Keulen is klote

Keulen is al lang niet meer slechts een naam voor een stad.
Keulen is een zelfstandig begrip geworden.
Keulen. #Zeghet en iedereen weet direct waar je het over hebt.

Maar is dat wel zo? Weten we waar we het over hebben?

Voor de één is ‘Keulen‘ het lang verwachte armageddon dat door de massale toestroom van vluchtelingen met een ander geloof, een andere achtergrond en andere waarden en normen, veroorzaakt wordt. TPO, GeenStijl en co. lusten er, samen met een verlekkerde Geert en een juichende Trump, wel pap van. Het is koren op de rechtse molen.”Zie je wel? We zeiden het toch? Eerst wordt de boel dagenlang in de doofpot gestopt. Vervolgens komt de politie-k met een krom verhaal op de proppen en nu blijkt dat al die Islamobbers zich moedwillig hebben verzameld om ónze vrouwen te bespringen en ónze westerse vrijheden aan hun laars te lappen. Al die daders per direct het land uitzetten en de grenzen dicht voor nieuwe potentiële verkrachters, dat is de enige remedie tegen deze invasie van geweld en misbruik.” [NB: verzonnen, enigszins samenvattende quote]

Voor de ander is ‘Keulen‘ een incident als vele andere. Dit keer helaas politiek erg brisant door de – al dan niet bekende – herkomst van de daders en de aanvankelijk nogal onhandige verdoezeling van de feiten. FrontaalNaakt, Krapuul en co. doen, samen met menig onthutst brabbelende linkse politicus, hun best om het zo op te tekenen. “Zie je wel? Nu het asielzoekers zijn, vliegt iedereen ineens in de hoogste boom. Waren het ‘gewone Duitsers’ geweest, had er geen haan naar gekraaid want dit soort dingen gebeuren overal. Kijk maar naar de aanrandingen van de serveersters op het alternatieve Oktoberfest in Alkmaar. Of naar de gang rapes op Britse en Amerikaanse universiteiten. Om van alle seriële verkrachtingen binnen familie- en vriendenkringen nog maar niet te spreken. #Zeghet werd afgedaan als zielig gejank, want daarbij ging het vooral om ‘eigen volk’ en dan moet je niet zeuren. Maar nu de daders van andere komaf zijn, is het ineens wél een rel vanjewelste en worden alle vluchtelingen over één kam geschoren. Hoe hypocriet wil je het hebben.” [NB: verzonnen, enigszins samenvattende quote]

Dat dit soort dingen daadwerkelijk overal en altijd al gebeuren, kan ik – zij het enkel marginaal – bevestigen: ga voor de grap eens oud en nieuw vieren op het plein bij de Stephansdom in Wenen. Dan mag je blij zijn als je heelhuids, onberoofd, onaangerand en zonder voetzoeker in je nepbontkraagje weer thuis komt, ook zónder de aanwezigheid enige asielzoeker in de wijde omtrek. Dat was twintig jaar geleden al zo en dat is nu nog steeds zo. Ook heb ik menig Oktoberfest in München bezocht, waar ik dergelijke taferelen (massale beroving, geweld, aanranding door niet-asielzoekende daders) mocht aanschouwen. Maar daar gaat het niet om.

Waar het wel om gaat, is dat iedereen dénkt te weten wat er daar in Keulen gebeurd moet zijn en waarom dat gebeurd is. Iedereen – ik generaliseer nu zelf even, ik ben mij daarvan bewust – ziet er datgene in, wat hij/zij wíl zien. Iedereen zoekt precies die mediale berichtgeving die in zijn of haar straatje past. En iedereen heeft per definitie het eigen gelijk. Daarmee krijgt de gigantische wig die tussen ‘iedereen‘ en diens medemens gedreven wordt, nog een flinke klap met een moker na.

Op dit moment probeer ik enkel nog naar mijzelf te kijken en te doorgronden, wat dit alles het met mij en mijn overtuigingen doet. Ik was zoiets wat – niet bepaald liefdevol – als ‘Gutmensch‘ betiteld wordt. Gutmensch is al lang tot een scheldwoord verworden, een passende titel voor de naïeve en goedgelovige multiculti-knuffelaars onder ons. Voor mij dus. Maar ik kon en wilde simpelweg niet geloven dat een geloofsovertuiging dit soort excessen kan veroorzaken. Ik wilde niet geloven dat een groep mannen enkel op basis van een religie op zulk walgelijke wijze op een vrouw neer kan kijken en haar naar believen wenst te misbruiken.

En ik kan en wil dat nog stééds niet. Ook al weiger ik zelf in welke godheid dan ook te geloven (ik ben een ‘kufar‘, een atheïst, een ongelovige), ik ken te veel fijne, goede, vredelievende en respectvolle mensen van alle mogelijke geloofsovertuigingen om dermate te kunnen of te willen generaliseren. Ik wil zo graag blijven geloven dat ook ‘Keulen‘ een uitzondering, een losstaand incident was en dat ons beeld van wat er daar (en ook elders) gebeurd is, nog verre van compleet is. Maar ook ik, ja zélfs ik, word nu langzaamaan banger. Sceptischer. Wantrouwender? En het lullige is: ik ben zelfs bang om dát toe te geven.

Wat als.
Nee, dat kan niet.
Maar wat als…

Angst is een bitch.

Daarom is Keulen klote.

Goede meenemens

Elk jaareinde steekt het gezever weer de kop op: “En? Nog goede voornemens?” Groundhog day in de vorm van een immer op identieke wijze wederkerende nieuwjaarsplanning.

De bijdehante troela antwoordt meteen: “Ja, natuurlijk! Ik neem me voor om me dit jaar helemaal niks voor te nemen! Gaat me lukken! Oh nee, toch niet.” De twijfelaar meent er toch nog even over na te moeten denken, het optimistische type zegt: “JA! Dit jaar ga ik [vul zelf in]!” Dat kan zijn: een paar kilo aankomen, de vuilnis binnen zetten, beginnen met roken, een kind baren, wat minder sporten, lekkerder eten, het wegkwijnende bonsaiboompje snoeien, whatever. En de pessimist bromt: “Natuurlijk niet. Alles wat een mens zich voorneemt, is uiterlijk na twee en een halve week alweer vergeten. Goede voornemens zijn voor losers die al lang weten dat ze de dingen, die ze eigenlijk altíjd zouden moeten doen, sowieso niet doen gedurende de rest van het jaar. Dan maar één keer per jaar – het liefst aan ’t begin – expliciet benoemen, dan heb je dat ook weer gehad. Forget it.”

Eigenlijk is de laatste helemaal geen pessimist maar een realist. Want geef toe: zo werkt het toch? Je weet eind augustus immers net zo goed wat je allemaal zou moeten doen en laten. Daar heb je geen nieuw jaarbegin voor nodig. Maar elke laatste week van het jaar wordt de mens tóch weer mediaal doodgegooid met artikelen over wát er allemaal zou moeten, hóe dat dan moet en hoe dat eventueel langer dan die paar weken vol te houden is. De top drie van nutteloze voornemens is voorgeprogrammeerd.

Met stip op één: “De smartphone het raam uit sodemieteren”. Unpluggen. Afkicken. Want: je smartphone schijnt jou te ‘maken’, te vormen en te kneden tot dat wat je nooit wilde zijn: een schermstarende, grootogige, slape- en libidoloze zombie. Laat ik dat nou zonder mijn (twee…) smartphone(s) ook al zijn. I’m a lost case. Ik ga voor de casting van de Walking Dead. Next!

Nummer twee: “Meer en regelmatig sporten”. Awel, ‘meer’ sporten is niet moeilijk, ik doe momenteel sowieso praktisch niks dus als ik íets doe, is dat meer. Ik ben nu eenmaal geen sportmens: Ik doe enkel verwoede pogingen tot. Elke maand opnieuw. Omdat het moet. Behalve skiën en tennissen: dat vind ik wel leuk. Maar de regelmaat in de uitvoering van deze twee activiteiten is eveneens ver te zoeken. De rest van mijn beweging bestaat uit huishoudelijk werk, toetsenbordtoetsen indrukken, naar het koffiezetapparaat lopen (en weer terug), naar de auto lopen (en weer terug, soms zelfs met zware boodschappenkratten), gaspedaal c.q. rem intrappen, ver na middernacht naar mijn bed wankelen (en ’s ochtends helaas weer terug), en friemelen met mijn vingers. Daar ben ik echt goed in. Ik heb gelezen dat dat heel gezond kan zijn, dus laat mij rustig friemelen alstublieft.

Nummertje drie: “Gezonder eten, minder alcohol en véél meer water drinken”. Tja. Gezond eten doe ik eigenlijk al, maar bij mij wordt alles wat ik in mijn mond stop per definitie omgezet in een grotere buik-benen-billenomvang, of dat nou een komkommer is of een patatje kapsalon. Mijn lichaam zal in barre, voedselarme tijden (die op de één of andere manier nooit komen) nog jarenlang op de overvloedige reserves kunnen teren. Maar dat ‘meer water’ moet ik voor elkaar kunnen krijgen. Koffie is tenslotte ook water met een smaakje, toch?

En dan zijn er nog de geijkte dingen als “meer slapen en ontspannen” (ik doe mijn uiterste best om meer dan 5 uur slaap per nacht te krijgen maar het blijft een lastig dingetje), en “positiever in het leven staan” (gezeik. Ik vind mezelf positief zat voor deze verrotte wereld. Basta).

Ik vermoed dat ik dus tot de verdoemde groep pessirealisten behoor. Want: als ik me niks voorgenomen heb, is alles wat  me gedurende het komende jaar wél lukt, mooi meegenomen.

Ik doe enkel nog aan goede meenemens.

 

Navelprutputten en dwangdoorgangen

Woorden als deze ploppen te pas en te onpas in mijn hoofd omhoog als ik ’s nachts niet slapen kan. Ik mompel ze dan in mijn memo-recorder en de volgende ochtend moet ik gruwelijk mijn best doen om te ontcijferen wat ik ’s nachts in vredesnaam allemaal uitgekraamd heb.

Maar waarom borrelen juist deze non-woorden in mij op? En waarom in het holst van de nacht? Is er een diepere betekenis? En wat moet een mens met een navelprutput? Alle nog te oogsten navelpluis erin dumpen en wachten op de echo als het spulletje neerstort? En dan het werkelijk verontrustende: de spellingscontrole ziet navelprutput als een bestaand woord. Dwangdoorgangen kunnen daarentegen goedkeuring van de autocorrectie niet wegdragen. Blijkbaar toch fantasieloos, die spellingscontrole. Mijn hoofd absoluut niet:

——

… onderin de navelprutput is een dwangdoorgang. Eenmaal op de bodem van de put neergedwarreld ziet het – gemakshalve gepersonifieerde – navelpluisje een kleine opening. Een navelprutputbreuk? Waarschijnlijk de enige uitgang, wil het pluisje ooit het daglicht nog weer zien. De dwang om de doorgang te verkennen is enorm. Maar er komt geen licht doorheen, dat belooft niet veel goeds over wat er aan de andere zijde van de opening ligt. Dan ontdekt het navelpluisje de oorzaak van de afwezige rode buiklichtgloed. Een tot een dik hard balletje opgerold snotje heeft al eerder dezelfde poging gewaagd om de doorgang te bedwingen en zit nu hartstikke klem. 

Op de bodem van de navelprutput kijkt een wanhopig navelpluisje in de afwezige lodderogen van een in de dwangdoorgang klem geraakt snotballetje. Ze beginnen om ‘t hardst te huilen. Het snotballetje wordt week en floept door de opening terwijl het pluisje – drijvend op het snotpluishuilwateroppervlak – nu alle moeite moet doen om nog kopje-onder te gaan, om zo bij de navelprutputbreukdwangdoorgang te geraken. Zinloos. Voorgoed buiten pluisbereik…

Uit plots hervonden navelprutsolidariteit grijpkleeft het snotje zichzelf uit alle macht vast aan de rand van de ingang van de dwangdoorgang en snottert vol overgave door. Het huilwaterpeil stijgt. Het navelpluisje bereikt al opdrijvende de rand van de put en laat zich over de ronde welving naar beneden glijden, alwaar een venusheuveloerwoud van zwarte kroesharen het opvangt. De schaamluizen verwelkomen het navelpluisje met open luizenpoten. Je hoort ze denken: “Vetmesten, dat wanhopige navelprutpluisje. Onze stofluisfamilie onder het bed zal ons straks dankbaar zijn voor dit bijzondere fraaie feestmaal.”

——

Enfin. Snotpluishuilwateroppervlak schijnt óók een goed Nederlands woord te zijn.
Even mijn neus snuiten.

 

De onsterfelijkheid online

Bijna middernacht. Ik wil mijn computer afsluiten en nog even welterusten wensen op Facebook en Twitter. Een rare kronkel in mijn hoofd, want waarom doe ik dat eigenlijk? De meeste mensen die ik op deze manier goedenacht wens, ken ik ‘in het echt’ niet eens. Draagt het überhaupt iets bij aan de goedheid van de nacht van al die anderen op social media? Of toch enkel maar aan mijn eigen goede gevoel?

Plop. Een groot blok met dikke donkerblauwe omranding verschijnt midden op mijn beeldscherm; een notificatie van een app die ik voornamelijk heb om die gruwelijke FB-site aan te kunnen passen aan mijn wensen. Ik kan bepalen wat er verschijnt (timeline, feeds, filters), hoe het verschijnt (lettertypes, kleuren), waar het verschijnt (zijbalken etc.). Vind ik fijn. Ook al zo’n persoonlijke kronkel: waarom pas ik iets banaals en onbelangrijks als FB aan aan mijn visuele behoeften? Maar: de app deelt je ook op de meest idiote momenten mede wie er niet meer met je bevriend wil zijn. Aan de ene kant wel handig (soort van nieuwsgierigheidsbevrediging), aan de andere kant soms ronduit shocking. Dit was zo’n mededeling.

Deze ‘ontvriending’ kwam echter van een lieve vriendin, die al anderhalf jaar niet meer op deze wereld is. Dat raakte me onverwacht diep. Ik dacht ineens terug aan haar. Nu denk ik wel vaker zonder aanleiding aan mensen die ik al lang niet meer gezien of gelezen heb. Dan kijk ik out of the blue even op hun profiel, scroll er doorheen, like wat, zeg wat, en dan weet ik weer dat alles oké is. Ik denk ook met enige regelmaat aan degenen die er niet meer zijn, maar een directe aanleiding daartoe – zoals deze notificatie was – is er zelden. Het leverde een nieuw soort gevoel van herhaald afscheid nemen op. En ik snapte het niet, waarom was ze nú plots ook hier weg? Ik keek een laatste keer op haar profiel. Het was echt zo. “(+) Vriend toevoegen” stond er, maar dat vond ik not done. Taggen was niet ook meer mogelijk in de nachtelijke posting die ik daarop vanuit mijn hart schreef:

Het heeft iets onwerkelijks om kort voor middernacht ontvriend te worden door een vriendin, die anderhalf jaar geleden overleden is. Eind juni vorig jaar ging ze heen. Ik leefde mee in haar gevecht tegen kanker. Wat heb ik gehuild. Om haar, om haar zoontje, om haar dappere man, om het volledige wegblijven van enig antwoord op het ‘waarom’. De ondoorgrondelijke oneerlijkheid. Een verloren strijd. Ik volgde haar bruiloft, nog kort voor haar overlijden. We deelden, we schreven, we schreeuwden. We jankten.
       Ik weet niet wie haar account nu beheert, en het geeft ook niet dat diegene mij nu plots verwijderd heeft. Het is goed zo. Ik snap helemaal dat dingen afgesloten moeten worden. En dat andere dingen doorgaan. Ik zag mijn voortbestaande FB-vriendschap met haar als een soort van tribute, een herinnering die online doorleefde. Maar ze is er niet meer. Het is zoals het is. Ik zal me haar altijd herinneren als de dappere, lieve, moedige, immer levenslustige B., die zelf koos, zelfs het tijdstip van haar dood. Ik mag nu dan niet meer in haar kringen zijn, maar ze is en blijft in de mijne. Dag lieve B. In mijn hart is ruimte genoeg om altijd te blijven wonen, ook al is de gedenkwaardige FB-woning nu evident te klein geworden. Ik pink mijn tranen weg en denk even weer aan jou. Zoals ik wel regelmatig doe. Aan jou, mijn voorbeeld van een eeuwig dappere, sterke vrouw. Kus. Dag…

…en ik pinkte die tranen weg. Dacht terug aan haar, maar ook aan de mensen waar ik toen, in haar laatste dagen, veel mee sprak maar die nu jammer genoeg bijna allemaal weer uit mijn leven verdwenen zijn. Peinsde over hoe lang ik eigenlijk al niet meer aan haar gedacht had en dat het ergens best fijn was, om nu weer actief herinnerd te worden.

Maar wat bleek: de app is echt niet betrouwbaar. Althans, misschien ook wel, want de profielpagina was nu omgezet naar een In-Memoriam-pagina. Dat kan blijkbaar bij overledenen en dat registreerde de app, vermoed ik. Weer zo’n kronkel in mijn digitale wereld.

Mensen blijven online vaak sterker aanwezig dan ze in je echte leven ooit waren. Hun profielen blijven bestaan, hun accounts lopen – weliswaar vanzelfsprekend zonder updates – gewoon door alsof er niets gebeurd is. Ze blijven jarig, jaar in jaar uit. Henk Krol heeft dat ook al meerdere malen mogen ondervinden.

Online ben je dus nooit écht dood, je leeft digitaal verder. Je blijft bevriend met degenen die toen al bij je waren, blijft glimlachen en toekijken vanaf je profielfoto. Als niemand de toegang tot of het beheer over het account van de overledene heeft, niemand met een overlijdensbericht in de hand een aanvraag tot deactivatie indient, blijf je tot het einde der (FB-)tijden doorgaan met bestaan.

Deze ‘ontvriending’ (die er geen was) voelde als een fotoalbum dat zonder enige aanleiding uit de boekenkast donderde. Je schrikt even, pakt het verbaasd op, bladert er doorheen. En je herinnert je degenen die je dierbaar waren. In het echte leven kan me zoiets niet meer gebeuren: al mijn oldskool fotoalbums staan nog in een kast in een huis uit – hoe cru – een vorig leven. Daarom ben ik nu maar gewoon dankbaar dat er bij mij zo nu en dan, soms ongewild, altijd onverwacht, een digitaal album uit de FB-kast flikkert. Het houdt de herinnering levend.

Het gif dat angst heet

ThePoisonOfFear2 SCAN-LargeA

Opgeven mag

Wezenloos staart hij uit het raam. Het ongenadig harde hout van de keukenstoel voelt hij tot diep in de broze botten van zijn zitvlak. Een paar uitgebluste en eindeloos vermoeide ogen kijkt langs de flats naar het donkergrijze water in de verte. Hij steunt met beide handen en kin op het handvat van zijn stok. Glinsterend vocht in zijn ogen. Alles is zinloos. Grauw. Eenzaam. Niets is het nog waard om voor door te gaan. Hij slaat zijn blik neer en perst de weerbarstige tranen uit zijn ooghoeken. Ze vloeien samen onder zijn neus. Een zilte smaak op zijn droge lippen.

Ze was de liefde van zijn leven, zijn hele leven lang. Haar ogen waren altijd de mooiste, de diepste en meest liefdevolle gebleven, zelfs toen ze langzaam maar zeker uitdoofden. Tranen van vreugde moesten de laatste jaren steeds vaker plaats maken voor tranen van pijn. En wanhoop. Toch bleef daar die glans. De glinstering en de fierheid van haar levenswil, die nooit door steeds dieper wordende rimpels en bovenlipgroefjes overschaduwd werd, weerspiegeld in haar lach. In al haar uren van lijden was ze onvermoeibaar moedig gebleven. Sterk. Positief. En de zijne. Maar ze had oneindig geleden. En alleen hij wist hoe zeer…

Ook nu kan hij zich de vibraties van haar zachte, diepe maar steeds zwakker wordende stem weer exact voor de geest te halen. Haar fluisterende, warme ademzuchten in zijn gehoorgang. Haar rozige geur, halsstarrig verankerd in zijn neusharen. 

Een glimpje zon valt op zijn knokige vingers. Maar in zijn beleving is er geen plaats meer voor zon of warmte. Er is enkel nog plek voor donkere wolken. En voor orkaanwinden waar hij onophoudelijk tegenin zal moeten blijven worstelen. Elke dag opnieuw. Elke nacht een eenzame kwelling.

Vierenzestig jaar lang was zij de zin geweest. De verlichting en de vreugde. Zijn basis en zijn bestaansreden. En nu, nu weet hij niet meer hoe dat leven nog te doorleven valt. Het beste deel van zichzelf, het deel dat zij in hem was, is voorgoed verloren gegaan. Zijn leven is het zijne niet meer. Wat een nutteloos recht is het geworden, dat recht om voort te bestaan. Geen liefde zal haar ooit kunnen evenaren. Nee, nieuwe liefde bestáát simpelweg niet.

Hij heeft er lang genoeg over nagedacht. Lang genoeg om te weten, dat hij niets meer blieft van dit hier en nu. De wijkverpleegster zegt hem telkens weer dat hij op moet passen voor een depressie. Dat hij zich op ‘andere dingen’ moet concentreren om niet op elk moment van de dag aan haar te hoeven denken. Wat nou depressie? En welke dingen dan? Hij kán haar niet zomaar uit zijn gedachten wissen, niet ontkennen, niet níet missen, niet één seconde vergeten.

Langzaam staat hij op. Zijn knieën trillen. Licht voorover gebogen en nog zwaarder op de stok leunend, opent hij de deur naar het balkon van de schamele, totale leegte uitwasemende seniorenflat, de houten stoel voetje voor voetje achter zich aan trekkend. Acht hoog is een mooie hoogte, maar het uitzicht op de haven, waar hij tot zijn pensioen vol overgave zijn werk mocht doen, wordt hem sinds een krap jaar door een betonnen kantoorflat ontnomen. Ach, wat zal het. Hij ziet immers aan weerskanten het kille water nog.

Tastend en wiebelend klimt hij op de zitting. Sluit zijn ogen, ziet haar beneden in het plantsoen weer staan. Ze wuift. Zoals altijd. De twijfel over het verkozen einde slaat toe. Is het dan zo verkeerd om dat waardeloos geworden bestaansrecht nu op te geven? Zo verkeerd om haar gedachteloos te willen volgen? Zo verkeerd om zijn gezicht voorgoed van dat felle, ondraaglijk verblindende licht, dat een restleven vol gemis enkel nog is, af te wenden? De dieptes van zijn verdriet schreeuwen hem uit alle macht toe. Toch hoort hij haar zachte stem, dwars door het geraas in zijn hoofd heen. “Volg, mijn lieve lief. Opgeven mag.”

Een voet op de balustrade.
Een weloverwogen stap.
Een recht op leven ingeleverd.






Vandaag precies twee jaar geleden schreef ik deze tekst vanuit een opwelling. Een schrijfimpuls voortkomende uit een song die ik destijds vaak luisterde. U mag raden welke song. En nee, het is niet ‘Love is all’.

Ik, gelukszoeker

Het is nu iets meer dan een jaar geleden dat ik – nou ja, laten we het maar zo noemen – vluchtte. Ik had het in de jaren ervoor niet echt slecht, hoor. Helemaal niet. Ik had een mooi huis, mijn vaste taken, de nodige spullen, zelfs de onnodige luxe, en geen gebrek aan geld. Maar ik was niet gelukkig. Dat werd uiteindelijk zelfs ‘zeer ongelukkig’. Ik voelde me opgesloten, gejaagd, ondergewaardeerd, kreeg hartkloppingen, angsten en andere lichamelijke symptomen. Ik maakte me zorgen over mijn toekomst en over wat er van mijn verdere leven moest worden. Ik creëerde mijn eigen virtuele wereld waarin ik af en toe weg kon vluchten, maar dat was geen houdbare situatie.

Dus ging ik op zoek. Op zoek naar geluk. En ik vond het, op behoorlijke afstand van waar ik toen leefde. Maar dat gevonden geluk maakte mijn leven op mijn oude woonplek nog onmogelijker dan voorheen. Ik kón daar niet meer zijn, voelde me als een vreemde in mijn eigen huis, soms zelfs bedreigd, zag geen uitweg en al helemaal geen mogelijkheden om dat verre geluk ook daadwerkelijk na te jagen en ooit vast te kunnen houden. Dus ik vluchtte. Ja, halsoverkop en redelijk ondoordacht. Alleen het hoogstnodige nam ik mee: wat kleren, mijn mobiele telefoon, een paar kleine persoonlijke bezittingen, mijn bankpas en mijn paspoort.

Maar waar moest ik zo snel heen? Waar kón ik heen? Zomaar weggaan en alles achter je laten, zoiets dóe je simpelweg niet. In ieder geval niet in de cultuur die heerst, waar ik nu ben. Je wordt al snel gezien als een paria, een rare, een andersdenkende. Ik vond asiel bij een lokale boer. Hij vroeg weliswaar een meer dan aanzienlijk bedrag voor het onderkomen op zijn erf, maar het was oké; het moest maar zo. Ik had ineens helemaal niets meer; alles daarginds achtergelaten, zelfs mijn kinderen in eerste instantie. Ik wilde zó graag dat ze bij mij zouden kunnen komen, maar ik kon ze niets bieden, zelfs geen fatsoenlijk bed of warm eten. Dus ik regelde ik het allemaal zo goed en zo snel als ik kon. Zelf. Het kostte een duit en een paar blauwe duimen (aan mijn twee linkerhanden), maar na een goede maand heb ik mijn kinderen na kunnen laten komen.

Ze kijken me nog steeds met een scheef oog aan. Ik ben ‘die buitenlander’ die haar gezin in de steek liet om haar geluk elders te beproeven. Die andersgelovige en andersdenkende dissident. Ik word geduld, maar meer ook niet. Ze praten liever niet met mij, vinden me éigenlijk zelfs een beetje eng. Ze vragen zich af wat ik in vredesnaam de hele dag doe als ik hier in mijn opvangcentrumpje ben. Willen stiekem ook heel graag weten wat ik de rest van al die dagen doe, als ik er níet ben. Heel af en toe doen ze een poging om informatie uit mij te porren. Hoe ik me die auto kan veroorloven. Of die smartphone. Wat ik dan doe om aan het nodige geld te komen. En of en vooral waar ik belasting betaal. Het liefst zouden ze tot in de puntjes noteren, welke uitkeringen en subsidies ik – die geluk zoekende vreemdeling – allemaal krijg.

Ik probeer het ze steeds weer geduldig uit te leggen. Ik heb de taal in rap tempo meer dan goed geleerd, ik heb mijn uiterste best gedaan om fatsoenlijk te integreren. En dat is ook gelukt: ik ken al veel mensen, heb een eigen netwerkje. Ik heb mijn eigen ‘zaakjes’ opgebouwd, waarmee ik de eindjes aan elkaar knoop, samen met wat ondersteuning van lieve familie. Ik ben hoog opgeleid, wat men nauwelijks kan of wil geloven, want: “wat heeft een immigrant met twee universitaire diploma’s hier bij ons überhaupt te zoeken wat ie niet ‘thuis’ kan vinden?” En nee, ik krijg geen uitkering of ondersteuning van de staat. Van geen enkele staat. Echt niet. Ze vinden het allemaal maar verdacht. Dat voel ik aan mijn allochtone water. Want een autochtoon zoals zij zal ik híer immers nooit worden.

Ik blijf ze dankbaar. Blij dat ik hier mag zijn. Ik heb nu op dit erf rust gevonden, een onderdak en mijn kinderen voelen zich hier inmiddels ook best thuis. De mensen zijn aardig, ik word enigszins getolereerd en ik zie weer mogelijkheden om een gelukkiger bestaan op te bouwen. Maar toch… toch wil ik ooit terug naar mijn vaderland.

Je eigen geluk zoeken én vinden blijft hard werken. Levenslang.

Is Karma echt zo’n bitch?

In twee seconden getwitterd, in twee seconden je carrière om zeep? Mia dacht even niet na over de impact van haar tweet. Een zwaar kraanongeval in Mekka, 60 doden, ca. 80 gewonden en zij zegt daarop: “[…] Karma is a bitch. #9/11.” Mia weet blijkbaar niet dat hastags met getallen niet werken, maar dat doet er niet toe. Niet meer. Wat zij werkelijk bedoelde met haar uitspraak, ook niet.

MiaSliwinski“Het lot kan harteloos zijn.” Dat was alles wat ze ermee had willen zeggen. Had ze 9/11 weggelaten, was de lawine misschien slechts een oversized sneeuwbal geweest. Had de hashtag daadwerkelijk gewerkt, was ze nu waarschijnlijk al lang ondergedoken of doodgestoken.

Maar: had IK dit getwitterd, was er niets gebeurd. Ik zou wellicht een paar mensen over me heen hebben gekregen die gevonden zouden hebben dat dit dus écht niet kan. Een paar fanatiekelingen zouden me waarschijnlijk ontvolgen en klaar. Iedere no-name mag roepen wat ie wil, de ergste verwensingen, de grootste racistische uitingen, de meest gruwelijke vergelijkingen. Niemand die daar nog van opkijkt. Het internet staat er vol mee. Het verschil met Mia? Zij heeft, als partijraadslid en docente Nederlands, een zogenaamde voorbeeldfunctie waardoor het behoud van haar functies afhankelijk is van andermans mening over haar. En die kan zomaar ineens volledig veranderen, dat blijkt.

Zo gauw je een maatschappelijke positie hebt, waar andere mensen in jou een voorbeeld zouden kunnen gaan zien, is je vrijheid om je mening te uiten volledig verdwenen. Op de eerste de beste ondoordachte uiting in de vorm van een snelle tweet, een meervoudig interpreteerbare zin in een interview of een simpele status op Facebook wordt je keihard afgerekend.

Zo bestaat er nu zelfs een Facebookgroep “Wij eisen ontslag Mia Sliwinski.” Ja, echt. En nee, geen link. Ik weiger een bijdrage te leveren aan dit soort stupiditeit. De domheid aldaar is werkelijk stuitend. Men gelooft zelfs in zelfverzonnen sprookjes: “De Gemeente Spijkenisse en haar partij gaat bij 10.000 likes een einde maken aan de werkzaamheden van Mia! Deel de pagina met jong en oud en vergeet niet te liken!” aldus de site. Mag ik even lachen? Alsof een gemeente haar ontslagbeleid gaat afstemmen op het aantal likes op een idiote Facebookpagina. Ook de school waar ze werkt, werd blijkbaar bestookt en gedwongen tot een reactie, die gelukkig enigszins ‘verstandig’ uitviel.

Mia’s tweet valt natuurlijk in het niet bij uitspraken zoals die van Dhr. Werner Fayman, onze Oostenrijkse bondskanselier, die de massale ‘deportatie’ per trein van in Hongarije aangekomen vluchtelingen vergeleek met de Holocaust. Deze uitspraak was misschien diplomatiek gezien niet erg handig, zeker niet met een buurhaai als Viktor Orbán in je nek, maar het is wél waar iedereen bij het zien van de beelden aan denkt. Alleen mag je het in díe positie níet meer zeggen. En dat vindt iedereen heel normaal.

Conclusie:
Ben je een nobody? Roep wat je wilt, er is toch niemand die een voorbeeld aan jou neemt. Je bent hooguit een paar vrienden of tweeps armer.
Ben je niet afhankelijk van een werkgever die waarde hecht aan marktimago en uitspraken van medewerkers? Gooi er vooral uit wat je niet binnen kunt of wilt houden. Het zal anderen worst wezen.
Ben je zo iemand die alles aan de afgetrapte laars lapt en vindt dat ie sowieso niks te verliezen of te verbergen heeft? Hou je niet in en smijt heerlijk iedere opwelling verbaal op het net.
Ben je dat allemaal niet? Dan ben je per definitie maatschappelijk bezit en moet je je mening te allen tijde inslikken, want bij jou is Karma pas écht een bitch.

De vrijheid van meningsuiting is dood.
Lang leve de vrijheid van meningsuiting.

Liet vrij

Al mijn ‘toen’. Dat was met jou.
Een verleden zwanger van ’t leven.
Door de jaren roerloos heengegaan.
Kunnen we ’t nu niets meer geven.

Jij wou die verre einden lopen
Ik wilde enkel hoger springen.
Jij wou niet praten, op meer hopen.
Ik wilde zó veel liever zingen…

Jij schoot wortels, meters diep
Ik had ineens vleugels gekregen.
En de stilte die ons zo luid riep
Hebben we samen bruut doodgezwegen.

Mijn hart slaat sneller dan dat van jou.
Nooit meer synchroon en zo vol pijn.
We stralen veel harder zonder elkaar.
Dan heeft het wellicht zo moeten zijn.

Voelde me jonger. Wist niet waarom.
Jij voelde je misplaatst. Bal naast de stip
Zo vielen we tergend langzaam om.
Verloren we meer en meer de grip.

Ik snapte dat jij er niets van snapt.
Ik begreep dat jij het niet bevat.
Waarom was alles dan níets waard?
Er volgde een lawine. ’t Grote gat.

We vergaten enkel te bewegen.
Was ik ervoor, was jij ertegen.
En nu, nu gaan we dus toch
voorgoed gescheiden wegen.

Mijn hart slaat sneller dan dat van jou.
Nooit meer synchroon en zo vol pijn.
We stralen veel harder zonder elkaar.
Dan heeft het wellicht zo moeten zijn.

Rest ons dat ene verstokte ritueel,
waar de één de ander vermijdt
Zien al niet meer, wat ons verbond,
enkel nog al dat, wat ons scheidt.

We moeten ademen en weer groeien
elkaar niet langer meer vermoeien
Daar waar we onszelf opnieuw ontmoeten
Krijgen wegen weer handen en voeten.

Wegen die altijd verbonden blijven
Alleen lopen wij ze nu niet meer samen
Al mijn ‘nu’ ligt ergens anders
We gingen sneller dan we ooit kwamen.

Ik liet je vrij. We blijven verbonden.
Ik liet je vrij. Laat jou weer je leven.
Ik liet mij vrij. Lik ons beider wonden.
Ik liet mij vrij. Kunnen we vergeven…

=================================

geïnspireerd door (en deels vertaald vanuit) de prachtige song van Andreas Bourani – Auf Anderen Wegen

Duisternis

Ik was gefascineerd. De hysterie om een zonsverduistering die niet eens volledig was. Mensen keken weer eens massaal door commerciële plastic-brilletjes naar de hemel en riepen enthousiast: “Kijk, kijk!! Er is al een hapje uit!” en “Volgens mij fluiten de vogels al een stuk minder! Wat gaat er nóg allemaal gebeuren?” Ik snap het niet.duisternis

Stroombedrijven vreesden een spontane uitval van energievoorziening doordat er plotsklaps dertig minuten lang minder licht op het hele arsenaal zonnepanelen zou vallen. Maar wat is dan het verschil met sterk bewolkte, regenachtige dagen? Ik snap het niet.

Wereldondergangsfans riepen wederom enthousiast, dat het nu wel eindelijk zou gaan gebeuren. En wanneer niet nu, dan zeker in 2018. Of anders in 2026? Ik snap dat niet.

Maar: de mensen keken ook dit keer weer eens collectief naar de hemel en dachten tenminste na over de meest verschillende dingen die ze niet snappen. Dát snap ik dan wel weer. Dat deed ik namelijk zelf ook.

Die maan. Voor onze zon. In ons zonnestelsel. In onze galaxie. In ons universum. Zou er eigenlijk nog een ander universum zijn? Heeft het universum, als een ballon die op knappen staat, toch ergens een absolute grens? En wat komt er dan na dat einde? Waar groeit het heen als daar voor die tijd helemaal niks was? En waarom blijven hemellichamen na miljarden jaren nog steeds zo betrouwbaar en constant in hun banen draaien?

In ieder geval heeft dat laatste wel een heel geruststellende werking. Als de mensheid er namelijk iets over te zeggen had, zouden ze daar al lang niet meer hun cirkels trekken; genoeg mensen die zichzelf goddelijk genoeg vinden om de wereld, het zonnestelsel en, indien nodig, het hele universum te willen veranderen. Met de eeuwige jachtgelden (nee, geen spelfout) in het vizier. Een möchtegern-dictator die koste wat het kost een eigen ster aan het firmament wil, met zijn staatsieportret en een vet logo erop, in een mooie orbit rond de aarde, zodat iedereen hem altijd kan en moet bekijken. De milieufetisjisten zullen vervolgens de afstand van de aarde tot de zon willen vergroten om de aardopwarming te stoppen, alles onder het mom van “dat zijn we onze kinderen verschuldigd!”

Een grotere omloopbaan, dus ook een beduidend langer jaar? Fijn! Meer tijd om te werken. Maar dan in de cao wél minstens vijf vakantiedagen meer vastleggen, alstublieft. En de maan, die moet vanzelfsprekend dezelfde orbit houden, anders kloppen al die verdomde Inca-kalenders niet meer. De oppositiepartij roept meteen: “Eigen volk eerst!! Stem op ons, dan gaan wij voor u, proletariaat, de as van de aarde zó zetten, dat eindelijk ook eenvoudige, berooide burgers in ons land kunnen genieten van een mediterraan klimaat zonder meteen een peperduur vliegticket te moeten kopen. Die vliegtuigen hebben we sowieso hard nodig om de regen doelgerichter neer te schieten.”

Dát zou pas ware duisternis zijn.

Laten we in 2018 maar gewoon weer naar de volgende partiële zonsverduistering kijken en heel hard nadenken over de dingen die we nooit zullen snappen.

Lezen en schrijven = dood

Oh en tekenen. Vooral tekenen. Dat = óók dood. Dus vooral geen satirische cartoons in de reacties a.u.b.

Hè verdorie. Juist die dingen die ik het liefst doe. Ja ja, als je éven niet oplet wat je tekent of schrijft – of eigenlijk juist wel – zijn activiteiten als deze werkelijk “levensgevaarlijk”. Dat is vandaag wel weer gebleken. Maar is dat echt wel zo? Natuurlijk, wat er vandaag in Parijs gebeurd is, maakte mij aanvankelijk ook bang. Heel bang. Je gaat toch automatisch denken: “oh jeminee, stel je voor dat ik morgen langs de redactie van één of ander satirisch magazine loop en dan ineens overhoop geschoten word…” Of: “ik ga niet meer met de metro hoor, de aanslagen zijn vanaf nu niet meer van de lucht…”

Bij nader inzien is die angst dus behoorlijk overtrokken: de kans is namelijk verrekte klein. De kans dat een geschifte spookrijder je op je dagelijkse rit op de autosnelweg moedwillig dood rijdt, is vele malen groter. Maar niemand die bang is, als ie de oprit morgenochtend weer op scheurt. De kans dat je dood gaat aan een enge ziekte, bijvoorbeeld als gevolg van roken, is nóg veel groter. Maar toch wordt de volgende sigaret bedenkingsloos weer opgestoken. De kans dat je op je ochtendwandeling door de gekke, maar de jou tot nu toe onbekende buurman te grazen wordt genomen (en al dan niet achttien jaar lang in zijn speelkelder met bunkerdeur wordt opgesloten), is waarschijnlijk óók groter. En vroeger (een paar eeuwen terug, hè) was de kans dat je als heidense heks of ongelovige Thomas op de brandstapel van een of andere enthousiaste Spaanse inquisiteur belandde, helemáál levensgroot.

Ja, mijn reactie was dezelfde als die van vele anderen vandaag. Jezus, waar moet dit heen... Oh shit, Jezus kan niet. Jantje, waar moet dit heen… Wat een wereld, wat een wereld. Deze is kapot, ik wil een nieuwe. En zo. Maar een relativerend gesprek met mijn lief liet me de dingen dan toch wel weer enigszins in perspectief zien. De overtrokken reacties, de haat en de fobieën die mensen in de media tentoonspreiden, zijn vele malen angstaanjagender…

Een (franse) antisemitische reactie van @RedaCteurr op Twitter (vertaald): “ik hoop dat de agenten Joden waren. #CharlieHebdo #headshots
Een plaatje op facebook dat als een lopend vuurtje rond gaat, daarop een doodshoofd en de woorden ‘Ban Islam‘.
Mensen die heel hard roepen, vooral niet bang te zijn. Not afraid! Not afraid!! Maar ondertussen…

De wederzijdse haat is inmiddels bijna tastbaar. Duizenden voorbeelden. Social Media to the max. Dit is dé beloning voor de terroristen van vandaag. Het is weer gelukt. De splinter is weer een stukje verder in de open wond der angst geduwd. De wig, die oh zo nodig is voor de ‘gerechtvaardigde’ Jihad-voering, weer een stuk harder tussen de fronten der samenleving gedrukt. Oorlogsverklaringen. Olie op het toch al aangewakkerde vuur van Wilders en Nanninga (Jalta), van Le Pen en consorten. Wilders, ja DIE mag pas echt bang zijn voor een aanslag na vandaag.

Oorlog is business. Oorlog is economische groei. Wapenleveranciers knijpen weer vergenoegd in hun handjes. De beurzen mekkeren even, maar dan gaat het uiteindelijk ook bergopwaarts. Die ouwe Rothschilds en Rockefellers kijken goedkeurend vanaf hun wolkjes toe (oh wacht, wolkjes? Mijn hemel…). Praktisch alle oorlogen ontspruiten uit religieuze of extremistische overtuigingen. Deze ‘oorlog’ ook. In naam van het geloof worden nog steeds de meeste mensen vermoord. Ban Islam? Ban religie…

Ik blijf religie als zodanig dan ook iets engs vinden (mijn mening hoor, please don’t shoot me!). Op de zevende dag schiep de mens een god. Of gelijk een dozijn goden. En profeten, niet te vergeten. En die hebben natuurlijk altijd (ALTIJD!!) gelijk. Een god is mijn ogen enkel hét perfecte excuus voor foute daden, een fantastisch iets om dingen te verklaren waar men bang voor of onzeker over is en vooral een hoopgever voor het ‘niets’ na de dood. Het universum breidt zich nog steeds uit. Waarheen? Juist. Naar het niets. Wat was er dan überhaupt daar, waar voorheen het universum nog niet was? Juist. Niets! En dat Niets noemen we dan ook maar god. Het concept niets is inderdaad moeilijk te bevatten: hoe kan iets daarheen groeien, waar voorheen niets was? Het woord ‘geloof’ zegt het al: het is enkel geloof. Het verschil tussen dingen weten en dingen geloven is het verschil wat zovele extremisten angstaanjagend maakt: de al dan niet foute interpretatie van één of ander vaag boek, zij het de Koran, zij het de Bijbel of welk menselijk nevelachtig schrijfsel dan ook, laat zulke mensen de ruimte om te geloven dat ze het zeker weten. Nou, is dat niet extreem ‘eng’?

[Aanvulling 08-01-2015: Ik wil niemand zijn of haar geloof ‘ontnemen’. De meeste mensen belijden hun geloof of overtuiging volledig vreedzaam. Alles wat goed doet, is goed. Ik ken veel gelovigen, van islamiet tot jehova’s getuige, van katholiek tot jood. Allemaal prima mensen die mij als totaal niet-gelovige ook in mijn waarde laten, zoals ik hun in hun waarde laat. Ieder zijn of haar ding. Mijn hierboven beschreven rotgevoel wordt enkel door de extremistische vormen gegenereerd. Laat men elkaar met rust v.w.b. waarde, geloof en overtuiging, is er niks aan de hand. Maar laat het nou juist daar duidelijk aan schorten. Wat is dan nog verdraagzaamheid…]

As said. Mijn mening. Mag ik hebben. Nog steeds. Laten we ons niet gek maken, we zijn het toch al lang. Doe mij maar een bloedige vampierfilm. Dat is vrediger: doelgerichte doodslag met een duidelijk rechtvaardigende reden. Je moet toch íets eten hè.

Anders ga je dood.

#reallife

Kwaaie vlieg

Rust zacht. Dat wens ik je. Ja, ik óók. Ik ken jou niet. Niet meer. Ik dacht je te kennen maar wat is dat nou helemaal, ‘kennen’ op al die huidige social media. Ik voerde hele chatgesprekken met je. Steunde je toen je in een relatiecrisis van reusachtige proporties zat. Aanhoorde alles, stuurde je knuffels. Gaf raad, was er steeds weer voor je. Ook diep in de nacht. Toen ik merkte, dat je borderline-achtige trekken vertoonde, praatten we erover. Geen doekjes erom, duidelijke woorden, fijne gesprekken. Ik vond je een lief, intens mens.
Jij, die werkelijk nooit een vlieg kwaad zou doen.

En nu, nu moet ik via onze ‘gemeenschappelijke vrienden’ horen, dat je onverwacht bent heen gegaan. Een goed jaar geleden deed je mij er plotseling uit. Alleen mij. Weg ermee. De overige eenenzestig gemeenschappelijkheden mochten kennelijk blijven. Ik vroeg je, direct op de vrouw af, wat ik misdaan had. Dat doe ik wel eens. Ik leer namelijk graag van mijn fouten. Na drie weken kwam er per mail een berichtje terug: ik was gewoon een vervelend mens dat steeds in het middelpunt zou willen staan. En ik wist te veel. Ondertussen snapte ik het nog steeds niet. Wát had ik dan precies nu ineens fout gedaan? Het raakte mij. Ik delete de mail en daarmee ook maar de vriendschap.
Ik, die werkelijk geen vlieg kwaad zou doen…

Onaangenaam getroffen door het bericht van je dood, zal ik er nooit meer achter komen, wat er nu zo mis was met mij. Behalve dan dat ik een vervelend mens ben. Hetzelfde gevoel dat ik destijds had bij het overlijden van mijn exschoonvader. Hij heeft me nooit gemogen, ik was precies dat: vervelend. Lastig. Te eigenzinnig. Te dwars? Een vlieg in de schone soep.  Achteraf gezien zal iedereen in mijn exschoonfamilie vast beamen, dat hij het bij het rechte eind had. En goedmaken zit er nu ook niet meer in. Als ik maar wist, wát ik dan goed had kunnen maken?
Ik, die werkelijk geen vlieg kwaad zou doen…

Rust zacht.
Ik wens het je hard.
Met heel mijn hart.
Rust zacht.

Momentje.
Even een verdwaalde wintervlieg doodslaan.

Werkezel met port

Het skypescherm open.
Groot. Een tweede laptop is fijn.
Hij tikt zich een breuk.
Krabt eens aan zijn neus. Zucht.
Hand in zijn nek, hoofd scheef.
Krabt nog een keer. Kijkt moeilijk.
Ik luister naar David.
Ground Control en zo.
Nip aan mijn glaasje port.
Hij ook.
Port in unison.
Af en toe koekeloer ik stiekem naar zijn voorhoofd.
Ik werk met onderbrekingen
aan mijn gedichtenbundel,
pak tussendoor ineens even een penseel
en verbeter wat aan mijn schilderij.
Nog lang niet af, maar voor de kerst moet het klaar.
Moet. Moet.
De tekst van Almalfi in mijn oren.
You put me in a trance.
Thanks Lucia. Je wordt steeds mooier…
Nog een slokje.
Soms heel even melancholisch.
Sommige dingen op facebook laten me toch lachen.
Don’t you forget about me.
Simpel. Don’t mind.
Ik loer weer steels naar hem.
Een meer dan serieus gezicht staart
nog steeds niets ziende
tegenover me naar het beeldscherm.
Werkezel.
Alles.
..
.

Ik ben te verliezen

Het niet praten hakte er hard in.brug
Het niet horen, wat ik uitschreeuwde
nog zo veel erger.

Het niets meer zeggen. Het zei je niets.
Onmisbaar is tenslotte geen mens,
enkel een begrip.

Het oppervlakkige van nooit echt kiezen.
Slechts in acceptatie van mijn tekort
was ik tóch te verliezen.

Toen koos ik.

Huilen mag.

Ik zou niks moeten zeggen. Stil en berustend moeten wachten tot ook deze storm weer overwaait. Maar ik kan het niet laten. De openlijke agressie maakt me bang. De agressie, die mensen tentoonspreiden naar aanleiding van een simpel stukje tekst. Je kunt het ermee eens zijn of niet. Je mag het belachelijk vinden en dat uiten. Je mag er natuurlijk kwaad om worden. Je mag te allen tijde je gal spuwen over de inhoud en de – in jouw ogen – minderwaardige kwaliteit van het stuk. Je mag woest worden over volgens jou niet kloppende ‘feiten’ en proberen een discussie aan te gaan met argumenten. Allemaal prima. Zo gaat en hoort dat in de hedendaagse samenleving. Let it all out.

Maar de realiteit is zo schrikbarend… Het blijft namelijk niet bij discussiëren of argumenteren Het blijft niet bij simpele, al dan niet getemperde woede en onenigheidsuitingen. Schrijf je vandaag de dag een tekst over een gevoelig onderwerp (abortus? De doodstraf? Feminisme? Terrorisme? Ik noem maar wat hoor!), over een penibel persoon (Zwarte Piet?) of een op zijn minst dubieuze groepering (euh… Hooligans? ISIS? Nee, laten we voor de zekerheid maar even iets rustigers als de Hell’s Angels of de Japanse Maffia nemen), kun je ervan uitgaan dat je de komende weken minstens acht keer per dag hartstikke deaud (DOOOOOOD!!!) moet. Dat je een vette NSB-er bent. Dat je de kankerteringtyfus moet krijgen, je moeder een kk-k*thoer is (en je oma natuurlijk ook), dat ze écht wel weten waar jouw huis woont en je binnenkort een kogel door je kop gaat krijgen. Je mag hard hopen dat je niemand van de aanhangers tegen zult komen want dan kun je voortaan vanaf een wolkje op hunne koppen spugen. Men (ver)vloekt, tiert en bedreigt, men wenst de langzame dood, hels verderf en eeuwige verdoemenis. De brandstapel is uit; men komt je wel eigenhandig de nek omdraaien met een meegebrachte bankschroef. Dat alles in bewoordingen die je ogen doen bloeden, om het maar even niet over het Nederlands taalgebruik als zodanig te hebben.

Ik vind het eng. Zijn dit echt mensen die in onze samenleving ‘functioneren’? Waarom wordt er dermate overtrokken gereageerd op een stuk tekst, waarin een overduidelijke problematiek kort en pregnant belicht wordt, in combinatie met een aantal op het moment van schrijven nog geldende feiten? Waarom is men door een summiere column (een column nota bene!! geen journalistieke tekst!) zó zeer op de gevoelige pik getrapt? Misschien omdat het onderhuids toch jeukt dat er een kern van waarheid in steekt? Omdat er wel degelijk een probleem is, wat men – read no evil, see no evil – liever niet wil erkennen? Of omdat men bij een eenvoudig “Oh, maar zó ben ik niet, wat een lulkoek en wat jij roept, is stierenpoep” geen genoegdoening meer voelt? Al deze mateloos overtrokken agressie laat alleen maar zien dat de tekst tóch een heel gevoelige plek raakt bij de betreffende groep. Een groep waarvan het gros duidelijk niet (meer) over normale meningsuitingscapaciteiten beschikt. De laagbijdegrondse bewoordingen en de ongenuanceerde uitbarstingen laten enkel zien dat de heersende vooroordelen over de meute in kwestie helemaal geen vooroordelen zijn: ze kloppen gewoon…

Met openlijke bedreigingen en iemand dood wensen kom je helemaal nergens.

Hooguit voor de rechter.

Huilen mag.

(Moet ik nu ook dood?)

De pot verwijt de ketel…

…dat ie zwart ziet. Kan die uitspraak eigenlijk nog vandaag de dag, met al die ZP-ellende? De pot en de ketel zijn allebei zwart van het roet, maar de pot maakt de ketel daar dus verwijten over.

Ik voel me soms ook zo’n pot. Ik was vroeger namelijk de attentheid zelve. Kaartjes en cadeautjes sturen vond ik heerlijk, mensen verrassen ook. Een soort van hobby. Ik dacht werkelijk aan alle verjaardagen, wenste sterkte en beterschap bij de vleet, in kaartvorm of in de chat, stuurde felicitaties voor huwelijken, heette nieuwgeboren kindekes welkom op de wereld, leefde intens mee met alles wat er gebeurde. Ik had altijd cadeautjes bij me als ik ergens op bezoek ging, zei op de juiste momenten en op gepaste wijze ‘dankjewel’, belde mijn zus/familie/beste vrienden zeer regelmatig om even bij te kletsen, vroeg mensen oprecht belangstellend hoe het met ze ging en bood altijd een luisterend oor als daar behoefte aan was. Zelfs midden in de nacht. Maar aan de andere kant verweet ik sommigen dan soms toch heimelijk ook een beetje, dat ze op hun beurt op bepaalde – voor mij belangrijke momenten – níet aan mij dachten. Geen moeite deden om mij óók eens te verrassen. Geen belangstelling voor mij toonden en enkel met hun eigen sores en leven bezig waren En dáár ging ik de fout in…

Verwachtingen scheppen op basis van wat je zelf doet (deed), op basis van wat je zelf als vanzelfsprekend ofwel belangrijk acht, is een weg die onvermijdelijk tot teleurstellingen leidt en die relaties erg kan laten bekoelen. Verwachtingen zijn eigenlijk rotdingen. Verwacht gewoon niks en de teleurstellingen zijn uit je leven verdwenen. En alles wat dan wél komt, is ineens een fijne verrassing, want je had het immers niet verwacht.

Maar nu, nu ben ik zelf ineens in de ketelpositie. Ik ben met mijn eigen sores bezig, vergeet verjaardagen compleet, denk er simpelweg niet meer aan om mensen te vragen hoe het met hen gaat (ook al denk ik wél heel regelmatig aan ze), ben chaotisch, verward, te druk, te moe, te zeer in gedachten. Ik heb inmiddels lieve vrienden dermate ‘verwaarloosd’ dat ik vermoed dat ik ze inderdaad min of meer verloren heb. Mijn leven (en niet alleen dat van mij…) is in korte tijd volledig op zijn kop gezet, grotendeels door eigen toedoen. De relaxte alledaagsheid, de alledaagse relaxtheid maar vooral ook de zeeën van tijd zijn plots weg. Waar ik vroeger momenten te over, ja zelfs te veel had voor mijn werk, hobby’s (tekenen/schilderen/schrijven/zingen/drummen), kinderen, vrienden, chatten, facebook enzovoorts, moet ik nu – ondanks de chaos en intense vermoeidheid in mijn hoofd – heel hard schipperen om de boel nog enigszins op een rijtje te krijgen.

Het gevoel dat ik mensen van wie ik houd, chronisch verwaarloos, groeit en groeit… Soms voel ik me een ware loser, iemand die praktisch alles fout doet en zelfs de belangrijkste dingen vergeet. Iemand die steeds ongewild de foute dingen zegt, vooral te weinig zegt en dan ook nog vergeet wat ze nu wel of niet gezegd heeft. Iemand die zich niet meer voldoende om anderen bekommert en mensen teleurstelt.

Het knaagt aan mij. Ik wíl dat helemaal niet. Ik wil er juist wél zijn voor anderen. Ik bén helemaal niet zoals ik nu ben. Ik ben enkel in een soort van – hopelijk tijdelijke – geestelijke noodtoestand, maar eigenlijk klinkt dat ook weer te zwaar. Tegelijkertijd kijk ik naar mijn twee met “TO DO’s” volgekalkte A4-tjes, vragen de kinderen wanneer we nu eindelijk dat beloofde spelletje gaan spelen (ik kies steevast ‘Mens-erger-je-niet’), staat de vaat torenhoog op het (nieuwe) aanrecht, moet ik de was (om 1:15AM…) nog ophangen en mijn zakenconnectie dringend bellen (morgen) om nu eindelijk eens vooruit te komen met het project, wil ik nog een blog schrijven, vijf portretten tekenen en een hond schilderen, een tekst redigeren, vertaalwerk doen, een business-idee uitwerken en een gedichtenbundel produceren, moet ik een jaar- én een maandafsluiting voor de zaak maken, verzekerings- en ziektekostengedoe uitzoeken, een auto importeren, solliciteren (en mijn CV bijwerken), het verjaardagsfeestje van dochter plannen en regelen (twee maand later, jawel…), tig afspraken maken die meer dan dringend zijn, de verenigingsadministratie doen en lijsten naar cursusleiders sturen en tegelijkertijd ook nog even aan nog 238 andere dingen én mensen denken. En mijn lief wil ik zo af en toe toch ook nog even spreken…

Dan zucht ik maar eens diep, kijk met waterige blik naar mijn laptop, dan naar mijn kinderen en ga vervolgens toch maar een spelletje met ze spelen. Ik noteer op een aparte lijst (met pen… op papier…) wie ik allemaal nog wil bellen, mailen of een kaartje sturen. Misschien werkt dat…

Ik ben niet langer die pot die de ketel verwijt.
Ik weet nu echt wel hoe het komt, dat zwart zien…

Sorry.

Ontheemd

Waar is thuis? Waar hoor ik? Ik weet het niet meer. Ik heb het eigenlijk ook nooit geweten. “Wherever I lay my hat, that’s my home,” krakeelde Paul Young.  Ik heb geen hoed maar als ik er eentje had, zou ik ‘m meteen opzetten en diep over mijn ogen trekken, zodat niemand de tranen zou zien glinsteren.

Vandaag voelt werkelijk niet als Bevrijdingsdag. Veel meer als een onverwachte gevangenisdag. Gevangen in mijn hoofd, gevangen in het alledaagse, gevangen in een overweldigend onbestemd gevoel. Ik functioneer absoluut niet. Ik ben stuk. Zelfs grasmaaien lukt voor geen meter: ondanks de lentezon blijft het gras te nat en loopt de maaier na wat gesputter steeds opnieuw vast. Ik had ’t kunnen weten. Een lichte misselijkheid golft al sinds het opstaan met vlagen door me heen. Wat dóe ik hier eigenlijk? Behalve doorademen en wachten tot de motor der normaliteit weer een beetje regelmatiger draait? Alles revolteert in mij.

Ik zou mijn bestaan nu per direct en uit alle macht radicaal om willen gooien maar ik kan het niet. Nog niet? Rationaliteit, gebondenheid, realisme en machteloosheid weerhouden me. Ik voel me meer dan stevig vastgesnoerd in een korset van ooit gemaakte keuzes. Met dubbele knopen op de rug. Een immense drang om los te komen. Een ziekelijk groeiend heimwee. Als een opzwellende groene hulk in mij. Kon ik ook maar zo oersterk zijn en uitbreken…

Ik voel me ontheemd.
Ik ben in mijn huis, maar steeds minder thuis.
Misschien gaat het ook dit keer voorbij.

Misschien ook niet meer…

Romeo

Eigenlijk is ’t er niet.
En toch elke dag meer.
Als ’t dan plots stil is,
voelt het raar.
Onwennig.
Leeg.

Hoe lang houdt een liefhebben stand?
Hoe groot kan het ‘houden van’ nóg zijn?
Hoe lang mag ik al wat ik nooit meer dacht te mogen?
Hoe klein kan de afstand zijn voordat deze daadwerkelijk niet meer te overbruggen valt?

Zomaar ineens besef je hoe goed het is om intens lief te hebben. Dat het beter is dan welke andere sensatie ook. Ik zou niet weten waar ik anders voor gemaakt ben. Ik heb lief. Veel lief. Wat wil ik nu nog meer? Alles is er nu.

Dat ondefinieerbare gevoel dat iets eindelijk is zoals het altijd heeft moeten zijn. Die onderbuiksensatie die je niet langer meer kunt onderdrukken. Ik vond precies dat, waarvan ik nooit geweten heb, dat ik het zocht. En nu dat het er is, begrijp ik niet dat ik zo lang zonder heb kunnen leven.

Het nu is alles.

Het was nooit anders.

Call me Julia.

Diplomatiek?

Een ware diplomaat is iemand, die twee keer nadenkt voordat hij niets zegt…

Dat zei Winston Churchill ooit. Het klopt. De ultieme diplomatie is het weldoordacht achterwege laten van woorden zodat de gesprekspartner erin kan interpreteren wat hem of haar op dat moment past. Indien nodig zelfs de onwetendheid. Stilte toelaten getuigt ook van kracht. Zelfs, of nee, juist in onderhandelingen of discussies.

Wat was ik graag stil gebleven. Weer een discussie die volledig ontaardde. Een gesprek dat geen gesprek meer was maar enkel nog een uitbarsting. Een gezwel van uitlatingen, waarbij plotsklaps sprake was van vijandige partijen in plaats van vrienden. En ik was duidelijk geen goede diplomaat. Ik had minstens twee keer na moeten denken om vervolgens heel verstandig mijn kaken op elkaar te houden en mijn vingers van het toetsenbord. Ik meldde wat ik ervan vond. En daarmee was het kwaad geschied: vanaf dat moment had ik eigenlijk moeten kiezen…

Ik weiger. Voor de zoveelste keer hou ik te laat mijn mond om vervolgens de gedwongen keuze achterwege te laten. Ik ben nog steeds een leek in de kunst van het op de juiste momenten niets zeggen.

Nooit te laat om te leren.

 

Catastrofe

Toe, zeg me dat de plek waar ik nu ben, een veilige is?
Dat het woord dat je me vandaag gaf, morgen ook nog geldt?
Het goede staat plotsklaps stil maar de wereld wordt steeds sneller.
Als jij terugkomt, blijkt alles al lang nog meer veranderd gebleven.
Geef me dat beetje zekerheid dat toont dat niets écht zeker lijkt?
Ik knijp mijn ogen dicht en hoop bijna hard dat ’t ineens onwaar is.
Het is te eenvoudig: ik heb zo veel lief en word ook lief gehad.
Leef niet meer in het verleden, kijk niet eens naar de toekomst.
In gedachten ontwaak ik elke dag daar, waar ik nu zou willen zijn.
Neem een deel van mijn voortdenderende snelheid weg?
Geef me iets, maakt niet eens uit wat, dat voor altijd blijft.
Maar ook al gaat de wereld om ons heen langzaam kapot,

dit blijft eeuwig onaangetast. Niets gebeurt werkelijk…

Zo verwarrend
mag het zijn.
Zo catastrofaal.
maar zo mijn.

#usb3

Kwetsbaar

“Je zult je eigen kwetsbaarheid moeten accepteren en ook het feit omarmen dat jij, net als ieder ander, imperfect bent.” Ik weet niet of ik dat kan maar ik zal het in ieder geval proberen. Als Brené het zegt… Ik weet namelijk heel goed dat ik niet perfect ben. Alles andere dan dat. Maar dat gegeven als notoir perfectionist dan ook nog moeten omarmen…

Ik heb op YouTube een film gezien van Dr. Brené Brown. Ze heeft jarenlang intensief onderzoek gedaan naar de kwetsbaarheid van de mens en de voordelen die met een dergelijke kwetsbare opstelling te behalen zijn. Iedere mens met een gezonde dosis eigenwaarde heeft inherent daaraan een sterke drang om zich geliefd te voelen en om ergens bij te horen. Zulke mensen vinden namelijk dat ze die liefde en dat gevoel van verbondenheid waard zijn. Bindingsangst is in die zin dus enkel de angst om die verbondenheid niet waardig te zijn. “Waar heb ik jouw liefde aan verdiend? Dat ben ik niet waard…” Herkenbaar?

De mensen die zichzelf al datgene juist wél waard vinden, zijn meteen ook de meest oprechte mensen. Ze hebben de moed om imperfect te zijn, de compassie om eerst aardig voor zichzelf te zijn en dan voor anderen, en de verbondenheid die het resultaat is van hun oprechtheid. Ze hebben de capaciteit om los te laten wie ze volgens ‘de meningen’ zouden moeten zijn zodat ze kunnen laten zien hoe hun persoonlijke werkelijkheid er uit ziet. Deze mensen omarmen daarmee hun kwetsbaarheid. Het is de wil en het vermogen om als eerste “ik hou van je” te zeggen, niet wetende of het “ik ook van jou” er ooit op zal volgen.

Wij, en veruit de meeste mensen met ons, zijn juist geneigd om onze kwetsbaarheid weg te moffelen. Onder het tapijt ermee. Vooral niet naar omkijken, niet laten zien. Maar je kunt emoties als zodanig niet selectief onderdrukken. Als je slechte gevoelens wilt onderdrukken, onderdruk je daarmee meteen de totaliteit van emoties. Het enige wat varieert van mens tot mens, is de manier waarop er onderdrukt wordt. De één doet dat met alcohol, de volgende met drugs of antidepressiva, weer een ander sluit zich gevoelsmatig volledig af en vegeteert voort binnen de eigen vier wanden. Comfortably numb. And comfortably lifeless…

Het zichzelf openlijk, diepgaand en kwetsbaar kunnen laten zien.
Het oprecht liefhebben, ook al is er nooit enige zekerheid omtrent wederliefde.
De dankbaarheid voor wat er dan wél gegeven is.
Het kunnen zeggen: “Moet je kijken, zó veel kan ik van je houden!” (en dan de armen zo wijd mogelijk uitspreiden), zonder er gelijk een dramatische rampzaligheid van te maken.
Geloven, nee wéten dat je goed bent zoals je bent, met al je imperfecties en eigenaardigheden.
Alleen dan kunnen we eindelijk ophouden met schreeuwen en beginnen met luisteren.

En ik vind dat ze dat meer dan mooi gezegd heeft, die Brené Brown.

Nu nog doen.

Liever parallel

Vanochtend zag ik een plaatje op Facebook. Ik was er meteen door gefascineerd. De triestheid van de lijnen, waarvan ik er één ben. Doet me denken die eenzaamheid van de priemgetallen. Levenslijnen in levende lijve.

Ik zou het plaatje willen bewerken: er staan duidelijk te weinig lijnen op. In ieder geval een flinke set parallellen meer. Sommigen heel dichtbij. Zo dichtbij dat je bijna niet ziet dat we nog twee lijnen zijn. Sommigen wat verder weg, maar nog steeds gelijk opgaand, altijd naast me.

Er zijn zoveel lijnen die kruisen. Ineens botsen we op elkaar, gaan in elkaar over. Op het kruispunt denk ik: hier stoppen we allebei met lijn zijn en worden voor eeuwig een punt. Maar zo werkt het blijkbaar niet. Ik loop door, of ik wil of niet. Zo gaat dat met lijnen. Langzaam weer weg van dat punt van perfecte interactie. Dan loop ik toch liever parallel…

Hé, ik zie een lijn die praktisch gelijk met mij loopt… Nog veel te ver weg en de toenadering is haast onmerkbaar. We lijken parallel maar zijn het niet. Uiteindelijk komt er een snijpunt. En daarna wil ik dood.

parallellines

Getwijfeld over België

Luisterend naar het Goede Doel vraag ik me ernstig af, hoe een mens daadwerkelijk kan twijfelen over België. BelgIk vind Belgen leuk hoor, begrijp me niet verkeerd. Maar een land, dat het voor elkaar krijgt om ondanks het feit, dat de hele incestueuze EU in het eigenste eigen Brussel rond en in elkaar schijnt te kruipen, nog steeds zo onbetekenend kan zijn, zo’n land fascineert mij. Misschien ligt daarin dan ook wel weer de charme. Al een kwart eeuw (of langer?) kunstig balancerend op het randje van faillissement, een volledig gespleten persoonlijkheid die zich weerspiegelt in ziekelijk vlaams- cq. wallonisch patriotisme, lekkere patatten producerend, bewonderenswaardig corrupt (daar kan men nog iets van leren: mocht je daadwerkelijke een tweede witrood nummerbordje op je wagen willen – aan de voorkant bijvoorbeeld -, tel je gewoon een paar extra flappen neer), volledig vervallen tot mysterieuze, Transsylvaans aandoende ruïnes rond een paar bergen die wildwaterkanovaren, canyoning en survivallen als opperste attractie bieden, een zeikend manneke als landelijk symbool en voorzien van een flink stel stalen ballen. Ja, dat lijkt me wel wat. Ik ga toch nog eens even ernstig twijfelen over België. Oostenrijk is me te bieder gebleken.

Zouden ze in België ook een Samsungaccountsynchronisatieservice hebben?

Uitgebrand?

Vandaag zag ik er weer één.  En vorige week woensdag ook. Net als al zovele keren daarvoor. Een zogenaamd uitgeblust, opgebrand persoon. Iemand met een burn-out. Ik heb al meerdere keren gedacht dat ik zelf zoiets als een burn-out zou kunnen hebben, maar ik heb inmiddels sterk het vermoeden dat ik dat niet kan, dat opgebrand raken. Depressief worden kan ik wel degelijk (heel goed zelfs, maar dat is ook weer zoiets wat je éigenlijk niet hardop mag zeggen hè…) maar volledig en totaal uitgeblust raken, schijnt mij een onmogelijkheid. Ligt misschien aan de mate waarin het brein in staat is, zichzelf te amuseren, te bedotten en te verwarren… Het mijne kan dat in ieder geval verschrikkelijk goed. Maar waarom zijn er dan tegenwoordig zó veel mensen die zomaar ineens niet meer verder kunnen? Geen stap meer? Bij wie de accu leeg is, de energie verbruikt, de vlam uit? Waarom is die ingebouwde oplaadbare batterij ineens totaal lamgelegd, rijp voor het afvalstoffencentrum? En waar haal je dan in hemelsnaam een nieuwe?

Geen idee. Ik denk persoonlijk wel dat burn-out-patiënten eigenlijk de geijkte slachtoffers van onze van het padje geraakte maatschappij zijn. Iedereen wordt onderhand voor het overgrote deel van zijn of haar leven gecontroleerd, gestuurd en beheerd. Passief vegeteren omwille van het bestaan versus actief de dingen (be)leven die men ook werkelijk beleven wíl. Zo gezien zijn mensen met een burn-out eigenlijk de voorboden van de uiteindelijk onvermijdbare systeemcrash zelf. Een systeem waarin steeds meer mensen een baan met een extreem intensieve en vooral heel ver reikende sociale omgeving hebben. De werktechnische sociale invloeden komen nu van veel verder weg, in veel grotere getale en zijn in veel intensievere mate aanwezig dan ooit het geval was. Tegenwoordig wordt de samenleving vooral gedomineerd door de prestaties van sterk narcistische individuen die enkel nog hun eigen ikje dwangmatig celebreren. Het gemeenschapsgevoel ontbreekt, overal wordt tegenaan geschopt, niets is meer goed, niet eens meer goed genoeg. En dat zowel op maatschappelijk macro-niveau als in de directe sociale micro-omgeving. Men loopt maar door in zijn of haar eigen verchroomde tredmolentje. En ook al heeft dat gepolijste looprad dan alle nodige blingbling en luxe, het blijft een tredmolen en je moet doorhollen, of je nu wilt of niet.

De vraag is: hoe breek je uit? Ik heb een gloeiende pesthekel aan dat boek van Elizabeth George (na drie pogingen heb ik ’t aan de kant gesmeten, geen doorkomen aan) maar in die titel, “Eat, pray, love”, daar zit wel wat in. Eten moet je en daarvoor moet je dus werken (als je in het gelukkige bezit van een baan bent tenminste). Hoe je het ook draait of keert, er moet op de één of andere manier geld binnenkomen. Is nu eenmaal zo en de ruilhandel is helaas al uitgestorven. Maar de tijd die je met werken doorbrengt, zou eigenlijk ook zinvolle tijd moeten zijn en geen moeizame kwelling. Geen zich erdoorheen moeten slepen tot het volgende weekend. Die luxe heeft niet iedereen: werk is werk per slot van rekening; je mag blij zijn als je een baan hebt. Daarom moet er in de eerste plaats tijd náást het werk vrij geschoffeld worden én die tijd zou dan volgens de experts vooral benut moeten worden om na te denken over zichzelf, de wereld en het grote ‘waarom’. Het ‘Pray’, zeg maar.  Vroeger werden vragen hieromtrent vooral door de verschillende religies beantwoord maar vandaag de dag is de relevantie van het geloof an sich bij veel mensen al lang en breed weggevaagd.  Zoals vroeger de religie voorschreef wat en vooral hoe te denken en wat de zin van het leven was, zo moet en wil men dat nu lekker fijn zelf invullen. En dat is niet makkelijk, levenszin vinden zonder voorgekauwde kerkse lariekoek (zo zie ik ‘t, ieder zijn mening). Daar komt dan ook meteen de ‘love’ om de hoek koekeloeren. Op z’n positiviteitsgoeriaans gezegd: “Liefde, in de vorm van het vermogen om de relevante dingen in het hier en nu zowel bij anderen als bij zichzelf aan te voelen, op te merken én te waarderen en in de vorm van de capaciteit om niet langer simpel voorbij te gaan aan wat is, te laten rusten wat was en uit te kijken naar wat nog kan komen.” En juist dát schijnt heden ten dage steeds opnieuw geleerd te moeten worden…

No love, no life.
’t Is net muziek.

En daarom haat ik positiviteitsgoeroes.
Want hemeltjelief, wás het maar zo eenvoudig.
Gooi die blonde manen in de wind en doe voorrrrrallll wat je moet doen.
En de rest niet. En zo.
Waarom moet ik nu in vredesnaam ineens aan Adam Curry denken…
Sorry Adam.

Keuzegemis

Hé mam… voelde jij je op je tweeënveertigste soms ook zo buiten alles, zo afzijdig als ik?mam
Zo, alsof je iets herkenbaars had moeten kleien van je leven maar dat het nu eenmaal die blobvorm kreeg, die er simpelweg in gedrukt werd?
Hunkerde je ook wel eens naar alles wat zo ontzettend verschrikkelijk uit den boze was? Naar dat wat zeker niet goed voor je was?
En ook naar het ‘wat als’ van al dat, wat je sowieso nooit van tevoren had kunnen weten?

Oh, en mam… heb je ook wel eens gedacht over hoe het was geweest als je dat had gedaan wat je moeder eigenlijk helemáál niet wou?
En vooral ook datgene, wat je pap je ten strengste verboden had?
Denk je wel eens over datgene wat er uit gekomen was, als je pak ‘m beet een halve eeuw geleden nét even anders gekozen had?

Ik mis ze soms heel erg.
Mijn keuzes van toen.
Ik zou ze zó graag nog eens terug zien…

huh

kon jij maar mij zijn jij
dan wist ik wel
dat ik mij wou.
kon jij maar mij zijn
dan kon ik zeggen
dat ik van mij hou.

maar als ik de vingers
van mijn rechterhand
op ‘t  toetsenbord één
plek naar links verschuif,
ben jij enkel nog maar

huh …?

.

.

© Lou

doemdenker

Ik zit weer eens in een denkfase. Zo’n fase waarin ik meer dan anders nadenk over het hoe en wat in deze wereld. Waarom de dingen gaan zoals ze gaan, wie er daadwerkelijk aan de touwtjes trekt. En dat is dan nog heel summier en oppervlakkig gezegd. Ik kijk documentaires, luister naar ‘afvallige’ professoren, uit de school klappende voormalige politici en journalisten die zich vastgebeten hebben, praat met de één of de ander.. Maar het wordt er niet beter van. Integendeel.WatAls

Het zou echt mogelijk moeten zijn om je hersenen stop te zetten. Maar wel zonder angstaanjagend elektronisch gespuis. Gewoon. Zelf. Het kan ook, met simpel mediteren. Maar daar ben ik niet zo goed in. Wel geprobeerd, maar ook dat lukt me op de één of andere manier niet.

Ik staar in ’t niets en denk aan alles en iedereen. Vooral aan mijn kinderen, aan hoe alles zal zijn als ze eenmaal volwassen zijn. Hebben ze dan ook een chip in hun pols? Mogen ze nog vrij reizen? Hun eigen geld beheren? Zelf bepalen óf en hoeveel kinderen ze in de wereld willen zetten, mocht dat dan allemaal nog op de ‘normale’ manier gaan? Zijn ze nog vrij in hun denken en in het bepalen welk werk ze het liefste zouden doen? Zijn er tegen die tijd nog bijen of doet de mens dan inmiddels zelf aan bestuiving omdat geen insect dat meer kan doen? Welke nieuwe ziektes zijn er dan ontstaan (of gemaakt), welke oorlogen uitgevochten en hoeveel mensen zijn er tegen die tijd nog overgebleven op deze aarde? En zo ratelt het door in mijn warrig hoofd.

Ik ben misschien nog net geen doemdenker maar wel een overmatig piekeraar. Ik kan niet tegen mijn eigen machteloosheid en ook niet tegen de wildheid van mijn gedachten. Ik wil wat doen maar ik weet niet wat. Ik zou heel hard willen gillen maar als ik dat zou doen, zou ik enkel maar raar aangekeken worden. Waar maak je je druk om, mens… Tja. Dat weet ik ook niet. Nog niet.

Toch een doemdenker.

De ondraaglijke leegte van het schrijven

Ik snap het niet. Ik zit hier al minstens een uur naar een leeg en wit wp-blok te koekeloeren. Kijk met een half oog naar een gruwelijke middeleeuwse film, kopieer de 36GB aan foto’s van mijn moeder van hot naar her (eerst vanuit de voor de ene computer niet leesbare image op de externe harde schijf naar mijn eigen computer die ze wel kan lezen – yeah man – en van de mijne als normale jpeg’s terug naar de externe harde schijf zodat ik ze op andere laptop, waar ze eigenlijk heen moeten, op kan slaan. Een proces wat ettelijke uren in beslag neemt), maak thee, lurk op facebook, whatsapp wat in het rond, zie Buzz Aldrin op TV offliften, bedenk me dat ik de was er nog uit moet halen, drink nog maar een kop thee. Maar schrijven lukt niet. Niet zoals ik het wil.

Er is zoveel gebeurd de afgelopen weken… Dingen die lange tijd een gegeven waren, zijn ineens niet meer. Weggevaagd. Dingen waarvan ik wist dat ze 2013 niet meer goed zouden komen, gaan in 2014 met volle zekerheid de fase van de positiviteit in. Alles komt tóch nog goed. Dingen die ik al lang verloren gegaan achtte, blijken ineens nog aanwezig te zijn. Floep, daar zijn ze. En dan staat het woord ‘Dingen’ voor veel meer dan enkel ‘dingen’. Het meeste ervan is sowieso niet tastbaar.

Buzz is alweer terug van zijn maantripje. Voor de zoveelste keer. Mijn galstenen zijn inmiddels ook klaar met hun potje Yahtzee. Sinds nieuwjaarsdag vonden ze het blijkbaar nodig om mij eens even te laten voelen hoe dat dobbelen écht moet. En dat voelde niet fijn, kan ik u verzekeren. Als ze nog een keer zo’n bui hebben, gaan ze d’r uit. Kunnen ze in een potje verder vegeteren. En ik, ik zit op de bank en denk na. Op mijn eigen chaotische wijze. Morgen is de laatste dag van de kerstvakantie. Ja echt, 6 januari is een feestdag hier hè. Die drie koningen moeten nog even voorbij hobbelen.

Maar het schrijven zelf wil nog steeds niet. Ik mis mijn humeurigheid. Het ontbreekt mij aan stemmingswisselingen. En aan de ‘highs’ die mij deden borrelen. Aan de diepe dalen die me met tranen in de ogen emotionele woorden lieten produceren. Aan de vlakheid die me liet ratelen over de meest onzinnige dingen.  Ik ben te zen… En dat zelfs ondanks het feit dat het weer zo’n geweldige tijd-van-de-maand is. Hoe is het mogelijk… Kan dit überhaupt? Man bemerkte het ook al. Toen ik hem mededeelde dat hij alle denkbare bedactiviteiten behalve slapen momenteel kon vergeten vanwege dattem, zei hij enkel: “Dat kan niet. Je bent helemaal niet explosief geïrriteerd…”. Nee, inderdaad. Maar alles is ‘gewoon oké’. Behalve dan dat er weer eens een kat van ons de hort op is en maar niet thuis wil komen, maar dat is nou ook niet de meest interessante lectuur voor de gemiddelde bloglezer.

Zogauw ik weer instabieler, emotioneler, geflipter of liefdesgestoorder raak, meld ik me weer.
Tot morgen.
Of overmorgen…

Knalluh…

“Ik ga even de brievenbus dichtspijkeren hoor!”
Huh… da’s toch niet normaal… is dat echt nodig hier?
Sterker nog, het lijkt zelfs heel vanzelfsprekend…
Iedereen doet dat.
Gewoon.

Ik lees een artikeltje over met vuurwerk opgeblazen katten en de tranen springen me spontaan in de ogen. Dit kan toch niet? Wat bezielt mensen in vredesnaam… Ergens vlakbij knalt er weer een carbidbus. Het lijkt verdomme wel oorlog… een filmpje van een vuurwerkslachtoffer dat tijdens de plastische  reconstructie van zijn gezicht per ongeluk een kontgat als mond heeft. Shit happens. De volgende knal die de ramen doet trillen. “Moeten we nog even vuurwerkbeschermbrilletjes halen voor de kinden? Een oog is zo weggeschoten…” Ja, laten we dat dan maar doen dan…

Ik kan het niet laten om hoofdschuddend te denken dat de halve mensheid hier te lande werkelijk van de pot gerukt is. Waarom moet het zo? Auto’s in de fik. Vandalisme. Vuurwerkbommen. Opgeblazen dieren. Burgerwachten die nog een beetje de orde proberen te handhaven. Speciale ‘plofvrije’ dierenasielen voor oudjaarsnacht. Je kunt zeggen wat je wil maar dit IS oorlog. En ik vind het compleet gestoord.

Een paar mooie vuurpijlen afschieten, dat is leuk. Wat siervuurwerk, een glas champagne en een zoen. Perfect. Waarom moeten we elkaar dan persé in de eerste vijf minuten van een nieuw jaar de lucht in blazen en doen alsof het bij ons óók oorlog is… we hebben al genoeg oorlogsellende in de wereld. Echt.

Leuk joh. Knalluh…

kerstgedachtes

Te stil ben je me. Dan ga ik weer piekeren. Is er iets gebeurd? Heb ik iets fout gedaan? Fout gezegd? Kan ook nog. Waar zit jij nou helemaal met je gedachten? En waar zit ik eigenlijk met de mijne…pantarhei

Ze zwerven. Ze hangen overal rond. Bij die zo veel te jong gestorven buurman die een jonge vrouw en twee kleine kinderen achterlaat. Bij de ernstig zieke vriendin (ja, ik beschouw haar als vriendin… ze is een uitermate waardevol iemand…) die 2014 nog hoopt te halen. Bij de brandmelder die om de twee minuten luid piept dat zijn batterij leeg is. Bij de zo geliefde vriend die worstelt met wat er in het verleden gebeurd is. Ik denk na over het liedje op de radio (“Say something… I’m giving up on you”) en over al die mensen die pijn hebben. Ik pieker over degenen die ik zomaar ineens mis omdat ik ze al zo lang niet gesproken heb (Ron, Erwin, Bert, Angela, Marc, Kris, Manja, Bart, Pris, Sam,  enzovoort…). Zouden ze ooit nog aan mij denken?

Verdorie. Het is alwéér kerst… En nee. Ik ga geen review van dit jaar doen. Dit jaar was een jaar net als alle andere jaren. Ups, downs, saai, spannend, verdrietig, hoopvol. Wie wil er nou reviews. Je hebt er geen zak aan, het is toch allemaal voorbij, er valt niks meer aan te veranderen. Goede voornemens zijn al net zo zinloos. Plannen helpt niet, alles komt toch weer anders dan je je had voorgenomen. Chris Rea bromt zijn Driving Home for Christmas voor de 328e keer door onze speakers. Ik wou dat ík naar huis reed vóór kerstmis. Maar zoals altijd zal het hoogstens ná kerstmis zijn. Verplichtingen, verplichtingen. Maar na kerst gelukkig wel. En dat is wat telt…

You played it to the beat. Miss Adèle zingt zoals het werkelijk was en nog steeds is. Speel mee, gewoon zoals de ritme komt. Laat het toe. Go with the flow, voel de kadans, laat het gebeuren. Het komt toch wel zo. Mijn gevoelens kan ik niet veranderen. Ze zijn zoals ze zijn. De dingen komen zoals ze komen, of ik nou wil of niet.  Mensen sterven, hebben verdriet. Of ik er nou wat aan kan doen of niet. Accept it.

De bijen sterven door ons toedoen, of ik die petitie nou onderteken of niet.
Met zes glazen wijn wordt het leven niet mooier. Integendeel. Een stuk verdrietiger.
De kindertjes in Syrië ervaren nog steeds die rotoorlog. Al jaren. Of ik het nou uitschreeuw of niet.
De jonge buurman blijft dood en zijn vrouw en kindertjes moeten door. Of ik nou kan helpen of niet.
Met twintig kilo minder zal ik nog steeds onzeker zijn. Of ik het nou wil of niet.
Mensen blijven hun handen eraf schieten met illegaal Cobra-6 vuurwerk. Of ’t nou stom is of niet.
Mijn liefde blijft steeds maar weer bij sommigen hangen. Of ze nou willen of niet.

Goed. Dat is dan het enige voornemen dat ik me voor neem voor 2014. Go with the flow. Het komt zoals het komt. Panta Rhei. Alles vloeit. In elkaar over. Alles is oneindig. Ik lachte er ooit over. Maar zo is het.

And please, stay strong while going with the flow.
The past is gone and I will go on.

wirwar

heftige en ijzige ochtend.warrig
beetje vreemd, wel lekker.
inpakken die hap.
het is tenslotte bijna ker(st)mis.
hé jij, wat doe je hier in mijn hoofd?
tijd om op te krassen, jochie.
maar dan is er niemand meer.
da’s ook wel weer heel stil.
oma kon niet achteruit rijden.
niet zonder schampschoten.
hoe een paal een twingo de das om doet.
dassen in die bijtende kou.
hé, rode golfjes
twingo’s bestaan blijkbaar niet.
een schip aan de golvende horizon wel?
als ik echt die vriendin was,
was ik het niet vergeten.
maar ik bén het niet vergeten.
ik heb er gewoon wat later aan gedacht…
te grote pepernotenkoekjes.
die eigenlijk kruidnotenkoekjes moeten heten.
de wereld is verwarrend.
ach, als je maar een beker mee hebt, schatje.
ik mis de man met de beker.
de wolverine achter het hele plot.
hij is onder de pannen en dat is acceptabel.
pannen zijn er nu eenmaal om onder te zitten.
katy flasht haar beugel nog maar een keer.
grof terugbrullend naar een knuffeltijger.
op een eiland met grotten vol met draken.
wij vormen de heerlijkheid aldaar.
horen bij elkaar, dus zie je maar.
ik ervaar mezelf als vreemd.
lana-achtig, breek me niet af.
hoe warrig mag een mens zijn?
ontwarren behoort niet tot mijn specialiteiten.
en hoe veel denken aan is eigenlijk gezond…
hangt er vanaf aan wie.
zeg jij. mij hoor je daar niet over.
je luistert enkel met die halve oren van je.
nee, liever niet. want dan wel.
maar alles waar te voor staat is té.
who cares, dan maar té.
te raar om jezelf van buiten te zien
terwijl je er toch continu binnenin zit.
zoiets als buiten jezelf zijn misschien.
maar de zinnen zitten er nog in.
dat blijkt wel weer.
ik leer langzaam te vliegen.
tussen al die regels door.
regels schreeuwen als meeuwen.
ik zou niet goed wijs zijn.
wat zeg je? precies.
dan maar slecht wijs, da’s ook wijs.
mijn gitaar lonkt naar mij.
ik lonk terug en gooi mijn benen over de stoel.
dan denk jij weer dat je mij kunt zeggen wie ik ben.
waarom zou ik überhaupt iemand zijn.
ik ben niet iemand als ik al ik ben.
waarom dan geen hoofdletters,
als het beestje wel een naam heeft?
zonder hoofdletters worden
de letters wirwar in je hoofd.
zonder hoofd ook.

πάντα ῥεῖ

Blijkbaar titelloos

If you want to touch the past, touch a rock.
If you want to touch the present, touch a flower.
If you want to touch the future, touch a life.

Die quote las ik vandaag. Geen idee wie dat ooit zei (“Unknown“) maar deze quote fascineerde me. Eenvoudig en zo waar.  Een zwerfkei, keigevormd door het grote verleden, soms eeuwenoud. Een bloem, die nu bloeit, maar morgen misschien al verdord is. Maar als je iemands leven echt raakt, dan raak je de toekomst. De toekomst van diegene maar ook die van jou. Je beseft dat dit de dagen zijn, de dagen dat je je eigen toekomst maakt. Door simpelweg een ander persoon deel ervan te maken. Door te raken.

Maar soms moet je, juist om die toekomst te kunnen blijven voelen, je handen weer langzaam van bepaalde personen aftrekken. Niet meer aanraken. Laten gaan om te blijven (be)staan. Ik heb dat, en dat besef ik nu, in de laatste jaren veel gedaan. Ik heb bepaalde levens geraakt. Dat vermoed ik althans. Nee, ik hoop het. Maar ik heb ook velen zowel gewild als onvrijwillig laten gaan. Ook dat is toekomst.

Op dit moment is er weer zo’n punt waarop ik tot de conclusie kom en ook accepteer, dat ik bepaalde mensen en ook bepaalde dingen simpelweg moet laten gaan. Ik zal ze missen. Ongetwijfeld. Maar levens collideren én divideren. Het bestaan is net een botsauto. Soms botst het en voelt het goed. Dan grijns je elkaar aan en denkt: “Ha! Dát was leuk. Nog een keer!” En met een beetje geluk is de tijd nog niet om en mag je dan ook nog even verder rondkarren. Maar soms knal je ineens tegen iemand op en voel je enkel nog de nekslag. Maar botsen zal ‘t.

Ja, ik ben bang om op deze manier te moeten verliezen. Maar ik zal nooit berouwen, iemand in mijn leven gekend te hebben. De juiste mens geeft je geluk en acceptatie. De minder geschikte mens geeft je tenminste ervaring. De allerslechtste leert je een les. En de allerbeste geeft je herinneringen. Ook al gaan ze daarna toch weer hun eigen weg. Niemand is ooit zinloos…

Let it be.
It wasn’t meant for me.
I’ll let you go.
So we can both be.
We will let it rest.
Then I will see you and
you will finally see me…

Doet me ineens denken aan een song van 10.000 Maniacs…

Let me be. Let me close my eyes.
Don’t talk. I’ll believe it.
Don’t talk. Listen to me instead.
I know that if you think of it.
Both long enough and hard

The drink you drown your troubles in
is the trouble you’re in now...
(10.000 Maniacs – Don’t Talk)

Hoe treffend was dat.

Was.

zoek zoek zoek

Ik zoek en vind niet. Het is weg. Foetsie. Ik zoek al dagen. Weken. Maanden? Ik zoek in mijn achterste achterkamertjes, onder mijn zwevende vingers, achter mijn pijnlijke rug, tussen mijn dovemansoren. Het is er niet meer. Ik sta op een droogje, zoals blijkbaar zovelen met mij momenteel. Al een tijdje eigenlijk, heb al een maandje of wat geleden over mijn interne leegte bericht. Er is zoveel waar ik over zou kunnen schrijven. Er is ook veel wat ik wel opgeschreven heb maar wat op ‘Privé’ blijft staan omdat ik dat niet in de openbaarheid wil hebben. Blogs voor mezelf, over mezelf. Ze gaan over mijn eigen falen, mijn verdrieten, mijn verslavingen en mijn donkerste gedachtes. Opschrijven helpt nog steeds, maar gelezen hoeft het niet te worden. Misschien dat ik over een paar jaar denk: “ik ben er nu compleet overheen, nu kan ik terugblikken en eventueel mijn annalen van toen wel openbaren.” Maar die kans is klein.

Ik zit in een rare fase. Ik zoek naar mijn eigen leven. Zo voelt het. Ik was het leven even kwijt. Dat zei een dame namens Petra laatst in het TV-programma ‘Verslaafd’. Dat zinnetje trof me enorm. Ik herkende het. En nu ben ik zoekende. Van dat leven heb ik al wel weer een paar stukjes terug gevonden maar ik zoek nog steeds naar het grotere geheel en mijn eigen verstandige ik. Naar mijn gezondheid. Naar de essentie. Naar zin.

En ik ren mezelf voorbij als het gaat om houden van. Ik hou van veel mensen en ook van veel dingen. Maar van mezelf houden, dat kan ik niet goed. Nog steeds niet. Ik wil zelfs zo ver gaan om te zeggen dat ik mezelf bij tijden regelrecht mishandel. Of mishandeld heb, in ieder geval. Maar nu, nu mept mijn altijd zo braaf incasserende maar gekrenkte lichaam zomaar ineens terug. Mijn buik wil geen slecht voedsel meer. Mijn maag wil geen sloten koffie meer. Mijn lever wil geen alcohol meer. Mijn knieën willen mij niet meer dragen. Maar mijn hoofd wil het dat allemaal nog niet beseffen. Dus zoek ik.

Ik zoek ik…

En met al dat monotone gezoek ben ik momenteel mijn blogzin kwijt geraakt. Ik neem aan dat dat tijdelijk is. Het komt wel weer, dat weet ik zeker. Tot die tijd zoek ik maar gewoon een beetje verder.

Zoek, zoek, zoek…

Bucket List

Bij blogster Sandra de Koning – vd Pol stootte ik een tijd geleden al op haar opmerkelijke en vooral interessante Bucket List. Zo’n lijst met dingen die je ooit nog in je leven wilt doen voordat je de aardkloot eens van de binnenkant gaat bekijken (oftewel: ‘hit the bucket’ in het Engels). Geïnspireerd door Sandra voelde ik nu ook de behoefte om zelf eens zo’n lijst te maken. Waarom? Omdat je dan wat beter na gaat denken over wat je nog wilt in en van het leven. De grote dingen, maar ook de kleinere to-do’s. Er is zelfs een film namens ‘The Bucket List’ die hierover gaat, misschien moet ik die eerst maar eens kijken. Ter inspiratie. Een levenswensenlijst. Een dingen-die-ik-echt-nog-gedaan-moet-hebben-voordat-ik-de-pijp-uit-ga-lijst dus. Oh en ik weet het hoor, het klinkt als een actie voor een rasechte midlife crisislijder, maar geef toe:  het is wél leuk om na te denken over je eigen grote (en minder grote) wensen en things to do.

Er zijn een hele hoop dingen die ik al gedaan heb: kinderen krijgen (wel twee), in het buitenland werken (vele malen, zelfs een keer meer dan een jaar lang in Zwitserland), naar Israël reizen (gedaan voor mijn scriptieonderzoek), naar Australië (op mijn 16e, naar de World Jamboree), Tina Turner met Kim Wilde in één kapsel verenigen, trouwen (pas één keer gedaan maar dat loopt tot nu toe dan ook nog steeds redelijk tot goed), studeren (ook maar liefst twee keer), mijn klasgenoten van de lagere school weer zien (afgelopen zomer, na 30 jaar, hadden we daadwerkelijk een reünie!), zweefvliegen (vorig jaar april, wat een ervaring – valt hier te lezen: “I believe I can fly“), emigreren (been there, done that: weliswaar binnen Europa, maar toch), mijn duikbrevet halen (heb ik in 2000 gedaan, sindsdien nooit meer gedoken 😦 ) en nog een hoop dingen die me nu even zo snel niet te binnen schieten.

En er zijn dingen die ik weliswaar heel graag wil doen maar die echt nooit (meer) iets zullen worden, zoals een keer naar de maan vliegen (in het echie dan hè, niet figuurlijk, maar ik kan me niet voorstellen dat dat in mijn leven nog iets gaat worden), een marathon rennen (of dan tenminste een halve. Dat wil ik al heeeeeel lang, ik heb tijden lang hard gelopen, tot 10km, maar elke keer brak het me op en gingen mijn knieën verder achteruit. Nu is dat met mijn volledig kapotte knieën daadwerkelijk een utopie geworden: ik mag niet meer hardlopen van de dokter) en ik zou ook zo graag de puinzooi in Fukushima opruimen en repareren voordat we er allemaal aan creperen, maar ook dat ligt niet in mijn vermogen helaas. Daarom doe ik maar alsof de wereld nog even doordraait én ook minstens nog een paar jaar bewoonbaar blijft en denk na over de dingen die ik nog eens zou willen doen. Ik spreek met opzet niet over wat ik zou willen hebben (een Galaxy Tab 3, een Wii, een Porsche 911 cabrio… ), dat is materialistisch en volledig zinloos want als je het eenmaal hebt, wil je toch weer wat anders. Als je dingen uiteindelijk daadwerkelijk gedaan hebt, kan het hooguit zijn dat je het nóg een keer wilt doen, en dat is dan een terechte wens in mijn ogen. Ik heb er trouwens vanzelfsprekend een hoop ‘klassiekers’ en clichés bij zitten, dat krijg je nu eenmaal als je na gaat denken over dit soort dingen.

Bij deze.
In random order.

1. mijn kinderen als gelukkige c.q. met hun leven tevredene volwassenen ervaren (duurt nog een tijdje voordat ik deze af kan strepen, ik weet ‘t, maar het is een belangrijke).
2. naar Nieuw-Zeeland reizen (daar zijn mijn paps en mams namelijk op dit moment en nu wil ik, verwend nest, daar ook een keer heen)
3. letterlijk op de kast zitten (en dan op zo’n grote ouwe, houten linnenkast. Eerste vereiste daarvoor is wel bucket list item nr. 4…)
4. nog één keer een volledig normaal postuur hebben (niet reteslank, gewoon een ‘gezond BMI’. Wordt aan gewerkt, voor de tigste keer. En ja ik weet ‘t, ik ben goed zoals ik ben, maar ik wil het tóch)  en dan ook houden natuurlijk… (maar ik streep ‘m af als ik ‘normaal’ ben. Nog 20 kilo to go…)
5. koffieleuten met FB-vriendin I.
6. parachute springen (ehm, een tandemsprong dan hè, ik wil daarna nog verdere punten van mijn bucket list weg kunnen strepen en met mijn knieën krijg ik zelfstandig vast geen normale landing voor elkaar :-/ ).
7. op bezoek bij FB- en blog-vriendin N.
8. kamperen met de kinderen (we hebben al jaren álles in huis om te kamperen, alleen doen we het niet…)
9. met dames-midlife-crisis-vakantie in een luxe resort met vriendinnen H. en H.
10. een keer in elk werelddeel geweest zijn (Europa, Australië, Azië (Israel/Bombay/SingaporeTokyo), Noord-Amerika (USA) en Afrika (Egypte) kan ik afhaken. Zuid-Amerika en Antarctica to go…)
11. een stedentrip Moskou (liefst met vriendin C.)
12. sushi eten met vriendin K. (my treat hè 🙂 )
13. mijn 9120-stukjes puzzel – de toren van Babel van Breughel – leggen (en ook afmaken)
14. nog een keer naar een P!NK-concert (een ‘moetje’; ik móet haar nog een keer zien, mijn absolute idoolvrouw)
15. een buitenmuur vol (mooie!!) graffiti sprayen (eerst een cursus doen dan)
16. een bestaand record breken (lokaal, nationaal, wereldwijd, whatever)
17. een eigen schilderij voor meer dan €200 verkopen (tot nu toe heb ik ze enkel succesvol weg kunnen geven)
18. een boek schrijven (oww mén, hoe cliché… maar ik denk dat dat er nog wel een keer van gaat komen). Oh, én uitgeven. Dat ook.
19. mijn onzekerheid voor de volle 100% killen (kan ik dat…, durf ik dat…, en dan…)
20. nog een keer met Christie naar een Bon Jovi-concert
21. een kleine tattoo laten zetten (sorry, sorry mams… ik weet dat jij dat hé-le-maal niks en echt vreselijk vindt, maar ik wil het echt heel graag en ik ben nu eenmaal een volwassen deerne en en en… en je zult er niet veel van zien, beloofd) (durf ik dit te zeggen…) (oei…)
22. professionele zangles nemen (uhm, beter gezegd: krijgen – ik sta op de wachtlijst…) en dan ooit een keer voor publiek zingen (soooooo scary)
23. goed kunnen drummen (tot nu toe is dat bij Kinderkram  en op liedjes meerammen gebleven)
24. … en mijn gitaar weer enigszins acceptabel kunnen bespelen (oefenen, oefenen, oefenen)
25. een helikoptervlucht maken (lijkt me waaaaanzinnig)
26. een keer diepzeeduiken (het diepste tot nu toe was 25m, ik wil minstens naar de 50m)
27. mijn ouders spontaan verrassen
28. Spaans leren (ooit een paar jaar Spaans op de HEAO gehad, maar daar is verrekte weinig van blijven hangen)
29. naar Stonehenge en daar rond dansen in mijn zelf op de grond getekende triquetra
30. mijn huis uitmesten (en wel: de keukenkruidenla, de apothekerskast in de keuken, de medicijnkast in de badkamer, de berging, de zolder, mijn klerenkast en de kelderkasten – kan ik dan per item afstrepen)
31. het speelgoed van de kinderen (grotendeels) verkopen (maar dat mag nu dus nog niet.  Eeeeeven wachten nog…)
32. succesvol ‘vergeten groenten’ telen in de tuin (Ik heb al pogingen gedaan, maar die zijn nog niet echt wat geworden)
33. de fotoalbums van de jaren 2010 t/m 2013 samenstellen en af laten drukken
34. alle niet digitale foto-, kaarten- en herinneringsspul (hele ikea-bak vol) ordenen en inplakken
35. tachtig baantjes van 25m in één uur kunnen zwemmen (borstcrawl). Nou ja, ik ben met zestig ook tevreden (ik heb de 50 al gehaald) maar ‘twee kilometer’ klinkt zo mooi…
36. een relevante ontdekking doen (voor wie dat dan relevant is, dat beoordeel ik t.z.t. zelf)
37. een eigen (liefst internetgebaseerd) business idee uitwerken en realiseren (ik geef ’t toe, ik ben mijn huidige business behoorlijk zat, geen uitdaging meer)
38. zonder angst mijn (eh… ‘een’) smartphone rooten
39. een volledig eigen schilderstijl ontwikkelen (tot nu toe schilder ik vanalles en nogwat, van portretten tot nageschilderde dingen, van muurschilderingen tot zentangles, maar er zit absoluut geen lijn in)
40. bij een (pop)koor zingen
41. een armband van zelf gedraaide glaskralen maken (al eens een cursus gedaan, zulk prachtig werk…)
42. in een discussie/onenigheid met mijn man ooit eens een keer gelijk hebben (dat moet toch een keer lukken??)
43. met de kinderen naar Eurodisney Parijs (en dan ook een paar dagen in Parijs blijven) (man mag ook mee trouwens)
44. met mijn zus een superdooper luxe wellness-weekendje doen
45. nog een keer succesvol triops kweken (een hobby die weliswaar in meerdere aquaria ontaard is, maar de triops zijn er bij ten onder gegaan)
46. het aantal interne persoonlijkheden reduceren tot drie (well, who am I gonna kill…)
47. mijn bootring-hartenketting repareren en voorzien van het hartje dat ik van zoon gekregen heb
48. met mijn Dremel-dinges een paasei-kunstwerk maken
49. de komeet Ison in december dit jaar voorbij zien vliegen (moet heel spectaculair gaan zijn, zo fel als de volle maan).
50. de nu nog zwarte salontafels bordeauxrood spuiten
51. een nieuwe bank in de woonkamer kopen
52. van mijn in Italie verzamelde mini-schelpjes een mooie ketting of armband maken
53. mijn bucket list updaten en met meer realistische dingen aanvullen (makes it a neverending story 😛 )

Ik vind ’t voor nu wel genoeg. Nee nee, een cursus kunstgeschiedenis zit er niet bij. Ik vond Spaans wel voldoende voor deze middenlevenscrisis. En dan heb ik natuurlijk nog enkele dingen die ik niet in het openbaar neer kan en wil zetten hè, maar die -eh- ‘donkerzwarte’ levenswensen blijven toch echt bij mij en bij mij alleen 😛 (Nee, echt, sorry, smeken helpt ook niet). De lijst is dus ook niet eindig (zie punt 53); er komen vast nog een hoop nieuwe list items bij en ooit zal ik er misschien wel een paar weg kunnen strepen. Maar het is me nu in ieder geval duidelijk geworden dat ik nog heeeeeel lang moet leven, zo lang dat ik nu nog geen midlife crisis kán hebben omdat ik nog niet op ’t midden kan zijn als ik ook echt alles wil doen wat ik blijkbaar nog wil doen.

Hatsjikideeeee!

Niksig

Zaterdagnacht. niksig
Kort voor twaalven.
En ik, ik voel me niksig.
Ach wat nou, niksig.
Nou gewoon… Als niks.
Wat kan ik nou.
Wat bén ik nou.
Wie vraag ik al niet eens meer.

De dingen die ik zou willen veranderen, blijven eeuwig hetzelfde.
De dingen die ik zou willen doen, blijven een utopie.
De dingen die ik zou willen repareren, blijven gebroken.
Dat wat ik zo graag wil, blijft altijd buiten mijn bereik.
De dingen die me grote zorgen baren, escaleren vanzelf.

Het is zinloos.
Ik ben machteloos.
Dus voel ik me niksig.
En ga maar slapen.
Morgen een nieuwe
dag waarop alles
wéér anders blijft.

Miljarden aardachtige planeten in ons melkwegstelsel, hmm?
Ik hoop dat ze er daar wat beters van bakken dan wij hier…

doodgehoaxt

Als je iemand tien jaar geleden zou zeggen dat er at this very moment een persoon doodgehoaxt wordt, dan zou diegene waarschijnlijk de eerste de beste kliniek voor geestesgestoorden bellen om te vragen of ze nog een plekje voor je vrij hebben. Goed, Lou Reed blijkt dan vandaag echt overleden te zijn, wat op zich weer níet goed en zelfs een groot verlies voor de muzikale wereld is, maar de hoaxdood van Mel Gibson (“auto-ongeluk in Australië”) hakte er bij mij toch even in. En als ik live mee had gekregen dat Johnny Depp in 2010 ook al een keer voor hartstikke dood verklaard is geweest, had me dat ook niet koud gelaten. Hoe naïef kun je zijn… Wat kun je nog geloven vandaag de dag??

hoax2Het is niks nieuws, die doodshoaxes. Dat niet. In 1969 was er al een wereldberoemde death hoax: “Paul is dead”. Paul McCartney zou dood zijn – een verhaal dat door een paar Amerikaanse studenten in de wereld werd gezet – maar was dat dus niet. McCartney zou al in 1966 eveneens bij een auto-ongeluk om het leven zijn gekomen en heimelijk vervangen door een look-alike. Het verhaal werd groot. Heel groot. En probeer dan maar eens te bewijzen, dat jij echt niet dood bent en écht je levende zelf bent… Zelfs na de tweede wereldoorlog ontstonden er al hoaxes over de dood van bijvoorbeeld Frank Sinatra en Charlie Chaplin. So what’s new…

Wat er nieuw is, is de verspreidingssnelheid van dat nieuws. Toen duurde het nog een halve eeuwigheid voordat zulk nieuws bij het onderste volk aan kwam. Nu duurt dat een paar seconden. Social media to the max. Je schreeuwt iets in de ruimte en men deelt het. Zo ook de dood van celebs. Wat is er mooier dan een shocking nhoaxieuwtje en duizenden clicks, likes en shares… Even de aansteker van facebook en twitter eronder en whammoooooo, dood ben je.

Helaas Lou, voor jou was de hoax er slechts eentje dat je nog niet dood was.

Another Lou has left us.
It’s no longer such a Perfect Day…

Enjoy the silence

Ja, geniet ervan. Van mijn stilte. Het kan namelijk zo maar ineens weer voorbij zijn. Ik weet gewoon niet meer wat ik moet zeggen en dat komt niet vaak voor. De dingen die mij bezorgen, zijn de mijne, het delen ervan heeft verrekte weinig zin. Ik heb net een heerlijk weekend achter de rug, mijn lieve pap en mam een paar dagen hier. Praten, lekker samen eten koken, in de zon zitten (jaja, het is mooi weer hier), een potje kaarten of samen darts kijken, de geur van versgebakken brood op zondagochtend, een rondje tuin. Simpele dingen die zo veel waard zijn. Dingen waar je je bewust van moet worden, momenten waarvan je je moet realiseren dat ze helemaal niet zo ‘gewoon’ zijn maar juist momenten om te koesteren. De zorgen blijven. Maar raken heel even op de achtergrond.

Ik kan wel weer opnieuw opsommen wat er allemaal in me om gaat maar het heeft geen zin. Het wordt er niet anders van. Ook niet minder. Eerder meer. Hoe vaker je je zorgen oprakelt, hoe meer je jankt. Hoe meer ze aanwezig zijn en bedrukken. Dus dat ‘ogen dicht en door’ heeft wel wat. Ik voeg mond dicht eraan toe.

Zie me zitten. Silence
Ellebogen op tafel.
Ogen stijf dicht,
handen over de oren,
lippen op elkaar geperst.
Ik zie het niet.
Ik hoor niks.
Geen woord van mij.
En ik ben veilig.

Calm as cake.

kermis

Het is verbazingwekkend hoeveel mensen er in je leven zoal voorbij rollen.
Het ene moment zijn ze alles voor je, overdonderen je, laten je opleven. Geven je precies dat wat je nodig hebt. En jij hen.

Two worlds collided.kkerm

Je denkt dat diegene blijft. Voor eeuwig. Of in ieder geval tot aan het einde van de tijd van één van jullie. Dit zit goed. Verrijking. Liefde. Lot.

Never tear us apart.

Maar dan, dan ineens is je lotgenoot, je destiny, zomaar doorgelopen. Doorgehold, naar de volgende levensuitdaging. En toegegeven, je merkte het in eerste instantie niet eens… Het intense contact wordt langzaamaan weer oppervlakkig. En dan nihil…

Worlds drifted apart.

Ach wat nou voor werelden. Het is allemaal één en dezelfde aardkloot… Die personen lopen nog steeds om je heen, enkel nu in ietwat wijdere (of nóg wijdere) kringen. Niet meer in jouw golden circle. Enkel nog een bittere nasmaak, ergens achterop je tong…

Worlds collapsed.
(Maar dát zong Michael nou net weer niet)

Wat wil je nou… dat er om je na getreurd wordt? Dat er gerealiseerd wordt, wat voor onbetaalbare brok goud hij/zij zomaar links heeft laten liggen? Dat diegene éigenlijk spijt heeft als haren in een hooiberg, als stralen van de dark side of the moon, als een kip met een dubbele kop…

Ja.
Dat wil je.

Dus profileer je je opnieuw. Zoekt dat nieuwe daglicht dat jou kan beschijnen zoals het daglicht betaamt. Je blaat in het rond dat het voorrrralll beter voor jou is zo: “Oh my… your loss, dear!!” En dan vooral heel hard zelf geloven dat het ook daadwerkelijk een verlies is voor die ander. Daar wringt de pantoffel dan toch weer enigszins, want meestal is dat dus niet zo. Auw. Blaren. Enzo. Je gaat een “kijk mij, ik ben zelfs méér dan goed genoeg!!”-air vertonen. Vooral ook om je onzekerheid te bedekken onder een dun laagje goedkope glitternagellak. Je post een ongegeneerd portfolio aan hooggestylde foto’s op alle relevante social media, in de hoop dat de dumper ze ziet en denkt “ooooh… wat heb ik gedaan… waarom heb ik jou nu niet meer…” Als klapper op de vuurpijl word je in allerijl een slanke den, vastklampend hopende dat je nu dan eindelijk weer terug in de gratie valt [het moge aan de hand van dat laatste voorbeeld in ieder geval duidelijk zijn dat dit alles met de grootste zekerheid níet over mij gaat, ik val namelijk voor geen meter af. Oh en nee, het gaat ook niet over jóu 😉 Het gaat namelijk over de algehele onzekerheid in persona, het bijbehorende losergevoel en over de wereld die door rolt. Of zoiets].

Je probeert je algehele imago op te krikken.
Megacoole dingen doen.
Stoute dingen. Onwijze dingen.
In pure excessie.
I’m bad. Really, really bad.
Too bad.

Wat een verrekte kouwe kermis…

I told you that we could fly,
‘cause we all have wings.
But some of us don’t know why…

En dan kom je thuis.
Out excess.
Rotkermis…

_________________________________________
bron songtext: INXS – Never tear us apart

© Lou

cut

cut
cut the crap
don’t you see
it’s just a trap
and
it’s not me…

you are the cut
slashed too deep
try keepin’ it shut.
can’t
even sleep…

trapped my soul
took my will
played a role
you
caught me still

cut me loose
or take it all
cruelly seduce
but
don’t hear my call

cut me off,
off of you?
can’t love
this
cut is due…

.

.
(c) Lou

niet harder

De wereld om je heen is harder dan jij.nietharder
Zachtheid, emotie tot pulp gemalen.
Nog kind zijn niet langer toegestaan.
Niet uit je woorden komen is falen.

De wereld om je heen is harder dan jij.
En daarom huil jij een verborgen traan.
Verlegen- en onzekerheid zijn killing.
Prestatiedwang werpt je uit jouw baan.

De wereld om je heen is veel te hard.
Maar ik kan haar niet zachter maken.
Ik wou zó dat ik ’t kon, lieve schat.
Maar ik zal zelf over je moeten waken…

Voor mij hoef jij niet harder te worden.
Maar zonder verharding geen overleven.
Langzaam verdringen ze het kind uit jou.
En verleer jij om écht om mensen te geven…

De wereld is gewoon zo veel te hard.
Jíj bent juist precies zoals het moet!
Toch wordt er anders van je verwacht.
En kijk ik lijdzaam toe, naar wat het met je doet…

.
Rotwereld.

.

.

© LouTerLou

Nine Eleven

Elf september…

Acht jaar geleden…

Nee, nee, niet twaalf jaar geleden. Daar bloggen en schrijven anderen al zat over. Natuurlijk herinner ik mij ook aan die afschuwelijke gebeurtenissen, die rampdag, het ongeloof, de ontreddering, de tranen in mijn ogen en in die van vele anderen. Maar acht jaar geleden werd deze dag toch ineens weer een prachtdag…

Acht. Dus.
Onnoemelijk veel naweeën later mocht ik uiteindelijk in slaap vallen. Dochter lag al die tijd in het pasgeborene-bedje aan mijn voeteneind. En ze jarigvond ’t maar niks daar. Draaien. Smakken. Huilen. Kreunen. Nog meer huilen. Volgens de zuster was het niet goed om haar bij mij in bed te nemen: te gevaarlijk vanwege mijn vermoeidheid van de bevalling, ik zou in mijn diepe slaap bovenop haar kunnen gaan liggen en haar verstikken. Welke diepe slaap, dacht ik alleen maar… Ze hadden haar heel lang op de neonatologie gehouden. Veel te lang. Tot ik haar – nog steeds nabloedend – ben gaan halen. Ik wou m’n baby. Het eerste flesje melk zat er natuurlijk al in. Scheiße. Ik had nog zo gezegd dat ik dat niet wou… Ik legde haar al zittend aan maar geen honger meer.

Uiteindelijk hield ik het niet meer uit. Ik heb haar tegen al die goedbedoelde adviezen in tóch dicht bij me in bed genomen, weer aangelegd (weliswaar nog steeds geen honger maar zo veel zuigbehoefte) en me om haar heen gerold. En zo hebben we dan toch nog geslapen, een uitgetelde twee-eenheid. Een grote C met een piepkleine komma erin.

Die dag werd ik zelf een beetje opnieuw geboren. Net als op de dag dat mijn zoon geboren werd, drie jaar daarvoor… Ineens had ik er in mijn leven een heel stuk níeuw leven bij. Een verrijking, een nieuwe fase, een geboorte van een nieuw stukje mij. Dus ben ik ook jarig vandaag. En in oktober. En in november ook natuurlijk. En ik realiseer me dat. Elke keer een stukje meer mij.

Vandaag. Nine Eleven.
De dag van een ongekende catastrofe.
De dag van de inkeer.
De dag dat ik een stukje opnieuw geboren ben.
De dag van de geboorte van mijn dochter.
En toch gewoon een dag.
Zoals elke dag simpelweg bijzonder…

De laatste dag

Dat was ‘m dan. De laatste dag van de zomervakantie. Morgen begint alles weer. Het normale leven enzo. Nu pas? Ja nu pas. Hier in Oostenrijk heeft ‘men’ negen weken vakantie. En ik kan u vertellen: dat is lang. Héél lang. Heel érg lang. Vooral omdat man leraar is en dus óók negen weken vakantie heeft. En die negen weken zijn zo mogelijk nóg langer. Het is niet gezond voor een doorsnee echtpaar om 65 dagen lang bij elkaar op de lip te zitten. Er schijnen mensen te bestaan die het liefst al die tijd zelfs IN elkaar zouden willen zitten, maar bij ons houdt de vreedzame co-existentie na circa drie weken echt wel op. (Hé, dit blog gaat een heel andere kant op dan ik eigenlijk gepland had. Nou ja, planning is voor watjes dus we gaan lekker verder). Dan moet één van de twee kortstondig opkrassen, zij het in de vorm van een dag met de fiets de hort op, een dag met vriendin en kinderen weg of een lange dag krampachtig shoppen, whatever. En een dag is dan dus eigenlijk veel te kort. Daarom zag ik ook mijn kans schoon toen ik samen met de kinderen met mijn ouders mee terug naar Nederland kon rijden. Man had nog zat te doen thuis en zou zich in Nederland toch hoofdzakelijk vervelen. Ik daarentegen heb er wederom een hoop leuke dingen gedaan, mensen opgezocht (grotendeels zelfs samen met de kinderen) en een heerlijk relaxte tijd gehad. Na krap twee weken kwam man met de auto na (ja iemand moest ons daar toch ook weer ophalen, hè) en zie daar: na een onwennige eerste avond (hij leek in eerste instantie niet bepaald blij me weer te zien…) was het goede van onze relatie tóch weer omhoog geborreld. Het was er weer. Die tijd apart was blijkbaar hoger dan hoognodig. Moeten we dus in de toekomst absoluut vaker doen.
Maar waar ik eigenlijk op doelde, was deze dag. De allerallerALLERlaatste vakantiedag. De kinderen hebben nulkommanul zin in school. Sterker nog, ze zijn nu (voor de latere lezers: dit ‘nu’ is om ca. 19:30h) nog steeds de hort op, ergens in de buurt (weet ik veel waar) voetballen en trefballen alsof er geen morgen bestaat. Vandaag is volgens de berichten voorlopig ook de laatste dag ‘mooi weer’ dus ik laat ze maar. Ik zit buiten, klein glaasje wijn na mijn vakantieafsluitmaaltijd, en adem diep in. Avondlucht met een tikkeltje geurige regendreiging. Maar nog steeds 24 graden dus prima te doen. Man prutst wat aan zijn fietshelm, die hij “gewassen” heeft (aiii…). Hij wil morgen op de fiets naar zijn werk. Zegt-ie.

Ik heb wat rond gekuierd in de tuin, cherrytomaatjes van de struik gegeten, hier en daar wat onkruid eruit gerukt. En verder veel gelounged, gelezen, wat geschilderd (te weinig), gewhapt, WordOn en WordFeud gespeeld (te veel). Oh en 21 potten bramenjam gemaakt, dat ook. Ik wil er maar niet aan dat ik morgen weer om zes uur in alle vroegte op moet staan. Ik moet de schooltassen nog ‘klaar’ maken voor morgen. Logistiek gezien heb ik alles al wel geregeld met de buurvrouw (zij neemt dochter mee naar de basisschool, ik haar en mijn zoon mee naar de middelbare. Lastig, twee verschillende scholen die om dezelfde tijd beginnen én eindigen op die eerste dagen…)

Dat was dus dik twee maand tot half negen in je nest liggen. Veel mooi weer (na al die regen). Zwemmen. Buiten ontbijten. Mensen ontmoeten. Italië. Tot ’s avonds laat bij het kampvuur zitten met de buren. Geen voetbaltraining, geen scouting, geen sportverplichtingen, geen stress in de ochtend, geen schoolvergaderingen, geen ouderavonden, geen geregel. Geen stress. Ik moest mijn werk natuurlijk wel even doen, tussen het vakantievieren door, maar dat is niet echt een probleem. En morgen, morgen is dat alles weer voorbij…

Wereldondergangsstemming.
En toch draait die ook gewoon weer door.
En blijkt elke dag toch weer een nieuwe laatste dag van tenminste íets te zijn.
De laatste dag.
De dag vóór de dag waarop we toch weer verder leven.
Tot de echte laatste dag.

blog

Kom. Laat ik maar weer eens een blog schrijven.

Over de vakantie in Italië? Een blog over het huiske dat niet aan onze verwachtingen voldeed maar dat ik – op kosten van het resort – ‘verbeterd’ heb, over de gestoorde italianen die van service nog nooit gehoord hebben en rijden als maniakken, over de gekko’s die ’s avonds sprinkhanen vingen op de muur naast mij, over de Costa Concordia die nog steeds scheef ligt en over het strandje waar ik op de rotsen bijna gestorven ben? Ach nee…

Over mijn Nederlandtijd? Over vriendinnenbezoeken, #annelies, tranen met tuiten lachen, heerlijke dineetjes en een geweldige reünie van mijn lagere-schoolklas, waar ik mensen na bijna 30 jaar weer gezien heb en merkte, dat we gewoon nog hetzelfde zijn als toen en dat de school van binnen in werkelijkheid veel kleiner is dan ik in herinnering had? Ach nee…

Over de katten, mijn Stephen-King-obsessie, mijn stabiel mislukkende afvalpogingen, mijn zeker niet van de liefde knikkende rechterknie, mijn absolute chaostuin, mijn zomaar ineens whatsappende buurvrouw, mijn vreselijk onattente maar oh zo hard werkende en ondanks dat toch echt wel lieve man, mijn niet nader te noemen flirts, mijn stiekeme dingen die ik officieel niet heb,  mijn steeds slomer wordende en dus duidelijk aan een opruiming toe zijnde Nissan Note, mijn Audi met opvliegers in de vorm van ‘Motorsteuerungs’-problemen, de snelle maar wegens algeheel gebrek aan kinder-DVDs (in NL vergeten) slopende terugreis van Nederland naar huis, de overheerlijke opgewarmde zuurkoolstamppot met worst van mama die mijn heimwee vol geweld nieuw leven in blies, mijn persoonlijke en uitgesproken mening over Obama, Syrië, PRISM en de luierverwisselingsfrequentie van de hollandse bejaarden, de nieuwetijdse mummie van Nordrhein-Westfalen of mijn imminente salary cut.

Ach.
Nee.

Ik ga gewoon maar weer een lekker potje op mijn rug staan.
Knikkende knie incluis.

Koeientreinen

Gisteren ben ik in de trein gestapt. De laatste keer dat ik in Nederland in de trein zat, is alweer driekwart jaar geleden. Daarvoor was het zelfs minstens een decennium terug…trein3

Onderweg moet ik al toegeven: ik geniet. Midden tussen de stadse huizen een weiland vol met zwart-witte koeien, daarnaast een kudde goed over het groene gras verdeelde schapen. Roodbonte koeien. Witte koeien. Zwarte koeien. En toen was daar ineens Almelo. Graffiti op de muren, op de wagons, op de glazen geluidswerende panelen, op de brug, op stroomkastjes, op alles. Een volledig verroeste colonne goederenwagons, het voorste gedeelte – locomotief incluis – ook weer geheel in kleurige gigaletters gedompeld. De trein staat nog geen minuut stil en glijdt bijna onhoorbaar weer verder.

Oude loodsen, industrieterreinen, meer koeien, conducteur. Oh. Conducteur! Ik tover met een goed geweten mijn blijkbaar van chip voorziene dalurendagkaart van de blokker (tip van en gekocht door sweet sis, die me zo dik 25 euro bespaarde) tevoorschijn en hij houdt ‘m tegen zijn apparascandinges aan. Wat een techniek… bij ons heb je nog gewoon een man met een tang die een gaatje in je kaartje boort. In ieder geval heb ik blijkbaar goed ingecheckt want hij mompelt “bedankt” en ik mag blijven zitTrein1ten, verder boemelend op een treintraject wat ik in mijn studententijd wel kon dromen.

Nederland stikt van de rotondes. Het valt echt op. En de rijbanen zijn o.h.a. te smal. Dat ook. Een trekker draait gemoedelijk zijn rondjes. Kilometerslange maïsvelden en een windmolen in een privéwolkje. Een minispoorwegovergang mét slagbomen voor enkel een fietspad. Twee fietsers staan al kletsend te wachten. Moestuintjes, rijtjeshuisjes, volgekalkte trafokastjes. Koeien. Altijd weer koeien.

Bij het volgende station gaat ineens de airco aan. Godsenegriebels wat koud. Naast me, aan de andere kant van het gangpad, zit een werkende moeder met haar – ik schat niet ouder dan 4-jarige dochtertje – en tussen haar telefoontjes door bediscussiëren ze liefdevol wat de op reis gaande Sanne allemaal in haar koffer heeft. Ze looft haar dochter. Zo schattig om te horen. Volgende belletje en moeders moet zich even wegdraaien van kakelende dochter om iets te kunnen verstaan. Een bewaakte fietsenstalling met wel duizend fietsen. De IJssel. Mét uiterwaarden. Een caravanboer. Geen tunnel onbeklad. Nog meer volkstuintjes. Ik kan er geen genoeg van krijgen.trein2

De werkende moeder blijkt ineens niet de moeder te zijn maar een goed onderhouden of gewoon nog zeer jonge oma want kindeke noemt haar zo. Perfect gekleed, felblauw jurkje met prachtige rode handtas en dito schoenen, slank en sportief. Ik schat haar echt nog geen 45 :-S. Dochtertje graait de mobiel van oma van het klaptafeltje. Voordat oma “ja is goed” kan zeggen, mept het meiske al op de toetsen en belt spontaan met haar mama. “Met wie spreek ik?? Mama?? Ik versta d’r bijna hélemaal níks van hoor… Maar mama? Ik hou van jou! Mama? Waar ben je nu? … Mama? Veel plezier hoor!! Ja. … Ja. Jahaaa… Over één, twee, drie, víer nachtjes gaan we op vakantie hè? … Ja ik ook. Ja doeiiiii!! Mama? Ik hou van jou!!! Mama… jíj zou toch ophangen? Ja. Doe nou. Ja. Doehoeiiii!!!” Ik grijns me suf.

Amersfoort. Plek van overdracht, zo blijkt. Oma stapt uit, papa stapt in. Ze gaan nu op een raamplek twee stoelen voor me zitten. Oma zwaait en meiske gebaart met veel omhaal “Ik hou van jou” naar oma, wijst naar zichzelf, maakt met haar vingertjes een hartje en wijst dan naar oma. Ik heb wel eens afvallig geblogd over treinreizen. Maar ik neem alles terug. Treinreizen in Nederland is best goed te doen (als die dingen op tijd rijden tenminste) en bij tijden zelfs echt leuk.

De terugweg was wel wat minder. Te vroeg… maar ondanks dat toch te donker om wat te zien buiten, een te volle blaas en een pleevrije trein. En ik had blijkbaar uit moeten checken en weer in moeten checken enzo. En dan weer uitchecken. Ik snap ‘em niet. Ik heb toch een dagkaart? Inchecken, één dag geldig, klaar. Maar nee. Je moet uitchecken. Dat is dan óók weer Nederland…

Wegprutsers

Comfortabel rijd je weg. Alles in de bus gestouwd, man uitgezwaaid, de katten geknuffeld en de kinderen inmiddels happy met Cars 2 op hun DVD-speler. Ik dut een beetje weg. Na een uur ineens file. Een politiebusje staat rechts, zwaailichten aan. Dat betekent alvast niets goeds… na een minuut of twintig file zien we de oorzaak. Een grote brandweerauto, politieauto’s, een kraan die probeert om een kleine, gekantelde vrachtauto die dwars over de weg lag met de voorkant in spookrijrichting, van de weg af te tillen. Een volledig verbrijzelde voorruit en een enorme, shockerende bloedstreep op de weg. Meterslang, daar waar het zijraam aan bestuurderskant met chauffeur en al over de grond gesleurd is…

Ik krijg er zowat tranen van in de ogen. De kinderen zien ’t bloed gelukkig niet. Afschuwelijk. Als deze persoon het überhaupt overleefd heeft, mag dat een wonder heten. Weer een leven verwoest. Zomaar, op een vrijdagochtend. En wij, wij rijden maar weer door, dankbaar dat wij ook dit keer weer niet de oorzaak van de file waren…

Ergens halverwege moeten we tanken. Een favoriet Autohof van m’n pap. Eentje waar je in ieder geval fatsoenlijk naar de WC kunt. De afrit gaat onder de autobahn door. Ineens trapt de nieuwe witte BMW direct voor ons op de rem en draait abrupt om. Midden op de afrit. Over de doorgetrokken streep. Onvoorstelbaar. Blijkbaar kwam het blondje (het was daadwerkelijk een duf kijkend blondje met een grote zonnebril in het haar) achter ’t stuur er ineens achter dat ze er toch niet af wou. Of in de andere richting moest. Dan liever nog spookrijden ofzo. Paps remt uit alle macht. Blondje staat dwars op de weg en komt er dan achter, dat dit misschien toch ook niet zo handig is. Ze maakt haar rondje vol en kart vervolgens doodgemoedereerd achter ons aan om de ‘normale’ oprit in de tegenrichting te nemen. Sommige mensen zouden ze werkelijk direct ’t rijbewijs af moeten pakken.

Een kilometer of 50 verder. Het is redelijk vol op de weg. We rijden links in colonne en een stukje verderop zwenkt ook een vrachtauto naar links om een collega in te halen. Rechts van ons rijdt een bebrilde kukel met een behoorlijke aanhanger. Ineens gaat ie naar links en is ’t kiezen of delen: of remmen of een aanhanger in je waffel. Remmen dan maar. De vrachtauto is inmiddels ook klaar en de auto scheurt met aanhanger en al met dik 130 ervandoor… terwijl we nog even verbouwereerd nakijken scheurt er rechts een zilvergrijze stationwagon voor bij, slipt naar links om vervolgens weer rechts in te halen.

De rest van de reis trotseren we nog een flink aantal wegsluipers, noodremmers, bumperklevers, zonderknipperlichtlinksafslaanders, aandrukkers, treuzelaars en freestyle-joyrijders. Op zich is autorijden toch eigenlijk niet moeilijk of gevaarlijk, maar die idiote prutsers op de weg maken ’t er niet bepaald fijner op…

Verwachtingen zijn domme dingen

Je zou verwachten dat ik het verwacht had. Maar dat had ik niet. Totaal onverwacht moest ik mijn verwachtingen bijstellen. Of nog liever: ze laten varen. Want ze bleken onrealistisch. Alweer.

Waarom verwacht een mens iets? Is het eigenlijk gewoon simpele hoop? De hoop dat een ander iets zal doen omdat je diegene goed genoeg denkt te kennen? De hoop dat iets zijn intrede zal doen omdat je er zo hard voor gewerkt hebt? De hoop dat iemand jou op waarde weet te schatten zodat diegene ook met alle redelijkheid kan verwachten dat jij bepaalde dingen niet zult doen of zeggen? De hoop dat iemand je dermate lief heeft dat diegene net zo vaak aan jou denkt als andersom het geval is en dat diegene je dus ook af en toe laat weten, jou te zien en te waarderen?

Allemaal ijdele hoop. De kans dat iets of iemand aan jouw verwachtingen voldoet, is verrekte klein.
“Als je zó van me houdt als je zegt, waarom lees je dan nooit mijn blogs? Waarom kijk je dan nooit op mijn facebookprofiel om te zien wat er zoal met mij en bij mij gebeurt? Waarom stuur je me niet af en toe even een Whatsapp of zelfs maar een SMSje? Waarom zíe je mij nou niet?”
Te veel verwachtingen aan de foute persoon...
“Ik doe zo mijn best om alles goed te doen, ik werk er zó hard voor. Dan had ik ook verder moeten komen, lijkt me? Dan had me dat toch moeten lukken? Dan kán ik toch niet falen?”
Klaarblijkelijk wel…
“Ik doe zó veel aan beweging, ik doe twintigduizend serieuze en goede pogingen om af te vallen. En toch blijf ik te dik, heb ik een hernia en een kapotte knie. Waarom laat mijn lichaam me zo in de steek…”
Omdat ik er zelf blijkbaar niet goed genoeg voor zorg…
“Ik heb alles voor je gedaan. Had alles voor je over. We hadden het zó goed. En zomaar ineens laat je me vallen als een gloeiende baksteen. Waar heb ik dit aan verdiend?”
Je hebt ’t niet verdiend. Je had enkel alwéér te hoge verwachtingen aan de verkeerde persoon…

Niks is zeker, geen doel, geen liefde, geen aandacht, geen beloning, geen leven samen. Het enige wat je kunt doen, is je verwachtingen bijstellen. Nog beter: schrappen. Verwacht niks, dan valt alles altijd mee. Minimaliseer je verwachtingen en je leven wordt een stuk makkelijker. Maar zonder verwachtingen ook geen brandstof voor onze dromen, onze liefde en onze hoop…

Guy Finley zei ’t al heel mooi:
“What’s the first sign of a lurking, hidden expectation you didn’t know you had? Pain! People don’t do what we want, things don’t happen quickly enough, the weather doesn’t cooperate, our bodies don’t cooperate. Why are these moments so painful? Because our minds are focused on a static, unchanging, me-centric picture while the dynamic unfolding of a broader life continues around us. There is nothing wrong with expectations per se, as it’s appropriate to set goals and work, properly, towards their fruition. But the instant we feel pain over life not going “my way,” our expectations have clearly taken an improper turn. Any moment you feel resistance or pain, look for — and then let go of — the hidden expectation. Practice giving yourself over to what “you” don’t want. Let the line at the store be long. Let the other person interrupt you. Let the nervousness make you shake. Be where your body is, not where your mind is trying to take you.”

Ik stel ze dus toch maar een beetje bij.
Ik verwacht niks meer van jou.
Ik verwacht minder van mezelf.
Misschien krijg ik dan tóch nog een keer meer dan ik ooit verwachtte…

moeizaam

moeizaam richt ik mij steeds weer op.

fier in de tegenwind, ik vang iedere klap.

sterk tegen alles wat niet goed kán zijn.

krachtig ondanks alles wat ik niet snap.

moeizaam kom ik weer overeind.

ondanks alles wat zó niet eerlijk is.

ondanks jou, jij die mij zo vaak niet ziet.

ondanks het intense, brandende gemis.

moeizaam maar zeker word ik ik.

steeds verder weg van wie ik ooit was.

steeds meer lak aan wat men zoal denkt.

you know what? you can kiss my royal …

(c) Lou

Void

Zeggen en doen.
Zijn twee paar schoenen.
Iets zeggen is zo makkelijk.
Te makkelijk soms…

“Ik hou van jou.”
Hoppa, daar staat het al! Maar doe je het ook? Van sommigen wel. Anderen zijn weliswaar heel lief maar echt houden van is dan toch nog weer een ander kaliber. Ook al zeg je het dagelijks…

“LIKE!”
Op een knop drukken (klikken) is makkelijk. Maar vind je het ook écht leuk? Veruit de meeste likes zijn nog altijd plicht-, beleefdheids- of gewetenslikes. En dat geldt echt niet alleen voor mij…void

“Ik denk aan je!!”
Oh echt? Welnee joh. Je zegt het en dan ga je verder met je dagelijkse beslommeringen terwijl je nog even met je moeder staat te bellen. En je denkt helemaal nergens meer aan.

“Je bent altijd in mijn gedachten.”
Maar ondertussen ben je ook veel te druk om met iemand in je hoofd rond te lopen. Het enige wat er in je gedachten rondspookt, is wat je allemaal nog moet doen, wat er misgegaan is en dat je moe bent en honger hebt. En verder enkel nog het achteloos en gedachteloos voortbestaan.

Ik wou dat je het meende…
Ik wou dat je écht van me hield.
Ik wou dat je me daadwerkelijk zag.
Ik wou dat je oprecht aan me dacht…

Maar als puntje bij paaltje komt,
lijk ik er toch niet in te zitten…

<Void>

.

.

.

PS:
even een PS. Dit blog is meer dan 3 weken geleden geschreven. Het is een volledig ad-hoc out-of-the-blue gevoelsdingetje. Ik dacht dat ik het na 3 weken wel ‘onopgemerkt’ op openbaar kon zetten, maar dat onopgemerkt lukt niet zo heel erg goed. Lieve mensen, IK ben de grilligheid zelve. IK ben degene met die gevoelsgolven. U hoeft zich geen zorgen te maken. Het is enkel maar ‘een’ blog…

get real

Echt. Zie nou ‘ns wat echt is en wat niet… die troebele blik van je, je schiet er echt geen bal mee op. Je ziet geen ene flikker en je valt over je eigen toetsen van ellende. Waarom die eeuwige melancholie, die oh zo grote ontevredenheid? Het helpt niet. Het helpt werkelijk nergens bij. Wachten op je eigen vent die steeds verder afdrijft en ondertussen ook nog dromen van een paar andere, waar héb je het nou helemaal over? Get real… dít is je leven. Dat weet je toch? Dit is waar je het mee moet doen en waar je genoegen mee zult moeten nemen. Op de rest kun je een halve eeuwigheid wachten. Of ook een hele, als het even tegen zit. Mens, durf te leven. Met dat wat je hebt… Maar nee, jij durft niet. Je moet meer. Je wilt per se meer. Want er is maar één leven. Eentje maar. Waar je alles uit moet halen. Maar je kunt het niet want je zit vast. Vast in je zelfgemaakte kooi. Je kunt tegen de tralies beuken. Misschien buigen ze dan wel een beetje naar buiten. Misschien heb je dan daadwerkelijk meer ruimte naar de zijkanten. Maar het dak van je eigen kooi komt zo wel steeds verder naar beneden. En ooit word je geplet door je eigen acties. Dat beetje meer vrijheid naar de zijkant maakt de ruimte naar boven steeds kleiner… Beuken tot het dak op je kop valt. Vliegen wordt toch niet meer wat. En dan… ooit… ben je dood. Door je eigen gewroet en je eigen gebonk tegen die onbreekbare spijlen.

Kom… Leer je kooi te waarderen.
Je komt er toch nooit uit.
Je hebt ‘m zelf gebouwd, remember.
En wat jij bouwt, is nu eenmaal degelijk.
Moeilijk te af breken. Heel moeilijk.
Jouw leven, jouw kooi.
Oh really. Get real…

kokosnooit

Geen idee wat ik hier nu neer moet zetten. Ik ben leeg. En compleet vol. Vol van alles. Fed up. Zoiets. Helemaal moe. Mat. Op. Ik kan me niet herinneren me zo leeg en tegelijkertijd zo compleet zat van het geheel gevoeld te hebben. Het enige wat ik wil is weg. Even weg van alles om weer helemaal alleen te zijn. Alleen met mijzelf. Oh ik ken mezelf. In no time zou ik niet meer alleen willen zijn omdat ik mijn kinderen en mijn man en iedereen om me heen mis, maar nu wil ik het even. Heel erg. Alleen. Niks meer moeten. Aan een compleet verlaten strand zitten. Voeten in het zand wurmen en het zilte zeewater erover heen laten spoelen. Alleen. Niemand die wat van me wil. Niks wat ik nog moet regelen. Niemand waar ik voor moet zorgen. Niemand die me kan bekritiseren. Niemand die me erop wijst wat ik allemaal niet goed doe. Omdat ik niks hóef te doen. Dan kan ik ook niets fout doen. Niemand die ik tevreden hoef te stellen. Niemand die ik hoef te voeden. Behalve mezelf. Met een kokosnoot. Vanuit de hoogste boom. Direct op mijn voorhoofd. Boem. En zoals we allemaal weten: Boem = Ho. Laat ik nou toch kokosnooit typen…

(een eerstegedachtesblog. Zonder editing, zonder verbeteringen, gewoon zonder te kijken neertypen wat er in me opkwam. Dit dus.)

(NB: klopt niet. Toch editing: Ik heb de eerste kokosnooit zonder na te denken in kokosnoot veranderd. Damn, nu typte ik alweer kokosnooit. En meteen weer verbeterd…)

Not alone

Tien vingers rusten op ’t toetsenbord. Blik wazig.
Ik hoef niet scherp te zien om toch te typen…
Maar het scherpe is weg. Alles is dof. En mat.
Soms heb ik dat. Nu dus. Onbestendig.

Een moment van in niemands leven aanwezig zijn.
Een moment waarop je weet dat niemand aan je denkt.
Een moment dat je alleen bent op de wereld.

Jouw wereld. Mijn wereld. Wat een werelden.
Verder uit elkaar gaat bijna niet.
Not alone. Zegt wie? So alone. Zeg ik.
En ik heb altijd gelijk. In mijn wereld.
Maar in jouw wereld ben ik niet alleen.
Alleen. Was ik dan té dichtbij. Bij jou.

Een moment van simpel in iemands hoofd rondwaren.
Een moment waarop je beseft dat een gedachte bij jou is.
Een moment dat je er samen voor kunt staan.

Not alone.

Niet?

Dromen mag altijd.

Fijne mensen…

Ik kan niet begrijpen hoe.
Wanneer de randen zo scherp zijn dat ze je snijden, als heel fijne splinters van glas.
Wanneer je veel teveel voelt en je hebt geen idee hoe veel langer je het nog vol houdt.
Wanneer iedereen die je kent, alsmaar probeert om het allemaal glad te strijken.
Hoe dan een manier vinden om die pijn weg te nemen…
[P!NK]

Ineens merk je het. Een zekere persoon is weg. Zomaar ineens. Stilletjes uit je, al dan niet virtuele, leven gegleden. Niet uit het zijne of hare, gelukkig niet, maar uit het jouwe. Verdwenen. Omdat je geen daadwerkelijke verrijking bent. Geen verbetering. Maar kleine dingen laten je herinneren.  En je merkt het. Weg. Je merkt het en het steekt. Shock is misschien teveel gezegd maar een zwaar, opwellend en licht golvend maaggevoel. Waarom. Fijne gesprekken van toen. Kleine dingen voor elkaar doen. Hele kleine dingen, maar toch. Geen verrijking? Uiteindelijk onvoldoende betekenis? Voelt een beetje als weggedaan vanwege onhebbelijkheden…

Ook al zeg je van niet, ik ben toch wel degelijk te naïef voor deze wereld. Ja, ik heb veel mensen lief. Misschien wel teveel. (Kan dat? Ja dat kan) Goede mensen, in mijn ogen. Voor een ander duidelijk minder goed. Ik heb met maar heel weinig mensen problemen maar ik heb ettelijke onderlinge vijanden om mij heen. Ik bemoei me niet met hun oorlogen en (woord)gevechten. Het is energieverspilling en ik wil simpelweg niet moeten kiezen. Zolang men mij recht in de ogen kan kijken, blijf ik diegenen fijn vinden, ongeacht hun al dan niet slechte verstandhoudingen met anderen. Een groot hart? Mogelijk. Maar wat is nou helemaal een groot hart… Het mijne tikt nog steeds precies zoals het jouwe, hoor. Goedgelovig? Waarschijnlijk. Ik noem het liever Oost-Indisch blind voor chronisch slechte kanten. Iedereen heeft ze, maar ze zijn niet belangrijk. Ik wil ze liever niet zien. Voor mij blijven ze fijne mensen. Ook al leven ze in heel andere werelden. Ook al zijn ze niet op alle vlakken perfecte vrienden. Ook al zijn ze compleet anders. Ook al zeggen ze soms de verkeerde dingen. Ook al maken ze fouten. Daar zijn ze mens voor. Net als ik dat ben, met al mijn fouten, stomme dingen, verkeerde uitspraken en onzekerheden.

Maar is mijn leven door het (al dan niet hernieuwde) contact met een bepaald persoon dan ineens beter of rijker? Nee. Is het anders? Ja. Wat doet het er nou helemaal toe wannéér ik merk dat iemand ‘weg’ is? Het feit dát ik het merk zegt toch al genoeg? En ook het feit dat ik waarde hecht aan die persoon in de kantlijnen van mijn leven. Niet iedereen hoeft in mijn intiemste cirkel te staan om belangrijk voor me te zijn. Ik hecht ook waarde aan personen die in de marge staan en die er gewoon zijn, die me blijven accepteren om wie ik ben, die niet meteen afscheid nemen omdat ik niet de levensverrijking in persoon ben. Ik ben geen mens van ellenlange chatsessies, geen mens van uren durende telefoongesprekken, geen mens van dagelijks intensieve contacten. Ik zie veel niet en ik zie nooit alles. Maar vrienden zijn voor mij juist diegenen, die mij ook waarderen in de tijden dat er geen direct contact is. Die periodes kunnen soms best lang zijn maar als het er dan wel weer is, is alles nog steeds zo als voorheen. Men mag elkaar, men ligt elkaar. Klaar. Dat zijn vrienden, mensen die ik graag in mijn leven heb.

Jij bent jij, ik ben ik. Ik hecht waarde aan dat ‘contact’, ook al is het maar sporadisch. Waarom moet alles in vredesnaam altijd doelmatig en verrijkend zijn of iets opleveren. Gewoon het gevoel dat de ander er ook is, ergens in mijn levenscontreien, en sympathie voor je voelt, dat is voldoende. Voor mij. Voor anderen soms niet…

En ik kies niet. Niet snel althans. Ik wil het niet.
Dat heeft tot gevolg dat ik soms gekozen word.
Om geschrapt te worden. Daar heb ik het wel eens moeilijk mee.
Zoveel ‘fijne mensen’ die onderling niets (meer) met elkaar te maken willen hebben.
Zoveel verspilde energie.
Zo verschrikkelijk zonde…

toeval?

Het blijft maar in mijn hoofd spoken. Was het écht toeval? Of was dit nou intuïtie?
Is er toevallig tóch meer tussen hemel en aarde? Ik blijf het raar vinden.
Waarom? Waarom was ik wakker?

Wekenlange zondvloedachtige regen.
Vol vertrouwen in je nieuwe huis.
Terecht ook. Ons kan niks gebeuren.

Ik, degene die standaard slaapt als een marmot.
Ik, degene die gaat liggen en ‘weg’ is.
Tot het ochtendgloren. Ik ben een echte slaapexpert.

En toch. Deze nacht niet.
Zondagochtend in alle vroegte.
Om half vier wakker en niet meer kunnen slapen.
De eerste stroomstoring op het moment zelf merken.
Niet meer in slaap kunnen vallen, dan maar even naar de WC.
Het licht aan doen, absoluut uitzonderlijk.
Doe ik dus nooit ’s nachts. Maar het licht floepte uit.
En maakte de tweede stroomstoring gelijk merkbaar…

Dan gaat alles snel. De storing is dus niet meer enkel buiten maar nu in de kelder.
In het pikkedonker horen we de waterval, het water dat naar binnen klettert en in het stopcontact spettert. De oorzaak van de tweede storing. Dynamozaklamp zoeken en de watergeklater beter bekijken. En dan: Hooooozen!!! En de brandweer bellen. Eén keer kelder en afvoerschacht leegpompen alstublieft!!

De brandweer was er daadwerkelijk binnen vijf minuten, ook dat was een mazzel van jewelste. Vijf minuten later en ze waren ze allemaal op weg naar huis geweest, net terug van de laatste ‘klus’ en klaar met hun dienst. Een uurtje of twee later ontdekt en onze hele kelder had blank gestaan. Met enorme schade.

Waarom kon ik, opperslaapster, deze nacht niet slapen? Vanwaar die onrust? En dat zweten?
Waarom deed ik in vredesnaam deze nacht het licht aan in de WC? So not me…
Waarom moest ik überhaupt naar het toilet? Dat moet ik echt praktisch nooit ’s nachts…
Waarom merkte ik zowel die eerste als ook de tweede stroomstoring (een uur later) vrijwel meteen?
Waarom stond het water in de kelder precies tot de drempel, daar waar we ons laminaat, de tapijten en de meubels nog nét konden redden?
Waarom stond de brandweer naast hun wagen bij de centrale, net terug van de vorige klus en op punt om naar huis te gaan?
Zesvoudig toeval? Of toch niet…
Misschien kwam ’t wakker zijn ook wel gewoon door mijn naderende menopauze… is dat tenminste nog ergens goed voor.
Om half zeven ’s ochtends was alles alweer onder controle.
Bij ons wel…

Bij tigduizenden anderen mensen hier in Oostenrijk en in Zuid-Duitsland niet. Bij hen kwamen de rivieren naar binnen rollen.
Een paar kilometer verderop gaat alles ten onder in de watermassa’s.
Wat een ellende, verdriet, gemis.
Wat een oerkracht.

Mijn hart gaat uit naar al die mensen, landgenoten, waarvan de existentie door het water ineens is weggevaagd. Die mensen, die de nietsontziende kracht van het water letterlijk aan den lijve ondervinden. Met ons hier gaat het prima, hier op onze bult. Dat beetje wateroverlast wat wij hadden, is al bijna vergeten. Jullie, een paar kilometer van ons vandaan, moeten afzien…  Het water trekt zich inmiddels langzaamaan terug. Nu komt het opruimen. Afgezien van geld overmaken (al lang gedaan) kan ik niks doen. Maar als ik wat zou kunnen doen, zou ik het meteen doen…

.

.

Viel Kraft und Mut Euch allen. Halte durch…
Hochwasser

Alles over alles

Alles-kaplakat Ontbijt is nu, om kwart over elf, dan toch op. Lekker laat en vooral lekker lang dit keer. Want vandaag is het een feestdag: het feest van “Fronleichnam”. Geen idee wat dat in het Nederlands is, mijn moeder had ’t over Sakramentsdag. Het is het feest van de herdenking van wederopstanding van Christus door de apostelen die op de 2e donderdag na Pinksteren zijn hernieuwde aanwezigheid middels brood en wijn – zoals Jezus bij het laatste avondmaal had gezegd – celebreerden.  Of zoiets. Kan zijn dat het niet helemaal klopt, maar dit heb ik ervan begrepen en dat is al heel wat voor een ongelovig Tomaatientje als ik. Er zijn sowieso niet veel mensen die weten wat ze nou precies vieren vandaag. Wij vierden het in ieder geval alvast met brood, de wijn komt vanavond wel (een champagneontbijt werd me toch iets te gortig).

Na ons Fronleichnamsontbijt stort zoon zich vol goede moed op z’n huiswerk: het verbeteren van zijn proefwerkopstel voor Duits. Koschka, onze kat, springt op tafel en er ook gelijk weer vanaf om zich vervolgens in één van zoons gebouwde kapla-blokkentorens te nestelen. Zoon springt – vanzelfsprekend – ook meteen op en vraagt me of ik zijn T*** Towers nu eindelijk al eens heb gezien. Eh, nee nog niet. Maar dat maak ik nu goed. Zoons voornaam begint met een T en hij heeft op beide torens een grote T gebouwd. Man noemde ze daarom gisteren al de Twin Towers en zoon doopte ze vervolgens om tot T*** Towers. Hij heeft in beide torens een kussen ingebouwd zodat de katten er kunnen slapen. En dat doen ze dus ook enthousiast.

“Mam, waarom noemde papa ze de “Twin Towers”? Wat zijn die twin towers ook alweer?”
Ik leg hem uit wat de twin towers waren en ons gesprek ontwikkelt zich.
“Goh, dan zijn dit dus helemaal niet de enige T-Towers ter wereld!” Jawel… want die andere T-Towers zijn er niet meer…
Waarom niet?
Omdat terroristen ze kapot gemaakt hebben. Ze hebben vliegtuigen gekaapt en zijn met die vliegtuigen in die torens gevlogen. Daarna stortten ze allebei in en zijn er wel 3000 mensen om het leven gekomen…  [overigens hebben we het hier al wel eens eerder over gehad, temeer omdat dochter ook op 11 september geboren is (vier jaar later), maar hij wist het blijkbaar niet meer. Ook heeft hij al wel eens eerder beelden ervan gezien…]
Wat zijn terroristen?
Dat zijn mensen met een bepaalde extreme politieke of religieuze overtuiging die mensen, die niet geloven of doen zoals zij dat goed vinden, als ‘slecht’ en vijandig zien. Ze willen door zulke verschrikkelijke acties die mensen dwingen, anders te geloven of te doen. Door zoveel mogelijk mensen te treffen willen ze zoveel mogelijk aandacht wekken voor hun overtuiging en voor de veranderingen die zij willen. Meestal zijn die veranderingen vanuit een bepaalde sterke geloofsovertuiging. [Ik moest snel denken hè, mijn uitleg mag er wat naast liggen maar dit was mijn manier om het hem op dat moment uit te leggen]
Ze doen dat dus voor hun god?
Dat is vaak wel een reden ja, niet zozeer voor een god maar wel in hun overtuiging dat dat wat zij doen of geloven het beste en enig ware is en dat mensen die dat niet geloven, overtuigd moeten worden, desnoods met angst en dood…
Dat is dom. Als mensen er zulke dingen door gaan doen, is geloven in een god gewoon dom.
Nee, lieverd, dat is het niet. Dat moet iedereen voor zich bepalen. Geloven in God of in ‘een god’ of in andere hogere machten en krachten is ieders goed recht en ieders eigen gevoel. Alleen moet men anderen niet met geweld proberen te overtuigen, dat te geloven wat men denkt dat het enig juiste is… Ik heb ook het recht om niet te geloven. En jij mag geloven wat jij wilt. Als jij ervan overtuigd bent dat er een god is, dan is dat prima. Maar dat moet jij voor jou zelf ontdekken. Dat kan ik niet voor je doen…
Okee... maar dan zijn die terroristen in dat vliegtuig dus ook dood gegaan?
Ja. Maar dat was voor henzelf helemaal niet erg want zij geloofden dat ze daarna op een veel betere plek, zoiets als een hemel, zouden komen. Of dat ze na dit leven nog andere levens hebben. Dus dit leven was voor hen redelijk onbelangrijk, daarna zou alles sowieso beter en nieuw worden en zouden ze door hun god beloond worden voor hun daden. Kijk. IK geloof dat niet. Ik geloof dat dit HET leven is voor mij, dat ik hieruit moet halen wat ik kan en dat ik zoveel goed moet doen en zijn voor anderen als ik kan. Ik wéét gewoon niet of er hierna nog iets anders komt. Ik denk het zelf niet maar mocht het zo zijn, dan ben ik heel blij verrast als het zover is. Zo niet, heb ik in ieder geval zo veel en zo goed geleefd als ik kon. Hier. En nu. NU leuke dingen doen, NU leren voor straks als je groot bent zodat je jezelf en je familie kunt onderhouden, NU zinvolle beslissingen nemen, NU lol hebben. Niet morgen. NU.
Okee, dan kap ik NU met huiswerk en ga even met de ipod, dat mag wel hé?
Ehh… nou, eh… nee… Want NU leren is ook heel belangrijk zoals ik zei. Het leven bestaat ook weer niet alléén maar uit spelletjes en lang-leve-de-lol, dat weet jij ook.
Ja, dat weet ik. Maar ik heb ’t vet fout opgeschreven en m’n inktwisser is leeg. Kun je een nieuwe halen?
Zo meteen. Ik moet nog wat schrijven. Dan haal ik er eentje voor je, boven (ik heb die dingen op voorraad hè).
Maar goed, dan moet ik nog wel een keer bungeejumpen. Vanaf de Grand Canyon. Want dat hoort bij mijn leven NU.
Euh… *even met mond vol tanden staat* ja tuurlijk. Maar vandaag niet. En je springt niet vanaf de Grand Canyon maar IN de Grand Canyon. En bungeejumpen daar is sowieso niet verstandig want dan kletter je tegen de zijwand. Tenzij je vanaf een brug óver de Grand Canyon springt. Maar er is geen brug want daarvoor is de Grand Canyon veel en veel te breed. Dan kun je beter gaan paragliden, dan zie je meer en vlieg je langer.
Euh, ik dacht dat de Grand Canyon een berg was…
Vanaf een berg kun je sowieso niet bungeejumpen schat. Maar nee dus, het is een hele diepe kloof in Amerika. Vroeger was daar een rivier (die heet de Colorado) en die heeft het landschap helemaal naar beneden uitgesleten. [Ik laat ‘m even wat plaatjes zien]
Jeetje. Hoe zijn die bergen eigenlijk ontstaan dan?
Door aardverschuivingen in de oertijd. En nog steeds verschuiven er delen van de aarde en verandert het landschap heel langzaam…
Oh ja. Dat weet ik allemaal al lang. Oerknal, kaboeffff, Pangea, dinosauriers, meteoriet, enzovoort.
[blij dat hij dat allemaal al weet, hoeven we dat niet meer door te kauwen vandaag]
Heb je nou al gezien hoe Koschka in m’n T-Tower ligt??
Jaja, ik heb ’t gezien. We hebben een echte kaplakat.
Ik maak tot zijn grote tevredenheid even wat foto’s van de bouwwerken inclusief kat.
Fijn mam, dat we het nu even over alles hebben gehad. Mag ik nog eens zien hoe die vliegtuigen in die torens vlogen?
Oh jee… dat had ik al een beetje gevreesd. Ik kan die filmpjes dus niet kijken zonder te huilen. Maar goed, ik offer mijzelf op, het is ook belangrijk dat hij weet wat er gebeurd is en wat 11 september 2001 betekent. Ik vind een herdenkingsfilmpje. Enya zingt “Only time” op de achtergrond. We kijken samen naar de vliegtuigen, de explosies, het instorten van de torens en de enorme ravage erna. Zoon mompelt wel acht keer “Grausam… grausam…” En ja hoor, daar lopen ze. Over mijn wangen…
Alles-KoffiemetpilMam? Huil je??
Ja lieverd… ik kan dit simpelweg niet kijken zonder tranen in mijn ogen, sorry.
Oh dat geeft niet. Zal ik dan maar een kopje koffie voor je maken?

Ik loop even naar boven, op zoek naar de essentie van de hedendaagse levenslessen: een inktwisser. Zoon zet een kop koffie voor me neer. “Mét een stukje chocolade en een happy-pil”, zegt-ie grijnzend. Die happy-pil is een druivensuikerdragée. Wat een lekker jong is het toch ook. Hij wil de koffie proeven en dat mag van mij. Hij is uiteindelijk al tien hè. Na voorzichtig aan de koffie genipt te hebben, scheurt hij naar de wasbak om het uit te spugen en zijn mond te spoelen. Duidelijk genoeg 🙂

Ik heb op mijn computer nog een tab open staan over een boek en een video met de titel “Alles over niets”.  Ik wil het bestellen.
Nondualiteit, een prachtig iets.
Maar vandaag was het niet niets.
Het was alles.
Met mijn alles over alles praten.
Het heeft wel wat op zo’n dag…

Golden Earrings

earring-collageYep. Meervoud.

Ik heb deze week duidelijk een “terugvindweek”. Eerst mijn beestachtige rubbertriootje (zie vorig blog). En nu… Gistermiddag was ik boven op zolder in een doos (van de zolder van pap en mam naar berging in München (adres 1, 2, en 3) naar de zolder van schoonmoeders naar onze zolder, wat een hoop zolders…) aan ’t graven en stuitte mijn pink op een klein hardkartonnen doosje. Het zal toch niet waar wezen hè… ik vroeg me al tijden af waar ze ooit gebleven waren. Mijn eigen erfstukken. Mijn hoofdherinneringen aan vroegere prachttijden, mijnearring-meloentjesoorversiersels waar stamhoofden in Afrika jaloers op zouden moeten zijn.

En ineens waren ze er weer. Mijn slangen. Mijn meloenen. Mijn gitaartjes. Mijn gouden mega-ringen.
Mijn statussymbolen. Hoe groter hoe beter. Wat een lading onartistieke blingbling en metaalwaaiers had ik in de oren… Een vereiste was wel dat de oorlelversiersels ‘licht’ waren want ik had (heb) nogal gevoelige oren. En ik wilde absoluut geen hanglellen, dus geen zwaar geschut aan mijn hoofd.

Die slangen waren (en zijn) opperspeciaal. Die hebben mij in vele interessante situaties begeleid. Mijn nichtje zou ze zich theoretisearrings-snakesch ook moeten kunnen herinneren want mijn slangen waren erbij toen we op de Groningse indoor-kermis zesenveertig keer in ’t karretje van de ‘spin’ mochten blijven zitten. Procedure: Eerst heftig flirten met de kermis-boy en een attractiebakje spotten wat niet meer vanzelf ontgrendelt. Ieder drie muntjes kopen, zorgen dat je in dat bakkie komt te zitten en na drie keer heel lief vragen of je pllleeeassse nog ééééén keertje mag? En bij de vijfde keer dan heel wanhopig gebaren dat je er niet meer uit kunt. BINGO!! Meneer vond ’t klaarblijkelijk leuk en liet ons lekker zitten. Tot 46 keer toe. Daarna ben ik nooit meer in de spin geweesearring-gitaartjest. Niet met mijn oorslangen althans 🙂 Maar ik heb ze werkelijk heel erg veel in gehad tijdens mijn middelbare schooltijd. Menig jongenstong kwam er ook wanhopig mee in de knoop 😛 Maar mijn oppertrots waren toch wel de gitaartjes. Ik vond ze geweldig. En nog steeds… Alleen voel ik me nu raar genoeg  toch een beetje te oud om met deze dingen in de oren rond te gaan lopen. Al zou ik het gewoon moeten doen. Lak aan leeftijd. Ik ga mijn gitaarkunsten ook maar weer eens oppakken geloof ik.

Toch leuk dat een mens zoveel herinneringen op kan rakelen door een simpel kartonnen bakje met ouwe oorbellen… (god ik word echt oud :-S).

moved on

Nou kan ik hier wel een beetje therapeutisch gaan zitten rijmelen, maar het gevoel blijft.
Dat gevoel van “waar is het in vredesnaam heen gegaan…”
En van “waar is het, waar ben jij nou zomaar ineens gebleven…”

Nieuwe levens.
Nieuwe mensen.
Nieuwe doelen.
Nieuwe kansen.
Nieuwe contacten.
Nieuwe liefde.

Nieuw is mooi.

Het jammere is, dat het oude daarmee zo snel achteloos weggegooid wordt…
En ik voel me soms een beetje dat ‘oude’. Dat ligt aan mij, hoor. Ik ben zelf net zo blij met het nieuwe. Blij dat de dingen doorgaan. Beter en goed worden. Meestal. Maar soms is er dat verlangen. Terug naar dat wat eigenlijk nog maar zo’n klein poosje geleden was. Een nonchalante arm om je heen. In woorden dollen. Een gestolen virtuele zoen. Goed voelend contact.

Mensen komen en gaan.
Slechts een harde kern blijft langer bij je.
En die soms zelfs heel lang.
Zulke mensen koester je.
Aan de rest denk je op onverwachte momenten terug.
Momenten als deze.
En je denkt: “god ja, wat was dat mooi.”

We’ve moved on.

And we is you…

.

.

.

.

photo credit:
http://www.flickr.com/photos/geoftheref
(via http://photopin.com)

wat. water. verwaterd.

Wat is er nog oververwaterd
van ons spiegelbeeld in
het water

Ik prik er met een
vinger in en zie mijzelf
wat alleen

Wat is er nog over
van de empathie die ooit
zo gloeide

Jij koos een nieuw
middelpunt in ’t leven en
ging heen

Wat werd water.
Dat met vrolijk geklater.
Verwaterde.

En het werd later.

.

.

(c) Lou

niets

Zoon heeft zijn dagelijks middageten-vragen-en-feitenuurtje.
Wat heeft tweeënveertig ogen maar kan niet denken? Een dobbelsteen.
Duhh.
Een dobbelsteen heeft helemaal geen tweeënveertig ogen.
Oh ja.
Nou goed dan, dan zijn het twee dobbelstenen.
Dochter werpt er even wat tussen: Wat heeft honderdmiljardduizend ogen maar kan niet denken?
Zoon ratelt verder.
De lucht heeft helemaal geen ogen!
En áls de lucht ogen had, waren het er veel meer dan dat!!
En honderdmiljardduizend is sowieso geen getal.
Mam, wist je dat er een chinees meisje is, dat tegelijkertijd met de ene hand engels en met de andere chinees kan schrijven?
En er is iets dat wij niet meer kunnen maar wat de oermensen nog wel konden. Weet je wat?
Nee…
Slikken en ademen tegelijk!!! Háh!
Oh mam, wat is eigenlijk ‘het niets’?
En hoe groot is het universum?
Waarom wordt het nog steeds groter?
Wat is er dan daar, waarheen het zich uitbreidt? Is dat weer ‘het niets’?
Kun je je echt in laten vriezen zonder dat je cellen afsterven? Want als dat kan, kun je je in een ruimteschip in laten vriezen en duizenden lichtjaren ver reizen.
Mama ik ga me nu even aan jou vastlijmen.
Ik lust dit  (opgewarmde ovenschotel met gehakt, wortel en aardappelen) niet. Eergisteren nog wel, maar toen zat die smurrie er nog niet tussen. Welles. Nietes. Nou dan wel, maar dan nog lust ik het nu niet meer.
Mag ik vandaag de slakken in de sla doorknippen?
Nee.
Waarom niet?
Daarom niet.
Oh.

Hij eet. Met hernieuwde tegenzin.
Prikt met zijn vork de wortels en het gehakt er tussenuit.
Ik zucht en ruim de eetrotzooi op.
Verder met de orde van de dag…

.

.

PS: eigenlijk frappant dat ’t niemand opvalt dat je ogen hebt om te zien, niet per se om te denken… ik kwam er pas later op. Waarom zou iemand of iets met ogen per definitie ook moeten kunnen denken? Ach. Laat maar 🙂

rookoor

In mijn hoofd is het een chaos. Het spookt.rookoor
En als je goed kijkt, zie je ook dat ’t rookt.
Uit m’n oren. En neusgaten.
Waar zijn die twee knullekes gebleven?
Waarom moet zij dat allemaal doorstaan?
Wanneer bak ik morgen nog die twee quiches?
Waarom houdt hij niet zoveel van mij als ik van hem?
Heeft zoon zijn pillen wel genomen?
Wat kan ik eraan doen?
Vandaag weer niet gedaan wat ik wou.
Shit, moet ik die eendenborsten nu nog marineren?
Raar dat je iemand zo lang niet kunt vergeten.
Even een receptje zoeken.
Waarom heb ik zijn verjaardag dan ook vergeten?
Ik verwaarloos mensen die me dierbaar zijn…
Ik heb zo’n gruwelijke zin in een glas wijn.
Waarom slaapt hij wel en ik niet?
Ik simpele ziel. Waarom denk ik in kronkels?
Komt het terug? Genezen maar toch niet?
Ik wil meer dan dit. Veel meer.
Had ik die rekeningen nou op de post gedaan?
Waarom deed hij dat? Waar zijn ze nu?
Waarom ben ik ineens uit de gratie…
Ik moet nog wat lampen inpakken, bijna vergeten.
Toch fijn, die wijn. Verdooft mijn zijn.
Maakt alle grote ellende voor even heel klein.
Led Zeppelin en Muse ook.
Rot rookoor…

Als een vlinder

Gisteren schreef ik naar aanleiding van een aantal dingen een spontane tekst. Ik plakte die op een foto van een vlinder en postte dat geheel op Facebook. Dichteres Janine Jongsma (dankjewel lieve Janine!!) was aangegrepen door de laatste zinnen en schreef ze anders op (namelijk onder elkaar) om er meer en betere nadruk op te leggen. En ineens ontstond er poëzie… Daarom wil ik het graag hier met jullie delen.
De tekst die eraan vooraf ging:
.
Ik vraag me echt oprecht af waarom de mens als zodanig niet in staat is om zijn soortgenoten met rust te laten. Als je elkaar vlinderniet kunt luchten of zien, ga elkaar dan tenminste uit de weg, vrij naar ’t motto ‘Live and Let Live’. Maar nee, er moet gelijk op elkaar ingehakt en -geslagen worden. Kinderen worden mishandeld en misbruikt, ouderen beroofd of simpelweg vergeten, dieren gekweld en doodgeknuppeld, nietsvermoedende mensen worden van hun fiets getrokken en in elkaar geramd. Men pest en mobt elkaar letterlijk de dood in. Probeert elkaar één of ander óngelooflijk geloof als ‘het enige ware’ op te dringen: my way or the stairway to hell. Soms komt er dan weer zo’n dag waar je ineens weer met je neus op het feit gedrukt wordt, dat de mens een raar en gewelddadig wezen met enorme en onnavolgbare hersenkronkels is. Ik ben weliswaar heel blij dat ik heel veel mensen ken die bewijzen dat het ook nog anders kan. Maar toch word ik er bij tijden ook intens verdrietig van en zou ik ’t liefst wegvliegen. Als een vlinder. Weg. Als dat wezen, dat door niemand gehaat wordt, door niemand gevangen, door niemand de vleugels uitgerukt of zonder reden platgedrukt. Onbereikbaar voor de ellende die we elkaar aandoen. Voelsprieten ingetrokken. Vleugels samengeklapt. In de allerhoogste boom. Op de meest broze tak. Gewoon. Onmenselijk.
.
.
.
.
Als een vlinder
..
als een vlinder weg
als dat wezen door niemand gehaat
door niemand gevangen wordt
.
door niemand de vleugels uitgerukt
of zonder reden platgedrukt
onbereikbaar voor de ellende
.
die we elkaar aandoen

voelsprieten ingetrokken
vleugels samengeklapt
.
in de allerhoogste boom
op de meest broze tak
gewoon. Onmenselijk.
.
 
(c) Lou
 

Hoe jij en ik

Hoe beschrijf je een sensatie. Hoe de pijn. Hoe laat ik iemand weten, dat ik daar wil zijn.hoe

Hoe kom ik écht over. Hoe maak ik mijn punt. Hoe weet ik dat jij mij dat óók gunt.

Jij
bent zo stil. En zegt niks meer. Maakt dat ik me in mijn onzekerheid zelf nog bezeer.

Jij
kunt niet anders. Jij moet óók door. Voor eeuwig. Want daar leven we toch voor?

En
hoe moet ’t dan verder, of moet het dat niet. Snel, stop! Voordat iemand ’t ziet.

En
kun je me zeggen dat je echt van me houdt? Nee dat kun je niet. Over and out.

Ik
wíl niet voor eeuwig. Ik wil nu meteen. Morgen kan ik de pijp uit zijn. Ach, ga heen…

Ik
voel me raar, onvolledig. Incompleet. En morgen weet jij weer, dat het je tóch speet?

Hoe
Jij
En
Ik

transmission ends

Ik kijk naar een gezapig TV-program.
Maar jij bent er niet.
Vandaag was het bíjna echt zomer. Echt.
Maar jij bent er niet.
Nieuws explodeert in mijn blikveld.
Maar jij bent er niet.
Ik luister zo graag naar jouw hartslag.
Maar jij bent er niet.
Ik zie een vallende ster. En nog één.
Maar jij bent er nog steeds niet.
Ik zal altijd en eeuwig van je houden.
Maar jij blijft weg.

Einde uitzending…

(uitzending gemist??)

Verbitterd

Ik ben, naast een gezegend mens (zie vorig blog), ook een uiterst verbitterd mens…

En dat niet eens qua gemoedstoestand maar in de absoluut letterlijke zin van het woord. Het is werkelijk niet te geloven hoe smerig medicijnen kunnen zijn. Mijn huidige antibiotica (waar ik inmiddels licht allergische reacties op vertoon maar met de gebruikelijke antihistaminica blijft ’t gelukkig nog binnen de perken) is zó ontzettend bitter dat alles in mij nu ook bitter is. Mijn bloed is bitter, mijn huid smaakt bitter, mijn speeksel is ’t allerbitterst. Waarschijnlijk is zelfs mijn vagina inmiddels verbitterd maar dat heb ik nog niet laten testen *kuch*.

Verbitterder kan ik niet zijn…

Lang leve de suikervrije mintdrops die ik zelfs in mijn slaap sabbel omdat ik anders dat bittere speeksel niet meer weg krijg. De shit is, dat de dingen die ik normaal gesproken lekker vind (koffie, (groene) thee, chocola, volkoren brood, gehaktballen enzo) nu óók bitter smaken. Alleen zoetigheid smaakt nog steeds zoet.

Nog een bitterzoet weekje voor de boeg…

.

Your touch so bittersweet
Baby, don’t forget my name
When the morning breaks us…

 

 

(Ellie Goulding – Bittersweet)

moor letoh ylenol
a ni dloc dna toh
uoy snrub ti wonk I
dna dloc dna toh

(hot and cold and
I know it burns you
hot and cold in a
lonely hotel room)

Beest

Leed.
Verleden tijd.
Van lijd.
Het lijden voorbij.
Of toch ook niet.
Eeuwig duurt
het leed der tijden
en blijft geleden
leed een lijden…

Ik ben een gezegend mens. Zo zeg je dat toch? Ook als  niet-gelovige. Ik heb lieve, warme, onbetaalbare ouders die om me geven en die er altijd voor me waren in mijn jeugd. Die álles voor me deden en me altijd gaven wat ik nodig had. En dat allemaal ook nog steeds doen, want ik heb ze allebei nog. Ik heb een geweldige zus met wie ik meer dan goed contact heb en van wie ik megaveel houd. Ik heb een lieve man, twee fijne kinderen, een stel vrienden van goud en – voor zover ik weet – geen noemenswaardige vijanden. En ik heb nog zoveel meer. Ik zeg toch: gezegend. Mijn wereld was en is nog steeds een goede.

In tegenstelling tot werelden van anderen waarover ik lees, waar ik in mee kijk en als vanzelf in mee ga voelen. Ik zou het niet moeten doen maar ik beeskan niet anders. De ogen sluiten maakt niet dat het er niet meer is. Noodlot en ellende, verwaarlozing en misbruik, intense slechtheid en mishandeling. De één beschrijft en beschildert die ervaringen uitvoerig, de ander vreet ze op, ontkent alles en laat het leed opgeslokt worden door een groot zwart gat, in de hoop zelf niet meegezogen te worden. De één is in staat om dingen te laten rusten en zelf rust te vinden, de ander begaat uiteindelijk een wanhopige moord en blijft eeuwig malen over het ‘waarom ik’. De één wordt het absolute tegendeel van de kweller, de ander herhaalt zelf onbewust het ervarene. En waar stopt het dan… Stopt het überhaupt ooit?

Het is verbazingwekkend hoe krachtig, hoe respectvol en mooi sommige mensen kunnen worden ondanks alles wat hen en hun naasten is aangedaan. Maar ook na alles wat zij zélf hebben gedaan of misdaan. Als buitenstaander is het moeilijk om te onderscheiden tussen wat werkelijk was en wat waarheid is. Ik ga op mijn gevoel af, naïef als ik ben. Ik noem mij bewust niet intuïtief, het is een wíllen geloven in mijn eigen gevoel maar een toch niet compleet daarop durven vertrouwen… Maar juist daarom zeg ik dan ook gelijk maar niks meer. Mijn gevoel is nooit feilloos. Niemands gevoel is dat. Het faalt bij tijden, ondanks al die goede wil. Ik laat mijn gevoel rusten in de fase van empathie en respect, daar waar het ook hoort te blijven, de eeuwige buitenstaander zijnde.

Maar steeds opnieuw ben ik toch weer compleet overdonderd. Volledig in de war van alles wat mensen elkaar aan kunnen doen. Geschokt door die hel waardoor sommige ouders hun kinderen moedwillig laten gaan. Verdrietig door de beschuldigingen die broers en zussen elkaar naar het hoofd gooien. Wanhopig door al het wantrouwen en de ellende,  door alle vooroordelen en veroordelingen.

De mens blijft een raar beest.
Ik blijf mijn heftige pogingen doen
om dan maar tenminste
een goed, betrouwbaar beest te zijn….

En alles blijft anders.

Kom mee…

still my man

Thuis komen na een dag werken. Eindelijk weer. Een volle week ziek zijn is niet goed voor je. En duidelijk ook niet voor mij… Bij binnenkomst een schuine blik, een vluchtige kus. Hai. Hoe ging ’t op ’t werk? Ach wel OK hoor… Eten in de magnetron duwen. Al krant lezend wordt ’t naar binnen gewerkt. Weinig woorden. Heel erg weinig. Te weinig? Even kort tussen de kinderen in nestelen, dan naar boven. Muziek luisteren. Afgekapseld… weg…

Maar wáár ben je dan,
in dat hoofd van je,
als je weg bent?
En waarom doe je zo, zo…
Zo afstandelijk. Zo…
Zo alsof je boos bent.
Of achterdochtig.
Of op je hoede.
Of alles tegelijk.
Heb ik toch iets
té fout gedaan?
Té verkeerd gezegd?
Geschreven?
Ja, dat redelijk zeker…
En het blijft maar malen.
Weer eens blogs zitten lezen?
Van je maffe vrouw?
Mogelijk.
Dan lees je deze ook?
Ooit.

Doe me één plezier:
Laat je niet sturen en vooral ook niet storen door mijn dagelijks hormonaal geblaat.
Ik ben je vrouw, remember. If you don’t know me by now…
En jij bent mijn man. Nog steeds.
Wij horen bij elkaar. Ook nog steeds.
Hier komen we ook wel weer uit.
Ja toch?
Toch??

Iets met koppen, rompen en rukken

Ohhww dit is weer zo’n titel die veel clicks gaat genereren, wat ik je brom. Rukken does the trick. Maar ik kijk nu heel onschuldig naar Brigitte Kaandorp en ze zingt een liedje dat simpelweg gewoon pást nu. De woede is al wat gezakt maar nog steeds hè, nog steeds…

Ze zeggen wel de tijd heelt alle wonden,
en wat gebeurd is, dat is nou gebeurd
en wat gij niet wil dat u geschiedt,
doe dat ook een ander niet
daarom heb ik je kop nog steeds niet
van je romp gescheurd.

Oh, scheuren. Ze zong scheuren. Niet rukken. Shit. Nou, maar ik verander de titel niet. Laat ze maar komen, die klikkers.

Ze zong trouwens nog over  in de anus gepropte laptoppen en naaiende moraalridders, maar ik kan de complete lyrics niet vinden op Google dus hier laat ik ’t maar bij. Heerlijk, zulke wraakteksten. Eigenlijk is ze doodvermoeiend, deze Brigitte, maar ze heeft nog steeds prima benen en ik ben een absolute fan van haar liedjesteksten. Zó treffend. Zo ráák. Zo mij… ik herken mij in dit mens. Niet dat ik in netkousen en korset op een podium rond zou springen (je wordt duidelijk ouder, Kaandorp, maar je mag er nog steeds wezen), ammenooitniet, en zoveel woorden in één minuut zeggen als zij doet, is godsonmogelijk voor mij, maar haar humor is de mijne. Lekker sarcastisch. *like*

Maar even terug naar dat liedje. Een dag of wat geleden rees er ergens (ik vrees op facebook) de vraag of je gelooft dat ieder mens tot een moord in staat is. Nou is het woord ‘moord’ in principe direct verbonden met ‘voorbedachte rade’ en daar moet je toch wel een wat gevorderde gek voor zijn (niet dat we daar een gebrek aan hebben), maar ik denk wel degelijk dat iedere mens in elk geval tot doodslag in staat is. Of zo af en toe eens een moord uit passie zou willen plegen. Zo kwaad, zo intens gekwetst dat je iemand iets aan zou kunnen doen. Maar je doet ’t niet. Dat is dan weer het verstandelijke (en het schijterige…) in de (jaja, gebagatelliseerde ;-)) doorsnee mens. Gelukkig.

Eergisteren droomde ik nogal levendig. Ik hielp iedereen om zeep die mij ooit kwetste, die de mensen die ik lief heb pijn deed en ook degenen die me figuurlijk al zó lang in de weg stonden op mijn weg naar het geluk. En het voelde zó goed. Alleen bleef ’t natuurlijk niet verborgen, ik ben geen professional serial killer, zelfs niet in mijn dromen. Het vluchten werd steeds lastiger. Want door dat wat ik deed, moest ik ook juist mijn geliefden in de steek laten en heel hard van ze wegrennen. En dat kon ik dus niet…

’s Ochtends wakker was ik dan toch blij dat ’t maar een droom was. Maar oh wat had ik ze graag…
Als ik een hitlist had, was-ie lang. Maar ik heb er dus geen.

Ik maak ze allemaal hartstikke monddood met liefde.
Veel effectiever.

Waar blijft die kloterige rotlente eigenlijk…

Vertrouwen

Wat is nou helemaal ‘vertrouwen‘…

Het ervan op aan kunnen dat iemand jouw duistere geheimen niet doorvertelt? trust2
Het geloof dat een ander écht eerlijk en aardig tegen(over) je is?
Het weten dat je partner zijn genegenheden voor de volle 100% enkel en alleen aan jou geeft?
Het gevoel van veiligheid en geborgenheid?
De wetenschap dat iemand achter je zal blijven staan om je op te vangen als je valt?
De zekerheid dat iets uiteindelijk goed zal gaan of weer goed zal komen?
Het geloof dat iemand dat zal doen wat jij van diegene verwacht?
De hoop dat de vertrouwde persoon geen dingen zal doen die in jouw nadeel werken?

Vertel…
Wat is nou dat vertrouwen?
Wat is eerlijkheid?
Trouw. Loyaliteit. Oprechtheid.
Moeizaam en liefdevol opgebouwd oervertrouwen.
Steeds opnieuw een stukje ervan afgebroken.
Steeds opnieuw een stukje meer beschadigd.

Volgens de sociologie is vertrouwen een essentieel concept in een goed functionerende samenleving. Het vertrouwen in de medemens. Het gevoel dat niet iedereen per definitie slecht is. En daarmee ligt ook gelijk één van mijn grootste manco’s op tafel: mijn gebrek aan vertrouwen. Mijn wantrouwen. Ik geloof niet in de goedheid van de mens an sich. Ik ben ervan overtuigd dat iedere mens in eerste linie handelt vanuit een absoluut egoïstisch standpunt. Noem het overlevingsdrang, noem het eigenbelang. Ik ben – al zeg ik het zelf – goed in het bewaren van geheimen. Ik praat niet snel mijn mond voorbij, klep zelden dingen door. Heel nobel? Neuh… In principe doe ik dat omdat IK daar beter van word: degene die mij dat geheim toevertrouwd heeft, is op mij gesteld, heeft duidelijk wél vertrouwen in mij, ja houdt zelfs soms van mij. En die liefde, dat vertrouwen en die toewijding wil ik niet verliezen of beschamen dus bewaar ik dat geheim. Ik vertrouw zelf maar bar weinig mensen. Ik ben een scepticus. Zelfs een cynicus. Eerst zien, dan geloven.

Volgens mij is het enige werkelijk belangrijke vertrouwen in het leven het zelfvertrouwen. Het vertrouwen in jezelf. Het is het enige vertrouwen waar je altijd van op aan kunt omdat je het zelf in de hand hebt en ook datgene waar je mee verder moet. Laat ik daar nou óók een gebrek aan hebben. En aangelegenheden als slippertjes of buitenpartnerschappelijke relaties zijn nu eenmaal die dingen die met uitstek dat zelfvertrouwen zwaar beschadigen…

Laatst beet mijn man me nogal bits toe dat niet de hele mensheid zo slecht is als ik altijd maar denk. Touché… Maar ondertussen worden mijn naasten, degenen die ik nou juist wél vertrouw en die ik lief heb, wreder dan wreed bedrogen, houden partners van vriendinnen er al maanden (jaren?) geliefden op na, wordt de één na de andere priester of kinderarts wegens pedofilie en seksueel misbruik veroordeeld, graait die hoogstaande politicus nog een paar miljoen mee de afgrond in, is het volgende voedselschandaal uit economisch bejag alweer een feit en is er weer een twaalfjarige ‘vrouw’ verkocht voor een huwelijk met een 68-jarige man. Waar blijft dan nog dat vertrouwen…

Schijnbaar moet ik opnieuw leren te vertrouwen. Op anderen, in anderen, in mezelf. Tjezus wat is dat moeilijk… Altijd handelend met loyaliteit en integriteit, zonder verborgen agenda’s. Open in de communicatie met iedereen, niet slechts met enkelen. Beloftes nakomen. Aan verplichtingen voldoen en me richten op de belangen van anderen als ook op die van mijzelf. Wel, ik doe nog steeds mijn stinkende best. Jij ook??
.

De mens is een raar beest.
En ik ben er daar eentje van…trust

 

Bezig

ben ik. Verrekte erg bezig. En dat is goed. Dat houdt mijn hoofd stil. En mijn maag ook. Die schreeuwt op dit moment keihard om wijn en chips maar aangezien ik zo goed bezig ben, luister ik niet. Magen zijn ook maar onwetende organen, ook al is de mijne een expert in het imiteren van grommende beren.

Ik ben bezig. Met opruimen. Nog steeds. De woonkamer is inmiddels weer een zooi, maar ik heb de projecten zelf in ieder geval al op orde:
– de berging uitmesten (nog onbegonnen werk, letterlijk)
– mijn klerenkast opruimen (moet nog even wachten, eerst -10 kilo)
– het verenigingsleven op orde brengen (druk mee bezig)
– kinderzooi uitsorteren en naar de bazaar brengen (check! done!)
– bergruimte kweken (ikea to the rescue…)
– mijn hoofd opruimen (erg langdurig en moeizaam project)
– mijn hart luchten (in the proces)
– mijn lichaam op orde brengen (ook work-in-progress at this very moment)
– mijn foon streamlinen (check! Is klaar. Nu nog afwachten of dat wel zo goed was…)

Vandaag kwam er een busje voorrijden met twee erg aardige Marokkaanse mannen. Ze brachten mij mijn bestelde 540 kilo ikea-meubilair (Ja, ik ben een ikea-freak. Gek op. Ik geef het toe). Ze gaven de kinderen zelfs nog een zakje Haribo-gummiberen op de koop toe. [Nee, nee dat denk je fout. Dit is toeval. Ik doe niet aan product placement. Echt niet]. Verbazingwekkend genoeg klopte alles ook nog (46 colli). Kortom: ik ben blij en vanaf morgen worden er hier ikea-kasten in elkaar geschroefd en geplakt (en geramd, als het nodig is). En dan kan ik verder met opruimen, yay!

Met mijn hart-hoofd-lichaam-project maak ik ook gestage vorderingen. Mén, wat een zootje was dat… Is het nog steeds, ook dat moet ik toegeven. Maar het begin is er tenminste.

Die olifanten laten zich relatief goed vangen.
Maar die muggen hè, die muggen…

Gudderig

Zo heet dat. Als je het steeds een beetje koud hebt en er af en toe een rilling door je heen gaat. Niet ijskoud maar gudderig. Net als het weer. Dat kan ook gudderig zijn. Godderen, gudderen, gidderen, schijnt allemaal ’t zelfde Nedersaksisch te zijn voor ‘met kracht neervallen‘. Stamt van geuren/guren. Dat betekent ‘als stof ergens uitvallen‘. Laat ik dat nou best wel graag willen… tot stof worden en dan lekker ergens uitvallen. Bij voorkeur uit een palmboom ofzo. Of uit een hete luchtballon zonder parachute… Even dwarrelen en dan vet crashen. Ja, dat lijkt me wel wat.

Ik ben gudderig. Mijn lichaam en mijn stemming zijn gudderig. Het weer is sowieso gudderig. En mijn ogen zijn gudderig. Ze vallen letterlijk met kracht neer. Alsof mijn oogleden twee doeken met loden baleinen zijn die na een volledig mislukte voorstelling versneld dicht smakken zodat het toneel in ieder geval vast niet meer te zien is. Snel weg.

Ik zou zo graag willen gillen. Gillen dat dat meisje van vroeger echt nog wel steeds ergens heel diep binnenin mij zit. En in een hoekje zit te huilen. Ik zou willen brullen dat ik nog steeds goed genoeg ben. Voor jou. En jou.  Schreeuwen dat je op moet rotten met je kritiek en je kleinerende opmerkingen. Ik zou je hardhandig door elkaar willen schudden zodat je eindelijk wakker wordt en ziet dat ik de moeite waard ben. Maar het is zó lastig om jezelf door elkaar te schudden…

Ik roep. darksoul

Maar degene die het werkelijk zou moeten horen, is doof voor mijn geschreeuw.
Ik kan mezelf niet horen…

God wat is het donker hier binnen zeg…

Ik wil fluoriserende lichtknopjes in mijn ziel.

.

.

.

.

(Maakt u zich vooral geen zorgen. Het gaat goed met mij. Ik zat te twijfelen of ik dit er überhaupt bij zou zetten, maar zieleroerselen en realiteit hebben niks met elkaar te maken. Niemand hoeft zich zorgen te maken over mij. Dat kan ik zelf nog altijd het beste.)

Woorden

Eigenlijk is ’t maf. Ik produceer hier dingen waarvan je zou kunnen gaan denken dat ik een borderliner ben. De ene dag ben ik überhappy, de andere diepdepressief. Zo lijkt ’t althans. Dat kunnen woorden doen. Platte tekst. Ik heb een off-day, ben sjaggie en verdrietig en melancholisch, heb even nergens zin in en blijf wat stilletjes onzin produceren. Ik zit met dingen waar ik zelf uit moet komen of zelf wat aan moet doen. Ik schrijf een blog en dat lijkt dan al gauw op een persoonlijke wereldondergang. Zou je me op straat tegen komen en vragen hoe ’t gaat, zou ik zeggen: “och… gaat wel hoor.” Vraag je door, krijg je een paar dingen van die berg hommeles die ik gisteren opsomde maar ook lang niet alles, vermoed ik.

Zaterdag was een heel mooie dag, ik heb bewust genoten van een heel aantal dingen en dat gedaan waar ik zin in had. In je achterhoofd spoken wel al de dingen rond die je bezig houden en verdrietig maken maar ze worden toch heel even zachtjes wat op de achtergrond gedrukt. Gisteren was het andersom. Alles drong zich op de voorgrond, niks meer om blij van te worden. Zo leek het. En dat weerspiegel ik. Vanochtend had ik een ochtendhumeur maatje kilimanjaro. Dat werd in de loop van de ochtend wel beter, er kwam weer wat humor tot leven. Tot vanmiddag. Weer een noodlottig bericht. Verdriet, angst, schrik bij één van mijn allerliefste vriendinnen. Dat hakt er dan weer in. Lieverd, ik denk aan jullie. De hele tijd. Heel, heel onnoemelijk veel sterkte. Ik duim me suf. Moet goed komen. Moet gewoon. Hearts will mend… literally. ❤

En toch. Toch  zijn het maar woorden… Woorden op één of ander display (ik ga er maar even van uit dat niemand mijn blogs gaat zitten uitprinten. Dat zou wel heel erg veel eer zijn…) Er zit zó veel meer achter. Gevoel. Hoop. Liefde Wanhoop. Medeleven. Woorden zijn heel fijne dingen. Maar soms zeggen ze veel te veel, staan ze bol van iets wat in werkelijkheid helemaal niet zo prominent is. En soms zeggen ze juist zo weinig dat een ander er zelf van alles in gaat lezen. Of ontbreken ze compleet en is juist die stilte oorverdovend en maakt dat je intens verdrietig.

Ik wou dat woorden voelbaar waren.
Gevoeld zoals ze waren bedoeld.
Geïnterpreteerd zoals beweerd.
Meer dan enkel die korte sensatie in je oor of dat beeld op je netvlies.
Ik wou dat ik er zoveel meer in kon leggen dan nu het geval is.
Altijd maar “komt goed” mompelen schiet ergens ook niet op…

Zelluf doen

Dat liedje van Rita Hovink galmt de hele dag al door m’n hoofd.
Je weet wel, dat van:
Laat me alleen, alleen met al m’n verdrietzellufdoen
’t Is beter dat ik nu geen mensen zie
Niemand, niemand, niemand die me troosten kan
Ik verloor m’n toekomst en m’n doel
Laat me alleen, alleen met al m’n verdriet
Een glimlach, dat wordt pure parodie
Iemand, iemand, iemand die gelukkig was
En verloor, begrijpt wat ik nu voel
bladiebla-huiljammer-lalala enzovoort.

Nou, zó erg is ’t dus niet 😛

Maar die eerste twee zinnen treffen ’t wel aardig. Laat me nou maar effe alleen. Láát me gewoon maar even. Ik heb geen toekomst of andere essentiële dingen verloren (absoluut niet) en m’n doel al ook niet. Ik had eigenlijk nog nooit echt een doel dus dan kan ik dat ook niet verliezen, toch? Ik weet ook heel, héél goed dat ik heel, héél veel lieve mensen om me heen heb die me allemaal willen helpen én troosten én knuffelen. En dat is ook superlief maar dat kan gewoon niet: a) omdat het niet eens zo zeer MIJN verdriet is waar ik mee zit, b) omdat het praktisch gewoon niet kán (ik moet er zelf mee dealen en de afstand is simpelweg te groot om te knuffelen, jullie wonen allemaal te ver weg!) en c) omdat men met dit soort dingen gewoon niet kán helpen.

Even een impressie van al die dingen:  Specifieke zorgen om de kinderen, groot verdriet van mijn allerliefste naasten, gemis, werkproblemen (peanuts though), mobbing-issues/gewelddadigheid op school waar ik me als klassenoudervertegenwoordigster én als moeder helaas intensief bezig moet houden, faalgevoelens, pijn (letterlijk), ontglippingssensaties (whoeiii), algehele stress en bij tijden alles verpletterende teneergeslagenheid en moeheid.

Dat laatste heeft voor het overgrote deel te maken met de winter, neem ik gemakshalve aan. Ik ben gek op sneeuw en winterse kou maar ik heb nu toch duidelijk last van winterdepressieve gevoelens. Ik slik wel vitamines (D en B enzo) en af en toe wat Sint-Janskruid maar echt helpen doet dat niet. Doorgaan dus maar. Ik heb een waslijst van (relatief grote dingen) die ik allemaal ‘moet’ en van dat vele moeten word ik ook weer moe. Heb ik ook al eens over geschreven geloof ik. Wat me momenteel heel erg bezig houdt is dat schoolgedoe. Tienjarige kinderen die door klasgenootjes in elkaar getrapt worden op ’t schoolplein, kopstoten, volledige respectloosheid naar elkaar én naar de leerkracht (“hé ouwe, waar bemoei je je mee”…), mobbing, scheldpartijen, notoir uitsluiten. Discussies voeren met ouders die de noodzaak van noodzakelijk optreden niet inzien of zelfs botweg niet geloven dat hun kind ‘dat’ doet (wat toch echt het geval is). Gesprekken met de leerkracht. Moeilijke gesprekken. En dit is dan nog maar de basisschool… Op de ‘middelbare’ school (hier is dat vanaf volgend jaar, na 4 jaar basisschool dus) gaat het er tien keer erger aan toe, heb ik al uitgebreid te horen gekregen. Fijn, ik verheug me er op :’-( Vanavond dus weer een hele avond vol e-mails en telefoontjes waar een mens nou niet bepaald vrolijker van wordt.

Dan zoon die vandaag weliswaar een geweldig cijfer voor Aardrijkskunde/Geschiedenis (hier een gecombineerd schoolvak, hij had een “1”, dat staat hier gelijk aan het cijfer 9 of 10) naar huis bracht (mensch, was ik me een potje trots! Háh!!! Heeft al ons moeizaam, langdurig en intensief samen leren daadwerkelijk vruchten afgeworpen – dit was zooooo goed en zoooo nodig voor hem!!) maar volgende week opnieuw de diagnoseprocedure in gaat voor zijn ADHD/dyslectie/dysgrammatisme/geheugenstoornis/hypermobiliteit etc. etc. omdat hij anders volgend schooljaar toch in een ‘normale’ klas zou kunnen komen en dat gaat ‘m helaas niet worden… Hij is er nu al bang voor 😦 (niet voor de diagnose maar voor een mogelijk falen op de navolgende school).

M’n liefste zus die momenteel zo verdrietig is en samen met m’n nichtjes opnieuw een flinke portie levensherinrichting moet behappen. Ik doe m’n stinkende best om haar op te vrolijken en gelukkig lukt dat bij tijden ook aardig (heb haar net even aan ’t lachen kunnen maken – ghehhh!! :-P) maar toch is het schrijnend, moeilijk, verdrietig en zit ik hier op zo’n Oostenrijkse hobbel zonder dat ik echt wat kan doen of zelfs maar gewoon een knuffel geven. Haar verdriet is simpelweg ook mijn verdriet… Love you, sweet sis!!!

Het gevoel dat ik ook bepaalde mensen ‘verloren’ heb of dat ze in ieder geval langzaam maar zeker uit mijn leven verdwijnen, om wat voor reden dan ook. Ik hou er niet van om geliefde mensen ineens weg te zien lopen, om genegenheid te zien verwateren, om de indruk te krijgen dat je éigenlijk niet langer meer nodig bent. Maar ook dat is in principe een heel normaal proces. Mensen komen zomaar in je leven en stappen er even plotseling weer uit. Net twitterfollowers of facebookvrienden. Ineens, zonder dat je de echte reden kent, zijn ze verdwenen. Floep. Dag vriend(in), zwaai zwaai, het ga je goed… Het mag dan normaal zijn, ik word er toch een beetje neerslachtig van. Ik weet dat ik ’t niet moet doen maar ik ga me dan dus afvragen wat ik fout gedaan of gezegd heb. Niet doen…

En dan die rotpijn die maar niet weggaat. Soms wat minder wordt maar nooit voor lang. Rug. Nek. Hoofd. Knie. Ik ken de oorzaak wel hoor, niks engs of chronisch aan, maar het maakt dat ik me een oud wief voel. Ik sport des te meer, in de hoop ooit weer ‘fit’ te worden (het ‘slank’ heb ik inmiddels bíjna alweer opgegeven, ik moet na 41 jaar vaststellen dat ik niet voor slank in de wieg gelegd ben maar ik was ’t zó graag geweest hè. In mijn hoofd ben ik een slank mens maar mijn lichaam werkt niet mee.  Maar dan moet je ook niet een hele doos kersenbonbons in een moment van verstandsverbijstering naar binnen werken. Nou ja. Dan maar fit & fat ofzo…). En dan zijn er nog een aantal dingen die ik hier niet kan en niet wil noemen of vertellen. Te privé, dus gewoon niet.

Pijn. Verdriet. Zorgen.
Verliezen. Stress. Faalangst.
Afvalsores. Verlatingsangst.
Nog meer verdriet. Frustratie.
Dat.
Dus.
Niks onoverkomelijks.
Er zijn ergere dingen in de wereld.
Véél ergere dingen.
Zelfs in mijn directe omgeving.
Dus.

Laat mij daarom maar fijn sudderen. Ik zal dan ook gewoon doorgaan met repareren, werken, vrolijk worden, liefhebben, ontzorgen, ontstressen, minder vreten en meer sporten.  Beloofd.  En OOIT (wat een stom woord) komt alles GOED (wat een mooi woord).
Goed?

Maar laat me nu maar even.
Ik moet het toch zelluf doen.

Life is a beautiful balance of holding on and letting go.

Ik ook van jullie.

XXX

.

(tjeejjzus, nu ik ‘m gepubliceerd heb, zie ik pas wat voor rotlap tekst dit is. Nou ja. Sorry daarvoor.)

Mattigheid

Nietsziende blik. Mat en dof.mattigheid
Wit display doemt op. Ventilator zoemt.
Komt dat Ooit nog? Of…

Gedachten. Ze rollen.
Woorden verschijnen. Als vanzelf.
Letters die rond dollen.

Toetsenbord zo glad.
Afgesleten. Glimmend touchpad.
Nieuw was-ie echt mat…

Gedachten. Ze dwalen af.
Ik laat niet los. Berusting als gevolg
van wat jij niet gaf.

Ik voel nu langzaam
mattigheid. Wat als nu toch niet is.
Had het Ooit een naam?

Ogen slaan neer.
Ik denk alwéér aan jou. Vergeten.
Ooit komt nooit meer…

.

(c) Lou

*iets met gouden randjes*

Een zaterdag met een gouden randje.

Rond een uur of 9 word ik wakker. Ik kan me meteen levendig herinneren wat ik gedroomd heb: ik had mijn hele bovenlichaam laten tatoeëren. Een sjiek blauw corset met knoopjes over m’n romp met blauwe comicfiguren (Betty Boop, Sonic…) op mijn rechterarm en de Friese vlag over mijn hele linkerarm. En ik was er superblij mee, dat ook nog. Eenmaal wakker was ik ergens toch wel blij dat ik deze smurf-in-de-halvamel-like tattoo enkel in mijn fantasie mee heb mogen maken. Ik wil best wel een kleine tattoo (jaja, coming out of that closet too, gheheheh) maar gelijk m’n hele bovenlichaam in ’t (rood-wit-)blauw was toch wel een beetje heftig geweest. En daarbij komt dat mijn bovenkant nog best aardig is. Als er iets opgesierd zou kunnen worden, was dat eerder het gedeelte van de navel naar beneden tot aan de tenen geweest. Plek zat daar in ieder geval…

Ik overweeg of ik op zal staan of niet. Niet. Of ja toch maar. Vannacht sliepen we pas om 2am dus dat hoeft nu niet nog een keer. *kuch* Douchen, zaterdagochtendontbijt met een eitje en versgeperste jus. Man ruimt op, ik scheur even naar ’t sportveld om wat dingen te regelen en te bespreken met de verenigingsvoorzitter. Daarna: koffie, nog meer koffie en FB cq. mails checken (misschien moet ik nog Die Welt Retten hè, you never know). Ook nog een wandeling in de ijskou en wat foto’s gemaakt met m’n mobieltje. Vervolgens ga ik de kelder in, een krappe drie kwartier sporten en de kinderen sleeën zich ondertussen suf. Na de middag gaat man even naar z’n moeder, maak ik brood voor de kinderen en in no time zijn ze alwéér buiten. Ik doe wat huishoudelijke onzin (ja sorry, ook ik ben tenslotte maar een huishoudsloof, een nietszeggend en bij tijden vervelend mens en een slaaf van de alledaagsheid als je alle sjuu en tierelantuten even weg rekent. In de trant van “zelfs de koningin laat wel eens een scheet” enzo).

winterimpressionen

Ik tref eerste voorbereidingen voor het avondeten (zoete kip – “kip in ’t pannetje” heet dat – met sperzieboontjes en wilde rijst) en zie ineens de buurman voor het keukenraam voorbijstampen. Hij kijkt me triomfantelijk aan en dan zie ik ook al waarom: hij heeft mijn én zijn kinderen (5 stuks in totaal dus) zover gekregen dat ze in ganzenmars, met rooie koppen en breed grijnzend, achter hem aan stampen. Zo marcheren ze met veel kabaal drie keer rond ’t huis en dan zijn ze weer verdwenen. Toch fijn, zo’n bevestiging dat wij daadwerkelijk goed in dit buurtschap passen: ze zijn net zo gestoord als wij. Opluchting alom.

Om een uur of 5 komen de kinderen naar binnen donderen, volledig in het wit en ijskkkkoud. M’n gang is nu zeiknat but so what. Even een mok warme chocolademelk voor ze maken. Ook man is tegen half 6 thuis en we vallen aan op het zaterdagse avondeten. Het gaat schoon op. De kinderen zitten nu op de bank, zoon met m’n iPhone (mag hij hebben, rotding), dochter met haar mode-designer-kleuralbum. Man is boven, probeert z’n ouwe nieuwe boxen uit. “So far away from me” van de Dire Straits schalt kneiterhard door het hele huis. Heerlijk.

Zo meteen, als we allemaal klaar zijn met de electronische prut, gaan we zaterdagavond vieren. Dat heb ik sinds kort zo ingevoerd, om een beetje meer familiegevoel te kweken. Niet dat we dat niet hebben hoor, maar ik herinner me het van vroeger, die zaterdagavonden. Gezellig bij elkaar zitten, iets op TV kijken (de Weekendkwis of de RonBrandstederShow of weet ik veel wat) en een spelletje doen. Drinken en wat chips erbij en familie voelen. Ik wil dat mijn kinderen dat ook een beetje kunnen ervaren en daarom heb ik nu persoonlijk de zaterdagavond tot familieavond gebombardeerd. We gaan zometeen sjoelen, op wens van de kinderen. Joepiedepoepie 🙂 Ik ga ervan uit dat het volgende week een potje Monopoly wordt. Daar kan ik me dan nog een week lang psychisch op voorbereiden. Blikje Fanta (de traktatie ten top voor de onzen) en Pombär- of paprikachips en ze zijn helemaal happy. Alleen die Fred Oster, die ontbreekt een beetje. Maar dat zullen we vast ook wel overleven.

Als de kinderen straks om een uur of half 10 in bed ploffen, gaan wij hoogstwaarschijnlijk nog even naar onze (eveneens prettig gestoorde) buren om een potje darts te spelen. Altijd goed voor een hoop lol. Kortom, de zaterdag is er eentje. Een zaterdag zoals-ie moet zijn.

Als ik nou ook nog wist, dat iedereen die me lief is, óók gelukkig is, was het een echt perfecte zaterdag.
Maar dát is-ie dus helaas niet…

life goes on…

… dat blijkt wel weer…

Mensen gaan hun weg… Op elkaar gaan zitten wachten is uiteindelijk ook maar een uiterst zinloze bezigheid. Maar toch is er een beetje schaduw in mijn hart. Het voelt leeg. Leger. Het voelt alsof de liefde die zo zeer ook mijn deel was, me langzaam ontglipt. Onopvallend maar steevast stukje bij beetje weggenomen wordt. Het ís misschien niet zo maar het vóelt zo…

Nieuwe liefde komt.
En blijft.
Nieuwe levens starten.
En worden goed.
Zo moet het ook zijn.
Zo hoort het…

De sneeuw valt met bakken uit de hemel.
Ernaar kijken en maar één ding willen.
Op het gras gaan liggen en een wit heuveltje worden.
Te koud om nog iets te voelen.
Wat een weelde zou dat zijn.

Schaduw vult een steeds leger hart.
Langzaam verdwijnen ze. In de verte.
Alle dingen die we ooit waren
Alle dingen die we nooit zeiden
Alle dingen die op lieten leven
Alle dingen die nooit weg zouden gaan
Alle dingen in mooie ogen gezien
Alle dingen die voor geen goud
verloren mochten worden…
Ze halen het ochtendgloren niet eens meer.
Zwaai die witte vlag en doe alsof
je niet meer houdt van.
Denkt aan. Lief hebt.
Zo moet het wel zijn.
Zo hoort het…
En het is goed zo.
Want liefde vond ook jou.

Denk af en toe nog aan mij…

De wereld in drie vragen

Snelsnellersnelst moet alles gaan. En zijn. Snel uitgelegd en snel te begrijpen. Sneller te consumeren en snel nog even boodschappen doen. Snel bestellen en snelst op de plaats van bestemming. Zoals het eruit ziet zijn we met z’n allen eigenlijk  continu gestresst, lopen voortdurend kans op een burn-out en zijn voor de processen waarin we werken en leven absoluut en altijd überrelevant en onmisbaar (of we moeten van onszelf i.i.g. continu de indruk wekken dat we op ’t randje van het overspannen zijn staan want stel je voor dat dat niet zo zou zijn, dan waren we misschien wel zoiets ergs als onbelangrijk of zelfs – nog erginformatieer – vervangbaar…).

Nog nét op het nippertje halen we al die vréselijk belangrijke afspraken, zijn we – mede dankzij sociale media en moderne techniek – overal tegelijk en altijd bereikbaar en bewijzen we onszelf keer op keer opnieuw dat we ook echt die maximaal geïnformeerde, best opgeleide mensen zijn en wiens mening er ook werkelijk iets toe doet. De wereld draait om informatie. Informatie komt van het Latijnse “informare”: scholen, vormgeven, uitleggen, oftewel informeren. En dat draait enkel en alleen om de overdracht van materie, in welke vorm dan ook.

Het lullige is echter, dat duidelijke informatie m.b.t. bijvoorbeeld de volgens de maanstandskalender optimale dagen om je haren te wassen veel makkelijker te vinden is dan zoiets als objectieve en overzichtelijke info over alle crises die we heden ten dage doormaken. Eurocrisis, regeringscrisis, rechtspraakscrisis, milieucrisis, stilletochtencrisis, middenlevenscrisis, iedereen heeft wel iets van een expertenmening om rond te blaten over één of andere crisis. En als je dan voor een gefundeerde EIGEN mening alle argumenten van alle experts even door wilt spitten en het totaal aan opvattingen en informatie af wilt wegen, duurt dat wel zó gruwelijk lang dat die desbetreffende crisis al langggg weer voorbij is (of de wereld is inmiddels daadwerkelijk vergaan, dat kan natuurlijk ook).

Het zou zo gemakkelijk zijn als al het wetenswaardige, alles wat je nodig hebt om ergens snel (snelst!) geïnformeerd over mee te kunnen kletsen, in no time te lezen was in een mini-samenvattinkje ofzo. Een soort expertenservice-app voor de meelullende leek. Iets met “Ik, expert, beantwoord 3 vragen en u kom bij de essentie van uw thematiek uit”. Paar dingen aanvinken en hatsjikidee, je bent volledig en efficiënt geupdate. Geen gezond verstand meer nodig, enkel aankruisen en discussiëren maar.

Even een stom voorbeeld: een Pitbull heeft een kind gebeten (sorry hondenliefhebbers, ik zei al: stom voorbeeld) en je wilt je mening over Pitbulls geven. Dan open je de expertenapp (met een geweldige nerdy naam, zoiets als ExpApp ofzo) en doorloop je het voorgegeven vragenschema:
– waar gaat het om?
Intypen: “pitbull”. De volgende vraag rolt eruit:
– Zijn Pitbulls honden?
Expert: “ja.”
– Kunnen honden mensen doodbijten?
Expert: “ja”.
Conclusie: honden behoren tot dezelfde categorie als krokodillen, wolven en haaien en zouden dus als huisdier verboden moeten worden. Tadaaaaa! Met maar drie vragen naar een compleet gefundeerde mening.
(Jaja, ik ZEI toch. Stom voorbeeld. Maar ik heb zo gauw geen ander. Ik mis een app…)

Het enige rotte is, dat de hedendaagse aangelegenheden niet meer zo eenvoudig te reduceren zijn. Ontelbare lagen aan informatie, meningen, data, omstandigheden en aspecten liggen en lopen over en door elkaar heen. Daardoor is een actueel iets als bijvoorbeeld de “falende rechtspraak” (faalt-ie überhaupt wel? Of is dat enkel ‘één’ heersende kuddemening?) niet zomaar even met een paar vragen tot de absolute eenduidigheid terug te brengen. Wie te lang alles reduceert, trekt uiteindelijk alle verbanden kapot. Daar zijn politici dan weer heel goed in. En journalisten ook trouwens. Oh nee, dat is enkel mijn ongefundeerde mening. (Ik mis een app…)

“Verklaar de wereld in drie vragen…”
Sokrates zou waarschijnlijk meteen geantwoord hebben: “…en waarom zou ik dat moeten doen?”

Ik wou dat ik een uitschakelaar op m’n hoofd had.
*hamer zoekt*

monday monday…

…no good to me…

Ach eigenlijk ook wel, zo erg is het allemaal niet. Het normale leven is weer begonnen. Kwart over zes, mijn lichtwekker simuleert braaf het ochtendgloren. Maar verder is ’t stikdonkere nacht. Een keertje kreunen en hoppaaaa, de voetjes op de koude laminaatvloer. Stampen maar: “Waaaaaakker worden!!!” en ik stamp vervolgens linea recta door naar de WC, alwaar ik mijn buikkramp verlicht. Misschien was die eend van gisteren toch niet helemaal goed gaar. Of ik heb op de één of andere manier toch weer teveel koemelk binnen gekregen, who knows. Ik wou dat ik m’n vetrollen er net zo makkelijk af kon poepen.

Zoon draait zich fijn nog een keer om, dochter prevelt een heel verhaal over kapotte vlinders en haar knuffelbeesten die haar niet beschermen konden vannacht. Nee, die liggen beneden op hun onderhoudsbeurt te wachten. Door de meerdere gaten in hun kruisgebied komen de doorzichtige vulkogeltjes naar buiten donderen. Zo gelijk maar even doen.

Zoon krabt zich een ongeluk, heeft nog meer bultjes dan gisteren. Eén of andere rare netelroosuitslag? Ik dacht eerst aan vlooien of bedwantsen o.i.d. maar ik heb zelf niks (en vlooien moeten echt áltijd eerst mij hebben) en ik heb gisteren maar gelijk alles schoongemaakt, van bed (mét speciale antistofmijtenhoezen) tot kleding, alles op 60+ graden gewassen, alles volledig ongedierteloos. Vanmiddag maar even naar de dokter…

Dochter jammert over haar knuffels. Waarom ik nog stééds niks gedaan heb. Ja sorry hoor, ik heb de opdracht pas gisteravond gekregen, op een zondag nota bene. Eerstmogelijke uitvoeringsdatum is dan toch echt maandag. Nou goed, of ik het dan zometeen maar gelijk even in orde wil gaan brengen. “Alsjealsjealsjeblieft mamma…

Zoon stommelt naar beneden en laat gelijk de katten binnen. Samen met een sloot aan hun poten en vel hangend HuntiHasimodderwater. Fijn. Ik moest inderdaad nog de vloer dweilen. Het dagelijks kattenafdroogritueel volgt met veel gespartel en gesis. Ze vreten, drinken en gaan vervolgens op elkaar los. Galopperende, parcoursrennende katten bij ’t ontbijt, nog zo’n heerlijkheid. Ik schop ze (figuurlijk dan) gelijk maar weer naar buiten want dit verdraag ik niet op de vroege ochtend. Zoon wurgt zijn toast naar binnen, dochter prikt in haar broodje en mompelt dat ze dan nu, bij het ontbijt, ook maar eens begint met minder eten. Tanden poetsen, gezicht wassen, anti-jeukzalf op de bultjes smeren, schoenen en jas aan en naar buiten, waar precies op dat moment de schoolbus al aan komt sjezen. Veertien minuten over zeven. En weg zijn ze.

Ik maak nog maar een kop koffie en stort me op het eerste absoluut noodzakelijke project van vandaag: Knuffel-EHBO. Hunti en Hasi houden hun ingewanden weer binnen.
Nou ik nog…

Rot

 

De kerstboom gaat uit. Dat heb je met lampjes die veroordeeld zijn tot het werken met een tijdschakelaar. Maar zo’n drie tot vier weken per jaar word ik elke avond rond deze tijd een beetje melancholisch. Pats. De lieflijke lichtjes doven. Te vroeg. Waarom ik die verhipte schakelaar niet gewoon op een uur later uitgaan zet, beats me. Misschien heb ik het nodig, deze melancholie voor het naar bed gaan. Lenny Kravitz bromt in m’n oren dat ik de love moet laten rulen. Ga ik zo doen. Ik voel m’n rug, nog een teken dat ik oud word.

Rotrug. Rotlampjes. Rotmelancholie. Rotslaap.

Gelukkig ben ik gek op Rot.
Schön Rot ist nicht häßlich.
Toch?

Ze wil toch enkel léven…

“Leer te leven!!”

Okee…
Goed.
Zal ik doen.
En dan?
Dan leef ik.
Dus.

Eigenlijk krijgt een mens dergelijke clichés behoorlijk vaak te horen.
“Leef je leven, doe je ding.” – Tja, welk ding mag dat dan wel wezen…
“Leef erop los want je leeft maar één keer” – Oh echt? Surprise, surprise…
“Mensch, durf te léven.” – háh!! Ik durf blijkbaar, ik doe ’t tenslotte al meer dan 41 jaar.
“Leer góed te leven.”Oh my. Zouden ze bij de LOI een cursus levenskunst hebben?

Lééf?!?
Ja tuurlijk.
Maar hoe dan.
Met wie dan.
En wanneer dan.

Leven. Ik leef. Maar doe ik ’t ook goed genoeg? Doe jíj het überhaupt wel goed? Leven we voldoende? Of vegeteer vlinderik een beetje voor me uit en mis ik de essentie van mijn eigen bestaan volledig? Dat gevoel dat je nog zó veel dingen wilt doen, dat een ander veel méér leeft dan jij, er meer uit haalt, meer voor z’n ambities doet, de juiste knoppen drukt.

Dat bourgondische leven hè, dát ligt me wel. Een ascetisch leven zou natuurlijk veel beter zijn maar dat kan ik niet, heb ik ontdekt. Wil ik ook niet. Ik wil kunnen genieten, anders lééf ik toch niet? En toch doe ik het. Steeds opnieuw. Omdat ik in fysiek opzicht toch echt fitter en slanker wil zijn dan ik nu ben. Op naar die ascese dus…

Een multipel liefdevol leven ligt me duidelijk ook wel. Maar leven in monofocale genegenheid is wederom beter geaccepteerd en het lijkt erop dat ik dat wel enigszins kan dus dat doe ik dan ook maar… Maar daarmee besef ik dan ook gelijk weer dat ik dus steeds opnieuw zo leef zoals ik denk dat het goed is maar niet zoals ik eigenlijk diep binnenin zou willen…
Ach, wie doet dat nou wel voor de volle honderd procent… Diegene is een mazzelpik(kin).

Geef wat je kunt geven.
Neem wat je kunt krijgen.
Oogst de liefde die je zaait.
Doe dat wat goed doet.
Doodgaan kan altijd nog…

Ik hou ’t maar op de bovenstaande clichés.
Ze hebben niet voor niks zo’n mooie naam gekregen, toch?

In ’t kader van dat “leren te léven” wil ik iets delen.
Iets wat ik gekregen heb.
En wat ik koester.
Dat wat een oh-zo dierbaar mens me gaf.
En nog steeds geeft.
Namelijk dat wat werkelijk ís.
En altijd blijft.
Dat wat me doet beseffen: “het is goed zo…”
En dat is het.

.

Ze hoort theoretisch op één
Op één plaats haar thuis
Ze hoort theoretisch bij één
Bij één geliefde in huis

Ze deelt niet al haar gevoel
Uit bescherming voor zichzelf en hem
Van binnen scheurt de boel
En roept onophoudelijk die stem

Ze wil fladderen naar alle thuisen
Ze wil liefde delen met alle mensen
Wil vaste gast zijn in hun huizen
En toegeven aan haar diepste wensen

De vlinder in de glazen pot
Met liefde gevangen en bewaard
Dan gaat de deksel op het slot
Maar de ontsnapping is het niet waard

De vreugde zou overvleugeld raken
Door pijn en veel verdriet
Daarom de poging staken
Ook al wil haar hart dat niet

Wat ze ook kiest en hoe ze ook doet
Er zal altijd iemand onder lijden
Daarom blijft ze omdat het moet
Op die ene plek tot het eind der tijden

Het leven is niet altijd eerlijk
Keuzes achtervolgen ons elke dag
Alleen in dromen is het heerlijk
Als ze weer fladderen mag…

.

-x- Dank je voor jou -x-

één-januari-blues

Een doffig gevoel oliebol
Een wolwarrig hoofd
geen kater of intern gejoel
gewoon nieuwjaarsverdoofd…

Alles wat ik nu nog wil
Koffie in een emmer,
een jaaropstartpil
en een hersentemmer…

Miezerregen past perfect
bij loslopend gedachtenwild
loomlamme ogen afgedekt
Alle energie gekild…

Een aangevroten oliebol
Een weigerende sterreflikker
De maag nog steeds overvol
Pens nóg een beetje dikker.

Wéér een jaar voorbij
Wéér zo’n nieuwe start
Samen brak maar wel trilvrij
En iets met halve smart…

Een weigerende strotteklep
vingers maken mengelmoes
ik geloof echt dat ik het heb
die één-januari-blues…

 

oudjaar

…en toen was het verdorie alwéér oudjaar. oudjaar
Hebben we het dan toch nog voor elkaar!
De carbidbussen knallen met geweld om ons heen.
Je voelt de donder dreunen tot in je grote teen.
Een licht oorlogsgevoel valt niet te ontkennen.
Elk jaar steeds opnieuw weer even wennen.
‘t-is dat ik niet eens weet hoe oorlog voelt
het leven heeft ’t best goed met mij bedoeld.
Zelfs een meldpunt vuurwerk dat er voor waakt
Dat u het gooien van uw bommetjes tijdig staakt.
Boemmmmm daar gaat weer een melkflesdop.
Tijd dat ik de schuilkelder maar weer ‘ns uitsop.
Eerst nog even een extra voorraad oliebollen bakken
voordat we met z’n allen diep in de champagne zakken.
Bommen voor de lol. Maar daar schieten ze echt…
en geen mens die met oudjaar daar wat van zegt.
Wat kunnen we er hier aan doen dus laat ze maar.
Ach kindertjes in Syrië, ook gelukkig nieuwjaar…

another year’s over…

Dit is natuurlijk dé uitgesproken tijd om een blog over het afgelopen jaar te schrijven2013. En vooral ook de tijd om al die goede voornemens opnieuw op te sommen. Maar waarom zou ik me aan het begin van een nieuw jaar wéér storten op datgene, wat me het afgelopen jaar ook al niet gelukt is? En waarom nou juist weer beginnen aan het begin van een nieuw jaar? Ja okee, uiterlijk de tweede januari is de hele vreterij weer achter de rug, die feestkilo’s moeten er sowieso weer vanaf. Da’s geen goed voornemen, da’s gewoon noodzaak. Net als die overige twintig kilo trouwens, maar daar heb ik nou al zo vaak over gezeurd dat ik daar ook geen fatsoenlijk voornemen meer van kan maken. ’t Mot gewoon, ’t kennie anders.

Ik zou me ook kunnen voornemen om vanaf die eerste januari fijn helemaal ’t lak te hebben aan wat anderen denken of vinden. Om heel hard te roepen “zak allemaal maar in de kippeshit, ik doe wat ik doe, ik ben wie ik ben en het maakt me geen bal uit wat jullie ervan zeggen.” Maar zo werk ik niet. Ik blijf onzeker, met die rare maagdraaigevoelens als ik zenuwachtig ben. Simpelweg het vast van plan zijn om me door niemand meer naar beneden te laten halen helpt dus ook niet.

Daarom begin ik ’t nieuwe jaar ter afwisseling maar zonder voorneemgedoe. Ik ga dit keer gewoon rustig kijken wat me gaat lukken en wat niet. En dat wat niet lukt, komt dan eventueel later wel. Of niet. Ook goed. Jammer dan. Ik wil z óveel dat dat waarschijnlijk toch niet in één jaar te doen valt. Een tienjarenplan is realistischer.

Ik zou kunnen opnoemen wat ik eventueel ánders wil gaan doen in ’t nieuwe jaar. Ik zou bijvoorbeeld meer en gedrevener achter m’n dromen aan kunnen gaan zitten. Meer en vooral beter zingen, schrijven, schilderen en een nieuwe business opzetten. Maar dat is eigenlijk een kwestie van een flinke autobioactieve trap onder mijn brede achterste. Gewoon dóen. Niet meer bang zijn voor een mogelijke afgang. Who cares of je op je snufferd gaat, opstaan moet je toch zelf doen en dat kon je immers als peuter al. Ik zou ook niet meer iedereen zoveel mogelijk willen pleasen maar eerst voor mezelf kunnen kiezen. Maar van anderen pleasen word ik nu eenmaal happy en happy zijn is toch het uiteindelijke doel? Dus dat wordt ‘m ook niet…

En nu zit ik hier. Ik pulk wat aan m’n vingers en nagels, sla mijn ogen neer en zucht een keer. Ik luister naar Christina Perri en haar duizend jaren. Die heb ik niet dus ik moet ergens toch opschieten met alles wat ik nog wil. Als veertigplusser ga je toch steeds meer door ’t leven met dat achterhoofdgevoel van “ik wil nog zó veel maar ik ben al op de helft van mijn leven dus ik moet nu ‘ns een keer opschieten…”

Oh.
Ik weet nu wat ik ga veranderen.
Dát gevoel.
“Ik wil nog zó veel en ik heb nog de minstens de helft van mijn leven vóór me!”
Hatsjikidee!
Wat of wie let mij.
Let’s go.

Een kerstgedachte

Inmiddels is ook die tweede kerstdag alweer bijna voorbij. Het grote gebeuren is achter de rug en ik mijmer wat over wat nou echt belangrijk is met de kerst. Wat is kerst überhaupt… Rare naam ook. Kerst. Kerrrsst. Kers, kerser, kerst. Zoiets…

Kerst komt natuurlijk van Christus en het woord Kerstmis werd oorspronkelijk alleen maar gebruikt als betiteling voor de mis die ter ere van de geboorte van Christus werd opgedragen: de kerst-mis dus. In de Middeleeuwen waren dat op de avond van de geboorte dus speciale nachtmissen. In het oud-Engels sprak men over Christes maesse, oftewel de mis van Christus, Christmas…

Ik persoonlijk vier niet de geboorte van Christus. Het zal me volledig om ’t even wezen of die man ooit geboren is of niet. Voor mij is dat betekenisloos. Wat mij betreft kunnen we kerstmis dus ook gewoon herbenoemen in bijvoorbeeld het Lichtfeest o.i.d. (in navolging van het Suikerfeest, gheheh). Want dát vier ik, als heidense heks: het midwinterfeest. Ik vier dat de dagen weer langer worden, er weer meer licht en warmte komt. kerstgedachte1Voor mij is ‘kerst’ iets wat ik vier met mijn liefsten, de mensen die me dierbaar zijn. Het feit dát ik dierbaren heb. De warmte van de liefde en het licht. Mijn gezin, mijn ouders, schoonmama, zus/schoonzussen met familie, lieve vrienden, gewoon alle mensen die ik lief heb en waarvan ik weet dat ze mij lief hebben. Dat is wat ik vier want zo vanzelfsprekend is dat niet, helaas. Teveel eenzame mensen, teveel ellende en verdriet…

Maar terug naar de materie. De kerstgedachte. En al die kadobergen die daar mee gepaard moeten gaan. Ik kan er niet aan wennen… Op kerstavond (de 24e dus) hadden we de eerste ronde. De thuiswedstrijd. Op zich een uiterst aangename, relaxte dag, gewandeld in de zompige resten van gesmolten sneeuw, lol met de buren, heerlijk gegourmet met de kinderen en, natuurlijk, pakjes onder de boom met échte kerstboomkaarsjes (en een brandblusser in de aanslag). De kinderen waren tevreden met hun kadootjes (hoewel dochter gelijk even voor de zekerheid vroeg: “maar morgen komt de rest hè??” – pffff… welke rest?), speelden er gelijk op los, gingen vergenoegd naar bed en wij keken nog een film onder het genot van een wijntje en veel kaarslicht. Op naar 1e kerstdag.

Vroeg ontbijten want het middageten bij schoonma is nooit ‘licht’ en altijd tussen twaalf en één. Nog even de laatste spullen in de auto proppen en op naar ’t noorden, alwaar de Schnitzels al in de olie lagen te  pruttelen, de frkerstgedachte4iteuses voor de frieten al op standby stonden en de bonensalade al voorgeproefd was. Tegen de middag was iedereen present en werd er – hoe opzienbarend – gegeten. Vrijwel vlekkeloos aansluitend kwam de koffie met notentaart en kerstkoekjes, waarna ook meteen de champagne (met nog meer kerstkoekjes) opgediend werd. Nu barst ik zonder eten al redelijk uit mijn voegen maar na deze gang stond ik echt op knappen. Afslaan is geen optie.kerstgedachte3

Een korte wandeling met als doel: de kerk. Verplicht nummer want daar is een kerststalletje dat aanbeden moet worden. Ik ben maar bij de deur blijven staan en bij de eerste gelegenheid weer naar buiten geslopen, in de frisse lucht wachtende tot het kerkbezoek klaar was. Ik heb simpelweg een grondige hekel aan kerken. Thuisgekomen werden op slinkse wijze snel de bérgen kado’s onder de met wederom echte kaarsjes uitgedoste boom gedeponeerd en moest er weer gegeten worden: dit keer braadworstjes met brood en zuurkool. Ik heb de braadworsten afgeslagen, ik kon echt niet meer (en ik hou niet van varkensvlees).

Daarna bleek het kerstkindje daadwerkelijk nog een keer langs gevlogen te zijn: de kerstboomkaarsjes brandden en de kadoberg eronder was van het kaliber K9. Ongelooflijk, zó veel. Maar de gretig uitgestrekte kindervingertjes moesten nog even weer ingetrokken worden: eerst klarinetmuziek (was mooi!), bijbellezen (niet mijn ding), blokfluitspel (okerstgedachte2ok mooi!) en gezang (geen evaluatie mogelijk). Helaas zijn zoon en dochter minder begaafd op al die muzikale gebieden (en een drumstel is ook moeilijk onder de arm mee te nemen) dus hun aandeel in het ‘voorspel’ bleef, zoals ook in voorgaande jaren, nihil. Eindelijk kon het gegraai en geruk in de kado-alpen beginnen. In minder dan 15 minuten was alles uitgepakt en opgestapeld, waren de massa’s papier en paklint overal verstrooid en de kinderen vlijtig aan ’t vergelijken wie er het meeste moois gekregen had. En natuurlijk had ik, zoals elk jaar, zelf weer het gevoel lichtelijk gefaald te hebben in de eeuwige wedstrijd ‘beste-en-duurste-kado’s-voor-‘t-kroost-kopen’, hoezeer ik – naar mijn eigen inschatting – ook mijn best gedaan heb.

Het staat me zo tegen… ik weet niet eens waar ik al dat nieuwe speelgoed van de kinderen moet laten. Waarom zoveel… waarom schijnen deze hoeveelheden bij kerst te horen… één leuk kado doet ’t ‘em toch eigenlijk ook? Maar er lijkt geen weg terug. Enkel nog de road to more-bigger-better. Ergens word ik er toch een beetje mismoedig van. Voor mijn gevoel is die geboortedag van dat kindeke één grote commerciële happening. Is Sinterklaas natuurlijk ook hoor, maar die man ging nu eenmaal over dat soort dingen. Dit moet dan een christelijk en bezonnen gebeuren zijn, maar onder het mom van wat gezang en de één of andere bijbeltekst gaat het toch éigenlijk enkel nog om de kado’s. En het vele eten. Dat ook. Hoe hypocriet.

Op dit moment (ja inderdaad, naar aanleiding van die verbijsterende kerstkreten van die roomse man met ’t hoedje) ben ik zelfs druk bezig om mezelf helemaal uit die rooms-katholieke kerk te krijgen want enkel uitschrijven doet de truc niet: je blijft dan nog steeds als lid te boek staan in Rome én je blijft geregistreerd in het doopregister want de doop schept volgens de kerk een onuitwisbare band tussen het kind en de god in kwestie. Maar wat nou als dat kind die band helemaal niet wíl? Dan maar op de priesterse wijze, een ‘gedwongen’ band? Dank je de koekoek… Maar wat een gedoe is dat, dat ‘ontdopen’. Vier tot vijf brieven waarvan één zelfs aan het bisdom (welk bisdom??) of direct naar Rome (“Ongeachte meneer de Paus, bij deze bladiebla…”). Het lijkt wel een sekte, je komt er met goed fatsoen nooit meer uit… Maar met de onbegrijpelijke uitlatingen van zo’n duidelijk idiote paus die denkt te weten (of zelfs te kunnen bepalen) wat de essentie van het menselijke wezen is, wil ik echt niet meer tot deze middeleeuwse club gerekend worden, zelfs niet op papier. Tot voorheen deed ’t me weinig. Nu ben ik het zat. Doorstrepen die boel. Wat voor een kerstgedachte is dat zeg…

Nee, geef mij dan maar de heidense kerstvariant. Veel warmte en licht in de vorm van kaarsjes en licht, veel leven(svreugde) in de vorm van een mooie boom, veel (naasten)liefde om je heen en bewust genieten van de dingen die je gegeven worden of op je pad komen. Eventueel een klein kadootje als blijk van die genegenheid, ook prima. Een krachtige, intense gedachte aan de mensen die het bij lange na niet zo goed hebben als ik, aan mensen die in de ellende zitten, ziek zijn of veel verdriet hebben en even uit alle macht hopen dat het ook hen binnen afzienbare tijd weer beter gaat. Niet dat dat ook maar ene bal helpt, maar er bij stilstaan is wel het minste wat je kunt doen in tijden als deze. Dat hoort er voor mij ook bij. Donaties aan enkele uitgekozen goede doelen in de hoop in het algemeen ook nog ergens wat goeds te kunnen doen. Familie en vrienden opzoeken (ook al is dat voor mij dit keer dan een paar dagen na de kerst). Dát is voor mij kerst. Licht, warmte, liefde, hoop en acceptatie. Midwinter en zonnewende. Het liefst zonder die Mount Everest in kadopapier en zonder al die religieuze hypocrisie. Maar dat zal wel een eeuwig utopische kerstgedachte blijven…

Let there be light.
Love conquers all.

Retro

Eigenlijk vond ik de beschrijving maar niks.Ralph1
“Videogame-bozerik Wreck-It-Ralph zou zo graag geliefd zijn net als zijn eeuwige  counterpart Fix-It-Felix. Het probleem: Niemand vindt de „bad guy“aardig maar iedereen houdt van de helden…”
Ik dacht gelijk aan zo’n film met het eeuwige superheld-in-videogamesetting-gezeik. Maar toen ik de kritieken las, dacht Retro2ik: “ach why not, de kinderen vinden ’t vast leuk”, en dat klopte. En wat nog opzienbarender was: Man en ik vonden het zeker zo leuk. Omdat we er zoveel in herkenden…

Die goeie ouwe tijd, hhmm?
We mochten even op de retro-tour. Ralph’s videogame vierde zijn dertigjarig bestaan. En daarmee waren ze dus tot retro bestempeld. Ralph als pixelzwakke, menselijke King Kong die elke keer opnieuw het gebouw en zijn bewoners molesteert maar eigenlijk zo graag geliefd wil zijn, FIFelix een soort irritante Super Mario met een allesreparerend gouden hamertje.

Dertig jaar terug.
Jaren ’80. Dat waren wij.
Jong en onschuldig.
Bereid voor de deep dark space of video entertainment.
En nu zijn wij dus retro.
Desnoods in vijftig tinten grijs.
Oh my...

The gamers say we’re “Retro” which I think means “Old but cool

Old but cool. Uhuhh… Ik onthoud dan natuurlijk vooral dat ‘old’.ralph2
PacMan (m’n allereerste videospelletje, hoe klassiek wil je het hebben), Sonic, Q*bert, Donkey Kong, Mario Bros (made it to new school), Mega Man (okay toegegeven, da’s al Next Generation) en ga zo maar door.
Ralph-BlockOutDie heerlijke DOS-games als Tetris, Block-Out en Prince of Persia (ook doorgebroken naar de 21e eeuw) even daargelaten.

Maar ik dwaal af. Waar het me om ging was dat retro… ik… retro… als ik aan retro denk, denk ik aan flower power, jaren 60-70. Toen ik nog niet bestond. Of tenminste nog maar in mini-vorm. Niet aan mijn jeugd. Maar nu is die jeugd blijkbaar ook al in de term ‘retro’ opgegaan. Ik mag dan cool zijn maar dat doet niks af aan het ‘old’…Retro3

Ik moet toch even bijkomen. Mensen op mijn leeftijd trekken het besef van het nieuw verworven retro-schap niet meer zo goed blijkbaar. Retro. Ik ga me even bezinnen in mijn plastic kuipstoeltje, me blind staren op mijn geliefde hypnocirkels op het behang, even een vet potje Toppop kijken (op YouTube dan maar…) en wat bladeren in mijn ouwe  BRAVO’s op zoek Falco en Dr. Sommer…

Be right back.

 

mochten we ondergaan…

dat klinkt eigenlijk alsof…ondergang
we eventueel ook níet onder zouden kunnen gaan.
En dat klopt niet.
Dat is niet zo.
We gáán onder.
Of ten onder, hoe je het wilt.
Over zo’n 7 miljard jaar worden we opgeslokt.
Door onze steeds verder uitdijende zon.
Een rode reus.
Oh wacht, dan gaan we toch niet onder.
We gaan op.
In en samen met onze zon.
Einde verhaal.

Ik ga onder.
De dekens.

Soort van kerstwens

Aangezien ik gisteren nogal “obstreneut” (aaachterhoeks voor tegendraads, grof, bokkig, niet zo allerliefst als anders) was, wat niet door iedereen even zeer gewaardeerd werd (wat mij dan overigens verder ook weer niet stoort: you no like me? you no read me. punt), wil ik me vandaag met iets sympathiekers bezig houden, namelijk met dat wat ik jou als bloglezer toewens.

Maar voordat ik daaraan toe kom, moet ik toch eerst nog even iets vertellen. Vanochtend was er wéér zo’n afschuwelijk nieuwsbericht. Na alle doodgeschoten kinderen in de VS en alle schokkende zelfmoorden, na alle doodwensingen en oorlogsgruwelen, na alle gestrande bultruggen en onbegrijpelijke rechtsoordelen zou je denken dat we wel klaar zijn met de wereldse portie menselijke ellende dit jaar. Niet dus. Een jonge vrouw (23) is gisteravond in Wenen in de metro zwaar mishandeld, tot bewusteloosheid gewurgd en vervolgens bruut verkracht. De coupé was al die tijd leeg, maar tijdens de stops op de stations is er ook niemand ingestapt hoewel mensen op het perron (gefilmd met de bewakingscamera’s aldaar) wel degelijk zagen dat er iets goed mis was. Men stapte liever in een andere coupé en keek de andere kant op. De (helaas nog niet camerabeveiligde) coupé bleef leeg en vrouw werd met haar pijniger (ja, het was er ‘maar’ eentje) alleen gelaten. Ze leeft nog, maar daar houdt het dan ook mee op.

En ik vraag me af hoe het mogelijk is dat mensen bij zulke daden de andere kant op kunnen kijken. Liever wegkijken dan helpen. Liever laf zijn dan heldhaftig. Waar is het allemaal mis gegaan… De bruutheid waarmee deze man te werk ging moet van verre te horen en te zien zijn geweest. En niemand hielp… Niet kijken, dan gaat het vanzelf weer weg? Zoiets? Hoe kun je dan nog met jezelf leven? In ieder geval kun je dan toch 112 bellen? Dat heeft niemand gedaan. Je kunt aan de noodstop op het station of in de trein trekken om de aandacht te vestigen op wat er gaande is. Of voor de grotere helden onder ons: andere mensen doelgericht aan hun jas trekken om mee te helpen om een dergelijke strafdaad en de verwoesting van iemands leven te stoppen. Met zijn drieën kom je toch al een heel eind, lijkt me, zelfs als vrouw zijnde. Maar nee. Het gevoel voor de medemens is nu klaarblijkelijk praktisch compleet verdwenen.

We verharden in een tempo waarop we zelf niet eens meer inzien, hoe afgestompt we raken (en ik blik zelf even terug op mijn blogs van gisteren…) Bij het ontbijt vanochtend was ik geschokt door dat nieuwsbericht. Niet enkel door de verkrachting zelf (absoluut en onbeschrijflijk afschuwelijk) maar veel meer nog door het volledig uitblijven van hulp van enig omstander. Maar ook ik ga na het horen van zo’n horrorbericht tóch gewoon door met wat ik deed: brood smeren voor de kinderen, ze naar school sturen, stofzuigen, luidkeels zingend naar de supermarkt om de laatste kerstinkopen te doen. Je kúnt nu eenmaal niet alle ellende van de wereld met je mee torsen, dat weet ik ook wel, daar zou ieder mens aan ten onder gaan. Maar ik weet wél van mezelf dat ik nevernooitniet bij die wegkijkende massa wil horen. Dat ik wil blijven helpen. Dat ik goed wil blijven doen (ook al mag ik dan soms wat -euh- “grof” uit de hoek komen… *iets met grote bek en klein hartje (op de tong) mompelt*)
look
Daarom wens ik je toe, dat je gevoel voor de mensen om je heen, die sensibiliteit der gerechtigheid, die innerlijke drang om een ander – in welk opzicht dan ook – te helpen en de wil om simpel ‘goed’ te doen, jou niet in de steek laat. Dat ook 2013 een jaar wordt waarin je naar jezelf kunt kijken en zeggen “IK heb mijn best gedaan, ik ben met recht een MEDEmens, niet enkel mens”. Dat je in die zin ook de warmte en hulp van anderen mag ervaren die net zo hun best doen om de boel nog leefbaar te houden.

Kijk.
Niet weg…

hypothetisch

Ik zou een zoveel beter mens moeten zijn.
Ben het toch niet.
Maar goed genoeg.

Ik zou naar iedereen moeten luisteren.
Naar jou en naar
wat je me vroeg.

Ik zou niet alles er maar uit moeten gooien.
Dat ik teveel lief heb…
en soms vloek.

Ik zou me niet steeds aan moeten willen passen.
Maar dan ben ik ook
niet wat jij zoekt.

Ik zou niet steeds opnieuw moeten vragen
naar de bekende weg.
Hij’s onbekend.

Ik zou je geen klap voor je kop moeten geven
maar jij bent het
blijkbaar gewend.

Ik zou iets aardiger voor mezelf moeten zijn
maar ik ben nu eenmaal
een autosarcast.

Ik zou een egowasserette moeten zijn
die jou bij je oren pakt
en ze ‘ns flink wast…

Ik zou wérkelijk een beter mens willen zijn
één die altijd correct is
en alles juist ziet.

Ik zou zoveel beter en dapperder willen zijn
niet vooraf al veroordeeld.
Ach, wie niet…
.

.

(c) Lou

fuck you

fuck you.fuckyou
oh, mag dat niet?
bepaal zelf wel wat ik doe.
fuck you.
zoals je ziet.
pech gehad. klep toe.
fuck you.
krijg toch fijn
’t heen en weer. ben moe.
fuck you.
laat me zijn
wie ik ben: kiekeboe.

doet’t-ertoe
toedeloe
jioe-jitsoe
hengelroe
opperzoeloe
kerstmoe
maraboe
blindekoe
nie goe?
fuck you!
.
.
.
.

(háh!! lekker was dat :-))

Klik

Klik deed het. Al een hele tijd geleden. Met de één wat eerder dan met de ander. In ons warrig damesgeklets bleek al snel ergens iets met ‘op één lijn zitten’ te bestaan. orchideekoffie
Klik.
Slechts één bijzondere man in ons midden, eentje die voor de consistentie van de therapie van overheersend belang is. Onze eigen zaaldokter.
Klik.
Praktisch dagelijks contact. Pure sympathie. Elkaar maximaal kunnen waarderen. Irritaties met elkaar van tafel kunnen vegen en tot stof kunnen stampen.
Klik.
Pyjamaparty’s houden, hernieuwd puberaal gedrag. Natte lappen door de slaapkamer naar elkaar smijten. Maar ook een liefdevolle kop dampende koffie mét een orchidee op bed geserveerd krijgen.
Klik.
Opkomen voor elkaar, geven om en aan elkaar, lol hebben met elkaar, eenheid voelen bij elkaar, liefde hebben voor elkaar, rijk zijn met elkaar.
Klik.
Dank jullie wel voor jullie.
Jullie zijn de kliks in mijn leven.

X
X
X

Geen fluit

snap ik ervan.

Hoe is het mogelijk dat een assistent-scheidsrechter, een vader van drie zoons, die enkel deed wat-ie ’t liefst deed: kijken bij ’t voetbalspel van zijn zoon en een beetje lijnrechteren, doodgetrapt wordt. Het duurt soms een beetje langer voordat Nederlands nieuws hier aankomt, maar ik heb net wat berichten gelezen en ik kan ’t niet helpen: ik verval ook in cliché-denken. Hoe kan dit gebeuren. Waar moet dit heen? Een paar opgeschoten jongens van een jaar of 15-16 molesteren een toegewijde vader. Naar aanleiding van een amateurvoetbalwedstrijd.

Mijn zoon is over 5 jaar ook van die leeftijd. En als ik zie hoe gewelddadig sommige van zijn leeftijdsgenootjes al zijn, hou ik mijn hart vast. Op hun zevende wisten een aantal van die knulletjes al prima hun klasgenootjes te mobben. Waar ligt dat aan? “De verharding van de maatschappij” is ook enkel maar zo’n lekkere loze kreet. Iedereen is passend geschokt. Een paar dagen lang en dan gaat alles gewoon verder, tot de volgende doodgetrapte vrijwilliger?

Ik ben zelf functioneel bezig bij een voetbalvereniging. Ik heb nog nooit echt iets van gewelddadigheden gemerkt maar ik ben dan ook niet bepaald vaak langs de lijn te vinden, eerlijk gezegd interesseert me dat geen ene biet. Net als de namen van de daders waar iedereen naar op zoek is (was?)  omdat uit deze namen zou blijken, dat het “weer eens” om Marokkaanse jongeren zou gaan. Het hadden net zo goed ‘blanke’ knullen geweest kunnen zijn. Of meiden, for that matter… Het doet er niet toe. Waar het om gaat  is, dat er jeugdigen van die leeftijd zijn die blijkbaar helemaal geen gevoel meer hebben en niet schromen om een jong mens (net zo oud als ik) en passant even zo te mishandelen dat hij eraan overlijdt. Hoe is het mogelijk, het blijft malen.

Het maakt me bang.
Doodsbang…

Ik ga maar eens op mijn hoede boodschappen doen.
Hopelijk overleef ik dat, ik 41-jarige moeder van twee…

Wij hebben helemaal geen wereldondergang nodig.
Dat uitroeien kunnen wij mensen heel goed zelf.
Oh en een heel fijne Sinterklaas nog!
Altijd weer leuk.
Zolang ze nog met Lego spelen…

te mat om te glanzen

Een blog waarvan ik niet weet wat ik ermee wil. Ja, een gevoel beschrijven maar toch ook weer niet. Een matheid die zich uitbreidt en die alle moois opslokt. Niet in de depressieve sfeer hoor, helemaal niet. Meer iets van alles hebben wat ik schijn te willen terwijl ik dat wat ik eigenlijk wil, niet kan krijgen. En dan weet ik niet eens precies wat dat, wat ik eigenlijk wil, nou is…

Wat een geleuter. Waarom heb ik het er überhaupt over. Omdat het me mat maakt? Omdat het me zachtjes en met een tedere touch wurgt? Omdat ik er niks mee kan? Alles is goed en niks is slecht. Duizend keer door het oog van de naald met hooguit hier en daar een acupuncturele prik. Een wakkerwordsteek die me nog slaperiger maakt. Een por die me even op doet veren. Meer ook niet.

Het blijft geleuter. Een vriend in persoonlijke wanhoop, een dochter met pijn, een chronisch zieke vriendin, een bekende die zich doodrijdt, alles relativeert. Een heerlijk weekend met de kinderen, een geweldig dansconcert, zeven brandende kaarsen en een glas rode wijn in een warm thuis net zo. Het mijne is goed maar ik heb voortdurend het gevoel dat ik niet genoeg geniet. Dat ik tekort schiet in het bewuste waarderen. Dat ik de gouden randjes van de dagen niet snel genoeg herken. Dat ik te mat ben om te glanzen.

Gisteren zag ik een zangeres optreden. Ze was als ik. Qua lichaamsbouw, qua stem (als ik dat al kan of mag zeggen) maar ook in haar hele doen en gestiek. In hoe en wat ze deed. Maar zíj stond dáár, in haar duidelijk te krappe, dunleren zwarte broek te zingen, te glanzen en te léven. En ik zat in de zaal. Ja natuurlijk, ik genoot. Ik bewonderde haar enorm. Zij die zo mij was. Maar ik wist meteen dat ik nooit die moed zou hebben om daar óók eens te staan. Ik schaam me teveel terwijl ik zou moeten weten dat ik me niet hóef te schamen. Ik ga niet genoeg voor de dingen waar ik zo graag voor zou willen gaan en verdoe m’n tijd met wachten tot een glimp daarvan me toevalt, wat ’t natuurlijk niet doet. De onzekerheid maakt me mat…

Is het genoeg?
Doe ik genoeg?
Kan ik genoeg?
Ben ik genoeg?
Lééf ik wel genoeg?

Glansloos gelul.
Werkelijk waar.
Matglans zou al leuk zijn…

Rommelhoek

Het blog van een zeer gewaardeerde medeblogster zette me ineens aan ’t denken. Het feit dát ik er over nadenk, is al veelzeggend want het geeft aan dat social media voor mij nog steeds heel belangrijk zijn. En dan vooral facebook. Ik heb daar al ‘ns eerder over geschreven (over SocMed in het algemeen en wat het voor mij betekent en doet. Zo ergens eind 2011 was dat) maar bij tijden heb ik een aanval van opruimwoede en momenteel zit ik ook in zo’n fase. Dat kan real life opruimen zijn (wat zeldener voor komt) of 2.0-opruimen (wat ook geen regelmaat is, maar toch iets vaker). Want zeg nou zelf, wat wíl je van deze media? Moet de halve wereld wel weten wat mij bezig houdt? Wat wil IK van deze media? Waarom ben ik er te vinden? Hoeveel ‘vrienden’ op facebook ken ik écht? En hoe geïnteresseerd ben ik werkelijk in ze? Moet ik alles van iedereen altijd bij houden, op gepaste tijden op “vind ik leuk” klikken en voorallll hun verjaardag niet vergeten?

Nee. Moet ik niet. Als ik het leuk vind of er zin in heb, doe ik dat. Maar mijn visie op facebook (en de rest van de social media daarmee gemakshalve even over één kam scherend) is klaarblijkelijk een andere. Het is mijn rommelhoek. Mijn knutselschuurtje waar iedereen, die ik een sleutel geef, in kan en rond mag koekeloeren en -wroeten. Met die sleutels ben ik niet al te selectief maar ergens toch ook wel weer een beetje. Zo wil ik bijvoorbeeld niet al teveel met ‘jonge familie’ (lees: achterneefjes en -nichtjes) bevriend zijn. Ik ben nogal van de ehm… zwartgallige cq. sarcastische cq. volwassenenhumor en laat dat nou net geen familiekant van me zijn… Mijn directe nichtjes heb ik nog wel te facebookvriend maar ik weet niet hoe dat gaat worden als ze daar ook daadwerkelijk meer aanwezig zijn en mee gaan lezen. Sowieso ben ik eigenlijk niet/nauwelijks met kinderen ‘bevriend’. Ook kinderen van vriendinnen accepteer ik o.h.a. niet. Ik heb ook mijn donkere kanten zeg maar.

Maar verder is het dat wat het is: een rommelhoek waar ik met enige regelmaat hele leuke dingen (terug)vind. Mensen van vroeger, humor, mijn draad met Nederland, leuke nieuwe mensen die ik via via leer kennen, mooie foto’s, updates, snelle conversatie, een hoop lol en af en toe zelfs een beetje liefde. Ik vind ’t gewoon lekker.

Voor zover ik weet heb ik m’n privacy-instellingen op orde, post ik heel weinig tot geen (herkenbare) foto’s van mijn kinderen, noem ik hun namen niet bij foto’s (en sowieso het liefst zo weinig mogelijk), heb ik het daar nooit over mijn relatie(s) want dat zou me niet in dank afgenomen worden en probeer ik me redelijk fatsoenlijk te gedragen (nou ja, het zijn goede pogingen, toch?) Ik post m’n blogs, ik knuffel en zoen wat af (virtueel dan) en blijf een beetje op de hoogte van de mensen die me lief zijn. Maar verder neem ik het geheel niet al te serieus.

Maar juist daarom vraag ik ’t me dus af: moet ik daar nu echt maar eens op gaan ruimen? Die mensen er uitknikkeren die ik éigenlijk niet echt ken? Waar ik minder tot weinig contact mee heb? Nóg selectiever zijn bij het accepteren van vriendschapsverzoeken? Bang zijn dat ik toch teveel zeg en te open ben? Ik ben tot nu toe als zelfstandige werkzaam en ik vrees dat ik ook nooit echt meer in een werknemerspositie zal komen dus voor een potientiële werkgever hoef ik me ook niet echt in te houden (wat ik trouwens wél doe, u moest ‘ns weten, ghehheh). Overigens waren (zijn) er wel degelijk bepaalde mensen die mij vreselijk irriteerden of die ik ergens toch een beetje ‘eng’ of te opdringerig vond en die ik er dus wel uit gesodemieterd heb. Maar om het nou echt “uitmesten” te noemen, nee…

Ik laat ’t nog maar even zo.
Dat verfoeide Facebook.
Mijn knutselschuur.
Mijn rommelhoek.
Waar ik steeds vind
Wat ik niet echt zoek
Opperste vlakkigheid,
Lul-, ontbijt- en lariekoek.
Liefde, lol, mooie dingen
‘t-Is één groot feestboek.
Mijn knutselschuur.
Mijn rommelhoek.

extractors

fout gedacht

Elke avond steeds opnieuw
geef ik  jou een mega duw.
In de afgrond oh zo groot
stort ik jou in de eeuwige dood.
Hang ik je vol genoegen op
aan m’n zelfgevlochten strop.
Snijd ik je keel zomaar door,
met een mes je hart doorboor.
Haal ik de trekker lekker over
die knal, een echte oorverdover.
In de kiem word jij gesmoord,
want jij bent NIET prettig gestoord.
Precies wat ik altijd al verwachtte,
jij rottige, negatieve gedachte…

Dingen

Denken over de dingen maakt dat ze meer dingen denkt. Dingen die er niet zijn maar toch zijn ze er ineens omdat ze ze tot leven denkt. Waarom niet gewoon de gedachten in de kiem smoren. Niet denken. Geen dingen meer ongewild reïncarneren. Het wil niet. Hoofd stroomt over, vingers glijden over het toetsenbord. Wat is ze blij met haar Scheidegger-diploma voor tienvingertypen. Wat had ze als dertienjarige een gloedhekel dat loodzware, met bontgekleurde knopjes bezaaide ding. De oefeningen. De lessen. Saaier dan saai. Maar wat hemels is het nu om zonder naar het toetsenbord te kijken neer te kunnen zetten wat er in haar op komt. Eerste gedachtes. Tweede. Derde. Ontelbare. En met die gedachtes ook de dingen. Nee, geen Tommyknockersdingen, zo erg is ’t niet. Maar de zwartheid die alles opslokt. Meer een Fog. Ja, zelfs Stephen King-fan is ze. Ook dat nog…

Dingen.
Waarom gebeuren ze.
Overkomen ze.
Zijn ze soms toevallig.
Of onbegrijpelijk.
Worden ze gedaan.
Zijn ze niet eerlijk.
Of überhaupt nodig.
Wat nou Lord of the Flies…
(oh Bruno…)
Dirigent van de Dingen, dát wil ze zijn.

Raar woord ook. Dingen. Er zit eind in… En gein. En enig. Het enige dat ze geinig vindt, is het eindige van al die dingen. Niks is voor eeuwig. Stel je voor dat dingen oneindig zouden zijn. Waar zou de ellende dan ooit stoppen… De ellendige dingen die ze niet weg kan troosten. Niet goed kan knuffelen. Niet weg kan typen. Niet uit kan vagen met correctielint. Of met een delete-knop. Die dingen zouden er dan voor eeuwig zijn…

Maak van die ene -n- een -i-?
Toe,
maak het
eindig

Vobbele

Dinsdagavond. Championsleague-avond. Ik snap er letterlijk de ballen van. Wie speelt nu waarvoor? UEFA-cup, Championsleague, de 28e Divisie, Huppeltrut-Liga, allemaal één pot nat. WK’s en EK’s, dáár kan ik wat mee. Dan weet ik tenminste nog om welke koek ’t gaat. Maar de rest is voor mij enkel een hoop groen met kans op mooie benen.

Ik snap voetbal als sport op zich wel hoor. Ik zal wel moeten. Ik ben ‘officieel’ trainster bij de voetbalvereniging, inclusief gesponsord voetbalpakkie. Maar on the other hand, ik train de allerállerkleinsten: van 4 t/m 6 jaar, samen met nog 3 andere dames. Da’s gewoon leuk en vooral heel erg lollig. Van voetbal kun je niet echt spreken, hooguit het laatste kwartier chaosvoetbal met drie teams, drie doelen en (minstens) drie ballen in één veldje van 20 bij 20 meter. En een lol dat we hebben (ja, WE, wij ouwetjes doen o.h.a. gewoon lekker mee, dat kwartiertje). Doeltrappen mogen ze natuurlijk ook, onze bambini’s, waarbij wij dan in ’t doel staan en ze vreselijk hun best doen om vooral ONS te raken i.p.v. iets suffigs als een doelpunt te maken. Lou in d’r waffel schieten, dát is pas écht leuk voetbal.

Juventus tegen Chelsea daarentegen (momenteel op de beeldbuis) is een nogal Asamoa-geconcentreerd gehobbel. Veel ogen-en-neus-wrijvende Chelsea-spelers. Ze hebben niet voor niks blauwe tenuetjes aan, dan vallen de blauwe plekken niet zo op. En ’t past mooi bij de gele kaarten. Dat ook.  Ik blijf ’t een saai iets vinden om naar te kijken. Tenzij Nederland voor ’t WK/EK speelt. Of Oostenrijk (whaaaaaaaaaaaaaahahahahah geintje).

Laat ze maar lekker vobbele, die mennekes.
Als ze maar wel hun benen fatsoenlijk ontharen.

Hoogstgevoelig

Ik heb sterk de indruk dat mensen zich er tegenwoordig steeds bewuster van worden dat ze sensitiever zijn dan een paar decennia geleden. Er gaat geen dag (nou ja, week) voorbij zonder dat het begrip hoogsensitief of “highly sensitive” voorbij komt rollen. Het geheel heeft een hoop namen zoals ‘nieuwetijdskinderen’, ‘hoge prikkelbaarheid’, hooggevoeligheid of ‘HSP’ maar jee, wat is dat dan precies? En waarom lijkt het alsof tegenwoordig zelfs het merendeel van de mensen zo hooggevoelig is? Zou zelfs  ik (ik kortdoordebochte, sarcastische droogklotin) het kunnen zijn?

Ik heb voor deze korte, geheel inobjectieve zelfstudie maar eens een klein aantal (tot nu toe 6) van die online HSP-tests ingevuld. Ik scoor grofweg tussen de 86 en de 94% ‘positief’ en ben dus blijkbaar – volgens deze natuurlijk absoluut niet-suggestieve, ongestuurde tests – óók een HSP-er. Met hier en daar een uitzondering: Ik voel mij niet ongemakkelijk als er een hoop om mij heen gebeurt. Ik word ook niet snel overprikkeld door dingen als fel licht, sterke geuren (behalve als ze uit familiaire achterwerken komen), grove weefsels of harde sirenes. Het zal me allemaal worst wezen. Ik consumeer caffeïne als een junk en ben gek op snoeiharde muziek. Ik kan – als ik daar zin in heb – minstens 18 dingen tegelijk doen, ook in opdracht.

Maar ik kan er niks mee. Ik kan niets met het begrip ‘hooggevoelig’ zelf en ook niets met het feit dat zoveel mensen het schijnbaar met mij mee zijn. Ik vind het namelijk niet meer dan een normaal iets. Mensen ontwikkelen zich nu eenmaal. Ze evolueren, niet enkel fysiek maar ook gevoelsmatig. En hun omgeving verandert ook nog eens sterk mee. Méér mensen in de directe omgeving, méér geluiden, méér impressies, méér (al dan niet online) gedeelde gevoelens, méér en vooral ook andere (maatschappelijke) problemen, méér en snellere media, méér geluid, méér verwarring. Dat werkt al sinds decennia op ons in en wij ontwikkelen ons daarnaar (jajaja, ik weet ook wel dat ‘evolutie’ iets van miljoenen jaren is, maar deze huidige ontwikkeling is een emotioneel aanpassingsgerichte en die gaat sneller. Duhhh…) Tuurlijk merk ik snel wat er in een ander om gaat, voel ik aan wat mensen om mij heen bezig houdt, ben ik redelijk emotioneel gevoelig voor verdriet/pijn van anderen, ben ik in groepsverband niet al te assertief (nee echt niet, gek hè) en kan ik informatiestromen heel snel in mij opnemen of me er juist compleet voor afsluiten omdat ’t me teveel wordt. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Maakt mij dat ‘hoog’-gevoelig? Het maakt me menselijk. En misschien gevoelig. Maar zoals ik het nu zie, is minstens de helft van mijn omgeving net zo gevoelig en zijn we met zijn allen gewoon weer doorsneegevoelig. Ik hoor u al roepen: “jamaar, jamaar: soort zoekt soort hè!” Maar ik zoek niks, ik kijk simpelweg om me heen en constateer.

Mensen die hooggevoelig zijn, zijn volgens de onderzoeken van psychologe Elaine Aron vooral  “consciëntieus, loyaal, gericht op kwaliteit en met een hoog inzicht in mensen en processen.” Dat is op zich heel fijn, prima werknemers in mijn persoonlijke werkgeversvisie. Maar er zijn dus inmiddels heel erg veel mensen die deze eigenschappen hebben. Ze zijn daarom voor mijn begrippen niet meer HOOGsensitief, maar gewoon hedendaags sensitief met een eventueel ietwat hoger emotioneel quotiënt… Het is een simpel aangeboren iets, een karaktereigenschap, een menselijke ontwikkeling. Geen stoornis.

Ik wil hier echt niemand mee kwetsen of hordes gevoeligen over één kam scheren. En als je last van je eigen gevoeligheid hebt, is dat zeker geen pretje. Maar het helpt wél als je je bedenkt dat je niet de enige bent (langgggg niet de enige, hele volksstammen zijn inmiddels gevoeliger dan vroeger) en dat het een pure karaktereigenschap is (en dan ook nog een hele goede). De één is verlegen, de ander een exhibitionist. De één is een hork, de ander gevoelvol. De één is sympathisch, de ander empathisch. De één is tactloos, de ander sensitief. It’s just the way it is. Doe er je voordeel mee.

Als we nu allemaal onze zo prachtig ontwikkelde manier van empathisch, liefderijk, medelevend, sympathiek, altruistisch en gevoelvol leven continuëren, kunnen we het op deze aardkloot – voor zolang-ie nog bestaat, wat was ’t ook alweer, nog zo’n 45 dagen? 😛 – heel fijn hebben samen. En piekeren over de hoogste mate van sensitiviteit hoeft niet meer, we zitten praktisch allemaal in hetzelfde schuitje. We feel the same, so relax… Zullen we dat eens doen, mijn lieve hooggewaardeerde, hooggeliefde, hoogstgevoelige medemensen?

Oh, en die überbotte horken die bijvoorbeeld Tim naar de donkere kant gepest hebben, die lopen dus overduidelijk een paar miljoen jaar achter in de empathische sensitiviteitsevolutie. Stelletje ongevoelige kuddedieren. Daar wil je toch niet bij horen. Hoogste tijd voor die lui om eens een beginnetje te maken met de ontwikkeling van bijvoorbeeld een hersenstam met een klein broccolikluitje erbovenop, zou ik zo zeggen, tactvol als ik ben… *kuch*

En nu ga ik even lekker headbangen.

Uppie

Wat een dag. En hij is alweer voorbij. Mijn verjaardag in Nederland. Voor het eerst in 16 of 17 jaar (ik weet ’t niet meer precies…). In ieder geval eeuwig lang geleden dat ik het op nederlandse bodem vierde. Een megamix van toen en nu.

Een verjaardagsontbijt met m’n lieve pap en mam, met lekkere dingen én sublieme kadootjes op mijn ontbijtbordje. Net zoals vroeger, alleen nu met twee rondspringende kinderen en een man erbij. Mijn grootste rijkdom.

Zoveel felicitaties op facebook en twitter en whatsapp dat ik er echt helemaal flabbergasted van was. Dank jullie wel allemaal, wat een warm bad!!!

Sweet Christie die zomaar langs komt. Voor mij. Met een prachtig boekje met de mooiste zinnen, foto’s en spreuken erin én een verjaardagsmandala die nu daadwerkelijk af is 😉 Love you heaps, prachtig mens dat je bent!!

Mijn oh zo dierbare grote zus die me verwent met allerlei heerlijks, van cake-lollipops tot scrubcrème. M’n lieve nichtjes die met de kinderen ronddollen en lol hebben. Zou zó veel vaker zo moeten zijn.

Mijn peetoom en -tante die spontaan langs komen en gezellig meevieren want zo vaak komt ’t niet voor dat ik mijn verjaardag in Nederland vier. Zulke fijne mensen.

Liefste Heidy die zomaar ineens voor de deur staat, jij gek mens 😀 Jij bent één groot kado, weet je dat? ❤

En nu, nu is het twee november. Alweer een dik half uur. En ik ben klaar met verjaardag vieren. Iedereen is nu naar bed en ik zit hier achter mijn laptop, met het laatste glas wijn uit de fles. Ik. In m’n uppie. Luister naar de nederlandse radio met een Nije Dei en andere oerhollandse songs, maar ook met Jim Diamond en z’n “Should’ve known better” – puur jeugdsentiment. Ik word oud… En ik geniet van de rust. Mam zei daarstraks nog: “je gaat vást nog wel een blogje typen”. En ik ontkende natuurlijk in alle toonaarden: “nee zeg, nu niet meer, kom nou…” – maar kon het toch niet laten. Vandaag was een dag met een gouden randje. Een dag vol liefde. Een dag vol miezerregen, maar ook zó vol warmte…

Ik ben een rijk mens.
Niet meer jarig.
En ook nog lang niet jarig.
Maar ik hoop, dat als ik straks weer ‘ns een keer jarig ben, ik jullie allemaal nog bij me en om mij heen heb.
Mijn wereld is mij lief.
Mijn wereld, dat zijn jullie.

Allemaal.

Kus.

mijn lachpillen

“Ik moet een scheet. Dan loop je maar naar de gang. Ik kom nú weer terug hoor. Neeeee!! De stank komt pas later, blijf daar! Weet je wat nog lekkerder is op een pannenkoek? Neuh. Een vieze onderbroek. Waaaaaaaaaaaaaahhh dat rijmt!!”

Even een standaard tafelconversatie zoals die daarnet plaats vond. Ik zit ernaast en grinnik maar een beetje. Net als over dat plaatje van die reanimatiemuis, dat ik net op facebook zag. Ik kijk naar de eiffeltoren van zoon, die hij in minder dan een uur in elkaar gedraaid heeft en denk enkel: “OK… dat was te makkelijk voor ‘m”. Maar hij staat wel leuk op tafel. Dat wel.

Onlangs danig opgeruimd hier in de woonkamer maar daar is niks meer van te zien. In mijn blikveld minstens 2 barbiepaarden, een eiffeltoren (dus), gele verjaardagsblommekes, oranje vlaggetjes, een ufo, een archeologische dino, een nano-car racebaan, een nerf-machinegun en een paar TV-hangkinderen met in de ene hand een kat en in de andere afstandsbediening (van beide hebben we er 2 of meer, dus dat kan). Zoon zit alweer met z’n nieuwe netbookje op schoot, oefent typen en een of ander tekenspelletje. Het lukt ons echt wel hoor, om er een echte nerd zoals wijzelf van te maken.

De tranen zitten me zo hoog. De laatste dagen, nee weken, zijn doorspekt van emotie, verdriet, hoop, wanhoop, onzekerheid, pijn en stress. Ik kán niet meer. Ik wil niet meer. Ik wil weg. Naar Nederland. Maar ik voel me ziek, waarschijnlijk bén ik ’t ook maar dat kán gewoon niet. Ik laat ’t niet toe. Het mag niet. Vanmiddag dus toch maar de tuin in, weer een heleboel meer winterklaar gemaakt, planten gesleept en gesnoeid, potplanten ingepakt en naar een beschutte plek.

Dit weekend komt de winter. Vrieskou, sneeuw. Ik twijfel nog of ik de planten werkelijk naar binnen ga doen voordat we weg gaan. Áls we weggaan. Nee geen twijfel. We gaan. De katten komen ineens allebei naast me op de stoel zitten. Eentje kruipt er op schoot. Ze zullen het ook merken: niet alles is normaal op dit moment. Lieve beessies. Vandaag al een paar keer zomaar in tranen uitgebarsten. Om alle ellende en onzekerheid, om alle verdriet en pijn die er op dit moment is.

En toch maken m’n puinhoopproducerende, nerdy, eigenwijze, gestoorde kinderen me steeds opnieuw weer aan ’t lachen.

Wat zou ’t leven een trieste bedoening zijn zonder hen.

Mijn hoognodige lachpillekes.

Op naar morgen…

Iets met ziel en arm

Hoewel ’t met mij, afgezien van een berenportie chronische rug- en nekpijn (ik weet ‘t… allemaal stress…), best aardig goed gaat, ben ik mezelf niet meer. Of liever gezegd: nog steeds niet. Ik pieker. En denk. En probeer me dingen voor te stellen. En denk aan hoe anderen zich moeten voelen. En pieker nog een beetje meer. Ik kan me niet meer laten gaan, niet meer ontspannen. Dat rothoofd blijft maar malen. Ik blijf de angst van anderen voelen ook al banjeren ze er zelf gemakshalve maar laconiek overheen alsof er eigenlijk niks is. Ik blijf me zorgen maken over een veelvoud aan eigen en andermans mentale issues. Het maakt me onrustig. Neerslachtig. Anxious, om het maar ‘ns met een mooi engels woord te zeggen.

De alledaagsheden gaan door. Zoon oefent zich suf op z’n nieuwe asus netbookje, hij moet blind leren typen (nou ja, hij moet gewoon leren typen) zodat hij straks op school met een laptop kan werken, wat alles voor een dyslect een stuk makkelijker zou (kunnen) maken. Dochter schrijft op de andere kinderlaptop hele romans die enkel bestaan uit de woorden “mama”, “papa”, “oma”, “opa, “am”, “lilo”, “mamamia” en hun eigen namen T. & K. Enkel nog een uitgever zoeken voor dit geniale staaltje electronisch schrijfwerk.
Man klooit in de garage rond, prutst wat aan de telefoonkabels en bám, de boel doet ’t niet meer. Telefoon deaud, internet deaud. Afgesneden van de buitenwereld… Gelukkig heb ik mijn foon met data-abo nog. Maar het is een ramp voor de familie Nerd, kan ik u zeggen. Even diep zuchten en weten dat het wel weer goed komt. Net als al het andere. Ooit…

Ziel hangt onder arm.
Die hangzielen van tegenwoordig ook…

Doe mij maar een hart onder de riem.
Waar koop ik zo’n ding…

Moment

Op dit moment
slaapt ze heel diep.
Op dit moment
doet de scalpel zijn werk.
Op dit moment
stel ik me levendig voor
wat die chirurgen daar nu aan het doen zijn…

Op dit moment
merkt ze niets van alles.
Op dit moment
zijn enkel anderen bang.
Op dit moment
sla ik mijn ogen neer
en denk aan hoe het morgen verder zal gaan.

Op dit moment
wordt ze gehecht.
Op dit moment
is alles al bíjna achter de rug.
Op dit moment
zou ik zo graag daar zijn
en straks naast het bed staan als ze wakker wordt.

Moment…

.

.

PS: ik ben me ervan bewust dat dit intense en zelfs intieme blogs zijn. Maar het is mijn manier van verwerken van iets waar ik geen invloed op heb, waarbij ik stilletjes af moet wachten wat er gebeurt en waar ik niet eens daar kan zijn waar ik zo graag was geweest op dit ‘moment’. Het zijn uitingen van mijn verwerkingsproces. Mocht u het even teveel vinden, voelt u zich niet bezwaard en slaat u mij in deze fase gerust over.

cru(el)

Cru en wreed.
Cruel.
Voor mijn gevoel is het dat.

Een maand geleden ging je voor een standaard mammografisch onderzoek naar de radiologie.
Iedere vrouw van die leeftijd doet dat of zou dat moeten laten doen.
Uit puur verlangen naar zekerheid heb ik ’t zelfs inmiddels ook ondergaan.

Maar je verwacht ’t niet.

Je verwacht niet dat men dan zegt: “mevrouw, er is iets te zien, het is waarschijnlijk niets maar we moeten het wel even nader onderzoeken”.
Je verwacht niet dat men je informeert dat er toch een punctie gedaan moet worden.
Je verwacht niet dat je te horen krijgt: “het spijt ons u te moeten mededelen dat uit het onderzoek gebleken is dat het zich om een kwaadaardig tumor handelt”.
Kanker verwacht je niet.
Kanker wacht wel op jou…

Een maand geleden leek alles nog ‘gewoon’ in orde.
Maar wat is nou helemaal ‘gewoon’…
Een maand geleden ging alles ‘gewoon’ zijn gangetje en dacht je niet na over wat er zich mogelijkerwijs in je lichaam afspeelde.
Je functioneerde ‘gewoon’.
Nu moet je een aanzienlijk deel van dat lichaam ineens missen.
Het wordt eraf gesneden omdat er iets kwaadaardigs in zit wat op den duur de rest van je lichaam ook kapot zou maken.

Je bent zo dapper, zo sterk, zo bewonderenswaardig nuchter.
Maar ik voel de angst in mijn maag.
Mijn angst maar juist ook de jouwe.
Hoe zal het zijn, hoe zal het worden, hoe gaat het verder…
Goed. Alles zal goed gaan. Er is geen andere optie.

Het is wreed.
Van de ene dag op de andere is een deel van je ineens weg.
Zonder dat je werkelijk de tijd had om er afscheid van te nemen.
Zonder pardon.
Het is cru.
Van de ene dag op de andere mis je ineens een paar kilo.
Helaas op de verkeerde plek.
Daar waar je helemáál niet af wilde vallen…
Het is niet anders.
Van de ene dag op de andere moet dit. Dus dan ook maar het liefst zo snel mogelijk.
Alles weg, geen risico’s nemen.
Weg, weg, weg…
Het is goed.
Van deze ochtend tot aan de avond zal het klaar zijn.
Na vandaag komt het herstel, het weer overeind krabbelen na de klap.
Komt tijd, komt verwerking.  Acceptatie.
En weer vooruit kijken.
Dus dat gaan we doen.

Dag borst…