Goede meenemens

Elk jaareinde steekt het gezever weer de kop op: “En? Nog goede voornemens?” Groundhog day in de vorm van een immer op identieke wijze wederkerende nieuwjaarsplanning.

De bijdehante troela antwoordt meteen: “Ja, natuurlijk! Ik neem me voor om me dit jaar helemaal niks voor te nemen! Gaat me lukken! Oh nee, toch niet.” De twijfelaar meent er toch nog even over na te moeten denken, het optimistische type zegt: “JA! Dit jaar ga ik [vul zelf in]!” Dat kan zijn: een paar kilo aankomen, de vuilnis binnen zetten, beginnen met roken, een kind baren, wat minder sporten, lekkerder eten, het wegkwijnende bonsaiboompje snoeien, whatever. En de pessimist bromt: “Natuurlijk niet. Alles wat een mens zich voorneemt, is uiterlijk na twee en een halve week alweer vergeten. Goede voornemens zijn voor losers die al lang weten dat ze de dingen, die ze eigenlijk altíjd zouden moeten doen, sowieso niet doen gedurende de rest van het jaar. Dan maar één keer per jaar – het liefst aan ’t begin – expliciet benoemen, dan heb je dat ook weer gehad. Forget it.”

Eigenlijk is de laatste helemaal geen pessimist maar een realist. Want geef toe: zo werkt het toch? Je weet eind augustus immers net zo goed wat je allemaal zou moeten doen en laten. Daar heb je geen nieuw jaarbegin voor nodig. Maar elke laatste week van het jaar wordt de mens tóch weer mediaal doodgegooid met artikelen over wát er allemaal zou moeten, hóe dat dan moet en hoe dat eventueel langer dan die paar weken vol te houden is. De top drie van nutteloze voornemens is voorgeprogrammeerd.

Met stip op één: “De smartphone het raam uit sodemieteren”. Unpluggen. Afkicken. Want: je smartphone schijnt jou te ‘maken’, te vormen en te kneden tot dat wat je nooit wilde zijn: een schermstarende, grootogige, slape- en libidoloze zombie. Laat ik dat nou zonder mijn (twee…) smartphone(s) ook al zijn. I’m a lost case. Ik ga voor de casting van de Walking Dead. Next!

Nummer twee: “Meer en regelmatig sporten”. Awel, ‘meer’ sporten is niet moeilijk, ik doe momenteel sowieso praktisch niks dus als ik íets doe, is dat meer. Ik ben nu eenmaal geen sportmens: Ik doe enkel verwoede pogingen tot. Elke maand opnieuw. Omdat het moet. Behalve skiën en tennissen: dat vind ik wel leuk. Maar de regelmaat in de uitvoering van deze twee activiteiten is eveneens ver te zoeken. De rest van mijn beweging bestaat uit huishoudelijk werk, toetsenbordtoetsen indrukken, naar het koffiezetapparaat lopen (en weer terug), naar de auto lopen (en weer terug, soms zelfs met zware boodschappenkratten), gaspedaal c.q. rem intrappen, ver na middernacht naar mijn bed wankelen (en ’s ochtends helaas weer terug), en friemelen met mijn vingers. Daar ben ik echt goed in. Ik heb gelezen dat dat heel gezond kan zijn, dus laat mij rustig friemelen alstublieft.

Nummertje drie: “Gezonder eten, minder alcohol en véél meer water drinken”. Tja. Gezond eten doe ik eigenlijk al, maar bij mij wordt alles wat ik in mijn mond stop per definitie omgezet in een grotere buik-benen-billenomvang, of dat nou een komkommer is of een patatje kapsalon. Mijn lichaam zal in barre, voedselarme tijden (die op de één of andere manier nooit komen) nog jarenlang op de overvloedige reserves kunnen teren. Maar dat ‘meer water’ moet ik voor elkaar kunnen krijgen. Koffie is tenslotte ook water met een smaakje, toch?

En dan zijn er nog de geijkte dingen als “meer slapen en ontspannen” (ik doe mijn uiterste best om meer dan 5 uur slaap per nacht te krijgen maar het blijft een lastig dingetje), en “positiever in het leven staan” (gezeik. Ik vind mezelf positief zat voor deze verrotte wereld. Basta).

Ik vermoed dat ik dus tot de verdoemde groep pessirealisten behoor. Want: als ik me niks voorgenomen heb, is alles wat  me gedurende het komende jaar wél lukt, mooi meegenomen.

Ik doe enkel nog aan goede meenemens.

 

Navelprutputten en dwangdoorgangen

Woorden als deze ploppen te pas en te onpas in mijn hoofd omhoog als ik ’s nachts niet slapen kan. Ik mompel ze dan in mijn memo-recorder en de volgende ochtend moet ik gruwelijk mijn best doen om te ontcijferen wat ik ’s nachts in vredesnaam allemaal uitgekraamd heb.

Maar waarom borrelen juist deze non-woorden in mij op? En waarom in het holst van de nacht? Is er een diepere betekenis? En wat moet een mens met een navelprutput? Alle nog te oogsten navelpluis erin dumpen en wachten op de echo als het spulletje neerstort? En dan het werkelijk verontrustende: de spellingscontrole ziet navelprutput als een bestaand woord. Dwangdoorgangen kunnen daarentegen goedkeuring van de autocorrectie niet wegdragen. Blijkbaar toch fantasieloos, die spellingscontrole. Mijn hoofd absoluut niet:

——

… onderin de navelprutput is een dwangdoorgang. Eenmaal op de bodem van de put neergedwarreld ziet het – gemakshalve gepersonifieerde – navelpluisje een kleine opening. Een navelprutputbreuk? Waarschijnlijk de enige uitgang, wil het pluisje ooit het daglicht nog weer zien. De dwang om de doorgang te verkennen is enorm. Maar er komt geen licht doorheen, dat belooft niet veel goeds over wat er aan de andere zijde van de opening ligt. Dan ontdekt het navelpluisje de oorzaak van de afwezige rode buiklichtgloed. Een tot een dik hard balletje opgerold snotje heeft al eerder dezelfde poging gewaagd om de doorgang te bedwingen en zit nu hartstikke klem. 

Op de bodem van de navelprutput kijkt een wanhopig navelpluisje in de afwezige lodderogen van een in de dwangdoorgang klem geraakt snotballetje. Ze beginnen om ‘t hardst te huilen. Het snotballetje wordt week en floept door de opening terwijl het pluisje – drijvend op het snotpluishuilwateroppervlak – nu alle moeite moet doen om nog kopje-onder te gaan, om zo bij de navelprutputbreukdwangdoorgang te geraken. Zinloos. Voorgoed buiten pluisbereik…

Uit plots hervonden navelprutsolidariteit grijpkleeft het snotje zichzelf uit alle macht vast aan de rand van de ingang van de dwangdoorgang en snottert vol overgave door. Het huilwaterpeil stijgt. Het navelpluisje bereikt al opdrijvende de rand van de put en laat zich over de ronde welving naar beneden glijden, alwaar een venusheuveloerwoud van zwarte kroesharen het opvangt. De schaamluizen verwelkomen het navelpluisje met open luizenpoten. Je hoort ze denken: “Vetmesten, dat wanhopige navelprutpluisje. Onze stofluisfamilie onder het bed zal ons straks dankbaar zijn voor dit bijzondere fraaie feestmaal.”

——

Enfin. Snotpluishuilwateroppervlak schijnt óók een goed Nederlands woord te zijn.
Even mijn neus snuiten.

 

Het gif dat angst heet

ThePoisonOfFear2 SCAN-LargeA

Beschrijf je zusje

Zo luidt vandaag zoons oefenopdracht voor het vak Duits (als in: Nederlands voor Nederlandstalige kinderen, maar dan net even anders). Over twee weken het grote proefwerk: De Persoonsbeschrijving.

Ik zit te werken op mijn kantoortje, hij om de hoek aan de keukentafel, nog geen twee meter verderop. Ik hoor hem foeteren en ploeteren.

Persoonsbeschrijver“Ik beschrijf mijn zusje.

“Kolere, wat schrijf je nou over een zusje.”
“Mijn zusje heet Tina*. Ze is een meisje, maar dat had u vast al verwacht.”
Dochter grinnikt vanuit de woonkamer.
“Ze is toevallig ook nog het kind van mijn moeder. Net als ik.”

Ik schiet ook in de lach, maar luister nu wat preciezer naar zijn gemompel; zoon heeft duidelijk inspiratie. En een pesthumeur.
“Gossamme, hoe schrijf ik meer dan tweehonderd woorden over iets dat ik niet eens beschrijven wíl?”

Mijn zusje heeft een grote mond waar ze vaak vet veul eten in propt.
Luid protest vanuit de woonkamer dat die zin onmiddellijk ‘geinktwisserd’ moet worden. (“Héé! Das wirst du sofort tintenkillern! SOFORT!”)

Dan barst hij los, zoals altijd hardop denkend (waar ik mij dit keer echter zeer over verheug)

“Mijn zusje heet Tina. Ik zal het even spellen. We hebben een teeee. We hebben een iiiii, we hebben een ennn en natuurlijk hebben we ook nog de aaaa. Mijn zusje ziet er precies zo uit als mijn moeder, alleen kleiner.”
Ik hoor hem in zijn tas rommelen.
“Hier, heeft u een foto van mijn moeder.”
Ik grijns vertederd.
“Deze foto heeft net als alle foto’s vier hoeken en is nogal klein. Hij is geprint op fotopapier met een…”

“Maahaaam! Wat voor merk printer heb jij?”
“…Brother-printer. Die printer heeft mijn moeder natuurlijk ook bij Amazon gekocht.”

Stilte. Ik neem aan dat zijn hersenen even op adem moeten komen.
En het is me nu ook duidelijk dat ik veel te vaak iets bij Amazon bestel.

Amazon is een mega-groot bedrijf dat overal op de wereld een hoop rotzooi aan mensen verkoopt. Maar onze printer is geen rotzooi, die is goed. Dat ziet u wel aan deze foto. En mijn moeder zegt dat ook iedere dag. Amazon komt trouwens uit Amerika. Amerika noemen ze ook wel de Verenigde Staten maar eigenlijk is Amerika een continent en de Verenigde Staten gewoon een land van veel landen.”

“Ze hebben daar een vlag met strepen en sterren erop. Sterren staan ook aan de hemel. Maar de hemel zelf is een verzinsel. Het is gewoon ons zonnestelsel in het universum, waar we met zijn allen stom naar zitten te staren.


“Zo, nu weet u ook hoe mijn zusje eruit ziet.

“Hoeveel woorden heb ik nu”

“Ik reken mooi die gespelde letters ook als woorden.”

“Sjezus, nóg vijftig!” Hij tikt getergd met zijn pen op tafel, op zoek naar een oplossing.

“Mijn zusje stottert nogal. Ondanks dat praat ze toch irritant graag en veel. Als mijn zusje iets tegen mij zegt, dan gaat dat altijd zo: “Hey, hey, hey, hey, blijf blijf blijf blijf met met met met je je je je je vieze vieze vieze rot rot rot rot ving-ving-vingers van van van van de de de de af-af-af-afstands be-be-be-diening-ning af af af af af. AF!” Ja, mijn zusje kijkt erg graag naar de televisie.”

“Zo. Dat moet wel genoeg wezen.”





*) Die naam heb ik verzonnen. De rest niet. Ik heb getuigen. En nee, ‘Tina’ stottert niet.

De Conchita’s dezer tijd

Echt, het zal me Wurst wezen.Conchita2
Je heet Conchita en je wilt wat.
Vrouw zijn.
Travestiet of nymphomaniac.
Whatever.
It’s all in the name, toch?

Met het songfestival voor de deur (nog maar krap vijf weekjes!!!) keren we langzaam op Twitter terug, want voor The Big Event moeten we natuurlijk wel weer totally in the picture zijn. ‘We‘. Wat een heerlijk woord. Met z’n allen voor één (of was het nou toch ‘tegen‘?) . WE!!! Alleen dat ‘één voor allen’-principe werkt nog niet zo goed.

Conchita Nummer Twee is net weg van twitter (weg van alles, eigenlijk… jammer), omdat ze deed wat bedrijfs-ethisch gezien niet helemaal door de beugel kon. Een beetje erbij hobbyen als topmanager is tegenwoordig niet meer toegestaan.
Conchita Nummer Eén kijkt nog handenwringend uit naar haar grote optreden op 23 mei.
Conchita Twee kijkt enkel terug en denkt: “Dat was lekker. Dát gaan we vanaf nu vaker doen!”
Misschien wel gezellig samen met Conchita Eén.

Beiden kijken uit naar het fulltime uitoefenen van hun hobby: een liedje zingen als een échte volbloed vrouw.
Zij het een liedje van stevige, harde seks of een liedje van een phoenix die steeds weer uit de as herrijst, who cares.

Ze  zouden elkaars liedjes kunnen zingen.
Als ze hun activiteiten maar braaf melden bij de belastingdienst.
Dan komt alles goed.

Leuker kunnen we het écht niet meer maken…

Herkenbaar in de mist

Daar zit je dan. Kort na middernacht, een voor jouw doen relatief vroeg slapengaan-tijdstip. Rechtop in bed, laptop op schoot want anders kun je niet fatsoenlijk typen. Je neus maximaal achttien centimeter verwijderd van het beeldscherm omdat je met je -4,5 dioptrie niet meer kunt herkennen, wat je zoeven in je toetsenbord gestameld hebt en je daglenzen al in de plee liggen. Eigenlijk ben je doodop. Half ziek, hoestend plus – je durft het bijna niet toe te geven – ook nog een aardig lastige blaasontsteking. Net vijf dagen lang je nog ziekere kinderen 24/7 vertroeteld en bediend. Hun papa heeft ze vanmiddag opgehaald. Zijn beurt nu.

Je zou moeten slapen. Je kunt het niet. Watje. Je smeekt er vormelijk om maar je rood doorlopen ogen willen pertinent niet dicht gaan en je snot doorlopen neus niet open. Enkel meteen, lang, en vooral diep slapen, dat is alles wat je wilt. Als het even kan met een fijne, semi-erotische en vooral onthoudbare droom. Maar nee. Niks diepte voor jou. Dan maar oppervlakkigheid. Je kijkt een aflevering van de Vampire Diaries op je laptop. Liggend op je zij, met je laptop op z’n kant. Redelijk tricky want een bloedlip door een wat onhandig op je gezicht omvallend gevaarte is al lang geen onbekende ervaring meer voor jou.

Jij. Je wilt slapen? Je móet zelfs slapen! Helaas. De ondanks je strenge dieet van astronautenvoedingsblokken met water (en koffie… en thee… en lasagne…) toch verorberde halve zak paprika-chips – je wist in je lamlendige en mistige bui  écht niet wat je bezielde – ligt verrekte zwaar op de maag.

De trein waar je het gisteren zo uitgebreid over had, lijkt inmiddels met ’t volledige tonnage over je heen gedenderd te zijn. Werkelijk, geen genade, die NS. Oh hemel, dat klinkt raar. Je maakt er maar een Fyra van. Die rijdt tenminste helemáál nergens. Die strompelt. ‘Hemel’ klinkt óók raar, wetende dat de hemel enkel op aarde bestaat. En je mist maar door. Skype en Viber lieten je vandaag danig in de steek. Dat terwijl het zo ongeveer je lifelines zijn. Hoe dúrven ze?!? Maar misschien lag het wel aan je eigen wifi, wat ondanks middels gefrustreerd eruit rukken van de stroomkabel opnieuw opstarten van je modem, nog steeds hapert. Of het ligt toch aan het WLAN aan het andere einde, you never know. Alles wat jíj weet, is dat je mist.

Twee flinke glazen wijn maken het er ook niet beter op. Enkel nóg mistiger. Een stuk schrijven onder invloed van wat dan ook is nooit aan te raden. Er komt een hoop bullshit uit je vingers waarvan je de volgende ochtend niet eens meer weet of je het wel echt zelf en met de juiste overwegingen geschreven hebt. Je zou er met Stephen King in ieder geval een leuk woordje over kunnen babbelen. En hoewel de meeste mensen abominabel slecht zijn in het goed lezen en interpreteren van bijvoorbeeld satirische teksten, lezen ze vanzelfsprekend wél feilloos je state of mind tussen die stierenpoepregels door.

En je vraagt je af.
Wat je hiermee..
überhaupt eigenlijk …
ook alweer ….
wilde zeggen…..

Ach, je weet het niet meer.

Herkenbaar.

oud

Grote bek maar
zo onzeker
Vraag het hemd
van het lijf
Vraag van ander
en zelf níet doen
Staat ellende
buiten kijf.

Te vulgair en
onnadenkend
Te veel ongein
zo niet mij…
Kweenie wat me
daar bezielde
Kannie verder
Waar ben jij…

Wilnie goedpraten
wat zo fout was
Was mezelf niet,
ben een oen.
Kweenie wat ik
nu nog doen kan
Heb je echt nooit
pijn willen doen.

Kzie wel wat
er nu zo mis was
Wilde herstellen
deed het fout
Bijna v’loren maar
heb hoop weer.
Word ik nu toch
met jou oud?

Werkezel met port

Het skypescherm open.
Groot. Een tweede laptop is fijn.
Hij tikt zich een breuk.
Krabt eens aan zijn neus. Zucht.
Hand in zijn nek, hoofd scheef.
Krabt nog een keer. Kijkt moeilijk.
Ik luister naar David.
Ground Control en zo.
Nip aan mijn glaasje port.
Hij ook.
Port in unison.
Af en toe koekeloer ik stiekem naar zijn voorhoofd.
Ik werk met onderbrekingen
aan mijn gedichtenbundel,
pak tussendoor ineens even een penseel
en verbeter wat aan mijn schilderij.
Nog lang niet af, maar voor de kerst moet het klaar.
Moet. Moet.
De tekst van Almalfi in mijn oren.
You put me in a trance.
Thanks Lucia. Je wordt steeds mooier…
Nog een slokje.
Soms heel even melancholisch.
Sommige dingen op facebook laten me toch lachen.
Don’t you forget about me.
Simpel. Don’t mind.
Ik loer weer steels naar hem.
Een meer dan serieus gezicht staart
nog steeds niets ziende
tegenover me naar het beeldscherm.
Werkezel.
Alles.
..
.

De pot verwijt de ketel…

…dat ie zwart ziet. Kan die uitspraak eigenlijk nog vandaag de dag, met al die ZP-ellende? De pot en de ketel zijn allebei zwart van het roet, maar de pot maakt de ketel daar dus verwijten over.

Ik voel me soms ook zo’n pot. Ik was vroeger namelijk de attentheid zelve. Kaartjes en cadeautjes sturen vond ik heerlijk, mensen verrassen ook. Een soort van hobby. Ik dacht werkelijk aan alle verjaardagen, wenste sterkte en beterschap bij de vleet, in kaartvorm of in de chat, stuurde felicitaties voor huwelijken, heette nieuwgeboren kindekes welkom op de wereld, leefde intens mee met alles wat er gebeurde. Ik had altijd cadeautjes bij me als ik ergens op bezoek ging, zei op de juiste momenten en op gepaste wijze ‘dankjewel’, belde mijn zus/familie/beste vrienden zeer regelmatig om even bij te kletsen, vroeg mensen oprecht belangstellend hoe het met ze ging en bood altijd een luisterend oor als daar behoefte aan was. Zelfs midden in de nacht. Maar aan de andere kant verweet ik sommigen dan soms toch heimelijk ook een beetje, dat ze op hun beurt op bepaalde – voor mij belangrijke momenten – níet aan mij dachten. Geen moeite deden om mij óók eens te verrassen. Geen belangstelling voor mij toonden en enkel met hun eigen sores en leven bezig waren En dáár ging ik de fout in…

Verwachtingen scheppen op basis van wat je zelf doet (deed), op basis van wat je zelf als vanzelfsprekend ofwel belangrijk acht, is een weg die onvermijdelijk tot teleurstellingen leidt en die relaties erg kan laten bekoelen. Verwachtingen zijn eigenlijk rotdingen. Verwacht gewoon niks en de teleurstellingen zijn uit je leven verdwenen. En alles wat dan wél komt, is ineens een fijne verrassing, want je had het immers niet verwacht.

Maar nu, nu ben ik zelf ineens in de ketelpositie. Ik ben met mijn eigen sores bezig, vergeet verjaardagen compleet, denk er simpelweg niet meer aan om mensen te vragen hoe het met hen gaat (ook al denk ik wél heel regelmatig aan ze), ben chaotisch, verward, te druk, te moe, te zeer in gedachten. Ik heb inmiddels lieve vrienden dermate ‘verwaarloosd’ dat ik vermoed dat ik ze inderdaad min of meer verloren heb. Mijn leven (en niet alleen dat van mij…) is in korte tijd volledig op zijn kop gezet, grotendeels door eigen toedoen. De relaxte alledaagsheid, de alledaagse relaxtheid maar vooral ook de zeeën van tijd zijn plots weg. Waar ik vroeger momenten te over, ja zelfs te veel had voor mijn werk, hobby’s (tekenen/schilderen/schrijven/zingen/drummen), kinderen, vrienden, chatten, facebook enzovoorts, moet ik nu – ondanks de chaos en intense vermoeidheid in mijn hoofd – heel hard schipperen om de boel nog enigszins op een rijtje te krijgen.

Het gevoel dat ik mensen van wie ik houd, chronisch verwaarloos, groeit en groeit… Soms voel ik me een ware loser, iemand die praktisch alles fout doet en zelfs de belangrijkste dingen vergeet. Iemand die steeds ongewild de foute dingen zegt, vooral te weinig zegt en dan ook nog vergeet wat ze nu wel of niet gezegd heeft. Iemand die zich niet meer voldoende om anderen bekommert en mensen teleurstelt.

Het knaagt aan mij. Ik wíl dat helemaal niet. Ik wil er juist wél zijn voor anderen. Ik bén helemaal niet zoals ik nu ben. Ik ben enkel in een soort van – hopelijk tijdelijke – geestelijke noodtoestand, maar eigenlijk klinkt dat ook weer te zwaar. Tegelijkertijd kijk ik naar mijn twee met “TO DO’s” volgekalkte A4-tjes, vragen de kinderen wanneer we nu eindelijk dat beloofde spelletje gaan spelen (ik kies steevast ‘Mens-erger-je-niet’), staat de vaat torenhoog op het (nieuwe) aanrecht, moet ik de was (om 1:15AM…) nog ophangen en mijn zakenconnectie dringend bellen (morgen) om nu eindelijk eens vooruit te komen met het project, wil ik nog een blog schrijven, vijf portretten tekenen en een hond schilderen, een tekst redigeren, vertaalwerk doen, een business-idee uitwerken en een gedichtenbundel produceren, moet ik een jaar- én een maandafsluiting voor de zaak maken, verzekerings- en ziektekostengedoe uitzoeken, een auto importeren, solliciteren (en mijn CV bijwerken), het verjaardagsfeestje van dochter plannen en regelen (twee maand later, jawel…), tig afspraken maken die meer dan dringend zijn, de verenigingsadministratie doen en lijsten naar cursusleiders sturen en tegelijkertijd ook nog even aan nog 238 andere dingen én mensen denken. En mijn lief wil ik zo af en toe toch ook nog even spreken…

Dan zucht ik maar eens diep, kijk met waterige blik naar mijn laptop, dan naar mijn kinderen en ga vervolgens toch maar een spelletje met ze spelen. Ik noteer op een aparte lijst (met pen… op papier…) wie ik allemaal nog wil bellen, mailen of een kaartje sturen. Misschien werkt dat…

Ik ben niet langer die pot die de ketel verwijt.
Ik weet nu echt wel hoe het komt, dat zwart zien…

Sorry.

Worm

Ken je dat? Dat je jezelf het liefst op wilt delen?

Een schouderpartij voor de nodige steun hier, een torso voor het zware werk daar, één bil voor in bed, een hersenhelft voor het nodige denkwerk, een stukje staart voor de huishouding en met de rest van je hoofd totáál ergens anders.

Zoiets.

Maar helaas. De mens is en blijft een centralistisch wezen. Een ondeelbare bovenkamer van waaruit de boel in het gunstigste geval nog een beetje gedelegeerd wordt.

Was ik maar wat decentraler georganiseerd.
Met de mindset van een regenworm.
Of een axolotl.

Catastrofe

Toe, zeg me dat de plek waar ik nu ben, een veilige is?
Dat het woord dat je me vandaag gaf, morgen ook nog geldt?
Het goede staat plotsklaps stil maar de wereld wordt steeds sneller.
Als jij terugkomt, blijkt alles al lang nog meer veranderd gebleven.
Geef me dat beetje zekerheid dat toont dat niets écht zeker lijkt?
Ik knijp mijn ogen dicht en hoop bijna hard dat ’t ineens onwaar is.
Het is te eenvoudig: ik heb zo veel lief en word ook lief gehad.
Leef niet meer in het verleden, kijk niet eens naar de toekomst.
In gedachten ontwaak ik elke dag daar, waar ik nu zou willen zijn.
Neem een deel van mijn voortdenderende snelheid weg?
Geef me iets, maakt niet eens uit wat, dat voor altijd blijft.
Maar ook al gaat de wereld om ons heen langzaam kapot,

dit blijft eeuwig onaangetast. Niets gebeurt werkelijk…

Zo verwarrend
mag het zijn.
Zo catastrofaal.
maar zo mijn.

#usb3

Liever parallel

Vanochtend zag ik een plaatje op Facebook. Ik was er meteen door gefascineerd. De triestheid van de lijnen, waarvan ik er één ben. Doet me denken die eenzaamheid van de priemgetallen. Levenslijnen in levende lijve.

Ik zou het plaatje willen bewerken: er staan duidelijk te weinig lijnen op. In ieder geval een flinke set parallellen meer. Sommigen heel dichtbij. Zo dichtbij dat je bijna niet ziet dat we nog twee lijnen zijn. Sommigen wat verder weg, maar nog steeds gelijk opgaand, altijd naast me.

Er zijn zoveel lijnen die kruisen. Ineens botsen we op elkaar, gaan in elkaar over. Op het kruispunt denk ik: hier stoppen we allebei met lijn zijn en worden voor eeuwig een punt. Maar zo werkt het blijkbaar niet. Ik loop door, of ik wil of niet. Zo gaat dat met lijnen. Langzaam weer weg van dat punt van perfecte interactie. Dan loop ik toch liever parallel…

Hé, ik zie een lijn die praktisch gelijk met mij loopt… Nog veel te ver weg en de toenadering is haast onmerkbaar. We lijken parallel maar zijn het niet. Uiteindelijk komt er een snijpunt. En daarna wil ik dood.

parallellines

Gazellifant

Met mijn olifantenpoten ren ik hard. Nog harder om alles toch maar in te halen. Hier en daar een porseleinen kopje vertrappend, draaf ik nog steeds blind voort. Over de droge savanne vol met noodlotten en de woeste steppe van incomplete conclusies. Geen idee waar te beginnen, niet eens een hint over waar als eerste te stoppen om de armen te spreiden. Dus ren ik maar verder. Als ik blijf staan, zinken mijn grote, stampende poten weg in de uit andermans ongeluk en mijn eigen machteloosheid bestaande blubber.

Slopende ziektes waar ik nooit weet van had tot ze ongeneeslijk werden. Andermans innerlijke worstelingen waarvan ik me bewust was maar die ondergingen in de myriaden van mijn eigen gedachten. Zware operaties die al voorbij waren voor ik op tijd ‘nog heel veel sterkte’ kon wensen. Verjaardagen die ik om twee voor twaalf bijna had vergeten. Zorgen die geuit werden maar die door extreme externe filtering voor mijn oren weg werden gerukt. Knuffels die in mid-air bleven hangen…

En dus loop ik zo snel mogelijk door.gazellifant
Niks ziend, allenig, nadenkelijk.
Geconcentreerd op iedere pas.
Blijf vooral draven…
Hup hup, achter die feiten aan.
Ze zullen altijd sneller zijn dan ik.
Was ik maar een gazelle…

toedeledoki

geen hond die nu nog
aan jou denkt.
geen man en zelfs geen mens.

iedereen is weg.

geen kip die jou nog
aandacht schenkt.
aan je daden of jouw wens.

enkel van de leg.

geen vuige duivel die
je nu nog wenkt.
kom hier lief, in mijn hens?

let op wat ik zeg.

een zware tientonner die
plots uitzwenkt.
al geplet, schrik je je lens.

wat een pech…

weg.

.

.

© Lou

hoog

daar heel hoog in de keel.slikken
net achter de klieren.
ze zitten er, wachtend op
een succesvolle uitbraak.
slikken. nog een keer.
vochtige waas voor de ogen.
knipperen. alweer.

radeloosheid is a bitch.
emotruttengedoe.
niemand mag het zien.
niemand mag het weten.
nee, jij ook niet.
enkel omdat ik het wil
en jij het nog niet weet.
life doesn’t suck at all.
it only pushes like hell.
ze blijven hoog zitten.
brandend.
met goed en hard slikken
kom je een heel eind.
maar echt hoog zul je
er nooit mee komen.
sper die luchtpijp van je.
ver open, want ik heb
een prachtig zwaard…

doemdenker

Ik zit weer eens in een denkfase. Zo’n fase waarin ik meer dan anders nadenk over het hoe en wat in deze wereld. Waarom de dingen gaan zoals ze gaan, wie er daadwerkelijk aan de touwtjes trekt. En dat is dan nog heel summier en oppervlakkig gezegd. Ik kijk documentaires, luister naar ‘afvallige’ professoren, uit de school klappende voormalige politici en journalisten die zich vastgebeten hebben, praat met de één of de ander.. Maar het wordt er niet beter van. Integendeel.WatAls

Het zou echt mogelijk moeten zijn om je hersenen stop te zetten. Maar wel zonder angstaanjagend elektronisch gespuis. Gewoon. Zelf. Het kan ook, met simpel mediteren. Maar daar ben ik niet zo goed in. Wel geprobeerd, maar ook dat lukt me op de één of andere manier niet.

Ik staar in ’t niets en denk aan alles en iedereen. Vooral aan mijn kinderen, aan hoe alles zal zijn als ze eenmaal volwassen zijn. Hebben ze dan ook een chip in hun pols? Mogen ze nog vrij reizen? Hun eigen geld beheren? Zelf bepalen óf en hoeveel kinderen ze in de wereld willen zetten, mocht dat dan allemaal nog op de ‘normale’ manier gaan? Zijn ze nog vrij in hun denken en in het bepalen welk werk ze het liefste zouden doen? Zijn er tegen die tijd nog bijen of doet de mens dan inmiddels zelf aan bestuiving omdat geen insect dat meer kan doen? Welke nieuwe ziektes zijn er dan ontstaan (of gemaakt), welke oorlogen uitgevochten en hoeveel mensen zijn er tegen die tijd nog overgebleven op deze aarde? En zo ratelt het door in mijn warrig hoofd.

Ik ben misschien nog net geen doemdenker maar wel een overmatig piekeraar. Ik kan niet tegen mijn eigen machteloosheid en ook niet tegen de wildheid van mijn gedachten. Ik wil wat doen maar ik weet niet wat. Ik zou heel hard willen gillen maar als ik dat zou doen, zou ik enkel maar raar aangekeken worden. Waar maak je je druk om, mens… Tja. Dat weet ik ook niet. Nog niet.

Toch een doemdenker.

natuurlijk

natuurlijk kijk ik naar Ursulaursula
hoe ze haar schelp weer eens
uit de zee vist, ’t zand afveegt.

natuurlijk denk ik herhaaldelijk
“lulkoek, zo bang voor James”
hij flirt toch tot-ie een ons weegt?

natuurlijk gaat breinlief tekeer
dik 50 jaar oud, slecht geacteerd en
ik vind dat Ursula een beetje slist.

natuurlijk schiet een dendriet uit
naar die hersencel die verder denkt
aan jou en dat je me ook mist.

natuurlijk…

© Lou

kerstgedachtes

Te stil ben je me. Dan ga ik weer piekeren. Is er iets gebeurd? Heb ik iets fout gedaan? Fout gezegd? Kan ook nog. Waar zit jij nou helemaal met je gedachten? En waar zit ik eigenlijk met de mijne…pantarhei

Ze zwerven. Ze hangen overal rond. Bij die zo veel te jong gestorven buurman die een jonge vrouw en twee kleine kinderen achterlaat. Bij de ernstig zieke vriendin (ja, ik beschouw haar als vriendin… ze is een uitermate waardevol iemand…) die 2014 nog hoopt te halen. Bij de brandmelder die om de twee minuten luid piept dat zijn batterij leeg is. Bij de zo geliefde vriend die worstelt met wat er in het verleden gebeurd is. Ik denk na over het liedje op de radio (“Say something… I’m giving up on you”) en over al die mensen die pijn hebben. Ik pieker over degenen die ik zomaar ineens mis omdat ik ze al zo lang niet gesproken heb (Ron, Erwin, Bert, Angela, Marc, Kris, Manja, Bart, Pris, Sam,  enzovoort…). Zouden ze ooit nog aan mij denken?

Verdorie. Het is alwéér kerst… En nee. Ik ga geen review van dit jaar doen. Dit jaar was een jaar net als alle andere jaren. Ups, downs, saai, spannend, verdrietig, hoopvol. Wie wil er nou reviews. Je hebt er geen zak aan, het is toch allemaal voorbij, er valt niks meer aan te veranderen. Goede voornemens zijn al net zo zinloos. Plannen helpt niet, alles komt toch weer anders dan je je had voorgenomen. Chris Rea bromt zijn Driving Home for Christmas voor de 328e keer door onze speakers. Ik wou dat ík naar huis reed vóór kerstmis. Maar zoals altijd zal het hoogstens ná kerstmis zijn. Verplichtingen, verplichtingen. Maar na kerst gelukkig wel. En dat is wat telt…

You played it to the beat. Miss Adèle zingt zoals het werkelijk was en nog steeds is. Speel mee, gewoon zoals de ritme komt. Laat het toe. Go with the flow, voel de kadans, laat het gebeuren. Het komt toch wel zo. Mijn gevoelens kan ik niet veranderen. Ze zijn zoals ze zijn. De dingen komen zoals ze komen, of ik nou wil of niet.  Mensen sterven, hebben verdriet. Of ik er nou wat aan kan doen of niet. Accept it.

De bijen sterven door ons toedoen, of ik die petitie nou onderteken of niet.
Met zes glazen wijn wordt het leven niet mooier. Integendeel. Een stuk verdrietiger.
De kindertjes in Syrië ervaren nog steeds die rotoorlog. Al jaren. Of ik het nou uitschreeuw of niet.
De jonge buurman blijft dood en zijn vrouw en kindertjes moeten door. Of ik nou kan helpen of niet.
Met twintig kilo minder zal ik nog steeds onzeker zijn. Of ik het nou wil of niet.
Mensen blijven hun handen eraf schieten met illegaal Cobra-6 vuurwerk. Of ’t nou stom is of niet.
Mijn liefde blijft steeds maar weer bij sommigen hangen. Of ze nou willen of niet.

Goed. Dat is dan het enige voornemen dat ik me voor neem voor 2014. Go with the flow. Het komt zoals het komt. Panta Rhei. Alles vloeit. In elkaar over. Alles is oneindig. Ik lachte er ooit over. Maar zo is het.

And please, stay strong while going with the flow.
The past is gone and I will go on.

wirwar

heftige en ijzige ochtend.warrig
beetje vreemd, wel lekker.
inpakken die hap.
het is tenslotte bijna ker(st)mis.
hé jij, wat doe je hier in mijn hoofd?
tijd om op te krassen, jochie.
maar dan is er niemand meer.
da’s ook wel weer heel stil.
oma kon niet achteruit rijden.
niet zonder schampschoten.
hoe een paal een twingo de das om doet.
dassen in die bijtende kou.
hé, rode golfjes
twingo’s bestaan blijkbaar niet.
een schip aan de golvende horizon wel?
als ik echt die vriendin was,
was ik het niet vergeten.
maar ik bén het niet vergeten.
ik heb er gewoon wat later aan gedacht…
te grote pepernotenkoekjes.
die eigenlijk kruidnotenkoekjes moeten heten.
de wereld is verwarrend.
ach, als je maar een beker mee hebt, schatje.
ik mis de man met de beker.
de wolverine achter het hele plot.
hij is onder de pannen en dat is acceptabel.
pannen zijn er nu eenmaal om onder te zitten.
katy flasht haar beugel nog maar een keer.
grof terugbrullend naar een knuffeltijger.
op een eiland met grotten vol met draken.
wij vormen de heerlijkheid aldaar.
horen bij elkaar, dus zie je maar.
ik ervaar mezelf als vreemd.
lana-achtig, breek me niet af.
hoe warrig mag een mens zijn?
ontwarren behoort niet tot mijn specialiteiten.
en hoe veel denken aan is eigenlijk gezond…
hangt er vanaf aan wie.
zeg jij. mij hoor je daar niet over.
je luistert enkel met die halve oren van je.
nee, liever niet. want dan wel.
maar alles waar te voor staat is té.
who cares, dan maar té.
te raar om jezelf van buiten te zien
terwijl je er toch continu binnenin zit.
zoiets als buiten jezelf zijn misschien.
maar de zinnen zitten er nog in.
dat blijkt wel weer.
ik leer langzaam te vliegen.
tussen al die regels door.
regels schreeuwen als meeuwen.
ik zou niet goed wijs zijn.
wat zeg je? precies.
dan maar slecht wijs, da’s ook wijs.
mijn gitaar lonkt naar mij.
ik lonk terug en gooi mijn benen over de stoel.
dan denk jij weer dat je mij kunt zeggen wie ik ben.
waarom zou ik überhaupt iemand zijn.
ik ben niet iemand als ik al ik ben.
waarom dan geen hoofdletters,
als het beestje wel een naam heeft?
zonder hoofdletters worden
de letters wirwar in je hoofd.
zonder hoofd ook.

πάντα ῥεῖ

Enjoy the silence

Ja, geniet ervan. Van mijn stilte. Het kan namelijk zo maar ineens weer voorbij zijn. Ik weet gewoon niet meer wat ik moet zeggen en dat komt niet vaak voor. De dingen die mij bezorgen, zijn de mijne, het delen ervan heeft verrekte weinig zin. Ik heb net een heerlijk weekend achter de rug, mijn lieve pap en mam een paar dagen hier. Praten, lekker samen eten koken, in de zon zitten (jaja, het is mooi weer hier), een potje kaarten of samen darts kijken, de geur van versgebakken brood op zondagochtend, een rondje tuin. Simpele dingen die zo veel waard zijn. Dingen waar je je bewust van moet worden, momenten waarvan je je moet realiseren dat ze helemaal niet zo ‘gewoon’ zijn maar juist momenten om te koesteren. De zorgen blijven. Maar raken heel even op de achtergrond.

Ik kan wel weer opnieuw opsommen wat er allemaal in me om gaat maar het heeft geen zin. Het wordt er niet anders van. Ook niet minder. Eerder meer. Hoe vaker je je zorgen oprakelt, hoe meer je jankt. Hoe meer ze aanwezig zijn en bedrukken. Dus dat ‘ogen dicht en door’ heeft wel wat. Ik voeg mond dicht eraan toe.

Zie me zitten. Silence
Ellebogen op tafel.
Ogen stijf dicht,
handen over de oren,
lippen op elkaar geperst.
Ik zie het niet.
Ik hoor niks.
Geen woord van mij.
En ik ben veilig.

Calm as cake.

kermis

Het is verbazingwekkend hoeveel mensen er in je leven zoal voorbij rollen.
Het ene moment zijn ze alles voor je, overdonderen je, laten je opleven. Geven je precies dat wat je nodig hebt. En jij hen.

Two worlds collided.kkerm

Je denkt dat diegene blijft. Voor eeuwig. Of in ieder geval tot aan het einde van de tijd van één van jullie. Dit zit goed. Verrijking. Liefde. Lot.

Never tear us apart.

Maar dan, dan ineens is je lotgenoot, je destiny, zomaar doorgelopen. Doorgehold, naar de volgende levensuitdaging. En toegegeven, je merkte het in eerste instantie niet eens… Het intense contact wordt langzaamaan weer oppervlakkig. En dan nihil…

Worlds drifted apart.

Ach wat nou voor werelden. Het is allemaal één en dezelfde aardkloot… Die personen lopen nog steeds om je heen, enkel nu in ietwat wijdere (of nóg wijdere) kringen. Niet meer in jouw golden circle. Enkel nog een bittere nasmaak, ergens achterop je tong…

Worlds collapsed.
(Maar dát zong Michael nou net weer niet)

Wat wil je nou… dat er om je na getreurd wordt? Dat er gerealiseerd wordt, wat voor onbetaalbare brok goud hij/zij zomaar links heeft laten liggen? Dat diegene éigenlijk spijt heeft als haren in een hooiberg, als stralen van de dark side of the moon, als een kip met een dubbele kop…

Ja.
Dat wil je.

Dus profileer je je opnieuw. Zoekt dat nieuwe daglicht dat jou kan beschijnen zoals het daglicht betaamt. Je blaat in het rond dat het voorrrralll beter voor jou is zo: “Oh my… your loss, dear!!” En dan vooral heel hard zelf geloven dat het ook daadwerkelijk een verlies is voor die ander. Daar wringt de pantoffel dan toch weer enigszins, want meestal is dat dus niet zo. Auw. Blaren. Enzo. Je gaat een “kijk mij, ik ben zelfs méér dan goed genoeg!!”-air vertonen. Vooral ook om je onzekerheid te bedekken onder een dun laagje goedkope glitternagellak. Je post een ongegeneerd portfolio aan hooggestylde foto’s op alle relevante social media, in de hoop dat de dumper ze ziet en denkt “ooooh… wat heb ik gedaan… waarom heb ik jou nu niet meer…” Als klapper op de vuurpijl word je in allerijl een slanke den, vastklampend hopende dat je nu dan eindelijk weer terug in de gratie valt [het moge aan de hand van dat laatste voorbeeld in ieder geval duidelijk zijn dat dit alles met de grootste zekerheid níet over mij gaat, ik val namelijk voor geen meter af. Oh en nee, het gaat ook niet over jóu 😉 Het gaat namelijk over de algehele onzekerheid in persona, het bijbehorende losergevoel en over de wereld die door rolt. Of zoiets].

Je probeert je algehele imago op te krikken.
Megacoole dingen doen.
Stoute dingen. Onwijze dingen.
In pure excessie.
I’m bad. Really, really bad.
Too bad.

Wat een verrekte kouwe kermis…

I told you that we could fly,
‘cause we all have wings.
But some of us don’t know why…

En dan kom je thuis.
Out excess.
Rotkermis…

_________________________________________
bron songtext: INXS – Never tear us apart

© Lou

blog

Kom. Laat ik maar weer eens een blog schrijven.

Over de vakantie in Italië? Een blog over het huiske dat niet aan onze verwachtingen voldeed maar dat ik – op kosten van het resort – ‘verbeterd’ heb, over de gestoorde italianen die van service nog nooit gehoord hebben en rijden als maniakken, over de gekko’s die ’s avonds sprinkhanen vingen op de muur naast mij, over de Costa Concordia die nog steeds scheef ligt en over het strandje waar ik op de rotsen bijna gestorven ben? Ach nee…

Over mijn Nederlandtijd? Over vriendinnenbezoeken, #annelies, tranen met tuiten lachen, heerlijke dineetjes en een geweldige reünie van mijn lagere-schoolklas, waar ik mensen na bijna 30 jaar weer gezien heb en merkte, dat we gewoon nog hetzelfde zijn als toen en dat de school van binnen in werkelijkheid veel kleiner is dan ik in herinnering had? Ach nee…

Over de katten, mijn Stephen-King-obsessie, mijn stabiel mislukkende afvalpogingen, mijn zeker niet van de liefde knikkende rechterknie, mijn absolute chaostuin, mijn zomaar ineens whatsappende buurvrouw, mijn vreselijk onattente maar oh zo hard werkende en ondanks dat toch echt wel lieve man, mijn niet nader te noemen flirts, mijn stiekeme dingen die ik officieel niet heb,  mijn steeds slomer wordende en dus duidelijk aan een opruiming toe zijnde Nissan Note, mijn Audi met opvliegers in de vorm van ‘Motorsteuerungs’-problemen, de snelle maar wegens algeheel gebrek aan kinder-DVDs (in NL vergeten) slopende terugreis van Nederland naar huis, de overheerlijke opgewarmde zuurkoolstamppot met worst van mama die mijn heimwee vol geweld nieuw leven in blies, mijn persoonlijke en uitgesproken mening over Obama, Syrië, PRISM en de luierverwisselingsfrequentie van de hollandse bejaarden, de nieuwetijdse mummie van Nordrhein-Westfalen of mijn imminente salary cut.

Ach.
Nee.

Ik ga gewoon maar weer een lekker potje op mijn rug staan.
Knikkende knie incluis.

…en dan

… en dan schreeuw ik mijn smart uit wronglove
maar je hoort het niet.

… en dan toon ik mijn innerlijkste aan jou
maar je ziet het niet.

… en dan werp ik mijn gevoel te grabbel
maar je begrijpt het niet.

… en dan vraag ik één enkele échte zoen
maar je geeft hem niet.

wrong time.
wrong place.
wrong person.

Next…

Void

Zeggen en doen.
Zijn twee paar schoenen.
Iets zeggen is zo makkelijk.
Te makkelijk soms…

“Ik hou van jou.”
Hoppa, daar staat het al! Maar doe je het ook? Van sommigen wel. Anderen zijn weliswaar heel lief maar echt houden van is dan toch nog weer een ander kaliber. Ook al zeg je het dagelijks…

“LIKE!”
Op een knop drukken (klikken) is makkelijk. Maar vind je het ook écht leuk? Veruit de meeste likes zijn nog altijd plicht-, beleefdheids- of gewetenslikes. En dat geldt echt niet alleen voor mij…void

“Ik denk aan je!!”
Oh echt? Welnee joh. Je zegt het en dan ga je verder met je dagelijkse beslommeringen terwijl je nog even met je moeder staat te bellen. En je denkt helemaal nergens meer aan.

“Je bent altijd in mijn gedachten.”
Maar ondertussen ben je ook veel te druk om met iemand in je hoofd rond te lopen. Het enige wat er in je gedachten rondspookt, is wat je allemaal nog moet doen, wat er misgegaan is en dat je moe bent en honger hebt. En verder enkel nog het achteloos en gedachteloos voortbestaan.

Ik wou dat je het meende…
Ik wou dat je écht van me hield.
Ik wou dat je me daadwerkelijk zag.
Ik wou dat je oprecht aan me dacht…

Maar als puntje bij paaltje komt,
lijk ik er toch niet in te zitten…

<Void>

.

.

.

PS:
even een PS. Dit blog is meer dan 3 weken geleden geschreven. Het is een volledig ad-hoc out-of-the-blue gevoelsdingetje. Ik dacht dat ik het na 3 weken wel ‘onopgemerkt’ op openbaar kon zetten, maar dat onopgemerkt lukt niet zo heel erg goed. Lieve mensen, IK ben de grilligheid zelve. IK ben degene met die gevoelsgolven. U hoeft zich geen zorgen te maken. Het is enkel maar ‘een’ blog…

get real

Echt. Zie nou ‘ns wat echt is en wat niet… die troebele blik van je, je schiet er echt geen bal mee op. Je ziet geen ene flikker en je valt over je eigen toetsen van ellende. Waarom die eeuwige melancholie, die oh zo grote ontevredenheid? Het helpt niet. Het helpt werkelijk nergens bij. Wachten op je eigen vent die steeds verder afdrijft en ondertussen ook nog dromen van een paar andere, waar héb je het nou helemaal over? Get real… dít is je leven. Dat weet je toch? Dit is waar je het mee moet doen en waar je genoegen mee zult moeten nemen. Op de rest kun je een halve eeuwigheid wachten. Of ook een hele, als het even tegen zit. Mens, durf te leven. Met dat wat je hebt… Maar nee, jij durft niet. Je moet meer. Je wilt per se meer. Want er is maar één leven. Eentje maar. Waar je alles uit moet halen. Maar je kunt het niet want je zit vast. Vast in je zelfgemaakte kooi. Je kunt tegen de tralies beuken. Misschien buigen ze dan wel een beetje naar buiten. Misschien heb je dan daadwerkelijk meer ruimte naar de zijkanten. Maar het dak van je eigen kooi komt zo wel steeds verder naar beneden. En ooit word je geplet door je eigen acties. Dat beetje meer vrijheid naar de zijkant maakt de ruimte naar boven steeds kleiner… Beuken tot het dak op je kop valt. Vliegen wordt toch niet meer wat. En dan… ooit… ben je dood. Door je eigen gewroet en je eigen gebonk tegen die onbreekbare spijlen.

Kom… Leer je kooi te waarderen.
Je komt er toch nooit uit.
Je hebt ‘m zelf gebouwd, remember.
En wat jij bouwt, is nu eenmaal degelijk.
Moeilijk te af breken. Heel moeilijk.
Jouw leven, jouw kooi.
Oh really. Get real…

kokosnooit

Geen idee wat ik hier nu neer moet zetten. Ik ben leeg. En compleet vol. Vol van alles. Fed up. Zoiets. Helemaal moe. Mat. Op. Ik kan me niet herinneren me zo leeg en tegelijkertijd zo compleet zat van het geheel gevoeld te hebben. Het enige wat ik wil is weg. Even weg van alles om weer helemaal alleen te zijn. Alleen met mijzelf. Oh ik ken mezelf. In no time zou ik niet meer alleen willen zijn omdat ik mijn kinderen en mijn man en iedereen om me heen mis, maar nu wil ik het even. Heel erg. Alleen. Niks meer moeten. Aan een compleet verlaten strand zitten. Voeten in het zand wurmen en het zilte zeewater erover heen laten spoelen. Alleen. Niemand die wat van me wil. Niks wat ik nog moet regelen. Niemand waar ik voor moet zorgen. Niemand die me kan bekritiseren. Niemand die me erop wijst wat ik allemaal niet goed doe. Omdat ik niks hóef te doen. Dan kan ik ook niets fout doen. Niemand die ik tevreden hoef te stellen. Niemand die ik hoef te voeden. Behalve mezelf. Met een kokosnoot. Vanuit de hoogste boom. Direct op mijn voorhoofd. Boem. En zoals we allemaal weten: Boem = Ho. Laat ik nou toch kokosnooit typen…

(een eerstegedachtesblog. Zonder editing, zonder verbeteringen, gewoon zonder te kijken neertypen wat er in me opkwam. Dit dus.)

(NB: klopt niet. Toch editing: Ik heb de eerste kokosnooit zonder na te denken in kokosnoot veranderd. Damn, nu typte ik alweer kokosnooit. En meteen weer verbeterd…)

Not alone

Tien vingers rusten op ’t toetsenbord. Blik wazig.
Ik hoef niet scherp te zien om toch te typen…
Maar het scherpe is weg. Alles is dof. En mat.
Soms heb ik dat. Nu dus. Onbestendig.

Een moment van in niemands leven aanwezig zijn.
Een moment waarop je weet dat niemand aan je denkt.
Een moment dat je alleen bent op de wereld.

Jouw wereld. Mijn wereld. Wat een werelden.
Verder uit elkaar gaat bijna niet.
Not alone. Zegt wie? So alone. Zeg ik.
En ik heb altijd gelijk. In mijn wereld.
Maar in jouw wereld ben ik niet alleen.
Alleen. Was ik dan té dichtbij. Bij jou.

Een moment van simpel in iemands hoofd rondwaren.
Een moment waarop je beseft dat een gedachte bij jou is.
Een moment dat je er samen voor kunt staan.

Not alone.

Niet?

Dromen mag altijd.

jij

JijJij
ja, jij…
je zegt
“dichtbij”.
Toch zo
ver weg
van mij…

Jij,
ja, jij…
te druk.
Wijst mij.
En zo..
wij stuk?
…het zij.

Jij,
ja, jij…
te goed.
Voorbij.
Doch au!
Het bloedt
in mij…

Jij.
Ja. Jij.
Ga goed.
Wees blij.
Zo veilig.
Zo weg.
Van mij.

.

.

(c) Lou

rookoor

In mijn hoofd is het een chaos. Het spookt.rookoor
En als je goed kijkt, zie je ook dat ’t rookt.
Uit m’n oren. En neusgaten.
Waar zijn die twee knullekes gebleven?
Waarom moet zij dat allemaal doorstaan?
Wanneer bak ik morgen nog die twee quiches?
Waarom houdt hij niet zoveel van mij als ik van hem?
Heeft zoon zijn pillen wel genomen?
Wat kan ik eraan doen?
Vandaag weer niet gedaan wat ik wou.
Shit, moet ik die eendenborsten nu nog marineren?
Raar dat je iemand zo lang niet kunt vergeten.
Even een receptje zoeken.
Waarom heb ik zijn verjaardag dan ook vergeten?
Ik verwaarloos mensen die me dierbaar zijn…
Ik heb zo’n gruwelijke zin in een glas wijn.
Waarom slaapt hij wel en ik niet?
Ik simpele ziel. Waarom denk ik in kronkels?
Komt het terug? Genezen maar toch niet?
Ik wil meer dan dit. Veel meer.
Had ik die rekeningen nou op de post gedaan?
Waarom deed hij dat? Waar zijn ze nu?
Waarom ben ik ineens uit de gratie…
Ik moet nog wat lampen inpakken, bijna vergeten.
Toch fijn, die wijn. Verdooft mijn zijn.
Maakt alle grote ellende voor even heel klein.
Led Zeppelin en Muse ook.
Rot rookoor…

Verleden leed

Leed.leed
Verleden tijd.
Het lijden voorbij.
En toch ook niet.
Eigenlijk gaat het
gewoon door
en blijft geleden
leed een lijden…

..

(c) Lou

Als een vlinder

Gisteren schreef ik naar aanleiding van een aantal dingen een spontane tekst. Ik plakte die op een foto van een vlinder en postte dat geheel op Facebook. Dichteres Janine Jongsma (dankjewel lieve Janine!!) was aangegrepen door de laatste zinnen en schreef ze anders op (namelijk onder elkaar) om er meer en betere nadruk op te leggen. En ineens ontstond er poëzie… Daarom wil ik het graag hier met jullie delen.
De tekst die eraan vooraf ging:
.
Ik vraag me echt oprecht af waarom de mens als zodanig niet in staat is om zijn soortgenoten met rust te laten. Als je elkaar vlinderniet kunt luchten of zien, ga elkaar dan tenminste uit de weg, vrij naar ’t motto ‘Live and Let Live’. Maar nee, er moet gelijk op elkaar ingehakt en -geslagen worden. Kinderen worden mishandeld en misbruikt, ouderen beroofd of simpelweg vergeten, dieren gekweld en doodgeknuppeld, nietsvermoedende mensen worden van hun fiets getrokken en in elkaar geramd. Men pest en mobt elkaar letterlijk de dood in. Probeert elkaar één of ander óngelooflijk geloof als ‘het enige ware’ op te dringen: my way or the stairway to hell. Soms komt er dan weer zo’n dag waar je ineens weer met je neus op het feit gedrukt wordt, dat de mens een raar en gewelddadig wezen met enorme en onnavolgbare hersenkronkels is. Ik ben weliswaar heel blij dat ik heel veel mensen ken die bewijzen dat het ook nog anders kan. Maar toch word ik er bij tijden ook intens verdrietig van en zou ik ’t liefst wegvliegen. Als een vlinder. Weg. Als dat wezen, dat door niemand gehaat wordt, door niemand gevangen, door niemand de vleugels uitgerukt of zonder reden platgedrukt. Onbereikbaar voor de ellende die we elkaar aandoen. Voelsprieten ingetrokken. Vleugels samengeklapt. In de allerhoogste boom. Op de meest broze tak. Gewoon. Onmenselijk.
.
.
.
.
Als een vlinder
..
als een vlinder weg
als dat wezen door niemand gehaat
door niemand gevangen wordt
.
door niemand de vleugels uitgerukt
of zonder reden platgedrukt
onbereikbaar voor de ellende
.
die we elkaar aandoen

voelsprieten ingetrokken
vleugels samengeklapt
.
in de allerhoogste boom
op de meest broze tak
gewoon. Onmenselijk.
.
 
(c) Lou
 

must have been love

but it’s over now…

de troela van Roxette krakeelt op de radio. Ik word er keer op keer so sad van, van dat liedje. Must’ve been good, but I lost it somehow. Niet eens zeker weten of het ook echt goed was, maar het zal allemaal wel zo geweest zijn. Dat onbestemde gevoel, dat ken ik. Niet weten hoe je verder moet. Aan de tafel zitten, erop los rammen op je afgesleten, glimmende, gore toetsenbord. Ik zie de restjes erwtensoep nog zitten. Moet ik nog schoonmaken. Weten wat je allemaal nog moet doen en hoe lang je lijst van urgente zaken is maar gewoon niet op kunnen staan om er aan te beginnen. Star blijven zitten. Verder typen. Beetje in het niets staren en nadenken over wat je nou éigenlijk het liefste wil, wat je in vredesnaam met dit hele leven aan moet. Wat dóe ik hier?

Van Roxette in één ruk door naar de vragen over de zin van het leven. Kan ik. Marie F. is inmiddels klaar met haar liedje en een vrouw op de radio heeft een Skoda Octavia gewonnen. Ze is helemaal in de zevende hemel. Een áuto! Ze kan bijna niet stoppen met jubelen. Ik  had liever wereldvrede gewonnen. Of een kop koffie die eindelijk weer smaakt.

It must have been love.
Is it really over now?
Nee, is het niet.
Ik proef het alleen momenteel allemaal even niet meer.
Ja, bitter. Dat wel.
Mijn liefdespapillen zijn stuk.
Allemaal.
Stuk voor stuk.
Stuk.

Blèh.
Gore smaak in m’n mond.

.

papillen

Iets met koppen, rompen en rukken

Ohhww dit is weer zo’n titel die veel clicks gaat genereren, wat ik je brom. Rukken does the trick. Maar ik kijk nu heel onschuldig naar Brigitte Kaandorp en ze zingt een liedje dat simpelweg gewoon pást nu. De woede is al wat gezakt maar nog steeds hè, nog steeds…

Ze zeggen wel de tijd heelt alle wonden,
en wat gebeurd is, dat is nou gebeurd
en wat gij niet wil dat u geschiedt,
doe dat ook een ander niet
daarom heb ik je kop nog steeds niet
van je romp gescheurd.

Oh, scheuren. Ze zong scheuren. Niet rukken. Shit. Nou, maar ik verander de titel niet. Laat ze maar komen, die klikkers.

Ze zong trouwens nog over  in de anus gepropte laptoppen en naaiende moraalridders, maar ik kan de complete lyrics niet vinden op Google dus hier laat ik ’t maar bij. Heerlijk, zulke wraakteksten. Eigenlijk is ze doodvermoeiend, deze Brigitte, maar ze heeft nog steeds prima benen en ik ben een absolute fan van haar liedjesteksten. Zó treffend. Zo ráák. Zo mij… ik herken mij in dit mens. Niet dat ik in netkousen en korset op een podium rond zou springen (je wordt duidelijk ouder, Kaandorp, maar je mag er nog steeds wezen), ammenooitniet, en zoveel woorden in één minuut zeggen als zij doet, is godsonmogelijk voor mij, maar haar humor is de mijne. Lekker sarcastisch. *like*

Maar even terug naar dat liedje. Een dag of wat geleden rees er ergens (ik vrees op facebook) de vraag of je gelooft dat ieder mens tot een moord in staat is. Nou is het woord ‘moord’ in principe direct verbonden met ‘voorbedachte rade’ en daar moet je toch wel een wat gevorderde gek voor zijn (niet dat we daar een gebrek aan hebben), maar ik denk wel degelijk dat iedere mens in elk geval tot doodslag in staat is. Of zo af en toe eens een moord uit passie zou willen plegen. Zo kwaad, zo intens gekwetst dat je iemand iets aan zou kunnen doen. Maar je doet ’t niet. Dat is dan weer het verstandelijke (en het schijterige…) in de (jaja, gebagatelliseerde ;-)) doorsnee mens. Gelukkig.

Eergisteren droomde ik nogal levendig. Ik hielp iedereen om zeep die mij ooit kwetste, die de mensen die ik lief heb pijn deed en ook degenen die me figuurlijk al zó lang in de weg stonden op mijn weg naar het geluk. En het voelde zó goed. Alleen bleef ’t natuurlijk niet verborgen, ik ben geen professional serial killer, zelfs niet in mijn dromen. Het vluchten werd steeds lastiger. Want door dat wat ik deed, moest ik ook juist mijn geliefden in de steek laten en heel hard van ze wegrennen. En dat kon ik dus niet…

’s Ochtends wakker was ik dan toch blij dat ’t maar een droom was. Maar oh wat had ik ze graag…
Als ik een hitlist had, was-ie lang. Maar ik heb er dus geen.

Ik maak ze allemaal hartstikke monddood met liefde.
Veel effectiever.

Waar blijft die kloterige rotlente eigenlijk…

Kast

De kast is laag vandaag. Werd me daarstraks verteld. Kan kloppen. Ik zou ’t niet weten: ik zit er sowieso altijd op. Ik wóón op die kast, you know… Ik kom er ook zelden vanaf. Prima plek, van daaruit kun je alles meteen overzien en de nodige omgevingsobjecten even toejubelen, mocht dat nodig zijn.

Nee gekheid. Ik woon helemaal niet op een kast. Olifanten passen niet op kasten. En ik spring er ook niet steeds op, kan ik niet eens (kloteknie). Eigenlijk ben ik zelfs redelijk relaxed momenteel (wat wil je hè, met zo’n hoofd, gheheh). De grootste stressdingen voor nu even achter de rug. Ikzelf, die langzaamaan beter wordt. De zorgen niet minder, de irritaties ook absoluut niet, maar dat is OK. Dat hoort er blijkbaar bij. Will deal with that later.

Ik heb een nieuw elektronisch speledingetje (een tweede foon, het tegendeel van mijn Note: een Mini. Schattig dingske) dus ikkast ben een happy chick. Man heeft zelfs een heleboel nieuwe elektronische speledingetjes: een geluidsinstallatie (die die idioot van de bezorgdienst gewoon pontificaal voor de deur in de sneeuwdrab zette toen ik niet thuis was: theoretisch kunnen we nu dus zeggen dat we het ding nooit gekregen hebben want een handtekening voor de ontvangstbevestiging heeft-ie niet en  misschien heeft iemand ‘m wel meegenomen in de tijd dat ik weg was, weet hij veel. En ik heb ook uitdrukkelijk gezegd dat ik dat NIET WIL!!) (Oh jah. De kast), twee gigantische boxen (dik 20 kilo per stuk…) die ook nog in MIJN woonkamer moeten komen te staan, een hoop kabelprut met blingblingstekkertjes en twee kleinere pakketjes. Geen idee wat daar in zit en ik geloof dat ik ’t ook niet wil weten ook. Maar ik mag lijen dat man nu dan ook echt happy is. In ieder geval is dit één van zijn uitingen van een vette midlife crisis. Volgens mij dan. De één doet een nieuwe sportwagen op, de andere vist een bloedjong skoon wieveke uit ’t net en die van mij gaat met vol geweld voor de subwooferboostermegasounds. Niet dat hij voorheen nou zoveel muziek luisterde, neuhhh joh!! Maar goed, wat niet is, kan nog komen.

Je hoort mij niet klagen. Liever dit dan dat skoone wieveke. Alhoewel… het één sluit het ander niet uit natuurlijk… hmmm. Niet over nadenken. Wat niet weet, wat niet deert enzo… Ik kan me lang opwinden over de noodzakelijkheid van zo’n installatie, maar dat houdt die verhipte kast niet uit.

En dan moeten we ook nog een nieuwe kast.

Gudderig

Zo heet dat. Als je het steeds een beetje koud hebt en er af en toe een rilling door je heen gaat. Niet ijskoud maar gudderig. Net als het weer. Dat kan ook gudderig zijn. Godderen, gudderen, gidderen, schijnt allemaal ’t zelfde Nedersaksisch te zijn voor ‘met kracht neervallen‘. Stamt van geuren/guren. Dat betekent ‘als stof ergens uitvallen‘. Laat ik dat nou best wel graag willen… tot stof worden en dan lekker ergens uitvallen. Bij voorkeur uit een palmboom ofzo. Of uit een hete luchtballon zonder parachute… Even dwarrelen en dan vet crashen. Ja, dat lijkt me wel wat.

Ik ben gudderig. Mijn lichaam en mijn stemming zijn gudderig. Het weer is sowieso gudderig. En mijn ogen zijn gudderig. Ze vallen letterlijk met kracht neer. Alsof mijn oogleden twee doeken met loden baleinen zijn die na een volledig mislukte voorstelling versneld dicht smakken zodat het toneel in ieder geval vast niet meer te zien is. Snel weg.

Ik zou zo graag willen gillen. Gillen dat dat meisje van vroeger echt nog wel steeds ergens heel diep binnenin mij zit. En in een hoekje zit te huilen. Ik zou willen brullen dat ik nog steeds goed genoeg ben. Voor jou. En jou.  Schreeuwen dat je op moet rotten met je kritiek en je kleinerende opmerkingen. Ik zou je hardhandig door elkaar willen schudden zodat je eindelijk wakker wordt en ziet dat ik de moeite waard ben. Maar het is zó lastig om jezelf door elkaar te schudden…

Ik roep. darksoul

Maar degene die het werkelijk zou moeten horen, is doof voor mijn geschreeuw.
Ik kan mezelf niet horen…

God wat is het donker hier binnen zeg…

Ik wil fluoriserende lichtknopjes in mijn ziel.

.

.

.

.

(Maakt u zich vooral geen zorgen. Het gaat goed met mij. Ik zat te twijfelen of ik dit er überhaupt bij zou zetten, maar zieleroerselen en realiteit hebben niks met elkaar te maken. Niemand hoeft zich zorgen te maken over mij. Dat kan ik zelf nog altijd het beste.)

Woorden

Eigenlijk is ’t maf. Ik produceer hier dingen waarvan je zou kunnen gaan denken dat ik een borderliner ben. De ene dag ben ik überhappy, de andere diepdepressief. Zo lijkt ’t althans. Dat kunnen woorden doen. Platte tekst. Ik heb een off-day, ben sjaggie en verdrietig en melancholisch, heb even nergens zin in en blijf wat stilletjes onzin produceren. Ik zit met dingen waar ik zelf uit moet komen of zelf wat aan moet doen. Ik schrijf een blog en dat lijkt dan al gauw op een persoonlijke wereldondergang. Zou je me op straat tegen komen en vragen hoe ’t gaat, zou ik zeggen: “och… gaat wel hoor.” Vraag je door, krijg je een paar dingen van die berg hommeles die ik gisteren opsomde maar ook lang niet alles, vermoed ik.

Zaterdag was een heel mooie dag, ik heb bewust genoten van een heel aantal dingen en dat gedaan waar ik zin in had. In je achterhoofd spoken wel al de dingen rond die je bezig houden en verdrietig maken maar ze worden toch heel even zachtjes wat op de achtergrond gedrukt. Gisteren was het andersom. Alles drong zich op de voorgrond, niks meer om blij van te worden. Zo leek het. En dat weerspiegel ik. Vanochtend had ik een ochtendhumeur maatje kilimanjaro. Dat werd in de loop van de ochtend wel beter, er kwam weer wat humor tot leven. Tot vanmiddag. Weer een noodlottig bericht. Verdriet, angst, schrik bij één van mijn allerliefste vriendinnen. Dat hakt er dan weer in. Lieverd, ik denk aan jullie. De hele tijd. Heel, heel onnoemelijk veel sterkte. Ik duim me suf. Moet goed komen. Moet gewoon. Hearts will mend… literally. ❤

En toch. Toch  zijn het maar woorden… Woorden op één of ander display (ik ga er maar even van uit dat niemand mijn blogs gaat zitten uitprinten. Dat zou wel heel erg veel eer zijn…) Er zit zó veel meer achter. Gevoel. Hoop. Liefde Wanhoop. Medeleven. Woorden zijn heel fijne dingen. Maar soms zeggen ze veel te veel, staan ze bol van iets wat in werkelijkheid helemaal niet zo prominent is. En soms zeggen ze juist zo weinig dat een ander er zelf van alles in gaat lezen. Of ontbreken ze compleet en is juist die stilte oorverdovend en maakt dat je intens verdrietig.

Ik wou dat woorden voelbaar waren.
Gevoeld zoals ze waren bedoeld.
Geïnterpreteerd zoals beweerd.
Meer dan enkel die korte sensatie in je oor of dat beeld op je netvlies.
Ik wou dat ik er zoveel meer in kon leggen dan nu het geval is.
Altijd maar “komt goed” mompelen schiet ergens ook niet op…

Op

Dat is ‘t.
De koek is op.

De sociale communicatiekoek zeg maar. Ik heb er momenteel de energie niet voor. Het is misschien lullig maar het is wel zo. Ik vermoed dat een winterdepressie-achtig iets er mede schuldig aan is. Ik ben moe, uitgeblust, gedemotiveerd, nog moeier, heb een hoop pijn (rug, nek, hoofd), weinig energie en nergens zin in. Een griepje onder de leden, dat zou ook nog kunnen. Alles doet zeer. Hoofdpijn, de tranen redelijk hoog. Dat dus.

En dan heb ik dus geen zin meer in communiceren. Het hoogstnodige wel (en dat ‘hoogstnodige’ neemt dan vooral de vorm van m’n lieve zus en mijn pap&mam aan) maar verder ben ik enkel redelijk stilletjes op de achtergrond aanwezig. Een plek die me op dit moment eigenlijk wel heel goed bevalt. Klep dicht en koekeloeren. Is nieuw voor mij. Maar ’t bevalt. Ik ben er wel, ik lees wel wat maar ben niet echt merkbaar. Een dag als gisteren geeft me dan wel weer een kleine boost, dat wel. Dan merk je weer wat écht belangrijk is. Maar vandaag was het weer redelijk slopend hoewel het toch ook wel gezellig was bij onze vrienden. Maar het moeten praten, het gezellig moeten zijn, het geïnteresseerd moeten blijven, dat was vandaag ergens moeilijk op te brengen. Ik was vanmiddag werkelijk het liefst weer in mijn bed gekropen, opgerold, dekens over de neus, slapen. Was zelfs vergeten om mijn mobiel mee te nemen en dat wil wat zeggen. Ik heb ’t ding ook niet echt gemist. Dat zegt misschien wel nóg meer.

Ik schrijf daarentegen nog wel graag (vandaar ook dit blog weer). Dat is namelijk toch hoofdzakelijk een éénzijdig iets. Ik ratel er op los en men leest ’t als het hen past. Of niet. Ook goed. Reacties zijn altijd fijn (heel fijn zelfs), maar ik voel me niet standaard verplicht om daar dan weer op te reageren. Soms doe ik dat, soms ook niet (vergeef mij). Daarom is een blog ook zo’n lekker iets. Ik pleur erin waar ik over pieker, wat ik denk, wat er aan onzin in mijn hoofd rondspookt en wat me bezig houdt. Dat kan door anderen als saai of irritant ervaren worden, ook dat vind ik best. ‘t-Is mijn blog. En mijn hoofd…

Een hoofd dat raar werkt, ik weet er alles van. Een maalhoofd. Een piekerhoofd. Een zwaar hoofd. Een intern meervoudig hoofd… Een liefst verdoofd hoofd. Ik verzuchtte het al eerder: ik wou dat ik een knop had waarmee ik in m’n bovenkamer de boel gewoon uit kon doen. Als een lampje. Klik. Uit.  Niks meer denken, geen gepieker, geen vergeten dingen, geen moeten, geen pijn. Gewoon UIT. Maar zo’n knop heb ik niet en daarom ben ik dus niet ‘uit’ maar ‘op’. Van m’n eigen gedachten en gemaal. Ik kan bij wijze van spreken nog nadenken over waarom ik nu toch ineens weer een blog typ. Had ik er dan zo’n  zin in? Moest ik nou echt iets kwijt? Waarom typ ik? Waarom typ ik nu precies DIT?? Wat is überhaupt de zin van bloggen? Het is eigenlijk een redelijk onzinnige bezigheid. Je schrijft je hoofdinhoud op en laat anderen nog meegenieten ook. Maar eigenlijk kan ik het allemaal net zo goed weer met een pen in een boekje schrijven, zoals ik dat vroeger deed. M’n gedachtenboekjes van toen (hier een voorbeeld van mijn 1.0-schrijfsels…) waren (en zijn) goud waard. Voor mij dan. Alleen voor mij…

Als ik dan zo zit te typen zie ik dat m’n man wél een UITknop heeft. Die gooit de TV aan (‘click’), klikt naar kanaal 18 (Arte, steevast garant voor oersaaie documentaires) (‘click-click’), propt een kussen onder z’n hoofd en slaapt. Uit. Klaar. En ronken maar. De TV loopt naar mijn mening werkelijk voor niks te blaten, maar als ik ‘m uit doe, is man meteen weer wakker dus ergens heeft het ding toch overduidelijk een slaapverwekkende werking. Blijft die TV aan, blijft hij uit.

Wáárom kan ik dat nou niet… *jaloers naar ronkende man kijkt*

Ik pak zuchtend het laatste glas weekendwijn (het ís nog weekend hè) en typ er maar weer op los.
Wat anders kan ik blijkbaar niet.

I’ll be back. Da’s een ding wat zeker is…

Thuisbrenggesprekken

Buurmeisje speelde vanmiddag hier. Gebracht door haar vader de buurman want ze durft niet alleen naar ons toe te komen. Én ze durft die ca. 200 meter dus ook niet alleen terug naar huis te lopen, daarom brachten dochter en ik haar even. Dochter op haar step, buurmeisje op haar bobbycar en ik op m’n wintercrocs…
“Kom skattie, we brengen Mina naar huis”
“Okeeeejjj dan… schoenen aaaaannnn… muts opppp…”
“Héé mijn muts met konijnenvelpompon ligt op de grond!!” gilt Mina.
So what. Zal de kat wel gedaan hebben.
Met z’n drieën lopen we rustig naar het huis van de buren.

“Hey Mina… volgens mij is er nog niemand thuis. Kijk maar, alles is donker.”Feld
“Oh jawel hoor, maar papa slaapt vast. Dat doet-ie altijd als mam aan ’t werk is. Daarom moet ik ook weg.”
Aha. Dat vermoeden had ik al wel vaker op vrijdagmiddag.
“Waar is Max [buurjongetje] dan?
“Die heeft-ie daarstraks naar een vriendje gebracht, voordat-ie mij bij jou bracht.”
“Oh. Aha. OK… Nou we kijken wel even of-ie thuis is.”
Buurman doet met slaperige ogen de deur open. Warempel.
“Ahh haiii! Dat is snel! Oh ehh, bedankt voor ’t thuisbrengen.”
“Null problemo. Doeiii Mina! Fijn weekend!”
Dochter loopt naast de step en samen lopen we zo terug.
“Maham ik loop wel. Anders ben ik zoveel eerder thuis dan jij en da’s niet leuk voor jou.”
“Uhuhh…”
“Maham kijk, die boom groeit scheef. Zou-ie rugpijn hebben?”
“Vast.”
“Maham kijk, wat een modder hè, daar zou ik heel goed even doorheen kunnen rijden.”
“Uhuhh…”
Oh. Prut. Fout antwoord. Dochter ziet haar kans schoon en scheurt met haar step de drek in. Fijn…
“Maham kijk, Norbert schildert weer! Die schildert ook élleke dag hè…”
Norbert is onze kunstschilderende buurman. Hij maakt enorm grote, werkelijk wel heel mooie schilderijen. Met overduidelijke figuratieve naaktafbeeldingen, deels “in the middle of the act of all acts” of in één of andere slangenmensachtige omstrengeling. Voor een héél groot venster op de eerste verdieping en met héél veel licht zodat hij, en ook wij wandelend publiek, alles goed kunnen zien.
“Nèèhh, die schildert niet elke dag. Maar wel vaak, da’s waar. Maar ik zie Norbert nu nergens dus misschien is ’t Jannie die de boel boven even schoonmaakt of stofzuigt ofzo.”
“Duhhh zeg. Als-ie zelf rotzooi maakt, moet-ie ’t toch ook zelf opruimen??”
“Ja eigenlijk wel. Net als jullie dat altijd doen hè?”
Dochter antwoordt wijselijk niet en kijkt dromerig over haar step het veld in.
“Mahaaam… als jij later groot bent hè, wil je dan nóg een keer kinderen?”
En ik dacht óók wijselijk niets te antwoorden en een beetje het veld in te staren.
Maar die vlieger ging niet op.

“Mam?? Ik vroeg je wat! En als ik je wat vraag, heb je ook te antwoorden hoor!”
Gohhh, waar ken ik dat van :-S
“Ehh euhh… kinderen,euh… nou, als ze zo worden zoals jullie, dan zeker wel!”
*Grijnst in haar vuistje*
Pfoeh, heb ik dát zomaar even diplomatiek eruit geperst.

“Maar lieverd, eigenlijk bén ik al groot…”
“Ja hèhè, dat zie ik ook wel mam. Kijk, jij hebt vetrolluhhh!” [port en knijpt me sneaky in de zij]
“Haaaaaaaaahaha!! Jij bent gewoon Megamama!!”
en ze zingt op de melodie van Megamindy heel hard “meeeegaaaamammaaaa”

Misschien denk ik er toch nog maar een keer over na.
Over die kinderen die ik zeker wel wil hebben als ze zo zijn als zij…
Volgende keer mag ze Mina alleen naar huis brengen.

De wereld in drie vragen

Snelsnellersnelst moet alles gaan. En zijn. Snel uitgelegd en snel te begrijpen. Sneller te consumeren en snel nog even boodschappen doen. Snel bestellen en snelst op de plaats van bestemming. Zoals het eruit ziet zijn we met z’n allen eigenlijk  continu gestresst, lopen voortdurend kans op een burn-out en zijn voor de processen waarin we werken en leven absoluut en altijd überrelevant en onmisbaar (of we moeten van onszelf i.i.g. continu de indruk wekken dat we op ’t randje van het overspannen zijn staan want stel je voor dat dat niet zo zou zijn, dan waren we misschien wel zoiets ergs als onbelangrijk of zelfs – nog erginformatieer – vervangbaar…).

Nog nét op het nippertje halen we al die vréselijk belangrijke afspraken, zijn we – mede dankzij sociale media en moderne techniek – overal tegelijk en altijd bereikbaar en bewijzen we onszelf keer op keer opnieuw dat we ook echt die maximaal geïnformeerde, best opgeleide mensen zijn en wiens mening er ook werkelijk iets toe doet. De wereld draait om informatie. Informatie komt van het Latijnse “informare”: scholen, vormgeven, uitleggen, oftewel informeren. En dat draait enkel en alleen om de overdracht van materie, in welke vorm dan ook.

Het lullige is echter, dat duidelijke informatie m.b.t. bijvoorbeeld de volgens de maanstandskalender optimale dagen om je haren te wassen veel makkelijker te vinden is dan zoiets als objectieve en overzichtelijke info over alle crises die we heden ten dage doormaken. Eurocrisis, regeringscrisis, rechtspraakscrisis, milieucrisis, stilletochtencrisis, middenlevenscrisis, iedereen heeft wel iets van een expertenmening om rond te blaten over één of andere crisis. En als je dan voor een gefundeerde EIGEN mening alle argumenten van alle experts even door wilt spitten en het totaal aan opvattingen en informatie af wilt wegen, duurt dat wel zó gruwelijk lang dat die desbetreffende crisis al langggg weer voorbij is (of de wereld is inmiddels daadwerkelijk vergaan, dat kan natuurlijk ook).

Het zou zo gemakkelijk zijn als al het wetenswaardige, alles wat je nodig hebt om ergens snel (snelst!) geïnformeerd over mee te kunnen kletsen, in no time te lezen was in een mini-samenvattinkje ofzo. Een soort expertenservice-app voor de meelullende leek. Iets met “Ik, expert, beantwoord 3 vragen en u kom bij de essentie van uw thematiek uit”. Paar dingen aanvinken en hatsjikidee, je bent volledig en efficiënt geupdate. Geen gezond verstand meer nodig, enkel aankruisen en discussiëren maar.

Even een stom voorbeeld: een Pitbull heeft een kind gebeten (sorry hondenliefhebbers, ik zei al: stom voorbeeld) en je wilt je mening over Pitbulls geven. Dan open je de expertenapp (met een geweldige nerdy naam, zoiets als ExpApp ofzo) en doorloop je het voorgegeven vragenschema:
– waar gaat het om?
Intypen: “pitbull”. De volgende vraag rolt eruit:
– Zijn Pitbulls honden?
Expert: “ja.”
– Kunnen honden mensen doodbijten?
Expert: “ja”.
Conclusie: honden behoren tot dezelfde categorie als krokodillen, wolven en haaien en zouden dus als huisdier verboden moeten worden. Tadaaaaa! Met maar drie vragen naar een compleet gefundeerde mening.
(Jaja, ik ZEI toch. Stom voorbeeld. Maar ik heb zo gauw geen ander. Ik mis een app…)

Het enige rotte is, dat de hedendaagse aangelegenheden niet meer zo eenvoudig te reduceren zijn. Ontelbare lagen aan informatie, meningen, data, omstandigheden en aspecten liggen en lopen over en door elkaar heen. Daardoor is een actueel iets als bijvoorbeeld de “falende rechtspraak” (faalt-ie überhaupt wel? Of is dat enkel ‘één’ heersende kuddemening?) niet zomaar even met een paar vragen tot de absolute eenduidigheid terug te brengen. Wie te lang alles reduceert, trekt uiteindelijk alle verbanden kapot. Daar zijn politici dan weer heel goed in. En journalisten ook trouwens. Oh nee, dat is enkel mijn ongefundeerde mening. (Ik mis een app…)

“Verklaar de wereld in drie vragen…”
Sokrates zou waarschijnlijk meteen geantwoord hebben: “…en waarom zou ik dat moeten doen?”

Ik wou dat ik een uitschakelaar op m’n hoofd had.
*hamer zoekt*

Rot

 

De kerstboom gaat uit. Dat heb je met lampjes die veroordeeld zijn tot het werken met een tijdschakelaar. Maar zo’n drie tot vier weken per jaar word ik elke avond rond deze tijd een beetje melancholisch. Pats. De lieflijke lichtjes doven. Te vroeg. Waarom ik die verhipte schakelaar niet gewoon op een uur later uitgaan zet, beats me. Misschien heb ik het nodig, deze melancholie voor het naar bed gaan. Lenny Kravitz bromt in m’n oren dat ik de love moet laten rulen. Ga ik zo doen. Ik voel m’n rug, nog een teken dat ik oud word.

Rotrug. Rotlampjes. Rotmelancholie. Rotslaap.

Gelukkig ben ik gek op Rot.
Schön Rot ist nicht häßlich.
Toch?

tehuis

Zu Hause.
Te huis dus?
Het is thuis, maar ik moet nog even wennen… na een week onder de vleugels van m’n ouders zit ik na een dagje incidentloos autobahncruisen met onze Auwdi dan toch weer in terug de Heimat. Een deel van de troep inclusief het kapitaal aan hollandse kaas en stroopwafels is zelfs alweer opgeruimd, een ander en groter deel nog niet en ligt her en der verstrooid in de gang en de kamer. Ik heb er geen zin meer in. Het is redelijk koud hier binnen, ik schat rond de 19 graden en ik heb nog maar even een extra vest aan getrokken. En nog heb ik het koud… Tranen bij het wegrijden. Steeds verder weg van mijn lieve ouders die staan uit te zwaaien. Verder weg ook van mijn topwief van een grote zus. Van mijn andere lieverds en vrienden in Nederland die ik dit keer niet eens gezien heb. Het viel simpelweg niet meer in te plannen maar ik hoop bij m’n volgende nederlandbezoek toch wel weer wat meer mensen te zien. Ik mis ze. Allemaal. En toch ben ik thuis. Te huis. Mijn hoofd bromt nog steeds van het onverwachte doorzakken van gisteravond. Roze champagne en whisky, een interessante combinatie. Ik gaap me scheel, zit te rillen. Duidelijke tekenen. Slapen. In mijn eigen bed. Hopelijk voel ik me morgen weer thuis in mijn tehuis…

Happy world

Happyworld1Een hoofdmassage én vlechtjes-met-ingeharkte-luizenkam krijgen van je dochter.

Je verheugen op het aansteken van de échte kaarsjes in je kerstboom en op het feest van licht&liefde.

Samen met je kinderen een lachstuip krijgen van een feelgood-filmpje op youtube.

Je neus in een glas volle rode wijn dompelen en met het puntje het vhappyworld4loeistofoppervlak raken.

Opgaan in een gezamenlijke kerstdrumsessie, ook al kun je er dan geen hout van.

Koffie drinken en het laatste lokale nieuws bekletsen met twee lieve buurvrouwen tegelijk.

Zonder muts buiten staan, je ogen sluiten en voelen hoe sneeuwvlokjes tussen je haren en op je huid smelten.

Met z’n allen kaplakunstwerken bouwen en dan met stuiterballen omver schieten.

Dochter die met de hoofdmassagespin op haar hoofd brult: “woohooo ik ben een Alien en ik ga je meeeeeenemen!!!”

Een megagrote bak lychees leeg eten tot je ellebogen er letterlijk van lekken.

Een dankbaarheidskusje van je kat op je neus krihappyworld2jgen voor dat extra lekkere stukje spek.

Met je supermarktspaarpunten die knuffel-ui krijgen waarvan je zomaar ineens wist, dat je daar nou altijd al naar gezocht hebt.

De schilderijen-in-opdracht bíjna klaar hebben maar nét die laatste climax steeds weer uit kunnen stellen.

Noghappyworld3 maar drie zakjes die aan het adventskalenderlint bungelen. Samen met een geknutselde eekhoorn.

Lachen om de Maya-prijzen in een reclamespot op TV. Zo laag dat ze bijna ten onder gaan.

De lichtjes in je kerstboom zien en beseffen hoe goed je het hebt.
En hoezeer niks te klagen…

.

Happy world binnen een straal van 30 meter.
Oh.
Binnen een straal van één meter valt de wereld in duigen.
Dochter piest zoon over de voeten.

Happyworld5

Reunite please

Zaterdag had ik weer eens een reünie. Nu ben ik niet geheel onervaren in het reüniseren (van de middelbare school had ik ook al eens een reünie in 2005 en dat was absoluut meer dan enkel interessant en leuk) maar spannend blijft zoiets wel.

Dit keer was het een reünie van de World Jamboree, van het contingent van ca. 50 mensen waarmee we vijfentwintig jaar geleden naar Australië zijn geweest. De meesten daarvan heb ik in de eerste jaren daarna nog wel eens gezien maar al met al is ook dat toch alweer een krap kwart eeuw geleden. Ik vond het in ieder geval een blitzbezoek aan Nederland waard: hier wilde en moest ik bij zijn…

‘s-Middags kort voor tweeën. Toch wat onwennig loop ik met mijn bagage om het clubhuis heen. Gelukkig loopt Gert met me reunite-jamboreemee om me ook daadwerkelijk naar behoren aan de volgende partij te overhandigen. Als beloning krijgt hij gelijk een bak koffie terwijl ik de eerste mensen in de armen val. Wat is het heerlijk om die mensen van toen, die mensen waarmee je zoveel mee hebt gemaakt, zo maar ineens weer te zien. Ik neem afscheid van Gert (thanXXX voor alles, dear!!) en voel me eigenlijk gelijk thuis.
Gek is dat.
Nee. Fout.
FIJN is dat.

Er hangen overal toen-en-nu foto’s van alle deelnemers dus die ga ik eerst maar eens even bestuderen in de hoop dat ik straks toch nog wat mensen “spontaan” kan herkennen. Langzaam stromen er steeds meer oud-scouts  binnen. En elk van hen kijkt eerst licht grijnzend rond. “Ik ben het hoor! Herken je me niet meer?” Ehh… Shit. Nou nee… Een kwart eeuw gaat je niet in je kouwe kleren zitten en na twee zwangerschappen mis je toch minstens de helft van je hersencellen, dus toe, help effe? Ik ben ook heel erg slecht met namen trouwens. Gezichten onthoud ik wel, maar namen…

En dan begint het grote gekakel.
“Jemig wat ben JIJ veranderd…”
“Wat een boom van een kerel kan er uit zo’n klein opdondertje groeien…”
“Jij bent ook werkelijk helemaal NIETS veranderd hè, hoe doe je dat?”
“Wat doe jij nu dan?”
“Weet jij wat er destijds met A gebeurd is?”
“X komt niet want die zit in Ethiopië. En Y is op een conferentie in New York.”
“Ohhh jij bent er ook, wat LEUK!!!”
“Z heeft haar enkel gebroken, die ligt in het ziekenhuis :-(”
“Weet jij wat van B?”
“Wat ontzettend leuk om jou weer te zien!!”
“Hoeveel kinderen heb jij? Hoe oud?”
“Weet je nog van C, die toen dit-en-dat deed?”

De akoestiek van het clubhuiszaaltje draagt ook bij tot het weergalmen van de gesprekken, niet alleen in mijn hoofd. En ik geniet ervan. De perfect geregelde barbeque zorgt letterlijk voor dikke lucht maar het geavanceerde rookmeldersysteem schijnt het allemaal wel best te vinden. Ook prima. De organisatie was echt helemaal tiptop (Dankjewel Petra, je bent een kanjer!!! En je snurkt toch wel trouwens (heheheh), of lag dat aan de alcohol ;-P) en ik ben zo blij dat ik gegaan ben!! Ook leuk om te merken dat je, ondanks die decennia, toch nog een duidelijke klik met bepaalde mensen hebt. Alsof de tijd stil is blijven staan. Het geeft me zo’n goed gevoel. Ik ben nu nog steeds kapot van vier nachten niet of in ieder geval véél te weinig slapen maar het was het helemaal waard.

Ah toe, laten we het tot de volgende keer niet weer een kwart eeuw duren?

Voor jou

Je leest ‘t.
Zeg je.
Maar begrijp je ook?
Je ziet ‘t.
Zeg je.
Maar heb je oog
voor wat IK nu
zeg?

Ja, inderdaad.
Dit gaat over jou.
Geen twijfel mogelijk.
Zovele blogs deden dat
niet.
Ook al dacht jij misschien
van wel.
Je bent niet de enige.
Maar wat nooit was
kan ook niet meer komen.

Stroom mee
met je eigen leven.
Dan doe ik dat
ook.
Interpreteer niet teveel.
‘hinein’ 😉
Dan doe ik dat ook.
Niet.

… ♥ …

Dag hobbel

hobbel

Ben er overheen.
Over die rothobbel. Denk ik.
Geen idee waaruit deze hobbel nou precies bestond.
Maar hij ligt nu ergens achter me.
Plat te worden (nou ik nog…).
Wat kan een mens het zichzelf toch lastig maken, hè.

Had ’t moeilijk.
Met een grootse grootheid.
Die achteraf uit louter kleinigheden bleek te bestaan.
Ik denk nog steeds aan j… ach forget it. Doe ik niet.
Ik zei toch: doe ik NIET!! Gewoon niet.
Misschien ga ik het ooit ook nog geloven.
Jij ook niet aan mij.
Weet ik nu wel zeker.
Waarom ook?

Heb ’t op een rij.
Een ietwat rommelige rij, dat wel.
Wat er nou allemaal werkelijk in die rij op een rij staat?
Weet ik ook nog niet.
Maar het is duidelijk een rij.
En weg ben jij.

Verdorie.
Wat zie ik nou.
Een nieuwe hobbel.

En geen vluchtheuvel te bekennen…

te mat om te glanzen

Een blog waarvan ik niet weet wat ik ermee wil. Ja, een gevoel beschrijven maar toch ook weer niet. Een matheid die zich uitbreidt en die alle moois opslokt. Niet in de depressieve sfeer hoor, helemaal niet. Meer iets van alles hebben wat ik schijn te willen terwijl ik dat wat ik eigenlijk wil, niet kan krijgen. En dan weet ik niet eens precies wat dat, wat ik eigenlijk wil, nou is…

Wat een geleuter. Waarom heb ik het er überhaupt over. Omdat het me mat maakt? Omdat het me zachtjes en met een tedere touch wurgt? Omdat ik er niks mee kan? Alles is goed en niks is slecht. Duizend keer door het oog van de naald met hooguit hier en daar een acupuncturele prik. Een wakkerwordsteek die me nog slaperiger maakt. Een por die me even op doet veren. Meer ook niet.

Het blijft geleuter. Een vriend in persoonlijke wanhoop, een dochter met pijn, een chronisch zieke vriendin, een bekende die zich doodrijdt, alles relativeert. Een heerlijk weekend met de kinderen, een geweldig dansconcert, zeven brandende kaarsen en een glas rode wijn in een warm thuis net zo. Het mijne is goed maar ik heb voortdurend het gevoel dat ik niet genoeg geniet. Dat ik tekort schiet in het bewuste waarderen. Dat ik de gouden randjes van de dagen niet snel genoeg herken. Dat ik te mat ben om te glanzen.

Gisteren zag ik een zangeres optreden. Ze was als ik. Qua lichaamsbouw, qua stem (als ik dat al kan of mag zeggen) maar ook in haar hele doen en gestiek. In hoe en wat ze deed. Maar zíj stond dáár, in haar duidelijk te krappe, dunleren zwarte broek te zingen, te glanzen en te léven. En ik zat in de zaal. Ja natuurlijk, ik genoot. Ik bewonderde haar enorm. Zij die zo mij was. Maar ik wist meteen dat ik nooit die moed zou hebben om daar óók eens te staan. Ik schaam me teveel terwijl ik zou moeten weten dat ik me niet hóef te schamen. Ik ga niet genoeg voor de dingen waar ik zo graag voor zou willen gaan en verdoe m’n tijd met wachten tot een glimp daarvan me toevalt, wat ’t natuurlijk niet doet. De onzekerheid maakt me mat…

Is het genoeg?
Doe ik genoeg?
Kan ik genoeg?
Ben ik genoeg?
Lééf ik wel genoeg?

Glansloos gelul.
Werkelijk waar.
Matglans zou al leuk zijn…

Dingen

Denken over de dingen maakt dat ze meer dingen denkt. Dingen die er niet zijn maar toch zijn ze er ineens omdat ze ze tot leven denkt. Waarom niet gewoon de gedachten in de kiem smoren. Niet denken. Geen dingen meer ongewild reïncarneren. Het wil niet. Hoofd stroomt over, vingers glijden over het toetsenbord. Wat is ze blij met haar Scheidegger-diploma voor tienvingertypen. Wat had ze als dertienjarige een gloedhekel dat loodzware, met bontgekleurde knopjes bezaaide ding. De oefeningen. De lessen. Saaier dan saai. Maar wat hemels is het nu om zonder naar het toetsenbord te kijken neer te kunnen zetten wat er in haar op komt. Eerste gedachtes. Tweede. Derde. Ontelbare. En met die gedachtes ook de dingen. Nee, geen Tommyknockersdingen, zo erg is ’t niet. Maar de zwartheid die alles opslokt. Meer een Fog. Ja, zelfs Stephen King-fan is ze. Ook dat nog…

Dingen.
Waarom gebeuren ze.
Overkomen ze.
Zijn ze soms toevallig.
Of onbegrijpelijk.
Worden ze gedaan.
Zijn ze niet eerlijk.
Of überhaupt nodig.
Wat nou Lord of the Flies…
(oh Bruno…)
Dirigent van de Dingen, dát wil ze zijn.

Raar woord ook. Dingen. Er zit eind in… En gein. En enig. Het enige dat ze geinig vindt, is het eindige van al die dingen. Niks is voor eeuwig. Stel je voor dat dingen oneindig zouden zijn. Waar zou de ellende dan ooit stoppen… De ellendige dingen die ze niet weg kan troosten. Niet goed kan knuffelen. Niet weg kan typen. Niet uit kan vagen met correctielint. Of met een delete-knop. Die dingen zouden er dan voor eeuwig zijn…

Maak van die ene -n- een -i-?
Toe,
maak het
eindig

Black and blue

So comfortably numb

after just a split second
of feeling strangely dumb.
It’s quite normal, I reckon…
I wish I were so good.
No, wish I were just better
Never really understood
as to why it should matter.
You wanna be bad.
And so desperately loyal
to someone who had
no clue of my truely royal
sense of admiration
for a person so dull
as if under sedation.
Now banging my skull
against the concrete wall
of ignorant, dull bliss.
A love so incredibly small
Nothing but a major kiss.
What did I ever see
In a person sad as you.
Put you over my knee.
Butt black and blue.

But I’m not allowed to…

(c) Lou

En toch doe ik ‘t…

Eigenlijk hè…
Eigenlijk wil ik helemaal niet.

Ik wil niet koffiezuipend achter de laptop zitten.
Ik wil geen TODO-lijst met 268 things to do voor m’n neus.
Ik wil helemaal geen megavette boer laten.
Ik wil niet sloom en willoos door ’t leven dartelen.
Ik wil vanavond niet naar die ouderinformatieavond.
Ik wil dat stuk chocola niet in mijn mond stoppen. Echt niet!
Ik wil geen balansen voor jaarrekeningen op moeten stellen.
Ik wil niet maandelijks de prut-Acer van buuf repareren.
Ik wil geen uitgekauwde muizen van ’t tapijt pulken.
Ik wil niet moeten sporten voor m’n gezondheid.
Ik wil niet slapen omdat ik anders dood omval.

Ik wíl niet als huissloof en -slaaf door ’t leven gaan.
Ik wíl niet toekijken hoe anderen onrechtvaardig zijn.
Ik wíl niet niks doen terwijl iemand verbaal afgemaakt wordt.
Ik wíl niet accepteren hoe respect en fatsoen langzaam wegkwijnen.
Ik wíl niet met lede ogen oorlogen aan moeten zien.
Ik wíl niet steeds maar om aandacht vragen.
Ik wíl helemaal geen fatsoensgrenzen overschrijden.
Ik wíl niet aanzien hoe anderen de dood ingepest worden.
Ik wíl niet gewoon maar helemaal niks doen.

Maar ach.
Ik wou ook nevernooitniet opruimen.
En toch deed ik ‘t…

Dus er is nog hoop.

ief ief

Ik ben een hypothetisch heerlijk wief.
Een echt oprechte hartedief.
Ik heb jou zó ongeloveloos lief,
actief als ook iets te passief.
Ik zorg voor jouw gevoelsgerief.
Voor jouw wensen hypersensitief.
Dat werkt soms ietwat destructief
maar ach, zie het nou maar positief:
het is nog allesbehalve definitief.
En ‘heerlijk’ is ook al zo subjectief…
Dan dus enkel maar ‘een wief’.
Heb ik fijn weer een ander lief.
Er is wel een meervoudig ongerief:
Ik ben soms mega-onproductief
en ook zonder zinvol substantief,
met grote haat aan DE kettingbrief.
Dit even oprecht en informatief
en ook een klein beetje narratief.
Zonder enig geloofwaardig motief
ben ik een procrastinatief lekker wief.
Asjeblief, heb je mij nu nog stééds lief?
Dát biedt nog ‘ns toekomstperspectief…

Ach.
Tijd dat ik optief.

Uppie

Wat een dag. En hij is alweer voorbij. Mijn verjaardag in Nederland. Voor het eerst in 16 of 17 jaar (ik weet ’t niet meer precies…). In ieder geval eeuwig lang geleden dat ik het op nederlandse bodem vierde. Een megamix van toen en nu.

Een verjaardagsontbijt met m’n lieve pap en mam, met lekkere dingen én sublieme kadootjes op mijn ontbijtbordje. Net zoals vroeger, alleen nu met twee rondspringende kinderen en een man erbij. Mijn grootste rijkdom.

Zoveel felicitaties op facebook en twitter en whatsapp dat ik er echt helemaal flabbergasted van was. Dank jullie wel allemaal, wat een warm bad!!!

Sweet Christie die zomaar langs komt. Voor mij. Met een prachtig boekje met de mooiste zinnen, foto’s en spreuken erin én een verjaardagsmandala die nu daadwerkelijk af is 😉 Love you heaps, prachtig mens dat je bent!!

Mijn oh zo dierbare grote zus die me verwent met allerlei heerlijks, van cake-lollipops tot scrubcrème. M’n lieve nichtjes die met de kinderen ronddollen en lol hebben. Zou zó veel vaker zo moeten zijn.

Mijn peetoom en -tante die spontaan langs komen en gezellig meevieren want zo vaak komt ’t niet voor dat ik mijn verjaardag in Nederland vier. Zulke fijne mensen.

Liefste Heidy die zomaar ineens voor de deur staat, jij gek mens 😀 Jij bent één groot kado, weet je dat? ❤

En nu, nu is het twee november. Alweer een dik half uur. En ik ben klaar met verjaardag vieren. Iedereen is nu naar bed en ik zit hier achter mijn laptop, met het laatste glas wijn uit de fles. Ik. In m’n uppie. Luister naar de nederlandse radio met een Nije Dei en andere oerhollandse songs, maar ook met Jim Diamond en z’n “Should’ve known better” – puur jeugdsentiment. Ik word oud… En ik geniet van de rust. Mam zei daarstraks nog: “je gaat vást nog wel een blogje typen”. En ik ontkende natuurlijk in alle toonaarden: “nee zeg, nu niet meer, kom nou…” – maar kon het toch niet laten. Vandaag was een dag met een gouden randje. Een dag vol liefde. Een dag vol miezerregen, maar ook zó vol warmte…

Ik ben een rijk mens.
Niet meer jarig.
En ook nog lang niet jarig.
Maar ik hoop, dat als ik straks weer ‘ns een keer jarig ben, ik jullie allemaal nog bij me en om mij heen heb.
Mijn wereld is mij lief.
Mijn wereld, dat zijn jullie.

Allemaal.

Kus.

Maaggevoel

Dat gevoel dat je overloopt.
Dat gevoel van blijheid.
Dat gevoel van opluchting.
Dat gevoel van lach op je smoel.
Dat gevoel van alles komt goed.
Dat gevoel van houden van.
Dat gevoel van okee dan.
Dat gevoel van hoppaaaa, bergopwaarts.
Dat gevoel van “told you so”.
Dat gevoel van ik hou van jou.
Dat gevoel van overlopen van liefde.
Dat gevoel van de breedbekkikker.
Da gevoel van #BAM!!!!!
Dát gevoel.
Dat bedoel ik.
Dat heb ik.
Ik voel ’t in m’n maag.
Lekkerrrr 😉

Zucht van verlichting

Opluchting.
Ontlading.
Verlichting.

Diep doorademen.

(Te) lang moeten wachten.
Maar zoals ze hier zeggen:
“was lange währt, wird endlich gut”.
En zo is ‘t.

Vandaag gelezen en gehoord.
de mooiste woorden van de wereld:
Het IS goed.
lang geroepen: het komt goed.
Het is goed gekomen.

Nu verder.
Opkrabbelen.
Steunen.
Verwerken.
Accepteren.

Maar vooral:
In het kwadraat genieten van de goede, mooie en fijne dingen in het leven.

Ik ben BLIJ!!
BLIJ BLIJ BLIJ BLIJ BLIJ BLIJ.
Had ik al gezegd dat ik blij ben?
En opgelucht.

Kus voor jou lieve mama!!
Je bent een kanjer!!!

mijn lachpillen

“Ik moet een scheet. Dan loop je maar naar de gang. Ik kom nú weer terug hoor. Neeeee!! De stank komt pas later, blijf daar! Weet je wat nog lekkerder is op een pannenkoek? Neuh. Een vieze onderbroek. Waaaaaaaaaaaaaahhh dat rijmt!!”

Even een standaard tafelconversatie zoals die daarnet plaats vond. Ik zit ernaast en grinnik maar een beetje. Net als over dat plaatje van die reanimatiemuis, dat ik net op facebook zag. Ik kijk naar de eiffeltoren van zoon, die hij in minder dan een uur in elkaar gedraaid heeft en denk enkel: “OK… dat was te makkelijk voor ‘m”. Maar hij staat wel leuk op tafel. Dat wel.

Onlangs danig opgeruimd hier in de woonkamer maar daar is niks meer van te zien. In mijn blikveld minstens 2 barbiepaarden, een eiffeltoren (dus), gele verjaardagsblommekes, oranje vlaggetjes, een ufo, een archeologische dino, een nano-car racebaan, een nerf-machinegun en een paar TV-hangkinderen met in de ene hand een kat en in de andere afstandsbediening (van beide hebben we er 2 of meer, dus dat kan). Zoon zit alweer met z’n nieuwe netbookje op schoot, oefent typen en een of ander tekenspelletje. Het lukt ons echt wel hoor, om er een echte nerd zoals wijzelf van te maken.

De tranen zitten me zo hoog. De laatste dagen, nee weken, zijn doorspekt van emotie, verdriet, hoop, wanhoop, onzekerheid, pijn en stress. Ik kán niet meer. Ik wil niet meer. Ik wil weg. Naar Nederland. Maar ik voel me ziek, waarschijnlijk bén ik ’t ook maar dat kán gewoon niet. Ik laat ’t niet toe. Het mag niet. Vanmiddag dus toch maar de tuin in, weer een heleboel meer winterklaar gemaakt, planten gesleept en gesnoeid, potplanten ingepakt en naar een beschutte plek.

Dit weekend komt de winter. Vrieskou, sneeuw. Ik twijfel nog of ik de planten werkelijk naar binnen ga doen voordat we weg gaan. Áls we weggaan. Nee geen twijfel. We gaan. De katten komen ineens allebei naast me op de stoel zitten. Eentje kruipt er op schoot. Ze zullen het ook merken: niet alles is normaal op dit moment. Lieve beessies. Vandaag al een paar keer zomaar in tranen uitgebarsten. Om alle ellende en onzekerheid, om alle verdriet en pijn die er op dit moment is.

En toch maken m’n puinhoopproducerende, nerdy, eigenwijze, gestoorde kinderen me steeds opnieuw weer aan ’t lachen.

Wat zou ’t leven een trieste bedoening zijn zonder hen.

Mijn hoognodige lachpillekes.

Op naar morgen…

Doc Allmighty….

Laaiend.
Ziedend.
Briesend.
Woest.
Verdrietig.
Machteloos.

Meer dan anderhalve week wachten op levensbepalende uitslagen. Onderzoeksresultaten waar een toekomst van afhangt, waarna je pas weet hoe ’t verder zal gaan, waarmee je in het reine moet komen. Natuurlijk gaan die uitslagen gewoon goed zijn, dat kan sowieso niet anders. Maar waarom, wáárom is de medische wereld zo mensonterend bezig als het gaat om het zich houden aan afspraken… Als je ze sowieso niet na kunt komen, máák ze dan verdorie niet??

Nachtenlang wakker liggen, gevechten met de onzekerheid en de angst. Woelen gaat niet want dat doet teveel pijn. Toeleven naar die dag waar je meer te weten komt, te horen krijgt wat de stand van zaken is. Wachten op die ene afspraak. En dan een twintigtal minuten van te voren te horen krijgen dat de boel gewoon nog niet klaar is. “Sorry, u kunt weer naar huis rijden. Komt u morgen maar terug, hopelijk zijn de resultaten dan wel binnen”.

Daar sla je toch steil van achterover??? Sorry, maar dit kan toch niet… Het besef dat men met “echte” mensen werkt, lijkt steeds verder weg te glijden. ‘Mensen’ die zachtjes en berustend doodsangsten uitstaan. ‘Mensen’ die stilletjes wanhopig huilen omdat ze niet weten of ze weer normaal door mogen ademen of niet. ‘Mensen’ die in verlammende onzekerheid enkel nog wachten op die afspraak waar ze éindelijk meer zullen horen. Het duurt al zó lang…

En dan wordt die afspraak en passant even afgezegd.

Onmenselijk vind ik dat.
Overgeleverd aan de laksheid van de enigen die jou kunnen helpen.
Tijd en geld is blijkbaar allesbepalend, zelfs als het om mensenlevens gaat.
Triester dan triest.
Maar we slikken onze verbolgenheid in, drukken de onzekerheid met een sloot koffie maar weer terug in onze magen, slaan de ogen neer, zuchten een paar keer diep en wachten braaf verder af.
Tuurlijk doen wij dat, meneer de almachtige dokter.
Wat kunnen we anders…

Stik.

multi-me

Een berichtje van mij. En mij.
Oh, en van mij ook hoor!
Kop dicht jij. Deze is van mij.
Look who’s talking… Ik mag zeggen wat ik wil.
Hou op jullie, we zitten allemaal in dezelfde schuit, hoor.
Jij altijd met je gruwelijke verstandigheid en medeleven.
Jemig, jij dan? Eeuwig de sarcastische doemdenker.
Vechten jullie nog even fijn verder, schrijf ik m’n blogberichtje.
Jamaar ik wou ook wat zeggen!!
Rot op. Ik ben nu aan de beurt.
Doe maar lekker, ik krijg jou er toch wel onder, eigenwijs stuk vreten.
Vreten? Waar, waar?
Jij denkt ook eeuwig en altijd aan eten, hè.
Ja en jij aan de wereldondergang die iedere maand opnieuw plaats vindt.
Laat mij nou m’n blog schrijven, ah toe nou…

Het zijn er drie…
Twee zijn eruit gefloept.
De derde zit nog even heimelijk te vreten…

Geruststelling: het zijn geen persoonlijkheden.
Het zijn gewoon kanten.
Ik ben een kantig type.

gesjeesd.

Gesjeesd word ik ervan. Van dagen als deze.

Kwart over zes eruit, het ontbijt hectisch als altijd, stipt om 7:14 rennen de kinderen toch met praktisch al het benodigde én schoenen aan de deur uit en linea recta de schoolbus in. Ik ruim alles binnen op, vaatwasser uit- en inruimen, stofzuigen, katten verzorgen (die ik vanaf 4 AM om de haverklap de trap afgejaagd heb: ons ‘trapbeschermingskarton’ hebben we gisteren weggeruimd maar ik wil ze partout niet boven hebben, écht NIET. Dus moeten we ze nu bijbrengen dat ze niet naar boven mogen. Plantenspuit in de aanslag en hardnekkig cq. standvastig blijven…). Man de deur uit en vervolgens ik pak toch echt wel even mijn rustmomentje van de ochtend: met een grote mok koffie en m’n foon op ’t terras in ’t waterige ochtendzonnetje. Heerlijk. Dat moment heb ik dan toch maar mooi weer binnen.

Aan ’t werk maar zo geen zin… Een hoop rekeningrotzooi die opgeruimd moet worden, aanmaningen, belletjes. Geen leuk werk in ieder geval. Ik ben ’t zat, ik wil wat anders… Daarnaast heb ik de financiële administratie van de turnsectie van de sportvereniging op me genomen wat aandacht vergt, nu aan ’t begin van het tweede halfjaar van 2012. Iedereen moet weer betalen, de lijsten aangepast en bijgewerkt, mensen gevraagd naar de betaling en vooral: ter plekke bij de ingang staan en kasseren… Wat een chaos, die tent.

Kwart voor twaalf: beide kinderen komen binnenstuiteren. Klaar met school. Ik schiet overeind: shit het is alweer middag! Snelsnel eten koken. Spaghetti met rooie saus. “Alweer???” Ja. Alweer. “Oh lekker!”. Mooi. Ik moet ongesteld worden en dan ben ik altijd nogal kort aangebonden…  Eten en eetzooi opruimen en huppetee, allemaal aan de grote tafel: huiswerk maken. Ze treiteren elkaar tot en met maar we moeten dóór. Met z’n allen. Dochter tekent haar tweetjes en drietjes in een schrift met allemaal boogjes en bloemetjes ernaast. Het zal wel.

Zoon schrijft tien zelfbedachte zinnen in zijn duitse huiswerkschrift. Na een dik uur (…) klapt hij ’t dicht: “klaaaar!”.
“Moet ik even controleren, lieffie?” – “Neee neeee, hoeft niet.” Nou dan weet ik wel hoe laat ’t is. “Kom op joh, ik of de juf, dan heb je toch liever dat wij ’t samen verbeteren?” Zoon bokt. Ik moet kletsen als brugman om hem bij me te krijgen. Samen verbeteren we de eerste zin en hij barst meteen in huilen uit. Alweer. Geruststellen, de hemel in prijzen dat hij ’t écht heel goed gedaan heeft en dat we enkel even wat dingetjes verbeteren samen zodat hij dan weet hoe de woorden geschreven worden. Hoofdletters, omgedraaide letters, vergeten -n-en, verkeerde naamvallen. Alles zit er in dubbel- tot drievoud in, in de tien zinnen. Ik denk bij mezelf: “de volgende keer mag de juf ’t doen hoor, pffff.” Maar ik weet dan ook dat zij duidelijk minder lovend en meer degrondinborend zal zijn dan ik… Het lukt uiteindelijk. Ondertussen is het half vier en moet ik dringend door met m’n werk en m’n lijsten (en ik moet nog zóveel andere dingen doen…).

Tegen vieren maak ik wat broodjes en drinken voor de kinderen want ik moet zo weg naar de voetbal. Snel snel omkleden, om kwart voor vijf naar ’t sportveld. Trainuurtje met de jongsten van de club (4-6 jarigen). Ik moet eerder weg want om kwart voor zes moet ik alweer in de sporthal zijn om de gymmers op de lijst af te strepen en de bijdrages voor het turnen te innen of een overboekingsformuliertje te geven. Om tien voor half zeven weer thuis. Snel wat naar binnen stouwen, nog sneller kauwen, snelst wat eten voor de kinderen gemaakt die nog honger hadden en hoppaaa, weer naar de sporthal voor de volgende gymeenheid. Om kwart voor 8 weer thuis, kinderen met enige stemverheffing tot opruimen gemaand. Vanochtend was m’n huis nog zó mooi aan kant… Eigenlijk hadden ze al boven moeten zijn maar dat lukt dus nooit als ik weg ben. Man is er niet, die heeft avondschool vandaag. De kinderen zijn zo strontvervelend dat ik geen zin meer in voorlezen heb. Dan maar niet, sorry hoor. Komt niet vaak voor maar ik ben echt op.

M’n nek brandt heftig aan de linkerkant vlakbij m’n schouder (monnikskapspier?). Ik heb barstende koppijn. M’n linker oog heeft last van stuiptrekkingen (slaapgebrek?) en ik voel me intens moe.

En wat doe ik??
Een blog typen.
Ja. Inderdaad.
Gesjeesd…

Hoofdmoe

Een mat gevoel, teneergeslagen, dof. Zo moe in m’n hoofd ben ik. Lichamelijk niet, maar geestelijk duidelijk kortstondig oververmoeid. Niet meer in staat om de tranen tegen te houden. Het ene trieste nieuws na het andere komt binnen. Het ene verdriet na het andere maakt mijn ogen bijna vloeibaar. De ene zorg na de andere kan ik niet meer zomaar aan de kant schuiven. Gedachten malen zich een slag in de rondte. Have your cake and eat it. De angst en de onzekerheid maken er een sierlijk toefje bovenop.

Je anders zo rustige zoon die wanhopig in huilen uitbarst omdat hij wil weten waarom uitgerekend híj zo dyslectich is. Je moeder die ineens ernstig ziek blijkt en geopereerd moet worden. Een vroeger schoolgenoot die plotseling op de A1 om ’t leven blijkt te zijn gekomen. Het zó graag in Nederland en vooral thúis willen zijn maar het niet kunnen. Een idiote zak in een mercedes die me op ons landweggetje zo klem reed dat ik tegen de rand op moest rijden en een klapband kreeg.

Sommige dingen stemmen me enkel tijdelijk een beetje somber, andere hakken er zo ontzettend in dat ik mezelf even kwijt ben.  Op dit soort momenten voelt ieder mens de behoefte om zich terug te trekken. Ik wel in ieder geval…

Ik moet schilderen. Ik moet schrijven. Ik moet naar buiten. Ik moet slapen. Ik moet huilen.
Vervang ‘moet’ door ‘wil’.

Hoofdmoe.
Ja. Alwéér.
Prioriteiten.
Time out.
Laters…

Mijn innerste ik

Ongehoord

Wat ik niet zeggen kan
en niet kan schrijven
zal ergens diep in mij
toch bij me blijven

Ongehoord
maar in een lieve duisternis
verbergt zich iets
dat meer dan woorden is

(Toon Hermans)

Dát is wat ik bedoel.
Mijn binnenste ik.
Mijn diepste gevoel.
Een ingeslikte snik.
Mijn zwartste gedachtes.
Mijn opperinnigste wens.
Dat allerdiepste in mij.
Het unieke in mij als mens…

Dat.

Moet je altijd alles vertellen? Moet dat echt? Ik vind van niet. Er zijn dingen die ik simpelweg niet vertel. Niet aan mijn man, niet aan mijn ouders, niet aan mijn zus, niet aan m’n beste vriendinnen. Er zijn dingen die ik gewoon niemand vertel. Dat zijn MIJN dingen. Ze maken mij tot mij. En ik vind niet dat ik daarover ook maar iemand in moet lichten. Ik ben een individu met mijn eigen gedachtes en herinneringen en ik bepaal welke daarvan aan de oppervlakte komen en welke verscholen blijven onder die laag externe Lou.

Laatst had ik het erover (doet er niet toe met wie): moet je partner álles van je weten om je te kunnen vertrouwen? Moet je alles zeggen en vertellen om dat vertrouwen te winnen? Ik zou het niet kunnen. Alles vertellen. Het heeft geen zin, het levert alleen maar een hoop pijn, misschien zelfs boosheid of zware teleurstelling op. Waarom de ander belasten met dingen die niet veranderbaar zijn, die niets bijdragen aan de status quo, niets opleveren voor de relatie, geen toegevoegde waarde hebben voor anderen.  Weten is niet altíjd alles…

Openheid over de dingen die ook je partner direct aangaan is dan wel weer van groot belang. Wantrouwen kweken door mond houden en niets van jezelf willen laten zien is – in mijn bescheiden opvatting – het bittere einde van iedere relatie. Niet kunnen praten over wat je bezig houdt ook.

Maar mijn innerste ik is van mij.
En van mij alleen.
My deepest thoughts,
my darkest doom,
my inner Lou,
my personal head room.

Mine.
Sorry.
Ook u komt er niet in.

I get a feeling…

woohoooooo…

Raar gevoel. Beetje moe.  Volle, drukke dag maar niks relevants gedaan. Enkel dingen die gewoon moeten gebeuren zoals zoveel wat je automatisch doet omdat het je taak is. De kinderen zijn buiten aan ’t balgen, de één in de hangmat, de ander in de hangstoel, en maar schommelen, op de kop en met de tong uit de mond. Dochter hinnikt erop los en kletst een hoop onzin. Eigenlijk moeten we vanavond naar één of ander wijnfeest maar ik heb geen zin.

Ik kijk om me heen en zie enkel nóg meer dingen die ik wil doen. Die ik nog moet doen. Die ik zou moeten doen maar niet doe. Ze liggen er deels al maanden… Ik ben de laatste tijd meer adhoc bezig. Dingen op het laatste nippertje, niet eerder dan écht nodig. Soms zelfs nét te laat. De maandrekening van m’n werk die voor de 15e bij de accountant moet liggen. De kadootjes van dochter die dinsdag jarig is. Een paar CDs met foto’s branden voor een vriendin. De schoolspullen van de kinderen in orde maken want overmorgen begint het hele circus weer. Een taart en een salade maken voor het straatfeest – ik herinnerde me pas gisteravond per toeval (door wat een vriendin op facebook zei, notabene) dat dat morgen al is en dat ik nog niks in huis had. Had ik morgenochtend even op mijn neus gekeken als ik er dan pas achter was gekomen. Met inpakken voor de vakantie begon ik vroeger minstens 3-4 dagen van tevoren en dan vanzelfsprekend met een paklijst erbij. Nu denk ik een paar uur voor vertrek “verhip, laat ik eens wat dingen in gaan pakken…”

En ik vergeet dingen. Nét een afspraak gemaakt, moet ik een half uur later toch nog weer navragen welke dag we nou precies hebben afgesproken. Ik moet mensen (therapie zoon enzo, die categorie) bellen en ’t schiet er gewoon bij in. Ik loop naar de gangkast en voordat ik de deur opendoe, weet ik al niet meer wat ik wou halen. Ik moet een werkfax (jaja, er zijn nog steeds faxenden in deze werkwereld) sturen naar een nummer wat ik altijd zo uit ’t hoofd op m’n janboerenfluitjes in de fax ramde. Ineens moet ik het opzoeken…

Het is zó NOT me… ik de planner, ik de vervooruitdenkster, ik de allesonthoudster,  ik de onzekerheidsmijdster… Blijkbaar is dat verleden tijd. Hoort dit ook bij dat middenlevengedoe? Niet dat ik het erg vind hoor (nou ja, dat vergeten is wat minder fijn moet ik toegeven). Ik ben er duidelijk een stuk relaxter door. Ik doe de dingen die ik leuk en fijn vind eerst en dan komt de rest (ooit) wel. Tot nu toe denk ik aan alles toch nog steeds nét op tijd. Rottig wordt ’t pas als ik overal nét te laat aan denk…

Ach, daar denk ik nog maar even niet aan.

Wat een onzinblog eigenlijk…

Ik zou wat minder moeten denken.
Nóg wat minder.
Gaat me lukken.
Denk ik…

In de knoop

Knopen. In mijn maag, aan m’n broek, in mijn haar en in mijn gedachtengangen. Knopen in mijn hersens en in m’n vingers. Knopen in m’n zakdoek heb ik niet want ik gebruik geen stoffen zakdoeken. Nooit gedaan ook (yuck, vies, zo’n snotlap).

Veel van die knopen neem ik voor lief, de meesten merk ik niet eens meer. Sommige zijn zelfs handig om de boel bij elkaar te houden. Met andere moet je leren leven. En sommige moet ik toch echt weer uit de knoop zien te krijgen…

Vastknopen.
Ontknopen.
Aanknopen.
Opknopen.
Losknopen.

Doorhakken…

Welke knoop ontrafelt de wirwar?
Hoe knoop jíj dat aan elkaar?
Zoveel zwaar knopende zaken…
Ach toe, friemel even aan mijn knoopjes?
Wat is dat opgeknoopte gevoel?
Ik kan er geen touw aan vast knopen.
Hoe ontwar ik dat wat niet eens is?
Vraag me nou ‘ns waar de knoop zit…
Ontwar mijn knoop even voor me?
Hmm. Sjor ik er toch teveel aan?
Aan welk touw moet ik dan trekken?
Ben jij ook zo in de war…
Waar is die klittenkam?
Kun je knopen in je maag verteren?
Hoe knoop ik ‘m ’t snelst op…
Strikje erom??
M’n verstand zit hopeloos in de knoop.
M’n hart ook trouwens.
Knoop ik er maar een end aan?
Aan welke boom?
Enzovoort.

Mijn wereld hangt met knopen aan elkaar.
En als ik nou ‘ns de verkeerde knoop eruit haal, wat dan?

Welke knoop in mijn wereld ben jij?

(En ik heb duidelijk niet alleen knopen, ik heb ook nog kronkels…)

Groepstherapeutisch vuurtje

Een fikkie stoken. Lekker warm. Vooral met de mensen waarvan je houdt, samen rond het vuur zitten en praten over goden, demonen en de wereld.

Er miste een evenmooi lief mens, maar ook dat wordt binnenkort dubbel en dwars goed gemaakt. Mensen met een draad. Een hele sterke draad zelfs. Een ijzerdraad. Nee, een roestvrijstalen draad. Het klopt gewoon.

Samen naar de meteorenregen kijken. Tig vallende sterren zien, zachtjes dingen wensen. Of ook niet. En dan merken dat de vierde 1000 kilometer verderop hetzelfde ziet. En doet…

Praten over liefde, leven en vertrouwen. Lachen, begrijpen.  En weten hoe het in het hoofd van de ander toegaat. Voelen dat het goed zit.

Noem het wat je wilt.

Ik noem ’t groepstherapie ^_^

overlopen

Ik kan het echt niet.
Dat van jou afblijven.
Ik kan het niet.
Ik wil je horen, wil je lezen.
Ik bijt m’n vingers eraf
Om vooral niet te vragen.
Niet te reageren.
Niks te zeggen.
Ik mág niet van mezelf.
Over. Loslaten. Laat hem.
Laat zwemmen die hap.
In dat eigen vaarwater.
Maar het is zo moeilijk.
Om er niet meer te zijn.
Om niks te zeggen.
Om te snappen.
Je met rust te laten
En niks te doen.
Waarom ik jou.
Waarom jij mij niet.
Waarom kan ik het niet.
Ik loop over.
Ik wou dat jij ook ‘ns overliep…

Koffie

Ik word gék van mezelf.
Een overlopend hoofd.
Een op barsten staand hart.
Glinsterendvochtige ogen.
Intensiteit in het kwadraat.
Voel te veel en te sterk.
Het is net een stereo die knetterhard staat.
De beat is letterlijk voelbaar.

Sie mag Musik nur, wenn sie laut ist
Das ist alles, was sie hört
Sie mag Musik nur, wenn sie laut ist
Wenn sie ihr in den Magen fährt
Sie mag Musik nur, wenn sie laut ist
Wenn der boden unter den Füßen bebt
Dann vergisst sie, dass sie taub ist…

Maar ik ben niet eens doof…
Ik voel het, ik hoor het.
Het beukt in mijn maag
Ik wou dat. Ik wil zoveel.
Het zit erin en kan er niet uit.
Gek word ik ervan.
Geuren die zo hard binnenkomen
dat je je ogen dicht moet doen.
Gevoel dat zich zo sterk opbouwt
dat je borstkas uit elkaar knalt.
Verlangen dat zo groot is
dat je wel iets móet doen.
En dan…

…is er koffie.

Het zal wel weer m’n eisprong zijn.
#zucht

Zondagmiddagen

Tja, als je met zondagochtenden begint, moet je met zondagmiddagen verder hè. Die komen er op de één of andere manier automatisch achteraan, het is niet anders.

Wat is dat toch met zondagmiddagen. Ergens doe je geen flikker maar ontstressen lukt ook niet. Ik heb de lamssteakjes voor vanavond maar even gemarineerd. De kinderen hebben hun zwaarbegeerde koekjes gemaakt, gebakken en gegeten in hun zelfgebouwde stoelenhut midden in de kamer. Ook dat hoort erbij. Dochter is nu misselijk, naar eigen zeggen, en ligt te kreunen in de hut. Zoon heeft een betere rem en ligt uit te buiken op de bank.

Ik heb de halve tuin gesnoeid. De andere helft komt later wel. Op dit moment probeer ik zin te maken om nog met de rozenstruiken aan de gang te gaan, maar die zin is ver te zoeken. Ik heb bij ’t snoeien de snoeischaar met vol geweld in mijn linker pols gespietst, net de slagader gemist. Wat een mazzel. Een klein maar behoorlijk diep wondje rijker en een paar milliliter bloed armer. Elvis en Elton slapen door alles heen. Ik weet het nu zeker, we hebben er duidelijk twee van het soort “slaapkat”. Áls ze wakker zijn, breken ze de tent af (en vooral alles waar IK waarde aan hecht, het kinderspeelgoed of man’s sokken laten ze gewoon met rust, grmmbll) maar minstens driekwart van de dag oefenen ze voor het wereldkampioenschap synchroonslapen.

Het waait behoorlijk, de lucht is grijs. Man wil nog gaan wielrennen met de buurman, ik denk enkel “jebenniegoewijs” maar vind ’t prima, hij doet maar. Ik heb gruwelijk veel zin in een goed glas wijn maar dat doen we toch nog maar niet. Ik heb ook gruwelijk veel zin in andere dingen die er nu simpelweg even niet in zitten. Laat ons verstandig zijn. Dochter steekt het volgende koekje in de mond, ondanks de misselijkheid. Eéntje past er blijkbaar altijd nog wel bij…

Even een recept zoeken voor iets courgettes: mijn courgetteplanten zijn hoogstproductief. Er liggen er al een stuk of 6 van het kaliber “onderzeeboot” verdeeld in de tuin te wachten op hun gecomposteerde levensfase, zoveel courgette kan een normaal mens echt niet eten. Ik ga zo nog even boontjes plukken voor het avondeten, voortmijmerend over bepaalde mensen aan wie ik veel denk. Ik wou dat ze het konden voelen…

Zondagmiddagen.

Te zondags om niks te doen, te niksig om echt zondag te zijn.

Ik mijmer nog even verder.

Zondagochtenden

Zondagochtenden zijn belangrijk.

Als ’t even kan, zijn het slome ochtenden. Uitslapen (d.w.z. tot minstens half negen) en na het wakker worden nog minstens een uur lang NIET opstaan (de inhoud van dat uur laat ik aan uw eigen fantasie over, het is een liefdevol uur kan ik vertellen). De kinderen zijn dan al beneden, kijken TV, nemen wat te drinken of te bikken. Uitgebreid douchen en nog uitgebreider ontbijten. Eitje, versgeperst sap, broodjes, 8 soorten kaas, fruit. Lekker. We kletsen wat, lezen de krant of wat tweets en whatsappjes.

We ruimen samen de ontbijtpruttel op, kind één duikt in zijn bergen Kapla, kind twee verdwijnt naar haar kamer om de barbies hun burenruzies met de PollyPockets uit te laten vechten. Ik lees nog even verder in m’n tuinblaadjes en struin wat blogs af.

Langzaamaan begint zoon wakker te worden en door te draaien, fluit en gilt dat het een lust is. Speelt op zijn eigen manier met de katten die er na 48 seconden al zat van hebben en naar buiten willen. Dochter heeft, tegen alle afspraken in, haar barbiebadkuip wéér gevuld met water en Bikinibarbie samen met een PollyPockettroela erin verzopen. Man heeft snel even een nieuw programmaatje geschreven om zoon de B/D-dyslectieproblematiek te laten trainen (uitgerekend op zondagochtend natuurlijk) en sleept hem gelijk achter zijn beeldscherm om de boel uit te proberen. Zoon heeft geen zin en geeft er bij voorbaat de brui aan. Leest alles fout. Man wordt stante pede ongeduldig en ik probeer te sussen, roepende dat dát nou juist het probleem is. Dochter glijdt uit over haar eigen gecreëerde waterballet en stoot zich aan haar metalen Ikea-Minnenbed. Luid gebrul. Man legt uit dat zoon zich bij de B gewoon Borsten moet voorstellen, daar heb je er ook altijd twee van. “TWÉÉ dikke BBBBBorsten, snap je?” Helaas is zoon nog niet geïnteresseerd in borsten en mompelt bij de kleine b iets over “een geamputeerde borst”. Dochter blèrt van boven dat ze écht pijn heeft. Zoon is de tranen nabij maar man weet hem over te halen om nog 5 minuten door te oefenen.

Ik zucht.

Inmiddels lacht zoon weer en gaat het oefenen met enige druk uiteindelijk toch beter. Dochter heeft een luisterboek in haar stereo gedouwd en ligt in bed naar de Fillypaardsaga te luisteren terwijl het barbiebadwater tussen het laminaat wegsiepelt. Ik typ maar weer ‘ns een blog en ga me hierna ingraven tussen de struiken in de tuin.

Er moet nodig gesnoeid worden.

Heerlijk, die rustige zondagochtenden…

Life stinks…

but my own stink does not stink.
It smells goooooooood.

Toch?

Vind ik wel. Over het algemeen vind ik de uitlaatgassen die ik zélf produceer, best te pruimen (het even heel understaterig uitgedrukt hebbende). Of heb ik nou zomaar ineens een taboethema bij de kladden? Kan best. Ik vraag me soms wel ‘ns af wanneer de koningin dat soort gassen nou laat vliegen. Of ze het ook zo heimelijk kan als ik (in case you wanna avoid the sound, spread the buttocks, please…) en of ze ook in haar neus peutert op de WC of in de auto… Alhoewel, neuspeuteren in de auto is alleen lekker als je zelf rijdt. En er niemand naast je zit. En je niet in de file staat zodat diegene voor je jou in de achteruitkijkspiegel bezig ziet. Balletjes ervan rollen en wegschieten daarentegen is weer fijner als je alleen thuis bent. Ik weet het, ik weet het. TMI. Maar soms hè, soms stel ik me Lady Gaga voor bij het flossen. Als ik flos (áls ik flos) dan bloedt ’t een beetje. En het touwtje stinkt. Wel eens geroken? dat touwtje NA het flossen? Woahhhhh….

Daarnet bij de tandarts, al wachtende in de stoel, moest ik noodgedwongen toch nog even checken, hoe erg mijn mondgeur was. Twee handen over neus en mond en uitademen maar. Ik had namelijk daarvoor spaghetti met rooie knoflooksaus gegeten en de oprispingen waren zo gruwelijk moeilijk te onderdrukken.

Zou Madonna okselgeur hebben na de pilates? Want dat kan dus ook écht niet hoor… Zou ze zichzelf ruiken? “Effe checkuh” *neus in oksel douwt*. Of stopt ze haar zweet gelijk als essence in de parfum… Smells like a sweaty madonna. Is weer ‘ns wat anders dan teen spirit.

Oh wacht. Even een paar vliegen doodmeppen.

Ah gatver. Alweer zo’n misactie… Op het beeldscherm, alwaar de vliegtuigelijke lichaamssappen nu naar beneden siepelen…  kunt u het zien? Even wegvegen hoor. Nog één momentje. Zo. Zal ik nu aan de keukenrol ruiken om te ontdekken hoe vliegenbloed ruikt? De halve vlieg zelf kleeft nog tussen mijn laptopscherm en toetsenbord… Ik heb dringend een nieuwe laptop nodig. Deze is vies.

Nog een vlieg. Monumentje.

Ah nee hè… Heb ik de nummer zes van m’n toetsenbord afgeramd. En die klotevlieg zit nog steeds op m’n vingers. Life stinks. 66666666666666666666. Zo. De zes zit er ook weer op. Zoon heeft inmiddels een vlieg zwartgeblakerd met de electrocuteerder. Dát stinkt pas echt 666-like…

Zou Obama ook wel ‘ns onder zijn horlogebandje ruiken? Een fascinerend interessante geur… In dat ovale opslagkamertje, even z’n kidskin-leren bandje aan de kant schuiven en snuffelen. Of juist dat metaal waar alle prut zo heerlijk tussen gaat zitten. Zoiets heb ik. Weliswaar Esprit, maar zelfs Esprit stinkt.

Zou Pink ook wel ‘ns aan haar onderbroek ruiken als ze ongesteld is…
Of de Paus weet hoe z’n sinds eeuwen ongewassen keppeltje/kalotje  – hoe je het ook wilt noemen – na een fatsoenlijke hollandsche regenbui meurt…
Of de sokken van Elton John naar viooltjes ruiken na een stevig potje ehh, voetbal…

Wat kan een mens zich toch gekke dingen afvragen hè.
Niet dat ik dat doe hoor. Tuurlijk niet. Kom nou.
Maar ik ben wél goed in vliegen wegschieten.
Waar zou dat nou door komen…

Liever een potje onzinnige blogs schrijven doen?

Ik win.

Off-day

Vandaag had ik een off-day. Niet in de klassieke zin van een ‘klotedag’ of een dag waarop alles mislukt maar in de moderne zin: een dag offline. Niet omdat ik dat nou persé zo graag eens wou maar simpelweg omdat ik zoveel dingen heb gedaan dat ik er niet aan toe kwam. Ik moet vast ongesteld worden, dan krijg ik altijd dit soort chaotische poets- en doewoede van te voren…

Helemaal offline was ik ook niet, moet ik toegeven: Ik heb (afgezien van daarnet) vandaag één keer kort op facebook gespiekt en gewhatsappt met mijn mama (jaja, ik heb een whatsappende mama!! *trots is*) en met Poes over wat eetvragen m.b.t. komend weekend (*verheug*). That was it. En nu ben ik dan aan ’t bloggen. Dat ook. Maar wel pas nadat ik de kinderen in bed gestopt, de kattenbak schoongemaakt, de maandafsluiting voor ’t werk (bijna) afgemaakt en wat dingen m.b.t. Wenen uitgezocht heb.

Maar wat heb ik  nou helemaal gedaan vandaag…

Na een zogenaamd “uitgebreid en niet nader te beschrijven uitslaapritueel” eerst ontbijt naar binnen gewerkt (altijd honger daarna). Boven alle was weggeruimd, beneden een nieuwe erin gestopt (mijn wasmachine doet raar. Maakt een hoop kabaal bij ’t pompen. Mijn ferme-klap-op-de-zijkant-methode mocht ook niet baten…). De vuilnis buiten gezet. De hele woonkamer grondig opgeruimd, gestofzuigd, gedweild (doe ik niet echt heul vaak en dat was te zien :-S) en gestofferd (doe ik ìets vaker maar blijkbaar ook niet vaak genoeg, ik sta elke keer weer versteld van mijn huishoudslonzigheid). De rest van de gordijnen gewassen en opgehangen (allemaal schoon, jeujjj!!), dubbel over de stangen vanwege de katten. Ziet er niet uit maar anders heb ik over uiterlijk 3 dagen helemaal geen gordijnen meer. De kreukels nemen we maar even voor lief.

De kelder even onder handen genomen: stofzuigen, stofferen en – jaja – de logeerkamer ‘beslaapbaar’ gemaakt. Bedden opgemaakt en ‘wat’ stof verwijderd want…. tatarataaa… we krijgen gasten uit Nederland dit weekend 😀 En die moeten wel in een fatsoenlijk schoon bed kunnen slapen hè! Volgende was erin gestopt. Douche, WC, wasbak aldaar ook gelijk meegedaan.

Vervolgens begonnen met de keuken. Eerst opgeruimd. Alle kastjes schoon, de vloer gedweild, de wasemkap (die bovenkant hè, elke keer weer een vette schaatsbaan voor vliegen), het glas, de spoelbakken, de grepen. Ergens in the middle of this ook nog eten gekookt (Sperziebonen, aardappelen en hollandsche braadworst, yeah!!! Hadden ze hier bij de Lidl. Niet te geloven… En megalekker!!). Die rotzooi ook gelijk weer aan kant.Volgens mij is m’n keuken in jaren niet meer zo opgeruimd en schoon geweest :-S Alleen het wijnrek kon nog leger (ghehehehhh).

Daarna de tuin ingedoken. Planten verstekt, boom -die voor 1/3 door de storm gesloopt is- bijgesnoeid en behandeld. Frambozen en bessen geplukt. Onkruid gewied. Het terras opgeruimd en geveegd. En als klap op de vuurpijl nog gras gemaaid. Dat moest echt nog even want nét droog genoeg tussen de buien door.

De laatste was gedaan. Even snel tien minuten gedrumd (nou ja, geoefend). Avondeten gemaakt. Wéér opgeruimd. 2 DVD’s gebrand voor schoolmoeders (beloofd) en wat mails beantwoord terwijl de rest TV kijkt. Daarna snel nog even de badkamer boven wat visueel gereinigd terwijl de kinderen tandenpoetsen en wassen. Voorgelezen, inbedstopperij. Bovenetage opgeruimd. Dochter ‘naverzorging’ gegeven (moest nog een keer en ach, haar plasgaatje was rood dus er moest crème op volgens mevrouw). Daarna nog de genoemde kattenbak, echtwerkwerk (maandrekening, nog niet helemaal af maar geen zin meer), wat mails en whatsappjes.

En nu…
Blip op m’n hoofd en even de dag door typen.
Ik heb zo’n gruwelijke zin in een glas wijn…
Maar ik doe ’t niet.
Niet.
NIET!

Ik ben een chaoot
Ik ben een huishoudprutserT.
Ik ben een stresskip.
Ik ben een perfectionist.
Ik ben chaotische perfectie 🙂

*plof*

(nee, niet *plop*!!)

Willetjes

Aangezien Poes met smart zit te wachten op een blogpost met “willetjes” in plaats van “moetjes”, ga ik daar nu maar eens even rustig voor zitten.

Wat wil ik.

Dingen die ik niet moet maar gewoon wil. Niet dat ik die dingen dan gelijk allemaal ook realiteit wil zien worden, maar ik wil ze gewoon graag. Een soort verlanglijstje. Als kind kreeg je ook nooit álles wat op je verlanglijstje stond, toch? En de dingen die je steeds opnieuw wéér niet kreeg, verloren met de tijd hun aantrekkelijkheid en kwam vanzelf de tijd dat je je realiseerde, dat je die dingen ineens helemaal niet meer wilde. Daar hoop ik ook nog steeds op…

Maar in het hier en nu wil ik heel veel en eigenlijk heel weinig.
En dan wil ik  vooral veel onmogelijke dingen…

Ik wil, ik wil, ik wil
een kikker in JOUW bil.
duhh…

wat is het moeilijk om nou gewoon eens te zeggen wat je wil…
Ik hou er ergens een gevoel van “meisjes die vragen worden overgeslagen” aan over.
Maar ik vraag niks. Ik moet alleen zeggen wat ik wil…

Ik wou zo graag dat ik kon zeggen wat ik wil
Ik wou zo graag dat ik kon zeggen dat ik jou wil…
Oh nee. Dit gaat fout.
Momentje.

Ik wou dat ik kon vliegen.
Heel snel. Dan vloog ik morgenavond gewoon even voor een BBQ naar Nederland…
Ik vloog in de armen van de mensen die ik zo lief heb.
Hé!
Dát kan ik!!

Ik wou dat ik een fotografisch geheugen had.
Dan stonden die paar uiterst schaarse maar zó mooie woorden van jou
in mijn geheugen gegrift. Met tijd en plaats en al.
Hé!
Daar staan ze!!

Ik wou dat ik mijn hart niet steeds aan de verkeerde verkocht.
Dan wist ik meteen wie een goeie deal voor mij was.
En ik gaf mijn hart gratis weg aan de juisten.
Hé!
Dat deed ik al lang!!

Ik wil dat ik niet zoveel alleenzaam ben…
Ik wil dat ik ervoor kan zorgen dat alles goed komt.
Ik wil sterker zijn. Met meer zelfbeheersing.
Ik wil minder emo-kipperig zijn.
Ik wil meer zelfzekerheid.

Ik wou dat ik een goeie zangeres was.
Ik wou dat ik geld kon verdienen met dat wat ik echt leuk vind.
Ik wou dat ik gewoon lak aan alles had.
Ik wou dat ik niet zo snel van mensen zou houden.
Ik wou dat ik jou uit mijn hoofd kon zetten.
Ik wou dat ik chips en chocola smerig vond.

Ik wou dat jij meer thuis was.
Ik wou dat jij van me zou houden.
Ik wou dat jij je vader niet zo hoefde te missen.
Ik wou dat jij ‘gewoon’ helemaal gezond was.
Ik wou dat jij mij ook miste.
Ik wou dat jij dat niet mee had hoeven maken.
Ik wou dat jij niet zoveel weg was.
Ik wou dat jij wat vaker met mij speelde.
Ik wou dat jij niet zo gepest werd.
Ik wou dat jij me niet zo vaak zo negeerde.
Ik wou dat jij van me hield…

Ik wil.
Ik wou.
Ik heb gewild.
Ik heb niks te willen.
Het is goed zoals het is…

Mijmering

Ik sla mijn ogen neer. Een lichte zucht en ik mijmer over wat had gekund. Wat had kunnen zijn. Licht melancholisch, zoals zo vaak de laatste tijd. Waarom lopen de dingen zo opvallend vaak precies zo, zoals ik het nou net níet wilde? Waarom kan ik mensen niet aan mij doen denken…

Ik denk zo vaak aan sommigen. En aan anderen. En aan jou in het bijzonder. Waarom is dat omgekeerd niet automatisch ook zo? Zou toch alleen maar eerlijk geweest zijn. Ik aan jou, jij aan mij. Eerlijk oversteken. Ik ben duidelijk niet telepatisch begaafd. De katten doen niet eens wat ik wil, laat staan een andere persoon…

Ik weet niet eens waarom ik dat zou willen. Wat heb je eraan… Maar je wenst soms wat.
Be careful what you wish for, zeggen ze toch? Nou goed dan, dan ben ik voorzichtig. Ik wens niet meer. Ik hoop ook niet langer. Niks verwachten, dan is alles wat er wél komt mooi meegenomen. Aber die Hoffnung stirbt zuletzt. Ook dat zeggen ze…

Een dikke, woelige bal in mijn maag. Een bal die bestaat uit allemaal kluwes van verwarring. Soms krimpt hij een beetje en voel ik ‘m niet zo. En soms zet hij ineens uit en voelt het alsof ik uitelkaar barst. Hoort dit erbij? Is dit het nou? Waarom maak ik er voor mezelf zo’n zootje van? Waar is mijn eeuwige nuchterheid en rationaliteit gebleven? Ik zoek er wanhopig naar, ik wil het terug…

Mijn hoofd weet. Mijn verstand begrijpt. Maar mijn hart is dom. Mijn gevoel één grote chaos.

Melancholisch mijmer ik verder.

Over waarom ik het voel.
Over waarom jij niet.
Over waarom ik mis.
Over waarom jij niet.
Over waarom ik denk aan.
Over waarom jij niet.

Het is het klassieke dilemma,
van het hoofd en het hart.

En ik zoek naarstig verder naar de balans…

een hoofd

Ik heb getwijfeld. Klik ik op die play-button? En waarom dan? Ik heb het gezien. Ik heb het nog uitgekeken ook. En nu wou ik dat ik het niet gezien had.

De zelfmoord bij Driehuis.
Een man, althans een deel daarvan – de romp en de benen – ligt in een soort foetushouding naast de rails.
Joelende jeugd.
“Moet je kijken, daar ligt ’t hoofd!”
Zoom-in op een rode bal met wat zwart klevend haar.
“Dat is dus een echt hoofd, hè!!”
De camera zwenkt naar een bloederige vinger die op het perron ligt.

Misselijkheid, maagdraaien. Ik weet niet eens meer of  het precies zo was in het filmpje, maar ik ga het niet terug kijken. Ammenooitniet. Bij benadering klopt bovenstaande wel ongeveer en dat is voldoende.

Ik denk er aan. Steeds weer. Die man. Wat heeft hem bezield, dit te doen…
Hoe moet het voor de familie en vrienden zijn om deze beelden van hun naaste zo op het internet te zien…
Hoe is het mogelijk dat mensen, hoe jeugdig ook, dit zo uitgebreid filmen, er zelfs naast staan te joelen en de beelden vervolgens ad hoc rond de wereld sturen.
En hoe is het mogelijk dat ik het nog aanklik ook…
Is dit nu de afgestomptheid van onze samenleving?
Is dit de verharding die er voor zorgt, dat men niet meer aanvoelt wat nog ethisch verantwoord is en wat niet meer?
Is dit de onverschilligheid die ons zulke dingen aan doet zien zonder werkelijk gevoel?
Ik kan er niet over uit…

Een hoofd.
Ligt daar. Enkel een hoofd. Op de rails.
Onherkenbaar, maar duidelijk een hoofd.
Een hoofd dat ik niet meer uit mijn hoofd krijg.
Een vinger waar ik mijn vinger niet op kan leggen.
Een torso waar niet meer aan te torsen valt.
Een beeld dat niet langer om beeldvorming vraagt.
Slechts.
Een hoofd.

Beetje leeg

Ik voel me
een beetje leeg.
Er moet iets in.
Nee nee, niet dát.
Daar ben ik toch echt
helemaal klaar mee.
Nee, dat ook niet!
Hallo, kom op zeg.
Het is toch echt
iets anders

Ik voel me
een beetje leeg.
Het ‘jammer’ in mij
schreeuwt om vulling.
Echt zonde. Dat is het.
Het had zo mooi en
zo goed kunnen zijn.
Maar je liet het
desalniettemin
doodbloeden.
En ik ook

Ik voel me
een beetje leeg.
Samen hebben we
het niets laten worden.
Maar jij toch wel iets
meer dan ik, vind ik.
Wat zo uniek leek
is nu enkel weg.
Leeg. Niets.
Dus

Ik voel me
een beetje leeg.
Maar ik vul het zelf
wel weer op hoor.
Inmiddels kan ik dat.
Duidelijk niet in staat
om terug te lieven.
En dat is ook
helemaal
goed
zo

janboel

de ogen moe teneergeslagen.
denken aan
de nachtmerrie van vandaag.

denk aan jou.
zo ontzettend geschrokken.
van je eigen hart.

denk aan jou.
je hele hebben en houwen
laten liggen. weg is het.

denk aan jou.
zoveel liefde in jouw leven
zo genietend van gevoel.

denk aan jou.
door die rotziekte gesloopt
uitgerekend vandaag.

denk aan jou.
zomaar van achteren aangetikt
nu pijn en een kapotte auto.

denk aan jou.
een overlopend hoofd zo vol
even pauze nemend.

denk aan jou.
geen woord van je gehoord.
en tóch denk ik ook aan jou…

maar als ik niet van jou mag houden
wil ik ook niet van je houden.
als ik jou niet aan mag raken
wil ik ook niet aan je denken.
als jij mij niet wilt
wil ik jou ook niet willen.
en als jij me niet ziet
weet ik niet meer wat te doen…

*click*
hoofd uit.

What’s up?

Ik zit in de zak.
Jij in de as.

Ik zeg bijna niks.
Jij nog minder.

Ik ben in de war.
Jij bungelt.

Ik voel het zwaard.
Jij bent Damocles.

Ik vraag me af.
Jij weet het niet.

Ik vraag what’s up?
Wat jij niet ziet.

Ik gis me suf.
Jij geeft niet.

Ik huil een traan.
Een laatste. Om jou.

 

(c) Lou

I want it all

Vandaag weer eens wat levensinzichten gewonnen (zou ’t vrijdag zijn??). Zomaar wat ‘gesprekjes’ tussendoor en ineens weet je voor jezelf weer wat meer. Zou voor anderen ook moeten gelden, maar die moeten het zelf maar uitzoeken.

Eigenlijk zijn het allemaal open deuren die je met het topje van je pink kunt verpulveren. Maar ondanks dat schijnt een mens toch steeds weer met de ondankbare neus op de alom bekende feiten gedrukt te moeten worden…

Moet je alles willen? Moet je al je dromen proberen te verwezenlijken? Moet je werkelijk alles doen omdat je maar dit ene leven hebt? Ik ga als atheïstische niksgelover er gemakshalve even van uit dat er daadwerkelijk maar één ‘bestaan’ en er na gedane zaken geen keer is. Dat ik straks niet luxueus op een wolkje hang, mijn voorheen aardse beslommeringen bekijk en uit mag kiezen wat ik in een volgend leven beter ga doen. Geen Game Overnieuw.

Ik wil zoveel. Ik wil zó graag zó veel. Spannende dingen doen. Mijn kinderen alles kunnen geven. Inspiratieve dingen meemaken. Creatief uitbarsten. Geoorloofd polyamoureus zijn.  Carrière maken en succes hebben. Een verschil gemaakt hebben als de wereld straks doordraait zonder mij. Iets betekenen. Presteren. Reizen. Buiten spelen…

En ik denk dat ieder mens dat wel heeft. Je probeert zoveel mogelijk in je leven te proppen en ineens merk je dat je jezelf en alle relevante dingen in je leven compleet voorbij loopt. Dat je er niet persé gelukkiger van wordt door steeds naar nog meer doelen te streven. Met veel van alles zie je steeds minder van dat wat echt wat waard is…

Het is lente. Klopt helemaal. En in de lente wil een mens ineens nóg meer. Vooral liefde. En de rest. Contact. Interactie. Presteren. Nieuwe energie. Maar zelfs in de lente heeft de dag nog steeds maar 24 uur. En door alle (be)geren kom je uiteindelijk tot val… Je struikelt over je eigen meerwillendheid. Been there. Done that. Wasn’t nice.

Nadenken over wat je wel hebt levert zoveel meer op. Inventariseren is op z’n plaats…

– Ik heb twee gelukkige kinderen. Althans, ik hoop dat ze gelukkig zijn, maar zo zien ze er wel uit. Ze hebben allebei veel begeleiding nodig (zware dyslectie, ADHD, ritalin en co. zijn bij ons dagelijkse kost) en zijn heel veel thuis. Als ik al die spannende dingen, die carrière en dat succes na zou streven, zouden mijn kinderen lang niet zo gelukkig zijn.
– Ik heb een lieve, goede, hardwerkende, mooie man. Mijn capaciteiten op houden-van-gebied passen voor hem niet in ons plaatje. Dan moeten we het plaatje maar zo schilderen zodat het wel past. Toch?
– Ik heb samen met een bedrijfspartner al 12 jaar lang een eigen zaakje dat nog steeds loopt. Het levert geen carrière en al helemaal geen groot succes op maar wel nog steeds veel ervaring. En ooit komt vast wel die opportunity om wat anders uitdagends te gaan doen. De tijd is gewoon nog niet rijp.
– Mijn creatieve uitbarstingen kan ik nu al uitbouwen. Ik schilder met passie en iedereen roept dat ik daar iets mee moet gaan doen. Ik zing graag (maar daar roept niemand hahah *pijnlijk lachje*, whatever) en leer drummen en gitaar. No Music No Life.
– Reizen? Dat komt later wel weer,  nu krijgen we eerst wat huisdieren die onze aandacht gaan vragen.
– En een verschil in de wereld maak ik al. Zonder mij was de wereld anders geweest. Twee prachtige, geniale, creatieve mensjes armer. Een bérg bloggeneuzel armer. Menig technisch rapport en marktonderzoek armer. Een hoop kilo’s armer. Een bedrijf armer. En heel, héél veel liefde armer. (oh, en een hoop ongedierte aan wespen, muggen en woelmuizen rijker, maar dat gemis zal niemand betreuren. Toch?)

Loslaten wat je nooit zult hebben,
vrijlaten wat vliegen moet, en
omarmen wat je tegemoet komt.

Als ik eens zouden stoppen
met steeds harder proberen
om gelukkiger te worden
zou ik al een gigantisch stuk
gelukkiger zijn.

Je kunt wel alles wíllen
maar je kúnt niet alles hebben…
En je kunt nu eenmaal niet alles.

Of zoals Leo Tolstoy zei:
“If you want to be happy, be.”

(ja jij daar… deze is ook voor JOU…)

afgevlakt

Ik zit hier in een halfdonkere kamer. Alleen de felle eettafellamp is aan. En ik zit eronder, op m’n laptop te rammen. Voeten op de stoel tegenover me, hoofd beetje schuin, melancholische blik. Op TV loopt één of andere looovvvvve-movie die ik niet ken. Ik weet wel dat ik Cameron Diaz niet leuk vind. Ik krijg altijd een beetje een badeend-gevoel bij haar. Ik kan alleen maar hopen dat ze haar lippen nooit op laat spuiten want dan krijg ik ook nog een rubberbootgevoel. Op de achtergrond staan er een hoop browsertabs open, o.a. een tab met Twitter, een tab met facebook, muziekvideo’s op youtube, een paar blogs die ik nog wil lezen en blip.fm.

Wat een brok intelligentie in één schermpje. Ik verveel me. En toch ook niet. Ik zou momenteel niet eens tot iets anders in staat zijn dan stom typen en wat lezen met een nog stommere film op de achtergrond. Vermoeiende dag, veel gedaan. O.a. hele oerwouden aan brandnetels uit de tuin gerukt waardoor m’n onderarmen nu jeuken als de sodeneten. Man heeft het ronken op de bank inmiddels ingeruild voor ronken in bed, een stuk prettiger voor ons allebei. Ik zucht een keer diep, kijk vermoeid naar het scherm en naar mijn eigen binnenste. Wat wil ik nou. Er niet over nadenken, dat is wat ik wil. Alles uitschakelen. Alles op autopiloot. Gewoon functioneren zonder emotie. Simpel de dingen doen die goed zijn voor mij en mijn omgeving zonder gevoelsmatige rompslomp.

Ik wil uit. Uit als in “off”.  Ik ben mijn eigen tegenstrijdigheden meer dan zat. Ik zeg te houden van maar ik voel me leeg. Ik zeg los te laten maar ik blijf er maar in hangen. Ik beloof mezelf te stoppen maar ik ga maar door. Ik neem me voor bepaalde dingen niet meer te doen maar vijf minuten later ben ik er alweer mee bezig. Wie redt mij als ik het zelf wel wil maar niet doe?

Ik voel me een zwakkeling. Het laatste beetje intensiteit stroomt weg. Ik zou uren kunnen douchen in de hoop dat ik uiteindelijk oplos en in het afvoerputje verdwijn. Ja, dat zou wat zijn. Ik heb zoveel mooie, geweldige dingen gedaan de afgelopen week. Ik heb gevlógen. Ik heb geschreven. Ik heb gewerkt. Ik heb geschilderd. Ik heb de eerste aardbeien uit de tuin geplukt. Ik heb geleefd. En ik ga ook door met leven. En met geweldige dingen doen. Ooit zal ik vast nog wel ‘ns iets bereiken. Maar het vlakke gevoel blijft. Ach, het zal over een paar dagen (jaren?) wel weer weg zijn, schat ik zo.

En afgevlakt is altijd nog beter dan uitgevlakt…

silence of the Lou

eerste gedachtes
hmmm?

.

.

beeldscherm wazig.

.

.

mén, ik heb lodderogen.

.

.

stom hoofd.
werkt voor geen meter.

.

.

stil in mij.
nog steeds.
alweer.

.

.

de mensheid mag blij zijn.
eindelijk houdt ’t mens
haar kop eens.

Leeghoofd

even een eerstegedachtenblog…

wordt moeilijk want m’n hoofd is zo leeg als ’t maar kan. zucht diep. doorademen. T en K  kijken echt teveel tv. maar garfield ís ook leuk. heb best lekker gekookt daarnet. ik eet nog steeds teveel. ik wou dat ik voor één stomme rotkeer weer ‘ns dat verliefde gevoel kon hebben… vriendin heeft dat en het lijkt me heerlijk. liefde is meer waard, duurzamer, belangrijker en dat heb ik ook maar gewoon weer ‘ns verliefd. die rare opwellingen in je maag, niet weten wat te zeggen, de spanning… ach. ben te oud en te gesettled… waarom kun jij nou niet eens een béétje verliefdheidsgevoel voor mij hebben… voor één keertje maar. gewoon om ’t eens te voelen. wromnie… je weet nooit wat je had tot het er niet meer is hè. ik moet nog strijken. ik haat strijken. de stapel van 1,5 maand ligt me aan te kijken. wat zou die jongen op moederdag bezield hebben om zomaar in de ijskoude Donau te springen… nou is-ie weg… arme ouders, nachtmerrie. moet nog huiswerk maken met T. vrijdag algemene kennis toets. over mannetjes en vrouwtjes nota bene. altijd weer heerlijk, al die vragen beantwoorden. hoe vaak je dan wel niet ‘iiieuwww’ hoort…

HEEEEE niet uit je neus vreten joh!! da’s goor!! bahhhh!!!!!!

sorry. moest effe. zoon vreet z’n eigen neusopboringen op. als ik íets goor vind… da’s pas iiieuwww. best lastig, tegen je kind mopperen zonder stem. ik heb alweer heimwee. vandaag tompoezen gezien hier in de supermarkt. heten “creme schnitten”. moet ik maar ‘ns kopen. vanavond eigenlijk feest van voetbalclub maar ik ga niet, nog te lamlendig. moe. ik val in slaap zometeen. nekpijn. rugpijn. zeikweer. voel ’t in m’n knieen. ik word oud. shit buuf is jarig! even kadootje in elkaar flansen zometeen. oh ik moet de was eruit halen.

oh ja. strijken…

joepie…

*click*

Echooooo…

Ik blijf ’t moeilijk vinden. Mezelf terug houden. Op m’n vingers zitten. Niet steeds eruit gooien wat ik juste en moment voel, vind of denk. De afgelopen dagen heb ik het gedaan, geprobeerd althans. Tot daarnet, toen kwam er weer even een eerstegedachtenblog uit (zie “Doorloper“), kon er niks aan doen, het móest.  Maar ik moet doorzetten. Ik moet afkicken. Ik zit teveel te malen. Ik zit te vol met dingen. En toch ben ik leeg van binnen. Goed gevuld aan de buitenkant, een echo van binnen. Als ik “wie is de koning van Wezel” naar binnen zou roepen, zou die ezel pas na een dag of drie terugkomen, vrees ik… Diepe, diepe put. Met een geweldig dikke stenen muur erom heen waar je met je hele romp overheen moet leunen om een glimp van dat daar ver beneden liggende, troebele water op te kunnen vangen. Een putemmer ontbreekt al lang, het touw hangt er maar een beetje verloren en uitgerafeld bij.

Ik kan me soms zo verloren voelen.
I get lost in this world…
Mag ik ‘m ruilen?
Voor een wereld waarin ik gevonden word?
Een wereld waarin ik jou vind?
Even het bonnetje zoeken.
Na vier decennia rondstampen weet ik niet eens meer
waar ik ook alweer naar op zoek was.
Zocht ik überhaupt iets?
Zocht ik iemand in ’t bijzonder?
Jou??
Gut, wie ben jij nou eigenlijk…

Wie is de koning van Weeeeeeezel….

Doorloper

ik ram er even op los. los met die vingers. vingers blijven haken. haken en ogen. ogen op half zes. zestig stokjes nodig. nodig naar de kapper. kappers zijn lekker. lekker zoals ik zwelg-en-typ. typisch maandag. maandagen zijn klote. klote, dat vroege opstaan. opstaan en wéér opnieuw verder gaan. gaan de dingen toch weer mis. mis ik steeds jou. jouw nikszeggen zegt mij genoeg. genoeg heb ik ervan. van de regen in de drup. druppel mij maar vol. vol van leeg. leeg van binnen. binnenkant doet pijn. pijn door geesthonger. honger naar meer. meer is er blijkbaar niet. niet dat ik het je kwalijk neem. neem het zoals het komt. komt goed. goed?

gooood nacht

trusten lieverd,
slaap echt lekker.
ach toe, doe je dat?

droom wat moois.
en sweet, dat ook.
spannend en niet al te mat.

mis joe hieps,
love you too.
geloof me, het is waar.

gemis in ’t kwadraat
wenste da’k niet hier was
en jij vooral óók daar.

sweet dreams my dear
en een dikke kus
weet dat ik het meen

de x-en en de hartjes
voor jou (en jou. en jou!!)
zoals jij is er geeneen…

_____________________________

de wond(er)e 2.0 wereld.
vol liefde.
(en leed).

Good
Night

(c) Lou

wie denk je wel niet…

…dat je bent?
Ja wat nou? Geez, kijk niet zo, zeg!
Echt, soms kan ik je wel schieten…
En je ziet er vandaag ook weer heerlijk gewokt en fijngestampt uit.
Ga ‘ns naar de kapper joh, het is hoognodig.
De schoonheidsspecialiste is sowieso zinloos.

Die drang van je, je eeuwig te moeten uiten.
Altijd te willen zeggen, wat je op ’t hart ligt.
Kun je niet gewoon eens je mond houden?
Je verbaal exhibitionisme killen?
Nee, kun je niet. Zwak, zwak, zwak…
En dan die gruwelijke onzekerheid van je.
Je altijd maar afvragen of je het wel goed doet.
Willen weten wat anderen van je verwachten.
Goed willen zijn in alles maar eigenlijk
verrekte weinig écht onder de knie hebben.

Wat heb je nou helemaal bereikt?
Een paar studies doorgeworsteld,
een bedrijfje overgenomen,
een paar kinderen in de wereld gezet.
En nu? Nu zit je daar. Kijk nou, sneu toch?
Snakkend naar afwisseling, naar actie.
Halsreikend je armen uitstrekkend
naar al die mensen die je denkt lief te hebben.
Jouw gevoel, zoveel te missen. Pathetisch.
Denk je dat echt? Je mist niks hoor.
Behalve een hoop ellende, want die
heb JIJ nog niet echt meegemaakt.

Mens!! Durf nou toch ‘ns te léven!!

Rotspiegel…

uiterst veelzeggend blog…

ggggrrrrmmmpfffff…

#datdus

Waar zit ik toch…

met m’n hoofd…wat een zooi. wat een troep. chaos. echt vette chaos. alles drijft door elkaar. stom hoofd. in the end zingend en jezelf een looser denkend. ik kan het niet. kan het niet ordenen, slok cola dan maar. draadje van m’n koptelefoon hangt over m’n rechterborst. mén wat zie ik er gestoord uit. freak. cola. niemand die ’t kan zien dus kan’t mij bommen. waar is de chips. waarom voel ik me nu ineens toch down. morgen moet ik nog een kaart maken voor de buurman, shit heb ik de danslesbijdrage overgemaakt? raar gevoel in m’n buik. misschien moet er maar chips in. sweet thai chili chips. morgen krijg ik m’n auto terug. joepie. waar zou die rotvis nu zwemmen. waarom hou ik van die vent. ach soit. kan d’r ook niks aan doen. toch ns gaan kijken of we nog chips hebben. onze bank is ook niet echt wit meer eigenlijk. waar is die rekening. ik wil dun zijn… chips. hoe lang zou die foon ’t nu doen…zometeen even op amazon kijken of ik een galaxy kan vinden. oh verrek ik moet nog foto’s bewerken. eigenlijk wil ik dat liedje wel opnemen. lekker stil hier. ik hou toch best van alleen zijn. zometeen even lekker muziek door m’n hoofd raggen. ik wil naar nederland, sommige figuren[ah shit, dit kan ik niet schrijven hier]. ik heb zo geen zin in morgen. moet tuinhuis opruimen. beeldscherm wordt wazig van mijn gestaar. vroeger keek ik altijd wazig. en ik vrat ouwe kaas op een hele gore manier. yuk. en ik had hazetanden dus dat paste wel. 10 jaar beugel did the trick. zou zoon ook een beugel moeten… ik weet wel zeker dat ik ga falen in zal ik nog iemand porren? ach fuck die porren. ik moet nog schilderen. morgen. das veel leuker. morgen. ben blij dat ik 10-vingerig kan typen met 280+aanslagen per minuut. anders is eerstegedachtenbloggen wel een kriem…

statische ballons (blogpoeperij)

sorry hoor maar ik moet.
ik kan niet anders.
ik moet.
het borrelt en dan hoppaaaaa
komt de boel eruit…
het zal wel aan die dertiende liggen ofzo.
jullie pech, ik blaat dwangmatig in het rond.
het mooie is, dat je niet moet.
je hóeft het niet te lezen.
het is míjn blog
en daar kan ik in rondprutsen
zoals ík het wil.

maar wat wou ik ook alweer.
oh ja.

m’n kinderen vermaken zich
met statische ballons
“plak de zon aan je neus!!”
gaat-ie nooit meer weg.
ik heb mezelf in de tuin uitgeleefd.
een veertigtal groenteplantjes
hopelijk wordt ’t wat.
de kippebouten staan te pruttelen in de oven
het vrijdagse glas wijn hits the head.

alles is goed.
for the time being…
waarom kan het niet allemaal
voor iedereen
gewoon elk moment
even goed zijn?

één keer knipperen met je ogen
en alles is weer anders…

In the blink of an eye
Seems like minutes as the years fly by
In the blink of an eye
Afraid to stop because I can’t stop time.
And I wouldn’t want to…
Catch me if you can…
(Please catch me)

nog even een ei leggen

moe. afgemat. lodderogen.
kort lontje, hoog-explosief.
eigenlijk naar bed moeten
maar geen zin hebben.
m’n hart is te vol.
(full of shit to choose from…)
m’n hoofd is óvervol.
(feels just like two balloons…)

zou mezelf willen verdoven.
vooral niet geloven
in dingen die niet zijn.
mogelijkheden
die ik denk te zien.
gevoelens
die ik denk te hebben.
verwachtingen van anderen
waar ik niet aan kan voldoen.
waar ik niet aan wíl voldoen.
recht uit het hart.
ach laat me….

hopend op een teken
van herkenning en warmte
hopend op een wederzijds gevoel
dat toch al voortijdig gestorven is.
naar je toe trekken en wegduwen
is een wreed iets, besef je dat?
hopend op datgene
maar weet zelf niet eens wat.

nee…
zelfs met tweeduizend wensen
kom ik er nog steeds niet…