Paasbrunch

Pasen. Synoniem voor “lekker eten”. Bij ons wel in ieder geval. Normaal gesproken hebben wij hier thuis bij paps en mams op Paasbrunch2  eerste paasdag ons traditioneel paasontbijt. Dit jaar wilde mams wel eens wat anders en vatte het idee op om dan te gaan paasbrunchen bij Van Der Valk in Hengelo. Ik verslikte me in eerste instantie een beetje in mijn koffie toen ik het hoorde want tjee, bij Van Der Valk… Ik had nog steeds ergens het image van “urenhotel” voor ogen, de beetje louche zaak waar collega’s bij tijd en wijle twee uurtjes voedingsmiddelenvrij gaan ‘lunchen’. Sorry for that, maar da’s mijn associatie met deze hotelketen. Een waakzame toekan op ’t dak die uitkijk houdt naar allerhande achterdochtig aan komen scheurende echtgenotes. Zat ik er even vet naast…

Hoe dan ook, het leek me sowieso een hoogst interessant gebeuren. We kwamen om iets voor elven aan en liepen achter de meute aan het hotel in. En toen vielen m’n ogen bijna uit de kassen. Wat megagroot! Wat een logistiek! En wat sjiek! Alles was perfect geregeld. Mooi gedekte tafels. Maar ook ongelooflijk véél tafels… En nóg meer mensen… Iedereen werd naar de juiste gereserveerde tafel begeleid.
“Jij bedient in wijk 7.” (oh, we brunchen in wijken)
“28, jij doet nu eerst koffie en thee” (jee, ze hebben nummers…)
“12, bij tafel G1 moet nog een bord bijgedekt worden” (dat was bij ons, we waren toch echt met zijn negenen. En floepdiewoep, stond er al een stoel en bord bij). Ondertussen zocht ik snel even op waarom een toekan nou het logo van een valkachtig iets kan worden.

Het was een fascinerend geheel, werkelijk waar. Drie zalen vol mensen. Gróte zalen ook: ik denk dat er alleen in ‘onze’ zaal wel zo’n 800 mensen zaten. De zaalmeester dirigeerde erop los. In het midden het enorme buffet, helemaal volgepakt met de mooist opgemaakte schalen met de lekkerste dingen. Ik keek m’n ogen uit. Alles werd in staat van paraatheid gebracht en Meneer de Zaalmeester (die me overigens een beetje aan MePaasbrunch1neer Cactus deed denken) sprak in de microfoon dat we georganiseerd los mochten. “We nodigen u per tafel uit”. OK… wij waren de eerste tafel in de zaal dus dat kon nog goed komen. De geijkte buffetstress bleef binnen de perken want er werd werkelijk voortdurend bijgevuld. Er was zoveel lekkers… Zalm met asperges, gekonfijte gehaktballetjes, alle denkbare watergespuis (van zoute haring tot rivierkreeftjes), de lekkerste kaassoorten, ontelbare broodsoorten (ik heb overigens uit praktische overwegingen geen brood gegeten: zonde van de ‘vulling’: daar waar brood zit, kan geen ander lekkers meer zitten en brood kan ik thuis ook eten), jammetjes, salades, tapas, carpaccio, rosbief, saucijzebroodjes, allerhande warme schotels, soepen, sappen, en nog meer. Je kon ’t niet afkijken. En al helemaal niet eten, wetende dat er om ca. 1pm ook nog een “dessertbuffet” opgediend zou worden. Wáár in mijn binnenste kon ik nog een reservegat daarvoor creëren?? De kinderen deden zich te goed aan het kinderbuffet (poffertjes, wafels, slush, kipnuggets, minifrikandellen, frietjes, in die volgorde genuttigd) en mixten alles vervolgens goed door elkaar op de 2 gigantische luchtspringkussens in de hal. Dochter liet zich tot paashaas schminken maar zweette dat geheel er al springende in no time ook weer af.

Wij verbaasden ons nog even door over de enorme organisatie. “Dan moet eigenlijk iedere zaal wel een eigen keuken hebben, zPaasbrunch3ou wel raar zijn als dit allemaal uit één keuken kon komen voor zoveel duizend mensen”… Het bleek daadwerkelijk uit één keuken te komen. “Ja, ook raar dat hier beneden het mannentoilet links zit, maar boven rechts…” opperde man en passant. “Dan zou er theoretisch wel eens iemand het damestoilet binnen kunnen stappen… theoretisch…”
“Whahaha, en toen keken al die vrouwen je raar aan??”
“Nee, als er vrouwen hadden gestaan, had ik ’t wel gelijk gemerkt… Maar ineens hoorde ik al bezig zijnde wel vrouwenstemmen binnenwandelen. Dat was wel even wennen.”
Uhuhh…

Het desertbuffet was ook niet te versmaden. Met een hoop sterrenflikkers en ander vuurspuitend spul werd het opgediend en mochten we voor de tweede keer los. Ik was nog steeds naarstig op zoek naar dat reservegat in mijn maag waar nog een bord vol bavarois, caramel-notenijs, slagroomsoesjes, petit fourtjes en zwarte-bessenparfaît in zou passen.

Op de terugweg waren we nog getuige van het optakelen en wegslepen van een op de snelweg uit de zelf gecreëerde bocht gevlogen auto (“die heeft vast geen zalige eerstepaasdag…”) en toeterden de kinderen ons achterin de oren vol met onzin. En ik moet zeggen, het image van Van Der Valk wat ik had, heb ik moeten laten varen. Het verliep vlekkeloos en je hoefde nergens werkelijk lang te wachten, ondanks het echt wel massale geheel. Iedereen was even vriendelijk en alles was even lekker (nee, overheerlijk gewoon). En nu zitten we hier thuis een heftig potje uit te buiken. Geen paasdiner meer nodig, past echt niet meer. Het was een leuke ervaring. En vooral een hele lékkere ervaring. Ik heb er persoonlijk niks op tegen om volgend jaar weer te gaan. Maar aan de andere kant is een knus traditioneel paasontbijt in alle rust en kleinschaligheid dan ook wel weer een keer leuk.

Reisluchten

Deze reisluchten
laten mij zuchten.
De wolken, de kleuren,
geen tijd om te zeuren.
Te druk met vluchten…

In deze vergezichten.
wegvliegen, camera richten.
Autobahnzoevend
Nietsbehoevend
Enkel maar deze reisluchten…

collage

Verbitterd

Ik ben, naast een gezegend mens (zie vorig blog), ook een uiterst verbitterd mens…

En dat niet eens qua gemoedstoestand maar in de absoluut letterlijke zin van het woord. Het is werkelijk niet te geloven hoe smerig medicijnen kunnen zijn. Mijn huidige antibiotica (waar ik inmiddels licht allergische reacties op vertoon maar met de gebruikelijke antihistaminica blijft ’t gelukkig nog binnen de perken) is zó ontzettend bitter dat alles in mij nu ook bitter is. Mijn bloed is bitter, mijn huid smaakt bitter, mijn speeksel is ’t allerbitterst. Waarschijnlijk is zelfs mijn vagina inmiddels verbitterd maar dat heb ik nog niet laten testen *kuch*.

Verbitterder kan ik niet zijn…

Lang leve de suikervrije mintdrops die ik zelfs in mijn slaap sabbel omdat ik anders dat bittere speeksel niet meer weg krijg. De shit is, dat de dingen die ik normaal gesproken lekker vind (koffie, (groene) thee, chocola, volkoren brood, gehaktballen enzo) nu óók bitter smaken. Alleen zoetigheid smaakt nog steeds zoet.

Nog een bitterzoet weekje voor de boeg…

.

Your touch so bittersweet
Baby, don’t forget my name
When the morning breaks us…

 

 

(Ellie Goulding – Bittersweet)

moor letoh ylenol
a ni dloc dna toh
uoy snrub ti wonk I
dna dloc dna toh

(hot and cold and
I know it burns you
hot and cold in a
lonely hotel room)

Beest

Leed.
Verleden tijd.
Van lijd.
Het lijden voorbij.
Of toch ook niet.
Eeuwig duurt
het leed der tijden
en blijft geleden
leed een lijden…

Ik ben een gezegend mens. Zo zeg je dat toch? Ook als  niet-gelovige. Ik heb lieve, warme, onbetaalbare ouders die om me geven en die er altijd voor me waren in mijn jeugd. Die álles voor me deden en me altijd gaven wat ik nodig had. En dat allemaal ook nog steeds doen, want ik heb ze allebei nog. Ik heb een geweldige zus met wie ik meer dan goed contact heb en van wie ik megaveel houd. Ik heb een lieve man, twee fijne kinderen, een stel vrienden van goud en – voor zover ik weet – geen noemenswaardige vijanden. En ik heb nog zoveel meer. Ik zeg toch: gezegend. Mijn wereld was en is nog steeds een goede.

In tegenstelling tot werelden van anderen waarover ik lees, waar ik in mee kijk en als vanzelf in mee ga voelen. Ik zou het niet moeten doen maar ik beeskan niet anders. De ogen sluiten maakt niet dat het er niet meer is. Noodlot en ellende, verwaarlozing en misbruik, intense slechtheid en mishandeling. De één beschrijft en beschildert die ervaringen uitvoerig, de ander vreet ze op, ontkent alles en laat het leed opgeslokt worden door een groot zwart gat, in de hoop zelf niet meegezogen te worden. De één is in staat om dingen te laten rusten en zelf rust te vinden, de ander begaat uiteindelijk een wanhopige moord en blijft eeuwig malen over het ‘waarom ik’. De één wordt het absolute tegendeel van de kweller, de ander herhaalt zelf onbewust het ervarene. En waar stopt het dan… Stopt het überhaupt ooit?

Het is verbazingwekkend hoe krachtig, hoe respectvol en mooi sommige mensen kunnen worden ondanks alles wat hen en hun naasten is aangedaan. Maar ook na alles wat zij zélf hebben gedaan of misdaan. Als buitenstaander is het moeilijk om te onderscheiden tussen wat werkelijk was en wat waarheid is. Ik ga op mijn gevoel af, naïef als ik ben. Ik noem mij bewust niet intuïtief, het is een wíllen geloven in mijn eigen gevoel maar een toch niet compleet daarop durven vertrouwen… Maar juist daarom zeg ik dan ook gelijk maar niks meer. Mijn gevoel is nooit feilloos. Niemands gevoel is dat. Het faalt bij tijden, ondanks al die goede wil. Ik laat mijn gevoel rusten in de fase van empathie en respect, daar waar het ook hoort te blijven, de eeuwige buitenstaander zijnde.

Maar steeds opnieuw ben ik toch weer compleet overdonderd. Volledig in de war van alles wat mensen elkaar aan kunnen doen. Geschokt door die hel waardoor sommige ouders hun kinderen moedwillig laten gaan. Verdrietig door de beschuldigingen die broers en zussen elkaar naar het hoofd gooien. Wanhopig door al het wantrouwen en de ellende,  door alle vooroordelen en veroordelingen.

De mens blijft een raar beest.
Ik blijf mijn heftige pogingen doen
om dan maar tenminste
een goed, betrouwbaar beest te zijn….

En alles blijft anders.

Kom mee…

vernachelarij

Ergens vind ik ’t wel leuk. Het feit dat foto’s heel (hééééél) soms beter uitvallen dan hoe de waarheid is. Maar aan de andere kant vind ik ’t ook lastig, want daarmee worden de verwachtingen gelijk weer een tandje opgeschroefd. Ik post zelden ‘full body’-foto’s omdat ik mijzelf veel te dik vind. Ik bén ook te dik, nog steeds. Ik mag dan inmiddels vijf kilo afgevallen zijn door alle ellende van het ziek zijn maar die vijf kilootjes vallen toch écht in ’t niet bij mijn totaalgewicht, waar nog steeds zo’n vijftien tot twintig kilo overgewicht aan hangt. Ik post wel regelmatig ‘portretfoto’s’ omdat ik met m’n kop tot zover best aardig tevreden ben, daar kan ik – ondanks onderkin en regelmatige ouderdomspuistjes – naar kijken zonder meteen te denken: “jeeminee, mot dat nou, stop die kop eerst maar ‘ns in een fatsoenlijke toiletpot en spoel minstens 3 keer”. Maar lichamelijk ben ik hoogst ontevreden met mezelf. En terecht. Ik doe mijn best maar het duurt lang en het is uiterst moeizaam, dat afvallen.

Onlangs had ik bij Otto nieuwe laarzen besteld. En ontvangen, dat ook nog :-). Laarzen zijn in mijn geval een kriem omdat ik dus niet alleen brede heupen maar ook heel brede kuiten heb. De normale laars krijg ik met geen mogelijkheid dicht. Ik moet op zoek naar “Weitschaftstiefel”, laarzen met een schacht van minstens 42cm omvang (de normale laars gaat tot maximaal 37cm). Déze laarzen waren variabel omdat ze aan de voorkant touwtjes hebben die je naar believen als een korset in kunt snoeren nadat je ze comfortabel dicht geritst hebt. Ik had beloofd ze te showen Vernaggelarijen dat deed ik gisteravond en passant dus even. Snel een foto met de mobiel voor de spiegel boven. In de pauze van het theaterstuk waar we waren dan ook nog snel even gepost en BAM, de reacties bleven niet uit. Heel veel mensen die riepen dat ik er zo slank uit zag, lekker wief, mooi, etcetera etcetera.

Op zich vind ik dat natuurlijk best leuk en fijn en aardig en vleiend maar het klopt niet. Nu zegt iedereen wel “joh, wat zeik je nou, zeg gewoon niks en geniet ervan!!” enzo, maar ergens voelt het dan toch een beetje als vernachelarij [ver·na·che·len (werkwoord; vernachelde, heeft vernacheld) (informeel): bedriegen – aldus de Dikke van Dale], als oneerlijk dus. Het schept een verkeerd beeld van mij. Ik heb de foto níet bewerkt (daar had ik helemaal geen tijd voor), het is een lucky shot, zeg maar. Maar de foto is duidelijk misleidend. Door het scheef houden van de telefoon, door het van bovenaf fotograferen en door de langwerpige, smalle spiegel lijkt het allemaal veel slanker. Tja. Ik ben een realist. Ik wéét hoe het in ’t echie is. Het is niet anders.

Nou ja. Iedereen bij deze bedankt voor de complimenten, die zijn in elk geval wél goed voor m’n doorgaans toch al zo gecrushte ego. Ik zal mijn best doen om naar het beeld op deze foto toe te werken. Maar echt, dat duurt nog even, helemaal nu ik de 40 gepasseerd ben.

Heb dus nog wat geduld met mij.
Bij voorbaat dank.

must have been love

but it’s over now…

de troela van Roxette krakeelt op de radio. Ik word er keer op keer so sad van, van dat liedje. Must’ve been good, but I lost it somehow. Niet eens zeker weten of het ook echt goed was, maar het zal allemaal wel zo geweest zijn. Dat onbestemde gevoel, dat ken ik. Niet weten hoe je verder moet. Aan de tafel zitten, erop los rammen op je afgesleten, glimmende, gore toetsenbord. Ik zie de restjes erwtensoep nog zitten. Moet ik nog schoonmaken. Weten wat je allemaal nog moet doen en hoe lang je lijst van urgente zaken is maar gewoon niet op kunnen staan om er aan te beginnen. Star blijven zitten. Verder typen. Beetje in het niets staren en nadenken over wat je nou éigenlijk het liefste wil, wat je in vredesnaam met dit hele leven aan moet. Wat dóe ik hier?

Van Roxette in één ruk door naar de vragen over de zin van het leven. Kan ik. Marie F. is inmiddels klaar met haar liedje en een vrouw op de radio heeft een Skoda Octavia gewonnen. Ze is helemaal in de zevende hemel. Een áuto! Ze kan bijna niet stoppen met jubelen. Ik  had liever wereldvrede gewonnen. Of een kop koffie die eindelijk weer smaakt.

It must have been love.
Is it really over now?
Nee, is het niet.
Ik proef het alleen momenteel allemaal even niet meer.
Ja, bitter. Dat wel.
Mijn liefdespapillen zijn stuk.
Allemaal.
Stuk voor stuk.
Stuk.

Blèh.
Gore smaak in m’n mond.

.

papillen

Overleven

Hoe gaat het? Het gaat. Het is nog niet gestopt in ieder geval.

Ik sleep me van de bank naar de tafel, van de tafel naar de keuken, van de keuken naar de wc, van de wc naar de bank, en vice versa. Oh en ’s avonds sleep ik me de trap op en het bed in. Dat ook.

Ik ben ’t redelijk zat, dat ziek zijn (understatement of the year) want ik moet nog naar Ikea, kastdeurtjes omruilen. Ikea hijgt zogezegd in mijn nek (geen idee hoe lang de omruiltijd is daar, maar veel meer dan een maand zal ’t wel niet zijn?). Ik ben nu al dik vier weken op en af ziek. Eerst de ene griep, toen een opleving (waarin man en de kinderen ziek waren, dus dat kwam mooi uit) en daarna de tweede griep. En dáárvoor had ik ook nog die sullige hersenschudding in combinatie met een verrekte binnenknieband als gevolg van mijn acrobatische skikunsten. Eigenlijk ben ik nu dus al zo’n twee maand aan ’t kwakkelen. Kan ik niet doen wat ik allemaal zo graag wíl doen, mis ik steeds opnieuw mijn vibrogym, val ik om de haverklap volledig knock-out in slaap en voel me allerellendigst. Elke dag denk ik ’s ochtends: “NU wordt het beter. Ik voel het.” En tegen de middag crash ik dan weer op de bank. Ergens tussendoor doe ik nog het huishouden (zo goed als mogelijk), ga ik met de kinderen naar de therapie (want dat moet toch ook doorgaan), draai weer een wasmachine met kotswas, kook een pan spaghetti met saus, help zoon bij zijn huiswerk, stofzuig een beetje verdwaasd voor me uit. Het enerverende bestaan van een zieke Hausmutti.

Van werken komt sowieso niks, de error rate zou veel te hoog liggen. Wat wil je, met een (weliswaar lichte, maar toch) longontsteking. Door het hoesten verschieten m’n wijsvingers standaard van de f naar de r en van de j naar de u, om van de telefoon maar niet te spreken. Lang leve de autocorrectie. Daarnaast word ik er inmiddels daadwerkelijk ook ietwat incontinent van: m’n bekkenbodemspieren trekken ’t allemaal niet meer (sorry if T.M.I.) Lang leve de Tena Lady inlegkruisjes 😦 En mijn hoofd bonkt door alle geblaf als een drilboor. Lang leve de aspirine complex i.c.m. paracetamol. Maar voor mij blijft ’t nog even overleven.

Voordeel is wel, dat er relatietechnisch nu gelijk ook een hoop geëscaleerd en op tafel gekomen is (ik had er nu tijd voor hè 😀 ). Dat dan wel weer. Love is definitely still living here, in ieder geval. En Hope trekt er ook weer bij in. Ik heb inmiddels, in alle drang om beter te worden, een vakantie voor de zomer geboekt (Italy, here we come). En ik heb toegegeven aan mijn onbedwingbare kooplust en de bestellingen, incl. kinky boots, net binnengekregen. Heel tevredenstellend. (Nu alleen nog betalen :-S maar dat doe ik wel als ik weer beter ben gheh). Dochter luistert boven naar een barbie-CD, zoon scheurt op z’n waveboard om het huis heen. Nou ik nog op de been en dan komt alles uiteindelijk toch weer goed.

’t Is verdorie nét een sprookje.

Lang leven

Dochter speelt buiten, schommelt in de hangstoel. Ineens komt ze naar binnen gestormd.
“Mam, hoe lang kan men eigenlijk nog leven?”
“Jee, meis, dat is heel verschillend. Sommige mensen leven maar heel kort en andere mensen weer heel erg lang…”
“Oh. Cool”
“Cool?”
“Ja. Ik ben er zoeentje die heel lang leeft, dus ik kan nog heel erg lang schommelen.”

Ah. Life is so simple…

Even bankhangen

Kraakstempneumos
Brandende longen
Blaffende hoest
Koortsige wangen

Vaalgrauwe huid
Lodderogen
Trillende vingers
Even bankhangen

Doorgaan…
Moed houden…
Opkrabbelen…
Zon opvangen…

Vet crashen
In slaap donderen
toch nog maar
Even bankhangen.

.

.

Geschreven vanaf de bank.

maar ’t stinkt zo…

Ik ben er helemaal aan gewend inmiddels, aan het emmertje sjouwen, emmertje omspoelen, slokjes water geven, emmertjekotz weer aanreiken, over haren aaien terwijl de sproeikak in de toiletpot gekatapulteerd wordt, druipend achterwerk afvegen, emmertje weer aangeven, emmertje omspoelen… enzovoort. No problem. Ik heb geen emetofobie, ik verricht dit soort handelingen met stoïcijnse rust. Maar NIET als ik zelf ook misselijk ben…

Het stinkt zo… Het stinkt zó enorm dat ik zelf begin te kokhalzen en zoon en ik dan maar weer een professionele synchroonspuugact opvoeren: Hij zittend op de wc met het emmertje op schoot, ik staand ernaast, hand aaiend op zijn kruin en meespugend in hetzelfde emmertje. En een lol dat we hebben…

Het huis ruikt naar ziekte. Overal ruik ik die zure, indringende geur van overgeefsel, aan mijn vingers (vers geschrobd), mijn kleren (schoon), de bank (het doekje met dettol ligt ernaast), het bed (3x verschoond). Man had duidelijk die andere, rondwarende griepvorm: die met keelpijn, hoofdpijn, koorts en pijnlijke ledematen. Ik had die variant ook, de week ervoor, maar bij mij was het blijkbaar niet erg genoeg om écht mee te tellen in de huiselijke griepstatistieken. Met man nog zwetend boven in bed werd dochter vorige week woensdag ook ziek. Dit keer de andere variant: keelpijn, hoofdpijn, overgeven (véél overgeven, vooral ‘s-nachts en vooral náást het emmertje en in bed), spuitpoep van jewelste en enorme buikpijn. Vier dagen lang heeft ze – tot grote irritatie van man die zijn plek ingenomen zag – uitgeteld en bleekjes op de bank gelegen. Toen ging ’t weer een beetje. Gisteren uiteindelijk toch weer naar school, nog niet lekker. Vandaag belde de directrice op: of ik haar op kon halen want het ging echt niet goed.

Ondertussen crashte zoon gisteravond, nadat hij al dagen had lopen pochen dat het hem allemaal niks deed: hij was zo gezond als een vis. Die gezonde makreel kreeg dus gisteren op school ook nog even zijn DKTP-inenting en dat was de druppel: ’s avonds kwam alles eruit. En nog een keer. En nog een keer. En de hele nacht lang. Vier bedverschoningen lang. En nu nog. Vanochtend heb ik hem op m’n rug de trap af gedragen zodat hij op de bank kon liggen (de helende straling van die TV hè, die is nodig). Mocht u zich afvragen waar manlief in dit geheel is: die is skiën. Mijn eigen schuld hoor, vanochtend mompelde ik in mijn slaapdelirium dat ik het wel zou redden. Hij bood aan om thuis te blijven, vroeg of het echt wel goed ging. “Echt, ga maar schat, is goed voor je, een dagje in de frisse lucht, ik red ’t hier wel”. Dus daar klaag ik verder niet over. Nee nee, echt niet.

Dus. Nu liggen er twee kinderen te kermen op de bank. Zoon geeft nog steeds in regelmatige afstanden over (en kermt absoluut het hardst van allemaal, zoals het een echte man betaamt) (oh sorry, dat laatste floepte er zomaar uit… zoals zoveel deze dagen…), bij mij is het enkel nog misselijkheid zonder echte braakneigingen. Twee keer spugen en één keer de al door de darmen geprocesseerde rest er aan de andere kant uit knallen was genoeg voor mij. Hoop ik dan maar. En ik red ’t ook wel hoor. Heb net een pan echte kippensoep gekookt (getrokken van echte niet-plofkip (ontplofkip haahahaha)). Dochter eet ‘t. Had ik ook wel verwacht. Zoon wil niks. Had ik ook wel verwacht. Dus we sudderzieken hier gezellig nog even verder.

Ach, alles gaat voorbij. Ook dit.
Maar ’t stinkt zo hè…

.

PS: 2x spugen en 1x spuitpoepen bleek toch niet genoeg. De rest kwam vannacht. En vandaag de hele dag door. En morgen waarschijnlijk ook nog. Wat kan een mens zich belabberd voelen zeg…

still my man

Thuis komen na een dag werken. Eindelijk weer. Een volle week ziek zijn is niet goed voor je. En duidelijk ook niet voor mij… Bij binnenkomst een schuine blik, een vluchtige kus. Hai. Hoe ging ’t op ’t werk? Ach wel OK hoor… Eten in de magnetron duwen. Al krant lezend wordt ’t naar binnen gewerkt. Weinig woorden. Heel erg weinig. Te weinig? Even kort tussen de kinderen in nestelen, dan naar boven. Muziek luisteren. Afgekapseld… weg…

Maar wáár ben je dan,
in dat hoofd van je,
als je weg bent?
En waarom doe je zo, zo…
Zo afstandelijk. Zo…
Zo alsof je boos bent.
Of achterdochtig.
Of op je hoede.
Of alles tegelijk.
Heb ik toch iets
té fout gedaan?
Té verkeerd gezegd?
Geschreven?
Ja, dat redelijk zeker…
En het blijft maar malen.
Weer eens blogs zitten lezen?
Van je maffe vrouw?
Mogelijk.
Dan lees je deze ook?
Ooit.

Doe me één plezier:
Laat je niet sturen en vooral ook niet storen door mijn dagelijks hormonaal geblaat.
Ik ben je vrouw, remember. If you don’t know me by now…
En jij bent mijn man. Nog steeds.
Wij horen bij elkaar. Ook nog steeds.
Hier komen we ook wel weer uit.
Ja toch?
Toch??

trusten!!

ik moet nog heel  even
maar weet niet goed hoe.
dat is het schrijversleven
maar ik ben zo moe…

ik wou op de valreep
iets zinnigs opschrijven
een zinloze pennenstreep
om wakker te blijven.

ik zou me nu toch echt
in bed moeten bevinden
waar ik waarde aan hecht
kan ik geen doekjes winden.

ik ga het nu dan maar
’n etage hogerop zoeken.
en doe morgen, hé, ziedaar!
weer een dag uit de doeken.

Trusten!!

(kop in ’t kussen, kont in ’t stro, sloap-ie zooo ;-P)

Iets met koppen, rompen en rukken

Ohhww dit is weer zo’n titel die veel clicks gaat genereren, wat ik je brom. Rukken does the trick. Maar ik kijk nu heel onschuldig naar Brigitte Kaandorp en ze zingt een liedje dat simpelweg gewoon pást nu. De woede is al wat gezakt maar nog steeds hè, nog steeds…

Ze zeggen wel de tijd heelt alle wonden,
en wat gebeurd is, dat is nou gebeurd
en wat gij niet wil dat u geschiedt,
doe dat ook een ander niet
daarom heb ik je kop nog steeds niet
van je romp gescheurd.

Oh, scheuren. Ze zong scheuren. Niet rukken. Shit. Nou, maar ik verander de titel niet. Laat ze maar komen, die klikkers.

Ze zong trouwens nog over  in de anus gepropte laptoppen en naaiende moraalridders, maar ik kan de complete lyrics niet vinden op Google dus hier laat ik ’t maar bij. Heerlijk, zulke wraakteksten. Eigenlijk is ze doodvermoeiend, deze Brigitte, maar ze heeft nog steeds prima benen en ik ben een absolute fan van haar liedjesteksten. Zó treffend. Zo ráák. Zo mij… ik herken mij in dit mens. Niet dat ik in netkousen en korset op een podium rond zou springen (je wordt duidelijk ouder, Kaandorp, maar je mag er nog steeds wezen), ammenooitniet, en zoveel woorden in één minuut zeggen als zij doet, is godsonmogelijk voor mij, maar haar humor is de mijne. Lekker sarcastisch. *like*

Maar even terug naar dat liedje. Een dag of wat geleden rees er ergens (ik vrees op facebook) de vraag of je gelooft dat ieder mens tot een moord in staat is. Nou is het woord ‘moord’ in principe direct verbonden met ‘voorbedachte rade’ en daar moet je toch wel een wat gevorderde gek voor zijn (niet dat we daar een gebrek aan hebben), maar ik denk wel degelijk dat iedere mens in elk geval tot doodslag in staat is. Of zo af en toe eens een moord uit passie zou willen plegen. Zo kwaad, zo intens gekwetst dat je iemand iets aan zou kunnen doen. Maar je doet ’t niet. Dat is dan weer het verstandelijke (en het schijterige…) in de (jaja, gebagatelliseerde ;-)) doorsnee mens. Gelukkig.

Eergisteren droomde ik nogal levendig. Ik hielp iedereen om zeep die mij ooit kwetste, die de mensen die ik lief heb pijn deed en ook degenen die me figuurlijk al zó lang in de weg stonden op mijn weg naar het geluk. En het voelde zó goed. Alleen bleef ’t natuurlijk niet verborgen, ik ben geen professional serial killer, zelfs niet in mijn dromen. Het vluchten werd steeds lastiger. Want door dat wat ik deed, moest ik ook juist mijn geliefden in de steek laten en heel hard van ze wegrennen. En dat kon ik dus niet…

’s Ochtends wakker was ik dan toch blij dat ’t maar een droom was. Maar oh wat had ik ze graag…
Als ik een hitlist had, was-ie lang. Maar ik heb er dus geen.

Ik maak ze allemaal hartstikke monddood met liefde.
Veel effectiever.

Waar blijft die kloterige rotlente eigenlijk…