Niet rennen?

Je ligt in je bed en typt verwoed op je mobiel. Niet kijkend naar typfouten, niet kijkend naar de autocorrectie of de woordsuggesties. Kan jou ’t bommen wat eruit rolt.

Je hebt net afscheid genomen van je lief. Op afstand. Grote afstand. Véél te grote afstand. Gelukkig enkel voor de nacht.

De regen tikt met minuscule tikjes tegen het raam. De hond van de buren blaft. Mag ie van jou. Als ie t morgenochtend om half 7 maar laat. Kutbeest.

Je voormalige partner heeft je mail beantwoord. Turboscheiden. Dat moet ‘m worden? Okay dan. Je wilt enkel weer jij zijn. Jij. Met je meisjesnaam, jouw dromen en je eigen aardigheden. It’ s all in you. All of you. All you.

Een van je lieve vriendinnen krijgt out of the blue een hartaanval. Een ander kampt met groot verdriet door verlating maar vecht zich erdoor heen. Ren… Ren nooit zo maar in het wilde weg. Maar ook niet van.

Een vliegtuig stort neer. De piloot wilde niet meer. En besloot dat het voor de 149 anderen ook wel genoeg was geweest. Wie was hij, om dat te bepalen…

De shock doet soms zo zeer. Zoals nu. Wordt t zo veel te veel. En jij emotioneel. Behoefte aan een arm om je heen. Iemand die zegt: morgen weer een dag, lief, alles komt goed.

Hij zei dat.
En ik vertrouw op hem.