Chaos and Piss

soms denk ik echt: “waar doe ik het allemaal nog voor…”

Op dagen als deze, dagen dat ik wist dat die zouden komen (denk hier een knipoog of iets dergelijks).
Dagen waarop echt alles, álles NIET gaat zoals het eigenlijk zou moeten.
Dagen waarop ik het allemaal even niet meer helemaal duidelijk zie.

Opstaan met bonkende hoofdpijn dus eerst een koffie-met-advil-ontbijt je in je mik douwen om gelijk ook maar je beginnende hernia te drogeren.

Een auto stampvol met rotzooi, vuilnis en overstromingsslachtoffers inclusief de kapotte maar nog uitvoerig naar pis en poep stinkende kakmixer (op chaosandpisszijn hoognederlands: de fecaliën- en afwateringspomp) uit de kelder naar het grof vuil brengen en je bij het vakkundig afladen van de stinkende boel twee keer mega in je vingers snijden. Auw. En yuck. Dat ook.

Even de krant lezen en zien dat er een nieuwe autobaanvariant bijgekomen is: nog geen 100 meter van ons huis af, precies in onze achtertuin. Het kon dus daadwerkelijk nóg dichterbij! Hoezee.

Je de pleuris werken aan een maandoverzicht om dat geheel vervolgens door een kleine crash (en het stommerdanstom te laat saven) voor goed driekwart weer te verliezen. Overnieuw.

Niet fatsoenlijk kunnen werken omdat de internetverbinding al sinds dagen van slag is: elke 5 tot 10 minuten valt-ie weg. Dan maar een blogje schrijven, wat vervolgens ook door de zwarte gaten van cyberspace opgeslokt wordt. Ook overnieuw.

Om half twaalf de kinderen ophalen van school en erachter komen dat je jouw deel van het eindejaarskado voor de juffen volledig bent vergeten. Oeps.

Je zoon die aan komt zetten met de melding dat hij een vriendje op school met zijn eigen vuist (die van vriendje dus) een bloedneus geslagen heeft. Per ongeluk… Maar het bloedde maar 10 minuten hoor!! Tuurlijk.

Een aanstormende vriendinmoeder; of ik asjeasjeblieft haar dochter mee kan nemen, werknoodgeval. Ja joh, no problem. Derde kind ingeladen. Eten koken. Uitgebreid naschoolseopvangetje spelen. Kinderen wegbrengen naar ander vriendinnetje. En weer ophalen. Nog een keer eten koken. Om kwart voor acht ‘s-avonds werd ze uiteindelijk weer opgehaald. Chaos.

Je pakket bestelde kleding krijgen om te merken dat je in drie van de vier artikelen voor geen meter in  past. Frustratie.

Al typende aan tafel in slaap donderen. Ouderdom? Oververmoeid? Beats me.

Niet nader te beschrijven maar zeer tranenrijke, frustrerende en verdrietige familiaire perikelen die erin hakken. De diplomatie was in ieder geval en in ieder opzicht ver te zoeken. Helaas.

De al tijden haperende e-toets van je laptop ineens helemaal niet meer kunnen gebruiken vanwege een stukje chips dat zich daar in innige combinatie met een plukje chocolade vereeuwigd heeft. Zegt genoeg. Maar de E verdraaid nog an toe!!! Pruts het dan onder de Y ofzo, of de Q… Maar nee. Onder de E. Natuurlijk. Schoonmaken.

De steeds sterkere sensatie van je-uitgekotst-voelen hebben. Je vrijwillig een bult werken onder groots uitblijvende dank of waardering: morgen weer zo’n dag *verheug!*. Matheid ten top. Maar we zullen doorrrrgaan…

And last but nog least: level 29 van Candy Crush. Dat is nog wel het allerergste van alles.

U kunt mij wat.
Ik ga heel hard Pink luisteren.
The King is Dead.
Chaos en Piss.
Enzo. Oh en…
Een glas wijn drinken.
Het is vrijdag.
Dan mag dat.
TGIF.
NOT!!!

Stilte

Zo veel te veel gezegdStilte
en toch te weinig woorden.
Priemende onduidelijkheid.
Ogen die doorboorden.

Ik weet het niet meer.
Wat doe ik steeds fout.
Verlies die mensen
waar ik zo van houd.

Windstille luwte
in het oog van een orkaan.
Ik hoop het maar. Ach toe,
ga weer naast me staan…

Kom hier en omarm
wat je ooit adoreerde.
Maak mijn binnenste warm.
Wees wat ik toen begeerde.

Sla mijn handen voor de ogen.
Word gek van deze kilte.
En kwijn zwijgzaam weg
in jouw opgelegde stilte.

Geschreven liefgeluiden
zorgzaam uit ’t net opgevist
zo ook verdwijnen ze weer
als bomen in de mist…

.

.

(c) Lou

Do I bore you?

Tell me, do I bore you?bored

Adore me.
like you did back then.
Ignore me.
while you still can.
Explore me.
Come in and  find out.
Go for me.
will you still scream and shout?
War me.
fight love with all your might.
Ask for me.
when you’re lonely at night.
Whore me.
well, I would pay for myself…
So store me.
on your cramped asset shelf.
You swore me.
you played your last card.
Now floor me.
and crush my still devoted heart…

Tell me, am I really such a bore?
You’ll keep on leaving me,
just a bit more.
but please, darling, from now on,
use the back door?

.

.

(c) Lou

Not alone

Tien vingers rusten op ’t toetsenbord. Blik wazig.
Ik hoef niet scherp te zien om toch te typen…
Maar het scherpe is weg. Alles is dof. En mat.
Soms heb ik dat. Nu dus. Onbestendig.

Een moment van in niemands leven aanwezig zijn.
Een moment waarop je weet dat niemand aan je denkt.
Een moment dat je alleen bent op de wereld.

Jouw wereld. Mijn wereld. Wat een werelden.
Verder uit elkaar gaat bijna niet.
Not alone. Zegt wie? So alone. Zeg ik.
En ik heb altijd gelijk. In mijn wereld.
Maar in jouw wereld ben ik niet alleen.
Alleen. Was ik dan té dichtbij. Bij jou.

Een moment van simpel in iemands hoofd rondwaren.
Een moment waarop je beseft dat een gedachte bij jou is.
Een moment dat je er samen voor kunt staan.

Not alone.

Niet?

Dromen mag altijd.

geflipt

Zojuist ben ik volledig uit mijn slof geschoten. Dat gebeurt me niet vaak, maar daarnet was het zover. Eerst een heerlijk rapportgesprek over dochter, met dochter erbij. Mij wordt verteld dat madam veel teveel praat, heel snel afgeleid is door haar eigen gerebbel, anderen van het werk houdt (om ze vervolgens uitgebreid te gaan helpen met hun opgaven maar haar eigen taken vergeet) en waarschijnlijk tóch dyslectisch is gezien haar stand van (niet) begrijpend lezen.

Thuis gekomen bestelt miep de troela een dubbel spiegelei op brood en een glas water. De huisslaaf doet haar werk. Daarna rukt huisslaaf de nintendo uit de dochterhanden en maant tot het maken van het huiswerk. Onder protest en met opgetrokken knieën neemt ze haar rekentaak voor zich. De eerste vraag:
“Een boer verkoopt 15 liter melk en 3 liter melk. Hoeveel liter melk heeft de boer verkocht?”
Dochter jammert erop los.
“Hoe moet ik dat nou weten? Ik kan niet met liters rekenen. Is dit een min- of een plussom?”
“Nou dát moet jij dit keer toch echt uitzoeken lieverd, dit ga ik niet voorkauwen”
“Wèèèh, nou dan is het een minsom.”
“Pfffffff echt… kijk. Ik verkoop jou vijf potloden [*5 potloden aan dochter geeft*] en nog eens 3 potloden [*nog drie potloden geeft*]. Hoeveel potloden heb ik jou nu verkocht?”
“Teveel om vast te houden!!!”
“Kom op zeg, hoeveel????” [*Het geluid van wegklaterend geduld hoort*]
“Euhm. Acht.”
“OK. was dat een min- of een plussom?”
“Een minsom”
[Met hoofd op tafel bonkt]
“Waarom?” [Hoe krijg ik die vraag er nog zo rustig uit??]
“Nou, je hebt ze toch verkocht? Dan heb je ze niet meer”
[Nog harder op tafel bonkt]
“Nee schatje, ik heb er jou vijf EN drie verkocht. Hoeveel heb ik je er in totaal verkocht?”
“Je hebt ze helemaal niet verkocht. Je hebt ze me gegeven.”
“HOEVEEL!?!?!?”
“Acht.”
“DUS????”
“Dus is het een maalsom. Want een minsom is het niet en een plussom ook niet.”
“AAAAARGHHH!!”

En toen sloeg ik kneiterhard met mijn hand op tafel (i.p.v. op haar hoofd, dat dan wel weer) en gilde dat ze dan de hele kolererotzooi maar op haar kamer moest gaan maken omdat ik dit soort onnadenkende opperstommiteit werkelijk niet langer kon verdragen, waarna dochter met huiswerk en al luid huilend de trap op denderde. Ik was geflipt. Zonder zelfs tot tien te tellen. Nou heeft dat afwezige lontje van mij absoluut weer iets te maken met de tijd van de maand (die dan weer niet komt waardoor ik nog sneller explodeer) maar dat maakt mijn reactie niet minder pedagogisch onverantwoord. I’m sorry. I’m only human. A menopausal pre-nonmenstrual human. Op dit soort tijden zou gewoon niemand in mijn buurt moeten komen.

Dochter bonkt stampend en schoppend door haar kamer, luid brullend. Na vijf minuten komt ze de trap weer af.
“Ik weet het nog steeds niet maar ik wil nu eerst knuffelen.”
Pfiewww. Er wordt geknuffeld.
“Het is een plussom hè?”
“Ja lieffie, er staat “EN” in de som. Dat is altijd plus.”
“Waarom zeg je dat dan niet gelijk…”

Zucht. Geduld is een schone zaak.
Op naar de volgende som…

Fijne mensen…

Ik kan niet begrijpen hoe.
Wanneer de randen zo scherp zijn dat ze je snijden, als heel fijne splinters van glas.
Wanneer je veel teveel voelt en je hebt geen idee hoe veel langer je het nog vol houdt.
Wanneer iedereen die je kent, alsmaar probeert om het allemaal glad te strijken.
Hoe dan een manier vinden om die pijn weg te nemen…
[P!NK]

Ineens merk je het. Een zekere persoon is weg. Zomaar ineens. Stilletjes uit je, al dan niet virtuele, leven gegleden. Niet uit het zijne of hare, gelukkig niet, maar uit het jouwe. Verdwenen. Omdat je geen daadwerkelijke verrijking bent. Geen verbetering. Maar kleine dingen laten je herinneren.  En je merkt het. Weg. Je merkt het en het steekt. Shock is misschien teveel gezegd maar een zwaar, opwellend en licht golvend maaggevoel. Waarom. Fijne gesprekken van toen. Kleine dingen voor elkaar doen. Hele kleine dingen, maar toch. Geen verrijking? Uiteindelijk onvoldoende betekenis? Voelt een beetje als weggedaan vanwege onhebbelijkheden…

Ook al zeg je van niet, ik ben toch wel degelijk te naïef voor deze wereld. Ja, ik heb veel mensen lief. Misschien wel teveel. (Kan dat? Ja dat kan) Goede mensen, in mijn ogen. Voor een ander duidelijk minder goed. Ik heb met maar heel weinig mensen problemen maar ik heb ettelijke onderlinge vijanden om mij heen. Ik bemoei me niet met hun oorlogen en (woord)gevechten. Het is energieverspilling en ik wil simpelweg niet moeten kiezen. Zolang men mij recht in de ogen kan kijken, blijf ik diegenen fijn vinden, ongeacht hun al dan niet slechte verstandhoudingen met anderen. Een groot hart? Mogelijk. Maar wat is nou helemaal een groot hart… Het mijne tikt nog steeds precies zoals het jouwe, hoor. Goedgelovig? Waarschijnlijk. Ik noem het liever Oost-Indisch blind voor chronisch slechte kanten. Iedereen heeft ze, maar ze zijn niet belangrijk. Ik wil ze liever niet zien. Voor mij blijven ze fijne mensen. Ook al leven ze in heel andere werelden. Ook al zijn ze niet op alle vlakken perfecte vrienden. Ook al zijn ze compleet anders. Ook al zeggen ze soms de verkeerde dingen. Ook al maken ze fouten. Daar zijn ze mens voor. Net als ik dat ben, met al mijn fouten, stomme dingen, verkeerde uitspraken en onzekerheden.

Maar is mijn leven door het (al dan niet hernieuwde) contact met een bepaald persoon dan ineens beter of rijker? Nee. Is het anders? Ja. Wat doet het er nou helemaal toe wannéér ik merk dat iemand ‘weg’ is? Het feit dát ik het merk zegt toch al genoeg? En ook het feit dat ik waarde hecht aan die persoon in de kantlijnen van mijn leven. Niet iedereen hoeft in mijn intiemste cirkel te staan om belangrijk voor me te zijn. Ik hecht ook waarde aan personen die in de marge staan en die er gewoon zijn, die me blijven accepteren om wie ik ben, die niet meteen afscheid nemen omdat ik niet de levensverrijking in persoon ben. Ik ben geen mens van ellenlange chatsessies, geen mens van uren durende telefoongesprekken, geen mens van dagelijks intensieve contacten. Ik zie veel niet en ik zie nooit alles. Maar vrienden zijn voor mij juist diegenen, die mij ook waarderen in de tijden dat er geen direct contact is. Die periodes kunnen soms best lang zijn maar als het er dan wel weer is, is alles nog steeds zo als voorheen. Men mag elkaar, men ligt elkaar. Klaar. Dat zijn vrienden, mensen die ik graag in mijn leven heb.

Jij bent jij, ik ben ik. Ik hecht waarde aan dat ‘contact’, ook al is het maar sporadisch. Waarom moet alles in vredesnaam altijd doelmatig en verrijkend zijn of iets opleveren. Gewoon het gevoel dat de ander er ook is, ergens in mijn levenscontreien, en sympathie voor je voelt, dat is voldoende. Voor mij. Voor anderen soms niet…

En ik kies niet. Niet snel althans. Ik wil het niet.
Dat heeft tot gevolg dat ik soms gekozen word.
Om geschrapt te worden. Daar heb ik het wel eens moeilijk mee.
Zoveel ‘fijne mensen’ die onderling niets (meer) met elkaar te maken willen hebben.
Zoveel verspilde energie.
Zo verschrikkelijk zonde…

Honger

Ik heb honger…

In levens als de mijne bestaat er niet zoiets als échte honger, dat weet ik. Maar ik heb honger. Grommende, misselijkmakende lichamelijke honger (geestelijke honger  vanzelfsprekend ook, maar da’s weer een ander hoofdstuk). Ik heb al veel vaker over mij en mijn eeuwige strijd tegen de kilo’s geblogd. Ik heb echt alles al gedaan en uitgeprobeerd, ook de minder appetijtelijke, minder lovenswaardige en minder aan te bevelen diëten. En elke keer verval ik na verloop van tijd weer in de “fuck it all”-modus. Met ondanks alle intensieve afvalpogingen toch eeuwig uitblijvend resultaat sinds ik de veertig gepasseerd ben, is mijn motivatie zo groot als een van het zich delen nahijgende bacterie.

Ik ken mijn fouten en gebreken. Ik weet waar ik de mist in ga. Ik weet wat ik moet veranderen en hoe ik het zou moeten doen. Het enige probleem is: dat geheel langer volhouden dan zes weken. Want daar zit ‘m de kneep: hoe erg ik ook mijn best doe, na een goede maand krijg ik steeds weer nog steeds nul op ’t rekest.  Niks eraf. Ook geen centimeters. Na een week of zes is er dan eventueel, met een beetje geluk, iets te zien op de weegschaal. En die week of zes haal ik niet… ik haak steevast voor die tijd af en slip weer in de allesvernietigende f.i.a.-stand.

In mijn hoofd ben ik een slank mens. Sportief ook trouwens. Maar aan de buitenkant zie je daar allemaal dus geen bal van. Hoewel veel mensen zich niet voor kunnen stellen dat ik daadwerkelijk zoveel weeg als ik doe. Dat komt doordat ik groot ben en een – de onderkin even buiten beschouwing gelaten – redelijk ‘slank’ gezicht heb. Maar ik heb een duidelijk ongezond BMI… Nou kan dat BMI me gestolen worden want op zich ben ik een heel gezond mens: mijn bloedwaardes zijn prima, mijn hartslag ook. Ik beweeg best veel en sport ook regelmatig (spiertraining, fietsen (ja echt, ondanks alles doe ik dat) en minstens 1x per week loop ik zelfs hard op de loopband in de kelder. Alleen zie je van al die inspanning echt helemaal nulkommaniks. Ik ga al sinds twee jaar twee keer in de week naar de vibrogym (powerplate-fitness, spiertraining, googelt u zelf maar). Op het raam van de studio staat: “in 30 minuten naar uw droomfiguur” (in het duits dan hè). Nou, ik heb het nagerekend: in die krappe 6000 minuten die ik al op dat ding heb gestaan, is er nog geen lijntje of bochtje veranderd in dat figuur van mij. Nou ligt dat dus niet aan de powerplate (dat is een geweldige training, ik wil niet weten hoe ik er zonder die tweewekelijkse sessies uitgezien had) maar deste meer aan mijn eet- en drinkgewoontes, die ik er maar niet uit kan rammen.

Maar goed. Het moet. Ik wil zoooooooooooooooooooooooooo graag slank zijn, dat kunt u zich niet voorstellen. Zo graag. Ik wil me goed voelen over mezelf. Mezelf mooi vinden. En vooral ook: mezelf durven laten gaan… Dat durf ik dus nu niet. Omdat ik me regelrecht schaam voor mijzelf. Hoeveel mensen me ook zeggen dat ik prachtig ben, dat ik prima ben zoals ik ben, dat ik tevreden moet zijn met mijn uiterlijk: het werkt niet. Ik ben niet tevreden met mijzelf en dat merkt ieder ander ook. Dus moet ik er toch zelf wat aan doen.

En daarom heb ik honger. Mijn maag bromt, knort, gromt. Mijn hersens hebben zin aan een heerlijke Hugo met limoen en munt op het terras. Mijn mond watert bij ’t zien van een ijsje. Maar ik ga vanavond toch maar weer op de hardloopband staan… Ze zeggen dat het eerste wat je verliest met een dieet, je goede humeur is. Nou, dat kan ik bevestigen. Ik word al creatiever in het vloeken en het werkt ook duidelijk sarcasme- en cynisme-bevorderend.

Ik wil de plakken vet er daadwerkelijk wel eigenhandig vanaf snijden maar dat staat ook weer zo verhipte slordig en bloederig. Dus doen we het maar weer ‘the old way’: HMV en dubbel zoveel sporten. Tot ik er bij omval. In dat geval zult u me maar zo moeten nemen zoals ik ben. Dik. Dan val ik uiterlijk wanneer ik tussen zes planken lig, alsnog wel af.

Fietsen voor gevorderden

Daarnet moest ik Zoon ophalen van school. Hij heeft namelijk vandaag zijn fietsdiploma gehaald. Een kind van tien mag hier niet zomaar op straat fietsen: het moet daar een officieel fietsrijbewijs (een ambtelijk papiertje mét foto etc.) voor hebben. Heb je dat niet, mag je tot en met je twaalfde enkel onder begeleiding van een volwassene op de openbare weg fietsen.  En dat is – naast erg lastig voor de desbetreffende ouders – mega-uncool.

Nou moet ik bekennen dat ik hier in Oostenrijk geen fietsmens ben. In Nederland was ik dat wel: ik hou van fietsen op langgerekte, vlakke, brede fietspaden door de weilanden en langs de rivieren. Maar dat kleien tegen de berg op vind ik fietsronduit crimineel. Man is daarentegen een fietsfanaticus. Minstens drie keer per week zit hij op zijn supersonische racefiets of op zijn sooperdooper carbon-mountainbike en scheurt tientallen (honderden?) kilometers in de rondte. Per jaar zijn ’t er minstens anderhalf tot tweeduizend. Berg op, berg af. Er is niks mooiers volgens hem en daarom snapt hij er ook geen bal van dat IK dat nou net níet leuk vind. En dan is ‘niet leuk’ nog een understatement. Ik vind het oerstom (tegen een berg op lopen vind ik al niet echt geweldig, tegen een berg op fietsen is voor mijn het toppunt van onzinnigheid) en uiterst pijnlijk (geen zadel waar ik langer dan een half uur normaal op kan zitten zonder dat mijn zitbotten het uitschreeuwen). En de opmerking “oh maar dat went wel” kan ik ook al niet meer horen. Nee, het went niet!! Het blijft pijn doen en ik wil geen eelt op mijn zachte achterwerkvetlagen, om de geïrriteerde clitoris maar even buiten beschouwing te laten.  Ik had dan tot voor kort ook een perfect alibi om niet te fietsen: ik had geen geschikte fiets. Een oudhollandsche fiets met drie versnellingen is geen doen hier en de oude mountainbike van Man had Zoon inmiddels al. Dus: ik kon niet! Joepie!! Helaas. Man had afgelopen week bij de Aldi ineens een fiets in de aanbieding gekocht. Voor mij. Een Trekking Bike (m.a.w.: een normale, sportieve, redelijk lichte damesfiets met 24 versnellingen voor luttele tweehonderd eurootjes die we eigenlijk wel beter kunnen gebruiken op dit moment). Maar goed, nu kon ik dus ook fietsen. En oefenen met Zoon. Wel verdorie nog an toe.

Nou hebben wij de pech, zelf ook op een berg te wonen. Voor Oostenrijkse begrippen in ieder geval een heel behóórlijke heuvel. Eraf gaat prima, maar er tegenop is ronduit Scheiße. Het fietsparcours van de proef is echter beneden in ’t dorp. Daar staan dan op het moment suprême – naast een kunstmatig stopbord – een stuk of drie gebarende en grinnikende politieagenten om de kinderen te beoordelen op hun rijkunsten. En daar moesten wij dan dus ook heen met hem om te oefenen. Berg af, acht keer dat geijkte rondje kneuren (waar óók nog weer heuveltjes in zitten want hier is praktisch niks plat), een hoop geschreeuw en gevloek en dan weer de berg op. Driewerf bah. Maar ik moest wel: man had écht geen tijd en er moest toch geoefend worden. Niemand rijdt hier zonder helm (wat bergaf ook best zinvol is) dus ik in dit geval ook niet. Zwéten in dat ding joh! Uiterst kapselongunstig.

Tot mijn allergrootste vreugde is Zoon geslaagd vandaag. Smile van oor tot oor. Bij hem ook. En ik mocht hem natuurlijk weer op gaan halen. Met de fiets? Neuh. Man is niet thuis en ik heb toch een Oudi? Bovendien weet ik vanzelfsprekend héél goed hoe ik de achterbanken plat leg en een fiets erin moet proppen. Twee kinders op de voorste stoel (mag ook niet but so what) en ik kar heel gemoedelijk en blij de berg op. Wat een weelde. Ik ben voorlopig wel weer klaar met dat gefiets. Dit bergfietsen hier is fietsen voor gevorderden. Ik ben en blijf gewoon lekker een beginneling.

ah toe, lach ‘ns…

Nee.
Ik lach niet.
Niet standaard.
Niet op elke foto in ieder geval.

Elke keer wanneer ik mijn profielfoto op facebook verwissel, komen er opmerkingen over het feit dat ik niet (voldoende) lach. Voor mijn gevoel glimlach ik wel op de meeste foto’s maar blijkbaar niet zoveel dat mensen het herkennen. Ik kan mensen er dus niet van te overtuigen dat ik hieperdepiephoerahappy ben. Nou ben ik o.h.a. ook niet 24/7 himmelhochjauchzend glücklich; de meeste tijd ben ik gewoon neutraal. Alles OK, niet depressief, niet zielsgelukkig. Gewoon gewoon. Neutraal. En als ik mij neutraal voel, kijk ik ook neutraal. Alleen is het mijn pech dat mijn ‘neutrale’ blik mij er blijkbaar hoogst chagrijnig uit doet laten zien.

Ik heb nogal grote tanden (hoewel er bij de voortanden bijvoorbeeld al ca. 1,5 mm vanaf geslepen is door de tandarts, o.a. vanwege een ongevalletje met een wekker). En ik heb dik tien jaar lang een beugel gehad. Maar ook al weet ik dat ik nu prima tanden heb (door alle procedures redelijk recht, sterk en aardig wit, best mooi), in mijn hoofd zit nog steeds die drang om mijn mond dicht te houden, om de boel te bedekken. De foto’s waar ik dus daadwerkelijk breeduit lach, zijn erg schaars.

Lieve mensen, geloof mij. Ik ben best happy. Ik ben tevreden. Ik ben per definitie geen chagrijnig mens. Ik vind mijzelf enkel mooier/beter/interessanter/whatever met de mond dicht. Klappe zu. Daarmee zult u het dus moeten doen.
Maar ik ben de kwaaiste niet:  voor iedereen die mij elke keer opnieuw zo graag lachend zou willen zien, heb ik dus even een samenvatting van de ‘lachende Lou’ gemaakt.

Bij deze:

smile

En nu niet meer zeuren.
Ik kan het.
Ik kan lachen.
Ik doe het gewoon niet zo heel vaak.
Zo ben ik nu eenmaal.

stupid fate

My dearest dear, will you wait?dragon3
Our lives have just that single fate.
Even though we will never date.
Never caress and never mate.
The whole concept of us is innate.
My heart lies shattered on a plate.
Attraction of such craving weight.
Run to each other, aimed and straight.
Remembering that it’s not too late.
So tell me, tell me, will you wait?

.

.

.

(c) Lou

Standaard zondag

Gewoon een standaard zondag.
In Oostenrijk toevallig ook vaderdag, een week eerder dan in Nederland maar ze zijn hier sowieso standaard vroeger met alles. Van opstaan tot kinderen krijgen, van uitgaan tot vaderdag, alles is vroeger. De ochtendseks was dus ook vroeger want ik moest nog samen met de kinderen tafeldekken voor de heer des huizes. Wij doen niet aan ontbijt op bed, daar hebben wij een gruwelijke hekel aan.  Het zelfgebakken brood geurde, de standaard knutseldingen waren verstopt, het standaard bloemetje uit de tuin stond naast zijn bord (en staat nu voor mijn neus te verleppen).

Dochter leest haar gedichtje voor, zoon mompelt ook (een standaard) iets. StandaardZondag3Man pakt vol enthousiasme zijn gevilte sleutelring en zijn placemet uit, om zich vervolgens – zoals altijd – uitgehongerd op het ontbijt te storten. Vervolgens mag hij doen waar hij zin aan heeft en dat is standaard klussen. Ik lig op de loungeset en kijk toe. Eigenlijk wou ik gelijk na het ontbijt hardlopen maar ik geef het toe: ik ben te lui. Nu nog althans. Zoon drentelt om man heen, wil koste wat ’t kost helpen. Dochter plonst al lang en breed samen met buurjongetje in het zwembad. De tuinspots moeten gemonteerd worden en zoon mag helpen om de draadjes aan elkaar solderen. Man vloekt: zoon soldeert zijn wijsvinger een beetje mee. Man legt de gloeiend hete soldeerbout even op de grond voor verder gebruik en zoon, inmiddels in zwembroek op weg naar het zwembad, stapt er met het volle gewicht op. Hij stort meteen ter aarde, schreeuwt het uit. Man ziet niet wat er gebeurd is en maant hem tot minder meisjesachtig gegil, hij is toch enkel gestruikeld? Ik denk “oh shit, hij heeft op een bij of wesp getrapt” en snel toe. Dan zien we de schade: een perfecte, lijkwitte, opzwellende afdruk van de soldeerbout onder zijn voet. Ai. Ik sleur hem naar het zwembad – lang leve het zwembad – en de trap op alwaar hij bijna drie kwartier lang met zijn voet in het nog koude water zit. En hartverscheurend huilt..StandaardZondag2.

Ik maak hem uiteindelijk een voetenbad met koud water, haal zijn boek, wat te drinken, paracetamol enzovoort en draag hem op mijn rug naar de tuinstoel waar ik hem installeer. Man voelt zich duidelijk enorm lullig op zijn vaderdag. “Had ik dat ding nou niet daar neergelegd, had ik ‘m maar in de standaard gezet… stom stom stom…” je hoort het hem denken. Ondertussen belt de moeder van het vriendinnetje waar dochter gisteren de hele middag was: “Ja sorry, maar wij hebben allemaal luizen, dus check je dochter ook even?”
Aargh…

De buurvrouw had me gisteren al om luizenshampoo gevraagd voor haar jongens en zoon zelf had ook al bultjes en jeuk op zijn hoofd. Ik denk nog steeds dat het muggenbulten zijn maar voor de zekerheid heb ik zijn haar gisterochtend al gemillimeterd. Daar is geen luis of neet meer op te bekennen, ook al hadden ze er gezeten. Maar aan de luizenkammerij ontkomen we niet. Dochter stuur ik naar boven om haren te wassen, spray haar vervolgens in met antiklitspul (klinkt dat… ehm… interessant) en ga met de netenkam aan de gang. Dochter vindt ’t prima, die is gek op alles wat met haargepruts te maken heeft. Of het nou een netenkam is of vlechtjes. Haarfriemelen is altijd goed. Gossie, wat lijkt ze toch op haar moeder.

Ik installeer zoon, inmiddels met behandelde en verbonden voet, StandaardZondag1op de bank voor de TV met een bak cereals en ga een standaard driekwartier sporten in de kelder. Daarna haren wassen en mezelf glink onder handen nemen met diezelfde luizenkam. Geen luis te bekennen, ook geen neet (bij dochter trouwens ook niet, pfiewwww). Maar wel een kop vol megagladde, superstatische haren. Opluchting alom. Wij zijn vooralsnog luisvrij. Preventief verwissel ik toch nog snel het beddengoed en gooi de boel op 90°C in de wasmachine. Je weet maar nooit hè… gespuis…

Man gaat fietsen met de buurman. Mag-ie mooi doen op vaderdag. Ik gooi een kip in de oven en zet de frituurpan klaar. Kip met frieten, zijn standaard lievelingseten. De obligatoire groente zoek ik zelf uit, die is sowieso onbelangrijk. Zoon is inmiddels naar het zwembad gestrompeld en peddelt op een luchtbedje rondjes door het water. Dochter speelt met buurjongetje badminton. De rust is wedergekeerd. Ik neem een roséetje en typ een blog. Bij deze. Een standaard blog.

Wanna be good

Let me be good to you goedgenoeg
Sit in your easy chair
What you want
I’ll bring it there
Even good can be better
Here’s my love
on a silver platter
Take it all, and
Let me be good…

Een paar zinnetjes van een songtekst van Otis Redding.
Over iets wat mij continu bezig houdt.
Die innerlijke drang om gewoon ‘goed’ te zijn.
Het maakt dat ik heel vaak hoor: “zeg ook eens NEE?”
Dat ik heel goed ben in veel teveel willen.
Dat ik altijd bang ben dat ik dingen verkeerd zeg.
Dat ik dingen eruit flap die ik éigenlijk voor me had moeten houden.
Dat ik iets heel belangrijks vergeet.
Dat iets totaal verkeerd overkomt.
Dat ik niet genoeg aan iemand denk.
Dat ik niet tactvol genoeg ben.
Dat ik niet genoeg steun geef.
Dat ik niet voldoende waardeer, wat ik heb.
Dat ik niet aan bepaalde verwachtingen voldoe.

De onzekerheid groeit met de dag en wordt uiteindelijk een monster.

Goed genoeg zijn, ook al doe ik even helemaal niets.
Goed genoeg zijn, ook al verdien ik een berg kritiek.
Goed genoeg zijn, ook al ben ik tien (twintig?) kilo aangekomen.
Goed genoeg zijn, ook al weet ik niet altijd alles wat ik zou moeten weten.
Goed genoeg zijn, ook al heb ik me compleet lam gezopen.
Goed genoeg zijn, ook al heb ik werkelijk hartstikke ongelijk.
Goed genoeg zijn, ook al kom ik soms niet uit mijn woorden.
Goed genoeg zijn, ook al hoor je soms mijn gierende zenuwen.
Goed genoeg zijn, ook al wil ik mezelf soms compleet verdoven.
Goed genoeg zijn, ook al ben ik af en toe bezitterig en jaloers.
Goed genoeg zijn, ook zónder jou…

Alanis Morissette zong ’t ook al zoiets. Precies zoals ’t voelt.

But once you are good enough for others, you will finally be good enough for yourself as well…

Nou dat hopen we dan maar.

If only I could be good…

.

.

_________________________________________________
PS…
De eerste versie van dit blog schreef ik – volgens de revisielijst – al 227 dagen geleden. Zeventien revisies later had ik het nog steeds niet gepost. Nu, bij nummer 18, dan eindelijk wel. Maar het is dus  wel duidelijk dat dit een diepgaand blog is: dit zit heel diep in mij. En ik baal daar eigenlijk ontzettend van. Sabel me alsjeblieft niet meer omdat ik mijn eigen onzekerheid hier toon. Waarom zet ik het dan überhaupt online… geen idee. Of ja, toch wel. Out in the open = easier to tackle. Zichtbare monsters zijn makkelijker te bestrijden. En misschien biedt het ook wel een stukje herkenning voor anderen…

Warboel. Op naar het volgende blog…

jij

JijJij
ja, jij…
je zegt
“dichtbij”.
Toch zo
ver weg
van mij…

Jij,
ja, jij…
te druk.
Wijst mij.
En zo..
wij stuk?
…het zij.

Jij,
ja, jij…
te goed.
Voorbij.
Doch au!
Het bloedt
in mij…

Jij.
Ja. Jij.
Ga goed.
Wees blij.
Zo veilig.
Zo weg.
Van mij.

.

.

(c) Lou

toeval?

Het blijft maar in mijn hoofd spoken. Was het écht toeval? Of was dit nou intuïtie?
Is er toevallig tóch meer tussen hemel en aarde? Ik blijf het raar vinden.
Waarom? Waarom was ik wakker?

Wekenlange zondvloedachtige regen.
Vol vertrouwen in je nieuwe huis.
Terecht ook. Ons kan niks gebeuren.

Ik, degene die standaard slaapt als een marmot.
Ik, degene die gaat liggen en ‘weg’ is.
Tot het ochtendgloren. Ik ben een echte slaapexpert.

En toch. Deze nacht niet.
Zondagochtend in alle vroegte.
Om half vier wakker en niet meer kunnen slapen.
De eerste stroomstoring op het moment zelf merken.
Niet meer in slaap kunnen vallen, dan maar even naar de WC.
Het licht aan doen, absoluut uitzonderlijk.
Doe ik dus nooit ’s nachts. Maar het licht floepte uit.
En maakte de tweede stroomstoring gelijk merkbaar…

Dan gaat alles snel. De storing is dus niet meer enkel buiten maar nu in de kelder.
In het pikkedonker horen we de waterval, het water dat naar binnen klettert en in het stopcontact spettert. De oorzaak van de tweede storing. Dynamozaklamp zoeken en de watergeklater beter bekijken. En dan: Hooooozen!!! En de brandweer bellen. Eén keer kelder en afvoerschacht leegpompen alstublieft!!

De brandweer was er daadwerkelijk binnen vijf minuten, ook dat was een mazzel van jewelste. Vijf minuten later en ze waren ze allemaal op weg naar huis geweest, net terug van de laatste ‘klus’ en klaar met hun dienst. Een uurtje of twee later ontdekt en onze hele kelder had blank gestaan. Met enorme schade.

Waarom kon ik, opperslaapster, deze nacht niet slapen? Vanwaar die onrust? En dat zweten?
Waarom deed ik in vredesnaam deze nacht het licht aan in de WC? So not me…
Waarom moest ik überhaupt naar het toilet? Dat moet ik echt praktisch nooit ’s nachts…
Waarom merkte ik zowel die eerste als ook de tweede stroomstoring (een uur later) vrijwel meteen?
Waarom stond het water in de kelder precies tot de drempel, daar waar we ons laminaat, de tapijten en de meubels nog nét konden redden?
Waarom stond de brandweer naast hun wagen bij de centrale, net terug van de vorige klus en op punt om naar huis te gaan?
Zesvoudig toeval? Of toch niet…
Misschien kwam ’t wakker zijn ook wel gewoon door mijn naderende menopauze… is dat tenminste nog ergens goed voor.
Om half zeven ’s ochtends was alles alweer onder controle.
Bij ons wel…

Bij tigduizenden anderen mensen hier in Oostenrijk en in Zuid-Duitsland niet. Bij hen kwamen de rivieren naar binnen rollen.
Een paar kilometer verderop gaat alles ten onder in de watermassa’s.
Wat een ellende, verdriet, gemis.
Wat een oerkracht.

Mijn hart gaat uit naar al die mensen, landgenoten, waarvan de existentie door het water ineens is weggevaagd. Die mensen, die de nietsontziende kracht van het water letterlijk aan den lijve ondervinden. Met ons hier gaat het prima, hier op onze bult. Dat beetje wateroverlast wat wij hadden, is al bijna vergeten. Jullie, een paar kilometer van ons vandaan, moeten afzien…  Het water trekt zich inmiddels langzaamaan terug. Nu komt het opruimen. Afgezien van geld overmaken (al lang gedaan) kan ik niks doen. Maar als ik wat zou kunnen doen, zou ik het meteen doen…

.

.

Viel Kraft und Mut Euch allen. Halte durch…
Hochwasser

Weten

Ergens heb ik het weer.
Dat onbestemde gevoel.
Ik heb’ t vaker. Te vaak…
De sensatie dat ik mensen verlies.
Uit het oog. Niet uit mijn hart…
Te weinig contact.
Te veel ander leven. Real life?
Zij zijn mijn real life… maar
toch ongewild meer op de achtergrond.
Ik wil ze weer vooraan…
Op de voorgrond.
Maar daarheen trekken kan ik ze niet.
Duwen schiet ook al niet op…

Alledaagse stress en zorgen.
Eindeschooljaarsperikelen.
Een baby die heel binnenkort gaat komen.
Werkpieken en energiedalen.
Een abrupt beeindigde liefde.
Een kanonskogelrace…
Kapotte huwelijken en nieuwe huizen.
Erin hakkende ziekte en pijn.
Jouw tijd. Mijn gebrek aan.
Levens die langzaam uiteen drijven.

Ik wil zo graag anders…
Ik wil dat nét iets vroeger weer terug.
Dat gevoel zonder woorden.
Die woorden met gevoel.
De diepe maar heerlijk losse gesprekken.
En de liefdevolle stiltes…

Ik wil enkel dat jullie het weten.
Nog net zoveel in mijn hart als voorheen.
Ik weet dat jullie dat weten.
Nou ik nog…