oudjaar

…en toen was het verdorie alwéér oudjaar. oudjaar
Hebben we het dan toch nog voor elkaar!
De carbidbussen knallen met geweld om ons heen.
Je voelt de donder dreunen tot in je grote teen.
Een licht oorlogsgevoel valt niet te ontkennen.
Elk jaar steeds opnieuw weer even wennen.
‘t-is dat ik niet eens weet hoe oorlog voelt
het leven heeft ’t best goed met mij bedoeld.
Zelfs een meldpunt vuurwerk dat er voor waakt
Dat u het gooien van uw bommetjes tijdig staakt.
Boemmmmm daar gaat weer een melkflesdop.
Tijd dat ik de schuilkelder maar weer ‘ns uitsop.
Eerst nog even een extra voorraad oliebollen bakken
voordat we met z’n allen diep in de champagne zakken.
Bommen voor de lol. Maar daar schieten ze echt…
en geen mens die met oudjaar daar wat van zegt.
Wat kunnen we er hier aan doen dus laat ze maar.
Ach kindertjes in Syrië, ook gelukkig nieuwjaar…

Ongelooflijk

Gisterochtend dacht ik nog: “ja ja, dit wordt vast wel weer wat vandaag.” De auto volgestouwd, de DVD-speler geïnstalleerd, de tas met vreetspul voorin tussen de benen. Ignition. Hoera, hij start! Helaas de achterruitenwisser ook, hoewel die niet eens aan stond. Da’s raar. Het ding bleef maar wieberen dus in no-time had de ruitenwisser een nieuwe rustplek op de werkbank gevonden. Eraf gesloopt en hoppaaa, gáán met ons ouwe huppeltrutje.

Navigatie nog even in de sigarettenaansteker en weg. Verhip, de asbak (waar dat aanstekerstopcontact in zit) wil niet meer open. Met geen stok. Dan maar met een schroevendraaier. Asbak open gebikt, naveltje’s stekker erin gepropt. Ook klaar. Zitten we allemaal? Doet alles het? 3 – 2 – 1 – Lift off.

Op de autobaan nog even geluisterd naar een ietwat raar, schrapend motorgeluid maar aangezien Auwdi verder goed reed, hebben we daar maar geen aandacht meer aan besteed. Ik verwachtte na al deze startperikelen natuurlijk wél weer een hoogstinteressante, blogwaardige reis.

Misverwacht.

Geen files.
Geen haperende auto.
Geen kotsend kind 1.
Geen hagelsneeuwslagregen.
Geen defecte DVD-speler.
Geen 293 Baustellen (maximaal een stuk of 5).
Geen omwegen.
Geen rareroutekiezend naveltje.
Geen vertraging.
Geen kotsend kind 2.
Geen ruzie.
Niks!

Ongelooflijk…

another year’s over…

Dit is natuurlijk dé uitgesproken tijd om een blog over het afgelopen jaar te schrijven2013. En vooral ook de tijd om al die goede voornemens opnieuw op te sommen. Maar waarom zou ik me aan het begin van een nieuw jaar wéér storten op datgene, wat me het afgelopen jaar ook al niet gelukt is? En waarom nou juist weer beginnen aan het begin van een nieuw jaar? Ja okee, uiterlijk de tweede januari is de hele vreterij weer achter de rug, die feestkilo’s moeten er sowieso weer vanaf. Da’s geen goed voornemen, da’s gewoon noodzaak. Net als die overige twintig kilo trouwens, maar daar heb ik nou al zo vaak over gezeurd dat ik daar ook geen fatsoenlijk voornemen meer van kan maken. ’t Mot gewoon, ’t kennie anders.

Ik zou me ook kunnen voornemen om vanaf die eerste januari fijn helemaal ’t lak te hebben aan wat anderen denken of vinden. Om heel hard te roepen “zak allemaal maar in de kippeshit, ik doe wat ik doe, ik ben wie ik ben en het maakt me geen bal uit wat jullie ervan zeggen.” Maar zo werk ik niet. Ik blijf onzeker, met die rare maagdraaigevoelens als ik zenuwachtig ben. Simpelweg het vast van plan zijn om me door niemand meer naar beneden te laten halen helpt dus ook niet.

Daarom begin ik ’t nieuwe jaar ter afwisseling maar zonder voorneemgedoe. Ik ga dit keer gewoon rustig kijken wat me gaat lukken en wat niet. En dat wat niet lukt, komt dan eventueel later wel. Of niet. Ook goed. Jammer dan. Ik wil z óveel dat dat waarschijnlijk toch niet in één jaar te doen valt. Een tienjarenplan is realistischer.

Ik zou kunnen opnoemen wat ik eventueel ánders wil gaan doen in ’t nieuwe jaar. Ik zou bijvoorbeeld meer en gedrevener achter m’n dromen aan kunnen gaan zitten. Meer en vooral beter zingen, schrijven, schilderen en een nieuwe business opzetten. Maar dat is eigenlijk een kwestie van een flinke autobioactieve trap onder mijn brede achterste. Gewoon dóen. Niet meer bang zijn voor een mogelijke afgang. Who cares of je op je snufferd gaat, opstaan moet je toch zelf doen en dat kon je immers als peuter al. Ik zou ook niet meer iedereen zoveel mogelijk willen pleasen maar eerst voor mezelf kunnen kiezen. Maar van anderen pleasen word ik nu eenmaal happy en happy zijn is toch het uiteindelijke doel? Dus dat wordt ‘m ook niet…

En nu zit ik hier. Ik pulk wat aan m’n vingers en nagels, sla mijn ogen neer en zucht een keer. Ik luister naar Christina Perri en haar duizend jaren. Die heb ik niet dus ik moet ergens toch opschieten met alles wat ik nog wil. Als veertigplusser ga je toch steeds meer door ’t leven met dat achterhoofdgevoel van “ik wil nog zó veel maar ik ben al op de helft van mijn leven dus ik moet nu ‘ns een keer opschieten…”

Oh.
Ik weet nu wat ik ga veranderen.
Dát gevoel.
“Ik wil nog zó veel en ik heb nog de minstens de helft van mijn leven vóór me!”
Hatsjikidee!
Wat of wie let mij.
Let’s go.

Een kerstgedachte

Inmiddels is ook die tweede kerstdag alweer bijna voorbij. Het grote gebeuren is achter de rug en ik mijmer wat over wat nou echt belangrijk is met de kerst. Wat is kerst überhaupt… Rare naam ook. Kerst. Kerrrsst. Kers, kerser, kerst. Zoiets…

Kerst komt natuurlijk van Christus en het woord Kerstmis werd oorspronkelijk alleen maar gebruikt als betiteling voor de mis die ter ere van de geboorte van Christus werd opgedragen: de kerst-mis dus. In de Middeleeuwen waren dat op de avond van de geboorte dus speciale nachtmissen. In het oud-Engels sprak men over Christes maesse, oftewel de mis van Christus, Christmas…

Ik persoonlijk vier niet de geboorte van Christus. Het zal me volledig om ’t even wezen of die man ooit geboren is of niet. Voor mij is dat betekenisloos. Wat mij betreft kunnen we kerstmis dus ook gewoon herbenoemen in bijvoorbeeld het Lichtfeest o.i.d. (in navolging van het Suikerfeest, gheheh). Want dát vier ik, als heidense heks: het midwinterfeest. Ik vier dat de dagen weer langer worden, er weer meer licht en warmte komt. kerstgedachte1Voor mij is ‘kerst’ iets wat ik vier met mijn liefsten, de mensen die me dierbaar zijn. Het feit dát ik dierbaren heb. De warmte van de liefde en het licht. Mijn gezin, mijn ouders, schoonmama, zus/schoonzussen met familie, lieve vrienden, gewoon alle mensen die ik lief heb en waarvan ik weet dat ze mij lief hebben. Dat is wat ik vier want zo vanzelfsprekend is dat niet, helaas. Teveel eenzame mensen, teveel ellende en verdriet…

Maar terug naar de materie. De kerstgedachte. En al die kadobergen die daar mee gepaard moeten gaan. Ik kan er niet aan wennen… Op kerstavond (de 24e dus) hadden we de eerste ronde. De thuiswedstrijd. Op zich een uiterst aangename, relaxte dag, gewandeld in de zompige resten van gesmolten sneeuw, lol met de buren, heerlijk gegourmet met de kinderen en, natuurlijk, pakjes onder de boom met échte kerstboomkaarsjes (en een brandblusser in de aanslag). De kinderen waren tevreden met hun kadootjes (hoewel dochter gelijk even voor de zekerheid vroeg: “maar morgen komt de rest hè??” – pffff… welke rest?), speelden er gelijk op los, gingen vergenoegd naar bed en wij keken nog een film onder het genot van een wijntje en veel kaarslicht. Op naar 1e kerstdag.

Vroeg ontbijten want het middageten bij schoonma is nooit ‘licht’ en altijd tussen twaalf en één. Nog even de laatste spullen in de auto proppen en op naar ’t noorden, alwaar de Schnitzels al in de olie lagen te  pruttelen, de frkerstgedachte4iteuses voor de frieten al op standby stonden en de bonensalade al voorgeproefd was. Tegen de middag was iedereen present en werd er – hoe opzienbarend – gegeten. Vrijwel vlekkeloos aansluitend kwam de koffie met notentaart en kerstkoekjes, waarna ook meteen de champagne (met nog meer kerstkoekjes) opgediend werd. Nu barst ik zonder eten al redelijk uit mijn voegen maar na deze gang stond ik echt op knappen. Afslaan is geen optie.kerstgedachte3

Een korte wandeling met als doel: de kerk. Verplicht nummer want daar is een kerststalletje dat aanbeden moet worden. Ik ben maar bij de deur blijven staan en bij de eerste gelegenheid weer naar buiten geslopen, in de frisse lucht wachtende tot het kerkbezoek klaar was. Ik heb simpelweg een grondige hekel aan kerken. Thuisgekomen werden op slinkse wijze snel de bérgen kado’s onder de met wederom echte kaarsjes uitgedoste boom gedeponeerd en moest er weer gegeten worden: dit keer braadworstjes met brood en zuurkool. Ik heb de braadworsten afgeslagen, ik kon echt niet meer (en ik hou niet van varkensvlees).

Daarna bleek het kerstkindje daadwerkelijk nog een keer langs gevlogen te zijn: de kerstboomkaarsjes brandden en de kadoberg eronder was van het kaliber K9. Ongelooflijk, zó veel. Maar de gretig uitgestrekte kindervingertjes moesten nog even weer ingetrokken worden: eerst klarinetmuziek (was mooi!), bijbellezen (niet mijn ding), blokfluitspel (okerstgedachte2ok mooi!) en gezang (geen evaluatie mogelijk). Helaas zijn zoon en dochter minder begaafd op al die muzikale gebieden (en een drumstel is ook moeilijk onder de arm mee te nemen) dus hun aandeel in het ‘voorspel’ bleef, zoals ook in voorgaande jaren, nihil. Eindelijk kon het gegraai en geruk in de kado-alpen beginnen. In minder dan 15 minuten was alles uitgepakt en opgestapeld, waren de massa’s papier en paklint overal verstrooid en de kinderen vlijtig aan ’t vergelijken wie er het meeste moois gekregen had. En natuurlijk had ik, zoals elk jaar, zelf weer het gevoel lichtelijk gefaald te hebben in de eeuwige wedstrijd ‘beste-en-duurste-kado’s-voor-‘t-kroost-kopen’, hoezeer ik – naar mijn eigen inschatting – ook mijn best gedaan heb.

Het staat me zo tegen… ik weet niet eens waar ik al dat nieuwe speelgoed van de kinderen moet laten. Waarom zoveel… waarom schijnen deze hoeveelheden bij kerst te horen… één leuk kado doet ’t ‘em toch eigenlijk ook? Maar er lijkt geen weg terug. Enkel nog de road to more-bigger-better. Ergens word ik er toch een beetje mismoedig van. Voor mijn gevoel is die geboortedag van dat kindeke één grote commerciële happening. Is Sinterklaas natuurlijk ook hoor, maar die man ging nu eenmaal over dat soort dingen. Dit moet dan een christelijk en bezonnen gebeuren zijn, maar onder het mom van wat gezang en de één of andere bijbeltekst gaat het toch éigenlijk enkel nog om de kado’s. En het vele eten. Dat ook. Hoe hypocriet.

Op dit moment (ja inderdaad, naar aanleiding van die verbijsterende kerstkreten van die roomse man met ’t hoedje) ben ik zelfs druk bezig om mezelf helemaal uit die rooms-katholieke kerk te krijgen want enkel uitschrijven doet de truc niet: je blijft dan nog steeds als lid te boek staan in Rome én je blijft geregistreerd in het doopregister want de doop schept volgens de kerk een onuitwisbare band tussen het kind en de god in kwestie. Maar wat nou als dat kind die band helemaal niet wíl? Dan maar op de priesterse wijze, een ‘gedwongen’ band? Dank je de koekoek… Maar wat een gedoe is dat, dat ‘ontdopen’. Vier tot vijf brieven waarvan één zelfs aan het bisdom (welk bisdom??) of direct naar Rome (“Ongeachte meneer de Paus, bij deze bladiebla…”). Het lijkt wel een sekte, je komt er met goed fatsoen nooit meer uit… Maar met de onbegrijpelijke uitlatingen van zo’n duidelijk idiote paus die denkt te weten (of zelfs te kunnen bepalen) wat de essentie van het menselijke wezen is, wil ik echt niet meer tot deze middeleeuwse club gerekend worden, zelfs niet op papier. Tot voorheen deed ’t me weinig. Nu ben ik het zat. Doorstrepen die boel. Wat voor een kerstgedachte is dat zeg…

Nee, geef mij dan maar de heidense kerstvariant. Veel warmte en licht in de vorm van kaarsjes en licht, veel leven(svreugde) in de vorm van een mooie boom, veel (naasten)liefde om je heen en bewust genieten van de dingen die je gegeven worden of op je pad komen. Eventueel een klein kadootje als blijk van die genegenheid, ook prima. Een krachtige, intense gedachte aan de mensen die het bij lange na niet zo goed hebben als ik, aan mensen die in de ellende zitten, ziek zijn of veel verdriet hebben en even uit alle macht hopen dat het ook hen binnen afzienbare tijd weer beter gaat. Niet dat dat ook maar ene bal helpt, maar er bij stilstaan is wel het minste wat je kunt doen in tijden als deze. Dat hoort er voor mij ook bij. Donaties aan enkele uitgekozen goede doelen in de hoop in het algemeen ook nog ergens wat goeds te kunnen doen. Familie en vrienden opzoeken (ook al is dat voor mij dit keer dan een paar dagen na de kerst). Dát is voor mij kerst. Licht, warmte, liefde, hoop en acceptatie. Midwinter en zonnewende. Het liefst zonder die Mount Everest in kadopapier en zonder al die religieuze hypocrisie. Maar dat zal wel een eeuwig utopische kerstgedachte blijven…

Let there be light.
Love conquers all.

Retro

Eigenlijk vond ik de beschrijving maar niks.Ralph1
“Videogame-bozerik Wreck-It-Ralph zou zo graag geliefd zijn net als zijn eeuwige  counterpart Fix-It-Felix. Het probleem: Niemand vindt de „bad guy“aardig maar iedereen houdt van de helden…”
Ik dacht gelijk aan zo’n film met het eeuwige superheld-in-videogamesetting-gezeik. Maar toen ik de kritieken las, dacht Retro2ik: “ach why not, de kinderen vinden ’t vast leuk”, en dat klopte. En wat nog opzienbarender was: Man en ik vonden het zeker zo leuk. Omdat we er zoveel in herkenden…

Die goeie ouwe tijd, hhmm?
We mochten even op de retro-tour. Ralph’s videogame vierde zijn dertigjarig bestaan. En daarmee waren ze dus tot retro bestempeld. Ralph als pixelzwakke, menselijke King Kong die elke keer opnieuw het gebouw en zijn bewoners molesteert maar eigenlijk zo graag geliefd wil zijn, FIFelix een soort irritante Super Mario met een allesreparerend gouden hamertje.

Dertig jaar terug.
Jaren ’80. Dat waren wij.
Jong en onschuldig.
Bereid voor de deep dark space of video entertainment.
En nu zijn wij dus retro.
Desnoods in vijftig tinten grijs.
Oh my...

The gamers say we’re “Retro” which I think means “Old but cool

Old but cool. Uhuhh… Ik onthoud dan natuurlijk vooral dat ‘old’.ralph2
PacMan (m’n allereerste videospelletje, hoe klassiek wil je het hebben), Sonic, Q*bert, Donkey Kong, Mario Bros (made it to new school), Mega Man (okay toegegeven, da’s al Next Generation) en ga zo maar door.
Ralph-BlockOutDie heerlijke DOS-games als Tetris, Block-Out en Prince of Persia (ook doorgebroken naar de 21e eeuw) even daargelaten.

Maar ik dwaal af. Waar het me om ging was dat retro… ik… retro… als ik aan retro denk, denk ik aan flower power, jaren 60-70. Toen ik nog niet bestond. Of tenminste nog maar in mini-vorm. Niet aan mijn jeugd. Maar nu is die jeugd blijkbaar ook al in de term ‘retro’ opgegaan. Ik mag dan cool zijn maar dat doet niks af aan het ‘old’…Retro3

Ik moet toch even bijkomen. Mensen op mijn leeftijd trekken het besef van het nieuw verworven retro-schap niet meer zo goed blijkbaar. Retro. Ik ga me even bezinnen in mijn plastic kuipstoeltje, me blind staren op mijn geliefde hypnocirkels op het behang, even een vet potje Toppop kijken (op YouTube dan maar…) en wat bladeren in mijn ouwe  BRAVO’s op zoek Falco en Dr. Sommer…

Be right back.

 

Happy world

Happyworld1Een hoofdmassage én vlechtjes-met-ingeharkte-luizenkam krijgen van je dochter.

Je verheugen op het aansteken van de échte kaarsjes in je kerstboom en op het feest van licht&liefde.

Samen met je kinderen een lachstuip krijgen van een feelgood-filmpje op youtube.

Je neus in een glas volle rode wijn dompelen en met het puntje het vhappyworld4loeistofoppervlak raken.

Opgaan in een gezamenlijke kerstdrumsessie, ook al kun je er dan geen hout van.

Koffie drinken en het laatste lokale nieuws bekletsen met twee lieve buurvrouwen tegelijk.

Zonder muts buiten staan, je ogen sluiten en voelen hoe sneeuwvlokjes tussen je haren en op je huid smelten.

Met z’n allen kaplakunstwerken bouwen en dan met stuiterballen omver schieten.

Dochter die met de hoofdmassagespin op haar hoofd brult: “woohooo ik ben een Alien en ik ga je meeeeeenemen!!!”

Een megagrote bak lychees leeg eten tot je ellebogen er letterlijk van lekken.

Een dankbaarheidskusje van je kat op je neus krihappyworld2jgen voor dat extra lekkere stukje spek.

Met je supermarktspaarpunten die knuffel-ui krijgen waarvan je zomaar ineens wist, dat je daar nou altijd al naar gezocht hebt.

De schilderijen-in-opdracht bíjna klaar hebben maar nét die laatste climax steeds weer uit kunnen stellen.

Noghappyworld3 maar drie zakjes die aan het adventskalenderlint bungelen. Samen met een geknutselde eekhoorn.

Lachen om de Maya-prijzen in een reclamespot op TV. Zo laag dat ze bijna ten onder gaan.

De lichtjes in je kerstboom zien en beseffen hoe goed je het hebt.
En hoezeer niks te klagen…

.

Happy world binnen een straal van 30 meter.
Oh.
Binnen een straal van één meter valt de wereld in duigen.
Dochter piest zoon over de voeten.

Happyworld5

mochten we ondergaan…

dat klinkt eigenlijk alsof…ondergang
we eventueel ook níet onder zouden kunnen gaan.
En dat klopt niet.
Dat is niet zo.
We gáán onder.
Of ten onder, hoe je het wilt.
Over zo’n 7 miljard jaar worden we opgeslokt.
Door onze steeds verder uitdijende zon.
Een rode reus.
Oh wacht, dan gaan we toch niet onder.
We gaan op.
In en samen met onze zon.
Einde verhaal.

Ik ga onder.
De dekens.

Soort van kerstwens

Aangezien ik gisteren nogal “obstreneut” (aaachterhoeks voor tegendraads, grof, bokkig, niet zo allerliefst als anders) was, wat niet door iedereen even zeer gewaardeerd werd (wat mij dan overigens verder ook weer niet stoort: you no like me? you no read me. punt), wil ik me vandaag met iets sympathiekers bezig houden, namelijk met dat wat ik jou als bloglezer toewens.

Maar voordat ik daaraan toe kom, moet ik toch eerst nog even iets vertellen. Vanochtend was er wéér zo’n afschuwelijk nieuwsbericht. Na alle doodgeschoten kinderen in de VS en alle schokkende zelfmoorden, na alle doodwensingen en oorlogsgruwelen, na alle gestrande bultruggen en onbegrijpelijke rechtsoordelen zou je denken dat we wel klaar zijn met de wereldse portie menselijke ellende dit jaar. Niet dus. Een jonge vrouw (23) is gisteravond in Wenen in de metro zwaar mishandeld, tot bewusteloosheid gewurgd en vervolgens bruut verkracht. De coupé was al die tijd leeg, maar tijdens de stops op de stations is er ook niemand ingestapt hoewel mensen op het perron (gefilmd met de bewakingscamera’s aldaar) wel degelijk zagen dat er iets goed mis was. Men stapte liever in een andere coupé en keek de andere kant op. De (helaas nog niet camerabeveiligde) coupé bleef leeg en vrouw werd met haar pijniger (ja, het was er ‘maar’ eentje) alleen gelaten. Ze leeft nog, maar daar houdt het dan ook mee op.

En ik vraag me af hoe het mogelijk is dat mensen bij zulke daden de andere kant op kunnen kijken. Liever wegkijken dan helpen. Liever laf zijn dan heldhaftig. Waar is het allemaal mis gegaan… De bruutheid waarmee deze man te werk ging moet van verre te horen en te zien zijn geweest. En niemand hielp… Niet kijken, dan gaat het vanzelf weer weg? Zoiets? Hoe kun je dan nog met jezelf leven? In ieder geval kun je dan toch 112 bellen? Dat heeft niemand gedaan. Je kunt aan de noodstop op het station of in de trein trekken om de aandacht te vestigen op wat er gaande is. Of voor de grotere helden onder ons: andere mensen doelgericht aan hun jas trekken om mee te helpen om een dergelijke strafdaad en de verwoesting van iemands leven te stoppen. Met zijn drieën kom je toch al een heel eind, lijkt me, zelfs als vrouw zijnde. Maar nee. Het gevoel voor de medemens is nu klaarblijkelijk praktisch compleet verdwenen.

We verharden in een tempo waarop we zelf niet eens meer inzien, hoe afgestompt we raken (en ik blik zelf even terug op mijn blogs van gisteren…) Bij het ontbijt vanochtend was ik geschokt door dat nieuwsbericht. Niet enkel door de verkrachting zelf (absoluut en onbeschrijflijk afschuwelijk) maar veel meer nog door het volledig uitblijven van hulp van enig omstander. Maar ook ik ga na het horen van zo’n horrorbericht tóch gewoon door met wat ik deed: brood smeren voor de kinderen, ze naar school sturen, stofzuigen, luidkeels zingend naar de supermarkt om de laatste kerstinkopen te doen. Je kúnt nu eenmaal niet alle ellende van de wereld met je mee torsen, dat weet ik ook wel, daar zou ieder mens aan ten onder gaan. Maar ik weet wél van mezelf dat ik nevernooitniet bij die wegkijkende massa wil horen. Dat ik wil blijven helpen. Dat ik goed wil blijven doen (ook al mag ik dan soms wat -euh- “grof” uit de hoek komen… *iets met grote bek en klein hartje (op de tong) mompelt*)
look
Daarom wens ik je toe, dat je gevoel voor de mensen om je heen, die sensibiliteit der gerechtigheid, die innerlijke drang om een ander – in welk opzicht dan ook – te helpen en de wil om simpel ‘goed’ te doen, jou niet in de steek laat. Dat ook 2013 een jaar wordt waarin je naar jezelf kunt kijken en zeggen “IK heb mijn best gedaan, ik ben met recht een MEDEmens, niet enkel mens”. Dat je in die zin ook de warmte en hulp van anderen mag ervaren die net zo hun best doen om de boel nog leefbaar te houden.

Kijk.
Niet weg…

hypothetisch

Ik zou een zoveel beter mens moeten zijn.
Ben het toch niet.
Maar goed genoeg.

Ik zou naar iedereen moeten luisteren.
Naar jou en naar
wat je me vroeg.

Ik zou niet alles er maar uit moeten gooien.
Dat ik teveel lief heb…
en soms vloek.

Ik zou me niet steeds aan moeten willen passen.
Maar dan ben ik ook
niet wat jij zoekt.

Ik zou niet steeds opnieuw moeten vragen
naar de bekende weg.
Hij’s onbekend.

Ik zou je geen klap voor je kop moeten geven
maar jij bent het
blijkbaar gewend.

Ik zou iets aardiger voor mezelf moeten zijn
maar ik ben nu eenmaal
een autosarcast.

Ik zou een egowasserette moeten zijn
die jou bij je oren pakt
en ze ‘ns flink wast…

Ik zou wérkelijk een beter mens willen zijn
één die altijd correct is
en alles juist ziet.

Ik zou zoveel beter en dapperder willen zijn
niet vooraf al veroordeeld.
Ach, wie niet…
.

.

(c) Lou

okee okee…

Genoeg gevloekt voor vandaag. Was lekker. Of nee, eigenlijk ook niet. Maar soms heb je van die dagen. Ik ben ook maar ’n mens hè. Dan
gaan de dingen niet bepaald zoals je wil, willen mensen dingen van je die jij niet wil doen, doe je dingen waar je een minuut later alweer spijt van hebt, heb je dagen waar alles mis gaat, gaat niks zoals het moet, moet je vanalles wat je niet wil, etc. Dat dus. En ik vind “fuck you” gewoon ontzettend lekker klinken, hoe maf dat ook klinkt. Ik weet ‘t, ik ben raar. Maar ik ben een zoiets als een lichaamfunctievloeker. Aangelegenheden als poepen (kak, Scheiße, shit), stinken (rot toch op), urineren (gore zeikerd) en ja, ook de liefdesdaad an sich moeten er op zulke dagen wel ‘ns aan geloven en mij dan nederig dienen als inspiratie voor mijn frustratieuitroepen. Geen mens is eeuwig de lieflijkheid zelve… [dit herlezende, klinkt het alsof ik dagelijks een potje vloek, maar dat is dus absoluut niet het geval  hoor! Ik vloek eigenlijk zelden. Echt heel zelden. Maar áls ik het doe, dan zo… dat u dat even weet]

Ik weet ‘t.
Ik zou mij veel meer moeten beheersen. Doe ik ook wel, op mijn manier: over het algemeen roep ik de grovere varianten enkel binnenshuis en dan ook nog bij voorkeur als ik alleen ben. De kinderen mogen het f-woord enkel in de auto – raampjes gesloten – roepen (en zingen: ik heb Lily Allen met haar “Fuck You” in de auto, heerlijk om knetterhard op mee te joelen, dochter kent de tekst al uit haar hoofd, net als Pink met “So What”) omdat ik het dan ook doe en dat is dan o.h.a. ook nog enkel en alleen de schuld van stuntelende medeweggebruikers die al lang niet meer in het bezit van een rijbewijs hadden moeten zijn. [en ook dit komt allemaal zonder regelmaat voor. Of met andere woorden: het komt ‘wel eens’ voor, maar niet vaak. #zucht]

Ja ja, ik weet ‘t.
Ik zou mij als goede moeder beschaafder uit moeten drukken in zulke situaties, maar aangezien ik gewoon moeder ben en niet per definitie goed, mogen de kinderen ook het botte gedeelte van mij af en toe ervaren. Welcome to the real world. Zoiets. Hard religieus vloeken doe ik niet en dat vind ik al heel goed van mezelf. Een “jezus” wil er heel soms nog wel eens uitvliegen (of een afgeleide daarvan: jemig), maar ik kan moeilijk een god aanroepen om mij te verdoemen als ik niet eens in een god geloof. Dat doen we dus niet.

Maar toch. Zo af en toe moet ik dus ook even.
Hoe vreselijk het ook klinkt. I’m a bad person.
Vloeken. Als ’t allemaal precies zó gaat als ik níet wil.
So sue me.
MENS nog an toe!

fuck you

fuck you.fuckyou
oh, mag dat niet?
bepaal zelf wel wat ik doe.
fuck you.
zoals je ziet.
pech gehad. klep toe.
fuck you.
krijg toch fijn
’t heen en weer. ben moe.
fuck you.
laat me zijn
wie ik ben: kiekeboe.

doet’t-ertoe
toedeloe
jioe-jitsoe
hengelroe
opperzoeloe
kerstmoe
maraboe
blindekoe
nie goe?
fuck you!
.
.
.
.

(háh!! lekker was dat :-))

Klik

Klik deed het. Al een hele tijd geleden. Met de één wat eerder dan met de ander. In ons warrig damesgeklets bleek al snel ergens iets met ‘op één lijn zitten’ te bestaan. orchideekoffie
Klik.
Slechts één bijzondere man in ons midden, eentje die voor de consistentie van de therapie van overheersend belang is. Onze eigen zaaldokter.
Klik.
Praktisch dagelijks contact. Pure sympathie. Elkaar maximaal kunnen waarderen. Irritaties met elkaar van tafel kunnen vegen en tot stof kunnen stampen.
Klik.
Pyjamaparty’s houden, hernieuwd puberaal gedrag. Natte lappen door de slaapkamer naar elkaar smijten. Maar ook een liefdevolle kop dampende koffie mét een orchidee op bed geserveerd krijgen.
Klik.
Opkomen voor elkaar, geven om en aan elkaar, lol hebben met elkaar, eenheid voelen bij elkaar, liefde hebben voor elkaar, rijk zijn met elkaar.
Klik.
Dank jullie wel voor jullie.
Jullie zijn de kliks in mijn leven.

X
X
X

Reunite please

Zaterdag had ik weer eens een reünie. Nu ben ik niet geheel onervaren in het reüniseren (van de middelbare school had ik ook al eens een reünie in 2005 en dat was absoluut meer dan enkel interessant en leuk) maar spannend blijft zoiets wel.

Dit keer was het een reünie van de World Jamboree, van het contingent van ca. 50 mensen waarmee we vijfentwintig jaar geleden naar Australië zijn geweest. De meesten daarvan heb ik in de eerste jaren daarna nog wel eens gezien maar al met al is ook dat toch alweer een krap kwart eeuw geleden. Ik vond het in ieder geval een blitzbezoek aan Nederland waard: hier wilde en moest ik bij zijn…

‘s-Middags kort voor tweeën. Toch wat onwennig loop ik met mijn bagage om het clubhuis heen. Gelukkig loopt Gert met me reunite-jamboreemee om me ook daadwerkelijk naar behoren aan de volgende partij te overhandigen. Als beloning krijgt hij gelijk een bak koffie terwijl ik de eerste mensen in de armen val. Wat is het heerlijk om die mensen van toen, die mensen waarmee je zoveel mee hebt gemaakt, zo maar ineens weer te zien. Ik neem afscheid van Gert (thanXXX voor alles, dear!!) en voel me eigenlijk gelijk thuis.
Gek is dat.
Nee. Fout.
FIJN is dat.

Er hangen overal toen-en-nu foto’s van alle deelnemers dus die ga ik eerst maar eens even bestuderen in de hoop dat ik straks toch nog wat mensen “spontaan” kan herkennen. Langzaam stromen er steeds meer oud-scouts  binnen. En elk van hen kijkt eerst licht grijnzend rond. “Ik ben het hoor! Herken je me niet meer?” Ehh… Shit. Nou nee… Een kwart eeuw gaat je niet in je kouwe kleren zitten en na twee zwangerschappen mis je toch minstens de helft van je hersencellen, dus toe, help effe? Ik ben ook heel erg slecht met namen trouwens. Gezichten onthoud ik wel, maar namen…

En dan begint het grote gekakel.
“Jemig wat ben JIJ veranderd…”
“Wat een boom van een kerel kan er uit zo’n klein opdondertje groeien…”
“Jij bent ook werkelijk helemaal NIETS veranderd hè, hoe doe je dat?”
“Wat doe jij nu dan?”
“Weet jij wat er destijds met A gebeurd is?”
“X komt niet want die zit in Ethiopië. En Y is op een conferentie in New York.”
“Ohhh jij bent er ook, wat LEUK!!!”
“Z heeft haar enkel gebroken, die ligt in het ziekenhuis :-(”
“Weet jij wat van B?”
“Wat ontzettend leuk om jou weer te zien!!”
“Hoeveel kinderen heb jij? Hoe oud?”
“Weet je nog van C, die toen dit-en-dat deed?”

De akoestiek van het clubhuiszaaltje draagt ook bij tot het weergalmen van de gesprekken, niet alleen in mijn hoofd. En ik geniet ervan. De perfect geregelde barbeque zorgt letterlijk voor dikke lucht maar het geavanceerde rookmeldersysteem schijnt het allemaal wel best te vinden. Ook prima. De organisatie was echt helemaal tiptop (Dankjewel Petra, je bent een kanjer!!! En je snurkt toch wel trouwens (heheheh), of lag dat aan de alcohol ;-P) en ik ben zo blij dat ik gegaan ben!! Ook leuk om te merken dat je, ondanks die decennia, toch nog een duidelijke klik met bepaalde mensen hebt. Alsof de tijd stil is blijven staan. Het geeft me zo’n goed gevoel. Ik ben nu nog steeds kapot van vier nachten niet of in ieder geval véél te weinig slapen maar het was het helemaal waard.

Ah toe, laten we het tot de volgende keer niet weer een kwart eeuw duren?

I am from Austria

De heenweg van Oostenrijk naar Nederland een uur vertraging, ondanks 40 minuten speling aansluiting in Hannover gemist, dik 2 uur wachten, bijna 16 uur onderweg.

Dát wou ik nou dus echt niet op de terugweg, niet zozeer vanwege de extra treintijd maar vooral omdat mijn aansluitende trein mijn slaaptrein naar Linz zou zijn. Miste ik die, zat ik in de penarie want dáárvoor was geen vervangende trein een paar uur later.

Mijn eerste traject was nu met een ICE en met slechts 13 minuten overstaptijd. Toch echt té krap naar mijn mening. Maar twee uur eerder ging er tot mijn verheuging een zelfde ICE, dus ach, het zou wel niet zoveel uitmaken of ik die nam: kost allemaal hetzelfde, toch?

Niet dus. De conducteur keek me onderzoekend aan, wenkbrauwen op zijn conducteurs opgetrokken. “Sie sitzen im falschen Zug, Madam. Sie hätten den nachfolgenden ICE nehmen sollen.” Een licht nederlands accent maar perfect Duits met een duidelijk tikkeltje Steiers, dat ook. Ik kon ’t niet plaatsen dus ik besloot spontaan om dan maar op mijn beste Oostenrijks verder te rebbelen en legde het bollige, niet geheel onsympathiek ogende menneke uit dat ik in Amsterdam al gevraagd had of ik ook deze ICE kon nemen vanwege mijn angst qua treinmissen, dat ze ja gezegd hadden en dat ik dus vol vertrouwen ingestapt was (een vette leugen maar ja je moet toch wat).

“Sie müssen aber trotzdem jetzt in Utrecht wieder aussteigen und dort warten auf den richtigen Zug. Sonst muss ich Ihnen140 Euro Aufpreis berechnen.” Fakdakak, dat was wel veul. Ik zuchtte en sloeg mijn ogen neer, gaf meneer een welgemeend “okeehh, guat doank schee…” Hij keek me nog eens aan. “Sind sie aus Österreich??” en ik knikte heftig. Ik ben weliswaar nederlands maar ik woon momenteel toch echt in Oostenrijk dus kom ik daarvandaan en wou ik nu weer daarheen terug. Toch? Daar is tenminste niks aan gelogen.

Inmiddels was ik ervan overtuigd dat deze conducteur toch echt een Nederlander was. Kon niet missen. “Des is ja komisch. Ich bin auch aus Österreich! Landsleute sind wir!” Juchei en hoezee. Ik vond ’t minder verbazingwekkend: per slot van rekening reden we toch richting Oostenrijk. Alleen Duitsland lag er nog tussen. Ik glimlachte en stopte met schuldbewuste blik mijn tickets weer weg. En ineens mompelde hij goedig “Ach… Steigen Sie einfach in Frankfurt um.” Höh?? Ik kan blijven zitten? “Jaja bis zum Umstieg dann halt.” Ja, dat is mij ook duidelijk. Verder dan Frankfurt wou ik toch al niet met deze trein.

Zijn collega, een duidelijke Oerhollander, kwam ook aangestommeld en Herr Conductrein zei joviaal en met een fantastische nederlandse tongval: “ey Klaas, schau, die Dame kann sitzen bleiben, des passt scho. Landsleute gell, dee muss ma hölfö.”

Ik keek ze licht grijnzend aan en zong in mijn hoofd even heel hard “I am from Austriaaaa”.

Ach ik mag ook wel eens een beetje mazzel hebben van mijn emigratie.

Amsterdamned

Uiteindelijk was ik er dan toch nog. Amsterdam Centraal. Nog meer nostalgie… Mijn ophaalafspraak was er nog niet dus ik besloot om m’n tas dan maar in een kluisje te deponeren en de stad in te wandelen.

Ik prop mijn bagage in kluis 1306, duw de deur dicht en het schermpje ernaast roept al om betaling van, jawel, kluis 1306. Ik kijk nog een keer: ja klopt. 1306. Ik betaal en morrel nog een keer aan t deurtje: zit potdicht.

Nog geen uur later spring ik Gert in de armen, help hem weer overeind en we lopen samen terug naar CS omdat ik in die paar minuten al had gecheckt dat Amsterdam nog steeds hetzelfde is en ik geen zin in rondbanjeren in de miezerregen heb.

Ik loop naar de kluizensector, prop mijn kaart in de sleuf en de kluisdeur springt open. Shock. Leeg. Eerste gedachte: gestolen. Damned. Op hoge poten naar het loket, “m’n tas is gestolen!!!” roepend. De man kijkt me enigszins meewarig aan en vraagt welk nummer. Nou 1306 dus. “Oh ja die.” Ja die! “Die is niet gestolen. U hebt ’t verkeerde kluisje dicht gedrukt en betaald.” Nou, echnie… Meneer haalt een soort sleutel en een toetsenbordje met kabel tevoorschijn en prutst kluis 1302 open. “Daar. Uw tas.” Warempel…

Helemaal blij en stunned by shock bedank ik de man maar ik weet zeker dat er hier iets niet klopt. Ik had écht het goede kluisje dicht gedaan. Je zoekt toch niet minutieus een kluisje uit, kijkt naar ’t nummer, stopt je tas erin en drukt vervolgens het deurtje ernaast dicht?? Ik mag dan maf zijn maar ergens is er zelfs een grens aan mijn stomheid. En hoe wist die man dat MIJN tas in die 1302 zat?? Mysterieus. Volgens mij faalde hun kluissysteem, heeft hij gezien dat die kluis weer opensprong en vervolgens mijn tas in 1302 gestopt. Om het vertrouwen der mensheid in die amsterdamnde kluisjes en hun onfaalbaarheid niet verder te beschadigen, was het dan nu maar mijn eigen stommiteit. Ik vond ’t al lang best: ik had mijn tas weer.

Vandaag is er weer een Amsterdamse kluis blij met bagage van mij. Maar ik was uiteindelijk tóch niet dapper genoeg om 1306 nog een keer uit te proberen…

De Nachttrein

Zo’n 15 jaar geleden deed ik het voor ’t laatst. Reizen met de nachttrein. Toen in omgekeerde richting. Verheugend glimlachend van Nederland naar m’n vriendje in Oostenrijk en bittere tranen huilend weer terug. Uiteindelijk is dat allemaal goedgekomen dus nu reis ik enkel nog andersom.

Zoveel dingen zijn er veranderd… O.a. dat de trein niet meer in één ruk doorrijdt: nachtelijk of vroegochtends overstappen is nu noodzaak. De slaapkabine is ook anders. Dit keer heb ik een slaapplaats in een 4-personencoupé genomen want met z’n zessen rondkruipen in zo’n klein, te warm bedompt hokje vond ik vroeger al een kriem.

Als ik instap in Linz, zit er al een aardig uitziende jonge man. Ik wil m’n jas uittrekken en merk dat m’n nieuwe zwarte shirt vast zit tussen m’n rits. Ik ruk wat en jawel hoor: een gapend gat. Precies midden voor. Ruk. Letterlijk. Ik probeer contact te maken maar meneer vertrekt prompt naar zijn bunkbed: hij slaapt boven vannacht. Later zie ik dat er aan de andere kant bovenin ook al lang iemand ligt. Een vrouw. Vandaar dat hij zo snel hogerop wou… Whatever. Lekker rustig zo. Meneer doet zonder pardon het grote licht uit dus lezen wordt ook lastiger. Ik pruts nog wat op m’n foon zolang ik nog data heb, draai mijn miniflesje champagne open en lees wat op mijn kindle. Uiteindelijk maak ik dan toch maar die moeilijke keuze: naar de boardbistro of pitten. OK: pitten. De kabine doet nogal spartaans aan. Alles van zwaar, grijs geschilderd ijzer, rode en vooral snoeiharde banken. Dat alles overduidelijk met een moker nog niet te slopen. De deur hermetisch afsluitbaar met zelfs een ijzeren plaat die voor het glas geschoven is zodat niemand naar binnen (of naar buiten…) kan kijken. Ik dommel wat, verheugd over de rust in onze kabine.

Kort voor half één. Regensburg. Er wordt hard op de deur geklopt. Ik doe de deur van het slot en daar staat-ie. De laatste van ons slaapviertal. Een kleine, gedrongen oerduitser met oppernoordduuts accent. En ik zag ’t gelijk: dit is een snurkert.

De meneer met licht penetrante lichaamsodeur vleit zich neer en nog geen 5 minuten later begint het. Einde van mijn slaap. Maar een slimme meid is op snurkers voorbereid: ik heb oordopjes mee. Diep zuchtend prop ik de oranje pluggen in mijn oren en stel mijn foonwekker om van ‘melodie’ (die ik nu sowieso niet meer hoor) naar ‘vibratie’. Het duurt langer dan ik wil want meneer snurkt kneiterhard. Dwars door de oordoppen heen.

Uiteindelijk schiet ik om 5:55h omhoog. Kijk op foon. Shit, de wekker heeft ’t niet gedaan. Of ik heb door het vibreren heengeslapen maar die kans is klein want als er iets vibreert, slaap ik niet. Maar gekker is: mevrouw de coupédienstmaagd heeft me ook niet gewekt om de afgesproken ontbijttijd van 5:30h. Ik ga op zoek en vind haar in een coupé verderop. Om 6:13h moet ik eruit en zij heeft m’n ticket nog. Mijn vrees wordt wederom bevestigd: een uur vertraging. Fijn. Ik mis in Hannover mijn aansluiting naar Amsterdam. Nah jah, ooit kom ik er wel. Even opfrissen in ’t toilet (opfrissen in een stinkend smerig treintoilet is lastig en de toiletten zijn er zelfs op achteruit gegaan in die 15 jaar: piepklein, goor en niks werkt. Vroeger waren ze enkel goor…) Als ik terugkom in de kabine slaat me de stank in ’t gezicht. Allejezus wat stinkt die vent. Ik word een beetje pissig want a) heb ik behoorlijk betaald voor een beetje nachtrust die hij kapotgesnurkt heeft en b) moet ik mijn ontbijtje buiten op de gang nuttigen omdat ik in die smoglucht geen hap door mijn keel krijg. Het ontbijt zelf is tot mijn genoegen wél hetzelfde gebleven. Een schrale kop treinkoffie, twee Semmeln, een pakje boter en 1 kuipje aardbeienjam. Eén kuipje is echt duidelijk te weinig voor 2 broodjes maar dat schijnen ze na 15 jaar nog steeds niet gemerkt te hebben. Pure nostalgie, dit staande prutsontbijtje. Heerlijk.

image

(eigen foto)

Hannover Hauptbahnhof at last. Einde aan de stank. Om 8:40h gaat de volgende IC richting Amsterdam dus nog anderhalf uur wachten. Op naar de Starbucks voor fatsoenlijke koffie.

Verbeter de wereld…

begin bij jezelf.

Dat heb ik in mijn eenenveertigjarige bestaan inmiddels wel een klein beetje geleerd. Nou goed dan maar weer. Als er op de wereld al zoveel achterstallig onderhoud is waar het gaat om de beschaving als zodanig, dan moet ik maar weer eens aan mezelf gaan sleutelen om het verder afbladderen van dat laagje fatsoenschroom tegen te gaan. Bij deze.

Vandaag. Loesje-Verbeter
Dertig euro overgemaakt aan artsen zonder grenzen (geen idee wat ze ermee doen of hoeveel daarvan in de zak van eventuele “managers” verdwijnt, maar op dit moment leek het me het meest voor de hand liggende goede doel).
En nog eens een dergelijk bedrag naar een ander, persoonlijk goed doel.
Kerstkaarten geknutseld en verstuurd naar mensen die ik lief heb.
Nog geen enkele keer (hardop) gevloekt, zelfs geen fuck of kak geroepen.
Of iemand openlijk ook maar enig lelijk ding toegewenst.
Mij in het op beleefde toon discussiëren geoefend.
Dit aftakelende lichaam naar de sport gesleept om gezond te blijven.
Zoon geholpen bij het huiswerk maken en de schoolmelk inclusief huiswerk naar ons zieke buurjongetje gebracht.
De buurman een plezier gedaan door voor hem het kerstkadootje voor buurvrouw bij Amazon te bestellen.
Geen wederdiensten verlangd.
Al meerdere keren luidkeels gezongen.
Aan mensen gedacht waarvan ik weer dat ze het moeilijk hebben of verdrietig zijn.
Getracht te leren uit de dingen die mij ter ore en ter oge gekomen zijn.
Een poging gedaan om een stuk van mijn domheid en naïviteit af te knagen.
Mijn mening op – naar diezelfde mening – beschaafde wijze geuit.
De katten naar buiten geknikkerd omdat ze hoog in de kerstboom hingen.
Moment. Dat past niet werkelijk in het rijtje der zelfverbeteringen.
Hooguit in die van de boom- of katverbeteringen.

Awel.
U ziet: ik doe echt mijn best.
Het helpt alleen geen kerstbal.
.
.
.

PS: fuck zeg, dan heb je godnogantoe  éindelijk die vervloekte spellingscontrole in je browser na tien jaar ontdekt, maak je verdomme nog steeds de meest stomme grammaticafouten. Kak.

121212 en het pedoparadijs

Klinkt als een detective-roman. Zou ’t ook zomaar bijna kunnen zijn.
Pure recherche naar die stukjes wereld die nog NIET kapot zijn…
Ik snap het namelijk even écht niet meer.
Eerder deze dag leek-ie héél even zo mooi, die wereld…

Ik heb in het kader van www.12121212.org  (en voor de facebookers onder ons: 12121212events) een kadootje gegeven aan een wildvreemde. En zo duizenden mensen met mij (hoop ik). Wat een warm initiatief, wat een goed gevoel. Wat meer warmte in de samenleving door, geheel zonder commerciële bijgedachte, een willekeurig iemand op straat een klein kadootje te geven. Dat is gelukt volgens mij. En het maakte deze bijzondere dag nog specialer. Om 12:12:12h op deze 12-12-12 stond ik echter sneeuw te schuiven op onze oprit, in de stille hoop dat er eventueel nog een vreemde op ons landweggetje rondcruiste, maar nee, helaas. Mijn kadootje werd dus om (ca.) 15:12h overhandigd, een paar uur later dan bedoeld maar dat mocht ‘m de pret niet drukken.

En terwijl je zo lekker rondneust tussen al die leuke berichten over het 121212-initiatief komt je ineens ter oge dat een vriend in de penarie zit. Omdat hij een bekennend pedofiel wat lelijke dingen toegewenst heeft op Twitter. Nou is dat niks nieuws onder de verhitte twitterzon: de verwensingen, beledigingen, grofheden en moorddreigingen vliegen dagelijks, uurlijks, minuutlijks door de lucht. Zoals op een ander mooi blog al gezegd: dat zijn enkel uitingen van het feit dat men de ander niet zo aardig vindt. Kan gebeuren.

Zo ook deze vriend. Vriend wenste de kinderverkrachter een warm plekje op de brandstapel toe en nog een aantal dingen van die strekking. Meneer de Pedo stapte naar de rechter en pedorie-nog-an-toe: de rechter vond dat de man met het rappe pielemansje gelijk had. Ik noem maar geen namen want stel je voor dat ik een echte pedofiel beledig, dan mag ik ook nog ‘ns  gaan betalen. Achtduizend euro voor een seksueel gestoorde crimineel. Geweldig, die rechtspraak in Nederland: de kleutermolesteerders krijgen schadevergoeding. Hen wordt de hand boven het hoofd gehouden. Sorry hoor, maar die hand is dan voor mij dus dezelfde hand die aan onze kinderen wordt geslagen.

Oh, oh nogmaals sorry. Was niet beledigend bedoeld. Gaat het nog een beetje, meneer de rechter? (of mevrouw de rechteresse, whatever). Ziek. De wereld is ziek. Eerder vandaag was-ie nog lekker warm maar toen kwam de koorts… En nu ijlt de rechtsprekende wereld een onzinnige straf bij elkaar. Voor iemand die durft te zeggen wat we allemaal denken: opknopen die lui. Met je vieze, gore jatten van kindertjes afblijven en anders hangen we je op aan je slurfje. Maar nee, dat mag je niet zeggen. Want pedo’s hebben rechten. Gewone, fatsoenlijke mensen helaas nog steeds niet…

Dus zoek ik maar door in deze kapotte wereld. Die wereld waarin de gestoorde idioten wel mogen doen wat ze willen maar een ander niet mag zeggen wat hij daar dan van vindt. Die wereld waarin de gestoorden beschermd worden tegen de normalo’s. Ik ga eens even naarstig op zoek naar een paar fatsoenlijke stoornissen in mij. Er zijn vast nog wel een paar ernstige abnormaliteiten vinden. Want stel je voor dat ik helemaal normaal zou zijn, dan beland ik straks nog in de bak voor iets banaals en onzinnigs als het willen beschermen van mijn eigen kroost. Nee, dank je de kroepoek.

I support. Jij ook?

mmw

Voor jou

Je leest ‘t.
Zeg je.
Maar begrijp je ook?
Je ziet ‘t.
Zeg je.
Maar heb je oog
voor wat IK nu
zeg?

Ja, inderdaad.
Dit gaat over jou.
Geen twijfel mogelijk.
Zovele blogs deden dat
niet.
Ook al dacht jij misschien
van wel.
Je bent niet de enige.
Maar wat nooit was
kan ook niet meer komen.

Stroom mee
met je eigen leven.
Dan doe ik dat
ook.
Interpreteer niet teveel.
‘hinein’ 😉
Dan doe ik dat ook.
Niet.

… ♥ …

blik

Stilletjes zat hij daar.  Op zijn stoel aan de eettafel.
Niet onze eettafel, maar dat maakte geen verschil.
Het was een eettafel.
Verloren keek hij me aan. Die vragende, licht wanhopige blik.
De blik van “Moet ik eten? Moet ik zitten? Moet ik ademen? Moet ik?”

Ik vroeg fout. “Is er wat mis, lieffie? Wat ís er dan?”
De blik werd nóg droeviger en er glinsterde wat.
“Ik weet niet wat het is mam, het is gewoon niks.”
En ik geloofde hem niet.
Toch was het zo. Rond een uur of vier verdween de blik.

Dat krijg je, als je de dag ervoor de ADHD-medicijnen vergeet…

Sleepless in the battle

Kinderloos kerstfeestmenu met acht gangen. beddenboel
Yum.
Hotel Schoonmoe plus kindersitterservice.
Deken-, luchtbed- en kussenslachtvelden.
Volgevroten en bezopen in luchtig bed vallen.
Kunnen wij.

Luchtbed blijkt niet werkelijk luchtdicht.
Auw.
Heftigst pompen om halfdrie ‘s-nachts.
Gaskachel die zich tegen ’t warmen weert.
IJskoude neus en ademdonderwolkjes.
Hebben wij.

Half uur verwarming repareren. Zinloos.
Prut.
Houtkachel aangooien bij min tien graden.
Laatste reanimatiepoging van luchtloosbed.
Kwart over vier in lichtblauw op Nissan Note.
Zien wij.

Woelen. Vechten tegen de kou en harde vloer.
Zucht.
Gebroken en kapotstuk bij ’t ochtendgloren.
Drie uur non-slaap, oorlogswintergevoel.
Opstaan. Kop pikzwarte koffie. Allerbrakst.
Zijn wij.
.
Dat zijn nou ónze oorlogen.

Ein Königreich für ‘ne Mama

Aangezien de Nederlandse Sint enkel nog de chocoladeletter “K” kon vinden, maar de “T” niet meer, krijgen de kinderen morgenochtend allebei een choco-“K” in hun schoen. Dochters naam begint ook met een “K”, zoons naam echter met een “T”. Dat is op zich geen probleem: De “K” van “Kind” is ook heel plausibel, toch? De bijnaam van man begint met een “P” dus die krijgt een “P”, de “P” van “Papa”. Wunderbar: ook nog duidelijk en verklaarbaar. Maar als ik dan een (op zich logische) “L” krijg, dan klopt er ergens iets niet meer… (Snapt u ’t nog??). Nou ja, daar heb ik dus nu net even een gedichtje voor in elkaar geflanst.
Voor morgen, in hun schoen.
En daar moeten ze het dan maar mee doen…

Bij deze.
(En ja, in het Duits, anders kan zoon het echt niet (voor)lezen ;-)).

.

Der Sinterklaas, der war heut’ noch im Stress
Er musste nämlich noch schnell und ganz kess…
einen Umweg über das Land Österreich machen
Dort standen noch Schuhe mit sieben SachenLama
Karotten fürs Pferd, Mandarinen für Piet
Die Kinder dort sangen sogar auch ein Lied.
Zwar „Kling Glöckchen Klingelingeling“
Aber das kümmerte ihn zurzeit nur gering.

Was schlimmer war, war jener Fakt
dass etwas nicht stimmte im Sinterklaassack.
Schokobuchstaben gab’s nun wirklich genug
K’s für Kind, P’ für den Papa, U für Unfug.
Aber das M für Mama, das fehlte komplett.
Er könnte noch eins basteln aus dem Brat’lfett…
Aber das würde ihr sicher nicht gut schmecken.
Und so suchte er weiter, an Enden und Ecken.

Kein “M”. Nur noch ein lahmes “L” konnte er finden.
Wie sollte diese Mutter DAS nur überwinden?
Warte, der Film, der hieß doch Königreich für `ne Mama?
Und diese Muti da spuckt ja viel besser als so ein Lama…
„Das ist es!!“ rief Sinterklaas nun begeistert.
„Lama, Mama, wer merkt das schon. Ich hab’s gemeistert!“
Dieses Lamaweib kriegt einfach ein passendes „L“
Und jetzt auspacken, das Zeug. Und zwar schnell!!!

.
PS: de film “Keizer Kuzco” (The Emperor’s New Groove) heet hier “Ein Königreich für ein Lama”.
Vandaarem.

Schoenensint

Sint was toch nog niet helemáál klaar…

Vanavond deden we een poging om die Sint toch nog onze kant op te lokken, een kleine omweg op zijn terugreis naar Spanje. Via Rijn, Neckar, een klein stukje klunen met de boot, Naab en Donau kan dat best. Gisteren, Sinterklaasavond, konden we door logistieke omstandigheden geen schoen zetten. Dit jaar hebben we Sinterklaas, zoals we het tot nu toe vierden, eigenlijk sowieso helemaal opgegeven. Nou ja, IK heb ’t opgegeven. Want de enige die het zó graag in stand wilde houden, was ik. Ik met mijn oerhollandsche sinterklaasgevoel…

Al die jaren las ik de kinderen weken van tevoren sinterklaasboeken voor. Ik plantte ze dagelijks voor het Sinterklaasjournaal in de hoop dat ze de hele toestand inclusief Diewertje’s gebrabbel een beetje snapten. Ik bakte pepernoten, speculaas en taaitaai met ze. Ik kocht kadootjes (en mijn mams ook, elk jaar, zo lief), speelde theater. Regelde een zak-en-wasmanden-neerzetter als wij op sinterklaasavond “even lekker gingen wandelen”.

Het mocht allemaal niet baten. Het gevoel zit er simpelweg niet in. Sinterklaas leeft hier niet zo, ook al is-ie al eeuwen dood. Ja, op school krijgen ze een chocosinterklaas in hun schoen. Fijn zelf geregeld, ouderverenigingslid zijnde. Er huppelt hier jaarlijks op 5 en 6 december ‘s-avonds een horde gruwelijk slecht verklede bisschoppen van Myra door het dorp (zo slecht dat je de baardelastieken size XXL achter hun oren ziet zitten), die huizen vol angstige kindertjes aandoen om te vertellen wie zij nu wel niet waren in vroegere tijden en dat de kindertjes vooral braaf moeten zijn. Vervolgens krijgen ze een hand vol pinda’s (het vroegere schoenalternatief voor pepernoten) en een mandarijn en dan is Sint weer met de noorderzon vertrokken. Gracias pero non gracias…

Daarom heb ik de kinderen verteld, dat de Nederlandse Sinterklaas gezegd heeft, dat hij op de terugweg naar Spanje misschien nog wel even langs Oostenrijk zou komen om de Nederlandse kinderen aldaar nog iets in de schoen te stoppen. Maar dan moesten ze wel braaf schoen zetten. Voor de (schoorsteenloze) kachel. En hárd zingen a.u.b.

Dat hoefde ik geen twee keer te zeggen. Alle schoenen die ze hadden werden in no time aangesleept.
“Nee lieverds, één schoen. Anders weet de Sint niet waar hij z’n spul in moet doen.”
De koelkast werd geplunderd: mandarijnen en wortels en chocola rond de schoenen gedrapeerd.
“Nee schatjes, IN de schoen. En geen chocola. Da’s niet goed voor Piets witte tanden.” (en haar lijn…)
De kaarsjes werden aangestoken. Daar zag ik geen probleem in dus dat mocht.
Maar dan wel zingen nu.
“Klingggg klokje, klingelingelinggggg….”
Zucht…
Zinloos…

Ik heb zelf maar even uitbundig alle sinterklaaskapoentjes en -bonnebonnebonnes door de ether geschald en ze zongen vlijtig mee, moet ik toegeven. Ik heb Kinderpunsch (een soort alcoholvrije Glühwein) gemaakt en brokken speculaas met ze gegeten (oh wat een ellende 🙂 ).

Nu is man net thuis gekomen en ga ik de onder-elf-jarigen in dit huis maar ‘ns een etage hogerop duwen.

‘ns kijken of de goedheiligman toch nog een waterig omweggetje voor ons maakt…

Morgen ga ik een kerstboom kopen.
.

EPILOOG:
Het is gelukt. Hij kwam in een sneaky moment, die Gutheiligmann. Kindertjes happy vanochtend. Ik ook.
Dank u Sintisklaarsje!!!
dankusintisklaartje Sintisklaar2

Sintisklaar

Het klinkt raarsintisklaar
maar Sint is klaar…
Open deur voor de gekken:
“dan moet-ie z’n broek optrekken!!”

Ja ja. Dat ook.
Maar (z)onder de rook
van die ouwe stoomboot
lijkt Sint hier hartstikke dood.

Sint in Nederland,
= eind aan ’t gezond verstand.
Collectief gek van zo’n baardbaas.
Hier eten ze daarvan dus écht geen kaas.

Ik heb ’t geprobeerd.
Kids voor sintjournaal gedrapeerd.
Kijk daar komt die ouwe knar weer aan.
“Oh toll. Oba a Geschenk fia uns gibt’s kaan”

Skatjes denk nou ‘ns na.
Wíj hebben dat kerstkind, blablabla…
Van al die kadootjes word je sowieso gaar.
Dus vanaf dit jaar vieren we fijn: “Sintisklaar”.

Klaar.

Geen fluit

snap ik ervan.

Hoe is het mogelijk dat een assistent-scheidsrechter, een vader van drie zoons, die enkel deed wat-ie ’t liefst deed: kijken bij ’t voetbalspel van zijn zoon en een beetje lijnrechteren, doodgetrapt wordt. Het duurt soms een beetje langer voordat Nederlands nieuws hier aankomt, maar ik heb net wat berichten gelezen en ik kan ’t niet helpen: ik verval ook in cliché-denken. Hoe kan dit gebeuren. Waar moet dit heen? Een paar opgeschoten jongens van een jaar of 15-16 molesteren een toegewijde vader. Naar aanleiding van een amateurvoetbalwedstrijd.

Mijn zoon is over 5 jaar ook van die leeftijd. En als ik zie hoe gewelddadig sommige van zijn leeftijdsgenootjes al zijn, hou ik mijn hart vast. Op hun zevende wisten een aantal van die knulletjes al prima hun klasgenootjes te mobben. Waar ligt dat aan? “De verharding van de maatschappij” is ook enkel maar zo’n lekkere loze kreet. Iedereen is passend geschokt. Een paar dagen lang en dan gaat alles gewoon verder, tot de volgende doodgetrapte vrijwilliger?

Ik ben zelf functioneel bezig bij een voetbalvereniging. Ik heb nog nooit echt iets van gewelddadigheden gemerkt maar ik ben dan ook niet bepaald vaak langs de lijn te vinden, eerlijk gezegd interesseert me dat geen ene biet. Net als de namen van de daders waar iedereen naar op zoek is (was?)  omdat uit deze namen zou blijken, dat het “weer eens” om Marokkaanse jongeren zou gaan. Het hadden net zo goed ‘blanke’ knullen geweest kunnen zijn. Of meiden, for that matter… Het doet er niet toe. Waar het om gaat  is, dat er jeugdigen van die leeftijd zijn die blijkbaar helemaal geen gevoel meer hebben en niet schromen om een jong mens (net zo oud als ik) en passant even zo te mishandelen dat hij eraan overlijdt. Hoe is het mogelijk, het blijft malen.

Het maakt me bang.
Doodsbang…

Ik ga maar eens op mijn hoede boodschappen doen.
Hopelijk overleef ik dat, ik 41-jarige moeder van twee…

Wij hebben helemaal geen wereldondergang nodig.
Dat uitroeien kunnen wij mensen heel goed zelf.
Oh en een heel fijne Sinterklaas nog!
Altijd weer leuk.
Zolang ze nog met Lego spelen…

Dag hobbel

hobbel

Ben er overheen.
Over die rothobbel. Denk ik.
Geen idee waaruit deze hobbel nou precies bestond.
Maar hij ligt nu ergens achter me.
Plat te worden (nou ik nog…).
Wat kan een mens het zichzelf toch lastig maken, hè.

Had ’t moeilijk.
Met een grootse grootheid.
Die achteraf uit louter kleinigheden bleek te bestaan.
Ik denk nog steeds aan j… ach forget it. Doe ik niet.
Ik zei toch: doe ik NIET!! Gewoon niet.
Misschien ga ik het ooit ook nog geloven.
Jij ook niet aan mij.
Weet ik nu wel zeker.
Waarom ook?

Heb ’t op een rij.
Een ietwat rommelige rij, dat wel.
Wat er nou allemaal werkelijk in die rij op een rij staat?
Weet ik ook nog niet.
Maar het is duidelijk een rij.
En weg ben jij.

Verdorie.
Wat zie ik nou.
Een nieuwe hobbel.

En geen vluchtheuvel te bekennen…

wake up – de tweede

Zo, dat was even lekker (afgezien van de muisingewanden waar ik uitgebreid in rondstampte toen ik in de kelder m’n snowboots ging halen… yuccckkkkkk). Ben niet lang buiten geweest (want het sneeuwregenhagelde alweer en dan is de lol voor mij er wel vanaf) maar wel wat leuke dingen gezien. Ik zal u even mee laten genieten…

I feel so lonely... #iApple

I feel so lonely… #iApple

The Three Trees

The Three Trees

Ik was zo graag nog een roosje geworden...

Ik was zo graag nog een roosje geworden…

Cornus Alba

Cornus Alba

Sneeuwduif

Sneeuwduif

Hoe lang moet ik nog...

Hoe lang moet ik nog…

Ouwe besjes

Ouwe besjes

Kouwe Reiger

Kouwe Reiger

Winterhout

Winterhout

te mat om te glanzen

Een blog waarvan ik niet weet wat ik ermee wil. Ja, een gevoel beschrijven maar toch ook weer niet. Een matheid die zich uitbreidt en die alle moois opslokt. Niet in de depressieve sfeer hoor, helemaal niet. Meer iets van alles hebben wat ik schijn te willen terwijl ik dat wat ik eigenlijk wil, niet kan krijgen. En dan weet ik niet eens precies wat dat, wat ik eigenlijk wil, nou is…

Wat een geleuter. Waarom heb ik het er überhaupt over. Omdat het me mat maakt? Omdat het me zachtjes en met een tedere touch wurgt? Omdat ik er niks mee kan? Alles is goed en niks is slecht. Duizend keer door het oog van de naald met hooguit hier en daar een acupuncturele prik. Een wakkerwordsteek die me nog slaperiger maakt. Een por die me even op doet veren. Meer ook niet.

Het blijft geleuter. Een vriend in persoonlijke wanhoop, een dochter met pijn, een chronisch zieke vriendin, een bekende die zich doodrijdt, alles relativeert. Een heerlijk weekend met de kinderen, een geweldig dansconcert, zeven brandende kaarsen en een glas rode wijn in een warm thuis net zo. Het mijne is goed maar ik heb voortdurend het gevoel dat ik niet genoeg geniet. Dat ik tekort schiet in het bewuste waarderen. Dat ik de gouden randjes van de dagen niet snel genoeg herken. Dat ik te mat ben om te glanzen.

Gisteren zag ik een zangeres optreden. Ze was als ik. Qua lichaamsbouw, qua stem (als ik dat al kan of mag zeggen) maar ook in haar hele doen en gestiek. In hoe en wat ze deed. Maar zíj stond dáár, in haar duidelijk te krappe, dunleren zwarte broek te zingen, te glanzen en te léven. En ik zat in de zaal. Ja natuurlijk, ik genoot. Ik bewonderde haar enorm. Zij die zo mij was. Maar ik wist meteen dat ik nooit die moed zou hebben om daar óók eens te staan. Ik schaam me teveel terwijl ik zou moeten weten dat ik me niet hóef te schamen. Ik ga niet genoeg voor de dingen waar ik zo graag voor zou willen gaan en verdoe m’n tijd met wachten tot een glimp daarvan me toevalt, wat ’t natuurlijk niet doet. De onzekerheid maakt me mat…

Is het genoeg?
Doe ik genoeg?
Kan ik genoeg?
Ben ik genoeg?
Lééf ik wel genoeg?

Glansloos gelul.
Werkelijk waar.
Matglans zou al leuk zijn…