The end of an era.

cryingeyeIk snap het weer eens niet. Komt vaker voor. Call me stupid, call me blond, maar soms snap ik er echt de ballen van. Je denkt: “Dit is voor altijd. Vanaf nu voor altijd. Nú zit het echt goed.” Je hebt wat problemen, je eigen sores, zorgen om je kinderen, ziekte, liefde, grenzen verleggen. In jezelf gekeerd.

En dan ineens knalt er een rotje. Oorverdovend, net naast je oor. BAFFFFF!!!! Geschrokken opzij kijkend denk je: “shit, wat da foek was dat”. Dat was een vriendschapsverband, dat weer los schoot. Net stevig vastgeknupt, nu weer on the loose. Ik kan hier dus niet tegen… Er zijn mensen op wie ik moet kunnen bouwen. Vertrouwen. Terugvallen. Mensen die er eens zijn, en er ook altijd zijn. Al ben ik zelf wel eens afwezig of met anderen bezig, ben ik in mijzelf gekeerd of door wroeging verteerd, ik bén er. En ik blíjf er. No matter what. Groepen die een eenheid vormen. For better or for worse. Waardevol.

Vrienden zijn er ook in mindere tijden. In tijden van weinig contact. Vrienden zijn de bloemen in je levenstuin. Ze bloeien zomaar, ineens, en op die tijden dat je het nodig hebt. Een echte vriend grinnikt over je grooooote verhalen, ook al zijn ze eigenlijk helemaal niet zo groots. En een echte vriend leeft met je mee als je diep in de problemen zit, ook al zijn die problemen óók niet zo gigantisch. Maar weg gaan, juist in de tijden dat je het moeilijk hebt, dat hoort er voor mijn gevoel niet bij…

En nog zo’n mooi cliché: een goede vriend is als de maan. Je hoeft hem niet altijd te zien, soms is-ie verscholen achter de hele wereld, soms wat onbeschenen en dus onschijnbaar, maar je weet gewoon dat hij er is…  En dat is wat ik nodig heb. Iemand waarvan ik weet dat hij/zij er is. No matter what. Niet weglopen uit de cirkel als je het gevoel hebt, in dat kringetje even niks te kunnen betekenen. Niet die oh zo belangrijke band doorbreken…

Een einde.
Weer eentje.
Maar oké.
Je bent niet weg.
Gelukkig niet.
Alleen moet ik
de nieuwe constellatie
éven verwerken.
Time. Place.
Will be.

maar het blijft
een dingetje…

zeven miljard

Een paar maand geleden heb ik het meest recente boek van Dan Brown, Inferno, gelezen. (Ja ja, ik lees ook dat soort literaire pulp). Hoewel de boeken van Brown – naast best wel aardig spannend – altijd redelijk extreem geprofileerd zijn, ben ik elke keer weer gefascineerd door de zogenaamde facts die er in opgerakeld worden. Afgezien van het feit dat de bad guy (of was het nou toch de good guy?) snel even de batterij uit zijn iPhone haalt (diep respect…) kan ik, blond naïevelingetje, van de rest niet gelijk zeggen of het geloofwaardig is of niet. Ik voel dan ook elke keer weer een sterke drang om even een rondje fact-checking doen: wat van al datgene wat de goede man in zijn boek beweert, is ook écht zo? En dan gaat het me niet eens zo zeer om de culturele dingen (die slik ik wel, ik cultuurbarbaar. En even wikipedia surfen voor wat betreft Florence, Instanbul en Venetië does the trick as well) maar in dit boek vooral om de demografische beweringen. In zijn boek heeft Brown het over de snel toenemende overbevolking van de aarde en over een beweging namens Transhumanisme, die eigenlijk best erg aan de nazi-denkwijze herinnert.

Transhumanisme, de angstaanjagende beweging en filosofische denkrichting die de grenzen der menselijke mogelijkheden en de perfectionering van de mens zelf wil verleggen door de inzet van technologische procedés. Genetische manipulatie om tot de ultieme mens te komen. Daarnaast neemt de mens het heft in de hand inzake reproductie: men wil eveneens door genetische manipulatie ervoor zorgen dat enkel gezonde, sterke kinderen ter wereld komen.

7miljardIn het boek van Dan Brown schijnt echter de angst van deze ‘beweging’, dat de gewenste technologische perfectionering van de mens nooit plaats zal vinden omdat de mens zichzelf al lang van tevoren uitroeit, de overhand te nemen. De demografische groei van de wereldbevolking is blijkbaar zo schrikbarend en volgens de gepresenteerde data zowat meer dan exponentieel, dat wij al op zeer korte termijn niet meer in staat zullen zijn om onszelf te voeden en in leven te houden. De vervuiling zou niet eens relevant zijn omdat de mensheid volgens de opgeworpen theorieën binnen honderd jaar uitgestorven zou zijn. Veel te vroeg voor de transhumanisten om hun genetisch perfectionisme in realiteit om te zetten.

En daar is waar Dan Brown volgens mij en vele anderen de mist in gaat. De wereldbevolking stijgt vooralsnog inderdaad en ís ook meer dan sterk gestegen in de afgelopen anderhalve eeuw. De zenit schijnt echter ergens rond 2050 te zijn. Daarna neemt de bevolking volgens de demografische experts in rap tempo af. Niet omdat we dan niks meer te vreten hebben maar omdat in praktisch alle landen de geboorteratio’s zelf door sterke vergrijzing ineens schrikbarend snel teruglopen. Dat is in veel landen nú al het geval. De ‘westerse’ wereld heeft inmiddels zwaar te kampen met die vergrijzing. In Japan worden bijvoorbeeld al sinds tijden meer seniorenluiers dan babyluiers verkocht! En de aarde op zich ís niet eens overbevolkt. Ze heeft enkel te lijden onder een heel slechte oppervlakteverdeling van die bevolking. Als we alle mensen ter wereld – nu zo’n zeven miljard!! – in Oostenrijk zouden proppen, hoe hoog zou de piramide dan zijn? Got ya!! Er zal helemaal geen piramide zijn. Iedere mens zou nog steeds elf (!) vierkante meter op de begane grond ter beschikking hebben. En de rest van de aarde zou dan dus volledig mensenvrij zijn. Het gaat er ook niet om hoeveel land iemand ter beschikking heeft maar om de footprint, de hoeveelheid aardoppervlak die de mens nodig heeft om in zijn/haar gevoelde basisbehoeften te voorzien. En die footprint is voor de gemiddelde mens te groot: we leven op te grote voet. Maar wij produceren met zijn allen op dit moment al wél meer dan voldoende om krap 10 miljard mensen te voeden. Ja, inderdaad. Zó veel wordt er zinloos weggeflikkerd…

We zouden dus duidelijk beter om moeten gaan met dat wat we hebben. Minder nutteloos verbruiken. Minder ongebruikt weggooien. De verdeling van de bevolking over de aarde zou verbeterd moeten worden. Weet iedereen eigenlijk wel. Maar jemig, hoe dóe je zoiets?? Daarover heeft men nog steeds geen idee. Globaal gezien dan. Op micro-niveau weet iedereen wel enigszins hoe het moet, he diet je allerbeste best om in ecologisch zo goed mogelijk te leven. Afvalscheiding, bio-gedoe, zo min mogelijk plastic, duurzaam verbruik, groene energie (we hebben gisteren onze energieleverant ingewisseld voor een nieuwe: eentje met hoofdzakelijk energie uit waterkracht. Yeah). Het begin is er. Maar enkel in je eigen kikkerlandje, een speldenprik op de wereldbol. Om van de schaliegaswinningsintenties maar even niet te spreken…

En als je dan een aantal berichten leest over iets onbekends als de neodymium-winning in China, hét goedje dat nodig is om de sterke magneten te fabriceren waar onder andere al onze windmolens – onze ‘schone’ energievoorzieningen – op draaien maar wat bijvoorbeeld ook voor magneten in harddisks en voor fluorescerende lampen gebruikt wordt, en dan ziet wat voor puinhoop ze er van maken om maar zo goedkoop mogelijk te kunnen leveren, dan ga je heel hard janken. Janken van ellende, de ellende die onze aarde pas écht om zeep helpt. Niet omdat er teveel mensen op wonen maar puur omdat de mens als zodanig teveel belust is op eigenbelang en winst. Niet die arme kloothommels die dag in dag uit in de vrolijk doorstralende zee van uranium en thorium (een paar van de radioactieve nevenstoffen die vrijkomen bij de winning van neodymium) staan te baggeren, die mensen hebben geen enkele keus. Ach ja, toch wel: nu van de honger dood omvallen of over tien jaar gevild worden door de kanker. Een geweldige keus. Nee, niet die mensen. Maar wel de exploitanten die dat neodymium, dat overal in de aarde zit maar waarvan de winning hier te lande met zoveel reglementen en voorschriften gepaard zou gaan dat het spulleke onbetaalbaar wordt, met gruwelijk harde hand en volledig onverantwoord uit moeder aarde persen om maar winstgevend te kunnen leveren. Een kolossale ramp die verdekt blijft omdat de rest van de wereld profiteert van het feit dat die ellende ‘mooi daar’ blijft. Je wilt niet weten hoe de aarde er daar uit ziet. Of eigenlijk wil je dat wel…

En dat is slechts nog maar één voorbeeld.
Waar zijn we in vredesnaam mee bezig…

*blogje op mijn old school van neodymium-magneet voorziene harde schijf opslaat…*

 

bang verdriet

tears“mam, ik ben zo bang…
bang dat ik alles fout doe…
bang dat ik iets vergeet…
bang dat ik niks kan…
bang dat ik het niet weet…”

“mama… ik ben zo bang…
bang dat ik iets kapot maak…
bang dat jullie dood gaan…
bang dat iemand inbreekt…
bang om voor gek te staan…”

“mams… wat moet ik nou…
moet ik echt harder worden?
of gewoon maar nooit meer wakker?”
onkinderlijk groot zijn de zorgen.
van mijn oh zo lieve arme stakker…

Zo gruwelijk verdrietig en onzeker, zo verschrikkelijk onder druk. Dichtklappen, niks meer kunnen zeggen. Toch maar iets opschrijven, op goed geluk… Maar zo gaat het niet langer, dit gaat niet goed. Je kind zo te zien lijden, werkelijk waar, mijn moederhart bloedt. Het enige wat ik kan doen is helpen, alle hulptroepen aanslepen. Hem toch maar weer opbeuren door al zijn goeds te onderstrepen… Maar soms weet ik het echt niet meer, is mijn engelengeduld op. Kijk ik enkel nog vol emotie naar zijn geworstel en getob. Sluit ik mijn ogen, terwijl ik me achter mijn handen verschuil. Opdat hij niet ziet hoe hard ik om hem huil…

..

(c) Lou

geen probleem

Ik heb geen probleem hoor. Echt niet. Ik niet.
Misschien zie jij het als een probleem. Maar het is er niet.
No problem. Ik luister wel naar die saaie Righteous Brothers.
Lonely rivers flow to the sea. To the open arms of the sea…
Daar ga ik ook maar heen, lijkt me het beste.

Ik heb geen probleem hoor. Echt niet. Ik niet. Jij?
Dat jij nooit aan me denkt, enkel en alleen als het voor jou convenient is,
dat is ook niet mijn probleem. Ik heb je liefde blijkbaar wel nodig,
maar ik overleef ook zonder. Genoeg vervangend materiaal. Zeggen ze?
Genoeg in ieder geval om mij op de goede weg te houden.

Ik heb geen probleem hoor. Echt niet. Ik niet. Jij wel?
Ik wandel door. Ik heb gezien waar het allemaal zo hard om draait.
Meer van hetzelfde en steeds opnieuw dezelfde uitgezette vallen.
Ik trap er niet meer in. Ik loop er met een grote boog omheen.
Set me free if you can’t handle me. Mijn leven aan mij.

… en langzaam loop ik die trap weer omhoog.
De trap naar een non-existente hemel.

forever young?

Alle wegen die we hadden moeten nemen, zijn vol met bochten…
Alle lichten die ons daarheen hadden moeten leiden, zijn enkel verblindend.
Er zijn zoveel dingen die ik je had willen zeggen, maar ik weet niet hoe.
Want misschien ben jij uiteindelijk tóch degene die mij gaat redden…

Alleen heb ik geen idee waar je bent, mijn schat.

Maar laten we eerst in stijl dansen, al is het maar voor heel even.
De hemel kan wel kort wachten terwijl wij de lucht bestuderen…
We hopen op het beste maar verwachten het ergste.
Ik zou voor altijd jong willen zijn, ja, dan zou ik ook wel altijd willen leven.

Althans, met jou. Maar toch ergens ook weer niet…

Ik kan me niks herinneren, weet niet of dit waar is of een droom.
Diep in mij wil ik enkel nog schreeuwen maar de stilte stopt me…
Nu de wereld weg is, ben ik enkel nog één. Sta me bij.
Ik kan niet leven maar ook niet sterven, gevangen in mij.

Niet dat dat een straf is. In mij is het goed.

Maar degene voor wie jij me waarschuwde, degene waarvan jij zei
dat ik wel zonder kon. Ik kan niet zonder. We zitten diep in de shit,
echt waar. Maar ga nu niet tegen me preken… Help mij??
Ik hou van hem. Echt, ik hou zoveel van hem…

Jemig, wat een ellende, die liefde. Maar het komt wel goed….

Haar haar herinnert me aan dat ene veilige plekje
waar ik me als kind kon verstoppen, hopend dat de donder
en de regen wel onopgemerkt aan mij voorbij zouden gaan…
Maar waar gaan we dan nu heen, lief kind van me??

Zover mijn ogen kunnen zien, schaduwen die op me afkomen.

En voor degenen die ik inmiddels heb achtergelaten
Ik wil dat jullie weten, dat jullie altijd in mijn diepste gedachten waren
Jullie volgen me waar ik ook ga… maar als ik oud en wijs ben,
Betekenen al die bittere woorden niks meer voor mij.

Herinner je enkel nog, dat je ooit een vriend van me was…

.

(Anyway, ik ben mij er natuurlijk geheel en al van bewust dat dit allemaal songtekstinterpretaties zijn met hier en daar een eigen tussenwerpsel. The tag says it all. Bij deze bedankt Oasis, Alphaville, Nirvana, Madonna, Guns ’n Roses en Alan Parsons Project).

cut

cut
cut the crap
don’t you see
it’s just a trap
and
it’s not me…

you are the cut
slashed too deep
try keepin’ it shut.
can’t
even sleep…

trapped my soul
took my will
played a role
you
caught me still

cut me loose
or take it all
cruelly seduce
but
don’t hear my call

cut me off,
off of you?
can’t love
this
cut is due…

.

.
(c) Lou

Social shit

De pleuris, goffer, gadver, kak.
Wat ben je ook een slappe zak.
Een klojo zonder ruggengraat
die doelloos door het leven gaat.
Gezeik, gezeur, gescheld, gekloot.
Ga zuipen, eet shit uit de goot.
Tief op en get lost, jij idioot,
krijg tieten, stik en val toch dood.

Een nieuwe tweet en weer een wens
Liefdadigheid van mens tot mens.
Prachtnamen om elkaar te noemen.
Hard meedoen tot je kop gaat zoemen.
Social media maar dan asociaal
Ach schelden doen we toch allemaal…
Dus struikel voorzichtig, stomme trut.
Love you heaps, en zelfs dat is klote.

(C) Lou

Paardrijklets

paardkletslesVoor haar verjaardag had dochter een prachtige kadobon voor een ‘eerste paardrijles’ gekregen. Ik wist inmiddels ook al waar: een oude boerderij met paardenstallen en een manage, een goed kwartier rijden hier vandaan. Ik had gisteren gebeld of vandaag oké was en dat was ‘t. Joviale boer aan de lijn: “dan moej miene vrouw hebb’n, die goat over de afsproaken” (en dat dan op z’n Mühlviertlerisch hè). Mundart noemen ze dat. Mund-Art. Dialect. Ik heb er wel een jaartje of twintig over gedaan voordat ik zo’n beetje alles kon verstaan en nog zijn er veel woorden waar ik ineens weer van opkijk. Zo is bijvoorbeeld a neichtl zoiets als ‘een poosje’ of ‘eventjes’, een Bissgurn een ruziezoekende en altijd kijvende vrouw, Gschloder is slappe koffie/bocht en  een Schlampatatsch is een onordelijk persoon (een smeerderk 🙂 ). En zo kan ik nog wel even doorgaan. Op de vrijgezellenavond voor ons huwelijk moest ik van de buren een twintigtal woorden ‘ontcijferen’, anders mocht ik niet met een Oberösterreicher trouwen want dan zou ik mijn man nooit begrijpen. Gelukkig wist ik van het merendeel inmiddels al wel wat het was en met een beetje hulp van man wist ik de rest uiteindelijk ook. Maar van mijn man snap ik nog steeds geen bal. En het blijft elke keer opnieuw een avontuur om met een echte inboorling te converseren.

Zo ook vandaag. Rond kwart over drie komen we de rijhal binnen lopen, geen idee waar we ons moeten melden. Een aardige dame in rijbroek brengt ons naar het woonhuis zodat we kunnen beginnen. De boer des hoeves, ik schat hem op zo’n 75 jaar, zit in de keuken uitgebreid te kletsen met een buurboer. Over paarden en aardappels en de kwaliteit van het hooi. De dame laat ons in de keuken achter en wij wachten braaf tot meneer zich tot ons wendt. Mén wat duurt dat lang. Kort voor half vier merkt hij ineens dat we er nog steeds staan. “Ach jaaa, die Deerne die reiten lernen möchte. Mensch, mei… bist ’n du nu klan…” [“wat ben jij nog klein!”, een zinnetje waar dochter o.h.a. erg pissig van wordt] Er wordt een oude rijhelm tevoorschijn getoverd (one size fits all, one size smells all) en dan gaan we het paard zadelen. Het paard voor dochter heet Relief, zo staat het op de box. Ik dacht “oh. Opluchting, mooie naam, vast voor een rustig paard”. Toen bleek dat het als reliëf uitgesproken werd. Jeujjj… een hobbelpaard…

Relief blijkt wel gehoorzaam en geduldig. De man ratelt aan één stuk door. “Lady, je moet je bips optillen. Rechtop zitten. Paardrijden is geen lolletje, het is een sport, je moet je best doen. Paardrijden doe je met je benen en je houding, niet met je mond. Jij denkt dat je dat allemaal wel even snel kunt, maar zo werkt dat niet. Geduld. In de takt bewegen!! Nee, da’s te snel. Opletten!!” enzovoort. En dat allemaal in zwaar dialect. Dochter verstaat de helft niet maar doet alsof haar neus bloedt en gaat gewoon door. Af en toe zie ik haar even inkrimpen maar dan ook gelijk weer die rug recht en doorrrr. Ze vindt het zelfs leuk, lijkt het.

Na een dik half uur aan de longe rijdt ze op het paard terug naar de stal. Stop and Go kan ze in ieder geval al. Nu afzadelen. Man raakt in gesprek met de boer alias manegehouder. Das war ein Fehler… De man houdt niet meer op. Over werk en écht werk. Over alle managementfoezzies die overbodig zijn, de wereld heeft techneuten en paardrijders nodig. Het liefst paardrijdende techneuten. Die krijgen tenminste iets voor elkaar. En of boer huppeldepup in Schweinstein nog een tractor zus en zo heeft. Wat man doet voor werk. “Euh, leraar en techneut”. Aaaaah je ziet het boerengezicht opklaren. Een techneut! Helemaal goed. Kan man ook nog paardrijden? Nee. Oh. Da’s weer minder. Dochter gaat met een ander meisje mee, kijken hoe die paard rijdt. Ik versta alles wel maar ik ken al die boeren uit de omgeving niet én ik ben geen techneut dus ik sta er een beetje naast te dreutelen. Uiteindelijk, na een dik half uur mühlviertlerisch geratel, zegt hij ineens: “Oh ja. Betalen.” Man ziet z’n kans schoon en gaat snel kijken waar dochter uithangt. Ik ben de pineut en moet mee naar de keuken uit het jaar 1873. Betalen is mijn zaak blijkbaar. Oh wat zijn we heden blij…

De keuken is al een belevenis op zich. Een plafond waar ik bijna m’n hoofd stoot, een rioollucht van heb-ik-jou-daar, scheef hangende houten kastjes waar een houtworm nog geen droge spaander in zou kunnen vinden. Een eveneens eikenhouten kruis (mét Jezus eraan, natuurlijk) van bijna een meter lang aan de muur met een twintigtal overlijdensadvertenties sierlijk er omheen gedrapeerd. En een ouderwetsche spaarlamp boven de tafel. Mocht ook niet ontbreken natuurlijk. Gezelligheid ten top. Manegeboer gaat op de hoekbank aan tafel zitten en kijkt me ‘ns aan. “Du bist ja eh ned vo do, oda??” Nee, ik ben niet van hier. Ik kom uit Nederland. “Aaaaahhhh!!! Holland!! Na da muaß I di woas vazöhn.” [dan moet ik je even wat vertellen – Red.] Ik wíst het: ik had gewoon moeten zeggen dat ik doofstom ben. Niet van Nederland, ik stomme koe.

En daar gaat-ie weer.
Over zijn feestje in 1968 in Nederland. Zes Nederlanders en 3 Oostenrijkers. In Lelystad, dat toen net gebouwd werd volgens hem (klopt ook nog geloof ik). Er was net een café open en daar zaten ze, de bierzuipende Oostenrijkers met die drooggelegde Nederlanders. En met allemaal een 0,3l limonadeglaasje (“ein fluuu-ietje, whaahahaha“) pils voor hun neus. Waar ze dus ook met zijn zessen danig op keken, op die neus. Of de waard geen fatsoenlijk glas had. Nee, alleen dat ene 2-liter-sierglas van het Oktoberfest op een plank aan de muur. Nou, kom maar op dan, met dat glas. En die slappe pils, die drink je in één keer op. Ook twee liter. En nog een keer twee liter. En nog een keer. En die Nederlanders maar kijken. Oh en jemig, die Nederlanders zijn zoooo groot, hè!! Alle mannen zijn minstens twee meter. Hoe lang ben jij eigenlijk?? Ook wel minstens 1,90m hè? [euhh… nou euhh, ik ben wel groot maar niet zó groot]. Komt door al die overbemesting daar. Alles wordt megagroot. Mensen, Kartoffeln… Wel 200 liter pure mest per vierkante meter. In Oostenrijk is dat maximaal 80 liter. En dan krijg je zúlke Kartoffeln hè [zijn handen ongeveer 30cm uit elkaar houdend om ons hollands formaat aardappels aan te duiden] – allemaal voor die Kartoffelchips want daar heb je grooooote Kartoffeln voor nodig. En die grond daar in de polder, die is allemaal van de gemeente, en dan moeten de boeren wel duizend D-Mark (“Jullie hebben toch ook D-Mark??”) per maand aan pacht betalen en dan is het enige wat nog rendabel is, Kartoffeln. Hahahahaha…

Enzovoort. Godsamme ik moet naar de WC… en ik wil naar huis… hoe kom ik hier weg… Ineens houdt hij heel even op omdat zijn zoon binnen komt wandelen. Geen idee hoe die heet, ook Josef vermoed ik (aangezien drie van de vier Oostenrijkse mannen Josef heet: de vierde heet Heinz), maar in ieder geval heet-ie óók “mijn reddende engel”. Ik vraag snel hoeveel ik manegeboer verschuldigd ben. Veertien euro. Huh… aan de telefoon was het nog dertien. Nou ja, so what. Met deze man ga ik niet nóg eens in discussie, zeker niet over één euro. Ik leg het bedrag op tafel en wil hem bedanken, maar hij ratelt nog even door over de paarden, over dat dochter vooral geduld moet hebben (nou, dat leert ze bij hem vást wel, dat geduld hebben…) en niet te snel moet willen. En dat ze niet zo veel moet praten (mijn mond valt héél even open). En dat dit allemaal nog langgg geen paardrijden is maar gewoon wat rondhobbelen. En dat ze maar gauw weer moet komen. En oh ja. Veertien euro. Ik weet er tussenin te brengen dat mijn zoon alleen thuis is en ik nu écht weg moet maar dat we binnenkort zullen bellen om een nieuwe rij-afspraak te maken.

Ik vermoed over een jaartje of veertien.

toeval? nèèh…

Toeval bestaat niet. Alles komt zo als ’t komt en uiteindelijk zelfs wel goed.

Vandaag besloot ik om zoon op te halen van school, ietwat vervroegd omdat ik even de mentrice van zijn klas of desnoods de directeur zelf aan wou spreken om te vragen of we een afspraak konden maken voor een gesprek. Zoon heeft, zoals de meesten inmiddels wel weten, enige problemen. Hij is dyslectisch, heeft ADHD en dysgrammatisme, is heel faalangstig en onzeker, een erg lief en zacht manneke dat helaas nu al niet zo goed mee lijkt te komen op zijn nieuwe school. Dat maakt zich dus al bemerkbaar en daarom zocht ik het gesprek. En aangezien ik nog geen telefoonnummers etc. heb, ben ik maar zelf naar school gereden.

Een minuut of 15 voor de bel wandel ik met dochter aan de hand naar binnen, de trap op, op zoek naar een bekend gezicht (ik ken er eigenlijk maar drie tot nu toe dus de kans op dat bekende gezicht was klein, maar goed, een poging was het waard.) Ik kijk wat onzeker rond en er komt een wat oudere, redelijk lange mevrouw met vriendelijke, open blik op mij af. Ik herken haar van de schoolfoto waarop ik de docenten van zoon al heb opgezocht en denk: “oh shit, het zou toch niet hè…”

Het zou wel. Ze vraagt heel aardig of ik iemand zoek en of ze wat voor me kan doen. Goh, sympathiek mens, die docente Engels van zoon… (zie mijn schriftelijke ‘aanvaring’ in mijn blog van 17 september). Voordat ik dochter de mond kan snoeren, legt madam al uit: “Jaaaa, ich bin die Schwester von [voornaam zoon]. Sie wissen schon: der [voornaam zoon, achternaam zoon…]!! Und wir suchen seine Frau Lehrerin!!” OMG, why on earth neem ik dat kind überhaupt mee….

Ik hoor haar denken. “Aaaahhh. Ahaaaa! Díe!!” en ze glimlacht. Thank god, ze glimlacht… En ze bedankt me voor mijn briefje. Ze was er blij mee geweest (ja blij!) en had me ook gelijk geantwoord. Blijkbaar kan ik het toch wel zo heel af en toe, dat diplomatiek zijn. We raken in gesprek, dochter al gangdansend om ons heen. De problemen van zoon waren haar ook al opgevallen. En dat hij het achterin de klas niet zo goed doet. “neeee, weil T. kriegt ja alles nicht so gut mit, ‘ne??” jodelt dochter erdoorheen, al dansende toch heftig meeluisterend. Frau Lehrerin vertelt dat hij wel degelijk opvalt. En dat ik inderdaad in gesprek moet gaan met de klassedocente over hoe we hem het beste kunnen stimuleren en hoe met zijn onzekerheid omgegaan moet worden. Etc. etc. Het was een heel goed ganggesprekje.

Volgens mij heeft ze nu wel gezien dat ik niet de bitch ben die alle folies en hoesjes per definitie met haar slagtanden verscheurt. En ik heb gezien dat zijn docente Engels een prima mens is waar goed mee te praten valt.

Wat toevallig dat ik dan in die grote school nou juist háár tegen het lijf moet lopen…

Ach nee. Toeval bestaat niet.

niet harder

De wereld om je heen is harder dan jij.nietharder
Zachtheid, emotie tot pulp gemalen.
Nog kind zijn niet langer toegestaan.
Niet uit je woorden komen is falen.

De wereld om je heen is harder dan jij.
En daarom huil jij een verborgen traan.
Verlegen- en onzekerheid zijn killing.
Prestatiedwang werpt je uit jouw baan.

De wereld om je heen is veel te hard.
Maar ik kan haar niet zachter maken.
Ik wou zó dat ik ’t kon, lieve schat.
Maar ik zal zelf over je moeten waken…

Voor mij hoef jij niet harder te worden.
Maar zonder verharding geen overleven.
Langzaam verdringen ze het kind uit jou.
En verleer jij om écht om mensen te geven…

De wereld is gewoon zo veel te hard.
Jíj bent juist precies zoals het moet!
Toch wordt er anders van je verwacht.
En kijk ik lijdzaam toe, naar wat het met je doet…

.
Rotwereld.

.

.

© LouTerLou

slechte start

Ik heb het weer voor elkaar hoor. I pissed off a teacher :-S

Zoon (bijna 11) gaat nu naar de middelbare school (hier in Oostenrijk heb je vier jaar basisschool en ga je met 10/11 jaar dus naar de middelbare). Ergens aan het begin van de zomervakantie krijg je dan van de betreffende school een ellenlange lijst (2 A4-tjes vol!!) met zeer gedetailleerde beschrijvingen van alles wat het kind moet hebben. Vervolgens mag je op pad om die waslijst aan spullen bij elkaar te zoeken en een honderd tot zelfs tweehonderd euro neertellen voor precíes DIE schoolspullen. Geen andere please: een plakkaatverfdoos van Pelikan, een passer van duurmerkzusenzo, een blauwe Leitz-ordner, folies, schriften met plastic omslaghoezen in alle mogelijke voorgeschreven kleuren, stiften, potloden, figuurzaag, schuurpapier, haaknaalden, wol, hoesjes, mappen, enzovoort. Sportschoenen, schoolsloffen, zwembrilletje, handdoek, zelfs het soort zwembroek was duidelijk voorgeschreven. Een kolerewerk.  Ik had alles aan het begin van de vakantie al klaar want ik ken mij: de laatste vakantieweek begin september wordt dat niks meer en doe resp. koop  ik werkelijk alles fout. Schullisten

Het mocht echter niet baten: ook nu had ik het blijkbaar fout gedaan. Gisteren kwam zoon uiterst chagrijnig thuis en smeet twee enveloppen met folies (“Klarsichtfolien”) op tafel. Doordat ik het verkeerde had gekocht (het hadden hoesjes moeten zijn, zogenaamde “Klarsichthüllen”), was hij heel erg achter geraakt in de les, kon zijn ordner niet naar behoren invullen en had zowaar bijna moeten huilen (aiii….). Nu ben ik normaal gesproken niet de moeilijkste en wissel de boel gewoon om, maar tja. Het was nu eenmaal de hormonale rottijd van de maand, ik had een hoop dingen aan mijn hoofd, een hoop pijn elders in het lichaam en ik was moe. En toen werd ik woest. Wel verdriedraaidedubbeltjesnogantoe. Er stond FOLIE! Niet HÜLLE!! Een folie is een folie. Een doorzichtig dun stuk plastic. Een Hülle is een – al dan niet doorzichtig – hoesje, iets waar je iets in kunt stoppen. En een folie is geen hoesje. Als ze dan al van die mierenneukerige, ellenlange lijsten van voorgeschreven schoolspullen maken, dan moeten ze de boel ook GOED opschrijven zodat zelfs achterlijke Hollanders als ik de boel snappen. Er stond nota bene voor het ene vak “folie” en voor het andere vak wél “hoesje” op de lijst, en toch bedoelden ze hetzelfde. Dat heb ik dus ook even in duidelijke taal in het mededelingenschriftje geschreven. Niet in deze bewoording, maar toch. Ik heb ze haarfijn uitgelegd dat een folie geen hoesje is en dat ze de boel ook niet door elkaar op dezelfde lijst moeten gebruiken omdat het dan echt niet meer duidelijk is. Stomme materie. Hoesjes, folies, who cares. Ik vond op dat moment dat ik ’t best goed verwoord had. Moeten ze volgend jaar maar beter uit hun doppen kijken.

In ieder geval had ik er al niet eens meer aan gedacht tot zoon vandaag dus weer thuis kwam uit school en vertelde dat de lerares Engels ‘not amused’ was. Ze had gezegd dat het – ahum – niet zo aardig geschreven was. Nee. Verrek. Teruglezend zie ik dat ook. En dat voor een paar stomme hoesjes… Dit was wat je een “communicatief uiterst slechte start” kunt noemen. En dat voor het hoofdvak Engels waar hij alle hulp en sympathie nodig zal hebben die hij kan krijgen. What was I thinking…

Waarom telde ik niet tot 2.865, sliep er een nachtje over, stopte ik de goede hoesjes in z’n rugzak en klaar? Nee. Madam moest d’r waffel opentrekken. Er zat maar één ding op. En dat heb ik vanmiddag dan maar getypt. Mijn verontschuldigingen voor de ietwat onsympathieke manier waarop ik duidelijk had gemaakt dat ik het niet met ze eens was hoe die dingen heten. Dat ik als persoon eigenlijk helemaal niet zo opbruisend ben. En dat dit wellicht niet zo’n goede start was voor onze communicatie. Enzo. Een klein briefje aan de desbetreffende docente. Hopelijk doet dat nog enig goed. En anders ga ik wel met de madam praten, dan ziet ze vanzelf dat ik in ’t echie helemaal niet zo snel en hard bijt. Eventueel “I’m only human” neuriënd ofzo.

Ik legde het aan zoon uit en die zei “ach Mama, ich sag’ ihr einfach, dass gestern nicht dein Tag war” (oftewel: … dat je gisteren gewoon niet je dag had). Ik dacht nog: “ach, da’s nou lief”. Maar toen keek hij ineens scheef en zei “Oder soll ich ihr besser sagen, dass du einfach deine Tage hattest?”…

Gadsamme. Dat jong kent me al beter dan ik dacht…
Ik ga nog maar even een potje tegen de maan janken.
Of ik vlieg gewoon op m’n bezemsteel een rondje om het ding heen.
Dat kan ook. Kom kat, we gaan.

Costa!

De Costa Concordia. Dat ene wrak daar. Iedereen heeft het erover. Nu of nooit, de laatste poging om het ding weer rechtop te krikken. De wereld is er live bij. Het lijkt wel een soap. Pure spanning. it’s now of never. In goede en in slechte tijden het ding rechtop krijgen (uhuhh). As The Ship Turns. En ook al zegt de baas van deze hele bergingsactie dat succes 100% verzekerd is, dan blijft nog steeds de vraag wat dat succes dan werkelijk is…. Er kan alsnog een hoop fout gaan. Het kan zijn dat de boel buigt tot het barst, dat het schip zó aan de rotsen vastgekluisterd zit dat het niet losgetrokken kan worden, dat er vanalles uit het schip omhoog kan komen (en dan hebben we het nog niet eens over die twee mensen die ze nooit gevonden hebben), dat het schip te ver doorschiet naar de andere kant, dat er een minivloedgolfje de haven in spoelt, enzovoort.

Een week of zes geleden lag ik naast dat kolos in de zee. Twee kolossen, gemoedelijk naast elkaar in het Gigliose kustwater (ghehehe, sorry, kon ’t niet laten). De oliebarrières in de haven en voor het strandje lieten al wel vermoeden dat La Costa niet helemaal dicht was. Hopelijk werken die dingen als er straks eventueel meer van vanallesennogwat uit komt. Het gemoedelijke, piepkleine haventje, toen bloedjeheet en loom onder de met wijnranken overgroeide terrasjes, nu in de koude slagregen, volgepropt met 350+ journalisten en fotografen. Toen we door Porto di Giglio heen liepen, stonden we bij een oude kademuur. Daar was de verleiding te groot: éven een fotootje maken waar je doet alsof je dat bootje wel even tussen duim en wijsvinger neemt en huppakeee, rechtop zet.

Ik moet toegeven, het is werkelijk een imposant ding. En nog imposanter als je nadenkt over hoe die stuurlui zo’n gigantisch schip zo gruwelijk hard langs de rotsen hebben kunnen laten schuren. Een gapend gat in de romp van wel zeventig meter lang. Over wie er schuld aan is en wat wie nu wel of niet had moeten doen, is alles al  wel gezegd geloof ik. Het blijft triest. De Costa Concordia ligt werkelijk vlák voor de haven van Giglio, griezelig dichtbij. Hoe hebben ze het voor elkaar gekregen…

Anyway. De berging verloopt vooralsnog blijkbaar volgens plan. De veerbootmaatschappijen die op Giglio varen, zullen er vast helemaal niet blij mee zijn. Ach. Was ik toch maar mooi één van die ontelbare ramptoeristen die in een warme julimaand naast een slagzijliggend cruiseschip hebben mogen zwemmen. Altijd nog beter dan een boottoerist die in een ijskoude januarimaand naast een slagzijliggend cruiseschip móet zwemmen…

Costa1Costa2 Costa3costa4

niks terug!

Gisteren was ik weer ‘ns in the mood. Vandaag plofte het resultaat daarvan in sommige brievenbussen. Soms heb ik van die buien, dan wil ik mensen die me (heel) na aan ’t hart gaan even een blijk geven van het feit dat ik aan ze denk, dat ik van ze hou, dat ik om ze geef en dus ook graag iets geef. Dat ik ze zo graag even zou willen zien glimlachen. Ik ben namelijk gék op kadootjes geven, op even attenttechnisch uit de band springen, op mensen verrassen. In zo’n vlaag van verstandsverbijstering en impulsiviteit gaat mijn surfvingertje naar een aantal sites waar ik het simpelweg heerlijk kadootjeskopen vind. Kleinigheden die door de brievenbus passen. Die goed doen.

Het zijn ook nooit álle mensen in één keer, een andere keer zijn het weer andere mensen die ineens raar opkijken. Of toch ook weer dezelfden, ligt aan de dingen die gebeuren, het verdriet en de pech of de pijn die ze hebben, de liefde die ze missen. Maar wat ik éigenlijk wil zeggen, is dat ik dit dus niet doe omdat ik nou zo graag lief gevonden wil worden of wil horen dat men van mij houdt of omdat ik denk dat mensen mij anders vergeten of iets dergelijks. Not. Echt gewoon NIET. Ik doe dit omdat IK het leuk vind. Zie het voor mijn part als een hobby. Eentje die ik weliswaar maar heel sporadisch uitoefen (maar goed ook, anders was ik in no time blutterdanblut), maar die ik gewoon af en toe weer even oppik. Net als schilderen. Een hobby die overigens ook voort komt uit het feit dat ik zelf zó graag af en toe dichter bij zou willen zijn maar dat niet kan. Ik ben heel ver weg maar zo ben ik voor mijn gevoel af en toe tóch ineens weer heel even dichtbij.

Ik vind het dus ‘lekker’. En ik doe het gewoon ‘omdat het kan’. Mag dan een stom zinnetje wezen, maar ik bedoel het letterlijk: nú kan het. Ik kan het me vandaag veroorloven om een paar kleine attenties rond te (laten) sturen. Morgen kan dat alweer totaal anders zijn. Dus waarom dan niet nu, nu het kán? En wat ik al helemáál niet wil: dat men het gevoel krijgt, dan ook iets terug te moeten doen. Ik wil niks terug. Ik weet ook dat veel van de lieverds die ik soms wat stuur, financieel of lichamelijk helemaal niet in staat zijn om iets terug te doen, alleen daarom wil ik dat dus al niet. Gooi dat gevoel aan de kant, please?? Want zo gauw dat ontstaat, kap ik er gelijk mee. Ik wil in geen geval iets van een plichtsgevoel genereren. Dus lieve schatten: gewoon blij mee zijn. Verder niks. Even glimlachen ook al zijn de tijden nog zo kloten, dan ben ik ook weer helemaal blij.

Niks terug.
Capice?
Dat dus.
Kus.

.

Oh, en mijn favo shops:
http://www.leukdoordebrievenbus.nl
http://www.troostgeschenk.nl

Nine Eleven

Elf september…

Acht jaar geleden…

Nee, nee, niet twaalf jaar geleden. Daar bloggen en schrijven anderen al zat over. Natuurlijk herinner ik mij ook aan die afschuwelijke gebeurtenissen, die rampdag, het ongeloof, de ontreddering, de tranen in mijn ogen en in die van vele anderen. Maar acht jaar geleden werd deze dag toch ineens weer een prachtdag…

Acht. Dus.
Onnoemelijk veel naweeën later mocht ik uiteindelijk in slaap vallen. Dochter lag al die tijd in het pasgeborene-bedje aan mijn voeteneind. En ze jarigvond ’t maar niks daar. Draaien. Smakken. Huilen. Kreunen. Nog meer huilen. Volgens de zuster was het niet goed om haar bij mij in bed te nemen: te gevaarlijk vanwege mijn vermoeidheid van de bevalling, ik zou in mijn diepe slaap bovenop haar kunnen gaan liggen en haar verstikken. Welke diepe slaap, dacht ik alleen maar… Ze hadden haar heel lang op de neonatologie gehouden. Veel te lang. Tot ik haar – nog steeds nabloedend – ben gaan halen. Ik wou m’n baby. Het eerste flesje melk zat er natuurlijk al in. Scheiße. Ik had nog zo gezegd dat ik dat niet wou… Ik legde haar al zittend aan maar geen honger meer.

Uiteindelijk hield ik het niet meer uit. Ik heb haar tegen al die goedbedoelde adviezen in tóch dicht bij me in bed genomen, weer aangelegd (weliswaar nog steeds geen honger maar zo veel zuigbehoefte) en me om haar heen gerold. En zo hebben we dan toch nog geslapen, een uitgetelde twee-eenheid. Een grote C met een piepkleine komma erin.

Die dag werd ik zelf een beetje opnieuw geboren. Net als op de dag dat mijn zoon geboren werd, drie jaar daarvoor… Ineens had ik er in mijn leven een heel stuk níeuw leven bij. Een verrijking, een nieuwe fase, een geboorte van een nieuw stukje mij. Dus ben ik ook jarig vandaag. En in oktober. En in november ook natuurlijk. En ik realiseer me dat. Elke keer een stukje meer mij.

Vandaag. Nine Eleven.
De dag van een ongekende catastrofe.
De dag van de inkeer.
De dag dat ik een stukje opnieuw geboren ben.
De dag van de geboorte van mijn dochter.
En toch gewoon een dag.
Zoals elke dag simpelweg bijzonder…

wereldwonder

Ze is mijn wereld.wereldwonderballons
Kan niet zonder
Ze is mijn eigen
wereldwonder.

Ze is mijn meiske
zelf gemaakt,
van gezondheid
ronduit blaakt.

Ze is mijn allesie
maar jemig, wacht.
Mijn alles is plots
alweer acht…

(c) Lou

En dat is ze.

Elke vrouw die kinderen heeft mogen krijgen denkt ergens in het jaar wel een keer: “x jaar geleden om deze tijd…” en dan vul maar aan. Keek ik voetbal en braken m’n vliezen. Begonnen de weeën. Lag ik al 20 uur te puffen. Lag ik al in het ziekenhuis te wachten. Ging het helemaal niet goed. Merkte ik nog niks. Etcetera etcetera.

Bij mij was ’t dus dat eerste: ik keek iets van voetbal op TV en m’n vliezen braken. Al waterend naar het ziekenhuis. Geen weeën. Die begonnen pas om half drie ’s nachts. En om om 3:17h was ze er. Een persoonlijk wereldwonder, neergezet in 47 minuten. Beetje veel bloed maar zonder (kleer)scheuren. Een perfect wichie!!

En dat wichie is nu een brok meid van acht. Een gevoelig rauwdouwertje, een banjerende ballerina, een door het leven kuierend knuffelbeest. Morgen vier ik mijn wereldwondertje. En hoe vreselijk ze dat ook vindt, ze zal altijd mijn krissiebissiepoepelissie blijven.
Sorry lieffie 😉

Liefste, mooie dochter van me, ik wens je een heel nieuw, prachtig, vreugde- en liefdevol, lachend en knuffelend wonderjaar toe.
Mama loves you.
Always. No matter what.
Never forget dat!

wereldwonderslingers

the other day

zo relaxed als gisteren en eergisteren waren, zo hectisch was vandaag.
De eerste schooldag na die oversized zomervakantie.
5 am. Man en ik schrikken wakker. De wind is een storm geworden en laat onze tuinstoelen, rolluiken en nog uitgerolde zonweringen letterlijk donderen. We rennen wat in het rond, maken alles z.g.a. stormveilig en vallen nog voor een half uurtje terug in bed. Tien voor zes ben ik klaarwakker en ga er dan toch maar uit, dit wordt niks meer. Even wat in mijn ochtend-uppie aanklooien (en een ongestoorde toiletgang, ik kan er écht niet tegen als er ‘s-ochtends al door twee behoeftige kinderen aan mijn toiletdeur lopen te rukken omdat ze ook moeten maar te lui zijn om beneden te gaan. Me-time on the toilet dus). Om half zeven maak ik de kinderen wakker. Bam, licht aan. Hard maar effectief. Ik jodel “EEEHEEEEERSTE SCHOOOOOOLDAAAAAG!!!” door het huis (in ’t duits dan, hè, dat werkt beter). Aankleden, ontbijten, zenuwen sussen, tanden poetsen.

10 over 7 schuif ik dochter de deur uit, die moet met de buurvrouw meerijden want ik moet zoon voor zijn allereerste dag op een middelbare school wegbrengen en daar wordt verwacht, dat minstens één ouder aanwezig is. Aangezien man zelf leraar is en óók in alle vroegte op zijn school aanwezig moest zijn, ging ’t effe niet anders. Sorry dochter. Forgive me. Bij de school van zoon is het een drukte van jewelste, geen parkeerplaats in een straal van een kilometer ofzo. Ik gooi zoon er voor de deur uit en rij in ’t rond tot de eerstvolgende parkeermogelijkheid op een onverharde parkeerplaats. Daar mág ik dus eigenlijk niet rijden want mijn auto is weer eens kapoet: de Getriebemanschetten (weet ik veel hoe die dingen in het nederlands heten) zijn gescheurd waardoor er steentjes in kunnen komen en dat zou dan de hele schakelbak ruïneren. Volgens man. Ik moest dan ook plechtig beloven om niet over steentjes en gruis te rijden. Ahum. Goed. OK schat :-/

Met m’n manke poot hobbel ik zo snel ik kan naar school. De kinderen worden afgeroepen. Gelukkig zit zoon in 1D en werden er voor hem nog 94 andere kinderen afgeroepen dus ik was op tijd. Allemaal mee de klas in. Alle instructies (bustrajectkaartaanvraag, brief voor vrijstelling godsdienstles en meer van dat soort ongein) voor de ouders aanhoren en deels opschrijven. Dan zijn we bevrijd. Ik besluit de auto maar te laten staan (zo min mogelijk rijden…) en te voet even naar de apotheek en de drogist te lopen voor wat noodzakelijke dingen. Best wel auw. Half tien kind weer ophalen. Ja, half tien. Toen was het alweer klaar voor vandaag.

huiswerk1Naar huis. Dochter komt gelukkig weer met buurvrouw mee. Even wat te drinken maken en natuurlijk ook praten over school. Ze hebben allebei een huiswerkopgaven dus hoppakee, gelijk aan het werk. Dochter moet in twee zinnen opschrijven wat ze het leukst vond in de vakantie en dat er dan bijtekenen. Zoon moet op drie papiertjes opschrijven waarover hij zich verheugt, waar hij bang voor is en wat hij zich voorneemt. Ze smeren wat af met hun hanepoten maar uiteindelijk wordt het nog wat. Vooral dochter blijkt heel ‘efficiënt’, met haar tekeningen van twee vlaggen… Ik werk ondertussen aan documenten voor vanavond (vergadering).huiswerk2

Eten koken (want vanavond geen tijd voor). Vissticks (ja sorry hoor), aardappelen en groente. Basic. Opruimen. Belsessies (scouting, judovereniging, busbedrijf over bustijden en overstappen voor zoons thuisreis in de gevallen dat hij niet fietst, sportvereniging, manege) en een korte koffiesessie met de buurvrouw om alles wat ik van de lagere school (dochter) heb gemist en nog moet weten door te spreken. Notulen voor vanavond voorbereiden en ook de lijsten voor de voorturners. Formulierenlayouts afmaken. Lijst met namen voetbalkinderen updaten. Enzovoort. Oh en de was tussendoor. Dat ook. Meer bellen. Kwart over vier: ballen, sporttas en andere pruttel in de auto en op naar het voetbalveld: F-jes training. Collega-trainster (degene die de trainings samenstelt) blijkt in een vergadering vast te zitten dus ik doe met andere medetrainster het uur op de bonnevooi. We doen maar wat en dat blijkt goed genoeg. De kleintjes zijn happy. Om half zeven drop ik de ballenzak in het materiaalhok en loop weer naar boven. Half uurtje pauze, ik kijk naar de wedstrijden van de wat ‘hogere’ koters (8-jarigen) op het veld en klets met een andere moeder van school. Zeven uur, vergadering van de turnsectie  van de sportvereniging. Veel te doen (ik doe de hele ledenadministratie, de financiële rompslomp en documentensantemekraam, en dus ook snel, snel even de notulen). Om half negen zijn we er wel klaar mee en rij ik naar huis. Kinderen nog even goeienacht zeggen. Kop koffie en een gebakken spiegelei (berehonger, sinds vanmiddag niet gegeten). Laptop aan. Lijsten aanpassen. De was uit de wasmachine in de droger. Notulen uitwerken. Begin maken met de maandafsluiting van de zaak.

Nu nog even de was uit de droger opvouwen.
Dan, na achttien uur doordouwen, eindelijk weer slapen.
En…. u verwacht het niet, hè, maar morgen wéér zo’n dag!!
Yiiiihaaaaaa!! 😀

Alles over Niets

Nou bij deze.
Hier.
Heb je alles.
En het gaat werkelijk over niets.
Want eigenlijk is alles gewoon niets.

Lekker zweverig hè.
Toegegeven, mijn allereerste gedachten bij ‘dat boek’ en ‘die film’ waren dan ook: “ah nee hè, wéér zo’n goeroeboek over zelfacceptatie en de zin vanallesoverniets het leven…”  En er staan bijdrages in, die naar mijn persoonlijke smaak daadwerkelijk een beetje te filosofloating zijn, maar ieder z’n ding. Het boek zelf was voor mij echter toch een eye-opener. Waarom? Omdat het me aanzette om eens na te denken over het “ik-begrip”, het beeld dat ik denk van mij te hebben, de persoon die ik denk te zijn. Wie bén ik nou helemaal?

Back to basics.
Wat maakt een mens menselijk? Voor mijn gevoel (en ook duidelijk voor anderen, zie boek) is dat de capaciteit tot zelfreflectie en het zich bewust zijn van een ‘ego’. Maar wie is dat dan? Wie ben ‘ik‘ nou eigenlijk helemaal? Deze (te) zeer uit de kluiten gewassen bundel cellen? (ik krijg acuut visioenen van ‘the blob’). En waar in mij zit die ‘ik‘ dan? Waarom praat ik over ‘mijn lichaam’ terwijl ik dat lichaam bén? Alleen dat getuigt al van dualiteit in mij: ik zie mijzelf in delen. Hier is mijn lichaam en ergens in de bovenkamer van dat lichaam huist mijn ‘ik‘. En die ‘ik‘ kijkt naar dat lichaam en denkt “mwahhh, dat kan beter…” Maar die ‘ik‘ IS mijn lichaam. Ik ben in feite helemaal niet duaal, ik ben non-duaal. Eén ding. Daar verwijst dus ook die ineens zo veelbesproken non-dualiteit naar: alles is één. Het wordt ook wel “a-dvaita” genoemd, wat zoveel betekent als: “alles in het universum is gemaakt van één en hetzelfde spul, namelijk energie” [citaat: Paul Smit, Alles over Niets]. Alles is één. Bij dit soort definities haak ik als nuchter en uitermate atheïstisch kalf over het algemeen al af, maar als ik me de oerknaltheorieën even voor de geest haal, klopt het ergens ook wel weer een beetje. Denk ik. Denk ik?

Alles ontstond gewoon.
Van het een kwam het ander, de ééncellige werd een meercellige, de spore een boom, en het groeide. Daar deed niemand iets aan, het was simpelweg zo. En is nog steeds zo! Alleen is het wezen namens mens met z’n hersenen vanaf een jaar of 1-2 ineens in staat om zichzelf te herkennen en aan de hand van dat groeiende ik-gevoel een zelfbewustzijn te creëren. En dán wordt het pas lastig. Want als ik ik ben, wie ben jij dan? En als jij anders bent, ben jij dan beter of slechter? Of enkel anders? Of eigenlijk hetzelfde maar toch niet helemaal? Floep, daar komt het concurrentiedenken om de hoek kijken. En ook het zich juist willen identificeren met anderen. Het ‘goed genoeg’ en vooral ‘goed bezig’ willen zijn. Vanaf dat moment maken we het onszelf dus verrekte moeilijk.

Goh. Herkenning. Tja. Hmmm. En nu?
Juist. NU. Daar gaat het dus om. Tien jaar geleden had ik heel andere dingen voor mij in gedachten. Tien jaar geleden dacht ik niet, dat ik als überstadsmens in een koeiendorp in Oostenrijk aan een houten eettafel blogjes zou zitten schrijven. Ik plande mijn carrière (mijn zaak verder op- en uitbouwen, zo snel mogelijk weer leuke en grote projecten gaan doen, stiekem veel geld verdienen…). Ik plande waar ik zou zijn (of liever gezegd, waar ik zou blíjven: in ons prachtige, grote appartement in München, met mijn vriendinnen om me heen en mijn zaak in het centrum van deze miljoenenstad, met een hoop voorzieningen, een tof uitgaansleven en een hamam en een delicatessensupermarkt om de hoek). Ik plande nog minstens twee kinderen erbij (zoon was 10 jaar geleden 10 maand oud en er kwam er uiteindelijk ‘maar’ eentje bij -dochter- en toen was het ook gewoon goed) en een volledige kinderdagopvang zodat ik weer 60 uur in de week kon werken (maar mijn kinderen maakten dat het allemaal anders kwam). Ik plande dat ik een boek zou schrijven (tot nu toe nog steeds niks van gekomen, maar dà ken nog, hè). Ik plande nog veel en veel meer. En nu, tien jaar later, is alles anders dan ik had gepland. Mijn leven kwam er zomaar ineens tussen…

En is dat dan goed, vraag je je…
Kijk, en dát maakt dus geen bal uit. Het is zoals het is. Het is gewóón simpelweg zo gegroeid. Vanzelf. Of ik ’t nou plande of niet. Het echte ‘leven’ als zodanig gebeurt je. Het ‘doet’ je. Je kunt natuurlijk je best doen om ‘verstandige beslissingen’ te nemen, maar zelfs van beslissingen is inmiddels in neurologische onderzoeken bewezen dat je die onderbewust (nanoseconden tot dagen tot weken) van te voren al genomen hebt voordat je ze uiteindelijk ook manifesteert. Hersenen zijn rare dingen. Maar door te reflecteren, door te kijken naar anderen, door zelfs te gaan nadenken over wat anderen van mij zouden vinden, kreeg ik stress, prestatiedrang, last van perfectionisme en werd ik steeds ontevredener met en onzekerder over mijzelf. Niet dat dat nou in één klap foetsie is hoor, helaas niet. In het boek noemt meneer Smit dit ‘kramp’. Ik heb geprobeerd mijn kramp weg te vreten. Werkte niet. Integendeel. Extreem afvallen deed de truc evenmin. Ik heb geprobeerd de boel dan maar te verdoven met alcohol. Werkte ook voor geen meter. Ik heb geprobeerd om er een hoop materieel spul tegenaan te gooien (mooie inrichting, kleren, electronische speledingetjes). Hielp niet. Ik heb meermaals geprobeerd het op te schrijven, mijn kramp te verwoorden. Lukte een beetje (vooral ook vanwege het gevoel van her- en erkenning dat dat schrijven genereerde) maar uiteindelijk zette het nog meer tot malen aan. En ik maal nog steeds. Maar nu in ieder geval met een ander grondbeginsel.

Het boek levert dan ook geen oplossingen, methoden of goeroe-denkwijzen. Alweer helaas, zou je zeggen. Maar dat had ik eerlijk gezegd ook niet verwacht. Enkel en alleen de inzichten die geleverd worden, zijn al bere-interessant. Ik zal nooit een heel spiritueel mens worden. Hoeft ook niet. Maar nadenken over mijn geestelijke krampen en tot het inzicht komen, dat ‘ik’ als zodanig enkel een idee, een concept van mijzelf ben, een imago dat in de loop der tijd in mijn hersenen gevormd is, dat werkt best wel heel erg bevrijdend. Het inzicht, dat enkel het nu telt en niet al die opgebouwde ik-omhulsels uit het verleden en ook niet al die geplande ik-vormen in de toekomst, zorgt voor meer acceptatie en bewustwording van het grotere geheel. Ja, my dear friend, dit is ik-denken op het allerlaagste nano-niveau. En zelfs dat is nog steeds te hoog. ..

I’ll get there.
Because there is no I.
And there is no there…

.

.

Blog n.a.v. het boek “Alles over Niets”, Samenstelling van Han van den Boogaard, Samsara uitgeverij bv 2013, ISBN: 978-94-91411-04-5
Een aanrader voor iedere hedendaagse, ik-denkende zoeker. De film is ook het verinnerlijken waard: hoge herkenningsfactor 😉

De laatste dag

Dat was ‘m dan. De laatste dag van de zomervakantie. Morgen begint alles weer. Het normale leven enzo. Nu pas? Ja nu pas. Hier in Oostenrijk heeft ‘men’ negen weken vakantie. En ik kan u vertellen: dat is lang. Héél lang. Heel érg lang. Vooral omdat man leraar is en dus óók negen weken vakantie heeft. En die negen weken zijn zo mogelijk nóg langer. Het is niet gezond voor een doorsnee echtpaar om 65 dagen lang bij elkaar op de lip te zitten. Er schijnen mensen te bestaan die het liefst al die tijd zelfs IN elkaar zouden willen zitten, maar bij ons houdt de vreedzame co-existentie na circa drie weken echt wel op. (Hé, dit blog gaat een heel andere kant op dan ik eigenlijk gepland had. Nou ja, planning is voor watjes dus we gaan lekker verder). Dan moet één van de twee kortstondig opkrassen, zij het in de vorm van een dag met de fiets de hort op, een dag met vriendin en kinderen weg of een lange dag krampachtig shoppen, whatever. En een dag is dan dus eigenlijk veel te kort. Daarom zag ik ook mijn kans schoon toen ik samen met de kinderen met mijn ouders mee terug naar Nederland kon rijden. Man had nog zat te doen thuis en zou zich in Nederland toch hoofdzakelijk vervelen. Ik daarentegen heb er wederom een hoop leuke dingen gedaan, mensen opgezocht (grotendeels zelfs samen met de kinderen) en een heerlijk relaxte tijd gehad. Na krap twee weken kwam man met de auto na (ja iemand moest ons daar toch ook weer ophalen, hè) en zie daar: na een onwennige eerste avond (hij leek in eerste instantie niet bepaald blij me weer te zien…) was het goede van onze relatie tóch weer omhoog geborreld. Het was er weer. Die tijd apart was blijkbaar hoger dan hoognodig. Moeten we dus in de toekomst absoluut vaker doen.
Maar waar ik eigenlijk op doelde, was deze dag. De allerallerALLERlaatste vakantiedag. De kinderen hebben nulkommanul zin in school. Sterker nog, ze zijn nu (voor de latere lezers: dit ‘nu’ is om ca. 19:30h) nog steeds de hort op, ergens in de buurt (weet ik veel waar) voetballen en trefballen alsof er geen morgen bestaat. Vandaag is volgens de berichten voorlopig ook de laatste dag ‘mooi weer’ dus ik laat ze maar. Ik zit buiten, klein glaasje wijn na mijn vakantieafsluitmaaltijd, en adem diep in. Avondlucht met een tikkeltje geurige regendreiging. Maar nog steeds 24 graden dus prima te doen. Man prutst wat aan zijn fietshelm, die hij “gewassen” heeft (aiii…). Hij wil morgen op de fiets naar zijn werk. Zegt-ie.

Ik heb wat rond gekuierd in de tuin, cherrytomaatjes van de struik gegeten, hier en daar wat onkruid eruit gerukt. En verder veel gelounged, gelezen, wat geschilderd (te weinig), gewhapt, WordOn en WordFeud gespeeld (te veel). Oh en 21 potten bramenjam gemaakt, dat ook. Ik wil er maar niet aan dat ik morgen weer om zes uur in alle vroegte op moet staan. Ik moet de schooltassen nog ‘klaar’ maken voor morgen. Logistiek gezien heb ik alles al wel geregeld met de buurvrouw (zij neemt dochter mee naar de basisschool, ik haar en mijn zoon mee naar de middelbare. Lastig, twee verschillende scholen die om dezelfde tijd beginnen én eindigen op die eerste dagen…)

Dat was dus dik twee maand tot half negen in je nest liggen. Veel mooi weer (na al die regen). Zwemmen. Buiten ontbijten. Mensen ontmoeten. Italië. Tot ’s avonds laat bij het kampvuur zitten met de buren. Geen voetbaltraining, geen scouting, geen sportverplichtingen, geen stress in de ochtend, geen schoolvergaderingen, geen ouderavonden, geen geregel. Geen stress. Ik moest mijn werk natuurlijk wel even doen, tussen het vakantievieren door, maar dat is niet echt een probleem. En morgen, morgen is dat alles weer voorbij…

Wereldondergangsstemming.
En toch draait die ook gewoon weer door.
En blijkt elke dag toch weer een nieuwe laatste dag van tenminste íets te zijn.
De laatste dag.
De dag vóór de dag waarop we toch weer verder leven.
Tot de echte laatste dag.

Als Alice

in Wonderland.
Zo voelde ik mij vandaag.

Vanochtend heb ik wijselijk besloten, de hele dag enkel dingen te doen waar ik echt zin in had. Man ging met een stel vrienden (buurmannen) een hele dag mountainbiken. Prima. Om half 8 was hij weg. Ik kroop met een kop koffie op de loungebank buiten, zwaar genietend van het ochtendzonnetje en de frisse lucht. Prachtig weer. Alweer. Ontbijt voor ons drietjes gemaakt, lekker buiten gefrühstückt. Dochter besloot na het ontbijt, haar dagelijkse sommetjes en een spontane knuffelsessie een langnietgezien vriendinnetje op te zoeken. Ook prima. Zoon amuseerde zich met sudoku’s waarna ook hij een buurjongetje op ging zoeken. Wat een rust en wat een weelde…

Ik besloot maar eens lekker te gaan schilderen. Dochter had al sinds tijden onze kat Koschka op doek besteld en ik was er weliswaar al wel aan begonnen maar nog niet veel verder gekomen. Nu wel. Tussendoor kwam zoon met een moeilijke sudoku aanzetten en hebben we die samen buiten gemaakt, daarna nog een kruiswoordraadsel uit de krant. De buurvrouw (wiens man ook mee fietsen was) kwam koffie drinken en haar irritatie even luchten over haar fietsende en volgens haar überluie man.. Een goed gesprek over acceptatie en luchtiger leven leek haar uiteindelijk milder gestemd te hebben. Ik voelde me bijna een goeroe maar niet heus.

Een lichte lunch met de kinderen. Verder
Lees verder

Blog over blog

Nog even over mijn blogjes. Gisteren postte ik weer een gedichtje dat (de gebruikelijke) vragen opriep. Mensen vroegen zich af of het écht wel goed gaat met mij (vriendin), of het over hen ging (man), of ik geen rare dingen ging doen, of ik echt zo eenzaam ben, etc. Maar, zoals de meeste gedichten die ik eruit pers, ging ook dit blog niet per definitie over mij.

Bij mij gaat dat zo: ik lig in bed, zit op de bank of aan tafel, lees, zie of hoor iets, dat komt ‘binnen’ en ineens ‘plop(perdeplop)’ voel ik wat zinnen opborrelen. Die plemp ik dan in één of andere al dan niet poëtsiche vorm en voilá: bloggedicht. Dat kán deels gebaseerd zijn op eigen onbestendige of onbewuste gevoelens en gedachten maar in veruit de meeste gevallen gaat het over iemand anders (zelfs een persoonlijk verhaal op de radio heeft al als inspiratie gediend), ook al gebruik ik dan ‘mij’ of ‘ik’ in dat blog. Ik denk over dit soort blogs dan ook niet lang na: het komt in me op, ik ram het in mijn telefoon, lees er nog één keer overheen en pats, daar staat-ie.

Bovendien kan ik op de telefoon niet fatsoenlijk taggen (als er iets van ‘fictief’ onder staat, is het dat ook) en kunnen mensen die blogs op hun telefoon lezen, eventuele tags niet zien. Als het echt over mij gaat, staat dat er meestal wel in één of andere vorm onder: the whole truth, LooneyLou, Me myself and I, Gevoelsdingetjes o.i.d.

Daarom vraag ik u, waarde lezer, mijn wat cryptischere of poëtischere blogs/gedichten met een vette korrel zout (en een obligatoir schijfje citroen) te nemen: zie ze als ter plekke neergekrabbelde literaire uitspattingen ofzo. Een romanschrijver schrijft ook zelden autobiografisch, you know…  Mocht u zich echt zorgen maken, herlees dan nog eens op de computer (daar staan de eventuele tags eronder) of vraag mij even ;-). O.h.a. gaan dit soort dingen dus niet direct over mij en gaat hier alles prima, gewoon OK en/of gezapig zijn gangetje. Zelfs mijn huwelijk doet het nog steeds naar behoren 😛

So no worries!
Okay?

blog

Kom. Laat ik maar weer eens een blog schrijven.

Over de vakantie in Italië? Een blog over het huiske dat niet aan onze verwachtingen voldeed maar dat ik – op kosten van het resort – ‘verbeterd’ heb, over de gestoorde italianen die van service nog nooit gehoord hebben en rijden als maniakken, over de gekko’s die ’s avonds sprinkhanen vingen op de muur naast mij, over de Costa Concordia die nog steeds scheef ligt en over het strandje waar ik op de rotsen bijna gestorven ben? Ach nee…

Over mijn Nederlandtijd? Over vriendinnenbezoeken, #annelies, tranen met tuiten lachen, heerlijke dineetjes en een geweldige reünie van mijn lagere-schoolklas, waar ik mensen na bijna 30 jaar weer gezien heb en merkte, dat we gewoon nog hetzelfde zijn als toen en dat de school van binnen in werkelijkheid veel kleiner is dan ik in herinnering had? Ach nee…

Over de katten, mijn Stephen-King-obsessie, mijn stabiel mislukkende afvalpogingen, mijn zeker niet van de liefde knikkende rechterknie, mijn absolute chaostuin, mijn zomaar ineens whatsappende buurvrouw, mijn vreselijk onattente maar oh zo hard werkende en ondanks dat toch echt wel lieve man, mijn niet nader te noemen flirts, mijn stiekeme dingen die ik officieel niet heb,  mijn steeds slomer wordende en dus duidelijk aan een opruiming toe zijnde Nissan Note, mijn Audi met opvliegers in de vorm van ‘Motorsteuerungs’-problemen, de snelle maar wegens algeheel gebrek aan kinder-DVDs (in NL vergeten) slopende terugreis van Nederland naar huis, de overheerlijke opgewarmde zuurkoolstamppot met worst van mama die mijn heimwee vol geweld nieuw leven in blies, mijn persoonlijke en uitgesproken mening over Obama, Syrië, PRISM en de luierverwisselingsfrequentie van de hollandse bejaarden, de nieuwetijdse mummie van Nordrhein-Westfalen of mijn imminente salary cut.

Ach.
Nee.

Ik ga gewoon maar weer een lekker potje op mijn rug staan.
Knikkende knie incluis.