Het roze briefje

…en zo voltrok zich meteen al weer het volgende drama in Huize L.

14h.
Zoon komt binnen stommelen, kwakt zijn schoolrugzak op tafel en zakt zuchtend neer op de bank. Zoveel huiswerk. Zoveel gedoe. En nu ook nog allerlei dingen die ze moeten doen voor de kerst c.q. in de adventstijd. Een projectje om de sociale vaardigheden en naastenliefde te vergroten, volgens de lerares. Het staat allemaal op een briefje. Een roze briefje, dat hij gewetensvol onder mijn neus drukt. “Kijk, dat moet ik allemaal doen voor volgende week!”.rozebriefje
een volwassene beleefd voor iets bedanken. Oké dan, no problem: elke keer dat hij met de buurvrouw mee naar school rijdt, bedankt hij haar beleefd, dus die kunnen we afhaken.
iemand vrijwillig helpen. Dat doet hij all the time, dus ook geen issue.
helpen in de huishouding. Oh shit. Dat wil hij altijd graag maar ehm, echt handig is dat niet. Maar goed, hij mag best ramen lappen van mij.
praten met een medescholier waar hij anders niet echt veel mee praat. Moet-ie zelf doen. Kan ik niet bij helpen. Ik weet wel een hoop kandidaten…
een medescholier een compliment geven, en
een goede wens voor iemand uitspreken. Allebei ook wel te doen denk ik. Maar sociale dingen kunnen bij zoon nogal eens raar uit de mond komen, zeg maar. Het is een beetje dagafhankelijk. Goed bedoeld, raar gezegd. Ik moet bij hem vaak een beetje aan Jack Nicholson als Melvin Udall in ‘As good as it gets’ denken.

Goed, ik heb het roze briefje gelezen, denk in stilte ‘wat een onzin‘, leg het weer op tafel en ga door met mijn bezigheden. Nadat hij nog even de absolute relevantie van het briefje benadrukt, duikt zoon op zijn wiskundehuiswerk en op het oefenen van z’n opstel. Morgen dé toets der toetsen: opstel Duits. Ach, een ramp wordt ’t sowieso wel. Het briefje verdwijnt uit de aandacht. ’s Avonds voor het naar bed gaan, wil hij zijn rugzak inpakken. “Maham, waar heb jij mijn roze briefje nou gelaten?” Euh, ik? Huh? Geen idee joh, ik heb het gewoon weer op tafel gelegd. Niet waar. Wel waar. Echt, jij hebt het ergens in gestopt. Nietes. Enzovoort.

In z’n pyjama begint hij wanhopig te zoeken. Spichtig, op blote voeten, verontrust. Ik zie zijn ogen overal heen schieten. “De juf heeft gezegd dat dat briefje heeeeel belangrijk is en dat we het niet mogen verliezen. Dan krijgen we een minnetje… En dat als we het toch verliezen, we dan zelf maar moeten zien hoe we een nieuw briefje krijgen…” Ik hoor de wanhoop in zijn stem, zie tranen glinsteren. We zoeken overal. Zelfs in de vuilnis- en de oudpapierbak, hoewel ik zeker weet dat ik dat soort dingen echt niet zomaar achteloos weg gooi. De boeken, de schriften, de rugzak, de blocnotes, alles kijken we wel drie keer na. En nog een vierde keer. Uiteindelijk stuur ik zoon om een uur of negen toch maar naar bed (morgen om 6am weer op…) maar kan het niet loslaten. Ik schrijf een bericht aan de klassenlerares in het communicatieschriftje, over het feit dat het vooral echt mijn schuld is dat we het kwijt zijn en of ze hem alsjeblieft toch nog een keer zo’n roze briefje mee wil geven. Dat hij al zo ontzettend onzeker is en altijd alles goed wil doen en dan dit…

Daarna toch weer zoeken. Nog een keer álles nakijken. Boven gecheckt. Op de WC’s, in de badkamer. Nog een keer alle paperassen nakijken. En toch ook nog maar een keer de blocnote waar hij zijn oefenopstel in schreef. En verrek, daar gloort iets rozigs achterin. Jawel! BAM! Daar is het, dat verdraaide roze briefje. De vorige vijf keer blijkbaar niet gezien. Pfffffffffffffff… Gelukkig heb ik het bericht in het schrift met potlood geschreven en dus gum ik de boel minitieus weer uit. Daarna fluister ik m’n halfslapende zoon in zijn oor dat ik het gevonden heb. Zijn ogen gaan abrupt wijd open en hij slaakt een luide zucht van verlichting, om vervolgens echt in slaap te donderen.

Ik plof neer op de bank en vervloek grondig alle roze briefjes met sociale opdrachten.
Stomme dingen.

Walrusslacht

Nee nee, geen documentair verslag over jonge walrusjes die neergeknuppeld worden om wol van hun snorharen te spinnen. Nee, echt niet.  Leest u maar.

Vandaag, twee weken na mijn knieoperatie, toog ik vol goede moed en frisse zin naar het zwembad om eindelijk weer met mijn zwemtraining te beginnen. Het zwembad waar ik voorheen zwom, heeft op dinsdag absurde openingstijden dus ging ik dit keer naar een ander binnenbad (Linz heeft er een stuk of 4), iets dichterbij. Om kwart voor tien – de geruchten wilden dat men om die tijd al naar binnen zou mogen – stond ik in de hal bij de kassa. Met nog twintig  andere, mij sceptisch bekijkende (want te jong), bejaarden. En het werden er steeds meer… En nóg meer…  Stipt om tien uur ging de kassa open (niks kwart voor tien, duh) en stormde de meute waterhongerige oudjes  met hun abonnementskaartjes hoog in de lucht geheven naar binnen. Ik kocht braaf een normaal entreebewijs. De kassamiep casseerde vier euro terwijl ‘kort zwemmen’ (max. twee uur) maar €3,10 is, maar helaas, daar kwam ik achteraf pas achter. Namelijk toen ik de folder meenam om te kijken waar ik in vredesnaam wél fatsoenlijk zou kunnen zwemmen.

Afijn. Snel omkleden, douchen, zwembrilletje op en hoppa, baantjes trekken.
Dacht ik.
Echnie…

Stelt u zich een stinknormaal 25m-bad voor, 12,5m breed. Daarvan waren twee brede banen (zo’n 4m in totaal) afgesneden voor schoolklasjes. In de overige luttele achtmeternogwat peddelden zo’n zestig half-comateuze walrussen. Ik was totally in shock. Brilletje weer af. Kijken. Nee. Het werd er niet beter op.

Werkelijk waar, hele kuddes dames van 150 kilo en meer, stuk voor stuk met zo’n zwemhulpding op de rug gesjord en luidkeels ginnegappend over Maria die nu ineens met Hans in plaats van met Gerhard in kamer 138 had liggen te vozen en over eveneens heftig in het bad rondzwemmende lange haren die daar enkel en alleen waren omdat de jeugd van tegenwoordig allemaal zonder badmuts en zo asociaal onder water zwemt.  In ieder geval kwamen die haren tenminste nog stukje bij beetje vooruit in het water… Ik voelde me trouwens niet aangesproken want a) zwom ik helemaal niet (geen doorkomen aan) en b) heb ik mijn haar altijd samengebonden in een knot en daar nog een zwembrilletje overheen, daar komt geen haar meer vrij. A head like Alcatraz. En al zou er eentje uitbreken, viel die nog niet op tussen al die chronisch uitvallende grijze pluisharen die woest door de hal wapperden. (oh en c) ik kan mij helaas niet echt meer onder het begrip ‘jeugd’ scharen :-S). De meeste vrouwen zwommen overigens in volle entourage: met haarknipjes, brillen (incl. brillenkoordjes), make-up en oorbellen. Het hoofd komt toch niet onder water. Stel je voor zeg, de gedachte alleen al…

De mannen waren zo mogelijk nog erger. Ongedoucht wierpen ze hun stinkende oksels in de strijd. Oh zwom jij daar? Nou, nu dus niet meer.  BAFFF. Sowieso uitkijken voor rond wapperende velvleugels. Uitslaande benen. Lange teennagels die striemen op je schenen krabden. Kunstgebitten die als slagtanden in standje ‘aanvallen’ stonden. Diepbrommende snor- en baardharen (zoals het een goede walrus betaamt). Vuile blikken: ‘wat mot jij hier in mijn stukje zwembad.’

Ik heb zegge en schrijve zes baantjes ‘gezwommen’. Zigzaggend, armen, benen en boze blikken ontwijkend (omdat ik borstcrawl zwem: ik mag met mijn knieën niet schoolzwemmen, sorry). Mijn slag is werkelijk heel rustig, ik neem beduidend minder plek in beslag dan die ronddobberende galjoenen en ik ben ook nog eens veel flexibeler. Maar het was me duidelijk, ik hoorde daar niet thuis. Uiteindelijk heb ik het opgegeven en enkel nog een dik half uur lang oefeningen aan de rand gedaan. Benen-buik-armen. Ook dat kan ik. Maar zelfs aan de kant lag ik blijkbaar in de weg en kreeg spontaan heimwee naar mijn romaatje in het andere zwembad. Daar was het bij tijden weliswaar ook oorlog en ging het er eveneens hard aan toe maar toch was het volk duidelijk toleranter en minder anti-‘echtzwemmen’ dan hier.

Wel, lieve overjarige walrussen,
ik ben er alweer van tussen.
Heb nog veel plezier in uw pissoir.
U hebt het nu al voor elkaar:
Mij zult u in uw pierenbad niet meer zien.
Menschnochmal, elllllende voor tien…

Zoet

Had je echt gedacht
dat het eeuwig stil zou blijven
dat alles altijd op jou wacht
en jij je bittere spot kunt drijven

Had je echt gedacht
dat je zomaar een gat kunt boren
in dat hart, zo week en zacht
en ’t nog steeds jou zal behoren

Had je echt gedacht
dat haat het zal kunnen winnen
dat je uiterlijk steeds weer lacht
toch verscheurd bent van binnen

Had je echt gedacht
dat jij er ook maar iets toe doet
terwijl jij enkel alles diep veracht
ach weet je, wraak is nooit zoet…

.

.

© Lou

zoek zoek zoek

Ik zoek en vind niet. Het is weg. Foetsie. Ik zoek al dagen. Weken. Maanden? Ik zoek in mijn achterste achterkamertjes, onder mijn zwevende vingers, achter mijn pijnlijke rug, tussen mijn dovemansoren. Het is er niet meer. Ik sta op een droogje, zoals blijkbaar zovelen met mij momenteel. Al een tijdje eigenlijk, heb al een maandje of wat geleden over mijn interne leegte bericht. Er is zoveel waar ik over zou kunnen schrijven. Er is ook veel wat ik wel opgeschreven heb maar wat op ‘Privé’ blijft staan omdat ik dat niet in de openbaarheid wil hebben. Blogs voor mezelf, over mezelf. Ze gaan over mijn eigen falen, mijn verdrieten, mijn verslavingen en mijn donkerste gedachtes. Opschrijven helpt nog steeds, maar gelezen hoeft het niet te worden. Misschien dat ik over een paar jaar denk: “ik ben er nu compleet overheen, nu kan ik terugblikken en eventueel mijn annalen van toen wel openbaren.” Maar die kans is klein.

Ik zit in een rare fase. Ik zoek naar mijn eigen leven. Zo voelt het. Ik was het leven even kwijt. Dat zei een dame namens Petra laatst in het TV-programma ‘Verslaafd’. Dat zinnetje trof me enorm. Ik herkende het. En nu ben ik zoekende. Van dat leven heb ik al wel weer een paar stukjes terug gevonden maar ik zoek nog steeds naar het grotere geheel en mijn eigen verstandige ik. Naar mijn gezondheid. Naar de essentie. Naar zin.

En ik ren mezelf voorbij als het gaat om houden van. Ik hou van veel mensen en ook van veel dingen. Maar van mezelf houden, dat kan ik niet goed. Nog steeds niet. Ik wil zelfs zo ver gaan om te zeggen dat ik mezelf bij tijden regelrecht mishandel. Of mishandeld heb, in ieder geval. Maar nu, nu mept mijn altijd zo braaf incasserende maar gekrenkte lichaam zomaar ineens terug. Mijn buik wil geen slecht voedsel meer. Mijn maag wil geen sloten koffie meer. Mijn lever wil geen alcohol meer. Mijn knieën willen mij niet meer dragen. Maar mijn hoofd wil het dat allemaal nog niet beseffen. Dus zoek ik.

Ik zoek ik…

En met al dat monotone gezoek ben ik momenteel mijn blogzin kwijt geraakt. Ik neem aan dat dat tijdelijk is. Het komt wel weer, dat weet ik zeker. Tot die tijd zoek ik maar gewoon een beetje verder.

Zoek, zoek, zoek…

Bucket List

Bij blogster Sandra de Koning – vd Pol stootte ik een tijd geleden al op haar opmerkelijke en vooral interessante Bucket List. Zo’n lijst met dingen die je ooit nog in je leven wilt doen voordat je de aardkloot eens van de binnenkant gaat bekijken (oftewel: ‘hit the bucket’ in het Engels). Geïnspireerd door Sandra voelde ik nu ook de behoefte om zelf eens zo’n lijst te maken. Waarom? Omdat je dan wat beter na gaat denken over wat je nog wilt in en van het leven. De grote dingen, maar ook de kleinere to-do’s. Er is zelfs een film namens ‘The Bucket List’ die hierover gaat, misschien moet ik die eerst maar eens kijken. Ter inspiratie. Een levenswensenlijst. Een dingen-die-ik-echt-nog-gedaan-moet-hebben-voordat-ik-de-pijp-uit-ga-lijst dus. Oh en ik weet het hoor, het klinkt als een actie voor een rasechte midlife crisislijder, maar geef toe:  het is wél leuk om na te denken over je eigen grote (en minder grote) wensen en things to do.

Er zijn een hele hoop dingen die ik al gedaan heb: kinderen krijgen (wel twee), in het buitenland werken (vele malen, zelfs een keer meer dan een jaar lang in Zwitserland), naar Israël reizen (gedaan voor mijn scriptieonderzoek), naar Australië (op mijn 16e, naar de World Jamboree), Tina Turner met Kim Wilde in één kapsel verenigen, trouwen (pas één keer gedaan maar dat loopt tot nu toe dan ook nog steeds redelijk tot goed), studeren (ook maar liefst twee keer), mijn klasgenoten van de lagere school weer zien (afgelopen zomer, na 30 jaar, hadden we daadwerkelijk een reünie!), zweefvliegen (vorig jaar april, wat een ervaring – valt hier te lezen: “I believe I can fly“), emigreren (been there, done that: weliswaar binnen Europa, maar toch), mijn duikbrevet halen (heb ik in 2000 gedaan, sindsdien nooit meer gedoken 😦 ) en nog een hoop dingen die me nu even zo snel niet te binnen schieten.

En er zijn dingen die ik weliswaar heel graag wil doen maar die echt nooit (meer) iets zullen worden, zoals een keer naar de maan vliegen (in het echie dan hè, niet figuurlijk, maar ik kan me niet voorstellen dat dat in mijn leven nog iets gaat worden), een marathon rennen (of dan tenminste een halve. Dat wil ik al heeeeeel lang, ik heb tijden lang hard gelopen, tot 10km, maar elke keer brak het me op en gingen mijn knieën verder achteruit. Nu is dat met mijn volledig kapotte knieën daadwerkelijk een utopie geworden: ik mag niet meer hardlopen van de dokter) en ik zou ook zo graag de puinzooi in Fukushima opruimen en repareren voordat we er allemaal aan creperen, maar ook dat ligt niet in mijn vermogen helaas. Daarom doe ik maar alsof de wereld nog even doordraait én ook minstens nog een paar jaar bewoonbaar blijft en denk na over de dingen die ik nog eens zou willen doen. Ik spreek met opzet niet over wat ik zou willen hebben (een Galaxy Tab 3, een Wii, een Porsche 911 cabrio… ), dat is materialistisch en volledig zinloos want als je het eenmaal hebt, wil je toch weer wat anders. Als je dingen uiteindelijk daadwerkelijk gedaan hebt, kan het hooguit zijn dat je het nóg een keer wilt doen, en dat is dan een terechte wens in mijn ogen. Ik heb er trouwens vanzelfsprekend een hoop ‘klassiekers’ en clichés bij zitten, dat krijg je nu eenmaal als je na gaat denken over dit soort dingen.

Bij deze.
In random order.

1. mijn kinderen als gelukkige c.q. met hun leven tevredene volwassenen ervaren (duurt nog een tijdje voordat ik deze af kan strepen, ik weet ‘t, maar het is een belangrijke).
2. naar Nieuw-Zeeland reizen (daar zijn mijn paps en mams namelijk op dit moment en nu wil ik, verwend nest, daar ook een keer heen)
3. letterlijk op de kast zitten (en dan op zo’n grote ouwe, houten linnenkast. Eerste vereiste daarvoor is wel bucket list item nr. 4…)
4. nog één keer een volledig normaal postuur hebben (niet reteslank, gewoon een ‘gezond BMI’. Wordt aan gewerkt, voor de tigste keer. En ja ik weet ‘t, ik ben goed zoals ik ben, maar ik wil het tóch)  en dan ook houden natuurlijk… (maar ik streep ‘m af als ik ‘normaal’ ben. Nog 20 kilo to go…)
5. koffieleuten met FB-vriendin I.
6. parachute springen (ehm, een tandemsprong dan hè, ik wil daarna nog verdere punten van mijn bucket list weg kunnen strepen en met mijn knieën krijg ik zelfstandig vast geen normale landing voor elkaar :-/ ).
7. op bezoek bij FB- en blog-vriendin N.
8. kamperen met de kinderen (we hebben al jaren álles in huis om te kamperen, alleen doen we het niet…)
9. met dames-midlife-crisis-vakantie in een luxe resort met vriendinnen H. en H.
10. een keer in elk werelddeel geweest zijn (Europa, Australië, Azië (Israel/Bombay/SingaporeTokyo), Noord-Amerika (USA) en Afrika (Egypte) kan ik afhaken. Zuid-Amerika en Antarctica to go…)
11. een stedentrip Moskou (liefst met vriendin C.)
12. sushi eten met vriendin K. (my treat hè 🙂 )
13. mijn 9120-stukjes puzzel – de toren van Babel van Breughel – leggen (en ook afmaken)
14. nog een keer naar een P!NK-concert (een ‘moetje’; ik móet haar nog een keer zien, mijn absolute idoolvrouw)
15. een buitenmuur vol (mooie!!) graffiti sprayen (eerst een cursus doen dan)
16. een bestaand record breken (lokaal, nationaal, wereldwijd, whatever)
17. een eigen schilderij voor meer dan €200 verkopen (tot nu toe heb ik ze enkel succesvol weg kunnen geven)
18. een boek schrijven (oww mén, hoe cliché… maar ik denk dat dat er nog wel een keer van gaat komen). Oh, én uitgeven. Dat ook.
19. mijn onzekerheid voor de volle 100% killen (kan ik dat…, durf ik dat…, en dan…)
20. nog een keer met Christie naar een Bon Jovi-concert
21. een kleine tattoo laten zetten (sorry, sorry mams… ik weet dat jij dat hé-le-maal niks en echt vreselijk vindt, maar ik wil het echt heel graag en ik ben nu eenmaal een volwassen deerne en en en… en je zult er niet veel van zien, beloofd) (durf ik dit te zeggen…) (oei…)
22. professionele zangles nemen (uhm, beter gezegd: krijgen – ik sta op de wachtlijst…) en dan ooit een keer voor publiek zingen (soooooo scary)
23. goed kunnen drummen (tot nu toe is dat bij Kinderkram  en op liedjes meerammen gebleven)
24. … en mijn gitaar weer enigszins acceptabel kunnen bespelen (oefenen, oefenen, oefenen)
25. een helikoptervlucht maken (lijkt me waaaaanzinnig)
26. een keer diepzeeduiken (het diepste tot nu toe was 25m, ik wil minstens naar de 50m)
27. mijn ouders spontaan verrassen
28. Spaans leren (ooit een paar jaar Spaans op de HEAO gehad, maar daar is verrekte weinig van blijven hangen)
29. naar Stonehenge en daar rond dansen in mijn zelf op de grond getekende triquetra
30. mijn huis uitmesten (en wel: de keukenkruidenla, de apothekerskast in de keuken, de medicijnkast in de badkamer, de berging, de zolder, mijn klerenkast en de kelderkasten – kan ik dan per item afstrepen)
31. het speelgoed van de kinderen (grotendeels) verkopen (maar dat mag nu dus nog niet.  Eeeeeven wachten nog…)
32. succesvol ‘vergeten groenten’ telen in de tuin (Ik heb al pogingen gedaan, maar die zijn nog niet echt wat geworden)
33. de fotoalbums van de jaren 2010 t/m 2013 samenstellen en af laten drukken
34. alle niet digitale foto-, kaarten- en herinneringsspul (hele ikea-bak vol) ordenen en inplakken
35. tachtig baantjes van 25m in één uur kunnen zwemmen (borstcrawl). Nou ja, ik ben met zestig ook tevreden (ik heb de 50 al gehaald) maar ‘twee kilometer’ klinkt zo mooi…
36. een relevante ontdekking doen (voor wie dat dan relevant is, dat beoordeel ik t.z.t. zelf)
37. een eigen (liefst internetgebaseerd) business idee uitwerken en realiseren (ik geef ’t toe, ik ben mijn huidige business behoorlijk zat, geen uitdaging meer)
38. zonder angst mijn (eh… ‘een’) smartphone rooten
39. een volledig eigen schilderstijl ontwikkelen (tot nu toe schilder ik vanalles en nogwat, van portretten tot nageschilderde dingen, van muurschilderingen tot zentangles, maar er zit absoluut geen lijn in)
40. bij een (pop)koor zingen
41. een armband van zelf gedraaide glaskralen maken (al eens een cursus gedaan, zulk prachtig werk…)
42. in een discussie/onenigheid met mijn man ooit eens een keer gelijk hebben (dat moet toch een keer lukken??)
43. met de kinderen naar Eurodisney Parijs (en dan ook een paar dagen in Parijs blijven) (man mag ook mee trouwens)
44. met mijn zus een superdooper luxe wellness-weekendje doen
45. nog een keer succesvol triops kweken (een hobby die weliswaar in meerdere aquaria ontaard is, maar de triops zijn er bij ten onder gegaan)
46. het aantal interne persoonlijkheden reduceren tot drie (well, who am I gonna kill…)
47. mijn bootring-hartenketting repareren en voorzien van het hartje dat ik van zoon gekregen heb
48. met mijn Dremel-dinges een paasei-kunstwerk maken
49. de komeet Ison in december dit jaar voorbij zien vliegen (moet heel spectaculair gaan zijn, zo fel als de volle maan).
50. de nu nog zwarte salontafels bordeauxrood spuiten
51. een nieuwe bank in de woonkamer kopen
52. van mijn in Italie verzamelde mini-schelpjes een mooie ketting of armband maken
53. mijn bucket list updaten en met meer realistische dingen aanvullen (makes it a neverending story 😛 )

Ik vind ’t voor nu wel genoeg. Nee nee, een cursus kunstgeschiedenis zit er niet bij. Ik vond Spaans wel voldoende voor deze middenlevenscrisis. En dan heb ik natuurlijk nog enkele dingen die ik niet in het openbaar neer kan en wil zetten hè, maar die -eh- ‘donkerzwarte’ levenswensen blijven toch echt bij mij en bij mij alleen 😛 (Nee, echt, sorry, smeken helpt ook niet). De lijst is dus ook niet eindig (zie punt 53); er komen vast nog een hoop nieuwe list items bij en ooit zal ik er misschien wel een paar weg kunnen strepen. Maar het is me nu in ieder geval duidelijk geworden dat ik nog heeeeeel lang moet leven, zo lang dat ik nu nog geen midlife crisis kán hebben omdat ik nog niet op ’t midden kan zijn als ik ook echt alles wil doen wat ik blijkbaar nog wil doen.

Hatsjikideeeee!

Niksig

Zaterdagnacht. niksig
Kort voor twaalven.
En ik, ik voel me niksig.
Ach wat nou, niksig.
Nou gewoon… Als niks.
Wat kan ik nou.
Wat bén ik nou.
Wie vraag ik al niet eens meer.

De dingen die ik zou willen veranderen, blijven eeuwig hetzelfde.
De dingen die ik zou willen doen, blijven een utopie.
De dingen die ik zou willen repareren, blijven gebroken.
Dat wat ik zo graag wil, blijft altijd buiten mijn bereik.
De dingen die me grote zorgen baren, escaleren vanzelf.

Het is zinloos.
Ik ben machteloos.
Dus voel ik me niksig.
En ga maar slapen.
Morgen een nieuwe
dag waarop alles
wéér anders blijft.

Miljarden aardachtige planeten in ons melkwegstelsel, hmm?
Ik hoop dat ze er daar wat beters van bakken dan wij hier…

s(h)itting life

ik blog te weinig, ik weet het. Maar dat heeft een oorzaak: momenteel wind ik mij nergens over op en is mijn wereld verrekte klein. Dat eerste komt door de medicatie, vermoed ik. Van veel pijnstillers krijg je een betonnen plaat voor je kop. En van te weinig koffie word je een sufkop, dat ook. Goh, een taifoen… wat rot… 0,1% economische groei (ook wel stagnatie genoemd), wat prachtig… over een weekje gaat de wereld ten onder aan nucleaire straling… tja, ’t is niet anders hè, daarna zien we wel weer verder… Of niet. Oh en dat tweede komt door het feit dat ik al meer dan een week huisarrest heb. Ik mag niks. Liggen, zitten, liggen, naar de wc krukken. En weer terug.

Mijn hoofd is een vlakte. Een droge steppe. Ik heb m’n werk inmiddels actief en succesvol weten te verdringen. Geen zin in. Komt volgende week wel weer. Of ook niet. Ik doe een dutje als de kinderen de deur uit zijn, het liefst met één of twee slapende katten tegen me aan. Ik teken een zentangle of een zendoodle, schrijf wat en delete ’t dan weer (too boring, net als dit hier). Na de middag vragen de kinderen een hoop aandacht (school kills, had ik dat al gezegd?). Zoon vertelt en passant dat men zijn pennenetui met dagelijkse regelmaat door de klas heen keilt, maar ach, ze rapen het over het algemeen ook wel weer op. Goh, fijn. En hij heeft eindelijk een ‘echt’ vriendje gevonden. Dat is niet ‘goh, fijn’, dat is geweldig. Het is nog een aardig jong ook. zentanglecollage

Ik kijk naar de kat, die op dit moment onze koeienvlekkendeken probeert te slachten. En naar de zooi in de keuken. Als huisman is mijn man duidelijk net zo geschikt als een genarcotiseerde mol. Hij ziet niks, werkt de pruttel wat opzij, stopt bij tijden een noedel of een stuk oud brood in zijn mond, duwt af en toe wat in-de-weg-liggends aan de oppervlakte (zodat ik het weg kan ruimen) en graaft zich dan weer met verbazingwekkende snelheid in de onzichtbaarheid (namens ‘zijn werk’). Ik doe dus – ondanks de situatie – toch zo goed als alles, op mijn rollator – hatsjikideeee – en weet inmiddels ook welke kant-en-klare c.q. diepvriesmaaltijden geapprecieerd worden en welke niet. Het maakt mij geen bal uit: ik eet ze toch niet.

Ik teken wat meer, kijk naar Koffietijd (shocking) en de samenvatting van DWDD (saai gelul). Ik zie Miracle Blades, Magic Bullets, FabAbTrainers, wonderkorsetten en geweldige aztekische afvalpillen met de onuitspreekbare naam Alcachofa de Laon (Artisjokken in poedervorm voor maar vijftig euries per week!) bij Tommy Teleshopping en Tellsell (sorry, Netflix werkt niet in Oostenrijk). Dr. Google geneest mij snel weer van onverhoopt ontstane koopneigingen en ik dank de mensen die de moeite hebben genomen om de realiteit omtrent deze verzameling schroot en pseudo-hoopgevers in een recensie weer te geven. Thank you, thank you, thank you. Apropos, recensies. Ik schrijf nog wat meer. Recensies (hiero!) over seksboeken (zogenaamde ‘erotisch-pornografische romans’). Leuke bezigheid, moet ik toegeven, al behoor ik duidelijk tot het minder geschikte publiek voor dit literaire genre (over immuniteit gesproken…).

Het meest opwindende in mijn leven is momenteel de tijd die ik nodig heb om van de bank naar het toilet te komen. Die wordt namelijk steeds korter, naarmate ik mijn rollator met meer behendigheid en snelheid om de bocht kan manoeuvreren en met mijn krukken grotere sprongen kan maken (als ik zo doorga, mag mijn linkerknie straks ook geopereerd worden). Mijn rug gilt het elke avond uit van de excruciërende pijn. Ah… the blessings of a s(h)itting life. Ik verheug me inmiddels al op een heerlijk simpel rondje boodschappen doen. Vanmiddag onderneem ik ein-de-lijk weer eens een poging tot autorijden. Ik mis ‘m, mijn Oud-i… De kinderen moeten naar de gym resp. naar judo en er is niemand anders die dat kan doen, momenteel. Ja ja, dit wordt een topmiddag!!

Boekrecensie Crossfire

Boekrecensie: “Crossfire 1 – Verslaafd aan jou” van Sylvia Day
door: Louise Larndorfer-Bartels

Het eerste boek van een trilogie, die opvallend veel aan ‘Fifty Shades of Grey” doet denken. Ero-literatuur is hip tegenwoordig, dus dit moet ook geproefd worden.

Eva Tramell is een beeldschone, net afgestudeerde twintiger die aan haar eerste baantje bij een reclamebureau in New York begint. Op haar eerste werkdag botst ze in de lobby van het gigantische Crossfire-gebouw waar ze werkt gelijk tegen Gideon Cross, de eigenaar van het imposante bouwwerk, op. Cross is blijkt een nogal vurige man te zijn. Hij is machtig, extreem attractief en heel erg dominant. Eva voelt zich meteen magisch tot hem aangetrokken maar merkt (vanzelfsprekend) instinctief, dat ze beter uit zijn buurt zou moeten blijven. De pech is: hij wil haar blijkbaar ook:  voor de volle honderd procent en enkel onder zijn voorwaarden. Eva kan niet anders dan toegeven aan haar verlangens en samen ontdekken ze hun donkerste hartstocht, hun geheime fantasieën en hun verknipte misbruikverleden.

Het verhaal gaat absoluut gelijk op met het veelgeroemde als ook verguisde Fifty Shades of Grey: een relatief onschuldig meiske dat in de seksbeluste klauwen van een steenrijke, machtsbeluste tycoon geraakt. Met het verschil dat Fifty Shades meer richting BDSM gaat en het in dit boek meer rechttoe rechtaan seks betreft. Maar er is nog een groter verschil: de romans van Sylvia Day zijn leesbaar. Ik ben destijds begonnen in het eerste deel van Fifty Shades maar ben na hoofdstuk negen afgehaakt. Ik kon het “Oh my” en “don’t bite your lip!” simpelweg niet meer zien. Amateuristisch geschreven, plat, saai. ‘Verslaafd aan jou’ heb ik redelijk snel uitgelezen, de schrijfstijl en het verhaal zelf maken het goed te doen, al lees ik niet graag vertalingen als ik het origineel ook kan begrijpen. De vertaling van Groot en De Groot is acceptabel maar niet overweldigend goed. Bovendien klinken sommige dingen in het Engels tien keer beter en sexyer dan in het Nederlands, dat staat als een paal boven ‘nattigheid’.

Het boek komt redelijk snel ter zake en tot dé ontmoeting: op pagina 11 valt Eva al voor Cross’ voeten en is meteen sprakeloos. Toch duurt het nog tot pagina 81 voordat er echt wat gebeurt. Meteen ook de uiterst discrete vraag van Cross: “Je bent [,,,] zo gretig. Hoe lang is het geleden dat jij geneukt bent?” en dat terwijl enkel Eva degene is die in eerste instantie ‘bediend’ wordt met vingers en tong. Niks neuken. Ik vind dat trouwens zo’n verschrikkelijk onerotisch woord dat ik er, elke keer dat ik het weer lees, onaangenaam door afkoel. Maar goed. Er volgen een aantal  jaloerse intermezzo’s en confrontaties met exen en groupies van Cross voordat het in de limousine uiteindelijk tot de lang verwachte, allereerste wederzijdse climax komt. Zinnen als “hij is zo groot”, “wat zuig je me goed” en “je bent zo nat/lekker/strak” worden goedgemaakt door wat meer epische omschrijvingen als “Ik golfde om hem heen, persend, trillend op het randje van een orgasme.”

Ondanks dat het lijkt alsof Cross eigenlijk geen sociale omgang wenst met de vrouwen die hij daadwerkelijk penetreert, komen er dan toch steeds meer romantische tussenwerpsels. Enorme bossen thuisbezorgde rode rozen met ‘Ik denk aan je’-kaartjes en uitspraken als “Jezus, Eva. Elke dag sinds ik je heb ontmoet heb ik mijn mond op je kut gewild.” Pure romantiek dus. Jezus, Christus en God komen sowieso erg vaak om de hoek kijken, trouwens. Je moet ervan houden.

Aan seks in ieder geval geen gebrek, wat natuurlijk ook niemand verwacht had. Maar na verloop van tijd lees je toch redelijk nuchter en vluchtig over banale zinnen als “De eerste straal sperma was zo dik dat ik hem nauwelijks kon doorslikken” heen. Ik ben waarschijnlijk geen goed publiek voor eropornoboeken…

Samengevat: Een aardig geschreven, onderhoudende, erotisch-pornografische roman met hier en daar een schrijffoutje (bijv. “…en toen ging de deur werd dicht” – p234), veel harde, hijgende, pulserende seks, bergen jaloezie en bezitterigheid, een mespuntje romantiek en een horde verknipte personen. Op naar boek twee.

Auteur: Sylvia Day
Titel: Verslaafd aan jou
Oorspronkelijke titel: Bared to you
Paperback, 320 pagina’s, 7e druk, augustus 2013
Uitgever: A.W. Bruna Uitgevers, Utrecht 2012
Taal: Nederlands (vertaling: Marike Groot en Ineke de Groot)
ISBN10: 9400502389
ISBN13: 9789400502383
Prijs:  € 15,00

Recensie geschreven in opdracht van Verboden Voor Mannen

kniegeknoei

Donderdag tien voor zes. Klaarwakker. Ik sta op, joggingbroek, shirt en vest aan. Kinderen wakker gemaakt, ontbijten. Ik enkel een glas water en een kop groene thee, nuchterheid is voorschrift. Om kwart voor zeven duw ik de kinderen de deur uit richting buuf die op de verdere gang naar school toeziet en stappen man en ik in de auto, op naar Linz.  Half acht, aanmelding op de orthopedische poli, samen met minstens twintig andere ongelukkigen. Ene kamertje in, paar dingen ondertekenen (de man vraagt naar mijn dubbele achternaam en of ik de volgorde zelf mocht kiezen. Zou hij ook binnenkort gaan trouwen of zo?) en weer naar buiten. Wachten, wachten.  Andere kamertje in. Daar leer ik mijn operateur kennen. Operatietijd: niet voor enen. Oef. Later dan ik gehoopt had, de honger loopt al aardig te keten. Op naar de afdeling met mijn hele hebben en houwen voor eigenlijke opname. Weer wachten. Een humoristische dame namens Greti begint alvast bij alle wachtenden hun eet- en drinkwensen in de computer in te voeren. Ineens hoor ik de verpleegsters en een OK-assistent over mij praten. “Dan maar naar kamer drie verhuizen, daar is nu een bed vrij. Ja nu.” Greti krijgt instructies om eerst mijn eetgegevens op te nemen omdat ik blijkbaar nu al geopereerd wordt. Joepie! Greti is heel snel klaar met mij en kan niet vatten dat ik echt helemaal niks wil. Nee, geen avondeten. Nee, geen Kuchen. Nee ook geen ontbijt. “Ook geen soep?? U moet toch iets eten?” Ik vertel haar dat ik een speciaal dieetprogramma doe en mijn eigen eten bij me heb. Ter geruststelling bestel ik voor na de operatie toch maar een Grießnockerlsuppe, dat is een heldere runderbouillon met een soort knödel van griesmeel en ei erin. Best lekker. “U bent wel een vreselijk goedkope patiënt zo hoor!!” Ja. Fijn hè.

In kamer drie moet ik mij volledig uitkleden, zo’n achtervastknoopoperatiejurkje aantrekken en wordt mijn linkerbeen van teen tot heup ingezwachteld. “Ter voorkoming van eventuele fouten [duhhh…] en tegen eventuele trombosevorming,” zegt ze. Eveneens in kamer drie ligt een oudere dame die, als ik eenmaal alleen in het bed lig te wachten, haar kans schoon ziet om even te kletsen over wat er allemaal misgelopen is bij haar. Een nieuwe knie, ging helaas niet zo lekker en bij het röntgen hebben ze haar vervolgens zo in positie gedraaid dat haar patellapees abrupt afgescheurd is. En nu ligt ze daar al drie weken te koekeloeren, mag het bed niet uit en men probeert alle fouten krampachtig te herstellen. Ik begin te snappen waarom zij inmiddels alleen op een kamer ligt: men wil misschien liever niet dat ze elke patiënt inlicht over medische missers…

Mahmud de beddentaxi komt breed lachend binnen stommelen, roept ‘aahh ben je alweer op de verteltoer Maria??’ en vraagt vervolgens ook al naar de afkorting van mijn naam (L…..-Ba. Meer staat er niet op het etiket op mijn bed want dat was blijkbaar te lang. LouLaBa was nog helemaal niet zo’n slechte afkorting eigenlijk), over haren op patiëntenknieën (heb ik niet!! Braaf geschoren!), over de te slome lift en nog veel meer. In het voorportaal van de OK komt de narcosearts me halen en merkt op dat hij mij kent. Huh?? Ik ben hier nog nooit geweest hoor. Nee, nee, maar hij woont in mijn dorp en zijn kinderen zaten bij mij op de voetbal. Ahaaaaaaa… ik herken hem nog steeds niet maar ik krijg van hem een spuit en een mooie roze handkatheter. Langzaam druppelen de knock-outdruppels in mij. Ik weet mijn geboortedatum nog te melden en dat ze vooral mijn rechterknie moeten nemen, ik mompel mijn adres nog half en rond tienen ben ik dan echt weg. Om half één schijn ik huilend van de pijn wakker geworden te zijn op de uitslaapkamer. Gelijk een infuus met pijnstillers erin en tsjakkaaaa foetsie ben ik weer. Om iets na tweeën  kom ik bij, om half drie ben ik op de kamer. Een andere kamer want naast mij ligt nu ineens Beatrix. Bea heeft een mobilisatie van haar kunstknie voor zich, het ding wil niet ver genoeg buigen. Dat gebeurt ook onder narcose want anders is het een vreselijk pijnlijke aangelegenheid. Ze is ook al sinds de avond ervoor nuchter en sterft van de honger en de dorst, maar ze mag niks want ze weet niet wanneer ze aan de beurt komt.

Ik moet plassen maar mag het bed niet uit vanwege de drainageslangen die nog in mij zitten. Minstens tot de ochtend in bed blijven. Uiteindelijk hou ik het niet meer uit en roep de verpleegster, hoe dat dan nu moet. Ze komt met een plastic ondersteek (hoe heet dat, een bedpan?). Die wurmt ze onder mijn kont (ik moet mij optrekken aan die bungelende steun boven het bed. Pijnnn!!) en zegt “Zo. En nu plassen.” Euh… tja… euh… liggend??? Ik kan niet liggend plassen. Ik hijs mezelf overeind en probeer wel vijf minuten lang er een druppel uit te persen. Bea kijkt discreet de andere kant op. Wat een ellende. Maar uiteindelijk komt het.

Om vijf uur ligt Trix nog naast me, met hoorbaar rommelende maag. Ik krijg mijn kop bouillon met griesknödel en kan het bijna niet eten omdat ik het zo sneu vind voor haar. Maar ik heb zo’n ongelooflijke zin in iets warms dat ik de bouillon inclusief knödel in no time naar binnen gewerkt heb. Wat een heerlijkheid. Een blok van mijn eigen astronautenvoer erachter aan en ik ben weer bijgetankt. Wat zal ik nu eens gaan doen, zo zonder foon… Beatrix slaapt. Goed idee.

Om 17:45 wordt Bea eindelijk opgehaald en kort na zevenen is ze alweer terug, nog volledig onder zeil maar het OK-personeel wilde naar huis ziekenhuiszentangledus moet ze maar op de kamer uitslapen. Ik teken wat aan mijn ziekenhuiszentangle en luister naar de radio. Roxette in bed. On the drip, slangetjes die voor mijn neus bungelen. Opnieuw de plasellende (de bouillon is doorgelopen). De nacht was oké (met slaaptablet) en het eerste wat ik ’s ochtends om kwart voor zes in het halfdonker voor me zie, is Christus aan ’t kruis. Die hangt direct voor mijn neus, net als bij alle anderen hier bij de Barmhartige Gezusters. Aangrenzend aan dit ziekenhuis is het hospitaal der Barmhartige Broeders. Dat was vroeger dus the place to go voor de mannen, nu is alles gefuseerd tot één groot gemengd ziekenhuis. Christus kan ’t vast ook aan mij zien: ik moet alweer vreselijk erg plassen. Zo nodig… Maar de drains zitten er nog in  dus ik mag nog steeds niet uit bed. Wéér op de ‘Schüssel’ (zo noemen ze dat ding hier, officieel is het een ‘Steckbecken’). Wat een verschrikking. Mijn buik is sinds 4 am een soloconcert aan het opvoeren. Zo luidruchtig dat ik er zelf meerdere keren wakker van word. Alle tonen, brom- en klopgeluiden en ik hoop maar dat buuf Bea het niet hoort. 6AM: bammm, het licht gaat aan. Ik krijg een glas water en twee tabletten: een maagbeschermer en een Voltaren. Wat een geweldig ontbijt. Licht uit.

Ik merk dat het beschermingsmatje waar ik – nog steeds onderbroekloos vanwege de slangen – op lig, inmiddels redelijk nat geworden is. Blijkbaar laten mijn bedpanplaskunsten nog duidelijk te wensen over. Yuck. Ik eet de maagbeschermer en mijn dieetvoederblok met een groot glas water erbij en hoop dat dat mijn buik een beetje milder stemt. Daarna wil ik de Voltaren slikken maar die floept uit het bakje en klettert met oorverdovend getik op de grond. Scheiße… Licht weer aan (sorry buuf) en ik buig me over alle kanten van het bed. Jah! Daar ligt-ie. Denk ik.  Met enige rek- en strekoefeningen (pijn) krijg ik ‘m te pakken en slik alsnog het kleine roze tabletje, in de hoop dat het echt de Voltaren is en niet iets anders wat toevallig nog daar op de grond lag. Beatrix mag met een loopkarretje naar de WC en ik ben jaloers. Ik wil ook.

Redelijk vroeg komt ons de afdelingsarts met zijn aanhang visiteren. Hij heeft meer belangstelling voor mijn tekengedoe dan voor mijn knie en vraagt of ik denk dat ik naar huis kan. Jaaaa!! Dat kan ik hoor!! Mogen dan nu die slangen eruit??? Dat mag. De zuster komt en met een paar korte maar uiterst pijnlijke, misselijkmakende rukjes ben ik eindelijk bevrijd.  Verbinden, handkatheter eruit en whoppaaaa naar de WC. Wat een opluchting…  Ik was me, kleed me aan, prop alles in de tas en om half tien ben ik bereid voor transport. Helaas kan mijn man me pas na tweeën ophalen dus regelt de zuster een ziekentransport voor me (“wordt vergoed hoor!”, zegt ze, en ik geloof haar). Die liet ook nog op zich wachten, maar rond twaalven ben ik dan toch eindelijk thuis. Home sweet home!!!

En nu, nu heb ik een heerlijk bedje in de woonkamer, een rollator, krukken en mij op mijn wenken bedienende kinderen. Ik had ’t slechter kunnen treffen. Maar het blijft een geknoei met die knie van mij…

.

Ik was nog niet klaar eigenlijk. 
Ik wou bij deze nog wel even de zusters, dokters en personeel van het ziekenhuis der Barmherzigen Schwestern in Linz bedanken voor hun goede zorg, snelheid, adequaatheid en vakkundigheid. Tot nu toe het beste ziekenhuis waar ik ooit gelegen heb. Niet dat jullie dit ooit lezen (en al helemaal niet in het Nederlands), maar ik wil het wel even gezegd hebben.

Laatste

De laatste dag uitbundig vieren.
De laatste slechte tafelmanieren.

Het laatste tij teneinde keren.
De laatste shot diep inhaleren.

De laatste keer alles verdoven.
De laatste zucht aan jou beloven.

Het laatste glas té leeg drinken.
Het laatste wolkje laten bezinken.

De laatste hap donkerbruin brood.
Morgen gaat mijn oude ik weer eens dood.

.
You wait and see…

.

.

© Lou