Da Vinchelangelo

Het leven van een moeder gaat niet over rozen. Niet eens over geschilderde rozen. Enkel over donkergrijs asfalt, op het moment dat ze haar boze zoon gaat ophalen bij het busstation.

Boos, ja. Want: lang verhaal.

Zoon (13) heeft morgen een spreekbeurt. Zelf gekozen onderwerp: Leonardo Da Vinci. Daar kwam hij vorige week mee aanzetten: “Mam… ik weet echt niet hoe ik het aan moet pakken. Er is zó veel over die Da Vinci, hoe krijg ik dat in tien minuten gepropt? Ik kán dit gewoon niet.” Tja. Wat doe je dan als moeder? Juist. Je mompelt een keer: “daar kom je lekker vroeg mee, lieffie…” en gaat samen met je kind aan het werk. Info verzamelen, tekst in elkaar flansen, grote posters knutselen met prachtige, op sjiekdefriemel fotopapier geprinte foto’s met titels erbij etc. etc. (en ja, hier op school moet alles nog op grote posters die je dan op het schoolbord plakt; computers met powerpointpresentaties en beamers zijn voor watjes).

Manmanman. Wat een werk. Maar: zoon was happy. En dáár gaat het om.

Vandaag 13:00h
Mobieltje schreeuwt “Plinggg!” Een stinkchagarijnige zoon meldt dat hij vandaag geschiedenisles had. Het ging over Michelangelo. De docent toonde (op de overheadprojector, dat kan/mag qua techniekgehalte nog net daar op school) het schilderij ‘De schepping van Adam‘. Prachtig schildering in de Sixtijnse Kapel. Staat ook in volle glorie op de spreekbeurtposter van zoon, dus meldde hij prompt in de les: “Huh wat? Michelangelo? Niks Michelangelo! Dat is van Da Vinci! Heb ik allemaal uitgezocht voor mijn spreekbeurt morgen!”

Vervolgens lachte de klas hem pontificaal uit. Da Vinci? Niks Da Vinci!
Oeps. Dat hadden wij in al onze spreekbeurtstress dus heel even -eh- ‘over het hoofd gezien’. Zoon kreeg meteen de vraag of hij wel zeker wist of hij zijn spreekbeurt morgen nog wilde houden, want misschien stond er onverhoopt ook nog wel iets over Picasso, Rembrandt of Botticelli in?

En toen was zoon boos. Op mij. Want IK had dat moeten weten. Had ik ook. Wist ik ook. Maar ik had óók stress.

13:05h
Ik scheur over dat donkergrijze asfalt naar het busstation (want de bus naar hier had zoon inmiddels gemist), pik mijn über-chagrijnige jongske op, race naar het huis van ex, alwaar zoon zijn daar gestalde posterpruttel meegrist, rij verder naar huis. Eerst brood in het arme jong gestopt (want honger) en ondertussen – Adam inclusief titel – minutieus van de poster gepeuterd. (Prittstift plakt beter dan ik dacht). Niet mooi, maar goed. Tekst veranderd. Nieuw meesterwerk gezocht. Mona Lisa en Het Laatste Avondmaal hadden we natuurlijk al, dus nu kwam De Doop van Christus er dan nog maar bij. Een interessant schilderij, er stond Da Vinci bij, dus kon niet missen. Uitgeprint, opgeplakt, tekst en spiekkaartjes verbeterd. Opluchting.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Andrea_del_Verrocchio_002.jpg

bron: Wikimedia Commons

Blijkt dat het schilderij door Verrocchio, de leermeester van Leonardo geschilderd is. Leonardo mocht, in het kader van een leerzame schilderles, het engeltje linksonder schilderen. En dat is ook te zien ook: duidelijk fletser en onscherper dan de rest. De prutser.

Toen was ik er klaar mee. “Nou, dan vertel je DAT maar. Hoe hij in één van zijn eerste officiële schilderpogingen een engeltje in het schilderij van zijn leraar mocht kliederen. Klaar.” Lang genoeg tegen die doop aangekeken. Allejezus…

Zoon protesteerde niet, de verstandige jongen. Spreekbeurtzooi weer in de tas gepakt, zoon met tas en al in auto gestopt en terug naar ex gebracht, alwaar hij zijn ‘nieuwe’ spreekbeurt mocht gaan oefenen.

Veel succes morgen, lieverd! Met je Da Vinchelangelo.

Keulen is klote

Keulen is al lang niet meer slechts een naam voor een stad.
Keulen is een zelfstandig begrip geworden.
Keulen. #Zeghet en iedereen weet direct waar je het over hebt.

Maar is dat wel zo? Weten we waar we het over hebben?

Voor de één is ‘Keulen‘ het lang verwachte armageddon dat door de massale toestroom van vluchtelingen met een ander geloof, een andere achtergrond en andere waarden en normen, veroorzaakt wordt. TPO, GeenStijl en co. lusten er, samen met een verlekkerde Geert en een juichende Trump, wel pap van. Het is koren op de rechtse molen.”Zie je wel? We zeiden het toch? Eerst wordt de boel dagenlang in de doofpot gestopt. Vervolgens komt de politie-k met een krom verhaal op de proppen en nu blijkt dat al die Islamobbers zich moedwillig hebben verzameld om ónze vrouwen te bespringen en ónze westerse vrijheden aan hun laars te lappen. Al die daders per direct het land uitzetten en de grenzen dicht voor nieuwe potentiële verkrachters, dat is de enige remedie tegen deze invasie van geweld en misbruik.” [NB: verzonnen, enigszins samenvattende quote]

Voor de ander is ‘Keulen‘ een incident als vele andere. Dit keer helaas politiek erg brisant door de – al dan niet bekende – herkomst van de daders en de aanvankelijk nogal onhandige verdoezeling van de feiten. FrontaalNaakt, Krapuul en co. doen, samen met menig onthutst brabbelende linkse politicus, hun best om het zo op te tekenen. “Zie je wel? Nu het asielzoekers zijn, vliegt iedereen ineens in de hoogste boom. Waren het ‘gewone Duitsers’ geweest, had er geen haan naar gekraaid want dit soort dingen gebeuren overal. Kijk maar naar de aanrandingen van de serveersters op het alternatieve Oktoberfest in Alkmaar. Of naar de gang rapes op Britse en Amerikaanse universiteiten. Om van alle seriële verkrachtingen binnen familie- en vriendenkringen nog maar niet te spreken. #Zeghet werd afgedaan als zielig gejank, want daarbij ging het vooral om ‘eigen volk’ en dan moet je niet zeuren. Maar nu de daders van andere komaf zijn, is het ineens wél een rel vanjewelste en worden alle vluchtelingen over één kam geschoren. Hoe hypocriet wil je het hebben.” [NB: verzonnen, enigszins samenvattende quote]

Dat dit soort dingen daadwerkelijk overal en altijd al gebeuren, kan ik – zij het enkel marginaal – bevestigen: ga voor de grap eens oud en nieuw vieren op het plein bij de Stephansdom in Wenen. Dan mag je blij zijn als je heelhuids, onberoofd, onaangerand en zonder voetzoeker in je nepbontkraagje weer thuis komt, ook zónder de aanwezigheid enige asielzoeker in de wijde omtrek. Dat was twintig jaar geleden al zo en dat is nu nog steeds zo. Ook heb ik menig Oktoberfest in München bezocht, waar ik dergelijke taferelen (massale beroving, geweld, aanranding door niet-asielzoekende daders) mocht aanschouwen. Maar daar gaat het niet om.

Waar het wel om gaat, is dat iedereen dénkt te weten wat er daar in Keulen gebeurd moet zijn en waarom dat gebeurd is. Iedereen – ik generaliseer nu zelf even, ik ben mij daarvan bewust – ziet er datgene in, wat hij/zij wíl zien. Iedereen zoekt precies die mediale berichtgeving die in zijn of haar straatje past. En iedereen heeft per definitie het eigen gelijk. Daarmee krijgt de gigantische wig die tussen ‘iedereen‘ en diens medemens gedreven wordt, nog een flinke klap met een moker na.

Op dit moment probeer ik enkel nog naar mijzelf te kijken en te doorgronden, wat dit alles het met mij en mijn overtuigingen doet. Ik was zoiets wat – niet bepaald liefdevol – als ‘Gutmensch‘ betiteld wordt. Gutmensch is al lang tot een scheldwoord verworden, een passende titel voor de naïeve en goedgelovige multiculti-knuffelaars onder ons. Voor mij dus. Maar ik kon en wilde simpelweg niet geloven dat een geloofsovertuiging dit soort excessen kan veroorzaken. Ik wilde niet geloven dat een groep mannen enkel op basis van een religie op zulk walgelijke wijze op een vrouw neer kan kijken en haar naar believen wenst te misbruiken.

En ik kan en wil dat nog stééds niet. Ook al weiger ik zelf in welke godheid dan ook te geloven (ik ben een ‘kufar‘, een atheïst, een ongelovige), ik ken te veel fijne, goede, vredelievende en respectvolle mensen van alle mogelijke geloofsovertuigingen om dermate te kunnen of te willen generaliseren. Ik wil zo graag blijven geloven dat ook ‘Keulen‘ een uitzondering, een losstaand incident was en dat ons beeld van wat er daar (en ook elders) gebeurd is, nog verre van compleet is. Maar ook ik, ja zélfs ik, word nu langzaamaan banger. Sceptischer. Wantrouwender? En het lullige is: ik ben zelfs bang om dát toe te geven.

Wat als.
Nee, dat kan niet.
Maar wat als…

Angst is een bitch.

Daarom is Keulen klote.

Opgeven mag

Wezenloos staart hij uit het raam. Het ongenadig harde hout van de keukenstoel voelt hij tot diep in de broze botten van zijn zitvlak. Een paar uitgebluste en eindeloos vermoeide ogen kijkt langs de flats naar het donkergrijze water in de verte. Hij steunt met beide handen en kin op het handvat van zijn stok. Glinsterend vocht in zijn ogen. Alles is zinloos. Grauw. Eenzaam. Niets is het nog waard om voor door te gaan. Hij slaat zijn blik neer en perst de weerbarstige tranen uit zijn ooghoeken. Ze vloeien samen onder zijn neus. Een zilte smaak op zijn droge lippen.

Ze was de liefde van zijn leven, zijn hele leven lang. Haar ogen waren altijd de mooiste, de diepste en meest liefdevolle gebleven, zelfs toen ze langzaam maar zeker uitdoofden. Tranen van vreugde moesten de laatste jaren steeds vaker plaats maken voor tranen van pijn. En wanhoop. Toch bleef daar die glans. De glinstering en de fierheid van haar levenswil, die nooit door steeds dieper wordende rimpels en bovenlipgroefjes overschaduwd werd, weerspiegeld in haar lach. In al haar uren van lijden was ze onvermoeibaar moedig gebleven. Sterk. Positief. En de zijne. Maar ze had oneindig geleden. En alleen hij wist hoe zeer…

Ook nu kan hij zich de vibraties van haar zachte, diepe maar steeds zwakker wordende stem weer exact voor de geest te halen. Haar fluisterende, warme ademzuchten in zijn gehoorgang. Haar rozige geur, halsstarrig verankerd in zijn neusharen. 

Een glimpje zon valt op zijn knokige vingers. Maar in zijn beleving is er geen plaats meer voor zon of warmte. Er is enkel nog plek voor donkere wolken. En voor orkaanwinden waar hij onophoudelijk tegenin zal moeten blijven worstelen. Elke dag opnieuw. Elke nacht een eenzame kwelling.

Vierenzestig jaar lang was zij de zin geweest. De verlichting en de vreugde. Zijn basis en zijn bestaansreden. En nu, nu weet hij niet meer hoe dat leven nog te doorleven valt. Het beste deel van zichzelf, het deel dat zij in hem was, is voorgoed verloren gegaan. Zijn leven is het zijne niet meer. Wat een nutteloos recht is het geworden, dat recht om voort te bestaan. Geen liefde zal haar ooit kunnen evenaren. Nee, nieuwe liefde bestáát simpelweg niet.

Hij heeft er lang genoeg over nagedacht. Lang genoeg om te weten, dat hij niets meer blieft van dit hier en nu. De wijkverpleegster zegt hem telkens weer dat hij op moet passen voor een depressie. Dat hij zich op ‘andere dingen’ moet concentreren om niet op elk moment van de dag aan haar te hoeven denken. Wat nou depressie? En welke dingen dan? Hij kán haar niet zomaar uit zijn gedachten wissen, niet ontkennen, niet níet missen, niet één seconde vergeten.

Langzaam staat hij op. Zijn knieën trillen. Licht voorover gebogen en nog zwaarder op de stok leunend, opent hij de deur naar het balkon van de schamele, totale leegte uitwasemende seniorenflat, de houten stoel voetje voor voetje achter zich aan trekkend. Acht hoog is een mooie hoogte, maar het uitzicht op de haven, waar hij tot zijn pensioen vol overgave zijn werk mocht doen, wordt hem sinds een krap jaar door een betonnen kantoorflat ontnomen. Ach, wat zal het. Hij ziet immers aan weerskanten het kille water nog.

Tastend en wiebelend klimt hij op de zitting. Sluit zijn ogen, ziet haar beneden in het plantsoen weer staan. Ze wuift. Zoals altijd. De twijfel over het verkozen einde slaat toe. Is het dan zo verkeerd om dat waardeloos geworden bestaansrecht nu op te geven? Zo verkeerd om haar gedachteloos te willen volgen? Zo verkeerd om zijn gezicht voorgoed van dat felle, ondraaglijk verblindende licht, dat een restleven vol gemis enkel nog is, af te wenden? De dieptes van zijn verdriet schreeuwen hem uit alle macht toe. Toch hoort hij haar zachte stem, dwars door het geraas in zijn hoofd heen. “Volg, mijn lieve lief. Opgeven mag.”

Een voet op de balustrade.
Een weloverwogen stap.
Een recht op leven ingeleverd.






Vandaag precies twee jaar geleden schreef ik deze tekst vanuit een opwelling. Een schrijfimpuls voortkomende uit een song die ik destijds vaak luisterde. U mag raden welke song. En nee, het is niet ‘Love is all’.

Liet vrij

Al mijn ‘toen’. Dat was met jou.
Een verleden zwanger van ’t leven.
Door de jaren roerloos heengegaan.
Kunnen we ’t nu niets meer geven.

Jij wou die verre einden lopen
Ik wilde enkel hoger springen.
Jij wou niet praten, op meer hopen.
Ik wilde zó veel liever zingen…

Jij schoot wortels, meters diep
Ik had ineens vleugels gekregen.
En de stilte die ons zo luid riep
Hebben we samen bruut doodgezwegen.

Mijn hart slaat sneller dan dat van jou.
Nooit meer synchroon en zo vol pijn.
We stralen veel harder zonder elkaar.
Dan heeft het wellicht zo moeten zijn.

Voelde me jonger. Wist niet waarom.
Jij voelde je misplaatst. Bal naast de stip
Zo vielen we tergend langzaam om.
Verloren we meer en meer de grip.

Ik snapte dat jij er niets van snapt.
Ik begreep dat jij het niet bevat.
Waarom was alles dan níets waard?
Er volgde een lawine. ’t Grote gat.

We vergaten enkel te bewegen.
Was ik ervoor, was jij ertegen.
En nu, nu gaan we dus toch
voorgoed gescheiden wegen.

Mijn hart slaat sneller dan dat van jou.
Nooit meer synchroon en zo vol pijn.
We stralen veel harder zonder elkaar.
Dan heeft het wellicht zo moeten zijn.

Rest ons dat ene verstokte ritueel,
waar de één de ander vermijdt
Zien al niet meer, wat ons verbond,
enkel nog al dat, wat ons scheidt.

We moeten ademen en weer groeien
elkaar niet langer meer vermoeien
Daar waar we onszelf opnieuw ontmoeten
Krijgen wegen weer handen en voeten.

Wegen die altijd verbonden blijven
Alleen lopen wij ze nu niet meer samen
Al mijn ‘nu’ ligt ergens anders
We gingen sneller dan we ooit kwamen.

Ik liet je vrij. We blijven verbonden.
Ik liet je vrij. Laat jou weer je leven.
Ik liet mij vrij. Lik ons beider wonden.
Ik liet mij vrij. Kunnen we vergeven…

=================================

geïnspireerd door (en deels vertaald vanuit) de prachtige song van Andreas Bourani – Auf Anderen Wegen

Even scannen a.u.b.

Een grote bobbel. Dat is wat ik merkte, een week of anderhalf geleden. Ik legde mijn handen op mijn buik, op de onderste ribben en voelde een behoorlijke asymmetrie. Links een soort van derde, tepelloze borst, rechts gewoon ‘plat’ (voor zover plat bij mij mogelijk is) en dacht: ‘What the f….???’ en daarna niks meer, alweer vergeten. Ik blondie kan dat.

Maar de bobbel bleef en viel zelfs mijn man ineens op. Gisteren dus een eerste  poging tot betasting door de huisarts ondernomen. Helaas: die bleek op vakantie. Doorgereden naar een mogelijk vervangende arts maar die had geen praktijk op donderdagen. Nou dan niet! Bekijk het maar. Zal wel loslopen.

Vandaag heb ik toch maar een nieuwe poging gedaan: een derde lokale arts. Een internist. Om tien voor half acht was ik er al. De wachtkamer was een paradijs voor mensenkijkers. SMS-ende punkers, dames met hondjes in tassen, een peuter die de boel systematisch afbreekt, überzielige pubers met dramatranen in de ogen en een lachend levensverhalen mompelende man met Down. Een uurtje of anderhalf wachten en hoppaaa, ik ben al aan de beurt.

De huisarts drukt eens op de bobbel. Auw man! Het enige wat hij zegt is: ‘hmm’. En nog een keer. ‘Hmm’. Ik kijk hem bedenkelijk en sterk afwachtend aan.
‘Uw onderste rib is gebroken. Een pathologische breuk.’
Nu kijk ik meer dan bedremmeld. Hoe is dat mogelijk?? Ik heb niets raars gedaan, geen ongeluk gehad, niemand heeft mij mishandeld (voor zover ik me kan herinneren), ik heb mezelf niet eens naar behoren op de borst geslagen de laatste tijd.
‘De meest voorkomende oorzaak bij jonge [oh Danke, Herr Doktor!] mensen als u is een gezwel onder het bot.”
BAM. Uit het lood geslagen. Fijn hoor, zo’n eerlijke edoch tactvolle dokter.
‘U moet nu naar de radiologie in Linz. Dit moet wel gecheckt worden.’
‘Kan dat eventueel ook anderhalve week wachten? Ik heb nu erg weinig tijd…’
‘Nee. U moet nu gaan.’
De dringendheid waarmee hij dat zegt, is voldoende. Met een verwijsbrief en een kloppend hart van de schrik scheur ik naar de radiologische praktijk in de stad.

Weer een wachtkamer. En meer wachten. Een klein kwartier later ben ik al aan de beurt. Een propperige, gezette dame met jampotglazen duwt me met nogal harde hand op het verticale röntgenplateau, derde borst tegen de witte plaat.
‘En nu diep inademen en niet meer uitademen!’ Alweer auw…
‘Omdraaien tot ik stop zeg, dan weer inademen en NIET uitademen!’
Ben ik even blij dat ik tussendoor toch stiekem nog wat uitgeademd heb, anders had ik nu niet eens meer in kunnen ademen voor Tante Pollewop. Duwen, sjorren, nog een keer duwen. Zij zegt ook ‘hmm’ en haalt de opperradioloog erbij. Het zweet breekt me uit. Sta je dan, halfnaakt en klotsend tegen zo’n witte plaat op te rijen. Ik weet leukere hobby’s.

‘Ik kan het niet goed zien, de foto’s moeten later nog beoordeeld worden. Ik moet nu eerst even een echo maken’, aldus de radioloog. Ik ga op het met papier bekleede brancard liggen en oogst daarvoor meteen een klodder koude gel op mijn buik. Met de scankop drukt hij hard op de abnormale plek. Ik kan het woord ‘hmm’ inmiddels niet meer horen en vraag zonder omwegen of hij nu wat ziet of niet, en zo ja, wat.
‘Een breuk, ja. Verder niets. Raar hoor.’
Alsof hij er graag van alles had zien zitten en nu bijna een beetje teleurgesteld is. Jammer zeg, wéér geen drama vandaag… Ik  hoor het hem denken en vraag nog een keer voor alle duidelijkheid of ik me nu echt geen zorgen meer hoef te maken. Hoef ik voorlopig niet. Ja die breuk, dat is raar. Ontzien. Geen al te wilde dingen doen, niet boksen, niet bungeejumpen. Oh jee… dat wordt afkicken de komende weken. De rest lijkt oké, maar ik moet nog wel even de uitslag van de röntgenfoto’s afwachten voor het uiteindelijke ‘O.K.’ Die komen volgende week met de post. Wat een opluchting. Om tien uur ben ik weer thuis en plof met een kop koffie op de loungebank op het terras.

Na een emotioneel rondje scannen nu dan  de rest van de oorspronkelijke plannen…

ja wat nou!

ik weet geen titel. Ik heb al in geen eeuwen meer geschreven. Zo voelt ’t althans. Mijn laatste blog is van 20 juli, bijna drie weken geleden. Het lijkt echt een eeuwigheid. We zijn op vakantie geweest. Een niet onverdeeld overgelukkige en relaxte vakantie, een schriftelijke klacht incluis. Daar blog ik ook nog wel een keer over. Vandaag nog effe niet.

Ik weet niet eens meer hoe het moet, dat bloggen. Ik zit hier en denk: “why the hell zal ik dit hier neerzetten.” Maar het is het gevoel wat er uit moet. Het gevoel dat alles te snel voorbij gaat. Het gevoel dat alles onder mijn neus gebeurt maar ik het niet zie. Het gevoel dat ik niet voldoende leef. Ik rij de berg af naar beneden, op weg naar de Lidl en het enige wat in me opkomt is: “bekrompenheid ten top”. Een durp, een school, een Lidl. Holladijeee.

Ik wil weg… Ik wil léven!!
Want zomaar ineens is het over en zelfs dat merk je dan zelf niet meer. Vandaag vernam ik dat een kennis (vader van vriend) een week geleden zomaar ineens, out of the blue, een zware hartaanval heeft gehad. De tot dan toe relatief fitte, vrolijke, levenslustige man van 63 kiepte om. Hersenschade niet te overzien. Net met pensioen en vanaf nu een kasplantje. Ik heb meerdere keren samen met hem getraind. En zomaar, van het ene op het andere moment, is deze mens onvrijwillig klaar met zijn leven. Want écht leven kan hij niet nu meer. Een toestand tussen coma en heel marginaal bewustzijn, nooit meer trainen, nooit meer reizen, nooit meer zijn kleinkind knuffelen, nooit meer zijn vrouw omarmen, nooit meer uit eten, nooit meer lachen, nooit meer liefhebben, nooit meer niks. Nooit meer. Zelfs de hoop dat hij weer zelf zal kunnen praten of eten is praktisch nihil. Wat is dat nou voor leven…

Na de eerste shock komt voor de achtenzeventigste keer het besef: leef nu… lééf!! Doe wat goed voelt, eet wat goed doet, zorg voor jezelf, geniet van alles wat goed is. Want zomaar ineens is alles voorbij. Dan is het te laat om te genieten. Het kloterige eraan is: hoe doe je dat. Hoe geniet je bewust. Hoe doe je precies dát waar je zin in hebt. Het dagelijkse leven haalt je na verloop van tijd toch weer in. Plichten, verantwoordelijkheden, kinderen, huishouden, moeten. En eigenlijk is dat maar goed ook. Want van de hele dag verplicht genieten wordt een mens ook weer intens moe.

Ik rommel maar wat verder met mijn leven. Als ik nu ineens omkieper, kan ik in ieder geval terug kijken op dik zeshonderd geschreven blogs. Oh nee. Dan kan ik niet meer terug kijken.

Ja wat nou…

Wanna be good

Let me be good to you goedgenoeg
Sit in your easy chair
What you want
I’ll bring it there
Even good can be better
Here’s my love
on a silver platter
Take it all, and
Let me be good…

Een paar zinnetjes van een songtekst van Otis Redding.
Over iets wat mij continu bezig houdt.
Die innerlijke drang om gewoon ‘goed’ te zijn.
Het maakt dat ik heel vaak hoor: “zeg ook eens NEE?”
Dat ik heel goed ben in veel teveel willen.
Dat ik altijd bang ben dat ik dingen verkeerd zeg.
Dat ik dingen eruit flap die ik éigenlijk voor me had moeten houden.
Dat ik iets heel belangrijks vergeet.
Dat iets totaal verkeerd overkomt.
Dat ik niet genoeg aan iemand denk.
Dat ik niet tactvol genoeg ben.
Dat ik niet genoeg steun geef.
Dat ik niet voldoende waardeer, wat ik heb.
Dat ik niet aan bepaalde verwachtingen voldoe.

De onzekerheid groeit met de dag en wordt uiteindelijk een monster.

Goed genoeg zijn, ook al doe ik even helemaal niets.
Goed genoeg zijn, ook al verdien ik een berg kritiek.
Goed genoeg zijn, ook al ben ik tien (twintig?) kilo aangekomen.
Goed genoeg zijn, ook al weet ik niet altijd alles wat ik zou moeten weten.
Goed genoeg zijn, ook al heb ik me compleet lam gezopen.
Goed genoeg zijn, ook al heb ik werkelijk hartstikke ongelijk.
Goed genoeg zijn, ook al kom ik soms niet uit mijn woorden.
Goed genoeg zijn, ook al hoor je soms mijn gierende zenuwen.
Goed genoeg zijn, ook al wil ik mezelf soms compleet verdoven.
Goed genoeg zijn, ook al ben ik af en toe bezitterig en jaloers.
Goed genoeg zijn, ook zónder jou…

Alanis Morissette zong ’t ook al zoiets. Precies zoals ’t voelt.

But once you are good enough for others, you will finally be good enough for yourself as well…

Nou dat hopen we dan maar.

If only I could be good…

.

.

_________________________________________________
PS…
De eerste versie van dit blog schreef ik – volgens de revisielijst – al 227 dagen geleden. Zeventien revisies later had ik het nog steeds niet gepost. Nu, bij nummer 18, dan eindelijk wel. Maar het is dus  wel duidelijk dat dit een diepgaand blog is: dit zit heel diep in mij. En ik baal daar eigenlijk ontzettend van. Sabel me alsjeblieft niet meer omdat ik mijn eigen onzekerheid hier toon. Waarom zet ik het dan überhaupt online… geen idee. Of ja, toch wel. Out in the open = easier to tackle. Zichtbare monsters zijn makkelijker te bestrijden. En misschien biedt het ook wel een stukje herkenning voor anderen…

Warboel. Op naar het volgende blog…

rookoor

In mijn hoofd is het een chaos. Het spookt.rookoor
En als je goed kijkt, zie je ook dat ’t rookt.
Uit m’n oren. En neusgaten.
Waar zijn die twee knullekes gebleven?
Waarom moet zij dat allemaal doorstaan?
Wanneer bak ik morgen nog die twee quiches?
Waarom houdt hij niet zoveel van mij als ik van hem?
Heeft zoon zijn pillen wel genomen?
Wat kan ik eraan doen?
Vandaag weer niet gedaan wat ik wou.
Shit, moet ik die eendenborsten nu nog marineren?
Raar dat je iemand zo lang niet kunt vergeten.
Even een receptje zoeken.
Waarom heb ik zijn verjaardag dan ook vergeten?
Ik verwaarloos mensen die me dierbaar zijn…
Ik heb zo’n gruwelijke zin in een glas wijn.
Waarom slaapt hij wel en ik niet?
Ik simpele ziel. Waarom denk ik in kronkels?
Komt het terug? Genezen maar toch niet?
Ik wil meer dan dit. Veel meer.
Had ik die rekeningen nou op de post gedaan?
Waarom deed hij dat? Waar zijn ze nu?
Waarom ben ik ineens uit de gratie…
Ik moet nog wat lampen inpakken, bijna vergeten.
Toch fijn, die wijn. Verdooft mijn zijn.
Maakt alle grote ellende voor even heel klein.
Led Zeppelin en Muse ook.
Rot rookoor…

Beest

Leed.
Verleden tijd.
Van lijd.
Het lijden voorbij.
Of toch ook niet.
Eeuwig duurt
het leed der tijden
en blijft geleden
leed een lijden…

Ik ben een gezegend mens. Zo zeg je dat toch? Ook als  niet-gelovige. Ik heb lieve, warme, onbetaalbare ouders die om me geven en die er altijd voor me waren in mijn jeugd. Die álles voor me deden en me altijd gaven wat ik nodig had. En dat allemaal ook nog steeds doen, want ik heb ze allebei nog. Ik heb een geweldige zus met wie ik meer dan goed contact heb en van wie ik megaveel houd. Ik heb een lieve man, twee fijne kinderen, een stel vrienden van goud en – voor zover ik weet – geen noemenswaardige vijanden. En ik heb nog zoveel meer. Ik zeg toch: gezegend. Mijn wereld was en is nog steeds een goede.

In tegenstelling tot werelden van anderen waarover ik lees, waar ik in mee kijk en als vanzelf in mee ga voelen. Ik zou het niet moeten doen maar ik beeskan niet anders. De ogen sluiten maakt niet dat het er niet meer is. Noodlot en ellende, verwaarlozing en misbruik, intense slechtheid en mishandeling. De één beschrijft en beschildert die ervaringen uitvoerig, de ander vreet ze op, ontkent alles en laat het leed opgeslokt worden door een groot zwart gat, in de hoop zelf niet meegezogen te worden. De één is in staat om dingen te laten rusten en zelf rust te vinden, de ander begaat uiteindelijk een wanhopige moord en blijft eeuwig malen over het ‘waarom ik’. De één wordt het absolute tegendeel van de kweller, de ander herhaalt zelf onbewust het ervarene. En waar stopt het dan… Stopt het überhaupt ooit?

Het is verbazingwekkend hoe krachtig, hoe respectvol en mooi sommige mensen kunnen worden ondanks alles wat hen en hun naasten is aangedaan. Maar ook na alles wat zij zélf hebben gedaan of misdaan. Als buitenstaander is het moeilijk om te onderscheiden tussen wat werkelijk was en wat waarheid is. Ik ga op mijn gevoel af, naïef als ik ben. Ik noem mij bewust niet intuïtief, het is een wíllen geloven in mijn eigen gevoel maar een toch niet compleet daarop durven vertrouwen… Maar juist daarom zeg ik dan ook gelijk maar niks meer. Mijn gevoel is nooit feilloos. Niemands gevoel is dat. Het faalt bij tijden, ondanks al die goede wil. Ik laat mijn gevoel rusten in de fase van empathie en respect, daar waar het ook hoort te blijven, de eeuwige buitenstaander zijnde.

Maar steeds opnieuw ben ik toch weer compleet overdonderd. Volledig in de war van alles wat mensen elkaar aan kunnen doen. Geschokt door die hel waardoor sommige ouders hun kinderen moedwillig laten gaan. Verdrietig door de beschuldigingen die broers en zussen elkaar naar het hoofd gooien. Wanhopig door al het wantrouwen en de ellende,  door alle vooroordelen en veroordelingen.

De mens blijft een raar beest.
Ik blijf mijn heftige pogingen doen
om dan maar tenminste
een goed, betrouwbaar beest te zijn….

En alles blijft anders.

Kom mee…

Vertrouwen

Wat is nou helemaal ‘vertrouwen‘…

Het ervan op aan kunnen dat iemand jouw duistere geheimen niet doorvertelt? trust2
Het geloof dat een ander écht eerlijk en aardig tegen(over) je is?
Het weten dat je partner zijn genegenheden voor de volle 100% enkel en alleen aan jou geeft?
Het gevoel van veiligheid en geborgenheid?
De wetenschap dat iemand achter je zal blijven staan om je op te vangen als je valt?
De zekerheid dat iets uiteindelijk goed zal gaan of weer goed zal komen?
Het geloof dat iemand dat zal doen wat jij van diegene verwacht?
De hoop dat de vertrouwde persoon geen dingen zal doen die in jouw nadeel werken?

Vertel…
Wat is nou dat vertrouwen?
Wat is eerlijkheid?
Trouw. Loyaliteit. Oprechtheid.
Moeizaam en liefdevol opgebouwd oervertrouwen.
Steeds opnieuw een stukje ervan afgebroken.
Steeds opnieuw een stukje meer beschadigd.

Volgens de sociologie is vertrouwen een essentieel concept in een goed functionerende samenleving. Het vertrouwen in de medemens. Het gevoel dat niet iedereen per definitie slecht is. En daarmee ligt ook gelijk één van mijn grootste manco’s op tafel: mijn gebrek aan vertrouwen. Mijn wantrouwen. Ik geloof niet in de goedheid van de mens an sich. Ik ben ervan overtuigd dat iedere mens in eerste linie handelt vanuit een absoluut egoïstisch standpunt. Noem het overlevingsdrang, noem het eigenbelang. Ik ben – al zeg ik het zelf – goed in het bewaren van geheimen. Ik praat niet snel mijn mond voorbij, klep zelden dingen door. Heel nobel? Neuh… In principe doe ik dat omdat IK daar beter van word: degene die mij dat geheim toevertrouwd heeft, is op mij gesteld, heeft duidelijk wél vertrouwen in mij, ja houdt zelfs soms van mij. En die liefde, dat vertrouwen en die toewijding wil ik niet verliezen of beschamen dus bewaar ik dat geheim. Ik vertrouw zelf maar bar weinig mensen. Ik ben een scepticus. Zelfs een cynicus. Eerst zien, dan geloven.

Volgens mij is het enige werkelijk belangrijke vertrouwen in het leven het zelfvertrouwen. Het vertrouwen in jezelf. Het is het enige vertrouwen waar je altijd van op aan kunt omdat je het zelf in de hand hebt en ook datgene waar je mee verder moet. Laat ik daar nou óók een gebrek aan hebben. En aangelegenheden als slippertjes of buitenpartnerschappelijke relaties zijn nu eenmaal die dingen die met uitstek dat zelfvertrouwen zwaar beschadigen…

Laatst beet mijn man me nogal bits toe dat niet de hele mensheid zo slecht is als ik altijd maar denk. Touché… Maar ondertussen worden mijn naasten, degenen die ik nou juist wél vertrouw en die ik lief heb, wreder dan wreed bedrogen, houden partners van vriendinnen er al maanden (jaren?) geliefden op na, wordt de één na de andere priester of kinderarts wegens pedofilie en seksueel misbruik veroordeeld, graait die hoogstaande politicus nog een paar miljoen mee de afgrond in, is het volgende voedselschandaal uit economisch bejag alweer een feit en is er weer een twaalfjarige ‘vrouw’ verkocht voor een huwelijk met een 68-jarige man. Waar blijft dan nog dat vertrouwen…

Schijnbaar moet ik opnieuw leren te vertrouwen. Op anderen, in anderen, in mezelf. Tjezus wat is dat moeilijk… Altijd handelend met loyaliteit en integriteit, zonder verborgen agenda’s. Open in de communicatie met iedereen, niet slechts met enkelen. Beloftes nakomen. Aan verplichtingen voldoen en me richten op de belangen van anderen als ook op die van mijzelf. Wel, ik doe nog steeds mijn stinkende best. Jij ook??
.

De mens is een raar beest.
En ik ben er daar eentje van…trust

 

Zijlijn

Soms zouden mensen me zo graag door elkaar willen schudden. zijlijn
Me er bij de oren bij willen sleuren.
Soms tegen me willen schreeuwen.
Kijk eens wie er allemaal voor je zijn!!
Maar diegenen weten zelf ook dat dat zo niet werkt.
Ze hebben vaak genoeg tegen zichzelf geschreeuwd…

Dit is een strijd die zelf gestreden moet worden.
In de diepten van zo’n hart is het plan al klaar.
Nu de uitvoering nog, het moeilijkste van alles.
Maar ze staan aan de zijlijn om aan te moedigen.
Om op te peppen, te verzorgen en te helpen.
En ja, ik weet dat ook jíj daar niet alleen staat…

Dat weet ik heel goed.

❤ ❤ ❤

.

.

(NB: oorspronkelijk geschreven door Hella (april71 – hier op wp), ik heb de tekst enkel een beetje omgedraaid… dat jullie dat even weten).

Zelluf doen

Dat liedje van Rita Hovink galmt de hele dag al door m’n hoofd.
Je weet wel, dat van:
Laat me alleen, alleen met al m’n verdrietzellufdoen
’t Is beter dat ik nu geen mensen zie
Niemand, niemand, niemand die me troosten kan
Ik verloor m’n toekomst en m’n doel
Laat me alleen, alleen met al m’n verdriet
Een glimlach, dat wordt pure parodie
Iemand, iemand, iemand die gelukkig was
En verloor, begrijpt wat ik nu voel
bladiebla-huiljammer-lalala enzovoort.

Nou, zó erg is ’t dus niet 😛

Maar die eerste twee zinnen treffen ’t wel aardig. Laat me nou maar effe alleen. Láát me gewoon maar even. Ik heb geen toekomst of andere essentiële dingen verloren (absoluut niet) en m’n doel al ook niet. Ik had eigenlijk nog nooit echt een doel dus dan kan ik dat ook niet verliezen, toch? Ik weet ook heel, héél goed dat ik heel, héél veel lieve mensen om me heen heb die me allemaal willen helpen én troosten én knuffelen. En dat is ook superlief maar dat kan gewoon niet: a) omdat het niet eens zo zeer MIJN verdriet is waar ik mee zit, b) omdat het praktisch gewoon niet kán (ik moet er zelf mee dealen en de afstand is simpelweg te groot om te knuffelen, jullie wonen allemaal te ver weg!) en c) omdat men met dit soort dingen gewoon niet kán helpen.

Even een impressie van al die dingen:  Specifieke zorgen om de kinderen, groot verdriet van mijn allerliefste naasten, gemis, werkproblemen (peanuts though), mobbing-issues/gewelddadigheid op school waar ik me als klassenoudervertegenwoordigster én als moeder helaas intensief bezig moet houden, faalgevoelens, pijn (letterlijk), ontglippingssensaties (whoeiii), algehele stress en bij tijden alles verpletterende teneergeslagenheid en moeheid.

Dat laatste heeft voor het overgrote deel te maken met de winter, neem ik gemakshalve aan. Ik ben gek op sneeuw en winterse kou maar ik heb nu toch duidelijk last van winterdepressieve gevoelens. Ik slik wel vitamines (D en B enzo) en af en toe wat Sint-Janskruid maar echt helpen doet dat niet. Doorgaan dus maar. Ik heb een waslijst van (relatief grote dingen) die ik allemaal ‘moet’ en van dat vele moeten word ik ook weer moe. Heb ik ook al eens over geschreven geloof ik. Wat me momenteel heel erg bezig houdt is dat schoolgedoe. Tienjarige kinderen die door klasgenootjes in elkaar getrapt worden op ’t schoolplein, kopstoten, volledige respectloosheid naar elkaar én naar de leerkracht (“hé ouwe, waar bemoei je je mee”…), mobbing, scheldpartijen, notoir uitsluiten. Discussies voeren met ouders die de noodzaak van noodzakelijk optreden niet inzien of zelfs botweg niet geloven dat hun kind ‘dat’ doet (wat toch echt het geval is). Gesprekken met de leerkracht. Moeilijke gesprekken. En dit is dan nog maar de basisschool… Op de ‘middelbare’ school (hier is dat vanaf volgend jaar, na 4 jaar basisschool dus) gaat het er tien keer erger aan toe, heb ik al uitgebreid te horen gekregen. Fijn, ik verheug me er op :’-( Vanavond dus weer een hele avond vol e-mails en telefoontjes waar een mens nou niet bepaald vrolijker van wordt.

Dan zoon die vandaag weliswaar een geweldig cijfer voor Aardrijkskunde/Geschiedenis (hier een gecombineerd schoolvak, hij had een “1”, dat staat hier gelijk aan het cijfer 9 of 10) naar huis bracht (mensch, was ik me een potje trots! Háh!!! Heeft al ons moeizaam, langdurig en intensief samen leren daadwerkelijk vruchten afgeworpen – dit was zooooo goed en zoooo nodig voor hem!!) maar volgende week opnieuw de diagnoseprocedure in gaat voor zijn ADHD/dyslectie/dysgrammatisme/geheugenstoornis/hypermobiliteit etc. etc. omdat hij anders volgend schooljaar toch in een ‘normale’ klas zou kunnen komen en dat gaat ‘m helaas niet worden… Hij is er nu al bang voor 😦 (niet voor de diagnose maar voor een mogelijk falen op de navolgende school).

M’n liefste zus die momenteel zo verdrietig is en samen met m’n nichtjes opnieuw een flinke portie levensherinrichting moet behappen. Ik doe m’n stinkende best om haar op te vrolijken en gelukkig lukt dat bij tijden ook aardig (heb haar net even aan ’t lachen kunnen maken – ghehhh!! :-P) maar toch is het schrijnend, moeilijk, verdrietig en zit ik hier op zo’n Oostenrijkse hobbel zonder dat ik echt wat kan doen of zelfs maar gewoon een knuffel geven. Haar verdriet is simpelweg ook mijn verdriet… Love you, sweet sis!!!

Het gevoel dat ik ook bepaalde mensen ‘verloren’ heb of dat ze in ieder geval langzaam maar zeker uit mijn leven verdwijnen, om wat voor reden dan ook. Ik hou er niet van om geliefde mensen ineens weg te zien lopen, om genegenheid te zien verwateren, om de indruk te krijgen dat je éigenlijk niet langer meer nodig bent. Maar ook dat is in principe een heel normaal proces. Mensen komen zomaar in je leven en stappen er even plotseling weer uit. Net twitterfollowers of facebookvrienden. Ineens, zonder dat je de echte reden kent, zijn ze verdwenen. Floep. Dag vriend(in), zwaai zwaai, het ga je goed… Het mag dan normaal zijn, ik word er toch een beetje neerslachtig van. Ik weet dat ik ’t niet moet doen maar ik ga me dan dus afvragen wat ik fout gedaan of gezegd heb. Niet doen…

En dan die rotpijn die maar niet weggaat. Soms wat minder wordt maar nooit voor lang. Rug. Nek. Hoofd. Knie. Ik ken de oorzaak wel hoor, niks engs of chronisch aan, maar het maakt dat ik me een oud wief voel. Ik sport des te meer, in de hoop ooit weer ‘fit’ te worden (het ‘slank’ heb ik inmiddels bíjna alweer opgegeven, ik moet na 41 jaar vaststellen dat ik niet voor slank in de wieg gelegd ben maar ik was ’t zó graag geweest hè. In mijn hoofd ben ik een slank mens maar mijn lichaam werkt niet mee.  Maar dan moet je ook niet een hele doos kersenbonbons in een moment van verstandsverbijstering naar binnen werken. Nou ja. Dan maar fit & fat ofzo…). En dan zijn er nog een aantal dingen die ik hier niet kan en niet wil noemen of vertellen. Te privé, dus gewoon niet.

Pijn. Verdriet. Zorgen.
Verliezen. Stress. Faalangst.
Afvalsores. Verlatingsangst.
Nog meer verdriet. Frustratie.
Dat.
Dus.
Niks onoverkomelijks.
Er zijn ergere dingen in de wereld.
Véél ergere dingen.
Zelfs in mijn directe omgeving.
Dus.

Laat mij daarom maar fijn sudderen. Ik zal dan ook gewoon doorgaan met repareren, werken, vrolijk worden, liefhebben, ontzorgen, ontstressen, minder vreten en meer sporten.  Beloofd.  En OOIT (wat een stom woord) komt alles GOED (wat een mooi woord).
Goed?

Maar laat me nu maar even.
Ik moet het toch zelluf doen.

Life is a beautiful balance of holding on and letting go.

Ik ook van jullie.

XXX

.

(tjeejjzus, nu ik ‘m gepubliceerd heb, zie ik pas wat voor rotlap tekst dit is. Nou ja. Sorry daarvoor.)

Op

Dat is ‘t.
De koek is op.

De sociale communicatiekoek zeg maar. Ik heb er momenteel de energie niet voor. Het is misschien lullig maar het is wel zo. Ik vermoed dat een winterdepressie-achtig iets er mede schuldig aan is. Ik ben moe, uitgeblust, gedemotiveerd, nog moeier, heb een hoop pijn (rug, nek, hoofd), weinig energie en nergens zin in. Een griepje onder de leden, dat zou ook nog kunnen. Alles doet zeer. Hoofdpijn, de tranen redelijk hoog. Dat dus.

En dan heb ik dus geen zin meer in communiceren. Het hoogstnodige wel (en dat ‘hoogstnodige’ neemt dan vooral de vorm van m’n lieve zus en mijn pap&mam aan) maar verder ben ik enkel redelijk stilletjes op de achtergrond aanwezig. Een plek die me op dit moment eigenlijk wel heel goed bevalt. Klep dicht en koekeloeren. Is nieuw voor mij. Maar ’t bevalt. Ik ben er wel, ik lees wel wat maar ben niet echt merkbaar. Een dag als gisteren geeft me dan wel weer een kleine boost, dat wel. Dan merk je weer wat écht belangrijk is. Maar vandaag was het weer redelijk slopend hoewel het toch ook wel gezellig was bij onze vrienden. Maar het moeten praten, het gezellig moeten zijn, het geïnteresseerd moeten blijven, dat was vandaag ergens moeilijk op te brengen. Ik was vanmiddag werkelijk het liefst weer in mijn bed gekropen, opgerold, dekens over de neus, slapen. Was zelfs vergeten om mijn mobiel mee te nemen en dat wil wat zeggen. Ik heb ’t ding ook niet echt gemist. Dat zegt misschien wel nóg meer.

Ik schrijf daarentegen nog wel graag (vandaar ook dit blog weer). Dat is namelijk toch hoofdzakelijk een éénzijdig iets. Ik ratel er op los en men leest ’t als het hen past. Of niet. Ook goed. Reacties zijn altijd fijn (heel fijn zelfs), maar ik voel me niet standaard verplicht om daar dan weer op te reageren. Soms doe ik dat, soms ook niet (vergeef mij). Daarom is een blog ook zo’n lekker iets. Ik pleur erin waar ik over pieker, wat ik denk, wat er aan onzin in mijn hoofd rondspookt en wat me bezig houdt. Dat kan door anderen als saai of irritant ervaren worden, ook dat vind ik best. ‘t-Is mijn blog. En mijn hoofd…

Een hoofd dat raar werkt, ik weet er alles van. Een maalhoofd. Een piekerhoofd. Een zwaar hoofd. Een intern meervoudig hoofd… Een liefst verdoofd hoofd. Ik verzuchtte het al eerder: ik wou dat ik een knop had waarmee ik in m’n bovenkamer de boel gewoon uit kon doen. Als een lampje. Klik. Uit.  Niks meer denken, geen gepieker, geen vergeten dingen, geen moeten, geen pijn. Gewoon UIT. Maar zo’n knop heb ik niet en daarom ben ik dus niet ‘uit’ maar ‘op’. Van m’n eigen gedachten en gemaal. Ik kan bij wijze van spreken nog nadenken over waarom ik nu toch ineens weer een blog typ. Had ik er dan zo’n  zin in? Moest ik nou echt iets kwijt? Waarom typ ik? Waarom typ ik nu precies DIT?? Wat is überhaupt de zin van bloggen? Het is eigenlijk een redelijk onzinnige bezigheid. Je schrijft je hoofdinhoud op en laat anderen nog meegenieten ook. Maar eigenlijk kan ik het allemaal net zo goed weer met een pen in een boekje schrijven, zoals ik dat vroeger deed. M’n gedachtenboekjes van toen (hier een voorbeeld van mijn 1.0-schrijfsels…) waren (en zijn) goud waard. Voor mij dan. Alleen voor mij…

Als ik dan zo zit te typen zie ik dat m’n man wél een UITknop heeft. Die gooit de TV aan (‘click’), klikt naar kanaal 18 (Arte, steevast garant voor oersaaie documentaires) (‘click-click’), propt een kussen onder z’n hoofd en slaapt. Uit. Klaar. En ronken maar. De TV loopt naar mijn mening werkelijk voor niks te blaten, maar als ik ‘m uit doe, is man meteen weer wakker dus ergens heeft het ding toch overduidelijk een slaapverwekkende werking. Blijft die TV aan, blijft hij uit.

Wáárom kan ik dat nou niet… *jaloers naar ronkende man kijkt*

Ik pak zuchtend het laatste glas weekendwijn (het ís nog weekend hè) en typ er maar weer op los.
Wat anders kan ik blijkbaar niet.

I’ll be back. Da’s een ding wat zeker is…

Een kerstgedachte

Inmiddels is ook die tweede kerstdag alweer bijna voorbij. Het grote gebeuren is achter de rug en ik mijmer wat over wat nou echt belangrijk is met de kerst. Wat is kerst überhaupt… Rare naam ook. Kerst. Kerrrsst. Kers, kerser, kerst. Zoiets…

Kerst komt natuurlijk van Christus en het woord Kerstmis werd oorspronkelijk alleen maar gebruikt als betiteling voor de mis die ter ere van de geboorte van Christus werd opgedragen: de kerst-mis dus. In de Middeleeuwen waren dat op de avond van de geboorte dus speciale nachtmissen. In het oud-Engels sprak men over Christes maesse, oftewel de mis van Christus, Christmas…

Ik persoonlijk vier niet de geboorte van Christus. Het zal me volledig om ’t even wezen of die man ooit geboren is of niet. Voor mij is dat betekenisloos. Wat mij betreft kunnen we kerstmis dus ook gewoon herbenoemen in bijvoorbeeld het Lichtfeest o.i.d. (in navolging van het Suikerfeest, gheheh). Want dát vier ik, als heidense heks: het midwinterfeest. Ik vier dat de dagen weer langer worden, er weer meer licht en warmte komt. kerstgedachte1Voor mij is ‘kerst’ iets wat ik vier met mijn liefsten, de mensen die me dierbaar zijn. Het feit dát ik dierbaren heb. De warmte van de liefde en het licht. Mijn gezin, mijn ouders, schoonmama, zus/schoonzussen met familie, lieve vrienden, gewoon alle mensen die ik lief heb en waarvan ik weet dat ze mij lief hebben. Dat is wat ik vier want zo vanzelfsprekend is dat niet, helaas. Teveel eenzame mensen, teveel ellende en verdriet…

Maar terug naar de materie. De kerstgedachte. En al die kadobergen die daar mee gepaard moeten gaan. Ik kan er niet aan wennen… Op kerstavond (de 24e dus) hadden we de eerste ronde. De thuiswedstrijd. Op zich een uiterst aangename, relaxte dag, gewandeld in de zompige resten van gesmolten sneeuw, lol met de buren, heerlijk gegourmet met de kinderen en, natuurlijk, pakjes onder de boom met échte kerstboomkaarsjes (en een brandblusser in de aanslag). De kinderen waren tevreden met hun kadootjes (hoewel dochter gelijk even voor de zekerheid vroeg: “maar morgen komt de rest hè??” – pffff… welke rest?), speelden er gelijk op los, gingen vergenoegd naar bed en wij keken nog een film onder het genot van een wijntje en veel kaarslicht. Op naar 1e kerstdag.

Vroeg ontbijten want het middageten bij schoonma is nooit ‘licht’ en altijd tussen twaalf en één. Nog even de laatste spullen in de auto proppen en op naar ’t noorden, alwaar de Schnitzels al in de olie lagen te  pruttelen, de frkerstgedachte4iteuses voor de frieten al op standby stonden en de bonensalade al voorgeproefd was. Tegen de middag was iedereen present en werd er – hoe opzienbarend – gegeten. Vrijwel vlekkeloos aansluitend kwam de koffie met notentaart en kerstkoekjes, waarna ook meteen de champagne (met nog meer kerstkoekjes) opgediend werd. Nu barst ik zonder eten al redelijk uit mijn voegen maar na deze gang stond ik echt op knappen. Afslaan is geen optie.kerstgedachte3

Een korte wandeling met als doel: de kerk. Verplicht nummer want daar is een kerststalletje dat aanbeden moet worden. Ik ben maar bij de deur blijven staan en bij de eerste gelegenheid weer naar buiten geslopen, in de frisse lucht wachtende tot het kerkbezoek klaar was. Ik heb simpelweg een grondige hekel aan kerken. Thuisgekomen werden op slinkse wijze snel de bérgen kado’s onder de met wederom echte kaarsjes uitgedoste boom gedeponeerd en moest er weer gegeten worden: dit keer braadworstjes met brood en zuurkool. Ik heb de braadworsten afgeslagen, ik kon echt niet meer (en ik hou niet van varkensvlees).

Daarna bleek het kerstkindje daadwerkelijk nog een keer langs gevlogen te zijn: de kerstboomkaarsjes brandden en de kadoberg eronder was van het kaliber K9. Ongelooflijk, zó veel. Maar de gretig uitgestrekte kindervingertjes moesten nog even weer ingetrokken worden: eerst klarinetmuziek (was mooi!), bijbellezen (niet mijn ding), blokfluitspel (okerstgedachte2ok mooi!) en gezang (geen evaluatie mogelijk). Helaas zijn zoon en dochter minder begaafd op al die muzikale gebieden (en een drumstel is ook moeilijk onder de arm mee te nemen) dus hun aandeel in het ‘voorspel’ bleef, zoals ook in voorgaande jaren, nihil. Eindelijk kon het gegraai en geruk in de kado-alpen beginnen. In minder dan 15 minuten was alles uitgepakt en opgestapeld, waren de massa’s papier en paklint overal verstrooid en de kinderen vlijtig aan ’t vergelijken wie er het meeste moois gekregen had. En natuurlijk had ik, zoals elk jaar, zelf weer het gevoel lichtelijk gefaald te hebben in de eeuwige wedstrijd ‘beste-en-duurste-kado’s-voor-‘t-kroost-kopen’, hoezeer ik – naar mijn eigen inschatting – ook mijn best gedaan heb.

Het staat me zo tegen… ik weet niet eens waar ik al dat nieuwe speelgoed van de kinderen moet laten. Waarom zoveel… waarom schijnen deze hoeveelheden bij kerst te horen… één leuk kado doet ’t ‘em toch eigenlijk ook? Maar er lijkt geen weg terug. Enkel nog de road to more-bigger-better. Ergens word ik er toch een beetje mismoedig van. Voor mijn gevoel is die geboortedag van dat kindeke één grote commerciële happening. Is Sinterklaas natuurlijk ook hoor, maar die man ging nu eenmaal over dat soort dingen. Dit moet dan een christelijk en bezonnen gebeuren zijn, maar onder het mom van wat gezang en de één of andere bijbeltekst gaat het toch éigenlijk enkel nog om de kado’s. En het vele eten. Dat ook. Hoe hypocriet.

Op dit moment (ja inderdaad, naar aanleiding van die verbijsterende kerstkreten van die roomse man met ’t hoedje) ben ik zelfs druk bezig om mezelf helemaal uit die rooms-katholieke kerk te krijgen want enkel uitschrijven doet de truc niet: je blijft dan nog steeds als lid te boek staan in Rome én je blijft geregistreerd in het doopregister want de doop schept volgens de kerk een onuitwisbare band tussen het kind en de god in kwestie. Maar wat nou als dat kind die band helemaal niet wíl? Dan maar op de priesterse wijze, een ‘gedwongen’ band? Dank je de koekoek… Maar wat een gedoe is dat, dat ‘ontdopen’. Vier tot vijf brieven waarvan één zelfs aan het bisdom (welk bisdom??) of direct naar Rome (“Ongeachte meneer de Paus, bij deze bladiebla…”). Het lijkt wel een sekte, je komt er met goed fatsoen nooit meer uit… Maar met de onbegrijpelijke uitlatingen van zo’n duidelijk idiote paus die denkt te weten (of zelfs te kunnen bepalen) wat de essentie van het menselijke wezen is, wil ik echt niet meer tot deze middeleeuwse club gerekend worden, zelfs niet op papier. Tot voorheen deed ’t me weinig. Nu ben ik het zat. Doorstrepen die boel. Wat voor een kerstgedachte is dat zeg…

Nee, geef mij dan maar de heidense kerstvariant. Veel warmte en licht in de vorm van kaarsjes en licht, veel leven(svreugde) in de vorm van een mooie boom, veel (naasten)liefde om je heen en bewust genieten van de dingen die je gegeven worden of op je pad komen. Eventueel een klein kadootje als blijk van die genegenheid, ook prima. Een krachtige, intense gedachte aan de mensen die het bij lange na niet zo goed hebben als ik, aan mensen die in de ellende zitten, ziek zijn of veel verdriet hebben en even uit alle macht hopen dat het ook hen binnen afzienbare tijd weer beter gaat. Niet dat dat ook maar ene bal helpt, maar er bij stilstaan is wel het minste wat je kunt doen in tijden als deze. Dat hoort er voor mij ook bij. Donaties aan enkele uitgekozen goede doelen in de hoop in het algemeen ook nog ergens wat goeds te kunnen doen. Familie en vrienden opzoeken (ook al is dat voor mij dit keer dan een paar dagen na de kerst). Dát is voor mij kerst. Licht, warmte, liefde, hoop en acceptatie. Midwinter en zonnewende. Het liefst zonder die Mount Everest in kadopapier en zonder al die religieuze hypocrisie. Maar dat zal wel een eeuwig utopische kerstgedachte blijven…

Let there be light.
Love conquers all.

Klik

Klik deed het. Al een hele tijd geleden. Met de één wat eerder dan met de ander. In ons warrig damesgeklets bleek al snel ergens iets met ‘op één lijn zitten’ te bestaan. orchideekoffie
Klik.
Slechts één bijzondere man in ons midden, eentje die voor de consistentie van de therapie van overheersend belang is. Onze eigen zaaldokter.
Klik.
Praktisch dagelijks contact. Pure sympathie. Elkaar maximaal kunnen waarderen. Irritaties met elkaar van tafel kunnen vegen en tot stof kunnen stampen.
Klik.
Pyjamaparty’s houden, hernieuwd puberaal gedrag. Natte lappen door de slaapkamer naar elkaar smijten. Maar ook een liefdevolle kop dampende koffie mét een orchidee op bed geserveerd krijgen.
Klik.
Opkomen voor elkaar, geven om en aan elkaar, lol hebben met elkaar, eenheid voelen bij elkaar, liefde hebben voor elkaar, rijk zijn met elkaar.
Klik.
Dank jullie wel voor jullie.
Jullie zijn de kliks in mijn leven.

X
X
X

Dag hobbel

hobbel

Ben er overheen.
Over die rothobbel. Denk ik.
Geen idee waaruit deze hobbel nou precies bestond.
Maar hij ligt nu ergens achter me.
Plat te worden (nou ik nog…).
Wat kan een mens het zichzelf toch lastig maken, hè.

Had ’t moeilijk.
Met een grootse grootheid.
Die achteraf uit louter kleinigheden bleek te bestaan.
Ik denk nog steeds aan j… ach forget it. Doe ik niet.
Ik zei toch: doe ik NIET!! Gewoon niet.
Misschien ga ik het ooit ook nog geloven.
Jij ook niet aan mij.
Weet ik nu wel zeker.
Waarom ook?

Heb ’t op een rij.
Een ietwat rommelige rij, dat wel.
Wat er nou allemaal werkelijk in die rij op een rij staat?
Weet ik ook nog niet.
Maar het is duidelijk een rij.
En weg ben jij.

Verdorie.
Wat zie ik nou.
Een nieuwe hobbel.

En geen vluchtheuvel te bekennen…

te mat om te glanzen

Een blog waarvan ik niet weet wat ik ermee wil. Ja, een gevoel beschrijven maar toch ook weer niet. Een matheid die zich uitbreidt en die alle moois opslokt. Niet in de depressieve sfeer hoor, helemaal niet. Meer iets van alles hebben wat ik schijn te willen terwijl ik dat wat ik eigenlijk wil, niet kan krijgen. En dan weet ik niet eens precies wat dat, wat ik eigenlijk wil, nou is…

Wat een geleuter. Waarom heb ik het er überhaupt over. Omdat het me mat maakt? Omdat het me zachtjes en met een tedere touch wurgt? Omdat ik er niks mee kan? Alles is goed en niks is slecht. Duizend keer door het oog van de naald met hooguit hier en daar een acupuncturele prik. Een wakkerwordsteek die me nog slaperiger maakt. Een por die me even op doet veren. Meer ook niet.

Het blijft geleuter. Een vriend in persoonlijke wanhoop, een dochter met pijn, een chronisch zieke vriendin, een bekende die zich doodrijdt, alles relativeert. Een heerlijk weekend met de kinderen, een geweldig dansconcert, zeven brandende kaarsen en een glas rode wijn in een warm thuis net zo. Het mijne is goed maar ik heb voortdurend het gevoel dat ik niet genoeg geniet. Dat ik tekort schiet in het bewuste waarderen. Dat ik de gouden randjes van de dagen niet snel genoeg herken. Dat ik te mat ben om te glanzen.

Gisteren zag ik een zangeres optreden. Ze was als ik. Qua lichaamsbouw, qua stem (als ik dat al kan of mag zeggen) maar ook in haar hele doen en gestiek. In hoe en wat ze deed. Maar zíj stond dáár, in haar duidelijk te krappe, dunleren zwarte broek te zingen, te glanzen en te léven. En ik zat in de zaal. Ja natuurlijk, ik genoot. Ik bewonderde haar enorm. Zij die zo mij was. Maar ik wist meteen dat ik nooit die moed zou hebben om daar óók eens te staan. Ik schaam me teveel terwijl ik zou moeten weten dat ik me niet hóef te schamen. Ik ga niet genoeg voor de dingen waar ik zo graag voor zou willen gaan en verdoe m’n tijd met wachten tot een glimp daarvan me toevalt, wat ’t natuurlijk niet doet. De onzekerheid maakt me mat…

Is het genoeg?
Doe ik genoeg?
Kan ik genoeg?
Ben ik genoeg?
Lééf ik wel genoeg?

Glansloos gelul.
Werkelijk waar.
Matglans zou al leuk zijn…

Piekerhoofd

6:20h AM – Ik maak m’n zoon wakker. Bij de eerste aanraking schiet hij omhoog en mompelt: “ik heb over een aandrijving gedroomd. Je zet een magneet hier en eentje daar, dan monteer je een metaalplaatje hier en daar en dan stoot het daar af en trekt hier aan [hij tekent met zijn ogen dicht een denkbeeldige cirkel in de lucht en prikt daar waar alles moet zitten] en dan draait-ie. Dan heb je dus een perpetumobilee.” Goh… Ik ben even beduusd. Ah ja. OK… Met de korrekte uitspraak (laat staan schrijfwijze) van Perpetuum Mobile zal ik ‘m nog maar niet vermoeien. Eerst wakker worden.

11:30h. School uit. Vrijdag. Weekend. Hij dendert de aulatrap af en komt breed grijnzend op me afgestommeld, mij z’n schooltas in de maag splitsend. “Ik heb heel, hééééél rottig Duits-huiswerk!” Fijn. Ik verheug me er nu al op. Eerst maar eens wat eten. Gekookte volkorenrijst met suiker. Hoeveel meer koolhydraten kan een kind nog vragen? Bij hem maakt ’t me niet uit: áls hij maar iets eet want hij is zo mager als zijn uitgumbare balpenvulling. De rijst naar binnen werkend pakt hij zijn rekenhuiswerk. Dat is leuk want dat kan hij zonder hulp en redelijk vlot.

13:30h Langzaam komt de rest van de sores uit z’n schooltas. Duits. Rottaal om te leren. Hij leert het net zo als ik het heb moeten leren: als een buitenlander. Het ‘moedertaalgevoel’ zit er niet in. Totaal afwezig. Ach, laat dat ‘moeder-‘ maar weg eigenlijk…

Een stukje tekst over de oertijd (“ahh interessant!“): De ‘perfect’-vormen (voltooid verleden tijd)  in de zinnen moeten eerst onderstreept worden en vervolgens in de ‘preteritum’-vorm (verleden tijd) in het schrift geschreven worden. Ik denk nog: “ach, laat ik hem nog maar even niet inlichten over de plusquamperfect en de futurII…”

Ik zie zijn schouders langzaam naar beneden zakken. Hij kijkt me vragend aan, met van die droevige oogjes. “Ik snap het niet… ik snap het écht niet…” Ik probeer het hem uit te leggen, zoek á là minute voorbeelden op het internet waarmee ik hem de werkwoordsvormen wat beter uit kan leggen. To no avail. Ik zie de rode vlekjes opdoemen in zijn gezicht en hij kijkt me door een waas aan. “Waarom?? Wáárom kan ik dit niet? Wáárom zíe ik het niet??” En dan komt de huilbui. Ik huil maar weer eens met hem mee. En duw tegelijkertijd zijn Duits-schrift aan de kant. Dat doen we morgen wel. Nieuwe dag, nieuwe kansen. Over twee weken is het grote Duits-grammaticaproefwerk en ik hou mijn hart vast. Opstel schrijven was gisteren en aangezien hij zelf niet al te enthousiast over zijn eigen schrijfsel was, neem ik aan dat ook dat redelijk catastrofaal uit zal vallen.

Nu eerst maar ‘ns drumles en afreageren.

Hopelijk helpt het een beetje om dat oh-zo intelligente maar oh-zo piekerende kinderhoofd van hem te luchten…

Zucht van verlichting

Opluchting.
Ontlading.
Verlichting.

Diep doorademen.

(Te) lang moeten wachten.
Maar zoals ze hier zeggen:
“was lange währt, wird endlich gut”.
En zo is ‘t.

Vandaag gelezen en gehoord.
de mooiste woorden van de wereld:
Het IS goed.
lang geroepen: het komt goed.
Het is goed gekomen.

Nu verder.
Opkrabbelen.
Steunen.
Verwerken.
Accepteren.

Maar vooral:
In het kwadraat genieten van de goede, mooie en fijne dingen in het leven.

Ik ben BLIJ!!
BLIJ BLIJ BLIJ BLIJ BLIJ BLIJ.
Had ik al gezegd dat ik blij ben?
En opgelucht.

Kus voor jou lieve mama!!
Je bent een kanjer!!!

Doc Allmighty….

Laaiend.
Ziedend.
Briesend.
Woest.
Verdrietig.
Machteloos.

Meer dan anderhalve week wachten op levensbepalende uitslagen. Onderzoeksresultaten waar een toekomst van afhangt, waarna je pas weet hoe ’t verder zal gaan, waarmee je in het reine moet komen. Natuurlijk gaan die uitslagen gewoon goed zijn, dat kan sowieso niet anders. Maar waarom, wáárom is de medische wereld zo mensonterend bezig als het gaat om het zich houden aan afspraken… Als je ze sowieso niet na kunt komen, máák ze dan verdorie niet??

Nachtenlang wakker liggen, gevechten met de onzekerheid en de angst. Woelen gaat niet want dat doet teveel pijn. Toeleven naar die dag waar je meer te weten komt, te horen krijgt wat de stand van zaken is. Wachten op die ene afspraak. En dan een twintigtal minuten van te voren te horen krijgen dat de boel gewoon nog niet klaar is. “Sorry, u kunt weer naar huis rijden. Komt u morgen maar terug, hopelijk zijn de resultaten dan wel binnen”.

Daar sla je toch steil van achterover??? Sorry, maar dit kan toch niet… Het besef dat men met “echte” mensen werkt, lijkt steeds verder weg te glijden. ‘Mensen’ die zachtjes en berustend doodsangsten uitstaan. ‘Mensen’ die stilletjes wanhopig huilen omdat ze niet weten of ze weer normaal door mogen ademen of niet. ‘Mensen’ die in verlammende onzekerheid enkel nog wachten op die afspraak waar ze éindelijk meer zullen horen. Het duurt al zó lang…

En dan wordt die afspraak en passant even afgezegd.

Onmenselijk vind ik dat.
Overgeleverd aan de laksheid van de enigen die jou kunnen helpen.
Tijd en geld is blijkbaar allesbepalend, zelfs als het om mensenlevens gaat.
Triester dan triest.
Maar we slikken onze verbolgenheid in, drukken de onzekerheid met een sloot koffie maar weer terug in onze magen, slaan de ogen neer, zuchten een paar keer diep en wachten braaf verder af.
Tuurlijk doen wij dat, meneer de almachtige dokter.
Wat kunnen we anders…

Stik.

Moment later

Een moment later is het allemaal alweer voorbij. Alles is goed gegaan, er zijn geen rare dingen ontdekt, nu langzaam bijkomen op de uitslaapkamer. Ik slaak enkel nog hele diepe zuchten van opluchting. Heb al buiten in de kou rondgebanjerd om wat spanning af te laden. Stiekem toch de hele dag onder stroom. Emotioneel. Zenuwachtig inderdaad. Even die golf van rillingen over je hele lichaam bij ’t verlossende woord:
Alles is OK.

Het is goed gegaan.
Ik zei ’t toch, er was sowieso geen andere optie dus het kon niet anders dan goed gaan.
(Makkelijk praten, achteraf)

Nu eerst maar eens bijkomen.
Letterlijk.

En dan weer doorvechten…

cru(el)

Cru en wreed.
Cruel.
Voor mijn gevoel is het dat.

Een maand geleden ging je voor een standaard mammografisch onderzoek naar de radiologie.
Iedere vrouw van die leeftijd doet dat of zou dat moeten laten doen.
Uit puur verlangen naar zekerheid heb ik ’t zelfs inmiddels ook ondergaan.

Maar je verwacht ’t niet.

Je verwacht niet dat men dan zegt: “mevrouw, er is iets te zien, het is waarschijnlijk niets maar we moeten het wel even nader onderzoeken”.
Je verwacht niet dat men je informeert dat er toch een punctie gedaan moet worden.
Je verwacht niet dat je te horen krijgt: “het spijt ons u te moeten mededelen dat uit het onderzoek gebleken is dat het zich om een kwaadaardig tumor handelt”.
Kanker verwacht je niet.
Kanker wacht wel op jou…

Een maand geleden leek alles nog ‘gewoon’ in orde.
Maar wat is nou helemaal ‘gewoon’…
Een maand geleden ging alles ‘gewoon’ zijn gangetje en dacht je niet na over wat er zich mogelijkerwijs in je lichaam afspeelde.
Je functioneerde ‘gewoon’.
Nu moet je een aanzienlijk deel van dat lichaam ineens missen.
Het wordt eraf gesneden omdat er iets kwaadaardigs in zit wat op den duur de rest van je lichaam ook kapot zou maken.

Je bent zo dapper, zo sterk, zo bewonderenswaardig nuchter.
Maar ik voel de angst in mijn maag.
Mijn angst maar juist ook de jouwe.
Hoe zal het zijn, hoe zal het worden, hoe gaat het verder…
Goed. Alles zal goed gaan. Er is geen andere optie.

Het is wreed.
Van de ene dag op de andere is een deel van je ineens weg.
Zonder dat je werkelijk de tijd had om er afscheid van te nemen.
Zonder pardon.
Het is cru.
Van de ene dag op de andere mis je ineens een paar kilo.
Helaas op de verkeerde plek.
Daar waar je helemáál niet af wilde vallen…
Het is niet anders.
Van de ene dag op de andere moet dit. Dus dan ook maar het liefst zo snel mogelijk.
Alles weg, geen risico’s nemen.
Weg, weg, weg…
Het is goed.
Van deze ochtend tot aan de avond zal het klaar zijn.
Na vandaag komt het herstel, het weer overeind krabbelen na de klap.
Komt tijd, komt verwerking.  Acceptatie.
En weer vooruit kijken.
Dus dat gaan we doen.

Dag borst…

Ik wil niet moeten kiezen…

En dat ga ik dus ook niet doen.
Maar soms is ’t allemaal niet zo makkelijk.
Niet zo zwart-wit…
Niet zo openboek…

Soms zeggen mensen dingen die ze niet zouden moeten zeggen. Vraag me niet waarom maar ik doe ’t zelf ook. Op een ondoordacht moment er iets uit flappen en dan twintig milliseconden later denken: “oh fuckadel, dat had ik nou echt níet moeten zeggen, dat was oeroeroerstom”. Heb ik. Best wel eens. Vaak. *kuch* Ik ben dan ook niet de beroerdste om me te verontschuldigen :-S

Maar zelfs als de dingen eens níet zo ondoordacht zijn, is het o.h.a. beter om eerst na te denken over wat je zegt, waar, tegen wie maar vooral óver wie of wat… Wat levert het je op? Opluchting? Leedvermaak? Stomme lol? Misschien. Kortstondig. Daarna komt  dan het Rotgevoel, de Spijt en het Betere Nadenken. Nou ja, bij de meeste mensen dan…

En soms, soms zit je er tussenin. De ene mens-die-je-lief-vindt, zegt iets oerstoms, nee in jouw ogen zelfs onmogelijk stoms, over een ander-mens-die-je-lief-vindt. En er is niet eens sprake van spijt of een rotgevoel. Ook niet bij nader inzien. Dan doet de andere mens-die-je-lief-vindt er nog een schepje bovenop, want – terecht gekrenkt tot op het bot – is revenge een opluchtende reactie. Dan heb je oorlog. Woordenoorlog. En een hoop kutgevoelens. Negativiteit ten top.

En jij? Zit er tussenin. Je wilt niet moeten kiezen tussen mensen die je lief hebt omdat ze zo’n berg oerstomme dingen tegen en over elkaar zeggen.

Dat.
Dus.

De enige reactie die ik kon bedenken is: terugtrekken. Ik zeg niks. Ik wil niet kiezen. Ik wil niemand afvallen of veroordelen. Ik kan het achterbaks, onmogelijk, misselijkmakend vinden maar ik geloof nog steeds in het goede van de mens. In ieder geval in het goede van de mensen die ik lief heb. Aan welke verhipte rotkant ze ook staan en welke oerstomme rotfouten ze ook maken. Dus trek ik mij terug. En wacht… wacht tot de storm is gaan liggen. Is dat laf? Misschien…
Ik noem ’t liever machteloosheid…

Wegkijken uit machteloosheid omdat ik de oorlog niet kan stoppen.

*handen hard op de ogen en over de oren drukt…*
*buikpijn heeft…*

De verwarring voorbij

Duidelijker is
het nu geworden.
Inzicht gewonnen.
een kop zonder borden.

De Verwarring was toch
té groot gegroeid.
Ziek, zwak en mat.
En dodelijk vermoeid.

De nevel trekt op
steeds heel iets meer
Dat wat écht telt.
Begeer. Geef. En leer…

Het beeld komt terug.
Weer meer zij aan zij
Zo langzaamaan trekt
de Verwarring voorbij…

(c) Lou

gewist

heb jij me echt gewist
uit jouw geheugen

heb je me nooit gemist
sinds ik verdween

heb je niet gedacht
“waar is ze nou gebleven…”

had je niet verwacht
dat ik dit echt kon

ik kán het ook niet
ik doe maar alsof

niet dat jij dat nou ziet
gewoon. gewist.

………………………………….

(PS: even achteraf vermeld: dit is ’n verkeerd-om-gedicht. Je zou ‘m theoretisch ook van onder naar boven kunnen lezen…)

De hartstocht in mij

Op dagen als deze merk ik het…
Het is sterk.
Sterker dan ik vermoedde.
Bijna een smachten.
Het klinkt licht pathetisch
is het ook.
De zin in.
De begeerte.
De hartstocht.
Ik heb het in me.
Fijn om te voelen.
Maar soms
Heel soms
Maar steeds vaker.
Wil het er uit.

Dat is nu…

*slachtoffer zoekt*

An Tagen wie diesen
Wünscht man sich Unendlichkeit.

Mijmering

Ik sla mijn ogen neer. Een lichte zucht en ik mijmer over wat had gekund. Wat had kunnen zijn. Licht melancholisch, zoals zo vaak de laatste tijd. Waarom lopen de dingen zo opvallend vaak precies zo, zoals ik het nou net níet wilde? Waarom kan ik mensen niet aan mij doen denken…

Ik denk zo vaak aan sommigen. En aan anderen. En aan jou in het bijzonder. Waarom is dat omgekeerd niet automatisch ook zo? Zou toch alleen maar eerlijk geweest zijn. Ik aan jou, jij aan mij. Eerlijk oversteken. Ik ben duidelijk niet telepatisch begaafd. De katten doen niet eens wat ik wil, laat staan een andere persoon…

Ik weet niet eens waarom ik dat zou willen. Wat heb je eraan… Maar je wenst soms wat.
Be careful what you wish for, zeggen ze toch? Nou goed dan, dan ben ik voorzichtig. Ik wens niet meer. Ik hoop ook niet langer. Niks verwachten, dan is alles wat er wél komt mooi meegenomen. Aber die Hoffnung stirbt zuletzt. Ook dat zeggen ze…

Een dikke, woelige bal in mijn maag. Een bal die bestaat uit allemaal kluwes van verwarring. Soms krimpt hij een beetje en voel ik ‘m niet zo. En soms zet hij ineens uit en voelt het alsof ik uitelkaar barst. Hoort dit erbij? Is dit het nou? Waarom maak ik er voor mezelf zo’n zootje van? Waar is mijn eeuwige nuchterheid en rationaliteit gebleven? Ik zoek er wanhopig naar, ik wil het terug…

Mijn hoofd weet. Mijn verstand begrijpt. Maar mijn hart is dom. Mijn gevoel één grote chaos.

Melancholisch mijmer ik verder.

Over waarom ik het voel.
Over waarom jij niet.
Over waarom ik mis.
Over waarom jij niet.
Over waarom ik denk aan.
Over waarom jij niet.

Het is het klassieke dilemma,
van het hoofd en het hart.

En ik zoek naarstig verder naar de balans…

Een openhartig woordje

Dat mag wel een keer hè?
Daar is een blog toch ook voor?
Dus mag ik?
Yep, ik mag.

Vandaag is het maandag.
En vanaf vandaag is alles anders.
Nee, vanaf vandaag ga IK alles anders máken!
Ik ga mezelf anders maken.
Beter maken.

Ik heb nu lang genoeg in de misère rondgezwommen om te merken dat ik écht geen zin meer in zwemmen heb. Niet eens meer in watertrappelen. Ik zwom enkel nog blind rond met als enig doel het bovenwaterblijven zelf. En in alle blindheid stootte ik ineens m’n neus aan de oever…

Daar ben ik nu. Bij die oever. Ik wrijf over mijn neus terwijl ik me met de andere hand aan een stevige graspol op de kant vast hou. Kijk nog even terug over dat modderige, zwarte water waar ik nu al zó lang in rondgepoedeld heb. Blèh. Ik ben optrekkende. Ik klim uit de ellende, helemaal zelf. Dat ga ik kunnen. Zoveel vertrouwen heb ik nog wel in mij. Ik wil mijn vrolijke, fladderende, droogkloterige ikje weer terug. En als ikje niet wil, sleur ik haar gewoon aan de oren mee. Ikje heeft niks te willen. Ikje gaat weer beter worden. Wat ikje brom 🙂

Maar wat betekent dat nou concreet? Wát heb ik mij voorgenomen? Welnu.

– geen dikke-huid-aanvreterij meer, die is nu wel dik zat. Meer dan dat.
– geen melancholie meer (Nou ja, héél af en toe is dat wel lekker en toegestaan, vind ik zelf. Maar dan echt héél af en toe. Eénsch per maand of zo :-)).
– geen alcohol meer (Ja… toegegeven… ik dronk best veel. Niet goed voor mijn ikje, had ik ikje toch zomaar bijna letterlijk verdronken, hè…).
– geen algeheel gejammer meer (behalve dan op het gebied der liefde, dat jammert namelijk zo lekker).
– geen gezeik meer. Als ik zo nodig gelukkiger wil zijn, moet ik dat gewoon maar gaan doen en niet eeuwig blijven hangen in dingen die me eigenlijk alleen maar ongelukkig maken.

Zo.
Tot zover mijn geheel autobiografische, uitdemoddertrekkerige peptalk.
En nu dóen hè!!
Zelluf doen.
Dat wou ik vroeger altijd al en dat wil ik nu weer.
Bent u blij dit te lezen? Ik wel…

Oh, by the way: vanaf vandaag ga ik innig van maandagen houden in plaats van ze te haten.
Dát hoort er dan ook bij.

It’s a new day, it’s a new dawn…
JIPPIE!!!
HET IS MAANDAG!!!

#BAM!!!

andersom.

een geweldige song.
een prachtige tekst.
alleen….
precies andersom.

onderaan staat de song (via youtube),
als je mijn aangepaste tekst al leest,
luister de song er dan eens naast…

___________________________________

Ik vertel over de pijn als ik op je wacht
’s Nachts gaat de bel, je wankele stap
Ik zeg: “ik verander nooit”
Jij vertelt honderduit en ik luister te goed
Je zíet dat ik je mis en je zegt dat dat moet
Ik zeg: “waarom blijf je niet”

Maar de stilte valt zo hard
dat het wel waar moet zijn
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn
Brengt me niets, lief, meer dan pijn

Ik vertel over ons, ja wat waren we goed
Jij die niets wist,
weet nu zeker wat moest
Jij ziet, ik geloof je niet
Dus jij verlangt weer naar mij,
weet maar al te goed
Dat het niets wordt.
liegt: “het komt wel weer goed”
Ik zeg: “waarom zwijg je niet?”

Maar de stilte valt zo hard,
dat het wel waar moet zijn
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn

Steeds als jij vertrekt, dán wil je terug
Als jij er bent, dan vlucht je weg
Je doet me pijn terwijl ik denk: “hij verandert”
Ik weet, jij verandert nooit…
Brengt me niets, lief, meer dan pijn

Ja, zo gaat het met alles waar ik eens om gaf
Ik wil het wel kwijt maar ik raak er niet af…
Had ik je maar nooit gekend
Want nog voor je de deur weer achter je sluit
Kom je al terug op je laatste besluit
En draait je nog een keer om

Maar de stilte valt zó hard,
dat het wel waar moet zijn…

Je brengt me niets, lief, meer dan pijn,
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn,
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn.

___________________________________

Schreeuw het uit

Niet goed genoeg. Eigenlijk zelfs ietwat op het irritante af.  Ik heb het gevoel dat ik dat ben. Voor jou. Een onfijn gevoel dat ik eigenlijk maar lastig ben. Ik probeer het echt goed te doen. Los te laten. Luchtig oppervlakkig te zijn. En dat lukt me ook best aardig, vind ik zelf. Ik word steeds beter in het wegstoppen van de dingen die ik niet wil, niet kan, niet mág voelen. Prima, is voor mezelf ook stuk rustiger zo. Je houdt er een wat vlakker, oninteressanter persoon aan over, maar hey, je kunt niet alles hebben toch? Voor mij is het even slikken en goed oefenen, maar zelfs loslaten kun je leren. Blijkbaar.

Maar soms hè, soms zou ik je aan je oren naar me toe willen trekken en er dan heel hard in willen schreeuwen. Heel hard. Wáárom?? Wáárom kun je nu niet eens één verdomde rotkeer zeggen wat je écht vindt??? Wat jóuw gevoel is? Wat je écht wil? Waarom kun je niet gewoon eens eerlijk en open zijn? Zég het dan?!? Zég wat je op je hart hebt. Wat je verwart. Wat je voelt. Waar je van droomt. Wat je van jouw leven wil. Wat je van mij wil. En niet wil. Waar je naar smacht. Wat je wilt weten. Wat jou beweegt. Wat je nog aan mij vindt. Of gewoon niet vindt. Schreeuw het uit!! En dan het liefst zo dat IK het ook nog kan horen. Of lezen, nog beter. Ik ben nu eenmaal een mens van het geschreven c.q. getypte woord.

Lange stiltes. Bijnablokkades. Korte nikszeggendheden. Zo nu en dan een flinterdunne uiting. Sorry, maar ik red het er echt niet meer mee. Dan heb ik nog liever gewoon niks meer. In de zwarte, gapende leegte zelf rondzwemmen is altijd nog beter te behappen dan het aan een breekbaar draadje boven die leegte bungelen. Ach toe. Vertel het nou eens. Ik weet wel wat ik zou willen horen maar ik heb geen idee wat jij überhaupt ooit nog kwijt wil. Wees een vent en leg die ondoorgrondelijkheid van jou nou eens bloot?

Want ik snap geen bal van jou.

En dat zal ik ook wel nooit doen zo.

What’s up?

Ik zit in de zak.
Jij in de as.

Ik zeg bijna niks.
Jij nog minder.

Ik ben in de war.
Jij bungelt.

Ik voel het zwaard.
Jij bent Damocles.

Ik vraag me af.
Jij weet het niet.

Ik vraag what’s up?
Wat jij niet ziet.

Ik gis me suf.
Jij geeft niet.

Ik huil een traan.
Een laatste. Om jou.

 

(c) Lou

afgevlakt

Ik zit hier in een halfdonkere kamer. Alleen de felle eettafellamp is aan. En ik zit eronder, op m’n laptop te rammen. Voeten op de stoel tegenover me, hoofd beetje schuin, melancholische blik. Op TV loopt één of andere looovvvvve-movie die ik niet ken. Ik weet wel dat ik Cameron Diaz niet leuk vind. Ik krijg altijd een beetje een badeend-gevoel bij haar. Ik kan alleen maar hopen dat ze haar lippen nooit op laat spuiten want dan krijg ik ook nog een rubberbootgevoel. Op de achtergrond staan er een hoop browsertabs open, o.a. een tab met Twitter, een tab met facebook, muziekvideo’s op youtube, een paar blogs die ik nog wil lezen en blip.fm.

Wat een brok intelligentie in één schermpje. Ik verveel me. En toch ook niet. Ik zou momenteel niet eens tot iets anders in staat zijn dan stom typen en wat lezen met een nog stommere film op de achtergrond. Vermoeiende dag, veel gedaan. O.a. hele oerwouden aan brandnetels uit de tuin gerukt waardoor m’n onderarmen nu jeuken als de sodeneten. Man heeft het ronken op de bank inmiddels ingeruild voor ronken in bed, een stuk prettiger voor ons allebei. Ik zucht een keer diep, kijk vermoeid naar het scherm en naar mijn eigen binnenste. Wat wil ik nou. Er niet over nadenken, dat is wat ik wil. Alles uitschakelen. Alles op autopiloot. Gewoon functioneren zonder emotie. Simpel de dingen doen die goed zijn voor mij en mijn omgeving zonder gevoelsmatige rompslomp.

Ik wil uit. Uit als in “off”.  Ik ben mijn eigen tegenstrijdigheden meer dan zat. Ik zeg te houden van maar ik voel me leeg. Ik zeg los te laten maar ik blijf er maar in hangen. Ik beloof mezelf te stoppen maar ik ga maar door. Ik neem me voor bepaalde dingen niet meer te doen maar vijf minuten later ben ik er alweer mee bezig. Wie redt mij als ik het zelf wel wil maar niet doe?

Ik voel me een zwakkeling. Het laatste beetje intensiteit stroomt weg. Ik zou uren kunnen douchen in de hoop dat ik uiteindelijk oplos en in het afvoerputje verdwijn. Ja, dat zou wat zijn. Ik heb zoveel mooie, geweldige dingen gedaan de afgelopen week. Ik heb gevlógen. Ik heb geschreven. Ik heb gewerkt. Ik heb geschilderd. Ik heb de eerste aardbeien uit de tuin geplukt. Ik heb geleefd. En ik ga ook door met leven. En met geweldige dingen doen. Ooit zal ik vast nog wel ‘ns iets bereiken. Maar het vlakke gevoel blijft. Ach, het zal over een paar dagen (jaren?) wel weer weg zijn, schat ik zo.

En afgevlakt is altijd nog beter dan uitgevlakt…

Verdwijntruc

Het even goeiemorgen wensen.
Je impulsieve aanwezigheid.
Het zo lekker dom kletsen.
De verdekte aan- en toespelingen.
Je uitbundig geschreven lach.
De wederzijdse kriebel.

Ineens is het er niet meer.

De kleine steekjes onder water.
En ’t daarna even zo korte opduiken.
Een snel toegeworpen goedenachtkus.
De soms ineens intensieve gesprekken.
Bedacht ondoordachte aandacht.
Dat rustgevende achtergrondgevoel.

Opgeslokt en zomaar verdwenen.

Een goed ingestudeerde truc?
Jij het konijn en ik die zwarte hoed.
Maar bij de doorsnee goochelaar
Komt het konijn
uiteindelijk toch
weer tevoorschijn?

Ik vraag ’t mezelf
Wát mis ik nou eigenlijk?
Ik weet ’t zelf niet meer.

Ik mis je.

Unplugged

Ze zit. Na een best gezellige avond thuisgekomen. Neergezegen in de zetel.
Ze kijkt naar een wit beeldscherm waar ze voor de tweehonderdzesentachtigste keer zo ontzettend graag in volle glorie neer zou willen zetten hoe ze zich voelt.
Het probleem is: ze heeft zelf geen flauw idee…
Ze sluit haar ogen en kijkt naar binnen.
Binnenin haar eigenste eigenheid.

“Hoe voel ik mij?”

En dan komt het besef.
Ze vóelt helemaal niet.
Niet meer.
Ze ervaart en interpreteert.
Ze denkt en analyseert.
Ze leest en crepeert.
Ze luistert en verkeert.
Ze smacht en begeert.
Ze volgt en blokkeert.
Ze vecht en blesseert.

Ze doet.
Ze maakt.
Ze wil.
Ze gaat.
maar door.
Maar het voelen is kapot.

Ineens voelt ze dan tóch nog iets.

Doodmoe.
Leeggezogen.
Op.

En zoekt wanhopig in de real-life kist met electropruttel naar haar eigen verloren gegane oplaadsnoertje.

Unplugged for life…

Doorloper

ik ram er even op los. los met die vingers. vingers blijven haken. haken en ogen. ogen op half zes. zestig stokjes nodig. nodig naar de kapper. kappers zijn lekker. lekker zoals ik zwelg-en-typ. typisch maandag. maandagen zijn klote. klote, dat vroege opstaan. opstaan en wéér opnieuw verder gaan. gaan de dingen toch weer mis. mis ik steeds jou. jouw nikszeggen zegt mij genoeg. genoeg heb ik ervan. van de regen in de drup. druppel mij maar vol. vol van leeg. leeg van binnen. binnenkant doet pijn. pijn door geesthonger. honger naar meer. meer is er blijkbaar niet. niet dat ik het je kwalijk neem. neem het zoals het komt. komt goed. goed?

puntje puntje puntje

stil.

ik mag niet meer en ik wil niet meer.

als ik ieder woord dat ik zeg of schrijf in de waagschaal moet leggen en vooral nog eerst 39 keer om moet draaien, dan blijf ik liever stil.

als iedereen denkt te weten wat over wie gaat en wie wat over een ander denkt, hoef ik sowieso niks te zeggen.

als jij denkt dat alles wat ik zeg sowieso over jou gaat, dan zegt dat genoeg over jou. *zachtjes “You’re so vain” van Carly Simon neuriet*

als ik niet ‘vaag’ mag doen in mijn eigen hormoongestuurde blogs, dan blijf ik textueel liever helemaal onzichtbaar.

als ik geen gevoelsuitingen meer mag verzinnen (want geloof me, fictie is ook een passie), dan hoef ik ook niet meer te bloggen.

als alleen de suffe alledaagsigheidjes mogen blijven en de rest weg moet, ben ik ook weg.

een simpele zielen blog.

joepie.

yuck.

stil.

c ya (or not).

 

groet.

Drama Lou.

De reden ben jij

“ohhh, hey, moet je kijken wat ze nu weer schrijft…”
“wat zielig, dit. dat ze dat zelf niet door heeft!”
“een liefdesbetuiging aan pietjemetdelangeachternaam!! heb je dat wel gezien??”
“nôhhh, duidelijk teveel drama en te weinig queen!”
“oh fak, ze ziet het. Dan maar even verder in DM?”
“geloof haar niet hoor, ze kletst maar wat uit haar nek…”
“gefeliciteerd jôh! volgens mij heeft ze het toch echt over jou…”

Ik verzin maar even wat.
Ik kan ’t zelf gelukkig allemaal niet zien.
Maar ik zie wél veel so don’t mess with me please…
Maar ergens is het zo zielig hè…
Dat continue gekonkel.
Dat eeuwige gekronkel.
Dat kakelen om het jezelf maar te horen tokken…
En dat denken dat álles om jou draait…

Maakt het je wereld interessanter?  Vast wel. Mooier kunnen we het niet maken. Interessanter wél, maar goed, dat is dan ook niet moeilijk.
Voel je je er beter door?  Dan ben ik daar dan blij om. Voorrrallll doorgaan.
Geeft het je medestanders?  Ach… die paar mag je hebben hoor. Ik hoef ze niet.
Heb je door mij weer wat gesprekstof?  Fijn, waar zou je het anders over moeten hebben, hè…

Maar dat eeuwige, misselijkmakende geroddel…
Dat steeds weer een ander zwart maken.
Dat gelieg. De ene dit zeggen en exact tegelijkertijd de ander het tegendeel.
Dat tegenstrijdige. Dit rondvertellen maar eigenlijk dát bedoelen.
Dat hevige gestook. Wie niet vóór mij is, is tegen mij.
Dat niet kunnen accepteren dat er mensen zijn die gewoon niets meer met je te maken willen hebben.
Dat een ander niet met rust kunnen laten. Dat schampere gedoe.
Dat proberen om andere mensen aan jouw kant te krijgen.
Dat oneerlijke.
Dat geslijm.

Het is zo ontzettend sneu…

Is dat nou twitter?
Dan stop ik namelijk accuut.
Ik kan hier echt helemaal NIKS mee.
Dit is ook de reden voor alles…
JIJ vroeg ernaar. Waarom?
Ik ben beter in het uitleggen in platte tekst.
DIT is dus de reden. Daarom!
De reden ben jij.

Dat gekonkel, dat gekronkel.
Ik ben het zó zat…
Wees toch ‘ns eerlijk!!!
En zie eindelijk eens onder ogen wat je allemaal aanricht…
Ik wéét dat twitter anders is.
Dat de meeste twitteraars anders zijn.
Gelukkig maar.
Dus nee, ik ga niet.
Ik wéét dat de meesten wél door je heen kijken.
En de paar die dat niet doen, wens ik veel wijsheid (zie vorige post).
Ik wéét wie het liegebeest is.
En velen met mij.
Gelukkig maar.

Dit zijn de allerallerallerALLERlaatste woorden die ik hier aan wijd.
Ik kan niet meer en ik wil niet meer.
Ik ben het spuugzat.
Dit vreet te veel energie.
Van jou ook, alleen zie jij dat zelf nog niet.

Ik wil alleen even heel duidelijk stellen:
– IK roddel niet. Ik ben wél nieuwsgierig. En ik vraag gewoon na als ik iets wil weten. Heel direct. En niet via anderen.
– IK heb niets gezegd. Niets wat ik niet had moeten of mogen zeggen. Jij wel. En jij legt woorden in andermans mond. Woorden die daar niet horen.
– IK ben oprecht. Ik kies heel bewust voor diegenen die ik ik wél kan waarderen.
– Op mij kun je vertrouwen. Wat jou betreft laat ik dat maar in het midden.
– Ik lieg niet. Ik zeg dan nog liever gewoon helemaal niks.
– Ik heb een bloedhekel aan chronisch oneerlijke mensen. En velen met mij.
– Ik neem niet zomaar dingen aan. Als ik het niet weet, dan vraag ik na. Krijg ik geen antwoord, ook goed. Maar dan nóg neem ik het niet automatisch maar aan…

‘Kronkelen’ vind ik persoonijk een heel mooi woord.
Het heeft iets zeer flexibels, iets beweeglijks.
Maar jij maakt er zó iets gruwelijk lelijks van…
.
.
.
Klaar mee.
.
.
.

Moet ik nou wachten met posten tot morgenochtend?
In het kader van het verstand en de wijsheid?
Ach fok it.
Ook het laatste woord moet eruit.
.
*Publiceren drukt*
.
En hou op met m’n blogs te lezen.
Dat zou pas echt heerlijk zijn…
Maar ook teveel gevraagd, vrees ik.
Ach soit.
Hoppateeeeeee, over tot de orde van de dag!!
Ehh.
Nacht.
#BAM!!

Zo dan!

Jawel, jawel, tatarataaaa!!! Dat was ‘m dan weer!!
De periodieke drama-fase.

I am drama!

Dat heb ik net ook weer mogen lezen. Nou ben ik graag drama in persoon, maar niet als ik zelf nog in het desbetreffende drama geloof. Da’s een beetje als zelf Sinterklaas moeten spelen terwijl je zelf nog steeds heilig vertrouwen in die ouwe zak hebt.

Elke maand blijken mijn hormonen weer opnieuw heel geniepig te beginnen aan een vet potje rugby met m’n verstand. En zo eens in de drie-vier maanden volgt er dan een persoonlijke wereldondergang. Dat is allemaal geen ramp, ook wereldondergangen kun je als volleerd dramaqueen verwerken. Mijn werkelijke issue is: wáárom kom ik er dan steevast en áltijd achteraf pas weer achter dat het zover is? Dit soort “ahaaaa!”-ervaringen kan ik missen als kiespijn. (gisteren zou ik bijvoorbeeld nog “…als jou” geschreven hebben)

Anyway. Mocht u mij toevallig óók de deur uit willen werken, op socmed (zoals vanochtend al gebeurde) of IRL (dat zal wat harder te slikken zijn), doe dit dan please tijdens deze wereldondergangsfases, dan valt die portie extra ellende in ieder geval niet meer zo erg op.

De positievere kant van my major misery is, dat ik jullie dan tenminste niet verveel met mijn alledaagse nietszeggende, oerslappe, burgertrutterige activiteiten. En dan vooral die, die níet mislopen. Nou heb ik er daarvan gelukkig maar weinig. Even het meest recente voorbeeld:

Uurtje geleden.
De buurvrouw komt binnenstormen (onze voordeur is altijd open, vandaar).
“Wanneer gaan we nou steps oefenen voor vrijdag?” (Vrijdag is het groot feest: onze sportclub bestaat 50 jaar en dan moet iedere sportsectie iets op het podium ten toon spreiden. Joepie. Aangezien ik bij de steps/aerobics (oftewel: de vrouwengym) zit, wordt dat podium ook door ons dames besprongen. letterlijk.) Mij vang je niet met dergelijke plotselinge huisinvallen dus ik zeg “nou, nu!”. Whoppa, step (meegenomen om te oefenen) op het laminaat geknikkerd en de buurvrouw erop gejaagd. Ikke zelf ernaast (ik had al eerder – in de gang – geoefend dus ik kon ’t al ietskes beter (smug grin). *kuch*). Buuf plant voet op step. Gaat goed. Buuf springt op step. Step maakt ’n respectabele slipper over ’t toch best gladde laminaat richting mij. De rest is niet belangrijk maar het ging mis. In tweevoud. In ieder geval heb ik daarna een stuk antislip voor vloerkleden op maat gesneden en daar de step voor Buuf opgezet. Daarna ging het gelijk stukken beter. Met mij dan.

Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen…
wat wilde ik ook alweer zeggen….
Ah ja.
Niemand hoeft zich zorgen te maken. Ik ga namelijk iets van een alarm in m’n thunderbird-agenda inbouwen. Iets dat ca. 4 dagen voor mijn persoonlijke maandelijkse zondvloed heul hard gaat piepen en abrupt een toetsenbordblokkade activeert zodat ik mijn periodieke depressiviteit niet meer in blogs of tweets of FB-postings om kan zetten. Zoiets. Iemand nog een inspirerend idee? De HA zal mij ook nog mogen adviseren. Ik wil whiskypammetjes ofzo, dat Sintjanskruid is ook niet meer wat het geweest is.

Sorry voor de zware blogtijden waar ik jullie doorheen gejaagd heb. U heeft nu weer een dag of 27 rust.

Maar ik blijf wel graag dramaqueen.
Mag ik dat?

Eerlijk?

Zal ik eens eerlijk zeggen wat ik vind?
…. Ja?
Ik vind dat je behoorlijk kinderachtig bezig bent.

Zal ik eens eerlijk zeggen wat ik nu denk?
…. Ja?
Ik denk dat je teveel mensen kwetst en uiteindelijk verliest.

Zal ik eens eerlijk zeggen hoe ik écht ben?
…. Ja?
Ik ben in ieder geval toch niet zo naïef als jij hoopt.

Zal ik eens eerlijk zeggen wat ik van jou vind?
…. Ja?
Nee, dat zeg ik niet. Dat zou niet eerlijk zijn. En het doet er ook niet toe.

Zal ik eens eerlijk zeggen wat ik nu zou willen?
…. Ja?
Ik zou zo graag willen dat alles gewoon niet waar is.

Zal ik eens eerlijk zeggen wat jij moet doen?
…. Eerlijk??
…. Ja echt???

Ach joh, lieg niet ….

barst

echt.
ik barst.
ik val uit elkaar.
in 100.000 stukjes.
over is het. echt klaar.
wilt u misschien toch nog
een paar 1e gedachtes?
nee? pech gehad.
ik heb m’n hart
opgeruimd.
leeg.
nu eindelijk
kan alles er weer in
wat er ook echt in moet.
dat wat goed voor mij is.
dat wat bij me hoort.
dat wat écht is.
de rest weg.
eruit.
K.O.

au.
krak…
grote barst.
klein verdriet.
grote schoonmaak.
klein zeer.
dag…
jij.

schrik

Schrik je van mij?
Schrik ik jou af?
Door wat ik zei?
Ik ben niet laf
Er ís geen wij.
En niets dat ik gaf…

Enkel een woord.
Wat is dat nou.
Ik ben gestoord.
Zoals elke vrouw?
Ik doe een moord.
Ja echt, voor jou…

Maar jij niet voor mij.
En dat is goed
voor ons allebei.
Alles mag, niks moet
Zij ’t zoals ’t zij
’t zit niet in jouw bloed…

Jij doet ’t beter dan ik.
Voel me ergens leeg.
Dat ik nu zelf schrik.
Dat jij juist nu zweeg.
Meewarige blik.
Die ik van jou kreeg…

Het is zoals het is.
En echt niet anders.
Voor mij een gemis.
Geen medestanders.
Nu dan toch gewis
komen die kutwaterlanders…

vrede mee

het is anders
het is rustiger
het is beter zo

teveel brokken in m’n keel
teveel weggeslikte tranen
teveel moeite met bepaalde woorden

een onuitgesproken iets
een onbevredigend gevoel
een onmogelijke wens

plek voor berusting
plek voor wat echt is
plek voor acceptatie

gegeven. alles aan jou
gegeven is het en dat blijft het
gegeven met liefde…

Het teveel een plek gegeven.

Heb ik.

Hallo allemaal…

Overhoopeloos

Het is hopeloos.
Ik lig met mezelf overhoop.

Ik ben overhoopeloos…

Er gebeurt zoveel en toch ook weer helemaal niks.
Ik ren met zevenmijlslaarzen in het rond en toch blijf ik op diezelfde plek hangen.
Ik jaag m’n idealen na en ben er verder van verwijderd dan ooit tevoor.
Ik probeer de boel te ontrafelen maar raak steeds meer in de knoop.
Ik wil weglopen van alles maar ren met open armen ernaar toe.

Ach het klinkt heftig, maar dat is het eigenlijk niet.
Zeg ik.
Ik weet zelf heel goed in wat voor levensfase ik zit.
Zeg ik.
M’n tweede pubertijd, inclusief puistjes op de neus.
Heerlijk…
(*even eraan voelt*)

Op zoek naar rust.
En toch steeds weer die spanning willen…
Snakken naar balans.
En toch steeds weer op het randje van de afgrond willen lopen…
Tevreden zijn met wat je hebt.
En toch steeds weer iets compleet nieuws zoeken…
Verlangen naar vertrouwen.
En toch steeds weer vertrouwen op dat intense verlangen…
Kiezen voor je gezonde verstand.
En toch steeds weer doen wat je hart zegt…
Bewust leren van je fouten.
En ze dan toch steeds weer opnieuw maken…
Weten dat je te oud bent voor die onzin.
En dan toch steeds weer dat puberale gevoel koesteren…
Het geluk  zo sterk weten te waarderen.
En het dan toch steeds weer moedwillig in gevaar brengen…
Het licht al lang zien
En toch steeds weer kortsluiting maken…

Waar ben ik in vredesnaam mee bezig…
Overhoopeloos.

Komt wel goed.
Zeggen ze.
Prima.
Wanneer???

Mag het licht uit…
*klik*

kaaa-uuuuu-teee

zo voel ik me nu.
een gewoon gezellige dag, veel te doen, al veel gedaan.
één onverwacht telefoontje en whoppaaaa!!
het shitgevoel komt weer op de koffie..
gezellig, kom d’r bij, lief shitgevoel. ik had jou sowieso al lang niet meer gehad.
even bijkletsen.

waarom doe ik altijd dingen waar ik later spijt van krijg…
en waarom is dat later altijd kort daarna en niet een eeuwigheid later…
waarom kan ik niet gewoon m’n kop houden.
waarom denk ik niet standaard nog een week langer na over de dingen die ik doe of zeg.
ik lijd duidelijk zwaar aan verbaal exhibitionisme.
dwangmatig eruitgooien wat in dat warhoofd zit.
waar is de afkickkliniek?

ik ga even offline, vooral op twitter.
wie me nog wat zeggen wil, moet me maar mailen.
en als u dat doet, zeg dan vooral dat u van me houdt.
de rest wil ik sowieso niet lezen.
SMS zijn ook niet meer welkom.
Dat u ’t even weet.
ik kan niet meer.
ik stamp die homebutton van m’n foon ook fijn weer lekker in elkaar.
en daarna ga ik mezelf tussen mijn narcissen in de tuin ingraven.
head first.

bah.

bah bah bah.

 

1.0-blogging

ik schrijf (nou ja, sinds ik op wordpress blog is het eigenlijk “schreef”) altijd in een ‘gedachtenboekje’. Twee heb ik er al volgekalkt met vanalles en nogwat. Een best wel echt 1.0-blog dus. Laatst zag ik hier meerdere keren een ‘handgeschreven blog’ voorbijkomen en dacht: “ach, ik kan ook wel ‘ns wat bewijzen aanvoeren voor het feit dat ik al veel langer blog dan die 5 maand hier”. Ik schreef echt alles door elkaar. Gedichten van mezelf, gedichten van anderen, gedachten, vakantierapportages, zieleroerselen, liefdesverdrietigheden, etc. Net als hier dus. Alleen tekende ik er in m’n 1.0-boekjes nogal eens wat in het wilde weg bij. En mijn kinderen kliederden er ook regelmatig in rond.
Ach, kijk zelf maar. Een greep uit de bladzijden.

Waar zit ik toch…

met m’n hoofd…wat een zooi. wat een troep. chaos. echt vette chaos. alles drijft door elkaar. stom hoofd. in the end zingend en jezelf een looser denkend. ik kan het niet. kan het niet ordenen, slok cola dan maar. draadje van m’n koptelefoon hangt over m’n rechterborst. mén wat zie ik er gestoord uit. freak. cola. niemand die ’t kan zien dus kan’t mij bommen. waar is de chips. waarom voel ik me nu ineens toch down. morgen moet ik nog een kaart maken voor de buurman, shit heb ik de danslesbijdrage overgemaakt? raar gevoel in m’n buik. misschien moet er maar chips in. sweet thai chili chips. morgen krijg ik m’n auto terug. joepie. waar zou die rotvis nu zwemmen. waarom hou ik van die vent. ach soit. kan d’r ook niks aan doen. toch ns gaan kijken of we nog chips hebben. onze bank is ook niet echt wit meer eigenlijk. waar is die rekening. ik wil dun zijn… chips. hoe lang zou die foon ’t nu doen…zometeen even op amazon kijken of ik een galaxy kan vinden. oh verrek ik moet nog foto’s bewerken. eigenlijk wil ik dat liedje wel opnemen. lekker stil hier. ik hou toch best van alleen zijn. zometeen even lekker muziek door m’n hoofd raggen. ik wil naar nederland, sommige figuren[ah shit, dit kan ik niet schrijven hier]. ik heb zo geen zin in morgen. moet tuinhuis opruimen. beeldscherm wordt wazig van mijn gestaar. vroeger keek ik altijd wazig. en ik vrat ouwe kaas op een hele gore manier. yuk. en ik had hazetanden dus dat paste wel. 10 jaar beugel did the trick. zou zoon ook een beugel moeten… ik weet wel zeker dat ik ga falen in zal ik nog iemand porren? ach fuck die porren. ik moet nog schilderen. morgen. das veel leuker. morgen. ben blij dat ik 10-vingerig kan typen met 280+aanslagen per minuut. anders is eerstegedachtenbloggen wel een kriem…

Hé jij!!!

ja jij! hervonden, bijzonder mens
toen zo vaak voorbijgelopen
zonder ook maar een enkele wens
nu te veel en te vaak gemist
soulmates zijn zo schaars.
dat ik dat toen niet wist…

bewonderenswaardig hoe alles toch
altijd weer terug valt op zijn plaats.
daar waar het moet wezen,
zo zoals het moet zijn.
is dat nou iets als karma? of jin jang?
ah, what’s in a name, het is fijn…

ik prijs me rijk met iemand
zoals jij in mijn warrig hoofd.
jij, die steeds opnieuw weer
aanvoelt, omgeeft en prikkelt
in plaats van enkel verdooft…

jij, die zelfs op grote afstand
je vleugels om me heen kan slaan
drakenbloed kruipt vooral daar
waar het níet kan gaan…

dank je.
dank je voor jou…

__________________________________________
Ehh, ik heb nog even gewacht met de bijbehorende song maar ik post ’t nu dan toch maar
(m.a.w. was ik even vergeten, maar nu dan toch…)
Hey You!!! Always remember, together we stand, divided we fall…

Hey you, out there in the cold
Getting lonely, getting old
Can you feel me?
Hey you, standing in the aisles
With itchy feet and fading smiles
Can you feel me?
Hey you, dont help them to bury the light
Don’t give in without a fight.

Hey you, out there on your own
Sitting naked by the phone
Would you touch me?
Hey you, with you ear against the wall
Waiting for someone to call out
Would you touch me?
Hey you, would you help me to carry the stone?
Open your heart, I’m coming home.

But it was only fantasy.
The wall was too high,
As you can see.
No matter how he tried,
He could not break free.
And the worms ate into his brain.

Hey you, standing in the road
always doing what you’re told,
Can you help me?
Hey you, out there beyond the wall,
Breaking bottles in the hall,
Can you help me?
Hey you, don’t tell me there’s no hope at all
Together we stand, divided we fall.

I did not die…

Do not stand at my grave and weep,
I am not there, I do not sleep.

I am a thousand winds that blow.
I am the diamond glint on snow.
I am the sunlight on ripened grain.
I am the gentle autumn rain.

When you wake in the morning hush,
I am the swift, uplifting rush
Of quiet birds in circling flight.
I am the soft starlight at night.

Do not stand at my grave and cry.
I am not there, I did not die.

Mary Frye (1932)

___________________________________________

Dit gedicht werd voor Cis gepost op een ander geweldig sociaal medium (nee, niet twitter).
(Dank je, Femke)

Cis, die vandaag begraven werd.
In haar kleur: paars. Alles paars. Zelfs de kist.
Ik kon er niet bij zijn, Nederland is zo veel te ver weg…
Ik heb vandaag zelfs moeten (mogen) vieren.
Schoonmoeders 75e. Maar echt vieren was moeilijk.
Afwezig, met mijn gedachten ergens anders. Daar.
En nog weer ergens anders. Daar ook.
Oh en daar ook. Rondzwalkende gedachten.
Ik kan dat…
Wat een rare dag vandaag.
Ergens anders zijn dan waar je wil.
Iets vieren terwijl je rouwt.
Iets anders denken dan je voelt.

Ik proost op de kanjer van een vrouw die de wereld nu moet missen…
Ik proost op het feit dat het leven en de liefde toch doorgaat…

Proost Cis.
Op jou.
You did not die…

Cis-ter…

Een laatste groet.
Een laatste snik.
(nee, dat kan ik niet beloven)

Cis…
je bent weg.
en toch blijf je altijd hier.

het prachtige gedicht op je rouwkaart moet ook ik delen…

Sub finem
En nu nog maar alleen
het lichaam los te laten-
de liefste en de kinderen te laten gaan
alleen nog maar het sterke licht
het rode, zuivere van de late zon
te zien, te volgen-en de eigen weg te gaan.
Het werd, het was, het is gedaan.

(*M. Vasalis*)

Gemis

Weer thuis. Dus.
En da’s ook echt wel goed.
Maar ik heb tijd nodig.
Tijd om weer te aarden.
Veel tijd…

Tijd om mijn tentakels hier weer in de grond te steken en te voelen dat ik hier thuis hoor… Mijn tentakels zijn namelijk een beetje onwillig. Een beetje ‘week’: ik krijg ze de grond niet in. Ik zit nu al te broeden op hoe en wanneer ik terug kan naar Nederland om ze dáár weer lekker in de bodem te proppen. Een sterk gevoel van gemis. Ik mis heftig…

Ik mis mijn lieve pap en mam die zoveel voor me doen en altijd weer een zo fijn “thuis” zijn voor ons
Ik mis mijn zus – mijn grote, lieve, mooie zus…
Ik mis mijn vriendin die inmiddels daadwerkelijk geweldig Schnitzels kan bakken…
Ik mis al mijn groesbeekse tweetlieverds…
Ik mis mijn allerliefste groepstherapiegenoten – therapie op afstand zal echt heel noodzakelijk zijn…
Ik mis een draak, die zijn vleugels altijd om mij heen zal slaan…
Ik mis m’n Tammie, #smka!
Ik mis een elf, een hele rooie mooie…
Ik mis my Miss M. en mijn Grav(e)innetje… ❤ heaps
Ik mis een poes om bij tijden tegenaan te kruipen…
Ik mis die andere Lou. Die allerállerALLERliefste.
Ik mis een vriendin die zondag zomaar uit het leven gerukt werd…
Ik mis my personal Moony, die ene van. Xena is weliswaar mintvrij maar ze voelt nu zo leeg…
Ik mis een lieve verfspetter die mij ‘s-nachts gezelschap hield <3…
Ik mis m’n Li-edjesschrijfster met een 1.
Ik mis m’n eierleggende Char met een Tj- …
Ik mis m’n sprankelende seriet-me-nietje…
Ik mis m’n digidinnetje – ik lief jou ook!!
Ik mis zoveel dierbare mensen die ik in die ene veel te korte week niet eens heb kunnen zien…
Ik mis… jullie.
Ik mis… Nederland.
Maar toch ben ik thuis….

En het enige wat ik niet mis is het gemis zelf…
dat kan ik missen als kiespijn.
But then again…
Missen is iets moois.
Missen betekent dat ik liefheb.
Dat ik geef om.
Dat ik hou van.
En dat blijft.

Gemis.
But.
I’ll be back.

terug

ik ga weer terug…
terug naar de bergen
ver weg van de kust
terug naar huis
ver weg van ‘thuis’
terug naar het dagelijks leven
ver weg van alle speciaals
terug naar school en werk
ver weg van jullie…

ik ga weer terug.
met pijn in mijn hart.
wanneer slaat de heimwee weer toe…
morgen? overmorgen?
of toch pas volgende week?

en toch ben ik daar thuis.
dus moet ik gaan.
alweer.

ik wil niet…
(zegt ze met tranen in de ogen)

dag allemaal.
mis jullie.
nu al.
hopelijk tot gauw…

XXXXX

sponsje in het hart

jong.
zo veel te jong.

lief.
maar nooit té lief.

gemist.
gruwelijk gemist…

te jong was je, een bruisend, lief, mooi en sympathiek mens.
altijd een steunend woord voor een ander.
altijd nog een schouder over om op uit te huilen.
en dan treft het noodlot jou.
uitgerekend jou.
het voelt zo oneerlijk.
nee, het ís oneerlijk.
maar zo is het leven, zeggen ze toch.
leg dat je kleine lieverds maar ‘ns uit.
“zo is het leven…”
maar mama is er niet meer.

in zovele harten een gapend gat.
een bomkrater, een plotseling weggerukt deel.
op die plek komt nu een sponsje.
een sponsje dat alles opzuigt
jouw liefde, jouw eigenaardigheden,
jouw goedheid en sympathie,
jouw daden en woorden.
alles in dat sponsje en het gat vult zich langzaam.
met herinneringen aan jou.
om nooit meer te vergeten…

lieve F. rust zacht.

overspoeld

soms heb je dat wel eens.

overspoeld.

door gevoelens.
door alles wat je denkt.
door alles wat je denkt te voelen.

overspoeld.

door zoveel geweldig mooie, lieve mensen.
door een groot gat van gemis.
door alles wat ik wél heb en níet mis.

overspoeld.

door alles wat anderen denken.
door de dingen die jij niet mag voelen.
door dingen die anderen aan lijken te voelen.

overspoeld.

door dat rare onderbuikgevoel.
door pure liefde.
er is niets mooiers.

soms heb je dat wel eens.

meenemen

waarom deed ik dat
waarom doe jij dit
waarom deden wij zo
omdat.
het gewoon paste.
niet vragen.
meenemen.

volgende keer breng ik een rugzakje voor je mee.

thuis

thuis
ik heb er één
thuis
ik ben er nu
thuis
bij pap en mam
thuis
in mijn element
thuis
in Nederland

the home is where the heart is

gelukkig is mijn hart op vele plekken

thuis.

als je 3 wensen had

ja, wat wenste je dan?
en in welke richting zou je het zoeken?
west? east? north? south?

wenste je je gezondheid en een leven zonder pijn?
wenste je je eeuwige liefde, trouw en toewijding?
wenste je je een eigen thuis en financiële zekerheid?
ja werkelijk, dat zou ik kunnen snappen…

wenste je wereldvrede en een einde aan alle haat?
wenste je liefde en geborgenheid voor iedereen?
wenste je een wereld zonder wraak en terreur?
mensenlief, wat zou dat mooi zijn…

wenste je een einde aan de oneerlijkheid
aan ziekte, mishandeling en onrecht
aan milieurampen en hongersnood?
je zou tig wensen te kort komen…

ik zou mij een verduizendvoudiging
van mijn overige twee wensen wensen.
want met tweeduizend wensen
kom ik pas écht een heel eind.

maar…
ooit al eens aan gedacht dat iederéén
minstens tweeduizend wensen ter beschikking heeft?
het is enkel de grote vraag
of ze ooit in vervulling zullen gaan...