anders

jij
bent anders.
dan ik.

dacht.
.

jij
bent beter.
dan ik.

had verwacht.
.

jij
bent alles.
wat ik wil.

zeggen.
.

is
dat jij jij bent.
en ik.

ook.

 

(c) Lou

meppen!

hard. harder. hardst.
uitleven.
afreageren.
oorbeschermers heel hard nodig.
goed voor m’n zoon.
goed voor mij.
even niks meer in het hoofd
behalve ritme.
puur ritme.

vierkwartsmaat.
de base drum in je maag voelen.
driekwartsmaat.
de ride berijden.
fill-ins.
solo’s.
rammen maar…

ritmisch erop los meppen.
en het is zoooooo lekker…
zo goed voor ’n mens!

waarom bestaat er eigenlijk
nog geen drumtherapie…

 

just feel like this:

 

 

 

 

 

haaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!!!! jáh!!!

overflow

het vat is bomvol
de boel stroomt over.
teveel druppels
die samen liters vormen.
maar die laatste druppel
was van gigantisch formaat
zo groot dat de emmer
nu écht te klein is…
.
.
.
dus.
.
.
.
loop ik voorzichtig naar de bouwmarkt
(oppassen, niks morsen!)
en haal een grotere emmer.
een bouwvakkersemmer met hengsel.
overgieten die hap.
.
.
.
… en doorrrrrrgaan…

omruilgarantie

ah toe… mag ik ‘m ruilen?
ik wil een nieuwere versie, zit er nog garantie op?
er stond iets van “2.0 i” op de verpakking
maar toen ik erin keek, was het toch echt een oudere variant.
dit ís geen 2.0 en al helemaal geen “i”…

het is hoogstens een 1.5 beta-versie.
hij werkt op zich goed, dat wel.
en toegegeven, op 1.0 niveau is hij zeker een aanwinst.
hij repareert zichzelf en  laadt zichzelf op
geeft aan wanneer er een grote beurt nodig is.
die grote beurten kan ik zelfs,
indien nodig, zélf doorvoeren,
geen speciaal opgeleide service experts nodig!

hij loopt ook nog goed en zeer betrouwbaar.
maar hier en daar toch wat losse contacten…
niets wat een contactspray niet kan verhelpen.
ook over de energiezuinigheid heb ik niets te klagen.
A+++ is het misschien niet, maar hij vreet niet veel.
soms komt er zelfs nog geluid uit.

maar die “i” hè, die ontbreekt compleet.
niks “interactief”!
zo geef ik bijvoorbeeld duidelijk aan wat ik wil
en dan doet hij ’t gewoon niet!!
wil ik remmen, gaat hij sneller.
wil ik links, doet hij toch rechts.
wil ik straigth-on, stijgert-ie zowaar.
geen info op z’n twee displays waar dát nou weer aan ligt,
gewoon nada en noppes.
zo’n 2.0 i zou ’t in principe toch altijd moeten doen??

oh, en wanneer komt die nieuwe “Man 3.0 i” eigenlijk uit?

kind zij dank

Ik ben altijd en eeuwig op dieet, maar zo eensch per maand geef ik er helemaal de brui aan aangezien de hormonen dan over het verstand regeren. Voorál op de avonden dat ik alleen ben, zoals gisteravond. Het hoofdmotto op zulke avonden: “barst allemaal maar lekker, waar is de chocoladechipswijn…”

Als man thuis geweest zou zijn, zou de schade beperkt gebleven zijn aangezien hij heel vermanend kan kijken en heel erg verstandig is als het om (míjn!) eten gaat (het zijne doet er sowieso niet toe, eeuwig slank en sportief als-ie is). Helaas kwam hij ietwat vroeger dan verwacht thuis dus ik moffelde de chipszak op de stoel onder de tafel, m’n Tuin&Co-tijdschrift erover heen en weg waren de bewijzen van mijn schransbui. “Die zak ruim ik morgen in een ongezien moment wel op.” Zielig, ik ben me ervan bewust. Maar ‘t-is niet anders, zo werk ik (met regelmatige maandelijkse intervallen in ieder geval).

Vanochtend bij ons (gruwelijk vroege) ontbijt moest ik even “uittreden”, moest echt even, de nood werd een zaak. Bij terugkomst kijken twee paar uiterst kritische en vermanende kinderogen me aan.
Zoon: “heb je je handen wel gewassen??? anders mag je niet meer aan mijn tafel hoor!”
Ja heb ik. En ga weer zitten. Case closed.
Dochter: “ik weet echt wel waarom jij zo moest poepen!!”
Oh ja? Dit dreigt een grotere case-beschrijving te worden.
“Ja!! want jij hebt gisteren een héle zak chips leeggeschransd!! Ik zocht daarnet de nintendo [vreselijk, die ultravroege nintendozoekende kinderen] en die heb ik gevonden! Op die stoel daar!! Onder die chipszak!! En ik heb gisteren in bed gehoord hoe jij chips at [vreselijk die laatslapende, altijdoplettende kinderen]. Chips is niet goed voor je hoor! Daar moet je van poepen! zie je wel!!”
Aldus het hele relaas.  Ze zou best wel ‘ns gelijk kunnen hebben. Maar wat dan nog. Ik ben volwassen. Ik mag dat.
Man kijkt me met een schuin oog beschuldigend aan. Ik zie het wel weer: hij is het met haar eens.

Bluhhh.
Echt hè, volgens mij is gewoon IEDEREEN één keer per maand tegen mij.
Negeert u haar, beschuldigt u haar, bezorg haar het schaamrood op de kaken.
Ze kan ’t hebben.

Ik ga me ingraven.
In Thai Sweet Chili Chips.

nog even een ei leggen

moe. afgemat. lodderogen.
kort lontje, hoog-explosief.
eigenlijk naar bed moeten
maar geen zin hebben.
m’n hart is te vol.
(full of shit to choose from…)
m’n hoofd is óvervol.
(feels just like two balloons…)

zou mezelf willen verdoven.
vooral niet geloven
in dingen die niet zijn.
mogelijkheden
die ik denk te zien.
gevoelens
die ik denk te hebben.
verwachtingen van anderen
waar ik niet aan kan voldoen.
waar ik niet aan wíl voldoen.
recht uit het hart.
ach laat me….

hopend op een teken
van herkenning en warmte
hopend op een wederzijds gevoel
dat toch al voortijdig gestorven is.
naar je toe trekken en wegduwen
is een wreed iets, besef je dat?
hopend op datgene
maar weet zelf niet eens wat.

nee…
zelfs met tweeduizend wensen
kom ik er nog steeds niet…

 

als je 3 wensen had

ja, wat wenste je dan?
en in welke richting zou je het zoeken?
west? east? north? south?

wenste je je gezondheid en een leven zonder pijn?
wenste je je eeuwige liefde, trouw en toewijding?
wenste je je een eigen thuis en financiële zekerheid?
ja werkelijk, dat zou ik kunnen snappen…

wenste je wereldvrede en een einde aan alle haat?
wenste je liefde en geborgenheid voor iedereen?
wenste je een wereld zonder wraak en terreur?
mensenlief, wat zou dat mooi zijn…

wenste je een einde aan de oneerlijkheid
aan ziekte, mishandeling en onrecht
aan milieurampen en hongersnood?
je zou tig wensen te kort komen…

ik zou mij een verduizendvoudiging
van mijn overige twee wensen wensen.
want met tweeduizend wensen
kom ik pas écht een heel eind.

maar…
ooit al eens aan gedacht dat iederéén
minstens tweeduizend wensen ter beschikking heeft?
het is enkel de grote vraag
of ze ooit in vervulling zullen gaan...

One of My Turns

Operator, please connect…
to that husband way over there.
Long gone now, need to talk…
Need answers.
But there’s no answering.
Hanging up is hard to do.
But yet, time and time again
He succeeds with glory…

Giving up is far easier.
There’s Pink on the road again.
Giving in on young lust.
Mind long gone. An abyss.
Giving up on the us.
Needs are reckless. Useless.
Inconsolable, he has lost.
He’ll know. Hell now.

Trashing the hotel room
scaring the caring.
Just “One of My Turns”…
Just one of the bad days.
No idea. Not of intimacy.
Not of love.  All of loss.

[NB: het telefoongesprek dat aan het eind van de eerste song (Young Lust) volgt, is in werkelijkheid een trick-call aan een echte operator. Ze werd gevraagd om een gesprek naar de UK te verbinden waar een man de telefoon daadwerkelijk opnam en elke keer weer oplegde als ze het gesprek door wilde verbinden. Het drama van Pink en zijn vrouw aan de andere kant was voor de operator dus geheel ‘echt’, ze wist nergens van…]

woordspelletjes

De pijnscheut die zij legde
was om te benijden
Het moment van de steek
te bot om te snijden

Lettergrepen als pijlen
elke punt in gif gedoopt
De score was huizenhoog
En hij was gesloopt…

Haar lach was sinister
haar epik sarcastisch
Elke steen trof z’n doel
het gevoel was fantastisch.

Hij voelde hoe haar dolken
hem langzaam doorboorden
Plots werd het duidelijk
ze speelde slechts met woorden…

[geinspireerd door wordfeud]

 

© Lou

eigenlijk moet ik…

eigenlijk moet ik
de rekeningen nog boeken
maar éigenlijk moet ik
mijn motivatie eerst zoeken.

eigenlijk moet ik
de was er nog uithalen
maar éigenlijk moet ik
niet steeds weer zo afdwalen.

eigenlijk moet ik
de krant van vandaag nog lezen
maar éigenlijk moet ik
mijn spoedige ondergang vrezen.

eigenlijk moet ik
het gras nog bemesten
maar éigenlijk moet ik
mijn vechtvissen nog pesten.

eigenlijk moet ik
gigantisch naar de WC
maar éigenlijk moet ik
hier gewoon helemaal níks mee 🙂

basta.

 

© Lou

werkweekend

zoals bekend werk ik ergens anders dan waar ik woon, namelijk krap 300km verderop in (mijn vroegere woonplaats) München. Eens in de zoveel tijd moet ik dan ook daar naartoe maar omdat het o.h.a. doordeweeks niet te doen valt vanwege de kinderen, doe ik dat in het weekend. Daar heb ik natuurlijk niets op tegen want afgezien van het nodige werken plan ik natuurlijk ook gelijk vrienden en party erbij in.

Gisteravond was ik aldus met vriendinnen de hort op. We hadden thuis al voorgegloeid met aperol-spritzers. De honger diende zich abrupt aan en de vraag luidde: waar en wat gaan we eten? Vriendin B wist een heel goed restaurant in de binnenstad. Allemaal de U-Bahn ingedoken en op de Stachus (Karlsplatz) er weer uit, richting Hackenviertel. Het restaurant was niet alleen heel goed maar ook errug sjiek en het was bijna genant om je eten te fotograferen (but who cares, ik mag dat :-)). De jonge, uiterst aardige kelner was meer dan goed in het bijvullen van de wijnglazen. Aan het begin van de avond (lees: vóórdat ik het restaurant van binnen gezien had) riep ik nog heel enthousiast dat ik m’n vriendinnen uit zou nodigen voor het eten maar uiterlijk bij de rekening heb ik gezegd dat ik dat mijn man financieel toch echt niet aan kon doen en dat de uitnodiging nu voor het eerstvolgende barbezoek zou gelden. Dat heb ik wel waar kunnen maken (pfieww).

Na de paprikacrème met pestokroon en warm kamoet-sesambaguette, de salie-konijnefileetjes in spekmantel op geconfijte salade, de gevulde runderroulades met kartoffelcrème op een bedje van haricôts verts en delicate rode-portsaus (zie foto) en de kaneelcaramelschmarrn met appel-quittencompote vergezeld van noten-rumrozijnen-ijs en munt (en 2 flessen witte wijn) kon je ons de weg op rollen. Ik kon echt nauwelijks meer lopen, ik dacht dat ik accuut een maagperforatie ging ervaren. Ik zwoor mezelf dat ik de komende 3 weken NIETS meer zou gaan eten, een absolute godsonmogelijkheid. Na een korte marteling (ook wandeling of “Verdauungsspaziergang” genoemd) kwamen we bij de Orlando-bar van meneer Alfons Schuhbeck. Dat is een heel sjieke, vooraanstaande, beroemde, münchener kok met z’n eigen etablissement. Ook heel sjiek en vooraanstaand. De dames wilden dat wel ‘ns van binnen bekijken. Ik vond alles best, als meneer Schuhbeck maar een werkende WC met goede spoeling had.  Het was er druk, we hadden een sta-tafel. En ik een WC, thankgod. Daarna ging ’t stúkken beter met me. Eenmaal terug werd de volgende fles witte wijn aangerukt. No problem. Achter me hoorde ik een nogal diepe, bekakte mannenstem praten over een hond. “wanneer heeft hij dan voor het laatst gegeten? Moet het lieve manneke niet ook een paar hapjes van dit exquisite truffelnoedeltje proeven?”. Ik keek om, nieuwsgierig als ik ben. Shock. Kontlang geblondeerd haar. Ogen als Marty Feldman met wimpers als wc-borstels. Een huid als strakgetrokken latex. En lippen als de rubberboot van m’n oom. Geschatte 65 jaar. Voor miep 2 heb ik niet zoveel woorden nodig: dat was Mien Dobbelsteen. Met een styroporbakje op schoot waar ze met een gouden vorkje haar exquisite truffelnoedeltjes op uitbreidde voor het XXL-vloerkleed van een hond naast haar. Met een hondenvoerlap (ja, zoiets bestaat blijkbaar) op schoot voerde ze haar lieveling met de vingers de noedels uit haar styroporbak en likte die na elk door hondmormel weggeschrokt hapje vergenoegd zelf af. De hond zelf zag eruit als een hangbuikvarken in schaapsvel. Duidelijk véél teveel truffelnoedeltjes. Arm beest…

Het hele tafereel zorgde voor grove slappe-lach-buien. Deze werden nog versterkt door een potloodventer-in-spé die zijn regenjas vol enthousiasme en breedbeens in de entréé poserend opengooide, handen in de zij geplant en een blik van “kijk mij nou toch ‘ns mooi wezen”. Helaas voor ons was-ie a) absoluut níet mooi en b) vergeten zijn kleren uit te trekken. Teleurstelling alom.

Na deze fles wijn hadden wij de inboedel van meneer Schuhbeck wel weer helemaal gecheckt en (nadat ik dat flesje wit  á 46 euro betaald had) maakten we ons op voor de betere aangelegenheden. Hofbräuhaus, Hard-Rock-Café en nog een no-name-cocktailbar passeerden de revue. Allemaal hadden ze tot ons groot genoegen prima witte wijn. I looooooove my Munich….

Rond 2 uur hielden we de U-Bahn voor gezien en kaapten een taxi voor de neus van een 16-jarig knulleke weg (ga fietsen joh, véél gezonder) en vermaakten we de taxi-chauffeur met ons hoogstintelligente gekakel. Thuis nog een flesje wijn soldaat gemaakt (hadden we ook nog niet gehad vanavond). En toen kwam de shock: een heel uur zomaar verloren… voor eeuwig en altijd. Klotezomertijd… Dus om 4 uur toch maar ’t bed in.

Verbazingwekkend hoe snel 3 weken om kunnen slaan in een paar uur: ik had alweer honger… (Nee trek. Trek is een beter woord). Het ontbijt was geheel katergeschikt: “Ei im Glas” (lekker!!), Amandelolijven (lekker!! zelfs bij het ontbijt), peperkruiden-kaas (lekker!!), verse jus (lekker!!) en wat andere standaardontbijtdingen (ook lekker!!). Hoe is het mogelijk dat je na zo’n dinner gewoon de volgende dag alweer kunt eten… waarom heb ik dít soort capaciteiten nou wél?? Ach nou ja. Ze zeggen dat je datgene moet doen wat je goed kunt. Toch?

Mijn werkweekend was in ieder geval weer een highlight. Op naar het volgende.

Bergetappes

Wij wonen op een stevige bult. Een heuvel voor Oostenrijkse begrippen. Voor Nederlandse begrippen is het een berg. Ik doe praktisch alles (nou ja, laat dat praktisch maar weg) met de auto, want het is, nee correctie: IK vind het geen doen om met 2 boodschappentassen aan m’n stuur en 2 volle fietstassen een dikke kilometer met een hoogteverschil van 60 meter te overbruggen. En zelfs zonder die tassen vind ik het geen doen. Dus doe ik het niet en doe ik alles met de auto. Boodschappen, afspraken, sporten, kinderen halen en brengen en halen en brengen en halen en brengen, schoolactiviteiten, voetbaltrainings, koffie drinken met vriendinnen,  you name it. Auto dus.

Ik beschrijf vandaag even (en dit is dus níet overdreven):
8:45 – naar de spiertraining en terug (15km heen.en.terug.)
9:30 – naar afspraak en terug (20km h.e.t.)
10:00 – naar stomerij en apotheek en terug (10km h.e.t.)
12:20 – naar school en terug om zoon tot workshopdeelname over te halen (4km h.e.t.) (gelukt)
13:15 – met dochter naar logopedie (6km)
14:00 – dochter ophalen (6km)
14:15 – zoon ophalen (4km h.e.t.)
16:15 – dochter naar street dance brengen en even naar de supermarkt sjezen  voor de boodschappen (6km)
17:30 – dochter weer ophalen van streetdance, naar huis, snel boterham (5km)
18:15 – ik naar zumba (wat geen zumba bleek te zijn maar ach nou ja, als ik maar gezwoten heb) (2km)
19:45 – ikke weer thuis. (2km)
20:00 – ikke aan de koffie klaar met racen. toch wel weer een slappe 80km gereden op ’n dag.
Nou sorry, maar dat doe ik dus níet op de fiets, zeker niet met al die bergetappes en al helemaal niet in de winter (maar dat is het nu niet meer dus dat geldt momenteel niet als excuus).

Morgen is ook zo’n dag. En in het weekend moet ik weer naar München (300km heen, 300km terug). Hoe lullig is het dan als je auto – je geliefde, ouwe, aftandse maar tot voor kort nog zeer betrouwbare bak van een audi – ineens niet meer start?? Juist. Lullig. Dan zit ik hier vast op die bult… Laatst was dat dus zo. Frustratie, frustratie. Maar ook gelijk duidelijkheid: de accu was de schuldige. Nieuwe accu erin. Week later: weer startmoeilijkheden. Duidelijk niet de accu. Het waren de gloeikaarsen op z’n goed Nederlands (die Glühkerzen), geen idee wat het echte Nederlandse woord daarvoor is. Het is een diesel hè. Dan heb je die dingen nodig om te starten, schijnbaar. Daarnaast helpt morrelen aan de radio ook niet altijd meer even goed om er weer geluid uit te krijgen (een vroeger absoluut betrouwbare en door mij gepraktiseerde remedie) maar zonder radio rijdt ie ook dus dat is niet zo’n ramp.

Oh en soms wil-ie gewoon even niet meer. Auto-ongesteldheid ofzo. Je truckert gemoedelijk voort op de spitsstrook tussen 2 betonnen wanden en ineens prutprutpufprutterdepuf gaat-ie zomaar langzamer. En langzamer… Hoe hard je ook gas (diesel) geeft, hij wil effe niet meer want de Einspritzpumpe (injectiepomp???) heeft zich dan verslikt. Op zich geen probleem: je tuft naar de vluchtstrook, start opnieuw en whoppaaa, gaan met de banaan. Maar ingeperst tussen 2 betonnen muurtjes en met 368 auto’s achter je is dat toch wat onaangenamer. Yep, ík was die fileveroorzaakster op de spitsstrook. Joepie. Ik kan nu naar Wedden Dat als diegene die naar minstens 36 claxons tegelijkertijd kan luisteren zonder met de ogen te knipperen. Wat niet gaat, gaat gewoon niet. Sorry lui. (maar heet had ik ’t wel :-S).

En had ik al gezegd dat-ie vies is? Smerig. Goor. Maar probleem, probleem: wassen op je eigen oprit mag éigenlijk niet (uit milieuoverwegingen) maar door de wasstraat mag ie ook niet, want dan doet de kilometerteller het minimaal 3 weken niet meer. Je weet niet meer hoe hard je rijdt. Voordeel is dat ie ook geen kilometers meer telt. Er zitten dus heel wat meer kilometers op dan die krappe 350.000 die op de teller staan. Kan ik ‘m beter verkopen. Maar ik wil ‘m niet verkopen. Ik hou van ‘m. En nee, ik ga écht niet fietsen. Kom op zeg, ga toch fietsen!

Mocht ik niet terugkomen van mijn rondje München, weet u waar het aan ligt.
Niet aan mij.

Vandraeckensteijn's Blog

Vanavond een hartverscheurend blog gelezen, geschreven door een liefhebbende vader, die door omstandigheden zijn kinderen niet kan zien. Na stilte, tranen en verbijstering komt dan het besef dat ik een geluksvogel ben. Mijn meiden om me heen.. wee de dag dat ik dat vanzelfsprekend ga vinden. Want dat is het nooit geweest, is het nu niet en zal het nooit zijn. Helaas heb ik in mijn vrienden- en familiekring hele lieve vaders en moeders die hun kinderen moeten missen, die dag en nacht knokken om ze wel te mogen zien, voor wie het niet vanzelfsprekend is dat je bloedeigen kinderen onderdeel van je leven zijn. Zelfs met het grootste inlevingsvermogen zal ik nooit kunnen voelen wat zij voelen. Het gemis. Het verlangen. De afgepakte tijd die niet meer terugkomt. Het is kei- en keihard. Nog erger is dat deze gruwelijke pijn hen wordt aangedaan door mensen die ooit een liefdevolle…

View original post 455 woorden meer

Boot camp

Daar moet ik heen.
Drillen die hap.
Tot ik erbij neer val.
En als ik er dan bij neerval, heb ik ze ook niet meer nodig, die boots.

Waarschuwing vooraf: dit is een zinloos blog. Het gaat nergens over behalve over mijn kuitenfrustratie.

Zoals inmiddels de halve wereld nu wel weet heb ik mezelf nieuwe laarzen kado gedaan.
Namelijk deze laarzen

Ik vind ze Geweldig. Sexy. Hot. Cool. Ik heb ze extra een béétje te groot besteld in de hoop dat mijn kuiten, mijn aangeboren grootse, onverwoestbare, stramme kuiten, zich in deze konden voegen. Ik heb kuiten als een bootwerker. Ik eet er dan ook naar. Maar u moet weten: zelfs in mijn slankste fases (en die waren slank) kon ik geen normale laarzen aan.

Zo ook nu niet… Ja, ik krijg ze wel dicht hoor, maar dan een klein stukje verder naar beneden. Ze staan dus niet helemaal “strak” zeg maar. En dat moeten ze eigenlijk wel. Dat wil ik zo. Dat hoort zo.

Eerst maar ‘ns eigen pogingen tot oprekken: bloempotten op grootte gesorteert en steeds een grotere bloempot er in douwen. Maar van het ritsen-om-bloempotten-heen-dichtsjorren heb ik nu dus twee beurse wijsvingers en nog steeds geen grotere laarzen. 😦 Dus vanmiddag een – m.b.v. google gevonden want zeer schaars geworden – schoenmaker opgezocht om te kijken of hij – het was een hij – mijn aanbeden laarzen nog een stukje uit het fatsoen kon trekken. Ach toe… een centimetertje of 1-2…

Meneer Schoenmaker keek bedenkelijk. “Krijg je ze dicht?”
“Ehhh, nou… als ik ze iets naar beneden dicht doe, wel. En dan sjor ik ze omhoog en dat gaat dan redelijk.”
“Hmmm. Even zien. Aantrekken graag.”
(En ik dacht: “jaja, hij wil mij gewoon in die laarzen zien” – maar goed, aangetrokken).
“Hmmm. Dat gaat moeilijk worden, mevrouwtje. Heeeeel moeilijk.”
Slik.
“Dat komt door dat stukje elastiek aan de bovenkant, dat rek ik dan kapot als ik te de boel ver rek”.
Aha, OK…
“Maar dat is ook niet het probleem, als de rits eenmaal dáár is, is ’t geen probleem meer.”
Oh, dat biedt dus perspectieven?
“Ik moet de boel een centimeter of 5 daar onder dat elastiek, daar bij die rand, oprekken. Want daar heeft de rits moeilijkheden met uw onderbenen. [tja, goh, wie niet…] En dat wordt lastig. Maar ik ga m’n best doen. Vrijdag zijn ze klaar. Maar ik heb er een hard hoofd in. Dag mevrouw.”

Snik. Ach. Shit. Kan mij ’t verdommen. Ik wil deze laarzen. Deze en geen andere. Ik wacht vrijdag af. En mocht het niet (helemaal) lukken, doe ik ze wel onder m’n spijkerbroek in plaats van broek erin (want broek erin is nog een cm extra hè). Een centimetertje meer van de schoenmaker (moet lukken) en een centimetertje minder van mij (dat kan wat jaartjes duren) en whoppa, ze passen.

Kampioen Wishfulthinking.
Ben ik.

even serieus hè…

Éven serieus.
Makkelijker gezegd dan gedaan.
Ik kán heel serieus zijn.
Ja, eerluk woar.
Bloedjeserieus zelfs (zie mijn blog-categorieën).
Maar meestal ben ik een slechts beetje serieus met een licht grinnikende invalshoek.
Dat wordt binnen mijn werksituatie nog wel eens ondergewaardeerd, vind ik zelf. Men is dat namelijk niet gewend, hier in het duitstalige deel van Europa al helemaal niet. Op je werk (en dan vooral: aan de telefoon) ben je ernstig, gemotiveerd, gedreven, professioneel. Serieus dus.

Ik kan dat niet zo goed. Er steekt nog teveel hollandsigheid in mij geloof ik. Men hoort aan de andere kant van de lijn volgens mij al dat ik meestal zit te grijnzen tijdens een gesprek. Ik denk nu eenmaal snel door en interpreteer woorden van anderen op mijn manier, met een vleugje humor. Ik denk het mijne, zeg maar. Ik zou ook graag het mijne terugzeggen, maar dat is dus zakelijk onpassend.

Jammer is dat. Het mag niet. Hoort het echt zo? Dat eeuwig serieuze in je werkkring? Ja goed, die vrijdagmiddagborrels en het zogenaamd gezelligleuklollig doen met je collega’s op gezette tijden, dat moet dan voor de losse noot zorgen. Prima hoor, maar als je je de rest van de dagen in moet houden, blijft die opgelegde ernstigheidssfeer toch hangen. Ook met klanten valt er geen lol te behalen, je bent volledig zakelijk of je bent gewoon niet. Maar ik kan toch ook best professioneel met een lach zijn? Toen ik net begon met “echt” werken, jaar of 15 geleden (*kuch*) stonden mijn twee toenmalige chefs er pertinent op dat ze met “u” aangesproken werden. Sie-zen dus, in het Duits. De ene was net zo oud als ik toen trouwens (nou ja, jaartje of 3 ouder), bij hem heb ik het ge-u zegge en schrijve 3 maand volgehouden. Bij m’n andere chef langer, die was er ook de persoon meer naar. Maar het voelt zo ‘gemaakt’, die afstandelijkheid. En zo onnodig… Toen wij (collega en ik) 3 jaar later die toko overnamen, was het natuurlijk ineens níet meer nodig, dat ge-U.

Bij telefonische enquêtes leef ik me nog wel eens uit. Als ik al gebeld word, doe ik daar – als ik er tijd voor heb – meestal mee. Vind ik leuk. Al snel merk ik hoe de enquêteur/-trice zelf in zijn/haar job staat en of er een lolletje vanaf kan. Je hebt ook bepaalde exemplaren die echt enkel die xx euro netto per uur in hun hoofd hebben en eigenlijk niet eens weten wat ze nou precies vragen. Meeschrijven hoeft niet, het wordt gewoon opgenomen. Dus waarom zou jou het antwoord van de respondent nog interesseren? Als-ie maar íets zegt, is ’t goed.

Laatst had ik eens een enquête voor een europees onderzoek naar de publieke mening over de politiek, de uitvoering van de taken, de invloeden op de financiële en economische wereld. Bij het uitleggen van de enquête had ik al zoiets van “jeeminee, heavy stuff”. De vragen waren idioot ingewikkeld. Nou heb ik een bedrijfseconomische én sociaalarbeidstechnische universitaire opleiding, een eigen zaak en een breed interessegebied (waar ik enkel mee wil zeggen dat ik normaalgesproken wel wat kan met dit soort enquêtes en onderzoeken), maar toch moest ik bij veruit de meeste vragen even navragen wát er nu precies gevraagd werd, wat ook alweer de mogelijke antwoorden waren of wat de dame in kwestie er daadwerkelijk mee bedoelde. Uiteindelijk draaide het gesprek toen ik haar midden in de vragenstortvloed vroeg, hoe zij in vredesnaam deze enquête bij de willekeurige doorsnee mens erdoorheen kreeg. Wie die vragen opgesteld had en of diegene er ooit wel eens over nagedacht had WIE die vragen moet snappen én beantwoorden. En toen ze stortte haar hart uit. Ze deed het zo graag, die telefonische enquêtes maar dit was een ramp. Zoveel mensen die de hoorn erop kwakten omdat het ze allemaal te gecompliceerd werd. De onbeleefdheid. Het gebrek aan humor aan de andere kant van de lijn. De grote incapabiliteit van de opdrachtgevers. Enzovoort.

We hebben wel een dik half uur gepraat en zelfs gelachen. Ik heb haar van haar enquêtebezigheden afgehouden, dat wel. Ik neem aan dat ze betaald krijgt naar het aantal doorgevoerde interviews want het kon haar geen bal schelen. Ik hoop voor haar alleen wel dat ze het opnameknopje voor die tijd uitgezet heeft. En achteraf bedacht ik me, dat ik niet eens wist hoe ze heette. Maar ik besefte wel weer eens te meer, dat de overigende werkende mens ook maar enkel dat is: gewoon mens. Waarom dan die eeuwige stijfheid en doodsernst naar elkaar toe, zowel IRL als aan de telefoon.

Echt lui, saaier kunnen we het niet maken. Wel leuker.

PLAY!!!

OK, OK…
Genoeg geblogd in de categorie “flauw”
Ik lijk wel veertig zeg…
Waar heb ik eigenlijk last van?

Van gruwelijke meligheid.
Net een verse puber.
Van de drang om buiten te spelen.
In de stortregen.
Van de neiging om hard te lachen.
Zomaar. Om alles.
Van de impuls om dingen eruit te gooien.
Zoals ze binnenkomen.
Van de wil om te genieten.
Van alles zoals het is.

Vandaag was er een vraag op facebook:

Wat zou je doen als er in het leven de volgende knoppen zouden bestaan?
◄◄ REW   // ► PLAY // ▌▌PAUSE  // █▌STOP  // ►► FWD

En ik antwoordde instinctief en vrijwel meteen: PLAY!!!!

De meeste antwoorden luidden “REW”, dingen over willen doen, terug naar vroeger. Na alle REW-antwoorden had ik echt het idee dat ik die ene ouwe sok in the midst of the midlife crisis tussen alle jonge blommekes was: ik wil namelijk spelen, en wel in het hier nú! REW helpt echt geen zier, alles gewoon nog een keer afspelen maakt ’t nog steeds niet anders. En FWD komt vanzelf en ook echt snel genoeg, daar hoef ik geen knopje voor te drukken. PAUSE en STOP zouden theoretisch nog kunnen, maar waarom zou ik stoppen of pauzeren als ik lol heb, daar zie ik ’t nut niet van in. Ik miste trouwens wel een knop: REC. Die wil ik bij tijden best graag even indrukken.

Maarre, ik blijf in het nu en ga lekker buiten spelen ^_^

Tot straks!

*weghuppelt*

*luidkeels “klein klein kleutertje wat doe jij in mijn hof” zingt*

*REC drukt*

Penissen

.

.

.

.

.

.

sorry

dit blog is nog in oprichting.

.

(flauw)

(I know)

(so what)

(grinnik)

(‘k-zal ’t nooit meer doen)

Borsten

Borsten.
Al zoveel over geschreven en gesproken.
Waarom zou ik dan nog…
Al zoveel bekeken en bestudeerd.
Waarom moet ik dan nog…

Omdat er eigenlijk verhipte weinig vrouwen zijn die over zoiets moois als borsten schrijven.
Ze doen het wel, bijvoorbeeld als de borsten ziek zijn, als ze niet naar behoren functioneren of qua vorm niet goed zijn, maar niet over de borst zelf als zodanig, in alle functies en opzichten maar vooral ook over de erotiserende waarde ervan.
En omdat ik ter afwisseling ook wel ‘ns over iets (voor mij ook) fascinerends wil schrijven 😉

Borsten.
Ik vind het eigenlijk een raar woord.
Borsten. Zeg ’t ns 20 keer achter elkaar.
Klinkt bijna hard voor zoiets moois.
Ik moet gelijk aan borstels en zelfs aan varkens denken (zal wel aan mijn voortschrijdende verduitsing liggen, vrees ik). Nou hebben varkens weer erg mooie tepels (zegt men) dus ach, enige overeenkomst mag er zijn.

Maar toch blijft het mij fascineren dat mannen zo borstgefixeerd (kunnen) zijn. Waar komt dat nou door? Vanwaar die boezemobsessie? Waar komt het erotiserende effect van borsten vandaan? Op zich zijn ’t pure voedingsinstrumenten. De mijne hebben daar ook uitgebreid voor gediend (in totaal zo’n 20 maanden lang, wat op zich niet bepaald lang is maar desalniettemin is ’t toch te zien :-S). Instrumenten om een baby met een beetje mazzel minimaal het eerste jaar door te helpen. De melk die eruit komt, smaakt ook best aardig (jaja, ik heb ’t geproefd: home-made).

Voedingsinstrumenten met erotische waarde. Maar vanwaar nou die waarde? Borsten zijn geen teken voor vruchtbaarheid. Of je nu latjeplat bent of kogeltje(s)rond, dat zegt helemaal niets over je mate van vruchtbaarheid. In tegenstelling tot bijvoorbeeld brede heupen. Die vormen een bewezen teken van vruchtbaarheid (mén, ik ben de vruchtbaarheid zelve blijkbaar…). Brede heupen waren vroeger een zeer erotisch iets maar helaas legt de man van tegenwoordig optisch gezien blijkbaar geen grote waarde meer op de mogelijke mate van vruchtbaarheid van een vrouw. En daar zit je dan te kijken met je brede heupjes…

Natuurlijk zijn borsten wel dé uitgesproken middelen die erop duiden dat een vrouw in staat is om het nageslacht van de man van voeding te voorzien. Maar ook daarvoor is bijvoorbeeld de omvang in principe nikszeggend: met kleine borstjes kun je net zo goed voeden als (of soms zelfs nog beter dan) met grote exemplaren. In de primitievere culturen zijn mannen o.h.a. niet zo borstgefixeerd. Daar zijn het werkelijk hoofdzakelijk voedingsinstrumenten. Ik vraag me soms wel een beetje af of ze na 14 kinderen en in díe gebruikte status nog steeds kwalitatief even goede melk kunnen geven (in de trant van “maak maar ‘ns lekkere thee van een zesdehands theezakje…”) maar ik denk van wel. Echt superdingen, die borsten. Maar daarginder dus niet in erotisch opzicht. Vrouwen liepen en lopen in deze culturen ook gewoon open en bloot rond (is makkelijker als er weer eens een kind om wat lekkers komt jengelen) en dat vermindert de aantrekkingskracht nog meer. Begrijpelijk ook, dat is hier niet anders. Als je een man van hier voor een paartje of duizend blote borsten neerplant is de kans groot dat hij er eveneens al gauw geen bal meer aan vindt. Letterlijk. Borsten worden volgens de gebruikelijke onderzoeken éigenlijk pas leuk als ze niet zo open en bloot rondgezwierd worden. Een beetje mooi bedekken en ja hoor, het werkt.
Zeggen ze.
Het is dus eigenlijk het decolleté wat doet mannenharten sneller laat slaan…
Zeggen ze.

Ik geloof er geen 2 ballen van. Ik geloof niet in “size doesn’t matter”. Net als dat een vruchtbaarheidsgetuigend breed achterste echt níet door alle mannen wordt gewaardeerd, helaas (zegt zij, die stiekem heel blij is, dat ze haar eigen achterste enkel met veel moeite en een nekverrekking kan zien), worden borsten van enig formaat meestal wél gewaardeerd. Size DOES matter (eeuwigaanwezige uitzonderingen even daargelaten). Ik geloof ook niet dat ’t een beetje bedekt moet zijn, integendeel. Da’s eigenlijk alleen maar lastig. Maar als we allemaal onbedekt rond zouden lopen, functioneert de man als zodanig helemaal niet meer, dus dat is ook geen optie. Maar waaróm functioneert-ie dan niet?? Waarom leiden die twee heuvels aan de voorkant in de huidige tijd zó af?

Omdat.
Geen blog zonder kort vooronderzoek.
Omdat.
Long long time ago (om precies te zijn: ca. 7 miljoen jaar).
De mens (of aapmens) rechtop is gaan lopen.
Ja, echt. Want daarmee is de aandacht voor de achter- cq. onderkant naar de voorkant geswitched. De achteronderkant verdween met het rechtop lopen ineens uit beeld (poor guys…). De nog altijd visueel ingestelde man had daarom iets anders nodig om op te focussen. En datgene lag een etage hoger. Zo ergens een beetje onder ooghoogte (of op ooghoogte, voor de wat kleinere man). Met deze nieuwe focus kwam er ook ineens meer variatie in het hele overige gebeuren (denkt u aan standjes…) want de achterkant lag nu hoppadaboppa zomaar ergens anders en dat vergde wat meer van de menselijke creativiteit. Wat een geluk dat wij vrouwen destijds ook maar ‘ns rechtop zijn gaan lopen anders was het al miljoenen jaren lang steeds dezelfde saaie boel gebleven (*nu toch ineens aan the Bloodhound Gang denken moet…*).

Zo kwam het dat de man van tegenwoordig ons achterkantje hooguit nog goed ziet als wij het dek van zijn jacht schrobben. Nooit dus. En aangezien wij vrouwen de enige zoogdieren zijn die altijd borsten hebben, ook als ze op dat moment geen nieuw mini-mensje ermee in leven houden, hoeft men zich over de de nieuwe objecten der begeerte niet te verwonderen.  Bovendien worden mooie ronde, warme en zachte objecten sowieso als erotiserend ervaren en dan ben je als man (en zo menig vrouw, niet te vergeten) met borsten in ieder geval goed bediend (Remember: real man like curves – only dogs go for bones… [bekennnend gejat van FB] ).

OK, toegegeven.
Ik vind borsten óók mooi om naar te kijken en ja, zelfs leuk om vast te houden. (De echten dan. De gigantische silicoontoeters van Lolo F. hielpen haar uiteindelijk om zeep dus van dergelijke bommen houd ik mij persoonlijk  graag ver verwijderd)

Fijn om ze te hebben in ieder geval.

Nu alleen nog een andere naam.

(en ik vraag me stiekem toch wel heel erg af, waarom vrouwen nou eigenlijk zo vaak op ogen vallen…)

heb ik dat weer…

heb ik dat weer…
het één willen en het ander krijgen
heb ik dat weer…
het één uitschreeuwen en het ander verzwijgen

heb ik dat weer…
de één liefhebben en de ander ook
heb ik dat weer…
hoofd zo vol dat ik dagelijks overkook (;-))

heb ik dat weer…
het één denken en het ander verlangen
heb ik dat weer…
de verkeerde muur aan ’t behangen

heb ik dat weer…
het één weten en het ander geloven
heb ik dat weer…
ik kom mijn dilemma’s nooit te boven!

.

(c) Lou

drown

drown your tears

in the rivers of mine

drown your sorrows

you’ll be just fine

.

drown your memories

gentle and numb

swallow your pain

like chewing gum…

.

drown the sadness

in my tears

drown the terror

in my fears

.

drown your numbness

in my pain

back to that certain black

it’s all in vain…

.

©  Lou

Eten – een hot issue…

Dat ik een eetprobleem had en nog steeds overduidelijk heb, heb ik al eerder uit de doeken gedaan. Minder mij: dat wou ik zó graag en dat wil ik nog steeds. En ik faal ook steeds opnieuw. Maar wat ik juist probeerde te vermijden, lijkt nu toch te gebeuren: mijn gewichts- en eetmanie heeft invloed op het eetgedrag van mijn kinderen… Ik probeerde het er niet over te hebben. Ik bied mijn kinderen in het dagelijks leven gezond eten, veel fruit en groente, snoep uiteraard met mate (maximaal 1x per dag), chips eten ze nooit, chocolade zelden. Hooguit 4-5x per jaar naar de McD, verder geen fast food. Gezamenlijke maaltijden: ik kook altijd zelf. Maar toch…

Zoon (9) is altijd “stevig gebouwd” geweest. Maar sinds ca. een jaar is ook hij heel erg met eten bezig. Hij is inmiddels bijna panisch om dik te worden. In de hoogte geschoten en erg kieskeurig met eten zijn heeft ertoe geleid dat je nu zijn ribben kunt tellen, waar hij zelf soms schrikbarend vergenoegd naar kan kijken: hoe dunner hoe beter… Het liefst zou hij ook compleet vegetarisch eten. Daar heb ik op zich absoluut niks op tegen maar omdat het ijzer- en eiwitgebrek voor mijn gevoel toch echt nog te groot zou kunnen worden (hij eet namelijk ook geen alternatieven), meng ik wel stiekem vlees/eiwit/melkproducten door het eten zodat hij toch nog wát binnen krijgt. Hij lust veel dingen niet, laat zoetigheid meestal met grote overtuiging staan, drinkt steevast water i.p.v. limonade, vraagt aan tafel of die kip wel een fijn leven gehad heeft (oftewel: bio??) en ook al is het antwoord natuurlijk “ja”, laat hij de boel nog staan. Met andere woorden: hij lijkt op zijn vader (qua weinig eten dan: kieskeurig is z’n pa absoluut niet).

Dochter (6) is zomogelijk het tegenovergestelde. Eet alles. Is de hele dag op zoek naar eten en snoep. Heeft continue en altijd honger. ‘s-Ochtends bij het ontbijt vermeldt ze al wat ze bij de lunch wil eten (“Schnitzel!!”, “een ei!!”, “griesmeelpap!!” “pannenkoeken!!”). Haar bord gaat praktisch altijd schoon leeg. Een dag zonder toetje is geen dag en staat garant voor grote chagarijnigheid voor het naar bed gaan. Chocolade en zoetigheid moet ik verstoppen anders eet ze het in een verstolen moment allemaal op. Ze is de hele dag met eten bezig. Voor mijn gevoel eet ze zelfs uit verveling of omdat ze zich rot voelt. Of gewoon omdat het er staat.. Met andere woorden: ze lijkt verhipte veel op haar moeder…

Zoon is inmiddels ronduit dun, een slungelige skinny whimp, dochter heeft daarentegen al een behoorlijke buik, een rond koppie en meer dan stevige bovenbenen…

Maar jee, wat moet ik hier nu mee? Is dit nog normaal? Ik ben zelf zo deranged dat ik dat al niet meer kan beoordelen…
Kan ik dit zelf, met mijn eigen grofgestoorde verhouding tot voedsel, nog weer in het gareel krijgen?
Moet ik maar samen met ze naar een diëtiste? Gaat dit voorbij? Ik weet ’t niet…
Moeilijk…

Hoe is het mogelijk dat zoiets makkelijks als eten zo verschrikkelijk moeilijk kan zijn…

Ik kan het niet…

Ik wil zo graag…
Maar ik kan het niet…

Jou uit alle macht helpen.
Maar ik kan het niet
want jij wilt niet geholpen worden

Al die scherven aan elkaar lijmen.
Maar ik kan het niet
want ik heb alleen maar behangplaksel…

Iemand eens goed de waarheid vertellen
Maar ik kan het niet
want ik ken de waarheid eigenlijk helemaal niet…

De chaos in m’n hoofd ordenen
Maar ik kan het niet
want ik ben zo ontzettend slecht in opruimen…

De chaos in jóuw hoofd ordenen
Maar ik kan het niet
want ik kan niet in dat hoofd van jou kijken…

Tientallen kilo’s afvallen
Maar ik kan het niet
want lekker eten en goede wijn…

M’n armen om je heen slaan.
Maar ik kan het niet.
want ik ben zo, zó veel te ver weg…

Een topvrouw in een topbedrijf zijn
Maar ik kan het niet
want ik heb bewust gekozen voor anders…

Mensen hun pijn wegnemen.
Maar ik kan het niet
want ik heb geen medicijnen of psychologie gestudeerd

Elke dag 10km hardlopen
Maar ik kan het niet
want dan zou m’n rechterknie ’t bezwijken (en ik ben lui)

Een zelfontworpen tattoo willen
Maar ik kan het niet
Oh, wacht even! Toch wel!!

De wereld een stukje verbeteren
Ach kijk, dát kan ik!
iets van ‘met jezelf beginnen’?

OH YES I CAN!!!

© Lou

Bad habits plus….

bad habits + good intentions = misery…
dat zei een gewaardeerd manspersoon daarnet tegen me.

hoe waar.

slechte gewoontes zijn sowieso vaak reden voor ellende.
maar als je die slechte gewoontes succesvol weet te verbergen, kun je de ellende soms verkleinen.

however.
als je dan tóch nog goede bedoelingen ontwikkelt, pure intenties om anderen te beschermen voor jouw slechte gewoontes, dan kan er inderdaad een nog grotere misère ontstaan…

want ooit, ooit hang je jezelf op aan je goede bedoelingen.
laat je een steekje vallen in het betere verhaal dat anderen moet beschermen.
sta je ineens poedeltjenaakt, met hier en daar nog een schilfertje chroom.
chroom dat je – in jouw ogen – rotte plekken zo mooi afschermde…

alles blonk.
tot dat het ineens stonk…
tot men het rook.
dat ellendige spook.
dat zich waarheid noemt.
en dan tot spijt verdoemt…

eerlijk duurt ’t langst.
maar enkel als men je ook in staat stelt om eerlijk te mogen zijn…

bad habits plus good intentions equals misery.
a second chance plus starting over may end it…

niemand de schuld

Je kijkt naar die uitgebreide menukaart, maar
je kunt écht niks door je keel krijgen
Je ziet de zachte, dikke kussens, maar
je bent niet in staat om eindelijk te gaan zitten
Je bungelt met je voeten in ’t verkoelende zwembad, maar
zwemmen zit er toch echt niet in
Je bouwt een prachtige villa, maar
je zult er zelf nooit in kunnen wonen
Je bent de allersnelste sprinter, maar
het is je niet toegestaan om ooit te winnen
Sommigen breken steeds weer alle regels
en leven enkel om de boetes daarvoor te betalen
En die onzekerheid is het enigste
dat maar niet weg wil gaan…

Jij wil haar
en zij wil jou
Iedereen wil toch iedereen?
Jij wil haar
en zij wil jou
maar de schuld ligt bij geeneen….

Het is het laatste stukje van de puzzle, maar
het past er toch echt nét niet in.
De dokter zegt dat je genezen bent, maar
jij voelt nog steeds die vreselijke pijn.
De hoge verwachtingen staan in de wolken geschreven, maar
al jouw hoop vloeit langzaam weg in het afvoerputje…

Jij wil haar
En zij wil jou
Iedereen wil toch sowieso iedereen?
Jij wil haar
en zij wil jou
maar de schuld ligt bij geeneen….

niemand, nee niemand
krijgt ooit nog de schuld…

(heel erg vrij vertaald: Howard Jones – No one is to blame)

Vraag aan jullie

Ik heb een vraag.
Ik wil mijn hele (bewuste, schrijvende) leven lang al een boek schrijven.
Gewoon een roman, fictie is prima.
Het mag natuurlijk ook een thema zijn, iets wat nader onderzoek waard is of iets eens duidelijk over geschreven zou moeten worden.

Maar.

Ik heb een gebrek aan inspiratie.
Ik ben al 3x aan iets begonnen maar vond het niet interessant genoeg om mee door te gaan.
En drie keer is scheepsrecht hè…

Daarom een serieuze vraag aan jullie:
Kunnen jullie eens in jullie hoofden duiken? Wie heeft een idee? Waarover zal/moet/kan ik een boek gaan schrijven? Is er iemand die een bepaalde visie heeft van een verhaal/plot maar die zelf niet in staat is of gewoon geen tijd en/of geen zin heeft om dat verhaal zelf te schrijven? Iemand met een idee voor een boek dat nog geschreven moet worden?

Dit is natuurlijk een geheel vrijblijvende vraag. Bedenk vooraf dat als je mij een idee verstrekt, je dat zonder claims op het idee zelf, op eventuele ontstane literatuur of op de mogelijke opbrengsten daarvan (mocht er ooit iets gepubliceerd worden, draag ik immers ook zelf de kosten daarvan en ik ben degene die de boel ook echt schrijft) doet. Maar daar gaat het me helemaal niet om. Opbrengsten zullen me worst wezen. Het gaat me om die eerste aanzet, de nodige impuls, dat zetje dat iets in gang zou kunnen zetten.

Als die impuls van jou komt, bied ik als tegenprestatie aan om het boek (mede) aan jou op te dragen, als zijnde mijn grote inspiratiebron.

Geen idee of dit daadwerkelijk ooit iets wordt (en het schrijfproces zelf zou wel ‘ns heel – héél – langdurig kunnen zijn) maar het zou me erg leuk lijken om een boek “met opdracht” te schrijven. Ik zal overigens bij geen enkele suggestie gelijk zeggen “nee dat doe ik niet” of “ja dat wordt ‘em”. Ik zeg wel nu gelijk “dank je wel” als je de moeite neemt om een aanzet te doen.

Wie durft?

Wie roept??

klaaaaaaaaaaaar!!!

“dan moet je je broek optrekken”
zeggen ze dan.
helpt niet.
heb ‘m namelijk
nog niet omlaag gedaan.
klaar met vandaag.
zat van.
mooi geweest.
ben óp.
en af.
genoeg.
dat ene uurtje vandaag wat er nog is,
mogen jullie hebben.
ik hoef ‘m niet meer.
tranen in m’n ogen.
van het gapen.
ogen focussen moeilijk.
lenzen ploppen eruit.
griebels ben ik moe.
doodop.

ik ga de drek uit m’n haren wassen.
dan nog even uitgebreid plassen.
de tandenborstel door m’n mond heen jassen.
en toch nog een laatste keer op de wc gassen.
m’n bed met kouwe voeten verrassen.
langzaamaan tijd om op te krassen.
en dan lekker in m’n droom rondsassen.
(nee, niet voor alle leeftijdsklassen!)
Werde euch jetzt verlassen.

TRUSTEN!!!!!

drekdag

het is geen vrouwendag.
het is ook geen mannendag.
het is drekdag!!!

echt, ik kan geen drek meer zien.
even mijn dag beschrijven hoor.
‘t-is toch míjn blog dus ik mag dat.

kwart over 6: opstaan.
kinderen de deur uit werken: kwart over 7 komt de bus.
ontbijtkoffie.
sporten, douchen.
naar de aldi om te tanken want auto leger dan leeg.
pomp doet ’t niet. na ca. 9 minuten zit er ca. 15 liter in mijn tank en toen was ik het zat.
serviceknop gedrukt en meneer verteld dat z’n boeltje in Uhuppeldepupdorf voor geen meter werkt.
snel boodschappen doen.
terug naar huis sjezen want telco met bedrijfspartner, rekening opstellen en fax sturen.
kwart voor 12: dochter thuis. brood maken.
8 voor half 1: naar school kneuren met dochter om zoon daar op te vangen (die al buiten in de bus naar huis zat) en terug de school in te douwen voor een workshop (zie vorig blog)
10 over half 1: stuurvergrendelingsintermezzo (zie ook vorig blog)
thuis kop soep en kop koffie naar binnen gewerkt (lunch)
was eruit halen, huishoudelijke dingen, telefoontjes plegen.
kwart over 2: stinksjaggie zoon weer ophalen (met dochter op sleeptouw)
eten in zoon stoppen, huiswerk erdoorheen wurgen en weer naar buiten duwen (met sleutel en mobieltje op zak) want hij wil naar vriendinnetje toefietsen.
15 minuten later staat vriendinnetje hijgend voor de deur: zoon zit met zijn fiets muurvast in het (nét omgeploegde en nét ingezaaide) weiland want ze dachten samen wel even door het veld terug naar ons te lopen om hier te spelen. (door het veld is korter).
Even ter illustratie: wij wonen hier op zware kleigrond, het is ca. 10 graden buiten en het heeft de afgelopen dagen (weken?) geregend en gesneeuwd.

ik kijk naar haar laarzen en denk “OH. MY. GOD.”
ik trek ook laarzen aan en denk “op hoop van zegen”.
buiten hoor ik hem al van verre schreeuwen en jammeren.
midden in het dreksweiland staat zoon met fiets. fiets wil niet meer rijden aangezien de drek driedubbeldik tussen de wielen en echt overal zit. zoon kan niet meer lopen omdat zijn (goeie) winterboots vast zitten in de drek. mijn crocs-laarzen zijn zo zwaar van het leem dat ze bijna in het veld blijven steken als ik naar hem toeloop, vriendinnetje zeult achter me aan.
ik sleur zoon en fiets naar een begaanbaar stukje veld en stuiter het ding een paar keer op en neer, peuter met een stokje de klei uit de wielen zodat ze weer draaien. daarna via een grote omweg terug naar huis gelopen met nog half-huilende zoon en grinnikend vriendinnetje.
na een goed half uur weer thuis.
de volgende 40 minuten heb ik doorgebracht met het schoonpeuteren en wassen van 3 paar laarzen/boots en een poging om de fiets schoon te krijgen. Dat laatste is mislukt, daar moet de hogedrukspuit maar op (mag man doen).

4 uur: zelf snel omkleden (want alles vol drek), dochter omkleden (want moet naar de stampende olifantjes alias kinderdansen)
kwart over 4: dochter wegbrengen.
half 5: naar de apotheek, ADHD-medicatie voor zoon ophalen. (en een beetje valeriaan en st.janskruid voor mij kopen ofzo)
kwart voor 5: weer thuis. zoon heeft inmiddels chocomuffins gevonden en drinken gemaakt voor hem en vriendinnetje: het is te zien :-S
de keuken is – naast vuile vaat, chocolade en gemorste frambozenlimo – nog vol drek maar ik heb er geen zin meer in.
mijn jas, zoons jas, mijn broek en zijn broek in de wasmachine gedouwd voordat de drek er echt niet meer uit gaat.

eerst koffie en bloggen.

zometeen:
dochter weer ophalen, rest van boodschappen doen, eten koken, de rest van het werk doen wat vandaag nog af moet en waar ik niet meer aan toe gekomen ben, kinderen in bed stoppen en schilderen (want moet ook ooit af, vind ik zelf). ik had nog willen drummen vandaag maar dat wordt niet meer wat.

vandaag is het drekdag.
kan niet anders.
en vannacht wordt weer een 5-kwartier-in-een-uur-slaapnacht.
kan ook niet anders.

Stuurvergrendeling

oftewel: Lenkradsperre…
die heb ik. althans, mijn audi, net als elke andere zichzelfrespecterende auto vandaag de dag.

Stress. even snel-snel zoon op school naar een workshop brengen. Al iets te laat. Ik ram de auto in z’n achteruit en parkeer zoevend achterwaarts in ’t parkeergaatje bij school. Nog even naar rechts inslaan zodat-ie mooi tegen de stoep staat. Wiel staat tegen de stoeprand maar geen tijd meer om de boel nog even recht te trekken. Sleutel eruit. Klik. Stuur schiet in ’t slot. Is normaal.

Zoon weer uit de bus getrokken en liefdevol terug om de hoek van de school gedrukt (“Ik heb écht geen zin hoor, ik wil niet, ach toe, ik wil naar huis…” “Nee. Ik heb 25 euro betaald voor deze geweldige workshop dus je gaat. punt.”). Met dochter – die inmiddels meer dan dringend naar de WC moet – weer de auto in, sleutel in ’t contact. Niet draaibaar. Voor geen millimeter. Normaal ruk je dan wat op zijn goed vrouws aan ’t stuur en dan doet-ie het ineens wel. Maar rukken aan ’t stuur hielp ook niet. Niet eens voor ’n tíende millimeter. Onbeweeglijk. Vastgewrikt.
Want.
Het wiel.
Stond.
Tegen.
De stoeprand.
Geperst.
Argh.
Fuck.

Ik heb dochter ooit eens gezegd dat ze “Fuck You” alleen in de (onze!!) auto mocht zeggen en dan alleen als Lily Allen meezong. Vandaag mocht ze het ook. Met mij meeroepend.

Morrelen.
Sleutel bijna kapot draaien.
Vloeken.
Zuchten.
Dochter trekt haar sluitspieren nog een cm omhoog.

En wat doe je dan, als goeie vrouw?
Juist! je belt je man 🙂
Wel 3x, tot-ie dan uiteindelijk toch opneemt.
En die legt je eerst in geuren en kleuren uit wat je nu precies helemaal fout gedaan hebt.
Dochter knijpt intern nog wat harder.
Dan zegt-ie: “sorry hoor, bel de ANWB maar.” (hier heet dat de ARBÖ)
Ik zucht opnieuw.

En dan zegt-ie: “grapje. probeer eens om het stuur met geweld richting stoeprand te draaien zodat je het wiel er nog iets verder in douwt. En dan draai je gelijktijdig de sleutel”.
Morrend doe ik wat hij zegt.
En warempel. Hij doet ut…

Het mag dan wel vrouwendag wezen, maar voor mij is ’t toch echt weer de dag van de man.

Tischkonversationen (auf Deutsch)

Nasenpopel?
Käfer.
Die schwarzen Dinger sind Käfer.
Pffffrrrtt.

Weißt Du was der Lukas gemeint hat?
Der hat den einen da drüben getroffen mit seiner Spucke.
Mindestens een paar Kilometer weit.
Weißt Du wie weit das ist?
Von dort drüben bis hier unten.
Und noch weiter.
Von dort bis zum Katzendorf.
Soweit dass Du es nicht mehr sehen kannst.
So weit kann der spucken.

Hey, Du hast ‘nen eigenen Teller!!
Ja. Du auch.
Aber Deins ist noch voll.
Ja, tu essen!
Hör auf zu reden und halt die Klappe.
Halte die Klappe und stopf deinen Mund voll.
*kicher kicher*
Normalerweise könnte ich die ganze Suppe in meine Backe hineinstecken.
Hey, bei der Gesunden Jause gibt’s so Dinger.
So Brötchen.
Da habe ich ein ganzes von den Dingern in meine Backe reingetan.
Da war’s dann voll da drinne, Mann ey.

Du, soll ich dich mal wieder schlagen?
Nein danke…
Ich habe meinen Mund vollgestopft, das würde dann wieder rauskommen.

<Stille> <Es werden 3 Happen gegessen und Fingerspiele gemacht>

Interessant, schau!! Das kann ich mit beiden Fingern!!

<Schlürfgeräusche> (wir essen Suppe mit Toast)

Ist mein eigenes Brett in der Waschmaschine??
Ja dein Brett ist im Geschirrspüler. [das war ich – zur Deutlichkeit]
Waschmaschine??
Geschirrspüler.
Ich hatte verstanden: Waschmaschine. Die ist für Kleidung Du Doofnudel.
Schau mal
<Mund wird aufgemacht>
diese Kichererbsen habe ich alle schon zermatscht.
Toll.
Ich habe meine Backen auch voll. Schau: <zermatschte Kichererbsen werden gezeigt>
Interessant!! Das Wasser kann nach oben fliessen!!
Sobald ich mit dem Löffel draufdrücke, fließt es nach oben!!
Interessant.

Mam. die Suppe war toll. Aber ich mag echt absolut nicht mehr. Nie mehr.

Alle!!! Dürfen wir Fernsehen??

Ende des Tischrituals.

Oh nee. Doch nicht. Ich bekomme gerade einen HUG. Für die gute Kichererbsensuppe.
Ach, dafür macht man’s, gell…

please take my brains

please take my brains
I really don’t need them
a wound smile in chains
will make me a gem.

nothing a surgeon can’t fix
he’ll mold my face
I’ll pass on the bricks
to build a personal mace

I’ll buy some beauty
money doesn’t matter
It’s not my duty
And yours is to flatter

I’ll too buy me some fame
and a good share of validity
You’ll solely be to blame
For my grave stupidity

Please do take my brains
for which I have no use
thát running through my veins
don’t worry, I won’t refuse…

Prinszesjesdag

Elk jaar opnieuw weer een groots evenement.
De Eerste Dinsdag in Maart.
Prinszesjesdag.
Dan wordt het parlallementarisch jaar weer geopend door PrinsZes herself.
Zes is ze nu, dus is ze nu een ware prinsZes.
En heeft ze het vandaag weer eens voor het zeggen.

Vandaag wordt onder andere de Wijksbegroting opgemaakt.
Hoeveel bezoekbare dames wonen er op fietsbare afstand (twee-en-een-half)
Welke heren krijgen er dit jaar een huwelijksaanzoeksvernieuwing (één. Jonas).
Welke liquide middelen zijn er nog beschikbaar zonder nieuwe schulden te moeten maken (€28,64): daarmee is de triljoenennota dan ook weer gered.
Een Tweede Kamer? Niet nodig. Die ouwe is nog groot zat.
Er moet enkel weer eens danig uitgemest worden.
Een paar kinderachtige marionetten weg.
Enkele overbodige barbiepoppen op non-actief.
Alle Ken-figuren met extreemst geblondeerd haar krijgen een hoofddoekje, een blinddoekje en een prop in hun mond.

Ah ja. Nog een woord m.b.t. de te bedrijven politiek voor het komende jaar.
Het blijft “Verdeel-en-heers”.
Heeft in de afgelopen jaren al bewezen erg goed te werken.
Bij de weg, de zondagsrust is ook al lang afgeschaft, dus kunnen we prinszesjesdag nu net zo goed weer gewoon op maandag houden. De reis naar het evenement zelf duurt tenslotte ook geen eeuwen meer met de hedendaagse vervoermiddelen. En dan het liefst iedere maandag. Wekelijks overnieuw beginnen is óók gewoon beginnen. En ieder nieuw begin is goed.

Enigst mankement op prinszesjesdag.
Moeders wil pertinent niet in dat verhipte, afzichtelijke gouden ding rondkarren.
Daar wordt ze partout misselijk van…

 

Schoonmaandag

Vandaag was het zover.
Ik kon het niet meer aanzien.
Het was te vreselijk voor woorden.
Óveral lag het.
Stof. Kruimels.
Snotteballetjes.
Afgekauwde nagels.
Vetlaagjes.
Pruttel. Viezigheid.
Nog meer stof.
Nee, eigenlijk wil je ’t niet weten.

Ik ben duidelijk enkel maar een ‘vrouw’. In ieder geval ben ik géén HUISvrouw. Of hooguit een hele, héle slechte.
Wat een teringbende. Het duurt een hele tijd, maar dan knapt er iets en dan moet het gebeuren.
En dat…
…was vandaag.

Nu wil het lot dat ik deze neigingen elke maand rond dezelfde tijd krijg. Voor onze huishouding zou het – theoretisch gezien – echt veel beter zijn als mijn baarmoederslijmvlies minstens om de 2 weken geloosd zou worden. Maar dat is fysiek gezien niet haalbaar, en psychisch gezien is dat (vooral voor de overige gezinsleden) dan ook wel weer beter zo.

Maar ik ben dus de laksheid zelve als het om schoonmaken gaat. Ik maak iets schoon als ik vind dat ’t té goor is. Dan doe ik ’t ook ter plekke en meteen. Voor die tijd zeker niet. Maar voor het zover is, moet het wel écht smerig zijn. Ik heb dus geen systeem. Hoef ik ook niet, dit is systeem zat. Ramen lappen doe ik hooguit 1x per jaar (optimistisch geschat), strijken hooguit 1x per anderhalve maand (ik vouw ’t gewoon strak op als ’t uit de droger komt en m’n eigen kleding is sowieso al compleet strakgetrokken als ik het weer aantrek, geen kreukel meer te zien). Als er een ruit ergens té vies is door modderige kindervingers of een schijtlijster met diarree, maak ik het met glasschoonmaakspul en keukenrol weer tiptop en klaar is klara. Wassen doe ik als de manden té vol zijn. En schoonmaken doe ik dus als het té vies is.

Nadeel van dit non-systeem is, dat er bepaalde huisgebieden zijn, die maar uiterst zelden tot bijna nooit echt grondig gereinigd worden. Onder de banken bijvoorbeeld. Of onder de lage dressoirkast. De wat minder in het oog liggende delen van de keuken. Onder de bedden. etcetera etcetera. En dan komt ergens die drang. Misschien is het het langzaam naderende voorjaar (goh, het heeft net vandaag weer uitgebreid gesneeuwd, wat nou voorjaar). Of toch het feit dat beide kinderen last hebben van jeuk hahaha (ach, dat is weer sterk overdreven: het is maar één kind, niet allebei).

Anyway. Vanochtend had ik nog andere dringende bezigheden (sporten en koffiedrinken/ontbijten met vriendin in winkelcentrum, werkelijk heel erg dringend) maar vanmiddag was het dan zover. Om klokslag half 2 ging de vrouw van Josef Steen aan de poets. Rond een uur of 5 pauze: toen mocht ik van mezelf even avondeten koken en die bende weer opruimen. Natuurlijk daarna gelijk weer verder. Tot ca. 8pm heb ik schoongemaakt. Ik moet toegeven, ik ben onder de indruk van mezelf. De bovenverdieping en begane grond zijn nu weer bewoonbaar. De kelder doe ik morgenochtend nog. Ja, echt.

Mensen, er kan weer doorgeademd worden in dit huis!
YESSSS!! Ik kan het zelf nog steeds niet vatten.
Gewoon binnen blijven en toch kunnen ademen.
Eén ding is zeker: degene die in dit huis schoonmaakt, kan meer dan goed zien dat-ie wat gepresteerd heeft.
En diegene ben ik 😀

*trots is*
*diep inademt*
*lang uitademt*
*in slaap dondert*

De roos

Sommigen zeggen wel eens,
dat liefde als een woeste rivier is
die het prille, tere riet overspoelt.
Anderen zeggen dat liefde
als een vlijmscherp scheermes
door de ziel snijdt
en deze laat bloeden…

Sommigen zeggen dat liefde
een soort honger is,
een oneindig pijnlijke behoefte.
Ik zeg dat liefde
als een bloem is, en jij
bent het enige zaad daarvan.

Het hart, dat bang is om te breken
zal het hart zijn dat nooit leert
om uitbundig te dansen…
De droom, die bang is voor het ontwaken
zal die droom zijn die
nooit een vlucht neemt en kansloos blijft.

Het is diegene die nooit genomen wordt,
die nooit lijkt te kunnen geven.
En de ziel die bang is om te sterven
die nooit zal leren om écht te leven.

Als de nacht weer eens
veel te eenzaam is geweest,
en de weg opnieuw te lang
En je denkt dat liefde enkel voor
de gelukkigen en de sterken is,
onthoud dan dat in de winter
ver onder die bitterkoude sneeuw
het zaad ligt dat met
de liefde van de zon
in de lente weer
een roos wordt…

(vrije vertaling van Bette Midler – The Rose)

(oh by the way, dit is ook Miss AnonyMona hè, niet ik ;-))

wat nou veertig…

echt hè, elke dag opnieuw.
elke dag denk ik het weer.
ik ben niet oud.
ik voel me niet oud.
ik ben geen 40+.
gewoon niet. NIET HÈ!

ik ben simpelweg een jaartje of 15
te vroeg geboren.
dan klopt de boel weer.
gevoelsmatig dan.
was best leuk hoor, die eerste 15 jaar,
maar eigenlijk ben ik rond ca. 1985 gereset.
kilometerteller weer op nul,
nieuwe turbo-olie erin en hoppa.
lekker gaan met die banaan
dommer dan een komkommer.
en overnieuw begonnen,
theoretisch én gevoelsmatig

ben ik nu dus 25.
klopt precies!!
praktisch is er soms wel een kink in de kabel.
die rug is niet meer wat-ie geweest is
en die knieën laten ook te wensen over…
als ik ‘ns doorzak tot 4 AM
ben ik twee dagen volledig braknockout…
afvallen schiet al helemaal niet meer op
aankomen daarentegen lukt werkelijk pérfect.

En ik droom. Over ál die dingen
die ik nog wil doen in mijn leven…
ik stort me op hobbies
als zingen, drummen en schilderen
zoals het een goede 40-jarige betaamt.
maar verder voel ik me dus nog 25.
alleen schiet ik daar niks mee op.
ach fuck age.
I’m young.
younger than you think I am.
punt.
uit.

goh zeg, het is al bijna 23 uur!
ik moet nodig naar bedje toe…

keuzes…

waarom wil jij
nooit wat ik wil?
waarom kies jij
dat wat goed is voor jou
en niet voor mij…

waarom neem jij
dat heft in eigen hand?
waarom kies jij
de makkelijkste weg
en niet die weg met mij…

waarom kiezen wij
om toch níet boos te zijn?
waarom lopen wij nu
niet samen over die hete kolen
naar toekomst en geluk…

waarom kies ik
steeds weer opnieuw
vól hartstocht en overgave,
vól overtuiging en liefde
voor mensen zoals jij…

ik kies niet meer.
want elke keer als ik kies
krijg ik het voor m’n kiezen…
en ik kan nu echt, echt, écht
niet nog langer kauwen…

voor een lieve vriendin.
HUG…

.

© Lou

20-secondenblog

de vorige blog was een vijfminutenblog.
een eruitgepoepte.
floep, daar was-ie.
inclusief plaatje.

dit is een duidelijk kortere.
*20-secondenblog”

inkochnietto

wie ben ik…
elke dag opnieuw.
voor mij een vraag
voor niemand een weet.

wie ben ik…
heb ik jou lief?
of toch een ander?
misschien toch alledrie?

wie ben ik…
ik zou zoveel meer
zoveel mooier willen zijn
maar ik ben het niet.

wie ben ik…
in vino veritas
zeggen ze toch?
dan zou ik het nú moeten weten…

wie ben ik…
mocht jij het nog ontdekken
blijf ik vast en zeker
toch voor altijd incognito.

Knight Ridder

Zo’n mega-coole ridder met indringende, brandende ogen.
Een ridder in een glanzende, zwarte auto met een heen en weer zoevend rood lampje boven z’n afwezige voorbumper.
A Knight in a Knight Industries Two Thousand…
Ik weet ‘t. Hiermee beken ik dat ik een jaren ’80-mens ben.
So what. Rot toch op met dat witte paard…

Gewoon zo’n ridder dus!

Zo eentje die precíes weet wáár welk knopje zit.
Zo eentje die ook écht weet waar elk knopje voor díent.
Zo eentje die exáct weet wanéér hij dat ene speciale knopje moet drukken.
De turbo-boost.
Zucht…

De meeste ridders hebben geen snugger kletsende zwarte auto en drukken na de Super Pursuit Mode het liefst alleen nog maar op de turbo-boobs. Nee heren, zó werkt dat niet! Dat is enkel de snelste weg om met de schietstoel door ’t dak naar buiten gekatapulteerd te worden.

Eigenlijk wil ik helemaal geen Knight Ridder. Ik wil die auto. Wat een perfecte impersonatie van de omnipotente, alleswetende, invoelende man.
Weet precies wat er wanneer moet gebeuren.
Weet daadwerkelijk de weg zonder een extern TomTommetje.
Weet wanneer zijn berijder het naar de zin heeft.
Weet wanneer-ie z’n klep moet houden.
Weet hoe hij de persoon die bij hem hoort, moet beschermen.
Doet niet moeilijk over zijn eten, als het maar vloeibaar en brandbaar is.
Stinkt nooit en de buitenkant voelt aan als een babyhuidje, no stoppels.
Is op ieder moment naar behoefte inzetbaar en bereid tot stevige actie.

En wát een features!
– Silent mode – ah bliss, niemand hoort ‘m. Zo moet ’t zijn.
– Surveillance mode – altijd even waakzaam v.w.b. de omgeving en een vroegtijdige waarschuwing via de Comlink als er onverhoopt toch iets bedreigends achter je rug om gebeurt…
– MicroJam – We’re jammin’… wat is er mooier dan zelf jam maken en en passant ook nog even een helicopter besturen…
– Call tracing – verdachte telefoongesprekken worden automatisch opgenomen en getraced. Perfect.
– Een eigen zuurstoftank om de werking van eventuele verdovende middelen tegen te gaan (MJ zou er jaloers op zijn geweest)
– Een altijd werkende, ingebouwde enterhaak om in no-time rechtsomkeert te maken, voor iedere man van overlevingsbelang.
– Een geweldige schietstoel om ongewenst binnengedrongen personen z.s.m. weer te laten ophoeren (mooi woord) en gewenst binnengekomen personen, indien nodig, een stukje hogerop te helpen.
– De capaciteit om zélf even snel die kleine brandjes te blussen zonder dat je ‘m daarbij gelijk weer moet ondersteunen.
– De winden díe hij laat, ruiken hoogstens naar olie of waterdamp en dienen enkel om allerhande gespuis danig te verwarren, niet om jou bij de HD-TV weg te jagen.
– Emergency Braking System: wéten wanneer én hoe hard je moet remmen. Goud waard.
– Een ingebouwde pinautomaat. Wat wil een vrouw nog meer.
– de Harmonic Synthesizer: wannabe-zangeresjes als ik hoeven zich niet meer te kwellen met driekeernixopnameprogrammaatjes op de laptop. Met de HS kan alles. En klinkt ’t zelfs alsof de politie zélf de boel goedkeurt.
– En last but not least: een sexy stem die op gewenste tijdstippen zegt wat jij wil horen…

Zoals ik al zei, wat wil een vrouw nog meer…
Doe mij een K.I.T.T.?

Maarre… ach toe, wil één of andere Knight of Ridder nu even op die turbo-booster drukken?
Ik kan ’t goeie knopje weer ‘ns niet vinden en ik heb wel weer een beetje vuur in m’n achterste nodig…

huppelkutdag

kroeljekatachterdeorendag
spaghettimetverseworstdag
staarnaardemaandag
mutsdag
smackjevriendinsdag
algehelenationaleafzeikdag
geefjeschoonmoedergeenzoensdag
killjekanariepietdag
metzijnallenopdonderendag
plankonyouriphoneday
voeljefrankenvrijdag
aanrijdingsdag
zuipjeladderzaterdag
hemelstaardag
vreetjekogeltjeronddag

en nu is het dus complimentendag.

hoe zinvol…

maar goed. laat ik voor de verandering eens meedoen.

ik vind jou geweldig.  jij bent namelijk één van die unieke mensen, één uit die ultieme, uitverkoren elitegroep, één van de meest bevoorrechte personen die daadwerkelijk mijn blog lezen. dat mag geprezen worden. jij bent een heerlijk mens. en als je nu ook nog een commentaar achterlaat, kun je in mijn ogen niet meer stuk.

IK HOU VAN JE!!!
PRACHTMENS DAT JE BENT!!!

(zo. klaar. mag ik nou weer een gewone dag zonder zo’n huppelkutnaam? alsjeblieft?)