Vertrouwen

Wat is nou helemaal ‘vertrouwen‘…

Het ervan op aan kunnen dat iemand jouw duistere geheimen niet doorvertelt? trust2
Het geloof dat een ander écht eerlijk en aardig tegen(over) je is?
Het weten dat je partner zijn genegenheden voor de volle 100% enkel en alleen aan jou geeft?
Het gevoel van veiligheid en geborgenheid?
De wetenschap dat iemand achter je zal blijven staan om je op te vangen als je valt?
De zekerheid dat iets uiteindelijk goed zal gaan of weer goed zal komen?
Het geloof dat iemand dat zal doen wat jij van diegene verwacht?
De hoop dat de vertrouwde persoon geen dingen zal doen die in jouw nadeel werken?

Vertel…
Wat is nou dat vertrouwen?
Wat is eerlijkheid?
Trouw. Loyaliteit. Oprechtheid.
Moeizaam en liefdevol opgebouwd oervertrouwen.
Steeds opnieuw een stukje ervan afgebroken.
Steeds opnieuw een stukje meer beschadigd.

Volgens de sociologie is vertrouwen een essentieel concept in een goed functionerende samenleving. Het vertrouwen in de medemens. Het gevoel dat niet iedereen per definitie slecht is. En daarmee ligt ook gelijk één van mijn grootste manco’s op tafel: mijn gebrek aan vertrouwen. Mijn wantrouwen. Ik geloof niet in de goedheid van de mens an sich. Ik ben ervan overtuigd dat iedere mens in eerste linie handelt vanuit een absoluut egoïstisch standpunt. Noem het overlevingsdrang, noem het eigenbelang. Ik ben – al zeg ik het zelf – goed in het bewaren van geheimen. Ik praat niet snel mijn mond voorbij, klep zelden dingen door. Heel nobel? Neuh… In principe doe ik dat omdat IK daar beter van word: degene die mij dat geheim toevertrouwd heeft, is op mij gesteld, heeft duidelijk wél vertrouwen in mij, ja houdt zelfs soms van mij. En die liefde, dat vertrouwen en die toewijding wil ik niet verliezen of beschamen dus bewaar ik dat geheim. Ik vertrouw zelf maar bar weinig mensen. Ik ben een scepticus. Zelfs een cynicus. Eerst zien, dan geloven.

Volgens mij is het enige werkelijk belangrijke vertrouwen in het leven het zelfvertrouwen. Het vertrouwen in jezelf. Het is het enige vertrouwen waar je altijd van op aan kunt omdat je het zelf in de hand hebt en ook datgene waar je mee verder moet. Laat ik daar nou óók een gebrek aan hebben. En aangelegenheden als slippertjes of buitenpartnerschappelijke relaties zijn nu eenmaal die dingen die met uitstek dat zelfvertrouwen zwaar beschadigen…

Laatst beet mijn man me nogal bits toe dat niet de hele mensheid zo slecht is als ik altijd maar denk. Touché… Maar ondertussen worden mijn naasten, degenen die ik nou juist wél vertrouw en die ik lief heb, wreder dan wreed bedrogen, houden partners van vriendinnen er al maanden (jaren?) geliefden op na, wordt de één na de andere priester of kinderarts wegens pedofilie en seksueel misbruik veroordeeld, graait die hoogstaande politicus nog een paar miljoen mee de afgrond in, is het volgende voedselschandaal uit economisch bejag alweer een feit en is er weer een twaalfjarige ‘vrouw’ verkocht voor een huwelijk met een 68-jarige man. Waar blijft dan nog dat vertrouwen…

Schijnbaar moet ik opnieuw leren te vertrouwen. Op anderen, in anderen, in mezelf. Tjezus wat is dat moeilijk… Altijd handelend met loyaliteit en integriteit, zonder verborgen agenda’s. Open in de communicatie met iedereen, niet slechts met enkelen. Beloftes nakomen. Aan verplichtingen voldoen en me richten op de belangen van anderen als ook op die van mijzelf. Wel, ik doe nog steeds mijn stinkende best. Jij ook??
.

De mens is een raar beest.
En ik ben er daar eentje van…trust

 

gevoelige snaar

Het schijnt dat ik nu dan toch eindelijk weer eens een gevoelige snaar heb geraakt met mijn ziekemannenblog…
Sorry heren (in het algemeen maar voorállll die, die zich aangesproken voelden):
mijn oprechte excuses.
Ik zal ’t noooooit meer doen…
NOT!!!
’t Is mijn blog. Ik schrijf wat ik wil.
En lees vooral ook de titel erboven: Veel geleuter zonder clou.
U was dus gewaarschuwd. Dubbel.

To read or not to read, THAT is the question.

Hele evolutietheorieën werden er meteen weer tegenaan gegooid. Vrouwtjes die het zich niet kunnen permitteren om hun kroost in de steek te laten, mannetjes die, als ze hun territorium door ziekte niet meer kunnen verdedigen, zich dan maar volledig terug trekken. Ik vind ’t prima hoor, alleen is het dan wel ietwat teleurstellend dat het oh zo intelligente mannelijke deel van ‘mensheid’ (even sterk veralgemeniserend, alweer sorry) zich blijkbaar toch nog niet noemenswaardig ontwikkeld heeft en daardoor in tijden van zelfs enkel milde ziekte terug valt in oergedrag, daarbij denkende dat er nog steeds iets als een territorium verdedigd zou moeten worden. Ik ben gék op veralgemeniseren en bagatelliseren. Iemand moet ’t toch doen hè, anders zie je door de mannen de mensheid niet meer. *kuch*

Huh?
Oh.
De clou mist weer eens…
Ik broedmachine met hormonale storingen.
Ik vrouw.
Forgive me.
Waar zullen we het vandaag eens over hebben?
Was er niet laatst iets van een huishoudbeurs?
Vertel eens dames?
En heren, niet te hard zwaaien met die knots hoor!
U zou uw nieuwe BMW M6 per ongeluk kunnen raken…

Lieve mannen.
Trek het u toch alsteblief niet aan…
Ik raaskal maar wat.
Ik ben gek op u. Allemaal (even generaliseren).
Wat zou ’t leven zonder mannen zijn.
Enzo…

Clueless.

Der kranke Mann

Mannen, u kunt hier stoppen. Dit wordt een damesklaagzang. Over mannen. Niet allemaal hoor, dus als u niet tot de categorie ‘gemiddelde man’ behoort, die ik hier bespreek, kunt u vanzelfsprekend verder lezen. Maar ik heb u gewaarschuwd.

*rant-modus ON*

De gemiddelde man bestaat niet. Ik weet er alles van. Maar de gemiddelde man is erg slecht in het fenomeen “ziek zijn”. En mijn man is een gemiddelde man.  Qua ziek zijn dan.

Vorige week was ik zelf enigszins aangeslagen. Mijn knie en hoofd speelden (na mijn ski-ongeval van 3 weken geleden met een flinke hersenschudding en gekneusde knie tot gevolg) nog wat na, maar een kniesorin die daarop let. Ik start de week met keelpijn, hoofdpijn, oorpijn en hoesten. Ook daardoor laat ik mij niet van de wijs brengen. Drie van de vier dagen ski ik er toch aardig op los. Ik let niet op mijn nogal pijnlijke keel, mijn verstopte oor, het inmiddels notoire hoesten en die loopneus neem ik ook op de koop toe. Ik ski, ga wandelen, help met eten koken, ben ‘enigszins’ gezellig (ik heb getuigen). Ik krijg nog wel tips van man tijdens het skiën, zodat ik eventueel toch íets sneller zou gaan enzo, maar die tips mag hij tussen zijn zuurdesemstoet stoppen. Ik ben al lang blij dát ik weer ski na en met alle gedoe en vind het eerlijk gezegd best een hele prestatie van mijzelf. Het blijft edoch onopgemerkt.

Donderdag ’s avonds, net weer thuis, crash ik en sleep mij met lichte koorts het bed in. Vrijdag is een verloren dag met duidelijke  griepverschijnselen, maarrrr ik ruim wél nog even de vakantiezooi op, geef man een gedetailleerd boodschappenlijstje met wat hij moet halen, draai/droog/vouw vier wassen en kook voor de meute. Tussendoor leg ik me kort te rusten, neem een overdosis advil en parasitaknol, sleep mij erdoorheen. Zaterdag krabbel ik weer op, ga zelf boodschappen doen (…) en zondag ben ik zelfs weer zover OK dat ik het verplichte schoonmoederbezoek happy doorsta.

Maar owee. De maandag. Back to school and work. Man heeft bij het ontbijt al een muts op. Dat belooft niet veel goeds… Als ik na een behoorlijk intensieve dag ’s avonds terug kom met dochter van haar koorrepetitie, ligt hij op de bank, met muts, trui en een deken tot over zijn neus. Aiiii… hij is ziek…

En daar komt het ‘gemiddelde man’-schap om de hoek kijken. Met praktisch dezelfde griep als ik is meneer praktisch deaud. Ik heb ‘m aangestoken. “En bedankt hè?” kan er nog net vanaf. Graag gedaan hoor schat. ’s Nachts een snurkende, zwetende kriem. Slapen met muts op is echt geen remedie volgens mij, maar het moet want anders sterft hij… En hij is de expert in ziek zijn, dat is een ding wat zeker is. Dat wat ik had vorige week, was niks. Een verkoudheidje.

Vanochtend, half 7. Ik trommel de kinderen uit bed, wassen, aankleden, ontbijten, back to school. Niet al te eenvoudig na een week intensieve vakantie. Man ligt voor pampus. Ik breng hem een kop thee en jus d’O en z’n mobiel zodat hij zijn werk af kan bellen. Kinderen de deur uit. Naar de gyn voor uitstrijkje/standaardonderzoek én hormoononderzoek. Die verziekt mijn arm bij het bloedprikken behoorlijk, maar ach nou ja. Een verwijsbrief halen voor dochter, boodschappen doen, langs school voor een kort gesprek. Thuis begonnen met het in elkaar schroeven van de eerste Ikea-kast. Kan ik. Tussendoor werktelefoontjes en een gesprek met een bezorgde moeder van zoons klas (ik ben klasse-oudervertegenwoordigster, vandaar). Eten koken. Eten met de kinderen, huiswerk maken. Al die tijd kijkt man meewarig toe vanaf de bank. Zo ziek, ocherm… Ik maak hem een kop thee, een broodje, een glas versgeperst sinaasappelcitroensap. We mogen niet te hard praten (zijn hoofd), de kinderen niet TV kijken (dat doet hij nl. al, hoe kom je anders de dag door, liggende op de bank). Hij zweet wat af met muts op en drie dekens over (die ik vervolgens weer op de hand mag gaan wassen). Ik probeer hem ervan te overtuigen toch echt naar bed te gaan, maar nee, daar komt-ie de dag écht niet door. Op de bank slapen is veel beter en aangenamer. Helaas niet voor ons.

Ik maak de rest van de ikea-kast af (zacht timmerend en schroevend), ruim op, maak avondeten, breng de kinderen naar de scouting, eet zelf wat, haal de kinderen weer op, maak een smoothie voor iedereen (behalve mezelf), stop de kinderen in bed, lees voor, ruim verder op. Maak spullen en documenten in orde voor morgen (schoolaanmelding zoon), nog wat telefoontjes, verenigingswerk, e-mails. Maak thee voor man. En voor mezelf ook, toegegeven. Om 11pm weet ik hem ein-de-lijk te overtuigen dat hij in bed hoort.

Hè hè… daar waar-ie hoort. En waar ik zo meteen naast mag kruipen. Joepie, lekker…

Echt. Zieke mannen zijn een ramp. Ze doen NIKS meer, zijn tot NIETS meer in staat behalve belabberd op de bank liggen. Als ik ziek ben, gaat het leven gewoon door, ik doe alles wat ik moet doen en tussen de bedrijven door mag ik dan even uitzieken. Als een man (nee, MIJN man) ziek is, ligt-ie minstens 3-4 dagen voor dood op de bank, ook al stort het huis rondom hem in, who cares. Uitzieken zullen we. Anders komt ’t nooooooit meer goed…

Zwak geslacht…
Klaar mee.

*rant-modus OUT*

Bezig

ben ik. Verrekte erg bezig. En dat is goed. Dat houdt mijn hoofd stil. En mijn maag ook. Die schreeuwt op dit moment keihard om wijn en chips maar aangezien ik zo goed bezig ben, luister ik niet. Magen zijn ook maar onwetende organen, ook al is de mijne een expert in het imiteren van grommende beren.

Ik ben bezig. Met opruimen. Nog steeds. De woonkamer is inmiddels weer een zooi, maar ik heb de projecten zelf in ieder geval al op orde:
– de berging uitmesten (nog onbegonnen werk, letterlijk)
– mijn klerenkast opruimen (moet nog even wachten, eerst -10 kilo)
– het verenigingsleven op orde brengen (druk mee bezig)
– kinderzooi uitsorteren en naar de bazaar brengen (check! done!)
– bergruimte kweken (ikea to the rescue…)
– mijn hoofd opruimen (erg langdurig en moeizaam project)
– mijn hart luchten (in the proces)
– mijn lichaam op orde brengen (ook work-in-progress at this very moment)
– mijn foon streamlinen (check! Is klaar. Nu nog afwachten of dat wel zo goed was…)

Vandaag kwam er een busje voorrijden met twee erg aardige Marokkaanse mannen. Ze brachten mij mijn bestelde 540 kilo ikea-meubilair (Ja, ik ben een ikea-freak. Gek op. Ik geef het toe). Ze gaven de kinderen zelfs nog een zakje Haribo-gummiberen op de koop toe. [Nee, nee dat denk je fout. Dit is toeval. Ik doe niet aan product placement. Echt niet]. Verbazingwekkend genoeg klopte alles ook nog (46 colli). Kortom: ik ben blij en vanaf morgen worden er hier ikea-kasten in elkaar geschroefd en geplakt (en geramd, als het nodig is). En dan kan ik verder met opruimen, yay!

Met mijn hart-hoofd-lichaam-project maak ik ook gestage vorderingen. Mén, wat een zootje was dat… Is het nog steeds, ook dat moet ik toegeven. Maar het begin is er tenminste.

Die olifanten laten zich relatief goed vangen.
Maar die muggen hè, die muggen…

Boodschappenleed

Al dagen stilte alhier. Kan kloppen, ik was er even ‘uit’. Weg. Bij pap en mam én zus onder de vleugels. Lekker skiën en veel praten en puzzelen en bijkomen en opwarmen van binnen. Moet ook af en toe. Ik had drie weken geleden nevernooitniet gedacht dat ik nu alweer op de ski’s zou staan, maar het ging goed en ik heb er – ondanks alle persoonlijke crises – van skiengenoten. Vooral van de kinderen, zoals ze de berg af scheuren. Beide absolute ski-fanatici. Het liefst zwarte pistes. Mag hoor, ik neem de blauwe ‘Umfahrung’ wel… Met om iedere knie een orthopedische brace kachelde ik er gemoedelijk achteraan, af en toe een foto of filmpje makend.

Maar maandag voelde ik me al niet topfit en dat zette uiteindelijk gisteravond door: oorontsteking, keelpijn, hoofdpijn, lamlendig. Ik loop/lig/lummel dus al de hele dag in huis rond met een muts op m’n hoofd en een dik vest, joggingbroek en sloffen aan. Ma Flodder ten top. Who cares. Helaas moeten er, na een paar dagen huiselijke afwezigheid, wel boodschappen gehaald worden. Dat was IK vandaag dus echt niet van plan en daarom werd man erop uit gestuurd.

Wat is dat toch met mannen en boodschappen doen? Oké, laten we ze niet allemaal over één kam scheren. Er zijn hordes mannen die het wel fantastisch kunnen en ja, oefening baart kunst. Ik heb dus een nogal ongeoefend, leer-resistent en enigszins koppig exemplaar. Ik graaf de koelkasten door, maak een uitgebreid, GOED leesbaar en gedetailleerd lijstje, deels met productlocatie erbij. Ik instrueer hem uitdrukkelijk om heel goed te kijken of de groente in orde is, niet rot, geen bruine plekken enzo. Ik druk hem op het hart, mij te bellen als hij iets niet vindt/begrijpt/kan lezen. Het helpt allemaal geen biet.

wat schreef ik: “Een bak puntpaprika’s (ca. 5 stuks)”
wat kreeg ik: Een bak puntpaprika’s (oh wonder!), waarvan 2 compleet verrot en 1 deels. Het rotsap droop eruit.
wat schreef ik: “2 koolrabi’s”
wat kreeg ik: één bloemkool…
wat schreef ik: “2 grote volkoren broden, géén zuurdesem.”
wat kreeg ik: twee kleine zuurdesembroodjes
wat schreef ik: “2-3 beetje rijpe biobananen.”
wat kreeg ik: 5 lichtgevend groene ploppers uit Costa Rica.
wat schreef ik: “500g rundergehakt, bio!!!” (runder en bio onderstreept)
wat kreeg ik: 300g gemengd kiloknallergehakt.
wat schreef ik: “een zakje pecannoten”
wat kreeg ik: een telefoontje dat hij niet wist wat dat in vredesnaam was en dat we zát walnoten in de kelder hebben liggen dus als hij die dingen al ooit zou vinden in deze Lidl-chaos, zou hij ze nog niet meenemen. Fijn dan. Die in de kelder zijn trouwens niet te vreten (oud, beschimmeld) 😦
wat schreef ik: “2 stronken broccoli, goed kijken of vers!!”
wat kreeg ik: 2 stronken broccoli (jaja), helemaal geel met bruine uiteinden. Dat was dus gele broccoli vandaag. Ook lekker.
wat schreef ik: “1 biokip (ligt in de koeling, naast de gewone plofkippebouten).”
wat kreeg ik: Niks. Biokip is te duur. Ik heb vást nog wel wat anders in de vries…

Manlief, als je dit leest: sorry, ik moest ’t even kwijt.
Je doet het goed hoor. Echt. Ja echt.
Nog een béétje oefenen, dan wordt het vast nóg beter.

Ik hoop heimelijk dat ik morgen weer enigszins fit ben.
Ik moet namelijk nog boodschappen doen.

Zijlijn

Soms zouden mensen me zo graag door elkaar willen schudden. zijlijn
Me er bij de oren bij willen sleuren.
Soms tegen me willen schreeuwen.
Kijk eens wie er allemaal voor je zijn!!
Maar diegenen weten zelf ook dat dat zo niet werkt.
Ze hebben vaak genoeg tegen zichzelf geschreeuwd…

Dit is een strijd die zelf gestreden moet worden.
In de diepten van zo’n hart is het plan al klaar.
Nu de uitvoering nog, het moeilijkste van alles.
Maar ze staan aan de zijlijn om aan te moedigen.
Om op te peppen, te verzorgen en te helpen.
En ja, ik weet dat ook jíj daar niet alleen staat…

Dat weet ik heel goed.

❤ ❤ ❤

.

.

(NB: oorspronkelijk geschreven door Hella (april71 – hier op wp), ik heb de tekst enkel een beetje omgedraaid… dat jullie dat even weten).

op jou…

Op jou sleep
lig ik.
Met mijn ogen dicht.
Ik sluimer, voel
hoe je meegeeft.
Je aanpast aan mij.
Mijn warmte weerkaatst.

Op jou
droom ik.
Laat ik me gaan.
Al die jaren zonder jou.
De pijn werd ondraagbaar.
Je tropische kern laat mij
voelen wat goed is…

Op jou
kom ik.
Eindelijk tot rust.
Jij uiterst kostbaar stuk.
Maar wat je mij geeft
is echt onbetaalbaar,
lieve nieuwe matras…

Insulinzichten

insuline is een maf goedje. Aangezien ik er door meerdere mensen op gewezen werd, dat ik wel eens diabetes zou kunnen hebben (ik had – heb – er vrijwel alle symptomen van), heb ik een uitgebreid gezondheidsonderzoek (met bloed-, urine- en weet ik veel wat voor andere metingen allemaal) laten doen. Vandaag kreeg ik de uitslag en had een lang gesprek met de onderzoekende arts. Ik plemp dit geheel maar even in een blog, dan is gelijk de hele wereld weer op de hoogte.

Samengevat: ik ben gezond. Lichamelijk dan. Mens sana in corpore sano gaat momenteel nog niet zo op voor mij. Dat mens hè, dat mens… Mijn bloedwaardes waren allemaal OK (nou ja, ik heb een ietwat hoog cholesterolgehalte, daar moet ik wel een beetje aan werken maar de rest was top). Bloeddruk (“een schitterend gemiddelde”), hartslag (“van een topsporter”), urine (“primadeluxe”, m.a.w. je zou ’t kunnen drinken), huid (“een blanco blaadje”). De hormonomononen weet ik nog niet, dat onderzoek volgt eind februari.

Wáárom ben ik dan te dik? Waarom val ik niet af terwijl ik steeds opnieuw weer zó mijn best doe? Daar kwamen de ‘nieuwetijdse’ inzichten van de dokter om de hoek. Ik heb volgens hem nog de eetgewoontes en -patronen van de oude garde in mijn hoofd. Meerdere kleine maaltijden op een dag om het bloedsuiker en de insulineproductie constant te houden, geen pieken en dalen.  Dat idee is op zich oké, als je een normaal gewicht hebt, gezond bent en verder niet hoeft af te vallen.

Door steeds kleine maaltijden te eten (en te snoepen en teveel alcohol te drinken *kuch*) blijft de insulineafgifte hoog. Insuline wordt ook wel het “mesthormoon” genoemd: het zorgt ervoor dat suikers uit het bloed opgenomen en in vet opgeslagen worden (tenzij ze á là minute door (top)sport verbrand worden, wat bij de normale mens echter zelden gebeurt). Even kort door de bocht bekeken mest het je dus, bij constant hoge levels, vet. Daarnaast zorgen snelle koolhydraten (witmeelproducten, suikers, fruit) ervoor dat de bloedsuikerspiegel heel snel stijgt/piekt, kort daarna schiet de insuline de hoogte in. Na een tijdje daalt het bloedsuiker ook weer abrupt, de insuline werkt nog door. Gevolg: tijdelijke hypoglykemie, een té laag bloedsuiker, waardoor je je weer slecht voelt en in ’t meest rotte geval vreetbuien krijgt (oh bliss… herkenning). Insulinepeil

Dat laatste, van die pieken en dalen, wist ik al. Het eerste, dat je beter niet 5-6 kleine maaltijden moet eten maar 3 hoofdmaaltijden met 4-6 uur NIKS eten daartussen, niet.  En fruit ’s ochtends bij het ontbijt (dat at ik dus tot nu toe) is helemáál slecht volgens de dokter, omdat het eerste wat je dan op de vroege ochtend al krijgt, een insulinepiek is. Gefeliciteerd. Het geluk slaat dan in de loop van de ochtend om in gigantische honger (klopt!) waardoor je er nog een tweede ontbijt achteraan gooit (ik althans, ik stierf om een uur of tien inderdaad van de honger, misselijk, slap). Dus het optimale stramien zou zijn:

– om een uur of 7 á half 8 ontbijten met veel eiwit (yoghurt/ei/vlees/kaas), volkoren brood, koffie met melk (voor mij dan alle melkproducten in de niet-koe-variant).  No problem. Kan ik.
Tussendoor: enkel kalorievrij drinken. Koffie is geen probleem, als ’t maar zonder melk/suiker is. OK, toegegeven, dit wordt moeilijk. Maar ik heb ’t vandaag al volgehouden…
– rond een uur of 12 warm eten. Het liefst ‘s-middags warm want ‘s-avonds zijn warme maaltijden o.h.a. te zwaar en zou men juist zo min mogelijk koolhydraten moeten eten. Dus ‘s-middags een fatsoenlijke maaltijd van vlees/vis/kip whatever, groenten (minstens 300g) en aardappels/(volkoren) pasta/rijst/etc. Daarna rustig nog een kop koffie met melk, wat fruit (liever niet maar als je fruit wil, dan nu) en een bak yoghurt of een volkoren koekje. Tot maximaal 13 uur eten.  Ook geen probleem, lijkt me.
Tussendoor: zie hierboven. Moeilijk moeilijk moeilijk.
– rond 17/18h: avondmaaltijd. Eiwitten, groente. Groentesoep met kip bijvoorbeeld. Komkommer met kaas. Zulke dingen. In ieder geval geen brood/aardappels/pasta oid meer. Ook dit vind ik behoorlijk lastig, ik heb vooral ’s avonds zo’n zin in brood…
Rond een uur of 20-21 is volgens meneer de arts een glaasje wijn toegestaan. Eéntje.  Dat wordt dan redelijk snel afgebroken en dan ga je de nacht in, stabiliseert de boel en zou je ’s ochtends weer gereset zijn.

Daarnaast moet een mens om de dag een half uur conditiesport (intensieve beweging) doen, het liefst voor ’t ontbijt aangezien dan de insulinelevels het allerlaagst zijn. Jeumig, dat wordt moeilijk. De beweging op zich niet, maar om half 7 al aan een sporthalfuurtje beginnen wel. Dan zou ik theoretisch om 6am op moeten staan, gelijk op de fiets/loopband springen, de kinderen de deur uitwerken en dan keizerlijk ontbijten. Moet ook te doen zijn, maar ik ken mij… Dat hou ik welgeteld 2 dagen vol.

En dan het weekend. Dan slaap ik tot half 9, kom om half 10 m’n bed uit met een berehonger. Ontbijten tot half 11.  Dan kan ik alles tot aan het avondeten vergeten vanwege die 4-6 uur. Lastig lastig.

Nou ja. Ik ga het maar weer eens proberen. Ergens moet ik toch op de één of andere manier wel af kunnen vallen, toch… Man schamperde vanochtend al: “Je bent in de veertig, wat wil je nou nog?? Als je NU niet nog één keer drastisch afvalt, ga je zo [zoals je nu bent – Red.] de kist in.”
Okéééééé dan…

Poging 286 wordt gestart. Als ook deze poging mislukt, ga ik die kist bestellen.
In XXL.

.

.

(ik heb trouwens net ontdekt dat dat streepje tussen ‘s-morgens en ‘s-avonds e.d. tegenwoordig niet meer mag. Het is dus ’s morgens. Ik vind dat raar staan, maar goed, so be it. Weer wat geleerd. Nu nog leren afvallen…)

nou goed dan

ik wou niemand kwaad maken met m’n blog en valentijnsdag is niet per definitie een kutdag. Het kan ook een gedenkwaardige dag zijn, een liefdevolle dag, een donderdag, een veertienfebruari, een blije dag of een stinknormale dag. Ik ben vandaag zelf weliswaar nogal oenig, dom en liefdeloos bezig geweest, maar dat maakt de dag zelf nog niet meteen tot een nationale rotdag.

Voor alle mensen die vandaag extra bewust genieten van hun (al dan niet wederzijdse) liefde: ik ben oprecht blij voor jullie. Geniet ervan. Live and love to the fullest. Jullie verdienen het.

Voor alle mensen die vandaag balen en verdrietig zijn: HUG. Er is écht wel iemand die om jullie geeft. En als je diegene net valentijnsusbeffe niet vindt, heb je altijd mij nog. Doe als ik, geef je zelf een valentijnskadootje. Ik heb mijzelf een heerlijke, superkleine, supergladde mini-USB-stick met een keihard volume van wel 32GB kado gedaan. Ik werd er helemaal blij van. Een echte valentijnsstick. Zucht…

Voor alle mensen die deze dag commerciële onzin vinden: ik ben ’t met de uwen eensch. Daarom kocht ik voor mezelf maar een kadootje, anders val ik zo op. Maar het gaat dan ook niet om het geven van iets materieels, dat schijnt men nog wel ‘ns te vergeten. Aan de andere kant: dat waar ’t wél om gaat, nl. het tonen van je liefde voor iemand, zou niet gebonden moeten zijn aan één dag in het jaar. Sprak zij wijselijk.

Enniewee, ik dwaal af. Ik kreeg vandaag zomaar ineens een reep chocolade toegeworpen en een zoen in mijn nek. En ik kan u verzekeren: ik was er redelijk door overdonderd. Mijn man vindt valentijnsdag namelijk nog vééééél onzinniger dan ik. En dan geeft hij míj, degene waarvan hij overduidelijk vindt dat ze minstens dertig pond moet afvallen én degene waarvan hij weet dat ze een koemelkallergie heeft, een reep chocolade. Maar goed, kleine stukjes puur af en toe gaan goed. Dus lief was het toch echt wel. Vooral die zoen. En het voorstel om vanavond samen in de sauna te gaan. Ook lief. Wie weet ga ik valentijnsdag ooit nog leuk vinden…

Stom

Valentijnsdag is stom.

Ik ben een oen.

Ik ben stom.

’t gaat enkel om de poen.

Valentijnsdag is kut.

En ik ben een trut.

Punt.

Wil er nog iemand discussiëren?

Ziel(ig)

Wat is nou een ziel… heb ik er eentje? Vast niet. Ik ben net als ieder ander mens een homp vlees en botten (en vet, laten we dat voorrrallll niet vergeten) met een meer of vaak minder functionerend brein in de bovenkamer dat dagelijks een poging doet om die homp een beetje aan te sturen. Body and mind. No soul.

De ziel is enkel een, mogelijk religieuze, creatie. De eerste filosoof die zich daadwerkelijk met het concept ziel bezig hield, was – hoe kan ’t ook anders – Plato. De wisselwerking tussen de onstoffelijke geest en het stoffelijke lichaam blijft fascinerend. Volgens Descartes vindt deze wisselwerking plaats in de pijnappelklier (de glandula pinealis, de epifyse, een dingske in onze hersenen onder de hersenbalk). Dat is die klier die lichtgevoelig is, die melatonine produceert en zelf wederom daardoor geregeld wordt.

Stoffelijk, onstoffelijk. Direct verbonden met sterfelijk en onsterfelijk. Daar komt het religieuze weer om de hoek kijken. Want als de geest (de gedachten, de ziel, het bewustzijn, het onstoffelijke) onsterfelijk is, waar gaat dat geheel dan heen als het lichaam sterft? Daarover lopen dan de meningen uiteen en daar wil ik me verder ook niet in verdiepen omdat ik niet geloof in het onsterfelijke in ons. Wel in de epifyse en in de hormonale regulering van ons bewustzijn, ons denken en ons karakter.

Hoe kom ik hier nou weer op…

Omdat het pijn doet. Dat daar binnenin. Hoe je het ook noemt. Stom pijnappelding. Het zet me ertoe aan na te denken over de zin van het bestaan. En hoe lang dat bestaan nog bestaat. Over drie dagen vliegt er een komeet namens “DA14” verrekte dicht langs de aarde.  Vierendertigeneenhalfduizend kilometer. Da’s  eng dichtbij (even ter vergelijking: de maan is 384.000 km ver van ons weg en het uiterste puntje dat nog tot onze aardatmosfeer gerekend wordt, is ongeveer 1500km verderop). Dat is dus daar waar onze geostationaire satellieten rondhangen. Ben benieuwd wat DA14 daarvan mee graast. In 2029 komt er zelfs eentje – Apophis, een veul grotere – nóg dichterbij. Apophis hebben we begin januari al kunnen bewonderen want die komt steeds vaker langs, de omloopbaan rond de zon verschuift en deze komeet komt dus (voorlopig) steeds dichterbij. Voor 2036 worden de inslagkansen al als niet onaanzienlijk beschouwd. De jackpot in de loterij winnen is dan in ieder geval al onnoemelijk veel onwaarschijnlijker…

En dan? Dan BOEM. Kunnen we de met zijn allen De Stervende Dinosauriër dansen op ons vulkaanballetje. En waar gaan we dan heen met al onze doelloos ronddwalende zieltjes? Waar in ons universum is die hemel in hemelsnaam gestationeerd? Hebben ze daar wel stapelbedden genoeg waar we onze onsterfelijke hoofdinhoud te rusten kunnen leggen? Een walnotendop met een dekentje is vast wel voldoende…

Het universum ontstond uit het niets. Wat was er dan voor dat niets? Een god? Nee. Gewoon niets. Onvoorstelbaar maar waar.

Het universum is onmetelijk groot en wordt nog steeds groter. Waarheen breidt het zich uit dan? Wat was er daarvoor, daar waar het zich heen uitgebreid heeft? Niets. Absoluut niets. Onvoorstelbaar maar waar.

Het universum omvat meer materie dan een mens zich voorstellen kan. Maar ook antimaterie. Onvoorstelbaar maar waar.

En wat doen wij vlooien op deze aardkloot?
Nadenken over de zin van ons miezerige bestaan.
Over hogere machten.
Over onze onsterfelijke ziel.
Over onze onstoffelijke geest.

Get real…

Pauze…

Ik wist vroeger nooit precies waar dat woord vandaan kwam maar ik vond het een mooi woord. Pontificaal. Dat stond voor “breeduit, nadrukkelijk en  groots”. Voor mij dan. Hij ging pontificaal in de weg staan. Nou, dan kwam je er écht niet meer langs. Ik heb ’t pontificaal verprutst. Erger kon het blijkbaar niet.

Inmiddels weet ik al lang waar de oorsprong van het woord pontificaal  ligt. En momenteel ligt die oorsprong zelfs op z’n pontificale gat. De paus treedt af. Joepiedepoepie. Geen dag te vroeg. “Opbokken ouwe!” zou ik willen roepen, maar dat hoeft al niet meer want hij bokt uit zichzelf. Op. Net als een paar Benedictussen eerder: Benedictus de IXe had teveel menselijke liefde in zich en verkoos in 1045 het trouwen van z’n geliefde boven zijn pontificaliteit. Geef ‘m eens ongelijk. Daarvoor (1009) hadden we nog Johannes de XVIIe (waarom die opkraste weet ik niet), daarna nog Celestinus V die sowieso nooit paus had willen worden en Gregorius XII die 1415 eruit gewerkt werd omdat hij probeerde de kerk weer een beetje te herenigen. Na een hoop gesodemieter en een pausentriootje stapte hij ‘vrijwillig’ op.  De rest van het pausgepeupel stierf in het ambt. Oh, die arme sloebers…

Zoals u merkt, heb ik niks met pausen. Vandaag vroeg ik me al even oprecht af, hoe een vrouwelijke paus zou heten. Pauze? Ja graag. Even pauze. Van al deze institutioneel overjarige hypocrisie. Ik ben geen vriend van de katholieke kerk (iets wat ik niet onder stoelen of banken steek) en daarin ben ik gelukkig niet alleen. Ik ben überhaupt geen vriend van religie whatsoever. Ook dat heb ik al uitvoerig uit de doeken gedaan. Vergeef mij alstublieft (*grijns*). Voor mijn gevoel maakt religie veel meer kapot in deze wereld dan dat het goed doet. Oorlogen, volledige onzinnige regels, vrouwenonderdrukking, vervolging, misbruik van beschermelingen, allemaal in de naam van wéér één of andere god. Maar dat een sekte-opperhoofd als de paus dan nog niet eens weet, hoe adequaat te reageren op het feit dat het deksel van de stinkende beerput onder hem opengetrokken is, is dieptriest.
Eerst maar ‘ns opzij springen. “Ieuwww, wat is DÁT?!?”
Dan proberen om dat deksel er uit alle macht weer op te sjorren.
Een poging om de stank met wat deospray te verdoezelen.
Een hoop schokkende andere dingen roepen om de aandacht af te leiden.
Wag the dog, enzo…
En vervolgens hard weg te rennen als dat allemaal zinloos blijkt.
Want je door god gegeven krachten zijn ten einde…

Laf. Dat is het.
Maar ach… dan kiezen ‘we’ toch gewoon een nieuwe?
Wat roken we dit keer?
Wit of zwart?
Wiet of shag?
Laten we het mixen.
Vijftig tinten grijs…
oh my…

PAUZE PLEASE!!!!
Pauze2

Balansdag

Vrijdag balansdag.

Positief:
– de tuner van manlief werd al om kwart voor acht geleverd door Meneer Den Drollenvangerbouwvakkersdécolletébezorger, waardoor ik gelijk op pad kon.
– de ouwe pruttel van manlief afgeleverd bij het afvalcentrum (lekker is dat toch, andermans spullen weggooien. Ik weet wel waarom dat mijn klusjes zijn…).
– een nieuwe matras gekocht. Na anderhalf uur testen en proefliggen waarvan wel 15 minuten op de betreffende matras heb ik met de madame onderhandeld, een fiks bedrag neergeteld m.b.v. mijn kredietkaart en mijn nieuwe bedpartner in de auto gepropt. Hij (het is een hij, dat weet ik zeker) ligt nu al in mijn bed op mij te wachten.
– koffie gedronken met vriendin en even de frustrerende gang van zaken op school door kunnen kletsen.
– het is een vrijdag.

Minder positief, zeg maar:
– de tuner van manlief bleek van een afzetter te komen: het ene verkopen en het andere (nl. ouwe rotzooi van z’n zolder) leveren. En nu maar zien dat je je geld terugkrijgt…
– de post leverde een boete af die we op onze vorige reis naar Nederland opgedaan had. Dertig euro. Over het fotootje van manlief op de brief viel niet te twisten. Maar verder viel het nog mee: IK had het i.i.g. niet gedaan.
– ik heb weer ‘ns in shock naar mijn winkelwagentje gestaard. Tot ca. tweederde vol, enkel totaal normale boodschappen karretje(Groente/fruit, vlees (OK, OK, deels bio-rundvlees…), kaas, eieren, diepvriespizza, brood(jes)/toast, wat naaigerei, pasta, cola, broodbeleg, melk, soyamelk enzo. Niet eens schoonmaak- of wasmiddelen of alcohol en ook niks onderop wat jullie niet kunnen zien) Hondertveertig euro. Schandalig vind ik het. Als de bevolking hier ook nog zoveel meer zou verdienen cq. netto over zou houden, was het niet zo’n ramp. Maar dat is dus niet zo. Ik weet alweer waarom ik naar de Aldi ga. En dan nog betaal ik ook zo honderd euro voor dit gedoetje. Misselijkmakend duur.
– Buurman kwam spontaan langs met een petitie en burgerinitiatief. Of we meededen. Het blijkt dat er een autobaan in de planning is. Direct in het weiland naast ons. Hooguit 50-100m van ons huis vandaan, bouwbegin over 12 jaar. NEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE!!!!  Dit kan niet waar wezen… Maar het is wel zo. Kutterdekut. Ja wij doen mee….
– toen ik de kraan van het toilet dichtdeed, brak die spontaan af. Gelukkig wist ik waar ik de toevoerkraantjes zo snel mogelijk dicht moest draaien. En hoe ik moet dweilen.
– toen ik iets uit de voorraadkast wilde pakken, viel de nieuwe fles ketchup van de plank. De dop schoot eraf, de ketchup omhoog. Ketchup is echt PRUT om schoon te maken.
– ik heb buikpijn, hoofdpijn, kniepijn, rugpijn en een rotgevoel. Morgen verjaardagsfeestje van zoon. In het zwembad. Joepie. Hoog tijd voor het uittesten van mijn wondermatras.
– het is een klotedag.

Morgen beter graag?

zo’n dag

Het is alweer zo’n dag. Zo’n dag waarop ik niks doe. Waarop ik niks fatsoenlijks uit mijn vingers krijg en me in ieder opzicht te lamlendig voel om iets zinnigs te doen. De buikgriep van de kinderen schijnt verdulleme nu ook op mij zijn weerslag te hebben maar ik zal u verdere details hieromtrent besparen. Ik hoor de verstandige hordes om mij heen al roepen: “heel goed, een dagje niks, je hebt je al twee dagen veel te veel uitgesloofd met al die opruimerij, een dagje rust is dan hoognodig. Kijk maar. Je lichaam geeft je nu de grenzen aan.”

Jaajaaajaaa… Ik weet dat natuurlijk ook wel. Maar zo’n dagje niksen maakt van mij een uiterst miserabel persoon. Ik voel me dan een nietsnut en ik weet dat ik er zelfs daadwerkelijk zoeentje ben. Met huis uitmesten ben ik voor zover wel klaar, nu is het wachten op Ikea. Zoals u misschien weet ben ik een Ikea-freak bij uitstek. Ik heb vandaag mijn bestelling via de mail aan ikea@ikea.com gestuurd (stomme shop werkte niet) en had binnen 5 minuten een bestelbevestiging én een persoonlijke mail van ‘Brenda’ (nee, niet Anna)’  met excuses en info terug. Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat ze mij kennen daar… De boel wordt over een week of 2,5 geleverd. Tot die tijd mag ik dus ‘niksen’.
Ik háát niksen…

Mijn frustraties zijn evident: zelfs de kinderen moeten ’t ontzien. Dochter is er eentje van “heeft u bloed onder de nagels? ik help!” en zat tegenover me te klieren. Buurmeisje zat ernaast, wilde eigenlijk graag met haar spelen.
Dochter:
….“Maar ik weet niet wát ik wil spelen. En ik wil nog naar D. [buurjongetje] maar dat kan niet zolang M. [buurmeisje] hier is. Mag ik dan echt niet TV kijken? Alles is saai hier. [nadruk op alles] Ik wil wel verstoppertje spelen. Maar met zijn tweeën is dat niet leuk. Dat gaat écht niet. Wat moet ik dán spelen dan?” – enzovoort. Op dramaaaaatische toon. Vanzelfsprekend.
Daarbij zit ze tegenover me aan tafel, voeten erboven op, kijkt me uitdagend aan en negeert buurmeisje M. die er wat verbouwereerd naast zit te koekeloeren.
Daarop dus mijn antwoord:
….“Ten eerste is het absoluut ONaardig van jou om M. via je D.-smoes naar huis te sturen. M. kwam hier spelen en dat vond jij goed. Dan zoek samen iets wat je kunt doen en wat jullie allebei leuk vinden [waarna ik nog 8 opties aan leuke dingen opgerateld heb]. Ten tweede heb je bérgen met speelgoed, spelletjes, een Barbiekasteel, een Barbiehuis, tonnen Pollypocketprut en anderhalve meter leuke boeken EN een echte lees-en-lounge-bank op je kamer. Als JIJ niet weet wat je daarmee moet, prima. Over 3 weken is de halfjaarlijkse vlooien- cq. ruilmarkt op school, dan verkoop ik de hele pruttel. Weg ermee. Jij hebt het blijkbaar niet meer nodig want je speelt er nooit mee.”
Waarop ze niet wist hoe snel ze met M. naar boven moest komen om te gaan spelen. Mooi zo. Dat ook weer opgeruimd.

Ondertussen zie ik best ál die dingen die ik nog wilde doen. Ik weet zat klusjes en werk wat hoognodig moet gebeuren. Maar ik krijg mezelf zover om ze te doen. Ik ben vandaag intens moe. En lamlendig. En een beetje verdrietig. En geirriteerd. (Nee. Het is niet DIE tijd van de maand. Nee.) Ik wil dus blijkbaar ook niks spelen. En ik heb óók bérgen met speeltjes, spelletjes, een levensgroot kasteelhuis, een speelkeuken en wel 10 meter boeken (en een Kindle). Ik ga maar ‘ns op zoek naar een fatsoenlijke loungebank. Want op deze kan ik niet zitten, ik old wief. En als ik met de rest van mijn speledingetjes partout niet wil spelen, moeten we die dan ook maar verkopen…

Zo’n dag dus.

Öpdät

Oftewel: een update. Van mijn opruimwoede. Het heeft gewerkt. Niet te geloven maar het heeft gewerkt. Waar die box-met-stereoinstallatie-woede van man al niet goed voor is. Gisteren ben ik, geheel zoals beloofd, meteen verwoed begonnen met opruimen. Wenn schon, denn schon. De woonkamer is nu redelijk tiptop. Bérgen stof verwijderd, één bank (de slaapbank) weg, die staat nu bij dochter op de kamer, weet-ik-hoeveel pruttel weggemieterd. De auto zit voor de 2e keer deze week vol met spul dat naar het afvalcentrum moet. Inclusief bejaard computerbeeldscherm van man, de ouwe hometrainer waar hij ook nog aan wou ‘sleutelen’ en een heeeeele hoop oud papier en kapotte spelletjes. Ik ben in een weggooimood en dat moet uitgebuit worden (wie weet wanneer ik in de komende 10 jaar weer zo weggooierig ben).

Onze bedbank was éigenlijk kapot en stond in de weg. Ik had al foto’s gemaakt voor ‘gratis af te halen’. Tot dochter gilde dat zij ‘m wel wilde hebben want een bank op je kamer is coooooool. Man repareerde het ding stante pede, ik sopte ‘m af en voilá: mooie bank. Dan maar gelijk dochters kamer onderhanden nemen. Weer een hoop weggegooid, nog een paar ton stof verwijderd, bank geplaatst en opgeruimd. Helemaal gelukkig was ze toen ze uit school naar boven stommelde om te kijken. Jubelend gelukkig. En dit is nog maar de helft: ze krijgt binnenkort een eigen bureau en nog een grote opbergkast waar ik op de achterkant een mooie ‘wand’-schildering ga maken en met een spiegel op de zijkant.  Wordt mooi.

Waar dochter, daar ook zoon. Die kon vanzelfsprekend niet achterblijven. Dus ook zijn kamer onder handen genomen. Zo gauw we een nieuw bankstel hebben, krijgt hij de loungestoel als leesstoel op zijn kamer. Voor nu heb ik voor hem een prachtigmooie ‘bank’ uit matrassen en kussens gebouwd. Ook hij krijgt een kast met wandschildering en spiegel. En alles is schoon en afgestoft.  Wat een heerlijkheid. Vond hij ook gelukkig.

En dan aan de online planning bij Ikea: de kastenwand in de kamer, de kasten van de kinderen, etc. etc. Ik heb ’t boodschappenlijstje nu ook klaar.  Nu nog twee keer heen en weer karren (want dat gaat nooooooit in één keer passen, zelfs niet met de imperial erop) en alles in elkaar zetten.  En dan….roffelderoffelderoffel… krijgen jullie de ‘na’-foto’s.  De ‘voor’-foto’s heb ik sowieso vergeten. Oh en de boxen van man bevallen me ook steeds beter. Ze zijn best heul cool eigenlijk. En aangezien ik hier de grotere muziekfreak in huis ben, ben ik stiekem best wel een beetje blij met die nieuwe stereo-installatie. Niet in de laatste plaats omdat het de aanzet voor deze total home make-over was.

Dössöhh… mocht u me mössen, dan ben ik klössen.

(Wat een vreselijk oninteressant blog is dit eigenlijk. Maar goed, moet ook zo af en toe. Anders worden jullie verwend.)

So far away

from me…

galmt door het huis. De ene Magnat-pilaar links achter de kachel, de andere rechts naast de TV. Man zit op een stoel tussen de twee boxen in geparkeerd, heeft z’n ouwe stereo op de bank gekwakt en aangesloten (de nieuwe Denon laat nog even op zich wachten). Sound op max, zo hard dat het echt letterlijk pijn doet aan mijn hoofd. Grijns van oor tot oor. Zo moet het leven zijn. Blow your brains out, you don’t need them anymore anyway. Money for nothing volgt met nog meer donderend geweld.

De gang staat helemaal vol met kartonnage. De trap kom je al niet meer op.
“Kun je dat straks meenemen naar ’t afvalcentrum?” vraag ik voorzichtig.
“Nee, moet nog even blijven staan, misschien is er iets niet goed hè.” Oh. Fijn.
Onze eerste midlife crisis ruzie zit er al weer op voor vandaag. Die megaMagnatdingen moeten ergens staan waar al wat staat. En ligt. Mijn deco-dozen met mijn aquarium-utensiliën. En mijn ordners van het werk (belastingen en administratie) waar ik nog mee aan de gang moet. OK, die ordners liggen daar nu ca. 2,5 jaar, maar als ik ze naar boven naar de studeerkamer breng, komt er écht nooit meer wat van. Nu is er nog een kans.
“Jemig, puur omdat jij zo’n uitstelgeval bent, hoeven we de hele woonkamer nog niet vol met rotzooi te proppen? Waarom staat die kist naast de bank? Wat zit daar nou weer voor pruttel in? Wat moet al dat kinderspeelgoed hier? Ze spelen er nooit mee!!”
Euh… nee… klopt… allemaal…

Maar degene die zijn laptop incl. werkordners, papieren, rekeningen, schriften, programmeerboeken enweetikveelwatallemaalnogmeer overal neerkwakt, die er nu wél nog even twee gigantische geluidsboxen bij in wil proppen, die óveral zijn sokken en ouwe kranten (ik lees geen krant, ik lees ’t nieuws boomvriendelijk op m’n foon) laat liggen, die in die 5 jaar dat we hier wonen nog nooit gezien heeft dat er ook ándere mensen spullen in de woonkamer ‘deponeren’, die nooit merkte dat er al dik 4 jaar een kist naast de bank staat met boeken en spullen van mij (!) erin (bij gebrek aan een fatsoenlijke kast – waar ik dan zelf ook nog ‘ns naar believen op kan klimmen), die ouwe kartonnen dozen tot in den eeuwigheid wil bewaren ‘want die zouden we nog wel eens nodig kunnen hebben’, die een ouwe hometrainer in de kelder en een nog ouwer computerbeeldscherm (55cm diep) al dik twee jaar ‘nog even bewaard’ omdat hij die eventueel nog uit elkaar wil slopen voor onderdeeltjes en mogelijke leereffecten, diegene zit nu op een stoel midden tussen zijn éigen net gekochte rotzooi. En omdat zijn twee nieuwe gigaboxen niet á là minuut dáár kunnen staan waar hij ze wil hebben, hebben we ineens teveel pruttel in de woonkamer.

Goed. Prima. Fine. Dan gaan we opruimen. Maar dan ook écht, hè. Vandaag wordt opruimdag. Dan vliegt alles eruit wat niet in de woonkamer hoort. Naar MIJN persoonlijke inzichten. Zometeen vertrekt meneer naar zijn werk. Tot vanavond schat!!

Gna.

Kast

De kast is laag vandaag. Werd me daarstraks verteld. Kan kloppen. Ik zou ’t niet weten: ik zit er sowieso altijd op. Ik wóón op die kast, you know… Ik kom er ook zelden vanaf. Prima plek, van daaruit kun je alles meteen overzien en de nodige omgevingsobjecten even toejubelen, mocht dat nodig zijn.

Nee gekheid. Ik woon helemaal niet op een kast. Olifanten passen niet op kasten. En ik spring er ook niet steeds op, kan ik niet eens (kloteknie). Eigenlijk ben ik zelfs redelijk relaxed momenteel (wat wil je hè, met zo’n hoofd, gheheh). De grootste stressdingen voor nu even achter de rug. Ikzelf, die langzaamaan beter wordt. De zorgen niet minder, de irritaties ook absoluut niet, maar dat is OK. Dat hoort er blijkbaar bij. Will deal with that later.

Ik heb een nieuw elektronisch speledingetje (een tweede foon, het tegendeel van mijn Note: een Mini. Schattig dingske) dus ikkast ben een happy chick. Man heeft zelfs een heleboel nieuwe elektronische speledingetjes: een geluidsinstallatie (die die idioot van de bezorgdienst gewoon pontificaal voor de deur in de sneeuwdrab zette toen ik niet thuis was: theoretisch kunnen we nu dus zeggen dat we het ding nooit gekregen hebben want een handtekening voor de ontvangstbevestiging heeft-ie niet en  misschien heeft iemand ‘m wel meegenomen in de tijd dat ik weg was, weet hij veel. En ik heb ook uitdrukkelijk gezegd dat ik dat NIET WIL!!) (Oh jah. De kast), twee gigantische boxen (dik 20 kilo per stuk…) die ook nog in MIJN woonkamer moeten komen te staan, een hoop kabelprut met blingblingstekkertjes en twee kleinere pakketjes. Geen idee wat daar in zit en ik geloof dat ik ’t ook niet wil weten ook. Maar ik mag lijen dat man nu dan ook echt happy is. In ieder geval is dit één van zijn uitingen van een vette midlife crisis. Volgens mij dan. De één doet een nieuwe sportwagen op, de andere vist een bloedjong skoon wieveke uit ’t net en die van mij gaat met vol geweld voor de subwooferboostermegasounds. Niet dat hij voorheen nou zoveel muziek luisterde, neuhhh joh!! Maar goed, wat niet is, kan nog komen.

Je hoort mij niet klagen. Liever dit dan dat skoone wieveke. Alhoewel… het één sluit het ander niet uit natuurlijk… hmmm. Niet over nadenken. Wat niet weet, wat niet deert enzo… Ik kan me lang opwinden over de noodzakelijkheid van zo’n installatie, maar dat houdt die verhipte kast niet uit.

En dan moeten we ook nog een nieuwe kast.

Rustig aan

“Rustig aan hoor!”
“Laat alles gewoon liggen en doe even niks meer.”
“Laat je helpen. Dan moet je man maar wat meer doen…”
“Even een paar dagen niks nu, alles laten vallen.”

Maar vooral dat “even niks doen en alles laten”, dat werkt niet. Allemaal goed bedoelde, lieve adviezen. Ik wéét dat ik het rustig aan moet doen maar gewoon alles uit je handen laten vallen, op de bank gaan zitten en er drie dagen niet meer vanaf komen, dat gaat ‘m niet worden.

Gisteren was bijvoorbeeld het verjaardagspartijtje van dochter. Na bijna vijf maand uitstel wilde ik haar niet wéér teleurstellen. Dat zou haar hart breken. Iedere genodigde kon en ik had het al zo vaak verschoven… Dat ik zo stom ben om op mijn kop te donderen, tja, eigenlijk mijn probleem. En als ik niks meer had gekund, was het duidelijk geweest maar ik kan nog best heel veel en dat ziet zij ook…

Dus toch doorgezet. Man nog erop uitgestuurd voor de laatste boodschappen. Altijd weer spannend waar hij dan uiteindelijk mee thuis komt. Het viel mee. Twee moeders belden een uur van tevoren nog af voor hun kinderen, spontaan ziek, één of andere maag-darm-infectie. Kan gebeuren en ik was er stiekem wel blij mee: nu nog maar 9 kinderen om te entertainen. De muffins/soesjes kwamen matig aan, het kadootjesspelletje viel goed. Het bekers beschilderen was wat moeizaam maar leverde erg leuke resultaten op. Daarna kwam het voor mij aangenamere gedeelte: “bioscoopje spelen”. Alvin en de Chipmunks moest ’t worden. Shock: de DVD-speler begaf het. Horten en stoten en toen niks meer. Gelukkig hielp de Lou-methode: een goedgeplaatste mep erop (zal ‘m leren te haperen) en de stekker eruit en er weer in en toen deed hij ’t alsnog. Pfiewww, ik zag me al 1,5 uur lang 9 kindekes entertainen. Popcorn, chips, cola en fanta (hoe verantwoord…) erbij en ik ging even zitten en uitblazen met een kop koffie. Na de film nog friet met knakworst (hoe kregen ze het weg, maar het ging), nog twintig minuten rondracen, gillen en joelen en toen werd de eerste alweer opgehaald. Klaaaaar…

Denk je. Not. Dochter loopt lijkbleek naar de WC en gooit haar muffinknakworstfrietenchipspopcorncolabrij er weer uit. “Teveel door elkaar gegeten schat?” Ze kreunt maar wat terwijl ik haar haar naar achteren houd om verdere vervuiling te voorkomen. Vriendinnetje dat mag blijven logeren kijkt wat meewarig toe terwijl ze vermeldt dat ze die kotserij vorige week al gehad heeft. Op dat moment berouwde ik mijn opmerking over het teveel doorelkaar al. Dit was toch duidelijk dat maag-darmgedoetje…  ‘s-Nachts nog twee keer het bed volgespuugd en één keer volgepoept (de spuitpoeperij kon vanzelfsprekend niet uitblijven) maar ach, ik slaap vanwege mijn knie toch al heel slecht momenteel dus een paar bedden verschonen en wat middernachtelijke douchesessies konden er ook wel bij door. Vriendinnetje sliep ondanks de actie gelukkig gewoon door en de dames waren om half zes wakker. Fijnnnn….

Vandaag doen we het dan ter afwisseling inderdaad maar eens “rustig aan”. Dochter ligt op de bank, zoon hangt er in de stoel naast en ze ruziën gebroederzusterlijk over wat er op TV moet. Ik hang achter de (momenteel verbazingwekkend functionerende!!!) laptop. Man zit aan onze Van Haasteren-puzzel te puzzelen. Een nieuwe verslaving van hem. Eindelijk eens een leuke. Morgen rapportgesprekken op school, een bezoekje aan de schoolarts (voor zover dochter dan weer beter is) en een kleine na-vergadering na de middag (gemiste zitting van afgelopen week even bijpraten). De rest van de week is ook alweer volgepland. Het kan niet anders. Alles uit m’n handen laten vallen en drie dagen slapen, nee, dat gaat ‘m duidelijk toch écht niet worden. Hoe graag ik ook zou willen. Sorry.

 

ik wou niet

…maar ik doe ’t toch even. Éventjes bloggen. Éven van me afschrijven. M’n laptop doet ’t op wonderbaarlijke wijze ineens weer dus ik zie m’n kans schoon. Grijpen die hap, terwijl de externe harddisk bromt tijdens het internaliseren van mijn zoveelste systeembackup die nog minstens twee uur duurt.

Vandaag was een redelijk slopende dag. En dat is dan een behoorlijk understatement. Gisteravond begon het al. Het omen was weer eens daar: mijn laptop deed ter afwisseling raar (en dat rijmt ook nog). Programma’s bevroren, ding werd extreem langzaam. Opnieuw opstarten leverde spontaan de automatische installatie van 32 heerlijke windhoosupdates op en daarna wilde mijn Vaidiootje vanzelfsprekend helemáál niet meer opstarten. Na de 3e keer in de beveiligde modus uiteindelijk dan toch wel. Data gesaved, een nieuwe reparatiesessie gestart. Het was weer een interessant rondje Windblows. Na 8 keer opnieuw starten, plug-ins deactiveren, opschonen, deïnstalleren en enige updates terugdraaien deed hij het ineens weer. En dat is nu. En nu loopt dus die backup. En kan ik even typen.

Mijn hoofd is inmiddels stukken beter maar nog steeds niet goed. Sommige dingen/namen schieten me ineens niet meer te binnen, ik kan soms zinnen plots niet meer afmaken omdat ik niet meer weet wat ik wou zeggen, ik weet de weg naar ’t ziekenhuis, waar we al een keer of zes geweest zijn, niet meer. Dat soort dingen. Een raar soort dofheid. Mijn hersenstam werkt nog niet naar behoren, zeg maar. Maar geen pijn meer en dat is al een hele vooruitgang. De rest zal ook wel weer goed komen. Mijn knie baart me meer zorgen. Veel (heul veul) pijn. Maar goed. We gaan doorrrr.

Vannacht om half twee staat zoon op de overloop te brullen. Wakker geworden van zijn eigen braaksel. Dus bed verschonen (auw),  zoon even douchen en weer verder slapen, in de hoop dat het in de ochtend allemaal weer beter is want dan moeten we naar het ziekenhuis voor een hernieuwde diagnose van zijn ‘stoornissen’. Die hebben we dringend nodig voor de inschrijving bij de nieuwe school (later deze maand) dus het móet gewoon. ‘s-Ochtends gaat het aanvankelijk toch niet geweldig genoeg en heb ik de telefoon al in handen want met een zieke kop de hele ochtend tests doen, da’s nou echt geen doen. Maar zoon wil toch gaan (de kanjer). Druivesuiker en actimel mee (want ontbijten ging niet) en uiteindelijk vind ik het ziekenhuis toch weer terug (:-S). Na vijf uur tests, vragenlijsten invullen, rondhangen, wachten, uitslagen, wachten, bespreken en een laatste test mogen we weer op huis aan. De ‘gewenste’ diagnose (zware dyslectie i.c.m. ADHD) op zak. Daar kunnen we in ieder geval mee verder. Voor de rest is hij een bovenmatig intelligent, heel gemotiveerd, werkgraag menneke dat er ‘echt wel komt’ volgens de dokter, en daar ben ik dan weer heel, heel erg blij mee.

Om ca. 1 uur thuis. Dochter (sleutelkind vandaag) zit huilend op de bank en na wat trekken en duwen komt eruit dat ze het mobieltje dat ik haar had meegegeven, in de schoolbus naar huis verloren was nadat ze mij even zinloos gebeld had om te melden dat ze nu op weg naar huis was.  Ik klim gelijk maar weer  in de telefoon en krijg uiteindelijk de betreffende buschauffeur aan de lijn. Ja, mobieltje gevonden. Daar en daar ophalen. Ik weer in de auto. Terug thuis vliegen zoon en dochter elkaar inmiddels  in de haren (zoon heeft vandaag vanwege de tests geen medicatie op en dat merk je toch wel). Eerst maar ‘ns eten maken. Het huilen staat me nader dan ’t lachen. Alles doet pijn…

De namiddag heb ik een beetje doorgebracht met afwisselend crashen, comprutter opkrikken en voorbereiden op morgen. Want morgen is het verjaardagspartijtje van dochter, dat ik inmiddels al bijna vijf maand heb uitgesteld en nu niet nóg een keer af kan zeggen. Ze heeft 9 kinderen uitgenodigd waarbij ik, stom rund, verwacht had dat er toch minstens 2 niet zouden kunnen of ziek zouden zijn. Niet dus. Ze komen allemaal. Met die van mij erbij dus 11 kinderen om te entertainen. Mensch, wat heb ik dáár nou zin an. Joepiiieeeduuuhhhhhpoepiiiee!!!

Muffins bakken. Gelukt. Knutseldingetje (bekers beschilderen) organiseren. Gelukt. Boodschappenlijstje voor man in elkaar prutsen. Gelukt, kan hij morgenochtend dan nog halen. To-Do lijstje voor morgen opstellen. Ook gelukt. Avondeten koken (spaghetti met rooie saus). Gelukt. Af en toe een kleine, verdekte crash-huilbui inlassen. Gelukt. Zich halfdeaud voelen. Lukt nog steeds geweldig goed. Daarom ga ik nu een etage hoger. Eerst heel lang en heet douchen en dan slaaaaaaapen. Ik weet niet hoe ik er morgenavond aan toe ben, maar ik vrees dat het niet beter zal zijn dan nu (en we hebben nog een logeetje ook) dus bij deze meld ik me even af. Ik kom wel weer opdagen als ik mijn wederopstanding voltooid heb en m’n plug-ins allemaal weer werken.

Laters lui!