andersom.

een geweldige song.
een prachtige tekst.
alleen….
precies andersom.

onderaan staat de song (via youtube),
als je mijn aangepaste tekst al leest,
luister de song er dan eens naast…

___________________________________

Ik vertel over de pijn als ik op je wacht
’s Nachts gaat de bel, je wankele stap
Ik zeg: “ik verander nooit”
Jij vertelt honderduit en ik luister te goed
Je zíet dat ik je mis en je zegt dat dat moet
Ik zeg: “waarom blijf je niet”

Maar de stilte valt zo hard
dat het wel waar moet zijn
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn
Brengt me niets, lief, meer dan pijn

Ik vertel over ons, ja wat waren we goed
Jij die niets wist,
weet nu zeker wat moest
Jij ziet, ik geloof je niet
Dus jij verlangt weer naar mij,
weet maar al te goed
Dat het niets wordt.
liegt: “het komt wel weer goed”
Ik zeg: “waarom zwijg je niet?”

Maar de stilte valt zo hard,
dat het wel waar moet zijn
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn

Steeds als jij vertrekt, dán wil je terug
Als jij er bent, dan vlucht je weg
Je doet me pijn terwijl ik denk: “hij verandert”
Ik weet, jij verandert nooit…
Brengt me niets, lief, meer dan pijn

Ja, zo gaat het met alles waar ik eens om gaf
Ik wil het wel kwijt maar ik raak er niet af…
Had ik je maar nooit gekend
Want nog voor je de deur weer achter je sluit
Kom je al terug op je laatste besluit
En draait je nog een keer om

Maar de stilte valt zó hard,
dat het wel waar moet zijn…

Je brengt me niets, lief, meer dan pijn,
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn,
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn.

___________________________________

janboel

de ogen moe teneergeslagen.
denken aan
de nachtmerrie van vandaag.

denk aan jou.
zo ontzettend geschrokken.
van je eigen hart.

denk aan jou.
je hele hebben en houwen
laten liggen. weg is het.

denk aan jou.
zoveel liefde in jouw leven
zo genietend van gevoel.

denk aan jou.
door die rotziekte gesloopt
uitgerekend vandaag.

denk aan jou.
zomaar van achteren aangetikt
nu pijn en een kapotte auto.

denk aan jou.
een overlopend hoofd zo vol
even pauze nemend.

denk aan jou.
geen woord van je gehoord.
en tóch denk ik ook aan jou…

maar als ik niet van jou mag houden
wil ik ook niet van je houden.
als ik jou niet aan mag raken
wil ik ook niet aan je denken.
als jij mij niet wilt
wil ik jou ook niet willen.
en als jij me niet ziet
weet ik niet meer wat te doen…

*click*
hoofd uit.

Shocking Day

… klinkt als Boxing Day, maar zo gezapig als op 2e kerstdag was het vandaag tot nu toe dus écht niet. Eerst een shock op Facebook, waar een nieuwgevonden vriend ineens ‘live’ alle symptomen van een hartaanval beschreef, en dat hij zich toch best wel zorgen maakte (een 112-momentje noemt hij dat, duhhh…). Sterkte Paul, ik hoop echt dat dit een giga-sisser gaat worden, maar tot nu toe ga ik nog maar even door met me zorgen om jou maken…

Ondanks dat toch maar traditiegetrouw eten gekookt (zoals wij goed geïntegreerden braaf ‘s-middags doen hier in Oostenrijk), dochter kwam inmiddels het huis binnenstommelen, bij de voordeur met schoenen aan (voor de duidelijkheid: die dienen hier bij den voordeure uitgetrokken te worden)  en ‘Schulranzen’ nog op de rug alweer haar vaste middagvraag roepend: “Darf ich fernsehen??” en ik mijn steevaste antwoord al terugbrullend: “Nee!”

Om 10 voor 1 denk ik: “Hmmm. Zoon is wel laat. Raar.” Dochter probeert ’t nog een keer met de TV en ik verzucht dat ze dan maar 5 minuten moet kijken voordat zoon thuis komt. Om 1 uur denk ik: “dit is niet normaal” en bel de buurvrouw om te vragen of haar zoon T. (zit in dezelfde klas en gaat met dezelfde bus naar huis) al thuisgekomen is. Die neemt op en ik hoor hem al op de achtergrond. “Ja hoor, die is al laaanggg thuis”, vermeldt ze. En nee, zoon zat niet in de bus. Ik hoor buurjongetje op de achtergrond brullen dat een man hem weer uit de bus gehaald en meegenomen had.

Boink… SHOCK!!! De nachtmerrie van iedere moeder. Een man. had. hem. meegenomen…
Ik kwak de hoorn op m’n iphone, sleur dochter bij de TV vandaan en prop haar met blote voeten in de auto. Met het hart achter m’n huig scheur ik over ons landweggetje (2m breed en deels opgebroken omdat er opnieuw geasfalteerd wordt). Ik geloof dat ik de 100km/h dik gehaald heb :-S (laat man het niet horen). Ik was binnen een minuut op school, ruk dochter uit de auto en ren naar binnen. De directrice zit nog in haar kamer en buiten adem en best wel redelijk in paniek (*kuch*) vraag ik haar of ze zoon nog ergens gezien heeft, of ze weet waar hij is want ik ben hem kwijt (zij kent hem heel goed). En met vermoeide doch relaxte stem zegt ze: “ja tuurlijk, die is met zijn leesbegeleider en de andere kinderen een ijsje eten, dat hadden we toch afgesproken?”

Ik zak bijna door m’n knieën. Verrek ja. Dat was ook zo. Waarom ben ik in vredesnaam zo ontzettend vergeetachtig de laatste tijd?? Als ik m’n kont niet zo goed vast had zitten, had ik dat ding ook vast nog wel ergens laten liggen… Zoon is zwaar dyslectisch en heeft op school één uur per week extra leesbegeleiding. Een uurtje intensief lezen met een ‘leespeetoom’ (zo noemen ze dat hier). En vorige week vroeg hij (persoonlijk nota bene!) of zoon deze woensdag na school mee mocht om met alle leeskinderen en leespeetoom zelf een ijsje te eten bij het plaatselijke café. Ja prima, tuurlijk mag hij dat, leuk!! Alleen was ik dat door de punctuele werkstress op het vraagmoment zelf 2 uur (nah jah, 2 minuten, zeg maar) later alweer vergeten.

Ik had het dus ook vergeten om zoon te zeggen: die wist van niks en is na school braaf in de bus naar huis gaan zitten i.p.v. met de goede man mee te gaan. Leespeetoom had dat gezien en heeft hem weer uit de bus gehaald en – zoals afgesproken (én zelfs schriftelijk ondertekend :-S) – meegenomen. DE man die mijn zoon uit de bus haalde en meenam. Hele aardige vent, echt. En goud waard voor zoon, die door hem inmiddels zoveel beter kan lezen.

Afijn. Toen ik mezelf weer bijelkaar geraapt had, bedankte ik diepzuchtend de schooldirectrice, scheurde met dochter – nog steeds zuchtend – terug naar huis om een klein bedankkadootje en -kaart voor leespeetoom in elkaar te knutselen (die goede man heeft zich dit jaar wel zo’n 30 uur met zoon bezig gehouden, hè) en toen naar het café geraced om daar – zoals óók afgesproken – zoon af te halen.

Inmiddels is mijn hartslag weer terug op normaalniveau. En ik moet de dingen duidelijk nóg beter opschrijven in m’n electronische agenda (nou ja, ik moet ze gewoon opschrijven, eigenlijk) zodat ik mezelf wat hartkloppingen en nachtmerries kan besparen.

Nog één keer diep doorademen en dóórgaan maar weer…

Roeien jij!!!

Met enige gemengde gevoelens maar vol goede moed was ze in haar rubberbootje gestapt. Ze zou die nieuwe wereld wel eens even ontdekken. De enigszins kleine roeispanen in de dollen leggend, stak ze van wal. Ze duwde hard van de kant af. Zó hard dat ze daar al bijna omsloeg, maar uiteindelijk wist ze toch haar evenwicht te bewaren. Ze roeide, zich erover verwonderend dat het zó makkelijk ging. Met een hand even onder water voelend merkte ze de onderstroom. Die zoog. En nog hard ook. Ze liet zich meedrijven. Wat een goed gevoel, heerlijk wegdrijven op dat kabbelende, eeuwigbabbelende, heldere water…

Uren en dagen gingen voorbij. Ze liet haar euforie de volle loop. Benen over de bootrand bungelend, af en toe in de onmetelijke diepten kijkend en zich afvragend, wat er zich in al die diepzwarte plekken daar beneden zou kunnen bevinden. De riemen hingen er los bij want ze dreef toch wel vanzelf mee met de stroming. Verder en verder weg… Genietend van al het aandachtige water dat haar omringde, dat haar tenen streelde, dat haar verkwikte als ze weer dorst had. De zon hield haar warm en haar overweldigende gevoelens voedden haar. Er leek geen eind te komen aan de stroom good feelings.

Maar ineens besefte ze dat de zon bij tijden toch wel heel erg heet was. Dat ze langzaam leek te verbranden. In het water springen durfde ze niet zo goed omdat ze zich er inmiddels van bewust was dat de onderstroom vreselijk verradelijk kon zijn en haar hard naar beneden zou kunnen trekken. En ze voelde haar maag. Ze had vreselijke honger… honger naar iets échts, iets tastbaars. Honger die niet langer door enkel gevoel en gekabbel gevoed kon worden.

Ze wilde naar haar riemen grijpen maar merkte dat er inmiddels eentje verdwenen was. In het water gegleden toen ze zo druk bezig was met voelen, in zichzelf praten en genieten. Daar waar het hout van de weggegleden, toch al wat oudere roeispaan een kleine splinter in de boot had geduwd, zat nu zelfs een miniscuul gaatje… Het rubberbootje zou overduidelijk niet eeuwig meer blijven drijven. Ze rukte aan de nog overgebleven roeispaan, ze moest terug naar land roeien. Het meer dat aanvankelijk zo lieflijk leek, bleek ineens van gigantisch formaat. Heel in de verte, aan de horizon, zag ze de oever. Kilometers ver weg. Hoe had ze die zo uit het oog kunnen verliezen… Ze moest terug. “En nu roeien jij, roeien!!” spoorde ze zichzelf aan. En ze roeide uit alle macht met de ene riem die ze nog had.

Maar zo éénzijdig roeiende bleef ze rondjes draaien… Ze kwam niet echt vooruit. Weliswaar linksom of rechtsom maar feitelijk bleef ze ronddraaien in kringen, daar midden op dat meedogenloze meer. Om haar heen één grote uitweg die weliswaar met pi en radius te berekenen was maar die ze niet kon nemen omdat ze niet werkelijk vooruit kwam. Zelfs afwisselend links en rechts of met de handen paddelen hielp niet, de fikse stroming trok het kleine bootje net zo hard weer terug. Zwemmen was geen optie meer. Ze was weliswaar een prima zwemster maar ze was toch ook duidelijk behoorlijk uitgeput en het was simpelweg té ver. Bovendien zonk het ooit zo betrouwbare bootje nu toch echt langzaam maar zeker…

Ze wanhoopte. En in haar wanhoop dronk ze. Van het vloeibare dat er om haar heen zo in overvloed was. Veel water. Nóg meer water. Om de grommende honger toch maar op de één of andere manier te kunnen stillen. De honger naar échts. De honger naar wáár gevoel.  De honger naar reaal léven. De honger naar verdoving van al wat toch niet echt bleek te zijn. De honger naar het stillen van haar angst.


Ze dronk.

Ze zonk.

Ze verdronk…

___________________________


In that vast but beautiful sea
of social and virtual space
even the best swimmer might be
sucked into the deep
and drown without a trace…

 

(if it were only just water…)

Schreeuw het uit

Niet goed genoeg. Eigenlijk zelfs ietwat op het irritante af.  Ik heb het gevoel dat ik dat ben. Voor jou. Een onfijn gevoel dat ik eigenlijk maar lastig ben. Ik probeer het echt goed te doen. Los te laten. Luchtig oppervlakkig te zijn. En dat lukt me ook best aardig, vind ik zelf. Ik word steeds beter in het wegstoppen van de dingen die ik niet wil, niet kan, niet mág voelen. Prima, is voor mezelf ook stuk rustiger zo. Je houdt er een wat vlakker, oninteressanter persoon aan over, maar hey, je kunt niet alles hebben toch? Voor mij is het even slikken en goed oefenen, maar zelfs loslaten kun je leren. Blijkbaar.

Maar soms hè, soms zou ik je aan je oren naar me toe willen trekken en er dan heel hard in willen schreeuwen. Heel hard. Wáárom?? Wáárom kun je nu niet eens één verdomde rotkeer zeggen wat je écht vindt??? Wat jóuw gevoel is? Wat je écht wil? Waarom kun je niet gewoon eens eerlijk en open zijn? Zég het dan?!? Zég wat je op je hart hebt. Wat je verwart. Wat je voelt. Waar je van droomt. Wat je van jouw leven wil. Wat je van mij wil. En niet wil. Waar je naar smacht. Wat je wilt weten. Wat jou beweegt. Wat je nog aan mij vindt. Of gewoon niet vindt. Schreeuw het uit!! En dan het liefst zo dat IK het ook nog kan horen. Of lezen, nog beter. Ik ben nu eenmaal een mens van het geschreven c.q. getypte woord.

Lange stiltes. Bijnablokkades. Korte nikszeggendheden. Zo nu en dan een flinterdunne uiting. Sorry, maar ik red het er echt niet meer mee. Dan heb ik nog liever gewoon niks meer. In de zwarte, gapende leegte zelf rondzwemmen is altijd nog beter te behappen dan het aan een breekbaar draadje boven die leegte bungelen. Ach toe. Vertel het nou eens. Ik weet wel wat ik zou willen horen maar ik heb geen idee wat jij überhaupt ooit nog kwijt wil. Wees een vent en leg die ondoorgrondelijkheid van jou nou eens bloot?

Want ik snap geen bal van jou.

En dat zal ik ook wel nooit doen zo.

’t mocht niet zo zijn

zag het aankomen
niet los willen laten.
het was te vroeg.
’t mocht niet baten…

te vroeg geboren,
de liefde groots
te eertijds ontmoet,
maar toch ruimschoots…

het leek zo mooi
so meant to be
dat delicate speciale
ik zie, ik zie…

wat jij nooit zag
maar wel probeerde
de eer aan jou
die ik negeerde

slechts ’n surrogaat
inclusief mutatie
tot ’t enkel nog was
bron van irritatie

het was niet genoeg
zo bleek wel weer
eigen wegen te gaan
tot nevernooitmeer…

(c) Lou

Oud en afgedankt

Gut Aiderbichl. Wie kent ’t niet. Nou ik dus, maar dat mocht ‘m de pret niet drukken. De ranch namens ‘Aiderbichl’ is bekend in Oostenrijk. Het wordt het dierenparadijs genoemd. Een nobele (en – moet ik zeggen – ook zeer goed gemarketeerde en gepromote) dierenopvangsinrichting. Voor dieren die zijn afgedankt. Dieren die, vooral in de zuideuropese landen, te oud waren om nog enig dienst te doen en daarom aan een boom gebonden werden om te verhongeren, naar de slacht gingen om tot ezelsalami of ragout verwurschtelt te worden, die de meest horrende pogingen tot doodmaken toch nog op de één of andere manier wisten te overleven. De dieren die ze konden (en kunnen) redden, komen hier terecht. Honderden. Misschien wel duizenden. Heel veel paarden, pony’s, muildieren en ezels. Geiten, honden en katten. Kippen, konijnen, hangbuikzwijnen, ganzen. Vossen, varkens, zelfs lama’s.

Schoonmoe wilde er graag een keer heen omdat ze het al meermaals op TV had gezien (er worden o.a. ook volksmuziekprogramma’s opgenomen). Dus was het zo ver: op stap met de hele cleanfamily. Het belangrijkste natuurlijk het eerst: eten bij de Seewirt am Zellersee. Een zeer idyllisch plekje waar de grillplatten, schweinsbraten en schnitzels van deze wereld nog in orde waren. Dochter vond het nodig om toch nog even met haar onderbroek het meer in te plonzen dus die heeft de rest van de dag in haar blote niksje onder haar jurkje rondgelopen maar ach, geen hond die dat zag.

Helaas zag man bij het achterwaarts uitparkeren wél de kans om de bips van onze (mijn!) Audi in de zijflank van een fonkelnieuwe BMW-SUV te proppen, dus moesten wij eerst nog wachten op de politie, die ‘het geval van de dag’ (het is een gehucht van 43 inwoners hè) persoonlijk moest komen opnemen. Ik denk dat het probleem niet al te groot zal zijn: even uitdeuken (*kuch*) en zelf snel overspuiten want op de zijkant van die BMW was de reclame overduidelijk: “Autolackiererei Jansen”. Meneer Jansen zelf was nergens te vinden, maar bromsnor was een joviale vent die de boel wel verder zou regelen. Prima.  Onze (mijn!!) auto had enkel een paar krassen op de bumper die in het overige op de achterkant afgebeelde dramatische autolevensportret absoluut niet opvielen. En zo gingen wij toch nog op weg naar Hoeve Ouwebeestenpret.

Onze navigatie stuurde ons als vanouds vrolijk door de onverharde oostenrijkse rimboe, wat het humeur van man nou niet bepaald ten goede kwam. Na een uitermate onschuldig, rustig commentaar van mijn kant (“he jôh, hij zei toch LINKSAF!! waarom ga je dan nóg rechtsaf??? We hadden daar afgemoeten, sjee zeg!!!”) en de duidelijk daarmee instemmende opmerkingen van dochter mompelde hij verbeten iets wat op “als jullie kippen jullie koppen nu niet als de sodemieter dichthouden, hak ik ze er zelf met de blote handen vanaf” neerkwam. Wááááár was dat ongewenstedierenparadijs ook alweer???

Op Gut Aiderbichl aanhoorden wij met stalen gezichten maar innerlijk bloedend de vreselijkste dierennoodlotten. Het personeel wist tot tranen toe te vertellen hoe gruwelijk de mensen deze dieren behandelden en hoe erg het is, dat ze niet alle dieren kunnen redden. En ik moet zeggen: ze hebben werkelijk gelijk. Het ís gruwelijk. En het is geweldig dat er mensen zijn, die dit soort dingen opbouwen (ik loop nu al de hele dag met Stichting SOZA in mijn achterhoofd. Petje af!!!). Af en toe kwam er een gruwelijk oud beest (meestal een ezel) langs sjokken, zo eentje waarvan je gelijk zag dat-ie snakte naar een spuitje. Nu zijn we dus vanzelfsprekend ook happy Foster Parents van een 16-jarige geit met een kromme nek en ze heet Miffy.

Maar het was me absoluut duidelijk: de dieren die hier op Aiderbichl oud mogen worden, hebben het echt heel, heel erg goed. Wat een heerlijkheid, álles wordt voor ze gedaan, ze krijgen heerlijk eten, lopen bijna allemaal gewoon los (de vossen en de 260kilo-zeugen niet), hebben prachtige “woongelegenheden” (de meesten hadden de naam “huppeldepup-paleis”), krijgen liefde en aai-doses in overvloed. Helaas was het witgevlekte minipeerd Franzl, venijnig achterneefje van Pipi’s Klein Witje (die er ook was!! met hartjes op z’n achterste), het geaai van die dag duidelijk meer dan zat en vond hij het nodig om zijn tanden en passant even lekker in dochter’s knie te zetten. Uitgerekend háár knie, de knie van onze de dier-en-dan-vooral-paardachtigen-liefhebster bij uitstek. Het was een enorme shock, maar ze overleefde het ternauwernood. Een dierenverzorgster nam dochter-in-shock uiteindelijk mee naar Franzl om hem de gelegenheid te geven zich te verontschuldigen. Franzl vond dat uiterst onzinnig, dus deed de dame het zelf maar even met verwrongen stemmetje. Uiteindelijk kwam het middels een vriendschappelijke maar licht gedwongen scheiding toch nog weer goed.

Een ritje met de plaatselijke on-road-trein moest natuurlijk ook nog volbracht worden. De geëngageerde pedaalmachinist verklaarde onderweg nog eens uitgebreid hoe de niet-biokippen moeten leven en dat er o.h.a. zelfs geen tijd is om de beesten op kipvriendelijke manier te slachten zodat ze al kakelend geplukt, verdrukt en uit elkaar gerukt worden, dat hun snavels afgeknipt worden waardoor ze weliswaar niet meer fatsoenlijk kunnen eten (maar in een legbatterij hoef je enkel naar binnen te schrokken wat er aan voer voorbij komt) maar elkaar ook niet meer kaal kunnen pikken. En over de paarden (die we onderweg appels en wortels mochten voeren) die ze half doodgestoken en heftig bloedend uit een dubbeldekkervrachtauto uit Roemenië hebben gered. Alle gruwelijkheden werden beschilderd. Laat ik even opmerken dat onze kinderen (6 en 9) tot de oudsten van de ca. 10 intensief luisterende, geshockeerde kinderen behoorden… Ik heb getracht de oren van dochter dicht te houden, maar dat lukte niet. Ik ben benieuwd waar ze van droomt vannacht, van Franzl of van koploos kakelende kippen…

Ach. Het was zeker een geslaagde dag.
Prachtig weer. Heerlijke landschappen, idyllische plekjes.
Een hoop dieren met een gelukkige oudedag.
En een pleeggeit en een bumperdeuk rijker.

What’s up?

Ik zit in de zak.
Jij in de as.

Ik zeg bijna niks.
Jij nog minder.

Ik ben in de war.
Jij bungelt.

Ik voel het zwaard.
Jij bent Damocles.

Ik vraag me af.
Jij weet het niet.

Ik vraag what’s up?
Wat jij niet ziet.

Ik gis me suf.
Jij geeft niet.

Ik huil een traan.
Een laatste. Om jou.

 

(c) Lou

I want it all

Vandaag weer eens wat levensinzichten gewonnen (zou ’t vrijdag zijn??). Zomaar wat ‘gesprekjes’ tussendoor en ineens weet je voor jezelf weer wat meer. Zou voor anderen ook moeten gelden, maar die moeten het zelf maar uitzoeken.

Eigenlijk zijn het allemaal open deuren die je met het topje van je pink kunt verpulveren. Maar ondanks dat schijnt een mens toch steeds weer met de ondankbare neus op de alom bekende feiten gedrukt te moeten worden…

Moet je alles willen? Moet je al je dromen proberen te verwezenlijken? Moet je werkelijk alles doen omdat je maar dit ene leven hebt? Ik ga als atheïstische niksgelover er gemakshalve even van uit dat er daadwerkelijk maar één ‘bestaan’ en er na gedane zaken geen keer is. Dat ik straks niet luxueus op een wolkje hang, mijn voorheen aardse beslommeringen bekijk en uit mag kiezen wat ik in een volgend leven beter ga doen. Geen Game Overnieuw.

Ik wil zoveel. Ik wil zó graag zó veel. Spannende dingen doen. Mijn kinderen alles kunnen geven. Inspiratieve dingen meemaken. Creatief uitbarsten. Geoorloofd polyamoureus zijn.  Carrière maken en succes hebben. Een verschil gemaakt hebben als de wereld straks doordraait zonder mij. Iets betekenen. Presteren. Reizen. Buiten spelen…

En ik denk dat ieder mens dat wel heeft. Je probeert zoveel mogelijk in je leven te proppen en ineens merk je dat je jezelf en alle relevante dingen in je leven compleet voorbij loopt. Dat je er niet persé gelukkiger van wordt door steeds naar nog meer doelen te streven. Met veel van alles zie je steeds minder van dat wat echt wat waard is…

Het is lente. Klopt helemaal. En in de lente wil een mens ineens nóg meer. Vooral liefde. En de rest. Contact. Interactie. Presteren. Nieuwe energie. Maar zelfs in de lente heeft de dag nog steeds maar 24 uur. En door alle (be)geren kom je uiteindelijk tot val… Je struikelt over je eigen meerwillendheid. Been there. Done that. Wasn’t nice.

Nadenken over wat je wel hebt levert zoveel meer op. Inventariseren is op z’n plaats…

– Ik heb twee gelukkige kinderen. Althans, ik hoop dat ze gelukkig zijn, maar zo zien ze er wel uit. Ze hebben allebei veel begeleiding nodig (zware dyslectie, ADHD, ritalin en co. zijn bij ons dagelijkse kost) en zijn heel veel thuis. Als ik al die spannende dingen, die carrière en dat succes na zou streven, zouden mijn kinderen lang niet zo gelukkig zijn.
– Ik heb een lieve, goede, hardwerkende, mooie man. Mijn capaciteiten op houden-van-gebied passen voor hem niet in ons plaatje. Dan moeten we het plaatje maar zo schilderen zodat het wel past. Toch?
– Ik heb samen met een bedrijfspartner al 12 jaar lang een eigen zaakje dat nog steeds loopt. Het levert geen carrière en al helemaal geen groot succes op maar wel nog steeds veel ervaring. En ooit komt vast wel die opportunity om wat anders uitdagends te gaan doen. De tijd is gewoon nog niet rijp.
– Mijn creatieve uitbarstingen kan ik nu al uitbouwen. Ik schilder met passie en iedereen roept dat ik daar iets mee moet gaan doen. Ik zing graag (maar daar roept niemand hahah *pijnlijk lachje*, whatever) en leer drummen en gitaar. No Music No Life.
– Reizen? Dat komt later wel weer,  nu krijgen we eerst wat huisdieren die onze aandacht gaan vragen.
– En een verschil in de wereld maak ik al. Zonder mij was de wereld anders geweest. Twee prachtige, geniale, creatieve mensjes armer. Een bérg bloggeneuzel armer. Menig technisch rapport en marktonderzoek armer. Een hoop kilo’s armer. Een bedrijf armer. En heel, héél veel liefde armer. (oh, en een hoop ongedierte aan wespen, muggen en woelmuizen rijker, maar dat gemis zal niemand betreuren. Toch?)

Loslaten wat je nooit zult hebben,
vrijlaten wat vliegen moet, en
omarmen wat je tegemoet komt.

Als ik eens zouden stoppen
met steeds harder proberen
om gelukkiger te worden
zou ik al een gigantisch stuk
gelukkiger zijn.

Je kunt wel alles wíllen
maar je kúnt niet alles hebben…
En je kunt nu eenmaal niet alles.

Of zoals Leo Tolstoy zei:
“If you want to be happy, be.”

(ja jij daar… deze is ook voor JOU…)

can’t you!! feel a!!

…rant today…

Ik wel.
Ik voel ‘m aankomen.
Zo’n heerlijke vloek-tier-en-schreeuwbui. A classical rant.
Maar ik geef er niet aan toe.
Dat is óók een vorm van zelfbeheersing, toch?
Beheers ik toch nog iets.

In ieder geval is dit het tegendeel van afvlakking.
En er dan nog niet eens aan toegeven ook.
Woahh, life’s great. I can manage.
Zegt ze met een verwrongen glimlach.

“Nee hoor, het gaat goed met mij. Echt. Maak je geen zorgen.”
Kaken op elkaar klemmen en overtuigend genoeg sissen.
In platte tekst is dat in ieder geval een makkie.

Kan ik.
Ik geloof ’t zelf ook al.
Bijna.
Komt goed.
Echt.
Maak je geen zorgen.

Ik ga enkel nog even een tennisbal uit de dakgoot vissen, een gifzakje in het woelmuizengat stoppen,  de garnalen voederen, een volledig warrig blog schrijven, de radijsjes bewateren, een envelop aan de belastingdienst dichtplakken en de kauwgum van mijn dochter’s schoen peuteren.

My life makes perfect sense. It really does.

afgevlakt

Ik zit hier in een halfdonkere kamer. Alleen de felle eettafellamp is aan. En ik zit eronder, op m’n laptop te rammen. Voeten op de stoel tegenover me, hoofd beetje schuin, melancholische blik. Op TV loopt één of andere looovvvvve-movie die ik niet ken. Ik weet wel dat ik Cameron Diaz niet leuk vind. Ik krijg altijd een beetje een badeend-gevoel bij haar. Ik kan alleen maar hopen dat ze haar lippen nooit op laat spuiten want dan krijg ik ook nog een rubberbootgevoel. Op de achtergrond staan er een hoop browsertabs open, o.a. een tab met Twitter, een tab met facebook, muziekvideo’s op youtube, een paar blogs die ik nog wil lezen en blip.fm.

Wat een brok intelligentie in één schermpje. Ik verveel me. En toch ook niet. Ik zou momenteel niet eens tot iets anders in staat zijn dan stom typen en wat lezen met een nog stommere film op de achtergrond. Vermoeiende dag, veel gedaan. O.a. hele oerwouden aan brandnetels uit de tuin gerukt waardoor m’n onderarmen nu jeuken als de sodeneten. Man heeft het ronken op de bank inmiddels ingeruild voor ronken in bed, een stuk prettiger voor ons allebei. Ik zucht een keer diep, kijk vermoeid naar het scherm en naar mijn eigen binnenste. Wat wil ik nou. Er niet over nadenken, dat is wat ik wil. Alles uitschakelen. Alles op autopiloot. Gewoon functioneren zonder emotie. Simpel de dingen doen die goed zijn voor mij en mijn omgeving zonder gevoelsmatige rompslomp.

Ik wil uit. Uit als in “off”.  Ik ben mijn eigen tegenstrijdigheden meer dan zat. Ik zeg te houden van maar ik voel me leeg. Ik zeg los te laten maar ik blijf er maar in hangen. Ik beloof mezelf te stoppen maar ik ga maar door. Ik neem me voor bepaalde dingen niet meer te doen maar vijf minuten later ben ik er alweer mee bezig. Wie redt mij als ik het zelf wel wil maar niet doe?

Ik voel me een zwakkeling. Het laatste beetje intensiteit stroomt weg. Ik zou uren kunnen douchen in de hoop dat ik uiteindelijk oplos en in het afvoerputje verdwijn. Ja, dat zou wat zijn. Ik heb zoveel mooie, geweldige dingen gedaan de afgelopen week. Ik heb gevlógen. Ik heb geschreven. Ik heb gewerkt. Ik heb geschilderd. Ik heb de eerste aardbeien uit de tuin geplukt. Ik heb geleefd. En ik ga ook door met leven. En met geweldige dingen doen. Ooit zal ik vast nog wel ‘ns iets bereiken. Maar het vlakke gevoel blijft. Ach, het zal over een paar dagen (jaren?) wel weer weg zijn, schat ik zo.

En afgevlakt is altijd nog beter dan uitgevlakt…

Frau Omnisciente

ik WIL het weten. wat hij nu weer allemaal denkt.
uiterlijk eeuwig rustig, innerlijk toch wat gekrenkt?

ik MOET het weten. dat wat hem opwindt.
weten waarom mijn eeuwig gelijk hem nu niet zint.

ik KAN te weten. ik, de vrouw die altijd alles ziet.
iets steekt er. maar zeker weten doe ik ’t nog  niet.

ik WEET het niet. en het maakt me pisnijdig.
ik voel ’t toch? is mijn intuïtie dan zo tegenstrijdig?

ik HAD het kunnen weten. als ik begreep wat ik hoorde.
en zijn redenen niet keer op keer de grond in boorde.

ach, Joost mag het weten. ja, DIE weet ’t nou.
want ik ben al sinds járen zijn alleswetende vrouw…

(c) Lou

Als het moet (reblog)

Dit is een gedicht van Liza.
Ik vind het prachtig en zo enorm toepasselijk dat ik het graag op mijn blog wil delen.
Ze schrijft sowieso geweldig mooi dus het lezen en volgen waard.

Het origineel van deze reblog vind je hier:
Lizaminime
(gelieve eventuele comments dan ook daar achter te laten)

______________________________________________

ALS HET MOET

Zal het negeren accepteren

Zal op afstand van je leren

Zal mijn tranen kunnen weren

Zal niet vragen naar begeren

Zal je je rug toe laten keren

Je hoeft alleen te zeggen “ga”


Weet dat ik zal blijven waken

Zal je mij voelen als je baken

Zullen je woorden me blijven raken

Zonder dat ons handen in zullen haken

Ik mag jou niet ongelukkig maken

Zal ik slikken en zeggen “ja”


Misschien zeg je wel “Ga, ga met mij  mee”

Er is één woord wat je mij nooit zal horen zeggen,

dus weinig kans dat ik zeg “…”

silence of the Lou

eerste gedachtes
hmmm?

.

.

beeldscherm wazig.

.

.

mén, ik heb lodderogen.

.

.

stom hoofd.
werkt voor geen meter.

.

.

stil in mij.
nog steeds.
alweer.

.

.

de mensheid mag blij zijn.
eindelijk houdt ’t mens
haar kop eens.

Rot is relatief

Vroeger toen ik nog klein was (oftewel: lang, langgggg geleden) had ik qua eten stiekem de grootste bewondering voor mijn mama. Zij at alles waarvan wij dachten dat je het al lang niet meer kon eten. Vaak zaten mijn zus en ik bij het ontbijt onthutst te kijken naar haar plankje met daarop een half verrotte appel, een sinaasappel met een groene bontkraag of  een donkergroene kiwi waar je al doorheen kon kijken, zo glazig. In koor riepen wij dan: “ieuwwww mam, dát kun je toch niet meer opeten?”

Maar ma sneed onverdroten de rotte plekken weg en prevelde ondertussen: “Jawel hoor. Goed eten
góói je niet weg.” Nou is dat ‘goed’ dus echt relatief. Ik kende de beroemde japanse duizendjarige eieren toen nog niet, maar daarmee had ik het prima kunnen vergelijken. Voor mij was het verrot. Een appel met een grote, zachte, prutterige bruine plek is verrot. Een kwartverschimmelde sinaasappel is verrot. Zulke dingen gooide je linea recta de vuilnisbak in (nee, GFT-bakken hadden we toen nog niet).

Mijn moeder at ook roggebrood met Hüttenkäse en selderiezout voor het ontbijt. Ik gruwelde ervan. Niet goed wijs, die daar bij de Weight Watchers. Of ze at kikkererwten. Hóe ze die at weet ik niet meer, maar ik weet dat het kikkererwten waren want ik kon de woorden ‘kikkerbillen’ en ‘kikkerdril’ maar niet uit mijn gedachten krijgen als ik haar dat zag eten en kreeg de rillingen als ik ernaar keek. Of nog zoiets: zure, magere joghurt of karnemelk zonder suiker. Hoe kreeg ’n mens het weg.

Ruim 30 jaar later. We zitten aan het ontbijt en mijn kinderen kijken met horrorblikken in hun ogen toe hoe ik op mijn houten plankje een groen uitgeslagen sinaasappel halveer en de goede helft gewoon opeet. Hoe de appel keurig rondom de bruine smurrieplek heen naar binnen gewerkt wordt. “Iiiehhh mam, dat is bedorven!! zoiets eet je toch niet!!” En ik mompel geheel traditiegetrouw: “Waarom niet. Goed eten góói je niet weg.”

Glazige, overrijpe kiwi’s krijg ik helaas nog steeds niet weg (daar ga ga ik van kokhalzen), maar ook die had ik gewoon anders opgegeten. Ik eet met liefde donker roggebrood met Hüttenkäse en selderiezout (en dan het liefst nog met wat tomaat en of plakjes komkommer er op) en ik ben gék op kikkererwten, vooral in de groentensoep, als houmous of als bijgerecht. Zure joghurt: heerlijk (maar ik gooi er wel graag nog een plens aardbeienjam in, als ’t effe kan), of stroop in de karnemelk, yummm.

Ach, the times, they are a-changin’…

I believe I can fly!!

I believe I can touch the sky…

Ik kon de onderkant van de wolken gisteren bijna écht krabben!!
Maar er zat een cockpitkoepeltje tussen.
En ik mocht dat ding niet even open doen om die wolk te kietelen.
Bummer… maar niet heus 🙂

Gisteren heb ik een zweefvlucht gemaakt!! Ja echt!! Joe had me een tegoedbon voor zo’n vlucht kado gedaan voor m’n (allerlaatste?? ;-)) verjaardag. De eerste afspraak, een week of 3 geleden, ging niet door: het was de hele week (wat? twee weken!) strálend weer geweest, maar die zaterdag was het ineens gruwelijk slecht, als in ‘storm’. De zondag daarentegen was wel weer prachtigmooi dus ik dacht al bij mezelf: “dit moet een teken zijn… ik mag dit niet gaan doen… ‘men’ wil blijkbaar niet dat ik ga vliegen…”. Afgelopen vrijdag cancelde de piloot ‘s-avonds voor de 2e keer: de volgende dag zou het te turbulent worden en als passagier elke 2 minuten een bijna-dood-ervaring te hebben was geen pretje volgens hem. Maar het groene sein kwam alsnog: gisteren om 8 uur ‘s-ochtends. De turbulentie bleek pas ‘s-avonds te komen en het zou een mooie, rustige vliegdag worden. Zei hij…

Om half 12 moesten we op minisportvliegveldje ‘Micheldorf’ zijn. Daar stond al een kudde zweefvliegtuigjes te wachten op de juiste thermiek en een time slot voor de lier. Het was zeer gemoedelijk: de piloten zaten op tuinstoelen of in het gras te lanterfanten. Een meer dan slechts ouwe auto (zonder kentekens) deed dienst als lier-ophaler. En er stond nog een klein motorvliegtuigje namens Samburo dat die zweefvliegtuigen omhoog bracht, die verder weg wilden vliegen cq. hoger (op 1km hoogte) wilden starten. Dat zou bij mijn vlucht dus ook het geval zijn.

Ik had thuis al één tablet primatour (tegen de kotserij) genomen en nu, op het vliegveld bij het zien van het vliegtuig zelf, nog maar eentje. En ik had natuurlijk, op instructie, ook nog Superpep (antikots-kauwgumpjes) in m’n vluchttasje gedaan, net als wat druivensuiker – aangezien ik na het ontbijt niet meer had gegeten, ik tot na de vlucht die tot ‘s-avonds zou duren ook niets meer wilde eten en ik daarbovenin niet van m’n stokje wou gaan door een te laag bloedsuikergehalte – en een klein flesje water. Oh, en m’n compact camera en m’n iphone natuurlijk. Ik wou toch wel wat foto’s maken daarboven, al was het maar als bewijs dat ik uiteindelijk niet neergestort ben. Ik kreeg eerst de gebruikelijke veiligheidsinstructies: aan uw linkerkant zit de nooduitgang, er wordt gedurende de vlucht geen eten geserveerd, hoe werkt de parachute, wat leest u zoal op al die displaytjes voor uw neus, waar dient die en die en die noodknop voor, waar waren de kotszakjes, waar mag  ik absoluut niet met m’n tengels aankomen en hoe vlieg ik in geval van nood zelf. Ehmm…. ja OK. Fijn. Wilde ik dit wel??? Ik had twijfels van jewelste over de grootte van het kuipje waar ik in moest zitten. Met parachute en al. Ik ben van mezelf al niet bepaald (bepaald niet…) klein en dan moest ik daar a) in zien te komen én b) de gordels dichtkrijgen… Het was echt even prutsen maar toen zat ik. Muurvast. Ik moest er niet aan denken dat ik me daar in geval van nood op x kilometer hoogte al neerstortend nog weer uit moest wrikken.

Vóór mij had dochter al mee mogen vliegen met een liervlucht (opgetrokken met de lier, even rondcirkelen om de thermiek te testen en dan weer landen) en ze was er helemaal wég van. Dat koppie bij het uitstappen, onbetaalbaar!! Zoon kwam bij onze terugkomst ‘s-avonds ook aan de beurt met nog een korte liervlucht en was al net zo enthousiast.

Lift-Off!!

Afijn. We stonden klaar voor vertrek, wachtend op Samburo het Motorvliegtuigje (deed me een beetje denken aan Thomas de Trein). Samburo werd voor ons vastgesjord met een kabel en whoppaaaa daar gingen we (na even uitvoerig afscheid genomen te hebben van man en kinderen – je weet maar nooit hè ^_^). Ik had het loeiheet. Herr Pilot had gezegd dat ik warme kleding aan moest trekken omdat het bovenin berekoud zou zijn. Dus langarmshirt, vestje, softshelljack, sjaaltje, petje en daaroverheen de parachute. En een tena-lady in m’n onderbroek want ik ben allesbehalve goed in plas ophouden en een zweefvlucht kan toch gauw zo’n 4 uur duren… En een board-WC was er nu eenmaal ook niet. Ik zweette me het eppieleppie aan alle kanten but soit, het was voor het goeie doel (mijn genot) en we zouden vást zo boven zijn. NOT!!! De thermiek was gruwelijkst slecht (volgens de piloot) en hij moest continu extreem kleine cirkels vliegen om hogerop te komen. Wat tot max. 1100 meter lukte, daar was een zgn. inversielaag, een luchtlaag waar je simpelweg niet doorheen komt.

Een “Blumerl”

Twee (TWEE!!)  uur lang hebben we zo in alle mogelijke bochten en cirkels gevlogen. Heet. Heter. Heetst. Felle zon op ons plexiglaskoepeltje. Ik was ontzettend blij dat ik compleet gedrogeerd was want anders had ik de binnendecoratie van zijn vliegtuigje al lang van een nieuw kleurtje voorzien. De Superpep was ook binnen de kortste keren binnenmonds: ik heb nog steeds kramp in mijn kaken van een middag lang heftigst (her)kauwen. De piloot (superaardige vent) kletste en mompelde de godsganselijke tijd: “Das kann nicht wahr sein. So schlecht heute. Versuchen wir dieses Blumerl noch mal [een “Blumerl” is een klein wolkje – een bloemetje – dat ontstaat als de thermiek verandert en dat aangeeft dat daar luchtstromingen zijn]. Ah, da ist noch ein Blumerl. Mensch, schon wieder nix. Irgendwo muss es doch gehen. Wir geben nicht auf. Irgendwo wird’s gehen. Geht’s Dir gut? [jaja, alles bestens] Fliegen wir noch mal zur Lotte [da’s een lokaal bergje waar vaak goeie thermiek heerst]. Wenn wir nicht noch mindestens 200m gewinnen, wird’s nix mehr. Ist Dir schon schlecht? [nöhhh, gewoon doorrrgaan, ik red me wel hier achterin. Ik dommelde zelfs bij tijden even weg, tja, die tabletten hè]. Wir geben nicht auf, irgendwie schaffen wir das. Ahh dieses Blumerl versuchen wir auch noch mal.” Enzovoort. Ik mompelde op regelmatige tijdstippen braaf “ja” en hield me verder geconcentreerd bezig met diep doorademen en hard naar buiten kijken om de misselijkheid tegen te gaan. En ineens, ineens lukte het. 1100m. 1500m. 2000m. En ik dacht: “wooooowww we zijn nu wel hoog genoeg hoor! Ah toe, nu rechtuit vliegen?”. Maar nee, hoger en hoger, round and round we go. Toen we op 3000m waren vond hij het geschroef in de lucht genoeg en kon het genieten echt beginnen. Het was zoooo mooi. Zo imposant. Zo onbeschrijflijk. Zo indrukwekkend.

De onderkant van de wolken schrapen.
Honderden kilometers ver kunnen kijken.
Over grote gletsjerplateaus vliegen.
Bergtopkruizen ver beneden je zien.
De zon door de wolken náást je.
Het vliegen puur op de vleugels.
Geen motorgeronk, enkel rust.
De grote roofvogels die kalm naast je vliegen.
Het even groeten naar een ander zweefvliegtuig vlakbij.
De enorme dalen die je compleet kunt overzien.

Ineens was de vlucht zo rustig dat de piloot zelf maar ‘ns ging lunchen. Broodjes werden uit een zijvak geplukt.
“Hé, geef je me even die waterfles aan die naast je ligt?” Ik geef braaf de waterfles door naar voren. We zweven. Ik zuig nog maar weer een druivensuikertje weg want ook ik heb inmiddels wel erg honger (al 7 uur geen hap gegeten hè). En we zweven verder. En verder. Zo mooi…

Ik denk dat je het zelf moet ervaren om te kunnen begrijpen hoe geweldig zoiets is.
Simpelweg vliegen op de wind, op je eigen (vliegtuig)vleugels.
Nix I BELIEVE.
I CÁN FLY!! Há!

Na een goed uur rondzweven namen we weer koers op de thuisbasis. We moesten onze hoogtewinst goed verdelen om over de laatste bergtoppen te komen (spannend :-)). Nog een paar rondjes naast een bergkam en dan toch maar langzaam de landing inzetten. Nog vlak over een kerk op een heuvel en een grote burcht gevlogen, aancirkelen en toen was het gedaan.
The eagle had finally landed. En m’n knieschijven sprongen er zowat vanaf na 4 uur met kromme benen te hebben gezeten.

Maar de tena lady is droog gebleven, yay!

____________________________________________________________
nog een paar foto’s:

Liervlucht (zoon)

Off we go!!

Me – airborne. (Ja, cockpit was klein. erg klein)

Gipfelkreuz (aan het eind van de vlucht)

just another bubble…

$100.000.000.000
honderd.
miljard.
dollar.

Ze zijn niet goed wijs…. ik bedoel, facebook is leuk hoor, ik zit er ook op. En ‘geniet’ er dagelijks van. Maar voor hoe lang? Misschien vind ik er overmorgen wel geen zak meer aan. En nog een miljoentje of tien users met mij, means: kaboeffff!!

Splat.

In de klassieke economie wordt de waarde van een goed bepaald op basis van vraag en aanbod. Dit schijnt voor de technologiebranche echter absoluut niet het geval te zijn. In de ‘new economy’ tellen enkel nog de zogeheten netwerkeffecten. Hoe meer gebruikers het goed of de dienst gebruiken, deste groter de waarde ervan. Dat is niks nieuws, dat was vroeger ook al het geval. Neem bijvoorbeeld de telefoon of de fax, die techologische vernuften werden ook meer waard naarmate meer mensen daarmee gingen communiceren (als jij namelijk de enige op de wereld bent met een telefoon, dan schiet je er niet echt veel mee op). Op dit netwerkeffect is ook de waarde van Facebook gebaseerd. 900 miljoen facebookers gooien dagelijks vanalles te grabbel op een netwerk dat niet eens weet-god-hoe geweldige features biedt. Soms werkt ’t zelfs voor geen meter en van ‘discrete omgang’ met de ter beschikking gestelde data kan al helemaal geen sprake zijn, maar ook dáárin ligt weer een deel van de waarde. Iedereen weet dat dat zo is en toch wordt er iedere dag miljoenen (nee, miljarden…) postings gepubliceerd en kent iedere facebook-gebruiker wel weer een hele zwik mensen die óók facebook gebruiken en waarmee ze vervolgens weer al hun levensrompslomp kunnen delen. Netwerkeffecten. Mensen delen foto’s, gegevens, interessen mee, ze vertellen uitgebreid wat ze gekookt hebben (ik doe dat graag, bijvoorbeeld), wensen elkaar goedenavond of goeiemorgen of juichen een eind in de ruimte omdat Twente net tegen Ajax gewonnen heeft (theoretisch dan hè, maar het zou kunnen…).

Maar. Ditzelfde effect is tegelijkertijd ook het grootste gevaar voor Facebook. Je kunt er weliswaar met grote stelligheid vanuit gaan dat de mensheid ook in de toekomst over sociale netwerken blijft communiceren. Maar er staat nergens dat dat voor altijd en persé op facebook zal blijven. Met de gegenereerde miljarden kan meneer Zuckerberg natuurlijk wel een hoop doen om de concurrentie voor te blijven en eventuele nieuwe loopvuurtjes in de kiem te smoren maar het is heel goed mogelijk dat ineens een soortgelijk (of juist compléét ander) aanbod de kop op steekt om facebook onverwachts geduchte concurrentie te bieden. Zoiets gaat nu eenmaal snel in deze informatiewereld. Vooral als blijkt dat deze nieuwe aanbieder zorgvuldiger en discreter (en nog winstgevender?) met de beschikbare databerg omgaat. En zomaar ineens zouden gebruikers zich massaal van facebook af kunnen wenden, de uiteindelijke teloorgang een opening biedend. Nou kan meneer Suikerberg als oerfreak wel zeggen dat omzet, rendement en geld hem sowieso niet interesseert, maar zo menig goedgelovig beursmenneke kan dan zomaar ineens met een rotsmak op de grond belanden…

Ik ben geen beursmensch. Maar zelfs ik zou in dit geval voorzichtig zijn. Ik vermaak mij prima op facebook. Ik doe ook braaf mee met het vergroten van de databerg. Maar aandelen van ons gezellige cluppie hoef ik niet. Aandelen koop je niet op een hoogtepunt. Stock rule No.1. In mijn ogen is en blijft facebook – hoe je het ook draait of keert – niks meer dan de volgende technoluchtbubbel, waarvan we al de meest prachtige exemplaren uit elkaar hebben zien ploffen… Deze zeepbel is nóg prachtiger, nóg groter, nóg mooier. Maar de omzet van facebook is het afgelopen jaar langggg niet zo sterk meer gestegen als de jaren ervoor. Voor investoren is júist een aanhoudende substantiële stijging van de omzet essentieel. Het aantal gebruikers in de landen waar veel geld te behalen is, is sowieso al op een hoogtepunt, daar is praktisch geen groeipotentieel meer voorhanden. Momenteel is het voor de reclame-industrie nog het meest rendabele platform maar de concurrentie, hoe ver achterop ook, zit niet stil en weet heel goed waar zich de zwakke en zwarte bladzijdes van het gezichtsboek bevinden. Een kwestie van tijd.
Hónderd miljard…
think about it.

and face it.

jij met je warmte

jij verjaagt al mijn
donkere gedachten
jij kunt met je zijn
de pijn wat verzachten
het ijs op mijn ziel
smelt langzaam weg
maakt me volatiel
behoeft geen uitleg
ik leef weer op
door jouw energie
ik ben jouw mop
en jij mijn skattie
ik wentel me in
die warmte van jou
ik krijg weer zin
niks dat ik liever wou
dan bij jou zijn
en me aan jou warmen
kom hier en schijn
met je stralende armen

Heerlijke zon…

(c) Lou

Verdwijntruc

Het even goeiemorgen wensen.
Je impulsieve aanwezigheid.
Het zo lekker dom kletsen.
De verdekte aan- en toespelingen.
Je uitbundig geschreven lach.
De wederzijdse kriebel.

Ineens is het er niet meer.

De kleine steekjes onder water.
En ’t daarna even zo korte opduiken.
Een snel toegeworpen goedenachtkus.
De soms ineens intensieve gesprekken.
Bedacht ondoordachte aandacht.
Dat rustgevende achtergrondgevoel.

Opgeslokt en zomaar verdwenen.

Een goed ingestudeerde truc?
Jij het konijn en ik die zwarte hoed.
Maar bij de doorsnee goochelaar
Komt het konijn
uiteindelijk toch
weer tevoorschijn?

Ik vraag ’t mezelf
Wát mis ik nou eigenlijk?
Ik weet ’t zelf niet meer.

Ik mis je.

Voor Aimpje…

ineens zo’n klap in je gezicht
hard. oneerlijk. zo gemeen.
‘kuthoofd’ noemde jij het.
maar ja, je hebt er maar één…

het hakt er zo in, ook hier,
de tranen in mijn ogen.
oneerlijk is het, tot en met
dít moest echt niet mogen…

het relativeert alles echt enorm.
‘ziek’ als in ‘beetje keelpijn’
is zo onbeduidend als je ineens
bedreigd wordt in je hele zijn…

maar dit, dit MOET goedkomen.
er ís gewoon geen andere keus.
de wereld kan niet zonder jou.
dan word ik pas echt rancuneus…

nu even heel hard lamgeslagen
wéér zo’n battle of hell to fight.
maar vechten zul je zeker
en JIJ wint. jij wint… geheid!!  😉

het komt goed, dat moetmoetmoet.
richt al jouw snoeiharde munitie
doelgericht, zoals jij doet.
en JIJ wint. dát is pas traditie…

DIKKE KUS lieve Aimée.
In gedachten vecht ik met je mee…

♥♥♥♥♥♥♥♥♥♥♥♥
(#LOVEHEALS)

_________________________________________

Jij koos vandaag voor
Glitter in the Air van Pink.
Ik zing het voor jou,
in al mijn amateurschap.
Maar zo ontzettend
met je mee gevoeld…

Remote Control

Televisie is, hoe je het ook draait of keert, iets uitermate essentieels hier. Ik kan me er helaas niet zo in vinden, ik kijk heel erg weinig TV. Als ik al even niks beters te doen heb, luister ik liever muziek (blip er soms even lekker op los), schrijf, schilder, lees blogs, speel wordfeud, whatever, maar de meeste dingen die voorbijkomen op ’t ding interesseren me voor geen meter. Voor man en de kinderen is dat anders. Man zuigt alles in zich op wat maar een glimp van geschiedenis in zich heeft. Sowieso alles wat in zwart-wit is (gruwelijk). Van mummies tot wereldoorlogen, alles wordt tot in den treure herkauwd. Oh en sport. Voetbal (o.h.a. mee eens), Formule1 (yesss!), snooker (ook prima), tennis (is OK), ijshockey (mwah), boksen (vreselijk), wielrennen (horror) moet allemaal gekeken en geanalyseerd worden. Het moge dan ook duidelijk zijn wie er hier regeert over de afstandsbediening: NOT the mama!!

En mocht hij dan al moe zijn van alle gekoekeloer, dondert de heer des huizes met ronkend geweld in slaap op de bank. Steevast in innige omstrengeling met of – nog erger – bovenop de afstandsbediening. En als ik ‘m dan behoedzaam af zou pakken om de nog onbeperkt voortdurende WOII-documentaire weg te zappen (nee, ik wíl het niet vergeten, het ís belangrijke geschiedenis, maar ik hoef ’t niet dagelijks – werkelijk dagelijks – allemaal steeds weer opnieuw door te nemen…) wordt hij met de zekerheid van Carla Bruni’s zangcarrière weer wakker om vervolgens op mij te mopperen dat ik alleen maar onintelligente talentenshows of romantische shit wil kijken. Dat klopt overigens: áls ik al TV kijk, wil ik óf het nieuws kijken óf iets waarbij ik gewoon nog fijn verder kan typen, chatten, schilderen, lezen, grinniken – m.a.w. iets wat dermate onintelligent is dat ik er mijn miniscule brein niet bij nodig heb om het toch nog leuk te vinden op de achtergrond.

Nog handig om te weten: wij hebben onze 7 afstandsbedieningen nu sinds geruime tijd geïntegreerd in één zo’n universeel ding. Hoogingewikkeld maar voor de kinderen no problem. Op ‘TV’ drukken – ‘on’ drukken – ‘AUX’ drukken – ‘on’ drukken – 87 resp. 40 resp. 41 intypen en klaar. Kinderzender gevonden. Mochten ze van de oostenrijkse sat-receiver nog even willen switchen naar de nederlandse voor ketnet en co: ‘Sat’ drukken – ‘on’ drukken – ‘TV’ drukken – ‘bovensteknopjetussenvolume&kanaalkeuze’ drukken – ‘Sat’ weer drukken – 151 (of een of ander ander kindergetal) indrukken en weer klaar. Ze hadden het binnen een minuut of 10 onder de knie. Allebei. Ik had er wat langer voor nodig maar zelfs ik kan nu nog steeds de was doen. Ons leven-met-levend-licht draait nu in ieder geval volledig om de ‘Universalfernbedienung’, de UFB. Of UAB op z’n nederlands. Hij heet daadwerkelijk niet voor niks “Medion LIFE”…

Maar wie er pas écht afstandsbedieningsverslaafd is, dat is dochter (ze zit op dit moment naast mij te gillen, al wijzend op het plaatje in m’n blog-concept: “Schau, schau!!! MEINE Fernbedienung im Internet!!! Die heb ik, die heb ik!!!”). Ze is zo ontzettend gefixeerd op dat ding – zelfs als de TV helemaal niet aan is… – dat ze hem werkelijk overal mee naar toe sleept. De AB is dan ook regelmatig verdwenen en de daaropvolgende zoekvolgorde bekend: eerst in de WC checken, de keuken (achter het aquarium bij de snoepkast), dan haar slaapkamer, de kist met barbies en de kaplabak. Mocht hij daar onverhoopt niet liggen, dan ligt-ie tussen of onder de bank. Ze verdedigt de AB vanzelfsprekend met haar leven, bijt haar broer soms in de afstandsbedieningafpakkenwillende arm, gromt aan tafel als ik het ding aan míjn kant neerleg omdat ik niet wil dat ze met haar vette ketchupvingers ons levensmiddelpunt bevingert. De tekst op de knopjes slijt al voldoende zonder bijtende tomatenzuren. Tijdens het eten wordt er sowieso geen TV gekeken (tenzij ik ziek ben, zoals nu, waardoor de kinderen steeds opnieuw stilletjes en innigst hopen dat mijn hoestbuien daadwerkelijk overgaan in ziekte), maar dat maakt voor de positionering van de AB niet uit: die ligt in dochters hand of in ieder geval, net als het overige bestek, vlak naast haar bord. Ze kauwt er ook regelmatig op (tot grote ergernis van man die de tandafdrukken in de on-knop echt afzichtelijk vindt, ik vind ze best schattig eigenlijk) en neemt hem zelfs mee naar bed. Haar grootste vriend. Soms is hij een paar dagen weg en moeten we minstens 5 van onze ouwe afstandsbedieningen uitgraven om weer fatsoenlijk TV te kunnen kijken. Dan bidden we tot heilige Antonius (not) om de huilbuien van dochter toch eindelijk eens te kunnen stoppen en meestal komt hij dan wel weer boven water. Soms letterlijk.

Ik denk dat we binnenkort maar ‘ns een 2e, zelfde UAB, gaan halen. 1 voor het echie en 1 voor haar. Een KAB. Een knuffelafstandsbediening.

No remote, no life.

Toch?

Leeghoofd

even een eerstegedachtenblog…

wordt moeilijk want m’n hoofd is zo leeg als ’t maar kan. zucht diep. doorademen. T en K  kijken echt teveel tv. maar garfield ís ook leuk. heb best lekker gekookt daarnet. ik eet nog steeds teveel. ik wou dat ik voor één stomme rotkeer weer ‘ns dat verliefde gevoel kon hebben… vriendin heeft dat en het lijkt me heerlijk. liefde is meer waard, duurzamer, belangrijker en dat heb ik ook maar gewoon weer ‘ns verliefd. die rare opwellingen in je maag, niet weten wat te zeggen, de spanning… ach. ben te oud en te gesettled… waarom kun jij nou niet eens een béétje verliefdheidsgevoel voor mij hebben… voor één keertje maar. gewoon om ’t eens te voelen. wromnie… je weet nooit wat je had tot het er niet meer is hè. ik moet nog strijken. ik haat strijken. de stapel van 1,5 maand ligt me aan te kijken. wat zou die jongen op moederdag bezield hebben om zomaar in de ijskoude Donau te springen… nou is-ie weg… arme ouders, nachtmerrie. moet nog huiswerk maken met T. vrijdag algemene kennis toets. over mannetjes en vrouwtjes nota bene. altijd weer heerlijk, al die vragen beantwoorden. hoe vaak je dan wel niet ‘iiieuwww’ hoort…

HEEEEE niet uit je neus vreten joh!! da’s goor!! bahhhh!!!!!!

sorry. moest effe. zoon vreet z’n eigen neusopboringen op. als ik íets goor vind… da’s pas iiieuwww. best lastig, tegen je kind mopperen zonder stem. ik heb alweer heimwee. vandaag tompoezen gezien hier in de supermarkt. heten “creme schnitten”. moet ik maar ‘ns kopen. vanavond eigenlijk feest van voetbalclub maar ik ga niet, nog te lamlendig. moe. ik val in slaap zometeen. nekpijn. rugpijn. zeikweer. voel ’t in m’n knieen. ik word oud. shit buuf is jarig! even kadootje in elkaar flansen zometeen. oh ik moet de was eruit halen.

oh ja. strijken…

joepie…

*click*

Stil in mij

Op het moment zelfs letterlijk. Ik heb een ontstoken keel (onder andere) en daardoor kan ik er nauwelijks een fatsoenlijk geluid uitpersen. Héél stil in mij dus.

Maar figuurlijk ook. Ik ben wat stil. Ik ben stilgevallen. Het is dubbelstil in mij. Klinkt een beetje als dubbelfris. Klopt ook wel, het is ook best koeltjes in mij. Koud en stil. Ik heb nergens woorden meer voor. Dat komt voor een groot deel doordat het zoveel stiller om mij héén is. De golfslagen, het geruis, gekabbel, geklater is duidelijk afgenomen. De vaste rotsen in mijn branding, die blijven voor eeuwig. De zee ruist en maakt een prettig geluid als het water om deze rotsen heen slaat. Ze glinsteren nat in het zonlicht en ze klateren en klotsen met de terugtrekkende zee. Rustgevend. Mén, ben ik blij met deze geweldige rotsen…

Maar de aangespoelde losse kiezels die ik zo mooi vond en opraapte van mijn wijdse strand verliezen steeds weer hun glans als ze uiteindelijk opdrogen. Ik loop de zee in en dompel ze nog maar een keer onder. Voor eventjes glanzen ze dan weer, net zo mooi als daarvoor. Maar weer drogen ze op en worden dof en mat…

Sommige van die kiezels hebben zelfs in die toestand nog ‘iets’ in zich. Een mooie turqooise gloed, een fascinerende witte streep, een prachtige gekartelde rand, een interessante vorm. Die stenen stop ik in mijn binnenzak. Ik hou ze dicht bij me en bekijk ze af en toe als ik op één van mijn stabiele rotsen in de branding zit.

Maar die helemaal gladde, ronde stenen, die op het eerste moment zo volmaakt leken, blijken uiteindelijk simpelweg té glad. En enkel glad is niet voldoende om de daarmee gepaard gaande saaiheid van perfectie goed te maken. Als de glans eenmaal vergaan is, blijft ’t wat het is. Een simpele, ronde, grauwgrijze steen. Ik laat de kiezel voor wat-ie is en gooi hem uiteindelijk toch maar terug in de zee…

Onder het wateroppervlak
is zo’n steen
enkel nat
en glansloos glad…

… en is het weer een beetje stiller in mij.

Examenvrees

Ik zit er nog middenin. Dat examen waar mijn lieve supervriendin Heidy vandaag met een glorieuze, prachtige zes  in geslaagd is, ik heb het nog grotendeels voor me. Ik doe weliswaar momenteel een ietwat bredere vakrichting van deze expertise, maar ik vrees met grote vrezen dat ik nu dan toch vet ga zakken…

Ik kan het niet. Loslaten. Ik kan het gewoon niet. Dat deeltentamen m.b.t. de kinderen lukte tot nog toe het beste. Ik heb zoon al een keer een hele week vrij kunnen laten, een hele week scoutingkamp zonder enig contact. Een hel, maar ik heb ’t doorstaan. En hij vond ’t geslaagd. De kinderen zwermen hier sowieso na de middag uit, met de fiets of de step de hort op. Naar buren een stuk verderop, vriend(inn)en in de buurt. Ik weet vaak niet eens waar ze precies zijn. Nee, dát kan ik inmiddels een beetje, dat kindergedeelte. Ik oefen in ieder geval goed.

Maar dan dat deelexamen dat gaat over die mensen waar je ze zoveel waarde aan hecht. Waar je soms zelfs aan hangt om maar niet in de afgrond te storten. Bungelend boven het ravijn hou je krampachtig die hand vast. Een hand waar je zoveel om gaf, die je lief had. Maar ook een hand waarvan je nu vormelijk vóelt dat die je liever de diepte in ziet gaan omdat je gewoon van een te groot kaliber bent. Een hand waar je je zó graag aan op had willen trekken, waarvan je dacht dat die jou ook koste wat ’t kost wilde redden, dat die de jouwe in zich wilde hebben. Alweer fout gedacht.

En dan… besluit je om uiteindelijk toch maar zelf los te laten. In vredesnaam… Je bereidt je voor op de val, op de enorme rotsmakkerd die je maakt als je daar beneden als een bom inslaat. Hoe diep zou de krater zijn… Je sluit je ogen. Nog één diepe zucht. De grip op die vooralsnog reddende hand nu zelf losser makend. Niet meer trekken. Niet langer nog smekend omhoog kijken. En je voelt dat die hand eigenlijk maar al te graag meegaat in het loslaten. Hoe pijnlijk die sensatie…  Je opent je vingers. Een vlakke hand. Je glijdt weg. Goodbye…..
….

..
.

En dan sta je ineens op een richel. Een uitstekende rand nog geen vijftien centimeter onder je voeten. Een simpele, stabiele, opvangende richel die daar altijd al was. Je had ‘m niet gezien, maar ineens sta je er op. Niks rotklap. Niks krater. Niks goodbye. Versuft blijf je staan. Grijpt een knoestige wortel in de ravijnwand. Zet je voet in een kleine inham. Trekt je op. En klautert omhoog.

De eens zo gewaardeerde hand is al lang weg. Op naar betere, welwillendere, minder trekkende en nog onbelastende oorden. En je beseft plotsklaps dat je die hand eigenlijk nooit nodig hebt gehad… Door een veel stabielere, oh-zo mooie richel die je opving toen het écht belangrijk was.

Ik hoop dat ik ergens daar onder mijn voeten óók zo’n richeltje heb…

Maar ik heb examenvrees…

Uit haar geboren

Veertig (en een half) jaar geleden zette jij (nóg) een hummeltje in de wereld.
Eigenlijk meer een pummeltje: bij de geboorte was ik al formaatje XL.
Een ietwat verkeerd zittende navelstreng zorgde voor enige paniek.
En een ingeslikte punaise een jaar of wat later evenzo.
Alles maakte je met me mee. Ik vrat alles op. Beklom alles. Deed alles.
Had eeuwig en altijd blauwe schenen van ’t onbenullig rondbanjeren.
Maar het maakte je niet uit. Jij zag míj. En zei “goed zo!!!”.

Ik vroeg je ononderbroken de oren van je hoofd.
Ging mee naar kantoor om daar al heel vroeg en uitbundig
de kasten vol te tekenen en je van ’t werk af te houden.
In de pubertijd werd ik vrijgelaten. Vrij om de fouten te maken die ik nodig had,
vrij om grenzen te verkennen, vrij m’n hoofd zo toe te takelen als ik wou.
Zwarte ogen, zwarte kleding, stekels en opgeschoren bakkebaarden.
“Als jij het mooi vindt, vind ik het goed hoor lieverd!”
En een koelbloedig: “Ach, dat gaat vanzelf weer over”. En dat ging het.
Om plaats te maken voor Kim Wilde- en Tina Turner-kapsels.
Maar het maakte je niet uit. Jij zag míj. En vond het goed zo.

Ik fladderde rond tussen de jongens, had te weinig harten in reserve.
Ze braken en ik kwam thuis om ze weer te laten lijmen.
Jij troostte, legde uit en zorgde dat ik weer verder kon.
Ik kon altijd alles bij jou kwijt, kon altijd alles vragen.
Een allerlaatste keer mee op vakantie, en ineens wou ik die Oostenrijker.
Jullie lieten mij naar Australië vliegen en ik vloog daarmee uit.
Op mijn allereerste autorit met rijbewijs op zak zat jij  naast me
en reageerde übercool op ons bij Zwiep bijna-uit-de-bocht-vliegen.
“volgende keer misschien toch íetsje minder hard rijden?”
doodbedaard terwijl ik zelf nog m’n hart uit m’n keel zat te vissen…
Maar jij maakte je niet druk. Jij zag míj. En dacht: “zal wel goedkomen.”

Jij was mijn eeuwige Hotel Mama om weer naar thuis te komen.
De was, het liefdesverdriet en de studiezorgen meezeulend.
Studieverenigingen, cursussen, een eigen plek in Utrecht.
Zoveel ambities en ik kreeg alle mogelijke steun voor elk van hen.
Nog een studie erachteraan, Amsterdam calling.
Ondertussen heen en weer treinend tussen Oostenrijk en Nederland.
Wat zul je je zorgen gemaakt hebben. Wat moet je gedacht hebben…
Maar jij nam ’t zoals ’t kwam. Jij zag míj. En wist dat het zo goed was.

Geëmigreerd. En weg was ze… Niet meer binnen ‘snel bereik’.
Je liet me gaan. Maar jullie steun op ieder vlak hielp me
om daar te gaan waar ik het nodig vond rond te wandelen.
Mijn geweldige, onbetaalbare kraamverzorgster na beide geboortes.
Relatiecrises, werkcrises, persoonscrises, huisbouwcrises.
Jij was er áltijd voor me. En nog steeds. Altijd een luisterend oor.
Telefoon. Af en toe een mailtje. Vaak langskomen op doorreis.
Zorgend. Meelevend. Nooit verstikkend. Altijd steunend.
Begripvol. Liefdevol. Rechtvaardig. Thuisgevend.
Zoals iedereen zich een moeder zou wensen.
Zoals iedereens moeder eigenlijk zou moeten zijn.
En ík weet: met zo’n moeder kán ’t niet anders dan goedkomen 🙂

Ik ben er nooit meer op moederdag. Nooit “live” bij jou.
Te ver weg om ‘gewoon even langs te komen’.
Mijn moeder moet het doen met een kaart en een belletje.
En met een blog. Want nu kan ik dat. Omdat ik van je hou.
Ik heb van vroeg af aan al geroepen:
“als ik zo word zoals mijn mama, dan kan ik tevreden over mezelf zijn.”
Geen idee of ik zo ben zoals jij. Nee, ik ben veel ongeduldiger,
ongeduriger, instabieler. Maar ik blijf ’t proberen…

Mijn mooie, lieve, perfecte mama.
Uit jou geboren. Zonder jou zou ik (ik) niet zijn.
Een hele fijne moederdag lieve mam!!!

Ik hou van jou.

Who are you?

De vraag der vragen. Wie ben ik eigenlijk… Kén ik mezelf wel? En als ik mij niet ken, is er dan überhaupt íemand op deze wereld die dat wel doet? In een blog van de allerallerALLERliefste Lou stelde zij deze vraag en beschreef zichzelf tot in de kleinste details. Ik kon alleen maar denken: “ja, dit herken ik. zo ís ze, zo moet ze zijn.” Een duidelijk geval van WYSIWYG.

Ik weet niet hoe wysiwyg ik ben…
Well, Lou, who the hell are you?

Ik.
Blond maar mahoniedonkerrood geverfd.
Modelgeschikt qua lengte maar allesbehalve slank.
Fit en erg lenig maar soms zit er een vetrol in de weg.
Bruingroene ogen, sproeten en licht(verbrandbar)e huid.
Begin 40 (ja echt) maar gevoelsmatig dik 10 jaar jonger.

Ik.
Niet altijd even open maar wel verbaal exhibitionistisch.
Niet verslavingsgevoelig maar vol grote zwakke plekken.
Soms wat warrig en onduidelijk maar altijd eerlijk.
Gruwelijke hekel aan achterbaksheid en geroddel maar
wel uitermate nieuwsgierig naar wat mensen denken.

Ik.
Gek op mijn kinderen, mijn álles in tweevoud.
Gek op mijn grote zus, pap en mam, familie intact.
Gek op draken, vlinders, manen, katten, beren, tijgers en ander gespuis
Gek op zovele heerlijke mannen én vrouwen in mijn leven.
Gek op het liefhebben zelf.

Ik.
Vaak vrolijk, soms bedroefd.
Vaak nadenkend, soms te ad-rem.
Vaak sarcastisch, soms gewoon te.
Vaak vol gevoel, soms afgestompt.
Vaak gestoord, soms ook prettig.

Ik.
Melancholisch. Schilderend. Zelftwijfelend — Muziekmaniak.
Dubbelgestudeerd. Taalgek. Managend — Werkpony.
Creatief. Tuinierend. Moederend. Zakelijk — Omnipotenta volens.
Telefoneerschuw. Schrijfgek. Flapuiterig — Socmed-sucker.
Vol liefde en genegenheid. Lichtelijk onzeker — Alleswiller.
Teveeldenkend, dirty-minded, sceptisch — Doemdenker.
Imperfect, dramatisch, kortlonterig — Ongeleid projectiel.
Speeddenkend, eeuwigvragend, leergierig — Hartluchtster.
Bitchylief, attent, chaotisch — Gevoelsmens.

Ik ben er nu wel achter. Niemand kent mij werkelijk tot in alle uitersten. Ik heb heel donkere plekken in mij, die ik alleen ken. Plekken waarvan ik niet wil dat iemand ze ooit ziet of leert kennen. Ik heb veel meegemaakt maar eigenlijk zo ontzettend weinig. Ik kan mijn mond houden en heel goed niet willen praten. En als mijn blikken konden doden, deden ze dat nog steeds niet. Nobody knows me like I do. But even I don’t…

Oh, een lievelingskleur heb ik niet.

En jij? Vertel ‘ns…

___________________________________________

(PS1 — ook voor mij geldt: mocht je iets specifieks willen weten, just ask. Of ik een antwoord geef is een tweede.)
(PS2 — kan best zijn dat ik met de tijd nog wat aanvullingen in dit blog prop. Neem het me niet kwalijk.)

L_2.7

Daarnet heeft L. de update gedownload: haar eigen 2.7 versie. Een gouden draak maakte haar op de vernieuwde versie attent, gaf dé link en had  zelfs nog een aantal irritante bugs gefixed. Ze had zelf niet eens echt door dat het gewoon simpele softwarefouten waren… Maar ja, het is ook moeilijk om je eigen fouten op te speuren en te fixen hè. Daar heb je dus soms wel eens anderen voor nodig. Anderen die weten hoe jij werkt, die jouw source code kennen, die door je simpelweg te kénnen, je errors en bugs veel beter in de smiezen hebben…

Haar compiler is weliswaar ook niet translatiefoutloos, maar als de broncode nu eindelijk weer eens goed opgeschoond is, kan die er nog ook wel een tijdje mee door zodat ze weer naar behoren kan functioneren. De antenne zelf is gereset, de ruis is nog steeds flink hoog maar door de nieuwe instellingen verloopt de filtering van de essentie een stuk effectiever.

Als de perifere apps en de secundaire hardware nou ook nog eens goed met de core samen zouden werken, zou L. een bijna perfecte machine kunnen worden. Maar die hoop heeft ze zelf al opgegeven. En wat moet je überhaupt met een perfecte machine? Een leven zonder verrassingen is als Microsoft zonder bluescreens. Een venster zonder uitzicht. Af en toe heb je die adrenaline-kicks gewoon nodig. L. is vast al lang blij als de boel zonder fatale crashes zo’n 3 weken per maand door blijft lopen. Een automatische backup-functie op een externe harde schijf zorgt voor enige veiligheid m.b.t. de moeizaam opgeslagen data en leereffecten die L. in haar historie vergaard had.

De hormonele storingsmeldingen blijven echter wel nog steeds komen. Een uiterst moeilijk te achterhalen misser in de code; op de momenten dat je het ’t minst verwacht, springt de machinerie – ondanks maandelijkse herprogrammering – ineens toch weer op tilt. Dan zie je haar trillen met haar vingers, krampachtig over haar afgesleten toetsenbord maaiend…

*hard reset*

*reboot*

*_*

Unplugged

Ze zit. Na een best gezellige avond thuisgekomen. Neergezegen in de zetel.
Ze kijkt naar een wit beeldscherm waar ze voor de tweehonderdzesentachtigste keer zo ontzettend graag in volle glorie neer zou willen zetten hoe ze zich voelt.
Het probleem is: ze heeft zelf geen flauw idee…
Ze sluit haar ogen en kijkt naar binnen.
Binnenin haar eigenste eigenheid.

“Hoe voel ik mij?”

En dan komt het besef.
Ze vóelt helemaal niet.
Niet meer.
Ze ervaart en interpreteert.
Ze denkt en analyseert.
Ze leest en crepeert.
Ze luistert en verkeert.
Ze smacht en begeert.
Ze volgt en blokkeert.
Ze vecht en blesseert.

Ze doet.
Ze maakt.
Ze wil.
Ze gaat.
maar door.
Maar het voelen is kapot.

Ineens voelt ze dan tóch nog iets.

Doodmoe.
Leeggezogen.
Op.

En zoekt wanhopig in de real-life kist met electropruttel naar haar eigen verloren gegane oplaadsnoertje.

Unplugged for life…

Gewoon kappen!

Dat riep ik vanochtend binnensmonds tegen een blondzwarte friseuse.
Het was weer eens zover. Na 3 weken gezeur van dochter (6) aangehoord te hebben was ik het zat. Om stipt 8AM hing ik al in de foon.
“Wanneer schikt het u?”
“Nou, nu??”
“OK, om kwart voor elf hebben we nog een plekje.”
Ach nou ja, dat is ook bijna ‘nu’. De kinderen hadden vandaag weer eens schoolvrij om de één of andere vage reden (Landeslehrerversammlung, wat dat dan ook mag wezen. Op zulke dagen ben je blij dat je thuiswerkmammie bent). Kwart voor elf zaten ze allebei op een stoelverhoging (in de overigens compleet lege kapsalon – wat een groot ‘plekje’ hadden wij gekregen!) te koekeloeren.

Bij zoon (9) roep ik standaard: “alles op 12mm graag!” en dat gebeurt dan ook. Dit keer kwam zoon er echter zomaar ineens tussen: “Echnie. Ik wil ’t bovenop langer hebben en dan in stekels. Ik wil cool als Phil [onze drumleraar] zijn.”. Een beetje verbouwereerd door deze inmenging van zoon (want niet gewend: hij is normaalgesproken van het type ‘het zal me allemaal worst wezen, als ik hier maar snel weer weg mag’) maar er natuurlijk niks op tegen hebbend, wordt zoon daar waar ’t wél mag, gekortwiekt. Dat is nog altijd zeer easygoing. Zoon krabt zich ter afsluiting eens in z’n rooie nek, kijkt me aan, gooit er een soort holenmensen-achtig “hangghh?” uit (dat is een samenvattend synoniem voor de aan mij gerichte vragen: “nou? wat kijk je nou suf? is toch prima OK zo??”) en gaat vervolgens braaf op coole wijze bij mij op schoot zitten.  Dochter is een ander verhaal. Die weet 3 weken van tevoren al precies wat ze wil en hoe het moet. Waar kort, waar lang. De pony moet weer kort want ze ziet niks, oh en een lange zwarte haarlok erin a.u.b.

En dan zit ze daar. Mejuffrouw Prekebeen op haar stoelverhogingstroon, de kapster kritisch bekijkend en haar waardigheid beoordelend.
“Oh mam, ik wil toch geen pony meer [oh my…]. Het moet weer lang. Een pony is voor babies, behalve als-ie in de wei staat.”
Ratelderatel.
“Oh en het mag wel iets korter hier. Maar daar niet. Neeeeeeheee, ik zei toch, dáár NIET!!!”
De kapster kijkt ietwat veronzekerd naar mij en ik denk min of meer hardop: “gewoon knippen meid, ik betaal en ik vind ’t allemaal best. ‘t-groeit wel weer aan en als het niet goed is, zit ik met een kortharig krijsexemplaar, niet jij”.
Ze snapt ‘t. En knipt er lustig op los.
Dochter rebbelt voort (in het duits welteverstaan, maar ik ben zo vrij om even te vertalen):
“ik had hiervoor al een roze haarlok, maar die was echt te kort [ter info: die heb ik thuis nog een behoorlijk stuk ingekort omdat ze ‘m steeds opvrat bij het eten] en hij was ook niet mooi meer dus heeft mam ‘m er helemaal uitgehaald. En ik heb nu lang genoeg lang haar gehad. Doe ’t toch maar hartstikke kort knippen, ja? Ik zweet me het eppieleppie nu en dan gaat alles jeuken. Maar ik heb geen luizen hoor! Die heb ik nog nooit gehad. [ik klop zachtjes af op de stoelleuning]. M’n broer ook niet, want die heeft sowieso millimeterhaar en daar houden luizen niet van, dat is te licht voor ze. Luizen houden niet van zon want dan worden ze bruin en dan verschrompelen ze. En vlooien hebben we ook niet. Maar straks hebben we 2 katten en dan hebben we vast wel allemaal wel een keer vlooien. En dan komen we bij jou, mag jij ze vangen en in een potje doen. Goed?”

De kapster zegt niet veel, maar ik hoor haar denken: “blij als ik zometeen klaar ben met deze rebbelkous, poeh poeh poeh”. Of zoiets. Ik verdraai even m’n ogen en grinnik enigszins verontschuldigend (en ondertussen vind ik mijn dochter toch best heel erg leuk. Ze lijkt op d’r moeder heheh).

Met de lijmtang wordt er aan de rechterkant nog een 40cm lange lok zwart haar ingelijmd, die op mijn commando toch echt ingekort moet worden (ik zie mezelf alweer tijdens het avondeten de zwarte haren uit haar keel trekken, nee dank je de koekoek). Dochter kijkt beledigd want wil de volledige pluk zwart haar houden. “Daar betaal jij toch óók voor? Dan mag ik het toch wel houden??” Theoretisch heeft ze gelijk. Praktisch heb ik de schaar al zowat vast om de boel dan zelf maar af te knippen en dan mag ze van mij dat afgeknipte stuk best houden. De kapster is me voor en zegt diplomatiek: “kijk, deze lengte is momenteel helemaal ‘in’, dan heb je het precies zoals het hoort”, en houdt de lok op een acceptabele lengte vast. Dochter trekt haar mondhoek nadenkend omlaag maar voor verder nadenken is het al te laat: kapster weet van wanten en de lok is nu tot de helft ingekort. Klaar.

20 minuten later staan ze met korte koppen en een cola-lolly weer buiten.
Als ik in de auto stap mompel ik “Zohhh. dat hebben we voorlopig ook weer gehad”.
Maar ik weet als geen ander: erna is ervoor…

Oh, en dat je…

zomaar, midden op de dag, ineens heel blij kunt zijn met de benen van je dochter om je nek.
dat ook.

Onbetaalbaar.
Mijn nekhangdochter 🙂
(en lekkere teentjes dat ze heeft!!!)

Stress Reduction

… dat je dan nog steeds, nee, toch wéér het gevoel hebt, alles fout gedaan te hebben.
… dat je altijd weer twijfelt aan hoe je de dingen aangepakt hebt (of juist niet…)
… dat je steeds opnieuw zoekt naar wat juist is en het maar niet kunt vinden.
… dat je jezelf nog steeds voor je kop slaat omdat je diezelfde kop niet gewoon dicht hebt kunnen houden.
… dat je dat filteren ondanks vlijtig oefenen toch echt nog steeds voor geen meter onder de (brokkelige) knie hebt.
… dat je nu zélf niet eens weet hoe te reageren op lieve berichten, terwijl je dat best wil.
… dat je de stress bij tijden letterlijk in je maag voelt beuken.
… dat je tegelijktertijd denkt: “wáár maak ik me nú weer druk om”…
… dat je steeds vaker een goeie plek op de muur zoekt om je hoofd tegen aan te boinken.
… dat je het ineens allemaal effe niet meer weet.
… dat je steeds vaker de neiging hebt om telefoon en laptop even fijn plat te stampen en in de prullenbak te proppen.
dat dus.

Hé!! Dat laatste zou ik eigenlijk zomaar echt ‘ns kunnen doen…

Maar hmmm. ‘t-Is wel zonde van ’t geld, hè. En ik moet toch érgens m’n werk op doen. En ik wil wel graag online blijven schrijven. En dan ik kan geen WordFeud meer spelen of instagrammen. En dan kan ik de buuf niet meer opbellen voor ’n kop koffie (oh wacht, dat kan ik wel. Ik heb nog een vast net. En ik zou er ook gewoon heen kunnen lopen. (tjeee…. wat een optie…)). En dan kan ik niet meer chatten met m’n lieve grote zus en niet meer Whappen met de allerallerliefsten.
En… ach. Nee, da’s ook geen oplossing.

Ahhh soit!!
Dan doe ik gewoon maar dat waar ik wél goed in ben.

*boink*

*boink*

*boink*

*boink*

*boink*

*boink*

*boink*

*boi………….*

#plof

stress
less

je zult ’t nooit weten.

Het breekt m’n hart te weten dat jij eigenlijk voor mij bestemd was.
Ben jij niet verdrietig dat er nooit een verhaal uit ‘ons’ ontstaan is?
En dat zal er blijkbaar ook nooit meer komen…

Je zult het nooit te weten komen, ik zal het je in ieder geval nooit laten zien.
Dat wat ik voel, wat ik nodig heb. Nee, je zult het nooit weten…

Met elke lach komt mijn realisme, ironisch toch…
Jij zult in ieder geval nooit ontdekken wat mij zo kapot maakte.
Kun je mij dan niet zien, kun je echt niets zien?

Je zult het nooit te weten komen, want ik zal nooit laten zien
wat ik voelde en wat ik juist van jou zo nodig had.
Nee. Nee, je zult het nooit weten…

(vrij naar de songtext van “You will never know” van Imany, een gewéldig mooi lied van een gewéldig mooie vrouw…)

 

Base Aid, please!!

met andere woorden: hulp aan de basis, a.u.b.!!

Dringend nodig, vrees ik. Mijn basis brokkelt namelijk ietwat. Langzaam maar zeker breken er stukjes en stukken af, juist daar waar ik dacht dat er niks los te wrikken viel. Maar wat is dan nou eigenlijk mijn basis? (die twee potige boomstammen daarbeneden even daargelaten, die brokkelen weliswaar ook, vooral ter hoogte van de knieën, maar dat telt nu even niet mee). Het gaat me om die geestelijke basis. Dat waar ik mentaal op bouw. Mijn psychische fundament.

Ik dacht dat ik het wel goed op een rijtje had.
Ik dacht dat ik wel wist waar ik op kon vertrouwen als het om mijn eigen bovenkamervaardigheden ging.
Ik dacht dat ik wel kon bouwen op mijn intuïtie.
Ik dacht dat ik in kon schatten wie en wat nou werkelijk goed cq. “ietwat minder goed” voor me is.
Verrrrrrrrassing!!! (fout gedacht…).

Steeds vaker merk ik, dat ik mensen fout inschat. Mensen waarvan ik dacht dat ik er toch echt een soort van speciale band mee had. Mensen waarvan ik dacht te houden. Anderen die een simpele reactie op een liefbedoeld berichtje ineens al teveel moeite blijken te vinden. Personen die je lief en aardig vinden zolang ze zelf eenzaam, wanhopig en zoekende zijn maar je laten vallen als een beschimmelde baksteen zogauw ze een nieuwe dosis generische genegenheid hebben weten te veroveren. Ik merk dat mijn fundament te veel gebouwd is op de behoefte aan toewijding van anderen. En die toewijding is nu eenmaal niet, nóóit gegarandeerd. Een onzekerheidsfactor. Mensen veranderen. Mensen zijn altijd anders dan je dacht.

En alles blijft anders…

Ik ben me ervan bewust: het ligt helemaal aan mij…
MEN kan er niks aan doen dat ik irreële verwachtingen heb (sorry: hád!). MEN is niet schuld aan mijn chronische hunkering en mijn te goede vertrouwen (laten we het voor de falderatie even geen naïviteit noemen, vanavond even niet). MEN mág zich afvragen waar ik me eigenlijk zo druk om maak, dat doe ik namelijk zelf ook continu. Wáár maak ik me in vredesnaam druk om?

Ik weet ’t ook niet. Ik weet wel dat ik nóg een tandje harder ga proberen om me erbij neer te leggen. Het is genoeg, het is goed zo. Het gebeuk op m’n hart is klaar. Ik trek een hartpantser aan en vertrouw op een beetje echte hulp aan de basis. Dáár weet ik namelijk een aantal mensen te vinden die mij ook gevonden hebben. Mooie, goede, lieve mensen die ik vrienden (en familie!!) kan en mag noemen, waar ik een lijntje mee heb ook al zijn we niet in dezelfde ruimte of zelfs dik 1000 kilometer uit elkaar. Mensen waar ik op kan bouwen, anytime I need to. Díe mensen koester ik. Die mensen hebben de sleutel om mijn pantser te openen en er gezellig bij in te kruipen. En de rest trap ik vanaf nu successievelijk van mijn fundament af. Bye. Speel nog maar even fijn. Ik hoop met heel mijn hart dat de rubbermatten onder die wip hun werk nog goed doen als je met een rotsmak weer op de aarde terugkomt…

And even if I never forget you, baby
Tonight I’m gonna let your memory, baby
Go…
Always sad, I know
.
(Aura Dione – Friends)

Marilyn Monroe had haar basis goed voor elkaar.
“People change so that you can learn to let go,
things go wrong so that you appreciate them when they’re right,
you believe lies so you eventually learn to trust no one but yourself,
and sometimes good things fall apart so better things can fall together.”

ThanX Norma Jean, dit wordt de basis van m’n nieuwe fundament. Leren om los te laten. Die dingen waarderen die wél goed zijn. Vertrouwen op en in jezelf. Puzzelstukken op hun plaats laten vallen. Mantra. Zennnnn. Enzo.

En ook:
“I’m selfish, impatient and a little insecure.
I make mistakes, I am out of control and at times hard to handle.
But if you can’t handle me at my worst,
then you sure as hell don’t deserve me at my best.”

Nou, dát dus. Ik had zo’n wijs mensch als Marilyn best graag ‘ns de hand geschud…
(Shake hands, my dear. And shake (off) the rest too…)

Base Aid is what I needed…
Well babe, guess I found it.
(en als ik nu maar hard genoeg roep dat ik het van me af ga zetten, misschien ga ik het dan zelf ook nog echt eens geloven…)

(with special thanX to @Base_Aid ;-))

Splat!!!

Op twitter struikelde ik vanochtend zomaar, per toeval, over een foto die geretweet werd.
Ik was er meteen compleet door gefascineerd.
Een foto, die zo ontzettend goed uitbeeldt, wat mij op ’t hart ligt.

Een prachtig iets, glanzend, rond, schitterend, zwevend, perfect.
Zo mooi.
Eén vinger, één prikkende, onvoorzichtige, uitdagende vinger.
Die wil weten wat er gebeurt als je er heel even aan komt.
En het perfecte spat uiteen…

Zo langzaam dat je de duizenden natte, glinsterende splinters kunt zien.
Zo plotseling dat je even met je ogen moet knipperen om te beseffen wat er gebeurde.
Zo snel dat je op het moment van uiteen spatten al niet eens meer weet, hóe perfect het eigenlijk was…

Die prikkende vinger hangt nog in de lucht.
Wijst na.
Kijk…
zó mooi was het…
ooit…

 

Echooooo…

Ik blijf ’t moeilijk vinden. Mezelf terug houden. Op m’n vingers zitten. Niet steeds eruit gooien wat ik juste en moment voel, vind of denk. De afgelopen dagen heb ik het gedaan, geprobeerd althans. Tot daarnet, toen kwam er weer even een eerstegedachtenblog uit (zie “Doorloper“), kon er niks aan doen, het móest.  Maar ik moet doorzetten. Ik moet afkicken. Ik zit teveel te malen. Ik zit te vol met dingen. En toch ben ik leeg van binnen. Goed gevuld aan de buitenkant, een echo van binnen. Als ik “wie is de koning van Wezel” naar binnen zou roepen, zou die ezel pas na een dag of drie terugkomen, vrees ik… Diepe, diepe put. Met een geweldig dikke stenen muur erom heen waar je met je hele romp overheen moet leunen om een glimp van dat daar ver beneden liggende, troebele water op te kunnen vangen. Een putemmer ontbreekt al lang, het touw hangt er maar een beetje verloren en uitgerafeld bij.

Ik kan me soms zo verloren voelen.
I get lost in this world…
Mag ik ‘m ruilen?
Voor een wereld waarin ik gevonden word?
Een wereld waarin ik jou vind?
Even het bonnetje zoeken.
Na vier decennia rondstampen weet ik niet eens meer
waar ik ook alweer naar op zoek was.
Zocht ik überhaupt iets?
Zocht ik iemand in ’t bijzonder?
Jou??
Gut, wie ben jij nou eigenlijk…

Wie is de koning van Weeeeeeezel….

Doorloper

ik ram er even op los. los met die vingers. vingers blijven haken. haken en ogen. ogen op half zes. zestig stokjes nodig. nodig naar de kapper. kappers zijn lekker. lekker zoals ik zwelg-en-typ. typisch maandag. maandagen zijn klote. klote, dat vroege opstaan. opstaan en wéér opnieuw verder gaan. gaan de dingen toch weer mis. mis ik steeds jou. jouw nikszeggen zegt mij genoeg. genoeg heb ik ervan. van de regen in de drup. druppel mij maar vol. vol van leeg. leeg van binnen. binnenkant doet pijn. pijn door geesthonger. honger naar meer. meer is er blijkbaar niet. niet dat ik het je kwalijk neem. neem het zoals het komt. komt goed. goed?

gooood nacht

trusten lieverd,
slaap echt lekker.
ach toe, doe je dat?

droom wat moois.
en sweet, dat ook.
spannend en niet al te mat.

mis joe hieps,
love you too.
geloof me, het is waar.

gemis in ’t kwadraat
wenste da’k niet hier was
en jij vooral óók daar.

sweet dreams my dear
en een dikke kus
weet dat ik het meen

de x-en en de hartjes
voor jou (en jou. en jou!!)
zoals jij is er geeneen…

_____________________________

de wond(er)e 2.0 wereld.
vol liefde.
(en leed).

Good
Night

(c) Lou

Nan Ts’Ngonya…

…Ma Bakithi Baba!
Oftewel:
Kijk volk, hier is uw leeuw!
Meer Zulu ken ik dan ook niet.

Vanavond ben ik met de kinderen naar een lokale uitvoering van de Lion King geweest. Aangezien het een uitvoering van de plaatselijke muziekschool was en ik de originele musical al gezien had, verwachtte ik er eigenlijk niet veel van. Een uurtje liedjes en wat samengeperste tekst, muziekschoolmuziek en het koor. Ik dacht dat ’t voor de kinderen wel aardig zou zijn en vanavond was de allerlaatste (extra) voorstelling dus om half 6 stonden we bij de kaartjesmadam: of er nog kaarten waren.
Nee sorry, uitverkocht. Net als de voorgaande 19 voorstellingen. Huhh?? Hmmm. Stelletje overenthousiaste ouders die hun kinderen daadwerkelijk 20 keer gaan bekijken… Zou ’t dan toch wat zijn? De juf van de kaarten zei dat we maar tot 18 uur moesten wachten, als er dan mensen waren die hun kaarten niet afgehaald hadden, konden we die plekken krijgen.

Zoon had al lang geen zin meer, wou naar huis (Nintendo, TV, bankhangen, ijs eten, zoals ’t een zondagavond betaamt). Dochter wilde wel wachten maar alleen als ze nu meteen een ijsje kreeg. Poeh! Probeer in een paarduuzendinwonerdurp in Oostenrijk maar ‘ns een ijsje te vinden op zondagavond. Maar goed, we hadden de tijd wel mooi met wandelen overbrugd en ik beloofde ze maar snel een ijsje zometeen thuiskomst: uit beleefdheid nog even bij de ticketlady navragen maar er zouden toch wel geen kaarten over zijn. Fout gedacht! Er waren nog 2 kaarten over. Geen probleem: ik zou ons pummelientje wel op schoot nemen (en hoefde dus ook niet voor haar te betalen, best fijn, bij die prijzen. En dat voor een muziekschoolmusical…).

Afijn. Zoon sjaggie want nog steeds nulkommanul zin. Fijn zo’n enthousiaste cultuurbarbaar. Dochter sjaggo want geen ijs. Ik zag mooi niks meer van alle sjagheid want het licht ging uit. En weer aan want het begon. Mén, had ik dat mooi even onderschat!! De zaal was niet groot maar wel bommetjevol. Achter de zaal zat, in een aparte ruimte, een compleet orkest met band en koor, echt gigantisch. We konden de musici en het koor op een fatsoenlijke videowand naast het podium prima zien. Het geluid was bombastisch. De voorstelling ook. De héle musical werd gespeeld, incl. álle tekst en songs. De zang was werkelijk ge-wél-dig. Hartstikke professioneel en ontzettend goed. Ik heb de kinderen dan ook niet meer gehoord: ze hebben duidelijk genoten (hoewel dochter aan ’t eind wel wat inkakte, het was tenslotte na half negenen en dat is voor onze 6-jarige toch best aan de tijd). Stiekem had ik zoooo graag meegewerkt aan deze musical, gewoon, in het koor meezingen o.i.d. maar helaas: zanglerares (die wel meezong) had er niet meer aan gedacht dat ik dat ook wel wilde en dacht dat ik sowieso niet kon. Man zei prompt daarop: “nou, dat  zal dan wel een subtiel teken van haar geweest zijn…” (grrrmpfff. ik durf nooit meer wat te zingen, wrijf het er nog maar even in.  En bedankt hè…)

Thuis kregen zoon en dochter dan uiteindelijk toch nog het lang beloofde ijsje (daar kon ik echt niet meer onderuit en het ijs had ik – gezien mijn vriezerdebakel van de afgelopen week en de antivries-climax van vandaag – toch maar niet bij de buurvrouw geparkeerd maar in m’n eigen kleine koelkastvriezer, leek me verstandiger). Na nog een minuutje of 20 neuriënde, bedlegerige Simba’s aangehoord te hebben, lagen ze dan toch redelijk snel allebei voor pampus. Morgen om kwart over 6 weer op, dat wordt wat… (not).

Mijn complimenten aan de muziekschool, aan alle musicalisten.
Niet veel verwacht en toch overdonderd. Geweldig goed gedaan!!

De vries-kistensaga

Nee hoor, geintje. Die is nu afgelopen. Finito.
Genoeg vriezerellende, tijd voor iets nieuws
(en dat nieuwe is zojuist besteld. Wat een luxe ^_^)

Maar zoals ik al schreef in m’n vrijheidsblog, was het gisteren de sterfdag van mijn laatste oma; ze is nu een jaar dood. Ook iets met kisten dus. Ik heb er wel aan gedacht gisteren. Oma was 95 jaar, helemaal op, levensmoe en hartstikke dement. Ook incontinent maar daar viel nog mee te leven, met de rest haast niet meer. Als ik oma belde, wist ze niet meer wie ik was: “wie hè’k dannoe aan d’n telfoooon…bun-ie d’r eeeentje van Marietje?” en legde ik voor de 38e keer geduldig uit dat ik niet van Marietje maar haar kleindochter van Ietje en Cee was. En ook dat ik geen ‘boerderieje in de berg’n’ had. Angstvallig vermijdend te vertellen dat ik inmiddels getrouwd was (want oma had dáár natuurlijk wel bij willen zijn, dát had ze dan wel weer gesnapt. Maar op het moment suprème ging dat echt niet meer…). Uiteindelijk stopte ik toch maar met bellen: het was voor haar zo verwarrend en voor mij enkel nog frustrerend. Ik had – helaas – sowieso niet bepaald veel op met mijn oma, ze kon ontzettend zeuren en zomaar boos zijn om de onnozelste dingen. Ze vertoonde claimgedrag en probeerde mensen tegen elkaar uit te spelen. Maar toch was ze heel erg lang ‘mijn allerlaatste oma’… Mijn andere oma is al lang geleden gestorven (met haar had ik trouwens veel meer, moet ik toegeven) en mijn opa’s zijn allebei nóg veel langer geleden een etage hogerop gegaan…

Dat was, wat me het meeste deed: die generatie in onze familie was nu dan toch echt voorgoed verdwenen. Mijn grootouders stamden uit het begin van de vorige eeuw… ze hadden zoveel kunnen vertellen. Ze kregen hun kinderen midden in de oorlog, moesten ze door de hongerwinter heen in leven houden. Werkten als paarden in de fabriek en in de slagerij, maakten zoveel meer leed mee dan wij ons kunnen voorstellen en gaven het een plaats alsof ze een boek in de boekenkast terug zetten. Ze maakten in hun leven ingrijpendere veranderingen mee dan wij ooit zullen doen. Ik had nog zoveel willen vragen, maar toen het nog kon, interesseerde het me niet…

En toen kon het niet meer, hoewel ze nog leefde.
Ze wist het niet meer.

Een generatie weg.
Een kloof dichtgegooid.
Verhalen ondergesneeuwd.
Geschiedenis begraven.

Door de afstand kon ik niet bij de begrafenis zijn. Ik kon geen afscheid nemen van de vrouw die ik eigenlijk best graag nog zoveel had willen vragen. Ik kon mijn ongestelde vragen niet eens met haar begraven. Ik dank de huidige technologie op mijn knieën want dankzij skype kon ik er tijdens de uitvaart toch nog bij zijn, met beeld en geluid. Een technologische vooruitgang die oma al lang niet meer kon bevatten.

Alweer een jaar geleden.
Dag oma…

 

Om de wereld in 80 woorden

Een schrijfwedstrijd van de VPRO. Ik werd erop geattendeerd door Sandra Boom (dank je, Sandra!!) en ik vond het wel een leuke opdracht:
beschrijf een reis om de wereld in tachtig woorden.

Ik was met deze in 10 minuten klaar maar misschien ga ik nog wel een andere, wat meer doordachte 80-words-story schrijven. Bij deze m’n eerste gooi:

_______________________________________________________

Koud
en nat gestart.
Vingers lopen behoedzaam
naar bergtoppen, zuidwaarts naar de zee.
Tijdens de replieken der Grieken een aai over Dubai.
Verder draaien, niet plots afglijden…
De gladheid van India
intrigeert en China
doet het
na…

Zwaar
stralend
Japan groet een
grazend en grijnzend Down Under.
Kootje voor kootje door antarctische kou.
Handschoenen écht niet nodig?
Noordwaarts to the USA
Vinger prikt en Port.
Helpt niet meer.
Whisky
wel?

Kil en plat
ook weer
geëindigd.

De globus
manueel
bewandeld.

_______________________________________________________

dan ik ook nog even: Vrijheid!!

Ik woon weliswaar in een hollandschevrijheidstechnisch fout land (en hiervoor woonde ik in een nóg fouter land), maar ik kijk ook nederlandse TV en word derhalve dus ook tot het in vrijheid de vrijheid vieren opgeroepen. En als braaf en vaderlandslievend mens doe ik dat dan maar: vrijheid!!! (hear me jeer).
Zo. klaar.

Wat is er nou zo vrij aan vandaag? Ik mocht de gestikte woelmuizen in vrijheid uit mijn pendelzonnescherm plukken. Ik heb net in vrijheid de lamskoteletjes gemarineerd. Ik heb heel vrijelijk mijn kleding van mij geworpen (dé bevrijdingsslag op bevrijdingsdag) om mezelf daarna weer te vangen in een nieuw shirt en een nieuwe spiekerboks. Na het in vrijheid tuinieren was mijn vorige set kleren namelijk vrij goor, bezweet, begrast en bezand. Ik was vrij nieuwsgierig naar een recept van de buurvrouw dus dat heb ik vrijmoedig gevraagd. En ik heb vrijgevig alle loslopende (buur)kinderen van een ijsje voorzien omdat mijn vrieskast zich de vrijheid genomen heeft, een luchtbelletje te creëren maar nu niet meer in staat is om dat luchtbelletje vrij te laten, waardoor hij het nu niet meer doet en binnen afzienbare tijd in volle vrijheid op de schroothoop mag gaan liggen. En ik mag er nog ongestrafd en godslasterlijk over vloeken ook. Een jaar geleden werd mijn oma op deze bevrijdingsdag ‘bevrijd’: ze overleed en mocht haar lichaam, waar ze nog in gevangen zat, eindelijk verlaten. En het was goed zo.

Bevrijdingsdag. Een waarlijk bevrijdende dag. Ik mag er best even bij stilstaan dat de overdosis vrijheid die wij dagelijks genieten, niet vanzelfsprekend is. Het is een luxe, die heel veel (veel en veel en veel te veel) mensen op deze aardkloot moeten ontberen. Ik waardeer het dan ook wel degelijk. Maar niet meer persé alleen vandaag… Ik sta er wel vaker bij stil dan enkel op 5 mei. Ja, 67 jaar geleden werden we van onze eigen buren bevrijd. Dat is een nooit te vergeten feit. Maar inmiddels zijn onze buren ook weer heel andere buren geworden. Behulpzame, nadenkende, goede buren (dat stelletje onnadenkende, gelobotomiseerde neo-nazi’s even daargelaten, maar zulke gekken heb je inmiddels ook in ieder land hè…). Eigenlijk zou je op dagen als deze ook na moeten denken over welke dingen je vrijheid in de (nabije) toekomst kunnen gaan bedreigen.

Kan ik straks nog steeds  “gewoon buiten tuinieren” met een zon die door gebrek aan filtering zomaar gaten in je huid brandt?
Kan ik binnenkort nog zonder verder nadenken leidingwater drinken?
Mag ik straks nog wel vrij kiezen hoe ik erbij loop of zal ik door de maatschappij (“de gezelschap” had ik al getypt, maar dat is wel een heul erg germanisme :-S) gedwongen worden om mijzelf aan te passen?
Kan ik mijn kinderen überhaupt nog wel met goed fatsoen en zonder angst alleen buiten laten spelen?
Hoe je het draait of keert, het blijven peanuts vergeleken met de vrijheden die anderen moeten ontberen.

Ik heb persoonlijke vrijheid. Ik kan doen en laten wat ik wil (binnen de wetten dan). Ik hoef me in ieder geval niets aan te trekken van wat anderen van mij vinden (maar ik doe het o.h.a. wel…).
Ik heb sociale vrijheid. Ik kan en mag zelf kiezen met wie ik om wil gaan en wie er met mij om mag gaan.
Ik ben geestelijk vrij. Ik kan vrij kiezen uit de mogelijkheden die mij ter beschikking staan. Ik mag denken en zeggen wat ik wil. Jij hebt dan weer de geestelijke vrijheid om het daarmee eens te zijn of niet.
Ik heb burgerlijke vrijheid: over het algemeen worden mijn rechten gerespecteerd en respecteer ik de rechten van anderen. Ik kan naar eigen goeddunken handelen.

Ik ben me hiervan bewust.
Dat is vrijheid.
Dat hoef ik niet te vieren.
Dat hoef ik enkel maar te koesteren.
Iedere dag opnieuw…

wie denk je wel niet…

…dat je bent?
Ja wat nou? Geez, kijk niet zo, zeg!
Echt, soms kan ik je wel schieten…
En je ziet er vandaag ook weer heerlijk gewokt en fijngestampt uit.
Ga ‘ns naar de kapper joh, het is hoognodig.
De schoonheidsspecialiste is sowieso zinloos.

Die drang van je, je eeuwig te moeten uiten.
Altijd te willen zeggen, wat je op ’t hart ligt.
Kun je niet gewoon eens je mond houden?
Je verbaal exhibitionisme killen?
Nee, kun je niet. Zwak, zwak, zwak…
En dan die gruwelijke onzekerheid van je.
Je altijd maar afvragen of je het wel goed doet.
Willen weten wat anderen van je verwachten.
Goed willen zijn in alles maar eigenlijk
verrekte weinig écht onder de knie hebben.

Wat heb je nou helemaal bereikt?
Een paar studies doorgeworsteld,
een bedrijfje overgenomen,
een paar kinderen in de wereld gezet.
En nu? Nu zit je daar. Kijk nou, sneu toch?
Snakkend naar afwisseling, naar actie.
Halsreikend je armen uitstrekkend
naar al die mensen die je denkt lief te hebben.
Jouw gevoel, zoveel te missen. Pathetisch.
Denk je dat echt? Je mist niks hoor.
Behalve een hoop ellende, want die
heb JIJ nog niet echt meegemaakt.

Mens!! Durf nou toch ‘ns te léven!!

Rotspiegel…

McBlog

Bedsessie
Ontbijt
Werksessie
Tuin
Drumsessie
Boodschappen
Piratenkinderknutselsessie
McDonalds
Happymealspeelgoedinelkaarprutsenstickerseropplaksessie
Plasticfrustratie
Capuccinosessie
Klaar.

20120504-175357.jpg

diminishing returns

ik neem alles terug hoor!
alles wat ik je zei.
alles wat ik uit liefde deed.
alles wat ik in een opwelling schreef.

ik neem alles terug.
zonder jouw weten.
zonder oude vooroordelen.
zonder wéér overnieuw beginnen.

ik neem alles.
alles wat je al gaf.
alles wat je beloofde.
alle hypothetische emoties.

ik neem.
dat wat er wel is.
dat wat je nog kwijt wil.
dat wat je me toch geven kunt.

ik.
faal.
vlak af.
geef maar op.

the return on my efforts is definitely in the diminishing phase...

Nayati

Nayati is weg.
Zomaar weg.

Iemand sleurde hem in een auto en nam hem mee.
Zijn klasgenootjes zagen het gebeuren.
Op klaarlichte dag weggerukt uit zijn omgeving.
Zomaar weg…

Het grijpt me aan.
Het laat me maar niet los.
Gewoon een lieve jongen, een prachtig kind.
Zomaar weg…

Wie doet zoiets? Waarom?
Wie ontneemt zijn ouders hun enige zoon?
Was het toeval? Wrong time, wrong place?
Zomaar ineens weg…

Ik roep: Breng hem terug!
Breng hem bij zijn pap en mam!
Breng hem naar huis!
Maar hij blijft… zomaar weg…

Nayati, ik ben niet gelovig.
Maar voor jou bid ik.
Tot wie het maar horen wil, hopelijk
zomaar ineens weer terug…

http://www.facebook.com/PleaseHelpUsToFindNayatiMoodliar

http://www.telegraaf.nl/binnenland/12014791/__Nederlandse_jongen_gekidnapt__.html

Grote zus

nog een krap half uurtje ben je jarig.
en m’n grote zus blijf je.
mijn lieve, mooie, prachtige zus.

standaard 10 jaar jonger lijken.
kun jij.
vol enthousiasme nieuwe dingen beginnen.
doe jij.
gewoon steeds weer herstarten.
mag jij.
een gigagrote kanjer.
ben jij.

mijn grote zus.
is goud waard.
nog 25 minuten jarig.
nog lang niet bejaard 😉

‘k-hou van je, zus!!
dikke verjaardagskus!!!