Potje swingwippen?

Negen weken zomervakantie zijn een ramp. Voor mij niet hoor, ik amuseer me prima. Maar de kinderen vervelen zich dus de pleuris. Man ploetert voort met huisrenovaties bij z’n moeder en opritbestratingen hier, die is ook volledig self-entertaining. Onder de voorwaarde dat ik hem de kinderen van het lijf houd. Laat ik daar nou niet echt goed in zijn…

Maar vandaag dus een verwoede poging. Naar de dierentuin. Voor we in de auto zaten, was 50% van het kroost al aan ’t huilen aangezien de andere helft het nodig vond om de haren even fatsoenlijk glad te trekken. Ik had eigenlijk al geen zin meer maar beloofd is beloofd. Zak gummiberen, fles limo, reserve-crocs, een handdoek, nutella-broodjes en een multigraanvolkorenstokbrood-met-kaas-en-komkommer voor mij in de rugzak gepropt. Niet dat je dat nou nodig hebt: die kinderen willen uiteindelijk toch alleen maar een portie patat, een fristie en een ijsje (en zo was het dan ook…) en in geval van nood dan nog die gummiberen.

Vrolijk zingend (blèrend) vertrokken we. Bij de kassa werd de eerste keer om ’n ijsje gevraagd. Tevergeefs. Eerst sjouwen en kijken. Een zak voederspul kregen ze nog wel voor de dieren. We zagen kroonkraanvogels (“Nett…”) en flamingo’s (“die kenne ich schon”). We kwamen bij de konijntjes en cavia’s. Dochter probeerde met alle geweld nog een brok voer in een dwerghaas te proppen maar de arme beesten waren zo dermate overvoerd dat ze alleen bij het zien van nog een geperste voederklont al spontaan aan de schijterij raakten. Hetzelfde gold voor de dwerggemsen, de muflons, de ezels, de zebra’s, de bizons, de stinknormale geiten, de herten, de kamelen en de yaks. Helaas voor de kinderen waren dit ook de enige zichtbare dieren: de lynxen, vossen, tijgers en leeuwen hadden ’t allemaal wel bekeken en zaten in hun (niet inkijkbare) binnenhokken. Niks te zien dus. “So ein blöder Tierpark.” Tja. Dat vond ik eigenlijk ook wel, maar dwing die beesten maar eens om in de felle zon rond te gaan huppelen voor ’t publiek. Is ook geen doen.

Maar. Toen. Kwamen we bij de avonturenspeelplaats. De mondhoeken kropen omhoog. “Doch gar nicht sooo blöd eigentlich…” En weg waren ze. Na 5 minuten stonden ze alweer bij mijn moeizaam veroverde schaduwpicknicktafel om luid te verkondigen dat ze honger hadden. No problem: ik heb nutella-broodjes. Niet dus. POMMES BITTE… Goed. Patat. Met een fristie (wenn schon, denn schon). En nu vort!!! Dochter rende schnurstraks naar ’t beekje dat zo vreselijk goor en veralgd is dat ze dacht dat ze er wel doorheen kon lopen. En dus vervolgens tot haar liezen vol met drek zat. No problem again: er was een schoenen- en kindwasplaats naast de toiletten. Dochter afgespoten en hoppetee, weer het avontuur in gestuurd. Het mooie daggedeelte kon beginnen. Koffie en Topfenstrudel gehaald, Twitter en WhatsApp erbij en de wereld is weer in orde. Een uur lang heb ik ze niet gezien. Toen kwamen ze even wat drinken bietsen en weg waren ze weer.

Uiteindelijk dik anderhalf uur gespeeld. Twee rode, bezwete, lachende gezichten voor me. Mooi, die zijn af. Nog even de rest van de speeltuin doorjagen, langs de wolven en de bruine beren en klaar. Ik had helaas niet met de bij de uitgang staande swingwip gerekend. Klinkt interessant, is het ook. Het is een soort wipwap die kan draaien en redelijk hoog gaat. Een swingwip dus. Een goed half uur swingwippen was de duidelijke voorwaarde voor het eventueel straks toch nog vrijwillig meegaan naar de auto. Ik zeeg neer en ging een nieuw potje blij-met-m’n-mobiel zijn.

Om half vijf was het dan toch zover: ze waren klaar en dochter verzuchtte: “Deze dierentuin is echt superleuk. Maar die dieren zijn eigenlijk niet echt nodig…”

Beperkt in mij

Het afgelopen weekend was er eentje van het soort “talk much and do less”. Eigenlijk moest ik werken (ik was in München, hè). Heb ik ook wel gedaan hoor, maar het overgrote deel heb ik kletsend doorgebracht. Pratend met goede vrienden, pratend met hartsvriendinnen, pratend met m’n bedrijfspartner. En dat terwijl ik éigenlijk geen grote prater ben. Ik ben eerder een luisteraar, een analyseerster, een meedenker, een troostster.

Dat wist ik natuurlijk al. Ik heb echter een nieuw inzicht verworven. Door alle geklets merkte ik steeds meer wat mijn echte probleem is. Het probleem waar ik al tijden mee worstel. Het probleem dat ik en passant maar midlife crisis genoemd heb. Misschien is het dat ook wel hoor, maar ik weet nu wat het OERprobleem is.

Ik word beperkt in mij…

Ik zou zoveel méér kunnen zijn. Ik wíl zo graag zoveel meer zijn. Maar mede, nee voorál door mijn eigen keuzes en mijn verantwoordelijkheidsgevoel kan ik dat niet en word ik beperkt in mijn zijn. In het ‘wie ik kán zijn’. Ik ben nu in eerste instantie moeder, vrouw van, bedrijfsvoerster cq. zelfstandige, maar vooral ook slaaf in de huishouding. Ik probeer mezelf iets meer te verwerkelijken en te vervullen met wat magere pogingen tot schilderen, musiceren en schrijven. Daarnaast zorg ik voor enige ‘externaliteit’ door in een vereniging wat rond te prutsen (als trainster van de kleinste voetballertjes), door vrijwilligerswerk en het waarnemen van wat schoolfuncties (oudervertegenwoordiging), door uit te gaan met vriendinnen en buurvrouwen (die gelukkig ook vriendinnen zijn).

Maar dat was het dan ook wel. Ik ben zoveel méér dan dat maar het kan er niet uit… Ik heb hier zelf voor gekozen. Ik wilde heel bewust kinderen. Ik heb ze mogen krijgen en ze zijn het allerbelangrijkste in mijn leven (Klinkt cliché, is het ook. Soit.) Ik heb heel bewust en weloverwogen gekozen om naar München en uiteindelijk zelfs van München naar Oostenrijk te verhuizen, in eerste instantie vanwege de kinderen maar vooral ook voor onze relatie en de duidelijk hogere levenskwaliteit hier. Hier kunnen we ons een behoorlijk huis met een grote tuin veroorloven, hebben we rust, natuur en geen financiële zorgen. Ik voel me hier best heel erg thuis, ondanks de heimwee naar Nederland. Ik ben flexibel. Ik ben goed geïntegreerd in de gemeenschap hier. De kinderen hebben mijn intensieve begeleiding na school allebei hard nodig dus wat dat betreft is het goed dat ik mijn werk kan doen waar en wanneer ik dat wil. As said: Ik ben flexibel.

Ik ben zelfs zó flexibel dat ik mezelf kwijt ben geraakt ergens in één van die bochten waarin ik mezelf heb gewrongen. Ik doe alles voor iedereen maar bijna niks voor mezelf. Waar ben IK gebleven??

Ik. De ongeduldigheid zelve. Creatief. Dubbelgestudeerd (waar ik niks mee doe).
Ik. Loner. Reisgek. Liefhebster. Dichtbij-vriendin (maar ik ben enkel veraf…).
Ik. Ambitieus. Hoogstrevend. Nadenkend.
Ik. Polyamoureus. Hartstochtelijk. Zoengek.
Ik. Individualist. Muziekminnares. Schilderes.
Ik. Duidelijk gestoord.  140+IQ (waar ik geen donder mee op schiet). Sarcast.
Ik. Dus.

Die ongeduldigheid steekt nog dagelijks de kop op. Al het andere is deels of geheel ondergesneeuwd of zelfs simpelweg hard onderdrukt in mijn huidige leven. Ik mis mijzelf. Mijn echte ik. En ik weet dat ik er momenteel echt niks aan zou kunnen veranderen. Ik kan en wil niet uitbreken omdat ik dat wat ik door mijn keuzes nu wel heb, mijn kinderen, mijn man, mijn ‘mooie nest’ zoals Poezenbeest het beschreef, koester en niet wil verliezen. Maar tussen de bedrijven door heb ik mijzelf verloren…

Geen idee hoe ik hier nu mee verder moet. Hoe ik meer van mijzelf terug kan vinden binnen het kader van het leven dat ik nu leid. Ik doe verwoede pogingen maar ik heb meer vrijheid nodig… meer tijd voor mij. Meer tijd om mezelf terug te vinden. Meer gelegenheid om mijn echte ik te zijn. De vraag is alleen nog hoe…

Excuses voor de eventueel iets te grote openhartigheid.
Ik. blogexhibitionista.

Het geschreven woord…

…is het betere woord.
Mijn uiterst bescheiden mening.

Geschreven woorden zijn doordachter.
Minder impulsief.
Oprechter.
Niet onderbroken.
Duidelijker.
Niet weggeargumenteerd.
Naleesbaar.
Niet verstoord door emotie.
Minder afgeleid door gevoelens.
Overwogener.
Een mogelijke basis voor ‘en nu verder’.

De afgelopen dagen kwam het thema ter sprake (in welke context dan ook, dat doet er nu niet toe). Wat kun/mag je met het geschreven woord zeggen, wat niet meer? Is het mogelijk om een huwelijk te redden door een brief te schrijven? Is het wenselijk om je liefde via WhatsApp te verklaren? Is het te makkelijk om middels een kaart te condoleren? Is het acceptabel om via een ansichtkaart afscheid te nemen? Is het laf om via een email een relatie te beëindigen?

Ik denk dat dat voor een ieder verschillend is. Ik ben zelf duidelijk iemand die meer schrijft dan zegt. Liever eerst zwart-op-wit dan meteen praten. Man en ik hebben inderdaad onze relatie inmiddels twee keer d.m.v. een brief weten te redden. Op welke manier die brief uiteindelijk “afgeleverd” werd, doet er überhaupt niet toe (de eerste was uitgeprint en in zijn handen gepropt onder het mom van “lees dat maar ‘ns op een moment dat het past” en bij de tweede keer was het een email). Het ging erom, dat ik onder woorden bracht wat ik wilde zeggen. Op de manier zoals ik het wilde zeggen. Zonder onderbrekingen of tegenargumenten die me gelijk weer van mijn apropos zouden brengen. Zonder emotionele tussenwerpselen van de ander, die mij weer zouden doen vergeten wat ik eigenlijk wílde zeggen. Gewogen, overwogen en heroverwogen. Omgeschreven en doordacht. Argumenten en meningen zó opgeschreven zoals ik ze ook werkelijk bedoelde.

Beide keren was het een soort kiezen of delen. Ik schreef alles van me af, meerdere A4-tjes vol. Ik ‘stuurde’ mijn woorden op het moment dat ik dacht: “Ja, DIT wilde ik nou echt zeggen en op DEZE manier en DIT zijn de opties die we in mijn ogen nog hebben”. Mijn partner kon het lezen op het moment dat het hem paste. En beide keren kreeg ik ook een brief (cq. mail) terug (best gestoord eigenlijk: samen in de woonkamer zitten en dan zwaarst communiceren via mail…), waarop we weer in gesprek kwamen, weer konden praten over de dingen die niet goed gingen, de dingen die we beiden zo graag anders zouden zien, over elkanders en onze eigen fouten, de voorwaarden voor beiden om toch nog weer verder te gaan.

Maar het had ook anders kunnen lopen. Ik had met deze brieven ook de relatie kunnen beëindigen. Had gekund. En wat ik me dan afvraag is, of dat dan ineens ‘not done’ is? Ik heb het er al eens eerder over gehad in een blog. Het is zo makkelijk om te zeggen dat het laf is, een zeer emotionele boodschap geschreven te bezorgen. Ik vind het eigenlijk niet laf, al noemde ik het ergens in een opwelling ook nog zo geloof ik :-S. Maar ik doe het zelf dus ook. Alleen zo kom ik uit mijn woorden… Alleen zo kan ik werkelijk zeggen wat ik bedoel. Als ik alles in een één-op-één-gesprek zou moeten vatten, diegene in alle emotie zou moeten aanschouwen en met al diens tegenargumenten alsnog al mijn bezwaren en zorgen op tafel zou moeten leggen, dan zou dat simpelweg niks worden. Bij het eerste argument, bij de eerste traan zou ik instorten en niet meer weten wat ik ook alweer wou.

Ik vind het fijner als dingen opgeschreven worden. Op basis daarvan kan men dan alsnog praten (of niet), maar ik heb dan in ieder geval de basis neergelegd, de woorden die ik écht wilde zeggen. En of die woorden nu in een mail, in een brief, op een kaart of in een WhatsApp geschreven worden, maakt voor mij persoonlijk eigenlijk niet uit. Het medium doet er – naar mijn mening – niet toe. Als je het er niet mondeling niet uit kunt krijgen, schrijf ’t dan maar op. Getypt, handgeschreven, voor mijn part gecalligrafeerd: ist alles wurscht. Als het maar over komt.

Of ben ik nou zo raar?

Ik schrijf
dus ik blijf…

De pulkert

Het gloeit. Het is rood. En in het midden zit een onsmakelijke wond. Op het eerste gezicht zou je denken dat er wat aan het wegrotten is daar. En eigenlijk is dat ook zo…

Het is mijn eigen schuld. Ik ben een pulkert. Een krabmaniak. Een korstenfreak. Gatver, ik ben een viesch mensch. Laatst al die geurentic en nu dit. Ik heb hiermee alvast menig tweetup bij voorbaat verziekt. Nah jah, elke gek heeft z’n gebrek. En ik heb nu eenmaal vele gebreken. Human me.

Maar nu is het weer eens goed raak. Ik heb helaas de pech, dat wondjes bij mij heel snel ontsteken. Een pijnlijke rode plek eromheen en hoppetee, daar gaan we weer. Een sneetje in de muis van mijn hand en 2 dagen later heb ik een bloedvergiftiging. Nou gaat deze aanleg slecht samen met mijn neiging tot krabben en pulken :-S

Vanochtend zat ik dus weer bij de dokter. De vervanging dit keer, m’n eigen HA heeft op woensdag geen dienst. Meneer de dokter keek me serieus aan en zei: “wacht u met het naar de dokter gaan altijd eerst tot uw been er bijna vanaf valt?”
Euhh… nou… dit was eergisteren nog niet echt zichtbaar hoor. Zo snel gaat dat bij mij…

Een insectenbeet (vermoedelijk een horzel), ietwat te lange nagels (stomstomstom), een diepe slaap waarin ik ook sterk de neiging heb om te krabbelen en het scenario is compleet.  Dus zit ik nu aan de 5e zware antibioticakuur van dit jaar – ik hou geen bio meer over – en mag ik weer smeren met één of ander deflamberend goedje. Het ziet er übercharmant uit. En het doet nog meer pijn dan dat het er rot uitziet…

Zucht.
Ik leer het ook nooit…

Ik moet gewoon van mijzelf áfblijven en het aan-mij-zitten aan anderen over laten.
Veel gezonder.

overlopen

Ik kan het echt niet.
Dat van jou afblijven.
Ik kan het niet.
Ik wil je horen, wil je lezen.
Ik bijt m’n vingers eraf
Om vooral niet te vragen.
Niet te reageren.
Niks te zeggen.
Ik mág niet van mezelf.
Over. Loslaten. Laat hem.
Laat zwemmen die hap.
In dat eigen vaarwater.
Maar het is zo moeilijk.
Om er niet meer te zijn.
Om niks te zeggen.
Om te snappen.
Je met rust te laten
En niks te doen.
Waarom ik jou.
Waarom jij mij niet.
Waarom kan ik het niet.
Ik loop over.
Ik wou dat jij ook ‘ns overliep…

onmogelijk

waarom blijf ik de mensen missen
die mij niet meer zien staan

waarom blijf ik diegenen mogen
die mij niet eens willen

waarom blijf ik van hen houden
die niet goed voor mij zijn

waarom blijf ik zoeken naar
dat kleine sprankje hoop

waarom blijf ik me dit nou
steeds maar weer afvragen
terwijl ik toch nooit
een antwoord krijg…

 

Ik mis je.

 

Jouw pijn…

Ik deed het meteen
als het eens kon.
Ik nam jouw pijn.
en gaf je die zon…

Warmte en verzachting
Voor een lijf zo zeer…
Ik kan het nog goed hebben,
maar jij kunt niet meer…

Die pijn en dat verdriet
Die pijn in je mooie hart
Die pijn die niemand ziet
Die pijn die zo verwart…

Momenteel is jouw wereld
werkelijk gebouwd op twijgen 😦
En ze buigen al veel te diep door
mogen niet nóg een klap krijgen…

Meer kan er niet meer bij
Een eind aan het Latijn
En toch moet je maar door
Ach toe, geef mij die pijn…

Ik nam het van je over
Als ik nou toch eens kon
En met wat simpel getover
Gaf ik jou die warme zon…

Maar toveren, helaas
ik kan het dus niet…
En zo blijf jij doorworstelen
met alle pijn en dat verdriet.

In gedachten wandel ik
naast je en zal ik er zijn
als jij mocht struikelen
door al die klotepijn…

Ik zal aan je denken
al helpt jou dat niet.
Ik loop daar naast je
ook als je me niet ziet…

Just So YOU Know!!!
♥♥♥

Koffie

Ik word gék van mezelf.
Een overlopend hoofd.
Een op barsten staand hart.
Glinsterendvochtige ogen.
Intensiteit in het kwadraat.
Voel te veel en te sterk.
Het is net een stereo die knetterhard staat.
De beat is letterlijk voelbaar.

Sie mag Musik nur, wenn sie laut ist
Das ist alles, was sie hört
Sie mag Musik nur, wenn sie laut ist
Wenn sie ihr in den Magen fährt
Sie mag Musik nur, wenn sie laut ist
Wenn der boden unter den Füßen bebt
Dann vergisst sie, dass sie taub ist…

Maar ik ben niet eens doof…
Ik voel het, ik hoor het.
Het beukt in mijn maag
Ik wou dat. Ik wil zoveel.
Het zit erin en kan er niet uit.
Gek word ik ervan.
Geuren die zo hard binnenkomen
dat je je ogen dicht moet doen.
Gevoel dat zich zo sterk opbouwt
dat je borstkas uit elkaar knalt.
Verlangen dat zo groot is
dat je wel iets móet doen.
En dan…

…is er koffie.

Het zal wel weer m’n eisprong zijn.
#zucht

Zondagmiddagen

Tja, als je met zondagochtenden begint, moet je met zondagmiddagen verder hè. Die komen er op de één of andere manier automatisch achteraan, het is niet anders.

Wat is dat toch met zondagmiddagen. Ergens doe je geen flikker maar ontstressen lukt ook niet. Ik heb de lamssteakjes voor vanavond maar even gemarineerd. De kinderen hebben hun zwaarbegeerde koekjes gemaakt, gebakken en gegeten in hun zelfgebouwde stoelenhut midden in de kamer. Ook dat hoort erbij. Dochter is nu misselijk, naar eigen zeggen, en ligt te kreunen in de hut. Zoon heeft een betere rem en ligt uit te buiken op de bank.

Ik heb de halve tuin gesnoeid. De andere helft komt later wel. Op dit moment probeer ik zin te maken om nog met de rozenstruiken aan de gang te gaan, maar die zin is ver te zoeken. Ik heb bij ’t snoeien de snoeischaar met vol geweld in mijn linker pols gespietst, net de slagader gemist. Wat een mazzel. Een klein maar behoorlijk diep wondje rijker en een paar milliliter bloed armer. Elvis en Elton slapen door alles heen. Ik weet het nu zeker, we hebben er duidelijk twee van het soort “slaapkat”. Áls ze wakker zijn, breken ze de tent af (en vooral alles waar IK waarde aan hecht, het kinderspeelgoed of man’s sokken laten ze gewoon met rust, grmmbll) maar minstens driekwart van de dag oefenen ze voor het wereldkampioenschap synchroonslapen.

Het waait behoorlijk, de lucht is grijs. Man wil nog gaan wielrennen met de buurman, ik denk enkel “jebenniegoewijs” maar vind ’t prima, hij doet maar. Ik heb gruwelijk veel zin in een goed glas wijn maar dat doen we toch nog maar niet. Ik heb ook gruwelijk veel zin in andere dingen die er nu simpelweg even niet in zitten. Laat ons verstandig zijn. Dochter steekt het volgende koekje in de mond, ondanks de misselijkheid. Eéntje past er blijkbaar altijd nog wel bij…

Even een recept zoeken voor iets courgettes: mijn courgetteplanten zijn hoogstproductief. Er liggen er al een stuk of 6 van het kaliber “onderzeeboot” verdeeld in de tuin te wachten op hun gecomposteerde levensfase, zoveel courgette kan een normaal mens echt niet eten. Ik ga zo nog even boontjes plukken voor het avondeten, voortmijmerend over bepaalde mensen aan wie ik veel denk. Ik wou dat ze het konden voelen…

Zondagmiddagen.

Te zondags om niks te doen, te niksig om echt zondag te zijn.

Ik mijmer nog even verder.

Zondagochtenden

Zondagochtenden zijn belangrijk.

Als ’t even kan, zijn het slome ochtenden. Uitslapen (d.w.z. tot minstens half negen) en na het wakker worden nog minstens een uur lang NIET opstaan (de inhoud van dat uur laat ik aan uw eigen fantasie over, het is een liefdevol uur kan ik vertellen). De kinderen zijn dan al beneden, kijken TV, nemen wat te drinken of te bikken. Uitgebreid douchen en nog uitgebreider ontbijten. Eitje, versgeperst sap, broodjes, 8 soorten kaas, fruit. Lekker. We kletsen wat, lezen de krant of wat tweets en whatsappjes.

We ruimen samen de ontbijtpruttel op, kind één duikt in zijn bergen Kapla, kind twee verdwijnt naar haar kamer om de barbies hun burenruzies met de PollyPockets uit te laten vechten. Ik lees nog even verder in m’n tuinblaadjes en struin wat blogs af.

Langzaamaan begint zoon wakker te worden en door te draaien, fluit en gilt dat het een lust is. Speelt op zijn eigen manier met de katten die er na 48 seconden al zat van hebben en naar buiten willen. Dochter heeft, tegen alle afspraken in, haar barbiebadkuip wéér gevuld met water en Bikinibarbie samen met een PollyPockettroela erin verzopen. Man heeft snel even een nieuw programmaatje geschreven om zoon de B/D-dyslectieproblematiek te laten trainen (uitgerekend op zondagochtend natuurlijk) en sleept hem gelijk achter zijn beeldscherm om de boel uit te proberen. Zoon heeft geen zin en geeft er bij voorbaat de brui aan. Leest alles fout. Man wordt stante pede ongeduldig en ik probeer te sussen, roepende dat dát nou juist het probleem is. Dochter glijdt uit over haar eigen gecreëerde waterballet en stoot zich aan haar metalen Ikea-Minnenbed. Luid gebrul. Man legt uit dat zoon zich bij de B gewoon Borsten moet voorstellen, daar heb je er ook altijd twee van. “TWÉÉ dikke BBBBBorsten, snap je?” Helaas is zoon nog niet geïnteresseerd in borsten en mompelt bij de kleine b iets over “een geamputeerde borst”. Dochter blèrt van boven dat ze écht pijn heeft. Zoon is de tranen nabij maar man weet hem over te halen om nog 5 minuten door te oefenen.

Ik zucht.

Inmiddels lacht zoon weer en gaat het oefenen met enige druk uiteindelijk toch beter. Dochter heeft een luisterboek in haar stereo gedouwd en ligt in bed naar de Fillypaardsaga te luisteren terwijl het barbiebadwater tussen het laminaat wegsiepelt. Ik typ maar weer ‘ns een blog en ga me hierna ingraven tussen de struiken in de tuin.

Er moet nodig gesnoeid worden.

Heerlijk, die rustige zondagochtenden…

De hartstocht in mij

Op dagen als deze merk ik het…
Het is sterk.
Sterker dan ik vermoedde.
Bijna een smachten.
Het klinkt licht pathetisch
is het ook.
De zin in.
De begeerte.
De hartstocht.
Ik heb het in me.
Fijn om te voelen.
Maar soms
Heel soms
Maar steeds vaker.
Wil het er uit.

Dat is nu…

*slachtoffer zoekt*

An Tagen wie diesen
Wünscht man sich Unendlichkeit.

Denken

Eerst dacht ik: ‘niet aan denken’,
Dat heb ik toen gedaan.
Maar twee seconden later
dacht ik er tóch weer aan.

Nee zo eenvoudig is dat niet,
want weet je, wat je doet,
je denkt er óók aan als je denkt
dat je er niet aan denken moet.

dat dus.
Dank je, Toon Hermans.

Het is me al vaker gezegd:
Ik denk zo veel teveel.
Maar als ik nog even doordenk,
Denk ik mezelf misschien weer heel…

Life stinks…

but my own stink does not stink.
It smells goooooooood.

Toch?

Vind ik wel. Over het algemeen vind ik de uitlaatgassen die ik zélf produceer, best te pruimen (het even heel understaterig uitgedrukt hebbende). Of heb ik nou zomaar ineens een taboethema bij de kladden? Kan best. Ik vraag me soms wel ‘ns af wanneer de koningin dat soort gassen nou laat vliegen. Of ze het ook zo heimelijk kan als ik (in case you wanna avoid the sound, spread the buttocks, please…) en of ze ook in haar neus peutert op de WC of in de auto… Alhoewel, neuspeuteren in de auto is alleen lekker als je zelf rijdt. En er niemand naast je zit. En je niet in de file staat zodat diegene voor je jou in de achteruitkijkspiegel bezig ziet. Balletjes ervan rollen en wegschieten daarentegen is weer fijner als je alleen thuis bent. Ik weet het, ik weet het. TMI. Maar soms hè, soms stel ik me Lady Gaga voor bij het flossen. Als ik flos (áls ik flos) dan bloedt ’t een beetje. En het touwtje stinkt. Wel eens geroken? dat touwtje NA het flossen? Woahhhhh….

Daarnet bij de tandarts, al wachtende in de stoel, moest ik noodgedwongen toch nog even checken, hoe erg mijn mondgeur was. Twee handen over neus en mond en uitademen maar. Ik had namelijk daarvoor spaghetti met rooie knoflooksaus gegeten en de oprispingen waren zo gruwelijk moeilijk te onderdrukken.

Zou Madonna okselgeur hebben na de pilates? Want dat kan dus ook écht niet hoor… Zou ze zichzelf ruiken? “Effe checkuh” *neus in oksel douwt*. Of stopt ze haar zweet gelijk als essence in de parfum… Smells like a sweaty madonna. Is weer ‘ns wat anders dan teen spirit.

Oh wacht. Even een paar vliegen doodmeppen.

Ah gatver. Alweer zo’n misactie… Op het beeldscherm, alwaar de vliegtuigelijke lichaamssappen nu naar beneden siepelen…  kunt u het zien? Even wegvegen hoor. Nog één momentje. Zo. Zal ik nu aan de keukenrol ruiken om te ontdekken hoe vliegenbloed ruikt? De halve vlieg zelf kleeft nog tussen mijn laptopscherm en toetsenbord… Ik heb dringend een nieuwe laptop nodig. Deze is vies.

Nog een vlieg. Monumentje.

Ah nee hè… Heb ik de nummer zes van m’n toetsenbord afgeramd. En die klotevlieg zit nog steeds op m’n vingers. Life stinks. 66666666666666666666. Zo. De zes zit er ook weer op. Zoon heeft inmiddels een vlieg zwartgeblakerd met de electrocuteerder. Dát stinkt pas echt 666-like…

Zou Obama ook wel ‘ns onder zijn horlogebandje ruiken? Een fascinerend interessante geur… In dat ovale opslagkamertje, even z’n kidskin-leren bandje aan de kant schuiven en snuffelen. Of juist dat metaal waar alle prut zo heerlijk tussen gaat zitten. Zoiets heb ik. Weliswaar Esprit, maar zelfs Esprit stinkt.

Zou Pink ook wel ‘ns aan haar onderbroek ruiken als ze ongesteld is…
Of de Paus weet hoe z’n sinds eeuwen ongewassen keppeltje/kalotje  – hoe je het ook wilt noemen – na een fatsoenlijke hollandsche regenbui meurt…
Of de sokken van Elton John naar viooltjes ruiken na een stevig potje ehh, voetbal…

Wat kan een mens zich toch gekke dingen afvragen hè.
Niet dat ik dat doe hoor. Tuurlijk niet. Kom nou.
Maar ik ben wél goed in vliegen wegschieten.
Waar zou dat nou door komen…

Liever een potje onzinnige blogs schrijven doen?

Ik win.

Ik snap het niet

Ik snap het niet.
Eigenlijk snap ik heel veel niet.
Ik wíl ook helemaal niet alles snappen.
Ik wil soms enkel weten waarom.
Maar serieus, ik begrijp ’t niet….

Dat gevoel van zomaar ineens ‘uit de gratie’ zijn.
De indruk dat je niet langer gewenst bent.
Dat wat er ooit eens was al lang niet meer kunnen bespeuren.
Weten dat je maar beter helemaal niks meer kunt zeggen.
Ik snap het echt niet….

Het steeds weer éven aanhalen ter vergroting van de verwarring.
De steeds langere stiltes tussen hele kleine mini-stormpjes.
Een korte por in de zij om vervolgens weer heel hard weg te rennen.
Het snoepje even in mijn mond stoppen om ’t er dan weer met tien vingers uit te prutsen.
Waarom nou toch. Waarom mocht ik het niet houden…

Steeds miniemere toenaderingspogingen die jammerlijk verzanden.
De sensatie van je éigenlijk simpelweg ongewenst voelen.
De gedachte “oh shit, heb je haar weer” bijna letterlijk kunnen horen.
Ik kap er maar mee. Het is meer dan duidelijk.
Maar ik snap het nog steeds niet…

beter vriendje

Een licht bloedend hart.
Ik zal er niet aan sterven.
Ik kan alleen maar blij zijn dat zoon zo ontzettend goed is in vergeten en vergeven…

Vanochtend suggereerde ik om een vriendje, laten we hem Bob noemen, na de middag te spelen te vragen. Man was al vroeg met dochter naar oma vertrokken om daar vanalles en nogwat te  klussen, zoon wilde niet mee (en ik sowieso niet). Ik bel de moeder van Bob op maar de oppas-oma aldaar nam op, antwoordde dat moeders niet thuis was en zij Bob niet kon brengen omdat ze geen auto had cq. kon rijden. No problem, ik haal ‘m wel even op. Om kwart over twee was Bob hier, gezellig. Ze voetbalden wat in de tuin, bouwden een kapla-kattenburcht, speelden boven met playmobil en beneden met de nintendo’s tegen elkaar. Dan belt de buuf met een klein laptopprobleem en ik zeg, stom als ik ben: “kom maar even met laptop en al koffie drinken, ik kijk er dan hier wel even naar want ik heb Bob hier te spelen.”

Dat hoorde haar zoon Timmy (naam vanzelfsprekend ook gefingeerd) die Bob vandaag ook al gebeld had voor een speelafspraak, maar wij waren dus nét effe sneller geweest (gnagna). Timmy kwam ook mee, oh wonder. Op zich prima, als ze maar met elkaar spelen. Maar al snel trok Timmy Bob aan z’n shirt: “Kom je mee naar ons? Is toch veel leuker…” Mijn nekharen gingen ietwat overeind staan. Timmy is heel populair. Extreem populair, iedereen wil met hem spelen. Zoon is het tegenovergestelde, duidelijk minder cool en wat speelser/kindser. Timmy woont weliswaar twee huizen verderop maar komt nooit hier om te spelen en zoon gaat ook nooit vrijwillig daarheen. Ze liggen elkaar niet. Prima, so be it. Maar dan hoeft hij de vriendjes die zoon uitnodigt om HIER te spelen, niet weg te kapen, lijkt me zo…

Maar ja, Timmy is dus het betere vriendje… en Bob was vertrokken. Zoon keek weliswaar wat bedremmeld maar bleef buiten in de hangstoel hangen, wilde niet mee. Op stevig aandringen van mij hobbelde hij er uiteindelijk toch maar achteraan, mij met mijn bloedende hart achterlatend. Ze hebben wat starwars gespeeld met Nerf-kanonnen en toen heeft zoon ze weer terug ‘gelokt’ met cola en chips. Tja, wie ben ik om ze dat dan te weigeren hè… Cola, chips, TV.  Soit.

Toen de chips op was en  Timmy wéér begon met het meetronen van Bob heb ik hem maar met zachte hand de deur uit gewerkt, onder het mom van “avondeten, je ma heeft al gebeld” en “Bob wordt sowieso zometeen opgehaald”. Bij de deur vroeg Bob zijn vader in alle toonaarden smekend of Timmy asjeasjeasjeblieft bij hem mocht slapen vannacht en ik zag enkel zoon nog een beetje verder in elkaar krimpen. Ik kon het bijna horen galmen in zijn hoofd. “Waarom niet ik…”

Kinderen kunnen zo hard zijn.
Ik hoop dat zijn pantser harder wordt.
En dat hij zo goed blíjft in vergeten…

Grote schoonmaak, de #tweede

vorige week deed ik al een grote schoonmaak hier thuis (alhoewel daar al niet veel meer van  te zien is…) en vandaag heb ik dat virtueel ook nog even gedaan. Opruimen. Schoonmaken. Ordnung schaffen.

Met de bijna 1200 mensen die ik op twitter theoretisch “volgde”, kwam daar praktisch gezien dus niks meer van. Ik volgde niks, zag door de tweeps de TL niet meer. Ik keek er zelfs nog maar uiterst zelden naar. Enkel mentions kwamen nog wel bij me binnen (oh by the way, mam, dit blog kun je overslaan, gaat over twitter 😉). Ik volgde iedereen die normaal ‘menselijk’ (lees: geen bedrijf, notoire retweeter, spammerT o.i.d.) was en die mij volgde met liefde terug. Maar het overzicht was weg. De mensen die ik echt absoluut wilde lezen, zag ik niet meer. En ik twitterde steeds minder. Het voelde als een gebed zonder end.

Vandaag heb ik in totaal ca. 450 mensen ontvolgd. Niet omdat ik ze niet leuk vond, niet omdat ik niet meer met ze wil twitteren. Nee, puur op het gevoel van: “deze mensen hebben volgens mij niet echt veel aan mij en ik kan me eigenlijk niet echt herinneren dat we in het afgelopen half  jaar een tweet met elkaar gewisseld hebben, dus ze zullen het vast niet erg vinden als ik ze ontvolg”.
En dat hoop ik dan nu maar…

Het voelt toch wel goed. Ik zie weer mensen. Ik heb weer overzicht. Ik heb ook nog maar één lijst met een krappe 60 mensen die me echt het allerliefst zijn, de rest is me ook lief, maar deze mensen wil ik af en toe even ‘checken’. In zulke gevallen kán een lijst dus werken. Hoop ik. Hard.

Ik wil weer lol hebben in twitteren zonder er uuuuuuren aan te moeten besteden (want dat wil ik echt echt echt niet meer). Ik wil overzicht hebben op de momenten dát ik twitter. Leuk contact hebben i.p.v. oppervlakkig geneuzel.

Zoals ik vanmiddag ook al zei: als iemand zich nu gepasseerd voelt of het niet snapt, gil dan alstublieft? Ik ben ook maar een mens. En dit aantal door mij gevolgden kon ik simpelweg niet meer behapstukken. Sorry. Wat heb je nou aan een volger die niks meer volgt… Vandaar dus. Het gaat u allen goed.

I’ll be back (de kans is groot :-)).

#Twusten @Twereld!!!

Special ones

Ze zeggen dat het een minuut duurt om een speciaal iemand te vinden, een uur om diegene te gaan waarderen, een dag om hem lief te gaan hebben en een heel leven om hem te vergeten.

Dat klopt niet.

Het duurt langer dan een heel leven.

Sommige mensen wandelen je bestaan binnen, op welke manier dan ook, en worden binnen no time een ‘special one’. De laatste jaren heb ik er daar zomaar meerderen van in mijn leven mogen krijgen. Very special ones.

Dit weekend waren het er zelfs twee. Het waren natuurlijk sowieso al bijzondere personen vóórdat ze hier kwamen. Vrijdag kwamen ze aangereden, een spontane actie van twee spontane, open, lieve mensen. “gewoon even naar Oostenrijk rijden, #kunnenwij!” – met 2 vingers een hashtagzegening in de lucht makend.

Mongools eten met skyrocketing hartslag. #kunnenwij!
(de volgende keer wel al het flensachtige laten staan, hoor Kleine!)
Extreme coffee drinking in Wenen. #kunnenwij!
(en extreme piesen kunnen we ook nog)
168 kruiden door elkaar besnuffelen op de Naschmarkt. #kunnenwij!
(en het nog lekker vinden ook)
Frühschoppen op z’n Oostenrijks. #kunnenwij!
(bier voor 11am  is gewoon gezond)
Op minstens 30m hoogte over de daken en door de kerken van Linz wandelen. #kunnenwij!
(en ter plekke zeiknat worden ook. lang leven de gratis gele vuilniszakkenregencapes)
Door neonblauwe parfumkaartjesdoolhoven lopen. #kunnenwij!
(verdwalen was absoluut onmogelijk)
Het perfecte fikkie in de tuin stoken omdat je het koud hebt. #kunnenwij!
(ik hoef m’n onderbenen voorlopig niet meer te scheren, de haarzakjes zijn inmiddels ook weggeschroeid)

Afscheid nemen. Dat is iets waar special ones moeite mee hebben.
#kunnenwijniet.
#willenwijooknietkunnen.

Remember the good times and forget the sad goodbyes.
#yeswecan!

ThanXXX voor jullie, Poezenbeest en Kleine Meid!!

Heerlijk toch 🙂 fijn dat ’t zo fijn was!!

Poezenbeest

Ik zit hier met de Vier van Lou. Twee mensenkinderen, twee poezenkinderen, alle vier te druk voor een zondagochtend als je er niet tegen kan. En alle vier best wel erg schattig.

View original post 429 woorden meer

winkeltje

een snel adhoc-blog, moet namelijk éven iets beschrijven 🙂

Zoon en dochter spelen winkeltje met de plastic-kassa van dochter. Het ding maakt een vreselijk irritant riedeltje elke keer als de kassalade opent maar de kinderen overschreeuwen dat met gemak. Het gaat er aan toe in die winkel.

“Jij bent de kassajuf, ik koop kattenvoer.”
“Mevrouw, hoeveel kost kattenvoer bij u?”
“eeeeven scannen hoor. Ah. 38 euro voor een blikje.”
“Boahhh dat is duur!! Dat is pure afzetterij!”
“Nou dan koopt u het toch fijn ergens anders?

“OK. Jij bent nog steeds de kassajuf en ik ben de winkeldief.”
“Hééé geen kattenvoer jatten meneer!! HOUDT DE DIEF!!!”
“Ja jee zeg, maar die prijzen van u kan ik ’t toch alleen maar jatten…”
“Wèèèhh”

“IK ben nu de kassameneer, JIJ bent de klant. En je koopt met een kredietkaart.”
“Goedemiddag meneer. Ik wil dit kopen.
[dochter mietert alle flesjes en plasticprut voor de kassa neer]

“Hé zeg!! Wel alles 1 voor 1 op de band leggen hoor, anders raakt-ie verstopt!!”
[er is geen band, maar goed]
“Dat kost dan 45 euro.”
“Oh da’s goedkoop!! Dat is het jatten haast niet waard.”
“Mevrouw, mag ik even in uw tassen kijken of u niet nog echt wat meepikt?”
(Oeps)
[dochter doet denkbeeldige tas open]
“Kijk nou!! een tandenborstel!! DIEF!!”
“Maar die heb IK daar niet ingestopt hoor!! Iemand wil me erin luizen!”
“Goed, dan hier met dat ding en betalen.”
“Uw kredietkaart wordt niet geaccepteerd.”
“Hoe kan dat nou. Het is nog wel die groene van mam.”
[Een ouwe reclame-American Express, kan me voorstellen dat die ’t niet, nooit niet, nergens niet doet…]

“Inleveren die hap. Eerst betalen.”
“Maar wat moet ik eten  dan vanavond??”
“Een tandenborstel kun je sowieso niet eten.”
“Ik speel niet meer met jou.”

En vervolgens gaat dochter bellen blazen, zoon nintendo-en en ligt de hele kassa inclusief scanner en winkeltjespeelprut over  de hele woonkamer verstrooid.

Tijd voor mama om ‘ns even flink op te voeden.
Stelletje jatters.

(PS: ik heb dit natuurlijk ook even ad-hoc vertaald hè, ze praten duits ;-))

Off-day

Vandaag had ik een off-day. Niet in de klassieke zin van een ‘klotedag’ of een dag waarop alles mislukt maar in de moderne zin: een dag offline. Niet omdat ik dat nou persé zo graag eens wou maar simpelweg omdat ik zoveel dingen heb gedaan dat ik er niet aan toe kwam. Ik moet vast ongesteld worden, dan krijg ik altijd dit soort chaotische poets- en doewoede van te voren…

Helemaal offline was ik ook niet, moet ik toegeven: Ik heb (afgezien van daarnet) vandaag één keer kort op facebook gespiekt en gewhatsappt met mijn mama (jaja, ik heb een whatsappende mama!! *trots is*) en met Poes over wat eetvragen m.b.t. komend weekend (*verheug*). That was it. En nu ben ik dan aan ’t bloggen. Dat ook. Maar wel pas nadat ik de kinderen in bed gestopt, de kattenbak schoongemaakt, de maandafsluiting voor ’t werk (bijna) afgemaakt en wat dingen m.b.t. Wenen uitgezocht heb.

Maar wat heb ik  nou helemaal gedaan vandaag…

Na een zogenaamd “uitgebreid en niet nader te beschrijven uitslaapritueel” eerst ontbijt naar binnen gewerkt (altijd honger daarna). Boven alle was weggeruimd, beneden een nieuwe erin gestopt (mijn wasmachine doet raar. Maakt een hoop kabaal bij ’t pompen. Mijn ferme-klap-op-de-zijkant-methode mocht ook niet baten…). De vuilnis buiten gezet. De hele woonkamer grondig opgeruimd, gestofzuigd, gedweild (doe ik niet echt heul vaak en dat was te zien :-S) en gestofferd (doe ik ìets vaker maar blijkbaar ook niet vaak genoeg, ik sta elke keer weer versteld van mijn huishoudslonzigheid). De rest van de gordijnen gewassen en opgehangen (allemaal schoon, jeujjj!!), dubbel over de stangen vanwege de katten. Ziet er niet uit maar anders heb ik over uiterlijk 3 dagen helemaal geen gordijnen meer. De kreukels nemen we maar even voor lief.

De kelder even onder handen genomen: stofzuigen, stofferen en – jaja – de logeerkamer ‘beslaapbaar’ gemaakt. Bedden opgemaakt en ‘wat’ stof verwijderd want…. tatarataaa… we krijgen gasten uit Nederland dit weekend 😀 En die moeten wel in een fatsoenlijk schoon bed kunnen slapen hè! Volgende was erin gestopt. Douche, WC, wasbak aldaar ook gelijk meegedaan.

Vervolgens begonnen met de keuken. Eerst opgeruimd. Alle kastjes schoon, de vloer gedweild, de wasemkap (die bovenkant hè, elke keer weer een vette schaatsbaan voor vliegen), het glas, de spoelbakken, de grepen. Ergens in the middle of this ook nog eten gekookt (Sperziebonen, aardappelen en hollandsche braadworst, yeah!!! Hadden ze hier bij de Lidl. Niet te geloven… En megalekker!!). Die rotzooi ook gelijk weer aan kant.Volgens mij is m’n keuken in jaren niet meer zo opgeruimd en schoon geweest :-S Alleen het wijnrek kon nog leger (ghehehehhh).

Daarna de tuin ingedoken. Planten verstekt, boom -die voor 1/3 door de storm gesloopt is- bijgesnoeid en behandeld. Frambozen en bessen geplukt. Onkruid gewied. Het terras opgeruimd en geveegd. En als klap op de vuurpijl nog gras gemaaid. Dat moest echt nog even want nét droog genoeg tussen de buien door.

De laatste was gedaan. Even snel tien minuten gedrumd (nou ja, geoefend). Avondeten gemaakt. Wéér opgeruimd. 2 DVD’s gebrand voor schoolmoeders (beloofd) en wat mails beantwoord terwijl de rest TV kijkt. Daarna snel nog even de badkamer boven wat visueel gereinigd terwijl de kinderen tandenpoetsen en wassen. Voorgelezen, inbedstopperij. Bovenetage opgeruimd. Dochter ‘naverzorging’ gegeven (moest nog een keer en ach, haar plasgaatje was rood dus er moest crème op volgens mevrouw). Daarna nog de genoemde kattenbak, echtwerkwerk (maandrekening, nog niet helemaal af maar geen zin meer), wat mails en whatsappjes.

En nu…
Blip op m’n hoofd en even de dag door typen.
Ik heb zo’n gruwelijke zin in een glas wijn…
Maar ik doe ’t niet.
Niet.
NIET!

Ik ben een chaoot
Ik ben een huishoudprutserT.
Ik ben een stresskip.
Ik ben een perfectionist.
Ik ben chaotische perfectie 🙂

*plof*

(nee, niet *plop*!!)

Mag ik pompen?

Ik zie net de roosvicee-reclame en dat kleine grietje dat zo gretig vraagt of ze mag pompen. Wat is daar nou aan?? Pompen! Kutklusje, zwaar en ’t kind kan zowat niet eens bij die zwengel.

Maar ik herken het wel degelijk… Waarom willen kinderen nou persé allemaal van die dingen waarvan je denkt: “kind, in vredesnaam, wáárom wil je dát nou persé doen…”

“Mam, mag ik…
… het gras stofzuigen?
… de deur met de sleutel opendoen?
… het autostuur NU vasthouden? (NEE!!)
… in de pan met jam roeren?
… de soep met m’n vingers eten?
… de kattenbak met een theelepel schoonmaken?
… aan het aquariumafzuigslangetje zuigen? (NEE!!)
… een aardappel schillen?
… de douchedeur aftrekken? (*kuch* met de ruitenwisser dus)
… de WC-borstel schoonmaken?
… op de aan-knop van de afwasmachine drukken?
… mijn taart aan de vissen voeren?
… met jouw tandenborstel poetsen? (NEE!!)
… de tuinstoelen afstofferen?
… boontjes afhalen?
… de vissen aaien?
… de katten aankleden? (NEE!!)
… met de muggenelectrocuteerder beesjesvuurwerk maken?

En dan heb ik het enkel nog over dingen, waarvan ze vooraf vrágen of ze het mogen doen…

Waar zijn de tijden gebleven, dat ze nog gewoon wilden pompen???

Kijk een laatste keer

Je liet me wegwandelen.
Zomaar, spoorloos.
Je liet me gaan en keek.
Geen terug trekken.
Geen woord, geen gevoel.
Ook al kende je me
zo goed…
Ik weet nog steeds niet hoe,
maar ik deed het.
Een simpel wegwandelen
zonder om te kijken.
Maar hoe kon jij?
Loslaten en toekijken
hoe ik jou achter me liet?
Jij dacht dat jij het was,
die mij langzaam maar zeker
naar jouw achtergrond drong.
Dat jij het was die door ging
Aan mij voorbij gleed,
zachtjes nawuivend.
Maar je was het niet…
We hebben gedeeld.
Pijn, emotie, een kus, een lach.
Kort maar krachtig.
Jij kende mij.
Door en door.
En ik kan niets anders doen
dan toekijken,
hoe jij me laat gaan.
Kijk jij dan eens goed
naar de lege plek
die ik nu achterlaat.
En realiseer je
dat die leeg zal blijven.
Ook al wens je je nog zo innig
dat ik me om zal draaien
en naar jou terug zal lopen.

Kijk nog een laatste keer…

ergernissen

Vandaag was een ergerjesufdag.
Eigenlijk was de afgelopen week een ergerjesufweek.

Kort samengevat:
het valt niet kort samen te vatten.

Zoon is – zoals o.h.a. bekend – zwaar dyslechtisch en een overduidelijke ADHD-er met motorisch-sensorische moeilijkheden. Allemaal geen probleem, met de juiste begeleiding en de juiste medicatie (heb ik het al uitgebreid over gehad). Aan de juiste begeleiding hapert het hier nog wel eens (er is gewoon niks voor kinderen met zo’n extraatje). Sinds vorig jaar heeft hij ein-de-lijk die begeleiding op school, in de vorm van twee geweldige leraressen die een ware metamorfose in zijn (tot dan onhandelbare, luidruchtige, gestoorde, mobbende) klas hebben bewerkstelligd.

Afgelopen donderdag, op de voorlaatste schooldag, kregen de kinderen een briefje mee: de leraressen blijven – i.t.t. de beloftes en het gebruikelijke (leraressen blijven bij de klas in het 3e & 4e jaar) – NIET bij de klas. De kinderen krijgen een andere juf. Laat dat nou net een juf zijn, die niet echt goed om kan gaan met kinderen die afwijken van de norm (ik wil haar nog net geen pedagogische kruk noemen, daarvoor ken ik haar nog te weinig maar laten we het erop houden dat ‘niet echt goed’ een behoorlijk understatement is). Laat dat nou net het geval zijn in díe klas (we hebben er wel 6…). Laat nou net de klas aangevuld worden tot 25 kinderen (het waren er 15). De catastrofe is voorgeprogrameerd.

Weg, al het vertrouwen dat het wel goed komt met dat vierde (en hier in Oostenrijk laatste) jaar.
Weg, al de hoop op een goede voorbereiding op de middelbare school.
Weg, dat moeizaam opgebouwde klasgevoel bij de kinderen, ik zie ze binnen een paar maand weer als vanouds elkaar de kop inslaan.

De afgelopen dagen zijn we dus heel druk bezig geweest met het mogelijkerwijs wisselen van klas van een zestal kinderen. Om de druk in de ene klas wat te verlagen en de kinderen in beide klassen rust te verschaffen. Om uit elkaar gereten vriendschappen weer samen te voegen. We hadden alles op de rit. Een lijst met twaalf (!) wisselende kinderen waarvan iedereen het met elkaar eens en happy was. Vandaag ging ik met die lijst naar de directrice. Ze ondertekende met een grote glimlach, zó blij dat wij dit onder elkaar zo wunderschön hadden weten te regelen. Ikke blij. Met een meer dan opgelucht en licht triomfantelijk gevoel nog even boodschappen doen. Tien minuten later, ik stond inmiddels in de Lidl, belde ze me op dat het feest toch niet doorging. Noemde een aantal argumentaties die geen steek hielden. Legde haar veto op. En gaf weer opnieuw geen antwoorden op mijn vragen waarom dan. Waarom zó. Waarom wij en niet zij. Ik heb een dik half uur harde woorden gewisseld in de plaatselijke discounter. Kon mij ’t nog bommen. Het mocht niet baten.

Ik kan de details niet vertellen. Ik kan wel zeggen: ICH BIN STINKSAUER!!! Gemaakte beloftes. Een weekend lang telefoneren tussen de bruiloften door. Wakker liggen. Piekeren. Mailen. Nog meer telefoneren. Denken dat alles éindelijk gelukt is, dat alles voor elkaar en geregeld is, dat het nu toch wel goed komt. Al met één vinger in de honingpot zitten. En dan ’t deksel met vol geweld op je neus gesmeten krijgen. De lolly in je mond hebben waar-ie vervolgens door ’n ander met vol geweld weer uitgerukt wordt.

Het is oneerlijk.
Onprofessioneel.
Ondoordacht.
Ongehoord.
Het is niet anders.

Ik heb er nog één email aan vuil gemaakt. Eén mail waarin ik de argumenten vergruisd heb en duidelijk heb gemaakt dat ik dit geen manier vind. En daarmee is het af. We moeten hier mee door. Ik wou dat ik alle smerige details op tafel kon gooien, maar dan ben ik net zo politiek incorrect bezig als de school zelf. Ik weet wel dat ik als oudervertegenwoordiger (en dat ga ik blijven, dat kan ik u wel vertellen), volgend jaar met mijn neus bovenop alles zit. Ik laat mijn kind niet ruïneren door grilligheid, vriendjespolitiek, incapabele pedagogen en loze beloftes. Echnie.

Grrrrrrrrrrrrrmpffff.

Even hard slikken.

En doorrrrrrrrrrrrrgaan…

Oh en  dan nog een wijze les van vandaag: wrijf nooit in je ogen als je net je benen ingesmeerd hebt met Autan. Van spaanse pepers en tandpasta wist ik het. Bij de Autan weet ik het nu ook. Ik gil nog even door.

Waar is relatief

Waar zijn wij eigenlijk?
Wel ‘ns afgevraagd?

Nou?
Waar?

In jezelf?
Op die stoel daar?
Aan de eettafel?
In de woonkamer?
In dat huis?
In die straat?
In deze stad?
In dit land?
Op dit continent?
Op deze wereld?
In dit zonnestelsel?
In deze galaxie?
In dit universum?
In een multiversum?

Waar

stopt het?

Waar

ben ik?

Soms op een andere planeet.
In mijzelf gekeerd.
Met mijn hoofd in de wolken.
Daar waar jij niet bent.
In een vreemd zonnestelsel
Daar waar ik eeuwig wacht.

Maar jij nooit zult komen.

Een Hello Kitty alstublieft.

Vandaag was het zomerspeelfeest op school. Dat is elk jaar opnieuw op de laatste woensdag van het schooljaar, gewoon onder schooltijd. De hele schooltuin en de speelplaats zijn dan bezaaid met “speelstations” die door de leraressen en welwillende ouders bevolkt worden en waar de kinderen dan vanalles kunnen doen (van zaklopen tot knutselen enzo). De juf van dochter had me een week of 3 geleden al gestrikt voor haar station: schminken.

Ik dacht bij mezelf: “ach, why not, schminken wil toch geen kind, ik mag op een bankje zitten, een paar kindergezichten volkalken en de laatste schoolroddels bespreken, lekker relaxed” en zei dus gelijk: “oh ja túúrlijk!” voordat ik door iemand ergens anders ingedeeld zou worden (als ouderverenigingslid ben je al snel de pineut voor de duidelijk minder leuke dingen…).

Tja. Het op een bankje zitten klopte. De rest niet. De hele school stormde om stipt 8am – feestbegin – op ons schminkstation af. Een gedrang van jewelste en we moesten eerst minstens driekwart wegsturen omdat we zelf bijna platgedrukt werden. In paardrijhouding op de bank zittend maakten wij in lopendebandtempo bonte kindergezichten. Meisjes wilden hoofdzakelijk vlinders of prinsessen, jongens Frankenstein, tijgers of een spiderman. De wereld was nog in orde. Welgetelde 10 minuten lang.

Toen kwam er een übercool knulletje uit de 4e klas voor me zitten, keek me aan en zei keurig:
“ik wil een Hello Kitty, alstublieft”.
Ik keek hem ook maar eens aan en antwoordde: “pas op wat je zegt knulleke, want ik doe ’t zó hoor!!”.
Maar meneer stond erop: een Hello Kitty. Ja, echt.
Goed. Even die witte kopkat via google op m’n mobiel opgezocht en los ging’s.
“Oh, ik wil een rood strikje en een gele neus.” Prima, no problem.
En daarmee was het hek van de dam. Alle jongens van die klas dromden om me heen en wilden stuk voor stuk Hello Kitty. Ze vonden het zelf helemaal geweldig. Roze strikje, gele neus, rood strikje, zwarte neus, de wensen werden me bij ’t begin al spontaan medegedeeld door de heren.

Ik heb vanochtend in goed 3 uur tijd zonder ook maar een minuut pauze (!) ca. 35-40 kinderen geschminkt. (4-5 minuten per kind, dat klopt wel aardig). Ik denk dat er van die 40 kinderen ca. 25 Hello-Kitties waren, daarvan zeker 20 jongens. Even niet overdreven hè! Mijn armen vielen er bijna vanaf (lam van de schminkhouding) en toen ik uiteindelijk opstond, kon ik m’n benen niet meer bij elkaar krijgen (stram van de paardrijhouding) maar dat was het waard.

Al die vrolijk ronddartelende Hello-Kittie-jongetjes maakten het meer dan goed.

Laptopruïnator

Wat een prachtig woord eigenlijk.

Ik ben er eentje. Een laptopruïnator. Ik moest even natellen maar ik  heb nu in ca. tien jaar tijd bijna mijn vijfde laptop naar de filistijnen geholpen. Gemiddeld 2 jaar per laptop, da’s toch een mooie score. Neem ter vergelijking bijvoorbeeld manlief, die heeft al meer dan driekwart decennium dezelfde laptop en het ding werkt nog steeds fabuleus. Maar dat is dan ook een Dell. Ik had allesbehálve een Dell.

Langer dan tien jaar ga ik niet terugdenken, want toen leefde ik nog in het tijdperk van de bakbeesten met meer periferie dan core. Ik was al lang blij dat die knullige floppies plaats maakten voor de kleinere, minder kwetsbare diskettes en ik kan me de overgang naar een “handvriendelijk toetsenbord” en het tijdstip waarop wij op ons werk daadwerkelijk internet kregen ook nog nog goed herinneren (wat was dat een luilekkerland voor ons market researchers…). Genoeg daarover. Stel je voor dat men de indruk zou krijgen dat ik al 30+ ben…

Mijn eerste laptop was er eentje van het werk. Liever gezegd, van een klant van de zaak waar ik als ‘expat’ gestationeerd was. Een HP. Ik vond het niks. Dat gepruts op zo’n klein toetsenbord, manueel on-ergonomisch. Dat gezeul heen en weer met een babybakbeest in een schoudertas. Negen van de tien keer stapte ik dan maandagochtend om half 5 in de taxi om er bij het deur dichtslaan achter te komen dat ik het ding weer vergeten was. Nog even 4 etages omhoog rennen en je vlucht bijna missen. Waarom niet gewoon werken met een PC? Eentje daar, eentje thuis, eentje at the home office en klaar. Who needs laptops… Ik had de mijne dan ook binnen afzienbare tijd onklaar gemaakt en ik ontdekte langzaam de special powers van mijn ruïnatorschap.

Vervolgens kreeg ik, naast de zoveelste werklaptop die ik ook steevast om zeep wist te helpen (ik ben namelijk ook de gepersonificeerde ramp voor iedere netwerkadministrator), een geweldige laptop van mijn papa. Echt helemaal super, wat een kado!! Een Acer met een gigantisch display, met Wifi en Bluetooth en alles d’rop en d’ran. Ik was er echt ongelooflijk blij mee. Er zat werkelijk maar één ‘maar’ aan: Windows Vista. Als ik íets de softwaremisproductie van het millennium vind, dan is het Vista wel. Dus wat doet een goede leek: de boel erafgooien en Windows XP Professional erop. Stúkken beter. Alleen werkten wifi, webcam, internet, bluetooth en de helft van de knoppen niet meer. Ah… who needs that… Uiteindelijk met een hoop gepruts en officieel nog niet bestaande drivers alles weer op de rit gekregen. Maar ik moest er zo zwaar aan tillen… El Acero woog toch wel een kilo of 4 en in een rugzak paste hij echt absoluut niet. Een ander groot euvel van deze mega-laptops: het display cq. de klep. Die is alleen al zo zwaar dat die bij de scharnieren uit elkaar barsten en op den duur kreeg ik hem dan ook niet meer dicht. Man – de laptopknutselaar – heeft hem uiteindelijk doorboord (letterlijk!) en de boel met schroeven weer bij elkaar gekregen. Stuk ductape erover (nothing ductape can’t fix,ey?) De dagelijkse bluescreens lieten zich er weliswaar niet door afschrikken, maar hij doet het nog steeds en is nu de speellaptop van de kinderen (het arme ding…).

Via de zaak kochten we (id est: mijn zakenpartner en ik, we hadden tegen die tijd inmiddels de zaak overgenomen) ook al redelijk snel twee heel handzame, kleine, chique laptopjes. Van het geweldige merk ‘Cytron’ (lees: Medion). Ze zagen er echt poepiesjiek uit: wit met zilveren toetsen, alles heel klein en slank (ik moest ‘m bij wijze van spreke zowat zoeken op mijn schoot ) met decent blauw lichtgevende functieknoppen. En: met één hand te tillen. Een citroentje van bijna-handtasformaat. Bijna. Zo licht dat ik ‘m ‘s-avonds steevast met een nonchalante éénvingerbeweging dichtmepte en met een lichte zwiepert op de bank naast me mieterde. Alles hield-ie uit. Behalve rode wijn. Dat bekwam ‘m niet, maar na 1,5 week drogen pruttelde hij uiteindelijk toch weer verder. Tot de absolute harddisk-crash. En aangezien ik toen nog niet veel kaas van back-ups gegeten had, waren daarmee ook de foto’s en filmpjes van bijv. de eerste stapjes van dochter voor eeuwig verschwunden. Lang leve YouTube waar ik één filmpje geupload had en dat ik uiteindelijk (in miserabele kwaliteit) toch nog weer op de PC terug kon halen. Uiteindelijk heeft mijn citroentje de Acer niet eens overleefd: die had ik langer!

Toen heb ik mezelf – natuurlijk ook op de zaak – een mooie nieuwe Sony Vaio (met houtnerf-ribbels!) toebedeeld. Die leeft nu al bijna drie jaar, een record voor mij. Maar hij heeft al veel meegemaakt: veelvuldig gesleep naar München en Nederland, mee op vakantie, alle mogelijke software (ik installeer alles wat me voor de voeten komt en interessant lijkt en daardoor krijgt-ie nog wel ‘ns de hik). Ik heb ‘m al een keer kapotgerepareerd nadat ik de 368 noodzakelijke updates en service packs waar hij om smeekte maar ‘ns geinstalleerd had (zie hier en hier ), maar ook dat heb ik weten te verhelpen. We zijn nog steeds een paar, mijn Vaio en ik. Maar sommige toetsen zijn zo smerig (geen idee wat er allemaal onder ligt maar het is véél) dat ik ze niet meer fatsoenlijk in kan drukken (maar met geweld lukt alles). En mijn rechtermuistoets moet je ongeveer 2 seconden ingedrukt houden voordat-ie reageert. Mijn wifi gaat niet meer automatisch aan, dat moet ik elke keer opnieuw in het ‘Smart Center’ met een virtueel schuifje aan doen. En hij (ik hou ’t erop dat ’t een man is, met al deze technische mankementen) is vaak overspannen: de CPU springt steeds weer naar 100% belasting. Het werkgeheugen is te klein voor alles wat ik tegelijkertijd wil doen (bijv. 68 tabs tegelijk open hebben in Firefox en dan nog 22 tabs met YouTube in een ander browserwindow). De mousepad had oorspronkelijk een ietwat ruw oppervlak maar is nu, daar waar ik ’t liefst wrijf, spiegeltje-spiegeltjeglad. Hetzelfde geldt voor de toetsen in ’t midden van m’n qwertzuiop (jaja, ik heb een duits toetsenbord, hè). De a en de e glimmen het meest. Het microfoongaatje zit nog steeds redelijk vol met weggeschotenvliegsmurrie (van de vlieg die ik – oppervliegschietster – met vol geweld daar in schoot) .  Oh, en de klep oftewel het display blijft niet meer zo goed open staan.

Allemaal nog geen grootse mankementen maar duidelijke slijtage. Na bijna 3 jaar is ook deze klaptop toe aan een verzorgingstehuis.

Demolition Lou.
Laptopruïnator.

I’ll be back…

stomme spelletjes…

Je stond daar in de regen, zonder jas.
jij was altijd wel gek genoeg
voor zulke acties.
En ik keek naar je, vanuit m’n raam.
En altijd voelde ik me
alsof ík degene was die buiten stond
en bij jou naar binnen keek…

Jij was altijd het mysterieuze type
met je oh zo mooie ogen
en je warrige haar.
Je was nét gevoelig genoeg
om een goede indruk te maken,
maar toch te cool
om het je allemaal iets
te kunnen laten schelen.
En daar stond je, in de deuropening.
Je had eigenlijk niks te zeggen,
behalve één of andere opmerking
over het weer…

Nou, mocht je het niet gemerkt hebben,
mocht je het écht niet hebben gezien,
hier dan: Dit is mijn hart,
dat bloedt voor jou.
Dit ben ik, op mijn knieën…

En al deze domme spelletjes
verscheuren mij van binnen.
Jouw ondoordachte woorden
breken mijn hart…
Jij breekt mijn hart.

Je was elke ochtend weer een verschijning:
Rookte nonchalant je sigaret en
babbelde voort bij een kop koffie.
Jouw filosofieën over kunst,
dat barok je echt wat deed.
En dat je van Mozart hield.
En je praatte over de mensen
waar JIJ van hield.
Terwijl ik maar  wat onhandig
m’n gitaar stemde…

Vergeef me, ik geloof dat ik je
met iemand verwisseld heb:
Met iemand voor wie ik wél
wat uitmaakte.
Iemand meer zoals ikzelf.

En deze stomme spelletjes
scheuren mij…
JIJ scheurt mij,
scheurt me uit elkaar.
En je ondoordachte woorden
breken opnieuw mijn hart.
Je breekt m’n hart…

(Jij leerde mij over de oprechte dingen
De dingen die uitdagend zijn,
de dingen die zuiver en schoon zijn.
De dingen waarvan je wist dat ze
hun geld nog waard zijn.
En ik verstop mijn tuiniershanden
met rouwrandjes
achter mijn rug…
Ergens ben ik de weg naar jou
kwijtgeraakt…)

Je deed je jas uit en ging in de stromende regen staan.
Ach, jij was altijd zo heerlijk maf…

_________________________________________________________

ik krijg keer op keer tranen in mijn ogen als ik deze muziek hoor.
Zo ontzettend mooi…

Elephants continued.

Vorig jaar oktober berichtte ik over de eerste danservaringen van dochter (zie hier: “Dances with Elephants“). Vandaag mochten we van het resultaat genieten. En ik kan u vertellen, het was afzien…

Wekenlange, wat zeg ik, maandelange training kwam vandaag tot een hoogtepunt. Om 11am had ik al het genoegen om dochter uit ’t zwembad te rukken en haar naar de generale repetitie te vervrachten. Bloedjeheet was het weer vandaag, we hebben de 40°C makkelijk gehaald dus echt enthousiast was ze niet. Maar wat moest dat moest.

Om half 5 de hele procedure opnieuw, nu met uiterst onwillige man en zoon op sleeptouw. De airco in de auto liet ons de hitte even vergeten. Die hitte die ons met een mokerslag trof toen we uiteindelijk drie stoelen in de overvolle, oververhitte, onverluchte zaal hadden weten te bemachtigen. Dochter had ik daarvoor al bij de achteringang naar binnen geduwd. De tijd tot voorstellingsbegin overbrugden we met het creatief waaiers vouwen van de programmaboekjes. We zaten redelijk achterin, dus zoon wilde ook nog de godsganselijke tijd op schoot zitten. Natuurlijk. Ik had het ook nog niet écht heet hoor, nèhh…

De eerste helft van de voorstelling was een opvoering van De Gelaarsde Kat in klassieke dans. Best aardig, maar ik ben niet bepaald een fan van klassiek ballet. Zoon en man waren duidelijk nog minder gecharmeerd. Bij de derde pirouette van de  kat vroeg zoon luidkeels of ik nog geld voor hem had want hij wou wat kopen. Maakte niet uit wat, als hij maar wat kon kopen. Hij kwam terug met een fles ijskoude fanta. Wat een geweldige zoon heb ik toch. Heftig waaierwapperend en fantaklokkend overleefden wij de tijd tot de pauze. In de pauze even naar buiten, waar het partout begon te waaien, te donderen en te stortregenen dus gelijk weer naar binnen. Op naar de tweede helft.

Daar zat in ieder geval meer soeps voor manlief bij: de wat hippere, jonge dames kwamen nu ook lang hossen in ultrakorte broekjes, flodderrokjes en met uitdagende dance acts. Het enthousiasme steeg duidelijk. Zoon lag inmiddels op de grond te kronkelen omdat hij het zooooooo heet had. En het zoooooooo saai vond. En het écht niet nóg langer uithield. Negeren is de beste remedie. Toch…

Als viernavoorlaatste kwam ein-de-lijk dochter met haar streetdance-groepje het podium op dribbelen. Ik snelde met mijn supergeweldige mobiele mini-pad naar een plekje waar ik beter kon filmen. Helaas. De camera wilde niet meewerken. Ging eerst spontaan uit, toen weer aan en daarmee waren alle zorgvuldig ingestelde belichtingsinstellingen weer terug op standaard. Het podium één overbelichte huppelende vlek. Ik zweette nog een tandje meer. Maakte in mijn wanhoop dan nog maar een paar foto’s. Ik heb denk ik welgetelde 20 seconden van de hele 3 minuten voorstelling gezien… Maar ze was fantastisch. Hartstikke keigoed, voor zover ik het kon bekijken. Met een trotse glimlach schreed ik terug naar mijn stoel, van binnen jankend om het gemiste filmpje. Dan toch straks maar die DVD voor 8 euro kopen. Zucht…

Na de grande finale wurmde het publiek zich met vol geweld naar buiten en vervolgens met nog meer geweld terug naar binnen. Noodweer buiten. De ouders van de kinderen moesten hun kroost echter bij de achteringang afhalen, dus ik als goede moeder snel daarheen gerend (man en zoon waren al weggestormd om de auto alvast te halen) om dochter vooral niet te laten wachten. Dat had ze al genoeg gedaan vanavond: een goed uur en drie kwartier, haar appel kauwend in de garderobes, wachten-wachten-wachten op hun voorstelling van een paar minuten. Arme kinderen… Door de stortregen spoedde ik mij naar de tape-afrastering waar wij brave ouders achter moesten wachten. Na een minuut of wat kwam de dansopperchef om het hoekje koekeloeren en riep: “alle ouders hun kinderen bij de hoofdingang afhalen a.u.b.!!” en wij ouders hobbelden vanzelfsprekend in gedweeë drommen naar de hoofdingang, wanhopig naar onze danstalenten zoekend. Mijn witte jasje was aan de achterkant inmiddels prachtig rood verkleurd. Het nadeel van je haren rood verven: het bloedt nog eeuwig na, vooral in zweet- en stortbuien. Gelukkig zag ik dat euvel thuis pas, anders had ik me daar ter plekke ook nog over op kunnen winden.

Dochter kwam over de stoelen heen naar mij toe gestommeld, lollie in de mond en roepend: “was übercool, hè mam??”
Ja dat was het lieverd. Maar volgend jaar gaan we toch echt wat anders zoeken qua beweging. Er zijn nog zóveel andere leuke sporten… Judo bijvoorbeeld. Of schaken…