Voel ‘t.

De striemende regen
slaat je in ’t gezicht.
De hele wereld zit achter je aan.
Je vóelt het.
De zon brandt fel in je ogen
Je ziet het allemaal niet meer…
Ik zou je nu kunnen omarmen.
Om je toch eindelijk
mijn liefde te laten voelen…
Maar jij ziet enkel maar
de schaduwen langer worden,
die paar oplichtende sterren
aan een duistere hemel.
En je merkt ineens
dat er niemand is
om jouw tranen te drogen.
Ik zou je kunnen omarmen,
wel een drie miljoen jaar lang…
zodat je mijn liefde zou voelen.
Ik weet echt heel goed dat jij
nog lang niet weet wat je wil.
Dat jij nog niet kunt kiezen.
Niet weet hoe het verder moet.
Niet weet wat je van je toekomst wil.
Maar ik zou jou nooit pijn kunnen doen.
Maar vanaf het moment dat ik jou zag
twijfelde ik geen seconde meer
aan de plek in mijn hart,
de plek waar jij hoort.
Ik zou er alles voor doen
om jou te laten voelen
dat ik echt van je hou.
Maar jij voelt nog steeds niets…
Stormen kunnen woeden
op een nog zo woeste zee.
Op de snelwegen van de spijt.
De veranderingen in jou en mij
donderen over elkaar heen.
Maar jij hebt nog steeds
mijn ware ik niet herkend.
Ik zou je gelukkig kunnen maken.
Ik zou je dromen uit doen komen.
Er is echt niets dat ik niet zou doen
Om jou mijn liefde te laten voelen.

(thanks A.)

Willetjes

Aangezien Poes met smart zit te wachten op een blogpost met “willetjes” in plaats van “moetjes”, ga ik daar nu maar eens even rustig voor zitten.

Wat wil ik.

Dingen die ik niet moet maar gewoon wil. Niet dat ik die dingen dan gelijk allemaal ook realiteit wil zien worden, maar ik wil ze gewoon graag. Een soort verlanglijstje. Als kind kreeg je ook nooit álles wat op je verlanglijstje stond, toch? En de dingen die je steeds opnieuw wéér niet kreeg, verloren met de tijd hun aantrekkelijkheid en kwam vanzelf de tijd dat je je realiseerde, dat je die dingen ineens helemaal niet meer wilde. Daar hoop ik ook nog steeds op…

Maar in het hier en nu wil ik heel veel en eigenlijk heel weinig.
En dan wil ik  vooral veel onmogelijke dingen…

Ik wil, ik wil, ik wil
een kikker in JOUW bil.
duhh…

wat is het moeilijk om nou gewoon eens te zeggen wat je wil…
Ik hou er ergens een gevoel van “meisjes die vragen worden overgeslagen” aan over.
Maar ik vraag niks. Ik moet alleen zeggen wat ik wil…

Ik wou zo graag dat ik kon zeggen wat ik wil
Ik wou zo graag dat ik kon zeggen dat ik jou wil…
Oh nee. Dit gaat fout.
Momentje.

Ik wou dat ik kon vliegen.
Heel snel. Dan vloog ik morgenavond gewoon even voor een BBQ naar Nederland…
Ik vloog in de armen van de mensen die ik zo lief heb.
Hé!
Dát kan ik!!

Ik wou dat ik een fotografisch geheugen had.
Dan stonden die paar uiterst schaarse maar zó mooie woorden van jou
in mijn geheugen gegrift. Met tijd en plaats en al.
Hé!
Daar staan ze!!

Ik wou dat ik mijn hart niet steeds aan de verkeerde verkocht.
Dan wist ik meteen wie een goeie deal voor mij was.
En ik gaf mijn hart gratis weg aan de juisten.
Hé!
Dat deed ik al lang!!

Ik wil dat ik niet zoveel alleenzaam ben…
Ik wil dat ik ervoor kan zorgen dat alles goed komt.
Ik wil sterker zijn. Met meer zelfbeheersing.
Ik wil minder emo-kipperig zijn.
Ik wil meer zelfzekerheid.

Ik wou dat ik een goeie zangeres was.
Ik wou dat ik geld kon verdienen met dat wat ik echt leuk vind.
Ik wou dat ik gewoon lak aan alles had.
Ik wou dat ik niet zo snel van mensen zou houden.
Ik wou dat ik jou uit mijn hoofd kon zetten.
Ik wou dat ik chips en chocola smerig vond.

Ik wou dat jij meer thuis was.
Ik wou dat jij van me zou houden.
Ik wou dat jij je vader niet zo hoefde te missen.
Ik wou dat jij ‘gewoon’ helemaal gezond was.
Ik wou dat jij mij ook miste.
Ik wou dat jij dat niet mee had hoeven maken.
Ik wou dat jij niet zoveel weg was.
Ik wou dat jij wat vaker met mij speelde.
Ik wou dat jij niet zo gepest werd.
Ik wou dat jij me niet zo vaak zo negeerde.
Ik wou dat jij van me hield…

Ik wil.
Ik wou.
Ik heb gewild.
Ik heb niks te willen.
Het is goed zoals het is…

Moetjes

moet…

de maandafsluiting voorbereiden, volgende week maken.
de garnalen en de vissen van een schoon aquarium voorzien.
rekeningen opstellen en versturen.
de accountant bellen.
de belastingprut regelen.
een presentatie maken.
mijn schilderij voor volgende week afmaken
de website rondom vernieuwen.
de frambozen in de tuin opknopen.
bérgen onkruid wieden.
mijn jurk voor een bruiloft repareren.
mijn tekst voor de bruiloft instuderen.
dochter’s jurk repareren.
een kadootje in elkaar flansen voor een verjaardagspartijtje.
de citroenmelisse bijwerken, die woekert over ’t paadje.
de badkamer schoonmaken.
de bovenverdieping uitmesten.
de bedden verschonen.
mijn werkdagen in München regelen.
minstens 18 mensen terugmailen (niet overdreven).
minstens 22 mensen bellen.
de brief voor de oudervereniging opstellen.
2 verschillende doktersafspraken maken.
afscheidskado’s voor de juffen regelen.
nog grotere bérgen was wassen en strijken.
foto’s van het afgelopen half jaar bewerken.
een blog voor Hotel Mama schrijven.
de kattenbak schoonmaken.
mijn FoodBox-map opstellen die ik vorig jaar (*kuch*) voor mijn verjaardag heb gekregen.
fotoCD’s branden voor de familie.
mijn fotoalbum 2011 maken.
de grote voorjaarsschoonmaak doen. Ik wacht wel tot ’t volgende voorjaar.
de gordijnen wassen.

oh wacht!!
met dat laatste ben ik al bezig.
yayyy!!

goed bezig, ikke.

genoeg gedaan voor vandaag 🙂

Mijmering

Ik sla mijn ogen neer. Een lichte zucht en ik mijmer over wat had gekund. Wat had kunnen zijn. Licht melancholisch, zoals zo vaak de laatste tijd. Waarom lopen de dingen zo opvallend vaak precies zo, zoals ik het nou net níet wilde? Waarom kan ik mensen niet aan mij doen denken…

Ik denk zo vaak aan sommigen. En aan anderen. En aan jou in het bijzonder. Waarom is dat omgekeerd niet automatisch ook zo? Zou toch alleen maar eerlijk geweest zijn. Ik aan jou, jij aan mij. Eerlijk oversteken. Ik ben duidelijk niet telepatisch begaafd. De katten doen niet eens wat ik wil, laat staan een andere persoon…

Ik weet niet eens waarom ik dat zou willen. Wat heb je eraan… Maar je wenst soms wat.
Be careful what you wish for, zeggen ze toch? Nou goed dan, dan ben ik voorzichtig. Ik wens niet meer. Ik hoop ook niet langer. Niks verwachten, dan is alles wat er wél komt mooi meegenomen. Aber die Hoffnung stirbt zuletzt. Ook dat zeggen ze…

Een dikke, woelige bal in mijn maag. Een bal die bestaat uit allemaal kluwes van verwarring. Soms krimpt hij een beetje en voel ik ‘m niet zo. En soms zet hij ineens uit en voelt het alsof ik uitelkaar barst. Hoort dit erbij? Is dit het nou? Waarom maak ik er voor mezelf zo’n zootje van? Waar is mijn eeuwige nuchterheid en rationaliteit gebleven? Ik zoek er wanhopig naar, ik wil het terug…

Mijn hoofd weet. Mijn verstand begrijpt. Maar mijn hart is dom. Mijn gevoel één grote chaos.

Melancholisch mijmer ik verder.

Over waarom ik het voel.
Over waarom jij niet.
Over waarom ik mis.
Over waarom jij niet.
Over waarom ik denk aan.
Over waarom jij niet.

Het is het klassieke dilemma,
van het hoofd en het hart.

En ik zoek naarstig verder naar de balans…

zoek maar niet

Zeg het me maar heel zachtjes.
Ik zíe het toch, in je blik…
Je hoofd gebogen van de zorgen.
Je ogen mat en vochtig.
Ach toe, huil nou niet, m’n lief?
Ik weet toch hoe je je voelt.
Echt, mij verging het net zo.
Iets in jou is nu aan het veranderen.
Maar je weet het zelf nog niet…

Fluister het maar in mijn oor
Geef me desnoods een subtiel teken?
Geef me dan tenminste een kus
Voordat je voorgoed van me wegloopt.
Neem het niet te zwaar op,
Zó erg is het misschien toch niet.
Ik zal voor altijd aan jou denken.
En aan die korte maar mooie tijden
Die wij samen hadden, schat…

En realiseer je alsjeblieft altijd
Dat ik nooit tegen je gelogen heb?
Weet hoe ik mij voelde van binnen…
Dat ik van je hield en dat nog steeds doe.
Je moet nu eerst je eigen weg zoeken.
Het komt echt wel goed, lieverd.
Verdrijf mijn verdriet en je zult zien
Morgen voel jij je alweer beter.
Jouw wereld draait wel door.
De ochtendzon zal weer opgaan
En je verwarmen,
ook buiten mijn armen…

 

(enige herkenning?)

een hoofd

Ik heb getwijfeld. Klik ik op die play-button? En waarom dan? Ik heb het gezien. Ik heb het nog uitgekeken ook. En nu wou ik dat ik het niet gezien had.

De zelfmoord bij Driehuis.
Een man, althans een deel daarvan – de romp en de benen – ligt in een soort foetushouding naast de rails.
Joelende jeugd.
“Moet je kijken, daar ligt ’t hoofd!”
Zoom-in op een rode bal met wat zwart klevend haar.
“Dat is dus een echt hoofd, hè!!”
De camera zwenkt naar een bloederige vinger die op het perron ligt.

Misselijkheid, maagdraaien. Ik weet niet eens meer of  het precies zo was in het filmpje, maar ik ga het niet terug kijken. Ammenooitniet. Bij benadering klopt bovenstaande wel ongeveer en dat is voldoende.

Ik denk er aan. Steeds weer. Die man. Wat heeft hem bezield, dit te doen…
Hoe moet het voor de familie en vrienden zijn om deze beelden van hun naaste zo op het internet te zien…
Hoe is het mogelijk dat mensen, hoe jeugdig ook, dit zo uitgebreid filmen, er zelfs naast staan te joelen en de beelden vervolgens ad hoc rond de wereld sturen.
En hoe is het mogelijk dat ik het nog aanklik ook…
Is dit nu de afgestomptheid van onze samenleving?
Is dit de verharding die er voor zorgt, dat men niet meer aanvoelt wat nog ethisch verantwoord is en wat niet meer?
Is dit de onverschilligheid die ons zulke dingen aan doet zien zonder werkelijk gevoel?
Ik kan er niet over uit…

Een hoofd.
Ligt daar. Enkel een hoofd. Op de rails.
Onherkenbaar, maar duidelijk een hoofd.
Een hoofd dat ik niet meer uit mijn hoofd krijg.
Een vinger waar ik mijn vinger niet op kan leggen.
Een torso waar niet meer aan te torsen valt.
Een beeld dat niet langer om beeldvorming vraagt.
Slechts.
Een hoofd.

alleenzaam

Soms voel ik me zo alleen…
Soms.
Zoals nu.

Ik bén niet eens alleen. Man is er weliswaar daadwerkelijk niet maar de kinderen liggen boven in hun nesten te ronken, er donderen hier twee minitijgers met vol geweld door het huis (echt, katten kúnnen vliegen, ik heb het net gezien) en ik klets met de halve wereld op m’n laptop en op mijn foon.

Maar toch voel ik me alleen. Alleen als in eenzaam. Raar gevoel is dat. Ik ben namelijk graag alleen. Ik hou van de rust van het met mijzelf zijn. Nadenken over dingen die gebeurd zijn. Die dag of een jaar geleden, maakt niet uit. Ik hou van het overpeinzen met wat muziek op de achtergrond. Ik hou van het schrijven in stilte. Ik ben graag bij mijzelf.

En toch voel ik me alleen.
Niet langer meer bij mij.
Niet meer in jouw hoofd.
En jij al bijna niet meer in het mijne.
Niet meer, nooit meer relevant.
Mijn hart wil er niet aan geloven.
Mijn hoofd weet het toch beter.
En weet de eenzaamheid te duiden.
Want.
In de massa’s van de liefde
maakt de uitzondering daarop
je alleen…

*stilletjes in bed kruipt…*

Felicitatiedienst

*DING DONG!!!*

“Wij zijn van de felicitatiedienst en feliciteren u met uw prachtige nieuwe kindje, Hotel Mama genaamd!”

GEFELICITEERD!!!

Dat wilde ik toch echt even heel hard roepen hoor!

Ik feliciteer je, Thiery Thielemans (@Thierelierelier), met het behalen van 2000 verkochte aandelen op tenpages (http://www.tenpages.com/manuscript/hotel_mama) en met het feit dat het boek nu uitgegeven gaat worden!! Ik vind het geweldig. Jij kunt trots zijn op je baby!! Je hebt kei- en keihard aan de weg getimmerd voor je prachtboek en het is je gelukt!
Op naar de publicatie!

“‘Hotel Mama’, een bijzonder boek over het leven in een normaal gezin met alledaagse belevenissen en gesprekken. ‘Hotel Mama’ is een bundeling van korte verhalen die zorgen voor herkenbaarheid bij lezers vanwege het warme huiselijke karakter van de 5 permanente bewoners van Hotel Mama. ‘Hotel Mama’ beschrijft op een humoristische wijze het leven van alledag in een gezin waarin een huispuber van 16 en twee jonge prinsessen van 6 en 9 centraal staan.”
(http://hotelmama.nl/hotel-mama-het-boek/)

Dat dus.

Herkenbaar, hilarisch, huiselijk, humoristisch.

Hotel Mama.

Moedige muts (crocgemekker)

Naar aanleiding van een recente Facebookposting moet me toch eens even iets van het hart. Dat geneul over wat het dragen van een bepaald soort schoenen over jou als persoon zegt, hangt me namelijk de keel uit. Echt niet alleen vanavond hoor: ik lees het eigenlijk best vaak…

“Een fatsoenlijk denkend mens draagt toch geen crocs”. Of:
“Als je crocs draagt, moet je wel een muts zijn”. Of:
“Als volwassen persoon draag je zúlke schoenen gewoon niet”. Of:
“Crocs zijn zo lelijk dat ze pijn doen aan je ogen”.
Enzovoort.

Hetzelfde geldt overigens voor schoeisel als Uggs. Nou moet ik zeggen: Uggs zijn voor mij een absolute No-Go. Ik heb de filmpjes gezien. Ik weet hoe erg het leed van die australische lammetjes is, die de wol, die in de Uggs verwerkt wordt, ‘leveren’. Schandalig. Gruwelijk. Onmogelijk. Zulke bloedschoenen wil ik niet meer aan mijn voeten hebben omdat ik die beelden niet meer uit mijn hoofd krijg. Hoe fijn, warm en heerlijk die schoenen ook mogen wezen.  Ik weet ook dat de productie van crocs zeker niet “ecobioverantwoord” is, maar er hoeven – voor zover ik weet – geen lammetjes rondom hun geslachtsdelen grof en levend voor te worden gevild, voor een paar bacteriën die daar mogelijkerwijs op kunnen treden en de wol aan zouden kunnen tasten. Crocs zijn handig, lopen gewéldig fijn, zijn makkelijk schoon te maken, redelijk slijtvast cq. duurzaam en gewoon goed doordacht. Ik durf dan ook gewoon toe te geven dat ik een heel aantal paren heb (net als de kinderen die er ook meer dan graag op rond lopen). Ja, ik durf dat. Ik draag wat ik wil en wat ik fijn vind. En niet wat een ander vindt dat ik zou moeten dragen. Wáárom in hemelsnaam ben je gelijk een ‘bepaald soort persoon’ als je af en toe op die dingen rondsjokt? Ik ben absoluut geen fan van bootschoenen, kistjes of van die kakkerloafers, maar ik vind de man die er in rondloopt niet per definitie eikel of een lul. Dat hangt voor mij niet van zijn schoenen af. Ja, ik weet het, ik ben een rare…

Als ik thuis kom, gooi ik m’n schoenen bij de deur al uit. Dat doet iedereen hier trouwens (heb ik al ‘ns een blog over geschreven: Hüttenschlapfen – beware: blog in ’t duits). Als het warm genoeg is, wandel ik op blote voeten verder maar is het wat frisser, trek ik een paar crocs uit ’t schoenenrek. Ik heb zelfs een paar gouden classic-crocs, yay (ja ik weet het: ik ben niet alleen raar, ik ben ronduit erg). En ik heb Mary Jane’s en een paar crocs-ballerina’s, die doe ik wel ‘ns aan als ik echt een eind moet lopen of een nacht lang achter de bar moet staan. Beter dan Birkenstocks kan ik je vertellen. Ja, ik heb zelfs 2 paar Crocs-moonboots, omdat het simpelweg heel goede boots zijn. Warm, handig en hartstikke waterdicht, wat ik van veel andere ‘dure’, modieus verantwoorde (en in míjn ogen foeilelijke) winterboots niet kan zeggen.

Doet er ook niet toe. Ik heb ze. En ja, ik draag ze. Nee, niet onder een jurkje. Nee, werkelijk uiterst zelden buitenshuis/-tuins (als dat het geval is, is het o.h.a. een foutje: ik heb ook ‘gewone’ schoenen die ik buitenshuis aantrek). Maar waarom moet een mens in zijn/haar eigen huis dan ook nog steeds perfect gestyled en liefst met hakken rondlopen? Ik ben niet 24/7 een sexy beast dat er enkel voor een ander eeuwig doorgestyled bij wil lopen. Dank je de koekoek. Ik draag wat lekker zit en ik heb zelfs mijn welverdiende slonsdagen. So What. Waarom wordt een mens dan gelijk tot een bepaald type bestempeld vanwege de schoenen of kleding die diegene aan heeft? Ik vind dat eigenlijk ronduit sneu…

Maar goed, ik ben dus een muts wat dat betreft.
Ik draag crocs. Met liefde.
Durf dát maar eens toe te geven.

Moedige muts.

Rood, friet, voetbal en katten

dat was de korte samenvatting van dit weekend.
vrijdag hield ik het echt niet meer uit: de boel moest weer kleur krijgen. Ik kan niet precies zeggen waarom, maar rood haar hebben doet een mens goed. Mij althans wel. Ik was oorspronkelijk een echte blondine. Dat werd met de tijd steeds donkerder en nu ben ik hooguit nog heel donkerblond, eigenlijk meer peper-en-zoutig. Ik ben al veelkunstkleurig geweest: hoogblond, heel donker (net niet zwart), knallierood (bijna oranje),  aubergine, mahonie en uiteindelijk ben ik  in het rossige blijven hangen. Dat voelt ’t lekkerst. En dat is het weer geworden vrijdag. De badkamer was ook redelijk rood (wat een zooi is dat toch elke keer weer) maar dat is ’t waard. Ik voel me nu weer meer mensch 🙂

Vrijdag na de middag (na de drumles) op naar het voetbalveld want het zomerfeest voor de voetbaljeugd stond op ’t program. De kinderen vermaakten zich prima in het springkussenkasteel en met voetballen en moeders werd gecharterd voor de friteusedienst. Ik heb ca. 20 kilo friet gefrituurd voor al dat voetballend gepeupel en stonk daarna als een belgisch frietkot. Maar de lol was ook alom present en daar gaat ’t om, niet?

Zaterdag moest ik eerst danig uitslapen en me toen psychisch voorbereiden op de middag. Voetbaltoernooi. Gemeinde-Kleinfeldmeisterschaft noemen ze dat. Zes tegen zes op een half voetbalveld. Ik heb nu ontdekt dt ook een half voetbalveld nog steeds megagroot is… En ik had nog een dubbelrol ook: oorspronkelijk was ik ingedeeld als supporter van het team van  manlief (incl. supporter-Tshirt en pompons) maar eigenlijk wou ik zelf toch best graag meedoen en dus speelde ik uiteindelijk ook mee in het team van de jeugdtrainers. Maar zoals het echte trainers betaamt, konden wij allemaal niet voetballen. Ik heb me de benen letterlijk uit ’t lijf gelopen maar het mocht niet baten. Van de 11 teams zijn we 10e geworden en dat alleen omdat in onze lotingsgroep 5 teams zaten en in de andere 6. De nummer 6 uit de andere groep was automatisch laatste, wij moesten nog tegen de nummer 5 uit die groep (en toevallig was dát het team waar man in speelde, hoezee…) waar we uiteraard óók van verloren. Het ergste resultaat was 9:0 maar tja, er moet toch íemand verliezen, niet? We zijn ingemaakt, neergemaaid, platgespeeld en kansloos ten onder gegaan maar dat ben ik als nederlandse qua voetbal toch al wel gewend. Tussen de matches door heb ik als brave supportende vrouw ook nog steeds trouw van shirt gewisseld om bij mijn man (‘die Rasenschoner’) mee te joelen. We hebben in ieder geval ontzettend veel lol gehad en volgend jaar doen we zeker weer mee, met het voornemen om dan van tevoren toch écht een paar keer te trainen (en om een paar mennekes van de “Kampfmannschaft” met een krat bier te smeren om bij ons mee te spelen, dat ook). Ik was gisteravond volledig gesloopt, had verkrampte bovenbenen, onmetelijk zere knieen, compleet verbrande kuiten en minstens één nieuwe hernia. Dat hele riedeltje heb ik vandaag ook nog steeds, maar het was ’t waard.

Na een nacht als een blok geslapen te hebben, werd ik vanochtend gebroken maar toch redelijk opgewekt wakker. Na een ietwat té lokale en niet echt werkzame massagesessie om half 10 maar eens een been (het goeie) buiten het bed gezet. Een (s)lome ochtend. Na de middag dan op naar schoonmoeders om onze twee nieuwe gezinsleden op te halen. Elton en Elvis lagen daar nog ronkend en nietsvermoedend op de bank. Na een bak (of drie) koffie en een roerend afscheid stopten we onze katerkiddies in de transportbox en begon het hartverscheurende miauwconcert. Na tien minuten rijden was dat alweer voorbij en lagen ze gemoedelijk te knorren. Eenmaal hier thuis waren ze een uurtje wat onwennig maar er werd wel gelijk al gevroten en gedronken, een goed teken. Geslapen in de kattenbak werd er ook, maar inmiddels hebben de heren het ware doel van de bak al in de smiezen. Ook op schoot functioneert ’t met het slapen (zo leuk, zo’n snorrend hoopje kat opgekruld op je schoot) maar door al dat geslaap zijn ze nu topfit. Inmiddels hangen onze gordijnen een etage hogerop over de gordijnstangen, is de (open) trap naar boven volledig gebarricadeerd, heb ik de meest kwetsbare schoenen al opgeborgen en zijn de kaplatorens van zoonlief finaal gesloopt. Maar ze zijn überschattig en ontzettend leuk. Eens kijken of ik dat volgende week ook nog vind. Ik vermoed van wel. Maar als wij gaan slapen, gaat de deur naar de huiskamer dicht, dat is een ding wat zeker is.

Rood.
Friet.
Voetbal.
Katten.

Dus.

Prima weekend.

Hot

dat is het.
Very hot.

Ik vind ’t op zich niet erg, het hoort nu eenmaal bij de zomer en de langste dag van het jaar enzo, maar het is zo bloedjebloedjeheet dat je niks meer uit je vingers krijgt. Deuren dicht en binnen zitten. Buiten in de tuin is het 35°C. Boven de 40 in de zon, geen zuchtje wind. Deuren dicht, rolluiken naar beneden. Ik ben blij dat de kinderen inmiddels in hun twuppie zonder toezicht kunnen zwemmen, ik hoef er niet meer met m’n ogen bovenop te zitten. Laat ze maar p(ool)oedelen.

Ik zit binnen. Ik heb een gruwelijke hekel aan in de zon liggen cq. zitten bakken. Ik heb sowieso een grondhekel aan ergens nietslapend liggen en niksdoen. Ik heb ook een hekel aan insmeren en een nog grotere hekel aan van mij afdruipend zweet (tenzij ik aan ’t hardlopen ben, maar ook dan vind ik het lastig). Ik ben sowieso zonongeschikt: ik word enkel heel snel knalrood (ondanks het gehate insmeren) en na het vervellen ben ik dan weer blanco. Joepie.

Dus ja, zit ik binnen. Een beetje rondkneuteren op m’n laptop, wat schilderen, koffie drinken. Het lijkt wel winter. Ach, het is ook nooit goed hè. Voor tuinieren is het te heet. Voor grasmaaien en aardbeien plukken is het ook te heet. Vanavond een tuinfeest op school. Alleen is er precies voor vanavond weer een megagigaonweersbui aangekondigd. Dubbeljoepie.

Whatever. Ik vind ’t prima zo. De kinderen amuseren zich, ik ook. Als het iets koeler is, ga ik wel weer lekker in de tuin prutsen. Echt binnenwerkweer dit 😀

En bij jullie?? (gnagnagna)

Beetje leeg

Ik voel me
een beetje leeg.
Er moet iets in.
Nee nee, niet dát.
Daar ben ik toch echt
helemaal klaar mee.
Nee, dat ook niet!
Hallo, kom op zeg.
Het is toch echt
iets anders

Ik voel me
een beetje leeg.
Het ‘jammer’ in mij
schreeuwt om vulling.
Echt zonde. Dat is het.
Het had zo mooi en
zo goed kunnen zijn.
Maar je liet het
desalniettemin
doodbloeden.
En ik ook

Ik voel me
een beetje leeg.
Samen hebben we
het niets laten worden.
Maar jij toch wel iets
meer dan ik, vind ik.
Wat zo uniek leek
is nu enkel weg.
Leeg. Niets.
Dus

Ik voel me
een beetje leeg.
Maar ik vul het zelf
wel weer op hoor.
Inmiddels kan ik dat.
Duidelijk niet in staat
om terug te lieven.
En dat is ook
helemaal
goed
zo

uitgekauwd en afgezogen.

ik heb hier nu twee hinnikende kinderen omdat ik verteld heb over iets wat ik vroeger deed…

Het zit zo.
Zoon kauwt vingernagels. En dan niet een klein beetje, alles wat er ook maar enigszins af te kauwen is, is weg. Stompjes zijn het. Tot bloedens toe knaagt hij op zijn vingers. Vreselijk vind ik het en ik heb al ‘ns gedreigd dat ik aan al zijn blouses en langarmshirts permanente witte handschoentjes naai zodat hij niet meer kan kauwen. Maar ja, in de zomer is dat wat lastig met al die korte mouwen.
Dochter kauwt op de Nintendo-DS-touchpennen. Die zien er ongeveer hetzelfde uit als zoons vingers: gemolesteerd. Aangezien handschoentjes in dit geval echter zinloos zijn, heb ik nu maar gedreigd die dingen in te smeren met dat anti-duimzuigspulletje.

Ik had het kunnen weten want toen kwamen de vragen:
“bestáát dat dan??”
“hoezo ken JIJ dat?? wij zuigen namelijk niet op onze duimen…”
“zoog JIJ op je duim mama???”
“Echt??? Hoe oud was je toen?”

Tja. hoestkuchrochel… toen moest ik wel even uitleggen. Ik heb heel, héél erg lang geduimd. Zonder duim geen slaap, zonder slaap geen leven. Ik had gigantische hazetanden (want te weinig ruimte in de mond en ook dus dat duimzuigen) en al vanaf mijn 8e een beugel. Maar dat mocht ‘m de pret niet drukken: ik wurmde die duim door of langs iedere beugel heen. Op mijn 10e-11e (zoiets?) kwam mijn moeder met een doorzichtig goedje in een klein bruin flesje aanzetten en ik brulde gelijk: “ik héb geen wratten!!!” Maar mams glimlachte enkel, nam mijn duim, smeerde hem er helemaal mee in en hield mijn hand vast tot de duim droog was en het goedje ingetrokken. En ik weet nog dat ik dacht: “wat moet dit nou”… Bij de eerstvolgende keer dat ik mijn duim in de mond stopte, begon ik spontaan te kokhalzen. Jeeeeeeeeeeeemig wat bitter. Afschuwelijk!! Ik kan me de smaak nu nóg voor de geest halen. Mijn rechterduim. Onzuigbaar. Een ramp. Ik heb die dag dan ook geen duim meer in mijn mond gestopt. En links smaakte sowieso al niet, dat was geen optie. Toen het eraf gesleten was (even handen wassen hielp niet echt goed… ik wil niet eens weten wat voor spulleke dat was :-S) kwam moeders bij de eerste optisch zichtbare duimpoging gelijk met de fles aanzetten en hoppetee, duim weer onklaar gemaakt.

Maar ik was niet voor één gat te vangen. Ik ging bij de volgende keer meteen na het insmeren naar boven, waste daar met zo’n scrubding mijn duim en vervolgens zoog ik er met m’n neus dicht om de smaak zo min mogelijk te proeven zo lang, verwoed en hard op totdat het weer ‘acceptabel’ smaakte. Ik weet niet hoeveel van het goedje (en van de zeep…) ik binnen heb gekregen maar gezond zal ’t niet geweest zijn. Uiteindelijk waren m’n ouders en de orthodontist zo wanhopig over mij hardnekkige geduim dat ik rond m’n twaalfde (ik weet ’t niet meer precies) een blokbeugel met een waar hera-hekwerk erin kreeg. Daar was die duim met geen mogelijkheid meer comfortabel bij in te prutsen en met een jaar of dertien duimde ik uiteindelijk niet meer… Ik heb toen nog wel t/m mijn achttiende alle soorten beugels (van plakkertjes tot buitenboordmotoren) doorstaan en ik kon meesterlijk scherp schieten met de elastiekjes die ik i.c.m. mijn plakkertjesbeugels had. Eén onopvallende kaakbeweging en de mond een beetje open en *PÉTS* had een klasgenoot een elastiekje in ’t haar. Mooi werk. Maar het is dus goed gekomen met mij (en dank aan mijn ouders: dat moet een vermogen gekost hebben… en dan al die bezoeken aan de orthodontist… poeh…).

Afijn. Ik heb de kinderen in het kort verteld dat ik het beruchte spulleke dus gewoon met de neus dicht weer van mijn duim afzoog. Dat vonden ze hilarisch en daarom lagen ze dus te hinniken. De situatie is inmiddels alweer genormaliseerd. Dat van die elastiekjes heb ik ze nog maar niet verteld.

Over dieren, koters en hektiek.

De afgelopen dagen (week) waren echt wel een beetje hectisch. Ik heb enkel gerend, gewerkt, taxi gespeeld en afspraken afgelopen. Nemen we even donderdag en vrijdag als voorbeeld van hoe het de afgelopen week iedere dag ging:

Donderdag.
5:30h opstaan. Zoon uit bed gesjord, gezorgd dat-ie aangekleed was en iets van ontbijt erin had zitten en 6:15h naar school gebracht want ze moesten om half 7 al met de bus naar een schooluitje op een burcht. Daarna dochter naar school gedirigeerd (moet om 7:15h met de bus). Om 8:00h zelf naar de sportschool. Daarna gelijk door naar de supermarkt, boodschappen doen. Snel naar huis, werken. Maandrekening moest weer af (moet voor de 15e van de maand bij de accountant zijn). Daarnaast nog kadootje voor vriendje van zoon (verjaardagsfeestje), kadootje voor nichtje (voor vandaag, doet cq. krijgt ‘vormsel’), kadootje voor neefje (vandaag jarig) en afscheidskadootje voor de leraressen van zoon geregeld en ingepakt. 12 CD’s met foto’s gebrand (had ik beloofd). Een gedicht voor juf van dochter bijgewerkt en geprint.

Om iets na 11-en dochter opgehaald van school vanwege buikpijn. Eten koken. Half 1: zoon thuis, eten. Opruimen. Samen huiswerk maken en rekentoets oefenen voor morgen en verder werken aan maandrekening. Na de middag ging het weer beter met dochter dus naar de streetdance gebracht. Snel weer naar huis, grasmaaien (hoognodig, het stond te wuiven in de wind), daarna snel weer naar dansschool racen om dochter op te halen. Avondbroodje maken, kinderen in bed stoppen, ‘s-avonds emails, overboekingen, werken. 1am – bed.

Vrijdag:
6:15h opstaan. Alles klaargemaakt (broodjes, rugzakken want ik moest (mocht!!) mee op schoolreisje van dochter (had ik beloofd). 7:15h allemaal naar school, om half 8 zaten we in de bus naar de dierentuin. Met drieëndertig 6/7-jarigen en nog 3 andere volwassenen. Wat een geluidsniveau kunnen zulke kleintjes toch produceren… Waaaahnsinn. En ze willen allemaal voorin zitten dus een kleine oorlog hadden we bij het wegrijden ook al doorstaan. Ik heb minstens 48 keer “Zijn we er al bijna???” gehoord. Het Grote-Smurfgevoel kwam opzetten. Na 40 minuten waren we er daadwerkelijk. Toen begon het tellen. Ons klasje had 13 kinderen dus ca. 136 keer tot 13 geteld, de juf zelf ook minstens zoveel keer. Een bewonderenswaardig mens is ze, élke keer weer lief reagerend op de zoveelste “Frau Lehrerin???” En ze vragen. En vragen. En gillen. En rennen. En vragen. En treuzelen. En vragen. En moeten plassen. En vragen. En hebben honger. En vragen. En wij maar tellen. Dertien. Check!

Stipt om half 10 was het voedertijd en gingen ze allemaal ter plekke op de weg zitten om hun lunchboxjes te legen en de niet zo geapprecieerde dingen te ruilen met een ander kind of in de vuilnisbak te dumpen. Bij de lynx, die op zijn duits Luchs (spreek uit: Loeks) heet, moest ik even hard grinniken. Juf vertelde: “Kinder, dás ist ein Luchs.” Waarop dochter verzuchtte: “Mahh so schön… Du Luxus, ich hab dich lieb…”. Ik wist ’t wel, ik heb een “Luxustier”…

Bij de supergeweldige speelplaats mochten ze ‘los’ en ik zocht alvast de verbandsdoos. Ongelooflijk, net kanonskogels die afgeschoten werden. Om kwart over 11 was ’t “alle stuiterballen verzamelen” (not easy, I tell ya…) en weer in de bus proppen, na wederom een korte wie-mag-voorin-zitten-oorlog keerden we alweer heimwärts. Om goed 1 uur waren we terug bij school (inderdaad, een heel kort schoolreisje, maar ja: halve dagen school hè, dan mag je niet langer wegblijven…).

Zoon was inmiddels thuis (sleutelkind :-)) en ik sloeg abrupt weer aan ’t eten koken. Daarna aan het aquaria schoonmaken want dat waren inmiddels compleet veralgde onderwateroerwouden en ik constateerde garnalensterfte 😦 Ondertussen zoon nog ondersteunen bij huiswerk want daar zou hij in ’t weekend ook geen tijd meer voor hebben. Om kwart over 2 schrok ik op: shit, moet zoon NU wegbrengen naar verjaardagsfeestje, anders te laat. Bodemzuiger ter plekke laten vallen, kinderen in auto gestouwd. Halverwege terug: kadootje vergeten. Zoon bij vriendje gedropt, daarna nog even snel naar de Aldi om een bankje dat ik graag wilde hebben bij te kopen (ik had er woensdag al één gekocht) voordat ze uitverkocht waren. Maar voor de Aldi moet je een stukje autobaan pakken en ik domme koe had er natuurlijk niet aan gedacht dat daar op vrijdagmiddag ALTIJD file staat. Zo ook nu. Stom stom stom. Ik ergerde mij danig over mezelf dat ik daar niet aan gedacht had. Na goed 20 minuten file waren we dan toch nog bij de Aldi, alwaar mij meteen met een klap te binnen schoot dat ik dat rotbankje helemaal niet bij de Aldi gehaald had maar bij de Lidl… (en die is praktisch naast het huis van het vriendje waar ik zoon heen gebracht had). Toen ergerde ik me pas écht over mij eigen absolute leeghoofdigheid. Al “stom stom stom stom stom” mompelend terug gereden naar de Lidl, waar ze het bankje enkel nog in wit hadden (ik wou zwart, verdorie) dus toen maar de witte meegenomen. Om 16 uur eindelijk weer thuis. De aquaria verder afgewerkt en daarna ook nog even het hele huis schoongemaakt en opgeruimd (want volgende dag bezoek van pap en mam en twee paar ooms en tantes) en dan moet het wel een béétje toonbaar zijn). Stofferen zat er niet meer in want om 18 uur moest zoon weer opgehaald worden van vriendje en dochter gevoederd. Snel omgekleed en zweet van voorhoofd en uit de ogen geveegd om om 19 uur alweer samen met buurvrouw in de auto te ploffen om naar de (door mij georganiseerde) ouderstamtafel van zoons klas te gaan (die van maandag was van dochters klas,hè). Heerlijk gegeten bij een mongools restaurant (waar we echter om 22 uur met harde hand naar buiten gewerkt werden) en daarna nog naar een café. Om 1 uur had ik de dames die niet (meer) naar huis konden lopen braaf thuis afgeleverd (ik was de BOB) en om half 2 viel ik in m’n nest.

Gisteren was een hele fijne dag met gezellig bezoek, maar dochter was helaas toch best enigszins ziekig. Na een flinke dosis ibuprofen was ze na de middag echter wel enigszins leefbaar. Vannacht was het echter weer helemaal mis: Keelpijn, buikpijn, hoofdpijn, 40 graden koorts. Joepie. Vandaag zouden we namelijk alweer de hele dag op pad, om kwart over 7 op weg naar nichtje die haar “vormsel” zou krijgen (hier heet dat Firmung) maar ook vanochtend was ze te ziek (verhoging, erge keelpijn, misselijk etc.) om haar de hele dag mee te slepen. Man, zoon en schoonmoe moeten ons dus maar vertegenwoordigen vandaag…

En nu zit ik dus thuis, in alle rust. Dochter als een hoopje ellende op de bank, koortsig en jammerend. Ik met een bak koffie achter de laptop. Zometeen even de tuin in, wat hoognodige dingen doen. En verder even niks. Ik vind het wel genoeg zo. Ik moet nog zoveel maar vandaag doe ik maar eens even niks.
Ik vind dat ik dat wel mag.

Oh. PS. na het publiceren zie ik ineens de titel van dit blog. De koters en de hektiek heb ik uitvoerig uit de doeken gedaan maar de dieren zijn er redelijk bij in geschoten. Maar die waren er dus ook nog in de dierentuin. Dat u het even weet.

Door hem gemaakt

Jij maakte mij.
En dat kan iedereen duidelijk zien…

Ik heb jouw lippen, jouw tanden, jouw groen in mijn ogen.
Ik heb jouw rationaliteit, jouw nuchterheid en analysevermogen
Ik heb jouw ruimtelijk inzicht, ongeduld en technisch verstand.
Ik heb jouw volhardendheid, rechtlijnigheid en strakke hand.

Je hebt ’t me allemaal meegegeven (en zelf nog genoeg overgehouden ;-)).

Op jouw schouders mocht ik altijd zitten als ik van die moeie beentjes had.
Op jouw schouders mocht ik later uithuilen als het weer ‘ns tegen zat.
Op jou kon ik bouwen als ik raad nodig had of een gefundeerde mening.
Op jou kon ik vertrouwen voor onvoorwaardelijk steun (en zelfs een lening ;-)).

En dat kan ik nog steeds. Altijd. No matter what.
(OK, op je schouders zitten niet meer, dat wordt wel een beetje moeilijk).
Mijn papa, eeuwig hardwerkend. Met 68 jaar nog steeds dagelijks druk.
Projecten, uitvindingen, vernieuwende constructies, aandelen…
Maar ook genietend. Golf, skieën veel en ver reizen, Oostenrijk, lekker eten.
Geen killer-sudoku die niet gekilled kan worden.
En weer lijk ik in meerdere opzichten zo ontzettend op jou…

Jij hebt me zoveel bijgebracht. Me laten zien wat wérkelijk telt in het leven.
Door jou kan ik (bíjna) alles zélf. En weet ik hoe te geven.
Door jou weet ik wat ’t is om een eigen zaak te hebben en door te zetten.
Door jou snap ik het belang van jezelf trouw blijven en altijd op te letten.
Door jou heb ik geleerd vol te houden maar ook stappen terug te doen.
Door jou kan ik analyseren met de scherpte van een harpoen.
Door jou werd ik een oprecht mens met veel rechtvaardigheidsgevoel.
Door jou ben ik mezelf, als je begrijpt wat ik bedoel.

Jij hebt me gemaakt tot wie ik nu ben.
En ik zie jou terug in mijn kinderen.
Steeds meer. Steeds vaker. Steeds treffender.
Dat lied van Stef Bos mag dan inmiddels ietwat cliché zijn,
maar papa, ik lijk écht steeds meer op jou…

oh, en papa, ik hou steeds meer van jou.


(het blijft een meer dan prachtig lied…)


Niet te geloven: wij zijn niks!

Gisteravond was ik een avondje kletsbeppen met de moeders van de kinderen van de klas van dochter (geweldige verhaalzin). Dat noemen ze hier “Elternstammtisch”, een stamtafel voor kletsgrage ouders. Correctie: moeders. Vaders waren er niet. Maar moeders zijn nu eenmaal ook ouders. Ik ga graag naar zulke kletsbepavonden want het is gezellig en je wordt er elke keer opnieuw stukken wijzer van. De opzienbarendste schoolnieuwtjes, de komende veranderingen, de laatste roddels (jaja, die ook, niet dat ik ze wil horen, neuhhh echnie!! Maar ja, je zit er nu eenmaal hè…).

Het gesprek kwam vanzelfsprekend ook op het onderwerp “religie” aangezien dat hier een dagelijks wederkerend, uitermate relevant iets is. Nog steeds, ook in dit nieuwe millennium. Minimaal 2 uur godsdienstles per week (en dat bij ‘maar’ halve dagen school, hè!!). Op goed 220 schoolkinderen hebben we welgeteld 10 evangelische kindekes, één moslimmeke, en 2 ‘niksertjes’ (de onzen), de rest is rooms-katholiek. De eerste twee schooljaren wordt er dan ook hoofdzakelijk naar die allesoverheersende eerste communie toegewerkt.

Nu zijn wij zogezegd atheïstisch en onze kinderen niet gedoopt dus nemen ze ‘vrijwillig’ aan de godsdienstlessen deel, voor zover ons dat in ons straatje past. Een beetje kennis van wat andere mensen om ze heen nou wél allemaal geloven is nooit weg. Ik had het liever wat breder gezien (een vak als ethiek bijvoorbeeld, waar alle religies en maatschappelijke overtuigingen een beetje aan bod komen) maar helaas, dat is er simpelweg niet. Het is dat of het is niks. Dat laatste zou waarschijnlijk wel beter bij ons zou passen, maar ze gaan toch naar ‘Religion’.

Mij werd (door aanwezige juf) gevraagd of dochter nou in het komende jaar nog blijft deelnemen aan de godsdienstlessen. Ik antwoordde bevestigend, met een voorzichtig “voor zover het voor ons te verenigen is” er achteraan. Misschien krijgt ze wel logopedie in één van die uren, net als zoon het afgelopen jaar tijdens een godsdienstlesuur elke week zijn extra leesbegeleiding kreeg.

Een moeder keek mij raar aan en vroeg vervolgens hoogstverbaasd: “Wat voor geloof ben je dan??”
Ik antwoordde iets in de trant van “nou, niks hè…”
Dat kon ze niet bevatten. Ze viel werkelijk bijna van haar stoel.
“Jullie zijn niks? Bestáát dat dan? Hoe kan dat? Hoe kun je nou niks zijn, hoe kun je nou niks gelóven? Dan kun je toch niet léven?”

Wel. Zie hier. Ik geloof niet in een god.
Ook niet in meerdere goden.
En ik leef nog!
Dus blijkbaar ben ik toch iets.
Eén grote bonk niksatomen.
En ik heb zelfs een hart!

Ik ben Lou.
Van de Stam der Niksers.

I rest my case 🙂

Pretty Woman

Oneindig lange, slanke, cellulitisloze stelten, een taille waar ik 6 ribben en 4 kilo vet voor zou moeten laten verwijderen, prachtig gevormde botox-eigenvet-lippen, kipfiletloze bovenarmen. Ik kan nog wel even doorgaan. Julia heeft dat. Nou ja, ze had dat; ik heb geen flauw idee hoe de stand van zaken bij Mrs. Roberts nu is. (En dat ze er al lachend uitzag als een zeeziek eendekuiken nemen we maar even voor lief).

Nou lijk ik natuurlijk verbazingwekkend veel op mevrouw Roberts, maar sómmige dingen zijn nu eenmaal verschrikkelijk moeilijk weg te photoshoppen.  Ik doe daarom dus mijn hele leven al ontzettend mijn best om fit te zijn cq. te worden (lukt bij tijden maar bij nog langere tijden helemaal absoluut NIET), mijn daadwerkelijk behoorlijk lange benen in toonbare toestand te krijgen (lukt echt nooit) en mijn taille zichtbaar te maken (volgens mij heb ik gewoon nooit zo’n tailledinges gekregen bij mijn geboorte, i.t.t. een standaard gemonteerde onderkin).

Maar dat is allemaal nog te verdragen. Het probleem is, dat ik daarnaast ook nogal wat van die prutskwaaltjes als een voortdurend pijnlijke onderrug, brandende pijn in mijn linkerschouder/nek, zwakke knieën (al skiënd/lopend/uitglijdend geruïneerd), futloosheid, afvalmoeilijkheden (hoe erg ik ook mijn best doe, de boel zit er muurvast aan), verkrampingen en andere zwakheden heb. Op de sportschool (waar ik al sinds een jaar 2x per week hard m’n best doe op de Powerplate), alwaar mijn in het bezit van een ‘absolute perfect body’ zijnde trainer 24/7 vol elan door het zaaltje huppelt, doe ik dus braaf mijn oefeningen tegen de rugpijn maar ook voor een ietwat minder zwangerlijkende buik en met enig geluk ook nog een paar werkpaardenbenen i.p.v. olifantenpoten , maar het mag allemaal niet baten. Ik ben 40+ en dan is het een simpel feit: alles wat er op je 40e aan zit, blijft er ook aan tenzij je het eraf laat zagen.

Maar.
Vandaag.
Stond daar.
Op de vensterbank. Een prachtige witte bus met overheerlijke, vrouwvriendelijke roze letters én delicieuze rode aardbeien met een toef slagroom erop. Laat ik nou gek zijn op aardbeien met slagroom. En ook nog op rhabarber (dat zit er namelijk eveneens in). En natuurlijk op “Low Fat Low Carb”. En nóg gekker op L-Carnitine want dat is het wondermiddel voor alle wanhopigen zoals ik. Ik begroette Mr. Trainer bij het binnenkomen maar mijn blik werd gelijk magisch richting witroze bus getrokken.  Gebiologeerd liep ik erop af en vroeg uiterst behoedzaam: “Wat is dat?”

Dat had ik niet moeten vragen. Trainer (echt een topvent hoor!) begon met de uitleg. Hoe belangrijk de ingrediënten zijn voor een goed functionerend lichaam en hoe geweldig dit spulleke is.
Ik: “Helpt het tegen mijn eeuwige honger?” (ik heb altijd honger, vooral na het ontbijt – een sinaasappel en een ei – tot op het misselijke af)
Hij: “Ja absoluut. Het verzadigt enorm door het hoge eiwitgehalte”.
Ik: “Helpt het bij het afvallen?” (ik doe zo gruwelijk mijn best maar mijn motivatie begint alweer alarmerend te brokkelen vanwege het uiterst ‘magere’ resultaat)
Hij: “Ja zeker, er zit L-Carnitine in hè.”
Ik: “Krijg ik er meer energie van?”
Hij: “Natuurlijk! Er zit precies in wat je lichaam nodig heeft om zich weer topfit te voelen”
Ik: “En die verkrampingen en pijntjes?”
Hij: “Daar ís het eigenlijk voor hè: De magnesium, de vitamine D en het foliumzuur doen echt hun werk wel! En mooie haren krijg je er ook nog van.”

Maar eigenlijk had ik dat helemaal niet hoeven vragen.
En eigenlijk had hij dat allemaal helemaal niet hoeven vertellen.

You strawberries-with-whipped-cream had me at ‘Hello’….

Nu ben ik in het bezit van een bus naar aardbeienkauwgom ruikend poeder. De kosten ervan laten we voor het gemak even buiten beschouwing. Ik heb dus net een ‘Pretty Woman Shake’ gedronken. Als middageten. De aardbeienrhabarberslagroomsmaak moet ik met een flinke dosis fantasie nog een paar dagen langer en intensiever zoeken, vrees ik, maar het is te drinken. En het vult inderdaad.

Laat nu de wonderen aan mij maar geschieden!!

Oh, en als u mij zoekt: start looking for a Pretty Woman-lookalike!

Spelletje KOP of MUNT doen?

Da’s inderdaad óók een leuk spelletje.
Een goede suggestie!
En veel leuker dan “geen ja of nee zeggen”.
Voor dit spelletje hoef je tenminste zelf nergens meer over na te denken of je best voor te doen: je wacht gewoon wat er komt.

Kop (of kruis, for that matter) of munt.
Ook wel tossen genoemd, geloof ik.
Opgooien en kiek’n wat ’t wordt.
De topprestatie van iedere scheidsrechter.
Het lot beslist.

Ga ik?
Kop.
Blijf ik?
Munt.
Beken ik?
Munt.
Lieg ik?
Kop.
Doe ik?
Kop.
Laat ik?
Munt.

De vraag is alleen, waar op het specifieke moment de kop of de munt voor staat.
Als ik nu voor het gemak even aanneem dat voor Kop ‘JA’ staat en voor Munt ‘Nee’,
dan ben ik weer terug bij m’n vorige spelletje…

Ik denk dat ik dat dan maar vast leg nadat ik geworpen heb…
Nee.
Beter.

Kop staat voor JA!!

En munt ook.

___________________________________________
Overigens:
Onderzoek heeft uitgewezen dat het opgooien van een munt niet volledig eerlijk is. De kant van de munt die bij het opgooien boven ligt, heeft meer dan 50% kans om ook bij het neerkomen boven te liggen. Dus mocht u nu toch echt EERLIJK een muntje op willen gooien over wat je bijv. morgen gaat doen, dan heb ik hier een heel eerlijk, absoluut betrouwbaar virtueel muntje:

KOP OF MUNT

Waar zouden we zijn zonder internet…

achter de wolken

Achter de wolken schijnt de zon.
Beweren ze.
Maar sommige wolken
zijn wel heel ondoordringbaar.

Achter de wolken schijnt de zon.
Roepen ze.
Maar sommige zonnen
willen gewoon niet schijnen.

Achter de wolken schijnt de zon.
Zeggen ze.
Ik heb de wolken geëlimineerd.
Het is weer helder rondom mijn hoofd.

And guess what…

Het klopt.

Spelletje JA&NEE doen?

Ja, het gaat nu goed met mij.
Nee, ik lieg niet. Echt niet.

Ja, ik weet dat ik het kan.
Nee, ik twijfel niet. Niet meer.

Ja, het komt echt weer in orde.
Nee, garanderen kan ik het niet.

Ja, ik voel me prima.
Nee, geen afkicken, geen gemis.

Ja, je mág je zorgen maken.
Nee, het is niet echt nodig.

Ja, ik ben ook maar een mens.
Nee, niet onfeilbaar.

Ja, het spijt me dat ik je liet schrikken.
Nee, het is niet anders.

Ja, ik maak ook fouten.
Nee, huil maar niet…

Ja, komt goed.
Nee, niet twijfelen.

————————————————

Dat spelletje JA&NEE heb ik nu wel verloren.
Maar de rest ga ik toch echt winnen!!!

gelukt!!

Vandaag is gelukt. Een goed begin van m’n ‘nieuwe start’.

Ik glimlach. Op DIT moment. Ik voel me namelijk best goed. Rustig, gewoon okee.
Geen idee hoeveel die twee Sintjanskruidpillen van voor het avondeten daartoe hebben bijgedragen, maar het voelt in orde. IK voel me in orde. Ik luister nu voor de 4e keer naar Brigitte Kaandorp, Lied zonder Angst. Wat een gewéldige tekst. Alles wat zij zingt. Wil ik. Ik ga er m’n best voor doen in ieder geval.

Vandaag was goed. En dát voor een maandag, jeujj!! Ik heb ‘braaf’ gegeten (Redelijk mager en koolhydraatarm maar toch erg lekker, die berg asperges. Maar jeeeee wat stinkt je plast toch elke keer opnieuw na het eten van asperges… Ben steeds weer hoogstverbaasd hoe erg dat meurt :-S). Ik heb niets gedronken wat ik niet mocht drinken. Een hele prestatie. Ik ben lief geweest voor de kinderen. En de kinderen o.h.a. ook voor mij, behalve dan de geweldige opmerking van zoon n.a.v. iets wat-ie toevallig op TV had gezien: “Shit mam, ben jij ook ooit zo’n teenager geweest? Of was jij gewoon gelijk al zo oud?” In ieder geval had ik op dat moment – ondanks de ouderdom – duidelijk nog wél een mond vol tanden. Iemand op twitter vroeg gelijk of zoon na die uitspraak ook nog alle tanden in zijn mond had, daar moest ik dan wel weer smakelijk om lachen (thanX JAG!). Ik heb gesport (zoals ik me voorgenomen had), ik heb – daar waar ik het nodig vond en het kon – opgebiecht (steeds opnieuw weer zeer bevrijdend, zulke mini-coming-outs), ik heb gewerkt, ik heb liefde en steun gevoeld, ik heb gelachen.

Welke drie dingen die ik ‘leuk’ vind zijn me vandaag bijgebleven? Ik schrijf ze zo op de eerste dag toch maar ‘ns op.
– in de auto kneiterhard Fuck You meegeblèrt met Lily Allen. heeeeerlijk!!
– de ontzettend lieve woorden en reacties van mensen op m’n blog, op FB, op WA en Twitter. Je kunt me zeggen wat je wil, maar sóms zijn social media toch echt een warm bad.
– de nieuwe juf van dochter leren kennen op de ouderavond. Een fijn mens, prima geschikt voor dochter. En  leuke ouders met leuke klasgenootjes, dat ook. Helemaal goed.

maar ik heb er nog meer hoor!!
– vol genot mijn nieuwe Samsung Galaxy Note weer een stukje beter leren kennen. Wát een prachtding. Vind ik dan.
– even lekker dubbel gelegen met de buurvrouw om een stommiteit van mij (komt vaker voor).
– de gruwelijk lekkere asperges (het stinkende resultaat daarvan even buiten beschouwing latend)
– de hoop die ik heb voor mezelf en die vandaag weer behoorlijk gegroeid is
– de tekening van zoon, van de kleine beer in de armen van moederbeer. Zo mooi.
– Dat Lied zonder Angst van Lá Kaandorp. Ik luister ‘m nu voor de 5e keer.

Ik ga al die punten proberen na te streven. Om dan ooit te leven zonder angst. Ik begin met dat zwemmen zonder vest, dat lijkt me wel wat. Na al mijn rondgezwem van de afgelopen tijd (zie vorig blog) moet dát me toch vast wel lukken.

En nu ga ik nog even naar FUN (We are Young) luisteren. Daar word ik namelijk nóg blijer van 🙂

Een openhartig woordje

Dat mag wel een keer hè?
Daar is een blog toch ook voor?
Dus mag ik?
Yep, ik mag.

Vandaag is het maandag.
En vanaf vandaag is alles anders.
Nee, vanaf vandaag ga IK alles anders máken!
Ik ga mezelf anders maken.
Beter maken.

Ik heb nu lang genoeg in de misère rondgezwommen om te merken dat ik écht geen zin meer in zwemmen heb. Niet eens meer in watertrappelen. Ik zwom enkel nog blind rond met als enig doel het bovenwaterblijven zelf. En in alle blindheid stootte ik ineens m’n neus aan de oever…

Daar ben ik nu. Bij die oever. Ik wrijf over mijn neus terwijl ik me met de andere hand aan een stevige graspol op de kant vast hou. Kijk nog even terug over dat modderige, zwarte water waar ik nu al zó lang in rondgepoedeld heb. Blèh. Ik ben optrekkende. Ik klim uit de ellende, helemaal zelf. Dat ga ik kunnen. Zoveel vertrouwen heb ik nog wel in mij. Ik wil mijn vrolijke, fladderende, droogkloterige ikje weer terug. En als ikje niet wil, sleur ik haar gewoon aan de oren mee. Ikje heeft niks te willen. Ikje gaat weer beter worden. Wat ikje brom 🙂

Maar wat betekent dat nou concreet? Wát heb ik mij voorgenomen? Welnu.

– geen dikke-huid-aanvreterij meer, die is nu wel dik zat. Meer dan dat.
– geen melancholie meer (Nou ja, héél af en toe is dat wel lekker en toegestaan, vind ik zelf. Maar dan echt héél af en toe. Eénsch per maand of zo :-)).
– geen alcohol meer (Ja… toegegeven… ik dronk best veel. Niet goed voor mijn ikje, had ik ikje toch zomaar bijna letterlijk verdronken, hè…).
– geen algeheel gejammer meer (behalve dan op het gebied der liefde, dat jammert namelijk zo lekker).
– geen gezeik meer. Als ik zo nodig gelukkiger wil zijn, moet ik dat gewoon maar gaan doen en niet eeuwig blijven hangen in dingen die me eigenlijk alleen maar ongelukkig maken.

Zo.
Tot zover mijn geheel autobiografische, uitdemoddertrekkerige peptalk.
En nu dóen hè!!
Zelluf doen.
Dat wou ik vroeger altijd al en dat wil ik nu weer.
Bent u blij dit te lezen? Ik wel…

Oh, by the way: vanaf vandaag ga ik innig van maandagen houden in plaats van ze te haten.
Dát hoort er dan ook bij.

It’s a new day, it’s a new dawn…
JIPPIE!!!
HET IS MAANDAG!!!

#BAM!!!

nee joh, niet jij!

dacht je echt dat ik het over jou had?
dacht je dat?
nee joh, niet jij!!

dacht je werkelijk dat ik jou aan de wilgen zou hangen?
figuurlijk dan?
echnie, niet jou!!

dacht je in alle ernst dat ik jou beschreef?
en jou bedoelde?
dat zou wat zijn…

dacht je echt dat ik het nú ook over jou heb?
och, bij nader inzien
zou best kunnen.

dacht je nou serieus dat ik klaar was met ons?
kom op zeg!!
was er ooit een ‘ons’ dan?

 

Mooie woorden

Mooie woorden zie ik overal. Zo ook vandaag, al meerdere keren.

‘Klaar’ is zo’n mooi woord. Ik associeer het met helder, duidelijk, maar dat zal wel vooral door mijn duitstalige vergiftiging zijn (‘klar’). En natuurlijk associeer ik het met voltooid, afgelopen, bereid. Alleen, ik roep het zo vaak en het blijkt bijna nooit zo te zijn… Klaar mee. Foutje. Toch niet…

‘Mooi’ is ook mooi. Maar da’s inherent aan het woord. Mooier dan mooi woord, dat mooi.

‘Overleven’. Dat is een woord waar weinig mensen werkelijk bij stil staan maar toch is het iets wat ze dagelijks doen en een vreselijk essentieel  iets.  Heeft naast het leven zelf ook nog het ‘trotseren’ in zich en het allerbelangrijkste der mensheid: voortbestaan…

‘Amper’ vind ik persoonlijk bijvoorbeeld een geweldig woord. Bijna niet. Maar toch een beetje? Nauwelijks merkbaar, maar het was er, héél ietsje… Maar ook een beetje ‘net niet’…

‘Elkaar’ – zo’n heerlijk woord. Samen. Jij en ik. Voor elkaar. Onderling. Wederzijds. Ik van jou en jij van mij. Het zit er in. Of zat?

‘Nu’ is ook zoiets. NU!! niet straks, niet gisteren, nu. Alles wat telt. Nu. Nu nu nu nu nuuuu! Bijna als zingen. Toch?

‘Genoeg’ is gewoon prachtig. Genoeg als in vergenoegde toereikendheid. Het is goed zo, voldoende. Verzadiging. Bevredigd. Basta.

Maar toch hè… toch zijn het altijd weer niet die enkele woorden maar de zínnen die me zo raken…

Het was mooi, maar amper genoeg om te overleven. En nu, nu zijn wij klaar met elkaar….