Tijd tekort

Als ‘goed’ schrijfster en waar blogster zou ik dagelijks moeten bloggen. Of in ieder geval regelmatig. Ik ben blijkbaar geen echte blogger. Ik heb momenteel simpelweg geen tijd.
Eindelijk, na maanden, weer min of meer gezond.
Eindelijk de lente gearriveerd.
Dat maakt dat ik nu even andere prioriteiten heb.
Eindelijk weer werken, eindelijk weer opruimen en klussen.
Eindelijk weer volop tuinieren.
Eindelijk weer dingen regelen en ondernemen.
Eindelijk weer kunnen helpen, de handen uit de mouwen kunnen steken.
Eindelijk weer afspraken kunnen maken én ze ook na kunnen komen.
Eindelijk. Tijd tekort.
Tijd komt wel weer.
Ik ook.
Goed?

beugelbekkie

Ik heb een beugelbekkie voor m’n eigen bestwilbeugel2
Da’s goed voor later, oh, daar twijfel ik niet aan
En op m’n neus – die ook niet mooi is – staat die pestbril
Dus ga ik steeds opnieuw weer voor de spiegel staan
Dan denk ik: Maakt het nou wat uit hoe ik eruit zie
Dan denk ik: Ja natuurlijk en dan denk ik: Nee
Want zonder bril weet ik heel goed, dat ik geen fluit zie
En rare tanden krijgen, da’s geen goed idee.
Oh nee…

Nou, probeer dat zoon maar ‘ns in te peperen. Het is voor je eigen bestwil, lieverd. (“Mijn bestwil wil dit niet!”). Je krijgt straks véél mooiere tanden. “Ik héb mooie tanden. Ze staan alleen een beetje scheef”). En het maakt toch niet uit hoe je eruit ziet? (“Ja wat nou, ik moet mooiere tanden maar eigenlijk maakt ’t geen bal uit??”).

Ik heb zelf bijna tien jaar lang een beugel gehad. Op mijn achtste was al duidelijk dat mijn gebit een plaatselijke ramp was. Letterlijk. Te weinig plek, dubbele tandenrijen, een overbeet waar je onder kon schuilen, enorme hazetanden en alles maar dan ook alles schots en scheef. Als ik in een appel beet, kon je de prachtige kartelrandjes bewonderen. Er werden vier melkkiezen getrokken. En gelijk daarna ook de daaropvolgende blijvende kiezen. Alles om maar meer plek te creëren. Ik had dubbele hoektanden, dus die melkhoektanden moesten er ook uit zodat de blijvende hoektanden naar beneden konden zakken (m.b.v. een beugel natuurlijk). Ik heb plaatjesbeugels, blogbeugels, beugels met hekjes (tegen ’t duimen :-S), plakkertjesbeugels (met ringetjes en elastiekjes), kapjesbeugels en weet ik veel wat voor beugels nog meer gehad. Toen ik 18 was, was de reconstructie wel ongeveer klaar. En daar zal ik m’n ouders altijd en eeuwig dankbaar voor zijn want ik weet niet hoe ik er anders had uitgezien vandaag de dag. Maar goed, zoon is er vooralsnog absoluut niet dankbaar voor.

‘Vroegah’ waren alle beugels roze. Nu niet meer. Hij mocht zelf kiezen in welke kleur hij zijn beugel wilde (blauw) en er werd zelfs een plaatje naar wens op gedrukt (in zijn geval een motor). Vroeger moesten we uuuuuuuuuuuuuuurenlang wachten op onze afspraak, hele namiddagen zaten we daar in die (enorme) wachtkamer. Nu niet meer: om half 3 stond de afspraak, om half 3 aan de beurt, om tien over half 3 stonden we weer buiten met beugel, beugelsleutel en beugelbakkie. Vroeger moesten we voor iedere aanpassing weer op komen draven. Nu niet meer: we mogen de beugels (hij heeft onder en boven zo’n plaatje met een stangetje) zelf om de vijf dagen met de beugelsleutel aandraaien dus de volgende afspraak is pas over goed 6 weken.

Het enig overgebleven probleem: Als ‘echte man’ is zoon nogal kleinzerig en overgevoelig (understatement of the year).
“Ik kan nief pfafen mef daf ding.”
“Hiebf doef ef feeerr” (‘Hier doet het zeer’ – een plekje boven zijn hoektand aanwijzend)
“Ik vind dif ech nie aangenaam, hoof…” (nooit gezegd dat ’t aangenaam zou zijn, lieffie…)
“Ik kan nief eenf ffflikken mef daf ding” (nee, maar met ’t eten mag-ie ook uit).
“wwwaaromm zif dif dingefje hier…” (een metalen uitstulpinkje met de tong aanwijzend)
“Mijn wehemelfe doef bijn” (“Mijn gehemelte doet pijn”. Oh. OK. En nu?? Platstampen ’t ding?)
“Hoe lang moef ik ‘m dan nog dragen?” (Nou, euh, nog een half jaar ofzo? En elke dag een uur of 14-16?)
Kreunsteunjammerklaag. En dat al na welgetelde twéé uur beugeldragen… Hij slurpt zich een ongeluk want “die beugel zit precíes op mijn speekselklieren en dan kan alle kwijl dus niet weg”. Uhuhh… OK, dit herken ik wel van mezelf van vroeger, maar elke 15-20 seconden heftig zuigend geslurp heeft toch best een behoorlijk negatieve uitwerking op je irritatietolerantie.

Yep. Dit wordt nog leuk, zeker weten.
Ik peper ‘m gewoon elke keer opnieuw in met de beugelverhalen en -ellende uit mijn jeugd.
TOEN was alles pas écht erg. Enzo.
En dan vooral die ene zin:
Later zul je me er dankbaar voor zijn…

Hoe jij en ik

Hoe beschrijf je een sensatie. Hoe de pijn. Hoe laat ik iemand weten, dat ik daar wil zijn.hoe

Hoe kom ik écht over. Hoe maak ik mijn punt. Hoe weet ik dat jij mij dat óók gunt.

Jij
bent zo stil. En zegt niks meer. Maakt dat ik me in mijn onzekerheid zelf nog bezeer.

Jij
kunt niet anders. Jij moet óók door. Voor eeuwig. Want daar leven we toch voor?

En
hoe moet ’t dan verder, of moet het dat niet. Snel, stop! Voordat iemand ’t ziet.

En
kun je me zeggen dat je echt van me houdt? Nee dat kun je niet. Over and out.

Ik
wíl niet voor eeuwig. Ik wil nu meteen. Morgen kan ik de pijp uit zijn. Ach, ga heen…

Ik
voel me raar, onvolledig. Incompleet. En morgen weet jij weer, dat het je tóch speet?

Hoe
Jij
En
Ik

transmission ends

Ik kijk naar een gezapig TV-program.
Maar jij bent er niet.
Vandaag was het bíjna echt zomer. Echt.
Maar jij bent er niet.
Nieuws explodeert in mijn blikveld.
Maar jij bent er niet.
Ik luister zo graag naar jouw hartslag.
Maar jij bent er niet.
Ik zie een vallende ster. En nog één.
Maar jij bent er nog steeds niet.
Ik zal altijd en eeuwig van je houden.
Maar jij blijft weg.

Einde uitzending…

(uitzending gemist??)

Stoelendans

Na een maandje of twee knock-out te zijn geweest, heb ik nu zó veel te doen en nog meer in te halen dat ik inmiddels chronisch afwezig ben op het hele arsenaal social media. Heel gezond bij tijden, maar ik mis ook heel erg veel. Er zijn ergere dingen, weet ik. Weet ik. Maar ik wil nu eenmaal niks missen… Onmogelijk met dit weer. God wat is het mooi weer… Vandaag was het 26 graden. Heeeeeeeeeeeeerlijk. Het is nu nog warm buiten. En met die lente in de bol moest en zou ik die nieuwe, strakke, mooie maar vooral prijstechnisch ook héél aantrekkelijke aluminium tuinstoelen van de Aldi op mijn terras hebben.

Helaas dachten dat minstens 38 andere mensen met mij, die ook allemaal om tien voor acht met hun kar in de aanslag voor de glazen deur stonden te douwen. Als je niet beter zou weten, zou je gedacht hebben, dat er vandaag om 8am een spontane twee-minuten-gratis-shoppen-actie plaats zou vinden. Ik was nog naïef genoeg om te denken (hopen) dat deze mensen vást niet voor die tuinstoelen kwamen maar die hoop vervloog al gauw. Mijn Aldi (heet hier overigens niet Aldi maar Hofer, maar dat terzijde, het is gewoon een Aldi) kennende stonden de tuinstoelen in de derde gang achteraan. Het was racesteppen en karretjebeuken om maar zo snel mogelijk vast te mogen stellen dat er op die plek inderdaad een twaalftal stoelen opgestapeld stond.

TWAALF!! Hoe kúnnen ze… Uiteindelijk wist ik één stoel te bemachtigen. ÉÉNTJE!! Wat moet een mens nou met één stoel… Iedereen wou er zes. Of acht. En maar rukken. En duwen. En vloeken. En vuil kijken. Eén stoel stond zelfs nog zielig in de gang, die was door alle getrek al uit ’t fatsoen gerukt. En eigenlijk wou ik dus die met zwarte bekleding, niet deze grijze. Ellende.

Maar ik ben niet op één tuinstoel te vangen. Ik gaf mijn grijze stoel, vanzelfsprekend uit pure liefdadigheid, aan de meneer die er toch maar mooi even vijf had weten te bemachtigen en die nu helemaal happy naar de kassa karde. Even over mijn vers geoogste blauwe plekken op de heup wrijvend sloop ik heimelijk met kar naar het magazijn om de dame aldaar te vragen of ze niet nog ergens een stapel zwarte had. Ze keek me meewarig grinnikend aan en zei: “mevrouw, we wilden simpelweg die unieke stoelenrace van acht uur niet missen en ik kan u verzekeren, het was ’t waard. Maar we hebben nog minstens twintig palletten met stoelen hier staan hoor. U wilde zes van die zwarte? Alstublieft.” En dumpt zes stoelen op mijn winkelkarretje.
Oh, how nice…

Niet.

Bewonderenswaardig hoe je het ineens kon laten vallen. niet
De spanning ontspannen, de snaar laten breken.
Aan de kant kon gooien wat niet meer in je straat past.
Nieuwe oevers met groener gras kwamen bij je smeken.

Moesten door jou niets ontziend begraasd worden.
Een dikke zwarte streep door al dat wat ooit was.
Nieuw leven, nieuwe liefde, scenario’s herschreven.
En in jouw scenario kwam ik er niet meer aan te pas…

Gewoon.
Niet.

Pokkezooi

Dat is het hier. En dat komt omdat ik aan ’t opruimen ben. Aangezien ik vandaag werktechnisch niks op ’t program had en best wat energie over, moest ik vandaag maar ‘ns door met mijn uitmest-en-opruim-project. Ik had al eerder geblogd dat ik bezig was, en dat gaat nu, na alle ziekte en gedoe, éindelijk verder.  Vanochtend heb ik eerst de keuken schoongemaakt, daarna een rondje vibrogym in de fitnessstudio. Maar toen was ’t toch echt hoog tijd. Ik ben namelijk aan ’t kastenswappen. Wij hebben een heul ouwe Ikea-kastenwand (“Bonde”, sinds 2010 uit het assortiment verdwenen. Verdullemie!) in de woonkamer. Of liever gezegd: in de ‘bibliotheek’ annex ‘speelhoek. Dat is een oorspronkelijk aparte kamer waar de hele speelzooi van de kinderen uitgestald ligt en wij ook nog een paar planken voor boeken ter beschikking hebben.

Door chronisch gebrek aan opbergruimte wilde ik een stuk aan de kastenwand bijbouwen, maar tja. Bonde was kassiewijle. Prima, dan maar Besta (met een rondje op de -a- maar dat wil mijn laptop niet en ik heb geen zin om nu in de ascii-tabel te gaan neuzen), zolang het maar Ikea is. Een Ikea-fan moet Ikea hebben. En ik ben bekennend Ikea-fan. Dus Besta kwam er. Maar nu blijkt Besta helemaal voor geen meter bij Bonde te passen. Dat is klote want als ik ergens een hekel aan heb, zijn het niet bij elkaar passende meubels. Voor de kinderkamers had ik ook per stuk twee Besta-kasten besteld (die staan nu nog steeds in de verpakking) maar ik heb á là minute omgepland: De kinderen krijgen allebei de helft van onze Bonde-kastenwand en de rest van de Besta-kasten komt mooi ook in de woonkamer. Dat vonden de kinderen vanzelfsprekend absoluut niet geweldig maar da’s pokkezooidan maar jammer. Mama bepaalt. Enig nadeel: de Besta had de nodige witte achterwanden (de kasten op de kinderkamers komen namelijk vrij te staan dus je ziet de achterkant), de Bonde-kasten hebben lelijke bruine spaanplaatachterkanten. Wat nu.

No problem. De kasten heb ik schoongemaakt en wat gerenoveerd (opgekalefaterd), de achterwanden eraf gesloopt en vandaag uitgebreid met witte muurverf gewit. Ze zien er nu dus uit als witte muren, helemaal mooi. Daarnaast komt er op de achterkant dus bij beide een schilderij naar wens. Ze hebben het al uitgezocht: een kat (dochter) en een skateboarder (zoon, dus). Op de zijkant komt bij allebei een lange spiegel. Gelukt: kids helemaal happy met de nieuwe ouwe kasten.

En dat heb ik dus vandaag gedaan: achterwanden gewit. En aangezien ik toch al bezig was, heb ik ook nog maar even de muur bij de eettafel weer toonbaar gemaakt (daar is een maandje of 2 geleden een vol glas rode wijn tegenaan geslingerd, op zich best een origineel patroon, maar ik vond ‘gewoon wit’ nu ook wel weer een keertje leuk. Dochter vond ’t daarentegen jammer (“ik vond opa’s versiering hartstikke mooi!!!”) maar zoals ik zei: mama bepaalt. En wit de muur. Help, mijn vrouw is klusser 😀 Maar man vindt ’t gelukkig helemaal prima, mijn klusambities.

Morgen verder. Het is hier nog steeds één grote pokkezooi hier, maar vandaag ben ik weer een stapje verder op weg naar mijn Ikea-droomhuis. Als ’t klaar is, zal ik foto’s showen van al mijn klus- en opruimwerk.

KiddySocca

kiddysocca ik heb ’t al wel ‘ns vaker uit de doeken gedaan maar ik heb dus een geheime carrière. Als voetbaltrainster. Samen met drie andere gedreven (*kuch*) dames stomen wij de kindsterretjes (liefdevol Bambini’s genoemd) van onze lokale voetbalvereniging (FC Schweinstein) klaar voor het echte werk bij de U8. Oftewel, in goed Nederlands: wij hobbelen met de F-jes over het veld tot ze eindelijk zeven zijn en naar de E-tjes mogen. Bij ons beginnen ze alleen nog nét iets vroeger dan in Nederland: niet pas met vijf maar met vier jaar al. Gezellig elke maandag een uur lang een meute 4- tot 6-jarigen over het gras jagen, wat een mens al niet voor z’n lol doet.

Vandaag begon het seizoen weer. Ik heb er de héle winter lang met smart naar uit gekeken en jaja, vandaag was het zover. (Ik kuch nog even door). Nu hebben wij een bambiniopperhoofd – laten we haar Lydia noemen – dat praktisch altijd voor het programma (“Lydia, wat doen we eigenlijk vandaag?”), het fluitje (om de meute bijeen te krijgen) en het pedagogische overwicht (ze is zelf gymlerares) zorgt. Simpelweg onmisbaar dus. Vanmiddag belde Lydia op. Bij het eerste kraken van haar stem was het duidelijk: Lydia was hartstikke ziek. Oh hemel… wat nu… geen programma, geen fluitje en vooral: geen pedagogisch overwicht en dat uitgerekend bij de allereerste training van het semester waar over het algemeen het halve dorp met kind en kegel uitloopt om het maar weer eens te proberen (“Ooit mot dat kind ’t toch leuk gaan vinden??”). Mijn hart schoot even in de zesde versnelling. De sleutel van het materiaalhok was snel opgehaald. Maar toen.

Stipt half vijf stond ik in dat hok, plompverloren zoekende naar wat bruikbare ballen en een paar als doelpalen dienende grasspiesen. De U9- en U10-tjes hadden het meeste al weggegraaid. Wat half lekke ballen weer even opgepompt (kijk dát zijn de dingen die ik wel kan) en gaan met die banaan. Mijn collega-dames kwamen ook aanzetten, thankheavens.

Wij hebben een redelijk strakke rolverdeling. Lydia is, zoals gezegd, het strenge opperhoofd. Lydia bepaalt wat er gebeurt en roept ons allemaal regelmatig tot de orde. Manuela is onze nog piepjonge meerenster, die vol overgave deelneemt aan alle spelletjes die we zoal verzinnen. Lisa is de liefdevolle begeleidster die de veters strikt en de rijtjes kinderen in het gareel houdt. En ik ben zoiets als het vervangend opperhoofd maar eigenlijk toch meer de pleisterplakster, de wc-begeleidingsdame en hoofd administratie. Ik kan best een balletje trappen hoor, maar ik ben in andere dingen nu eenmaal duidelijk beter.

Afijn. Tien voor vijf. De eerste kindekes drentelen het veld op, de hand van moeders krampachtig omklemmend. Ik geef de ouders en ’t kind een hand en druk meteen een vet naametiket goed zichtbaar op het kind. Da’s ook iets wat ik goed kan. Etiketjes op kinderen plakken. Drie Sarah’s, vier Tobiassen en twee Yannicks verder weet ik al lang niet meer wie wie is maar daar zijn dan ook die etiketjes voor. Uiteindelijk staan krap dertig stuks van het grut in een kringetje en proberen we het eerste spel uit te leggen. Lukt nog niet, ze tetteren alles bij elkaar dus eerst maar ‘ns een rondje om het hele voetbaltrainingsveld (110 bij 120 meter) jagen en wat opwarmoefeningen doen. Daarna ploffen ze dan automatisch neer en kiddysocca2luisteren stúkken beter. We doen vanalles. Zo ook dribbelen en de bal dan over de ‘krokodillengracht’ schieten. Alleen waren er al snel meer krokodillen in de gracht dan ballenredders. We speelden verstenen-met-verlossen: als je gevangen bent moet je versteend wijdbeens gaan staan en als er iemand onderdoor kruipt, ben je weer verlost. Lievelingsspelletje van Manuela die zich vol elan steeds opnieuw op de grond werpt en tussen de peuterbeentjes doorrobt om ze te bevrijden, en natuurlijk doeltrappen waarbij Lisa en ik in de doelen stonden. Dan trappen ze namelijk duideijk harder om ons vooral goed en gevoelig te raken. De meisjes durven echter de bal zelf al nauwelijks pijn te doen, de jongens daarentegen nemen een aanloop van minstens 20 meter om de bal vervolgens afketsend op mij het hek over te schieten. Ik trap iedere bal quasi-nonchalant terug naar het desbetreffende kind. Dit keer helaas ook één keer iets te nonchalant, ik glibber voorover over de bal heen en stort ter aarde voor de voeten van de toekijkende ouders. Ach. Ik ben de afgangen inmiddels wel gewend, iemand moet de clown zijn toch? Oh, wat een lol…

Aan het eind spelen we steevast een stief kwartiertje ‘chaosvoetbal’. De kleine meisjes haken nu echt af en staan wat bedremmeld langs de kant te kijken. Sorry girls, het is niet anders: er moet ook gevoetbald worden. Maar het ís ook pure chaos: drie doelen, 5 ballen (6, 7…) en nog een stuk of zesentwintig overgebleven, door elkaar sjezende koters, sommige daarvan bloedjefanatiek, andere verbitterd huilend omdat ze de bal nooohooohoooit krijgen. Dat worden steevast de afvallers. Volgende week zijn het er vást nog maar zeventien…

eigenlijk raar

Raar eigenlijk, hoe de mens kan verdringen.
Verdrinken.
Opdat het ooit slijt.

Mooi dat het verstand weet hoe te vergeten.
Vergeven.
Ineens is het kwijt.

Gelukkig dat het gevoel over kan stappen.
Omschakelen.
De ervaring nooit af.

Goed dat het hart in staat is te omvatten.
Omarmen.
Wat ooit eens liefde gaf.

Blij dat ik steeds opnieuw door kan gaan.
Opzoeken.
Wat mij vervult.

En dat ik nu eindelijk feilloos herken
dat jij nog steeds
uit je nek lult.

.

.

(c) Lou

kadoooootje!

Zoals u inmiddels misschien wel tussen de regels door mee heeft gekregen, heb ik een werkelijk überattente man. Altijd heeft hij de leukste spontane ideeën, krijg ik elke week een andere kleur roos bij ’t zondags ontbijt op bed, brengt hij minstens maandelijks een spetterende verrassing voor mij mee, regelt hij zeker vier keer per jaar een romantisch verrassingsweekendje voor ons tweetjes in een wellnesshotel en zorgt hij altijd ruim op tijd voor de meest originele cadeaus voor al zijn familie en vrienden. Jaja, ik heb wat dat betreft werkelijk een lot uit de loterij getrokken met mijn eega (niet per definitie het winnende lot maar goed, het is er eentje).

Maar nu is dan toch het onvoorstelbare gebeurd: hij is deze keer voor de verjaardag  van z’n moeder daadwerkelijk de mist in gegaan. Zo’n drie weken geleden attendeerde ik hem er onopvallend op dat we dus over geschatte drie weken naar z’n mam zouden gaan – de lieve vrouw werd 76 – en dat een cadeau in dit geval niet zou misstaan. Wij hebben wat giften en geschenken betreft de stilzwijgende afspraak ‘jij jouw familie, ik de mijne’. En die afspraak werkt. Bijna nooit. Nooit. Zo werd het dus stilaan toch de dag van eergisteren. En ik SMS-de hem op deze goede vrijdagmiddag en passant én diplomatiek: “schat, als je straks toch nog dat cadeautje voor je moeder bij de Aldi gaat kopen, neem dan gelijk nog een waveboard mee want ze slaan hier elkaar de kop in om dat ene ding.”

Normaal gesproken is manlief absoluut onbereikbaar tijdens werktijden. Maar nu blafte binnen 2 seconden mijn telefoon. Jawel, jawel: man aan de lijn.
“Heb jíj nog niks dan??? Ik weeeeeeet niks… oh hemel, wat kunnen we [WE!!] haar nou geven…”
Opperste vertwijfeling. Heerlijk.
Ik opperde nog nonchalanter: “Och, als IK wat voor haar moest bedenken, zou ik voor haar bijvoorbeeld zo’n verhoogde groentetuin maken. Ze kan nog maar zó moeilijk bukken maar wil toch nog zó graag haar eigen sla, tomaten aardbeien en wortels verbouwen, dat zou voor haar écht optimaal zijn…” Hier heet zo’n ding trouwens een ‘Hochbeet’: een soort megaplantenbak, 80-90cm diep (hoog), een meter breed en een meter of 2-3 lang, meestal van hout. En ze zijn loeiduur als je ze kant-en-klaar koopt maar man is naast überattent ook nog eens verhipte handig en kan zulke dingen heel goed zelf maken.

Man was nog wat sceptisch, maar goed, het wás ‘een idee’. kadooooootje
“Maar hoe maak je zo’n ding dan?? Weet jij dat?”
Ik alles uitgezocht, hoe het ding te fabriceren, hoe te bekleden (woelmuisproof, houtrotproof), hoe te vullen (met die verschillende lagen etc.).
“Ja jemig, dat red ik dus nooit meer voor zondag…” (het was vrijdagmiddag, hè).
“Nee natuurlijk niet. Hallo… Maar dan geef je toch gewoon een tegoedbon? Voor één Hochbeet op gewenste maat, gemaakt door jou?”
Ja. Dat vond hij nu zelfs toch best een ‘goed’ idee.
“Ach, kun jij niet even zo’n tegoedbon maken? Dat kun jij zoveel beter dan ik…”
Tuurlijk joh. Kan ik.
Tegoedbon gemaakt, op fotopapier uitgeprint. Met nog een A4-tje vol tips en voorbeelden erbij zodat schoonmoe zich er ook wat bij voor kon stellen. Ik waagde het te vermelden dat het wel aardig zou zijn om er nog iets van bloemen bij te doen want dat maakt het een leuker geheel om te geven. Het werd geregistreerd.

Gisterochtend moest ik nog wat boodschappen doen. Man zag weer zijn kans schoon:
“Ach, kun jij dan niet nog even dat bloemetje meenemen? Dat geeft toch wat leuker hè…”
Tuurlijk joh. Kan ik.
Prachtige bloembak vol lenteblommen gehaald. Bon – in cellofaan ingepakt – in de bloembak, bloembak – in cellofaan ingepakt – voorzien van een mooie strik en glanzend lint. Een weldaad.

Vandaag hebben we schoonmoe verrast met haar bloembak-met-tegoedbon-voor-een-bloembak. Ze was er helemaal blij mee en verheugde zich stante pede op haar verhoogde moestuin. Ze begon zelfs gelijk met plannen waar het ding moest komen en hoe groot het moest worden. Een schot in de roos dus. Op de terugweg glimlachte man en zei: “dat was een goed idee van ons hè?”

Ja, mijn lieve, attente schat, dat heb je zoals altijd weer gewéldig geregeld.
Echt.
Geweldig.

één jaar geleden…

…plus een dag inmiddels, want gisteren heb ik dus vergeten dit blog te posten 😀

Vijf april tweeduizendentwaalf.
Een dag uit duizenden.
Ik denk er nog zo vaak aan terug… paaslou

Een tweet-up. En dan niet zomaar eentje: Eentje die, achteraf gezien, redelijk speciaal voor mij georganiseerd was. Een interessante ervaring, kan ik u verzekeren. Ik had via twitter en facebook zoveel heerlijke, lieve, interessante, mooie mensen leren kennen. Vele daarvan had ik nog nooit gezien, wilde ze dan ook heel erg graag ontmoeten, maar het hele land afreizen in één week tijd was (en is) simpelweg onmogelijk. Een grote lieverd, namelijk Nance,  pikte het feit dat ik in Nederland zou zijn op en organisetweetup2erde prompt een feestje. Ik mocht, samen met nog een aantal andere feestgangers, bij Jan en Nance in Groesbeek overnachten. Wat een gastvrijheid. En wát een bérg liefde die op me af kwam… heerlijk!

In het café zelf stond ik keer op keer met mijn mond vol tanden omdat ik out of the blue werd overladen met cadeautjes. Ik was mij er namelijk écht niet van bewust dat uitgerekend ik het middelpunt van deze tweetup zou zijn en dat men mij zó in de watten zou leggen. Ik was ervan uitgegaan, dat dit gewoon een leuk meet&greet-feestje tweetup1zou worden. Dat het een prettig bijkomstig feit was dat ik nu eindelijk ook een keer aan zoiets kon deelnemen. Dat ik een hoop mensen in één keer kon zien. Maar dus níet dat men ‘voor mij’ kwam… Een toch ietwat rare maar absoluut niet onprettige gewaarwording. Ik heb zo genoten van al die geweldige mensen toen… Ik zou die avond voor geen miljoen hebben willen missen. En ik ztweetup3ou ‘m zo onbeschrijflijk graag nog een keer overdoen…

Lieve iedereen die daar was, ik wil jullie – een jaar (en een dag) later – laten weten dat ik er nog steeds heel, heel erg vaak aan terugdenk, dtweetup4at ik jullie allemaal zó ontzettend graag weer eens terug zou willen zien (en dat gaat ook echt nog wel een keer weer lukken in de toekomst. Maarre… kadootjes hoeven (mogen) dan echt niet hoor! Echt niet! Alleen jullie weer zien zou al ’t summum zijn!!), dat ik jullie stuk voor stuk een megagrote virtuele zoen wil geven. Maar veel liever nog een echte…  Bedankt voor jullie.

En Nance, jij bent simpelweg meer dan goud waard. HUG & SMAK!!!

♥ ♥ ♥ ♥ ♥

..

.

tweetupcollage

(ik heb helaas niet van iedereen een foto :’-/
alleen daarom moeten we het al een keer overdoen…)

Traanarts

Vandaag was het weer eens zover. De tandarts stond op ’t program. Vanwege alle ziekengedoe van de afgelopen maand(en) tandartswas de afspraak inmiddels al twee keer verzet maar vandaag leek het erop dat alles ging lukken.

Weer een nieuwe tandarts. We hebben er inmiddels al vier (eigenlijk vijf, één was een ‘nood-tandartse’ waar we daarna verder niet meer zijn geweest) versleten. Zoon durfde er keer op keer niet meer heen want elke keer opnieuw was hij weer een traumatische ervaring rijker. De één boorde er lustig op los zonder te zeggen wat-ie ging doen (“dit is zo oppervlakkig, dat kan hij haast niet voelen” – yeah right), de ander japste er twee verdovingen in maar wachtte helaas niet lang genoeg waardoor zoon het trekken van zijn kapotte kies letterlijk tot in de puntjes voelde. Weer een andere zei geen woord maar liet ons stuk voor stuk fijn een half uur wachten in de stoel die toch al zo traumatisch was voor zoon. Eentje had zijn afspraken driedubbel gescheduled waardoor onze afspraak van 14:00h uiteindelijk om half 5pm kwam te vervallen. “Sorry, we gaan de praktijk nu toch maar sluiten, we zullen met u een andere afspraak moeten maken”. Nou mooi niet, ik wacht echt niet nog een keer met twee kleine kinderen 2,5 uur in een snikhete wachtkamer. Et cetera enzovoorts undsoweiter.

Deze tandarts was (is) tevens orthodontist en aangezien zoons tanden nogal scheef staan én hij (door alle antibitioca en overmatige mondgevoeligheid) nu al de tandproblemen van een volwassene heeft, leek hij me – op aanbeveling van de buurvrouw – wel een goede optie.  En dat was-ie. Een vriendelijke, lachende, open man met veel geduld en expertise. Afspraak om half vier, aan de beurt om half vier. Ondanks een volle wachtkamer. Alles prima gepland. Aardige, rustige assistentes. Ik had meteen vermeld hoe de boor in de steel zat bij zoon, dat ze echt geduld met hem moesten hebben en dat hij doodsbang was.

En toch was het ook deze keer weer opnieuw pure horror voor zoon. Er moesten afdrukken gemaakt worden voor zijn beugel (hij heeft een te nauwe beet en scheefstaande tanden). Te heftig trillend beet hij in de vinger van de assistente die de mallen vanwege de grootte even voor moest proberen. Stukjes van de felblauwe afdrukpasta raakten in zijn keel waardoor hij niet meer kon stoppen met kokhalzen. Dikke tranen. Nog meer braakneigingen, rode vlekken in zijn nek, wanhopige blik. Ik veegde met mijn vinger snel wat van de pasta uit zijn keel (mocht gelukkig) en hield zijn hand vast. Daarna moest er nog wat tandsteen ( 😦 en dat bij een tienjarige…) verwijderd worden, ook geen pretje. Ik probeerde hem steeds weer gerust te stellen maar hij verkrampte alleen maar verder. Nog meer tranen. De assistente deed het echt geweldig en zo goed als het ging tussen die duwende tong en bijtende tanden door. Het bloed dat hij uitspuugde in het spoelbakje gaf hem ’t laatste restje en hij keek me zo ontredderd aan… Spoelde zijn mond, rukte het plastic slabbetje af en rende met zijn iPod naar de wachtkamer. Wegwegweg van die stoel. Mijn arme knulleke…

Dochter was voor hem al aan de beurt geweest. Die is namelijk gek op de tandarts, heeft volledig ongevoelige tanden (net als haar vader, oh wat een zegen lijkt me dat), kreeg lof van de tandarts omdat ze zo goed gepoetst had en haar tanden prima in orde waren. Zelfs toen ze een jaar of twee geleden een gaatje had dat gevuld moest worden en ze daarbij met een spiegeltje alles minutieus kon volgen, vroeg ze naderhand wanneer ze dit nou nog een keer mocht want het was leuk! Uhuhh…

Ikzelf moest vanzelfsprekend ook nog even voor controle (alles prima, gelukkig heb ik meer dan goede, keiharde tanden want in principe ben ik net zo gevoelig en net zo’n schijterd als zoon…) en werd een klein beetje bijgepolijst maar ik kon om een paar minuten na vier alweer mijn ietwat gekalmeerde zoon oppikken in de wachtkamer, dochter vrolijk achter me aan hobbelend. Een half uur traanarts. Inclusief 3x röntgenfoto’s maken, beugelafdrukken happen en tandsteen verwijderen. Aan zoons trauma’s kan ook deze tandarts niks doen, dat hebben zijn collega’s al teveel verkloot. Maar bij deze blijven we, da’s een ding wat zeker is. Volgende week is de beugel klaar. Ik ben benieuwd of we het ding er elke dag zonder afgebeten vingers in gaan krijgen…

Time out

Door de tuin, over het bijna nieuw ogende pad van rivierstenen, liep hij naar de schuur. Zijn oude maar inmiddels weer verre van krakkemikkige werk- en knutselhok, een zelf opgeknapte, houten hooischuur op een meter of honderd afstand van de eveneens tiptop gerenoveerde woonboerderij. Dikke balken, een grote staldeur, de geur van oude motorolie en vers gezaagd hout. Alles had hij met liefde in perfecte staat gebracht. Zijn baan als machinist had hem zijn leven lang veel van het land laten zien, had hem altijd voldoening gegeven en hem jarenlang omgeven met die zalige bielzengeur. Totdat de betonnen bielzen kwamen… Springers had hij vanzelfsprekend ook meegemaakt. De aanblikken van die wanhoop voor eeuwig in zijn geheugen gegrift. Als hij dan toch weer thuis was, stortte hij zich op de gebouwen. Zijn gebouwen. Zijn tweede natuur, zijn lust en zijn leven. Timmeren, bouwen, ombouwen, renoveren. Nieuw, mooier en beter maken. Nooit te oud. Nooit te goed.

Maar nu, nu was alles af. Beter. Best. Op zijn mooist. En afgelopen. Afgemaakt. Sinds drie maanden was hij nu officieel met pensioen. Wat een rotwoord. Oudjaar. Einde van alle jaren. Een bedankje op papier voor zijn tweeënveertig dienstjaren. Waar vind je dat nou nog tegenwoordig? En een nieuw jaar vol met niks… En nu, nu waren ook alle bouwperikelen rondom huis en haard voltooid. Er was niets meer wat nog moest gebeuren. De laatste lik verf op de schuurdeur had alles afgemaakt. Klaar. Over en uit.

En ineens. Zomaar.
Was het daar.
Dat groots gapende gat.
Wat nu?
Waarvoor nog…
Waaróm nog…
Spring ik erin?
Of blijf ik eeuwig hangen…

Samen met Mara had hij net geluncht in het zonnetje op de gelikte veranda die door haar al liefdevol met een bloemenzee was uitgedost. De boel zou vast nog wel een keer gruwelijk bevriezen, maar dan zou ze er onuitputtelijk nieuwe bloemen neer blijven zetten tot ze ook écht in leven bleven. Ook al geen eeuwig leven. Ze was net even boodschappen gaan doen. Wat lekkere dingetjes voor vanavond bij de boterham, zei ze nog. Ze had hem nu toch niet meer nodig…

Hij slenterde voort.
De zinloosheid was tastbaar.
Zichtbaar.
In zijn voetstappen op de nog keiharde grond.
Blauwe hemel, de linde geur van lente.
Wat had het nog voor zin.
Druk scharrelende vlaamse gaaien.
Een blauw veertje achterlatend.
Waarom zou hij nog…
Dat lichte briesje dat door zijn laatste vlassige haren dwarrelde.
Wanhopige moedeloosheid maakte plaats.
Voor absolute leegheid…

Het bungelde een beetje. Stevig bevestigd aan de dikste balk in het midden van de schuur. Hij schoof er een gammel draaikrukje onder en draaide het nog iets hoger om echt zeker van zijn zaak te zijn. Het uiterste van de ketting. Een geschikt touw had hij niet kunnen vinden. Dan maar zo. Een zwaar gevoel. Even stond hij, ogen gesloten, en vroeg zich nog één keer af waarom. Het kon niet anders. Er was niets meer. Aan alle zinloosheid een einde. De ondraaglijke zwaarte van het bestaan. Even wiebelen, overgaand in een licht schommelen. Een troostend wiegen.

Het krukje kantelde en de auto van Mara reed steentjesknarsend de grindoprit op. Haar met verdriet en shock doordrenkte schreeuw hoorde hij al lang niet meer.

Hij wist het nu.
Het was zijn tijd.

.
.
Time.

.
Out.

.

.

.

.

.

N.a.v. enkele (privé-)reacties:
Please mind the tags!!! Dit is een volledig fictief kort verhaal. Het heeft niets met mij of mijn (directe) omgeving te maken.

Vrijblijvend

vrijgevangenhart

bron: pixabay (59593)

Kon niet anders
Moest zo zijn
Was gewoon goed
Voelde toch fijn.

Alles overboord
soms zo erg nodig
even wereldloos
Taal overbodig

Stil, beide ervan
schaars ’t moment.
Ogen die spreken.
In ons element.

Zo lang geleden
Gevangen het hart
Zal altijd blijven
en eeuwig verward.

Ieder een weg, na
gestolen seconden
een opleving door
armen die vonden.

Stil zal ik blijven,
schuchter maar blij
In mijn chaoshoofd
Laat ik jou vrij

.

(c) Lou