Kwaaie vlieg

Rust zacht. Dat wens ik je. Ja, ik óók. Ik ken jou niet. Niet meer. Ik dacht je te kennen maar wat is dat nou helemaal, ‘kennen’ op al die huidige social media. Ik voerde hele chatgesprekken met je. Steunde je toen je in een relatiecrisis van reusachtige proporties zat. Aanhoorde alles, stuurde je knuffels. Gaf raad, was er steeds weer voor je. Ook diep in de nacht. Toen ik merkte, dat je borderline-achtige trekken vertoonde, praatten we erover. Geen doekjes erom, duidelijke woorden, fijne gesprekken. Ik vond je een lief, intens mens.
Jij, die werkelijk nooit een vlieg kwaad zou doen.

En nu, nu moet ik via onze ‘gemeenschappelijke vrienden’ horen, dat je onverwacht bent heen gegaan. Een goed jaar geleden deed je mij er plotseling uit. Alleen mij. Weg ermee. De overige eenenzestig gemeenschappelijkheden mochten kennelijk blijven. Ik vroeg je, direct op de vrouw af, wat ik misdaan had. Dat doe ik wel eens. Ik leer namelijk graag van mijn fouten. Na drie weken kwam er per mail een berichtje terug: ik was gewoon een vervelend mens dat steeds in het middelpunt zou willen staan. En ik wist te veel. Ondertussen snapte ik het nog steeds niet. Wát had ik dan precies nu ineens fout gedaan? Het raakte mij. Ik delete de mail en daarmee ook maar de vriendschap.
Ik, die werkelijk geen vlieg kwaad zou doen…

Onaangenaam getroffen door het bericht van je dood, zal ik er nooit meer achter komen, wat er nu zo mis was met mij. Behalve dan dat ik een vervelend mens ben. Hetzelfde gevoel dat ik destijds had bij het overlijden van mijn exschoonvader. Hij heeft me nooit gemogen, ik was precies dat: vervelend. Lastig. Te eigenzinnig. Te dwars? Een vlieg in de schone soep.  Achteraf gezien zal iedereen in mijn exschoonfamilie vast beamen, dat hij het bij het rechte eind had. En goedmaken zit er nu ook niet meer in. Als ik maar wist, wát ik dan goed had kunnen maken?
Ik, die werkelijk geen vlieg kwaad zou doen…

Rust zacht.
Ik wens het je hard.
Met heel mijn hart.
Rust zacht.

Momentje.
Even een verdwaalde wintervlieg doodslaan.

Romeo

Eigenlijk is ’t er niet.
En toch elke dag meer.
Als ’t dan plots stil is,
voelt het raar.
Onwennig.
Leeg.

Hoe lang houdt een liefhebben stand?
Hoe groot kan het ‘houden van’ nóg zijn?
Hoe lang mag ik al wat ik nooit meer dacht te mogen?
Hoe klein kan de afstand zijn voordat deze daadwerkelijk niet meer te overbruggen valt?

Zomaar ineens besef je hoe goed het is om intens lief te hebben. Dat het beter is dan welke andere sensatie ook. Ik zou niet weten waar ik anders voor gemaakt ben. Ik heb lief. Veel lief. Wat wil ik nu nog meer? Alles is er nu.

Dat ondefinieerbare gevoel dat iets eindelijk is zoals het altijd heeft moeten zijn. Die onderbuiksensatie die je niet langer meer kunt onderdrukken. Ik vond precies dat, waarvan ik nooit geweten heb, dat ik het zocht. En nu dat het er is, begrijp ik niet dat ik zo lang zonder heb kunnen leven.

Het nu is alles.

Het was nooit anders.

Call me Julia.

Kwetsbaar

“Je zult je eigen kwetsbaarheid moeten accepteren en ook het feit omarmen dat jij, net als ieder ander, imperfect bent.” Ik weet niet of ik dat kan maar ik zal het in ieder geval proberen. Als Brené het zegt… Ik weet namelijk heel goed dat ik niet perfect ben. Alles andere dan dat. Maar dat gegeven als notoir perfectionist dan ook nog moeten omarmen…

Ik heb op YouTube een film gezien van Dr. Brené Brown. Ze heeft jarenlang intensief onderzoek gedaan naar de kwetsbaarheid van de mens en de voordelen die met een dergelijke kwetsbare opstelling te behalen zijn. Iedere mens met een gezonde dosis eigenwaarde heeft inherent daaraan een sterke drang om zich geliefd te voelen en om ergens bij te horen. Zulke mensen vinden namelijk dat ze die liefde en dat gevoel van verbondenheid waard zijn. Bindingsangst is in die zin dus enkel de angst om die verbondenheid niet waardig te zijn. “Waar heb ik jouw liefde aan verdiend? Dat ben ik niet waard…” Herkenbaar?

De mensen die zichzelf al datgene juist wél waard vinden, zijn meteen ook de meest oprechte mensen. Ze hebben de moed om imperfect te zijn, de compassie om eerst aardig voor zichzelf te zijn en dan voor anderen, en de verbondenheid die het resultaat is van hun oprechtheid. Ze hebben de capaciteit om los te laten wie ze volgens ‘de meningen’ zouden moeten zijn zodat ze kunnen laten zien hoe hun persoonlijke werkelijkheid er uit ziet. Deze mensen omarmen daarmee hun kwetsbaarheid. Het is de wil en het vermogen om als eerste “ik hou van je” te zeggen, niet wetende of het “ik ook van jou” er ooit op zal volgen.

Wij, en veruit de meeste mensen met ons, zijn juist geneigd om onze kwetsbaarheid weg te moffelen. Onder het tapijt ermee. Vooral niet naar omkijken, niet laten zien. Maar je kunt emoties als zodanig niet selectief onderdrukken. Als je slechte gevoelens wilt onderdrukken, onderdruk je daarmee meteen de totaliteit van emoties. Het enige wat varieert van mens tot mens, is de manier waarop er onderdrukt wordt. De één doet dat met alcohol, de volgende met drugs of antidepressiva, weer een ander sluit zich gevoelsmatig volledig af en vegeteert voort binnen de eigen vier wanden. Comfortably numb. And comfortably lifeless…

Het zichzelf openlijk, diepgaand en kwetsbaar kunnen laten zien.
Het oprecht liefhebben, ook al is er nooit enige zekerheid omtrent wederliefde.
De dankbaarheid voor wat er dan wél gegeven is.
Het kunnen zeggen: “Moet je kijken, zó veel kan ik van je houden!” (en dan de armen zo wijd mogelijk uitspreiden), zonder er gelijk een dramatische rampzaligheid van te maken.
Geloven, nee wéten dat je goed bent zoals je bent, met al je imperfecties en eigenaardigheden.
Alleen dan kunnen we eindelijk ophouden met schreeuwen en beginnen met luisteren.

En ik vind dat ze dat meer dan mooi gezegd heeft, die Brené Brown.

Nu nog doen.

Gazellifant

Met mijn olifantenpoten ren ik hard. Nog harder om alles toch maar in te halen. Hier en daar een porseleinen kopje vertrappend, draaf ik nog steeds blind voort. Over de droge savanne vol met noodlotten en de woeste steppe van incomplete conclusies. Geen idee waar te beginnen, niet eens een hint over waar als eerste te stoppen om de armen te spreiden. Dus ren ik maar verder. Als ik blijf staan, zinken mijn grote, stampende poten weg in de uit andermans ongeluk en mijn eigen machteloosheid bestaande blubber.

Slopende ziektes waar ik nooit weet van had tot ze ongeneeslijk werden. Andermans innerlijke worstelingen waarvan ik me bewust was maar die ondergingen in de myriaden van mijn eigen gedachten. Zware operaties die al voorbij waren voor ik op tijd ‘nog heel veel sterkte’ kon wensen. Verjaardagen die ik om twee voor twaalf bijna had vergeten. Zorgen die geuit werden maar die door extreme externe filtering voor mijn oren weg werden gerukt. Knuffels die in mid-air bleven hangen…

En dus loop ik zo snel mogelijk door.gazellifant
Niks ziend, allenig, nadenkelijk.
Geconcentreerd op iedere pas.
Blijf vooral draven…
Hup hup, achter die feiten aan.
Ze zullen altijd sneller zijn dan ik.
Was ik maar een gazelle…

kermis

Het is verbazingwekkend hoeveel mensen er in je leven zoal voorbij rollen.
Het ene moment zijn ze alles voor je, overdonderen je, laten je opleven. Geven je precies dat wat je nodig hebt. En jij hen.

Two worlds collided.kkerm

Je denkt dat diegene blijft. Voor eeuwig. Of in ieder geval tot aan het einde van de tijd van één van jullie. Dit zit goed. Verrijking. Liefde. Lot.

Never tear us apart.

Maar dan, dan ineens is je lotgenoot, je destiny, zomaar doorgelopen. Doorgehold, naar de volgende levensuitdaging. En toegegeven, je merkte het in eerste instantie niet eens… Het intense contact wordt langzaamaan weer oppervlakkig. En dan nihil…

Worlds drifted apart.

Ach wat nou voor werelden. Het is allemaal één en dezelfde aardkloot… Die personen lopen nog steeds om je heen, enkel nu in ietwat wijdere (of nóg wijdere) kringen. Niet meer in jouw golden circle. Enkel nog een bittere nasmaak, ergens achterop je tong…

Worlds collapsed.
(Maar dát zong Michael nou net weer niet)

Wat wil je nou… dat er om je na getreurd wordt? Dat er gerealiseerd wordt, wat voor onbetaalbare brok goud hij/zij zomaar links heeft laten liggen? Dat diegene éigenlijk spijt heeft als haren in een hooiberg, als stralen van de dark side of the moon, als een kip met een dubbele kop…

Ja.
Dat wil je.

Dus profileer je je opnieuw. Zoekt dat nieuwe daglicht dat jou kan beschijnen zoals het daglicht betaamt. Je blaat in het rond dat het voorrrralll beter voor jou is zo: “Oh my… your loss, dear!!” En dan vooral heel hard zelf geloven dat het ook daadwerkelijk een verlies is voor die ander. Daar wringt de pantoffel dan toch weer enigszins, want meestal is dat dus niet zo. Auw. Blaren. Enzo. Je gaat een “kijk mij, ik ben zelfs méér dan goed genoeg!!”-air vertonen. Vooral ook om je onzekerheid te bedekken onder een dun laagje goedkope glitternagellak. Je post een ongegeneerd portfolio aan hooggestylde foto’s op alle relevante social media, in de hoop dat de dumper ze ziet en denkt “ooooh… wat heb ik gedaan… waarom heb ik jou nu niet meer…” Als klapper op de vuurpijl word je in allerijl een slanke den, vastklampend hopende dat je nu dan eindelijk weer terug in de gratie valt [het moge aan de hand van dat laatste voorbeeld in ieder geval duidelijk zijn dat dit alles met de grootste zekerheid níet over mij gaat, ik val namelijk voor geen meter af. Oh en nee, het gaat ook niet over jóu 😉 Het gaat namelijk over de algehele onzekerheid in persona, het bijbehorende losergevoel en over de wereld die door rolt. Of zoiets].

Je probeert je algehele imago op te krikken.
Megacoole dingen doen.
Stoute dingen. Onwijze dingen.
In pure excessie.
I’m bad. Really, really bad.
Too bad.

Wat een verrekte kouwe kermis…

I told you that we could fly,
‘cause we all have wings.
But some of us don’t know why…

En dan kom je thuis.
Out excess.
Rotkermis…

_________________________________________
bron songtext: INXS – Never tear us apart

© Lou

ja wat nou!

ik weet geen titel. Ik heb al in geen eeuwen meer geschreven. Zo voelt ’t althans. Mijn laatste blog is van 20 juli, bijna drie weken geleden. Het lijkt echt een eeuwigheid. We zijn op vakantie geweest. Een niet onverdeeld overgelukkige en relaxte vakantie, een schriftelijke klacht incluis. Daar blog ik ook nog wel een keer over. Vandaag nog effe niet.

Ik weet niet eens meer hoe het moet, dat bloggen. Ik zit hier en denk: “why the hell zal ik dit hier neerzetten.” Maar het is het gevoel wat er uit moet. Het gevoel dat alles te snel voorbij gaat. Het gevoel dat alles onder mijn neus gebeurt maar ik het niet zie. Het gevoel dat ik niet voldoende leef. Ik rij de berg af naar beneden, op weg naar de Lidl en het enige wat in me opkomt is: “bekrompenheid ten top”. Een durp, een school, een Lidl. Holladijeee.

Ik wil weg… Ik wil léven!!
Want zomaar ineens is het over en zelfs dat merk je dan zelf niet meer. Vandaag vernam ik dat een kennis (vader van vriend) een week geleden zomaar ineens, out of the blue, een zware hartaanval heeft gehad. De tot dan toe relatief fitte, vrolijke, levenslustige man van 63 kiepte om. Hersenschade niet te overzien. Net met pensioen en vanaf nu een kasplantje. Ik heb meerdere keren samen met hem getraind. En zomaar, van het ene op het andere moment, is deze mens onvrijwillig klaar met zijn leven. Want écht leven kan hij niet nu meer. Een toestand tussen coma en heel marginaal bewustzijn, nooit meer trainen, nooit meer reizen, nooit meer zijn kleinkind knuffelen, nooit meer zijn vrouw omarmen, nooit meer uit eten, nooit meer lachen, nooit meer liefhebben, nooit meer niks. Nooit meer. Zelfs de hoop dat hij weer zelf zal kunnen praten of eten is praktisch nihil. Wat is dat nou voor leven…

Na de eerste shock komt voor de achtenzeventigste keer het besef: leef nu… lééf!! Doe wat goed voelt, eet wat goed doet, zorg voor jezelf, geniet van alles wat goed is. Want zomaar ineens is alles voorbij. Dan is het te laat om te genieten. Het kloterige eraan is: hoe doe je dat. Hoe geniet je bewust. Hoe doe je precies dát waar je zin in hebt. Het dagelijkse leven haalt je na verloop van tijd toch weer in. Plichten, verantwoordelijkheden, kinderen, huishouden, moeten. En eigenlijk is dat maar goed ook. Want van de hele dag verplicht genieten wordt een mens ook weer intens moe.

Ik rommel maar wat verder met mijn leven. Als ik nu ineens omkieper, kan ik in ieder geval terug kijken op dik zeshonderd geschreven blogs. Oh nee. Dan kan ik niet meer terug kijken.

Ja wat nou…

Void

Zeggen en doen.
Zijn twee paar schoenen.
Iets zeggen is zo makkelijk.
Te makkelijk soms…

“Ik hou van jou.”
Hoppa, daar staat het al! Maar doe je het ook? Van sommigen wel. Anderen zijn weliswaar heel lief maar echt houden van is dan toch nog weer een ander kaliber. Ook al zeg je het dagelijks…

“LIKE!”
Op een knop drukken (klikken) is makkelijk. Maar vind je het ook écht leuk? Veruit de meeste likes zijn nog altijd plicht-, beleefdheids- of gewetenslikes. En dat geldt echt niet alleen voor mij…void

“Ik denk aan je!!”
Oh echt? Welnee joh. Je zegt het en dan ga je verder met je dagelijkse beslommeringen terwijl je nog even met je moeder staat te bellen. En je denkt helemaal nergens meer aan.

“Je bent altijd in mijn gedachten.”
Maar ondertussen ben je ook veel te druk om met iemand in je hoofd rond te lopen. Het enige wat er in je gedachten rondspookt, is wat je allemaal nog moet doen, wat er misgegaan is en dat je moe bent en honger hebt. En verder enkel nog het achteloos en gedachteloos voortbestaan.

Ik wou dat je het meende…
Ik wou dat je écht van me hield.
Ik wou dat je me daadwerkelijk zag.
Ik wou dat je oprecht aan me dacht…

Maar als puntje bij paaltje komt,
lijk ik er toch niet in te zitten…

<Void>

.

.

.

PS:
even een PS. Dit blog is meer dan 3 weken geleden geschreven. Het is een volledig ad-hoc out-of-the-blue gevoelsdingetje. Ik dacht dat ik het na 3 weken wel ‘onopgemerkt’ op openbaar kon zetten, maar dat onopgemerkt lukt niet zo heel erg goed. Lieve mensen, IK ben de grilligheid zelve. IK ben degene met die gevoelsgolven. U hoeft zich geen zorgen te maken. Het is enkel maar ‘een’ blog…

get real

Echt. Zie nou ‘ns wat echt is en wat niet… die troebele blik van je, je schiet er echt geen bal mee op. Je ziet geen ene flikker en je valt over je eigen toetsen van ellende. Waarom die eeuwige melancholie, die oh zo grote ontevredenheid? Het helpt niet. Het helpt werkelijk nergens bij. Wachten op je eigen vent die steeds verder afdrijft en ondertussen ook nog dromen van een paar andere, waar héb je het nou helemaal over? Get real… dít is je leven. Dat weet je toch? Dit is waar je het mee moet doen en waar je genoegen mee zult moeten nemen. Op de rest kun je een halve eeuwigheid wachten. Of ook een hele, als het even tegen zit. Mens, durf te leven. Met dat wat je hebt… Maar nee, jij durft niet. Je moet meer. Je wilt per se meer. Want er is maar één leven. Eentje maar. Waar je alles uit moet halen. Maar je kunt het niet want je zit vast. Vast in je zelfgemaakte kooi. Je kunt tegen de tralies beuken. Misschien buigen ze dan wel een beetje naar buiten. Misschien heb je dan daadwerkelijk meer ruimte naar de zijkanten. Maar het dak van je eigen kooi komt zo wel steeds verder naar beneden. En ooit word je geplet door je eigen acties. Dat beetje meer vrijheid naar de zijkant maakt de ruimte naar boven steeds kleiner… Beuken tot het dak op je kop valt. Vliegen wordt toch niet meer wat. En dan… ooit… ben je dood. Door je eigen gewroet en je eigen gebonk tegen die onbreekbare spijlen.

Kom… Leer je kooi te waarderen.
Je komt er toch nooit uit.
Je hebt ‘m zelf gebouwd, remember.
En wat jij bouwt, is nu eenmaal degelijk.
Moeilijk te af breken. Heel moeilijk.
Jouw leven, jouw kooi.
Oh really. Get real…

Not alone

Tien vingers rusten op ’t toetsenbord. Blik wazig.
Ik hoef niet scherp te zien om toch te typen…
Maar het scherpe is weg. Alles is dof. En mat.
Soms heb ik dat. Nu dus. Onbestendig.

Een moment van in niemands leven aanwezig zijn.
Een moment waarop je weet dat niemand aan je denkt.
Een moment dat je alleen bent op de wereld.

Jouw wereld. Mijn wereld. Wat een werelden.
Verder uit elkaar gaat bijna niet.
Not alone. Zegt wie? So alone. Zeg ik.
En ik heb altijd gelijk. In mijn wereld.
Maar in jouw wereld ben ik niet alleen.
Alleen. Was ik dan té dichtbij. Bij jou.

Een moment van simpel in iemands hoofd rondwaren.
Een moment waarop je beseft dat een gedachte bij jou is.
Een moment dat je er samen voor kunt staan.

Not alone.

Niet?

Dromen mag altijd.

Fijne mensen…

Ik kan niet begrijpen hoe.
Wanneer de randen zo scherp zijn dat ze je snijden, als heel fijne splinters van glas.
Wanneer je veel teveel voelt en je hebt geen idee hoe veel langer je het nog vol houdt.
Wanneer iedereen die je kent, alsmaar probeert om het allemaal glad te strijken.
Hoe dan een manier vinden om die pijn weg te nemen…
[P!NK]

Ineens merk je het. Een zekere persoon is weg. Zomaar ineens. Stilletjes uit je, al dan niet virtuele, leven gegleden. Niet uit het zijne of hare, gelukkig niet, maar uit het jouwe. Verdwenen. Omdat je geen daadwerkelijke verrijking bent. Geen verbetering. Maar kleine dingen laten je herinneren.  En je merkt het. Weg. Je merkt het en het steekt. Shock is misschien teveel gezegd maar een zwaar, opwellend en licht golvend maaggevoel. Waarom. Fijne gesprekken van toen. Kleine dingen voor elkaar doen. Hele kleine dingen, maar toch. Geen verrijking? Uiteindelijk onvoldoende betekenis? Voelt een beetje als weggedaan vanwege onhebbelijkheden…

Ook al zeg je van niet, ik ben toch wel degelijk te naïef voor deze wereld. Ja, ik heb veel mensen lief. Misschien wel teveel. (Kan dat? Ja dat kan) Goede mensen, in mijn ogen. Voor een ander duidelijk minder goed. Ik heb met maar heel weinig mensen problemen maar ik heb ettelijke onderlinge vijanden om mij heen. Ik bemoei me niet met hun oorlogen en (woord)gevechten. Het is energieverspilling en ik wil simpelweg niet moeten kiezen. Zolang men mij recht in de ogen kan kijken, blijf ik diegenen fijn vinden, ongeacht hun al dan niet slechte verstandhoudingen met anderen. Een groot hart? Mogelijk. Maar wat is nou helemaal een groot hart… Het mijne tikt nog steeds precies zoals het jouwe, hoor. Goedgelovig? Waarschijnlijk. Ik noem het liever Oost-Indisch blind voor chronisch slechte kanten. Iedereen heeft ze, maar ze zijn niet belangrijk. Ik wil ze liever niet zien. Voor mij blijven ze fijne mensen. Ook al leven ze in heel andere werelden. Ook al zijn ze niet op alle vlakken perfecte vrienden. Ook al zijn ze compleet anders. Ook al zeggen ze soms de verkeerde dingen. Ook al maken ze fouten. Daar zijn ze mens voor. Net als ik dat ben, met al mijn fouten, stomme dingen, verkeerde uitspraken en onzekerheden.

Maar is mijn leven door het (al dan niet hernieuwde) contact met een bepaald persoon dan ineens beter of rijker? Nee. Is het anders? Ja. Wat doet het er nou helemaal toe wannéér ik merk dat iemand ‘weg’ is? Het feit dát ik het merk zegt toch al genoeg? En ook het feit dat ik waarde hecht aan die persoon in de kantlijnen van mijn leven. Niet iedereen hoeft in mijn intiemste cirkel te staan om belangrijk voor me te zijn. Ik hecht ook waarde aan personen die in de marge staan en die er gewoon zijn, die me blijven accepteren om wie ik ben, die niet meteen afscheid nemen omdat ik niet de levensverrijking in persoon ben. Ik ben geen mens van ellenlange chatsessies, geen mens van uren durende telefoongesprekken, geen mens van dagelijks intensieve contacten. Ik zie veel niet en ik zie nooit alles. Maar vrienden zijn voor mij juist diegenen, die mij ook waarderen in de tijden dat er geen direct contact is. Die periodes kunnen soms best lang zijn maar als het er dan wel weer is, is alles nog steeds zo als voorheen. Men mag elkaar, men ligt elkaar. Klaar. Dat zijn vrienden, mensen die ik graag in mijn leven heb.

Jij bent jij, ik ben ik. Ik hecht waarde aan dat ‘contact’, ook al is het maar sporadisch. Waarom moet alles in vredesnaam altijd doelmatig en verrijkend zijn of iets opleveren. Gewoon het gevoel dat de ander er ook is, ergens in mijn levenscontreien, en sympathie voor je voelt, dat is voldoende. Voor mij. Voor anderen soms niet…

En ik kies niet. Niet snel althans. Ik wil het niet.
Dat heeft tot gevolg dat ik soms gekozen word.
Om geschrapt te worden. Daar heb ik het wel eens moeilijk mee.
Zoveel ‘fijne mensen’ die onderling niets (meer) met elkaar te maken willen hebben.
Zoveel verspilde energie.
Zo verschrikkelijk zonde…

rookoor

In mijn hoofd is het een chaos. Het spookt.rookoor
En als je goed kijkt, zie je ook dat ’t rookt.
Uit m’n oren. En neusgaten.
Waar zijn die twee knullekes gebleven?
Waarom moet zij dat allemaal doorstaan?
Wanneer bak ik morgen nog die twee quiches?
Waarom houdt hij niet zoveel van mij als ik van hem?
Heeft zoon zijn pillen wel genomen?
Wat kan ik eraan doen?
Vandaag weer niet gedaan wat ik wou.
Shit, moet ik die eendenborsten nu nog marineren?
Raar dat je iemand zo lang niet kunt vergeten.
Even een receptje zoeken.
Waarom heb ik zijn verjaardag dan ook vergeten?
Ik verwaarloos mensen die me dierbaar zijn…
Ik heb zo’n gruwelijke zin in een glas wijn.
Waarom slaapt hij wel en ik niet?
Ik simpele ziel. Waarom denk ik in kronkels?
Komt het terug? Genezen maar toch niet?
Ik wil meer dan dit. Veel meer.
Had ik die rekeningen nou op de post gedaan?
Waarom deed hij dat? Waar zijn ze nu?
Waarom ben ik ineens uit de gratie…
Ik moet nog wat lampen inpakken, bijna vergeten.
Toch fijn, die wijn. Verdooft mijn zijn.
Maakt alle grote ellende voor even heel klein.
Led Zeppelin en Muse ook.
Rot rookoor…

koningin van gisteren

Nooit verwacht maar ineens was ’t daar. Dat vaderlandsgevoel. Ook ik keek mee in m’n Oostenrijkse Hütte. Oh grutjes, we hebben een koning… In eerste instantie dacht ik nog: “wat een heisa om een verouderd ambt” en “wie heeft dat koningshuis nou nog nodig? Kost een hoop geld…” Ik plande onderbewust om er toch vooral maar niks op uit te doen. Maar toen de fitnesstrainer belde dat er om 9 uur al een plek vrij was i.p.v. om tienen was ik stiekem ineens een beetje blij. “Yesss! Dan kan ik om tien uur  toch nog de abdicatie en de speech kijken.” Huh?? Ik??  Wtf….koningsdag2

Afijn. Ik pink een traantje tijdens Bea’s emotionele afscheidswoorden. Aandoenlijk hoe ze  even de hand van Willlem-Alex pakte. Die blikken van Máxima… Ach wat mooi. Ja toch wel. Ineens krijg ik ’t op m’n heupen. Wáár is die verhipte vlag? Ik had toch een vlag? In de kelder graaf ik mijn WK-oranjespul weer uit. Twee boa’s, een kroontje met vlechtjes, rood-wit-blauwe kettingen en een hoop vlaggetjesslingers die ik voor ’t huis in de planten en de aan de koningsdag1regenpijp drapeer. De boa’s er ook maar aan. Het kroontje en de kettingen blijven bij mij hangen.

Dochter komt thuis. “Wie is er jarig???”
“Niemand schat, we hebben een nieuwe koning.”
“Hebben we hier in Oostenrijk ook koningen dan???”
Nee, die hebben we hier niet. Maar in Nederland nu wel…
Zoon komt een uurtje later ook thuis. “Wie is er jarig???”
“Niemand lieverd, maar in Nederland is er een nieuwe koning, de eerste koning sinds 123 jaar dus dit is een historisch iets.”
(ik dacht, laat ik even wat uitgebreider antwoorden dan daarnet).
“Wat een onzin zeg… wanneer mag ik dan Phineas en Ferb kijken??”

Ik merk ook dat ik ergens een steek in de opvoeding heb laten vallen: in beide kinderen zit, hoewel ze allebei officieel Nederlanders zijn, werkelijk geen greintje Hollandgevoel. Niets. Het mijne daarentegen laait met de minuut hoger op. Ik vind ’t geweldig om het enthousiasme van die oranjegekleurde meute te zien. Hoe men samen viert, blij is. De uitbundigheid en ergens ook een soort teruggevonden verbondenheid die al sinds tijden mijlenver te zoeken was. Praktisch geen noemenswaardige incidenten. Een land, nee MIJN land viert feest. En ik zit hier…  Ondertussen koningsdag3heeft dochter toch een prachtig miniboeketje voor de kroonloze koning in elkaar geflanst. “Speciaal voor die meneer daaro, mam. Die kan wel wat bloemen gebruiken toch?” Ja, nou dat vind ik ook wel. En een biertje of zo.

Ik ben trouwens geen groot fan van het koningshuis. Ik vind ’t geheel als nationale institutie enkel acceptabel. Het kost een bom duiten maar dat kost een president nu eenmaal ook. Een koning of koningin doet zijn of haar best op handelsmissies en representeert het volk. Die eer is dus nu aan Willem Alexander. Maar het maakt niet uit wat de aanleiding was: een dag uit je bol gaan, je vaderland liefhebben, lekker gek doen en uitbundig feestvieren is simpelweg gezond. Zoon ziet dat anders: “Mam, wanneer haal je die suffe vlaggetjes nou weer weg? Ik vind ’t maar gênant… En doe dat kroontje af!! Stel je voor dat de buren binnen komen…” OK dan. Nu blijft de boel natuurlijk helemáál hangen tot de volgende koningsdag. En mijn kroontje doe ik misschien eventueel mogelijkerwijs in bed af. Maar ook dat is nog niet zeker.

Oh en dat rare koningslied?
Dat is nog steeds een groot stuk verdriet.
Bekoren kan het mij dus écht niet…
Maar ook dat interesseert niemand ene biet.
Stom lied.

Hoe jij en ik

Hoe beschrijf je een sensatie. Hoe de pijn. Hoe laat ik iemand weten, dat ik daar wil zijn.hoe

Hoe kom ik écht over. Hoe maak ik mijn punt. Hoe weet ik dat jij mij dat óók gunt.

Jij
bent zo stil. En zegt niks meer. Maakt dat ik me in mijn onzekerheid zelf nog bezeer.

Jij
kunt niet anders. Jij moet óók door. Voor eeuwig. Want daar leven we toch voor?

En
hoe moet ’t dan verder, of moet het dat niet. Snel, stop! Voordat iemand ’t ziet.

En
kun je me zeggen dat je echt van me houdt? Nee dat kun je niet. Over and out.

Ik
wíl niet voor eeuwig. Ik wil nu meteen. Morgen kan ik de pijp uit zijn. Ach, ga heen…

Ik
voel me raar, onvolledig. Incompleet. En morgen weet jij weer, dat het je tóch speet?

Hoe
Jij
En
Ik

Beest

Leed.
Verleden tijd.
Van lijd.
Het lijden voorbij.
Of toch ook niet.
Eeuwig duurt
het leed der tijden
en blijft geleden
leed een lijden…

Ik ben een gezegend mens. Zo zeg je dat toch? Ook als  niet-gelovige. Ik heb lieve, warme, onbetaalbare ouders die om me geven en die er altijd voor me waren in mijn jeugd. Die álles voor me deden en me altijd gaven wat ik nodig had. En dat allemaal ook nog steeds doen, want ik heb ze allebei nog. Ik heb een geweldige zus met wie ik meer dan goed contact heb en van wie ik megaveel houd. Ik heb een lieve man, twee fijne kinderen, een stel vrienden van goud en – voor zover ik weet – geen noemenswaardige vijanden. En ik heb nog zoveel meer. Ik zeg toch: gezegend. Mijn wereld was en is nog steeds een goede.

In tegenstelling tot werelden van anderen waarover ik lees, waar ik in mee kijk en als vanzelf in mee ga voelen. Ik zou het niet moeten doen maar ik beeskan niet anders. De ogen sluiten maakt niet dat het er niet meer is. Noodlot en ellende, verwaarlozing en misbruik, intense slechtheid en mishandeling. De één beschrijft en beschildert die ervaringen uitvoerig, de ander vreet ze op, ontkent alles en laat het leed opgeslokt worden door een groot zwart gat, in de hoop zelf niet meegezogen te worden. De één is in staat om dingen te laten rusten en zelf rust te vinden, de ander begaat uiteindelijk een wanhopige moord en blijft eeuwig malen over het ‘waarom ik’. De één wordt het absolute tegendeel van de kweller, de ander herhaalt zelf onbewust het ervarene. En waar stopt het dan… Stopt het überhaupt ooit?

Het is verbazingwekkend hoe krachtig, hoe respectvol en mooi sommige mensen kunnen worden ondanks alles wat hen en hun naasten is aangedaan. Maar ook na alles wat zij zélf hebben gedaan of misdaan. Als buitenstaander is het moeilijk om te onderscheiden tussen wat werkelijk was en wat waarheid is. Ik ga op mijn gevoel af, naïef als ik ben. Ik noem mij bewust niet intuïtief, het is een wíllen geloven in mijn eigen gevoel maar een toch niet compleet daarop durven vertrouwen… Maar juist daarom zeg ik dan ook gelijk maar niks meer. Mijn gevoel is nooit feilloos. Niemands gevoel is dat. Het faalt bij tijden, ondanks al die goede wil. Ik laat mijn gevoel rusten in de fase van empathie en respect, daar waar het ook hoort te blijven, de eeuwige buitenstaander zijnde.

Maar steeds opnieuw ben ik toch weer compleet overdonderd. Volledig in de war van alles wat mensen elkaar aan kunnen doen. Geschokt door die hel waardoor sommige ouders hun kinderen moedwillig laten gaan. Verdrietig door de beschuldigingen die broers en zussen elkaar naar het hoofd gooien. Wanhopig door al het wantrouwen en de ellende,  door alle vooroordelen en veroordelingen.

De mens blijft een raar beest.
Ik blijf mijn heftige pogingen doen
om dan maar tenminste
een goed, betrouwbaar beest te zijn….

En alles blijft anders.

Kom mee…

Zelluf doen

Dat liedje van Rita Hovink galmt de hele dag al door m’n hoofd.
Je weet wel, dat van:
Laat me alleen, alleen met al m’n verdrietzellufdoen
’t Is beter dat ik nu geen mensen zie
Niemand, niemand, niemand die me troosten kan
Ik verloor m’n toekomst en m’n doel
Laat me alleen, alleen met al m’n verdriet
Een glimlach, dat wordt pure parodie
Iemand, iemand, iemand die gelukkig was
En verloor, begrijpt wat ik nu voel
bladiebla-huiljammer-lalala enzovoort.

Nou, zó erg is ’t dus niet 😛

Maar die eerste twee zinnen treffen ’t wel aardig. Laat me nou maar effe alleen. Láát me gewoon maar even. Ik heb geen toekomst of andere essentiële dingen verloren (absoluut niet) en m’n doel al ook niet. Ik had eigenlijk nog nooit echt een doel dus dan kan ik dat ook niet verliezen, toch? Ik weet ook heel, héél goed dat ik heel, héél veel lieve mensen om me heen heb die me allemaal willen helpen én troosten én knuffelen. En dat is ook superlief maar dat kan gewoon niet: a) omdat het niet eens zo zeer MIJN verdriet is waar ik mee zit, b) omdat het praktisch gewoon niet kán (ik moet er zelf mee dealen en de afstand is simpelweg te groot om te knuffelen, jullie wonen allemaal te ver weg!) en c) omdat men met dit soort dingen gewoon niet kán helpen.

Even een impressie van al die dingen:  Specifieke zorgen om de kinderen, groot verdriet van mijn allerliefste naasten, gemis, werkproblemen (peanuts though), mobbing-issues/gewelddadigheid op school waar ik me als klassenoudervertegenwoordigster én als moeder helaas intensief bezig moet houden, faalgevoelens, pijn (letterlijk), ontglippingssensaties (whoeiii), algehele stress en bij tijden alles verpletterende teneergeslagenheid en moeheid.

Dat laatste heeft voor het overgrote deel te maken met de winter, neem ik gemakshalve aan. Ik ben gek op sneeuw en winterse kou maar ik heb nu toch duidelijk last van winterdepressieve gevoelens. Ik slik wel vitamines (D en B enzo) en af en toe wat Sint-Janskruid maar echt helpen doet dat niet. Doorgaan dus maar. Ik heb een waslijst van (relatief grote dingen) die ik allemaal ‘moet’ en van dat vele moeten word ik ook weer moe. Heb ik ook al eens over geschreven geloof ik. Wat me momenteel heel erg bezig houdt is dat schoolgedoe. Tienjarige kinderen die door klasgenootjes in elkaar getrapt worden op ’t schoolplein, kopstoten, volledige respectloosheid naar elkaar én naar de leerkracht (“hé ouwe, waar bemoei je je mee”…), mobbing, scheldpartijen, notoir uitsluiten. Discussies voeren met ouders die de noodzaak van noodzakelijk optreden niet inzien of zelfs botweg niet geloven dat hun kind ‘dat’ doet (wat toch echt het geval is). Gesprekken met de leerkracht. Moeilijke gesprekken. En dit is dan nog maar de basisschool… Op de ‘middelbare’ school (hier is dat vanaf volgend jaar, na 4 jaar basisschool dus) gaat het er tien keer erger aan toe, heb ik al uitgebreid te horen gekregen. Fijn, ik verheug me er op :’-( Vanavond dus weer een hele avond vol e-mails en telefoontjes waar een mens nou niet bepaald vrolijker van wordt.

Dan zoon die vandaag weliswaar een geweldig cijfer voor Aardrijkskunde/Geschiedenis (hier een gecombineerd schoolvak, hij had een “1”, dat staat hier gelijk aan het cijfer 9 of 10) naar huis bracht (mensch, was ik me een potje trots! Háh!!! Heeft al ons moeizaam, langdurig en intensief samen leren daadwerkelijk vruchten afgeworpen – dit was zooooo goed en zoooo nodig voor hem!!) maar volgende week opnieuw de diagnoseprocedure in gaat voor zijn ADHD/dyslectie/dysgrammatisme/geheugenstoornis/hypermobiliteit etc. etc. omdat hij anders volgend schooljaar toch in een ‘normale’ klas zou kunnen komen en dat gaat ‘m helaas niet worden… Hij is er nu al bang voor 😦 (niet voor de diagnose maar voor een mogelijk falen op de navolgende school).

M’n liefste zus die momenteel zo verdrietig is en samen met m’n nichtjes opnieuw een flinke portie levensherinrichting moet behappen. Ik doe m’n stinkende best om haar op te vrolijken en gelukkig lukt dat bij tijden ook aardig (heb haar net even aan ’t lachen kunnen maken – ghehhh!! :-P) maar toch is het schrijnend, moeilijk, verdrietig en zit ik hier op zo’n Oostenrijkse hobbel zonder dat ik echt wat kan doen of zelfs maar gewoon een knuffel geven. Haar verdriet is simpelweg ook mijn verdriet… Love you, sweet sis!!!

Het gevoel dat ik ook bepaalde mensen ‘verloren’ heb of dat ze in ieder geval langzaam maar zeker uit mijn leven verdwijnen, om wat voor reden dan ook. Ik hou er niet van om geliefde mensen ineens weg te zien lopen, om genegenheid te zien verwateren, om de indruk te krijgen dat je éigenlijk niet langer meer nodig bent. Maar ook dat is in principe een heel normaal proces. Mensen komen zomaar in je leven en stappen er even plotseling weer uit. Net twitterfollowers of facebookvrienden. Ineens, zonder dat je de echte reden kent, zijn ze verdwenen. Floep. Dag vriend(in), zwaai zwaai, het ga je goed… Het mag dan normaal zijn, ik word er toch een beetje neerslachtig van. Ik weet dat ik ’t niet moet doen maar ik ga me dan dus afvragen wat ik fout gedaan of gezegd heb. Niet doen…

En dan die rotpijn die maar niet weggaat. Soms wat minder wordt maar nooit voor lang. Rug. Nek. Hoofd. Knie. Ik ken de oorzaak wel hoor, niks engs of chronisch aan, maar het maakt dat ik me een oud wief voel. Ik sport des te meer, in de hoop ooit weer ‘fit’ te worden (het ‘slank’ heb ik inmiddels bíjna alweer opgegeven, ik moet na 41 jaar vaststellen dat ik niet voor slank in de wieg gelegd ben maar ik was ’t zó graag geweest hè. In mijn hoofd ben ik een slank mens maar mijn lichaam werkt niet mee.  Maar dan moet je ook niet een hele doos kersenbonbons in een moment van verstandsverbijstering naar binnen werken. Nou ja. Dan maar fit & fat ofzo…). En dan zijn er nog een aantal dingen die ik hier niet kan en niet wil noemen of vertellen. Te privé, dus gewoon niet.

Pijn. Verdriet. Zorgen.
Verliezen. Stress. Faalangst.
Afvalsores. Verlatingsangst.
Nog meer verdriet. Frustratie.
Dat.
Dus.
Niks onoverkomelijks.
Er zijn ergere dingen in de wereld.
Véél ergere dingen.
Zelfs in mijn directe omgeving.
Dus.

Laat mij daarom maar fijn sudderen. Ik zal dan ook gewoon doorgaan met repareren, werken, vrolijk worden, liefhebben, ontzorgen, ontstressen, minder vreten en meer sporten.  Beloofd.  En OOIT (wat een stom woord) komt alles GOED (wat een mooi woord).
Goed?

Maar laat me nu maar even.
Ik moet het toch zelluf doen.

Life is a beautiful balance of holding on and letting go.

Ik ook van jullie.

XXX

.

(tjeejjzus, nu ik ‘m gepubliceerd heb, zie ik pas wat voor rotlap tekst dit is. Nou ja. Sorry daarvoor.)

life goes on…

… dat blijkt wel weer…

Mensen gaan hun weg… Op elkaar gaan zitten wachten is uiteindelijk ook maar een uiterst zinloze bezigheid. Maar toch is er een beetje schaduw in mijn hart. Het voelt leeg. Leger. Het voelt alsof de liefde die zo zeer ook mijn deel was, me langzaam ontglipt. Onopvallend maar steevast stukje bij beetje weggenomen wordt. Het ís misschien niet zo maar het vóelt zo…

Nieuwe liefde komt.
En blijft.
Nieuwe levens starten.
En worden goed.
Zo moet het ook zijn.
Zo hoort het…

De sneeuw valt met bakken uit de hemel.
Ernaar kijken en maar één ding willen.
Op het gras gaan liggen en een wit heuveltje worden.
Te koud om nog iets te voelen.
Wat een weelde zou dat zijn.

Schaduw vult een steeds leger hart.
Langzaam verdwijnen ze. In de verte.
Alle dingen die we ooit waren
Alle dingen die we nooit zeiden
Alle dingen die op lieten leven
Alle dingen die nooit weg zouden gaan
Alle dingen in mooie ogen gezien
Alle dingen die voor geen goud
verloren mochten worden…
Ze halen het ochtendgloren niet eens meer.
Zwaai die witte vlag en doe alsof
je niet meer houdt van.
Denkt aan. Lief hebt.
Zo moet het wel zijn.
Zo hoort het…
En het is goed zo.
Want liefde vond ook jou.

Denk af en toe nog aan mij…

Klik

Klik deed het. Al een hele tijd geleden. Met de één wat eerder dan met de ander. In ons warrig damesgeklets bleek al snel ergens iets met ‘op één lijn zitten’ te bestaan. orchideekoffie
Klik.
Slechts één bijzondere man in ons midden, eentje die voor de consistentie van de therapie van overheersend belang is. Onze eigen zaaldokter.
Klik.
Praktisch dagelijks contact. Pure sympathie. Elkaar maximaal kunnen waarderen. Irritaties met elkaar van tafel kunnen vegen en tot stof kunnen stampen.
Klik.
Pyjamaparty’s houden, hernieuwd puberaal gedrag. Natte lappen door de slaapkamer naar elkaar smijten. Maar ook een liefdevolle kop dampende koffie mét een orchidee op bed geserveerd krijgen.
Klik.
Opkomen voor elkaar, geven om en aan elkaar, lol hebben met elkaar, eenheid voelen bij elkaar, liefde hebben voor elkaar, rijk zijn met elkaar.
Klik.
Dank jullie wel voor jullie.
Jullie zijn de kliks in mijn leven.

X
X
X

Dag hobbel

hobbel

Ben er overheen.
Over die rothobbel. Denk ik.
Geen idee waaruit deze hobbel nou precies bestond.
Maar hij ligt nu ergens achter me.
Plat te worden (nou ik nog…).
Wat kan een mens het zichzelf toch lastig maken, hè.

Had ’t moeilijk.
Met een grootse grootheid.
Die achteraf uit louter kleinigheden bleek te bestaan.
Ik denk nog steeds aan j… ach forget it. Doe ik niet.
Ik zei toch: doe ik NIET!! Gewoon niet.
Misschien ga ik het ooit ook nog geloven.
Jij ook niet aan mij.
Weet ik nu wel zeker.
Waarom ook?

Heb ’t op een rij.
Een ietwat rommelige rij, dat wel.
Wat er nou allemaal werkelijk in die rij op een rij staat?
Weet ik ook nog niet.
Maar het is duidelijk een rij.
En weg ben jij.

Verdorie.
Wat zie ik nou.
Een nieuwe hobbel.

En geen vluchtheuvel te bekennen…

te mat om te glanzen

Een blog waarvan ik niet weet wat ik ermee wil. Ja, een gevoel beschrijven maar toch ook weer niet. Een matheid die zich uitbreidt en die alle moois opslokt. Niet in de depressieve sfeer hoor, helemaal niet. Meer iets van alles hebben wat ik schijn te willen terwijl ik dat wat ik eigenlijk wil, niet kan krijgen. En dan weet ik niet eens precies wat dat, wat ik eigenlijk wil, nou is…

Wat een geleuter. Waarom heb ik het er überhaupt over. Omdat het me mat maakt? Omdat het me zachtjes en met een tedere touch wurgt? Omdat ik er niks mee kan? Alles is goed en niks is slecht. Duizend keer door het oog van de naald met hooguit hier en daar een acupuncturele prik. Een wakkerwordsteek die me nog slaperiger maakt. Een por die me even op doet veren. Meer ook niet.

Het blijft geleuter. Een vriend in persoonlijke wanhoop, een dochter met pijn, een chronisch zieke vriendin, een bekende die zich doodrijdt, alles relativeert. Een heerlijk weekend met de kinderen, een geweldig dansconcert, zeven brandende kaarsen en een glas rode wijn in een warm thuis net zo. Het mijne is goed maar ik heb voortdurend het gevoel dat ik niet genoeg geniet. Dat ik tekort schiet in het bewuste waarderen. Dat ik de gouden randjes van de dagen niet snel genoeg herken. Dat ik te mat ben om te glanzen.

Gisteren zag ik een zangeres optreden. Ze was als ik. Qua lichaamsbouw, qua stem (als ik dat al kan of mag zeggen) maar ook in haar hele doen en gestiek. In hoe en wat ze deed. Maar zíj stond dáár, in haar duidelijk te krappe, dunleren zwarte broek te zingen, te glanzen en te léven. En ik zat in de zaal. Ja natuurlijk, ik genoot. Ik bewonderde haar enorm. Zij die zo mij was. Maar ik wist meteen dat ik nooit die moed zou hebben om daar óók eens te staan. Ik schaam me teveel terwijl ik zou moeten weten dat ik me niet hóef te schamen. Ik ga niet genoeg voor de dingen waar ik zo graag voor zou willen gaan en verdoe m’n tijd met wachten tot een glimp daarvan me toevalt, wat ’t natuurlijk niet doet. De onzekerheid maakt me mat…

Is het genoeg?
Doe ik genoeg?
Kan ik genoeg?
Ben ik genoeg?
Lééf ik wel genoeg?

Glansloos gelul.
Werkelijk waar.
Matglans zou al leuk zijn…

mijn lachpillen

“Ik moet een scheet. Dan loop je maar naar de gang. Ik kom nú weer terug hoor. Neeeee!! De stank komt pas later, blijf daar! Weet je wat nog lekkerder is op een pannenkoek? Neuh. Een vieze onderbroek. Waaaaaaaaaaaaaahhh dat rijmt!!”

Even een standaard tafelconversatie zoals die daarnet plaats vond. Ik zit ernaast en grinnik maar een beetje. Net als over dat plaatje van die reanimatiemuis, dat ik net op facebook zag. Ik kijk naar de eiffeltoren van zoon, die hij in minder dan een uur in elkaar gedraaid heeft en denk enkel: “OK… dat was te makkelijk voor ‘m”. Maar hij staat wel leuk op tafel. Dat wel.

Onlangs danig opgeruimd hier in de woonkamer maar daar is niks meer van te zien. In mijn blikveld minstens 2 barbiepaarden, een eiffeltoren (dus), gele verjaardagsblommekes, oranje vlaggetjes, een ufo, een archeologische dino, een nano-car racebaan, een nerf-machinegun en een paar TV-hangkinderen met in de ene hand een kat en in de andere afstandsbediening (van beide hebben we er 2 of meer, dus dat kan). Zoon zit alweer met z’n nieuwe netbookje op schoot, oefent typen en een of ander tekenspelletje. Het lukt ons echt wel hoor, om er een echte nerd zoals wijzelf van te maken.

De tranen zitten me zo hoog. De laatste dagen, nee weken, zijn doorspekt van emotie, verdriet, hoop, wanhoop, onzekerheid, pijn en stress. Ik kán niet meer. Ik wil niet meer. Ik wil weg. Naar Nederland. Maar ik voel me ziek, waarschijnlijk bén ik ’t ook maar dat kán gewoon niet. Ik laat ’t niet toe. Het mag niet. Vanmiddag dus toch maar de tuin in, weer een heleboel meer winterklaar gemaakt, planten gesleept en gesnoeid, potplanten ingepakt en naar een beschutte plek.

Dit weekend komt de winter. Vrieskou, sneeuw. Ik twijfel nog of ik de planten werkelijk naar binnen ga doen voordat we weg gaan. Áls we weggaan. Nee geen twijfel. We gaan. De katten komen ineens allebei naast me op de stoel zitten. Eentje kruipt er op schoot. Ze zullen het ook merken: niet alles is normaal op dit moment. Lieve beessies. Vandaag al een paar keer zomaar in tranen uitgebarsten. Om alle ellende en onzekerheid, om alle verdriet en pijn die er op dit moment is.

En toch maken m’n puinhoopproducerende, nerdy, eigenwijze, gestoorde kinderen me steeds opnieuw weer aan ’t lachen.

Wat zou ’t leven een trieste bedoening zijn zonder hen.

Mijn hoognodige lachpillekes.

Op naar morgen…

Iets met ziel en arm

Hoewel ’t met mij, afgezien van een berenportie chronische rug- en nekpijn (ik weet ‘t… allemaal stress…), best aardig goed gaat, ben ik mezelf niet meer. Of liever gezegd: nog steeds niet. Ik pieker. En denk. En probeer me dingen voor te stellen. En denk aan hoe anderen zich moeten voelen. En pieker nog een beetje meer. Ik kan me niet meer laten gaan, niet meer ontspannen. Dat rothoofd blijft maar malen. Ik blijf de angst van anderen voelen ook al banjeren ze er zelf gemakshalve maar laconiek overheen alsof er eigenlijk niks is. Ik blijf me zorgen maken over een veelvoud aan eigen en andermans mentale issues. Het maakt me onrustig. Neerslachtig. Anxious, om het maar ‘ns met een mooi engels woord te zeggen.

De alledaagsheden gaan door. Zoon oefent zich suf op z’n nieuwe asus netbookje, hij moet blind leren typen (nou ja, hij moet gewoon leren typen) zodat hij straks op school met een laptop kan werken, wat alles voor een dyslect een stuk makkelijker zou (kunnen) maken. Dochter schrijft op de andere kinderlaptop hele romans die enkel bestaan uit de woorden “mama”, “papa”, “oma”, “opa, “am”, “lilo”, “mamamia” en hun eigen namen T. & K. Enkel nog een uitgever zoeken voor dit geniale staaltje electronisch schrijfwerk.
Man klooit in de garage rond, prutst wat aan de telefoonkabels en bám, de boel doet ’t niet meer. Telefoon deaud, internet deaud. Afgesneden van de buitenwereld… Gelukkig heb ik mijn foon met data-abo nog. Maar het is een ramp voor de familie Nerd, kan ik u zeggen. Even diep zuchten en weten dat het wel weer goed komt. Net als al het andere. Ooit…

Ziel hangt onder arm.
Die hangzielen van tegenwoordig ook…

Doe mij maar een hart onder de riem.
Waar koop ik zo’n ding…

’t dendert en dondert

Emotioneel heen en weer geslingerd loop ik op automatische piloot een beetje te functioneren. Zo voelt ’t althans. Ik functioneer maar ik besef ’t niet eens echt. Ik doe wat ik moet doen, ook al is het – so very unlike me – allemaal op ’t laatste nippertje. Ik wil daar zijn maar ben hier. Ik heb een deadline die ik weer ‘ns nét ga halen. Elke maand opnieuw. Ik stuur wat post waarvan het ene sneller aankomt dan ik gedacht had (thankgod) en het andere helemaal niet aankomt en verdwenen is in het zwarte gat der verstuurderij (shitterdeshit).

Ik kijk een beetje in het rond terwijl in de balkenbrij die zich ‘mijn hersens’ noemt continu een lijst ronddendert van alle dingen die ik nog moet doen. Ondertussen drinken we koffie bij schoonmoeders waar ik partout boven mijn kop zwarte, bittere bocht in slaap donder en springt er een landgenoot met donderend geweld even van 39 kilometer hoogte uit een metalen blikje. Ik typ wat woorden neer en bedenk dat ik eigenlijk alleen maar zit te wachten op het eerstvolgende echt belangrijke. De rest is nevenzaak maar mijn bestaan hangt aan elkaar van de nevenzaken

Het leven dendert met een noodvaart langs me heen en ik sta erbij en kijk ernaar. Net even mijn agenda voor komende week bewonderd. Vergaderingen, sport, werk, deadlines, therapiesessies van de kinderen, drummen en vooral dat eerstvolgende echt belangrijke, aankomende dinsdag. En laat dat nou iets zijn waar ik zelf niets voor hoef te doen, waar ik niks voor kán doen. Just sit and wait. En daar ben ik gruwelijk slecht in.

Ik krijg zoveel liefde op dit moment en daar ben ik zo enorm blij mee. Ik merk dat mensen echt om me geven en dat is een geweldig goed en fijn gevoel. Ik merk dat de juiste dingen goed gaan ondanks alles wat er zo ontzettend fout gaat. De essentie klopt en vertrouwen is alles. Ik vertrouw. In al mijn moeheid vertrouw ik erop dat alles goed komt. In mij, om mij, met jou.

De moeheid overheerst, de matheid wint. Het lachen en ja, zelfs het zingen is een opgave geworden. Ik zing niet meer, niet eens onder de douche. Dat baart me wel wat zorgen. Maar ik vertrouw. Ik vertrouw erop dat ik in de toekomst weer zal willen zingen. Me zal hervinden.

Tot die tijd ben ik als Felix Baumgartner en dwarrel nog mínstens negentig seconden lang zorgwekkend, angstaanjagend en ongecontroleerd rond.
Tot die tijd val ik met een duizelingwekkende snelheid, tot ik weer de macht over mijn eigen lichaam vind.
Tot die tijd dendert en dondert het allemaal door.

In de knoop

Knopen. In mijn maag, aan m’n broek, in mijn haar en in mijn gedachtengangen. Knopen in mijn hersens en in m’n vingers. Knopen in m’n zakdoek heb ik niet want ik gebruik geen stoffen zakdoeken. Nooit gedaan ook (yuck, vies, zo’n snotlap).

Veel van die knopen neem ik voor lief, de meesten merk ik niet eens meer. Sommige zijn zelfs handig om de boel bij elkaar te houden. Met andere moet je leren leven. En sommige moet ik toch echt weer uit de knoop zien te krijgen…

Vastknopen.
Ontknopen.
Aanknopen.
Opknopen.
Losknopen.

Doorhakken…

Welke knoop ontrafelt de wirwar?
Hoe knoop jíj dat aan elkaar?
Zoveel zwaar knopende zaken…
Ach toe, friemel even aan mijn knoopjes?
Wat is dat opgeknoopte gevoel?
Ik kan er geen touw aan vast knopen.
Hoe ontwar ik dat wat niet eens is?
Vraag me nou ‘ns waar de knoop zit…
Ontwar mijn knoop even voor me?
Hmm. Sjor ik er toch teveel aan?
Aan welk touw moet ik dan trekken?
Ben jij ook zo in de war…
Waar is die klittenkam?
Kun je knopen in je maag verteren?
Hoe knoop ik ‘m ’t snelst op…
Strikje erom??
M’n verstand zit hopeloos in de knoop.
M’n hart ook trouwens.
Knoop ik er maar een end aan?
Aan welke boom?
Enzovoort.

Mijn wereld hangt met knopen aan elkaar.
En als ik nou ‘ns de verkeerde knoop eruit haal, wat dan?

Welke knoop in mijn wereld ben jij?

(En ik heb duidelijk niet alleen knopen, ik heb ook nog kronkels…)

bittere pil

Soms, dan berust je
in dat wat je moet
Gelatenheid kust je
in al wat je doet.

Neergeslagen ogen
héél even dicht…
Een zucht, een gedogen
en ‘t-is alweer licht.

Niet alles is net
zoals ík het wil.
Een harde tegenzet.
Een bittere pil…

Op naar nieuw water
gretig dronk jij,
bleef ik met een kater,
maar keerde het tij.

Soms moet ik laten
Wat niet mag zijn.
Maar ik kán niet haten.
Dus slik ik die pijn…

 

(c) Lou

Het geschreven woord…

…is het betere woord.
Mijn uiterst bescheiden mening.

Geschreven woorden zijn doordachter.
Minder impulsief.
Oprechter.
Niet onderbroken.
Duidelijker.
Niet weggeargumenteerd.
Naleesbaar.
Niet verstoord door emotie.
Minder afgeleid door gevoelens.
Overwogener.
Een mogelijke basis voor ‘en nu verder’.

De afgelopen dagen kwam het thema ter sprake (in welke context dan ook, dat doet er nu niet toe). Wat kun/mag je met het geschreven woord zeggen, wat niet meer? Is het mogelijk om een huwelijk te redden door een brief te schrijven? Is het wenselijk om je liefde via WhatsApp te verklaren? Is het te makkelijk om middels een kaart te condoleren? Is het acceptabel om via een ansichtkaart afscheid te nemen? Is het laf om via een email een relatie te beëindigen?

Ik denk dat dat voor een ieder verschillend is. Ik ben zelf duidelijk iemand die meer schrijft dan zegt. Liever eerst zwart-op-wit dan meteen praten. Man en ik hebben inderdaad onze relatie inmiddels twee keer d.m.v. een brief weten te redden. Op welke manier die brief uiteindelijk “afgeleverd” werd, doet er überhaupt niet toe (de eerste was uitgeprint en in zijn handen gepropt onder het mom van “lees dat maar ‘ns op een moment dat het past” en bij de tweede keer was het een email). Het ging erom, dat ik onder woorden bracht wat ik wilde zeggen. Op de manier zoals ik het wilde zeggen. Zonder onderbrekingen of tegenargumenten die me gelijk weer van mijn apropos zouden brengen. Zonder emotionele tussenwerpselen van de ander, die mij weer zouden doen vergeten wat ik eigenlijk wílde zeggen. Gewogen, overwogen en heroverwogen. Omgeschreven en doordacht. Argumenten en meningen zó opgeschreven zoals ik ze ook werkelijk bedoelde.

Beide keren was het een soort kiezen of delen. Ik schreef alles van me af, meerdere A4-tjes vol. Ik ‘stuurde’ mijn woorden op het moment dat ik dacht: “Ja, DIT wilde ik nou echt zeggen en op DEZE manier en DIT zijn de opties die we in mijn ogen nog hebben”. Mijn partner kon het lezen op het moment dat het hem paste. En beide keren kreeg ik ook een brief (cq. mail) terug (best gestoord eigenlijk: samen in de woonkamer zitten en dan zwaarst communiceren via mail…), waarop we weer in gesprek kwamen, weer konden praten over de dingen die niet goed gingen, de dingen die we beiden zo graag anders zouden zien, over elkanders en onze eigen fouten, de voorwaarden voor beiden om toch nog weer verder te gaan.

Maar het had ook anders kunnen lopen. Ik had met deze brieven ook de relatie kunnen beëindigen. Had gekund. En wat ik me dan afvraag is, of dat dan ineens ‘not done’ is? Ik heb het er al eens eerder over gehad in een blog. Het is zo makkelijk om te zeggen dat het laf is, een zeer emotionele boodschap geschreven te bezorgen. Ik vind het eigenlijk niet laf, al noemde ik het ergens in een opwelling ook nog zo geloof ik :-S. Maar ik doe het zelf dus ook. Alleen zo kom ik uit mijn woorden… Alleen zo kan ik werkelijk zeggen wat ik bedoel. Als ik alles in een één-op-één-gesprek zou moeten vatten, diegene in alle emotie zou moeten aanschouwen en met al diens tegenargumenten alsnog al mijn bezwaren en zorgen op tafel zou moeten leggen, dan zou dat simpelweg niks worden. Bij het eerste argument, bij de eerste traan zou ik instorten en niet meer weten wat ik ook alweer wou.

Ik vind het fijner als dingen opgeschreven worden. Op basis daarvan kan men dan alsnog praten (of niet), maar ik heb dan in ieder geval de basis neergelegd, de woorden die ik écht wilde zeggen. En of die woorden nu in een mail, in een brief, op een kaart of in een WhatsApp geschreven worden, maakt voor mij persoonlijk eigenlijk niet uit. Het medium doet er – naar mijn mening – niet toe. Als je het er niet mondeling niet uit kunt krijgen, schrijf ’t dan maar op. Getypt, handgeschreven, voor mijn part gecalligrafeerd: ist alles wurscht. Als het maar over komt.

Of ben ik nou zo raar?

Ik schrijf
dus ik blijf…

Koffie

Ik word gék van mezelf.
Een overlopend hoofd.
Een op barsten staand hart.
Glinsterendvochtige ogen.
Intensiteit in het kwadraat.
Voel te veel en te sterk.
Het is net een stereo die knetterhard staat.
De beat is letterlijk voelbaar.

Sie mag Musik nur, wenn sie laut ist
Das ist alles, was sie hört
Sie mag Musik nur, wenn sie laut ist
Wenn sie ihr in den Magen fährt
Sie mag Musik nur, wenn sie laut ist
Wenn der boden unter den Füßen bebt
Dann vergisst sie, dass sie taub ist…

Maar ik ben niet eens doof…
Ik voel het, ik hoor het.
Het beukt in mijn maag
Ik wou dat. Ik wil zoveel.
Het zit erin en kan er niet uit.
Gek word ik ervan.
Geuren die zo hard binnenkomen
dat je je ogen dicht moet doen.
Gevoel dat zich zo sterk opbouwt
dat je borstkas uit elkaar knalt.
Verlangen dat zo groot is
dat je wel iets móet doen.
En dan…

…is er koffie.

Het zal wel weer m’n eisprong zijn.
#zucht

Zondagmiddagen

Tja, als je met zondagochtenden begint, moet je met zondagmiddagen verder hè. Die komen er op de één of andere manier automatisch achteraan, het is niet anders.

Wat is dat toch met zondagmiddagen. Ergens doe je geen flikker maar ontstressen lukt ook niet. Ik heb de lamssteakjes voor vanavond maar even gemarineerd. De kinderen hebben hun zwaarbegeerde koekjes gemaakt, gebakken en gegeten in hun zelfgebouwde stoelenhut midden in de kamer. Ook dat hoort erbij. Dochter is nu misselijk, naar eigen zeggen, en ligt te kreunen in de hut. Zoon heeft een betere rem en ligt uit te buiken op de bank.

Ik heb de halve tuin gesnoeid. De andere helft komt later wel. Op dit moment probeer ik zin te maken om nog met de rozenstruiken aan de gang te gaan, maar die zin is ver te zoeken. Ik heb bij ’t snoeien de snoeischaar met vol geweld in mijn linker pols gespietst, net de slagader gemist. Wat een mazzel. Een klein maar behoorlijk diep wondje rijker en een paar milliliter bloed armer. Elvis en Elton slapen door alles heen. Ik weet het nu zeker, we hebben er duidelijk twee van het soort “slaapkat”. Áls ze wakker zijn, breken ze de tent af (en vooral alles waar IK waarde aan hecht, het kinderspeelgoed of man’s sokken laten ze gewoon met rust, grmmbll) maar minstens driekwart van de dag oefenen ze voor het wereldkampioenschap synchroonslapen.

Het waait behoorlijk, de lucht is grijs. Man wil nog gaan wielrennen met de buurman, ik denk enkel “jebenniegoewijs” maar vind ’t prima, hij doet maar. Ik heb gruwelijk veel zin in een goed glas wijn maar dat doen we toch nog maar niet. Ik heb ook gruwelijk veel zin in andere dingen die er nu simpelweg even niet in zitten. Laat ons verstandig zijn. Dochter steekt het volgende koekje in de mond, ondanks de misselijkheid. Eéntje past er blijkbaar altijd nog wel bij…

Even een recept zoeken voor iets courgettes: mijn courgetteplanten zijn hoogstproductief. Er liggen er al een stuk of 6 van het kaliber “onderzeeboot” verdeeld in de tuin te wachten op hun gecomposteerde levensfase, zoveel courgette kan een normaal mens echt niet eten. Ik ga zo nog even boontjes plukken voor het avondeten, voortmijmerend over bepaalde mensen aan wie ik veel denk. Ik wou dat ze het konden voelen…

Zondagmiddagen.

Te zondags om niks te doen, te niksig om echt zondag te zijn.

Ik mijmer nog even verder.

Denken

Eerst dacht ik: ‘niet aan denken’,
Dat heb ik toen gedaan.
Maar twee seconden later
dacht ik er tóch weer aan.

Nee zo eenvoudig is dat niet,
want weet je, wat je doet,
je denkt er óók aan als je denkt
dat je er niet aan denken moet.

dat dus.
Dank je, Toon Hermans.

Het is me al vaker gezegd:
Ik denk zo veel teveel.
Maar als ik nog even doordenk,
Denk ik mezelf misschien weer heel…

Ik snap het niet

Ik snap het niet.
Eigenlijk snap ik heel veel niet.
Ik wíl ook helemaal niet alles snappen.
Ik wil soms enkel weten waarom.
Maar serieus, ik begrijp ’t niet….

Dat gevoel van zomaar ineens ‘uit de gratie’ zijn.
De indruk dat je niet langer gewenst bent.
Dat wat er ooit eens was al lang niet meer kunnen bespeuren.
Weten dat je maar beter helemaal niks meer kunt zeggen.
Ik snap het echt niet….

Het steeds weer éven aanhalen ter vergroting van de verwarring.
De steeds langere stiltes tussen hele kleine mini-stormpjes.
Een korte por in de zij om vervolgens weer heel hard weg te rennen.
Het snoepje even in mijn mond stoppen om ’t er dan weer met tien vingers uit te prutsen.
Waarom nou toch. Waarom mocht ik het niet houden…

Steeds miniemere toenaderingspogingen die jammerlijk verzanden.
De sensatie van je éigenlijk simpelweg ongewenst voelen.
De gedachte “oh shit, heb je haar weer” bijna letterlijk kunnen horen.
Ik kap er maar mee. Het is meer dan duidelijk.
Maar ik snap het nog steeds niet…

Special ones

Ze zeggen dat het een minuut duurt om een speciaal iemand te vinden, een uur om diegene te gaan waarderen, een dag om hem lief te gaan hebben en een heel leven om hem te vergeten.

Dat klopt niet.

Het duurt langer dan een heel leven.

Sommige mensen wandelen je bestaan binnen, op welke manier dan ook, en worden binnen no time een ‘special one’. De laatste jaren heb ik er daar zomaar meerderen van in mijn leven mogen krijgen. Very special ones.

Dit weekend waren het er zelfs twee. Het waren natuurlijk sowieso al bijzondere personen vóórdat ze hier kwamen. Vrijdag kwamen ze aangereden, een spontane actie van twee spontane, open, lieve mensen. “gewoon even naar Oostenrijk rijden, #kunnenwij!” – met 2 vingers een hashtagzegening in de lucht makend.

Mongools eten met skyrocketing hartslag. #kunnenwij!
(de volgende keer wel al het flensachtige laten staan, hoor Kleine!)
Extreme coffee drinking in Wenen. #kunnenwij!
(en extreme piesen kunnen we ook nog)
168 kruiden door elkaar besnuffelen op de Naschmarkt. #kunnenwij!
(en het nog lekker vinden ook)
Frühschoppen op z’n Oostenrijks. #kunnenwij!
(bier voor 11am  is gewoon gezond)
Op minstens 30m hoogte over de daken en door de kerken van Linz wandelen. #kunnenwij!
(en ter plekke zeiknat worden ook. lang leven de gratis gele vuilniszakkenregencapes)
Door neonblauwe parfumkaartjesdoolhoven lopen. #kunnenwij!
(verdwalen was absoluut onmogelijk)
Het perfecte fikkie in de tuin stoken omdat je het koud hebt. #kunnenwij!
(ik hoef m’n onderbenen voorlopig niet meer te scheren, de haarzakjes zijn inmiddels ook weggeschroeid)

Afscheid nemen. Dat is iets waar special ones moeite mee hebben.
#kunnenwijniet.
#willenwijooknietkunnen.

Remember the good times and forget the sad goodbyes.
#yeswecan!

ThanXXX voor jullie, Poezenbeest en Kleine Meid!!

Kijk een laatste keer

Je liet me wegwandelen.
Zomaar, spoorloos.
Je liet me gaan en keek.
Geen terug trekken.
Geen woord, geen gevoel.
Ook al kende je me
zo goed…
Ik weet nog steeds niet hoe,
maar ik deed het.
Een simpel wegwandelen
zonder om te kijken.
Maar hoe kon jij?
Loslaten en toekijken
hoe ik jou achter me liet?
Jij dacht dat jij het was,
die mij langzaam maar zeker
naar jouw achtergrond drong.
Dat jij het was die door ging
Aan mij voorbij gleed,
zachtjes nawuivend.
Maar je was het niet…
We hebben gedeeld.
Pijn, emotie, een kus, een lach.
Kort maar krachtig.
Jij kende mij.
Door en door.
En ik kan niets anders doen
dan toekijken,
hoe jij me laat gaan.
Kijk jij dan eens goed
naar de lege plek
die ik nu achterlaat.
En realiseer je
dat die leeg zal blijven.
Ook al wens je je nog zo innig
dat ik me om zal draaien
en naar jou terug zal lopen.

Kijk nog een laatste keer…

stomme spelletjes…

Je stond daar in de regen, zonder jas.
jij was altijd wel gek genoeg
voor zulke acties.
En ik keek naar je, vanuit m’n raam.
En altijd voelde ik me
alsof ík degene was die buiten stond
en bij jou naar binnen keek…

Jij was altijd het mysterieuze type
met je oh zo mooie ogen
en je warrige haar.
Je was nét gevoelig genoeg
om een goede indruk te maken,
maar toch te cool
om het je allemaal iets
te kunnen laten schelen.
En daar stond je, in de deuropening.
Je had eigenlijk niks te zeggen,
behalve één of andere opmerking
over het weer…

Nou, mocht je het niet gemerkt hebben,
mocht je het écht niet hebben gezien,
hier dan: Dit is mijn hart,
dat bloedt voor jou.
Dit ben ik, op mijn knieën…

En al deze domme spelletjes
verscheuren mij van binnen.
Jouw ondoordachte woorden
breken mijn hart…
Jij breekt mijn hart.

Je was elke ochtend weer een verschijning:
Rookte nonchalant je sigaret en
babbelde voort bij een kop koffie.
Jouw filosofieën over kunst,
dat barok je echt wat deed.
En dat je van Mozart hield.
En je praatte over de mensen
waar JIJ van hield.
Terwijl ik maar  wat onhandig
m’n gitaar stemde…

Vergeef me, ik geloof dat ik je
met iemand verwisseld heb:
Met iemand voor wie ik wél
wat uitmaakte.
Iemand meer zoals ikzelf.

En deze stomme spelletjes
scheuren mij…
JIJ scheurt mij,
scheurt me uit elkaar.
En je ondoordachte woorden
breken opnieuw mijn hart.
Je breekt m’n hart…

(Jij leerde mij over de oprechte dingen
De dingen die uitdagend zijn,
de dingen die zuiver en schoon zijn.
De dingen waarvan je wist dat ze
hun geld nog waard zijn.
En ik verstop mijn tuiniershanden
met rouwrandjes
achter mijn rug…
Ergens ben ik de weg naar jou
kwijtgeraakt…)

Je deed je jas uit en ging in de stromende regen staan.
Ach, jij was altijd zo heerlijk maf…

_________________________________________________________

ik krijg keer op keer tranen in mijn ogen als ik deze muziek hoor.
Zo ontzettend mooi…

Voel ‘t.

De striemende regen
slaat je in ’t gezicht.
De hele wereld zit achter je aan.
Je vóelt het.
De zon brandt fel in je ogen
Je ziet het allemaal niet meer…
Ik zou je nu kunnen omarmen.
Om je toch eindelijk
mijn liefde te laten voelen…
Maar jij ziet enkel maar
de schaduwen langer worden,
die paar oplichtende sterren
aan een duistere hemel.
En je merkt ineens
dat er niemand is
om jouw tranen te drogen.
Ik zou je kunnen omarmen,
wel een drie miljoen jaar lang…
zodat je mijn liefde zou voelen.
Ik weet echt heel goed dat jij
nog lang niet weet wat je wil.
Dat jij nog niet kunt kiezen.
Niet weet hoe het verder moet.
Niet weet wat je van je toekomst wil.
Maar ik zou jou nooit pijn kunnen doen.
Maar vanaf het moment dat ik jou zag
twijfelde ik geen seconde meer
aan de plek in mijn hart,
de plek waar jij hoort.
Ik zou er alles voor doen
om jou te laten voelen
dat ik echt van je hou.
Maar jij voelt nog steeds niets…
Stormen kunnen woeden
op een nog zo woeste zee.
Op de snelwegen van de spijt.
De veranderingen in jou en mij
donderen over elkaar heen.
Maar jij hebt nog steeds
mijn ware ik niet herkend.
Ik zou je gelukkig kunnen maken.
Ik zou je dromen uit doen komen.
Er is echt niets dat ik niet zou doen
Om jou mijn liefde te laten voelen.

(thanks A.)

Willetjes

Aangezien Poes met smart zit te wachten op een blogpost met “willetjes” in plaats van “moetjes”, ga ik daar nu maar eens even rustig voor zitten.

Wat wil ik.

Dingen die ik niet moet maar gewoon wil. Niet dat ik die dingen dan gelijk allemaal ook realiteit wil zien worden, maar ik wil ze gewoon graag. Een soort verlanglijstje. Als kind kreeg je ook nooit álles wat op je verlanglijstje stond, toch? En de dingen die je steeds opnieuw wéér niet kreeg, verloren met de tijd hun aantrekkelijkheid en kwam vanzelf de tijd dat je je realiseerde, dat je die dingen ineens helemaal niet meer wilde. Daar hoop ik ook nog steeds op…

Maar in het hier en nu wil ik heel veel en eigenlijk heel weinig.
En dan wil ik  vooral veel onmogelijke dingen…

Ik wil, ik wil, ik wil
een kikker in JOUW bil.
duhh…

wat is het moeilijk om nou gewoon eens te zeggen wat je wil…
Ik hou er ergens een gevoel van “meisjes die vragen worden overgeslagen” aan over.
Maar ik vraag niks. Ik moet alleen zeggen wat ik wil…

Ik wou zo graag dat ik kon zeggen wat ik wil
Ik wou zo graag dat ik kon zeggen dat ik jou wil…
Oh nee. Dit gaat fout.
Momentje.

Ik wou dat ik kon vliegen.
Heel snel. Dan vloog ik morgenavond gewoon even voor een BBQ naar Nederland…
Ik vloog in de armen van de mensen die ik zo lief heb.
Hé!
Dát kan ik!!

Ik wou dat ik een fotografisch geheugen had.
Dan stonden die paar uiterst schaarse maar zó mooie woorden van jou
in mijn geheugen gegrift. Met tijd en plaats en al.
Hé!
Daar staan ze!!

Ik wou dat ik mijn hart niet steeds aan de verkeerde verkocht.
Dan wist ik meteen wie een goeie deal voor mij was.
En ik gaf mijn hart gratis weg aan de juisten.
Hé!
Dat deed ik al lang!!

Ik wil dat ik niet zoveel alleenzaam ben…
Ik wil dat ik ervoor kan zorgen dat alles goed komt.
Ik wil sterker zijn. Met meer zelfbeheersing.
Ik wil minder emo-kipperig zijn.
Ik wil meer zelfzekerheid.

Ik wou dat ik een goeie zangeres was.
Ik wou dat ik geld kon verdienen met dat wat ik echt leuk vind.
Ik wou dat ik gewoon lak aan alles had.
Ik wou dat ik niet zo snel van mensen zou houden.
Ik wou dat ik jou uit mijn hoofd kon zetten.
Ik wou dat ik chips en chocola smerig vond.

Ik wou dat jij meer thuis was.
Ik wou dat jij van me zou houden.
Ik wou dat jij je vader niet zo hoefde te missen.
Ik wou dat jij ‘gewoon’ helemaal gezond was.
Ik wou dat jij mij ook miste.
Ik wou dat jij dat niet mee had hoeven maken.
Ik wou dat jij niet zoveel weg was.
Ik wou dat jij wat vaker met mij speelde.
Ik wou dat jij niet zo gepest werd.
Ik wou dat jij me niet zo vaak zo negeerde.
Ik wou dat jij van me hield…

Ik wil.
Ik wou.
Ik heb gewild.
Ik heb niks te willen.
Het is goed zoals het is…

zoek maar niet

Zeg het me maar heel zachtjes.
Ik zíe het toch, in je blik…
Je hoofd gebogen van de zorgen.
Je ogen mat en vochtig.
Ach toe, huil nou niet, m’n lief?
Ik weet toch hoe je je voelt.
Echt, mij verging het net zo.
Iets in jou is nu aan het veranderen.
Maar je weet het zelf nog niet…

Fluister het maar in mijn oor
Geef me desnoods een subtiel teken?
Geef me dan tenminste een kus
Voordat je voorgoed van me wegloopt.
Neem het niet te zwaar op,
Zó erg is het misschien toch niet.
Ik zal voor altijd aan jou denken.
En aan die korte maar mooie tijden
Die wij samen hadden, schat…

En realiseer je alsjeblieft altijd
Dat ik nooit tegen je gelogen heb?
Weet hoe ik mij voelde van binnen…
Dat ik van je hield en dat nog steeds doe.
Je moet nu eerst je eigen weg zoeken.
Het komt echt wel goed, lieverd.
Verdrijf mijn verdriet en je zult zien
Morgen voel jij je alweer beter.
Jouw wereld draait wel door.
De ochtendzon zal weer opgaan
En je verwarmen,
ook buiten mijn armen…

 

(enige herkenning?)

alleenzaam

Soms voel ik me zo alleen…
Soms.
Zoals nu.

Ik bén niet eens alleen. Man is er weliswaar daadwerkelijk niet maar de kinderen liggen boven in hun nesten te ronken, er donderen hier twee minitijgers met vol geweld door het huis (echt, katten kúnnen vliegen, ik heb het net gezien) en ik klets met de halve wereld op m’n laptop en op mijn foon.

Maar toch voel ik me alleen. Alleen als in eenzaam. Raar gevoel is dat. Ik ben namelijk graag alleen. Ik hou van de rust van het met mijzelf zijn. Nadenken over dingen die gebeurd zijn. Die dag of een jaar geleden, maakt niet uit. Ik hou van het overpeinzen met wat muziek op de achtergrond. Ik hou van het schrijven in stilte. Ik ben graag bij mijzelf.

En toch voel ik me alleen.
Niet langer meer bij mij.
Niet meer in jouw hoofd.
En jij al bijna niet meer in het mijne.
Niet meer, nooit meer relevant.
Mijn hart wil er niet aan geloven.
Mijn hoofd weet het toch beter.
En weet de eenzaamheid te duiden.
Want.
In de massa’s van de liefde
maakt de uitzondering daarop
je alleen…

*stilletjes in bed kruipt…*

Beetje leeg

Ik voel me
een beetje leeg.
Er moet iets in.
Nee nee, niet dát.
Daar ben ik toch echt
helemaal klaar mee.
Nee, dat ook niet!
Hallo, kom op zeg.
Het is toch echt
iets anders

Ik voel me
een beetje leeg.
Het ‘jammer’ in mij
schreeuwt om vulling.
Echt zonde. Dat is het.
Het had zo mooi en
zo goed kunnen zijn.
Maar je liet het
desalniettemin
doodbloeden.
En ik ook

Ik voel me
een beetje leeg.
Samen hebben we
het niets laten worden.
Maar jij toch wel iets
meer dan ik, vind ik.
Wat zo uniek leek
is nu enkel weg.
Leeg. Niets.
Dus

Ik voel me
een beetje leeg.
Maar ik vul het zelf
wel weer op hoor.
Inmiddels kan ik dat.
Duidelijk niet in staat
om terug te lieven.
En dat is ook
helemaal
goed
zo

Door hem gemaakt

Jij maakte mij.
En dat kan iedereen duidelijk zien…

Ik heb jouw lippen, jouw tanden, jouw groen in mijn ogen.
Ik heb jouw rationaliteit, jouw nuchterheid en analysevermogen
Ik heb jouw ruimtelijk inzicht, ongeduld en technisch verstand.
Ik heb jouw volhardendheid, rechtlijnigheid en strakke hand.

Je hebt ’t me allemaal meegegeven (en zelf nog genoeg overgehouden ;-)).

Op jouw schouders mocht ik altijd zitten als ik van die moeie beentjes had.
Op jouw schouders mocht ik later uithuilen als het weer ‘ns tegen zat.
Op jou kon ik bouwen als ik raad nodig had of een gefundeerde mening.
Op jou kon ik vertrouwen voor onvoorwaardelijk steun (en zelfs een lening ;-)).

En dat kan ik nog steeds. Altijd. No matter what.
(OK, op je schouders zitten niet meer, dat wordt wel een beetje moeilijk).
Mijn papa, eeuwig hardwerkend. Met 68 jaar nog steeds dagelijks druk.
Projecten, uitvindingen, vernieuwende constructies, aandelen…
Maar ook genietend. Golf, skieën veel en ver reizen, Oostenrijk, lekker eten.
Geen killer-sudoku die niet gekilled kan worden.
En weer lijk ik in meerdere opzichten zo ontzettend op jou…

Jij hebt me zoveel bijgebracht. Me laten zien wat wérkelijk telt in het leven.
Door jou kan ik (bíjna) alles zélf. En weet ik hoe te geven.
Door jou weet ik wat ’t is om een eigen zaak te hebben en door te zetten.
Door jou snap ik het belang van jezelf trouw blijven en altijd op te letten.
Door jou heb ik geleerd vol te houden maar ook stappen terug te doen.
Door jou kan ik analyseren met de scherpte van een harpoen.
Door jou werd ik een oprecht mens met veel rechtvaardigheidsgevoel.
Door jou ben ik mezelf, als je begrijpt wat ik bedoel.

Jij hebt me gemaakt tot wie ik nu ben.
En ik zie jou terug in mijn kinderen.
Steeds meer. Steeds vaker. Steeds treffender.
Dat lied van Stef Bos mag dan inmiddels ietwat cliché zijn,
maar papa, ik lijk écht steeds meer op jou…

oh, en papa, ik hou steeds meer van jou.


(het blijft een meer dan prachtig lied…)


achter de wolken

Achter de wolken schijnt de zon.
Beweren ze.
Maar sommige wolken
zijn wel heel ondoordringbaar.

Achter de wolken schijnt de zon.
Roepen ze.
Maar sommige zonnen
willen gewoon niet schijnen.

Achter de wolken schijnt de zon.
Zeggen ze.
Ik heb de wolken geëlimineerd.
Het is weer helder rondom mijn hoofd.

And guess what…

Het klopt.

Mooie woorden

Mooie woorden zie ik overal. Zo ook vandaag, al meerdere keren.

‘Klaar’ is zo’n mooi woord. Ik associeer het met helder, duidelijk, maar dat zal wel vooral door mijn duitstalige vergiftiging zijn (‘klar’). En natuurlijk associeer ik het met voltooid, afgelopen, bereid. Alleen, ik roep het zo vaak en het blijkt bijna nooit zo te zijn… Klaar mee. Foutje. Toch niet…

‘Mooi’ is ook mooi. Maar da’s inherent aan het woord. Mooier dan mooi woord, dat mooi.

‘Overleven’. Dat is een woord waar weinig mensen werkelijk bij stil staan maar toch is het iets wat ze dagelijks doen en een vreselijk essentieel  iets.  Heeft naast het leven zelf ook nog het ‘trotseren’ in zich en het allerbelangrijkste der mensheid: voortbestaan…

‘Amper’ vind ik persoonlijk bijvoorbeeld een geweldig woord. Bijna niet. Maar toch een beetje? Nauwelijks merkbaar, maar het was er, héél ietsje… Maar ook een beetje ‘net niet’…

‘Elkaar’ – zo’n heerlijk woord. Samen. Jij en ik. Voor elkaar. Onderling. Wederzijds. Ik van jou en jij van mij. Het zit er in. Of zat?

‘Nu’ is ook zoiets. NU!! niet straks, niet gisteren, nu. Alles wat telt. Nu. Nu nu nu nu nuuuu! Bijna als zingen. Toch?

‘Genoeg’ is gewoon prachtig. Genoeg als in vergenoegde toereikendheid. Het is goed zo, voldoende. Verzadiging. Bevredigd. Basta.

Maar toch hè… toch zijn het altijd weer niet die enkele woorden maar de zínnen die me zo raken…

Het was mooi, maar amper genoeg om te overleven. En nu, nu zijn wij klaar met elkaar….

andersom.

een geweldige song.
een prachtige tekst.
alleen….
precies andersom.

onderaan staat de song (via youtube),
als je mijn aangepaste tekst al leest,
luister de song er dan eens naast…

___________________________________

Ik vertel over de pijn als ik op je wacht
’s Nachts gaat de bel, je wankele stap
Ik zeg: “ik verander nooit”
Jij vertelt honderduit en ik luister te goed
Je zíet dat ik je mis en je zegt dat dat moet
Ik zeg: “waarom blijf je niet”

Maar de stilte valt zo hard
dat het wel waar moet zijn
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn
Brengt me niets, lief, meer dan pijn

Ik vertel over ons, ja wat waren we goed
Jij die niets wist,
weet nu zeker wat moest
Jij ziet, ik geloof je niet
Dus jij verlangt weer naar mij,
weet maar al te goed
Dat het niets wordt.
liegt: “het komt wel weer goed”
Ik zeg: “waarom zwijg je niet?”

Maar de stilte valt zo hard,
dat het wel waar moet zijn
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn

Steeds als jij vertrekt, dán wil je terug
Als jij er bent, dan vlucht je weg
Je doet me pijn terwijl ik denk: “hij verandert”
Ik weet, jij verandert nooit…
Brengt me niets, lief, meer dan pijn

Ja, zo gaat het met alles waar ik eens om gaf
Ik wil het wel kwijt maar ik raak er niet af…
Had ik je maar nooit gekend
Want nog voor je de deur weer achter je sluit
Kom je al terug op je laatste besluit
En draait je nog een keer om

Maar de stilte valt zó hard,
dat het wel waar moet zijn…

Je brengt me niets, lief, meer dan pijn,
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn,
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn.

___________________________________

janboel

de ogen moe teneergeslagen.
denken aan
de nachtmerrie van vandaag.

denk aan jou.
zo ontzettend geschrokken.
van je eigen hart.

denk aan jou.
je hele hebben en houwen
laten liggen. weg is het.

denk aan jou.
zoveel liefde in jouw leven
zo genietend van gevoel.

denk aan jou.
door die rotziekte gesloopt
uitgerekend vandaag.

denk aan jou.
zomaar van achteren aangetikt
nu pijn en een kapotte auto.

denk aan jou.
een overlopend hoofd zo vol
even pauze nemend.

denk aan jou.
geen woord van je gehoord.
en tóch denk ik ook aan jou…

maar als ik niet van jou mag houden
wil ik ook niet van je houden.
als ik jou niet aan mag raken
wil ik ook niet aan je denken.
als jij mij niet wilt
wil ik jou ook niet willen.
en als jij me niet ziet
weet ik niet meer wat te doen…

*click*
hoofd uit.

What’s up?

Ik zit in de zak.
Jij in de as.

Ik zeg bijna niks.
Jij nog minder.

Ik ben in de war.
Jij bungelt.

Ik voel het zwaard.
Jij bent Damocles.

Ik vraag me af.
Jij weet het niet.

Ik vraag what’s up?
Wat jij niet ziet.

Ik gis me suf.
Jij geeft niet.

Ik huil een traan.
Een laatste. Om jou.

 

(c) Lou

Als het moet (reblog)

Dit is een gedicht van Liza.
Ik vind het prachtig en zo enorm toepasselijk dat ik het graag op mijn blog wil delen.
Ze schrijft sowieso geweldig mooi dus het lezen en volgen waard.

Het origineel van deze reblog vind je hier:
Lizaminime
(gelieve eventuele comments dan ook daar achter te laten)

______________________________________________

ALS HET MOET

Zal het negeren accepteren

Zal op afstand van je leren

Zal mijn tranen kunnen weren

Zal niet vragen naar begeren

Zal je je rug toe laten keren

Je hoeft alleen te zeggen “ga”


Weet dat ik zal blijven waken

Zal je mij voelen als je baken

Zullen je woorden me blijven raken

Zonder dat ons handen in zullen haken

Ik mag jou niet ongelukkig maken

Zal ik slikken en zeggen “ja”


Misschien zeg je wel “Ga, ga met mij  mee”

Er is één woord wat je mij nooit zal horen zeggen,

dus weinig kans dat ik zeg “…”

Uit haar geboren

Veertig (en een half) jaar geleden zette jij (nóg) een hummeltje in de wereld.
Eigenlijk meer een pummeltje: bij de geboorte was ik al formaatje XL.
Een ietwat verkeerd zittende navelstreng zorgde voor enige paniek.
En een ingeslikte punaise een jaar of wat later evenzo.
Alles maakte je met me mee. Ik vrat alles op. Beklom alles. Deed alles.
Had eeuwig en altijd blauwe schenen van ’t onbenullig rondbanjeren.
Maar het maakte je niet uit. Jij zag míj. En zei “goed zo!!!”.

Ik vroeg je ononderbroken de oren van je hoofd.
Ging mee naar kantoor om daar al heel vroeg en uitbundig
de kasten vol te tekenen en je van ’t werk af te houden.
In de pubertijd werd ik vrijgelaten. Vrij om de fouten te maken die ik nodig had,
vrij om grenzen te verkennen, vrij m’n hoofd zo toe te takelen als ik wou.
Zwarte ogen, zwarte kleding, stekels en opgeschoren bakkebaarden.
“Als jij het mooi vindt, vind ik het goed hoor lieverd!”
En een koelbloedig: “Ach, dat gaat vanzelf weer over”. En dat ging het.
Om plaats te maken voor Kim Wilde- en Tina Turner-kapsels.
Maar het maakte je niet uit. Jij zag míj. En vond het goed zo.

Ik fladderde rond tussen de jongens, had te weinig harten in reserve.
Ze braken en ik kwam thuis om ze weer te laten lijmen.
Jij troostte, legde uit en zorgde dat ik weer verder kon.
Ik kon altijd alles bij jou kwijt, kon altijd alles vragen.
Een allerlaatste keer mee op vakantie, en ineens wou ik die Oostenrijker.
Jullie lieten mij naar Australië vliegen en ik vloog daarmee uit.
Op mijn allereerste autorit met rijbewijs op zak zat jij  naast me
en reageerde übercool op ons bij Zwiep bijna-uit-de-bocht-vliegen.
“volgende keer misschien toch íetsje minder hard rijden?”
doodbedaard terwijl ik zelf nog m’n hart uit m’n keel zat te vissen…
Maar jij maakte je niet druk. Jij zag míj. En dacht: “zal wel goedkomen.”

Jij was mijn eeuwige Hotel Mama om weer naar thuis te komen.
De was, het liefdesverdriet en de studiezorgen meezeulend.
Studieverenigingen, cursussen, een eigen plek in Utrecht.
Zoveel ambities en ik kreeg alle mogelijke steun voor elk van hen.
Nog een studie erachteraan, Amsterdam calling.
Ondertussen heen en weer treinend tussen Oostenrijk en Nederland.
Wat zul je je zorgen gemaakt hebben. Wat moet je gedacht hebben…
Maar jij nam ’t zoals ’t kwam. Jij zag míj. En wist dat het zo goed was.

Geëmigreerd. En weg was ze… Niet meer binnen ‘snel bereik’.
Je liet me gaan. Maar jullie steun op ieder vlak hielp me
om daar te gaan waar ik het nodig vond rond te wandelen.
Mijn geweldige, onbetaalbare kraamverzorgster na beide geboortes.
Relatiecrises, werkcrises, persoonscrises, huisbouwcrises.
Jij was er áltijd voor me. En nog steeds. Altijd een luisterend oor.
Telefoon. Af en toe een mailtje. Vaak langskomen op doorreis.
Zorgend. Meelevend. Nooit verstikkend. Altijd steunend.
Begripvol. Liefdevol. Rechtvaardig. Thuisgevend.
Zoals iedereen zich een moeder zou wensen.
Zoals iedereens moeder eigenlijk zou moeten zijn.
En ík weet: met zo’n moeder kán ’t niet anders dan goedkomen 🙂

Ik ben er nooit meer op moederdag. Nooit “live” bij jou.
Te ver weg om ‘gewoon even langs te komen’.
Mijn moeder moet het doen met een kaart en een belletje.
En met een blog. Want nu kan ik dat. Omdat ik van je hou.
Ik heb van vroeg af aan al geroepen:
“als ik zo word zoals mijn mama, dan kan ik tevreden over mezelf zijn.”
Geen idee of ik zo ben zoals jij. Nee, ik ben veel ongeduldiger,
ongeduriger, instabieler. Maar ik blijf ’t proberen…

Mijn mooie, lieve, perfecte mama.
Uit jou geboren. Zonder jou zou ik (ik) niet zijn.
Een hele fijne moederdag lieve mam!!!

Ik hou van jou.

Splat!!!

Op twitter struikelde ik vanochtend zomaar, per toeval, over een foto die geretweet werd.
Ik was er meteen compleet door gefascineerd.
Een foto, die zo ontzettend goed uitbeeldt, wat mij op ’t hart ligt.

Een prachtig iets, glanzend, rond, schitterend, zwevend, perfect.
Zo mooi.
Eén vinger, één prikkende, onvoorzichtige, uitdagende vinger.
Die wil weten wat er gebeurt als je er heel even aan komt.
En het perfecte spat uiteen…

Zo langzaam dat je de duizenden natte, glinsterende splinters kunt zien.
Zo plotseling dat je even met je ogen moet knipperen om te beseffen wat er gebeurde.
Zo snel dat je op het moment van uiteen spatten al niet eens meer weet, hóe perfect het eigenlijk was…

Die prikkende vinger hangt nog in de lucht.
Wijst na.
Kijk…
zó mooi was het…
ooit…

 

wie denk je wel niet…

…dat je bent?
Ja wat nou? Geez, kijk niet zo, zeg!
Echt, soms kan ik je wel schieten…
En je ziet er vandaag ook weer heerlijk gewokt en fijngestampt uit.
Ga ‘ns naar de kapper joh, het is hoognodig.
De schoonheidsspecialiste is sowieso zinloos.

Die drang van je, je eeuwig te moeten uiten.
Altijd te willen zeggen, wat je op ’t hart ligt.
Kun je niet gewoon eens je mond houden?
Je verbaal exhibitionisme killen?
Nee, kun je niet. Zwak, zwak, zwak…
En dan die gruwelijke onzekerheid van je.
Je altijd maar afvragen of je het wel goed doet.
Willen weten wat anderen van je verwachten.
Goed willen zijn in alles maar eigenlijk
verrekte weinig écht onder de knie hebben.

Wat heb je nou helemaal bereikt?
Een paar studies doorgeworsteld,
een bedrijfje overgenomen,
een paar kinderen in de wereld gezet.
En nu? Nu zit je daar. Kijk nou, sneu toch?
Snakkend naar afwisseling, naar actie.
Halsreikend je armen uitstrekkend
naar al die mensen die je denkt lief te hebben.
Jouw gevoel, zoveel te missen. Pathetisch.
Denk je dat echt? Je mist niks hoor.
Behalve een hoop ellende, want die
heb JIJ nog niet echt meegemaakt.

Mens!! Durf nou toch ‘ns te léven!!

Rotspiegel…

diminishing returns

ik neem alles terug hoor!
alles wat ik je zei.
alles wat ik uit liefde deed.
alles wat ik in een opwelling schreef.

ik neem alles terug.
zonder jouw weten.
zonder oude vooroordelen.
zonder wéér overnieuw beginnen.

ik neem alles.
alles wat je al gaf.
alles wat je beloofde.
alle hypothetische emoties.

ik neem.
dat wat er wel is.
dat wat je nog kwijt wil.
dat wat je me toch geven kunt.

ik.
faal.
vlak af.
geef maar op.

the return on my efforts is definitely in the diminishing phase...

barst

echt.
ik barst.
ik val uit elkaar.
in 100.000 stukjes.
over is het. echt klaar.
wilt u misschien toch nog
een paar 1e gedachtes?
nee? pech gehad.
ik heb m’n hart
opgeruimd.
leeg.
nu eindelijk
kan alles er weer in
wat er ook echt in moet.
dat wat goed voor mij is.
dat wat bij me hoort.
dat wat écht is.
de rest weg.
eruit.
K.O.

au.
krak…
grote barst.
klein verdriet.
grote schoonmaak.
klein zeer.
dag…
jij.

Spelletje spelen?

Jij ziet mij als een gewone doorsnee vrouw
zoals er zo vele andere zijn voor jou.
Een simpele vis die net even jouw kant op zwemt.
Die je wat liefde en genegenheid brengt, ongeremd…

Maar ik kan dit spelletje niet meer spelen
Het doet me pijn en ik kan niets ‘échts’ met je delen.
Ik voel de tranen alweer branden in mijn ogen.
want eigenlijk heb je me nooit iets voorgelogen…

Ik keek de liefde vol verwachting in het gezicht
maar de aanraking zélf bleef steeds onverricht.
Het zou hard en onrechtvaardig zelfbedrog zijn
om te hopen. Ik doe wel weer water bij de wijn…

Jij denkt dat je hetzelfde voor mij betekent
Niks bijzonders, geen gevoel, geen harten brekend.
En ik ben te bang, te verlegen om het te laten zien
vind je echt dat ik dit op deze manier verdien?

Voor mij ben jij een speciaal persoon.
Voor jou ben ík slechts heel gewoon.
Ik dacht een naald in die hooiberg te hebben gevonden.
En toch lik ik steeds weer die miniscule steekwonden…

Ik kan dit spelletje echt niet meer spelen.
Ik kan mijn liefde niet meer met jou delen.
Zilte tranen die nu meer dan ooit branden.
Zullen ze simpelweg door warmte verzanden?

Vol met pleisters plak ik mijn ziel
is dit nou mijn lot, mijn achilleshiel?
Want elke keer als ik iets van liefde voel
wordt het steeds opnieuw een grote janboel…

Ik ben klaar met spelletjes spelen.
Kan mijn hart niet in nog meer stukjes delen.
Dan blijft er alleen nog maar een hele hoop gruis
En ga ik zelf ten onder, alle gevoelsgedoe incluis…

Zullen we dan maar een ander spelletje doen?
eentje waarbij ik steeds de winnaar zoen?
Of liever zoiets als mens-erger-je-niet?
Dan verberg ik vanaf nu voor altijd mijn verdriet.

En is het ook niet erg meer ,als jij het wéér niet ziet….
__________________________________________________________
(Geïnspireerd door de lyrics van “You” van  Judith. Maar da’s dan ook alles)
__________________________________________________________

(sorry, slap dit. had ik even heel hard nodig nu. blij dat ik goed tegen m’n verlies kan ^_^)

(OH! NB! MIND THE TAG!!)

Goodbye…

…my almost lover…

He said something like
“I might love you”

And she believed him.
He also said
“It could be you I really want”

And she got her hopes up high.
But then he said
He definitely needed to be alone
.

For quite an indefinite time.
And inside…
she died…
because in fact,
he had not lied…

and what have we learned?
-> hypothetical sentences MIGHT be killing…

__________________________________________________

Your fingertips across my skin, the palm trees swaying in the wind – images…
You sang me Spanish lullabies, the sweetest sadness in your eyes – clever trick…
Well, I’d never want to see you unhappy, I thought you’d want the same for me

Goodbye, my almost lover, goodbye, my hopeless dream
I’m trying not to think about you, can’t you just let me be
So long, my luckless romance, my back is turned on you
Should’ve known you’d bring me heartache
Almost lovers always do

We walked along a crowded street, you took my hand and danced with me – Images…
And when you left you kissed my lips, you told me you would never, never forget
These images…
Well, I’d never want to see you unhappy, I thought you’d want the same for me

Goodbye my almost lover, goodbye my hopeless dream
I’m trying not to think about you – can’t you just let me be
So long, my luckless romance, my back is turned on you
Should’ve known you’d bring me heartache,
Almost lovers always do…

I cannot go to the ocean, I cannot drive the streets at night
I cannot wake up in the morning, without you on my mind
So you’re gone and I’m haunted and I’ll bet you are just fine
Did I make it that easy to walk right in and out of my life

Goodbye my almost lover, goodbye my hopeless dream
I’m trying not to think about you -can’t you just let me be
So long my luckless romance, my back is turned on you
Should’ve known you’d bring me heartache
Almost lovers always do…

(A fine frenzy – Almost Lovers)

__________________________________________________

hier en daar is de emotie wel een klein beetje te horen :-S …

vrede mee

het is anders
het is rustiger
het is beter zo

teveel brokken in m’n keel
teveel weggeslikte tranen
teveel moeite met bepaalde woorden

een onuitgesproken iets
een onbevredigend gevoel
een onmogelijke wens

plek voor berusting
plek voor wat echt is
plek voor acceptatie

gegeven. alles aan jou
gegeven is het en dat blijft het
gegeven met liefde…

Het teveel een plek gegeven.

Heb ik.

Hallo allemaal…

Overhoopeloos

Het is hopeloos.
Ik lig met mezelf overhoop.

Ik ben overhoopeloos…

Er gebeurt zoveel en toch ook weer helemaal niks.
Ik ren met zevenmijlslaarzen in het rond en toch blijf ik op diezelfde plek hangen.
Ik jaag m’n idealen na en ben er verder van verwijderd dan ooit tevoor.
Ik probeer de boel te ontrafelen maar raak steeds meer in de knoop.
Ik wil weglopen van alles maar ren met open armen ernaar toe.

Ach het klinkt heftig, maar dat is het eigenlijk niet.
Zeg ik.
Ik weet zelf heel goed in wat voor levensfase ik zit.
Zeg ik.
M’n tweede pubertijd, inclusief puistjes op de neus.
Heerlijk…
(*even eraan voelt*)

Op zoek naar rust.
En toch steeds weer die spanning willen…
Snakken naar balans.
En toch steeds weer op het randje van de afgrond willen lopen…
Tevreden zijn met wat je hebt.
En toch steeds weer iets compleet nieuws zoeken…
Verlangen naar vertrouwen.
En toch steeds weer vertrouwen op dat intense verlangen…
Kiezen voor je gezonde verstand.
En toch steeds weer doen wat je hart zegt…
Bewust leren van je fouten.
En ze dan toch steeds weer opnieuw maken…
Weten dat je te oud bent voor die onzin.
En dan toch steeds weer dat puberale gevoel koesteren…
Het geluk  zo sterk weten te waarderen.
En het dan toch steeds weer moedwillig in gevaar brengen…
Het licht al lang zien
En toch steeds weer kortsluiting maken…

Waar ben ik in vredesnaam mee bezig…
Overhoopeloos.

Komt wel goed.
Zeggen ze.
Prima.
Wanneer???

Mag het licht uit…
*klik*

ratttatttatttatouille

Oftewel:
Een bonte, eigenlijk niet te vreten mix uit een machinegeweer.
Dat zootje ongeregeld komt dus uit m’n kalaschnikowvingers.
Met minstens tien tegelijk.

Rattattatttattttaaaa….

Ik sta nog steeds volledig achter dat wat ik schrijf en wat ik al geschreven heb.
Ik sta nog steeds compleet achter mijn acties van de afgelopen tijd.
Ik heb alleen klaarblijkelijk nogal eens wat moeite met het inschatten van mensen op de juiste stoornis…

Inclusief mezelf:

– VE (Verbaal Exhibitionisme )
Dat sowieso.
U ervaart het op dit exacte moment.
– MLA (Multiple Loving Abilities )
Check.
Maar daar valt nog mee te leven.
– GS (Goedaardige Schizofrenie)
Absoluut!!!
(kop dicht, Truus Trut. Miep Muts is toch ook stil dus wat wil je nou mens…)
– CS (Chronische Sarcasme)
Helaas wel.
Bijtend als zoutzuur en droog als het koelbekken van Fukushima (fout grapje, I know).
– Brandend naïviteitszuur
Elke dag wel een aanval.
Daar zal ik wel nooit meer overheen groeien…

Daarnaast heb ik nog een goedgelovigheidsgezwel, zware aanvallen van blogdiarree, morbide twijfelachtigheid, een bloedend hart en een gebrekkig onderbuikgevoel.
Hoe lang ga ik dit nog overleven?

Ik ga ratatouille maken vandaag.
Ik hak alle sores in de pan.
En dan vreet ik het vol genoegen op.
Ja, ik kan…

kaaa-uuuuu-teee

zo voel ik me nu.
een gewoon gezellige dag, veel te doen, al veel gedaan.
één onverwacht telefoontje en whoppaaaa!!
het shitgevoel komt weer op de koffie..
gezellig, kom d’r bij, lief shitgevoel. ik had jou sowieso al lang niet meer gehad.
even bijkletsen.

waarom doe ik altijd dingen waar ik later spijt van krijg…
en waarom is dat later altijd kort daarna en niet een eeuwigheid later…
waarom kan ik niet gewoon m’n kop houden.
waarom denk ik niet standaard nog een week langer na over de dingen die ik doe of zeg.
ik lijd duidelijk zwaar aan verbaal exhibitionisme.
dwangmatig eruitgooien wat in dat warhoofd zit.
waar is de afkickkliniek?

ik ga even offline, vooral op twitter.
wie me nog wat zeggen wil, moet me maar mailen.
en als u dat doet, zeg dan vooral dat u van me houdt.
de rest wil ik sowieso niet lezen.
SMS zijn ook niet meer welkom.
Dat u ’t even weet.
ik kan niet meer.
ik stamp die homebutton van m’n foon ook fijn weer lekker in elkaar.
en daarna ga ik mezelf tussen mijn narcissen in de tuin ingraven.
head first.

bah.

bah bah bah.

 

1.0-blogging

ik schrijf (nou ja, sinds ik op wordpress blog is het eigenlijk “schreef”) altijd in een ‘gedachtenboekje’. Twee heb ik er al volgekalkt met vanalles en nogwat. Een best wel echt 1.0-blog dus. Laatst zag ik hier meerdere keren een ‘handgeschreven blog’ voorbijkomen en dacht: “ach, ik kan ook wel ‘ns wat bewijzen aanvoeren voor het feit dat ik al veel langer blog dan die 5 maand hier”. Ik schreef echt alles door elkaar. Gedichten van mezelf, gedichten van anderen, gedachten, vakantierapportages, zieleroerselen, liefdesverdrietigheden, etc. Net als hier dus. Alleen tekende ik er in m’n 1.0-boekjes nogal eens wat in het wilde weg bij. En mijn kinderen kliederden er ook regelmatig in rond.
Ach, kijk zelf maar. Een greep uit de bladzijden.

Het knaagde…

Het knaagde.
Heel venijnig
en in ’t geniep.

Het vrat.
Van binnen,
echt heel diep.

Het beet.
Als zoutzuur in
een houten vat.

Het knaagde.
Als een geniepige,
venijnige rat…

Daarom voerde ik het maar
’n snoeiharde wortel.
Eer ’t m’n hele interieur opat.

(en nu knaagt ’t nog steeds…)

Hé jij!!!

ja jij! hervonden, bijzonder mens
toen zo vaak voorbijgelopen
zonder ook maar een enkele wens
nu te veel en te vaak gemist
soulmates zijn zo schaars.
dat ik dat toen niet wist…

bewonderenswaardig hoe alles toch
altijd weer terug valt op zijn plaats.
daar waar het moet wezen,
zo zoals het moet zijn.
is dat nou iets als karma? of jin jang?
ah, what’s in a name, het is fijn…

ik prijs me rijk met iemand
zoals jij in mijn warrig hoofd.
jij, die steeds opnieuw weer
aanvoelt, omgeeft en prikkelt
in plaats van enkel verdooft…

jij, die zelfs op grote afstand
je vleugels om me heen kan slaan
drakenbloed kruipt vooral daar
waar het níet kan gaan…

dank je.
dank je voor jou…

__________________________________________
Ehh, ik heb nog even gewacht met de bijbehorende song maar ik post ’t nu dan toch maar
(m.a.w. was ik even vergeten, maar nu dan toch…)
Hey You!!! Always remember, together we stand, divided we fall…

Hey you, out there in the cold
Getting lonely, getting old
Can you feel me?
Hey you, standing in the aisles
With itchy feet and fading smiles
Can you feel me?
Hey you, dont help them to bury the light
Don’t give in without a fight.

Hey you, out there on your own
Sitting naked by the phone
Would you touch me?
Hey you, with you ear against the wall
Waiting for someone to call out
Would you touch me?
Hey you, would you help me to carry the stone?
Open your heart, I’m coming home.

But it was only fantasy.
The wall was too high,
As you can see.
No matter how he tried,
He could not break free.
And the worms ate into his brain.

Hey you, standing in the road
always doing what you’re told,
Can you help me?
Hey you, out there beyond the wall,
Breaking bottles in the hall,
Can you help me?
Hey you, don’t tell me there’s no hope at all
Together we stand, divided we fall.

shit zeg

shit zeg,
dat dit nou gebeurt
alwéér vol glans en schijn afgekeurd…

shit zeg,
dat ik het niet zag
het feit dat jij me écht niet mag….

shit zeg,
die onoplettendheid
en mijn eeuwig volhardende naïviteit…

shit zeg,
die allereerste gedachte
weet niet wat ik dan ooit verwachtte…

shit zeg,
het doet best pijn
om niet eens de liefste te mogen zijn…

shit zeg,
duurde dit echt al eeuwen?
ik ga eens een potje heel hard schreeuwen…

shit zeg,
wat moet ik nou
langzaam voel ik nu die bijtende kou…

shit zeg,
ik ga toch maar naar binnen
om me eens goed op jou te bezinnen…

shit zeg,
*kreet van verbazing slaakt*
ben ik uiteindelijk dan toch geraakt…
.
.
shit!
oh shit.
I got hit…

Cis-ter…

Een laatste groet.
Een laatste snik.
(nee, dat kan ik niet beloven)

Cis…
je bent weg.
en toch blijf je altijd hier.

het prachtige gedicht op je rouwkaart moet ook ik delen…

Sub finem
En nu nog maar alleen
het lichaam los te laten-
de liefste en de kinderen te laten gaan
alleen nog maar het sterke licht
het rode, zuivere van de late zon
te zien, te volgen-en de eigen weg te gaan.
Het werd, het was, het is gedaan.

(*M. Vasalis*)

Gemis

Weer thuis. Dus.
En da’s ook echt wel goed.
Maar ik heb tijd nodig.
Tijd om weer te aarden.
Veel tijd…

Tijd om mijn tentakels hier weer in de grond te steken en te voelen dat ik hier thuis hoor… Mijn tentakels zijn namelijk een beetje onwillig. Een beetje ‘week’: ik krijg ze de grond niet in. Ik zit nu al te broeden op hoe en wanneer ik terug kan naar Nederland om ze dáár weer lekker in de bodem te proppen. Een sterk gevoel van gemis. Ik mis heftig…

Ik mis mijn lieve pap en mam die zoveel voor me doen en altijd weer een zo fijn “thuis” zijn voor ons
Ik mis mijn zus – mijn grote, lieve, mooie zus…
Ik mis mijn vriendin die inmiddels daadwerkelijk geweldig Schnitzels kan bakken…
Ik mis al mijn groesbeekse tweetlieverds…
Ik mis mijn allerliefste groepstherapiegenoten – therapie op afstand zal echt heel noodzakelijk zijn…
Ik mis een draak, die zijn vleugels altijd om mij heen zal slaan…
Ik mis m’n Tammie, #smka!
Ik mis een elf, een hele rooie mooie…
Ik mis my Miss M. en mijn Grav(e)innetje… ❤ heaps
Ik mis een poes om bij tijden tegenaan te kruipen…
Ik mis die andere Lou. Die allerállerALLERliefste.
Ik mis een vriendin die zondag zomaar uit het leven gerukt werd…
Ik mis my personal Moony, die ene van. Xena is weliswaar mintvrij maar ze voelt nu zo leeg…
Ik mis een lieve verfspetter die mij ‘s-nachts gezelschap hield <3…
Ik mis m’n Li-edjesschrijfster met een 1.
Ik mis m’n eierleggende Char met een Tj- …
Ik mis m’n sprankelende seriet-me-nietje…
Ik mis m’n digidinnetje – ik lief jou ook!!
Ik mis zoveel dierbare mensen die ik in die ene veel te korte week niet eens heb kunnen zien…
Ik mis… jullie.
Ik mis… Nederland.
Maar toch ben ik thuis….

En het enige wat ik niet mis is het gemis zelf…
dat kan ik missen als kiespijn.
But then again…
Missen is iets moois.
Missen betekent dat ik liefheb.
Dat ik geef om.
Dat ik hou van.
En dat blijft.

Gemis.
But.
I’ll be back.

terug

ik ga weer terug…
terug naar de bergen
ver weg van de kust
terug naar huis
ver weg van ‘thuis’
terug naar het dagelijks leven
ver weg van alle speciaals
terug naar school en werk
ver weg van jullie…

ik ga weer terug.
met pijn in mijn hart.
wanneer slaat de heimwee weer toe…
morgen? overmorgen?
of toch pas volgende week?

en toch ben ik daar thuis.
dus moet ik gaan.
alweer.

ik wil niet…
(zegt ze met tranen in de ogen)

dag allemaal.
mis jullie.
nu al.
hopelijk tot gauw…

XXXXX

sponsje in het hart

jong.
zo veel te jong.

lief.
maar nooit té lief.

gemist.
gruwelijk gemist…

te jong was je, een bruisend, lief, mooi en sympathiek mens.
altijd een steunend woord voor een ander.
altijd nog een schouder over om op uit te huilen.
en dan treft het noodlot jou.
uitgerekend jou.
het voelt zo oneerlijk.
nee, het ís oneerlijk.
maar zo is het leven, zeggen ze toch.
leg dat je kleine lieverds maar ‘ns uit.
“zo is het leven…”
maar mama is er niet meer.

in zovele harten een gapend gat.
een bomkrater, een plotseling weggerukt deel.
op die plek komt nu een sponsje.
een sponsje dat alles opzuigt
jouw liefde, jouw eigenaardigheden,
jouw goedheid en sympathie,
jouw daden en woorden.
alles in dat sponsje en het gat vult zich langzaam.
met herinneringen aan jou.
om nooit meer te vergeten…

lieve F. rust zacht.

overspoeld

soms heb je dat wel eens.

overspoeld.

door gevoelens.
door alles wat je denkt.
door alles wat je denkt te voelen.

overspoeld.

door zoveel geweldig mooie, lieve mensen.
door een groot gat van gemis.
door alles wat ik wél heb en níet mis.

overspoeld.

door alles wat anderen denken.
door de dingen die jij niet mag voelen.
door dingen die anderen aan lijken te voelen.

overspoeld.

door dat rare onderbuikgevoel.
door pure liefde.
er is niets mooiers.

soms heb je dat wel eens.

meenemen

waarom deed ik dat
waarom doe jij dit
waarom deden wij zo
omdat.
het gewoon paste.
niet vragen.
meenemen.

volgende keer breng ik een rugzakje voor je mee.

meppen!

hard. harder. hardst.
uitleven.
afreageren.
oorbeschermers heel hard nodig.
goed voor m’n zoon.
goed voor mij.
even niks meer in het hoofd
behalve ritme.
puur ritme.

vierkwartsmaat.
de base drum in je maag voelen.
driekwartsmaat.
de ride berijden.
fill-ins.
solo’s.
rammen maar…

ritmisch erop los meppen.
en het is zoooooo lekker…
zo goed voor ’n mens!

waarom bestaat er eigenlijk
nog geen drumtherapie…

 

just feel like this:

 

 

 

 

 

haaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!!!! jáh!!!

als je 3 wensen had

ja, wat wenste je dan?
en in welke richting zou je het zoeken?
west? east? north? south?

wenste je je gezondheid en een leven zonder pijn?
wenste je je eeuwige liefde, trouw en toewijding?
wenste je je een eigen thuis en financiële zekerheid?
ja werkelijk, dat zou ik kunnen snappen…

wenste je wereldvrede en een einde aan alle haat?
wenste je liefde en geborgenheid voor iedereen?
wenste je een wereld zonder wraak en terreur?
mensenlief, wat zou dat mooi zijn…

wenste je een einde aan de oneerlijkheid
aan ziekte, mishandeling en onrecht
aan milieurampen en hongersnood?
je zou tig wensen te kort komen…

ik zou mij een verduizendvoudiging
van mijn overige twee wensen wensen.
want met tweeduizend wensen
kom ik pas écht een heel eind.

maar…
ooit al eens aan gedacht dat iederéén
minstens tweeduizend wensen ter beschikking heeft?
het is enkel de grote vraag
of ze ooit in vervulling zullen gaan...