Alles over alles

Alles-kaplakat Ontbijt is nu, om kwart over elf, dan toch op. Lekker laat en vooral lekker lang dit keer. Want vandaag is het een feestdag: het feest van “Fronleichnam”. Geen idee wat dat in het Nederlands is, mijn moeder had ’t over Sakramentsdag. Het is het feest van de herdenking van wederopstanding van Christus door de apostelen die op de 2e donderdag na Pinksteren zijn hernieuwde aanwezigheid middels brood en wijn – zoals Jezus bij het laatste avondmaal had gezegd – celebreerden.  Of zoiets. Kan zijn dat het niet helemaal klopt, maar dit heb ik ervan begrepen en dat is al heel wat voor een ongelovig Tomaatientje als ik. Er zijn sowieso niet veel mensen die weten wat ze nou precies vieren vandaag. Wij vierden het in ieder geval alvast met brood, de wijn komt vanavond wel (een champagneontbijt werd me toch iets te gortig).

Na ons Fronleichnamsontbijt stort zoon zich vol goede moed op z’n huiswerk: het verbeteren van zijn proefwerkopstel voor Duits. Koschka, onze kat, springt op tafel en er ook gelijk weer vanaf om zich vervolgens in één van zoons gebouwde kapla-blokkentorens te nestelen. Zoon springt – vanzelfsprekend – ook meteen op en vraagt me of ik zijn T*** Towers nu eindelijk al eens heb gezien. Eh, nee nog niet. Maar dat maak ik nu goed. Zoons voornaam begint met een T en hij heeft op beide torens een grote T gebouwd. Man noemde ze daarom gisteren al de Twin Towers en zoon doopte ze vervolgens om tot T*** Towers. Hij heeft in beide torens een kussen ingebouwd zodat de katten er kunnen slapen. En dat doen ze dus ook enthousiast.

“Mam, waarom noemde papa ze de “Twin Towers”? Wat zijn die twin towers ook alweer?”
Ik leg hem uit wat de twin towers waren en ons gesprek ontwikkelt zich.
“Goh, dan zijn dit dus helemaal niet de enige T-Towers ter wereld!” Jawel… want die andere T-Towers zijn er niet meer…
Waarom niet?
Omdat terroristen ze kapot gemaakt hebben. Ze hebben vliegtuigen gekaapt en zijn met die vliegtuigen in die torens gevlogen. Daarna stortten ze allebei in en zijn er wel 3000 mensen om het leven gekomen…  [overigens hebben we het hier al wel eens eerder over gehad, temeer omdat dochter ook op 11 september geboren is (vier jaar later), maar hij wist het blijkbaar niet meer. Ook heeft hij al wel eens eerder beelden ervan gezien…]
Wat zijn terroristen?
Dat zijn mensen met een bepaalde extreme politieke of religieuze overtuiging die mensen, die niet geloven of doen zoals zij dat goed vinden, als ‘slecht’ en vijandig zien. Ze willen door zulke verschrikkelijke acties die mensen dwingen, anders te geloven of te doen. Door zoveel mogelijk mensen te treffen willen ze zoveel mogelijk aandacht wekken voor hun overtuiging en voor de veranderingen die zij willen. Meestal zijn die veranderingen vanuit een bepaalde sterke geloofsovertuiging. [Ik moest snel denken hè, mijn uitleg mag er wat naast liggen maar dit was mijn manier om het hem op dat moment uit te leggen]
Ze doen dat dus voor hun god?
Dat is vaak wel een reden ja, niet zozeer voor een god maar wel in hun overtuiging dat dat wat zij doen of geloven het beste en enig ware is en dat mensen die dat niet geloven, overtuigd moeten worden, desnoods met angst en dood…
Dat is dom. Als mensen er zulke dingen door gaan doen, is geloven in een god gewoon dom.
Nee, lieverd, dat is het niet. Dat moet iedereen voor zich bepalen. Geloven in God of in ‘een god’ of in andere hogere machten en krachten is ieders goed recht en ieders eigen gevoel. Alleen moet men anderen niet met geweld proberen te overtuigen, dat te geloven wat men denkt dat het enig juiste is… Ik heb ook het recht om niet te geloven. En jij mag geloven wat jij wilt. Als jij ervan overtuigd bent dat er een god is, dan is dat prima. Maar dat moet jij voor jou zelf ontdekken. Dat kan ik niet voor je doen…
Okee... maar dan zijn die terroristen in dat vliegtuig dus ook dood gegaan?
Ja. Maar dat was voor henzelf helemaal niet erg want zij geloofden dat ze daarna op een veel betere plek, zoiets als een hemel, zouden komen. Of dat ze na dit leven nog andere levens hebben. Dus dit leven was voor hen redelijk onbelangrijk, daarna zou alles sowieso beter en nieuw worden en zouden ze door hun god beloond worden voor hun daden. Kijk. IK geloof dat niet. Ik geloof dat dit HET leven is voor mij, dat ik hieruit moet halen wat ik kan en dat ik zoveel goed moet doen en zijn voor anderen als ik kan. Ik wéét gewoon niet of er hierna nog iets anders komt. Ik denk het zelf niet maar mocht het zo zijn, dan ben ik heel blij verrast als het zover is. Zo niet, heb ik in ieder geval zo veel en zo goed geleefd als ik kon. Hier. En nu. NU leuke dingen doen, NU leren voor straks als je groot bent zodat je jezelf en je familie kunt onderhouden, NU zinvolle beslissingen nemen, NU lol hebben. Niet morgen. NU.
Okee, dan kap ik NU met huiswerk en ga even met de ipod, dat mag wel hé?
Ehh… nou, eh… nee… Want NU leren is ook heel belangrijk zoals ik zei. Het leven bestaat ook weer niet alléén maar uit spelletjes en lang-leve-de-lol, dat weet jij ook.
Ja, dat weet ik. Maar ik heb ’t vet fout opgeschreven en m’n inktwisser is leeg. Kun je een nieuwe halen?
Zo meteen. Ik moet nog wat schrijven. Dan haal ik er eentje voor je, boven (ik heb die dingen op voorraad hè).
Maar goed, dan moet ik nog wel een keer bungeejumpen. Vanaf de Grand Canyon. Want dat hoort bij mijn leven NU.
Euh… *even met mond vol tanden staat* ja tuurlijk. Maar vandaag niet. En je springt niet vanaf de Grand Canyon maar IN de Grand Canyon. En bungeejumpen daar is sowieso niet verstandig want dan kletter je tegen de zijwand. Tenzij je vanaf een brug óver de Grand Canyon springt. Maar er is geen brug want daarvoor is de Grand Canyon veel en veel te breed. Dan kun je beter gaan paragliden, dan zie je meer en vlieg je langer.
Euh, ik dacht dat de Grand Canyon een berg was…
Vanaf een berg kun je sowieso niet bungeejumpen schat. Maar nee dus, het is een hele diepe kloof in Amerika. Vroeger was daar een rivier (die heet de Colorado) en die heeft het landschap helemaal naar beneden uitgesleten. [Ik laat ‘m even wat plaatjes zien]
Jeetje. Hoe zijn die bergen eigenlijk ontstaan dan?
Door aardverschuivingen in de oertijd. En nog steeds verschuiven er delen van de aarde en verandert het landschap heel langzaam…
Oh ja. Dat weet ik allemaal al lang. Oerknal, kaboeffff, Pangea, dinosauriers, meteoriet, enzovoort.
[blij dat hij dat allemaal al weet, hoeven we dat niet meer door te kauwen vandaag]
Heb je nou al gezien hoe Koschka in m’n T-Tower ligt??
Jaja, ik heb ’t gezien. We hebben een echte kaplakat.
Ik maak tot zijn grote tevredenheid even wat foto’s van de bouwwerken inclusief kat.
Fijn mam, dat we het nu even over alles hebben gehad. Mag ik nog eens zien hoe die vliegtuigen in die torens vlogen?
Oh jee… dat had ik al een beetje gevreesd. Ik kan die filmpjes dus niet kijken zonder te huilen. Maar goed, ik offer mijzelf op, het is ook belangrijk dat hij weet wat er gebeurd is en wat 11 september 2001 betekent. Ik vind een herdenkingsfilmpje. Enya zingt “Only time” op de achtergrond. We kijken samen naar de vliegtuigen, de explosies, het instorten van de torens en de enorme ravage erna. Zoon mompelt wel acht keer “Grausam… grausam…” En ja hoor, daar lopen ze. Over mijn wangen…
Alles-KoffiemetpilMam? Huil je??
Ja lieverd… ik kan dit simpelweg niet kijken zonder tranen in mijn ogen, sorry.
Oh dat geeft niet. Zal ik dan maar een kopje koffie voor je maken?

Ik loop even naar boven, op zoek naar de essentie van de hedendaagse levenslessen: een inktwisser. Zoon zet een kop koffie voor me neer. “Mét een stukje chocolade en een happy-pil”, zegt-ie grijnzend. Die happy-pil is een druivensuikerdragée. Wat een lekker jong is het toch ook. Hij wil de koffie proeven en dat mag van mij. Hij is uiteindelijk al tien hè. Na voorzichtig aan de koffie genipt te hebben, scheurt hij naar de wasbak om het uit te spugen en zijn mond te spoelen. Duidelijk genoeg 🙂

Ik heb op mijn computer nog een tab open staan over een boek en een video met de titel “Alles over niets”.  Ik wil het bestellen.
Nondualiteit, een prachtig iets.
Maar vandaag was het niet niets.
Het was alles.
Met mijn alles over alles praten.
Het heeft wel wat op zo’n dag…

Golden Earrings

earring-collageYep. Meervoud.

Ik heb deze week duidelijk een “terugvindweek”. Eerst mijn beestachtige rubbertriootje (zie vorig blog). En nu… Gistermiddag was ik boven op zolder in een doos (van de zolder van pap en mam naar berging in München (adres 1, 2, en 3) naar de zolder van schoonmoeders naar onze zolder, wat een hoop zolders…) aan ’t graven en stuitte mijn pink op een klein hardkartonnen doosje. Het zal toch niet waar wezen hè… ik vroeg me al tijden af waar ze ooit gebleven waren. Mijn eigen erfstukken. Mijn hoofdherinneringen aan vroegere prachttijden, mijnearring-meloentjesoorversiersels waar stamhoofden in Afrika jaloers op zouden moeten zijn.

En ineens waren ze er weer. Mijn slangen. Mijn meloenen. Mijn gitaartjes. Mijn gouden mega-ringen.
Mijn statussymbolen. Hoe groter hoe beter. Wat een lading onartistieke blingbling en metaalwaaiers had ik in de oren… Een vereiste was wel dat de oorlelversiersels ‘licht’ waren want ik had (heb) nogal gevoelige oren. En ik wilde absoluut geen hanglellen, dus geen zwaar geschut aan mijn hoofd.

Die slangen waren (en zijn) opperspeciaal. Die hebben mij in vele interessante situaties begeleid. Mijn nichtje zou ze zich theoretisearrings-snakesch ook moeten kunnen herinneren want mijn slangen waren erbij toen we op de Groningse indoor-kermis zesenveertig keer in ’t karretje van de ‘spin’ mochten blijven zitten. Procedure: Eerst heftig flirten met de kermis-boy en een attractiebakje spotten wat niet meer vanzelf ontgrendelt. Ieder drie muntjes kopen, zorgen dat je in dat bakkie komt te zitten en na drie keer heel lief vragen of je pllleeeassse nog ééééén keertje mag? En bij de vijfde keer dan heel wanhopig gebaren dat je er niet meer uit kunt. BINGO!! Meneer vond ’t klaarblijkelijk leuk en liet ons lekker zitten. Tot 46 keer toe. Daarna ben ik nooit meer in de spin geweesearring-gitaartjest. Niet met mijn oorslangen althans 🙂 Maar ik heb ze werkelijk heel erg veel in gehad tijdens mijn middelbare schooltijd. Menig jongenstong kwam er ook wanhopig mee in de knoop 😛 Maar mijn oppertrots waren toch wel de gitaartjes. Ik vond ze geweldig. En nog steeds… Alleen voel ik me nu raar genoeg  toch een beetje te oud om met deze dingen in de oren rond te gaan lopen. Al zou ik het gewoon moeten doen. Lak aan leeftijd. Ik ga mijn gitaarkunsten ook maar weer eens oppakken geloof ik.

Toch leuk dat een mens zoveel herinneringen op kan rakelen door een simpel kartonnen bakje met ouwe oorbellen… (god ik word echt oud :-S).

Rubber triootje

Met zo’n titel willen de pageviews vast wel komen. Maar daar gaat ’t natuurlijk niet om. Het gaat hier om nostalgie. Om jeugdsentiment. Ja, alweer. God ik word oud… Ach, gelukkig wel.Rubbertrio

Mijn ouders brachten laatst wat kisten en zakken met oud speelgoed van mij mee. Playmobil (inclusief prinses en indianentent), mijn oude legotrein, nog meer legospul en wat andere pruttel. Het staat nu alweer een tijdje boven op de overloop, ik wil het allemaal nog bekijken en uitsorteren. De trein evt. ‘renoveren’ (kapotte delen en wielrubbertjes bij Lego nabestellen). Gisteren hebben de kinderen er al in zitten graven. Logisch, als je bakken vol playmobil en lego op de gang laat staan, dan trekt dat. Vanochtend stommelde ik op zijn zondags naar de WC en ineens lag daar mijn rubberpaard (een schimmel, dat ook nog) op de grond. Ik keek stomverbaasd naar het ding en toen in de bak ernaast. Euforie.

Mijn rubbergiraf EN mijn rubberezel (hé, “rubberezel” bestaat blijkbaar in de Nederlandse thesaurus, de spellingscontrole accepteert het. Rubbergiraffen bestaan duidelijk minder, gezien het rode golflijntje) liggen er ook in. Mijn buigbare benenknoopbeesten!! Wat heb ik daar als klein kind veel mee gespeeld. Ik moet toegeven, ze zien er redelijk anorexia-achtig uit, maar het ijzerdraad was toen eenmaal niet dikker. En nu nog steeds niet trouwens. Dát was nog eens rubber van kwaliteit. Vol met die heerlijke ouderwetse, geweldig werkende weekmakers want het rubber is nu, dik 35 jaar later, minstens net zo buigzaam als toen. En mijn beessies ruiken ook zelfs nog precies zo rubberachtig! Ietwat minder nostalgisch daarentegen: de kauw- en sabbelsporen van toen zijn nog steeds zichtbaar…

Paard heeft zijn make-up nog steeds op: een prachtig groen pseudocirkeltje boven zijn linker wenkbrauw. Zelfgetekend. Ezel heeft wat extra zwarte strepen op hals en kop. Giraf mist al zijn giraffenvlekken. Die waren blijkbaar té lekker… Ik moet de hoeven ook duidelijk eens bijwerken. Dat deed ik toen al vol overgave: de boel mooi nakleuren met pa’s dikke eddingstift. Om dat er dan vervolgens weer lekker uitgebreid af te sabbelen. Het smaakte zo… zo… zo lekker naar eddingstift met rubber. Misschien is mijn huidige migraine wel een erfenis van mijn kinky hoefsabbelarij, who knows… Interesseert me ook niet, ik leef nog. En hoe. Mijn rubber triootje is weer present. Hoewel ik niet eens meer wist dat ik ze ooit had, heb ik ze echt gemist.

Ik ga spelen.

Applaus

Is mijn hand tot
een vuist gebald,
open jij mijn vingers en
legt je hand in mijn.
Je fluistert zinnen
zo goed doordacht
door al het lawaai heen
alsof ze een kompas zijn.

Applaus voor
al jouw woorden
zo waar en zacht.
Mijn hart opent zich
op het moment
dat jij lacht.

Is mijn aarde eens
een harde platte schijf
maak jij haar toch
weer heel en  rond.
Voert mij op
jouw tedere wijze
de verziendheid
uit jouw mond.

Applaus voor
jouw manier
die mij doet leven.
Ik wens zo zeer
dat je dit altijd
zult blijven geven…

Wil ik weer eens
met mijn harde hoofd
dwars door de muur,
druk jij mij een helm
en een hamer in de hand.

In jou brandt vuur…
.

.

.

Gebaseerd op de songtekst van “Applaus, applaus” van Sportfreunde Stiller.
.
prachtige song. Vind ik dan.

moved on

Nou kan ik hier wel een beetje therapeutisch gaan zitten rijmelen, maar het gevoel blijft.
Dat gevoel van “waar is het in vredesnaam heen gegaan…”
En van “waar is het, waar ben jij nou zomaar ineens gebleven…”

Nieuwe levens.
Nieuwe mensen.
Nieuwe doelen.
Nieuwe kansen.
Nieuwe contacten.
Nieuwe liefde.

Nieuw is mooi.

Het jammere is, dat het oude daarmee zo snel achteloos weggegooid wordt…
En ik voel me soms een beetje dat ‘oude’. Dat ligt aan mij, hoor. Ik ben zelf net zo blij met het nieuwe. Blij dat de dingen doorgaan. Beter en goed worden. Meestal. Maar soms is er dat verlangen. Terug naar dat wat eigenlijk nog maar zo’n klein poosje geleden was. Een nonchalante arm om je heen. In woorden dollen. Een gestolen virtuele zoen. Goed voelend contact.

Mensen komen en gaan.
Slechts een harde kern blijft langer bij je.
En die soms zelfs heel lang.
Zulke mensen koester je.
Aan de rest denk je op onverwachte momenten terug.
Momenten als deze.
En je denkt: “god ja, wat was dat mooi.”

We’ve moved on.

And we is you…

.

.

.

.

photo credit:
http://www.flickr.com/photos/geoftheref
(via http://photopin.com)

wat. water. verwaterd.

Wat is er nog oververwaterd
van ons spiegelbeeld in
het water

Ik prik er met een
vinger in en zie mijzelf
wat alleen

Wat is er nog over
van de empathie die ooit
zo gloeide

Jij koos een nieuw
middelpunt in ’t leven en
ging heen

Wat werd water.
Dat met vrolijk geklater.
Verwaterde.

En het werd later.

.

.

(c) Lou

alfabetvragerij

Met dank aan Nanda ga ik nu iets doen wat ik (voor zover ik me kan herinneren) nog nooit eerder gedaan heb op m’n blog: een vragenlijst invullen. Over mezelf. Dat interesseert natuurlijk geen kip. En geen hond. En de hond wederom geen moer. Maar ach, leuk om te doen is het wel. Over jezelf nadenken en dingen weer in de herinnering roepen (zeg je dat in het Nederlands? Of maak ik mij nu weer schuldig aan een germanisme?).
Nou ja. Bij deze:
Lou from A to Z.

Age: Constructiebegin: ergens begin februari 1971, afwerking: ca. 9 maand later. Maakt mij 41,5 jaar en een paar weken oud at this very moment.

Best friend: Poeh. Moet ik nu namen noemen? Ik ben gezegend met meerdere heeeeeeeeeeeeeeeeeeel goeie en gewaardeerde vrienden en vriendinnen. Die me allemaal net dát stukje speciale liefde geven dat ik van diegene nodig heb en wat ik uit alle macht probeer te beantwoorden. Stuk voor stuk op hun eigen manier überbelangrijk voor mij. Dus namen noemen heeft geen zin.

Chore you hate: Bij uitstek: strijken. Extreem stom werk. Doe ik dan ook hooguit eens in de anderhalve maand, als man echt geen overhemd meer heeft om aan te trekken (En nee, hij strijkt niet. Hij trekt dan nog liever een vuil t-shirt aan naar zijn werk). Voor de rest: kreukels zijn best mooi. En mijn kleren zitten standaard zó strak dat als ik ze aantrek, strijken echt niet meer nodig is.

Dreamhouse: Eigenlijk woon ik daar al in… Het is precies de juiste grootte, knus maar met een ruim gevoel, eigen ontwerp en bouw, met een behoorlijke tuin, leuke buren en een mooi uitzicht. Het staat exact daar waar ik vaak het gevoel heb, dat de wereld nog een beetje in orde is.  De kinderen kunnen vrijelijk buiten spelen. Er zit precies voldoende comfort in dit huis. Een penthouse met terras, gelegen in een park in een grote stad vind ik ook wel wat hebben hebben hoor. Maar daar heb ik al tien jaar in gewoond. Dit huis is dus nóg beter. Het enige nadeel: het is zo’n klere-eind van Nederland vandaan…

Essential start of your day: De wekkerS. Anders start mijn dag pas een halve dag later. En dan… is er koffie…

Favorite colour: Groen. En dan vooral stoplichtengroen. En mosgroen (hebben we op de woonkamermuur). En warmrood (hebben we ook in de woonkamer). Qua kleding: zwart (hoe kan het anders hè, met mijn figuur…)

Gold or Silver: Gold. It really is all gold that glitters. And some other stuff too, but that doesn’t count.

Height: 177cm (blij dat ze Width niet vragen…)

Instruments I play: Gitaar (kon ik ooit redelijk goed, heb ik volledig laten verslonzen maar vind ’t nog wel steeds leuk) en drums (maar ik oefen te weinig…). Daarnaast kan ik blokfluit spelen en tweehandig Für Elise op de piano ook. Maar dat dan puur op gehoor. Noten lezen is nooit een sterke kant van mij geweest :-S

Job Title (most recent): Chefke. Boss van eigen toko. Een heul kleine toko, dat wel. En ‘huisslaaf’.

Kids: Een redelijk dochterachtige zoon van momenteel 10 en een zoonachtige dochter van 7.

Life is incomplete without: tja. Ik kan nu natuurlijk wel van alles roepen: mijn kinderen, mijn man, mijn familie, koffie… Maar mijn leven zou zonder mijzelf pas écht incompleet zijn… (oh en ja, life without laptop is ook ondenkbaar 😛 )

Music that you always listen to: Met stip op nummer één:  P!NK. Daarna volgen: Bon Jovi, Alanis Morissette, MUSE, Bruno Mars, Lana del Rey, Lily Allen, Genesis, HIM, Anastacia, Falco, Christina Perry, De Dijk, Bruce Springsteen, Prince, Lenny Kravitz, Dido, euhhh… need I go on? Heavy mainstream gedoe dus.

Nickname: Lou 😀 .
M’n duitse kliek: Luzie.
M’n mams en 1 vriendin: Loezie.
M’n mams alleen: Mien tuddeke.
M’n man: Loesje (en dat “-je” is soms best sarcastisch bedoeld)
Online fora: Lois (ja, die van Lane).
M’n kinderen: MAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAMAAAAAAAAAAAAAAA!!!
En verder: Hey Du da!

Overnight hospital stays: ergens in de 90-er jaren: een kruisbandplastiekoperatie (nieuwe kniekruisband, gevormd uit mijn patellapees, vastgezet met botpluggen). En als kind van een jaar of 3 (?) heb ik ooit eens een punaise opgevroten en is mijn mam met mij naar ’t ziekenhuis gerend, alwaar ik één of andere ontbijtkoek moest eten waarmee de punaise uiteindelijk de volgende dag weer naar buiten werd getransporteerd en mijn moeder deze in een zakje meekreeg. Voor hergebruik enzo. Verder zou ik het niet weten.
[EDIT: ja ja ik weet er nog eentje!! Bij de geboortes van de kinderen heb ik ook in het ziekenhuis gelogeerd. Dat was (en is) standaard in Duitsland. Ik was dus niet ziek, ik moest gewoon een kind op de wereld zetten.]

Phobias or fears: Ik ben als de dood voor bang zijn…

Quote of a movie: Uit Trainspotting: “Choose life. Choose a job. Choose a career. Choose a family. Choose a fucking big television, Choose washing machines, cars, compact disc players, and electrical tin can openers. Choose good health, low cholesterol and dental insurance. Choose fixed-interest mortgage repayments. Choose a starter home. Choose your friends. Choose leisure wear and matching luggage. Choose a three piece suit on hire purchase in a range of fucking fabrics. Choose DIY and wondering who the fuck you are on a Sunday morning. Choose sitting on that couch watching mind-numbing spirit-crushing game shows, stuffing fucking junk food into your mouth. Choose rotting away at the end of it all, pissing your last in a miserable home, nothing more than an embarrassment to the selfish, fucked-up brats you have spawned to replace yourself. Choose your future. Choose life . . . But why would I want to do a thing like that? I chose not to choose life: I chose something else. And the reasons? There are no reasons. Who needs reasons when you’ve got heroin?
Ik oefen nog steeds wekelijks om deze quote uit mijn hoofd te kunnen opdreunen. Dagelijks heb ik opgegeven.

Reason to smile: Life. (Reason to cry: Life too).

Siblings: My one and only, lovely, beautiful big sister.

Time you wake up:  Doordeweeks: Te laat. Ondanks lichtwekker (werkt voor geen meter in de zomer) en een extra radiowekker (die man aan zijn kant uit mag meppen). In het weekend: Te vroeg. Voor half 10 uit m’n nest komen is dan eigenlijk een no-go. But shit happens. Letterlijk…

Very important date this year: Morgen. Morgen is altijd het allerbelangrijkst dit jaar. Elke dag opnieuw.

Worst habit: Onzekerheid. Gék word ik er van. Altijd denken dat je het niet goed doet, niet goed genoeg bent, mensen je achter je rug om uitlachen om je naïviteit. Dingen niet durven omdat ik al bij voorbaat denk dat ik de mist in ga. Stiekem toch piekeren over wat mensen wel niet denken. Het zou me scheißegal moeten wezen, maar dat is het niet. Of toch? Hmmm… Oh eigenlijk is dit geen gewoonte maar een karaktertrek. Sjee, doe ik het alweer fout… *nagels bijt*

X-rays you’ve done: Een stuk of 5-6 MRI-scans van m’n rechterknie (valt dat onder X-ray?). Een hele zwik baby-in-de-buik-echo’s, nog een zwikje gyneacologische en tandheelkundige echo’s en röntgenfoto’s. En een mammografie alias borstenpletsessie.

Yummie food you make: Schnitzel, Kip-in-het-pannetje, lasagne, pannenkoeken… eigenlijk alles. Ik ben gék op koken. En eten.

Zoo animal: Olifant. Op de één of andere manier voel ik me daar thuis…

Wel. Genoeg over mij. Nu weet u weer een beetje meer. En toch nog steeds niks 🙂

En wat doe je dan

…als je met jezelf én anderen overhoop ligt?
Juist. Je gaat op stap. Aan de wandel. ’t Bos in.
Heel even weer merken dat de wereld hier en daar toch best nog wel in orde is.
Ik heb het gemerkt.
Dan weet ik weer, waarom ik hier woon…

OKwereld_5

OKwereld_4

OKwereld_3

OKwereld_2

OKwereld_1

Daarom.

hard

Medeleven.
Empathie.
Gevoel.
Betrokkenheid.
Je mag het blijkbaar niet meer hebben of voelen. Nou ja, je mag niet meer laten BLIJKEN dat je het hebt of voelt. Hou het alsjeblieft stil voor je want anders ben je namelijk gelijk een emoporno-verheerlijkende hoer. Compleet met ramptoeristische bek. Okee dan…

Ik kan mensen met een duidelijke mening over het algemeen juist heel erg waarderen, ook al strookt die mening niet met de mijne. Ik ben ook niet degene die gelijk in de overtuigingsmodus springt. Dus jij denkt zo? Prima. Fijn doen. Maar laat mij dan ook mijn mening hebben. En vooral: mijn gevoel. Ja, IK voel wél medeleven en betrokkenheid. Ik heb twee kinderen in ongeveer dezelfde leeftijd als Ruben en Julian. Als ik mij voorstel dat mijn (hypothetische) ex-man ze zo mee zou nemen en vermoorden, ja dan stort mijn wereld in elkaar. Misschien is het anders als je geen kinderen hebt. Of geen gevoel meer voor je medemens, dat kan natuurlijk ook.

Maar als ik mijn steun wil betuigen aan de moeder van die jongetjes, haar kracht toewens (ook al zal ze dat nooit lezen), een virtueel kaarsje uit respect deel en er blijk van geef dat dit soort zaken mij door merg en been gaan, ja, dat ik er zelfs heel erg verdrietig van word en het onvoorstelbaar vind, wens ik niet uitgemaakt te worden voor iets als een emoporno-verheerlijkende hoer. In dit geval voelde ik mij dus daadwerkelijk aangesproken.

MIJN gevoel was (en is) oprecht. Dat een ander dat niet voelt, is heel fijn voor diegene. Prettig, als je niet mee hoeft te leven met mensen die een cirkeltje verderop staan. Maar veroordeel mij er niet om dat ik nog enige empathie in m’n lijf heb?? Ook ik kijk regelmatig naar het ‘grotere plaatje’ (wat dat dan ook moge zijn, een klotewereld bij tijden, in ieder geval). Maar het zijn de individuele gevallen zoals deze die me het hardst treffen. En velen met mij. Als die empathie, ook de empathie voor de niet directe naasten en familie, dan op zo’n manier de grond in geboord wordt, krijg ik het koud. Dan kun je ‘oprecht’ (Ja, alweer oprecht. Mooi woord.) van verharding spreken.

En dát vind IK nou weer zum Kotzen…

niets

Zoon heeft zijn dagelijks middageten-vragen-en-feitenuurtje.
Wat heeft tweeënveertig ogen maar kan niet denken? Een dobbelsteen.
Duhh.
Een dobbelsteen heeft helemaal geen tweeënveertig ogen.
Oh ja.
Nou goed dan, dan zijn het twee dobbelstenen.
Dochter werpt er even wat tussen: Wat heeft honderdmiljardduizend ogen maar kan niet denken?
Zoon ratelt verder.
De lucht heeft helemaal geen ogen!
En áls de lucht ogen had, waren het er veel meer dan dat!!
En honderdmiljardduizend is sowieso geen getal.
Mam, wist je dat er een chinees meisje is, dat tegelijkertijd met de ene hand engels en met de andere chinees kan schrijven?
En er is iets dat wij niet meer kunnen maar wat de oermensen nog wel konden. Weet je wat?
Nee…
Slikken en ademen tegelijk!!! Háh!
Oh mam, wat is eigenlijk ‘het niets’?
En hoe groot is het universum?
Waarom wordt het nog steeds groter?
Wat is er dan daar, waarheen het zich uitbreidt? Is dat weer ‘het niets’?
Kun je je echt in laten vriezen zonder dat je cellen afsterven? Want als dat kan, kun je je in een ruimteschip in laten vriezen en duizenden lichtjaren ver reizen.
Mama ik ga me nu even aan jou vastlijmen.
Ik lust dit  (opgewarmde ovenschotel met gehakt, wortel en aardappelen) niet. Eergisteren nog wel, maar toen zat die smurrie er nog niet tussen. Welles. Nietes. Nou dan wel, maar dan nog lust ik het nu niet meer.
Mag ik vandaag de slakken in de sla doorknippen?
Nee.
Waarom niet?
Daarom niet.
Oh.

Hij eet. Met hernieuwde tegenzin.
Prikt met zijn vork de wortels en het gehakt er tussenuit.
Ik zucht en ruim de eetrotzooi op.
Verder met de orde van de dag…

.

.

PS: eigenlijk frappant dat ’t niemand opvalt dat je ogen hebt om te zien, niet per se om te denken… ik kwam er pas later op. Waarom zou iemand of iets met ogen per definitie ook moeten kunnen denken? Ach. Laat maar 🙂

rookoor

In mijn hoofd is het een chaos. Het spookt.rookoor
En als je goed kijkt, zie je ook dat ’t rookt.
Uit m’n oren. En neusgaten.
Waar zijn die twee knullekes gebleven?
Waarom moet zij dat allemaal doorstaan?
Wanneer bak ik morgen nog die twee quiches?
Waarom houdt hij niet zoveel van mij als ik van hem?
Heeft zoon zijn pillen wel genomen?
Wat kan ik eraan doen?
Vandaag weer niet gedaan wat ik wou.
Shit, moet ik die eendenborsten nu nog marineren?
Raar dat je iemand zo lang niet kunt vergeten.
Even een receptje zoeken.
Waarom heb ik zijn verjaardag dan ook vergeten?
Ik verwaarloos mensen die me dierbaar zijn…
Ik heb zo’n gruwelijke zin in een glas wijn.
Waarom slaapt hij wel en ik niet?
Ik simpele ziel. Waarom denk ik in kronkels?
Komt het terug? Genezen maar toch niet?
Ik wil meer dan dit. Veel meer.
Had ik die rekeningen nou op de post gedaan?
Waarom deed hij dat? Waar zijn ze nu?
Waarom ben ik ineens uit de gratie…
Ik moet nog wat lampen inpakken, bijna vergeten.
Toch fijn, die wijn. Verdooft mijn zijn.
Maakt alle grote ellende voor even heel klein.
Led Zeppelin en Muse ook.
Rot rookoor…

Verleden leed

Leed.leed
Verleden tijd.
Het lijden voorbij.
En toch ook niet.
Eigenlijk gaat het
gewoon door
en blijft geleden
leed een lijden…

..

(c) Lou

maandowns

Het is elke keer opnieuw moeilijk te beschrijven. De neerslachtigheid die zich zo eens per maand van mij meester maakt. Zo zat je nog vol energie, ging je met alle elan te werk, pakte je alles aan. En zo heb je nergens zin meer in. Wordt de schakelaar omgegooid. Denk je de hele dag “pffffffffff waarom zou ik nog…” Intens moe. Down. Huilerig.

Het geluk is dat ik momenteel heel erg druk ben, ik móet wel door. Ik moet zoveel doen, aan zoveel dingen denken, zoveel klussen in de tuin die gewoon niet kúnnen wachten en nu moeten gebeuren, dat ik simpelweg doorga. Door met functioneren. Niet denken maar doen. Van rekeningen schrijven tot gras verticuteren, van brieven schrijven tot plantenbakken beplanten,  van presentaties bijwerken tot pannenkoeken bakken, van ouderavonden tot voetbaltrainerszittingen.

Gewoon doen. Gewoon gaan. Maar ondertussen takel ik af. Voel me mat en lusteloos. Standaard anderhalve kilo erbij waarvan ik weet dat het allemaal vocht is maar desalniettemin belanden mijn dieetpogingen meteen weer in de prullenbak en is mijn moeizaam opgebouwde discipline weer vervluchtigd. Foetsie. Ik maak meer fouten dan nodig en ben sneller geïrriteerd dan een krolse kat.

Het liefst zou ik me dan een stuk in mijn kraag zuipen om alles fijn te verdoven. Maar aan stukken in kragen zuipen doen we niet meer tegenwoordig… Morgen eerst maar weer een rondje nordic walken of fietsen of powerplaten.  Dat werkt dan toch beter. En overmorgen ziet de wereld er alweer heel anders uit. Zeker en vast…

mei zon dag

gewoon.

Gewoon een heerlijke dag. Uitgeslapen. Weliswaar wakker geworden met een onmeunige rugpijn van mijn plantenbakbeplantingsactie van gisteren maar twee advils doen wonderen. Uitgebreid ontbijten, koffie op ’t terras in de zachte kussens van de loungeset. In slaap gedommeld.

Een rondje tuin, wat onkruid getrokken, met m’n blote voeten het te hoge gras bevoeld. Heerlijk. Mijn werk van gisteren bewonderd, de daaruit resulterende rugpijn vervloekend. Ja, toch ook heerlijk. Meer koffie, kletspraat met de buurvrouwen. De kinderen duiken bij buren A in het zwembad. Komen terug voor wat brandstof (lunch) en duiken vervolgens bij buren B in het volgende zwembad. Ons eigen zwembad is duidelijk nog te koud. Ik denk dat ik er morgen maar ‘ns een litertje of 40 kokend water in ga gooien, anders hangen ze nog wekenlang bij de buren rond…

Meer terrashangen. En vooral ook: meer niksdoen. De kinderen komen binnenvallen. “GAAN WE VANAVOND BBQ-en????” Nou, ehh, pffff… kweenie… Ik heb niks in huis en ik heb al gekookt vanmiddag dus eigenlijk: NEE.

bbq3 Maar ik ga toch eens graven in de vriezer. Misschien heb ik nog wel wat spul wat nodig op moet. Een paar knakworsten en een rol eeuwenoud pizzadeeg.  Hout uit de kist in de schuur gegraaid. Zoon – “ik ben bij de scouting hoor!!!” – bouwt een tipi-vuurtje. Hij zegt er niet bij dat hij er éigenlijk helemaal niet meer naar toe wil; voor dit vuurtje is de scouting dan toch nog weer goed genoeg. Ruzie om wie de hens erin mag steken. Ook een standaarbbq2d discussiepunt.

De boel brandt. En rookt. Ik schenk een wit wijntje in en duw de inmiddels ontdooide worsten op een uitschuifbare spies. Een reep pizza-deeg  om een andere en grillen maar. De kinderen vinden het geweldig. Elke keer opnieuw. Ik kijk toe. How bbq4relaxing…

“Krijgen we straks ook marshmallows in een koekie???”
“Nee. Genoeg zoetigheid gehad vandaag, het is goed met jullie.”
“Wèèèhh!!”

Ik kan niet tegen ‘wèèèh’ dus duik ik de gangkast in. Daar ligt daadwerkelijk nog een nieuwe zak marshmallows. Van de Haribo nog wel. En een pak koekjes. Ach soit.
Overstag. De kinderen jubelen. “JIJ bent de liefste mama van alle mama’s, mama!!”. Tuurlijk. Als je maar met marshmallows op de proppen komt. Vanzelfsprekend verbrandt het eerste paar schromelijk maar het volgende gaat altijd beter. Ik hou ’t maar bij witte wijn qua avondetenbbq1. bbq5Werkt ook prima, qua koolhydraten dan.

Ja. Dit was een mooie zondag.
Bevrijdingsdag…
Sterfdag van mijn oma…
En toch ook gewoon
een mooie zondag in mei.

Als een vlinder

Gisteren schreef ik naar aanleiding van een aantal dingen een spontane tekst. Ik plakte die op een foto van een vlinder en postte dat geheel op Facebook. Dichteres Janine Jongsma (dankjewel lieve Janine!!) was aangegrepen door de laatste zinnen en schreef ze anders op (namelijk onder elkaar) om er meer en betere nadruk op te leggen. En ineens ontstond er poëzie… Daarom wil ik het graag hier met jullie delen.
De tekst die eraan vooraf ging:
.
Ik vraag me echt oprecht af waarom de mens als zodanig niet in staat is om zijn soortgenoten met rust te laten. Als je elkaar vlinderniet kunt luchten of zien, ga elkaar dan tenminste uit de weg, vrij naar ’t motto ‘Live and Let Live’. Maar nee, er moet gelijk op elkaar ingehakt en -geslagen worden. Kinderen worden mishandeld en misbruikt, ouderen beroofd of simpelweg vergeten, dieren gekweld en doodgeknuppeld, nietsvermoedende mensen worden van hun fiets getrokken en in elkaar geramd. Men pest en mobt elkaar letterlijk de dood in. Probeert elkaar één of ander óngelooflijk geloof als ‘het enige ware’ op te dringen: my way or the stairway to hell. Soms komt er dan weer zo’n dag waar je ineens weer met je neus op het feit gedrukt wordt, dat de mens een raar en gewelddadig wezen met enorme en onnavolgbare hersenkronkels is. Ik ben weliswaar heel blij dat ik heel veel mensen ken die bewijzen dat het ook nog anders kan. Maar toch word ik er bij tijden ook intens verdrietig van en zou ik ’t liefst wegvliegen. Als een vlinder. Weg. Als dat wezen, dat door niemand gehaat wordt, door niemand gevangen, door niemand de vleugels uitgerukt of zonder reden platgedrukt. Onbereikbaar voor de ellende die we elkaar aandoen. Voelsprieten ingetrokken. Vleugels samengeklapt. In de allerhoogste boom. Op de meest broze tak. Gewoon. Onmenselijk.
.
.
.
.
Als een vlinder
..
als een vlinder weg
als dat wezen door niemand gehaat
door niemand gevangen wordt
.
door niemand de vleugels uitgerukt
of zonder reden platgedrukt
onbereikbaar voor de ellende
.
die we elkaar aandoen

voelsprieten ingetrokken
vleugels samengeklapt
.
in de allerhoogste boom
op de meest broze tak
gewoon. Onmenselijk.
.
 
(c) Lou
 

Dagplanning

Vandaag werd ik er weer met mijn neus ingeduwd:
Plan niks want ’t komt er toch niet van.

Gepland:
Kinderen naar school, sport, boodschappen doen, tuin (véél tuin), beetje werken, wat tussendoor kletsen met vrienden, huiswerk begeleiden bij de kids, koken, relaxen.

Not.

Real life:
Bij ’t ontbijt kwam zoon op de proppen met het feit dat hij toevállig nog een dictee had vandaag. Om 7am dus nog wat woorden geoefend maar dat was natuurlijk volledig zinloos. Kinderen de deur uit gewerkt, ik in m’n sportkloffie klim op de hometrainer. Twee minuten later belt bedrijfspartner in paniek: Er worden dingen van onze rekening afgeboekt die niet kloppen. Ik klim weer van de fiets af en in plaats daarvan dan maar in de telefoon. De vroegere GEZ (Gebühreneinzugszentrale, zoiets als de instantie voor kijk- en luistergeld) heeft sinds dit jaar een andere naam en denkt daarmee ineens het zevenvoudige bedrag per maand te kunnen innen. Maar het centrale servicenummer kun je vanuit het buitenland niet bellen. Dan maar via het impressum op de website de centrale bellen om te laten verbinden. Helaas. Niet bereikbaar. Ik zoek de boel uit en schrijf uiteindelijk maar een email. Een telefoontje met de belastingdienst waar ik al een paar weken tegenaan zit te hikken, doe ik er gelijk maar even achteraan.

Een vriendin belt, in paniek. Er gaat iets niet goed. Een goed half uur later een beetje opluchting maar ook weer een half uur verder. Ik spring in de auto om de boodschappen te doen, tegen de middag moet er een grote levering komen en dan staan de kinderen ook weer voor de deur dus opschieten. Ik sjees door de Billa en de Lidl. Er piept iets in de auto (Te weinig koelwater? Te weinig ruitenlapwater? I don’t care). Thuis opgeruimd, de was gedaan, brood gebakken, een jammerlijk mislukte poging tot mijn anderhalfmaandelijkse strijksessie (telefoon, twee belangrijke emails, weer telefoon). Mobiel brult: de levering komt over ca. 1,5 uur. De kinderen stuiven naar binnen. HONGER!!! Eten maken. Zelfgebakken brood met nutella en hagelslag, het moet maar effe.

Om kort voor twee de deurbel. Ik denk “oooh shit ja!! Drumles!!” maar nee, het was de levering. Twee meer dan 5 meter lange en al heel lang verwachte zonweringen die voor schaduw op ’t terras moeten gaan zorgen. De – naar mijn bescheiden mening duidelijk poolse – vrachtwagenchauffeur doet de klep open en ik zie twee compleet krom liggende, volledig kapotte verpakkingen (á ca. 80 kilo per stuk…) waar onze zonweringen in moeten zitten. Gapende gaten, loshangende kartondelen. Na enig getelefoneer en geharrewar met chefs en verkopers maak ik nog even snel foto’s van de ravage en krabbel ik op het leveringsformulier dat ik niet kan inschatten of de artikelen kapot zijn en ik de hele levering bij deze niet aanneem. Ik moet eerlijk zeggen dat ik ook geen idee had hoe ik die dingen samen met die chauffeur uit de vrachtauto had moeten krijgen. Wat een zóói daarbinnen… Weg ermee.

Ondertussen komt de drumleraar alsnog aanscheuren. Ik dirigeer ‘m samen met zoon naar de kelder, voor mij geen drumles 20130502_141712vandaag. Dochter maakt tegelijkertijd een zooi van haar huiswerk en belt eigenhandig een vriendinnetje om te vermelden dat ze daar vanmiddag komt spelen. Ik graai de telefoon uit haar handen en spreek met de moeder af dat ik haar rond drieën kom brengen. Vriendinnetje woont echter in de middel of absoluut nergens, zelfs de navigatie vindt het niet. Om iets na drie uur is ze er dan toch en scheur ik met een noodvaart terug naar huis om nog op tijd een nieuwe afspraak met de drumleraar te kunnen maken. Verder met m’n werk, de tuin moet maar wachten. Zoon maakt ook een prutteltje van zijn huiswerk én heeft de helft vergeten dus dat wordt weer een verhaaltje voor de juf schrijven in het postschrift. Tussen de bedrijven door zie ik een DYAC-link op FB waar ik echt tranen met tuiten om heb gelachen én zie ik een muziekvideo op youtube (via FB) die me vreselijk raakt, wederom tot tranen toe. Facebook meteen maar weer uit… Om 5 uur dochter weer ophalen want die heeft haar huiswerk dus nog voor geen meter af. Terug naar huis rijden (met navigatie :-S), eten koken. Terwijl het kookt zaai ik in de tuin en in de regen nog even snel een nieuw bloemperk in. Dat met die wortels uitzaaien en met m’n minivijver wordt i.i.g. niks meer vandaag. Man belt dat het laat wordt. Hoe laat? Geen idee. Laat. Oké. Fijn. “Je zonweringen heb ik trouwens ook teruggestuurd schat.” “Wáááát???” Gheheheh.

Zoon springt op van het eten en wil toch even laten weten dat hij uitgerekend heeft hoe groot de oppervlak van onze net afgemaakte Van-Haasteren-puzzel is, namelijk 7.300. Zo ongeveer in ieder geval. Fijn lieverd, dat heb ik nou altijd al willen weten.

En nu? Nu typ ik weer een zinloos blog.
En de conclusie van dit blog?
Zoals ik al zei.
Plan nooit iets.
Het komt er toch niet van.

Drukst

Geen snelle WA-gesprekjes meer. Sorry. Echt. Te druk.
Goeiemorgen lieverds, ik ga weer aan ’t werk. Ik moet nog zoveel doen…
Geen tijd meer voor de wat meer aandachtslurpende dingen.
Kun je morgen even terugbellen? Ik moet nu echt weg.
Tweeëntachtig nieuwe blogs te lezen en de krant nog niet eens gezien.
Bellen met de belastingdienst. Bellen met de paardrijschool.
Email aan de ouders van de klas. Email aan bedrijfspartner.
Shit, vergeten kadootje te kopen. Oh, ik moet naar de sport.
Een nieuwe maand dus afsluiting voor de oude maand moet eruit.
En oh hemel, het is al mei… ik moet nog wortels zaaien. En sperziebonen.
Anders hoeft ’t allemaal niet meer…

Drukst.
En ik ben niet de enige, merk ik. Ondanks dat ik zelf door ’t leven hol, mis ik het contact.
Ook al is het maar even. Kort. Sommige mensen vallen ineens compleet weg. Stil.
Drukst.

Eerst maar eens kop koffie pakken.
De radio uit. Mezelf op het terras in de kussens nestelen.
Luisteren.
Vogels. Licht autogeruis in de verte. Zachte bries door de bomen.
Opsnuiven.
De geur van dauw en melisse. Vers gemaaid gras. Koffie.
Het miezert.
Even ontdrukken…

Birthday Girl

Nog hooguit maar een minuutje of tien.
Dan is één mei weer voor een heel jaar voorbij.
En ben jij al niet meer jarig.
Maar je hebt gevierd zoals het moet.
Genoten zoals het een jarige betaamt.
Ook al is het dit jaar alwéér anders.
En dat maakt je bijzonder. Bijzonder mooi.

Jij gaat door, ook al ben je nog zo gekwetst.
Je blijft niet hangen, de schouders eronder.
Beter kan niet ver weg zijn.
En dat klopt. Beter is heel dichtbij.
Beter zit in jou. Beter past in best.
Jij bént The Best. En dat zullen ook zij zien.
Die, die te laat beseffen wat ze verspeeld hebben.

Alweer een nieuw jaar.
Alweer een nieuw stuk leven.
Laat dat wat niet past daar.
En neem wat je wordt gegeven.

Geef wat je denkt dat goed doet.
Laat zien wat je kunt presteren.
Laat zien hoe ’t juist wél moet.
Nooit te oud om te leren.

Lieve zus, happy off-birthday 😉
De dag is nu weer voorbij.
En voor je na A ook nog B kunt zeggen
Is het zo ineens wéér één mei…

Geniet van alles wat goed is.
Geniet van de kleine dingen.
Dan doe ik met je mee 😉

Kus!!
❤ ❤ ❤

koningin van gisteren

Nooit verwacht maar ineens was ’t daar. Dat vaderlandsgevoel. Ook ik keek mee in m’n Oostenrijkse Hütte. Oh grutjes, we hebben een koning… In eerste instantie dacht ik nog: “wat een heisa om een verouderd ambt” en “wie heeft dat koningshuis nou nog nodig? Kost een hoop geld…” Ik plande onderbewust om er toch vooral maar niks op uit te doen. Maar toen de fitnesstrainer belde dat er om 9 uur al een plek vrij was i.p.v. om tienen was ik stiekem ineens een beetje blij. “Yesss! Dan kan ik om tien uur  toch nog de abdicatie en de speech kijken.” Huh?? Ik??  Wtf….koningsdag2

Afijn. Ik pink een traantje tijdens Bea’s emotionele afscheidswoorden. Aandoenlijk hoe ze  even de hand van Willlem-Alex pakte. Die blikken van Máxima… Ach wat mooi. Ja toch wel. Ineens krijg ik ’t op m’n heupen. Wáár is die verhipte vlag? Ik had toch een vlag? In de kelder graaf ik mijn WK-oranjespul weer uit. Twee boa’s, een kroontje met vlechtjes, rood-wit-blauwe kettingen en een hoop vlaggetjesslingers die ik voor ’t huis in de planten en de aan de koningsdag1regenpijp drapeer. De boa’s er ook maar aan. Het kroontje en de kettingen blijven bij mij hangen.

Dochter komt thuis. “Wie is er jarig???”
“Niemand schat, we hebben een nieuwe koning.”
“Hebben we hier in Oostenrijk ook koningen dan???”
Nee, die hebben we hier niet. Maar in Nederland nu wel…
Zoon komt een uurtje later ook thuis. “Wie is er jarig???”
“Niemand lieverd, maar in Nederland is er een nieuwe koning, de eerste koning sinds 123 jaar dus dit is een historisch iets.”
(ik dacht, laat ik even wat uitgebreider antwoorden dan daarnet).
“Wat een onzin zeg… wanneer mag ik dan Phineas en Ferb kijken??”

Ik merk ook dat ik ergens een steek in de opvoeding heb laten vallen: in beide kinderen zit, hoewel ze allebei officieel Nederlanders zijn, werkelijk geen greintje Hollandgevoel. Niets. Het mijne daarentegen laait met de minuut hoger op. Ik vind ’t geweldig om het enthousiasme van die oranjegekleurde meute te zien. Hoe men samen viert, blij is. De uitbundigheid en ergens ook een soort teruggevonden verbondenheid die al sinds tijden mijlenver te zoeken was. Praktisch geen noemenswaardige incidenten. Een land, nee MIJN land viert feest. En ik zit hier…  Ondertussen koningsdag3heeft dochter toch een prachtig miniboeketje voor de kroonloze koning in elkaar geflanst. “Speciaal voor die meneer daaro, mam. Die kan wel wat bloemen gebruiken toch?” Ja, nou dat vind ik ook wel. En een biertje of zo.

Ik ben trouwens geen groot fan van het koningshuis. Ik vind ’t geheel als nationale institutie enkel acceptabel. Het kost een bom duiten maar dat kost een president nu eenmaal ook. Een koning of koningin doet zijn of haar best op handelsmissies en representeert het volk. Die eer is dus nu aan Willem Alexander. Maar het maakt niet uit wat de aanleiding was: een dag uit je bol gaan, je vaderland liefhebben, lekker gek doen en uitbundig feestvieren is simpelweg gezond. Zoon ziet dat anders: “Mam, wanneer haal je die suffe vlaggetjes nou weer weg? Ik vind ’t maar gênant… En doe dat kroontje af!! Stel je voor dat de buren binnen komen…” OK dan. Nu blijft de boel natuurlijk helemáál hangen tot de volgende koningsdag. En mijn kroontje doe ik misschien eventueel mogelijkerwijs in bed af. Maar ook dat is nog niet zeker.

Oh en dat rare koningslied?
Dat is nog steeds een groot stuk verdriet.
Bekoren kan het mij dus écht niet…
Maar ook dat interesseert niemand ene biet.
Stom lied.