, zijn meteen ook de meest oprechte mensen. Ze hebben de moed om imperfect te zijn, de compassie om eerst aardig voor zichzelf te zijn en dan voor anderen, en de verbondenheid die het resultaat is van hun oprechtheid. Ze hebben de capaciteit om los te laten wie ze volgens ‘de meningen’ zouden moeten zijn zodat ze kunnen laten zien hoe hun persoonlijke werkelijkheid er uit ziet. Deze mensen omarmen daarmee hun kwetsbaarheid. Het is de wil en het vermogen om als eerste “ik hou van je” te zeggen, niet wetende of het “ik ook van jou” er ooit op zal volgen.

Wij, en veruit de meeste mensen met ons, zijn juist geneigd om onze kwetsbaarheid weg te moffelen. Onder het tapijt ermee. Vooral niet naar omkijken, niet laten zien. Maar je kunt emoties als zodanig niet selectief onderdrukken. Als je slechte gevoelens wilt onderdrukken, onderdruk je daarmee meteen de totaliteit van emoties. Het enige wat varieert van mens tot mens, is de manier waarop er onderdrukt wordt. De één doet dat met alcohol, de volgende met drugs of antidepressiva, weer een ander sluit zich gevoelsmatig volledig af en vegeteert voort binnen de eigen vier wanden. Comfortably numb. And comfortably lifeless…

Het zichzelf openlijk, diepgaand en kwetsbaar kunnen laten zien.
Het oprecht liefhebben, ook al is er nooit enige zekerheid omtrent wederliefde.
De dankbaarheid voor wat er dan wél gegeven is.
Het kunnen zeggen: “Moet je kijken, zó veel kan ik van je houden!” (en dan de armen zo wijd mogelijk uitspreiden), zonder er gelijk een dramatische rampzaligheid van te maken.
Geloven, nee wéten dat je goed bent zoals je bent, met al je imperfecties en eigenaardigheden.
Alleen dan kunnen we eindelijk ophouden met schreeuwen en beginnen met luisteren.

En ik vind dat ze dat meer dan mooi gezegd heeft, die Brené Brown.

Nu nog doen.

kerstgedachtes

Te stil ben je me. Dan ga ik weer piekeren. Is er iets gebeurd? Heb ik iets fout gedaan? Fout gezegd? Kan ook nog. Waar zit jij nou helemaal met je gedachten? En waar zit ik eigenlijk met de mijne…pantarhei

Ze zwerven. Ze hangen overal rond. Bij die zo veel te jong gestorven buurman die een jonge vrouw en twee kleine kinderen achterlaat. Bij de ernstig zieke vriendin (ja, ik beschouw haar als vriendin… ze is een uitermate waardevol iemand…) die 2014 nog hoopt te halen. Bij de brandmelder die om de twee minuten luid piept dat zijn batterij leeg is. Bij de zo geliefde vriend die worstelt met wat er in het verleden gebeurd is. Ik denk na over het liedje op de radio (“Say something… I’m giving up on you”) en over al die mensen die pijn hebben. Ik pieker over degenen die ik zomaar ineens mis omdat ik ze al zo lang niet gesproken heb (Ron, Erwin, Bert, Angela, Marc, Kris, Manja, Bart, Pris, Sam,  enzovoort…). Zouden ze ooit nog aan mij denken?

Verdorie. Het is alwéér kerst… En nee. Ik ga geen review van dit jaar doen. Dit jaar was een jaar net als alle andere jaren. Ups, downs, saai, spannend, verdrietig, hoopvol. Wie wil er nou reviews. Je hebt er geen zak aan, het is toch allemaal voorbij, er valt niks meer aan te veranderen. Goede voornemens zijn al net zo zinloos. Plannen helpt niet, alles komt toch weer anders dan je je had voorgenomen. Chris Rea bromt zijn Driving Home for Christmas voor de 328e keer door onze speakers. Ik wou dat ík naar huis reed vóór kerstmis. Maar zoals altijd zal het hoogstens ná kerstmis zijn. Verplichtingen, verplichtingen. Maar na kerst gelukkig wel. En dat is wat telt…

You played it to the beat. Miss Adèle zingt zoals het werkelijk was en nog steeds is. Speel mee, gewoon zoals de ritme komt. Laat het toe. Go with the flow, voel de kadans, laat het gebeuren. Het komt toch wel zo. Mijn gevoelens kan ik niet veranderen. Ze zijn zoals ze zijn. De dingen komen zoals ze komen, of ik nou wil of niet.  Mensen sterven, hebben verdriet. Of ik er nou wat aan kan doen of niet. Accept it.

De bijen sterven door ons toedoen, of ik die petitie nou onderteken of niet.
Met zes glazen wijn wordt het leven niet mooier. Integendeel. Een stuk verdrietiger.
De kindertjes in Syrië ervaren nog steeds die rotoorlog. Al jaren. Of ik het nou uitschreeuw of niet.
De jonge buurman blijft dood en zijn vrouw en kindertjes moeten door. Of ik nou kan helpen of niet.
Met twintig kilo minder zal ik nog steeds onzeker zijn. Of ik het nou wil of niet.
Mensen blijven hun handen eraf schieten met illegaal Cobra-6 vuurwerk. Of ’t nou stom is of niet.
Mijn liefde blijft steeds maar weer bij sommigen hangen. Of ze nou willen of niet.

Goed. Dat is dan het enige voornemen dat ik me voor neem voor 2014. Go with the flow. Het komt zoals het komt. Panta Rhei. Alles vloeit. In elkaar over. Alles is oneindig. Ik lachte er ooit over. Maar zo is het.

And please, stay strong while going with the flow.
The past is gone and I will go on.

hij, van mij

vandaag alweer elf jaar geleden. Rond half acht ‘s-avonds… Zo gaat dat met moeders. Die denken daaraan, elk jaar opnieuw. Vandaag precies elf jaar geleden om die tijd keek ik verveeld naar een voetbalwedstrijd. AC Milaan tegen FC Bayern, Champions League. Jaja, ik weet ’t nog. Bayern verloor. Tuurlijk weet ik dat nog. Voetbal is niet goed voor vruchtvliezen. Daar breken ze namelijk van. Wel dik drie weken te vroeg.

Krap anderhalve meter knul ligt nu boven in bed, mompelde daarstraks iets van “alweer zo’n vette shitdag”… Inmiddels weet hij dat het geen fuckyoudag is maar gewoon een shitdag. Of een Scheißtag. En zo leer je er elke dag iets essentieels bij. Dus niet: “How was your day?” en dan antwoorden: “fuck you”, maar gewoon “shit”. Klaar.  Je mag dan fuck you leren van P!NK maar “I’ve had a shit day” komt toevallig ook uit haar mond 🙂

Terug naar die essentials. Elf jaar geleden. Who cares about FC Bayern. Waar was dat verrekte ziekenhuis ook alweer… De weeën begonnen en hielden niet meer op. Weeënpauzes? Doorpuffen? Een paar minuten bijkomen? Ach, wat een mooie sprookjes. Het zat er niet in. In de kliniek zag men mij worstelen. Om een uur of half twaalf was ik op. Vier uur lang één constante wee zonder enig moment van pauze wegpuffen, ik kon het niet meer en smeekte om hulp. De zuurstofwaardes van de kleine en van mij daalden met de minuut. Op de één of andere manier heb ik een handtekening gekrabbeld op een papiertje. Daarmee kreeg ik een ruggeprik die ze er wonderbaarlijk genoeg na slechts drie keer mis prikken (wat wil je ook met een vrouw die geen kromme rug kan maken vanwege een al te langdurige wee) al in kregen. En ineens kon ik weer ademen… Wat een zegen.

Maar ik voelde dan ook niks meer. Ineens was ’t “PERSEN MEVROUW!!” Huh? Persen? Nu al? Okee dan… “STOPPEN MEVROUW!!!” Hij zat klem. Met zijn hoofd op het ongunstigste punt moest ik me ineens inhouden want hij lag verkeerd. Er werd wat gewroet en ik mocht weer. Lang leve de bekkenbodemspieren die ik wekenlang getraind heb, lang leve de Epi-No die ervoor zorgde dat er niks ernstig scheurde (googelt u zelf maar). Maar het hoofdje van zoon zag er na de bevalling uit als die van een rasechte Conehead met een behoorlijke deuk rondom, ca. twee cm boven zijn wenkbrauwen.

Ik schrok. Ik had ‘m werkelijk finaal de vernieling in gedrukt… Mijn manneke hing slap op de arm. Huilde niet. Neusje en keel werden leeg gezogen. Geen resultaat. Een tik van de zuster op zijn billen hielp wel maar ik kromp ineen… Hij werd weggebracht, naar de couveuse. Ik werd genaaid. Letterlijk. Man stond in een hoek en keek naar de gruwelen die zich voor zijn ogen voltrokken. Na wat gevechten en dreigementen had ik mijn kind na uren wachten eindelijk dan toch bij me. Een flesje melk met glucose zat er al in, ook al had ik uitdrukkelijk aangegeven dat ik dat NIET wilde…

En nu, nu vraag ik me steeds opnieuw af… dat geboortetrauma, zijn verdrukte hersentjes… in hoeverre zien wij daar nu de gevolgen van… Je mag het je niet afvragen, het is ook zo zinloos als een zak veren, maar toch doe ik het. Heb ik destijds iets fout gedaan… komt het door mij? Mijn mooie jongen lijdt. Geheugenopslagstoornis, dyslectie, attention deficits, angsten, black-outs. Waarom…

Maar hij, hij is van mij. En ik zal alles geven en alles doen om hem gelukkig te maken én gelukkig te houden. Iemand die zo liefdevol is, zó goudeerlijk en zulk doorzettingsvermogen heeft, mag niet afglijden. Zo iemand is de mooiste mens op deze wereld. En die mens is van mij. Ik heb hem gemaakt. Ik heb hem dat leven gegeven en ik ga er álles wat in mijn vermogen ligt aan doen om ervoor te zorgen dat dat een fijn leven wordt.

Morgen, lieve schat, morgen TenIk
word jij werkelijk alweer elf…
En morgen ben je ook nog steeds
je eigen speciale, lieve zelf.
Weet, mijn prachtige knul, dat ik
je altijd onder mijn liefde bedelf.
Ik ben en blijf jouw eeuwig
beschermend koepelgewelf.

LY2?

Most of the people LiefI love
they love you.
Now should I be
envious? Or
should I complain?
Should I feel worried
that we are the same?
No I should not, cause
if they love you,
the only sensible thing
that I could ever do
is to see that you’re good
and do as they do.
Which means that I
simply will love you,
too.

.

© Lou

bang verdriet

tears“mam, ik ben zo bang…
bang dat ik alles fout doe…
bang dat ik iets vergeet…
bang dat ik niks kan…
bang dat ik het niet weet…”

“mama… ik ben zo bang…
bang dat ik iets kapot maak…
bang dat jullie dood gaan…
bang dat iemand inbreekt…
bang om voor gek te staan…”

“mams… wat moet ik nou…
moet ik echt harder worden?
of gewoon maar nooit meer wakker?”
onkinderlijk groot zijn de zorgen.
van mijn oh zo lieve arme stakker…

Zo gruwelijk verdrietig en onzeker, zo verschrikkelijk onder druk. Dichtklappen, niks meer kunnen zeggen. Toch maar iets opschrijven, op goed geluk… Maar zo gaat het niet langer, dit gaat niet goed. Je kind zo te zien lijden, werkelijk waar, mijn moederhart bloedt. Het enige wat ik kan doen is helpen, alle hulptroepen aanslepen. Hem toch maar weer opbeuren door al zijn goeds te onderstrepen… Maar soms weet ik het echt niet meer, is mijn engelengeduld op. Kijk ik enkel nog vol emotie naar zijn geworstel en getob. Sluit ik mijn ogen, terwijl ik me achter mijn handen verschuil. Opdat hij niet ziet hoe hard ik om hem huil…

..

(c) Lou

cut

cut
cut the crap
don’t you see
it’s just a trap
and
it’s not me…

you are the cut
slashed too deep
try keepin’ it shut.
can’t
even sleep…

trapped my soul
took my will
played a role
you
caught me still

cut me loose
or take it all
cruelly seduce
but
don’t hear my call

cut me off,
off of you?
can’t love
this
cut is due…

.

.
(c) Lou

niks terug!

Gisteren was ik weer ‘ns in the mood. Vandaag plofte het resultaat daarvan in sommige brievenbussen. Soms heb ik van die buien, dan wil ik mensen die me (heel) na aan ’t hart gaan even een blijk geven van het feit dat ik aan ze denk, dat ik van ze hou, dat ik om ze geef en dus ook graag iets geef. Dat ik ze zo graag even zou willen zien glimlachen. Ik ben namelijk gék op kadootjes geven, op even attenttechnisch uit de band springen, op mensen verrassen. In zo’n vlaag van verstandsverbijstering en impulsiviteit gaat mijn surfvingertje naar een aantal sites waar ik het simpelweg heerlijk kadootjeskopen vind. Kleinigheden die door de brievenbus passen. Die goed doen.

Het zijn ook nooit álle mensen in één keer, een andere keer zijn het weer andere mensen die ineens raar opkijken. Of toch ook weer dezelfden, ligt aan de dingen die gebeuren, het verdriet en de pech of de pijn die ze hebben, de liefde die ze missen. Maar wat ik éigenlijk wil zeggen, is dat ik dit dus niet doe omdat ik nou zo graag lief gevonden wil worden of wil horen dat men van mij houdt of omdat ik denk dat mensen mij anders vergeten of iets dergelijks. Not. Echt gewoon NIET. Ik doe dit omdat IK het leuk vind. Zie het voor mijn part als een hobby. Eentje die ik weliswaar maar heel sporadisch uitoefen (maar goed ook, anders was ik in no time blutterdanblut), maar die ik gewoon af en toe weer even oppik. Net als schilderen. Een hobby die overigens ook voort komt uit het feit dat ik zelf zó graag af en toe dichter bij zou willen zijn maar dat niet kan. Ik ben heel ver weg maar zo ben ik voor mijn gevoel af en toe tóch ineens weer heel even dichtbij.

Ik vind het dus ‘lekker’. En ik doe het gewoon ‘omdat het kan’. Mag dan een stom zinnetje wezen, maar ik bedoel het letterlijk: nú kan het. Ik kan het me vandaag veroorloven om een paar kleine attenties rond te (laten) sturen. Morgen kan dat alweer totaal anders zijn. Dus waarom dan niet nu, nu het kán? En wat ik al helemáál niet wil: dat men het gevoel krijgt, dan ook iets terug te moeten doen. Ik wil niks terug. Ik weet ook dat veel van de lieverds die ik soms wat stuur, financieel of lichamelijk helemaal niet in staat zijn om iets terug te doen, alleen daarom wil ik dat dus al niet. Gooi dat gevoel aan de kant, please?? Want zo gauw dat ontstaat, kap ik er gelijk mee. Ik wil in geen geval iets van een plichtsgevoel genereren. Dus lieve schatten: gewoon blij mee zijn. Verder niks. Even glimlachen ook al zijn de tijden nog zo kloten, dan ben ik ook weer helemaal blij.

Niks terug.
Capice?
Dat dus.
Kus.

.

Oh, en mijn favo shops:
http://www.leukdoordebrievenbus.nl
http://www.troostgeschenk.nl

Nine Eleven

Elf september…

Acht jaar geleden…

Nee, nee, niet twaalf jaar geleden. Daar bloggen en schrijven anderen al zat over. Natuurlijk herinner ik mij ook aan die afschuwelijke gebeurtenissen, die rampdag, het ongeloof, de ontreddering, de tranen in mijn ogen en in die van vele anderen. Maar acht jaar geleden werd deze dag toch ineens weer een prachtdag…

Acht. Dus.
Onnoemelijk veel naweeën later mocht ik uiteindelijk in slaap vallen. Dochter lag al die tijd in het pasgeborene-bedje aan mijn voeteneind. En ze jarigvond ’t maar niks daar. Draaien. Smakken. Huilen. Kreunen. Nog meer huilen. Volgens de zuster was het niet goed om haar bij mij in bed te nemen: te gevaarlijk vanwege mijn vermoeidheid van de bevalling, ik zou in mijn diepe slaap bovenop haar kunnen gaan liggen en haar verstikken. Welke diepe slaap, dacht ik alleen maar… Ze hadden haar heel lang op de neonatologie gehouden. Veel te lang. Tot ik haar – nog steeds nabloedend – ben gaan halen. Ik wou m’n baby. Het eerste flesje melk zat er natuurlijk al in. Scheiße. Ik had nog zo gezegd dat ik dat niet wou… Ik legde haar al zittend aan maar geen honger meer.

Uiteindelijk hield ik het niet meer uit. Ik heb haar tegen al die goedbedoelde adviezen in tóch dicht bij me in bed genomen, weer aangelegd (weliswaar nog steeds geen honger maar zo veel zuigbehoefte) en me om haar heen gerold. En zo hebben we dan toch nog geslapen, een uitgetelde twee-eenheid. Een grote C met een piepkleine komma erin.

Die dag werd ik zelf een beetje opnieuw geboren. Net als op de dag dat mijn zoon geboren werd, drie jaar daarvoor… Ineens had ik er in mijn leven een heel stuk níeuw leven bij. Een verrijking, een nieuwe fase, een geboorte van een nieuw stukje mij. Dus ben ik ook jarig vandaag. En in oktober. En in november ook natuurlijk. En ik realiseer me dat. Elke keer een stukje meer mij.

Vandaag. Nine Eleven.
De dag van een ongekende catastrofe.
De dag van de inkeer.
De dag dat ik een stukje opnieuw geboren ben.
De dag van de geboorte van mijn dochter.
En toch gewoon een dag.
Zoals elke dag simpelweg bijzonder…

wereldwonder

Ze is mijn wereld.wereldwonderballons
Kan niet zonder
Ze is mijn eigen
wereldwonder.

Ze is mijn meiske
zelf gemaakt,
van gezondheid
ronduit blaakt.

Ze is mijn allesie
maar jemig, wacht.
Mijn alles is plots
alweer acht…

(c) Lou

En dat is ze.

Elke vrouw die kinderen heeft mogen krijgen denkt ergens in het jaar wel een keer: “x jaar geleden om deze tijd…” en dan vul maar aan. Keek ik voetbal en braken m’n vliezen. Begonnen de weeën. Lag ik al 20 uur te puffen. Lag ik al in het ziekenhuis te wachten. Ging het helemaal niet goed. Merkte ik nog niks. Etcetera etcetera.

Bij mij was ’t dus dat eerste: ik keek iets van voetbal op TV en m’n vliezen braken. Al waterend naar het ziekenhuis. Geen weeën. Die begonnen pas om half drie ’s nachts. En om om 3:17h was ze er. Een persoonlijk wereldwonder, neergezet in 47 minuten. Beetje veel bloed maar zonder (kleer)scheuren. Een perfect wichie!!

En dat wichie is nu een brok meid van acht. Een gevoelig rauwdouwertje, een banjerende ballerina, een door het leven kuierend knuffelbeest. Morgen vier ik mijn wereldwondertje. En hoe vreselijk ze dat ook vindt, ze zal altijd mijn krissiebissiepoepelissie blijven.
Sorry lieffie 😉

Liefste, mooie dochter van me, ik wens je een heel nieuw, prachtig, vreugde- en liefdevol, lachend en knuffelend wonderjaar toe.
Mama loves you.
Always. No matter what.
Never forget dat!

wereldwonderslingers

Verwachtingen zijn domme dingen

Je zou verwachten dat ik het verwacht had. Maar dat had ik niet. Totaal onverwacht moest ik mijn verwachtingen bijstellen. Of nog liever: ze laten varen. Want ze bleken onrealistisch. Alweer.

Waarom verwacht een mens iets? Is het eigenlijk gewoon simpele hoop? De hoop dat een ander iets zal doen omdat je diegene goed genoeg denkt te kennen? De hoop dat iets zijn intrede zal doen omdat je er zo hard voor gewerkt hebt? De hoop dat iemand jou op waarde weet te schatten zodat diegene ook met alle redelijkheid kan verwachten dat jij bepaalde dingen niet zult doen of zeggen? De hoop dat iemand je dermate lief heeft dat diegene net zo vaak aan jou denkt als andersom het geval is en dat diegene je dus ook af en toe laat weten, jou te zien en te waarderen?

Allemaal ijdele hoop. De kans dat iets of iemand aan jouw verwachtingen voldoet, is verrekte klein.
“Als je zó van me houdt als je zegt, waarom lees je dan nooit mijn blogs? Waarom kijk je dan nooit op mijn facebookprofiel om te zien wat er zoal met mij en bij mij gebeurt? Waarom stuur je me niet af en toe even een Whatsapp of zelfs maar een SMSje? Waarom zíe je mij nou niet?”
Te veel verwachtingen aan de foute persoon...
“Ik doe zo mijn best om alles goed te doen, ik werk er zó hard voor. Dan had ik ook verder moeten komen, lijkt me? Dan had me dat toch moeten lukken? Dan kán ik toch niet falen?”
Klaarblijkelijk wel…
“Ik doe zó veel aan beweging, ik doe twintigduizend serieuze en goede pogingen om af te vallen. En toch blijf ik te dik, heb ik een hernia en een kapotte knie. Waarom laat mijn lichaam me zo in de steek…”
Omdat ik er zelf blijkbaar niet goed genoeg voor zorg…
“Ik heb alles voor je gedaan. Had alles voor je over. We hadden het zó goed. En zomaar ineens laat je me vallen als een gloeiende baksteen. Waar heb ik dit aan verdiend?”
Je hebt ’t niet verdiend. Je had enkel alwéér te hoge verwachtingen aan de verkeerde persoon…

Niks is zeker, geen doel, geen liefde, geen aandacht, geen beloning, geen leven samen. Het enige wat je kunt doen, is je verwachtingen bijstellen. Nog beter: schrappen. Verwacht niks, dan valt alles altijd mee. Minimaliseer je verwachtingen en je leven wordt een stuk makkelijker. Maar zonder verwachtingen ook geen brandstof voor onze dromen, onze liefde en onze hoop…

Guy Finley zei ’t al heel mooi:
“What’s the first sign of a lurking, hidden expectation you didn’t know you had? Pain! People don’t do what we want, things don’t happen quickly enough, the weather doesn’t cooperate, our bodies don’t cooperate. Why are these moments so painful? Because our minds are focused on a static, unchanging, me-centric picture while the dynamic unfolding of a broader life continues around us. There is nothing wrong with expectations per se, as it’s appropriate to set goals and work, properly, towards their fruition. But the instant we feel pain over life not going “my way,” our expectations have clearly taken an improper turn. Any moment you feel resistance or pain, look for — and then let go of — the hidden expectation. Practice giving yourself over to what “you” don’t want. Let the line at the store be long. Let the other person interrupt you. Let the nervousness make you shake. Be where your body is, not where your mind is trying to take you.”

Ik stel ze dus toch maar een beetje bij.
Ik verwacht niks meer van jou.
Ik verwacht minder van mezelf.
Misschien krijg ik dan tóch nog een keer meer dan ik ooit verwachtte…

stupid fate

My dearest dear, will you wait?dragon3
Our lives have just that single fate.
Even though we will never date.
Never caress and never mate.
The whole concept of us is innate.
My heart lies shattered on a plate.
Attraction of such craving weight.
Run to each other, aimed and straight.
Remembering that it’s not too late.
So tell me, tell me, will you wait?

.

.

.

(c) Lou

moved on

Nou kan ik hier wel een beetje therapeutisch gaan zitten rijmelen, maar het gevoel blijft.
Dat gevoel van “waar is het in vredesnaam heen gegaan…”
En van “waar is het, waar ben jij nou zomaar ineens gebleven…”

Nieuwe levens.
Nieuwe mensen.
Nieuwe doelen.
Nieuwe kansen.
Nieuwe contacten.
Nieuwe liefde.

Nieuw is mooi.

Het jammere is, dat het oude daarmee zo snel achteloos weggegooid wordt…
En ik voel me soms een beetje dat ‘oude’. Dat ligt aan mij, hoor. Ik ben zelf net zo blij met het nieuwe. Blij dat de dingen doorgaan. Beter en goed worden. Meestal. Maar soms is er dat verlangen. Terug naar dat wat eigenlijk nog maar zo’n klein poosje geleden was. Een nonchalante arm om je heen. In woorden dollen. Een gestolen virtuele zoen. Goed voelend contact.

Mensen komen en gaan.
Slechts een harde kern blijft langer bij je.
En die soms zelfs heel lang.
Zulke mensen koester je.
Aan de rest denk je op onverwachte momenten terug.
Momenten als deze.
En je denkt: “god ja, wat was dat mooi.”

We’ve moved on.

And we is you…

.

.

.

.

photo credit:

#newzealand #Christchurch #christchurchnz #golf #bottlelake #bottlelakeforest #thuglife

(via http://photopin.com)

Hoe jij en ik

Hoe beschrijf je een sensatie. Hoe de pijn. Hoe laat ik iemand weten, dat ik daar wil zijn.hoe

Hoe kom ik écht over. Hoe maak ik mijn punt. Hoe weet ik dat jij mij dat óók gunt.

Jij
bent zo stil. En zegt niks meer. Maakt dat ik me in mijn onzekerheid zelf nog bezeer.

Jij
kunt niet anders. Jij moet óók door. Voor eeuwig. Want daar leven we toch voor?

En
hoe moet ’t dan verder, of moet het dat niet. Snel, stop! Voordat iemand ’t ziet.

En
kun je me zeggen dat je echt van me houdt? Nee dat kun je niet. Over and out.

Ik
wíl niet voor eeuwig. Ik wil nu meteen. Morgen kan ik de pijp uit zijn. Ach, ga heen…

Ik
voel me raar, onvolledig. Incompleet. En morgen weet jij weer, dat het je tóch speet?

Hoe
Jij
En
Ik

transmission ends

Ik kijk naar een gezapig TV-program.
Maar jij bent er niet.
Vandaag was het bíjna echt zomer. Echt.
Maar jij bent er niet.
Nieuws explodeert in mijn blikveld.
Maar jij bent er niet.
Ik luister zo graag naar jouw hartslag.
Maar jij bent er niet.
Ik zie een vallende ster. En nog één.
Maar jij bent er nog steeds niet.
Ik zal altijd en eeuwig van je houden.
Maar jij blijft weg.

Einde uitzending…

(uitzending gemist??)

Niet.

Bewonderenswaardig hoe je het ineens kon laten vallen. niet
De spanning ontspannen, de snaar laten breken.
Aan de kant kon gooien wat niet meer in je straat past.
Nieuwe oevers met groener gras kwamen bij je smeken.

Moesten door jou niets ontziend begraasd worden.
Een dikke zwarte streep door al dat wat ooit was.
Nieuw leven, nieuwe liefde, scenario’s herschreven.
En in jouw scenario kwam ik er niet meer aan te pas…

Gewoon.
Niet.

één jaar geleden…

…plus een dag inmiddels, want gisteren heb ik dus vergeten dit blog te posten 😀

Vijf april tweeduizendentwaalf.
Een dag uit duizenden.
Ik denk er nog zo vaak aan terug… paaslou

Een tweet-up. En dan niet zomaar eentje: Eentje die, achteraf gezien, redelijk speciaal voor mij georganiseerd was. Een interessante ervaring, kan ik u verzekeren. Ik had via twitter en facebook zoveel heerlijke, lieve, interessante, mooie mensen leren kennen. Vele daarvan had ik nog nooit gezien, wilde ze dan ook heel erg graag ontmoeten, maar het hele land afreizen in één week tijd was (en is) simpelweg onmogelijk. Een grote lieverd, namelijk Nance,  pikte het feit dat ik in Nederland zou zijn op en organisetweetup2erde prompt een feestje. Ik mocht, samen met nog een aantal andere feestgangers, bij Jan en Nance in Groesbeek overnachten. Wat een gastvrijheid. En wát een bérg liefde die op me af kwam… heerlijk!

In het café zelf stond ik keer op keer met mijn mond vol tanden omdat ik out of the blue werd overladen met cadeautjes. Ik was mij er namelijk écht niet van bewust dat uitgerekend ik het middelpunt van deze tweetup zou zijn en dat men mij zó in de watten zou leggen. Ik was ervan uitgegaan, dat dit gewoon een leuk meet&greet-feestje tweetup1zou worden. Dat het een prettig bijkomstig feit was dat ik nu eindelijk ook een keer aan zoiets kon deelnemen. Dat ik een hoop mensen in één keer kon zien. Maar dus níet dat men ‘voor mij’ kwam… Een toch ietwat rare maar absoluut niet onprettige gewaarwording. Ik heb zo genoten van al die geweldige mensen toen… Ik zou die avond voor geen miljoen hebben willen missen. En ik ztweetup3ou ‘m zo onbeschrijflijk graag nog een keer overdoen…

Lieve iedereen die daar was, ik wil jullie – een jaar (en een dag) later – laten weten dat ik er nog steeds heel, heel erg vaak aan terugdenk, dtweetup4at ik jullie allemaal zó ontzettend graag weer eens terug zou willen zien (en dat gaat ook echt nog wel een keer weer lukken in de toekomst. Maarre… kadootjes hoeven (mogen) dan echt niet hoor! Echt niet! Alleen jullie weer zien zou al ’t summum zijn!!), dat ik jullie stuk voor stuk een megagrote virtuele zoen wil geven. Maar veel liever nog een echte…  Bedankt voor jullie.

En Nance, jij bent simpelweg meer dan goud waard. HUG & SMAK!!!

♥ ♥ ♥ ♥ ♥

..

.

tweetupcollage

(ik heb helaas niet van iedereen een foto :’-/
alleen daarom moeten we het al een keer overdoen…)

Vrijblijvend

vrijgevangenhart

bron: pixabay (59593)

Kon niet anders
Moest zo zijn
Was gewoon goed
Voelde toch fijn.

Alles overboord
soms zo erg nodig
even wereldloos
Taal overbodig

Stil, beide ervan
schaars ’t moment.
Ogen die spreken.
In ons element.

Zo lang geleden
Gevangen het hart
Zal altijd blijven
en eeuwig verward.

Ieder een weg, na
gestolen seconden
een opleving door
armen die vonden.

Stil zal ik blijven,
schuchter maar blij
In mijn chaoshoofd
Laat ik jou vrij

.

(c) Lou

still my man

Thuis komen na een dag werken. Eindelijk weer. Een volle week ziek zijn is niet goed voor je. En duidelijk ook niet voor mij… Bij binnenkomst een schuine blik, een vluchtige kus. Hai. Hoe ging ’t op ’t werk? Ach wel OK hoor… Eten in de magnetron duwen. Al krant lezend wordt ’t naar binnen gewerkt. Weinig woorden. Heel erg weinig. Te weinig? Even kort tussen de kinderen in nestelen, dan naar boven. Muziek luisteren. Afgekapseld… weg…

Maar wáár ben je dan,
in dat hoofd van je,
als je weg bent?
En waarom doe je zo, zo…
Zo afstandelijk. Zo…
Zo alsof je boos bent.
Of achterdochtig.
Of op je hoede.
Of alles tegelijk.
Heb ik toch iets
té fout gedaan?
Té verkeerd gezegd?
Geschreven?
Ja, dat redelijk zeker…
En het blijft maar malen.
Weer eens blogs zitten lezen?
Van je maffe vrouw?
Mogelijk.
Dan lees je deze ook?
Ooit.

Doe me één plezier:
Laat je niet sturen en vooral ook niet storen door mijn dagelijks hormonaal geblaat.
Ik ben je vrouw, remember. If you don’t know me by now…
En jij bent mijn man. Nog steeds.
Wij horen bij elkaar. Ook nog steeds.
Hier komen we ook wel weer uit.
Ja toch?
Toch??

Iets met koppen, rompen en rukken

Ohhww dit is weer zo’n titel die veel clicks gaat genereren, wat ik je brom. Rukken does the trick. Maar ik kijk nu heel onschuldig naar Brigitte Kaandorp en ze zingt een liedje dat simpelweg gewoon pást nu. De woede is al wat gezakt maar nog steeds hè, nog steeds…

Ze zeggen wel de tijd heelt alle wonden,
en wat gebeurd is, dat is nou gebeurd
en wat gij niet wil dat u geschiedt,
doe dat ook een ander niet
daarom heb ik je kop nog steeds niet
van je romp gescheurd.

Oh, scheuren. Ze zong scheuren. Niet rukken. Shit. Nou, maar ik verander de titel niet. Laat ze maar komen, die klikkers.

Ze zong trouwens nog over  in de anus gepropte laptoppen en naaiende moraalridders, maar ik kan de complete lyrics niet vinden op Google dus hier laat ik ’t maar bij. Heerlijk, zulke wraakteksten. Eigenlijk is ze doodvermoeiend, deze Brigitte, maar ze heeft nog steeds prima benen en ik ben een absolute fan van haar liedjesteksten. Zó treffend. Zo ráák. Zo mij… ik herken mij in dit mens. Niet dat ik in netkousen en korset op een podium rond zou springen (je wordt duidelijk ouder, Kaandorp, maar je mag er nog steeds wezen), ammenooitniet, en zoveel woorden in één minuut zeggen als zij doet, is godsonmogelijk voor mij, maar haar humor is de mijne. Lekker sarcastisch. *like*

Maar even terug naar dat liedje. Een dag of wat geleden rees er ergens (ik vrees op facebook) de vraag of je gelooft dat ieder mens tot een moord in staat is. Nou is het woord ‘moord’ in principe direct verbonden met ‘voorbedachte rade’ en daar moet je toch wel een wat gevorderde gek voor zijn (niet dat we daar een gebrek aan hebben), maar ik denk wel degelijk dat iedere mens in elk geval tot doodslag in staat is. Of zo af en toe eens een moord uit passie zou willen plegen. Zo kwaad, zo intens gekwetst dat je iemand iets aan zou kunnen doen. Maar je doet ’t niet. Dat is dan weer het verstandelijke (en het schijterige…) in de (jaja, gebagatelliseerde ;-)) doorsnee mens. Gelukkig.

Eergisteren droomde ik nogal levendig. Ik hielp iedereen om zeep die mij ooit kwetste, die de mensen die ik lief heb pijn deed en ook degenen die me figuurlijk al zó lang in de weg stonden op mijn weg naar het geluk. En het voelde zó goed. Alleen bleef ’t natuurlijk niet verborgen, ik ben geen professional serial killer, zelfs niet in mijn dromen. Het vluchten werd steeds lastiger. Want door dat wat ik deed, moest ik ook juist mijn geliefden in de steek laten en heel hard van ze wegrennen. En dat kon ik dus niet…

’s Ochtends wakker was ik dan toch blij dat ’t maar een droom was. Maar oh wat had ik ze graag…
Als ik een hitlist had, was-ie lang. Maar ik heb er dus geen.

Ik maak ze allemaal hartstikke monddood met liefde.
Veel effectiever.

Waar blijft die kloterige rotlente eigenlijk…

op jou…

Op jou sleep
lig ik.
Met mijn ogen dicht.
Ik sluimer, voel
hoe je meegeeft.
Je aanpast aan mij.
Mijn warmte weerkaatst.

Op jou
droom ik.
Laat ik me gaan.
Al die jaren zonder jou.
De pijn werd ondraagbaar.
Je tropische kern laat mij
voelen wat goed is…

Op jou
kom ik.
Eindelijk tot rust.
Jij uiterst kostbaar stuk.
Maar wat je mij geeft
is echt onbetaalbaar,
lieve nieuwe matras…

nou goed dan

ik wou niemand kwaad maken met m’n blog en valentijnsdag is niet per definitie een kutdag. Het kan ook een gedenkwaardige dag zijn, een liefdevolle dag, een donderdag, een veertienfebruari, een blije dag of een stinknormale dag. Ik ben vandaag zelf weliswaar nogal oenig, dom en liefdeloos bezig geweest, maar dat maakt de dag zelf nog niet meteen tot een nationale rotdag.

Voor alle mensen die vandaag extra bewust genieten van hun (al dan niet wederzijdse) liefde: ik ben oprecht blij voor jullie. Geniet ervan. Live and love to the fullest. Jullie verdienen het.

Voor alle mensen die vandaag balen en verdrietig zijn: HUG. Er is écht wel iemand die om jullie geeft. En als je diegene net valentijnsusbeffe niet vindt, heb je altijd mij nog. Doe als ik, geef je zelf een valentijnskadootje. Ik heb mijzelf een heerlijke, superkleine, supergladde mini-USB-stick met een keihard volume van wel 32GB kado gedaan. Ik werd er helemaal blij van. Een echte valentijnsstick. Zucht…

Voor alle mensen die deze dag commerciële onzin vinden: ik ben ’t met de uwen eensch. Daarom kocht ik voor mezelf maar een kadootje, anders val ik zo op. Maar het gaat dan ook niet om het geven van iets materieels, dat schijnt men nog wel ‘ns te vergeten. Aan de andere kant: dat waar ’t wél om gaat, nl. het tonen van je liefde voor iemand, zou niet gebonden moeten zijn aan één dag in het jaar. Sprak zij wijselijk.

Enniewee, ik dwaal af. Ik kreeg vandaag zomaar ineens een reep chocolade toegeworpen en een zoen in mijn nek. En ik kan u verzekeren: ik was er redelijk door overdonderd. Mijn man vindt valentijnsdag namelijk nog vééééél onzinniger dan ik. En dan geeft hij míj, degene waarvan hij overduidelijk vindt dat ze minstens dertig pond moet afvallen én degene waarvan hij weet dat ze een koemelkallergie heeft, een reep chocolade. Maar goed, kleine stukjes puur af en toe gaan goed. Dus lief was het toch echt wel. Vooral die zoen. En het voorstel om vanavond samen in de sauna te gaan. Ook lief. Wie weet ga ik valentijnsdag ooit nog leuk vinden…

Stom

Valentijnsdag is stom.

Ik ben een oen.

Ik ben stom.

’t gaat enkel om de poen.

Valentijnsdag is kut.

En ik ben een trut.

Punt.

Wil er nog iemand discussiëren?

life goes on…

… dat blijkt wel weer…

Mensen gaan hun weg… Op elkaar gaan zitten wachten is uiteindelijk ook maar een uiterst zinloze bezigheid. Maar toch is er een beetje schaduw in mijn hart. Het voelt leeg. Leger. Het voelt alsof de liefde die zo zeer ook mijn deel was, me langzaam ontglipt. Onopvallend maar steevast stukje bij beetje weggenomen wordt. Het ís misschien niet zo maar het vóelt zo…

Nieuwe liefde komt.
En blijft.
Nieuwe levens starten.
En worden goed.
Zo moet het ook zijn.
Zo hoort het…

De sneeuw valt met bakken uit de hemel.
Ernaar kijken en maar één ding willen.
Op het gras gaan liggen en een wit heuveltje worden.
Te koud om nog iets te voelen.
Wat een weelde zou dat zijn.

Schaduw vult een steeds leger hart.
Langzaam verdwijnen ze. In de verte.
Alle dingen die we ooit waren
Alle dingen die we nooit zeiden
Alle dingen die op lieten leven
Alle dingen die nooit weg zouden gaan
Alle dingen in mooie ogen gezien
Alle dingen die voor geen goud
verloren mochten worden…
Ze halen het ochtendgloren niet eens meer.
Zwaai die witte vlag en doe alsof
je niet meer houdt van.
Denkt aan. Lief hebt.
Zo moet het wel zijn.
Zo hoort het…
En het is goed zo.
Want liefde vond ook jou.

Denk af en toe nog aan mij…

Ze wil toch enkel léven…

“Leer te leven!!”

Okee…
Goed.
Zal ik doen.
En dan?
Dan leef ik.
Dus.

Eigenlijk krijgt een mens dergelijke clichés behoorlijk vaak te horen.
“Leef je leven, doe je ding.” – Tja, welk ding mag dat dan wel wezen…
“Leef erop los want je leeft maar één keer” – Oh echt? Surprise, surprise…
“Mensch, durf te léven.” – háh!! Ik durf blijkbaar, ik doe ’t tenslotte al meer dan 41 jaar.
“Leer góed te leven.”Oh my. Zouden ze bij de LOI een cursus levenskunst hebben?

Lééf?!?
Ja tuurlijk.
Maar hoe dan.
Met wie dan.
En wanneer dan.

Leven. Ik leef. Maar doe ik ’t ook goed genoeg? Doe jíj het überhaupt wel goed? Leven we voldoende? Of vegeteer vlinderik een beetje voor me uit en mis ik de essentie van mijn eigen bestaan volledig? Dat gevoel dat je nog zó veel dingen wilt doen, dat een ander veel méér leeft dan jij, er meer uit haalt, meer voor z’n ambities doet, de juiste knoppen drukt.

Dat bourgondische leven hè, dát ligt me wel. Een ascetisch leven zou natuurlijk veel beter zijn maar dat kan ik niet, heb ik ontdekt. Wil ik ook niet. Ik wil kunnen genieten, anders lééf ik toch niet? En toch doe ik het. Steeds opnieuw. Omdat ik in fysiek opzicht toch echt fitter en slanker wil zijn dan ik nu ben. Op naar die ascese dus…

Een multipel liefdevol leven ligt me duidelijk ook wel. Maar leven in monofocale genegenheid is wederom beter geaccepteerd en het lijkt erop dat ik dat wel enigszins kan dus dat doe ik dan ook maar… Maar daarmee besef ik dan ook gelijk weer dat ik dus steeds opnieuw zo leef zoals ik denk dat het goed is maar niet zoals ik eigenlijk diep binnenin zou willen…
Ach, wie doet dat nou wel voor de volle honderd procent… Diegene is een mazzelpik(kin).

Geef wat je kunt geven.
Neem wat je kunt krijgen.
Oogst de liefde die je zaait.
Doe dat wat goed doet.
Doodgaan kan altijd nog…

Ik hou ’t maar op de bovenstaande clichés.
Ze hebben niet voor niks zo’n mooie naam gekregen, toch?

In ’t kader van dat “leren te léven” wil ik iets delen.
Iets wat ik gekregen heb.
En wat ik koester.
Dat wat een oh-zo dierbaar mens me gaf.
En nog steeds geeft.
Namelijk dat wat werkelijk ís.
En altijd blijft.
Dat wat me doet beseffen: “het is goed zo…”
En dat is het.

.

Ze hoort theoretisch op één
Op één plaats haar thuis
Ze hoort theoretisch bij één
Bij één geliefde in huis

Ze deelt niet al haar gevoel
Uit bescherming voor zichzelf en hem
Van binnen scheurt de boel
En roept onophoudelijk die stem

Ze wil fladderen naar alle thuisen
Ze wil liefde delen met alle mensen
Wil vaste gast zijn in hun huizen
En toegeven aan haar diepste wensen

De vlinder in de glazen pot
Met liefde gevangen en bewaard
Dan gaat de deksel op het slot
Maar de ontsnapping is het niet waard

De vreugde zou overvleugeld raken
Door pijn en veel verdriet
Daarom de poging staken
Ook al wil haar hart dat niet

Wat ze ook kiest en hoe ze ook doet
Er zal altijd iemand onder lijden
Daarom blijft ze omdat het moet
Op die ene plek tot het eind der tijden

Het leven is niet altijd eerlijk
Keuzes achtervolgen ons elke dag
Alleen in dromen is het heerlijk
Als ze weer fladderen mag…

.

-x- Dank je voor jou -x-

Een kerstgedachte

Inmiddels is ook die tweede kerstdag alweer bijna voorbij. Het grote gebeuren is achter de rug en ik mijmer wat over wat nou echt belangrijk is met de kerst. Wat is kerst überhaupt… Rare naam ook. Kerst. Kerrrsst. Kers, kerser, kerst. Zoiets…

Kerst komt natuurlijk van Christus en het woord Kerstmis werd oorspronkelijk alleen maar gebruikt als betiteling voor de mis die ter ere van de geboorte van Christus werd opgedragen: de kerst-mis dus. In de Middeleeuwen waren dat op de avond van de geboorte dus speciale nachtmissen. In het oud-Engels sprak men over Christes maesse, oftewel de mis van Christus, Christmas…

Ik persoonlijk vier niet de geboorte van Christus. Het zal me volledig om ’t even wezen of die man ooit geboren is of niet. Voor mij is dat betekenisloos. Wat mij betreft kunnen we kerstmis dus ook gewoon herbenoemen in bijvoorbeeld het Lichtfeest o.i.d. (in navolging van het Suikerfeest, gheheh). Want dát vier ik, als heidense heks: het midwinterfeest. Ik vier dat de dagen weer langer worden, er weer meer licht en warmte komt. kerstgedachte1Voor mij is ‘kerst’ iets wat ik vier met mijn liefsten, de mensen die me dierbaar zijn. Het feit dát ik dierbaren heb. De warmte van de liefde en het licht. Mijn gezin, mijn ouders, schoonmama, zus/schoonzussen met familie, lieve vrienden, gewoon alle mensen die ik lief heb en waarvan ik weet dat ze mij lief hebben. Dat is wat ik vier want zo vanzelfsprekend is dat niet, helaas. Teveel eenzame mensen, teveel ellende en verdriet…

Maar terug naar de materie. De kerstgedachte. En al die kadobergen die daar mee gepaard moeten gaan. Ik kan er niet aan wennen… Op kerstavond (de 24e dus) hadden we de eerste ronde. De thuiswedstrijd. Op zich een uiterst aangename, relaxte dag, gewandeld in de zompige resten van gesmolten sneeuw, lol met de buren, heerlijk gegourmet met de kinderen en, natuurlijk, pakjes onder de boom met échte kerstboomkaarsjes (en een brandblusser in de aanslag). De kinderen waren tevreden met hun kadootjes (hoewel dochter gelijk even voor de zekerheid vroeg: “maar morgen komt de rest hè??” – pffff… welke rest?), speelden er gelijk op los, gingen vergenoegd naar bed en wij keken nog een film onder het genot van een wijntje en veel kaarslicht. Op naar 1e kerstdag.

Vroeg ontbijten want het middageten bij schoonma is nooit ‘licht’ en altijd tussen twaalf en één. Nog even de laatste spullen in de auto proppen en op naar ’t noorden, alwaar de Schnitzels al in de olie lagen te  pruttelen, de frkerstgedachte4iteuses voor de frieten al op standby stonden en de bonensalade al voorgeproefd was. Tegen de middag was iedereen present en werd er – hoe opzienbarend – gegeten. Vrijwel vlekkeloos aansluitend kwam de koffie met notentaart en kerstkoekjes, waarna ook meteen de champagne (met nog meer kerstkoekjes) opgediend werd. Nu barst ik zonder eten al redelijk uit mijn voegen maar na deze gang stond ik echt op knappen. Afslaan is geen optie.kerstgedachte3

Een korte wandeling met als doel: de kerk. Verplicht nummer want daar is een kerststalletje dat aanbeden moet worden. Ik ben maar bij de deur blijven staan en bij de eerste gelegenheid weer naar buiten geslopen, in de frisse lucht wachtende tot het kerkbezoek klaar was. Ik heb simpelweg een grondige hekel aan kerken. Thuisgekomen werden op slinkse wijze snel de bérgen kado’s onder de met wederom echte kaarsjes uitgedoste boom gedeponeerd en moest er weer gegeten worden: dit keer braadworstjes met brood en zuurkool. Ik heb de braadworsten afgeslagen, ik kon echt niet meer (en ik hou niet van varkensvlees).

Daarna bleek het kerstkindje daadwerkelijk nog een keer langs gevlogen te zijn: de kerstboomkaarsjes brandden en de kadoberg eronder was van het kaliber K9. Ongelooflijk, zó veel. Maar de gretig uitgestrekte kindervingertjes moesten nog even weer ingetrokken worden: eerst klarinetmuziek (was mooi!), bijbellezen (niet mijn ding), blokfluitspel (okerstgedachte2ok mooi!) en gezang (geen evaluatie mogelijk). Helaas zijn zoon en dochter minder begaafd op al die muzikale gebieden (en een drumstel is ook moeilijk onder de arm mee te nemen) dus hun aandeel in het ‘voorspel’ bleef, zoals ook in voorgaande jaren, nihil. Eindelijk kon het gegraai en geruk in de kado-alpen beginnen. In minder dan 15 minuten was alles uitgepakt en opgestapeld, waren de massa’s papier en paklint overal verstrooid en de kinderen vlijtig aan ’t vergelijken wie er het meeste moois gekregen had. En natuurlijk had ik, zoals elk jaar, zelf weer het gevoel lichtelijk gefaald te hebben in de eeuwige wedstrijd ‘beste-en-duurste-kado’s-voor-‘t-kroost-kopen’, hoezeer ik – naar mijn eigen inschatting – ook mijn best gedaan heb.

Het staat me zo tegen… ik weet niet eens waar ik al dat nieuwe speelgoed van de kinderen moet laten. Waarom zoveel… waarom schijnen deze hoeveelheden bij kerst te horen… één leuk kado doet ’t ‘em toch eigenlijk ook? Maar er lijkt geen weg terug. Enkel nog de road to more-bigger-better. Ergens word ik er toch een beetje mismoedig van. Voor mijn gevoel is die geboortedag van dat kindeke één grote commerciële happening. Is Sinterklaas natuurlijk ook hoor, maar die man ging nu eenmaal over dat soort dingen. Dit moet dan een christelijk en bezonnen gebeuren zijn, maar onder het mom van wat gezang en de één of andere bijbeltekst gaat het toch éigenlijk enkel nog om de kado’s. En het vele eten. Dat ook. Hoe hypocriet.

Op dit moment (ja inderdaad, naar aanleiding van die verbijsterende kerstkreten van die roomse man met ’t hoedje) ben ik zelfs druk bezig om mezelf helemaal uit die rooms-katholieke kerk te krijgen want enkel uitschrijven doet de truc niet: je blijft dan nog steeds als lid te boek staan in Rome én je blijft geregistreerd in het doopregister want de doop schept volgens de kerk een onuitwisbare band tussen het kind en de god in kwestie. Maar wat nou als dat kind die band helemaal niet wíl? Dan maar op de priesterse wijze, een ‘gedwongen’ band? Dank je de koekoek… Maar wat een gedoe is dat, dat ‘ontdopen’. Vier tot vijf brieven waarvan één zelfs aan het bisdom (welk bisdom??) of direct naar Rome (“Ongeachte meneer de Paus, bij deze bladiebla…”). Het lijkt wel een sekte, je komt er met goed fatsoen nooit meer uit… Maar met de onbegrijpelijke uitlatingen van zo’n duidelijk idiote paus die denkt te weten (of zelfs te kunnen bepalen) wat de essentie van het menselijke wezen is, wil ik echt niet meer tot deze middeleeuwse club gerekend worden, zelfs niet op papier. Tot voorheen deed ’t me weinig. Nu ben ik het zat. Doorstrepen die boel. Wat voor een kerstgedachte is dat zeg…

Nee, geef mij dan maar de heidense kerstvariant. Veel warmte en licht in de vorm van kaarsjes en licht, veel leven(svreugde) in de vorm van een mooie boom, veel (naasten)liefde om je heen en bewust genieten van de dingen die je gegeven worden of op je pad komen. Eventueel een klein kadootje als blijk van die genegenheid, ook prima. Een krachtige, intense gedachte aan de mensen die het bij lange na niet zo goed hebben als ik, aan mensen die in de ellende zitten, ziek zijn of veel verdriet hebben en even uit alle macht hopen dat het ook hen binnen afzienbare tijd weer beter gaat. Niet dat dat ook maar ene bal helpt, maar er bij stilstaan is wel het minste wat je kunt doen in tijden als deze. Dat hoort er voor mij ook bij. Donaties aan enkele uitgekozen goede doelen in de hoop in het algemeen ook nog ergens wat goeds te kunnen doen. Familie en vrienden opzoeken (ook al is dat voor mij dit keer dan een paar dagen na de kerst). Dát is voor mij kerst. Licht, warmte, liefde, hoop en acceptatie. Midwinter en zonnewende. Het liefst zonder die Mount Everest in kadopapier en zonder al die religieuze hypocrisie. Maar dat zal wel een eeuwig utopische kerstgedachte blijven…

Let there be light.
Love conquers all.

Happy world

Happyworld1Een hoofdmassage én vlechtjes-met-ingeharkte-luizenkam krijgen van je dochter.

Je verheugen op het aansteken van de échte kaarsjes in je kerstboom en op het feest van licht&liefde.

Samen met je kinderen een lachstuip krijgen van een feelgood-filmpje op youtube.

Je neus in een glas volle rode wijn dompelen en met het puntje het vhappyworld4loeistofoppervlak raken.

Opgaan in een gezamenlijke kerstdrumsessie, ook al kun je er dan geen hout van.

Koffie drinken en het laatste lokale nieuws bekletsen met twee lieve buurvrouwen tegelijk.

Zonder muts buiten staan, je ogen sluiten en voelen hoe sneeuwvlokjes tussen je haren en op je huid smelten.

Met z’n allen kaplakunstwerken bouwen en dan met stuiterballen omver schieten.

Dochter die met de hoofdmassagespin op haar hoofd brult: “woohooo ik ben een Alien en ik ga je meeeeeenemen!!!”

Een megagrote bak lychees leeg eten tot je ellebogen er letterlijk van lekken.

Een dankbaarheidskusje van je kat op je neus krihappyworld2jgen voor dat extra lekkere stukje spek.

Met je supermarktspaarpunten die knuffel-ui krijgen waarvan je zomaar ineens wist, dat je daar nou altijd al naar gezocht hebt.

De schilderijen-in-opdracht bíjna klaar hebben maar nét die laatste climax steeds weer uit kunnen stellen.

Noghappyworld3 maar drie zakjes die aan het adventskalenderlint bungelen. Samen met een geknutselde eekhoorn.

Lachen om de Maya-prijzen in een reclamespot op TV. Zo laag dat ze bijna ten onder gaan.

De lichtjes in je kerstboom zien en beseffen hoe goed je het hebt.
En hoezeer niks te klagen…

.

Happy world binnen een straal van 30 meter.
Oh.
Binnen een straal van één meter valt de wereld in duigen.
Dochter piest zoon over de voeten.

Happyworld5

Soort van kerstwens

Aangezien ik gisteren nogal “obstreneut” (aaachterhoeks voor tegendraads, grof, bokkig, niet zo allerliefst als anders) was, wat niet door iedereen even zeer gewaardeerd werd (wat mij dan overigens verder ook weer niet stoort: you no like me? you no read me. punt), wil ik me vandaag met iets sympathiekers bezig houden, namelijk met dat wat ik jou als bloglezer toewens.

Maar voordat ik daaraan toe kom, moet ik toch eerst nog even iets vertellen. Vanochtend was er wéér zo’n afschuwelijk nieuwsbericht. Na alle doodgeschoten kinderen in de VS en alle schokkende zelfmoorden, na alle doodwensingen en oorlogsgruwelen, na alle gestrande bultruggen en onbegrijpelijke rechtsoordelen zou je denken dat we wel klaar zijn met de wereldse portie menselijke ellende dit jaar. Niet dus. Een jonge vrouw (23) is gisteravond in Wenen in de metro zwaar mishandeld, tot bewusteloosheid gewurgd en vervolgens bruut verkracht. De coupé was al die tijd leeg, maar tijdens de stops op de stations is er ook niemand ingestapt hoewel mensen op het perron (gefilmd met de bewakingscamera’s aldaar) wel degelijk zagen dat er iets goed mis was. Men stapte liever in een andere coupé en keek de andere kant op. De (helaas nog niet camerabeveiligde) coupé bleef leeg en vrouw werd met haar pijniger (ja, het was er ‘maar’ eentje) alleen gelaten. Ze leeft nog, maar daar houdt het dan ook mee op.

En ik vraag me af hoe het mogelijk is dat mensen bij zulke daden de andere kant op kunnen kijken. Liever wegkijken dan helpen. Liever laf zijn dan heldhaftig. Waar is het allemaal mis gegaan… De bruutheid waarmee deze man te werk ging moet van verre te horen en te zien zijn geweest. En niemand hielp… Niet kijken, dan gaat het vanzelf weer weg? Zoiets? Hoe kun je dan nog met jezelf leven? In ieder geval kun je dan toch 112 bellen? Dat heeft niemand gedaan. Je kunt aan de noodstop op het station of in de trein trekken om de aandacht te vestigen op wat er gaande is. Of voor de grotere helden onder ons: andere mensen doelgericht aan hun jas trekken om mee te helpen om een dergelijke strafdaad en de verwoesting van iemands leven te stoppen. Met zijn drieën kom je toch al een heel eind, lijkt me, zelfs als vrouw zijnde. Maar nee. Het gevoel voor de medemens is nu klaarblijkelijk praktisch compleet verdwenen.

We verharden in een tempo waarop we zelf niet eens meer inzien, hoe afgestompt we raken (en ik blik zelf even terug op mijn blogs van gisteren…) Bij het ontbijt vanochtend was ik geschokt door dat nieuwsbericht. Niet enkel door de verkrachting zelf (absoluut en onbeschrijflijk afschuwelijk) maar veel meer nog door het volledig uitblijven van hulp van enig omstander. Maar ook ik ga na het horen van zo’n horrorbericht tóch gewoon door met wat ik deed: brood smeren voor de kinderen, ze naar school sturen, stofzuigen, luidkeels zingend naar de supermarkt om de laatste kerstinkopen te doen. Je kúnt nu eenmaal niet alle ellende van de wereld met je mee torsen, dat weet ik ook wel, daar zou ieder mens aan ten onder gaan. Maar ik weet wél van mezelf dat ik nevernooitniet bij die wegkijkende massa wil horen. Dat ik wil blijven helpen. Dat ik goed wil blijven doen (ook al mag ik dan soms wat -euh- “grof” uit de hoek komen… *iets met grote bek en klein hartje (op de tong) mompelt*)
look
Daarom wens ik je toe, dat je gevoel voor de mensen om je heen, die sensibiliteit der gerechtigheid, die innerlijke drang om een ander – in welk opzicht dan ook – te helpen en de wil om simpel ‘goed’ te doen, jou niet in de steek laat. Dat ook 2013 een jaar wordt waarin je naar jezelf kunt kijken en zeggen “IK heb mijn best gedaan, ik ben met recht een MEDEmens, niet enkel mens”. Dat je in die zin ook de warmte en hulp van anderen mag ervaren die net zo hun best doen om de boel nog leefbaar te houden.

Kijk.
Niet weg…

Klik

Klik deed het. Al een hele tijd geleden. Met de één wat eerder dan met de ander. In ons warrig damesgeklets bleek al snel ergens iets met ‘op één lijn zitten’ te bestaan. orchideekoffie
Klik.
Slechts één bijzondere man in ons midden, eentje die voor de consistentie van de therapie van overheersend belang is. Onze eigen zaaldokter.
Klik.
Praktisch dagelijks contact. Pure sympathie. Elkaar maximaal kunnen waarderen. Irritaties met elkaar van tafel kunnen vegen en tot stof kunnen stampen.
Klik.
Pyjamaparty’s houden, hernieuwd puberaal gedrag. Natte lappen door de slaapkamer naar elkaar smijten. Maar ook een liefdevolle kop dampende koffie mét een orchidee op bed geserveerd krijgen.
Klik.
Opkomen voor elkaar, geven om en aan elkaar, lol hebben met elkaar, eenheid voelen bij elkaar, liefde hebben voor elkaar, rijk zijn met elkaar.
Klik.
Dank jullie wel voor jullie.
Jullie zijn de kliks in mijn leven.

X
X
X

Voor jou

Je leest ‘t.
Zeg je.
Maar begrijp je ook?
Je ziet ‘t.
Zeg je.
Maar heb je oog
voor wat IK nu
zeg?

Ja, inderdaad.
Dit gaat over jou.
Geen twijfel mogelijk.
Zovele blogs deden dat
niet.
Ook al dacht jij misschien
van wel.
Je bent niet de enige.
Maar wat nooit was
kan ook niet meer komen.

Stroom mee
met je eigen leven.
Dan doe ik dat
ook.
Interpreteer niet teveel.
‘hinein’ 😉
Dan doe ik dat ook.
Niet.

… ♥ …

Dag hobbel

hobbel

Ben er overheen.
Over die rothobbel. Denk ik.
Geen idee waaruit deze hobbel nou precies bestond.
Maar hij ligt nu ergens achter me.
Plat te worden (nou ik nog…).
Wat kan een mens het zichzelf toch lastig maken, hè.

Had ’t moeilijk.
Met een grootse grootheid.
Die achteraf uit louter kleinigheden bleek te bestaan.
Ik denk nog steeds aan j… ach forget it. Doe ik niet.
Ik zei toch: doe ik NIET!! Gewoon niet.
Misschien ga ik het ooit ook nog geloven.
Jij ook niet aan mij.
Weet ik nu wel zeker.
Waarom ook?

Heb ’t op een rij.
Een ietwat rommelige rij, dat wel.
Wat er nou allemaal werkelijk in die rij op een rij staat?
Weet ik ook nog niet.
Maar het is duidelijk een rij.
En weg ben jij.

Verdorie.
Wat zie ik nou.
Een nieuwe hobbel.

En geen vluchtheuvel te bekennen…

Black and blue

So comfortably numb

after just a split second
of feeling strangely dumb.
It’s quite normal, I reckon…
I wish I were so good.
No, wish I were just better
Never really understood
as to why it should matter.
You wanna be bad.
And so desperately loyal
to someone who had
no clue of my truely royal
sense of admiration
for a person so dull
as if under sedation.
Now banging my skull
against the concrete wall
of ignorant, dull bliss.
A love so incredibly small
Nothing but a major kiss.
What did I ever see
In a person sad as you.
Put you over my knee.
Butt black and blue.

But I’m not allowed to…

(c) Lou

Tacholes(s)

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen:
YESSS!!! WE DID IT!!!
We hebben een thuisreis zonder enige noemenswaardige ellende gehad!!! Negen uur auto zonder files, zonder kotserij, zonder gezeik, zonder brullende kinderen, zonder auto-gezeur, zonder ruzie. Hoe is het mógelijk, zult u zich afvragen. Nou, dat doe ik ook. Ik weet ’t niet. Het is gewoon gelukt. We moesten het door de stortregen (die we wel hadden) weliswaar weer de hele reis zonder Tacho (kilometerteller) stellen, maar daar hebben we naveltje (onze Garmin-navigatie mét snelheidsindicator) voor, dus we wisten wel zo ongeveer hoe snel we reden.

Auwdie had deze week heerlijk vakantie gevierd in de warme garage van m’n ouders. Bij ’t starten voor de thuisreis had-ie dan ook helemaal níets te melden. We waren stomverbaasd. Het beessie wordt duidelijk oud: kou en nattigheid is niet goed voor z’n gewrichten en contactjes, warmte en een droog onderkomen doen daarentegen wonderen. Voor de terugreis had ik even tacheles met ‘m gesproken, dat ’t nu afgelopen moest zijn met dat gemekker en die flauwekul. Blijkbaar werkte het gehoorapparaat van Oudi dit keer goed want alles werkte vlekkeloos (afgezien van de Tacho). Herr Audi liet zijn olievlekken braaf in de kelder van m’n ouders liggen en reed zonder mokken naar huis.

McDonalds was nog wel even een verplicht nummertje onderweg en nu hebben we zelfs vier van die geweldige plastic Robot Bugs á là “speelgoed van het jaar” (hoe bedenken ze het…)  in huis, maar de capuccino van de McCafé is wel lekker. Dus.

Thuis wachtten de Katzi’s (die overigens nu Kitty en Koschka heten) gezamenlijk op ons en waren niet meer van schoot te meppen.

Het was een mooie, goede, fijne en oh-zo-nodige week thuis, bij pap en mam. Ik heb gezien hoe mams opgefleurd is in deze week, hoe goed het – ondanks dat het toch echt nog wel een hoop tijd nodig zal hebben – nu al gaat en ik ben met een gerust hart weer naar huis gereden. Heel veel geknuffeld, gepraat, gekaart, gelachen, verjaardagen gevierd en gewoon lekker bij elkaar gezeten. Ik ben in die hele week niet verder gekomen dan de plaatselijke AH (oh ja, toch wel: één keer met de kinderen en mam naar de speeltuin 10km verderop).
Een thuisweek.
En heel erg essentiële week.
Wat heb ik dit nodig gehad.
Nu kunnen we allemaal weer vooruit blikken.
Verder.
Door.
Bergop.
En hoe.

Uppie

Wat een dag. En hij is alweer voorbij. Mijn verjaardag in Nederland. Voor het eerst in 16 of 17 jaar (ik weet ’t niet meer precies…). In ieder geval eeuwig lang geleden dat ik het op nederlandse bodem vierde. Een megamix van toen en nu.

Een verjaardagsontbijt met m’n lieve pap en mam, met lekkere dingen én sublieme kadootjes op mijn ontbijtbordje. Net zoals vroeger, alleen nu met twee rondspringende kinderen en een man erbij. Mijn grootste rijkdom.

Zoveel felicitaties op facebook en twitter en whatsapp dat ik er echt helemaal flabbergasted van was. Dank jullie wel allemaal, wat een warm bad!!!

Sweet Christie die zomaar langs komt. Voor mij. Met een prachtig boekje met de mooiste zinnen, foto’s en spreuken erin én een verjaardagsmandala die nu daadwerkelijk af is 😉 Love you heaps, prachtig mens dat je bent!!

Mijn oh zo dierbare grote zus die me verwent met allerlei heerlijks, van cake-lollipops tot scrubcrème. M’n lieve nichtjes die met de kinderen ronddollen en lol hebben. Zou zó veel vaker zo moeten zijn.

Mijn peetoom en -tante die spontaan langs komen en gezellig meevieren want zo vaak komt ’t niet voor dat ik mijn verjaardag in Nederland vier. Zulke fijne mensen.

Liefste Heidy die zomaar ineens voor de deur staat, jij gek mens 😀 Jij bent één groot kado, weet je dat? ❤

En nu, nu is het twee november. Alweer een dik half uur. En ik ben klaar met verjaardag vieren. Iedereen is nu naar bed en ik zit hier achter mijn laptop, met het laatste glas wijn uit de fles. Ik. In m’n uppie. Luister naar de nederlandse radio met een Nije Dei en andere oerhollandse songs, maar ook met Jim Diamond en z’n “Should’ve known better” – puur jeugdsentiment. Ik word oud… En ik geniet van de rust. Mam zei daarstraks nog: “je gaat vást nog wel een blogje typen”. En ik ontkende natuurlijk in alle toonaarden: “nee zeg, nu niet meer, kom nou…” – maar kon het toch niet laten. Vandaag was een dag met een gouden randje. Een dag vol liefde. Een dag vol miezerregen, maar ook zó vol warmte…

Ik ben een rijk mens.
Niet meer jarig.
En ook nog lang niet jarig.
Maar ik hoop, dat als ik straks weer ‘ns een keer jarig ben, ik jullie allemaal nog bij me en om mij heen heb.
Mijn wereld is mij lief.
Mijn wereld, dat zijn jullie.

Allemaal.

Kus.

Knuffie

Tien jaar.
Eén decennium.
Een tweede lustrum.

Eind februari 2002 kwamen we erachter. We lagen bij 25°C (!!!) in de zon te suffen op ons terras, ik in de hangmat, je pa op een stretcher. Out of the blue voelde ik een plotselinge drang om een zwangerschapstest (die ik natuurlijk al langggg in huis had) te doen. “Eeeeeven naar de WC hoor”. Om een dikke vette dubbele streep te halen. Whááááhhhh!!!

Whááááhhhh hoorden we ook midden in de diepdonkere nacht op 24 oktober van dat jaar. Het duurde even voordat-ie kwam maar uiteindelijk kwam-ie. Die Whááááhhhh. Van jou. Het ging niet helemaal goed omdat je de verkeerde kant op lag te staren (sterrenkijkers noemen ze dat) maar afgezien van een megadeuk rondom je hoofd geen verdere gevolgen. De deuk was na een week of 3 ook weg. En daar was je. Mijn knuffie…

Knuffie is nu een knul geworden. En wat voor één. Een doorzetter. Een lieverd. Een bovenmatig intelligent jongetje. Je hebt ’t niet makkelijk, ik heb er al veel over geschreven. Zwaar dyslectisch, een fikse vorm van ADHD, een geheugenopslagstoornis, dysgrammatisme, hypermobiliteit. Je hebt ’t allemaal. En nóg boks je je er doorheen, blijf je ambitieus, zuig je kennis in je op. Wat jij allemaal weet, waar jij allemaal over nadenkt, wat jij allemaal uitvindt, daar kan menig volwassene jaloers op zijn. Maar je piekert ook veel… Over kerncentrales in Japan en over die ene heel dichtbij. Over het milieu en wat daar allemaal schadelijk voor is. Over energiespaarlampen die schadelijk zijn voor je gezondheid. Over of de kip op je bord wel een fijn en goed leven heeft gehad. Over hoe we water kunnen besparen. Over waarom uitgerekend jij nou zo dyslectisch bent. Over computers en het internet. Je raakt niet uitgevraagd, nog lang niet.

Met je tien jaar ben je nog steeds zo heerlijk ‘kind’. Waar je vroegrijpe klasgenootjes bezig zijn met hun  ‘coolness’, met ‘rumhängen’ en ‘meisjes’, ben jij druk in de weer met je kapla en je playmobil, je technisch lego en scouting, met buiten spelen en tekenen. Wat je aan hebt, interesseert je voor geen meter, alleen maak je je heel af en toe met gel een kuif of hanenkam in je haar (goh, je lijkt op je moeder, die had vroeger ook al zulke neigingen…). Maar haar moet voorál kort geschoren zijn vanwege je panisch angst om luizen te krijgen. Hulpvaardig en sociaal ben je ook, maar die eigenschappen behoren helaas ook niet tot de categorie “cool” zodat je met verjaardagsuitnodigingen nog wel ‘ns buiten de boot valt. Who cares, lieverd. Jij bent zoveel beter…

Ik heb een prachtzoon. Een bijzondere knul die morgen tien jaar wordt. En zich nu in bed ligt te verkneukelen op z’n verjaardag. Morgen vast een uur te vroeg wakker.

Ik heb een prachtzoon. Een heerlijk jong dat goed nadenkt over de belangrijke dingen. Eentje die er echt wel komt, ook al mag dat dan misschien iets langer duren.

Ik heb een prachtzoon. Een prettig gestoorde, creatieve doorzetter en ik ben trots op hem. Trotser kan geen mens zijn. Echt niet.

Morgen vieren we jou.
Weet dat ik zielsveel van je hou.

Knuffie.

Het doel van liefde

Het doel van de liefde, ja sorry dat ik wéér ‘ns stoor
maar als ik er over prakkezeer…

Wat moet je ermee, waar dient het nou echt voor,
vraag ik me keer op keer…

Enkel de seks op zich zou voldoende moeten zijn
voor de nodige voortplanting.

Maar de mens is zo maf, doet zichzelf graag pijn
met zo’n stomme mentale uitvinding…

Liefde blijft een raar iets. Zo hou ik ineens van jou
Maar jij dus niet van mij.

Oh ja hoor, op die fiets! Als ik van jou toch niet hou
houd van mij plots nu weer jíj…

Als alle liefde nu eens altijd wederzijds was
en jij ook een beetje van mij…

Dan was alles goed. En warempel, ik genas
van al die steken in mijn zij.

Mijn hart diende enkel nog om bloed rond te pompen
naar mijn gepijnigde brein.

En jij wist uiteindelijk toch, fier en onbekrompen,
te zeggen: “ik ben dijn!”

Maar dat kun je dus niet en ik blijf me afvragen
waar liefde goed voor is.

Zorgt voor leed en verdriet, blijft aan een mens knagen
veroorzaakt enkel gemis.

Een wereld zonder liefde maar vooral ook zonder haat,
niemand doet iemand pijn.

massaal vredig voortslapen. Maar jezus wat zou dat
mega-gezapig zijn…

Model zitten

In de zomer worden er hier altijd allerlei activiteiten en workshops voor schoolgaande maar vakantie vierende kinderen georganiseerd. Dit jaar zat er een nieuwe bij: een workshop vlechten. Dochter viel er meteen als een blok voor: het werd een ‘moetje’. Vlechten móest geleerd worden. Ik zag er (nog) geen onheil in: op van die make-up poppen met van dat lange vlashaar een beetje oefenen en dan trots laten zien welke kunstige knoop je gefabriceerd hebt, zeg nou zelf, dat is toch simpelweg schattig?

Maar inmiddels ligt de make-up pop van dochter in een donkere, kille hoek te vergaan en heeft mijn vlechtpro zichzelf gepromoveerd. Nephaar is geen haar, daar kan niet mee gewerkt worden. En als ik wil dat ze het later echt tot één van de meest wereldberoemde haarvlechtsters gaat schoppen, dan moet ik haar daar ook voor de volle 100% in steunen en braaf model zitten. Dagelijks.

Vroeger was dat best heel aangenaam. Vroeger. Toen ze nog niet kon vlechten. Ze haalde de Tangle Teezer (een geniaal soort borstel, errug lekker ding voor je hoofdhuid) uit de pruttelkist, je haar werd gekamd, van de ene kant naar de andere gezwieperd en vervolgens nog even met de handen doorgewoeld. Als je geluk had, kreeg je nog een hoofdmassage met dat geniale spinnending en ergens midden op je (voor)hoofd een prachtige staart met een dik postelastiek formaatje autoband erom, om de boel een beetje bij elkaar te houden. Hoppa, klaar was je supermoderne, heerlijk zittende kapsel.

Maar vroeger is voor watjes en talentloze möchtegern-kapstertjes. Vandaag is alles anders. Er wordt een fijne kam tevoorschijn getoverd. Een bak met elastiekjes van alle formaten (van babypinkringetje tot brilslang). Haarstukjes met enge klikdingen aan ’t eind. En zo nog wat meer martelwerktuig. Met de schaar mag ze niet in de buurt van mijn haar komen en tot nu toe luistert ze redelijk naar mij, maar hoe lang dat nog duurt, geen idee… Het haar wordt nietsontziend en minitieus naar luizen afgezocht (liefst met de luizenkam maar daar gil ik toch uit volle borst dat ik een vetorecht op de inzet van luizenkammen heb) en dan begint de kapselprocedure. Na menig keer hard op de tanden bijten en met wat natraantjes die nog uit mijn ooghoeken naar beneden biggelen, eindig ik dan als Pipi met de 5 vlechtjes of als ingevlochten kunstknoop.

En dan volgt de bevestigingsfase.
“Vind je het mooi mam, zoals ik je gevlochten heb?”
“Ja schat, ik vind ’t prachtig.”
“Vind je het écht wel mooi? Ik heb er zó enorm m’n best op gedaan…”
“Ja lieffie, het is echt een kunstwerk geworden. Jij wordt een pro, wat ik je brom.”
“Maham, denk je dat ik een goede kapster ga worden?”
“Ja tuurlijk! Jij wordt één van de besten, dat kan niet anders!!”
“Je mag ’t er NIET uithalen vannacht hoor!!”

*slik*

Want daar wacht ik nou juist op: het moment dat ze in bed ligt. En daar ook blijft. Dan begint de tweede martelgang van de dag: de boel er weer uit frunniken. Vandaag waren de vlechtjes heeeeel fijntjes en veelvuldig aanwezig. En voorzien van massa’s ingevlochten knoopjes.  Ik ben nu minstens duizend haren armer, een gigantische pijnervaring rijker en ik dank de Tangle Teezer weer eens op m’n blote knietjes.

De volgende ochtend gaat het dan zo:
“Ohhh mam, je hebt het eruit gehaald…” (met zo’n dramatisch beteuterd gezicht erbij).
“Neeeeee mopje, dat gebeurde vanzelf. In mijn slaap. Daar kan ik écht niks aan doen hoor.”

Vervolgens gaat ze druk aan ’t plannen welk geweldig kapsel ik dan nu maar moet gaan krijgen. En vooral: hoe ze het er nóg muurvaster in krijgt zodat het er door al mijn onbetrouwbare slaapgewoel niet zomaar weer uit gaat.

Als moeder moet je wat overhebben voor je kinderen…

*bokkepruik opzet*

Second life

Het tweede leven dat uit mij kwam.
Morgen wordt dat leven zeven.

Zeven jaar geleden om deze tijd voelde ik ineens dat het in mijn kruis wel érg nat werd. Ik liep naar de badkamer en voelde een stroompje langs mijn been naar beneden siepelen. Eenenveertig weken dus het was duidelijk: vruchtwater. Op naar het ziekenhuis, voor alle zekerheid, want weeën had ik niet. Zoon, toen nog nét geen drie jaar oud, dropten we bij een lieve vriendin.

CTG, harttonencheck, weeëncheck. Alles OK, lichte weeën, ingedaald maar geen ontsluiting dus zou best nog wel een zetje kunnen duren. Man en ik kregen een kamer met een ziekenhuisbed en een stoel. Ik kroop het bed in, man ging in de stoel hangen. Stoel bleek rotstoel en dus kroop hij maar bij mij het ziekenhuisbed in, lepeltjelepeltje paste dat nog best. Zo hebben we gemoedelijk geslapen.

Tot ik om half drie omhoog schoot. Allejezus wat een pijn. Een wee. De eerste. En wát voor één. Twee minuten later de volgende. En de volgende. En nog één. Ik moest halsoverkop naar de kraamafdeling, kromlopend en weeënwegpuffend. Ik strompelde het kraambed in en bleek na een kwartier al 7cm ontsluiting te hebben, iets na drieëen zat ik al op de 9cm en de weeënpauzes waren al lang verleden tijd. Eén grote wee was het. Ohwee, ohwee. Ik moest ineens echt heel erg poepen en wou al opstaan om naar de WC te gaan maar de vroedvrouw duwde me terug. Jij gaat nergens heen, dit zijn persweeën, meiske (en dat dan op zijn duits hè). Na slechts een paar persweeën kwam om 3:17h dat nieuwe leven uit mij. Een nieuw wonder, een prachtwolk van een baby, door mij de wereld in gekatapulteerd. Van nul tot 100 in 47 minuten. Dát noem ik pas optrekken :-).

11 september. Rampendag. Natuurlijk denken we ook daaraan.

11 september. De geboortedag van mijn overleden oma op wie ons meiske zó ontzettend lijkt. Toeval bestaat niet…

11 september. Geboortedag van mijn tweede kind.

11 september. Wij vieren feest met ons zevenjarig wonder.

Vandaag heeft ze voor de tweede keer haar eerste schooldag meegemaakt. Vorig jaar hebben we ook een poging gedaan maar ze was er toch echt nog niet aan toe. Nu wel. Mijn speciale, eigenwijze, enthousiaste, hulpvaardige, eigen- en uitzinnige, prettig gestoorde, creatieve, knuffelige rebbelkous. Een absoluut uniek individu met een enorm karakter. En dat laat ze dagelijks overduidelijk blijken.

Lief meiske van me, ik heb je meer dan lief.
Je bent geweldig zoals je bent.
Laat niemand je wat anders wijs maken.
Morgen vieren we jou.
Weet dat ik zielsveel van je hou.

Krissiebissiepoepelissie.

Groepstherapeutisch vuurtje

Een fikkie stoken. Lekker warm. Vooral met de mensen waarvan je houdt, samen rond het vuur zitten en praten over goden, demonen en de wereld.

Er miste een evenmooi lief mens, maar ook dat wordt binnenkort dubbel en dwars goed gemaakt. Mensen met een draad. Een hele sterke draad zelfs. Een ijzerdraad. Nee, een roestvrijstalen draad. Het klopt gewoon.

Samen naar de meteorenregen kijken. Tig vallende sterren zien, zachtjes dingen wensen. Of ook niet. En dan merken dat de vierde 1000 kilometer verderop hetzelfde ziet. En doet…

Praten over liefde, leven en vertrouwen. Lachen, begrijpen.  En weten hoe het in het hoofd van de ander toegaat. Voelen dat het goed zit.

Noem het wat je wilt.

Ik noem ’t groepstherapie ^_^

Jouw pijn…

Ik deed het meteen
als het eens kon.
Ik nam jouw pijn.
en gaf je die zon…

Warmte en verzachting
Voor een lijf zo zeer…
Ik kan het nog goed hebben,
maar jij kunt niet meer…

Die pijn en dat verdriet
Die pijn in je mooie hart
Die pijn die niemand ziet
Die pijn die zo verwart…

Momenteel is jouw wereld
werkelijk gebouwd op twijgen 😦
En ze buigen al veel te diep door
mogen niet nóg een klap krijgen…

Meer kan er niet meer bij
Een eind aan het Latijn
En toch moet je maar door
Ach toe, geef mij die pijn…

Ik nam het van je over
Als ik nou toch eens kon
En met wat simpel getover
Gaf ik jou die warme zon…

Maar toveren, helaas
ik kan het dus niet…
En zo blijf jij doorworstelen
met alle pijn en dat verdriet.

In gedachten wandel ik
naast je en zal ik er zijn
als jij mocht struikelen
door al die klotepijn…

Ik zal aan je denken
al helpt jou dat niet.
Ik loop daar naast je
ook als je me niet ziet…

Just So YOU Know!!!
♥♥♥

Denken

Eerst dacht ik: ‘niet aan denken’,
Dat heb ik toen gedaan.
Maar twee seconden later
dacht ik er tóch weer aan.

Nee zo eenvoudig is dat niet,
want weet je, wat je doet,
je denkt er óók aan als je denkt
dat je er niet aan denken moet.

dat dus.
Dank je, Toon Hermans.

Het is me al vaker gezegd:
Ik denk zo veel teveel.
Maar als ik nog even doordenk,
Denk ik mezelf misschien weer heel…

Special ones

Ze zeggen dat het een minuut duurt om een speciaal iemand te vinden, een uur om diegene te gaan waarderen, een dag om hem lief te gaan hebben en een heel leven om hem te vergeten.

Dat klopt niet.

Het duurt langer dan een heel leven.

Sommige mensen wandelen je bestaan binnen, op welke manier dan ook, en worden binnen no time een ‘special one’. De laatste jaren heb ik er daar zomaar meerderen van in mijn leven mogen krijgen. Very special ones.

Dit weekend waren het er zelfs twee. Het waren natuurlijk sowieso al bijzondere personen vóórdat ze hier kwamen. Vrijdag kwamen ze aangereden, een spontane actie van twee spontane, open, lieve mensen. “gewoon even naar Oostenrijk rijden, #kunnenwij!” – met 2 vingers een hashtagzegening in de lucht makend.

Mongools eten met skyrocketing hartslag. #kunnenwij!
(de volgende keer wel al het flensachtige laten staan, hoor Kleine!)
Extreme coffee drinking in Wenen. #kunnenwij!
(en extreme piesen kunnen we ook nog)
168 kruiden door elkaar besnuffelen op de Naschmarkt. #kunnenwij!
(en het nog lekker vinden ook)
Frühschoppen op z’n Oostenrijks. #kunnenwij!
(bier voor 11am  is gewoon gezond)
Op minstens 30m hoogte over de daken en door de kerken van Linz wandelen. #kunnenwij!
(en ter plekke zeiknat worden ook. lang leven de gratis gele vuilniszakkenregencapes)
Door neonblauwe parfumkaartjesdoolhoven lopen. #kunnenwij!
(verdwalen was absoluut onmogelijk)
Het perfecte fikkie in de tuin stoken omdat je het koud hebt. #kunnenwij!
(ik hoef m’n onderbenen voorlopig niet meer te scheren, de haarzakjes zijn inmiddels ook weggeschroeid)

Afscheid nemen. Dat is iets waar special ones moeite mee hebben.
#kunnenwijniet.
#willenwijooknietkunnen.

Remember the good times and forget the sad goodbyes.
#yeswecan!

ThanXXX voor jullie, Poezenbeest en Kleine Meid!!

stomme spelletjes…

Je stond daar in de regen, zonder jas.
jij was altijd wel gek genoeg
voor zulke acties.
En ik keek naar je, vanuit m’n raam.
En altijd voelde ik me
alsof ík degene was die buiten stond
en bij jou naar binnen keek…

Jij was altijd het mysterieuze type
met je oh zo mooie ogen
en je warrige haar.
Je was nét gevoelig genoeg
om een goede indruk te maken,
maar toch te cool
om het je allemaal iets
te kunnen laten schelen.
En daar stond je, in de deuropening.
Je had eigenlijk niks te zeggen,
behalve één of andere opmerking
over het weer…

Nou, mocht je het niet gemerkt hebben,
mocht je het écht niet hebben gezien,
hier dan: Dit is mijn hart,
dat bloedt voor jou.
Dit ben ik, op mijn knieën…

En al deze domme spelletjes
verscheuren mij van binnen.
Jouw ondoordachte woorden
breken mijn hart…
Jij breekt mijn hart.

Je was elke ochtend weer een verschijning:
Rookte nonchalant je sigaret en
babbelde voort bij een kop koffie.
Jouw filosofieën over kunst,
dat barok je echt wat deed.
En dat je van Mozart hield.
En je praatte over de mensen
waar JIJ van hield.
Terwijl ik maar  wat onhandig
m’n gitaar stemde…

Vergeef me, ik geloof dat ik je
met iemand verwisseld heb:
Met iemand voor wie ik wél
wat uitmaakte.
Iemand meer zoals ikzelf.

En deze stomme spelletjes
scheuren mij…
JIJ scheurt mij,
scheurt me uit elkaar.
En je ondoordachte woorden
breken opnieuw mijn hart.
Je breekt m’n hart…

(Jij leerde mij over de oprechte dingen
De dingen die uitdagend zijn,
de dingen die zuiver en schoon zijn.
De dingen waarvan je wist dat ze
hun geld nog waard zijn.
En ik verstop mijn tuiniershanden
met rouwrandjes
achter mijn rug…
Ergens ben ik de weg naar jou
kwijtgeraakt…)

Je deed je jas uit en ging in de stromende regen staan.
Ach, jij was altijd zo heerlijk maf…

_________________________________________________________

ik krijg keer op keer tranen in mijn ogen als ik deze muziek hoor.
Zo ontzettend mooi…

Voel ‘t.

De striemende regen
slaat je in ’t gezicht.
De hele wereld zit achter je aan.
Je vóelt het.
De zon brandt fel in je ogen
Je ziet het allemaal niet meer…
Ik zou je nu kunnen omarmen.
Om je toch eindelijk
mijn liefde te laten voelen…
Maar jij ziet enkel maar
de schaduwen langer worden,
die paar oplichtende sterren
aan een duistere hemel.
En je merkt ineens
dat er niemand is
om jouw tranen te drogen.
Ik zou je kunnen omarmen,
wel een drie miljoen jaar lang…
zodat je mijn liefde zou voelen.
Ik weet echt heel goed dat jij
nog lang niet weet wat je wil.
Dat jij nog niet kunt kiezen.
Niet weet hoe het verder moet.
Niet weet wat je van je toekomst wil.
Maar ik zou jou nooit pijn kunnen doen.
Maar vanaf het moment dat ik jou zag
twijfelde ik geen seconde meer
aan de plek in mijn hart,
de plek waar jij hoort.
Ik zou er alles voor doen
om jou te laten voelen
dat ik echt van je hou.
Maar jij voelt nog steeds niets…
Stormen kunnen woeden
op een nog zo woeste zee.
Op de snelwegen van de spijt.
De veranderingen in jou en mij
donderen over elkaar heen.
Maar jij hebt nog steeds
mijn ware ik niet herkend.
Ik zou je gelukkig kunnen maken.
Ik zou je dromen uit doen komen.
Er is echt niets dat ik niet zou doen
Om jou mijn liefde te laten voelen.

(thanks A.)

Willetjes

Aangezien Poes met smart zit te wachten op een blogpost met “willetjes” in plaats van “moetjes”, ga ik daar nu maar eens even rustig voor zitten.

Wat wil ik.

Dingen die ik niet moet maar gewoon wil. Niet dat ik die dingen dan gelijk allemaal ook realiteit wil zien worden, maar ik wil ze gewoon graag. Een soort verlanglijstje. Als kind kreeg je ook nooit álles wat op je verlanglijstje stond, toch? En de dingen die je steeds opnieuw wéér niet kreeg, verloren met de tijd hun aantrekkelijkheid en kwam vanzelf de tijd dat je je realiseerde, dat je die dingen ineens helemaal niet meer wilde. Daar hoop ik ook nog steeds op…

Maar in het hier en nu wil ik heel veel en eigenlijk heel weinig.
En dan wil ik  vooral veel onmogelijke dingen…

Ik wil, ik wil, ik wil
een kikker in JOUW bil.
duhh…

wat is het moeilijk om nou gewoon eens te zeggen wat je wil…
Ik hou er ergens een gevoel van “meisjes die vragen worden overgeslagen” aan over.
Maar ik vraag niks. Ik moet alleen zeggen wat ik wil…

Ik wou zo graag dat ik kon zeggen wat ik wil
Ik wou zo graag dat ik kon zeggen dat ik jou wil…
Oh nee. Dit gaat fout.
Momentje.

Ik wou dat ik kon vliegen.
Heel snel. Dan vloog ik morgenavond gewoon even voor een BBQ naar Nederland…
Ik vloog in de armen van de mensen die ik zo lief heb.
Hé!
Dát kan ik!!

Ik wou dat ik een fotografisch geheugen had.
Dan stonden die paar uiterst schaarse maar zó mooie woorden van jou
in mijn geheugen gegrift. Met tijd en plaats en al.
Hé!
Daar staan ze!!

Ik wou dat ik mijn hart niet steeds aan de verkeerde verkocht.
Dan wist ik meteen wie een goeie deal voor mij was.
En ik gaf mijn hart gratis weg aan de juisten.
Hé!
Dat deed ik al lang!!

Ik wil dat ik niet zoveel alleenzaam ben…
Ik wil dat ik ervoor kan zorgen dat alles goed komt.
Ik wil sterker zijn. Met meer zelfbeheersing.
Ik wil minder emo-kipperig zijn.
Ik wil meer zelfzekerheid.

Ik wou dat ik een goeie zangeres was.
Ik wou dat ik geld kon verdienen met dat wat ik echt leuk vind.
Ik wou dat ik gewoon lak aan alles had.
Ik wou dat ik niet zo snel van mensen zou houden.
Ik wou dat ik jou uit mijn hoofd kon zetten.
Ik wou dat ik chips en chocola smerig vond.

Ik wou dat jij meer thuis was.
Ik wou dat jij van me zou houden.
Ik wou dat jij je vader niet zo hoefde te missen.
Ik wou dat jij ‘gewoon’ helemaal gezond was.
Ik wou dat jij mij ook miste.
Ik wou dat jij dat niet mee had hoeven maken.
Ik wou dat jij niet zoveel weg was.
Ik wou dat jij wat vaker met mij speelde.
Ik wou dat jij niet zo gepest werd.
Ik wou dat jij me niet zo vaak zo negeerde.
Ik wou dat jij van me hield…

Ik wil.
Ik wou.
Ik heb gewild.
Ik heb niks te willen.
Het is goed zoals het is…

Beetje leeg

Ik voel me
een beetje leeg.
Er moet iets in.
Nee nee, niet dát.
Daar ben ik toch echt
helemaal klaar mee.
Nee, dat ook niet!
Hallo, kom op zeg.
Het is toch echt
iets anders

Ik voel me
een beetje leeg.
Het ‘jammer’ in mij
schreeuwt om vulling.
Echt zonde. Dat is het.
Het had zo mooi en
zo goed kunnen zijn.
Maar je liet het
desalniettemin
doodbloeden.
En ik ook

Ik voel me
een beetje leeg.
Samen hebben we
het niets laten worden.
Maar jij toch wel iets
meer dan ik, vind ik.
Wat zo uniek leek
is nu enkel weg.
Leeg. Niets.
Dus

Ik voel me
een beetje leeg.
Maar ik vul het zelf
wel weer op hoor.
Inmiddels kan ik dat.
Duidelijk niet in staat
om terug te lieven.
En dat is ook
helemaal
goed
zo

Door hem gemaakt

Jij maakte mij.
En dat kan iedereen duidelijk zien…

Ik heb jouw lippen, jouw tanden, jouw groen in mijn ogen.
Ik heb jouw rationaliteit, jouw nuchterheid en analysevermogen
Ik heb jouw ruimtelijk inzicht, ongeduld en technisch verstand.
Ik heb jouw volhardendheid, rechtlijnigheid en strakke hand.

Je hebt ’t me allemaal meegegeven (en zelf nog genoeg overgehouden ;-)).

Op jouw schouders mocht ik altijd zitten als ik van die moeie beentjes had.
Op jouw schouders mocht ik later uithuilen als het weer ‘ns tegen zat.
Op jou kon ik bouwen als ik raad nodig had of een gefundeerde mening.
Op jou kon ik vertrouwen voor onvoorwaardelijk steun (en zelfs een lening ;-)).

En dat kan ik nog steeds. Altijd. No matter what.
(OK, op je schouders zitten niet meer, dat wordt wel een beetje moeilijk).
Mijn papa, eeuwig hardwerkend. Met 68 jaar nog steeds dagelijks druk.
Projecten, uitvindingen, vernieuwende constructies, aandelen…
Maar ook genietend. Golf, skieën veel en ver reizen, Oostenrijk, lekker eten.
Geen killer-sudoku die niet gekilled kan worden.
En weer lijk ik in meerdere opzichten zo ontzettend op jou…

Jij hebt me zoveel bijgebracht. Me laten zien wat wérkelijk telt in het leven.
Door jou kan ik (bíjna) alles zélf. En weet ik hoe te geven.
Door jou weet ik wat ’t is om een eigen zaak te hebben en door te zetten.
Door jou snap ik het belang van jezelf trouw blijven en altijd op te letten.
Door jou heb ik geleerd vol te houden maar ook stappen terug te doen.
Door jou kan ik analyseren met de scherpte van een harpoen.
Door jou werd ik een oprecht mens met veel rechtvaardigheidsgevoel.
Door jou ben ik mezelf, als je begrijpt wat ik bedoel.

Jij hebt me gemaakt tot wie ik nu ben.
En ik zie jou terug in mijn kinderen.
Steeds meer. Steeds vaker. Steeds treffender.
Dat lied van Stef Bos mag dan inmiddels ietwat cliché zijn,
maar papa, ik lijk écht steeds meer op jou…

oh, en papa, ik hou steeds meer van jou.


(het blijft een meer dan prachtig lied…)


I want it all

Vandaag weer eens wat levensinzichten gewonnen (zou ’t vrijdag zijn??). Zomaar wat ‘gesprekjes’ tussendoor en ineens weet je voor jezelf weer wat meer. Zou voor anderen ook moeten gelden, maar die moeten het zelf maar uitzoeken.

Eigenlijk zijn het allemaal open deuren die je met het topje van je pink kunt verpulveren. Maar ondanks dat schijnt een mens toch steeds weer met de ondankbare neus op de alom bekende feiten gedrukt te moeten worden…

Moet je alles willen? Moet je al je dromen proberen te verwezenlijken? Moet je werkelijk alles doen omdat je maar dit ene leven hebt? Ik ga als atheïstische niksgelover er gemakshalve even van uit dat er daadwerkelijk maar één ‘bestaan’ en er na gedane zaken geen keer is. Dat ik straks niet luxueus op een wolkje hang, mijn voorheen aardse beslommeringen bekijk en uit mag kiezen wat ik in een volgend leven beter ga doen. Geen Game Overnieuw.

Ik wil zoveel. Ik wil zó graag zó veel. Spannende dingen doen. Mijn kinderen alles kunnen geven. Inspiratieve dingen meemaken. Creatief uitbarsten. Geoorloofd polyamoureus zijn.  Carrière maken en succes hebben. Een verschil gemaakt hebben als de wereld straks doordraait zonder mij. Iets betekenen. Presteren. Reizen. Buiten spelen…

En ik denk dat ieder mens dat wel heeft. Je probeert zoveel mogelijk in je leven te proppen en ineens merk je dat je jezelf en alle relevante dingen in je leven compleet voorbij loopt. Dat je er niet persé gelukkiger van wordt door steeds naar nog meer doelen te streven. Met veel van alles zie je steeds minder van dat wat echt wat waard is…

Het is lente. Klopt helemaal. En in de lente wil een mens ineens nóg meer. Vooral liefde. En de rest. Contact. Interactie. Presteren. Nieuwe energie. Maar zelfs in de lente heeft de dag nog steeds maar 24 uur. En door alle (be)geren kom je uiteindelijk tot val… Je struikelt over je eigen meerwillendheid. Been there. Done that. Wasn’t nice.

Nadenken over wat je wel hebt levert zoveel meer op. Inventariseren is op z’n plaats…

– Ik heb twee gelukkige kinderen. Althans, ik hoop dat ze gelukkig zijn, maar zo zien ze er wel uit. Ze hebben allebei veel begeleiding nodig (zware dyslectie, ADHD, ritalin en co. zijn bij ons dagelijkse kost) en zijn heel veel thuis. Als ik al die spannende dingen, die carrière en dat succes na zou streven, zouden mijn kinderen lang niet zo gelukkig zijn.
– Ik heb een lieve, goede, hardwerkende, mooie man. Mijn capaciteiten op houden-van-gebied passen voor hem niet in ons plaatje. Dan moeten we het plaatje maar zo schilderen zodat het wel past. Toch?
– Ik heb samen met een bedrijfspartner al 12 jaar lang een eigen zaakje dat nog steeds loopt. Het levert geen carrière en al helemaal geen groot succes op maar wel nog steeds veel ervaring. En ooit komt vast wel die opportunity om wat anders uitdagends te gaan doen. De tijd is gewoon nog niet rijp.
– Mijn creatieve uitbarstingen kan ik nu al uitbouwen. Ik schilder met passie en iedereen roept dat ik daar iets mee moet gaan doen. Ik zing graag (maar daar roept niemand hahah *pijnlijk lachje*, whatever) en leer drummen en gitaar. No Music No Life.
– Reizen? Dat komt later wel weer,  nu krijgen we eerst wat huisdieren die onze aandacht gaan vragen.
– En een verschil in de wereld maak ik al. Zonder mij was de wereld anders geweest. Twee prachtige, geniale, creatieve mensjes armer. Een bérg bloggeneuzel armer. Menig technisch rapport en marktonderzoek armer. Een hoop kilo’s armer. Een bedrijf armer. En heel, héél veel liefde armer. (oh, en een hoop ongedierte aan wespen, muggen en woelmuizen rijker, maar dat gemis zal niemand betreuren. Toch?)

Loslaten wat je nooit zult hebben,
vrijlaten wat vliegen moet, en
omarmen wat je tegemoet komt.

Als ik eens zouden stoppen
met steeds harder proberen
om gelukkiger te worden
zou ik al een gigantisch stuk
gelukkiger zijn.

Je kunt wel alles wíllen
maar je kúnt niet alles hebben…
En je kunt nu eenmaal niet alles.

Of zoals Leo Tolstoy zei:
“If you want to be happy, be.”

(ja jij daar… deze is ook voor JOU…)

Verdwijntruc

Het even goeiemorgen wensen.
Je impulsieve aanwezigheid.
Het zo lekker dom kletsen.
De verdekte aan- en toespelingen.
Je uitbundig geschreven lach.
De wederzijdse kriebel.

Ineens is het er niet meer.

De kleine steekjes onder water.
En ’t daarna even zo korte opduiken.
Een snel toegeworpen goedenachtkus.
De soms ineens intensieve gesprekken.
Bedacht ondoordachte aandacht.
Dat rustgevende achtergrondgevoel.

Opgeslokt en zomaar verdwenen.

Een goed ingestudeerde truc?
Jij het konijn en ik die zwarte hoed.
Maar bij de doorsnee goochelaar
Komt het konijn
uiteindelijk toch
weer tevoorschijn?

Ik vraag ’t mezelf
Wát mis ik nou eigenlijk?
Ik weet ’t zelf niet meer.

Ik mis je.

Voor Aimpje…

ineens zo’n klap in je gezicht
hard. oneerlijk. zo gemeen.
‘kuthoofd’ noemde jij het.
maar ja, je hebt er maar één…

het hakt er zo in, ook hier,
de tranen in mijn ogen.
oneerlijk is het, tot en met
dít moest echt niet mogen…

het relativeert alles echt enorm.
‘ziek’ als in ‘beetje keelpijn’
is zo onbeduidend als je ineens
bedreigd wordt in je hele zijn…

maar dit, dit MOET goedkomen.
er ís gewoon geen andere keus.
de wereld kan niet zonder jou.
dan word ik pas echt rancuneus…

nu even heel hard lamgeslagen
wéér zo’n battle of hell to fight.
maar vechten zul je zeker
en JIJ wint. jij wint… geheid!!  😉

het komt goed, dat moetmoetmoet.
richt al jouw snoeiharde munitie
doelgericht, zoals jij doet.
en JIJ wint. dát is pas traditie…

DIKKE KUS lieve Aimée.
In gedachten vecht ik met je mee…

♥♥♥♥♥♥♥♥♥♥♥♥
(#LOVEHEALS)

_________________________________________

Jij koos vandaag voor
Glitter in the Air van Pink.
Ik zing het voor jou,
in al mijn amateurschap.
Maar zo ontzettend
met je mee gevoeld…

Examenvrees

Ik zit er nog middenin. Dat examen waar mijn lieve supervriendin Heidy vandaag met een glorieuze, prachtige zes  in geslaagd is, ik heb het nog grotendeels voor me. Ik doe weliswaar momenteel een ietwat bredere vakrichting van deze expertise, maar ik vrees met grote vrezen dat ik nu dan toch vet ga zakken…

Ik kan het niet. Loslaten. Ik kan het gewoon niet. Dat deeltentamen m.b.t. de kinderen lukte tot nog toe het beste. Ik heb zoon al een keer een hele week vrij kunnen laten, een hele week scoutingkamp zonder enig contact. Een hel, maar ik heb ’t doorstaan. En hij vond ’t geslaagd. De kinderen zwermen hier sowieso na de middag uit, met de fiets of de step de hort op. Naar buren een stuk verderop, vriend(inn)en in de buurt. Ik weet vaak niet eens waar ze precies zijn. Nee, dát kan ik inmiddels een beetje, dat kindergedeelte. Ik oefen in ieder geval goed.

Maar dan dat deelexamen dat gaat over die mensen waar je ze zoveel waarde aan hecht. Waar je soms zelfs aan hangt om maar niet in de afgrond te storten. Bungelend boven het ravijn hou je krampachtig die hand vast. Een hand waar je zoveel om gaf, die je lief had. Maar ook een hand waarvan je nu vormelijk vóelt dat die je liever de diepte in ziet gaan omdat je gewoon van een te groot kaliber bent. Een hand waar je je zó graag aan op had willen trekken, waarvan je dacht dat die jou ook koste wat ’t kost wilde redden, dat die de jouwe in zich wilde hebben. Alweer fout gedacht.

En dan… besluit je om uiteindelijk toch maar zelf los te laten. In vredesnaam… Je bereidt je voor op de val, op de enorme rotsmakkerd die je maakt als je daar beneden als een bom inslaat. Hoe diep zou de krater zijn… Je sluit je ogen. Nog één diepe zucht. De grip op die vooralsnog reddende hand nu zelf losser makend. Niet meer trekken. Niet langer nog smekend omhoog kijken. En je voelt dat die hand eigenlijk maar al te graag meegaat in het loslaten. Hoe pijnlijk die sensatie…  Je opent je vingers. Een vlakke hand. Je glijdt weg. Goodbye…..
….

..
.

En dan sta je ineens op een richel. Een uitstekende rand nog geen vijftien centimeter onder je voeten. Een simpele, stabiele, opvangende richel die daar altijd al was. Je had ‘m niet gezien, maar ineens sta je er op. Niks rotklap. Niks krater. Niks goodbye. Versuft blijf je staan. Grijpt een knoestige wortel in de ravijnwand. Zet je voet in een kleine inham. Trekt je op. En klautert omhoog.

De eens zo gewaardeerde hand is al lang weg. Op naar betere, welwillendere, minder trekkende en nog onbelastende oorden. En je beseft plotsklaps dat je die hand eigenlijk nooit nodig hebt gehad… Door een veel stabielere, oh-zo mooie richel die je opving toen het écht belangrijk was.

Ik hoop dat ik ergens daar onder mijn voeten óók zo’n richeltje heb…

Maar ik heb examenvrees…

Uit haar geboren

Veertig (en een half) jaar geleden zette jij (nóg) een hummeltje in de wereld.
Eigenlijk meer een pummeltje: bij de geboorte was ik al formaatje XL.
Een ietwat verkeerd zittende navelstreng zorgde voor enige paniek.
En een ingeslikte punaise een jaar of wat later evenzo.
Alles maakte je met me mee. Ik vrat alles op. Beklom alles. Deed alles.
Had eeuwig en altijd blauwe schenen van ’t onbenullig rondbanjeren.
Maar het maakte je niet uit. Jij zag míj. En zei “goed zo!!!”.

Ik vroeg je ononderbroken de oren van je hoofd.
Ging mee naar kantoor om daar al heel vroeg en uitbundig
de kasten vol te tekenen en je van ’t werk af te houden.
In de pubertijd werd ik vrijgelaten. Vrij om de fouten te maken die ik nodig had,
vrij om grenzen te verkennen, vrij m’n hoofd zo toe te takelen als ik wou.
Zwarte ogen, zwarte kleding, stekels en opgeschoren bakkebaarden.
“Als jij het mooi vindt, vind ik het goed hoor lieverd!”
En een koelbloedig: “Ach, dat gaat vanzelf weer over”. En dat ging het.
Om plaats te maken voor Kim Wilde- en Tina Turner-kapsels.
Maar het maakte je niet uit. Jij zag míj. En vond het goed zo.

Ik fladderde rond tussen de jongens, had te weinig harten in reserve.
Ze braken en ik kwam thuis om ze weer te laten lijmen.
Jij troostte, legde uit en zorgde dat ik weer verder kon.
Ik kon altijd alles bij jou kwijt, kon altijd alles vragen.
Een allerlaatste keer mee op vakantie, en ineens wou ik die Oostenrijker.
Jullie lieten mij naar Australië vliegen en ik vloog daarmee uit.
Op mijn allereerste autorit met rijbewijs op zak zat jij  naast me
en reageerde übercool op ons bij Zwiep bijna-uit-de-bocht-vliegen.
“volgende keer misschien toch íetsje minder hard rijden?”
doodbedaard terwijl ik zelf nog m’n hart uit m’n keel zat te vissen…
Maar jij maakte je niet druk. Jij zag míj. En dacht: “zal wel goedkomen.”

Jij was mijn eeuwige Hotel Mama om weer naar thuis te komen.
De was, het liefdesverdriet en de studiezorgen meezeulend.
Studieverenigingen, cursussen, een eigen plek in Utrecht.
Zoveel ambities en ik kreeg alle mogelijke steun voor elk van hen.
Nog een studie erachteraan, Amsterdam calling.
Ondertussen heen en weer treinend tussen Oostenrijk en Nederland.
Wat zul je je zorgen gemaakt hebben. Wat moet je gedacht hebben…
Maar jij nam ’t zoals ’t kwam. Jij zag míj. En wist dat het zo goed was.

Geëmigreerd. En weg was ze… Niet meer binnen ‘snel bereik’.
Je liet me gaan. Maar jullie steun op ieder vlak hielp me
om daar te gaan waar ik het nodig vond rond te wandelen.
Mijn geweldige, onbetaalbare kraamverzorgster na beide geboortes.
Relatiecrises, werkcrises, persoonscrises, huisbouwcrises.
Jij was er áltijd voor me. En nog steeds. Altijd een luisterend oor.
Telefoon. Af en toe een mailtje. Vaak langskomen op doorreis.
Zorgend. Meelevend. Nooit verstikkend. Altijd steunend.
Begripvol. Liefdevol. Rechtvaardig. Thuisgevend.
Zoals iedereen zich een moeder zou wensen.
Zoals iedereens moeder eigenlijk zou moeten zijn.
En ík weet: met zo’n moeder kán ’t niet anders dan goedkomen 🙂

Ik ben er nooit meer op moederdag. Nooit “live” bij jou.
Te ver weg om ‘gewoon even langs te komen’.
Mijn moeder moet het doen met een kaart en een belletje.
En met een blog. Want nu kan ik dat. Omdat ik van je hou.
Ik heb van vroeg af aan al geroepen:
“als ik zo word zoals mijn mama, dan kan ik tevreden over mezelf zijn.”
Geen idee of ik zo ben zoals jij. Nee, ik ben veel ongeduldiger,
ongeduriger, instabieler. Maar ik blijf ’t proberen…

Mijn mooie, lieve, perfecte mama.
Uit jou geboren. Zonder jou zou ik (ik) niet zijn.
Een hele fijne moederdag lieve mam!!!

Ik hou van jou.

je zult ’t nooit weten.

Het breekt m’n hart te weten dat jij eigenlijk voor mij bestemd was.
Ben jij niet verdrietig dat er nooit een verhaal uit ‘ons’ ontstaan is?
En dat zal er blijkbaar ook nooit meer komen…

Je zult het nooit te weten komen, ik zal het je in ieder geval nooit laten zien.
Dat wat ik voel, wat ik nodig heb. Nee, je zult het nooit weten…

Met elke lach komt mijn realisme, ironisch toch…
Jij zult in ieder geval nooit ontdekken wat mij zo kapot maakte.
Kun je mij dan niet zien, kun je echt niets zien?

Je zult het nooit te weten komen, want ik zal nooit laten zien
wat ik voelde en wat ik juist van jou zo nodig had.
Nee. Nee, je zult het nooit weten…

(vrij naar de songtext van “You will never know” van Imany, een gewéldig mooi lied van een gewéldig mooie vrouw…)

 

gooood nacht

trusten lieverd,
slaap echt lekker.
ach toe, doe je dat?

droom wat moois.
en sweet, dat ook.
spannend en niet al te mat.

mis joe hieps,
love you too.
geloof me, het is waar.

gemis in ’t kwadraat
wenste da’k niet hier was
en jij vooral óók daar.

sweet dreams my dear
en een dikke kus
weet dat ik het meen

de x-en en de hartjes
voor jou (en jou. en jou!!)
zoals jij is er geeneen…

_____________________________

de wond(er)e 2.0 wereld.
vol liefde.
(en leed).

Good
Night

(c) Lou

diminishing returns

ik neem alles terug hoor!
alles wat ik je zei.
alles wat ik uit liefde deed.
alles wat ik in een opwelling schreef.

ik neem alles terug.
zonder jouw weten.
zonder oude vooroordelen.
zonder wéér overnieuw beginnen.

ik neem alles.
alles wat je al gaf.
alles wat je beloofde.
alle hypothetische emoties.

ik neem.
dat wat er wel is.
dat wat je nog kwijt wil.
dat wat je me toch geven kunt.

ik.
faal.
vlak af.
geef maar op.

the return on my efforts is definitely in the diminishing phase...

Grote zus

nog een krap half uurtje ben je jarig.
en m’n grote zus blijf je.
mijn lieve, mooie, prachtige zus.

standaard 10 jaar jonger lijken.
kun jij.
vol enthousiasme nieuwe dingen beginnen.
doe jij.
gewoon steeds weer herstarten.
mag jij.
een gigagrote kanjer.
ben jij.

mijn grote zus.
is goud waard.
nog 25 minuten jarig.
nog lang niet bejaard 😉

‘k-hou van je, zus!!
dikke verjaardagskus!!!

barst

echt.
ik barst.
ik val uit elkaar.
in 100.000 stukjes.
over is het. echt klaar.
wilt u misschien toch nog
een paar 1e gedachtes?
nee? pech gehad.
ik heb m’n hart
opgeruimd.
leeg.
nu eindelijk
kan alles er weer in
wat er ook echt in moet.
dat wat goed voor mij is.
dat wat bij me hoort.
dat wat écht is.
de rest weg.
eruit.
K.O.

au.
krak…
grote barst.
klein verdriet.
grote schoonmaak.
klein zeer.
dag…
jij.

Waarom niet nu?

Schaduw vervult onze steeds legere harten.
Het lijkt wel of alles er uit wegstroomt.
Al dat wat wij ooit waren maar
nooit onder woorden konden brengen.
Kunnen we onze littekens niet
voor héél even over het hoofd zien,
zodat we de komende ochtend
toch nog samen gaan halen?

Denken we ooit nog aan al het goeds,
alle manieren waarop jij me deed leven
alle manieren waarop ik van jou hield.
aan alle dingen die niet zomaar afstierven,
en die de nacht zelfs konden doorstaan.
Waarom doen we dat dan niet nu?
Waarom niet gewoon nog vandaag?
Wat nou als jij me maakte
tot alles wat ik ooit had moeten zijn?
Wat als onze liefde nooit zou sterven?
Wat als dat nu allemaal verloren gaat
achter de woorden die we nooit konden vinden?
Lieverd, voordat het echt te laat is,
waarom dan niet gelijk nu?

Het zonlicht breekt in jouw ogen,
Om toch maar weer een nieuwe dag te beginnen.
Ook een gebroken hart kan nog steeds overleven,
Met slechts een lichte aanraking van waarheid.
De schaduwen door het licht verdreven
Dan zul je me daar vinden, daar aan jouw zijde
Daar waar jij ooit ook weer liefde zult vinden…

(mocht iemand het herkennen: ja, dat is het. op mijn manier. ;-))

Spelletje spelen?

Jij ziet mij als een gewone doorsnee vrouw
zoals er zo vele andere zijn voor jou.
Een simpele vis die net even jouw kant op zwemt.
Die je wat liefde en genegenheid brengt, ongeremd…

Maar ik kan dit spelletje niet meer spelen
Het doet me pijn en ik kan niets ‘échts’ met je delen.
Ik voel de tranen alweer branden in mijn ogen.
want eigenlijk heb je me nooit iets voorgelogen…

Ik keek de liefde vol verwachting in het gezicht
maar de aanraking zélf bleef steeds onverricht.
Het zou hard en onrechtvaardig zelfbedrog zijn
om te hopen. Ik doe wel weer water bij de wijn…

Jij denkt dat je hetzelfde voor mij betekent
Niks bijzonders, geen gevoel, geen harten brekend.
En ik ben te bang, te verlegen om het te laten zien
vind je echt dat ik dit op deze manier verdien?

Voor mij ben jij een speciaal persoon.
Voor jou ben ík slechts heel gewoon.
Ik dacht een naald in die hooiberg te hebben gevonden.
En toch lik ik steeds weer die miniscule steekwonden…

Ik kan dit spelletje echt niet meer spelen.
Ik kan mijn liefde niet meer met jou delen.
Zilte tranen die nu meer dan ooit branden.
Zullen ze simpelweg door warmte verzanden?

Vol met pleisters plak ik mijn ziel
is dit nou mijn lot, mijn achilleshiel?
Want elke keer als ik iets van liefde voel
wordt het steeds opnieuw een grote janboel…

Ik ben klaar met spelletjes spelen.
Kan mijn hart niet in nog meer stukjes delen.
Dan blijft er alleen nog maar een hele hoop gruis
En ga ik zelf ten onder, alle gevoelsgedoe incluis…

Zullen we dan maar een ander spelletje doen?
eentje waarbij ik steeds de winnaar zoen?
Of liever zoiets als mens-erger-je-niet?
Dan verberg ik vanaf nu voor altijd mijn verdriet.

En is het ook niet erg meer ,als jij het wéér niet ziet….
__________________________________________________________
(Geïnspireerd door de lyrics van “You” van  Judith. Maar da’s dan ook alles)
__________________________________________________________

(sorry, slap dit. had ik even heel hard nodig nu. blij dat ik goed tegen m’n verlies kan ^_^)

(OH! NB! MIND THE TAG!!)

schrik

Schrik je van mij?
Schrik ik jou af?
Door wat ik zei?
Ik ben niet laf
Er ís geen wij.
En niets dat ik gaf…

Enkel een woord.
Wat is dat nou.
Ik ben gestoord.
Zoals elke vrouw?
Ik doe een moord.
Ja echt, voor jou…

Maar jij niet voor mij.
En dat is goed
voor ons allebei.
Alles mag, niks moet
Zij ’t zoals ’t zij
’t zit niet in jouw bloed…

Jij doet ’t beter dan ik.
Voel me ergens leeg.
Dat ik nu zelf schrik.
Dat jij juist nu zweeg.
Meewarige blik.
Die ik van jou kreeg…

Het is zoals het is.
En echt niet anders.
Voor mij een gemis.
Geen medestanders.
Nu dan toch gewis
komen die kutwaterlanders…

Goodbye…

…my almost lover…

He said something like
“I might love you”

And she believed him.
He also said
“It could be you I really want”

And she got her hopes up high.
But then he said
He definitely needed to be alone
.

For quite an indefinite time.
And inside…
she died…
because in fact,
he had not lied…

and what have we learned?
-> hypothetical sentences MIGHT be killing…

__________________________________________________

Your fingertips across my skin, the palm trees swaying in the wind – images…
You sang me Spanish lullabies, the sweetest sadness in your eyes – clever trick…
Well, I’d never want to see you unhappy, I thought you’d want the same for me

Goodbye, my almost lover, goodbye, my hopeless dream
I’m trying not to think about you, can’t you just let me be
So long, my luckless romance, my back is turned on you
Should’ve known you’d bring me heartache
Almost lovers always do

We walked along a crowded street, you took my hand and danced with me – Images…
And when you left you kissed my lips, you told me you would never, never forget
These images…
Well, I’d never want to see you unhappy, I thought you’d want the same for me

Goodbye my almost lover, goodbye my hopeless dream
I’m trying not to think about you – can’t you just let me be
So long, my luckless romance, my back is turned on you
Should’ve known you’d bring me heartache,
Almost lovers always do…

I cannot go to the ocean, I cannot drive the streets at night
I cannot wake up in the morning, without you on my mind
So you’re gone and I’m haunted and I’ll bet you are just fine
Did I make it that easy to walk right in and out of my life

Goodbye my almost lover, goodbye my hopeless dream
I’m trying not to think about you -can’t you just let me be
So long my luckless romance, my back is turned on you
Should’ve known you’d bring me heartache
Almost lovers always do…

(A fine frenzy – Almost Lovers)

__________________________________________________

hier en daar is de emotie wel een klein beetje te horen :-S …

vrede mee

het is anders
het is rustiger
het is beter zo

teveel brokken in m’n keel
teveel weggeslikte tranen
teveel moeite met bepaalde woorden

een onuitgesproken iets
een onbevredigend gevoel
een onmogelijke wens

plek voor berusting
plek voor wat echt is
plek voor acceptatie

gegeven. alles aan jou
gegeven is het en dat blijft het
gegeven met liefde…

Het teveel een plek gegeven.

Heb ik.

Hallo allemaal…

Hé jij!!!

ja jij! hervonden, bijzonder mens
toen zo vaak voorbijgelopen
zonder ook maar een enkele wens
nu te veel en te vaak gemist
soulmates zijn zo schaars.
dat ik dat toen niet wist…

bewonderenswaardig hoe alles toch
altijd weer terug valt op zijn plaats.
daar waar het moet wezen,
zo zoals het moet zijn.
is dat nou iets als karma? of jin jang?
ah, what’s in a name, het is fijn…

ik prijs me rijk met iemand
zoals jij in mijn warrig hoofd.
jij, die steeds opnieuw weer
aanvoelt, omgeeft en prikkelt
in plaats van enkel verdooft…

jij, die zelfs op grote afstand
je vleugels om me heen kan slaan
drakenbloed kruipt vooral daar
waar het níet kan gaan…

dank je.
dank je voor jou…

__________________________________________
Ehh, ik heb nog even gewacht met de bijbehorende song maar ik post ’t nu dan toch maar
(m.a.w. was ik even vergeten, maar nu dan toch…)
Hey You!!! Always remember, together we stand, divided we fall…

Hey you, out there in the cold
Getting lonely, getting old
Can you feel me?
Hey you, standing in the aisles
With itchy feet and fading smiles
Can you feel me?
Hey you, dont help them to bury the light
Don’t give in without a fight.

Hey you, out there on your own
Sitting naked by the phone
Would you touch me?
Hey you, with you ear against the wall
Waiting for someone to call out
Would you touch me?
Hey you, would you help me to carry the stone?
Open your heart, I’m coming home.

But it was only fantasy.
The wall was too high,
As you can see.
No matter how he tried,
He could not break free.
And the worms ate into his brain.

Hey you, standing in the road
always doing what you’re told,
Can you help me?
Hey you, out there beyond the wall,
Breaking bottles in the hall,
Can you help me?
Hey you, don’t tell me there’s no hope at all
Together we stand, divided we fall.

Gemis

Weer thuis. Dus.
En da’s ook echt wel goed.
Maar ik heb tijd nodig.
Tijd om weer te aarden.
Veel tijd…

Tijd om mijn tentakels hier weer in de grond te steken en te voelen dat ik hier thuis hoor… Mijn tentakels zijn namelijk een beetje onwillig. Een beetje ‘week’: ik krijg ze de grond niet in. Ik zit nu al te broeden op hoe en wanneer ik terug kan naar Nederland om ze dáár weer lekker in de bodem te proppen. Een sterk gevoel van gemis. Ik mis heftig…

Ik mis mijn lieve pap en mam die zoveel voor me doen en altijd weer een zo fijn “thuis” zijn voor ons
Ik mis mijn zus – mijn grote, lieve, mooie zus…
Ik mis mijn vriendin die inmiddels daadwerkelijk geweldig Schnitzels kan bakken…
Ik mis al mijn groesbeekse tweetlieverds…
Ik mis mijn allerliefste groepstherapiegenoten – therapie op afstand zal echt heel noodzakelijk zijn…
Ik mis een draak, die zijn vleugels altijd om mij heen zal slaan…
Ik mis m’n Tammie, #smka!
Ik mis een elf, een hele rooie mooie…
Ik mis my Miss M. en mijn Grav(e)innetje… ❤ heaps
Ik mis een poes om bij tijden tegenaan te kruipen…
Ik mis die andere Lou. Die allerállerALLERliefste.
Ik mis een vriendin die zondag zomaar uit het leven gerukt werd…
Ik mis my personal Moony, die ene van. Xena is weliswaar mintvrij maar ze voelt nu zo leeg…
Ik mis een lieve verfspetter die mij ‘s-nachts gezelschap hield <3…
Ik mis m’n Li-edjesschrijfster met een 1.
Ik mis m’n eierleggende Char met een Tj- …
Ik mis m’n sprankelende seriet-me-nietje…
Ik mis m’n digidinnetje – ik lief jou ook!!
Ik mis zoveel dierbare mensen die ik in die ene veel te korte week niet eens heb kunnen zien…
Ik mis… jullie.
Ik mis… Nederland.
Maar toch ben ik thuis….

En het enige wat ik niet mis is het gemis zelf…
dat kan ik missen als kiespijn.
But then again…
Missen is iets moois.
Missen betekent dat ik liefheb.
Dat ik geef om.
Dat ik hou van.
En dat blijft.

Gemis.
But.
I’ll be back.

overspoeld

soms heb je dat wel eens.

overspoeld.

door gevoelens.
door alles wat je denkt.
door alles wat je denkt te voelen.

overspoeld.

door zoveel geweldig mooie, lieve mensen.
door een groot gat van gemis.
door alles wat ik wél heb en níet mis.

overspoeld.

door alles wat anderen denken.
door de dingen die jij niet mag voelen.
door dingen die anderen aan lijken te voelen.

overspoeld.

door dat rare onderbuikgevoel.
door pure liefde.
er is niets mooiers.

soms heb je dat wel eens.

meenemen

waarom deed ik dat
waarom doe jij dit
waarom deden wij zo
omdat.
het gewoon paste.
niet vragen.
meenemen.

volgende keer breng ik een rugzakje voor je mee.

anders

jij
bent anders.
dan ik.

dacht.
.

jij
bent beter.
dan ik.

had verwacht.
.

jij
bent alles.
wat ik wil.

zeggen.
.

is
dat jij jij bent.
en ik.

ook.

 

(c) Lou

nog even een ei leggen

moe. afgemat. lodderogen.
kort lontje, hoog-explosief.
eigenlijk naar bed moeten
maar geen zin hebben.
m’n hart is te vol.
(full of shit to choose from…)
m’n hoofd is óvervol.
(feels just like two balloons…)

zou mezelf willen verdoven.
vooral niet geloven
in dingen die niet zijn.
mogelijkheden
die ik denk te zien.
gevoelens
die ik denk te hebben.
verwachtingen van anderen
waar ik niet aan kan voldoen.
waar ik niet aan wíl voldoen.
recht uit het hart.
ach laat me….

hopend op een teken
van herkenning en warmte
hopend op een wederzijds gevoel
dat toch al voortijdig gestorven is.
naar je toe trekken en wegduwen
is een wreed iets, besef je dat?
hopend op datgene
maar weet zelf niet eens wat.

nee…
zelfs met tweeduizend wensen
kom ik er nog steeds niet…