Herkenbaar in de mist

Daar zit je dan. Kort na middernacht, een voor jouw doen relatief vroeg slapengaan-tijdstip. Rechtop in bed, laptop op schoot want anders kun je niet fatsoenlijk typen. Je neus maximaal achttien centimeter verwijderd van het beeldscherm omdat je met je -4,5 dioptrie niet meer kunt herkennen, wat je zoeven in je toetsenbord gestameld hebt en je daglenzen al in de plee liggen. Eigenlijk ben je doodop. Half ziek, hoestend plus – je durft het bijna niet toe te geven – ook nog een aardig lastige blaasontsteking. Net vijf dagen lang je nog ziekere kinderen 24/7 vertroeteld en bediend. Hun papa heeft ze vanmiddag opgehaald. Zijn beurt nu.

Je zou moeten slapen. Je kunt het niet. Watje. Je smeekt er vormelijk om maar je rood doorlopen ogen willen pertinent niet dicht gaan en je snot doorlopen neus niet open. Enkel meteen, lang, en vooral diep slapen, dat is alles wat je wilt. Als het even kan met een fijne, semi-erotische en vooral onthoudbare droom. Maar nee. Niks diepte voor jou. Dan maar oppervlakkigheid. Je kijkt een aflevering van de Vampire Diaries op je laptop. Liggend op je zij, met je laptop op z’n kant. Redelijk tricky want een bloedlip door een wat onhandig op je gezicht omvallend gevaarte is al lang geen onbekende ervaring meer voor jou.

Jij. Je wilt slapen? Je móet zelfs slapen! Helaas. De ondanks je strenge dieet van astronautenvoedingsblokken met water (en koffie… en thee… en lasagne…) toch verorberde halve zak paprika-chips – je wist in je lamlendige en mistige bui  écht niet wat je bezielde – ligt verrekte zwaar op de maag.

De trein waar je het gisteren zo uitgebreid over had, lijkt inmiddels met ’t volledige tonnage over je heen gedenderd te zijn. Werkelijk, geen genade, die NS. Oh hemel, dat klinkt raar. Je maakt er maar een Fyra van. Die rijdt tenminste helemáál nergens. Die strompelt. ‘Hemel’ klinkt óók raar, wetende dat de hemel enkel op aarde bestaat. En je mist maar door. Skype en Viber lieten je vandaag danig in de steek. Dat terwijl het zo ongeveer je lifelines zijn. Hoe dúrven ze?!? Maar misschien lag het wel aan je eigen wifi, wat ondanks middels gefrustreerd eruit rukken van de stroomkabel opnieuw opstarten van je modem, nog steeds hapert. Of het ligt toch aan het WLAN aan het andere einde, you never know. Alles wat jíj weet, is dat je mist.

Twee flinke glazen wijn maken het er ook niet beter op. Enkel nóg mistiger. Een stuk schrijven onder invloed van wat dan ook is nooit aan te raden. Er komt een hoop bullshit uit je vingers waarvan je de volgende ochtend niet eens meer weet of je het wel echt zelf en met de juiste overwegingen geschreven hebt. Je zou er met Stephen King in ieder geval een leuk woordje over kunnen babbelen. En hoewel de meeste mensen abominabel slecht zijn in het goed lezen en interpreteren van bijvoorbeeld satirische teksten, lezen ze vanzelfsprekend wél feilloos je state of mind tussen die stierenpoepregels door.

En je vraagt je af.
Wat je hiermee..
überhaupt eigenlijk …
ook alweer ….
wilde zeggen…..

Ach, je weet het niet meer.

Herkenbaar.

de eerste

Dat is het alweer. De eerste februari 2014. Nog nooit was het vandaag, maar nu is het dan éindelijk zover. Als ik het gesprek – nou ja, gesprek, hoe noem je zo’n heen-en-weer-gedoetje op facebook – mag geloven, ben ik gezegend met het feit dat mijn man warm kan douchen en heb ik bovendien geleerd dat ‘simpele vrouw’ een pleonasme is. Maar als de man die het zei een beetje verder had gedacht, had hij zich gerealiseerd dat het eigenlijk geen pleonasme maar schier een onmogelijkheid was. Geen enkele vrouw valt als simpel te beschrijven. De mogelijke kans (oh, een pleonasme…) om een simpele vrouw (oh, nog eentje…) (maar die kenden we al) (of toch niet?) te vinden, is geminimaliseerd door het feit dat het wel degelijk aanwezige maar bewijsbaar lichtelijk kleinere brein van de vrouw mogelijk door meer hormonen beïnvloedt wordt dan het mannelijk brein, dat doorgaans zelfs twee plekken in het lichaam schijnt te kunnen bewonen.

Ach fuck it.
Ik ga slapen.

 

zoek zoek zoek

Ik zoek en vind niet. Het is weg. Foetsie. Ik zoek al dagen. Weken. Maanden? Ik zoek in mijn achterste achterkamertjes, onder mijn zwevende vingers, achter mijn pijnlijke rug, tussen mijn dovemansoren. Het is er niet meer. Ik sta op een droogje, zoals blijkbaar zovelen met mij momenteel. Al een tijdje eigenlijk, heb al een maandje of wat geleden over mijn interne leegte bericht. Er is zoveel waar ik over zou kunnen schrijven. Er is ook veel wat ik wel opgeschreven heb maar wat op ‘Privé’ blijft staan omdat ik dat niet in de openbaarheid wil hebben. Blogs voor mezelf, over mezelf. Ze gaan over mijn eigen falen, mijn verdrieten, mijn verslavingen en mijn donkerste gedachtes. Opschrijven helpt nog steeds, maar gelezen hoeft het niet te worden. Misschien dat ik over een paar jaar denk: “ik ben er nu compleet overheen, nu kan ik terugblikken en eventueel mijn annalen van toen wel openbaren.” Maar die kans is klein.

Ik zit in een rare fase. Ik zoek naar mijn eigen leven. Zo voelt het. Ik was het leven even kwijt. Dat zei een dame namens Petra laatst in het TV-programma ‘Verslaafd’. Dat zinnetje trof me enorm. Ik herkende het. En nu ben ik zoekende. Van dat leven heb ik al wel weer een paar stukjes terug gevonden maar ik zoek nog steeds naar het grotere geheel en mijn eigen verstandige ik. Naar mijn gezondheid. Naar de essentie. Naar zin.

En ik ren mezelf voorbij als het gaat om houden van. Ik hou van veel mensen en ook van veel dingen. Maar van mezelf houden, dat kan ik niet goed. Nog steeds niet. Ik wil zelfs zo ver gaan om te zeggen dat ik mezelf bij tijden regelrecht mishandel. Of mishandeld heb, in ieder geval. Maar nu, nu mept mijn altijd zo braaf incasserende maar gekrenkte lichaam zomaar ineens terug. Mijn buik wil geen slecht voedsel meer. Mijn maag wil geen sloten koffie meer. Mijn lever wil geen alcohol meer. Mijn knieën willen mij niet meer dragen. Maar mijn hoofd wil het dat allemaal nog niet beseffen. Dus zoek ik.

Ik zoek ik…

En met al dat monotone gezoek ben ik momenteel mijn blogzin kwijt geraakt. Ik neem aan dat dat tijdelijk is. Het komt wel weer, dat weet ik zeker. Tot die tijd zoek ik maar gewoon een beetje verder.

Zoek, zoek, zoek…

s(h)itting life

ik blog te weinig, ik weet het. Maar dat heeft een oorzaak: momenteel wind ik mij nergens over op en is mijn wereld verrekte klein. Dat eerste komt door de medicatie, vermoed ik. Van veel pijnstillers krijg je een betonnen plaat voor je kop. En van te weinig koffie word je een sufkop, dat ook. Goh, een taifoen… wat rot… 0,1% economische groei (ook wel stagnatie genoemd), wat prachtig… over een weekje gaat de wereld ten onder aan nucleaire straling… tja, ’t is niet anders hè, daarna zien we wel weer verder… Of niet. Oh en dat tweede komt door het feit dat ik al meer dan een week huisarrest heb. Ik mag niks. Liggen, zitten, liggen, naar de wc krukken. En weer terug.

Mijn hoofd is een vlakte. Een droge steppe. Ik heb m’n werk inmiddels actief en succesvol weten te verdringen. Geen zin in. Komt volgende week wel weer. Of ook niet. Ik doe een dutje als de kinderen de deur uit zijn, het liefst met één of twee slapende katten tegen me aan. Ik teken een zentangle of een zendoodle, schrijf wat en delete ’t dan weer (too boring, net als dit hier). Na de middag vragen de kinderen een hoop aandacht (school kills, had ik dat al gezegd?). Zoon vertelt en passant dat men zijn pennenetui met dagelijkse regelmaat door de klas heen keilt, maar ach, ze rapen het over het algemeen ook wel weer op. Goh, fijn. En hij heeft eindelijk een ‘echt’ vriendje gevonden. Dat is niet ‘goh, fijn’, dat is geweldig. Het is nog een aardig jong ook. zentanglecollage

Ik kijk naar de kat, die op dit moment onze koeienvlekkendeken probeert te slachten. En naar de zooi in de keuken. Als huisman is mijn man duidelijk net zo geschikt als een genarcotiseerde mol. Hij ziet niks, werkt de pruttel wat opzij, stopt bij tijden een noedel of een stuk oud brood in zijn mond, duwt af en toe wat in-de-weg-liggends aan de oppervlakte (zodat ik het weg kan ruimen) en graaft zich dan weer met verbazingwekkende snelheid in de onzichtbaarheid (namens ‘zijn werk’). Ik doe dus – ondanks de situatie – toch zo goed als alles, op mijn rollator – hatsjikideeee – en weet inmiddels ook welke kant-en-klare c.q. diepvriesmaaltijden geapprecieerd worden en welke niet. Het maakt mij geen bal uit: ik eet ze toch niet.

Ik teken wat meer, kijk naar Koffietijd (shocking) en de samenvatting van DWDD (saai gelul). Ik zie Miracle Blades, Magic Bullets, FabAbTrainers, wonderkorsetten en geweldige aztekische afvalpillen met de onuitspreekbare naam Alcachofa de Laon (Artisjokken in poedervorm voor maar vijftig euries per week!) bij Tommy Teleshopping en Tellsell (sorry, Netflix werkt niet in Oostenrijk). Dr. Google geneest mij snel weer van onverhoopt ontstane koopneigingen en ik dank de mensen die de moeite hebben genomen om de realiteit omtrent deze verzameling schroot en pseudo-hoopgevers in een recensie weer te geven. Thank you, thank you, thank you. Apropos, recensies. Ik schrijf nog wat meer. Recensies (hiero!) over seksboeken (zogenaamde ‘erotisch-pornografische romans’). Leuke bezigheid, moet ik toegeven, al behoor ik duidelijk tot het minder geschikte publiek voor dit literaire genre (over immuniteit gesproken…).

Het meest opwindende in mijn leven is momenteel de tijd die ik nodig heb om van de bank naar het toilet te komen. Die wordt namelijk steeds korter, naarmate ik mijn rollator met meer behendigheid en snelheid om de bocht kan manoeuvreren en met mijn krukken grotere sprongen kan maken (als ik zo doorga, mag mijn linkerknie straks ook geopereerd worden). Mijn rug gilt het elke avond uit van de excruciërende pijn. Ah… the blessings of a s(h)itting life. Ik verheug me inmiddels al op een heerlijk simpel rondje boodschappen doen. Vanmiddag onderneem ik ein-de-lijk weer eens een poging tot autorijden. Ik mis ‘m, mijn Oud-i… De kinderen moeten naar de gym resp. naar judo en er is niemand anders die dat kan doen, momenteel. Ja ja, dit wordt een topmiddag!!

Ik ben twee.

Ja, vandaag ik ben twee. En zo langzaamaan leer ik lopen…twee

Nou, eigenlijk ben ik ‘in mij’ wel meer (vier ofzo?) maar ik, als blog, ben vandaag twee.
En aangezien verjaardagen en zelfs blogjaardagen altijd weer uitnodigen om te reflecteren op wat ooit was en wat is geweest, grasduin ik door mijn allereerste hersenspinsels en kan met enige al dan niet gepaste trots concluderen, dat mijn blog zich toch aardig ontwikkeld heeft. Van niks naar zo’n zeventigduizend page views (is niet echt veel, weet ik maar ik vind ’t best oké klinken, voor mij als prutsende blogpoeper) en krap 200 vaste lezers; ik ben een tevreden mens. Zó veel mensen die mijn loutere geleuter interessant genoeg vinden om regelmatig te lezen, dan kan ik alleen maar heel oprecht “dank jullie wel!!” zeggen.

Ik ga nog even door met grasduinen. Omdat mijn eerste blogs (tot midden oktober 2011, ik ben ergens in augustus dat jaar begonnen met bloggen dus éigenlijk ben ik nu twee jaar en een paar maanden 🙂 ) in eerste instantie op blogspot stonden en van daaruit hierheen gemigreerd zijn, zijn die nu dus allemaal zonder comments, lezers of likes en dus simpelweg aan de meesten voorbij gegaan. Alleen daarom al lees ik ze zelf maar af en toe terug. Altijd weer grappig om te zien hoe ik toen in ’t leven stond. En enigszins verontrustend om te merken dat er niet werkelijk veel veranderd is sinds in die twee jaar, behalve dan dat ik ouder en duidelijk nog emotioneler, instabieler, gekreukter en onverstandiger geworden ben.

Ik kan het niet laten. Enkele quotes en passages uit mijn allereerste blogs. Ze doen ’t nog steeds.

We shall draw from the heart of suffering itself the means of inspiration and survival.
(Winston Churchill)

“Accepteren dat ik heel veel dingen niet gedaan heb en ook nooit meer zal doen in mijn leven. Accepteren dat ik in veel opzichten heel veel geluk heb gehad waar anderen zoveel pech hebben. Accepteren dat ik meestal écht niks kan doen of betekenen voor mensen om me heen die zoveel pijn en verdriet hebben. Maar ook accepteren dat niet iedereen mij een prettig, lief, leuk of bijzonder mens vindt. De dingen vallen langzaam op hun plek, maar soms vallen ze er toch ook nog steeds een gigantisch stuk naast…”

“Zolang ze maar in je hoofd zitten, zijn gedachten ongevaarlijk. Je kunt denken, dat je ze nooit hebt gehad. Maar als je ze opschrijft, kunnen ze niet meer weg. Als weggewaaide papiertjes waar je je voet op hebt gezet. Toch schrijf ik ze op. Dan kunnen ze zien dat ik niet bang voor ze ben…”
(Tim Krabbé, uit “Een tafel vol vlinders”)

“Die zilveren zieledruppels weer aan elkaar.
Worden ze weer een gedaante.
Er zit nog niet zoveel vorm aan
Je herkent jezelf niet meer
Een maanlandschap van littekens
Een wanstaltig geheel van zeer
En toch begint het er weer op te lijken
Nog wel heel broos en fragiel
Maar toch een weer functionerend geheel
Een Terminatorziel.” 

Ach… ik kan wel aan ’t koekeloeren en kopiëren blijven.
Over tot de orde van de dag.
Verder met het hier en nu.
Maar niet voordat ik gezegd heb:
Bedankt allemaal.
Bedankt voor het lezen, voor alle reacties, steun, lieve en leuke woorden, inputs en likes.
Ik waardeer dat én jullie enorm!!
Op naar een nieuw blogjaar.
💋 van Lou.

blog

Kom. Laat ik maar weer eens een blog schrijven.

Over de vakantie in Italië? Een blog over het huiske dat niet aan onze verwachtingen voldeed maar dat ik – op kosten van het resort – ‘verbeterd’ heb, over de gestoorde italianen die van service nog nooit gehoord hebben en rijden als maniakken, over de gekko’s die ’s avonds sprinkhanen vingen op de muur naast mij, over de Costa Concordia die nog steeds scheef ligt en over het strandje waar ik op de rotsen bijna gestorven ben? Ach nee…

Over mijn Nederlandtijd? Over vriendinnenbezoeken, #annelies, tranen met tuiten lachen, heerlijke dineetjes en een geweldige reünie van mijn lagere-schoolklas, waar ik mensen na bijna 30 jaar weer gezien heb en merkte, dat we gewoon nog hetzelfde zijn als toen en dat de school van binnen in werkelijkheid veel kleiner is dan ik in herinnering had? Ach nee…

Over de katten, mijn Stephen-King-obsessie, mijn stabiel mislukkende afvalpogingen, mijn zeker niet van de liefde knikkende rechterknie, mijn absolute chaostuin, mijn zomaar ineens whatsappende buurvrouw, mijn vreselijk onattente maar oh zo hard werkende en ondanks dat toch echt wel lieve man, mijn niet nader te noemen flirts, mijn stiekeme dingen die ik officieel niet heb,  mijn steeds slomer wordende en dus duidelijk aan een opruiming toe zijnde Nissan Note, mijn Audi met opvliegers in de vorm van ‘Motorsteuerungs’-problemen, de snelle maar wegens algeheel gebrek aan kinder-DVDs (in NL vergeten) slopende terugreis van Nederland naar huis, de overheerlijke opgewarmde zuurkoolstamppot met worst van mama die mijn heimwee vol geweld nieuw leven in blies, mijn persoonlijke en uitgesproken mening over Obama, Syrië, PRISM en de luierverwisselingsfrequentie van de hollandse bejaarden, de nieuwetijdse mummie van Nordrhein-Westfalen of mijn imminente salary cut.

Ach.
Nee.

Ik ga gewoon maar weer een lekker potje op mijn rug staan.
Knikkende knie incluis.

maandowns

Het is elke keer opnieuw moeilijk te beschrijven. De neerslachtigheid die zich zo eens per maand van mij meester maakt. Zo zat je nog vol energie, ging je met alle elan te werk, pakte je alles aan. En zo heb je nergens zin meer in. Wordt de schakelaar omgegooid. Denk je de hele dag “pffffffffff waarom zou ik nog…” Intens moe. Down. Huilerig.

Het geluk is dat ik momenteel heel erg druk ben, ik móet wel door. Ik moet zoveel doen, aan zoveel dingen denken, zoveel klussen in de tuin die gewoon niet kúnnen wachten en nu moeten gebeuren, dat ik simpelweg doorga. Door met functioneren. Niet denken maar doen. Van rekeningen schrijven tot gras verticuteren, van brieven schrijven tot plantenbakken beplanten,  van presentaties bijwerken tot pannenkoeken bakken, van ouderavonden tot voetbaltrainerszittingen.

Gewoon doen. Gewoon gaan. Maar ondertussen takel ik af. Voel me mat en lusteloos. Standaard anderhalve kilo erbij waarvan ik weet dat het allemaal vocht is maar desalniettemin belanden mijn dieetpogingen meteen weer in de prullenbak en is mijn moeizaam opgebouwde discipline weer vervluchtigd. Foetsie. Ik maak meer fouten dan nodig en ben sneller geïrriteerd dan een krolse kat.

Het liefst zou ik me dan een stuk in mijn kraag zuipen om alles fijn te verdoven. Maar aan stukken in kragen zuipen doen we niet meer tegenwoordig… Morgen eerst maar weer een rondje nordic walken of fietsen of powerplaten.  Dat werkt dan toch beter. En overmorgen ziet de wereld er alweer heel anders uit. Zeker en vast…

Gudderig

Zo heet dat. Als je het steeds een beetje koud hebt en er af en toe een rilling door je heen gaat. Niet ijskoud maar gudderig. Net als het weer. Dat kan ook gudderig zijn. Godderen, gudderen, gidderen, schijnt allemaal ’t zelfde Nedersaksisch te zijn voor ‘met kracht neervallen‘. Stamt van geuren/guren. Dat betekent ‘als stof ergens uitvallen‘. Laat ik dat nou best wel graag willen… tot stof worden en dan lekker ergens uitvallen. Bij voorkeur uit een palmboom ofzo. Of uit een hete luchtballon zonder parachute… Even dwarrelen en dan vet crashen. Ja, dat lijkt me wel wat.

Ik ben gudderig. Mijn lichaam en mijn stemming zijn gudderig. Het weer is sowieso gudderig. En mijn ogen zijn gudderig. Ze vallen letterlijk met kracht neer. Alsof mijn oogleden twee doeken met loden baleinen zijn die na een volledig mislukte voorstelling versneld dicht smakken zodat het toneel in ieder geval vast niet meer te zien is. Snel weg.

Ik zou zo graag willen gillen. Gillen dat dat meisje van vroeger echt nog wel steeds ergens heel diep binnenin mij zit. En in een hoekje zit te huilen. Ik zou willen brullen dat ik nog steeds goed genoeg ben. Voor jou. En jou.  Schreeuwen dat je op moet rotten met je kritiek en je kleinerende opmerkingen. Ik zou je hardhandig door elkaar willen schudden zodat je eindelijk wakker wordt en ziet dat ik de moeite waard ben. Maar het is zó lastig om jezelf door elkaar te schudden…

Ik roep. darksoul

Maar degene die het werkelijk zou moeten horen, is doof voor mijn geschreeuw.
Ik kan mezelf niet horen…

God wat is het donker hier binnen zeg…

Ik wil fluoriserende lichtknopjes in mijn ziel.

.

.

.

.

(Maakt u zich vooral geen zorgen. Het gaat goed met mij. Ik zat te twijfelen of ik dit er überhaupt bij zou zetten, maar zieleroerselen en realiteit hebben niks met elkaar te maken. Niemand hoeft zich zorgen te maken over mij. Dat kan ik zelf nog altijd het beste.)

Mattigheid

Nietsziende blik. Mat en dof.mattigheid
Wit display doemt op. Ventilator zoemt.
Komt dat Ooit nog? Of…

Gedachten. Ze rollen.
Woorden verschijnen. Als vanzelf.
Letters die rond dollen.

Toetsenbord zo glad.
Afgesleten. Glimmend touchpad.
Nieuw was-ie echt mat…

Gedachten. Ze dwalen af.
Ik laat niet los. Berusting als gevolg
van wat jij niet gaf.

Ik voel nu langzaam
mattigheid. Wat als nu toch niet is.
Had het Ooit een naam?

Ogen slaan neer.
Ik denk alwéér aan jou. Vergeten.
Ooit komt nooit meer…

.

(c) Lou

Op

Dat is ‘t.
De koek is op.

De sociale communicatiekoek zeg maar. Ik heb er momenteel de energie niet voor. Het is misschien lullig maar het is wel zo. Ik vermoed dat een winterdepressie-achtig iets er mede schuldig aan is. Ik ben moe, uitgeblust, gedemotiveerd, nog moeier, heb een hoop pijn (rug, nek, hoofd), weinig energie en nergens zin in. Een griepje onder de leden, dat zou ook nog kunnen. Alles doet zeer. Hoofdpijn, de tranen redelijk hoog. Dat dus.

En dan heb ik dus geen zin meer in communiceren. Het hoogstnodige wel (en dat ‘hoogstnodige’ neemt dan vooral de vorm van m’n lieve zus en mijn pap&mam aan) maar verder ben ik enkel redelijk stilletjes op de achtergrond aanwezig. Een plek die me op dit moment eigenlijk wel heel goed bevalt. Klep dicht en koekeloeren. Is nieuw voor mij. Maar ’t bevalt. Ik ben er wel, ik lees wel wat maar ben niet echt merkbaar. Een dag als gisteren geeft me dan wel weer een kleine boost, dat wel. Dan merk je weer wat écht belangrijk is. Maar vandaag was het weer redelijk slopend hoewel het toch ook wel gezellig was bij onze vrienden. Maar het moeten praten, het gezellig moeten zijn, het geïnteresseerd moeten blijven, dat was vandaag ergens moeilijk op te brengen. Ik was vanmiddag werkelijk het liefst weer in mijn bed gekropen, opgerold, dekens over de neus, slapen. Was zelfs vergeten om mijn mobiel mee te nemen en dat wil wat zeggen. Ik heb ’t ding ook niet echt gemist. Dat zegt misschien wel nóg meer.

Ik schrijf daarentegen nog wel graag (vandaar ook dit blog weer). Dat is namelijk toch hoofdzakelijk een éénzijdig iets. Ik ratel er op los en men leest ’t als het hen past. Of niet. Ook goed. Reacties zijn altijd fijn (heel fijn zelfs), maar ik voel me niet standaard verplicht om daar dan weer op te reageren. Soms doe ik dat, soms ook niet (vergeef mij). Daarom is een blog ook zo’n lekker iets. Ik pleur erin waar ik over pieker, wat ik denk, wat er aan onzin in mijn hoofd rondspookt en wat me bezig houdt. Dat kan door anderen als saai of irritant ervaren worden, ook dat vind ik best. ‘t-Is mijn blog. En mijn hoofd…

Een hoofd dat raar werkt, ik weet er alles van. Een maalhoofd. Een piekerhoofd. Een zwaar hoofd. Een intern meervoudig hoofd… Een liefst verdoofd hoofd. Ik verzuchtte het al eerder: ik wou dat ik een knop had waarmee ik in m’n bovenkamer de boel gewoon uit kon doen. Als een lampje. Klik. Uit.  Niks meer denken, geen gepieker, geen vergeten dingen, geen moeten, geen pijn. Gewoon UIT. Maar zo’n knop heb ik niet en daarom ben ik dus niet ‘uit’ maar ‘op’. Van m’n eigen gedachten en gemaal. Ik kan bij wijze van spreken nog nadenken over waarom ik nu toch ineens weer een blog typ. Had ik er dan zo’n  zin in? Moest ik nou echt iets kwijt? Waarom typ ik? Waarom typ ik nu precies DIT?? Wat is überhaupt de zin van bloggen? Het is eigenlijk een redelijk onzinnige bezigheid. Je schrijft je hoofdinhoud op en laat anderen nog meegenieten ook. Maar eigenlijk kan ik het allemaal net zo goed weer met een pen in een boekje schrijven, zoals ik dat vroeger deed. M’n gedachtenboekjes van toen (hier een voorbeeld van mijn 1.0-schrijfsels…) waren (en zijn) goud waard. Voor mij dan. Alleen voor mij…

Als ik dan zo zit te typen zie ik dat m’n man wél een UITknop heeft. Die gooit de TV aan (‘click’), klikt naar kanaal 18 (Arte, steevast garant voor oersaaie documentaires) (‘click-click’), propt een kussen onder z’n hoofd en slaapt. Uit. Klaar. En ronken maar. De TV loopt naar mijn mening werkelijk voor niks te blaten, maar als ik ‘m uit doe, is man meteen weer wakker dus ergens heeft het ding toch overduidelijk een slaapverwekkende werking. Blijft die TV aan, blijft hij uit.

Wáárom kan ik dat nou niet… *jaloers naar ronkende man kijkt*

Ik pak zuchtend het laatste glas weekendwijn (het ís nog weekend hè) en typ er maar weer op los.
Wat anders kan ik blijkbaar niet.

I’ll be back. Da’s een ding wat zeker is…

Thuisbrenggesprekken

Buurmeisje speelde vanmiddag hier. Gebracht door haar vader de buurman want ze durft niet alleen naar ons toe te komen. Én ze durft die ca. 200 meter dus ook niet alleen terug naar huis te lopen, daarom brachten dochter en ik haar even. Dochter op haar step, buurmeisje op haar bobbycar en ik op m’n wintercrocs…
“Kom skattie, we brengen Mina naar huis”
“Okeeeejjj dan… schoenen aaaaannnn… muts opppp…”
“Héé mijn muts met konijnenvelpompon ligt op de grond!!” gilt Mina.
So what. Zal de kat wel gedaan hebben.
Met z’n drieën lopen we rustig naar het huis van de buren.

“Hey Mina… volgens mij is er nog niemand thuis. Kijk maar, alles is donker.”Feld
“Oh jawel hoor, maar papa slaapt vast. Dat doet-ie altijd als mam aan ’t werk is. Daarom moet ik ook weg.”
Aha. Dat vermoeden had ik al wel vaker op vrijdagmiddag.
“Waar is Max [buurjongetje] dan?
“Die heeft-ie daarstraks naar een vriendje gebracht, voordat-ie mij bij jou bracht.”
“Oh. Aha. OK… Nou we kijken wel even of-ie thuis is.”
Buurman doet met slaperige ogen de deur open. Warempel.
“Ahh haiii! Dat is snel! Oh ehh, bedankt voor ’t thuisbrengen.”
“Null problemo. Doeiii Mina! Fijn weekend!”
Dochter loopt naast de step en samen lopen we zo terug.
“Maham ik loop wel. Anders ben ik zoveel eerder thuis dan jij en da’s niet leuk voor jou.”
“Uhuhh…”
“Maham kijk, die boom groeit scheef. Zou-ie rugpijn hebben?”
“Vast.”
“Maham kijk, wat een modder hè, daar zou ik heel goed even doorheen kunnen rijden.”
“Uhuhh…”
Oh. Prut. Fout antwoord. Dochter ziet haar kans schoon en scheurt met haar step de drek in. Fijn…
“Maham kijk, Norbert schildert weer! Die schildert ook élleke dag hè…”
Norbert is onze kunstschilderende buurman. Hij maakt enorm grote, werkelijk wel heel mooie schilderijen. Met overduidelijke figuratieve naaktafbeeldingen, deels “in the middle of the act of all acts” of in één of andere slangenmensachtige omstrengeling. Voor een héél groot venster op de eerste verdieping en met héél veel licht zodat hij, en ook wij wandelend publiek, alles goed kunnen zien.
“Nèèhh, die schildert niet elke dag. Maar wel vaak, da’s waar. Maar ik zie Norbert nu nergens dus misschien is ’t Jannie die de boel boven even schoonmaakt of stofzuigt ofzo.”
“Duhhh zeg. Als-ie zelf rotzooi maakt, moet-ie ’t toch ook zelf opruimen??”
“Ja eigenlijk wel. Net als jullie dat altijd doen hè?”
Dochter antwoordt wijselijk niet en kijkt dromerig over haar step het veld in.
“Mahaaam… als jij later groot bent hè, wil je dan nóg een keer kinderen?”
En ik dacht óók wijselijk niets te antwoorden en een beetje het veld in te staren.
Maar die vlieger ging niet op.

“Mam?? Ik vroeg je wat! En als ik je wat vraag, heb je ook te antwoorden hoor!”
Gohhh, waar ken ik dat van :-S
“Ehh euhh… kinderen,euh… nou, als ze zo worden zoals jullie, dan zeker wel!”
*Grijnst in haar vuistje*
Pfoeh, heb ik dát zomaar even diplomatiek eruit geperst.

“Maar lieverd, eigenlijk bén ik al groot…”
“Ja hèhè, dat zie ik ook wel mam. Kijk, jij hebt vetrolluhhh!” [port en knijpt me sneaky in de zij]
“Haaaaaaaaahaha!! Jij bent gewoon Megamama!!”
en ze zingt op de melodie van Megamindy heel hard “meeeegaaaamammaaaa”

Misschien denk ik er toch nog maar een keer over na.
Over die kinderen die ik zeker wel wil hebben als ze zo zijn als zij…
Volgende keer mag ze Mina alleen naar huis brengen.

Rot

 

De kerstboom gaat uit. Dat heb je met lampjes die veroordeeld zijn tot het werken met een tijdschakelaar. Maar zo’n drie tot vier weken per jaar word ik elke avond rond deze tijd een beetje melancholisch. Pats. De lieflijke lichtjes doven. Te vroeg. Waarom ik die verhipte schakelaar niet gewoon op een uur later uitgaan zet, beats me. Misschien heb ik het nodig, deze melancholie voor het naar bed gaan. Lenny Kravitz bromt in m’n oren dat ik de love moet laten rulen. Ga ik zo doen. Ik voel m’n rug, nog een teken dat ik oud word.

Rotrug. Rotlampjes. Rotmelancholie. Rotslaap.

Gelukkig ben ik gek op Rot.
Schön Rot ist nicht häßlich.
Toch?

tehuis

Zu Hause.
Te huis dus?
Het is thuis, maar ik moet nog even wennen… na een week onder de vleugels van m’n ouders zit ik na een dagje incidentloos autobahncruisen met onze Auwdi dan toch weer in terug de Heimat. Een deel van de troep inclusief het kapitaal aan hollandse kaas en stroopwafels is zelfs alweer opgeruimd, een ander en groter deel nog niet en ligt her en der verstrooid in de gang en de kamer. Ik heb er geen zin meer in. Het is redelijk koud hier binnen, ik schat rond de 19 graden en ik heb nog maar even een extra vest aan getrokken. En nog heb ik het koud… Tranen bij het wegrijden. Steeds verder weg van mijn lieve ouders die staan uit te zwaaien. Verder weg ook van mijn topwief van een grote zus. Van mijn andere lieverds en vrienden in Nederland die ik dit keer niet eens gezien heb. Het viel simpelweg niet meer in te plannen maar ik hoop bij m’n volgende nederlandbezoek toch wel weer wat meer mensen te zien. Ik mis ze. Allemaal. En toch ben ik thuis. Te huis. Mijn hoofd bromt nog steeds van het onverwachte doorzakken van gisteravond. Roze champagne en whisky, een interessante combinatie. Ik gaap me scheel, zit te rillen. Duidelijke tekenen. Slapen. In mijn eigen bed. Hopelijk voel ik me morgen weer thuis in mijn tehuis…

fuck you

fuck you.fuckyou
oh, mag dat niet?
bepaal zelf wel wat ik doe.
fuck you.
zoals je ziet.
pech gehad. klep toe.
fuck you.
krijg toch fijn
’t heen en weer. ben moe.
fuck you.
laat me zijn
wie ik ben: kiekeboe.

doet’t-ertoe
toedeloe
jioe-jitsoe
hengelroe
opperzoeloe
kerstmoe
maraboe
blindekoe
nie goe?
fuck you!
.
.
.
.

(háh!! lekker was dat :-))

Hoogstgevoelig

Ik heb sterk de indruk dat mensen zich er tegenwoordig steeds bewuster van worden dat ze sensitiever zijn dan een paar decennia geleden. Er gaat geen dag (nou ja, week) voorbij zonder dat het begrip hoogsensitief of “highly sensitive” voorbij komt rollen. Het geheel heeft een hoop namen zoals ‘nieuwetijdskinderen’, ‘hoge prikkelbaarheid’, hooggevoeligheid of ‘HSP’ maar jee, wat is dat dan precies? En waarom lijkt het alsof tegenwoordig zelfs het merendeel van de mensen zo hooggevoelig is? Zou zelfs  ik (ik kortdoordebochte, sarcastische droogklotin) het kunnen zijn?

Ik heb voor deze korte, geheel inobjectieve zelfstudie maar eens een klein aantal (tot nu toe 6) van die online HSP-tests ingevuld. Ik scoor grofweg tussen de 86 en de 94% ‘positief’ en ben dus blijkbaar – volgens deze natuurlijk absoluut niet-suggestieve, ongestuurde tests – óók een HSP-er. Met hier en daar een uitzondering: Ik voel mij niet ongemakkelijk als er een hoop om mij heen gebeurt. Ik word ook niet snel overprikkeld door dingen als fel licht, sterke geuren (behalve als ze uit familiaire achterwerken komen), grove weefsels of harde sirenes. Het zal me allemaal worst wezen. Ik consumeer caffeïne als een junk en ben gek op snoeiharde muziek. Ik kan – als ik daar zin in heb – minstens 18 dingen tegelijk doen, ook in opdracht.

Maar ik kan er niks mee. Ik kan niets met het begrip ‘hooggevoelig’ zelf en ook niets met het feit dat zoveel mensen het schijnbaar met mij mee zijn. Ik vind het namelijk niet meer dan een normaal iets. Mensen ontwikkelen zich nu eenmaal. Ze evolueren, niet enkel fysiek maar ook gevoelsmatig. En hun omgeving verandert ook nog eens sterk mee. Méér mensen in de directe omgeving, méér geluiden, méér impressies, méér (al dan niet online) gedeelde gevoelens, méér en vooral ook andere (maatschappelijke) problemen, méér en snellere media, méér geluid, méér verwarring. Dat werkt al sinds decennia op ons in en wij ontwikkelen ons daarnaar (jajaja, ik weet ook wel dat ‘evolutie’ iets van miljoenen jaren is, maar deze huidige ontwikkeling is een emotioneel aanpassingsgerichte en die gaat sneller. Duhhh…) Tuurlijk merk ik snel wat er in een ander om gaat, voel ik aan wat mensen om mij heen bezig houdt, ben ik redelijk emotioneel gevoelig voor verdriet/pijn van anderen, ben ik in groepsverband niet al te assertief (nee echt niet, gek hè) en kan ik informatiestromen heel snel in mij opnemen of me er juist compleet voor afsluiten omdat ’t me teveel wordt. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Maakt mij dat ‘hoog’-gevoelig? Het maakt me menselijk. En misschien gevoelig. Maar zoals ik het nu zie, is minstens de helft van mijn omgeving net zo gevoelig en zijn we met zijn allen gewoon weer doorsneegevoelig. Ik hoor u al roepen: “jamaar, jamaar: soort zoekt soort hè!” Maar ik zoek niks, ik kijk simpelweg om me heen en constateer.

Mensen die hooggevoelig zijn, zijn volgens de onderzoeken van psychologe Elaine Aron vooral  “consciëntieus, loyaal, gericht op kwaliteit en met een hoog inzicht in mensen en processen.” Dat is op zich heel fijn, prima werknemers in mijn persoonlijke werkgeversvisie. Maar er zijn dus inmiddels heel erg veel mensen die deze eigenschappen hebben. Ze zijn daarom voor mijn begrippen niet meer HOOGsensitief, maar gewoon hedendaags sensitief met een eventueel ietwat hoger emotioneel quotiënt… Het is een simpel aangeboren iets, een karaktereigenschap, een menselijke ontwikkeling. Geen stoornis.

Ik wil hier echt niemand mee kwetsen of hordes gevoeligen over één kam scheren. En als je last van je eigen gevoeligheid hebt, is dat zeker geen pretje. Maar het helpt wél als je je bedenkt dat je niet de enige bent (langgggg niet de enige, hele volksstammen zijn inmiddels gevoeliger dan vroeger) en dat het een pure karaktereigenschap is (en dan ook nog een hele goede). De één is verlegen, de ander een exhibitionist. De één is een hork, de ander gevoelvol. De één is sympathisch, de ander empathisch. De één is tactloos, de ander sensitief. It’s just the way it is. Doe er je voordeel mee.

Als we nu allemaal onze zo prachtig ontwikkelde manier van empathisch, liefderijk, medelevend, sympathiek, altruistisch en gevoelvol leven continuëren, kunnen we het op deze aardkloot – voor zolang-ie nog bestaat, wat was ’t ook alweer, nog zo’n 45 dagen? 😛 – heel fijn hebben samen. En piekeren over de hoogste mate van sensitiviteit hoeft niet meer, we zitten praktisch allemaal in hetzelfde schuitje. We feel the same, so relax… Zullen we dat eens doen, mijn lieve hooggewaardeerde, hooggeliefde, hoogstgevoelige medemensen?

Oh, en die überbotte horken die bijvoorbeeld Tim naar de donkere kant gepest hebben, die lopen dus overduidelijk een paar miljoen jaar achter in de empathische sensitiviteitsevolutie. Stelletje ongevoelige kuddedieren. Daar wil je toch niet bij horen. Hoogste tijd voor die lui om eens een beginnetje te maken met de ontwikkeling van bijvoorbeeld een hersenstam met een klein broccolikluitje erbovenop, zou ik zo zeggen, tactvol als ik ben… *kuch*

En nu ga ik even lekker headbangen.

Boe

Ik heb nu al ongeveer een maand een blog met de titel “Boe” als concept open staan.
Ik weet niet eens meer wat ik ermee wilde zeggen of wat ik nou wou schrijven, maar het begon met “Boe”…

Boe
rensnuiter.
Boe
kenlegger.
Boe
zem.
Boe
ventuig.
Boe
da pest.
Boe
noch bah.
Boe
ing.
Boe
ketje.
Boe
kieke.
Boe…

Ik weet ’t niet meer.
Dan maar gewoon Boe.

10-10: Blogjaardag!!

Jaja, ik vier ‘m ook, als het mag.
Exact vandaag!! Mijn blogjaardag!
Eén jaar oud en warempel, ik kan al bijna lopen.
Nog even en dan kan ik vast ook wel een roman verkopen 😉
In kruipen en opkrabbelen ben ik al kampioen.
Net als in melancholisch en dramatisch doen.
Een jaar geleden begon ik voorzichtig op blogspot,
al snel over naar wordpress (NOT worldpress), dát was pas hot.
Ik schrijf en rijm me een slag in de rondte.
Ik hou van het grillige. Het wispelturige én het bonte!

Inmiddels heb ik al krap 450 (deels ook niet publieke) postings geschreven. Over vanalles en nogwat. Over mannen en vrouwen. Over ergernissen en liefde. Over kinderen, katers en poezen. Over ziekte, pijn en verdriet. Over mijn polyamoureuze hart, m’n hormormels en zieleroerselen. Over facebook, bloggen en twitter. En misschien zelfs wel over jou…

Dik 30.000 page views. Ik geloof dat dat in vergelijking met veel andere blogs niet bepaald veel is, maar ik heb een heel stel vaste lezers en daar ben ik heel, héél blij mee!! Ik schrijf weliswaar in eerste instantie voor mezelf, maar het is zo leuk en fijn om te lezen wat het met anderen doet, wat men ervan vindt, dát er mensen zijn die mijn tekstgebrabbel überhaupt lezen.

Ik begon mijn blog met een gedichtje van eigen hand, wat ik hier – een jaar later – gewoon nog een keer ga posten.


Zal ik of zal ik niet?

to write or not to write…
to blog or not to blog…
to be or not to be…
zal ik? ja ik zal. ooit.
en dat ooit schijnt nu te zijn…
in een tijd van huilen
in een tijd van verdriet
kun je je in woorden verschuilen
woorden vergeten niet…
gedachten neerzetten
voor jan en alleman
ik ga lekker nergens op letten
ik hak alles in die blogpan…
het zal toch wel niemand lezen
en wanneer wel, so what
Lou zal altijd louter Lou wezen
Ik weet ‘t. Ik kan dat.

“Het zal toch wel niemand lezen.”
Dat klopt dus uiteindelijk niet helemaal. De rest wel. Ik hak nog steeds alles in die blogpan en ik ben heel erg blij dat ik uiteindelijk voor “to blog” i.p.v. “not to blog” gekozen heb. Het is een enorm fijne uitlaatklep maar ook een geweldige manier om creatief te zijn en te spelen met woorden.

‘In den beginne’ schreef ik behoorlijk amateuristisch en eigenlijk is dat niet zo heel veel veranderd. Veel citaten, korte blogjes met een bepaald gevoel of een speciale ervaring. Een mens leert, dat wel. Poëzie was er gelijk al in overvloed. Bijvoorbeeld deze, een eigen hersenspinsel van 11 oktober 2011:

Een zucht
is onzichtbaar
net als de wind
als de dag begint.
Onzichtbaar zijn de dingen
die ik kwijt ben
die ik nooit meer vind
maar
met mijn ogen dicht
zie ik alles….

Mijn dank gaat uit naar jullie allemaal.
Bedankt voor het lezen en voor al jullie reacties!!!

10-10.
Mijn blogjaardag.
Happy anniversary to me!

*kloink*
#proost
;-P

gesjeesd.

Gesjeesd word ik ervan. Van dagen als deze.

Kwart over zes eruit, het ontbijt hectisch als altijd, stipt om 7:14 rennen de kinderen toch met praktisch al het benodigde én schoenen aan de deur uit en linea recta de schoolbus in. Ik ruim alles binnen op, vaatwasser uit- en inruimen, stofzuigen, katten verzorgen (die ik vanaf 4 AM om de haverklap de trap afgejaagd heb: ons ‘trapbeschermingskarton’ hebben we gisteren weggeruimd maar ik wil ze partout niet boven hebben, écht NIET. Dus moeten we ze nu bijbrengen dat ze niet naar boven mogen. Plantenspuit in de aanslag en hardnekkig cq. standvastig blijven…). Man de deur uit en vervolgens ik pak toch echt wel even mijn rustmomentje van de ochtend: met een grote mok koffie en m’n foon op ’t terras in ’t waterige ochtendzonnetje. Heerlijk. Dat moment heb ik dan toch maar mooi weer binnen.

Aan ’t werk maar zo geen zin… Een hoop rekeningrotzooi die opgeruimd moet worden, aanmaningen, belletjes. Geen leuk werk in ieder geval. Ik ben ’t zat, ik wil wat anders… Daarnaast heb ik de financiële administratie van de turnsectie van de sportvereniging op me genomen wat aandacht vergt, nu aan ’t begin van het tweede halfjaar van 2012. Iedereen moet weer betalen, de lijsten aangepast en bijgewerkt, mensen gevraagd naar de betaling en vooral: ter plekke bij de ingang staan en kasseren… Wat een chaos, die tent.

Kwart voor twaalf: beide kinderen komen binnenstuiteren. Klaar met school. Ik schiet overeind: shit het is alweer middag! Snelsnel eten koken. Spaghetti met rooie saus. “Alweer???” Ja. Alweer. “Oh lekker!”. Mooi. Ik moet ongesteld worden en dan ben ik altijd nogal kort aangebonden…  Eten en eetzooi opruimen en huppetee, allemaal aan de grote tafel: huiswerk maken. Ze treiteren elkaar tot en met maar we moeten dóór. Met z’n allen. Dochter tekent haar tweetjes en drietjes in een schrift met allemaal boogjes en bloemetjes ernaast. Het zal wel.

Zoon schrijft tien zelfbedachte zinnen in zijn duitse huiswerkschrift. Na een dik uur (…) klapt hij ’t dicht: “klaaaar!”.
“Moet ik even controleren, lieffie?” – “Neee neeee, hoeft niet.” Nou dan weet ik wel hoe laat ’t is. “Kom op joh, ik of de juf, dan heb je toch liever dat wij ’t samen verbeteren?” Zoon bokt. Ik moet kletsen als brugman om hem bij me te krijgen. Samen verbeteren we de eerste zin en hij barst meteen in huilen uit. Alweer. Geruststellen, de hemel in prijzen dat hij ’t écht heel goed gedaan heeft en dat we enkel even wat dingetjes verbeteren samen zodat hij dan weet hoe de woorden geschreven worden. Hoofdletters, omgedraaide letters, vergeten -n-en, verkeerde naamvallen. Alles zit er in dubbel- tot drievoud in, in de tien zinnen. Ik denk bij mezelf: “de volgende keer mag de juf ’t doen hoor, pffff.” Maar ik weet dan ook dat zij duidelijk minder lovend en meer degrondinborend zal zijn dan ik… Het lukt uiteindelijk. Ondertussen is het half vier en moet ik dringend door met m’n werk en m’n lijsten (en ik moet nog zóveel andere dingen doen…).

Tegen vieren maak ik wat broodjes en drinken voor de kinderen want ik moet zo weg naar de voetbal. Snel snel omkleden, om kwart voor vijf naar ’t sportveld. Trainuurtje met de jongsten van de club (4-6 jarigen). Ik moet eerder weg want om kwart voor zes moet ik alweer in de sporthal zijn om de gymmers op de lijst af te strepen en de bijdrages voor het turnen te innen of een overboekingsformuliertje te geven. Om tien voor half zeven weer thuis. Snel wat naar binnen stouwen, nog sneller kauwen, snelst wat eten voor de kinderen gemaakt die nog honger hadden en hoppaaa, weer naar de sporthal voor de volgende gymeenheid. Om kwart voor 8 weer thuis, kinderen met enige stemverheffing tot opruimen gemaand. Vanochtend was m’n huis nog zó mooi aan kant… Eigenlijk hadden ze al boven moeten zijn maar dat lukt dus nooit als ik weg ben. Man is er niet, die heeft avondschool vandaag. De kinderen zijn zo strontvervelend dat ik geen zin meer in voorlezen heb. Dan maar niet, sorry hoor. Komt niet vaak voor maar ik ben echt op.

M’n nek brandt heftig aan de linkerkant vlakbij m’n schouder (monnikskapspier?). Ik heb barstende koppijn. M’n linker oog heeft last van stuiptrekkingen (slaapgebrek?) en ik voel me intens moe.

En wat doe ik??
Een blog typen.
Ja. Inderdaad.
Gesjeesd…

Puinzooi de tweede

Ik schijn al eens eerder over puinzooien geblogd te hebben, zie ik aan het voorstel van WordPress voor de Permalink. Ach ja, dat is ook niet echt verwonderlijk. Het ís hier nu eenmaal vaak een grote puinzooi. Maar vandaag is-ie net een beetje groter zodat ik bij binnenkomst bij de deur al even stil blijf staan en denk: “tjeejjjzus….” En dan: “Wat een ongelooflijke rotzooi is ’t hier. Hellup. Koffie…”
Eerst maar ‘ns zitten na alle geren en gesport en gedoe. Een flinke caffeïneboost is wel nodig voordat ik me aan zoiets ‘groots’ waag.

Waarom is het bij mij nou zo vaak zo’n enorme chaos? En waarom stoor ik mij er eigenlijk niet eens (meer) aan? Vroeger kon ik er niet in leven, moest er orde en ruimte om me heen zijn. Nu kijk ik met een schuin oog langs de verlepte rozen op tafel en door de vlaggetjesslingers heen naar de zich daarachter bevindende wroetberg, denk onverholen “Ach…. Komt straks wel”, en ga aan de slag met m’n werk en met een bult notulen. Eten koken (nog meer puinzooi), kinderen maken huiswerk (nóg meer chaos). Ik probeer hier en daar sneaky wat dingen weg te gooien (barbiepaarden met afgebroken benen bijvoorbeeld) maar dat mag dus ook niet en wordt hard afgestrafd. We sluiten een compromis: ik mag het been weggooien, zij houdt de rest van het paard.  Dan maar op zoek naar andere dingen die ik wél weg mag gooien…

Ik weet ‘t.
M’n rotgevoel.
Weg ermee.
Pohh.
Heb ik even lekker opgeruimd zeg…

gelul

Hebt u wel eens gedacht
dat alles zo zinloos was?
Wat had u dan verwacht
toen u wéér zo’n blog las?

Wat een gezeik,
ja, wat een gelul.
Dat mens vertelt gewoon
Een hoop flauwekul.

Hebt u wel eens gedacht
wat heeft dit voor zin…
Het komt er onderaan uit
en ze stopt ’t er bovenaan in?

Elke zin een hoop gepriegel
dag in dag uit ‘t-zelfde gedoe
U kijkt weer eens in de spiegel
en denkt “ben ik me een potje moe…”

Hebt u wel eens gedacht
wat leutert ze nou dan weer
op rijm, jemig ook dat nog
alweer een berg hartezeer??

Nee, dit keer is het simpel de vraag
naar de zin van alle onzin
Ik splits u mijn gelul in de maag
en u weet nu dat ik bemin…

(c) Lou

I get a feeling…

woohoooooo…

Raar gevoel. Beetje moe.  Volle, drukke dag maar niks relevants gedaan. Enkel dingen die gewoon moeten gebeuren zoals zoveel wat je automatisch doet omdat het je taak is. De kinderen zijn buiten aan ’t balgen, de één in de hangmat, de ander in de hangstoel, en maar schommelen, op de kop en met de tong uit de mond. Dochter hinnikt erop los en kletst een hoop onzin. Eigenlijk moeten we vanavond naar één of ander wijnfeest maar ik heb geen zin.

Ik kijk om me heen en zie enkel nóg meer dingen die ik wil doen. Die ik nog moet doen. Die ik zou moeten doen maar niet doe. Ze liggen er deels al maanden… Ik ben de laatste tijd meer adhoc bezig. Dingen op het laatste nippertje, niet eerder dan écht nodig. Soms zelfs nét te laat. De maandrekening van m’n werk die voor de 15e bij de accountant moet liggen. De kadootjes van dochter die dinsdag jarig is. Een paar CDs met foto’s branden voor een vriendin. De schoolspullen van de kinderen in orde maken want overmorgen begint het hele circus weer. Een taart en een salade maken voor het straatfeest – ik herinnerde me pas gisteravond per toeval (door wat een vriendin op facebook zei, notabene) dat dat morgen al is en dat ik nog niks in huis had. Had ik morgenochtend even op mijn neus gekeken als ik er dan pas achter was gekomen. Met inpakken voor de vakantie begon ik vroeger minstens 3-4 dagen van tevoren en dan vanzelfsprekend met een paklijst erbij. Nu denk ik een paar uur voor vertrek “verhip, laat ik eens wat dingen in gaan pakken…”

En ik vergeet dingen. Nét een afspraak gemaakt, moet ik een half uur later toch nog weer navragen welke dag we nou precies hebben afgesproken. Ik moet mensen (therapie zoon enzo, die categorie) bellen en ’t schiet er gewoon bij in. Ik loop naar de gangkast en voordat ik de deur opendoe, weet ik al niet meer wat ik wou halen. Ik moet een werkfax (jaja, er zijn nog steeds faxenden in deze werkwereld) sturen naar een nummer wat ik altijd zo uit ’t hoofd op m’n janboerenfluitjes in de fax ramde. Ineens moet ik het opzoeken…

Het is zó NOT me… ik de planner, ik de vervooruitdenkster, ik de allesonthoudster,  ik de onzekerheidsmijdster… Blijkbaar is dat verleden tijd. Hoort dit ook bij dat middenlevengedoe? Niet dat ik het erg vind hoor (nou ja, dat vergeten is wat minder fijn moet ik toegeven). Ik ben er duidelijk een stuk relaxter door. Ik doe de dingen die ik leuk en fijn vind eerst en dan komt de rest (ooit) wel. Tot nu toe denk ik aan alles toch nog steeds nét op tijd. Rottig wordt ’t pas als ik overal nét te laat aan denk…

Ach, daar denk ik nog maar even niet aan.

Wat een onzinblog eigenlijk…

Ik zou wat minder moeten denken.
Nóg wat minder.
Gaat me lukken.
Denk ik…

Oprit in oprichting

Een steentje bijdragen. Dat heb ik vandaag gedaan. Letterlijk. En nu kan ik niet meer rechtop zitten :-S

Wij zijn, na vijf lange jaren wachten, eindelijk onze oprit aan ’t bestraten. Dat is geen prutswerkje: onze oprit meet dikke 100 vierkante meter. Ik wou – zoals algemeen bekend –  asfalt er in mieteren. De randstenen (zo’n 50 tot 60 kilo per stuk) rondom het te verharden areaal hebben we samen in ’t beton gejasd, dat was nog te doen. En in die prachtige omranding had ik dus met liefde asfalt gestort: binnen goed 2 uur ben je klaar, het wordt voor je gedaan (met zo’n enorme machine, geweldig om te zien en vooral om toe te kijken hoe anderen werken) en je kunt er fantastisch op rollerbladen en stoepkrijten. Maar nee: man wilde toch echt stenen. Goed, dat verhaal is bekend. Ik had me erbij neergelegd.

Gemeleerde stenen (oftewel: met verschillende grijs-/graniettinten). Gevonden, besteld. Geleverd, dat ook. ‘s-ochtends om half 7 stond er een gigantische vrachtauto met kraan en aanhanger voor de deur en plantte tien ton stenen op onze chaos-oprit. Helaas waren het de verkeerde. Sjee, wat nu. Onder voorbehoud geaccepteerd, maar toch gelijk dezelfde dag nog gereclameerd: ze waren écht niet mooi. Geld terug geregeld, besteld bij andere firma. Levering binnen 5 werkdagen. Not… Ja, een levering kwam. Maar ook verkeerd en veel te weinig. Het gros niet eens uitgeladen.

“Uw stenen komen dinsdagochtend.” Prima, da’s nog zat op tijd. Dinsdagochtend: geen levering.
“Nee sorry, we redden het niet. Ze komen morgen [woensdag] ochtend. ” Nah jah, ook nog OK, wel balen. Woensdagochtend: geen stenen. Bellen. “Ja ze zijn geladen, in de loop van de dag zal de transporteur bij u zijn.” Hmmm. Pffffff. Enzo.  Want ondertussen lag onze oprit er wel helemaal legklaar bij en bleek voor onze en alle buurtkatten een gewéldige kattenbak te zijn: dat fijne grind was nou echt het walhalla voor de gemiddelde kakkende kat. Frustrerend om te zien hoe ze hun uitwerpselen minitieus in het door man perfect geëgaliseerde fijne grind begroeven. En vooral: het stonk…. (en stinkt nog steeds :-S). We hebben wat dingen gelegd en gesleept maar veel konden we nog steeds niet doen.

Maar ook de loop van de dag bracht geen stenen. “Sorry, de vrachtauto staat met pech. Hopelijk nog vanavond laat, anders morgenochtend.” AAAAARGHH!!! Kak. Letterlijk. Enniehouw: vanochtend om half 7 was de stenen-eppo er daadwerkelijk. En ze waren goed!!! Oh wonder. Snel geontbeten en om half acht ging’s los!! Mijn job: stenen (2 verschillende kleuren en 2 verschillende maten) in de juiste verhouding (12:6 + 4:2) in de kruiwagen draperen en naar de plaats des leggens kruien. Kan ik. Zo snel zelfs, dat ik grote delen ook meegeholpen heb om te leggen. What a job.

Ik heb vandaag in de zengende hitte goed 7 ton van die stenen door mijn handen laten gaan: in de kruiwagen leggen, kruien, deels ook nog leggen. Heerlijk. Maar ik kan u wel vertellen dat dit nooit mijn hobby zal worden. Ik heb nu geen onderrug meer, een lichte zonnesteek (geloof ik) en ik ben echt stuk en doodmoe. Maar morgen moet er nog goed een kwart ingelegd worden en dan nog alle stenen aan de rand op maat gesneden en gelegd worden. En vasttrillen moeten we het dan ook nog. Dat mag man doen: die heeft sowieso een olympische conditie. Mijn Epke is namelijk nu nog met de trekker (die uiterlijk vandaag terug moest naar m’n schoonmoeder) de hort op om vervolgens met de racefiets dat hele stuk nog terug te rijden (dik 30 kilometer). Waar háált-ie de energie vandaan. Ach verrek ja, het is een man. Daar zal ’t aan liggen.

Maar ik als goedgeaarde moederslaaf heb voor de twee irritante hongerlapjes hier nog wel weer in turbotempo pannenkoeken gebakken omdat ze zo’n honger hadden. Dat dan wel weer. En ik typ een blog. En ik drink een Hugo. En ik ruim de keuken op en doe nog even snel de was. Helemaal nutteloos ben ik nog niet…

Morgen weer verder. Ik voel me al een ware topbouwvakster… (inclusief décolleté).

Hé ho, hé ho
Je krijgt het niet cadeau
Hé ho, hé ho, hé ho, hé ho, hé ho…

Dikke PS: het bleek toch nog niet genoeg voor vandaag. Man belde rond kwart over 8 op: gestrand met de racefiets. Of ik ‘m asjeblieft op wilde halen… Hugo aan de kant geschoven, de douchende kinderen toegeblèrd dat ik papa ging halen en dat ze braaf naar bed moesten gaan. Hebben ze gedaan. Slapen was een ander verhaal, dat doen ze nu nog niet. Maar goed, ik heb man op een parkeerplaats 25km verderop met fiets en al in de auto gepropt en nu zijn we thuis. Ik drink nog één glas  weetikveelwatenhetmaaktmeookgeendondermeeruit en dan ga ik pitten. Heel hard pitten. Ben’t zat.

Life stinks…

but my own stink does not stink.
It smells goooooooood.

Toch?

Vind ik wel. Over het algemeen vind ik de uitlaatgassen die ik zélf produceer, best te pruimen (het even heel understaterig uitgedrukt hebbende). Of heb ik nou zomaar ineens een taboethema bij de kladden? Kan best. Ik vraag me soms wel ‘ns af wanneer de koningin dat soort gassen nou laat vliegen. Of ze het ook zo heimelijk kan als ik (in case you wanna avoid the sound, spread the buttocks, please…) en of ze ook in haar neus peutert op de WC of in de auto… Alhoewel, neuspeuteren in de auto is alleen lekker als je zelf rijdt. En er niemand naast je zit. En je niet in de file staat zodat diegene voor je jou in de achteruitkijkspiegel bezig ziet. Balletjes ervan rollen en wegschieten daarentegen is weer fijner als je alleen thuis bent. Ik weet het, ik weet het. TMI. Maar soms hè, soms stel ik me Lady Gaga voor bij het flossen. Als ik flos (áls ik flos) dan bloedt ’t een beetje. En het touwtje stinkt. Wel eens geroken? dat touwtje NA het flossen? Woahhhhh….

Daarnet bij de tandarts, al wachtende in de stoel, moest ik noodgedwongen toch nog even checken, hoe erg mijn mondgeur was. Twee handen over neus en mond en uitademen maar. Ik had namelijk daarvoor spaghetti met rooie knoflooksaus gegeten en de oprispingen waren zo gruwelijk moeilijk te onderdrukken.

Zou Madonna okselgeur hebben na de pilates? Want dat kan dus ook écht niet hoor… Zou ze zichzelf ruiken? “Effe checkuh” *neus in oksel douwt*. Of stopt ze haar zweet gelijk als essence in de parfum… Smells like a sweaty madonna. Is weer ‘ns wat anders dan teen spirit.

Oh wacht. Even een paar vliegen doodmeppen.

Ah gatver. Alweer zo’n misactie… Op het beeldscherm, alwaar de vliegtuigelijke lichaamssappen nu naar beneden siepelen…  kunt u het zien? Even wegvegen hoor. Nog één momentje. Zo. Zal ik nu aan de keukenrol ruiken om te ontdekken hoe vliegenbloed ruikt? De halve vlieg zelf kleeft nog tussen mijn laptopscherm en toetsenbord… Ik heb dringend een nieuwe laptop nodig. Deze is vies.

Nog een vlieg. Monumentje.

Ah nee hè… Heb ik de nummer zes van m’n toetsenbord afgeramd. En die klotevlieg zit nog steeds op m’n vingers. Life stinks. 66666666666666666666. Zo. De zes zit er ook weer op. Zoon heeft inmiddels een vlieg zwartgeblakerd met de electrocuteerder. Dát stinkt pas echt 666-like…

Zou Obama ook wel ‘ns onder zijn horlogebandje ruiken? Een fascinerend interessante geur… In dat ovale opslagkamertje, even z’n kidskin-leren bandje aan de kant schuiven en snuffelen. Of juist dat metaal waar alle prut zo heerlijk tussen gaat zitten. Zoiets heb ik. Weliswaar Esprit, maar zelfs Esprit stinkt.

Zou Pink ook wel ‘ns aan haar onderbroek ruiken als ze ongesteld is…
Of de Paus weet hoe z’n sinds eeuwen ongewassen keppeltje/kalotje  – hoe je het ook wilt noemen – na een fatsoenlijke hollandsche regenbui meurt…
Of de sokken van Elton John naar viooltjes ruiken na een stevig potje ehh, voetbal…

Wat kan een mens zich toch gekke dingen afvragen hè.
Niet dat ik dat doe hoor. Tuurlijk niet. Kom nou.
Maar ik ben wél goed in vliegen wegschieten.
Waar zou dat nou door komen…

Liever een potje onzinnige blogs schrijven doen?

Ik win.

Laptopruïnator

Wat een prachtig woord eigenlijk.

Ik ben er eentje. Een laptopruïnator. Ik moest even natellen maar ik  heb nu in ca. tien jaar tijd bijna mijn vijfde laptop naar de filistijnen geholpen. Gemiddeld 2 jaar per laptop, da’s toch een mooie score. Neem ter vergelijking bijvoorbeeld manlief, die heeft al meer dan driekwart decennium dezelfde laptop en het ding werkt nog steeds fabuleus. Maar dat is dan ook een Dell. Ik had allesbehálve een Dell.

Langer dan tien jaar ga ik niet terugdenken, want toen leefde ik nog in het tijdperk van de bakbeesten met meer periferie dan core. Ik was al lang blij dat die knullige floppies plaats maakten voor de kleinere, minder kwetsbare diskettes en ik kan me de overgang naar een “handvriendelijk toetsenbord” en het tijdstip waarop wij op ons werk daadwerkelijk internet kregen ook nog nog goed herinneren (wat was dat een luilekkerland voor ons market researchers…). Genoeg daarover. Stel je voor dat men de indruk zou krijgen dat ik al 30+ ben…

Mijn eerste laptop was er eentje van het werk. Liever gezegd, van een klant van de zaak waar ik als ‘expat’ gestationeerd was. Een HP. Ik vond het niks. Dat gepruts op zo’n klein toetsenbord, manueel on-ergonomisch. Dat gezeul heen en weer met een babybakbeest in een schoudertas. Negen van de tien keer stapte ik dan maandagochtend om half 5 in de taxi om er bij het deur dichtslaan achter te komen dat ik het ding weer vergeten was. Nog even 4 etages omhoog rennen en je vlucht bijna missen. Waarom niet gewoon werken met een PC? Eentje daar, eentje thuis, eentje at the home office en klaar. Who needs laptops… Ik had de mijne dan ook binnen afzienbare tijd onklaar gemaakt en ik ontdekte langzaam de special powers van mijn ruïnatorschap.

Vervolgens kreeg ik, naast de zoveelste werklaptop die ik ook steevast om zeep wist te helpen (ik ben namelijk ook de gepersonificeerde ramp voor iedere netwerkadministrator), een geweldige laptop van mijn papa. Echt helemaal super, wat een kado!! Een Acer met een gigantisch display, met Wifi en Bluetooth en alles d’rop en d’ran. Ik was er echt ongelooflijk blij mee. Er zat werkelijk maar één ‘maar’ aan: Windows Vista. Als ik íets de softwaremisproductie van het millennium vind, dan is het Vista wel. Dus wat doet een goede leek: de boel erafgooien en Windows XP Professional erop. Stúkken beter. Alleen werkten wifi, webcam, internet, bluetooth en de helft van de knoppen niet meer. Ah… who needs that… Uiteindelijk met een hoop gepruts en officieel nog niet bestaande drivers alles weer op de rit gekregen. Maar ik moest er zo zwaar aan tillen… El Acero woog toch wel een kilo of 4 en in een rugzak paste hij echt absoluut niet. Een ander groot euvel van deze mega-laptops: het display cq. de klep. Die is alleen al zo zwaar dat die bij de scharnieren uit elkaar barsten en op den duur kreeg ik hem dan ook niet meer dicht. Man – de laptopknutselaar – heeft hem uiteindelijk doorboord (letterlijk!) en de boel met schroeven weer bij elkaar gekregen. Stuk ductape erover (nothing ductape can’t fix,ey?) De dagelijkse bluescreens lieten zich er weliswaar niet door afschrikken, maar hij doet het nog steeds en is nu de speellaptop van de kinderen (het arme ding…).

Via de zaak kochten we (id est: mijn zakenpartner en ik, we hadden tegen die tijd inmiddels de zaak overgenomen) ook al redelijk snel twee heel handzame, kleine, chique laptopjes. Van het geweldige merk ‘Cytron’ (lees: Medion). Ze zagen er echt poepiesjiek uit: wit met zilveren toetsen, alles heel klein en slank (ik moest ‘m bij wijze van spreke zowat zoeken op mijn schoot ) met decent blauw lichtgevende functieknoppen. En: met één hand te tillen. Een citroentje van bijna-handtasformaat. Bijna. Zo licht dat ik ‘m ‘s-avonds steevast met een nonchalante éénvingerbeweging dichtmepte en met een lichte zwiepert op de bank naast me mieterde. Alles hield-ie uit. Behalve rode wijn. Dat bekwam ‘m niet, maar na 1,5 week drogen pruttelde hij uiteindelijk toch weer verder. Tot de absolute harddisk-crash. En aangezien ik toen nog niet veel kaas van back-ups gegeten had, waren daarmee ook de foto’s en filmpjes van bijv. de eerste stapjes van dochter voor eeuwig verschwunden. Lang leve YouTube waar ik één filmpje geupload had en dat ik uiteindelijk (in miserabele kwaliteit) toch nog weer op de PC terug kon halen. Uiteindelijk heeft mijn citroentje de Acer niet eens overleefd: die had ik langer!

Toen heb ik mezelf – natuurlijk ook op de zaak – een mooie nieuwe Sony Vaio (met houtnerf-ribbels!) toebedeeld. Die leeft nu al bijna drie jaar, een record voor mij. Maar hij heeft al veel meegemaakt: veelvuldig gesleep naar München en Nederland, mee op vakantie, alle mogelijke software (ik installeer alles wat me voor de voeten komt en interessant lijkt en daardoor krijgt-ie nog wel ‘ns de hik). Ik heb ‘m al een keer kapotgerepareerd nadat ik de 368 noodzakelijke updates en service packs waar hij om smeekte maar ‘ns geinstalleerd had (zie hier en hier ), maar ook dat heb ik weten te verhelpen. We zijn nog steeds een paar, mijn Vaio en ik. Maar sommige toetsen zijn zo smerig (geen idee wat er allemaal onder ligt maar het is véél) dat ik ze niet meer fatsoenlijk in kan drukken (maar met geweld lukt alles). En mijn rechtermuistoets moet je ongeveer 2 seconden ingedrukt houden voordat-ie reageert. Mijn wifi gaat niet meer automatisch aan, dat moet ik elke keer opnieuw in het ‘Smart Center’ met een virtueel schuifje aan doen. En hij (ik hou ’t erop dat ’t een man is, met al deze technische mankementen) is vaak overspannen: de CPU springt steeds weer naar 100% belasting. Het werkgeheugen is te klein voor alles wat ik tegelijkertijd wil doen (bijv. 68 tabs tegelijk open hebben in Firefox en dan nog 22 tabs met YouTube in een ander browserwindow). De mousepad had oorspronkelijk een ietwat ruw oppervlak maar is nu, daar waar ik ’t liefst wrijf, spiegeltje-spiegeltjeglad. Hetzelfde geldt voor de toetsen in ’t midden van m’n qwertzuiop (jaja, ik heb een duits toetsenbord, hè). De a en de e glimmen het meest. Het microfoongaatje zit nog steeds redelijk vol met weggeschotenvliegsmurrie (van de vlieg die ik – oppervliegschietster – met vol geweld daar in schoot) .  Oh, en de klep oftewel het display blijft niet meer zo goed open staan.

Allemaal nog geen grootse mankementen maar duidelijke slijtage. Na bijna 3 jaar is ook deze klaptop toe aan een verzorgingstehuis.

Demolition Lou.
Laptopruïnator.

I’ll be back…

Pretty Woman

Oneindig lange, slanke, cellulitisloze stelten, een taille waar ik 6 ribben en 4 kilo vet voor zou moeten laten verwijderen, prachtig gevormde botox-eigenvet-lippen, kipfiletloze bovenarmen. Ik kan nog wel even doorgaan. Julia heeft dat. Nou ja, ze had dat; ik heb geen flauw idee hoe de stand van zaken bij Mrs. Roberts nu is. (En dat ze er al lachend uitzag als een zeeziek eendekuiken nemen we maar even voor lief).

Nou lijk ik natuurlijk verbazingwekkend veel op mevrouw Roberts, maar sómmige dingen zijn nu eenmaal verschrikkelijk moeilijk weg te photoshoppen.  Ik doe daarom dus mijn hele leven al ontzettend mijn best om fit te zijn cq. te worden (lukt bij tijden maar bij nog langere tijden helemaal absoluut NIET), mijn daadwerkelijk behoorlijk lange benen in toonbare toestand te krijgen (lukt echt nooit) en mijn taille zichtbaar te maken (volgens mij heb ik gewoon nooit zo’n tailledinges gekregen bij mijn geboorte, i.t.t. een standaard gemonteerde onderkin).

Maar dat is allemaal nog te verdragen. Het probleem is, dat ik daarnaast ook nogal wat van die prutskwaaltjes als een voortdurend pijnlijke onderrug, brandende pijn in mijn linkerschouder/nek, zwakke knieën (al skiënd/lopend/uitglijdend geruïneerd), futloosheid, afvalmoeilijkheden (hoe erg ik ook mijn best doe, de boel zit er muurvast aan), verkrampingen en andere zwakheden heb. Op de sportschool (waar ik al sinds een jaar 2x per week hard m’n best doe op de Powerplate), alwaar mijn in het bezit van een ‘absolute perfect body’ zijnde trainer 24/7 vol elan door het zaaltje huppelt, doe ik dus braaf mijn oefeningen tegen de rugpijn maar ook voor een ietwat minder zwangerlijkende buik en met enig geluk ook nog een paar werkpaardenbenen i.p.v. olifantenpoten , maar het mag allemaal niet baten. Ik ben 40+ en dan is het een simpel feit: alles wat er op je 40e aan zit, blijft er ook aan tenzij je het eraf laat zagen.

Maar.
Vandaag.
Stond daar.
Op de vensterbank. Een prachtige witte bus met overheerlijke, vrouwvriendelijke roze letters én delicieuze rode aardbeien met een toef slagroom erop. Laat ik nou gek zijn op aardbeien met slagroom. En ook nog op rhabarber (dat zit er namelijk eveneens in). En natuurlijk op “Low Fat Low Carb”. En nóg gekker op L-Carnitine want dat is het wondermiddel voor alle wanhopigen zoals ik. Ik begroette Mr. Trainer bij het binnenkomen maar mijn blik werd gelijk magisch richting witroze bus getrokken.  Gebiologeerd liep ik erop af en vroeg uiterst behoedzaam: “Wat is dat?”

Dat had ik niet moeten vragen. Trainer (echt een topvent hoor!) begon met de uitleg. Hoe belangrijk de ingrediënten zijn voor een goed functionerend lichaam en hoe geweldig dit spulleke is.
Ik: “Helpt het tegen mijn eeuwige honger?” (ik heb altijd honger, vooral na het ontbijt – een sinaasappel en een ei – tot op het misselijke af)
Hij: “Ja absoluut. Het verzadigt enorm door het hoge eiwitgehalte”.
Ik: “Helpt het bij het afvallen?” (ik doe zo gruwelijk mijn best maar mijn motivatie begint alweer alarmerend te brokkelen vanwege het uiterst ‘magere’ resultaat)
Hij: “Ja zeker, er zit L-Carnitine in hè.”
Ik: “Krijg ik er meer energie van?”
Hij: “Natuurlijk! Er zit precies in wat je lichaam nodig heeft om zich weer topfit te voelen”
Ik: “En die verkrampingen en pijntjes?”
Hij: “Daar ís het eigenlijk voor hè: De magnesium, de vitamine D en het foliumzuur doen echt hun werk wel! En mooie haren krijg je er ook nog van.”

Maar eigenlijk had ik dat helemaal niet hoeven vragen.
En eigenlijk had hij dat allemaal helemaal niet hoeven vertellen.

You strawberries-with-whipped-cream had me at ‘Hello’….

Nu ben ik in het bezit van een bus naar aardbeienkauwgom ruikend poeder. De kosten ervan laten we voor het gemak even buiten beschouwing. Ik heb dus net een ‘Pretty Woman Shake’ gedronken. Als middageten. De aardbeienrhabarberslagroomsmaak moet ik met een flinke dosis fantasie nog een paar dagen langer en intensiever zoeken, vrees ik, maar het is te drinken. En het vult inderdaad.

Laat nu de wonderen aan mij maar geschieden!!

Oh, en als u mij zoekt: start looking for a Pretty Woman-lookalike!

Doorloper

ik ram er even op los. los met die vingers. vingers blijven haken. haken en ogen. ogen op half zes. zestig stokjes nodig. nodig naar de kapper. kappers zijn lekker. lekker zoals ik zwelg-en-typ. typisch maandag. maandagen zijn klote. klote, dat vroege opstaan. opstaan en wéér opnieuw verder gaan. gaan de dingen toch weer mis. mis ik steeds jou. jouw nikszeggen zegt mij genoeg. genoeg heb ik ervan. van de regen in de drup. druppel mij maar vol. vol van leeg. leeg van binnen. binnenkant doet pijn. pijn door geesthonger. honger naar meer. meer is er blijkbaar niet. niet dat ik het je kwalijk neem. neem het zoals het komt. komt goed. goed?

ratttatttatttatouille

Oftewel:
Een bonte, eigenlijk niet te vreten mix uit een machinegeweer.
Dat zootje ongeregeld komt dus uit m’n kalaschnikowvingers.
Met minstens tien tegelijk.

Rattattatttattttaaaa….

Ik sta nog steeds volledig achter dat wat ik schrijf en wat ik al geschreven heb.
Ik sta nog steeds compleet achter mijn acties van de afgelopen tijd.
Ik heb alleen klaarblijkelijk nogal eens wat moeite met het inschatten van mensen op de juiste stoornis…

Inclusief mezelf:

– VE (Verbaal Exhibitionisme )
Dat sowieso.
U ervaart het op dit exacte moment.
– MLA (Multiple Loving Abilities )
Check.
Maar daar valt nog mee te leven.
– GS (Goedaardige Schizofrenie)
Absoluut!!!
(kop dicht, Truus Trut. Miep Muts is toch ook stil dus wat wil je nou mens…)
– CS (Chronische Sarcasme)
Helaas wel.
Bijtend als zoutzuur en droog als het koelbekken van Fukushima (fout grapje, I know).
– Brandend naïviteitszuur
Elke dag wel een aanval.
Daar zal ik wel nooit meer overheen groeien…

Daarnaast heb ik nog een goedgelovigheidsgezwel, zware aanvallen van blogdiarree, morbide twijfelachtigheid, een bloedend hart en een gebrekkig onderbuikgevoel.
Hoe lang ga ik dit nog overleven?

Ik ga ratatouille maken vandaag.
Ik hak alle sores in de pan.
En dan vreet ik het vol genoegen op.
Ja, ik kan…

kaaa-uuuuu-teee

zo voel ik me nu.
een gewoon gezellige dag, veel te doen, al veel gedaan.
één onverwacht telefoontje en whoppaaaa!!
het shitgevoel komt weer op de koffie..
gezellig, kom d’r bij, lief shitgevoel. ik had jou sowieso al lang niet meer gehad.
even bijkletsen.

waarom doe ik altijd dingen waar ik later spijt van krijg…
en waarom is dat later altijd kort daarna en niet een eeuwigheid later…
waarom kan ik niet gewoon m’n kop houden.
waarom denk ik niet standaard nog een week langer na over de dingen die ik doe of zeg.
ik lijd duidelijk zwaar aan verbaal exhibitionisme.
dwangmatig eruitgooien wat in dat warhoofd zit.
waar is de afkickkliniek?

ik ga even offline, vooral op twitter.
wie me nog wat zeggen wil, moet me maar mailen.
en als u dat doet, zeg dan vooral dat u van me houdt.
de rest wil ik sowieso niet lezen.
SMS zijn ook niet meer welkom.
Dat u ’t even weet.
ik kan niet meer.
ik stamp die homebutton van m’n foon ook fijn weer lekker in elkaar.
en daarna ga ik mezelf tussen mijn narcissen in de tuin ingraven.
head first.

bah.

bah bah bah.

 

Waar zit ik toch…

met m’n hoofd…wat een zooi. wat een troep. chaos. echt vette chaos. alles drijft door elkaar. stom hoofd. in the end zingend en jezelf een looser denkend. ik kan het niet. kan het niet ordenen, slok cola dan maar. draadje van m’n koptelefoon hangt over m’n rechterborst. mén wat zie ik er gestoord uit. freak. cola. niemand die ’t kan zien dus kan’t mij bommen. waar is de chips. waarom voel ik me nu ineens toch down. morgen moet ik nog een kaart maken voor de buurman, shit heb ik de danslesbijdrage overgemaakt? raar gevoel in m’n buik. misschien moet er maar chips in. sweet thai chili chips. morgen krijg ik m’n auto terug. joepie. waar zou die rotvis nu zwemmen. waarom hou ik van die vent. ach soit. kan d’r ook niks aan doen. toch ns gaan kijken of we nog chips hebben. onze bank is ook niet echt wit meer eigenlijk. waar is die rekening. ik wil dun zijn… chips. hoe lang zou die foon ’t nu doen…zometeen even op amazon kijken of ik een galaxy kan vinden. oh verrek ik moet nog foto’s bewerken. eigenlijk wil ik dat liedje wel opnemen. lekker stil hier. ik hou toch best van alleen zijn. zometeen even lekker muziek door m’n hoofd raggen. ik wil naar nederland, sommige figuren[ah shit, dit kan ik niet schrijven hier]. ik heb zo geen zin in morgen. moet tuinhuis opruimen. beeldscherm wordt wazig van mijn gestaar. vroeger keek ik altijd wazig. en ik vrat ouwe kaas op een hele gore manier. yuk. en ik had hazetanden dus dat paste wel. 10 jaar beugel did the trick. zou zoon ook een beugel moeten… ik weet wel zeker dat ik ga falen in zal ik nog iemand porren? ach fuck die porren. ik moet nog schilderen. morgen. das veel leuker. morgen. ben blij dat ik 10-vingerig kan typen met 280+aanslagen per minuut. anders is eerstegedachtenbloggen wel een kriem…

statische ballons (blogpoeperij)

sorry hoor maar ik moet.
ik kan niet anders.
ik moet.
het borrelt en dan hoppaaaaa
komt de boel eruit…
het zal wel aan die dertiende liggen ofzo.
jullie pech, ik blaat dwangmatig in het rond.
het mooie is, dat je niet moet.
je hóeft het niet te lezen.
het is míjn blog
en daar kan ik in rondprutsen
zoals ík het wil.

maar wat wou ik ook alweer.
oh ja.

m’n kinderen vermaken zich
met statische ballons
“plak de zon aan je neus!!”
gaat-ie nooit meer weg.
ik heb mezelf in de tuin uitgeleefd.
een veertigtal groenteplantjes
hopelijk wordt ’t wat.
de kippebouten staan te pruttelen in de oven
het vrijdagse glas wijn hits the head.

alles is goed.
for the time being…
waarom kan het niet allemaal
voor iedereen
gewoon elk moment
even goed zijn?

één keer knipperen met je ogen
en alles is weer anders…

In the blink of an eye
Seems like minutes as the years fly by
In the blink of an eye
Afraid to stop because I can’t stop time.
And I wouldn’t want to…
Catch me if you can…
(Please catch me)

Pas(s)en

met pasen past alles
na pasen past me niks meer
zal ik met pasen
maar passen dan?

zalig pasen
het zal me verbazen
de paling jassen
het ei verassen
smelt de choco-sinterklazen
inhalig pasen

te pas en te onpas(s)elijk
that is the question.
ach ééntje past altijd nog.
past u met pasen?

ik paas.

thuis

thuis
ik heb er één
thuis
ik ben er nu
thuis
bij pap en mam
thuis
in mijn element
thuis
in Nederland

the home is where the heart is

gelukkig is mijn hart op vele plekken

thuis.

nog even een ei leggen

moe. afgemat. lodderogen.
kort lontje, hoog-explosief.
eigenlijk naar bed moeten
maar geen zin hebben.
m’n hart is te vol.
(full of shit to choose from…)
m’n hoofd is óvervol.
(feels just like two balloons…)

zou mezelf willen verdoven.
vooral niet geloven
in dingen die niet zijn.
mogelijkheden
die ik denk te zien.
gevoelens
die ik denk te hebben.
verwachtingen van anderen
waar ik niet aan kan voldoen.
waar ik niet aan wíl voldoen.
recht uit het hart.
ach laat me….

hopend op een teken
van herkenning en warmte
hopend op een wederzijds gevoel
dat toch al voortijdig gestorven is.
naar je toe trekken en wegduwen
is een wreed iets, besef je dat?
hopend op datgene
maar weet zelf niet eens wat.

nee…
zelfs met tweeduizend wensen
kom ik er nog steeds niet…