Hoe jij me weer leerde lopen

Drie jaar is het nu. Zo kort geleden dat het nu al een eeuwigheid lijkt. We knalden onverwacht online op elkaar. In gesprek geraakt over een niet lukkende betaling. Een gesprek dat al snel niet meer te stoppen bleek.
Gevonden.

Drie jaar geleden leerde ik je ‘in het echt’ kennen. We moesten elkaar zien. Ging niet anders. Ik hoopte stiekem dat ik na mijn spontane bezoek aan jou enigszins genezen zou zijn van de gekte. Dat ik in zou zien dat dit niet kon. Dat ik verder moest met het leven dat ik al leefde. Door met de gevolgen van keuzes die ik in het verleden gemaakt had.

Het liep anders.
Ik kwam. Wij zagen. Jij overwon.
Mij. Alles. Alles in mij.
En ik jou. Dat ook.

bron: eigen illustratie (LB)

Het was de herkenning die ’t deed. De herkenning van onszelf in elkaar. Vingerafdrukken die exact op onze hartscanners pasten. Dikke sloten ineens opengebroken.

In het daaropvolgende jaar gebeurde alles wat je maar in een mensjaar kunt proppen. De ene rampzaligheid na de andere. Mijn leven zoals het was, escaleerde. Explodeerde. Draaide 180°. De heftigheid van de gebeurtenissen nam de overhand. Maar de acceptatie was nog ver te zoeken, bij ons, maar ook bij de mensen om ons heen.
We worstelden.

Ik zocht een tijdelijke woning, verhuisde. In mijn uppie. Daar zat ik dan. Met niks.
Geen keuken, geen meubels, geen verwarming, geen bed. Alleen een matras en een deken. En wat haastig in de tas gepropte kleren. Ik liet alles achter. Maar ik had jou. Ik regelde me suf. Leidde als een zwoegende zombie de chaotische toestanden in vage banen. Van aardverschuiving tot verzekering. Van huilbui tot huisraad. Van IKEA-keuken tot kinderkamer voor twee.

Maar ik wist waarvoor. Eindelijk was er iemand die zag, wie ik werkelijk was. Wie ik wílde zijn, ook al kon ik dat zelf nog niet zien.
Jij gaf me de rust in mijn hoofd, het vertrouwen in mijzelf, en de hoop voor ‘straks’.
“Kijk niet naar die chaos van nu. Rol door en probeer je voor te stellen waar je over een half jaar staat. Zes maanden zijn in een oogwenk voorbij en dan is alles anders. Beter.”
Doorsta het nu en kijk alleen naar morgen. Dat is wat je mij zei.

De kinderen gingen wonderbaarlijk goed om met de veranderde situatie. Ook bij hen viel blijkbaar spanning weg. Ze waren blij met jou, omdat jij goed was voor mij. Gelukkig waren ze op diezelfde manier ook blij met de nieuwe partner van hun papa. Hoe jong ook, zelfs zij zagen dat het zo voor iedereen beter was, ook al was het niet langer die geïdealiseerde gezinssituatie. En jij had gelijk: het leven rolde inderdaad op de een of andere onbegrijpelijke manier met een rottempo door.

We keerden steeds naar elkaar terug, hoe onmogelijk dat soms ook was. Verslaafd aan elkaar. Je hielp mij op te staan, stappen te zetten. Je leerde mij opnieuw te lopen, verder te kijken, vol te houden. En in mezelf te geloven. De liefde groeide, ook al leek nóg meer toen al onmogelijk. We brainstormden samen. Ideeën vloeiden, werden besproken, geconcretiseerd.

Ik begon zelfs een tweede bedrijf; mijn eigen tekst- en vertaalbureau. Iets wat ik al heel lang wilde, maar niet om wist te zetten. En wéér steunde jij mij in al mijn verwoede pogingen mijn bestaan weer op de rit te krijgen. Ja, zelfs te doen waar ik voor huiverde. Je gaf me mijn leven terug. Je gaf mij míj terug. Jij maakte me tot wie ik altijd al was, maar nog niet had kunnen zijn.

“You cannot find peace by avoiding life.”
Een quote uit de film ‘The Hours’, die we laatst samen keken. En dat is, wat ik deed. Ik vermeed jarenlang te leven om wanhopig rust te vinden in de status quo. Nu ik wél weer durf te leven, heb ik die rust eindelijk gevonden. Door jou. In jou.

Nu, drie jaar later zijn we nog steeds ‘wij’. In alle openheid. Het mag. Soms – veel te vaak – te ver van elkaar verwijderd, maar toch altijd #samen in onze hoofden. Mijn maat, mijn lief, mijn compagnon, mijn andere kant, mijn partner, mijn mens, mijn. Dat ben jij.

Weet je, misschien zijn we al lang oud in de ogen van de jongeren.
En misschien zijn we nog steeds fout in de ogen van vele goeden.
Nou en. Dan maar lekker fout stokoud met jou worden.
Niks fijners dan dat.

Naïviteit is een zege. (Scheurkalenderdebacle)

Ik ben een goedgelovig mens. Sinds 1 december ben ik ook officieel een gruwelijk naïef mens: ik heb het bewijs mogen ontvangen (niet dat ik dat nodig had, maar goed).

bron: eigen foto van betreffende kalender (ik heb geen zin in copyrightshizzle hoor!! Ik beroep mij meteen op ’t citaatrecht in deze!)

Ergens eind vorig jaar kreeg ik van mijn mama een scheurkalender voor 2016. De Schrikkelkalender, van de auteurs Ronald Snijder en Fedor van Eldijk. Geen idee wie die heren waren, nog nooit van gehoord, maar er dringen sowieso maar weinig ‘BN’ers’ door tot mijn Oostenrijkse berghütte.

Mijn zus kreeg de kalender destijds ook en merkte het als eerste op: er stond 31 november. Tjonge, dacht ik. Tjonge!! Dat klopt niet!! Ik keek even verder. Ja echt, daar waar donderdag 1 december had moeten staan, stond donderdag 31 november. En warempel, alles daarna was óók fout! De maand december telde lekker in die trant verder, met verkeerde dagen.

Ik fotografeerde wat blaadjes, postte vanzelfsprekend op Facebook, want: grappig! Dat was het. Alleen achteraf op iets andere manier.

wéér eigen foto. Van 25 januari.

wéér eigen foto. Dit keer van 25 januari.

Nu moet ik bekennen dat ik sinds 25 januari al geen blaadje meer afgescheurd heb (zie bewijsfoto ergens links). Ik keek niet meer in de scheurkalender, die vanaf die dag ietwat verloren achter me op het richeltje van ’t toilet lag te liggen. Oorzaak: ik vond mijn telefoon interessanter tijdens het poepen.

Ik heb dus ook bijvoorbeeld niet opgemerkt dat 1 april miste. Of dat 6 januari op 17 april stond, omdat één van de auteurs een 17-april-fobie heeft. En er viel me waarschijnlijk nog véél meer niet op. Pas toen mijn lieve zus zei: “hé, 31 november, haha!” wierp ik weer een blik in het vermaledijde ding…

Ronald Snijders nam natuurlijk meteen een loopje met mij (en mijn posting). Op Instagram. En op Twitter. En op Facebook zelf natuurlijk. En terecht: zou ik ook doen als mijn grap zó goed gelukt was!

Had ik de strekking (en humor) van de kalender het hele jaar door gevolgd, had ik tijdens dat proces misschien enige naïviteit verloren. Maar gelukkig verloor ik niks: ik heb het allemaal nog! Ik geloof nog steeds alles, ik stink in iedere grap, ik zit in no time bovenop welke kast dan ook. Wilt u iemand in het ootje nemen? Neem mij. Succes gegarandeerd.

Auteur Ronald Snijders was zo lief om mijn vriendschapsverzoek te accepteren en mijn naïviteit overal tentoon te spreiden. Ik ben hem daar eeuwig dankbaar voor. Want ik wil volgend jaar wéér zo’n kalender en dan heerlijk met beide benen en in alle goedgelovigheid opnieuw in iedere grap stinken. #LEKKER!!!
(En ik beloof hierbij plechtig, in 2017 ieder blaadje af te scheuren en te bestuderen).


Maar. Ho. Stop. Is het allemaal misschien toch niet nét even anders?
Eén zin hierboven was niet geheel volledig.
“Ronald Snijders nam natuurlijk meteen een loopje met mij (en mijn posting).”
Dat moet natuurlijk zijn:
“Ronald Snijders nam, zoals gehoopt, natuurlijk meteen een loopje met mij (en mijn posting).”
Want het écht fijne aan dit alles is, dat Ronald míjn intenties niet doorzag.
(Ik doorzag ze zelf niet eens, maar nu natuurlijk wel.)
Ik? Serieus? Hahaha. Oh, de ironie en de satire… En ondertussen heeft hij mij gedeeld op Instagram, Twitter, Facebook, etc.

Yay, gelukt!
Publiciteit!

Awel. Laten we het maar op deze laatste versie van het gebeurde houden.
Beter voor mijn gemoedsrust.

#naïefiszofijn
#dtz
#achterafsatire

(En bedankt hè, Ronald, jonguh! Blijven we nu wel vriendjes?)

Bron: screenshot van instagram van screenshot van mijn eigen Facebook-posting. Hoe zit het hier met copyright?

Bron: screenshot van instagram van R.Snijders van screenshot van mijn eigen Facebook-posting. Hoe zit het hier eigenlijk met ’t copyright?

Retraite

20140527_175512-1Het balkon van een vakantiewoning in een minuscuul plaatsje waar 99,99% van de wereldbevolking nog nooit van gehoord heeft. ‘Brede bron’, zo heet het gehucht vertaald. Een brede bron van wat? Inspiratie? Verlichting? Gemoedsrust? Beslissingen? Niets van dat alles. En hoe breed kan een bron überhaupt zijn?

20140527_14657Op dat balkon zit ik. Naast me op tafel mijn gedachteboekje en mijn schetsblok, een paar potloden, een glas wijn. Mijn telefoon mag hier weer puur telefoon zijn, want 3G of wifi bestaat in deze uithoek nog niet. Een deken over mijn benen en wat taai geworden ovenchips. Daar moet ik het mee doen. Maar is het voldoende om ’t leven weer op orde te denken?


Doelloos schets ik de haven met wat bootjes. Schrijf een tiental opzetten voor artikelen, blogs, gedichten en gedachtes op. Ik drink de fles in mijn uppie leeg en denk uit zelfbescherming maar niet meer al te veel verder.

20140527_143237-1Wat dóe ik hier? Ja, officieel ben ik in retraite.
“Denk maar eens goed na over waar je in vredesnaam allemaal mee bezig bent!” Die overbodige raad kreeg ik mee.

Geen internet, geen mensen om me heen, wandelingen langs de waterkant. Bibberend kiekjes maken van blauwe bierflessen en kinderslippers op het zand van een slordig opgespoten strand. Assepoester grijnst vanaf het voetbed naar mij. Het ziet eruit alsof de flipflops daar opzettelijk neergezet zijn, zo mooi in de pas staan ze. Uitgeglipt tijdens het wegrennen.

20140527_142856-1


Mijn momentele leven is een grote chaos en daar veranderen een paar dagen aan een miezerig meertje in de Duitse rimboe ook niets aan. Mentaal hard door blijven rennen, dat zal de enige remedie zijn. Ook al raak ik dan misschien zelf in de slip.

Tussen de keien aan de oever staat een lege PET-fles. Oók al zo zorgvuldig geplaatst. Het lijkt wel of iedereen hier alle rotzooi ordelijk neerzet om het vervolgens nutteloos en vervuilend achter te laten. Niet meer naar omkijken. Misschien moet ik dat dan ook doen.

Ik werp weemoedig een blik op mijn oude biker boots. Kapotte ritsen, rafelige randen, gescheurde zolen. Als ik al geen afstand kan doen van een paar versleten laarzen, hoe moet dat dan met de rest van mijn puinhoop?20140527_143642


Vannacht slaap ik weer in het onderste deel van het stapelbed op de kinderkamer. Om het de krakkemikkige verhuurster makkelijker te maken; slechts één bed verschonen is altijd nog beter dan twee. Maar ook omdat ik het luxe tweepersoonsbed sowieso niet aan durf te raken.

Bij de buren denderen de rolluiken omlaag. Totaal ongepast in deze setting. De belletjes aan de masten van de boten rinkelen als die van heftig grazende bergschapen. Dat past beter.


Een bries over het water. Krekels. Véél krekels. En eenden. Geen autogeronk. Geen mensenstemmen. Geen indrukken meer, enkel nog verloren afdrukken. De stilte gromt als een motorzaag in mijn oren. Misschien is totale eenzaamheid het enig werkzame dieet voor een volgevreten ziel.

Ik trek de deken nog dichter om me heen.

Eigenlijk is ’t niet eens zo koud.
Maar het is zó ontzettend koud.

20140527_175103

 


Deze tekst schreef ik meer dan 2,5 jaar geleden in mijn gedachteboekje.
Inmiddels heb ik het weer een heel stuk warmer en mijn laarzen op laten knappen.
Zo goed als nieuw.

De Speurtocht van ’t Sinterkind

Een paar dagen geleden had ik beloofd, dat de kinderen (volstrekt Sinterklaas-ongelovig, maar in ‘Sintermama’ geloven ze voor altijd) hun schoen mochten zetten. Dat is niet tegen dovemansoren gezegd, want als er iets te halen valt, wordt alles met enthousiasme meegespeeld. Alleen vind ik mijn kinderen nu wel oud genoeg voor een tegenprestatie. Laat ze de goede Sint na al die jaren maar eens helpen. Mijn voorwaarde was dan ook: Sinterma doet wat in jullie schoen als de Sinterkinderen wat in Sinterma’s schoen doen. Voor wat hoort wat (en chantage werkt nu eenmaal hartstikke goed in de opvoeding).


Zaterdag, ’s avonds tegen achten: de schoenen zijn netjes gezet. Met een duidelijke hint van de kinderen erbij:
Sinterdinges‘Kom maar op! Sinterdinges!’

Aha. Duidelijk. Challenge accepted. Een paar wortels erbij en twee half bedorven mandarijntjes. Mooi laten staan. Ik kom wel op. Maar jullie dan ook. Game on!

We kijken gezellig The Voice of Germany (ellende), spelen een spelletje Kenniskwis. Tegen elven (bedtijd!) begint zoon ietwat nerveus te murmelen dat zijn schoencadeautje toch eigenlijk wel nú ‘uitgepakt’ c.q. ‘gespeeld’ moet worden. Morgen is het echt te laat…

Ik snap er niks van, maar ik ben de beroerdste niet, dus Why Not: Kom maar op! Sinterkind!

We moeten naar de keuken, alwaar bovenop de eettafel zoons andere, gruwelijk smerige gymschoen staat te gloren. Met iets van een brief erin. Voor mij én dochter: zoon heeft het ‘cadeautje’ namelijk voor ons allebei gemaakt, de schat.

De brief blijkt een plattegrond van ons appartement. Alleen de muren zijn te zien, verder niks. De verhoudingen kloppen niet helemaal (had ik maar zoveel ruimte!) maar dat mag de pret niet drukken.

Verder krijgen we nog een hulpkaart (‘HILFE!’) mee, voor als we echt niet meer weten hoe het verder moet. En natuurlijk een eerste aanwijzing: ‘DU HIER’.

Schoenvulling: brief

dav

‘DU HIER’ klopt niet helemaal, want we staan in de keuken en ‘HIER’ is in de woonkamer, maar dat kon niet anders, volgens zoon, want dan zouden we meteen gezien hebben wat er in de schoen zat.

Op naar de woonkamer, om het ‘DU HIER’ alvast kloppend te maken. Daar ontvangen we het startkaartje met zoekinstructie voor wat een uitgebreide speurtocht door eigen huis blijkt te zijn. Het kaartje laat zien waar we het volgende papiertje kunnen vinden, en het past precies op de nog lege plattegrond, vast te plakken met keurig in de schoen meegeleverde pritstift.

Van de woonkamer rennen we naar het voorraadhok (1) naast de keuken. Really? In die puinbak moeten wij het volgende kaartje vinden?!? Onmogelijk. De voorraden blikjes, flessen sa en cassis (en wijn), emmers, koelkast, schoonmaakspullen, zelfs de broodbakmachine, alles wordt doorzocht. Niks. Nada.

Dan klinkt het achter ons zalvend:
“De blikken van ma en zus zijn steeds naar het lagere gericht, maar bovenin, daar schijnt pas écht het licht!”
We kijken omhoog. Tjemig. Achter het peertje zit een briefje geklemd: een miniplattegrondje van mijn slaap-/werkkamer (2).

Hop, opplakken en door naar mijn slaapkamer. Ik vrees het ergste: de aangegeven zoeklocatie is namelijk in de kast, waar ik al mijn eigen cadeautjes voor Sint en Kerst bewaar. Zoon voelt meteen mijn onrust en zegt: “No worries, mam, ik wéét dat ik daar niet mag komen. Het zit in de andere kant van de kast.” Oh, hoe volwassen en meedenkend, die knul van mij.

We graven door de bak met sokken, BH’s en onderbroeken. Yes! Het volgende kaartje is gevonden. En zo zwoegen we het hele huis door: van de slaapkamer naar de kinderslaapkamer (3), in het bed van dochter (ontsteltenis: “JIJ zat in MIJN bed?? Aaahh!!!”). Ik snap ineens ook waarom het persé vanavond nog moest gebeuren.

Naar de keuken (4). Het papiertje is praktisch onvindbaar in mijn kruiden-en-specerijen-la. De hele handel wordt met grof geweld ontruimd door dochter en daarna weer zuchtend ingeruimd door mij.

Van de keuken moeten we naar de gang (5), waar we de ‘HILFE’-kaart in moeten zetten wegens ‘te goed verstopt’. “Kijk vooral niet in het felle licht, doe dan liever maar de ogen dicht.” Een ware dichter, die jongen! Het kaartje is wederom in ‘het zonlicht’ alias de lamp verstopt.

Vervolgens struinen we naar de wc/badkamer (6) en van daaruit uiteindelijk terug naar de woonkamer (7), waar ik nog steeds niks anders zie dan alles wat er al stond toen we begonnen.

Leuk, zo’n speurtocht door je eigen huis. En jee, wat een werk heeft die knul erin gestopt… Hij geniet er zelf dan ook zichtbaar van.

Daar waar het locatie-kruisje staat, staat het scherm van de beamer. Dochter rukt meteen het scherm van het kastje en voilá.

Onze Sinterdinges-verrassing in volle glorie: een origami-kunstwerk. Mijn houten schaal met kaarsen is omgetoverd tot een waar landschap met mini-tulpen (bespoten met mijn favoriete rozenparfum o.O ), twee grote vlinders, een gigantische ‘sneeuwvlok’ en een hart dat ik achter mijn decolleté kan klemmen.

Ik ben zwaar ontroerd. Allemensen, wat een creativiteit, moeite en liefde heeft hij erin gestopt. En dat voor een 14-jarige puber…

Ik weet nu ook dat hij die middag helemáál niet met zijn Engels-huiswerk bezig is geweest: hij heeft zitten origamiën! En ik besef ineens waar hij al die gekleurde post-its, dat printerpapier, de tandenstokers en die groene eddingstift voor nodig heeft gehad. Huiswerk, duh.

Dan wijst hij vol trots op de ‘Bonus’:
“Hey Mamsiesint, speciaal voor jou is er nog een bonus. Hophop, verder zoeken.”

Het bonus-envelopje bevat wéér een aanwijzing. Vertaald staat er iets op in de trant van: “Mama werkt echt véél te veel en haar valt nu de verlichting ten deel. Ga terug naar de gang en jaag jezelf niet teveel op stang.“
Ik sta werkelijk versteld van mijn eigen kind en kan mijn tranen nauwelijks bedwingen.

In de gang vinden we nóg een kaartje: “Der Spielemacher muss jetzt schlafen” oftewel: de spelmaker moet nu naar bed. Dochter racet meteen naar de kinderslaapkamer (waar ze wegens ruimtegebrek beiden bivakkeren) en duikt zonder omhaal in de hoogslaper van zoonlief.

Dan houdt ze een rol WC-papier omhoog.
“Wat moet jij met pleepapier in je bed, joh? Je kunt ’s nachts óók gewoon naar de WC hoor!” joelt ze met tranen in de ogen van het lachen. Ik kijk geamuseerd naar puberzoon.
“Die is voor als ik mijn neus moet snuiten!! Echt!! Die is nog van toen ik zo verkouden was!!”
Ik lig in een deuk. Alleen de spontane, keiharde ontkenning is al goud waard.

“En. Dat. Is. NIET. De. Bonus!!! Kijk effe verder, ja?”
“Ik durf niet meer!” gilt dochter. “Straks vind ik nog een of ander blotevrouwenblaadje!”
Ik heb het niet meer.
“Kijk dan in die Donald Duck!!” roept zoon terug, lichte vertwijfeling in zijn stem.

Dochter doet braaf wat haar opgedragen is en tovert een prachtige origami-zwaan tevoorschijn.

“Voor jou, mams. Voor de beste en liefste mama van het universum. Met jou kan ik toch altijd weer lachen.”

Ik ben totaal van de kaart. Tot tranen geroerd.

Want mijn zoon weet exact hoe onmetelijk groot dat universum is.

 


 

Overigens kreeg ik van dochter (11) de volgende ochtend dit in mijn schoen:

Een geweldig geschreven, ontzettend lieve brief van Sinterklaas himself (!) aan mij. Dit stond erin (vertaald):

Dankjewel Louise, dat je me al die jaren geholpen hebt. Je hebt me een last van mijn schouders genomen en daarvoor wil ik je bedanken. Ik wil dat je nu ook iets van mij krijgt, als teken van mijn dankbaarheid. Ook wanneer je kinderen ruzie maken, willen ze jou het leven niet moeilijk maken. Wie weet, misschien zul je nog verrast zijn over wat er in je schoen zit en wat je kinderen voor jou doen. Ik zeg enkel: „laat je verrassen!“

Ze heeft de brief helemaal zelf geschreven op de computer, met plaatje erbij. En dan nog dat geweldige pepernotenkunstwerk met hart en naam. En een hoop knuffels.

Ah, de liefde!

Mijn Sinterklaas kan in ieder geval niet meer stuk 🙂


 

 

STRESSKIP!!

Ik ben een zorgenmaak-expert. Een paniekvogel. Een piekeraar. De opperstresskip der stresskippen. Waar een ander denkt: ‘ach, zal allemaal wel in orde zijn, ik hoor ’t wel, geen bericht is goed bericht’, daar ben ik anders. Zo gauw iets afwijkt van het gebruikelijke, het afgesprokene, het verwachte of het normale, begin ik te piekeren over wat er allemaal aan de hand zou kunnen zijn. Als ik nagels zou bijten, was ik nu wel bij mijn polsen aanbeland.

Als mijn ouders van hier naar Nederland terugrijden (zo’n 1000km) en ze doen er langer dan 10 uur over zonder berichtje, ga ik piekeren. Als ik dan bel en ze zijn niet bereikbaar, zie ik ze al ergens tegen een boom geparkeerd staan. Als mijn zus een weekendje op stap is met een vriend en ik hoor na terugkomst niet binnen een paar dagen hoe het was (maakt niet uit hoe: whatsapp, facebookchat, telefoon, skype, alles kan), vermoed ik meteen dat ze daar gestrand is. Of erger. Als mijn lief op een familieweekend in het buitenland ineens een hele avond en nacht niks meer appt (en we hadden nog zó “tot straks!” gezegd om elkaar even goedenacht te wensen, zoals we altijd doen), kun je mij opvegen. Ik naai mezelf steeds verder op.

11pm – hmm, raar. Om 10.30pm ge-appt dat ik ook maar naar bed ga. Geen antwoord. Dat is zo ‘niet hem’… Hij doet dat altijd! Nu niet… Naja, hij zal wel even geen bereik hebben of zo…
[BINGO!! Daar had ik moeten stoppen].

0.00 –  Ik staar wezenloos in de ruimte. Bel hem op de ouderwetse manier. Telefoon staat blijkbaar uit. Dat is helemaal raar… Wat nou als… Ik ga maar een misdaadserie kijken: slapen kan ik nu toch niet.

2am – Ik stuur hem nog een zesde berichtje. ‘Joh, als je toevallig wakker wordt vannacht en dit ziet, laat me dan even weten dat alles oké is? Ik maak me zorgen.’ Zinloos. Weet ik. Die man slaapt zo vast… die wordt echt niet wakker van mijn piekerberichtjes. Scheiße. App komt helemaal niet aan! Eén grijs vinkje. Dan maar een SMS. Geen reactie. Kan toch niet? Die SMS-ploink móét ie toch horen? En met zulke sterke stressgolven als die van mij, die de hele wereld zowat nucleair omstraalt, moet hij dat daar in bed toch ook voelen? Omg, er is vast iets gebeurd…

Bron: pixabay.com

Bron: pixabay.com

4am – Ergens een uurtje geslapen, tussen het wekkerstaren door. Verder met malen. Jemig, dit is toch niet normaal…
Misschien is zijn telefoon in de wc gevallen en wilde hij niet nog iemand wakker maken om mij toevallig een berichtje te kunnen sturen… snap ik.
Of misschien heeft ie wel een hartstilstand gehad… dat gebeurt zo vaak tegenwoordig… oh nee zeg, ’t zal toch niet…
Of misschien is de bliksem ingeslagen daar en zitten ze nu zonder stroom-2G-3G-alles… Er was noodweer op komst…
Of misschien is er zelfs wel brand uitgebroken, weet jij veel… staan ze daar met een brandweerdekentje om de schouders bibberend hete thee te drinken en is alles kapot en hebben ze ternauwernood overleefd… Of niet… omg omg omg…

6am – bijna licht. Minstens een half uur geslapen. Ik zoek het telefoonnummer van zijn zus. Heb ik niet. Dan maar facebookberichtje. Of zij misschien even kan zeggen dat alles oké is? [Nee, natuurlijk niet: zij heeft net zo min bereik als hij]. Internetrecherche. Wie kan ik in geval van volledige, onstopbare paniek nog meer bellen? Het telefoonnummer van het verblijf daar heb ik inmiddels, maar dat gaat wel heel ver… En toch, dit is niet normaal…

8am – PLOINKKK! Bericht. Ik zit meteen rechtop.
“Sorry lief, helemaal nulkommanul bereik
hier, sinds gisteravond al 😦
Nu heb ik weer wifi in de ontbijtzaal.
Alles is oké hoor, JIJ STRESSKIP!!”
[kleine edit: ik moet toch even bekennen dat hij me geen stresskip noemde, dat was ik zelf. Hij was liever voor mij 😉 ]

Goffer. Waarom doe ik dit mijzelf aan? Waarom heb ik een hele nacht wakker gelegen om niks? Waarom lijkt alles in het donker tigmiljoenmiljard keer erger? Waarom kan ik niet anders dan piekeren als iets niet helemaal ‘normaal’ verloopt? IK ben duidelijke degene die hier niet normaal is. Een ster in het ‘de verkeerde kant op fantaseren’.

Ik ben blijkbaar overmatig en irreëel bang om degenen die ik lief heb, te verliezen. Ik wil niet alleen rationeel beredeneren dat ze veilig zijn, dat er niets aan de hand is, ik wil het wéten. Dat is het probleem.

Ik zielig opgeblazen zieltje. Ik moet dringend op zoek naar een zielenknijper :-/

Eng…

Opgeven mag

Wezenloos staart hij uit het raam. Het ongenadig harde hout van de keukenstoel voelt hij tot diep in de broze botten van zijn zitvlak. Een paar uitgebluste en eindeloos vermoeide ogen kijkt langs de flats naar het donkergrijze water in de verte. Hij steunt met beide handen en kin op het handvat van zijn stok. Glinsterend vocht in zijn ogen. Alles is zinloos. Grauw. Eenzaam. Niets is het nog waard om voor door te gaan. Hij slaat zijn blik neer en perst de weerbarstige tranen uit zijn ooghoeken. Ze vloeien samen onder zijn neus. Een zilte smaak op zijn droge lippen.

Ze was de liefde van zijn leven, zijn hele leven lang. Haar ogen waren altijd de mooiste, de diepste en meest liefdevolle gebleven, zelfs toen ze langzaam maar zeker uitdoofden. Tranen van vreugde moesten de laatste jaren steeds vaker plaats maken voor tranen van pijn. En wanhoop. Toch bleef daar die glans. De glinstering en de fierheid van haar levenswil, die nooit door steeds dieper wordende rimpels en bovenlipgroefjes overschaduwd werd, weerspiegeld in haar lach. In al haar uren van lijden was ze onvermoeibaar moedig gebleven. Sterk. Positief. En de zijne. Maar ze had oneindig geleden. En alleen hij wist hoe zeer…

Ook nu kan hij zich de vibraties van haar zachte, diepe maar steeds zwakker wordende stem weer exact voor de geest te halen. Haar fluisterende, warme ademzuchten in zijn gehoorgang. Haar rozige geur, halsstarrig verankerd in zijn neusharen. 

Een glimpje zon valt op zijn knokige vingers. Maar in zijn beleving is er geen plaats meer voor zon of warmte. Er is enkel nog plek voor donkere wolken. En voor orkaanwinden waar hij onophoudelijk tegenin zal moeten blijven worstelen. Elke dag opnieuw. Elke nacht een eenzame kwelling.

Vierenzestig jaar lang was zij de zin geweest. De verlichting en de vreugde. Zijn basis en zijn bestaansreden. En nu, nu weet hij niet meer hoe dat leven nog te doorleven valt. Het beste deel van zichzelf, het deel dat zij in hem was, is voorgoed verloren gegaan. Zijn leven is het zijne niet meer. Wat een nutteloos recht is het geworden, dat recht om voort te bestaan. Geen liefde zal haar ooit kunnen evenaren. Nee, nieuwe liefde bestáát simpelweg niet.

Hij heeft er lang genoeg over nagedacht. Lang genoeg om te weten, dat hij niets meer blieft van dit hier en nu. De wijkverpleegster zegt hem telkens weer dat hij op moet passen voor een depressie. Dat hij zich op ‘andere dingen’ moet concentreren om niet op elk moment van de dag aan haar te hoeven denken. Wat nou depressie? En welke dingen dan? Hij kán haar niet zomaar uit zijn gedachten wissen, niet ontkennen, niet níet missen, niet één seconde vergeten.

Langzaam staat hij op. Zijn knieën trillen. Licht voorover gebogen en nog zwaarder op de stok leunend, opent hij de deur naar het balkon van de schamele, totale leegte uitwasemende seniorenflat, de houten stoel voetje voor voetje achter zich aan trekkend. Acht hoog is een mooie hoogte, maar het uitzicht op de haven, waar hij tot zijn pensioen vol overgave zijn werk mocht doen, wordt hem sinds een krap jaar door een betonnen kantoorflat ontnomen. Ach, wat zal het. Hij ziet immers aan weerskanten het kille water nog.

Tastend en wiebelend klimt hij op de zitting. Sluit zijn ogen, ziet haar beneden in het plantsoen weer staan. Ze wuift. Zoals altijd. De twijfel over het verkozen einde slaat toe. Is het dan zo verkeerd om dat waardeloos geworden bestaansrecht nu op te geven? Zo verkeerd om haar gedachteloos te willen volgen? Zo verkeerd om zijn gezicht voorgoed van dat felle, ondraaglijk verblindende licht, dat een restleven vol gemis enkel nog is, af te wenden? De dieptes van zijn verdriet schreeuwen hem uit alle macht toe. Toch hoort hij haar zachte stem, dwars door het geraas in zijn hoofd heen. “Volg, mijn lieve lief. Opgeven mag.”

Een voet op de balustrade.
Een weloverwogen stap.
Een recht op leven ingeleverd.






Vandaag precies twee jaar geleden schreef ik deze tekst vanuit een opwelling. Een schrijfimpuls voortkomende uit een song die ik destijds vaak luisterde. U mag raden welke song. En nee, het is niet ‘Love is all’.

Gestrand

Ain’t nothin’ anybody could’ve done…
Een hemelse zin. Zoiets als ‘Que será, será‘.
Laat het gebeuren. Liefst harder
en eerder dan je ooit beseffen kon.

Het komt toch zoals het komt.
Leg je erbij neer. That awkward moment between birth and death will hit you sometime anyway. Men zoekt wanhopig de diepte en wordt met de dag oppervlakkiger. Maar wij niet. Wij niet.
Verdomd…

Ik heb er geen zin meer in.
Onderdrukken wat open moet springen. Ik wil weer voelen zonder ertoe gedwongen te zijn. Ik wil weer ademen zonder te moeten. Ik wil mijn hand leggen op de jouwe. Omstrengelen jouw voeten.
Dat is pas het begin.

Het brandt.
En niemand die er ooit iets aan kan doen. Nu laait ’t verder op. Vlammen te veel, te hoog om nog te blussen. Sporen te groot om uit te wissen. Golven die het zand steeds weer overspoelen. Bloeien doet wat bloeien moet.
Ik ben in jou gestrand.

Hij slaapt

Ik hoor een kind krijsen buiten.
Buurmeisje van bijna twee heeft er geen lol in vandaag.
Het raam staat open. Ik laat het maar zo.
Dichtdoen zou de rust enkel écht verstoren.
Hij slaapt.

Guus Meeuwis krakeelt op de achtergrond:
Het komt door jou, het komt gewoon door jou.
Je hart zit heel dicht bij mij. Je hart zit heel diep in mij

Ik zing de waarheid zachtjes mee. Hij hoort het niet.
Hij slaapt diep.

De thermosfles met thee kraakt een beetje.
Ik zou de dop wat losser kunnen draaien…
En ook wat zachter proberen te typen.
Maar het hoeft niet. Van wakker worden geen sprake.
Hij slaapt heel vast.

Ik kijk steels om het hoekje naar mijn belegen bed.
Eindelijk hier. Zo fijn dichtbij als hij is.
En toch zo ontzettend ver weg, in ’t rustend hoofd.
Zal ik gaan koken? Dat maakt vast té veel lawaai.
Hij slaapt nog. Zo mooi.

Kreukels

vouwtjes
Wist jij al hoe het zou lopen?
Dat wij groeiden tot een wonder?
Elkaars wegen doorkruisten,
Tegen oordelen indruisten,
nu op een leven samen hopen?

Denk aan hoe goed je me kent en
mij leest. ‘k Wil niet meer zonder,
Besef nu, keer op keer
ik wil dit, wil jou meer
bij me, jij haalt terug wie ik ben.

Strijk jij mijn kreukels weer glad
vijlt scherpste kanten ronder.
Geen aarzeling, geen twijfel,
Als íets goed is, dan wij wel.
De zin die ik zocht en niet had.

Je warmt me. ‘k Had het zo koud.
Jij, unicum, mooi en bijzonder
goed in ‘t me op waarde wijzen.
Wist me op het droge te hijsen.
Je handen om de mijne vouwt.

Méér had ik niet nodig. Enkel dat.
Mijn aanlegsteiger. Mijn vlonder
waar ik veilig af kon meren,
’t gat in mijn boeg repareren
Ik heb je altijd al lief gehad.

Turbulentie

Kijkend naar morgen
laat ik al het vandaag
meer dan al te graag
vliegen.

Jij telde al de dagen,
en samen tellen we
de nog verblijvende
uren.

Elke dag niet samen
is onsamenhangend.
Zijn we, zo verlangend,
bijeen.

Turbulentie is mooi.
De lucht beweegt vrij.
Vloeit. Net als ik en jij,
golvend.

Kijkend naar morgen
is elk uur me te lang.
Vlieg je hoog, onbang,
naar mij.

..

Klein

Ik luister naar Mayday van Klein.
Een nietszeggend bandje.
Maar die stem.
En die tekst,
zó onder de huid.
Vooral op dagen als deze.
Dagen waarop ik alles
echt liever zou vergeten.
En enkel nog die ene arm
om me heen wil.
En die andere ook.

Wat als we alles
gewoon vergeten
En ik even niets zeg.
Nee…
Sla je dan je armen
om
mij heen,
of zou je weg lopen?

Zo veel indrukken.
Zo veel haat.
Zo veel angst.
Maar toch ook
zó veel liefde…

Kun je me even vast houden
zodat ik zelf niet los laat…
Zoals je me zei:
Houd je wensen dicht bij je
want wie weet…

Ik weet heel goed
wat mijn wensen zijn.
Wat ik wil.
Jou.
Jij. Alles.
Dus houd ik jou
voor altijd
heel dicht
bij mij.

Want wie weet?

_____________________________________

Kwaaie vlieg

Rust zacht. Dat wens ik je. Ja, ik óók. Ik ken jou niet. Niet meer. Ik dacht je te kennen maar wat is dat nou helemaal, ‘kennen’ op al die huidige social media. Ik voerde hele chatgesprekken met je. Steunde je toen je in een relatiecrisis van reusachtige proporties zat. Aanhoorde alles, stuurde je knuffels. Gaf raad, was er steeds weer voor je. Ook diep in de nacht. Toen ik merkte, dat je borderline-achtige trekken vertoonde, praatten we erover. Geen doekjes erom, duidelijke woorden, fijne gesprekken. Ik vond je een lief, intens mens.
Jij, die werkelijk nooit een vlieg kwaad zou doen.

En nu, nu moet ik via onze ‘gemeenschappelijke vrienden’ horen, dat je onverwacht bent heen gegaan. Een goed jaar geleden deed je mij er plotseling uit. Alleen mij. Weg ermee. De overige eenenzestig gemeenschappelijkheden mochten kennelijk blijven. Ik vroeg je, direct op de vrouw af, wat ik misdaan had. Dat doe ik wel eens. Ik leer namelijk graag van mijn fouten. Na drie weken kwam er per mail een berichtje terug: ik was gewoon een vervelend mens dat steeds in het middelpunt zou willen staan. En ik wist te veel. Ondertussen snapte ik het nog steeds niet. Wát had ik dan precies nu ineens fout gedaan? Het raakte mij. Ik delete de mail en daarmee ook maar de vriendschap.
Ik, die werkelijk geen vlieg kwaad zou doen…

Onaangenaam getroffen door het bericht van je dood, zal ik er nooit meer achter komen, wat er nu zo mis was met mij. Behalve dan dat ik een vervelend mens ben. Hetzelfde gevoel dat ik destijds had bij het overlijden van mijn exschoonvader. Hij heeft me nooit gemogen, ik was precies dat: vervelend. Lastig. Te eigenzinnig. Te dwars? Een vlieg in de schone soep.  Achteraf gezien zal iedereen in mijn exschoonfamilie vast beamen, dat hij het bij het rechte eind had. En goedmaken zit er nu ook niet meer in. Als ik maar wist, wát ik dan goed had kunnen maken?
Ik, die werkelijk geen vlieg kwaad zou doen…

Rust zacht.
Ik wens het je hard.
Met heel mijn hart.
Rust zacht.

Momentje.
Even een verdwaalde wintervlieg doodslaan.

oud

Grote bek maar
zo onzeker
Vraag het hemd
van het lijf
Vraag van ander
en zelf níet doen
Staat ellende
buiten kijf.

Te vulgair en
onnadenkend
Te veel ongein
zo niet mij…
Kweenie wat me
daar bezielde
Kannie verder
Waar ben jij…

Wilnie goedpraten
wat zo fout was
Was mezelf niet,
ben een oen.
Kweenie wat ik
nu nog doen kan
Heb je echt nooit
pijn willen doen.

Kzie wel wat
er nu zo mis was
Wilde herstellen
deed het fout
Bijna v’loren maar
heb hoop weer.
Word ik nu toch
met jou oud?

Terugblik 2014

Terugblik (mét kerstige noot):

‘Godsallejezusnogantoe wat een jaar.

Daar wil ik het ook verder bij laten want ik háát terugblikken.

Ik hoop enkel maar dat het komende jaar (en de jaren daarna ook, ben ik in één klap klaar voor de komende tijd) een stúk gelukkiger en mooier wordt (of: in het geval van ‘de jaren daarna’: worden).
Voor iedereen.
Laten we een beetje meer voor elkaar zorgen (want wat dat betreft hebben we toch geen keus).

Zo.

Ik vind mijn terugblik best goed gelukt.

Fijne feestdagen.

Ik ben te verliezen

Het niet praten hakte er hard in.brug
Het niet horen, wat ik uitschreeuwde
nog zo veel erger.

Het niets meer zeggen. Het zei je niets.
Onmisbaar is tenslotte geen mens,
enkel een begrip.

Het oppervlakkige van nooit echt kiezen.
Slechts in acceptatie van mijn tekort
was ik tóch te verliezen.

Toen koos ik.

hoog

daar heel hoog in de keel.slikken
net achter de klieren.
ze zitten er, wachtend op
een succesvolle uitbraak.
slikken. nog een keer.
vochtige waas voor de ogen.
knipperen. alweer.

radeloosheid is a bitch.
emotruttengedoe.
niemand mag het zien.
niemand mag het weten.
nee, jij ook niet.
enkel omdat ik het wil
en jij het nog niet weet.
life doesn’t suck at all.
it only pushes like hell.
ze blijven hoog zitten.
brandend.
met goed en hard slikken
kom je een heel eind.
maar echt hoog zul je
er nooit mee komen.
sper die luchtpijp van je.
ver open, want ik heb
een prachtig zwaard…

Bucket List

Bij blogster Sandra de Koning – vd Pol stootte ik een tijd geleden al op haar opmerkelijke en vooral interessante Bucket List. Zo’n lijst met dingen die je ooit nog in je leven wilt doen voordat je de aardkloot eens van de binnenkant gaat bekijken (oftewel: ‘hit the bucket’ in het Engels). Geïnspireerd door Sandra voelde ik nu ook de behoefte om zelf eens zo’n lijst te maken. Waarom? Omdat je dan wat beter na gaat denken over wat je nog wilt in en van het leven. De grote dingen, maar ook de kleinere to-do’s. Er is zelfs een film namens ‘The Bucket List’ die hierover gaat, misschien moet ik die eerst maar eens kijken. Ter inspiratie. Een levenswensenlijst. Een dingen-die-ik-echt-nog-gedaan-moet-hebben-voordat-ik-de-pijp-uit-ga-lijst dus. Oh en ik weet het hoor, het klinkt als een actie voor een rasechte midlife crisislijder, maar geef toe:  het is wél leuk om na te denken over je eigen grote (en minder grote) wensen en things to do.

Er zijn een hele hoop dingen die ik al gedaan heb: kinderen krijgen (wel twee), in het buitenland werken (vele malen, zelfs een keer meer dan een jaar lang in Zwitserland), naar Israël reizen (gedaan voor mijn scriptieonderzoek), naar Australië (op mijn 16e, naar de World Jamboree), Tina Turner met Kim Wilde in één kapsel verenigen, trouwen (pas één keer gedaan maar dat loopt tot nu toe dan ook nog steeds redelijk tot goed), studeren (ook maar liefst twee keer), mijn klasgenoten van de lagere school weer zien (afgelopen zomer, na 30 jaar, hadden we daadwerkelijk een reünie!), zweefvliegen (vorig jaar april, wat een ervaring – valt hier te lezen: “I believe I can fly“), emigreren (been there, done that: weliswaar binnen Europa, maar toch), mijn duikbrevet halen (heb ik in 2000 gedaan, sindsdien nooit meer gedoken 😦 ) en nog een hoop dingen die me nu even zo snel niet te binnen schieten.

En er zijn dingen die ik weliswaar heel graag wil doen maar die echt nooit (meer) iets zullen worden, zoals een keer naar de maan vliegen (in het echie dan hè, niet figuurlijk, maar ik kan me niet voorstellen dat dat in mijn leven nog iets gaat worden), een marathon rennen (of dan tenminste een halve. Dat wil ik al heeeeeel lang, ik heb tijden lang hard gelopen, tot 10km, maar elke keer brak het me op en gingen mijn knieën verder achteruit. Nu is dat met mijn volledig kapotte knieën daadwerkelijk een utopie geworden: ik mag niet meer hardlopen van de dokter) en ik zou ook zo graag de puinzooi in Fukushima opruimen en repareren voordat we er allemaal aan creperen, maar ook dat ligt niet in mijn vermogen helaas. Daarom doe ik maar alsof de wereld nog even doordraait én ook minstens nog een paar jaar bewoonbaar blijft en denk na over de dingen die ik nog eens zou willen doen. Ik spreek met opzet niet over wat ik zou willen hebben (een Galaxy Tab 3, een Wii, een Porsche 911 cabrio… ), dat is materialistisch en volledig zinloos want als je het eenmaal hebt, wil je toch weer wat anders. Als je dingen uiteindelijk daadwerkelijk gedaan hebt, kan het hooguit zijn dat je het nóg een keer wilt doen, en dat is dan een terechte wens in mijn ogen. Ik heb er trouwens vanzelfsprekend een hoop ‘klassiekers’ en clichés bij zitten, dat krijg je nu eenmaal als je na gaat denken over dit soort dingen.

Bij deze.
In random order.

1. mijn kinderen als gelukkige c.q. met hun leven tevredene volwassenen ervaren (duurt nog een tijdje voordat ik deze af kan strepen, ik weet ‘t, maar het is een belangrijke).
2. naar Nieuw-Zeeland reizen (daar zijn mijn paps en mams namelijk op dit moment en nu wil ik, verwend nest, daar ook een keer heen)
3. letterlijk op de kast zitten (en dan op zo’n grote ouwe, houten linnenkast. Eerste vereiste daarvoor is wel bucket list item nr. 4…)
4. nog één keer een volledig normaal postuur hebben (niet reteslank, gewoon een ‘gezond BMI’. Wordt aan gewerkt, voor de tigste keer. En ja ik weet ‘t, ik ben goed zoals ik ben, maar ik wil het tóch)  en dan ook houden natuurlijk… (maar ik streep ‘m af als ik ‘normaal’ ben. Nog 20 kilo to go…)
5. koffieleuten met FB-vriendin I.
6. parachute springen (ehm, een tandemsprong dan hè, ik wil daarna nog verdere punten van mijn bucket list weg kunnen strepen en met mijn knieën krijg ik zelfstandig vast geen normale landing voor elkaar :-/ ).
7. op bezoek bij FB- en blog-vriendin N.
8. kamperen met de kinderen (we hebben al jaren álles in huis om te kamperen, alleen doen we het niet…)
9. met dames-midlife-crisis-vakantie in een luxe resort met vriendinnen H. en H.
10. een keer in elk werelddeel geweest zijn (Europa, Australië, Azië (Israel/Bombay/SingaporeTokyo), Noord-Amerika (USA) en Afrika (Egypte) kan ik afhaken. Zuid-Amerika en Antarctica to go…)
11. een stedentrip Moskou (liefst met vriendin C.)
12. sushi eten met vriendin K. (my treat hè 🙂 )
13. mijn 9120-stukjes puzzel – de toren van Babel van Breughel – leggen (en ook afmaken)
14. nog een keer naar een P!NK-concert (een ‘moetje’; ik móet haar nog een keer zien, mijn absolute idoolvrouw)
15. een buitenmuur vol (mooie!!) graffiti sprayen (eerst een cursus doen dan)
16. een bestaand record breken (lokaal, nationaal, wereldwijd, whatever)
17. een eigen schilderij voor meer dan €200 verkopen (tot nu toe heb ik ze enkel succesvol weg kunnen geven)
18. een boek schrijven (oww mén, hoe cliché… maar ik denk dat dat er nog wel een keer van gaat komen). Oh, én uitgeven. Dat ook.
19. mijn onzekerheid voor de volle 100% killen (kan ik dat…, durf ik dat…, en dan…)
20. nog een keer met Christie naar een Bon Jovi-concert
21. een kleine tattoo laten zetten (sorry, sorry mams… ik weet dat jij dat hé-le-maal niks en echt vreselijk vindt, maar ik wil het echt heel graag en ik ben nu eenmaal een volwassen deerne en en en… en je zult er niet veel van zien, beloofd) (durf ik dit te zeggen…) (oei…)
22. professionele zangles nemen (uhm, beter gezegd: krijgen – ik sta op de wachtlijst…) en dan ooit een keer voor publiek zingen (soooooo scary)
23. goed kunnen drummen (tot nu toe is dat bij Kinderkram  en op liedjes meerammen gebleven)
24. … en mijn gitaar weer enigszins acceptabel kunnen bespelen (oefenen, oefenen, oefenen)
25. een helikoptervlucht maken (lijkt me waaaaanzinnig)
26. een keer diepzeeduiken (het diepste tot nu toe was 25m, ik wil minstens naar de 50m)
27. mijn ouders spontaan verrassen
28. Spaans leren (ooit een paar jaar Spaans op de HEAO gehad, maar daar is verrekte weinig van blijven hangen)
29. naar Stonehenge en daar rond dansen in mijn zelf op de grond getekende triquetra
30. mijn huis uitmesten (en wel: de keukenkruidenla, de apothekerskast in de keuken, de medicijnkast in de badkamer, de berging, de zolder, mijn klerenkast en de kelderkasten – kan ik dan per item afstrepen)
31. het speelgoed van de kinderen (grotendeels) verkopen (maar dat mag nu dus nog niet.  Eeeeeven wachten nog…)
32. succesvol ‘vergeten groenten’ telen in de tuin (Ik heb al pogingen gedaan, maar die zijn nog niet echt wat geworden)
33. de fotoalbums van de jaren 2010 t/m 2013 samenstellen en af laten drukken
34. alle niet digitale foto-, kaarten- en herinneringsspul (hele ikea-bak vol) ordenen en inplakken
35. tachtig baantjes van 25m in één uur kunnen zwemmen (borstcrawl). Nou ja, ik ben met zestig ook tevreden (ik heb de 50 al gehaald) maar ‘twee kilometer’ klinkt zo mooi…
36. een relevante ontdekking doen (voor wie dat dan relevant is, dat beoordeel ik t.z.t. zelf)
37. een eigen (liefst internetgebaseerd) business idee uitwerken en realiseren (ik geef ’t toe, ik ben mijn huidige business behoorlijk zat, geen uitdaging meer)
38. zonder angst mijn (eh… ‘een’) smartphone rooten
39. een volledig eigen schilderstijl ontwikkelen (tot nu toe schilder ik vanalles en nogwat, van portretten tot nageschilderde dingen, van muurschilderingen tot zentangles, maar er zit absoluut geen lijn in)
40. bij een (pop)koor zingen
41. een armband van zelf gedraaide glaskralen maken (al eens een cursus gedaan, zulk prachtig werk…)
42. in een discussie/onenigheid met mijn man ooit eens een keer gelijk hebben (dat moet toch een keer lukken??)
43. met de kinderen naar Eurodisney Parijs (en dan ook een paar dagen in Parijs blijven) (man mag ook mee trouwens)
44. met mijn zus een superdooper luxe wellness-weekendje doen
45. nog een keer succesvol triops kweken (een hobby die weliswaar in meerdere aquaria ontaard is, maar de triops zijn er bij ten onder gegaan)
46. het aantal interne persoonlijkheden reduceren tot drie (well, who am I gonna kill…)
47. mijn bootring-hartenketting repareren en voorzien van het hartje dat ik van zoon gekregen heb
48. met mijn Dremel-dinges een paasei-kunstwerk maken
49. de komeet Ison in december dit jaar voorbij zien vliegen (moet heel spectaculair gaan zijn, zo fel als de volle maan).
50. de nu nog zwarte salontafels bordeauxrood spuiten
51. een nieuwe bank in de woonkamer kopen
52. van mijn in Italie verzamelde mini-schelpjes een mooie ketting of armband maken
53. mijn bucket list updaten en met meer realistische dingen aanvullen (makes it a neverending story 😛 )

Ik vind ’t voor nu wel genoeg. Nee nee, een cursus kunstgeschiedenis zit er niet bij. Ik vond Spaans wel voldoende voor deze middenlevenscrisis. En dan heb ik natuurlijk nog enkele dingen die ik niet in het openbaar neer kan en wil zetten hè, maar die -eh- ‘donkerzwarte’ levenswensen blijven toch echt bij mij en bij mij alleen 😛 (Nee, echt, sorry, smeken helpt ook niet). De lijst is dus ook niet eindig (zie punt 53); er komen vast nog een hoop nieuwe list items bij en ooit zal ik er misschien wel een paar weg kunnen strepen. Maar het is me nu in ieder geval duidelijk geworden dat ik nog heeeeeel lang moet leven, zo lang dat ik nu nog geen midlife crisis kán hebben omdat ik nog niet op ’t midden kan zijn als ik ook echt alles wil doen wat ik blijkbaar nog wil doen.

Hatsjikideeeee!

me

lees me
whap me
bel me
zeg me
dat.

hoor me
voel me
zie me
snap me
nou.

streel me
kus me
heb me
maak me
heel.

verdomme…

Alles over Niets

Nou bij deze.
Hier.
Heb je alles.
En het gaat werkelijk over niets.
Want eigenlijk is alles gewoon niets.

Lekker zweverig hè.
Toegegeven, mijn allereerste gedachten bij ‘dat boek’ en ‘die film’ waren dan ook: “ah nee hè, wéér zo’n goeroeboek over zelfacceptatie en de zin vanallesoverniets het leven…”  En er staan bijdrages in, die naar mijn persoonlijke smaak daadwerkelijk een beetje te filosofloating zijn, maar ieder z’n ding. Het boek zelf was voor mij echter toch een eye-opener. Waarom? Omdat het me aanzette om eens na te denken over het “ik-begrip”, het beeld dat ik denk van mij te hebben, de persoon die ik denk te zijn. Wie bén ik nou helemaal?

Back to basics.
Wat maakt een mens menselijk? Voor mijn gevoel (en ook duidelijk voor anderen, zie boek) is dat de capaciteit tot zelfreflectie en het zich bewust zijn van een ‘ego’. Maar wie is dat dan? Wie ben ‘ik‘ nou eigenlijk helemaal? Deze (te) zeer uit de kluiten gewassen bundel cellen? (ik krijg acuut visioenen van ‘the blob’). En waar in mij zit die ‘ik‘ dan? Waarom praat ik over ‘mijn lichaam’ terwijl ik dat lichaam bén? Alleen dat getuigt al van dualiteit in mij: ik zie mijzelf in delen. Hier is mijn lichaam en ergens in de bovenkamer van dat lichaam huist mijn ‘ik‘. En die ‘ik‘ kijkt naar dat lichaam en denkt “mwahhh, dat kan beter…” Maar die ‘ik‘ IS mijn lichaam. Ik ben in feite helemaal niet duaal, ik ben non-duaal. Eén ding. Daar verwijst dus ook die ineens zo veelbesproken non-dualiteit naar: alles is één. Het wordt ook wel “a-dvaita” genoemd, wat zoveel betekent als: “alles in het universum is gemaakt van één en hetzelfde spul, namelijk energie” [citaat: Paul Smit, Alles over Niets]. Alles is één. Bij dit soort definities haak ik als nuchter en uitermate atheïstisch kalf over het algemeen al af, maar als ik me de oerknaltheorieën even voor de geest haal, klopt het ergens ook wel weer een beetje. Denk ik. Denk ik?

Alles ontstond gewoon.
Van het een kwam het ander, de ééncellige werd een meercellige, de spore een boom, en het groeide. Daar deed niemand iets aan, het was simpelweg zo. En is nog steeds zo! Alleen is het wezen namens mens met z’n hersenen vanaf een jaar of 1-2 ineens in staat om zichzelf te herkennen en aan de hand van dat groeiende ik-gevoel een zelfbewustzijn te creëren. En dán wordt het pas lastig. Want als ik ik ben, wie ben jij dan? En als jij anders bent, ben jij dan beter of slechter? Of enkel anders? Of eigenlijk hetzelfde maar toch niet helemaal? Floep, daar komt het concurrentiedenken om de hoek kijken. En ook het zich juist willen identificeren met anderen. Het ‘goed genoeg’ en vooral ‘goed bezig’ willen zijn. Vanaf dat moment maken we het onszelf dus verrekte moeilijk.

Goh. Herkenning. Tja. Hmmm. En nu?
Juist. NU. Daar gaat het dus om. Tien jaar geleden had ik heel andere dingen voor mij in gedachten. Tien jaar geleden dacht ik niet, dat ik als überstadsmens in een koeiendorp in Oostenrijk aan een houten eettafel blogjes zou zitten schrijven. Ik plande mijn carrière (mijn zaak verder op- en uitbouwen, zo snel mogelijk weer leuke en grote projecten gaan doen, stiekem veel geld verdienen…). Ik plande waar ik zou zijn (of liever gezegd, waar ik zou blíjven: in ons prachtige, grote appartement in München, met mijn vriendinnen om me heen en mijn zaak in het centrum van deze miljoenenstad, met een hoop voorzieningen, een tof uitgaansleven en een hamam en een delicatessensupermarkt om de hoek). Ik plande nog minstens twee kinderen erbij (zoon was 10 jaar geleden 10 maand oud en er kwam er uiteindelijk ‘maar’ eentje bij -dochter- en toen was het ook gewoon goed) en een volledige kinderdagopvang zodat ik weer 60 uur in de week kon werken (maar mijn kinderen maakten dat het allemaal anders kwam). Ik plande dat ik een boek zou schrijven (tot nu toe nog steeds niks van gekomen, maar dà ken nog, hè). Ik plande nog veel en veel meer. En nu, tien jaar later, is alles anders dan ik had gepland. Mijn leven kwam er zomaar ineens tussen…

En is dat dan goed, vraag je je…
Kijk, en dát maakt dus geen bal uit. Het is zoals het is. Het is gewóón simpelweg zo gegroeid. Vanzelf. Of ik ’t nou plande of niet. Het echte ‘leven’ als zodanig gebeurt je. Het ‘doet’ je. Je kunt natuurlijk je best doen om ‘verstandige beslissingen’ te nemen, maar zelfs van beslissingen is inmiddels in neurologische onderzoeken bewezen dat je die onderbewust (nanoseconden tot dagen tot weken) van te voren al genomen hebt voordat je ze uiteindelijk ook manifesteert. Hersenen zijn rare dingen. Maar door te reflecteren, door te kijken naar anderen, door zelfs te gaan nadenken over wat anderen van mij zouden vinden, kreeg ik stress, prestatiedrang, last van perfectionisme en werd ik steeds ontevredener met en onzekerder over mijzelf. Niet dat dat nou in één klap foetsie is hoor, helaas niet. In het boek noemt meneer Smit dit ‘kramp’. Ik heb geprobeerd mijn kramp weg te vreten. Werkte niet. Integendeel. Extreem afvallen deed de truc evenmin. Ik heb geprobeerd de boel dan maar te verdoven met alcohol. Werkte ook voor geen meter. Ik heb geprobeerd om er een hoop materieel spul tegenaan te gooien (mooie inrichting, kleren, electronische speledingetjes). Hielp niet. Ik heb meermaals geprobeerd het op te schrijven, mijn kramp te verwoorden. Lukte een beetje (vooral ook vanwege het gevoel van her- en erkenning dat dat schrijven genereerde) maar uiteindelijk zette het nog meer tot malen aan. En ik maal nog steeds. Maar nu in ieder geval met een ander grondbeginsel.

Het boek levert dan ook geen oplossingen, methoden of goeroe-denkwijzen. Alweer helaas, zou je zeggen. Maar dat had ik eerlijk gezegd ook niet verwacht. Enkel en alleen de inzichten die geleverd worden, zijn al bere-interessant. Ik zal nooit een heel spiritueel mens worden. Hoeft ook niet. Maar nadenken over mijn geestelijke krampen en tot het inzicht komen, dat ‘ik’ als zodanig enkel een idee, een concept van mijzelf ben, een imago dat in de loop der tijd in mijn hersenen gevormd is, dat werkt best wel heel erg bevrijdend. Het inzicht, dat enkel het nu telt en niet al die opgebouwde ik-omhulsels uit het verleden en ook niet al die geplande ik-vormen in de toekomst, zorgt voor meer acceptatie en bewustwording van het grotere geheel. Ja, my dear friend, dit is ik-denken op het allerlaagste nano-niveau. En zelfs dat is nog steeds te hoog. ..

I’ll get there.
Because there is no I.
And there is no there…

.

.

Blog n.a.v. het boek “Alles over Niets”, Samenstelling van Han van den Boogaard, Samsara uitgeverij bv 2013, ISBN: 978-94-91411-04-5
Een aanrader voor iedere hedendaagse, ik-denkende zoeker. De film is ook het verinnerlijken waard: hoge herkenningsfactor 😉

stupid fate

My dearest dear, will you wait?dragon3
Our lives have just that single fate.
Even though we will never date.
Never caress and never mate.
The whole concept of us is innate.
My heart lies shattered on a plate.
Attraction of such craving weight.
Run to each other, aimed and straight.
Remembering that it’s not too late.
So tell me, tell me, will you wait?

.

.

.

(c) Lou

Time out

Door de tuin, over het bijna nieuw ogende pad van rivierstenen, liep hij naar de schuur. Zijn oude maar inmiddels weer verre van krakkemikkige werk- en knutselhok, een zelf opgeknapte, houten hooischuur op een meter of honderd afstand van de eveneens tiptop gerenoveerde woonboerderij. Dikke balken, een grote staldeur, de geur van oude motorolie en vers gezaagd hout. Alles had hij met liefde in perfecte staat gebracht. Zijn baan als machinist had hem zijn leven lang veel van het land laten zien, had hem altijd voldoening gegeven en hem jarenlang omgeven met die zalige bielzengeur. Totdat de betonnen bielzen kwamen… Springers had hij vanzelfsprekend ook meegemaakt. De aanblikken van die wanhoop voor eeuwig in zijn geheugen gegrift. Als hij dan toch weer thuis was, stortte hij zich op de gebouwen. Zijn gebouwen. Zijn tweede natuur, zijn lust en zijn leven. Timmeren, bouwen, ombouwen, renoveren. Nieuw, mooier en beter maken. Nooit te oud. Nooit te goed.

Maar nu, nu was alles af. Beter. Best. Op zijn mooist. En afgelopen. Afgemaakt. Sinds drie maanden was hij nu officieel met pensioen. Wat een rotwoord. Oudjaar. Einde van alle jaren. Een bedankje op papier voor zijn tweeënveertig dienstjaren. Waar vind je dat nou nog tegenwoordig? En een nieuw jaar vol met niks… En nu, nu waren ook alle bouwperikelen rondom huis en haard voltooid. Er was niets meer wat nog moest gebeuren. De laatste lik verf op de schuurdeur had alles afgemaakt. Klaar. Over en uit.

En ineens. Zomaar.
Was het daar.
Dat groots gapende gat.
Wat nu?
Waarvoor nog…
Waaróm nog…
Spring ik erin?
Of blijf ik eeuwig hangen…

Samen met Mara had hij net geluncht in het zonnetje op de gelikte veranda die door haar al liefdevol met een bloemenzee was uitgedost. De boel zou vast nog wel een keer gruwelijk bevriezen, maar dan zou ze er onuitputtelijk nieuwe bloemen neer blijven zetten tot ze ook écht in leven bleven. Ook al geen eeuwig leven. Ze was net even boodschappen gaan doen. Wat lekkere dingetjes voor vanavond bij de boterham, zei ze nog. Ze had hem nu toch niet meer nodig…

Hij slenterde voort.
De zinloosheid was tastbaar.
Zichtbaar.
In zijn voetstappen op de nog keiharde grond.
Blauwe hemel, de linde geur van lente.
Wat had het nog voor zin.
Druk scharrelende vlaamse gaaien.
Een blauw veertje achterlatend.
Waarom zou hij nog…
Dat lichte briesje dat door zijn laatste vlassige haren dwarrelde.
Wanhopige moedeloosheid maakte plaats.
Voor absolute leegheid…

Het bungelde een beetje. Stevig bevestigd aan de dikste balk in het midden van de schuur. Hij schoof er een gammel draaikrukje onder en draaide het nog iets hoger om echt zeker van zijn zaak te zijn. Het uiterste van de ketting. Een geschikt touw had hij niet kunnen vinden. Dan maar zo. Een zwaar gevoel. Even stond hij, ogen gesloten, en vroeg zich nog één keer af waarom. Het kon niet anders. Er was niets meer. Aan alle zinloosheid een einde. De ondraaglijke zwaarte van het bestaan. Even wiebelen, overgaand in een licht schommelen. Een troostend wiegen.

Het krukje kantelde en de auto van Mara reed steentjesknarsend de grindoprit op. Haar met verdriet en shock doordrenkte schreeuw hoorde hij al lang niet meer.

Hij wist het nu.
Het was zijn tijd.

.
.
Time.

.
Out.

.

.

.

.

.

N.a.v. enkele (privé-)reacties:
Please mind the tags!!! Dit is een volledig fictief kort verhaal. Het heeft niets met mij of mijn (directe) omgeving te maken.

must have been love

but it’s over now…

de troela van Roxette krakeelt op de radio. Ik word er keer op keer so sad van, van dat liedje. Must’ve been good, but I lost it somehow. Niet eens zeker weten of het ook echt goed was, maar het zal allemaal wel zo geweest zijn. Dat onbestemde gevoel, dat ken ik. Niet weten hoe je verder moet. Aan de tafel zitten, erop los rammen op je afgesleten, glimmende, gore toetsenbord. Ik zie de restjes erwtensoep nog zitten. Moet ik nog schoonmaken. Weten wat je allemaal nog moet doen en hoe lang je lijst van urgente zaken is maar gewoon niet op kunnen staan om er aan te beginnen. Star blijven zitten. Verder typen. Beetje in het niets staren en nadenken over wat je nou éigenlijk het liefste wil, wat je in vredesnaam met dit hele leven aan moet. Wat dóe ik hier?

Van Roxette in één ruk door naar de vragen over de zin van het leven. Kan ik. Marie F. is inmiddels klaar met haar liedje en een vrouw op de radio heeft een Skoda Octavia gewonnen. Ze is helemaal in de zevende hemel. Een áuto! Ze kan bijna niet stoppen met jubelen. Ik  had liever wereldvrede gewonnen. Of een kop koffie die eindelijk weer smaakt.

It must have been love.
Is it really over now?
Nee, is het niet.
Ik proef het alleen momenteel allemaal even niet meer.
Ja, bitter. Dat wel.
Mijn liefdespapillen zijn stuk.
Allemaal.
Stuk voor stuk.
Stuk.

Blèh.
Gore smaak in m’n mond.

.

papillen

wake up – de tweede

Zo, dat was even lekker (afgezien van de muisingewanden waar ik uitgebreid in rondstampte toen ik in de kelder m’n snowboots ging halen… yuccckkkkkk). Ben niet lang buiten geweest (want het sneeuwregenhagelde alweer en dan is de lol voor mij er wel vanaf) maar wel wat leuke dingen gezien. Ik zal u even mee laten genieten…

I feel so lonely... #iApple

I feel so lonely… #iApple

The Three Trees

The Three Trees

Ik was zo graag nog een roosje geworden...

Ik was zo graag nog een roosje geworden…

Cornus Alba

Cornus Alba

Sneeuwduif

Sneeuwduif

Hoe lang moet ik nog...

Hoe lang moet ik nog…

Ouwe besjes

Ouwe besjes

Kouwe Reiger

Kouwe Reiger

Winterhout

Winterhout

Katten en muis

Gisternacht, kwart voor twaalf. Ik was al halverwege de trap naar boven, op kousevoeten en moemoemoe. De hele avond waren onze katten al in de weer geweest, onrustig, een hoop herrie makend. Ik keek er niet meer van op. Maar nu ineens spitste ik daadwerkelijk toch even de oren.

Gestommel in de kelder. Gesis. Heel zacht gepiep.
Ah neeeee hè…
Niet weer…
Wel weer.
Een muis. De kat (Koschka) had een muis mee naar binnen gesleept. Een heel erg levende muis welteverstaan. Normaalgesproken zijn die beestjes (half) dood als ik ze vind, maar ook een levende exemplaren heb ik in ’t verleden al in onze kelder gesignaleerd maar die waren tot nog toe binnen no time gecopperfield (foetsie). En ik heb ook al eens een heleboel grijze veertjes gevonden… Zo langzaamaan raak ik gewend aan die half uitgekauwde of uitgekotste veldbeesten: plastic zakje over je hand, de boel oppakken (niet te hard knijpen, yuckkk), zakje eroverheen stulpen, dichtknuppen en in de kliko. Net hondenpoep. Maar levende beestjes, daar moet ik toch steeds opnieuw aan wennen… Die kan ik niet zomaar in de kliko mieteren :-S

Onze katten krijgen duidelijk teveel te vreten: de meegebrachte trofeeën dienen enkel nog voor het vertier. Met een welgeplaatste pootzwieper vliegt ’t beestje van de ene hoek naar de andere en de kat schiet vergenoegd erachteraan. Even de tanden erin (niet te hard bijten), poot erop (niet te hard drukken) en whoppaaaa daar vloog weer een grijs bolletje naar de andere kant. Dit keer was het muisje echter de sauna in gevlucht (deur open laten staan, dom dom dom…) en was daar nu samen met Koschka de weldaad van een koud damphok aan ’t bestuderen. En dát hoorde ik dus. Naar beneden gelopen en de situatie meteen scannende deed ik de saunadeur dicht. Inmiddels kwam kat nummer twee (Kitty) ook beneden en zat aan de andere kant van de saunadeur toe te kijken. Toen de muis een moment van het deurricheltje af was, heb ik haar er ook maar ingelaten, konden ze samen even lekker muisdollen. Ik hoopte op deze manier het beest wat sneller uit zijn lijden te verlossen (m.a.w. dat één van de beiden iets sneller toe zou bijten). Maar nee, het werd een gezellig potje muistennis. Uiteindelijk was de muis zo suf dat-ie enkel nog in het midden zat te wachten op de volgende zwieperd. Toen kon ik ’t niet meer aanzien en heb ’t beestje gepakt om ‘m naar buiten te gooien (bovendien wou ik eindelijk ‘ns een keer naar bed. Muistennis is saai om naar te kijken). De katten denderden achter mij en hun afgepakte speelgoed aan de trap op. Ik gooi ’t beest de voordeur uit en de katten schieten er achteraan. Deur dicht, klaar.

Eigenlijk had ik de muis dood moeten slaan want zó werd het lijden nog langduriger en overleven zou hij dit geheel sowieso niet (total shock, kapot gekauwde staart, van hersenbloedinkjes etc. maar niet te spreken). Maar ik kon het niet… Zo’n klein warm diertje, dat ratelende hartslagje, die kleine kraaloogjes die me aankeken…) In de hoop dat de katten ‘m nu toch maar snel op zouden vreten ging ik tanden poetsen en handjes wassen (jaja, was nodig). Nog geen 5 minuten later hoorde ik wéér gestommel in de kelder. En jawel, daar zat Koschka weer met haar voetbalmuis. Fijn, die katten. Echt heerlijk.
*duizend bommen en granaten vloekend*

Nu was ik het zat, heb de kat met muis en al hardhandig opgepakt, het beest uit de bek getrokken, de kat bij de voordeur naar buiten gesodemieterd en de muis met een enorme boog een heeeeeeeel eind het grote veld, dat 20m achter ons huis ligt, in gegooid (het was volle maan dus ik kon zien waar ik ‘m naartoe keilde. En het veld is een halve kilometer breed dus dat kon haast niet missen). Daar mocht hij naar hartelust en in alle waardigheid sterven wat mij betreft (als-ie z’n boogvlucht überhaupt al overleefd had).

Kattenluik op slot.
Slapen.
Eindelijk.

Heerlijk toch 🙂 fijn dat ’t zo fijn was!!

Poezenbeest

Ik zit hier met de Vier van Lou. Twee mensenkinderen, twee poezenkinderen, alle vier te druk voor een zondagochtend als je er niet tegen kan. En alle vier best wel erg schattig.

View original post 429 woorden meer

McBlog

Bedsessie
Ontbijt
Werksessie
Tuin
Drumsessie
Boodschappen
Piratenkinderknutselsessie
McDonalds
Happymealspeelgoedinelkaarprutsenstickerseropplaksessie
Plasticfrustratie
Capuccinosessie
Klaar.

20120504-175357.jpg

Nayati

Nayati is weg.
Zomaar weg.

Iemand sleurde hem in een auto en nam hem mee.
Zijn klasgenootjes zagen het gebeuren.
Op klaarlichte dag weggerukt uit zijn omgeving.
Zomaar weg…

Het grijpt me aan.
Het laat me maar niet los.
Gewoon een lieve jongen, een prachtig kind.
Zomaar weg…

Wie doet zoiets? Waarom?
Wie ontneemt zijn ouders hun enige zoon?
Was het toeval? Wrong time, wrong place?
Zomaar ineens weg…

Ik roep: Breng hem terug!
Breng hem bij zijn pap en mam!
Breng hem naar huis!
Maar hij blijft… zomaar weg…

Nayati, ik ben niet gelovig.
Maar voor jou bid ik.
Tot wie het maar horen wil, hopelijk
zomaar ineens weer terug…

http://www.facebook.com/PleaseHelpUsToFindNayatiMoodliar

http://www.telegraaf.nl/binnenland/12014791/__Nederlandse_jongen_gekidnapt__.html

mind the tag

Ja, ik ben het zat.
Nooit gedacht dat ’t zover zou kunnen komen.
Maar het is zo.
Ik ben de 2.0-wereld van twitbook en facechat even zat.

In de laatste dagen is er zoveel platte tekst zo fout geïnterpreteerd dat ik er bijna een beetje moedeloos van werd. Fout begrepen. Foute dingen in gelezen. Ook door mijzelf. Ik wil het even niet meer. Ik heb zelf al teveel gezegd. Véél teveel.

Daarnaast worden m’n blogs te vaak en te direct aan mijzelf gekoppeld. Dat is ook heel logisch: een blog is toch een beetje een dagboekformaat. Maar ik heb een nogal grote fantasie en een behoorlijke neiging tot doorslaan… Ben ik een beetje melancholisch, schrijf ik al wereldondergangsgedichten. Ben ik een beetje teleurgesteld in iemands reacties, schrijf ik gelijk over het onbegrip, mijn drievoudig gebroken en platgetrapte hart, het grootse gebrek aan liefde en weet ik veel wat.
Neem. het. alsjeblieft. NIET. te. letterlijk….

Ja, heel veel dingen (praktisch alle, zeg maar) die ik schrijf hebben wel degelijk een link naar mijzelf. Bevatten beschrijvingen van de dingen die ik voel. Maar soms ook 28x versterkt… of met extra fictieve dingen erin verweven. Daarom ben ik nu maar begonnen met taggen:

INFO VOOR ALLE TROUWE LEZERS (en voor de rest ook :-)):
Kijk naar de tags onder elk van mijn blogs!! Staat daar iets bij van “echtfictief” of “ietwatfictief” (de tag “rijmelarij” staat voor alles wat zo half in gedichtvorm gegoten is. Dat kan heel goed grotendeels fictief zijn maar sommige dingen die ik wat poëtischer  schrijf, zijn wel degelijk aan m’n real life en real feelings gekoppeld). Is het betreffende blog puur waarheidsgebaseerd, dan staat er iets van “the whole truth” bij. Zie hieronder bijvoorbeeld.

Just mind the tag, please.

En verder gaat het goed, niemand hoeft zich grote zorgen te maken (kleine zijn voldoende). Ik ga me alleen even op mijn real life concentreren nu. De komende paar dagen in ieder geval. Zoals ik zei: I’ll be back. Ergens volgende week is de oude Lou vast wel weer terug. Ik neem gewoon even een korte vakantie. Een midweekje ofzo. Toedeloe!

Waar zit ik toch…

met m’n hoofd…wat een zooi. wat een troep. chaos. echt vette chaos. alles drijft door elkaar. stom hoofd. in the end zingend en jezelf een looser denkend. ik kan het niet. kan het niet ordenen, slok cola dan maar. draadje van m’n koptelefoon hangt over m’n rechterborst. mén wat zie ik er gestoord uit. freak. cola. niemand die ’t kan zien dus kan’t mij bommen. waar is de chips. waarom voel ik me nu ineens toch down. morgen moet ik nog een kaart maken voor de buurman, shit heb ik de danslesbijdrage overgemaakt? raar gevoel in m’n buik. misschien moet er maar chips in. sweet thai chili chips. morgen krijg ik m’n auto terug. joepie. waar zou die rotvis nu zwemmen. waarom hou ik van die vent. ach soit. kan d’r ook niks aan doen. toch ns gaan kijken of we nog chips hebben. onze bank is ook niet echt wit meer eigenlijk. waar is die rekening. ik wil dun zijn… chips. hoe lang zou die foon ’t nu doen…zometeen even op amazon kijken of ik een galaxy kan vinden. oh verrek ik moet nog foto’s bewerken. eigenlijk wil ik dat liedje wel opnemen. lekker stil hier. ik hou toch best van alleen zijn. zometeen even lekker muziek door m’n hoofd raggen. ik wil naar nederland, sommige figuren[ah shit, dit kan ik niet schrijven hier]. ik heb zo geen zin in morgen. moet tuinhuis opruimen. beeldscherm wordt wazig van mijn gestaar. vroeger keek ik altijd wazig. en ik vrat ouwe kaas op een hele gore manier. yuk. en ik had hazetanden dus dat paste wel. 10 jaar beugel did the trick. zou zoon ook een beugel moeten… ik weet wel zeker dat ik ga falen in zal ik nog iemand porren? ach fuck die porren. ik moet nog schilderen. morgen. das veel leuker. morgen. ben blij dat ik 10-vingerig kan typen met 280+aanslagen per minuut. anders is eerstegedachtenbloggen wel een kriem…

meenemen

waarom deed ik dat
waarom doe jij dit
waarom deden wij zo
omdat.
het gewoon paste.
niet vragen.
meenemen.

volgende keer breng ik een rugzakje voor je mee.

omruilgarantie

ah toe… mag ik ‘m ruilen?
ik wil een nieuwere versie, zit er nog garantie op?
er stond iets van “2.0 i” op de verpakking
maar toen ik erin keek, was het toch echt een oudere variant.
dit ís geen 2.0 en al helemaal geen “i”…

het is hoogstens een 1.5 beta-versie.
hij werkt op zich goed, dat wel.
en toegegeven, op 1.0 niveau is hij zeker een aanwinst.
hij repareert zichzelf en  laadt zichzelf op
geeft aan wanneer er een grote beurt nodig is.
die grote beurten kan ik zelfs,
indien nodig, zélf doorvoeren,
geen speciaal opgeleide service experts nodig!

hij loopt ook nog goed en zeer betrouwbaar.
maar hier en daar toch wat losse contacten…
niets wat een contactspray niet kan verhelpen.
ook over de energiezuinigheid heb ik niets te klagen.
A+++ is het misschien niet, maar hij vreet niet veel.
soms komt er zelfs nog geluid uit.

maar die “i” hè, die ontbreekt compleet.
niks “interactief”!
zo geef ik bijvoorbeeld duidelijk aan wat ik wil
en dan doet hij ’t gewoon niet!!
wil ik remmen, gaat hij sneller.
wil ik links, doet hij toch rechts.
wil ik straigth-on, stijgert-ie zowaar.
geen info op z’n twee displays waar dát nou weer aan ligt,
gewoon nada en noppes.
zo’n 2.0 i zou ’t in principe toch altijd moeten doen??

oh, en wanneer komt die nieuwe “Man 3.0 i” eigenlijk uit?

Vandraeckensteijn's Blog

Vanavond een hartverscheurend blog gelezen, geschreven door een liefhebbende vader, die door omstandigheden zijn kinderen niet kan zien. Na stilte, tranen en verbijstering komt dan het besef dat ik een geluksvogel ben. Mijn meiden om me heen.. wee de dag dat ik dat vanzelfsprekend ga vinden. Want dat is het nooit geweest, is het nu niet en zal het nooit zijn. Helaas heb ik in mijn vrienden- en familiekring hele lieve vaders en moeders die hun kinderen moeten missen, die dag en nacht knokken om ze wel te mogen zien, voor wie het niet vanzelfsprekend is dat je bloedeigen kinderen onderdeel van je leven zijn. Zelfs met het grootste inlevingsvermogen zal ik nooit kunnen voelen wat zij voelen. Het gemis. Het verlangen. De afgepakte tijd die niet meer terugkomt. Het is kei- en keihard. Nog erger is dat deze gruwelijke pijn hen wordt aangedaan door mensen die ooit een liefdevolle…

View original post 455 woorden meer

niemand de schuld

Je kijkt naar die uitgebreide menukaart, maar
je kunt écht niks door je keel krijgen
Je ziet de zachte, dikke kussens, maar
je bent niet in staat om eindelijk te gaan zitten
Je bungelt met je voeten in ’t verkoelende zwembad, maar
zwemmen zit er toch echt niet in
Je bouwt een prachtige villa, maar
je zult er zelf nooit in kunnen wonen
Je bent de allersnelste sprinter, maar
het is je niet toegestaan om ooit te winnen
Sommigen breken steeds weer alle regels
en leven enkel om de boetes daarvoor te betalen
En die onzekerheid is het enigste
dat maar niet weg wil gaan…

Jij wil haar
en zij wil jou
Iedereen wil toch iedereen?
Jij wil haar
en zij wil jou
maar de schuld ligt bij geeneen….

Het is het laatste stukje van de puzzle, maar
het past er toch echt nét niet in.
De dokter zegt dat je genezen bent, maar
jij voelt nog steeds die vreselijke pijn.
De hoge verwachtingen staan in de wolken geschreven, maar
al jouw hoop vloeit langzaam weg in het afvoerputje…

Jij wil haar
En zij wil jou
Iedereen wil toch sowieso iedereen?
Jij wil haar
en zij wil jou
maar de schuld ligt bij geeneen….

niemand, nee niemand
krijgt ooit nog de schuld…

(heel erg vrij vertaald: Howard Jones – No one is to blame)

klaaaaaaaaaaaar!!!

“dan moet je je broek optrekken”
zeggen ze dan.
helpt niet.
heb ‘m namelijk
nog niet omlaag gedaan.
klaar met vandaag.
zat van.
mooi geweest.
ben óp.
en af.
genoeg.
dat ene uurtje vandaag wat er nog is,
mogen jullie hebben.
ik hoef ‘m niet meer.
tranen in m’n ogen.
van het gapen.
ogen focussen moeilijk.
lenzen ploppen eruit.
griebels ben ik moe.
doodop.

ik ga de drek uit m’n haren wassen.
dan nog even uitgebreid plassen.
de tandenborstel door m’n mond heen jassen.
en toch nog een laatste keer op de wc gassen.
m’n bed met kouwe voeten verrassen.
langzaamaan tijd om op te krassen.
en dan lekker in m’n droom rondsassen.
(nee, niet voor alle leeftijdsklassen!)
Werde euch jetzt verlassen.

TRUSTEN!!!!!

drekdag

het is geen vrouwendag.
het is ook geen mannendag.
het is drekdag!!!

echt, ik kan geen drek meer zien.
even mijn dag beschrijven hoor.
‘t-is toch míjn blog dus ik mag dat.

kwart over 6: opstaan.
kinderen de deur uit werken: kwart over 7 komt de bus.
ontbijtkoffie.
sporten, douchen.
naar de aldi om te tanken want auto leger dan leeg.
pomp doet ’t niet. na ca. 9 minuten zit er ca. 15 liter in mijn tank en toen was ik het zat.
serviceknop gedrukt en meneer verteld dat z’n boeltje in Uhuppeldepupdorf voor geen meter werkt.
snel boodschappen doen.
terug naar huis sjezen want telco met bedrijfspartner, rekening opstellen en fax sturen.
kwart voor 12: dochter thuis. brood maken.
8 voor half 1: naar school kneuren met dochter om zoon daar op te vangen (die al buiten in de bus naar huis zat) en terug de school in te douwen voor een workshop (zie vorig blog)
10 over half 1: stuurvergrendelingsintermezzo (zie ook vorig blog)
thuis kop soep en kop koffie naar binnen gewerkt (lunch)
was eruit halen, huishoudelijke dingen, telefoontjes plegen.
kwart over 2: stinksjaggie zoon weer ophalen (met dochter op sleeptouw)
eten in zoon stoppen, huiswerk erdoorheen wurgen en weer naar buiten duwen (met sleutel en mobieltje op zak) want hij wil naar vriendinnetje toefietsen.
15 minuten later staat vriendinnetje hijgend voor de deur: zoon zit met zijn fiets muurvast in het (nét omgeploegde en nét ingezaaide) weiland want ze dachten samen wel even door het veld terug naar ons te lopen om hier te spelen. (door het veld is korter).
Even ter illustratie: wij wonen hier op zware kleigrond, het is ca. 10 graden buiten en het heeft de afgelopen dagen (weken?) geregend en gesneeuwd.

ik kijk naar haar laarzen en denk “OH. MY. GOD.”
ik trek ook laarzen aan en denk “op hoop van zegen”.
buiten hoor ik hem al van verre schreeuwen en jammeren.
midden in het dreksweiland staat zoon met fiets. fiets wil niet meer rijden aangezien de drek driedubbeldik tussen de wielen en echt overal zit. zoon kan niet meer lopen omdat zijn (goeie) winterboots vast zitten in de drek. mijn crocs-laarzen zijn zo zwaar van het leem dat ze bijna in het veld blijven steken als ik naar hem toeloop, vriendinnetje zeult achter me aan.
ik sleur zoon en fiets naar een begaanbaar stukje veld en stuiter het ding een paar keer op en neer, peuter met een stokje de klei uit de wielen zodat ze weer draaien. daarna via een grote omweg terug naar huis gelopen met nog half-huilende zoon en grinnikend vriendinnetje.
na een goed half uur weer thuis.
de volgende 40 minuten heb ik doorgebracht met het schoonpeuteren en wassen van 3 paar laarzen/boots en een poging om de fiets schoon te krijgen. Dat laatste is mislukt, daar moet de hogedrukspuit maar op (mag man doen).

4 uur: zelf snel omkleden (want alles vol drek), dochter omkleden (want moet naar de stampende olifantjes alias kinderdansen)
kwart over 4: dochter wegbrengen.
half 5: naar de apotheek, ADHD-medicatie voor zoon ophalen. (en een beetje valeriaan en st.janskruid voor mij kopen ofzo)
kwart voor 5: weer thuis. zoon heeft inmiddels chocomuffins gevonden en drinken gemaakt voor hem en vriendinnetje: het is te zien :-S
de keuken is – naast vuile vaat, chocolade en gemorste frambozenlimo – nog vol drek maar ik heb er geen zin meer in.
mijn jas, zoons jas, mijn broek en zijn broek in de wasmachine gedouwd voordat de drek er echt niet meer uit gaat.

eerst koffie en bloggen.

zometeen:
dochter weer ophalen, rest van boodschappen doen, eten koken, de rest van het werk doen wat vandaag nog af moet en waar ik niet meer aan toe gekomen ben, kinderen in bed stoppen en schilderen (want moet ook ooit af, vind ik zelf). ik had nog willen drummen vandaag maar dat wordt niet meer wat.

vandaag is het drekdag.
kan niet anders.
en vannacht wordt weer een 5-kwartier-in-een-uur-slaapnacht.
kan ook niet anders.

please take my brains

please take my brains
I really don’t need them
a wound smile in chains
will make me a gem.

nothing a surgeon can’t fix
he’ll mold my face
I’ll pass on the bricks
to build a personal mace

I’ll buy some beauty
money doesn’t matter
It’s not my duty
And yours is to flatter

I’ll too buy me some fame
and a good share of validity
You’ll solely be to blame
For my grave stupidity

Please do take my brains
for which I have no use
thát running through my veins
don’t worry, I won’t refuse…

ok. een hele korte dan.

ik heb net ff “snel-snel” wat opgenomen.
iets heul korts.
en nou gaan jullie allemaal hard lachen.
daarom post ik midden in de nacht.
hopend dat niemand ’t ziet of hoort.
god wat eng.

dit ben ik niet hoor.
dit is gewoon een miss anonymous.
dat jullie ’t effe weten.

>> Lost <<

Niet lachen.
NIET LACHEN!!!!

Tamme kastanje

Ze loopt op haar blote voeten door het bos. Ieder herfstblaadje, ieder vochtig stukje mos, ieder bruingeworden dennennaaldje voelt ze. Voorzichtig omzeilt ze de roomwitte paddestoelen. Af en toe prikt een beukenootje zacht in de holte van haar voet. Van wandelen over in een soort los drafje, sneller en sneller. De wind door haar haren. Langzaam welt het in haar op. Dat gevoel van vrijheid, diep doorademend. Vrij zijn, ze wil alleen maar vrij zijn… De koele boslucht stroomt in haar longen. Bij een grote tamme kastanjeboom blijft ze staan. Geen plek om doorheen te rennen. Behoedzaamheid, met die stekelige bolsters. Ze gaat zitten, met haar rug tegen die machtige, stabiele boom. Ogen dicht. Haar eigen bestaan opsnuivend. Ze leeft nog. Ze leeft weer. Ze lééft.

En ze kijkt.

Zoveel verschillende bomen. Sommige robuust en nog half groen ondanks de herfst. Andere bomen ieletjes en al bijna kaal. Sommige prachtig roodgekleurd, andere met stekende naalden. Sommige met een donker gesloten bladerdak, andere die de zonnestralen volop door laten schijnen.  Een gemengd bos. En allemaal staan ze in alle rust naast elkaar en groeien. Láten elkaar groeien.  Zonder elkaar in de weg te staan, enkel af en toe hun wortels verstrengelend, samen op zoek naar water in de bodem. Takken die hoog bovenin gezamenlijk naar het zonlicht reiken. Waarom kunnen bomen zo goed waar mensen zo verschrikkelijk slecht in zijn… elkaar met rust laten en concurrentieloos coexisteren. In stilte krachtig zijn.

Ze draait zich om en omarmt de boom. Legt haar wang tegen de ruwe bast. Neuriet zachtjes.

Als rozen rood moeten zijn, en viooltjes blauw…
Waarom is mijn hart, dan nog steeds niet bestemd voor jou?
Mijn handen verlangen er zo naar om je aan te raken
Zo erg dat ik haast niet meer kan ademen…
Verloren in deze wereld
Ik verlies mezelf zelfs in dit lied
Daar waar de lichten langzaam doven
Daar zul je mij vinden… *

Ze voelt zich minder verloren en meer geborgen. Uitgerekend onder een tamme kastanje komt ze tot rust. Niet onder een stekende denneboom, niet onder een wuivende palm, niet onder een stoere eik, niet onder een beukende beuk. Tam als een kastanje. En langzaam verslindt ze ook deze…

*[vrij gewrampled van: Anouk – Lost]

blogwirwar

Het nog geen half 11 ‘s-ochtends en ik lees.
Geen boeken, geen recepten, ik lees blogs.
Blogs waarop ik ‘geabonneerd’ ben.

Binnen krap drie kwartier heb ik gelezen over groot verdriet, hotels en mama’s, twijfels, puberende jongens, nieuwe huizen, twitterpauzes, eenzame eilandjes, drugs, rehab, flashbacks, insomnia, lucht, spijt, ingesmeerde krentenbollebillen, carnaval, lucht, kapottigheid en nieuwe beginnen. Een wirwar van blogs.

Binnen een klein uur door minstens 20 werelden gewandeld. Gelezen. Zoveel mensen die zoveel en vooral zo  mooi kunnen schrijven en dichten. Zoveel getalenteerde mensen. Een blogwirwar van verhalen en gevoelens, gebundeld in één medium. Het zou bijna een verslaving kunnen worden, dat blogs lezen. Ik wil ze allemaal lezen. Zelf schrijven is ook leuk maar ik voel me af en toe nogal “nietig” bij de literaire prestaties van anderen. Blogs schrijven doe ik enkel als ik er zin in heb. Voor mezelf. Als anderen het leuk vinden of er  zelfs een lach door op hun gezicht krijgen, is dat mooi meegenomen. Maar blogs lezen doe ik dus nog liever.

Dus: komt u maar door!
We want more!

geen idee, werkelijk geen enkel
hoe ik deze blog zou kunnen betitelen
kan ik er niet toch nog een naam uitkietelen?
’t was immers een goede dag, ja toch wel…

vanwaar dan dat onbestendige gevoel
een soort doffe maagdruk van gemis
eigenlijk een eenzaamheidsbekentenis
zo piekeren en peinzen zonder doel…

plots mis ik dan toch dat warme contact
‘men’ heeft ineens elkaar, en ik de pech
die sommigen en anderen, zomaar weg!
afgeschermd in een low profile pact…

‘k-wou dat ik even ergens anders was
uit, weg, live pratend met een écht mens
‘normaal’ 1.0 contact zonder virtuele grens
niet beeldschermstarend over een leeg wijnglas…

je denkt ’t te hebben, een diepgaand ‘iets’
dat gewonnen gevoel van verbondenheid
herkenning, warmte en genegenheid
en – sláp in the face – blijkt ’t dan toch niets…

diegenen van wie ik het zo graag zou willen
juist díegenen, die zien het zó niet!
gaan volledig op in eigen vreugde en verdriet
voelen en merken niet meer dat ik hard wil gillen…

soms ben ik de gezapigheid hier zo zat
wil ik.. ik wil…, ach ik heb niks te willen
moet zélf die honger naar warmte maar stillen
en leg ‘m stiekem weer een beetje lager, die lat…

hé, een goeie titel zou dat zijn, die lagere lat
ik geef me nu toch maar langzaam gewonnen
denk niet meer diep  na over “zo geronnen”
dag lieverds, ik ben ’t effe zat…


Welterusten allemaal. Fijn weekend gewenst.

Blogpoeper

ik ben elke keer opnieuw ongelooflijk onder de indruk van wat mensen allemaal bloggen.
En vooral van hoe váák ze bloggen.
En ook van wát ze dan bloggen.

Wie naar mijn blogroll kijkt, ziet al dat ik gewoon niet kan kiezen. Ik vind ze allemaal geweldig, al die blogs en bloggers. De mooiste gedichten, soms wel 3 per dag. Verhalen, grappige beschrijvingen, gedeelde pijn, blogs die tot nadenken aanzetten. Zoveel inspiratie, zoveel “output”, zoveel mooie woorden, zoveel rake teksten, zoveel waarheden.

Ik ben een nogal losbollige blogger. Ik kan niet eens even lekker gaan zitten en een blog eruit persen. Kan het simpelweg niet. Ik moet iets hebben wat me inspireert, waar ik over nadenk, wat me op dat moment aan ’t hart gaat, wat ik vertellen wil. Zoiets als een sporadisch gebrek aan inspiratie bijvoorbeeld. Kan dus zijn dat ik dagenlang niks blog en dan ineens floepen er toch weer 2 achter elkaar uit. Maar dat ‘gebeurt’ mij: ik blog passief. Het welt vanzelf op, begint te borrelen en dan kook ik over. Gaat vanzelf. Maar zonder hittebron overkoken lukt me voor geen meter, hoe graag ik het ook zou willen. Een beetje als naar de WC moeten voor een grote boodschap. Dat doe je ook niet op commando, dat doe je als het dringend nodig is, als het eruit moet.

Há! Ik weet ’t nu!
Ik ben een blogpoeper!!

(nu nog een purgatieve oplossing vinden voor die inspiratieve obstipatie)

het giet niet aan.

Ik heb werkelijk geen idee waar “it Giet oan!” voor staat (ik vermoed iets van “Jetzt geht’s los!!”) maar het giet dus niet oan. Als zich die tig miljoen verwachte elfstedentochtbezoekers op die 5 tot 10 cm ijs zouden persen, zouden we in ieder geval een leuk ikea-spotje met massaal ijsbadderenden gehad hebben. Maar het heeft niet zo mogen zijn. Nog niet althans.

En ja, wij hier in Oostenrijk doen ook mee hoor, met die elfstedengekte. Nou ja, ik tenminste. Ik had het echt, echt, écht gehoopt. Vorige week zijn we daarom al heel enthousiast begonnen met onze eigen elfvierkantemeterbaan in de tuin. Een eigen mini-ijsbaantje. Nu wil het lot dat ik zelf ons gazon aangelegd heb (net als de rest van de tuin trouwens) en dat ik het niet zo nauw genomen heb met het “eerst vlak maken” voor het inzaaien. Ik dacht dat dat vanzelf in de loop der tijd wel plat zou worden. Het gevolg is een prachtig glooiend landschap met hier en daar een diep oeroostenrijks dal. Heel mooi maar vreselijk moeilijk om daar een ietwat platter stuk in te vinden om een enigszins fatsoenlijke ijsbaan op te spuiten. Maar man heeft zijn best gedaan met de bekisting en de folie en ik heb m’n best gedaan met het laagje voor laagje water erop spuiten. De ijsplak aan de achterkant van de baan is nu dus zo’n 20 cm dik, die aan voorkant ongeveer -4 cm (daar is dus een folieheuvel die we nu maar hebben omheind met planken).

Pure, saaie theorie. De praktijk heeft vandaag toch maar mooi aangetoond een ijsbaan echt niet perfect en al helemáál niet groot hoeft te zijn om een hoop lol te hebben. De kinderen hadden het. De hele middag. Ze hebben hun eigen elfvierkantemetertocht geschaatst. Ze waren samen zelfs al druk aan ’t oefenen voor hun paarkunstschaatskuur in Sochi. Hand in hand. Tussendoor nog iets van huiswerk gemaakt, warme chocomel gedronken en uiteindelijk ook nog even wat avondeten erin gewurgd en hup, weer doorschaatsen. Zelfs in het donker nog. Ik ijsmeesteres heb me weliswaar de vingers er bijna afgevroren bij al die ijsopspuitbeurten maar alleen vandaag was het dat al waard.

Hier giet ’t oan hoor! It Giet oan!!

Balski-weekend

Klinkt lekker.
Een beetje als poolse wodka.
Een weekendje met Balski.
Het was echter wat minder alcoholisch dan ’t klinkt.
En veeeeeel kouder. Dat ook.

Zaterdag was een coccoondag: volgens mij hebben we zo ongeveer de hele dag met zijn viertjes op de bank doorgebracht. Spelletjes doen, schaken, computeren, TV kijken, warme choco drinken, dat soort dingen. Het was buiten zo gruwelijk koud (-16°C en veel wind overdag) dat het ook echt gewoon NIET LEUK was om de deur uit te gaan. Maar uiteindelijk moest dat dan toch. En dan ook nog in panty… Ik moest namelijk met man naar een heus “bal”. Een gala. Ik was nog nooit op een echt “bal” geweest en wist ook niet precies wat er nou verwacht werd. Ik vond me in m’n rode jurkje (’t ding is al 18 jaar oud maar redelijk tijdloos en vooral figuurvriendelijk) met zwarte laarspumps (en -niet overdreven- drie lagen corrigerend ondergoed) wel acceptabel. Maar dan. In je panty met kniekort jurkje eerst een klereeind bij -20°C naar het Brucknerhaus lopen. Echt, dat voelt alsof je je in je tankini door de sneeuw walst. Eindelijk binnen. En dan… merk je dat je toch 1 van de weinigen in kortere kledij bent. Wát een baljurken!! I was impressed. Wát een sjiekdefriemelaangelegenheid!! Het Wiener Opernball in het klein, zeg maar. Ik was gelukkig niet de enige in het kort en ook niet de enige in knalrood (pfiewww) maar ergens was het toch niet zo “mijn ding”, vooral niet als je enkel spa rood drinkt omdat je de BOB bent. We hebben wat gewalst (nadat de debutanten in keurig zwart-wit hun beste beentje voor hadden gezet en het “Alles Walzer!” aangekondigd was). En ik heb ook mijn toekomstig zweefvliegtuigpiloot leren kennen (een collega van man, ik ga in ’t voorjaar met deze heer een zweefvlucht maken boven de bergen, heb ik voor m’n verjaardag gekregen). Dat was wel handig want ik kreeg enige tips met toelichting van hem:
– een á twee antikotstabletten innemen (“echt íedereen kotst tijdens het vliegen en dat is heeeeel irritant!! dan heb ik liever dat ze slapen.” – ahh… fijn…)
– een paar antikotskauwgumpjes meenemen (“voor het geval de tabletten niet voldoende zijn”)
– heeeeeeel warme kleding aandoen (“het is daarbovenin echt meer dan SAUKALT”)
– stevige schoenen aandoen (“want je weet nooit waar je uiteindelijk landt hè, kan ook in een koeiedrekweiland zijn”)
Nou ja. Ik verheug me er toch op.
De terugweg naar de auto was zomogelijk nog ijziger, echt alles stond stijf bij mij… (nee, fantasieën daarover zijn geheel misplaatst). En ik was ongelooflijk blij dat ik om 2 uur die pumps weer uit kon trekken en om half drie na een warme douche in m’n bed lag. Dat was het BAL van dit weekend.

Zondags stond schoonmoe op ’t program. Haar legendarische schnitzels waren lekker! Gelijk na het middageten de hele familie in de skikleding gehezen en naar Sandl (20 min. rijden verderop). Een prutserig kleine, vlakke ski-gelegenheid met 2 liften waarvan er 1 het niet deed vandaag. Maar de kinderen moesten nog oefenen dus goed genoeg voor ons. Helaas hadden we ook vandaag de kou weer onderschat. Na goed 2 uur skieen hadden we het uiteindelijk voor elkaar: 2 wanhopig huilende kinderen die hun “voehoehoeten” niet meer voelden en hun “vihihingers” niet meer konden buihuihuigen. Nou goed dan, dan stoppen we maar… zucht… Inmiddels voel ik mijn voeten ook wel weer (het was inderdaad koud :-S) maar ik heb best lekker geskied. Ben die extreme kou wel een beetje beu eigenlijk, maar ach, onze ijsbaan in de tuin is nu bijna klaar. Is ook wel weer leuk. En dát was dus het SKI van dit weekend.

Een BALSKI-weekend.
Ik heb ze wel ‘ns slechter gehad.
En veeeeeel warmer. Dat ook.

Flauw

OK, m’n blog van gisteren was een beetje flauw. Maar het past wel bij mijn gevoel: flauw. Beetje mat in combinatie met dat nog steeds lege hoofd. Dan komt er simpelweg niks meer uit. Flauw ook van de kinderen, de ene een vroegpuberterende, halfzieke 6-jarige die alleen maar – letterlijk – rond mijn nek wil hangen, de andere een 9-jarige ADHD-er die nog geen pilletje heeft gehad, eigenlijk huiswerk zou moeten maken maar in principe enkel lol heeft in ’t pesten en op de zenuwen werken van zijn kleine zusje.

Gelukkig is zoon nu bezig met zijn lego en bayblades (waar graag meespelen willende dochter natuurlijk NIET – ik herhaal absoluut NIET – aan mee mag doen omdat ze toch alles kapot maakt), languit op de grond liggend. Man ligt samen met dochter onder een dikke nepbonten deken op de bank naar ’t skieen te kijken. Onze tuinijsbaan-in-wording ligt te verijzen. En ik lig te typen. Ik voel ’t aan m’n water, dit wordt een ligdagje. Ergens tegen de avond zal ik dan toch weer op moeten staan om mezelf op te vlotten en in drie lagen corrigerend ondergoed i.c.m. een rood jurkje te sjorren. Zometeen eerst maar ‘ns mijn glazen muiltjes zoeken en de koets poetsen.

Vanavond is ’t bal…

Ik word er nu alweer flauw van.

Een blog van niks

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

(u mag deze blog zelf invullen)

.

.

.

.

(fijn hè)
.

.

.

.

.
(met speciale grote dank aan Wilmke Schoonderbeek)

hartenverzamelaar

Nee, ik kan echt geen enkele stap meer
in jouw richting doen.
Want alles wat me daar wacht, is spijt.
Weet je niet dat ik
jouw schaduw niet meer ben?
Jij hebt de liefde verloren.
De liefde die ik het meest lief had.
Ik leerde uiteindelijk
om maar half levend te overleven.
En nu wil je me nog een keer terug?

En wie denk je wel niet dat je bent?
Rondrennend, wonden en littekens achterlatend,
al die mooie harten in je jampotje verzamelend.
En de liefde uit elkaar scheurend.
Jij gaat nog snipverkouden worden
van al dat ijs in je eigen ziel.
Dus kom alsjeblieft niet terug bij mij.
Wie denk je wel niet dat je bent??

Ik hoorde dat je overal naar me vroeg.
Of iemand me misschien ergens gezien had.
Maar ik ben nu sterk genoeg geworden
om nóóit meer terug te vallen in jouw armen.
Ik heb geleerd om half levend te overleven.
En nu wil je me nog een keer terug?
Wie denk je wel niet dat je bent??

Schat, het duurde zó ontzettend lang
om me weer okay te voelen.
Om me te herinneren hoe ik
mijn ogen weer kon laten glanzen.
Ik wou dat ik die eerste keer
dat we kusten gewoon gemist had.
Want jij brak al je beloftes aan mij.
En nu ben je weer teruggekomen.
Maar je krijgt mij niet terug.

Wie denk je wel niet dat je bent?
Rondrennend, wonden en littekens achterlatend,
al die harten in dat potje verzamelend
En alle liefde verscheurend.
Jij gaat nog ‘ns heel ziek worden
van die ijzige kilte in je ziel.
Dus kom alsjeblieft niet terug voor mij.
Kom gewoon helemaal niet meer terug.
Wie denk je wel niet dat je bent??

(Christina Perri – Jar of Hearts  – vrij gewrampled en naar eigen behoefte vertaald)

(En ja, alweer een songtekst. Maar zo’n ontzettend mooie en ware…)

Frida Chaos is klaar.

Ik ben d’r klaar mee.
Met Frida.
Frida Chaos.
Niet Kahlo, want die is te mooi.
Dit is Frida, gemengd met míjn chaos.
Frida met mijn vele “ogen” die alles opnemen.
Met mijn voelwortels die alles opzuigen.
Met mijn takken die zich uitstrekken.
Met mijn foetale, creatieve beginsels in mijn hoofd, die groeien en eruit moeten.
Pure herkenning toen Janus Schreuder een compilage maakte en zijn beeld op twitter zette.
Ik herkende mezelf erin.

Bij deze.

“Frida Chaos”.

Met dank aan Janus.
Mijn dank is groot.

goeienacht lieverds…

Je gooit ’t er zo snel uit,
even goeienacht wensen.
Welterusten lieverd!!
Nachtzoen voor jou, kus, smakkerd.
tot morgen.

maar ik meen ’t hoor.
ik wens je een meer dan goede nacht.
ik zou je inderdaad een zoen willen geven.
ik zou je echt even willen omarmen
en je kunnen zeggen:
“lieverd, geníet van je nacht”
Het liefst bewust, maar dat is over het algemeen nogal moeilijk.

Elke avond als ik slapen ga,
kijk ik nog even bij mijn kinderen.
Ze zijn zo mooi als ze slapen
(als ze niet slapen ook hoor).
Slapende, gezonde kinderen zijn zo’n enorme rijkdom…
Mijn kinderen. Slapend. Bij mij.
In mijn huis. Gezond. Tevreden.
Ook al geen vanzelfsprekendheid.
Zonder zachte kus op mijn slapende lieverds
kan ik zelf niet slapen…

Ik wens het iedereen toe.
Een rustgevende, fijne, warme nacht.
In je warme bed, in je huisje.
Er zijn zoveel mensen die zo’n nacht
maar zó zelden mogen ervaren.
Sommigen zelfs helemaal nooit…
Daarom: als je kunt, geniet van je nacht.
Ik wens dat ’t een goede zal zijn…

And every morning…

Christkindlfrage

liebes Christkindl,

ich liebe Mohnflesserl. Heiß und innig.
Deshalb wünsch’ ich mir zu Weihnachten (von mir aus gen-)manipulierte Mohnsamen die mir nicht länger zwischen den Zähnen hängen bleiben.

ach bitte?
bitte bitte bitte??

liebes Christkindl?

(sorry.

heb tijdelijke writers block.

moet me nu eerst op dat kerstkind concentreren.)

Mutti

Vandaag gaan we naar oma.
Naar mijn schoonmoeder.
Sinds bijna een jaar is oma nu alleen.
Opa is vorig jaar na de kerst redelijk plotseling gestorven.
Oma heeft ’t nog steeds moeilijk.
Meestal gaat ’t goed, ze heeft wel meer rust nu.
Maar ze heeft ook niemand meer om tegen te foeteren.
Niemand die dan wat terugmoppert.
Niemand waarmee ze haar avondappeltjes kan schillen.
Niemand die haar helpt, de planten water te geven of de kippen te voeren.
Niemand naast haar aan ’t zuurstofapparaat in dat reusachtige bed.
Niemand die over de afstandsbediening regeert.
Niemand om samen mee over de buren te roddelen.
Niemand om het oneens mee te zijn.
Niemand meer om het eens mee te zijn…

Vandaag gaan we naar oma en blijven we daar slapen.
Voor het eerst weer, sinds lange, lange tijd.
Een knalhard rotbed en een kapotte rug.
Maar oma is zó blij.
Zo blij met ons als eitjes bij het ontbijt.
Daar doe je het voor.

Tot zometeen, Mutti! We komen eraan!

Jail

eerst even dit:
AAAARGGHHH!!
net het hele stuk over jail getypt, wil ik publiceren, krijgt wordpress een hickup. Geen concept gesaved, alles weg. “Please try again”. Waar heb ik dat meer gehoord…
GIL!!!
OK. opnieuw dan maar…

Twitterjail dus.

“Sorry, you’ve reached your maximum usage limit. Please try again in a few hours.”

Wat een – in mijn ogen – verouderde manier om spammers tegen te gaan. Dat er iets tegen die lui resp. die dingen (spambots en co.) gedaan moet worden, is mij helemaal duidelijk. Ben ik ook absoluut vóór. Maar kan dat niet wat geavanceerder? Ja dat kan. Die huidige twitterspamanalyzer is er eentje uit ’t stenen tijdperk der social media…

Eergisteren zat ik erin. Ik was, als “voetbalfan in wording”, druk aan ’t oefenen voor voetbalcommentatrice. Op twitter dus. En ja, dan produceer je nogal wat tweets… In “jail” beland je als je teveel tweets in een bepaald tijdsbestek plaatst. Iets van 100 in een uur of 200 per dag of iets dergelijks. Daar zit je als dolenthousiaste #voetbalfaninwording helaas al heel snel aan.

Maar wat mij ’t meest stoort: dit HOEFT in ons huidige tijdperk niet meer!! Het is met de tegenwoordige analyzer-/detector-/grabber-techniek (of hoe je ’t ook wilt noemen) een fluitje van ’n cent (ja zelfs met die centen van vandaag de dag) om een banaal onderscheid te kunnen maken in de inhoud van tekstfiles. Als een spammer (of spambot) 100 tweets in een uur eruit gooit, dan is de inhoud van die tweets grotendeels identiek (á là: “hey you’re in this picture! have a look!” en dan een leuke sekslink oid).  Dat is toch zó te detecteren?? Mijn tweets van eergisteren bevatten – naar mijn bescheiden mening – toch echt grotendeels heel verschillende inhouden. OK, toegegeven, de hashtag was wel veelal hetzelfde (#AjaRea :-)). Dan moet het toch duidelijk zijn dat ik niks kwaads in de zin heb? Dat ik gewoon lekker bezig ben met wat twitter zo graag wil: twitteren! En toen ik uiteindelijk dan toch een eind aan mijn leuke twitteravondje wilde breien en iedereen een goede nacht wou wensen, mocht dat niet meer. “Sorry, try again in a few hours.” NOT!!! Ben je als nietsvermoedend en welwillend persoon ook ‘ns een avondje een beetje op dreef en wil je ook nog even aardig welterusten zeggen, word je achter de tralies gezet. En bedankt hè.

I’m innocent!!!
I’m innocent!!!!!
Maar ja, dat roepen de meeste lui die in de nor zitten…

Kom op Twitterbeheerlui! Maak asjeblieft ’n iets modernere versie (2.0 ofzo) van jullie spambotdetector zodat onschuldige voetbalfanatici als ik nog zonder moeilijkheden even welterusten kunnen zeggen? Ah toe??

De wonderbaarlijke genezing

Een wonder is vanochtend geschied.

Bij het opstaan is het weer zover. Als iedere dag. Dochter heeft buikpijn. Vreselijk erge buikpijn. Al wekenlang is het iedere ochtend hetzelfde. Buikpijn. We zijn al 2x bij de kinderarts geweest, die heeft haar onderzocht. We hebben al verschillende dingen uitgesloten qua allergie, een lastige aangelegenheid om dochter van bepaalde etenswaren af te houden (fruit, zuivel, worst/salami, suiker, noten, brood/pasta etc. – is ze allemaal gék op). Pijnstillers hielpen ook niet.

Het interessante was natuurlijk wel, dat zogauw dochter wat leuks deed of televisie keek (afgeleid was), de buikpijn toch ineens stúkken minder erg bleek. Als je dan vroeg “hé lieffie, is de buikpijn nu wat weggegaan?” kromp ze gelijk ineen en vermeldde dat het nu wel even ietsje minder was maar dat het zo wel weer terug zou komen. Lange gesprekken hebben we gevoerd over of er iets mis is op school of thuis, of ze ergens over in zit of dat er iets gebeurd is waar ze buikpijn van zou kunnen hebben. Gesprekken op school over hoe het gaat in de klas. Alles was en is prima, op school heeft ze nergens last van. Ook thuis doen we het volgens mij niet verkeerd, ik besteed veel tijd aan mijn kinderen en ben o.h.a. zelfs bijna altijd thuis als zij thuis zijn (ik ben zelfstandig en werk vanuit huis).  Is er nou écht iets? Is het toch een vorm van nog meer aandacht willen? Is ze op de één of andere manier jaloers (hoe raar ook) op zoon die wel vaak écht ziek is en in de medische mallemolen zit met zijn stoornissen? Heeft ze toch blindedarmontsteking of de ziekte van Crohn of of of…

Ik wist ’t niet meer…

Vanochtend ben ik bij haar in bed gekropen en heb haar rustig verteld, dat we nu zo langzaamaan toch maar haar buikje van binnen moeten gaan laten onderzoeken (en daar is dus niks aan gelogen: dit was wel degelijk het volgende item op ’t program).
“Hoe doen ze dat dan?” kwam gelijk de vraag.
“Dan neemt de dokter een slangetje met piepklein cameraatje eraan, dat gaat dan door je bips naar je darmen en maakt er een mooie film van waarop de dokter dan kan zien wat er daar werkelijk mis is.”
Stilte bij dochter. Ze dacht na. “Doet dat pijn?”
“Nee joh, mama heeft dat al vaker gehad. Dat heet coloscopie en dan krijg je een klein prikje waardoor je er allemaal niks meer van merkt.”
Nog meer stilte.
“Oh.”

“En dan, hoe weten ze dan echt wat er met mijn buik is?”
“Nou  dan komt er nog een bloedonderzoekje bij – daarvoor krijg je dan nog een klein prikje in je arm maar dat doet ook geen pijn hoor – om te kijken of je ergens heel erg allergisch voor bent, en samen met de binnenkantfilm weten we dan hopelijk eindelijk waar die buikpijn vandaan komt.”

Je zag haar diep nadenken.
“Mama, ik geloof dat ik beter ben. Ja, ‘t-is raar maar de buikpijn is wég!! Gek hè. Ik ben voor niets allergisch!”
Ze sprong uit bed en kleedde zich lachend aan.

Nu hoop ik dat ze niet uit angst voor dat onderzoek doet alsof, maar ik ken mijn dochter: als ze écht pijn heeft, kan ze dat niet verbergen. Dan gaat de wereld ten onder en wordt er daadwerkelijk enkel nog gehuild en gekermd. Dan zal haar zo’n onderzoek worst wezen. En ik had ’t haar toch moeten vertellen want ze moet wel weten wat er op haar te wachten staat bij eventuele volgende onderzoeken.

Dochter heeft ineens met veel smaak haar ontbijt opgegeten en is zingend naar school gegaan. Voor het eerst sinds een week of 5 zonder ‘buikpijn’… Wonderbaarlijk.

vieze vensters

Mijn vensters zijn vies.
Oftewel my Windows is filthy.
Corrupt noemen ze dat ook wel.
Ik ben echt niet de allerstomste met computers, maar met Windows word ik nooit (NOOIT!!) vriendjes, zelfs niet op Facebook.

De boel werkt niet meer. Alles loopt vast en dan crasht-ie. Mijn schattige Vaio-klaptopje wil niet meer verder, wil er serieus uit stappen. Zonder nieuw Service Pack geen leven. Goed, heb ik begrepen. Euthanasie is nog geen optie, dus een nieuw SP moet er komen. Vol goede moed google ik me naar de microsoft-wellness-site voor een dienstenpakketje. Na lang heen en weer geklik en het uiteindelijk uitzetten van mijn NoScript-blocker kwam ik op de site waar ik – naar zeggen van Microsoft – mijn Service Pack zou kunnen downloaden. Aanwijzing: “klik op de gewenste versie en dan op de button VERDER”. Zou makkelijk moeten zijn, denk je. Maar die aanwijzing geldt dus voor dit venster:

Wel, a) is er in dit hele rotvenster geen duidelijke versie te herkennen, wel 15 (okay okay, 10) separate files. Er staat weliswaar “files in this download” maar de complete download zelf is nowhere to be seen (en nee, dat downloadgedoetje ernaast is het niet, daar kun je die geweldige (maarnietheus) messenger downloaden).
En b) staat er op de hele site nérgens het woord VERDER!! (Nee, ook niet helemaal onderaan of ergens bovenaan, en nee ook niet in ’t duits [WEITER]. Gewoon nergens.). Dus wat doe je als braaf microsoft-slachtoffer: je zoekt ’t grootste bestand op en gaat die maar downloaden, in de hoop dat alles dáár in zal zitten. Het is weliswaar een .iso-file, iets wat mijn klaptopje nou weer helemáál niet lekker schijnt te vinden maar vreten zal-ie ‘t. Had-ie maar geen windows-laptop moeten worden. Vrolijk downloaden wij de krappe 2GB-file. Over een uurtje of 2 zal ik dan weten of en hoe dit verder gaat. [korrektie: nu nog 2,5 uur. joepie.]

En ondertussen voel ik me net dat kind wat er naast zit op die microsoft-downloadsite. Als je ook maar éven met Windows aan ’t klooien bent geweest heb je meteen gruwelijk smerige handjes…

De She Shure!

Ik ben m’n 40e aan ’t inluiden. Al een paar dagen. Gisteren waren onze buren (stuk of 12) hier om daarbij uiterst vlijtig te helpen. Buurvrouw H. is altijd goed voor originele verjaardagspelletjes en gisteren moest ik mijn kadootje “verdienen” door m’n ‘meertaligheid’ (*kuch*)  in te zetten: engels dat eigenlijk geen engels is. M.b.v. manlief moesten we dit dus vloeiend voorlezen:
SHE FAWN IS LIE WANT!
A: My nay she shure dorn way!
B: Woe dean?
A: By dare fair sane.
B: Los me shown. Host us you are far cared own? Dish null an cairn ouse an. Soda, yeats game us own. For ma mid’n say say lift oven idea o’ten he gale.
A: It row minute…
B: Gay hear do, ace is Nick star by.
A: Ace is o’bear so I sick…
B: Dive aie I knee! Gay hear dough. E for four, do forced hint air mere know, o’bear sheer nay bow girl.
A: Word Hiasl. E hope an stearn grease an.
B: Gay halt in Dick nearl. Fix noah m ole, days is was mid day own fan gare. Nick’s we share O’Ryan. Shy’s drag.
Nou, goat’r moar anstoan. Wat staat hier in hemelsnaam? Eerst de Mühlviertlerische/Österreichische versie (geloof ik, ik hoop dat ik ’t nog zo enigszins goed heb :-S) :
SCHIFOARN IS LEIWAND!
A: Meini Schischua tuan weh
B: Wo denn?
A: Bei da Fers’na
B: Los me schaun. Host’es joah vakeard aun? Die Schnoin g’hearn auss’n an. So da, jeatzt geh’ma’s aun. Foar ma mit’n Sessellift auf’n idiot’n Hegela.
A: I trau mi ned…
B: Geh her do, es is nix dabei!
A: Es is oba so eisig…
B: Tieafa eini!! Geh her do! I foar vor, du foarst hinta mia noch, oba scheene Bogerl! 
A: Wart Hiasl! I hob an Stern g’rissan!!
B: Geh hoid in die Knierl! Fix no moi, des is wos mit de Oanfänga. Nix wie Scherarei’n. Scheißdreck.
En nu op goed hoogduits (klingt zwoa vui beschiss’n aber na guad):
SKIFAHREN IST SUPER!
A: Meine Skischuhe tun weh.
B: Wo denn?
A: Bei den Fersen.
B: Lass mich mal schauen. Hast du sie vielleicht verkehrt rum an? Die Schnallen gehören außen. So dann, jetzt fangen wir richtig an. Fahren wir mit dem Sessellift das blöde Hügelchen hoch
A: Ich traue mich nicht…
B: Ach komm her, es ist doch nichts dabei!
A: Es ist aber so eisig…
B: Tiefer in die Knien gehen!! Komm hier! Ich fahre vor, du fährst mir hinten nach, aber mit schönen kleinen Bogen
A: Warte Häschen! Ich bin hingefallen!!
B: Geh halt in die Knie! Verflixt noch mal, es ist auch was mit diesen Anfängern. Nichts als Ärger. Scheißdreck.
In diesem Sinne:  
Ski Heil und liebe Grüße.
Luzie, die wilde Kaiserin

Wijsheid

Het leven lichtjes dragen en zwaar genieten is toch het summum aller wijsheden…

(Wilhelm von Humboldt)

toch nooit volwassen…

Volwassen worden is afscheid nemen van steeds meer vormen van jezelf die je ooit had kunnen zijn en de beperkingen aanvaarden van de persoon die je merkt te zijn geworden…

(uit: “Een tafel vol vlinders” – Tim Krabbé)

Grenzen

Es gibt keine Grenzen. Weder für Gedanken, noch für Gefühle. Es ist die Angst, die immer die Grenzen setzt…

Er zijn geen grenzen. Noch voor gedachtes, noch voor gevoelens. Het is de angst, die steeds weer de grenzen stelt…

(Ingmar Bergman)

Gedachten

In een boek van Tim Krabbé (“Een tafel vol vlinders”) las ik een mooi stukje over gedachten.

“Zolang ze maar in je hoofd zitten, zijn gedachten ongevaarlijk. Je kunt denken, dat je ze nooit hebt gehad. Maar als je ze opschrijft, kunnen ze niet meer weg. Als weggewaaide papiertjes waar je je voet op hebt gezet. Toch schrijf ik ze op. Dan kunnen ze zien dat ik niet bang voor ze ben.”

Zo werkt dat.

het waarom…

Waarom gaat een mens bloggen?
Geen idee. Ik heb er al zo lang tegenaan gehikt.
Wat moet de wereld in vredesnaam met mijn geleuter?
Niks.
Maar dat hoeft de wereld ook niet, gelukkig.
IK moet er wat mee.
Kan mij ’t schelen wat de wereld denkt, al lul ik een eind in de ruimte.
Dan is dat toch maar mooi MIJN ruimte.

Maar toch. Waarom.
Waarom nu.
Omdat ik graag schrijf. En van me af schrijf.
Omdat ik graag met woorden speel. En gewoon graag speel.
Omdat ik verdriet bespreekbaar wil maken. En verdriet heb.
Omdat ik blijdschap zou willen delen. En me vaak zo lekker blij voel.
Omdat ik zo virtueel en reëel verbinden kan. En een virtureëel persoon ben.

Ik schrijf, denk, heb lief, huil, deel, lach, steun, leun, geef en neem
Dus ik besta.
Daarom dus.

zal ik of zal ik niet…

to write or not to write…
to blog or not to blog…
to be or not to be…
zal ik? ja ik zal. ooit.
en dat ooit schijnt nu te zijn…
in een tijd van huilen
in een tijd van verdriet
kun je je in woorden verschuilen
woorden vergeten niet…
gedachten neerzetten
voor jan en alleman
ik ga lekker nergens op letten
ik hak alles in die blogpan…
het zal toch wel niemand lezen
en wanneer wel, so what
Lou zal altijd louter Lou wezen
Ik weet ‘t. Ik kan dat.