come back to me

Langzaam verdwijnt het.
Het doffe, neergeslagen gevoel.
De watten tussen mijn hersencellen.
De snerpende pijn bij mijn slapen.
De zweepslag in mijn nekspieren.
De rotte vergeetachtigheid.

Langzaam komt ’t terug.
Die lichte scherpte en humor.
Het langer kunnen kijken naar.
Het broodnodige denkvermogen.
Het actieve herinneren van.
Het betere reactievermogen.

Please come back to me…
I never meant to hurt you…
Don’t leave me forever
I am so lost without you.
Take your time out,
Take whatever you need.
Go back to black for now,
But in the end you will
Come back to me.

Dearest brain…

Kopgeklop

Op m’n kop geklopt Hersenschudding
Alles sloom en dof
Mijn harses verstopt
Het voelt alsof…

…ik ineens ander ben
Knal op ’t achterhoofd
Mezelf niet meer ken
In één klap verdoofd.

Brein botste met schedel
En schedel met brein
No more gewedel
Uit met de gein.

Niet meer denken
En niks meer doen
Sta wat te zwenken
Een zinkend galjoen.

Komt dit weer goed?
Hoofd een isoleercel…
En pijn dat-ie doet
Ach ik zie ’t wel.

of ook niet…

Je wordt ouder, mama

Nou echt dus. Gedwongen niksdoen geeft interessante inzichten. Na koffietijd op TV (eigenlijk best te pruimen dat programma… Is dat een teken?) ben ik Goede Tijden Slechte Tijden na de eerste aanblik van Laura ontvlucht. Een lange toiletsessie kan in zulke momenten heel heilzaam zijn. Op TellSell zag ik het corrigerend en middels nanokeramische partikels cellulitisvretende ondergoed van Fir Slim en heb ’t gelijkgenoteerd: dat krijg ik op eBay vast nog wel goedkoper.

Maar toen. Viel mijn trillend oog op the Bold and the Beautiful. Jeugdsentiment. Nou ja, eigenlijk studentensentiment. Dat keek ik namelijk altijd als ik ‘s-ochtends na zwaar studentenstappen uit mijn bed rolde. Van de eerste verbazing dat die serie twintig jaar later nog steeds liep, viel ik direct in de tweede: ze waren nu inderdaad Bold geworden. Want van Beautiful was geen sprake meer en tóch stonden ze nog dapper voor de camera te paraderen. Brooke ging eigenlijk nog. Wat geijkte bovenliprimpeltjes die bij de laatste facelift niet naar behoren strakgetrokken waren. Maar dan Ridge. Oh my. Michael Jackson de tweede met vijftig tinten grauw. Neus volledig naar de kloten geopereerd, twee grote grand canyons op ooghoogte en kaken waarmee je een envelop open kon snijden. How ugly can you get. En dat was ooit toch echt een mooie man… Stephany was destijds al in oma-style maar nu was ’t werkelijk verbazingwekkend dat ze nog fatsoenlijk kon praten. Vlaswitte kortgeknipte fluimhaartjes en priemoogjes, opgesierd met zijwaarts neergetrokken botoxlippen. De rest van de crew die nog wel beautiful was, kende ik niet. Hoe ook, die verkeerden twintig jaar geleden nog in eicelvorm.

Toen kwamen de kinderen naar binnen gestuiterd en het eerste wat dochter zei toen ze een blik op de TV wierp was: “ieuwww!! Das ist ja deutlich keine Kindersendung!! Darf ich bitte umschalten?”

Ja graag lieverd. Ik kan t niet meer aanzien. Het overduidelijke bewijs dat ik met deze jeugdikonen óók 20 jaar ouder geworden ben. En dat helemaal zonder schoonheidschirurgie. Zet UIT, please…

Lijden – de tweede

sandl1      Het eerste lijden van gisteren was toch nog op een schappelijke tijd voorbij dus hebben we uiteindelijk toch de boel in de auto gegooid en zijn gaan skiën. Op naar Sandl, een durp op ongeveer veertig minuten rijden hier vandaan. Hele lichtblauwe pistes waar de kinderen zich prima vermaken. Voor ons is het een beetje saai maar ach, in Schuß naar beneden is ook best leuk. Mooi uitzicht ondanks het feit dat de zon er werkelijk geen zin in had. De kinderen gingen als kanonnen, prachtig om te zien.sandl3sandl2

Het eerste uurtje ging alles prima. Tot ik met toch wel enige vaart over een heuvel/richel skiede om vervolgens op het daaronder gelegen hobbeltje te landen. Dát ding had ik dus even niet verwacht, vloog achterover en landde op mijn achterhoofd met mijn linkerbeen achter me. Ouch. Ik stond vrijwel gelijk op en ging ook meteen maar weer zitten. Allemaal sterretjes… Mijn helm (thankgod voor dat ding want anders was ik sandl5nu waarschijnlijk gelukkige bezitster van een schedelbasisfractuur geweest) was met de klap zo naar voren geschoten dat-ie mijn skibril in mijn neus had vereeuwigd. Ouch twee. De sterretjes bleven. Ik stond nog een keer op, verzamelde mijn ski’s en zwaaide naar man bij de skilift dat-ie maar met de kinderen omhoog moest gaan omdat ik toch echt even moest gaan zitten. Ski’s aan. Knie zakte naar binnen door. Ouch drie. Ik gleed naar de skihut onderaan de piste en plofte op ’t bankje neer. Daar heb ik een half uur gezeten maar de sterretjes gingen niet weg en ik kreeg er nog een portie barstende hoofdpijn en een portie misselijkheid bij geserveerd.

sandl7Man kwam eraan om te kijken wat er nou was en ik beschreef hem de sterreflikkers  in mijn hoofd en wat er gebeurd was. “Oh, da’s een hersenschudding… blijf maar effe zitten, ik ski nog wat met de kinderen en dan gaan we naar huis”. Okidoki dan maar…

Afijn. Op de terugweg nog even bij schoonmoe langs, kinderen en man hebben daar gegeten, ik op de bank gelegen. Toch maar snel door naar huis. In bed gekropen. Wat een pijn. M’n hoofd, m’n neus, m’n knie, ik kon ’t wel uitgillen, werkelijk waar. En die deuk in mijn ego deed inderdaad ook best zeer. Hoe kun je nu zó stom vallen op een glijheuveltje dat nauwelijks een blauwe piste mag heten. Schicksal of stomheid? Ik gok op een combinatie. Maar lullig blijft het.

Nu zit (lig) ik hier met een hersenschudding (ik neem aan dat ’t een hele lichte is, gezien het feit dat ik nog kan typen en rechtop kan zitten, maar de misselijkheid, de pijn en het gevoel alsof er iemand me aan mijn achterhoofdharen omhoog trekt en de gordel om mijn hoofd steeds een stukje verder aansnoert, blijven), een kapotte linkerknie (ik denk een verrekte of ingescheurde binnenknieband en/of beschadigde meniscus) en een gekneusde neus (ach, nomen est omen). De nacht was hels, nu gaat ’t wel weer. Maar ik ga toch maar weer een advilletje erin gooien en nog een rondje slapen ofzo…

Skiën is best leuk en gezond hoor, echt.
Alleen moet je niet stom vallen.
Laat ik dáár nou juist heel erg goed in zijn…

.

sandl6

sandl4

Lijden

Pap en mam zijn weer weg. Snik. Ik zit met een kop koffie een beetje voor me uit te staren. Ik heb de skispullen voor zover ik kan ingepakt want we wilden vanmiddag gaan skien. Een paar uurtjes en dan nog even koffie drinken bij schoonmoe. Maar man zit samen met zoon tegenover me aan tafel en probeert hem voor de derde keer een navertelling voor Duits leesbaar op te laten schrijven. Zoon heeft tranen in de ogen, is de wanhoop nabij. Man ook. En ik kijk toe en lijd mee. Het is pedagogisch niet bepaald optimaal maar ik kan nu ook niet ingrijpen. Hij leert wel heel veel zo en dinsdag is ’t grote proefwerk in navertellen… Maar ik zit er met haviksogen naast en werp af en toe een verpletterende blik naar man als ik vind dat hij weer te streng is. De vertwijfeling nabij. Allemaal. Met dat skien wordt ’t zo waarschijnlijk ook niks meer. Bluh.

Ach. Ik had er toch al niet echt veel zin in. Samen een lekker potje lijden op zondag is zoveel leuker…

Gudderig

Zo heet dat. Als je het steeds een beetje koud hebt en er af en toe een rilling door je heen gaat. Niet ijskoud maar gudderig. Net als het weer. Dat kan ook gudderig zijn. Godderen, gudderen, gidderen, schijnt allemaal ’t zelfde Nedersaksisch te zijn voor ‘met kracht neervallen‘. Stamt van geuren/guren. Dat betekent ‘als stof ergens uitvallen‘. Laat ik dat nou best wel graag willen… tot stof worden en dan lekker ergens uitvallen. Bij voorkeur uit een palmboom ofzo. Of uit een hete luchtballon zonder parachute… Even dwarrelen en dan vet crashen. Ja, dat lijkt me wel wat.

Ik ben gudderig. Mijn lichaam en mijn stemming zijn gudderig. Het weer is sowieso gudderig. En mijn ogen zijn gudderig. Ze vallen letterlijk met kracht neer. Alsof mijn oogleden twee doeken met loden baleinen zijn die na een volledig mislukte voorstelling versneld dicht smakken zodat het toneel in ieder geval vast niet meer te zien is. Snel weg.

Ik zou zo graag willen gillen. Gillen dat dat meisje van vroeger echt nog wel steeds ergens heel diep binnenin mij zit. En in een hoekje zit te huilen. Ik zou willen brullen dat ik nog steeds goed genoeg ben. Voor jou. En jou.  Schreeuwen dat je op moet rotten met je kritiek en je kleinerende opmerkingen. Ik zou je hardhandig door elkaar willen schudden zodat je eindelijk wakker wordt en ziet dat ik de moeite waard ben. Maar het is zó lastig om jezelf door elkaar te schudden…

Ik roep. darksoul

Maar degene die het werkelijk zou moeten horen, is doof voor mijn geschreeuw.
Ik kan mezelf niet horen…

God wat is het donker hier binnen zeg…

Ik wil fluoriserende lichtknopjes in mijn ziel.

.

.

.

.

(Maakt u zich vooral geen zorgen. Het gaat goed met mij. Ik zat te twijfelen of ik dit er überhaupt bij zou zetten, maar zieleroerselen en realiteit hebben niks met elkaar te maken. Niemand hoeft zich zorgen te maken over mij. Dat kan ik zelf nog altijd het beste.)

De maan is rond.

De maaaaaaaaan is rond.
De maan is rond.
Twee ogen, een neus
en een kont.

Tenminste, als je de maan die ik vandaag gezien heb, bekijkt. Het was daadwerkelijk dubbele volle maan. Ik werd er bíjna door verblind. Bijna. Ik ging er bíjna van janken. Bijna. Maar toen was hij ook alweer verdwenen achter een hoop wolken. Uitlaatgassen van het bestelbusje.

Vandaag kreeg ik wat leveringen. Dat gebeurt momenteel wat vaker, aangezien ik in fases als deze (u weet wel, zie voorgaande blogs enzo) ook last heb van een ietwat heftige vorm van bestelleritis. Amazon, bonprix en Otto zijn weer blij met mij. De bezorger belde aan. Ik wist ’t meteen: dit is een invaller. Onze normale postpaketbezorger belt namelijk niet aan: die kart gewoon in een lege bus rond en mietert hier en daar een formuliertje in de brievenbus dat je daar-en-daar vanaf 15:00h je pakket op kan halen. Deze bezorger daarentegen was zo beleefd om aan te bellen. IMrMoony1k deed open en zag een licht hangbuikborstelzwijnachtige man met een complete magneetarmband als piercing door zijn wenkbrauw. De man keek me wat sullig aan en had blijkbaar niet verwacht dat ik thuis was (ja tjeeee zeg, welke miep is er nou om half 11 ‘s-ochtends thuis…) want hij draaide zich met opgetrokken heavymetalhoelahoepwenkbrauw en met een zucht om, om in de bus dan toch maar mijn MrMoony2bestellingen te gaan halen. Hij boog zich voorover in de bus op zoek naar drie dozen en ik viel bijna om… Die aanblik!! Yikes!!!

Nu ben ik best wel wat gewend. Maar dit was echt pure horror. Dit was geen gewoon bouwvakkersdecolleté meer, dit was een complete sloopkogel. Maal twee. Als ik nou nog gewoon een decent geldsleufje zag, had ik er nog niks van gedacht. Maar hier keken twee volledige, witrode, pokdalig gevlekte aarsbollebozen mij recht in de reebruine oogjes… Het leken wel twee uit de kluiten gewassen haikido-pompoenen. En het was dus nét als bij mijn ufo-sighting van de afgelopen zomer: ik was simpelweg té verbouwereerd om mijn mobiel te pakken en een bewijsfoto (of nog beter: -film…) te maken. Maar ik kan u vertellen dat het zeer deed aan de ogen. Dit was een man van het type “Met jou? Nog voor geen 68 miljoen!” en zijn achterwerk paste werkelijk perfect bij hem.

Ik ben dus gemoond. Geflashed. Hoe u het ook wilt noemen. Een ordinaire sloopkogelventer. Ik ben niet vies van achterwerken, maar dit was echt teveel van  MrMoony3het… euh… achterste. Met ingehouden schaterlach ondertekende ik op het electronische kraspadje. Morgen komt-ie vast weer want ik verwacht nog minstens drie leveringen. En zeker weten dat ik dan alvast mijn mobiel al sneaky op de fotografeerstand in de hand achter m’n rug houd. *Klik*. Gheh 😛

Bij het ceremonieel doorknippen van het plastic paklint was ik blijkbaar toch duidelijk wel ietwat van mijn apropos want ik knipte met de schaar nog even vet in mijn middelvinger.
Cut4 watwashetookalweer?

Ja. In mijn middelvinger dus…
Thank you Mr. Moony!!!

Woorden

Eigenlijk is ’t maf. Ik produceer hier dingen waarvan je zou kunnen gaan denken dat ik een borderliner ben. De ene dag ben ik überhappy, de andere diepdepressief. Zo lijkt ’t althans. Dat kunnen woorden doen. Platte tekst. Ik heb een off-day, ben sjaggie en verdrietig en melancholisch, heb even nergens zin in en blijf wat stilletjes onzin produceren. Ik zit met dingen waar ik zelf uit moet komen of zelf wat aan moet doen. Ik schrijf een blog en dat lijkt dan al gauw op een persoonlijke wereldondergang. Zou je me op straat tegen komen en vragen hoe ’t gaat, zou ik zeggen: “och… gaat wel hoor.” Vraag je door, krijg je een paar dingen van die berg hommeles die ik gisteren opsomde maar ook lang niet alles, vermoed ik.

Zaterdag was een heel mooie dag, ik heb bewust genoten van een heel aantal dingen en dat gedaan waar ik zin in had. In je achterhoofd spoken wel al de dingen rond die je bezig houden en verdrietig maken maar ze worden toch heel even zachtjes wat op de achtergrond gedrukt. Gisteren was het andersom. Alles drong zich op de voorgrond, niks meer om blij van te worden. Zo leek het. En dat weerspiegel ik. Vanochtend had ik een ochtendhumeur maatje kilimanjaro. Dat werd in de loop van de ochtend wel beter, er kwam weer wat humor tot leven. Tot vanmiddag. Weer een noodlottig bericht. Verdriet, angst, schrik bij één van mijn allerliefste vriendinnen. Dat hakt er dan weer in. Lieverd, ik denk aan jullie. De hele tijd. Heel, heel onnoemelijk veel sterkte. Ik duim me suf. Moet goed komen. Moet gewoon. Hearts will mend… literally. ❤

En toch. Toch  zijn het maar woorden… Woorden op één of ander display (ik ga er maar even van uit dat niemand mijn blogs gaat zitten uitprinten. Dat zou wel heel erg veel eer zijn…) Er zit zó veel meer achter. Gevoel. Hoop. Liefde Wanhoop. Medeleven. Woorden zijn heel fijne dingen. Maar soms zeggen ze veel te veel, staan ze bol van iets wat in werkelijkheid helemaal niet zo prominent is. En soms zeggen ze juist zo weinig dat een ander er zelf van alles in gaat lezen. Of ontbreken ze compleet en is juist die stilte oorverdovend en maakt dat je intens verdrietig.

Ik wou dat woorden voelbaar waren.
Gevoeld zoals ze waren bedoeld.
Geïnterpreteerd zoals beweerd.
Meer dan enkel die korte sensatie in je oor of dat beeld op je netvlies.
Ik wou dat ik er zoveel meer in kon leggen dan nu het geval is.
Altijd maar “komt goed” mompelen schiet ergens ook niet op…

Zelluf doen

Dat liedje van Rita Hovink galmt de hele dag al door m’n hoofd.
Je weet wel, dat van:
Laat me alleen, alleen met al m’n verdrietzellufdoen
’t Is beter dat ik nu geen mensen zie
Niemand, niemand, niemand die me troosten kan
Ik verloor m’n toekomst en m’n doel
Laat me alleen, alleen met al m’n verdriet
Een glimlach, dat wordt pure parodie
Iemand, iemand, iemand die gelukkig was
En verloor, begrijpt wat ik nu voel
bladiebla-huiljammer-lalala enzovoort.

Nou, zó erg is ’t dus niet 😛

Maar die eerste twee zinnen treffen ’t wel aardig. Laat me nou maar effe alleen. Láát me gewoon maar even. Ik heb geen toekomst of andere essentiële dingen verloren (absoluut niet) en m’n doel al ook niet. Ik had eigenlijk nog nooit echt een doel dus dan kan ik dat ook niet verliezen, toch? Ik weet ook heel, héél goed dat ik heel, héél veel lieve mensen om me heen heb die me allemaal willen helpen én troosten én knuffelen. En dat is ook superlief maar dat kan gewoon niet: a) omdat het niet eens zo zeer MIJN verdriet is waar ik mee zit, b) omdat het praktisch gewoon niet kán (ik moet er zelf mee dealen en de afstand is simpelweg te groot om te knuffelen, jullie wonen allemaal te ver weg!) en c) omdat men met dit soort dingen gewoon niet kán helpen.

Even een impressie van al die dingen:  Specifieke zorgen om de kinderen, groot verdriet van mijn allerliefste naasten, gemis, werkproblemen (peanuts though), mobbing-issues/gewelddadigheid op school waar ik me als klassenoudervertegenwoordigster én als moeder helaas intensief bezig moet houden, faalgevoelens, pijn (letterlijk), ontglippingssensaties (whoeiii), algehele stress en bij tijden alles verpletterende teneergeslagenheid en moeheid.

Dat laatste heeft voor het overgrote deel te maken met de winter, neem ik gemakshalve aan. Ik ben gek op sneeuw en winterse kou maar ik heb nu toch duidelijk last van winterdepressieve gevoelens. Ik slik wel vitamines (D en B enzo) en af en toe wat Sint-Janskruid maar echt helpen doet dat niet. Doorgaan dus maar. Ik heb een waslijst van (relatief grote dingen) die ik allemaal ‘moet’ en van dat vele moeten word ik ook weer moe. Heb ik ook al eens over geschreven geloof ik. Wat me momenteel heel erg bezig houdt is dat schoolgedoe. Tienjarige kinderen die door klasgenootjes in elkaar getrapt worden op ’t schoolplein, kopstoten, volledige respectloosheid naar elkaar én naar de leerkracht (“hé ouwe, waar bemoei je je mee”…), mobbing, scheldpartijen, notoir uitsluiten. Discussies voeren met ouders die de noodzaak van noodzakelijk optreden niet inzien of zelfs botweg niet geloven dat hun kind ‘dat’ doet (wat toch echt het geval is). Gesprekken met de leerkracht. Moeilijke gesprekken. En dit is dan nog maar de basisschool… Op de ‘middelbare’ school (hier is dat vanaf volgend jaar, na 4 jaar basisschool dus) gaat het er tien keer erger aan toe, heb ik al uitgebreid te horen gekregen. Fijn, ik verheug me er op :’-( Vanavond dus weer een hele avond vol e-mails en telefoontjes waar een mens nou niet bepaald vrolijker van wordt.

Dan zoon die vandaag weliswaar een geweldig cijfer voor Aardrijkskunde/Geschiedenis (hier een gecombineerd schoolvak, hij had een “1”, dat staat hier gelijk aan het cijfer 9 of 10) naar huis bracht (mensch, was ik me een potje trots! Háh!!! Heeft al ons moeizaam, langdurig en intensief samen leren daadwerkelijk vruchten afgeworpen – dit was zooooo goed en zoooo nodig voor hem!!) maar volgende week opnieuw de diagnoseprocedure in gaat voor zijn ADHD/dyslectie/dysgrammatisme/geheugenstoornis/hypermobiliteit etc. etc. omdat hij anders volgend schooljaar toch in een ‘normale’ klas zou kunnen komen en dat gaat ‘m helaas niet worden… Hij is er nu al bang voor 😦 (niet voor de diagnose maar voor een mogelijk falen op de navolgende school).

M’n liefste zus die momenteel zo verdrietig is en samen met m’n nichtjes opnieuw een flinke portie levensherinrichting moet behappen. Ik doe m’n stinkende best om haar op te vrolijken en gelukkig lukt dat bij tijden ook aardig (heb haar net even aan ’t lachen kunnen maken – ghehhh!! :-P) maar toch is het schrijnend, moeilijk, verdrietig en zit ik hier op zo’n Oostenrijkse hobbel zonder dat ik echt wat kan doen of zelfs maar gewoon een knuffel geven. Haar verdriet is simpelweg ook mijn verdriet… Love you, sweet sis!!!

Het gevoel dat ik ook bepaalde mensen ‘verloren’ heb of dat ze in ieder geval langzaam maar zeker uit mijn leven verdwijnen, om wat voor reden dan ook. Ik hou er niet van om geliefde mensen ineens weg te zien lopen, om genegenheid te zien verwateren, om de indruk te krijgen dat je éigenlijk niet langer meer nodig bent. Maar ook dat is in principe een heel normaal proces. Mensen komen zomaar in je leven en stappen er even plotseling weer uit. Net twitterfollowers of facebookvrienden. Ineens, zonder dat je de echte reden kent, zijn ze verdwenen. Floep. Dag vriend(in), zwaai zwaai, het ga je goed… Het mag dan normaal zijn, ik word er toch een beetje neerslachtig van. Ik weet dat ik ’t niet moet doen maar ik ga me dan dus afvragen wat ik fout gedaan of gezegd heb. Niet doen…

En dan die rotpijn die maar niet weggaat. Soms wat minder wordt maar nooit voor lang. Rug. Nek. Hoofd. Knie. Ik ken de oorzaak wel hoor, niks engs of chronisch aan, maar het maakt dat ik me een oud wief voel. Ik sport des te meer, in de hoop ooit weer ‘fit’ te worden (het ‘slank’ heb ik inmiddels bíjna alweer opgegeven, ik moet na 41 jaar vaststellen dat ik niet voor slank in de wieg gelegd ben maar ik was ’t zó graag geweest hè. In mijn hoofd ben ik een slank mens maar mijn lichaam werkt niet mee.  Maar dan moet je ook niet een hele doos kersenbonbons in een moment van verstandsverbijstering naar binnen werken. Nou ja. Dan maar fit & fat ofzo…). En dan zijn er nog een aantal dingen die ik hier niet kan en niet wil noemen of vertellen. Te privé, dus gewoon niet.

Pijn. Verdriet. Zorgen.
Verliezen. Stress. Faalangst.
Afvalsores. Verlatingsangst.
Nog meer verdriet. Frustratie.
Dat.
Dus.
Niks onoverkomelijks.
Er zijn ergere dingen in de wereld.
Véél ergere dingen.
Zelfs in mijn directe omgeving.
Dus.

Laat mij daarom maar fijn sudderen. Ik zal dan ook gewoon doorgaan met repareren, werken, vrolijk worden, liefhebben, ontzorgen, ontstressen, minder vreten en meer sporten.  Beloofd.  En OOIT (wat een stom woord) komt alles GOED (wat een mooi woord).
Goed?

Maar laat me nu maar even.
Ik moet het toch zelluf doen.

Life is a beautiful balance of holding on and letting go.

Ik ook van jullie.

XXX

.

(tjeejjzus, nu ik ‘m gepubliceerd heb, zie ik pas wat voor rotlap tekst dit is. Nou ja. Sorry daarvoor.)

Mattigheid

Nietsziende blik. Mat en dof.mattigheid
Wit display doemt op. Ventilator zoemt.
Komt dat Ooit nog? Of…

Gedachten. Ze rollen.
Woorden verschijnen. Als vanzelf.
Letters die rond dollen.

Toetsenbord zo glad.
Afgesleten. Glimmend touchpad.
Nieuw was-ie echt mat…

Gedachten. Ze dwalen af.
Ik laat niet los. Berusting als gevolg
van wat jij niet gaf.

Ik voel nu langzaam
mattigheid. Wat als nu toch niet is.
Had het Ooit een naam?

Ogen slaan neer.
Ik denk alwéér aan jou. Vergeten.
Ooit komt nooit meer…

.

(c) Lou

Op

Dat is ‘t.
De koek is op.

De sociale communicatiekoek zeg maar. Ik heb er momenteel de energie niet voor. Het is misschien lullig maar het is wel zo. Ik vermoed dat een winterdepressie-achtig iets er mede schuldig aan is. Ik ben moe, uitgeblust, gedemotiveerd, nog moeier, heb een hoop pijn (rug, nek, hoofd), weinig energie en nergens zin in. Een griepje onder de leden, dat zou ook nog kunnen. Alles doet zeer. Hoofdpijn, de tranen redelijk hoog. Dat dus.

En dan heb ik dus geen zin meer in communiceren. Het hoogstnodige wel (en dat ‘hoogstnodige’ neemt dan vooral de vorm van m’n lieve zus en mijn pap&mam aan) maar verder ben ik enkel redelijk stilletjes op de achtergrond aanwezig. Een plek die me op dit moment eigenlijk wel heel goed bevalt. Klep dicht en koekeloeren. Is nieuw voor mij. Maar ’t bevalt. Ik ben er wel, ik lees wel wat maar ben niet echt merkbaar. Een dag als gisteren geeft me dan wel weer een kleine boost, dat wel. Dan merk je weer wat écht belangrijk is. Maar vandaag was het weer redelijk slopend hoewel het toch ook wel gezellig was bij onze vrienden. Maar het moeten praten, het gezellig moeten zijn, het geïnteresseerd moeten blijven, dat was vandaag ergens moeilijk op te brengen. Ik was vanmiddag werkelijk het liefst weer in mijn bed gekropen, opgerold, dekens over de neus, slapen. Was zelfs vergeten om mijn mobiel mee te nemen en dat wil wat zeggen. Ik heb ’t ding ook niet echt gemist. Dat zegt misschien wel nóg meer.

Ik schrijf daarentegen nog wel graag (vandaar ook dit blog weer). Dat is namelijk toch hoofdzakelijk een éénzijdig iets. Ik ratel er op los en men leest ’t als het hen past. Of niet. Ook goed. Reacties zijn altijd fijn (heel fijn zelfs), maar ik voel me niet standaard verplicht om daar dan weer op te reageren. Soms doe ik dat, soms ook niet (vergeef mij). Daarom is een blog ook zo’n lekker iets. Ik pleur erin waar ik over pieker, wat ik denk, wat er aan onzin in mijn hoofd rondspookt en wat me bezig houdt. Dat kan door anderen als saai of irritant ervaren worden, ook dat vind ik best. ‘t-Is mijn blog. En mijn hoofd…

Een hoofd dat raar werkt, ik weet er alles van. Een maalhoofd. Een piekerhoofd. Een zwaar hoofd. Een intern meervoudig hoofd… Een liefst verdoofd hoofd. Ik verzuchtte het al eerder: ik wou dat ik een knop had waarmee ik in m’n bovenkamer de boel gewoon uit kon doen. Als een lampje. Klik. Uit.  Niks meer denken, geen gepieker, geen vergeten dingen, geen moeten, geen pijn. Gewoon UIT. Maar zo’n knop heb ik niet en daarom ben ik dus niet ‘uit’ maar ‘op’. Van m’n eigen gedachten en gemaal. Ik kan bij wijze van spreken nog nadenken over waarom ik nu toch ineens weer een blog typ. Had ik er dan zo’n  zin in? Moest ik nou echt iets kwijt? Waarom typ ik? Waarom typ ik nu precies DIT?? Wat is überhaupt de zin van bloggen? Het is eigenlijk een redelijk onzinnige bezigheid. Je schrijft je hoofdinhoud op en laat anderen nog meegenieten ook. Maar eigenlijk kan ik het allemaal net zo goed weer met een pen in een boekje schrijven, zoals ik dat vroeger deed. M’n gedachtenboekjes van toen (hier een voorbeeld van mijn 1.0-schrijfsels…) waren (en zijn) goud waard. Voor mij dan. Alleen voor mij…

Als ik dan zo zit te typen zie ik dat m’n man wél een UITknop heeft. Die gooit de TV aan (‘click’), klikt naar kanaal 18 (Arte, steevast garant voor oersaaie documentaires) (‘click-click’), propt een kussen onder z’n hoofd en slaapt. Uit. Klaar. En ronken maar. De TV loopt naar mijn mening werkelijk voor niks te blaten, maar als ik ‘m uit doe, is man meteen weer wakker dus ergens heeft het ding toch overduidelijk een slaapverwekkende werking. Blijft die TV aan, blijft hij uit.

Wáárom kan ik dat nou niet… *jaloers naar ronkende man kijkt*

Ik pak zuchtend het laatste glas weekendwijn (het ís nog weekend hè) en typ er maar weer op los.
Wat anders kan ik blijkbaar niet.

I’ll be back. Da’s een ding wat zeker is…

*iets met gouden randjes*

Een zaterdag met een gouden randje.

Rond een uur of 9 word ik wakker. Ik kan me meteen levendig herinneren wat ik gedroomd heb: ik had mijn hele bovenlichaam laten tatoeëren. Een sjiek blauw corset met knoopjes over m’n romp met blauwe comicfiguren (Betty Boop, Sonic…) op mijn rechterarm en de Friese vlag over mijn hele linkerarm. En ik was er superblij mee, dat ook nog. Eenmaal wakker was ik ergens toch wel blij dat ik deze smurf-in-de-halvamel-like tattoo enkel in mijn fantasie mee heb mogen maken. Ik wil best wel een kleine tattoo (jaja, coming out of that closet too, gheheheh) maar gelijk m’n hele bovenlichaam in ’t (rood-wit-)blauw was toch wel een beetje heftig geweest. En daarbij komt dat mijn bovenkant nog best aardig is. Als er iets opgesierd zou kunnen worden, was dat eerder het gedeelte van de navel naar beneden tot aan de tenen geweest. Plek zat daar in ieder geval…

Ik overweeg of ik op zal staan of niet. Niet. Of ja toch maar. Vannacht sliepen we pas om 2am dus dat hoeft nu niet nog een keer. *kuch* Douchen, zaterdagochtendontbijt met een eitje en versgeperste jus. Man ruimt op, ik scheur even naar ’t sportveld om wat dingen te regelen en te bespreken met de verenigingsvoorzitter. Daarna: koffie, nog meer koffie en FB cq. mails checken (misschien moet ik nog Die Welt Retten hè, you never know). Ook nog een wandeling in de ijskou en wat foto’s gemaakt met m’n mobieltje. Vervolgens ga ik de kelder in, een krappe drie kwartier sporten en de kinderen sleeën zich ondertussen suf. Na de middag gaat man even naar z’n moeder, maak ik brood voor de kinderen en in no time zijn ze alwéér buiten. Ik doe wat huishoudelijke onzin (ja sorry, ook ik ben tenslotte maar een huishoudsloof, een nietszeggend en bij tijden vervelend mens en een slaaf van de alledaagsheid als je alle sjuu en tierelantuten even weg rekent. In de trant van “zelfs de koningin laat wel eens een scheet” enzo).

winterimpressionen

Ik tref eerste voorbereidingen voor het avondeten (zoete kip – “kip in ’t pannetje” heet dat – met sperzieboontjes en wilde rijst) en zie ineens de buurman voor het keukenraam voorbijstampen. Hij kijkt me triomfantelijk aan en dan zie ik ook al waarom: hij heeft mijn én zijn kinderen (5 stuks in totaal dus) zover gekregen dat ze in ganzenmars, met rooie koppen en breed grijnzend, achter hem aan stampen. Zo marcheren ze met veel kabaal drie keer rond ’t huis en dan zijn ze weer verdwenen. Toch fijn, zo’n bevestiging dat wij daadwerkelijk goed in dit buurtschap passen: ze zijn net zo gestoord als wij. Opluchting alom.

Om een uur of 5 komen de kinderen naar binnen donderen, volledig in het wit en ijskkkkoud. M’n gang is nu zeiknat but so what. Even een mok warme chocolademelk voor ze maken. Ook man is tegen half 6 thuis en we vallen aan op het zaterdagse avondeten. Het gaat schoon op. De kinderen zitten nu op de bank, zoon met m’n iPhone (mag hij hebben, rotding), dochter met haar mode-designer-kleuralbum. Man is boven, probeert z’n ouwe nieuwe boxen uit. “So far away from me” van de Dire Straits schalt kneiterhard door het hele huis. Heerlijk.

Zo meteen, als we allemaal klaar zijn met de electronische prut, gaan we zaterdagavond vieren. Dat heb ik sinds kort zo ingevoerd, om een beetje meer familiegevoel te kweken. Niet dat we dat niet hebben hoor, maar ik herinner me het van vroeger, die zaterdagavonden. Gezellig bij elkaar zitten, iets op TV kijken (de Weekendkwis of de RonBrandstederShow of weet ik veel wat) en een spelletje doen. Drinken en wat chips erbij en familie voelen. Ik wil dat mijn kinderen dat ook een beetje kunnen ervaren en daarom heb ik nu persoonlijk de zaterdagavond tot familieavond gebombardeerd. We gaan zometeen sjoelen, op wens van de kinderen. Joepiedepoepie 🙂 Ik ga ervan uit dat het volgende week een potje Monopoly wordt. Daar kan ik me dan nog een week lang psychisch op voorbereiden. Blikje Fanta (de traktatie ten top voor de onzen) en Pombär- of paprikachips en ze zijn helemaal happy. Alleen die Fred Oster, die ontbreekt een beetje. Maar dat zullen we vast ook wel overleven.

Als de kinderen straks om een uur of half 10 in bed ploffen, gaan wij hoogstwaarschijnlijk nog even naar onze (eveneens prettig gestoorde) buren om een potje darts te spelen. Altijd goed voor een hoop lol. Kortom, de zaterdag is er eentje. Een zaterdag zoals-ie moet zijn.

Als ik nou ook nog wist, dat iedereen die me lief is, óók gelukkig is, was het een echt perfecte zaterdag.
Maar dát is-ie dus helaas niet…

S-s-saukalt

dat is het. Saukalt. Gisteren al. Vannacht gaat ’t richting de -15. Zeggen ze. Dat is op zich niet zo erg maar het heeft ook nog ‘ns enorm gesneeuwd. Eergisteravond begon het en vanmiddag is ’t gestopt. Er is nu zo’n centimeter of zestig-zeventig gevallen, niet overdreven, eerder onderdreven. OK, als dat allemaal bovenop elkaar valt, wordt de laag vanzelf weer dunner omdat het inzakt, dus nu is het nog zo’n 30-40cm. Een leuk laagje zeg maar. Ik heb gisteren maar liefst vier keer sneeuw geruimd. Nou ben ik redelijk gek op die sneeuwschuiverij (vooral nu we zo’n prachtig gladde, perfect schuifbare oprit hebben) dus dat is dan weer mazzel voor Hausmeisterin Lou, maar uiteindelijk wist ik toch niet meer zo goed waar ik die bulten sneeuw nou nog heen kon schuiven. Ja, steeds hogerop gaan, dat kon nog. Maar alle sneeuw die je aan de kant schuift ook nog eens op een berg van 1,5 meter moeten scheppen, dat werd me dan toch ook weer iets te gortig. Maar het is gelukt. Er is ook niet echt iets te merken geweest van ontwricht verkeer. Misschien een kilometer of 50 meer aan file en een hier of daar wat sterker vertraagde trein, maar geen dingen die het nieuws haalden, behalve dan de hoeveelheid sneeuw zelf.

Heel Oostenrijk verzucht: eindelijk sneeuw. Zoals Nederland elk jaar toch weer met smart wacht op een elfstedentocht, zo smacht men hier naar een flinke berg sneeuw. Na maanden van regen en föhnwind, van storm en gure, natte buien is er eindelijk sneeuw. En nu heb ik dus ook geen kind meer aan de kinderen: die maken in no time hun huiswerk (als ze na schooltijd überhaupt al binnen komen) en dan zijn ze verdwenen. Sleeën, burchten bouwen, sneeuwpoppen maken. Tegen vijven of halfzessen komen ze knalrood en zeiknat binnengestrompeld, vallen voor de TV neer, eten hun eten zonder boeh of bah op en uiterlijk half acht liggen ze voor pampus in bed. Ideaal. ‘s-Winters een berg sneeuw of zomers lekker warm zwemweer (en dan natuurlijk een zwembad in je tuin hebben hè). Alles er tussenin is prut.

Oh ja. Een paar plaatjes leverde het ook nog op, die sneeuw.

winter2 winter3 winter4 winter5 winter6 winter7 winter8 winter9

life goes on…

… dat blijkt wel weer…

Mensen gaan hun weg… Op elkaar gaan zitten wachten is uiteindelijk ook maar een uiterst zinloze bezigheid. Maar toch is er een beetje schaduw in mijn hart. Het voelt leeg. Leger. Het voelt alsof de liefde die zo zeer ook mijn deel was, me langzaam ontglipt. Onopvallend maar steevast stukje bij beetje weggenomen wordt. Het ís misschien niet zo maar het vóelt zo…

Nieuwe liefde komt.
En blijft.
Nieuwe levens starten.
En worden goed.
Zo moet het ook zijn.
Zo hoort het…

De sneeuw valt met bakken uit de hemel.
Ernaar kijken en maar één ding willen.
Op het gras gaan liggen en een wit heuveltje worden.
Te koud om nog iets te voelen.
Wat een weelde zou dat zijn.

Schaduw vult een steeds leger hart.
Langzaam verdwijnen ze. In de verte.
Alle dingen die we ooit waren
Alle dingen die we nooit zeiden
Alle dingen die op lieten leven
Alle dingen die nooit weg zouden gaan
Alle dingen in mooie ogen gezien
Alle dingen die voor geen goud
verloren mochten worden…
Ze halen het ochtendgloren niet eens meer.
Zwaai die witte vlag en doe alsof
je niet meer houdt van.
Denkt aan. Lief hebt.
Zo moet het wel zijn.
Zo hoort het…
En het is goed zo.
Want liefde vond ook jou.

Denk af en toe nog aan mij…

technisch stuk verdriet

Vooraf: dit is een lang, lichtelijk technisch getint, saai blog.
Een blog ter verwerking van mijn eigen frustraties.

Dat u dat even weet. U bent gewaarschuwd.
.
Eergisteren. Avond. Handen in ’t haar.

Het was zover, ik had het weer voor elkaar. Een beetje teveel prutsen en voilá: laptop staakte. Ik had een nogal irriterend programma namens DownTango (mensen, installeer dit nooit, het maakt van je laptop een slak en je krijgt ’t nooit meer weg) gedeïnstalleerd en braaf ook alle “traces” gewist. Even herstarten. Dacht ik. Een pop-up van Firefox: de ge-update add-ons worden nu bijgewerkt. En dat crashte. Total freeze. Harde reset, opnieuw starten. No luck. Na ca. drie kwartier was ongeveer de helft opgestart. Nog een keer een harde reset, nu in de beveiligde modus (“abgesicherter Modus” heet dat hier). Daarmee kon ik er gelukkig nog in dus als de sodeju zoveel mogelijk gecopiëerd naar de externe harde schijf, een boot-CD gemaakt en m’n mails en bookmarks in een backup gepropt. Dat ging nog. En toen was het 1AM en ben ik met een zorgenvol hart gaan slapen. Slecht geslapen natuurlijk want Lou zonder Laptop is maar een halve Lou. Een “ou” zullen we maar zeggen…

De volgende ochtend, zondag, vol goede moed het ding toch nog een keer opgestart. To no avail. Het duurde eeuwig, de helft werd niet geladen, alle browsers, emailprogramma’s en m’n agenda deden uit alle macht alsof ze er niet waren. In de beveiligde modus nog wat gegoogeld maar de enige “oplossing” die aangedragen werd was om het systeem opnieuw te installeren resp. terug naar de fabrieksinstellingen. Joepie, daar had ik nou écht zin in…

Gelukkig voor mij had ik eind december een backup (image) gemaakt. Dat doe ik wel vaker, háh! Dus laatste lapmiddel: image technischverdrietterugzetten. Met bonkend hart harde schijf aangesloten. Boot-CD erin en restoren maar. Térgend langzaam want ja, computer- en fotofreak die ik ben, is mijn minischijfje van 500GB toch al tot bijna viervijfde gevuld (rekent u maar uit) en dat moest allemaal terug… Maar het liep. Tot ca. eenderde, toen ineens alarm. “Error reading file. Recovery failed. Abort”. Aaaaarrghhhh!!! Was m’n image nou ook nog kapot? Of nog erger, de hele (nota bene nieuwe) externe harde schijf?? Ding dichtgeklapt en naar schoonzus gegaan voor koffie en logerend kind ophalen. Eenmaal weer thuis tegen beter weten in toch nog een keer geprobeerd. En hij ging… en ging… en ging door… en jaaaaaaa de slingers mochten uit: “Recovery succesful. Please restart”

Mén wat was ik opgelucht. Alles deed ’t weer, weliswaar met een stand van 3 weken geleden but who cares. De rest zet ik dan wel weer terug. Van pure ontlading kreeg ik schitteringen in mijn ogen. Shit. De aura, here we go. Dat is een soort flikkerende halve cirkel in m’n blikveld die steeds groter wordt en als-ie weg is, komt uiterlijk een half uur later de knallende hoofdpijn. Migraine… gelijk twee advils erin gegooid, word je lekker duf van. Laptop dichtgedaan, op de bank gaan liggen en beetje met m’n foon klooien. Even een nieuwe, volle batterij erin (ik heb er nl. drie en die, die erin zat, was een hele slechte die na een paar uur leeg is). Startknop: deaud. Wilde niet meer. Diepe zucht. Nog een keer drukken. Nog een keer. M’n hart klopte alweer sneller. Ineens kwam er een mega Androidpoppetje op het display en een gele gevarendriehoek met uitroepteken en iets van “als u nu uw telefoon niet herstart, wordt de custom firmware gedownload. Dit kan gepaard gaan met een verlies van uw data” (in het engels dus). Ik drukte als een bezetene op de uitknop maar bij de eerste druk stond er al gelijk: “DOWNLOADING – do not turn off device!!!” (zo dus hè…). En ik wist inmiddels uit ervaring dat als ik iets uitzet wat op dat moment nieuwe software downloadt (en installeert), dat heel erg verkeerd uit kan pakken dus ik legde ’t ding maar op tafel en wachtte af wat er zou gebeuren…

Ik pakte in de tussentijd maar m’n iPhone met de intentie om op WhatsApp cq. facebook mijn frustraties te uiten en te vragen of iemand dit misschien kende. Facebook is kolerelangzaam op die foon dus dan maar WhatsApp gestart: “deze versie van WhatsApp is verouderd, laadt u de update s.v.p” (o.i.d.). OK… naar de appstore. Whatsapp aangeklikt. “deze versie van Whatsapp vereist iOS 4.3 of hoger.” OK… iOS 4.3 gezocht. “deze iPhone is niet compatibel met iOS4.3” Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaarghhhh. Hear me scream. Ik wéét dat ik een ouwetje heb (een 3G) maar dat de boel dan gewoon niet meer werkt? Lang leve apple – NOT!!! Het ding is dus gewoon antiek en nu eigenlijk gereduceerd tot een simpele 1G-telefoon. Weg ermee…

Op mijn Nissan Note stond nog steeds Mr. Android te schitteren dus ben ik met m’n duffe kop maar gaan googelen op mijn – weer werkende, jippiejaajeee!!! – laptop. Op de expertenfora kreeg ik vanzelfsprekend antwoord: die Downloading-do-not-turn-off-message kon je dus negeren, dat is om je foon te flashen maar als je niks flasht, ruk je gewoon de batterij eruit en start je opnieuw. OK dan… met trillende vingers en het adrenalinelevel van Robbie Williams in concert haalde ik de batterij eruit, even wachten, er weer in, herstarten. En oohhhh bliss…. hij deed het. Alles back to normal. Behalve mijn adrenalinelevel dan, dat duurde nog even.

Toen heb ik alles in de hoek geflikkerd, ben lekker lang en heet gaan douchen en m’n bed in gedoken.

Ik en moderne techniek gingen dit weekend duidelijk NIET niet samen.

*iets met foute stand der planeten mompelt*

Thuisbrenggesprekken

Buurmeisje speelde vanmiddag hier. Gebracht door haar vader de buurman want ze durft niet alleen naar ons toe te komen. Én ze durft die ca. 200 meter dus ook niet alleen terug naar huis te lopen, daarom brachten dochter en ik haar even. Dochter op haar step, buurmeisje op haar bobbycar en ik op m’n wintercrocs…
“Kom skattie, we brengen Mina naar huis”
“Okeeeejjj dan… schoenen aaaaannnn… muts opppp…”
“Héé mijn muts met konijnenvelpompon ligt op de grond!!” gilt Mina.
So what. Zal de kat wel gedaan hebben.
Met z’n drieën lopen we rustig naar het huis van de buren.

“Hey Mina… volgens mij is er nog niemand thuis. Kijk maar, alles is donker.”Feld
“Oh jawel hoor, maar papa slaapt vast. Dat doet-ie altijd als mam aan ’t werk is. Daarom moet ik ook weg.”
Aha. Dat vermoeden had ik al wel vaker op vrijdagmiddag.
“Waar is Max [buurjongetje] dan?
“Die heeft-ie daarstraks naar een vriendje gebracht, voordat-ie mij bij jou bracht.”
“Oh. Aha. OK… Nou we kijken wel even of-ie thuis is.”
Buurman doet met slaperige ogen de deur open. Warempel.
“Ahh haiii! Dat is snel! Oh ehh, bedankt voor ’t thuisbrengen.”
“Null problemo. Doeiii Mina! Fijn weekend!”
Dochter loopt naast de step en samen lopen we zo terug.
“Maham ik loop wel. Anders ben ik zoveel eerder thuis dan jij en da’s niet leuk voor jou.”
“Uhuhh…”
“Maham kijk, die boom groeit scheef. Zou-ie rugpijn hebben?”
“Vast.”
“Maham kijk, wat een modder hè, daar zou ik heel goed even doorheen kunnen rijden.”
“Uhuhh…”
Oh. Prut. Fout antwoord. Dochter ziet haar kans schoon en scheurt met haar step de drek in. Fijn…
“Maham kijk, Norbert schildert weer! Die schildert ook élleke dag hè…”
Norbert is onze kunstschilderende buurman. Hij maakt enorm grote, werkelijk wel heel mooie schilderijen. Met overduidelijke figuratieve naaktafbeeldingen, deels “in the middle of the act of all acts” of in één of andere slangenmensachtige omstrengeling. Voor een héél groot venster op de eerste verdieping en met héél veel licht zodat hij, en ook wij wandelend publiek, alles goed kunnen zien.
“Nèèhh, die schildert niet elke dag. Maar wel vaak, da’s waar. Maar ik zie Norbert nu nergens dus misschien is ’t Jannie die de boel boven even schoonmaakt of stofzuigt ofzo.”
“Duhhh zeg. Als-ie zelf rotzooi maakt, moet-ie ’t toch ook zelf opruimen??”
“Ja eigenlijk wel. Net als jullie dat altijd doen hè?”
Dochter antwoordt wijselijk niet en kijkt dromerig over haar step het veld in.
“Mahaaam… als jij later groot bent hè, wil je dan nóg een keer kinderen?”
En ik dacht óók wijselijk niets te antwoorden en een beetje het veld in te staren.
Maar die vlieger ging niet op.

“Mam?? Ik vroeg je wat! En als ik je wat vraag, heb je ook te antwoorden hoor!”
Gohhh, waar ken ik dat van :-S
“Ehh euhh… kinderen,euh… nou, als ze zo worden zoals jullie, dan zeker wel!”
*Grijnst in haar vuistje*
Pfoeh, heb ik dát zomaar even diplomatiek eruit geperst.

“Maar lieverd, eigenlijk bén ik al groot…”
“Ja hèhè, dat zie ik ook wel mam. Kijk, jij hebt vetrolluhhh!” [port en knijpt me sneaky in de zij]
“Haaaaaaaaahaha!! Jij bent gewoon Megamama!!”
en ze zingt op de melodie van Megamindy heel hard “meeeegaaaamammaaaa”

Misschien denk ik er toch nog maar een keer over na.
Over die kinderen die ik zeker wel wil hebben als ze zo zijn als zij…
Volgende keer mag ze Mina alleen naar huis brengen.

De wereld in drie vragen

Snelsnellersnelst moet alles gaan. En zijn. Snel uitgelegd en snel te begrijpen. Sneller te consumeren en snel nog even boodschappen doen. Snel bestellen en snelst op de plaats van bestemming. Zoals het eruit ziet zijn we met z’n allen eigenlijk  continu gestresst, lopen voortdurend kans op een burn-out en zijn voor de processen waarin we werken en leven absoluut en altijd überrelevant en onmisbaar (of we moeten van onszelf i.i.g. continu de indruk wekken dat we op ’t randje van het overspannen zijn staan want stel je voor dat dat niet zo zou zijn, dan waren we misschien wel zoiets ergs als onbelangrijk of zelfs – nog erginformatieer – vervangbaar…).

Nog nét op het nippertje halen we al die vréselijk belangrijke afspraken, zijn we – mede dankzij sociale media en moderne techniek – overal tegelijk en altijd bereikbaar en bewijzen we onszelf keer op keer opnieuw dat we ook echt die maximaal geïnformeerde, best opgeleide mensen zijn en wiens mening er ook werkelijk iets toe doet. De wereld draait om informatie. Informatie komt van het Latijnse “informare”: scholen, vormgeven, uitleggen, oftewel informeren. En dat draait enkel en alleen om de overdracht van materie, in welke vorm dan ook.

Het lullige is echter, dat duidelijke informatie m.b.t. bijvoorbeeld de volgens de maanstandskalender optimale dagen om je haren te wassen veel makkelijker te vinden is dan zoiets als objectieve en overzichtelijke info over alle crises die we heden ten dage doormaken. Eurocrisis, regeringscrisis, rechtspraakscrisis, milieucrisis, stilletochtencrisis, middenlevenscrisis, iedereen heeft wel iets van een expertenmening om rond te blaten over één of andere crisis. En als je dan voor een gefundeerde EIGEN mening alle argumenten van alle experts even door wilt spitten en het totaal aan opvattingen en informatie af wilt wegen, duurt dat wel zó gruwelijk lang dat die desbetreffende crisis al langggg weer voorbij is (of de wereld is inmiddels daadwerkelijk vergaan, dat kan natuurlijk ook).

Het zou zo gemakkelijk zijn als al het wetenswaardige, alles wat je nodig hebt om ergens snel (snelst!) geïnformeerd over mee te kunnen kletsen, in no time te lezen was in een mini-samenvattinkje ofzo. Een soort expertenservice-app voor de meelullende leek. Iets met “Ik, expert, beantwoord 3 vragen en u kom bij de essentie van uw thematiek uit”. Paar dingen aanvinken en hatsjikidee, je bent volledig en efficiënt geupdate. Geen gezond verstand meer nodig, enkel aankruisen en discussiëren maar.

Even een stom voorbeeld: een Pitbull heeft een kind gebeten (sorry hondenliefhebbers, ik zei al: stom voorbeeld) en je wilt je mening over Pitbulls geven. Dan open je de expertenapp (met een geweldige nerdy naam, zoiets als ExpApp ofzo) en doorloop je het voorgegeven vragenschema:
– waar gaat het om?
Intypen: “pitbull”. De volgende vraag rolt eruit:
– Zijn Pitbulls honden?
Expert: “ja.”
– Kunnen honden mensen doodbijten?
Expert: “ja”.
Conclusie: honden behoren tot dezelfde categorie als krokodillen, wolven en haaien en zouden dus als huisdier verboden moeten worden. Tadaaaaa! Met maar drie vragen naar een compleet gefundeerde mening.
(Jaja, ik ZEI toch. Stom voorbeeld. Maar ik heb zo gauw geen ander. Ik mis een app…)

Het enige rotte is, dat de hedendaagse aangelegenheden niet meer zo eenvoudig te reduceren zijn. Ontelbare lagen aan informatie, meningen, data, omstandigheden en aspecten liggen en lopen over en door elkaar heen. Daardoor is een actueel iets als bijvoorbeeld de “falende rechtspraak” (faalt-ie überhaupt wel? Of is dat enkel ‘één’ heersende kuddemening?) niet zomaar even met een paar vragen tot de absolute eenduidigheid terug te brengen. Wie te lang alles reduceert, trekt uiteindelijk alle verbanden kapot. Daar zijn politici dan weer heel goed in. En journalisten ook trouwens. Oh nee, dat is enkel mijn ongefundeerde mening. (Ik mis een app…)

“Verklaar de wereld in drie vragen…”
Sokrates zou waarschijnlijk meteen geantwoord hebben: “…en waarom zou ik dat moeten doen?”

Ik wou dat ik een uitschakelaar op m’n hoofd had.
*hamer zoekt*

tekort

Even een te negeren egoblogje… Volgens mij heb ik namelijk een soort van sociale tekortdoegevoelsstoornis… Ik heb bijna altijd het gevoel dat ik mensen, vooral op social media, tekort doe. Te weinig aandacht geef, teveel dingen van ze niet zie, te weinig like, teveel verjaardagen vergeet, te laat op tweets/comments/mails reageer, te weinig (kerst)kaarten stuur, te weinig interesse toon. Hoe ik ook m’n best doe om zo attent mogelijk te zijn en om aan iedereen te denken, dat rare tekort-doe-sentiment blijft. Het is een beetje een ziekelijk iets, vrees ik. Ik ben mij ervan bewust. *Ogen neerslaat*. Ik heb een soort van constante drang om er voor iedereen altijd maar te zijn maar dat kan ik dus niet waarmaken.
Daarom noem ik het dus maar een tekortdoegevoelsstoornis.

Vriendin met je gebroken, vertrapte hart…
Vriend met je ernstig zieke zoontje…
Vriendin zo kort voor die zware operatie…
Vriend met zulke financiële problemen…
Vriendin met je dreigende, totale burnout…
Vriend daar in het verre, zeer verre Oosten…
Vriendin met je net geschreven boek…
Vriend met je verloren vader en je verdriet…
Vriendin met zo veel teveel chronische pijn…
Vriend met je machtige, beschermende vleugels…
Vriendin met die nieuw ontdekte liefde…
Vriend zo gelukkig met je nieuwe opleiding…
Vriendin die mij zoiets liefs per post stuurt…
Vriend die altijd wel even aan mij denkt…
Vriendin zo op zoek naar je verdwenen ik…
Vriend met je worsteling op liefdesgebied…
Vriendin in de slepende schuldsanering…
Vriend met alle hervonden perspectieven…
Vriendin vechtende met je dubbele gevoelens…
Vriend met je enorm grote kleine hartje…
Vriendin met je twee (drie? vier?) levens…
Vriend met al je scheidingsmisère…
Vriendin van toen, uit ’t oog verloren…
Vriend van toen, plotseling terug gevonden…
Vriendin waar ik zo om geef…
Vriend waar ik zo van hou…
Jij. Jij. Jij!

Spreek jullie
zo veel, veel te zelden …
Mijn chronische tekortdoegevoel.
Komt zich steeds weer melden…
Maar ik denk wel aan jullie.
Veel vaker
dan jullie denken…

Cut the Crap!

Er was eens een bekend zangertje
dat had op ’n dag een doorhangertje.
Smookte gezellig een beetje wiet.
Ach kom. Wie doet dat nou niet…
Speelde met zijn grote ego vangertje.

Maar het zangertje werd gesnapt.
Bij ’t inhaleren op heterdaad betrapt.
Zijn fans smeekten hem te stoppen.
Kwamen met acties op de proppen.
Er werd alom over de Beliebers gegrapt.

Een mafkees ergens in wat lage landen.
Besloot ’t geval niet te laten verzanden.
Help die knul door een beetje te snijden?
Verzuimde om verder over wiet uit te weiden.
Een ziekelijke hype was ineens op handen.

Cut 4 Bieber, voor een greintje aandacht?
Het wekte wat anders op dan verwacht.
De armpatroontjes snijdende jeugd ging los.
wereldwijd was men weer even flink de klos.
Socialmediagekte toonde zijn volle kracht.

Oh Be-Lieverdjes van deze wereld, stop?
Schaapjes van me, gebruik nou eens je kop!
Geef mij ’n euro voor iedere nietgesneden kras.
Is niet alleen die lallende Bieberboy in zijn sas…
Maar kom zelfs ik er in crisistijd weer bovenop!

.

.
Met verbazing heb ik me vandaag eens even ingelezen in die #Cut4Bieber gekte die gisteren blijkbaar plaats heeft gevonden.  Ik moest eerst nog even onder mijn immense steen vandaan kruipen om weer eens te merken dat er wat loos was. Het was uiterst amusant maar ook erg schrikbarend om te zien hoe iets simpels als een gestoorde tweet (of een posting op het chatplatform 4Chan, ik weet niet precies waar ’t nou daadwerkelijk allemaal gestart is) een wereldwijde hysterie los kan maken. Jezelf mutileren om de aandacht van een boyzangertje als Justin Bieber te krijgen met als doel hem duidelijk te maken dat-ie toch echt beter geen jointjes meer zou moeten roken. Hoe diep kunnen we nóg zinken, jeugd? Werkelijk… denk na!!! Maar daar ligt ‘m ook het probleem blijkbaar. Dat zelf denken, dat lukt niet meer… Kuddegedrag ten top. Backwards evolution… Iemand roept nogal tweeduidig, overgedramatiseerd en duidelijk cynisch op tot het jezelf half afslachten voor iets als een marihuanasmokend krakelend knulletje en men dóet het dan ook nog in grote getale?? Dát vind ik pas eng! Ik moet bekennen dat ik zelf bij het lezen van het begin van die hele ophef in eerste instantie helemaal niet aan zelfmutilatie dacht maar aan het knippen (cut) van wiet om meneer Bieber van een nieuwe voorraad te voorzien.
Hoe naïef van mij…

Cut4bibber

monday monday…

…no good to me…

Ach eigenlijk ook wel, zo erg is het allemaal niet. Het normale leven is weer begonnen. Kwart over zes, mijn lichtwekker simuleert braaf het ochtendgloren. Maar verder is ’t stikdonkere nacht. Een keertje kreunen en hoppaaaa, de voetjes op de koude laminaatvloer. Stampen maar: “Waaaaaakker worden!!!” en ik stamp vervolgens linea recta door naar de WC, alwaar ik mijn buikkramp verlicht. Misschien was die eend van gisteren toch niet helemaal goed gaar. Of ik heb op de één of andere manier toch weer teveel koemelk binnen gekregen, who knows. Ik wou dat ik m’n vetrollen er net zo makkelijk af kon poepen.

Zoon draait zich fijn nog een keer om, dochter prevelt een heel verhaal over kapotte vlinders en haar knuffelbeesten die haar niet beschermen konden vannacht. Nee, die liggen beneden op hun onderhoudsbeurt te wachten. Door de meerdere gaten in hun kruisgebied komen de doorzichtige vulkogeltjes naar buiten donderen. Zo gelijk maar even doen.

Zoon krabt zich een ongeluk, heeft nog meer bultjes dan gisteren. Eén of andere rare netelroosuitslag? Ik dacht eerst aan vlooien of bedwantsen o.i.d. maar ik heb zelf niks (en vlooien moeten echt áltijd eerst mij hebben) en ik heb gisteren maar gelijk alles schoongemaakt, van bed (mét speciale antistofmijtenhoezen) tot kleding, alles op 60+ graden gewassen, alles volledig ongedierteloos. Vanmiddag maar even naar de dokter…

Dochter jammert over haar knuffels. Waarom ik nog stééds niks gedaan heb. Ja sorry hoor, ik heb de opdracht pas gisteravond gekregen, op een zondag nota bene. Eerstmogelijke uitvoeringsdatum is dan toch echt maandag. Nou goed, of ik het dan zometeen maar gelijk even in orde wil gaan brengen. “Alsjealsjealsjeblieft mamma…

Zoon stommelt naar beneden en laat gelijk de katten binnen. Samen met een sloot aan hun poten en vel hangend HuntiHasimodderwater. Fijn. Ik moest inderdaad nog de vloer dweilen. Het dagelijks kattenafdroogritueel volgt met veel gespartel en gesis. Ze vreten, drinken en gaan vervolgens op elkaar los. Galopperende, parcoursrennende katten bij ’t ontbijt, nog zo’n heerlijkheid. Ik schop ze (figuurlijk dan) gelijk maar weer naar buiten want dit verdraag ik niet op de vroege ochtend. Zoon wurgt zijn toast naar binnen, dochter prikt in haar broodje en mompelt dat ze dan nu, bij het ontbijt, ook maar eens begint met minder eten. Tanden poetsen, gezicht wassen, anti-jeukzalf op de bultjes smeren, schoenen en jas aan en naar buiten, waar precies op dat moment de schoolbus al aan komt sjezen. Veertien minuten over zeven. En weg zijn ze.

Ik maak nog maar een kop koffie en stort me op het eerste absoluut noodzakelijke project van vandaag: Knuffel-EHBO. Hunti en Hasi houden hun ingewanden weer binnen.
Nou ik nog…

Rot

 

De kerstboom gaat uit. Dat heb je met lampjes die veroordeeld zijn tot het werken met een tijdschakelaar. Maar zo’n drie tot vier weken per jaar word ik elke avond rond deze tijd een beetje melancholisch. Pats. De lieflijke lichtjes doven. Te vroeg. Waarom ik die verhipte schakelaar niet gewoon op een uur later uitgaan zet, beats me. Misschien heb ik het nodig, deze melancholie voor het naar bed gaan. Lenny Kravitz bromt in m’n oren dat ik de love moet laten rulen. Ga ik zo doen. Ik voel m’n rug, nog een teken dat ik oud word.

Rotrug. Rotlampjes. Rotmelancholie. Rotslaap.

Gelukkig ben ik gek op Rot.
Schön Rot ist nicht häßlich.
Toch?

Ze wil toch enkel léven…

“Leer te leven!!”

Okee…
Goed.
Zal ik doen.
En dan?
Dan leef ik.
Dus.

Eigenlijk krijgt een mens dergelijke clichés behoorlijk vaak te horen.
“Leef je leven, doe je ding.” – Tja, welk ding mag dat dan wel wezen…
“Leef erop los want je leeft maar één keer” – Oh echt? Surprise, surprise…
“Mensch, durf te léven.” – háh!! Ik durf blijkbaar, ik doe ’t tenslotte al meer dan 41 jaar.
“Leer góed te leven.”Oh my. Zouden ze bij de LOI een cursus levenskunst hebben?

Lééf?!?
Ja tuurlijk.
Maar hoe dan.
Met wie dan.
En wanneer dan.

Leven. Ik leef. Maar doe ik ’t ook goed genoeg? Doe jíj het überhaupt wel goed? Leven we voldoende? Of vegeteer vlinderik een beetje voor me uit en mis ik de essentie van mijn eigen bestaan volledig? Dat gevoel dat je nog zó veel dingen wilt doen, dat een ander veel méér leeft dan jij, er meer uit haalt, meer voor z’n ambities doet, de juiste knoppen drukt.

Dat bourgondische leven hè, dát ligt me wel. Een ascetisch leven zou natuurlijk veel beter zijn maar dat kan ik niet, heb ik ontdekt. Wil ik ook niet. Ik wil kunnen genieten, anders lééf ik toch niet? En toch doe ik het. Steeds opnieuw. Omdat ik in fysiek opzicht toch echt fitter en slanker wil zijn dan ik nu ben. Op naar die ascese dus…

Een multipel liefdevol leven ligt me duidelijk ook wel. Maar leven in monofocale genegenheid is wederom beter geaccepteerd en het lijkt erop dat ik dat wel enigszins kan dus dat doe ik dan ook maar… Maar daarmee besef ik dan ook gelijk weer dat ik dus steeds opnieuw zo leef zoals ik denk dat het goed is maar niet zoals ik eigenlijk diep binnenin zou willen…
Ach, wie doet dat nou wel voor de volle honderd procent… Diegene is een mazzelpik(kin).

Geef wat je kunt geven.
Neem wat je kunt krijgen.
Oogst de liefde die je zaait.
Doe dat wat goed doet.
Doodgaan kan altijd nog…

Ik hou ’t maar op de bovenstaande clichés.
Ze hebben niet voor niks zo’n mooie naam gekregen, toch?

In ’t kader van dat “leren te léven” wil ik iets delen.
Iets wat ik gekregen heb.
En wat ik koester.
Dat wat een oh-zo dierbaar mens me gaf.
En nog steeds geeft.
Namelijk dat wat werkelijk ís.
En altijd blijft.
Dat wat me doet beseffen: “het is goed zo…”
En dat is het.

.

Ze hoort theoretisch op één
Op één plaats haar thuis
Ze hoort theoretisch bij één
Bij één geliefde in huis

Ze deelt niet al haar gevoel
Uit bescherming voor zichzelf en hem
Van binnen scheurt de boel
En roept onophoudelijk die stem

Ze wil fladderen naar alle thuisen
Ze wil liefde delen met alle mensen
Wil vaste gast zijn in hun huizen
En toegeven aan haar diepste wensen

De vlinder in de glazen pot
Met liefde gevangen en bewaard
Dan gaat de deksel op het slot
Maar de ontsnapping is het niet waard

De vreugde zou overvleugeld raken
Door pijn en veel verdriet
Daarom de poging staken
Ook al wil haar hart dat niet

Wat ze ook kiest en hoe ze ook doet
Er zal altijd iemand onder lijden
Daarom blijft ze omdat het moet
Op die ene plek tot het eind der tijden

Het leven is niet altijd eerlijk
Keuzes achtervolgen ons elke dag
Alleen in dromen is het heerlijk
Als ze weer fladderen mag…

.

-x- Dank je voor jou -x-

tehuis

Zu Hause.
Te huis dus?
Het is thuis, maar ik moet nog even wennen… na een week onder de vleugels van m’n ouders zit ik na een dagje incidentloos autobahncruisen met onze Auwdi dan toch weer in terug de Heimat. Een deel van de troep inclusief het kapitaal aan hollandse kaas en stroopwafels is zelfs alweer opgeruimd, een ander en groter deel nog niet en ligt her en der verstrooid in de gang en de kamer. Ik heb er geen zin meer in. Het is redelijk koud hier binnen, ik schat rond de 19 graden en ik heb nog maar even een extra vest aan getrokken. En nog heb ik het koud… Tranen bij het wegrijden. Steeds verder weg van mijn lieve ouders die staan uit te zwaaien. Verder weg ook van mijn topwief van een grote zus. Van mijn andere lieverds en vrienden in Nederland die ik dit keer niet eens gezien heb. Het viel simpelweg niet meer in te plannen maar ik hoop bij m’n volgende nederlandbezoek toch wel weer wat meer mensen te zien. Ik mis ze. Allemaal. En toch ben ik thuis. Te huis. Mijn hoofd bromt nog steeds van het onverwachte doorzakken van gisteravond. Roze champagne en whisky, een interessante combinatie. Ik gaap me scheel, zit te rillen. Duidelijke tekenen. Slapen. In mijn eigen bed. Hopelijk voel ik me morgen weer thuis in mijn tehuis…

één-januari-blues

Een doffig gevoel oliebol
Een wolwarrig hoofd
geen kater of intern gejoel
gewoon nieuwjaarsverdoofd…

Alles wat ik nu nog wil
Koffie in een emmer,
een jaaropstartpil
en een hersentemmer…

Miezerregen past perfect
bij loslopend gedachtenwild
loomlamme ogen afgedekt
Alle energie gekild…

Een aangevroten oliebol
Een weigerende sterreflikker
De maag nog steeds overvol
Pens nóg een beetje dikker.

Wéér een jaar voorbij
Wéér zo’n nieuwe start
Samen brak maar wel trilvrij
En iets met halve smart…

Een weigerende strotteklep
vingers maken mengelmoes
ik geloof echt dat ik het heb
die één-januari-blues…