Model zitten

In de zomer worden er hier altijd allerlei activiteiten en workshops voor schoolgaande maar vakantie vierende kinderen georganiseerd. Dit jaar zat er een nieuwe bij: een workshop vlechten. Dochter viel er meteen als een blok voor: het werd een ‘moetje’. Vlechten móest geleerd worden. Ik zag er (nog) geen onheil in: op van die make-up poppen met van dat lange vlashaar een beetje oefenen en dan trots laten zien welke kunstige knoop je gefabriceerd hebt, zeg nou zelf, dat is toch simpelweg schattig?

Maar inmiddels ligt de make-up pop van dochter in een donkere, kille hoek te vergaan en heeft mijn vlechtpro zichzelf gepromoveerd. Nephaar is geen haar, daar kan niet mee gewerkt worden. En als ik wil dat ze het later echt tot één van de meest wereldberoemde haarvlechtsters gaat schoppen, dan moet ik haar daar ook voor de volle 100% in steunen en braaf model zitten. Dagelijks.

Vroeger was dat best heel aangenaam. Vroeger. Toen ze nog niet kon vlechten. Ze haalde de Tangle Teezer (een geniaal soort borstel, errug lekker ding voor je hoofdhuid) uit de pruttelkist, je haar werd gekamd, van de ene kant naar de andere gezwieperd en vervolgens nog even met de handen doorgewoeld. Als je geluk had, kreeg je nog een hoofdmassage met dat geniale spinnending en ergens midden op je (voor)hoofd een prachtige staart met een dik postelastiek formaatje autoband erom, om de boel een beetje bij elkaar te houden. Hoppa, klaar was je supermoderne, heerlijk zittende kapsel.

Maar vroeger is voor watjes en talentloze möchtegern-kapstertjes. Vandaag is alles anders. Er wordt een fijne kam tevoorschijn getoverd. Een bak met elastiekjes van alle formaten (van babypinkringetje tot brilslang). Haarstukjes met enge klikdingen aan ’t eind. En zo nog wat meer martelwerktuig. Met de schaar mag ze niet in de buurt van mijn haar komen en tot nu toe luistert ze redelijk naar mij, maar hoe lang dat nog duurt, geen idee… Het haar wordt nietsontziend en minitieus naar luizen afgezocht (liefst met de luizenkam maar daar gil ik toch uit volle borst dat ik een vetorecht op de inzet van luizenkammen heb) en dan begint de kapselprocedure. Na menig keer hard op de tanden bijten en met wat natraantjes die nog uit mijn ooghoeken naar beneden biggelen, eindig ik dan als Pipi met de 5 vlechtjes of als ingevlochten kunstknoop.

En dan volgt de bevestigingsfase.
“Vind je het mooi mam, zoals ik je gevlochten heb?”
“Ja schat, ik vind ’t prachtig.”
“Vind je het écht wel mooi? Ik heb er zó enorm m’n best op gedaan…”
“Ja lieffie, het is echt een kunstwerk geworden. Jij wordt een pro, wat ik je brom.”
“Maham, denk je dat ik een goede kapster ga worden?”
“Ja tuurlijk! Jij wordt één van de besten, dat kan niet anders!!”
“Je mag ’t er NIET uithalen vannacht hoor!!”

*slik*

Want daar wacht ik nou juist op: het moment dat ze in bed ligt. En daar ook blijft. Dan begint de tweede martelgang van de dag: de boel er weer uit frunniken. Vandaag waren de vlechtjes heeeeel fijntjes en veelvuldig aanwezig. En voorzien van massa’s ingevlochten knoopjes.  Ik ben nu minstens duizend haren armer, een gigantische pijnervaring rijker en ik dank de Tangle Teezer weer eens op m’n blote knietjes.

De volgende ochtend gaat het dan zo:
“Ohhh mam, je hebt het eruit gehaald…” (met zo’n dramatisch beteuterd gezicht erbij).
“Neeeeee mopje, dat gebeurde vanzelf. In mijn slaap. Daar kan ik écht niks aan doen hoor.”

Vervolgens gaat ze druk aan ’t plannen welk geweldig kapsel ik dan nu maar moet gaan krijgen. En vooral: hoe ze het er nóg muurvaster in krijgt zodat het er door al mijn onbetrouwbare slaapgewoel niet zomaar weer uit gaat.

Als moeder moet je wat overhebben voor je kinderen…

*bokkepruik opzet*

Hoofdmoe

Een mat gevoel, teneergeslagen, dof. Zo moe in m’n hoofd ben ik. Lichamelijk niet, maar geestelijk duidelijk kortstondig oververmoeid. Niet meer in staat om de tranen tegen te houden. Het ene trieste nieuws na het andere komt binnen. Het ene verdriet na het andere maakt mijn ogen bijna vloeibaar. De ene zorg na de andere kan ik niet meer zomaar aan de kant schuiven. Gedachten malen zich een slag in de rondte. Have your cake and eat it. De angst en de onzekerheid maken er een sierlijk toefje bovenop.

Je anders zo rustige zoon die wanhopig in huilen uitbarst omdat hij wil weten waarom uitgerekend híj zo dyslectich is. Je moeder die ineens ernstig ziek blijkt en geopereerd moet worden. Een vroeger schoolgenoot die plotseling op de A1 om ’t leven blijkt te zijn gekomen. Het zó graag in Nederland en vooral thúis willen zijn maar het niet kunnen. Een idiote zak in een mercedes die me op ons landweggetje zo klem reed dat ik tegen de rand op moest rijden en een klapband kreeg.

Sommige dingen stemmen me enkel tijdelijk een beetje somber, andere hakken er zo ontzettend in dat ik mezelf even kwijt ben.  Op dit soort momenten voelt ieder mens de behoefte om zich terug te trekken. Ik wel in ieder geval…

Ik moet schilderen. Ik moet schrijven. Ik moet naar buiten. Ik moet slapen. Ik moet huilen.
Vervang ‘moet’ door ‘wil’.

Hoofdmoe.
Ja. Alwéér.
Prioriteiten.
Time out.
Laters…

de paddestoelen in mij

ik schijn ze te hebben. Pilze, oftewel paddestoelen.
M’n eigenste eigen champignonskwekerijtje in mijn darmen.

Ben gisterochtend naar een kinesiologe (een vriendin, overigens) geweest. Jaja, echt waar. Ik, de scepticus bij uitstek, ga naar een alternatief geneesvrouwe. Wel samen met de buurvrouw (ook vriendin), dat dan wel weer. Buurvrouw, laten we haar ‘ns Katy noemen, is weliswaar benijdenswaardig slank maar heeft, in haar eigen ogen, een paardrijbroek op haar heupen (in mijn ogen niet, maar dat doet er niet toe). Die wil ze weg hebben en kinesiologevriendin, laten we haar maar ‘ns Mary noemen, had haar verteld dat ze daar met de juiste voeding best wel af kon komen. Ja, dat zei ze.

Aangezien ik eigenlijk wel van álles af wil (over de hele linie, van onderkin tot zwabberkuit mag er wel een kilootje of 20-25 af, zoals u weet), leek het me slim om mee te gaan en eens te kijken wat ze mij zou adviseren. Een kort intake-gesprek, toen op de ligtafel (of hoe heet zo’n ding). Mary drukte met links ergens in de buurt van m’n pols op allerlei plekjes en met haar rechterhand overal en nergens op de rest van m’n lichaam. Drukken is eigenlijk teveel gezegd, aanraken dekt ’t beter. Flesjes met vanalles en nogwat op m’n borst (eh, tussen de borsten). Vragen stellen. Verder testen. Een interessante procedure op zich. Ik weet nooit zo goed wat ik er van vinden moet dus vind ik maar gewoon niks en wacht af. Het gaat echt goedkomen. Zegt ze.

Vervolgens vertelde ze me wat ik eigenlijk al wel wist:  ik ben vergeven van de candidaschimmels. En die worden tot de “Pilzartigen” gerekenend, oftewel de paddestoelachtigen. Candida op zich is geen probleem, da’s een simpele gistbacterie die bij ieder mens voorkomt. Pas als die candida schimmeldraden (myceliën) gaat vormen, begint de ellende. Eigenlijk best een kunstwerkje, met al die draadjes en puntjes, vindt u ook niet? Maar met die schimmeldraden kan de candida cellen binnendringen en ook in de bloedbaan komen. En dan heb je de poppen aan ’t dansen. Zeggen ze.

Ik wist ’t wel hoor, ik heb hier al jaaaaaren last van (ik schat zo’n 10-15 jaar, gezien de symptomen die ik me kan herinneren van een long, long time ago) omdat ik a) er gewoon gevoelig voor ben en b) ik in die jaren ontelbare antibiotica-kuren heb moeten slikken (zelfs meerdere keren d.m.v. infuus), alleen dit jaar waren het er al 4… en dat is nu eenmaal funest voor je darmen. Zeggen ze.

Even een lijstje met de heerlijke, deels smeuïge symptomen doornemen:

  • chronisch vermoeid zijn – CHECK
  • darmklachten/winderigheid – CHECK
  • extreem koude handen en voeten – CHECK
  • jeukklachten – CHECK
  • afscheidingen uit de geslachtsorganen  – soms, de vsi-tjes zijn me niet onbekend.
  • oogklachten – nope (behalve dan dat ik praktisch blind ben zonder lenzen)
  • haaruitval – soms…
  • frequente blaasontstekingen – CHECK CHECK DUBBELCHECK!
  • buikklachten – CHECK
  • (vr)eetbuien, zin in zoetigheid – CHECK
  • allergieën – neuh
  • libidoverlies – nèèèhh 🙂 (nou ja soms, als ik moe ben… of sores heb, of hoofdpijn…)
  • huidklachten – CHECK
  • overmatig transpireren – nope
  • sterke gewrichtspijnen – CHECKERDECHECK!!
  • maagklachten – CHECK
  • mentaal-/emotionele problemen, matheid/teneergeslagenheid – CHECK
  • hartkloppingen/kortademigheid – CHECK
  • geheugenstoornissen, concentratiestoornissen – CHECK
  • overgewichtig ondanks veelvuldig diëten – CHECK

okay… daar zul je ’t gedonder hebben. Als ik de ‘somsen’ even weglaat, heb ik nog altijd een score van 14 van de 20. Best aardig, vind ik zelf.  Het is niet nieuw voor me: ik was in München al bij een orthopeed (vanwege de zware gewrichtsklachten) die me hetzelfde zei en ben ook al twee keer naar de HA geweest die me anti-schimmelpillen voorschreef; ik kén de symptomen. Maar nou echt fanatiek aan zo’n candida-dieet beginnen, dat wou ik tot nog toe niet. Je leest er zoveel over, de één zegt dit, de ander dat: het helpt/het helpt geen ene moer, wel yoghurt/geen yoghurt, wel noten/geen noten,  geen appels/wel appels, candida-schimmelinfecties zijn pure verzinsels van alternatieve geneeskundigen om extra geld binnen te halen, de hele dag rauwkost/hooguit tot 15h rauwkost, etc.etc.etc.

Awel. Mijn vriendin Mary zegt dat ’t nodig is. En dus ga ik het nu toch maar ‘ns doen, zo’n candida-dieet. Het is wel afzien want ik mag van alles waar ik zó gek op ben dus niks meer. Geen chocolade (aaaaaaaaaaaaaaaaaarghhhh!!!), geen alcohol (… geen woorden voor… gaat me lukken…), geen suiker/honing/zoetigheid whatsoever, geen gewoon brood (want gist) of witmeelproducten, geen melkproducten (want ik ben ook nog koemelkeiwitintolerant en dat wordt volgens Mary opgeslagen rond de ruggewervels waardoor veel mensen, waaronder ik, voortdurend rugpijn (CHECK!) én klassieke migraine (CHECK!!) hebben) dus ook geen yoghurt en kaas enzo, geen witte rijst, geen koolzuurhoudende dranken, geen noten, geen gedroogde vruchten, geen varkensvlees. Dat was een kleine greep uit de lijst der grote verbodenheden.

Maarrrrr. Ik mag toch nog best veel wel. Ik mag eieren (joepiedepoepie!!! Ik ben gék op eieren), schape- en geitenproducten (geitenmelk is best te drinken en geitenyoghurt goed te eten, heb ik vandaag gemerkt, en ik ben gek op schapen- en geitenkaas in alle vormen en soorten), olijven (mjammmm), alle andere vlees en vis, bijna alle groente en fruit (maar na 15h niet meer rauw…), volkoren rijst en pasta, volkoren meel en vooral véééél knoflook (kan ik ^_^).

Ik ga me nu werpen op het gistvrij volkorenbroodbakken (zuurdesembrood of brood met natron/bakpoeder), ben benieuwd. Minimaal 8 weken moet ik dit volhouden (mooi, ben ik net voor de Sinterklaas en de kerst klaar, kom maar op met dat gevulde speculaas). Varkensvlees eet ik maar gewoon helemaal niet meer, da’s niet zo’n probleem (behalve als we bij schoonmoeders zijn, maar dat wordt sowieso een uitdaging :-S).

En daar zit ik dan. Een kop zwarte koffie want melk mag niet meer en aan geitenmelk in de koffie moet ik nog een béétje wennen (rijste- en soyamelk in de koffie is in ieder geval niet te zuipen, weet ik nu), een bakje geroosterde pompoenpitjes, een druk rommelende broodbakmachine die achter me een gistvrij dinkelvolkorenbroodje aan ’t kneden en bakken is, volkoren-steviakoekjes in de oven (stevia mag eigenlijk ook niet maar is voor de candida geen probleem, is mij verteld, dus daar kijk ik voor ’t gemak maar even overheen).

Kort samengevat:  Ik doe m’n best. Toch?

Maar áls die paddestoelen dan eindelijk ook uit m’n buik weg zijn, val ik volgens Mary ook weer gewoon af, als ik maar een beetje m’n best doe (goh, dat heb ik nou de laatste jaren ook nog niet gedaan LOL). Nou, volgens mij val ik met dit dieet sowieso af. Kan niet anders. En ik word natuurlijk weer supermegavitaalfithappy. Zeggen ze.

Bye bye, krakkemikkige ikke.

Lang leve(n) de Paddo’s (niet meer).

Vraag aan het universum

Zo ontzettend niet verwacht.
Al die tijd het gevoel gehad dat ’t wel goed zou zitten.
Dat het wel goed móest zitten want geen onrust in mij.
Wel aan de opties gedacht maar niet dat de niet-goede opties óók een optie waren…

En nu is de werkelijkheid ineens zo onwerkelijk.
Je vraagt je tweehonderdachtenvijftig keer  af waarom.
WAAROM?? Gezond geleefd en gegeten, actief, veel preventiefs gedaan.
En toch is het nu niet goed…
Het is zó niet eerlijk.
Het is nóóit eerlijk.
Maar voor mij voelt dit nu nóg oneerlijker…
Waarom mijn mama.

En waarom mijn beide ouders??

Met papa hebben we het hele circus al doorgemaakt. De angst, de enorme onzekerheid, het bange wachten, het verdriet. Maar vooral die angst: Komt dit ooit nog weer goed? Hoe lang heeft hij nog te leven? Hoe zal hij uit de operatie komen? Bestralen? Chemo? Komt hij überhaupt zover? Ja, hij kwam zover: we zijn inmiddels twee decennia verder en pap is er nog. Met een groot teddybeerlitteken op zijn buik en de (on)nodige andere gevolgproblemen, dat wel, maar wat een geluk hebben we gehad. Eeuwig en innig dankbaar dat ik mijn papa niet op mijn twintigste al moest missen.

Maar mogen we alsje-alsje-alsjeblieft nog één keertje zoveel geluk hebben? Nu met mijn mama?
Ik weet niet eens aan wie ik dat zou vragen, ik geloof helaas niet in goden of ander almachtig gespuis.

Ik vraag het maar gewoon aan het universum…

Mag het?

Kloteziekte…

*huilt*

Hebt u even?

Dan heeft u vast ook meer. Er moet mij namelijk iets van ’t hart. Daar heb ik wel vaker last van. Meestal ga ik dan in de tuin wroeten om datgene wat mij op ’t hart ligt tussen de naaktslakken te pleuren en doormidden te knippen, maar in gevallen als deze is mijn mededelingsdrang te groot. En het is nu te donker buiten, dat ook.

Ik ben de laatste tijd duidelijk minder op twitter & co te vinden. OK, op facebook hang ik nog wel wat meer rond want dat is toch echt veel leuker en persoonlijker maar op twitter voel ik me op dit moment een beetje een stropbungelaar. Je hangt er maar een beetje te hangen en als je iets teveel spartelt, krijg je het vanzelf spaans benauwd.

Dat valt nog te handelen. Wat ik niet kan handelen is als mensen elkaar afmaken (lees: afzeiken en blocken) op basis van wat gekletsklooi van anderen die ze verder ook niet echt kennen maar natuurlijk wel gelijk geloven. De eerste de beste die aardig doet en zegt dat jantje van om de hoek een flierefluitende flikflooier is die over miep van de tabakszaak zei dat ze met japie met de lange lul naar bed is geweest, wordt geloofd. Als je maar de eerste bent, ben je geloofwaardig. Zo lijkt ’t althans. En als ’t niet interessant genoeg is, wordt er zonder omhaal nog wat smeuïgs bij verzonnen.

Waarom kunnen we elkaar niet gewoon met rust laten? En dat wat er verteld wordt, eerst ‘ns goed inprikken met een vork om te kijken of ’t ook echt gaar is? Even met ’t oor luisteren of de boel ook écht klopt? Of je er gewoon niet druk om maken omdat je weet van wie ’t komt (of juist omdat je NIET weet van wie het komt door het feit dat je diegene niet eens daadwerkelijk kent?). Virtueel leven en virtueel laten leven… Wat je in real life doet zal me worst wezen, daar merk ik niks van. Maar dat elkaar voodoo-en in mijn TL, daar word ik zo drietig van hè…

Moeilijk doen, vind ik dat.
Geloof toch niet altijd gelijk alles!!
De één roddelt over de ander en die ander roddelt vervolgens nog harder over de één.
Manmanman wat een speeltuin vol wippen.

Ik ga schommelen.
Veel leuker.

Padvindersgeluk

Hij zoekt verbeten zijn weg,
in het donker en met kompas.
Want wie zoekt die zal ook vinden.
Dé opperscout van de klas.

Knopen zijn voor hem geen kunst.
Óntknopen echter wel.
Gepruts met dat verhipte snoer.
Maar wat als ik je vertel…

dat knopen soms voor eeuwig zijn?
Willen niet meer uit elkaar.
Dan kun je prutsen wat je wil,
al kook je halluf gaar…

Voor altijd is de boel verbonden,
zo’n knup gaat nooit meer stuk
Liever vastgeknoopt dan opgewonden.
Dat noemt men padvindersgeluk…
.

(c) Lou

Ode aan toon

Een toon zo schoon
houdt ’t zijn muzikaal
Zo stil zonder die toon,
zo zonder pracht en praal.

Toon wíst waar ’t om draaide.
En pakte alles met een woord.
De lol die daarmee oplaaide
gelezen, geluisterd én gehoord.

Een fan van toon, ja dat ben ik.
Ook twaalf jaar na de dood.
De snaar steeds weer exact getroffen
werd genialiteit pas groot.

Toon is mijn grote voorbeeld,
iets wat hij ook blijven zal.
Maar één ding wist-ie toch echt niet:
Het leven is GÉÉN bitterbal…

(c) Lou

Mijn innerste ik

Ongehoord

Wat ik niet zeggen kan
en niet kan schrijven
zal ergens diep in mij
toch bij me blijven

Ongehoord
maar in een lieve duisternis
verbergt zich iets
dat meer dan woorden is

(Toon Hermans)

Dát is wat ik bedoel.
Mijn binnenste ik.
Mijn diepste gevoel.
Een ingeslikte snik.
Mijn zwartste gedachtes.
Mijn opperinnigste wens.
Dat allerdiepste in mij.
Het unieke in mij als mens…

Dat.

Moet je altijd alles vertellen? Moet dat echt? Ik vind van niet. Er zijn dingen die ik simpelweg niet vertel. Niet aan mijn man, niet aan mijn ouders, niet aan mijn zus, niet aan m’n beste vriendinnen. Er zijn dingen die ik gewoon niemand vertel. Dat zijn MIJN dingen. Ze maken mij tot mij. En ik vind niet dat ik daarover ook maar iemand in moet lichten. Ik ben een individu met mijn eigen gedachtes en herinneringen en ik bepaal welke daarvan aan de oppervlakte komen en welke verscholen blijven onder die laag externe Lou.

Laatst had ik het erover (doet er niet toe met wie): moet je partner álles van je weten om je te kunnen vertrouwen? Moet je alles zeggen en vertellen om dat vertrouwen te winnen? Ik zou het niet kunnen. Alles vertellen. Het heeft geen zin, het levert alleen maar een hoop pijn, misschien zelfs boosheid of zware teleurstelling op. Waarom de ander belasten met dingen die niet veranderbaar zijn, die niets bijdragen aan de status quo, niets opleveren voor de relatie, geen toegevoegde waarde hebben voor anderen.  Weten is niet altíjd alles…

Openheid over de dingen die ook je partner direct aangaan is dan wel weer van groot belang. Wantrouwen kweken door mond houden en niets van jezelf willen laten zien is – in mijn bescheiden opvatting – het bittere einde van iedere relatie. Niet kunnen praten over wat je bezig houdt ook.

Maar mijn innerste ik is van mij.
En van mij alleen.
My deepest thoughts,
my darkest doom,
my inner Lou,
my personal head room.

Mine.
Sorry.
Ook u komt er niet in.

Sorry, maar moest effe (wachtwoordblog)

Ja, een blog met een wachtwoord. Ik heb ’t tot nu toe vermeden: dat wat ik niet openbaar wilde publiceren staat gewoon op “privé” en heb ik dus puur en alleen voor mezelf geschreven.

Maar soms zijn er toch dingen, ervaringen, gevoelens die ik op móet schrijven en waarvan ik best vind dat sommige mensen of soms ook maar één mens ze mag lezen. Die dingen staan dus achter een wachtwoord verscholen… Niet dat ik echt iets te verbergen heb, ik wil gewoon niet dat iemand anders dan degene(n) voor wie dat blog bestemd is, het leest.

Voel je dus niet beledigd, het gaat niet over jou.
En als het wel over jou gaat, krijg je sowieso spontaan het wachtwoord toegestuurd.
Beloofd.

Beveiligd: Out

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Vul het wachtwoord hieronder in om hem te kunnen bekijken:

Puinzooi de tweede

Ik schijn al eens eerder over puinzooien geblogd te hebben, zie ik aan het voorstel van WordPress voor de Permalink. Ach ja, dat is ook niet echt verwonderlijk. Het ís hier nu eenmaal vaak een grote puinzooi. Maar vandaag is-ie net een beetje groter zodat ik bij binnenkomst bij de deur al even stil blijf staan en denk: “tjeejjjzus….” En dan: “Wat een ongelooflijke rotzooi is ’t hier. Hellup. Koffie…”
Eerst maar ‘ns zitten na alle geren en gesport en gedoe. Een flinke caffeïneboost is wel nodig voordat ik me aan zoiets ‘groots’ waag.

Waarom is het bij mij nou zo vaak zo’n enorme chaos? En waarom stoor ik mij er eigenlijk niet eens (meer) aan? Vroeger kon ik er niet in leven, moest er orde en ruimte om me heen zijn. Nu kijk ik met een schuin oog langs de verlepte rozen op tafel en door de vlaggetjesslingers heen naar de zich daarachter bevindende wroetberg, denk onverholen “Ach…. Komt straks wel”, en ga aan de slag met m’n werk en met een bult notulen. Eten koken (nog meer puinzooi), kinderen maken huiswerk (nóg meer chaos). Ik probeer hier en daar sneaky wat dingen weg te gooien (barbiepaarden met afgebroken benen bijvoorbeeld) maar dat mag dus ook niet en wordt hard afgestrafd. We sluiten een compromis: ik mag het been weggooien, zij houdt de rest van het paard.  Dan maar op zoek naar andere dingen die ik wél weg mag gooien…

Ik weet ‘t.
M’n rotgevoel.
Weg ermee.
Pohh.
Heb ik even lekker opgeruimd zeg…

De moedercursusjes

Bij ons is men gék op mama’s die cursusjes doen om bétere mama’s te zijn. En op cursusjes die van elke mama een modernere mama maken. Het liefst een échte Mutti (spreek uit: Moetie). Want zeg nou zelf, je mag dan wel mama wezen, maar een béétje bij de tijd blijven is zo af en toe best wel eens handig. En wenselijk. Moedercursusjes dus.

Dat ik de enige vrouw in mijn wijde (weide…ghehhehh ^_^) omgeving ben die wat van computers weet, die inmiddels haar 3e smartphone heeft (ja sorry, de derde pas), die een béétje de weg weet op ’t internet, die ‘gewoon’ vanuit haar eigen huis werkt en er en passant nog een eigen zaakje op na houdt, die redelijk goed weet wat ze wil en nog niet helemaal ‘lost’ is in de wereld van DE mensen (lees: mannen), dat baart mij eerlijk gezegd nog wel eens zorgen…

En daarin ben ik niet de enige. Nee nee, we hebben er hele verenigingen voor. Verenigingen die zich bezig houden met de vrouw van deze tijd en dan vooral met het ervoor zorgen dát die vrouwen een beetje bij de tijd blijven en de rest een beetje meer van deze tijd wordt.

Zoon blèrt overigens net, 22:11h,  van boven dat hij nu weet wat de zin van het leven is. Die is – volgens zoon – ” zoveel mogelijk lol hebben”. Ik heb hem teruggeblèrt dat ik het roerend met hem eens ben en dat, als hij morgen tenminste nog een béétje van die lol wil hebben, hij toch echt NU moet gaan slapen. Ik weet wat belangrijk is voor mijn familie. Velen schijnen dat niet te weten, want één van de nieuwe cursussen (cursa? cursi? curses? curse? ah fak…) van zo’n vereniging hier in de buurt is getiteld: “wat belangrijk is voor uw gezin”. Aha… okee dan…

Het blaadje met de gloedjenieuwe mamacursusjes van de Vereniging voor Vrouw, Gezin en Voortgezet Onderwijs (???) viel deze week weer in de bus. En ik heb opnieuw vol verbazing en met een brede grijns mogen genieten van de heikneuterigheid van mijn leefomgeving. Ik woon ‘op ’t land’ en ik ben net weer met mijn neus in de zwijnemest gedonderd. Wat een lol. De foldervoorkant schreeuwde het uit (even vrij vertaald hoor):
– Uw Smartphone, méér dan gewoon een mobieltje!
– Je bent wat je zegt!
– Zelfgericht leven zonder egoïstisch te zijn
– Ik vind mijn weg in het labyrint
– Wat belangrijk is voor het gezin
– Oudercoaching
OK, die laatste twee laat ik even buiten beschouwing, voor sommige ouders is het best zinvol om eens onder de neus geduwd te krijgen wat ze eventueel beter kunnen doen.

Maar jemig: Uw Smartphone, meer dan een mobieltje, boahhh… nu breekt m’n klomp. Nou, vertelt u mij maar waar die wasmachine- en die grasmaaifunctie verstopt zitten!! Ik ben benieuwd. Meneer Smid wil mij voor luttele 60 euro vertellen hoe ik een SMS en maarliefst ook een MMS (!!)  kan versturen met mijn geweldige nieuwe samsamsongetje. Ik wil hem voor luttele 120 eurootjes ook best ook wel even wegwijs maken in de wereld van de whatsapp, de facebook privacy instellingen, IMSI’s, QR-codes, IMEI’s, root numbers en de location-based services maar ik ga ervan uit dat meneer zelf denkt dat hij volledig up-to-date is als hij weet hoe hij kan zien dat z’n accu vol is.

Je bent wat je zegt? Fout! Ik zeg wat ik ben. En je doet ’t er maar mee. How ‘bout that…

Zelfgericht? Dat is toch ieder mens? Gooi twee elkaar-niet-kennende mensen bij een tsunamigolf in zee en ze zullen allebei zwemmen voor hun eigen leven, niet voor dat van die ander. Je leeft voor jezelf. Neemt niet weg dat je in dat leven dan toch veel voor anderen kunt en wilt doen. Omdat JIJ voor JEZÉLF vindt dat dat goed is, goed voor JOU is. Omdat je het belangrijk vindt. Omdat je het graag doet. Omdat het je een goed gevoel geeft. Omdat je vindt dat je dat moet doen. Omdat je het wil. Omdat je om die ander geeft.
JE. Zelfgericht. En zo altruïstisch als de pest.  Moet ik daarvoor een cursus volgen? Neuh, ik moet gewoon nadenken over wat ik wil en wat ik belangrijk vind. Dat kunnen zelfs oostenrijkse “Mutti’s”, lijkt me…

Ik vind mijn weg in ’t labyrint. Welk labyrint?? Oh, ik lees het. Mijn ziel. Welke ziel?  Maak je hoofd vrij. Open je hart. Vind rust. Laat belasting en stress achter je. Vind de antwoorden op je vragen. Kom met jezelf in contact. Uhuhh… Een verkapte cursus mediteren, omschreven als een wonderbaarlijke reis in je eigen ik.
Ik kom niet verder dan: “héb ik wel een ziel?” Mijn hoofd vrij  maken en rust vinden doe ik ‘s-nachts. Als ik slaap. Vind ik de antwoorden op mijn vragen door mediteren? Ik vind mediteren op zich een heel goed iets. Ik doe ’t ook wel eens, even niks doen, ogen dicht, een stom woord herhalen en proberen aan niks te denken. En dan val ik in slaap en doe de rest. Bij dit soort cursussen krijg ik altijd het gevoel dat ik een oersimpel persoon ben en dat ik ergens een deel van de geestelijke vercomplexisering der mensheid gemist heb. Ik slaap. Klaar. I’m simple. Ik ben van het kaliber “een zak wasabichips leegvreten en er na een ca. half uur ontzet achterkomen dat mijn glas cola al wel dertig minuten leeg is”. Ik ga me maar eens een potje zorgen maken… Misschien dat ik dan de zin van deze cursus kan achterhalen.

Awel. Al doorbladerende heb ik mijn lol.
“onze voorvaderen, de kracht en wortels van ons leven”
“de oerelementen van de jaargetijden en zo gezond het jaar door”
“Yoga voor de ogen”
“Bodystyling voor 50-plussers”
“Voorkerstige schrijfnacht”
“Problemen. Én oplossingen!!”
“English for the further-going” (oehhhh. TOLLL!)
“Examen gehaald. En nu??”
“Leren communiceren met uw kinderen”

En zo kan ik nog even doorgaan.
Dus.

Mocht u zich afvragen waar ik uithang: ik ga op cursus. Ik ga eindelijk leren hoe ik als moeder óók nog een mens kan zijn. Godsonmogelijk, maar áls ik het eenmaal weet, zal ik uitleggen hoe het moet. Tot die tijd pruts ik maar wat rond met mijn kinderen, mijn laptop en mijn smartphone.

Ich Mutti. Du Mensch.

Second life

Het tweede leven dat uit mij kwam.
Morgen wordt dat leven zeven.

Zeven jaar geleden om deze tijd voelde ik ineens dat het in mijn kruis wel érg nat werd. Ik liep naar de badkamer en voelde een stroompje langs mijn been naar beneden siepelen. Eenenveertig weken dus het was duidelijk: vruchtwater. Op naar het ziekenhuis, voor alle zekerheid, want weeën had ik niet. Zoon, toen nog nét geen drie jaar oud, dropten we bij een lieve vriendin.

CTG, harttonencheck, weeëncheck. Alles OK, lichte weeën, ingedaald maar geen ontsluiting dus zou best nog wel een zetje kunnen duren. Man en ik kregen een kamer met een ziekenhuisbed en een stoel. Ik kroop het bed in, man ging in de stoel hangen. Stoel bleek rotstoel en dus kroop hij maar bij mij het ziekenhuisbed in, lepeltjelepeltje paste dat nog best. Zo hebben we gemoedelijk geslapen.

Tot ik om half drie omhoog schoot. Allejezus wat een pijn. Een wee. De eerste. En wát voor één. Twee minuten later de volgende. En de volgende. En nog één. Ik moest halsoverkop naar de kraamafdeling, kromlopend en weeënwegpuffend. Ik strompelde het kraambed in en bleek na een kwartier al 7cm ontsluiting te hebben, iets na drieëen zat ik al op de 9cm en de weeënpauzes waren al lang verleden tijd. Eén grote wee was het. Ohwee, ohwee. Ik moest ineens echt heel erg poepen en wou al opstaan om naar de WC te gaan maar de vroedvrouw duwde me terug. Jij gaat nergens heen, dit zijn persweeën, meiske (en dat dan op zijn duits hè). Na slechts een paar persweeën kwam om 3:17h dat nieuwe leven uit mij. Een nieuw wonder, een prachtwolk van een baby, door mij de wereld in gekatapulteerd. Van nul tot 100 in 47 minuten. Dát noem ik pas optrekken :-).

11 september. Rampendag. Natuurlijk denken we ook daaraan.

11 september. De geboortedag van mijn overleden oma op wie ons meiske zó ontzettend lijkt. Toeval bestaat niet…

11 september. Geboortedag van mijn tweede kind.

11 september. Wij vieren feest met ons zevenjarig wonder.

Vandaag heeft ze voor de tweede keer haar eerste schooldag meegemaakt. Vorig jaar hebben we ook een poging gedaan maar ze was er toch echt nog niet aan toe. Nu wel. Mijn speciale, eigenwijze, enthousiaste, hulpvaardige, eigen- en uitzinnige, prettig gestoorde, creatieve, knuffelige rebbelkous. Een absoluut uniek individu met een enorm karakter. En dat laat ze dagelijks overduidelijk blijken.

Lief meiske van me, ik heb je meer dan lief.
Je bent geweldig zoals je bent.
Laat niemand je wat anders wijs maken.
Morgen vieren we jou.
Weet dat ik zielsveel van je hou.

Krissiebissiepoepelissie.

Völlerei

Elk jaar is het hier feest. Straatfeest. Dan vieren we met alle aanwonenden van ons stuk straat (welgeteld 10 huizen) dat ons voormalige onverharde landweggetje uitgegroeid is tot een volwassen, geasfalteerde straat van wel drie meter breed. Iedere aanwonende heeft daarvoor zijn deel betaald (ja ja, ook wij hebben bij het intrekken hier een anderhalf duuzend voor ons “straatrecht” neer moeten tellen) en dat moet gevierd worden.

Eigenlijk is het gewoon een gezellig vreetfeest. Om 12 uur verschijnt de hele buurt ter plekke. Die plek varieert elk jaar: er zijn vier “organisatieteams” en dat rouleert, dus als je geweest bent, kun je weer een paar jaar achterover leunen en je volstoppen zonder te hoeven werken. Volgend jaar zijn wij aan de beurt trouwens, dan wordt ’t dus ploeteren voor ons i.p.v. eten en zuipen. Dit jaar was het nog omgekeerd. Een paar minuten voor twaalf was iedereen aanwezig en zaten de eerste pullen bier al achter de knup. Niet achter mijn knup gelukkig, ik lust geen bier.

Ieder deelnemend gezin wordt geacht een salade en een ‘Kuchen’ mee te brengen (en een eet-en-drinkbijdrage te betalen, dat ook). Ik had dit jaar een pastasalade gemaakt (met dank aan de hubby van Ilona, die het geweldige recept verstrekte) en een jumbo-appelnotentaart. Allebei véél teveel, bleek achteraf, maar ja dat is mijn standaard euvel: ik heb altijd van alles veel en veel en véél teveel. Ik kan niet schatten en denk altijd dat ik te weinig heb. Ik had in dit geval níet de indruk dat ik te weinig zou hebben en dus had ik ongeveer met een kwart van het door mij gemaakte ook nog zát voor de hele meute gehad…
Ach nou ja. Er zijn ergere dingen.

Wij hadden – stomstomstom – nogal laat het ontbijt door de keel dus eigenlijk hadden we niet echt honger. Maar in Oostenrijk wordt nu eenmaal ‘s-middags warm gegeten en dan het liefst stipt om twaalven, zo dus vandaag ook. Eerst maar ‘ns een bordje van het saladebuffet weggewerkt. Toen had de – dit jaar voor het eerst gearrangeerde – caterer de gegrilde kippetjes en de frieten klaar. Eigenlijk zat ik na het saladebuffet al goed vol maar tja, zo’n kippetje laat je niet staan hè.  Zoon houdt niet van gegrilde kip en had geen honger wat resulteerde in welgeteld 9 frietjes die hij van mijn bord wegpikte. Jee zeg, dáár betaal ik geen kinderaandeel voor, éten mien jong! Maar nee, hij wilde niet. Gelukkig maakte dochter met de intake van een bijna-volwassenenportie veel goed…

Propjevol. Lucht happen, een glas spa rood erbij in en shaken maar. Ten behoeve van de vertering kwam vanzelfsprekend de Schnaps op tafel. Een verplichte gang die nog geen klein uur later gevolgd werd door Kafee-mit-Kuchen. Een buffet met tien taarten. Zeg daar maar eens nee tegen…  Nee dus. Dochter had sowieso eigenlijk wel weer honger dus dat kwam goed uit. Zoon wilde geen taart. Verstandige jongen. Alle taarten even doorproeven is best een opgave als je eigenlijk helemaal geen trek hebt. Tja, dan nog maar een Schnaps voor de betere doorstroom.

Een uurtje pauze, spa met citroen afgewisseld met een Sommergespritzter (een beetje witte wijn met veel spa) was goed te doen. De mannen lieten het bier de vrije loop. Ze hingen nog net niet met open mond onder de tap. Heimelijk werden de volgende etenswaren alweer geëtaleerd: er moest namelijk gejausend worden. Het avondbrood. Met salades, vlees, spek, eieren, brood, Bratlfett, Kren, G’selchtes, smeersels (Aufstriche), kaas en zo nog een paar van die absoluut noodzakelijke dingen. Want we hadden hónger hè! De hele dag nog niks fatsoenlijks gegeten… *kuch* Zoon nam genoegen met een plak brood met wat boter erop, de rest bliefde hij niet. Dochter daarentegen…
Gezonde meid, lijkt op haar moeder. (zucht)

Awel. Laten we het erop houden dat we vandaag niet omgekomen zijn van de honger. En dat we de komende dagen niet meer hoeven te eten. Ik heb zelden zó veel gegeten terwijl ik echt absoluut géén honger meer had. Ik weet ‘t. Stom. Maar soms kun je niet anders. De geest heeft zijn zwakheden. Veel gekletst, in de zon gezeten, gelachen, dat ook. Maar huiswaarts kon je me letterlijk de berg op rollen.
Tonnetje.

Toch maar goed dat dit maar één keer per jaar is. Na dagen als deze weet ik weer waarom Völlerei (mateloze gulzigheid) ook één van de zeven doodzondes is. Je zou er toch zomaar bij neervallen…

Stuiterbal

Zondagochtend half zeven. De deur gaat open en een knul in konthangjeans en een CheGuevarashirt sluipt de trap af. Kan echt niet meer slapen hoewel hij pas om middernacht daadwerkelijk ‘out’ was. Slaapstoringen, dat heeft-ie vaak de eerste week als we weer starten met de Medikinet. Bij de onderste trede ziet hij de katten, is afgeleid en dondert vervolgens over de kartonnen barricade die moet verhinderen dat de katten naar boven lopen.

Dochter wordt nu ook wakker en stommelt met vol geweld een kwartier later de trap af. En dan begint het gegil.
“Auw, hou op!!”
“Ik wíl dat niet kijken!!”
“MAAAAMAAA!!! T. slaat mij!!”
“Laat me met rust!! Hou ohhop!!”
“AAAUUWWW!!”
“Maaaaaaaaaaaamaaaaaaaaaaaa!!!”
Ik zucht een keer, gil naar beneden dat hij haar met rust moet laten en draai me om.

Knulleke heeft zich op ’t lego gestort, gecombineerd met kapla, dus even rust. Verwoed gegraaf in de bakken is tot boven te horen. De boel wordt uiteindelijk maar gewoon over de vloer uitgestort, op zoek naar dat ene stukje dat nu waarschijnlijk onder de bank ligt. Ik ga naar beneden om ontbijt te maken. Hij vindt het elastieksnoertje waar de katten zo gek op zijn, gooit zijn lego abrupt aan de kant en sjeest met het snoer door het huis, gillend en joelend op kopstemniveau, de kat erachteraan galloperend. Dochter kijkt stoïcijns naar Barbie Cinderella op TV. De kat hangt inmiddels hoog in de gordijnen en ik zucht nog een keer.

Bij het ontbijt houdt hij zijn glas aan, ik schenk multivitaminesap in. Ineens staat de kat naast hem en hij trekt, naar ’t beest kijkend, abrupt zijn glas weg terwijl ik nog doorschenk. Fijn. De vlokken worden niet behoedzaam op zijn toast geschud maar de vlokkenpot wordt gewoon omgekieperd boven het bord. Nog fijner. Ondertussen trapt hij sneaky dochter onder de tafel door tegen de benen.  Hij wil ook nog iets uitleggen over rietjes, muntjes en springveertjes maar komt niet uit zijn woorden. Een grammaticale catastrofe.

Drie dagen geleden heeft man met hem een testje gedaan. Een gecombineerde reken-/leesoefening (eenvoudig hoor, heeft-ie zelf geprogrammeerd op de laptop). Zonder medicatie, puur om te kijken hoe hij bij zoiets presteert. De oefening was in goed 8 minuten klaar.

Ik geef zoon zijn vertrouwde blauwpaarse capsule. Na een half uurtje wordt het merkbaar. Hij wordt rustiger. Leest zijn Lego-magazine. Vertelt rustig over een behendigheidsspelletje dat hij gisteren gedaan heeft. Man pakt zijn laptop en doet het testje (andere woorden, andere rekenopgaven maar zelfde niveau) nog eens met zoon. In minder dan 5 minuten is hij ermee klaar. Zoon kijkt trots op en zegt glimlachend: “zie!! ik kan het wél!!”

Ik ben blij met Medikinet. Hoe vervloekt ’t ook is, hoeveel bijwerkingen het ook heeft, het is overduidelijk goed voor hem. Goed voor zijn zelfvertrouwen en zelfbeheersing, goed voor zijn co-ordinatie en, ja toegegeven, ook goed voor ons. En voor de katten.
Hij komt er wel.
Ik krijg weer vertrouwen.

gelul

Hebt u wel eens gedacht
dat alles zo zinloos was?
Wat had u dan verwacht
toen u wéér zo’n blog las?

Wat een gezeik,
ja, wat een gelul.
Dat mens vertelt gewoon
Een hoop flauwekul.

Hebt u wel eens gedacht
wat heeft dit voor zin…
Het komt er onderaan uit
en ze stopt ’t er bovenaan in?

Elke zin een hoop gepriegel
dag in dag uit ‘t-zelfde gedoe
U kijkt weer eens in de spiegel
en denkt “ben ik me een potje moe…”

Hebt u wel eens gedacht
wat leutert ze nou dan weer
op rijm, jemig ook dat nog
alweer een berg hartezeer??

Nee, dit keer is het simpel de vraag
naar de zin van alle onzin
Ik splits u mijn gelul in de maag
en u weet nu dat ik bemin…

(c) Lou

I get a feeling…

woohoooooo…

Raar gevoel. Beetje moe.  Volle, drukke dag maar niks relevants gedaan. Enkel dingen die gewoon moeten gebeuren zoals zoveel wat je automatisch doet omdat het je taak is. De kinderen zijn buiten aan ’t balgen, de één in de hangmat, de ander in de hangstoel, en maar schommelen, op de kop en met de tong uit de mond. Dochter hinnikt erop los en kletst een hoop onzin. Eigenlijk moeten we vanavond naar één of ander wijnfeest maar ik heb geen zin.

Ik kijk om me heen en zie enkel nóg meer dingen die ik wil doen. Die ik nog moet doen. Die ik zou moeten doen maar niet doe. Ze liggen er deels al maanden… Ik ben de laatste tijd meer adhoc bezig. Dingen op het laatste nippertje, niet eerder dan écht nodig. Soms zelfs nét te laat. De maandrekening van m’n werk die voor de 15e bij de accountant moet liggen. De kadootjes van dochter die dinsdag jarig is. Een paar CDs met foto’s branden voor een vriendin. De schoolspullen van de kinderen in orde maken want overmorgen begint het hele circus weer. Een taart en een salade maken voor het straatfeest – ik herinnerde me pas gisteravond per toeval (door wat een vriendin op facebook zei, notabene) dat dat morgen al is en dat ik nog niks in huis had. Had ik morgenochtend even op mijn neus gekeken als ik er dan pas achter was gekomen. Met inpakken voor de vakantie begon ik vroeger minstens 3-4 dagen van tevoren en dan vanzelfsprekend met een paklijst erbij. Nu denk ik een paar uur voor vertrek “verhip, laat ik eens wat dingen in gaan pakken…”

En ik vergeet dingen. Nét een afspraak gemaakt, moet ik een half uur later toch nog weer navragen welke dag we nou precies hebben afgesproken. Ik moet mensen (therapie zoon enzo, die categorie) bellen en ’t schiet er gewoon bij in. Ik loop naar de gangkast en voordat ik de deur opendoe, weet ik al niet meer wat ik wou halen. Ik moet een werkfax (jaja, er zijn nog steeds faxenden in deze werkwereld) sturen naar een nummer wat ik altijd zo uit ’t hoofd op m’n janboerenfluitjes in de fax ramde. Ineens moet ik het opzoeken…

Het is zó NOT me… ik de planner, ik de vervooruitdenkster, ik de allesonthoudster,  ik de onzekerheidsmijdster… Blijkbaar is dat verleden tijd. Hoort dit ook bij dat middenlevengedoe? Niet dat ik het erg vind hoor (nou ja, dat vergeten is wat minder fijn moet ik toegeven). Ik ben er duidelijk een stuk relaxter door. Ik doe de dingen die ik leuk en fijn vind eerst en dan komt de rest (ooit) wel. Tot nu toe denk ik aan alles toch nog steeds nét op tijd. Rottig wordt ’t pas als ik overal nét te laat aan denk…

Ach, daar denk ik nog maar even niet aan.

Wat een onzinblog eigenlijk…

Ik zou wat minder moeten denken.
Nóg wat minder.
Gaat me lukken.
Denk ik…

Veräppelt

De appeltjes van deze wereld zijn overduidelijk nog lang geen peertjes.
Gloeilampen zat boven die rokende hoofden.
Maar ze branden voor geen meter…
De vooruitgang als patent claimen.
Als ’t maar iGeld oplevert.
Ze hebben vást en passant het wiel óók stiekem uitgevonden.
iWiel.
Straks nog éven alle auto’s laten verbieden.
Maar nu eerst de evolutie.
iEvolution.
Echt iJongens en iMeisjes, dit is kleutergedrag.
Jullie veräppeln de wereld.
op z’n “iFuckU’s” en men merkt ’t niet eens.
Veräppeln, een prachtig duits werkwoord.
Ik besef nu pas ten volle waar ’t vandaan komt.
Stevig in de zeik genomen worden door een stelletje appelvreters.
Ik ontwikkel zo langzaamaan een appelallergie.
Deze propriëtaire iKinderachtigheid werkt op de zenuwen.
Ik krijg er vette uitslag van.
Allemaal puntjes….
Op een rotte i.

iAllergy.

Alle appelvreters verenigt u!
Go for iWorld Domination!
En veräppelt uzelf hevigst in the iProcess?
iPlease?

Van A naar B…

…of omgekeerd. 4 september. Terugreis.

Hoe je het ook draait of keert.

Afscheid, altijd betraand…
Bewolking. Met Ufo-image!
Au, mijn hart…
Blauwe koptelefoon. En een witte.
A31-A45-A3-A8-A1-A7
Bijelkaarkruipende Brummi’s. Fijn…
Achterom en achteruit kijken.
Bril op, tranen bedekt.
Akkefietjes achterin.
BB-skodaslowaken, drie keer gepasseerd.
Afremmen.
Baustelle en busongeval.
Allemaal even kijken!
Blauwe brug.
Achter het stuur.
Bagger! (oftewel graafmachine).

..


A
ntenne Bayern
Biokat-Bleicher-Baland-Brantner
Audi. Braaf.
Behrensbus.
ABC. Wel twee.

.

.

.

.

Aussicht. Krijg er windenergie van.
Blik. Op paaltje 267.000.
Alles leeg aan onze kant.
Bliklawines, ellenlange.
Aan de andere.

.

.

.

.

.

.

.

.

Achteruitkijkzon.
Bessen ba(c)h?
Amberg. Von Claus.
BIG. Bobbycar
Autohof? Nehh…
Bak met fruit, bijna leeg.
Ausfahrt. De foute.
Burg. Op een bergje.
Afslag. Ook niet goed.
Brug. Met een bergje.

.

.

.

.

Burgebrach en Burghaslach
Bulten Borden.
Boomschaduwen razen langs.
BMW’s ook.
Brugreparaties op nationaal niveau.
Baustellen in irriterende overvloed.
Bermbloesems.
Bolletjes leverworst
Bulderende dochter. Dankzij DVD
BurgWürz en BergNürn. Verkeerdom.
Bediening. Op Aanvraag.
Blind door de Avondzon.
Bumperklevers.
Beperkingen. Qua snelheid.
Bescheten toiletten.
Billy don’t ya lose my number
Bijna thuis…

Avond begon.
Avondzon.
Austria.
At home…

Ach…
Blij…

.
… dat ik niet van A naar Z wilde.