hartenverzamelaar

Nee, ik kan echt geen enkele stap meer
in jouw richting doen.
Want alles wat me daar wacht, is spijt.
Weet je niet dat ik
jouw schaduw niet meer ben?
Jij hebt de liefde verloren.
De liefde die ik het meest lief had.
Ik leerde uiteindelijk
om maar half levend te overleven.
En nu wil je me nog een keer terug?

En wie denk je wel niet dat je bent?
Rondrennend, wonden en littekens achterlatend,
al die mooie harten in je jampotje verzamelend.
En de liefde uit elkaar scheurend.
Jij gaat nog snipverkouden worden
van al dat ijs in je eigen ziel.
Dus kom alsjeblieft niet terug bij mij.
Wie denk je wel niet dat je bent??

Ik hoorde dat je overal naar me vroeg.
Of iemand me misschien ergens gezien had.
Maar ik ben nu sterk genoeg geworden
om nóóit meer terug te vallen in jouw armen.
Ik heb geleerd om half levend te overleven.
En nu wil je me nog een keer terug?
Wie denk je wel niet dat je bent??

Schat, het duurde zó ontzettend lang
om me weer okay te voelen.
Om me te herinneren hoe ik
mijn ogen weer kon laten glanzen.
Ik wou dat ik die eerste keer
dat we kusten gewoon gemist had.
Want jij brak al je beloftes aan mij.
En nu ben je weer teruggekomen.
Maar je krijgt mij niet terug.

Wie denk je wel niet dat je bent?
Rondrennend, wonden en littekens achterlatend,
al die harten in dat potje verzamelend
En alle liefde verscheurend.
Jij gaat nog ‘ns heel ziek worden
van die ijzige kilte in je ziel.
Dus kom alsjeblieft niet terug voor mij.
Kom gewoon helemaal niet meer terug.
Wie denk je wel niet dat je bent??

(Christina Perri – Jar of Hearts  – vrij gewrampled en naar eigen behoefte vertaald)

(En ja, alweer een songtekst. Maar zo’n ontzettend mooie en ware…)

monddood

Kun je iemand pijn doen
door niets te zeggen?

Kun je iemand monddood maken
door gewoon te zwijgen?

Kun je iemand kwetsen
door simpel te negeren?

Kun je iemand neersabelen
door eenvoudig niks te doen?

Kun je?

Ja, dat kun jij.

Sterkte met jou.

Rookworst!!!

Het klinkt zo gemakkelijk.
Iets nieuws beginnen.
Het ís eigenlijk ook gemakkelijk.
Het echt moeilijke is, om ermee dóór te gaan
nadat je eraan begonnen bent.
Om het begonnene af te maken.

Ik heb een puzzel van 9120 stukjes. Negenduizendhonderdentwintig. Bijna 2 meter breed en 135cm hoog. De toren van babel. Komt nooooooooit af, dat ding. Ik heb die puzzel al dik 20 jaar. In de doos welteverstaan. Ik had bij Ikea extra een tafel gekocht waar-ie op kan (tenminste: één helft van de puzzel, 100x140cm) en zelfs een afdekplaat voor die uitzonderlijke momenten dat ik niet aan de puzzel zou werken. En na die 20 jaar ben ik dan daadwerkelijk begonnen met die nieuwe, stokoude puzzel. Begonnen met uitsorteren. Wat een klerewerk. Met dat beginnen ben ik nu dik een half jaar geleden begonnen. En daarbij is het tot nu toe gebleven… Het wás een begonnen werk. Nu is het tot onbegonnen werk gemuteerd.

Met schilderen is het ook zoiets. Inspiratie zat en motieven genoeg. De drang om iets nieuws te beginnen is altijd aanwezig. Ik maak met potlood een lichte schets op het doek en ben tevreden. Ik vul de vlakken grof in met verf en ben nog steeds tevreden. En dan, dan heb ik vervolgens mínstens een half jaar nodig om het ding ook écht af te maken. Uiteindelijk heb ik mezelf maar een verbod op “ietsnieuwsbeginnen” opgelegd, niks nieuws zolang het ouwe niet af is. Want ik ken mezelf zo onderhand, dan komt dat ouwe nooit af en blijf ik met een geweldige collectie onaffe schilderijen zitten.

Ik ben een jaar of anderhalf geleden weer eens vol goede moed begonnen aan een cursus spaans. Leuk, spaans kleppen met spaanstalige twittereraars. Een toffe CD-rom  en een heel toegankelijk leerboek erbij. Het begin was echt leuk. Maar toen kwamen er andere, nóg leukere dingen langs… (goh, waar ken ik dat van?). En nu kan ik dus nog steeds niet meer dan dat HEAO-spaans dat ik 18 jaar geleden geleerd heb.

Mén wat is dat moeilijk, dat niet bij het begin zelf blijven hangen…
En met sommige dingen kom ik dus gewoon niet verder.
Diep frustrerend.

Ik persoonlijk begin dus graag met een schone lei. Ja, wie niet. Is het begonnene uiteindelijk toch niet interessant genoeg, begin je toch gewoon lekker met iets nieuws? Even een nieuwe witte bladzijde openslaan. Een nieuw doek op die ezel zetten. Een andere leuke hobby adopteren. Maar zo werkt ’t niet. Mijn mammie zei vroeger al: “Wat je begint moet je ook afmaken”. En als het je niet meer zo goed bevalt als bij ’t begin, moet je er zelf ook maar iets aan doen om het wél weer interessant genoeg te maken. Dat werkt bij schilderijen zo, dat werkt bij puzzels zo, dat werkt bij spaans leren zo en dat werkt bij relaties ook zo (hoewel het bij relaties toch nét weer iets anders is,  daarbij kan er wel ergens een punt kan komen dat er echt zelfs geen beginnen meer aan is…)

Well, never be afraid to try something new.
But then be brave enough to complete it too...

Tot nu toe was mijn motto iets van “Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Maar maak jezelf vooral niet af.”
En “Rookworst zonder R is ookworst” (wat staat voor zoiets als: je kunt ook met minder genoegen nemen, het hoeft niet altijd het perfecte te zijn, het gewone is ook goed genoeg).

Vanaf nu zal ik proberen om álles af te maken…

En ik ga voor die Rookworst.

goeienachtsmakkerd

Online geef je ze zo makkelijk hè,
die goeienachtsmakkerds.
Die XXX-en.
Die knuffels.
Die HUGs
Die SSSSMAKKKs
Die (((((((((((jij)))))))))))’s
Die kiss-kisses.

Toevallig geef ik ze in ’t echt ook zo 🙂
En zo is’t maar net.

XXX!!!
KNUFFEL!!!
HUG!!!
SSSSMAKKK!!!
(((((((((((jij)))))))))))
kiss kiss!!!!

Goeienachtsmakkerd en welterusten.

even veroordelend toespreken

dat zou ik eigenlijk willen doen. Maar dat mag ik niet. Van mezelf niet.

Veroordelen voordat je écht alle ins en outs weet, is in mijn ogen simpelweg een zonde.
Veroordelen doen rechters en verder heeft niemand het recht daartoe.

Niet dat ik het nooit gedaan heb, dat heb ik wel. En elke keer werd ik nadien met mijn neus in de feiten geduwd en kwam het inzicht dat het tóch weer anders was dan ik dacht. Dat ik fout geoordeeld had. Gelijk ook fout VERoordeeld had. En dan volgde altijd weer die spijt dat ik dat gedaan had.

De dingen zijn werkelijk nooit zoals ze er op het eerste gezicht uit zien. Er zijn altijd meer aspecten dan jij als buitenstaander kunt overzien. En áls je denkt al die aspecten te kunnen overzien, kun je een poging tot oordeelsvorming doen. Maar dan nog hoef je dat oordeel niet altijd uit te spreken. Niet te VERoordelen. Zeker niet als je iemand daarmee pijn zou kunnen doen en jouw oordeel er in principe sowieso niks toe doet. Als er niets door zal veranderen. En dat is meestal het geval…

Als redelijk rigoreus en gepassioneerd persoon ben ik geneigd tot snel oordelen. Bij mij heeft geen enkele kinderverkrachter en geen enkele terrorist ook maar een greintje voordeel van de twijfel. Geen twijfel, ik veroordeel meteen. Weg ermee. Maar ik heb het niet over misdaad op dat niveau. Ik heb het over m’n naasten en liefsten, over mensen in mijn omgeving, over kennisen die ik waardeer of juist minder waardeer. Mensen die ik denk te kennen. Over het algemeen ben ik ervan overtuigd dat diegenen zelf het beste in staat zijn om te beoordelen wat goed voor ze is. Daar heeft men mij echt niet voor nodig. Ik kan die beoordeling ondersteunen of niet, maar ik hoef er zelf niet over te oordelen.
Dat is niet aan mij.

Oordelen doet iedereen.
VERoordelen doet de rechter.
BEoordelen doe je altijd nog zelf.
LASTig wordt het pas als je voor je beurt blaat en er ondoordacht en zonder aarzelen uitgooit wat je dénkt te vinden.
Dan raakt de boel al snel OVERBELAST.
En dat is nergens voor nodig…

Before you criticize someone,
you should walk a mile in their shoes.
That way when you criticize them,
you are a mile away from them
and you have their shoes.

Frida Chaos is klaar.

Ik ben d’r klaar mee.
Met Frida.
Frida Chaos.
Niet Kahlo, want die is te mooi.
Dit is Frida, gemengd met míjn chaos.
Frida met mijn vele “ogen” die alles opnemen.
Met mijn voelwortels die alles opzuigen.
Met mijn takken die zich uitstrekken.
Met mijn foetale, creatieve beginsels in mijn hoofd, die groeien en eruit moeten.
Pure herkenning toen Janus Schreuder een compilage maakte en zijn beeld op twitter zette.
Ik herkende mezelf erin.

Bij deze.

“Frida Chaos”.

Met dank aan Janus.
Mijn dank is groot.

paintplayer

spelen met verf, ook een hobby van me.
met kwast of potlood, ik geniet er sowieso van.
zoals een kind dat zijn dromen tekent,
schilder ik dingen waar ik dromen in kwijt kan.

meestal schilder ik met een “input”.
iets dat me raakt, een bepaald motief.
een portret van een foto,
kleuren op doek, rijk en intensief.

puur vanwege het gevoel doe ik het.
sommige dingen blijven bij mij.
andere doeken geef ik weg.
dat maakt me eigenlijk nog het meest blij.

men zegt wel: “je moet er iets mee doen”
maar in mijn hart wil ik dat dus niet
ik wil zonder druk blijven schilderen
zonder dat de essentie ervan me ontschiet.

De essentie van het ongedwongene.
af en toe even opduiken als een onderzeeër.
Het speelse met de passie voelen.
I’m simply a paintplayer

ik snap ’t ZO niet

ZOveel mensen van wie ik ZOzeer hou die ZOmaar ineens (letterlijk) van mijn beeldscherm verdwijnen…
Alleen van het mijne?
ik zou bijna denken dat ’t aan mij ligt…
Maar zoveel invloed heb ik helaas niet.
En al had ik het wel, dan heb ik die dus duidelijk op de verkeerde mensen.
Diegenen waarvan ik denk “please go…” (well, OK, at least for a while) zijn er nog steeds.
En diegenen waarvan ik denk “please don’t go!!” zijn plotsklaps weg…

Op een eilandje.
In een sterk fort.
Achter dikke muren verscholen.
Onbereikbaar.
Verborgen.

Ik wil iedereen met alle liefde van de wereld alle tijd geven die nodig is om weer tot zichzelf te vinden.
Om weer met beide benen terug op de grond te komen.
Om weer gelukkig te worden.
Om gezondheid te vinden.
Om zich te concentreren op de echt belangrijke dingen in het leven.

But please, please don’t leave me…

Ik moet er bijna van huilen 😦

#nietbijna

watch me burn…

Just gonna stand there and watch me burn
Well that’s alright because I like the way it hurts
Just gonna stand there and hear me cry
Well, that’s alright because I love the way you lie

I can’t tell you what it really is, I can only tell you what it feels like
And right now there’s a steel knife in my windpipe
I can’t breathe but I still fight while I can fight
As long as the wrong feels right it’s like I’m in flight
High off of love, drunk from my hate
It’s like I’m huffin’ paint and I love it, the more I suffer
I suffocate and right before I’m about to drown, he resuscitates me
He fuckin’ hates me, and I love it
Wait, where you going?
I’m leaving you. No, you ain’t!
Come back, we’re running right back, here we go again
It’s so insane, ‘cause when it’s going good, it’s going great
I’m Superwoman with the wind at her back
he’s Louis Lane but when it’s bad, it’s awful, I feel so ashamed
I snap, “Who’s that gal?”, I don’t even know her name
I laid hands on him, I’ll never stoop so low again
I guess I don’t know my own strength

Just gonna stand there and watch me burn
Well that’s alright because I like the way it hurts
Just gonna stand there and hear me cry
Well, that’s alright because I love the way you lie

You ever love somebody so much,
you could barely breathe when you with ‘em?
You meet, and neither one of you even know it hit ‘em
Got that warm fuzzy feeling, yeah, them chills, used to get ‘em
Now you’re gettin’ fuckin’ sick of lookin’ at ‘em
You swore you’d never hit ‘em, never do nothing to hurt ‘em
Now you’re in each others face
spewing venom in your words when you spit ‘em

You push, pull each others hair, scratch, claw, bit ‘em
Throw ‘em down, pin ‘em, so lost in the moments when you’re in ‘em
It’s the race that took over, it controls you both
So they say you’d best to go your separate ways,
guess that they don’t know ya
‘Cause today, that was yesterday, yesterday is over, it’s a different day
Sound like broken records playing over
But you promised him, next time you’d show restraint
You don’t get another chance, life is no Nintendo game
But you lied again, now you get to watch him leave out the window
Guess that’s why they call it “window pa(i)ne”

Just gonna stand there and watch me burn
Well that’s alright because I like the way it hurts
Just gonna stand there and hear me cry
Well that’s alright because I love the way you lie

Now I know we said things, did things that we didn’t mean
And we fall back into the same patterns, same routine
But your temper’s just as bad as mine is, you’re the same as me
But when it comes to love, you’re just as blinded
Baby, please come back, it wasn’t you, baby, it was me
Maybe our relationship isn’t as crazy as it seems
Maybe that’s what happens when a tornado meets a volcano
All I know is I love you too much to walk away though
Come inside, pick up your bags off the sidewalk
Don’t you hear sincerity in my voice when I talk?
Told you this is my fault, look me in the eyeball
Next time I’m pissed, I’ll aim my fist at the drywall
Next time? There won’t be no next time
I apologize, even though I know it’s lies
I’m tired of the games, I just want him back, I know I’m a liar
If he ever tries to fuckin’ leave again, I’ll tie him to the bed
And set this house on fire

Just gonna stand there and watch me burn
Well that’s alright because I like the way it hurts
Just gonna stand there and hear me cry
Well that’s alright because I love the way you lie

I love the way you lie….

(enigszins vrij gewrampled en geadapteerd naar: Eminem feat. Rihanna – Love the way you lie)

MWC

tja wat zal ik er eens van zeggen.

Vandaag is een memorabele dag.
Vandaag ben ik weer eens lid geworden van een uitermate zinnige beweging.
Een beweging met de liefste en respectabelste leden die je je maar kunt bedenken.
Een beweging waarin ik mij geheel terug kan vinden en voor de volle 100% herken.

Dat krijg je, als je als bij voorbaat al niet bepaald lichtelijk gestoorde vrouw zómaar ineens de 40 gepasseerd bent.
Dan ga je rare dingen doen en nog raardere dingen denken.
Je krijgt ’t gevoel alsof je ineens niet meer alles onder controle hebt.
Het minst van alles nog jezelf.
Wáár is nu die orde van de vorige pak-em-beet 35 jaar gebleven?
Dat rijtje in je hoofd waar alles keurig in ’t gelid stond?
De mentale boel is met één big bang een zootje geworden.
De gemiddelde vrouw van 28 zal waarschijnlijk denken: “waar hééft ze het over, rare muts.” Nou, juist. Daarover dus.

Midlife crisis? Nèèèèhhh kom nou, da’s typisch iets voor mannen. Laat ze hun penopausale crisis alsjeblieft voor zichzelf houden. En de overgang is het ook niet, die is nog minstens (MÍNSTENS!!!) 12 jaar ver weg. Wat is het dan wel? Waar hebben wij last van? Een BSE-voor-vrouwen-invasie? Het Besodemieterde Sufmutsen Enzym? PMS-op-leeftijd? PMS als in “A very powerful spell that women are put under about once every month, which gives them the strength of an ox, the stability of a Windows OS and the scream of a banshee“? PMS als in “Pass Me the Shotgun”??? Ja zoiets. Wel blij te weten dat er ook zoiets als een “Penis Malfunction Syndrome” bestaat, zijn we toch niet helemaal alleen met onze PMS. Maar ook dat is het niet: dat hadden we namelijk 10 jaar geleden ook al.

Temporarily malfunctioning.
Une Folle.
Instabiel als uranium 236.

Vinger aan de pols?
Helpt ook geen zak.
We moeten hier doorheen.
So Ladies Unite!!
En dat doen we dus.
Leve #MWC!!!
*blink* *blink* *blink*

waarheden van een klundert

ik heb net ’t boek van Kluun (“Komt een vrouw bij de dokter”) uitgelezen. Ja het heeft even geduurd voordat ik er eindelijk aan toe kwam om dat boek ‘ns te lezen, geef ik toe. Maar ook ik heb nu inzicht in Stijns chaotische seksleven met zijn stervende vrouw en minstens een dozijn andere dames.

Even gelijk voorweg genomen: ik vond ’t een exceptioneel goed boek. De film vond ik daarentegen nou weer helemaal niks, een platte, grove, remake van het boek met zoveel harde woorden, harde muziek en harde seks dat-ie na een krap uur toch echt begon te vervelen en ik daadwerkelijk de hele santemekraam weggezapt heb. Nou heb ik op dingen als harde muziek en harde seks an sich niks tegen, maar als het boek zó goed is, hoef ik de eventueel daaropgebaseerdede film meestal niet meer te zien want die kan nooit beter zijn. Dit was de bevestiging daarvan. Er zijn natuurlijk wel uitzonderingen zoals “It” van Stephen King (die verfilming is “einfach der Hammer”).

Maar in dit boek staan zoveel rake citaten, zoveel sterke opmerkingen, zoveel geniaal gewramplede quotes en phrases, zoveel snoeiharde levenswaarheden dat ik er bíjna overdonderd van raakte. En dat gebeurt toch echt niet snel…

een inkopper is bijvoorbeeld:
Er zijn vaak honderd redenen om iets niet te doen, maar juist die ene reden om het wél te doen zou al genoeg moeten zijn. Het zou toch veel te treurig zijn als je spijt krijgt van de dingen die je niet hebt gedaan, want van alle dingen die je wel doet, kun je uiteindelijk alleen maar iets leren. (uit een dagboekbrief van Carmen aan dochtertje Luna)
Nou, in die fase zit ik als verse midlifecrisislijer dus: de fase van het op zoek zijn naar die éne reden om dingen die ik wil wél te doen i.p.v. niet. En eigenlijk is de reden al inherent aan de zin: “ik wil”. Punt. Zou voldoende moeten zijn. Gáán met die banaan!!

Wat ik ook een geweldige vind, is deze:
“Alles wat leuk is in het leven is godverdomme dodelijk. En weet je wat het allergevaarlijkst is? Leven. Van leven ga je dood.”
Absoluut. Maar zonder leven geen leven. Dus is ’t leuk? Doen. Dood ga je toch. Tsjakkaaaa!!

Alleen het vrij wramplen wat Kluun doet, is al zo heerlijk.
A wrample: a written sample. Een muziek- of tekstfragment dat wordt ingepast in een geschreven tekst.
Niemand die dat beter doet dan hij.
Ik heb er veel over gehoord, maar het zien is er nooit van gekomen.” (naar van Kooten en de Bie). Ik ga het zien.
Gerda slaat de spijker op de gevoelige snaar” (van Wim T. Schippers).
…in deze poel van jolijt” (van Henk Elsink) – ah toe, mag ik er bij in?
What was that? That was your life, mate. Oh…that was quick… can I get another one?” (geen wrample maar ’n citaat uit Fawlty Towers, maar zo heerlijk basic dat je het zelf had kunnen vragen. ahh please, can I get another one? I don’t like this one so much…).
Hier is een kernramp gebeurd. Mijn auto. Mijn rijbewijs.  Het zal nog een wonder zijn als ze bloed kunnen vinden in mijn alcohol.” (vrij gewrampled uit Leo van Ria Valk). Simpelweg gevoelsmatig per.fect.
en
Ze heeft principes. Ik háát principes.” (gewrampled van de smurfen). Ik begin inmiddels te worstelen met dezelfde gevoelens. Naar de kloten met principes. Doe wat je altijd al wou, iemand anders gaat ’t echt niet voor je doen.

De humor in dit boek is geheel de mijne. Lichtelijk (tot zwaar) sarcastisch, droog, toegankelijk. Emoties onder een dikke laag alledaagsheid. Zoowwww lekker. Vanaf hoofdstuk 10 uitgelezen met tranen in m’n ogen. Shit voor mij dat ik dat las terwijl ik op de cardio-fiets in de kelder aan ’t opwarmen was voor een potje hardlopen. Fijn voor mij dat ik inmiddels ook blind lopen kan op mijn loopband.

Ik ben gek op droge humor, op stekende spot, op alledaagse onbenulligheden. Een man als Raymond van der Klundert wordt dan ook heimelijk en stilletjes aanbeden door mij… Ach schatje, wanneer komt onze tijd?

 

 

een paar honderd miljoen jaar

Zolang is er maximaal nog leven op de aarde. Over 500 miljoen jaar is de straling van onze geliefde zon met ca. 4-5 procent toegenomen en zó allesverzengend dat de ozonlaag in no time vernietigd en al het water op de aarde verdampt zal zijn. Zonder water geen leven. Over ‘maar’ 200 miljoen jaar echter zal de zon al 1-2 procent sterker zijn dan nu en zelfs dat is al voldoende om het meeste leven op aarde te vernietigen.  Over 5 miljard jaar zal onze huidige gele zonnedwerg een rode reus zijn en ca. 250 zo groot als nu. Ze zal dan, na Mercurius en Venus, de aarde opslokken.
En dan is-ie weg.
Poefffff!!
Een balletje minder in ’t universum.
De zon implodeert van een rode reus naar een witte dwerg en klaar is kees.
Een zonnestelseltje minder in onze galaxie.

Over dit soort dingen denk ik eigenlijk vaak na. Te vaak misschien. Het maakt je leven, je zijn zó nietig. Het laat je voelen hoe onvoorstelbaar gigantisch groot alles om ons heen en hoe volledig irrelevant de mensheid als zodanig is. Goed, die mensheid gaat sowieso 21 december dit jaar alweer ten onder, maar laten we er – puur theoretisch – even vanuit gaan dat er een paar overleven en het menselijk leven op aarde toch nog een paar jaar langer voort blijft bestaan. Je dan te realiseren, dat over 200 miljoen jaar alles sowieso afgelopen is, is toch raar. En als je bedenkt dat de aarde grof genomen al zo’n 4,6 miljard jaar oud is, is 200 miljoen jaar een schijntje… Een aardkloot met duidelijke uiterste houdbaarheidsdatum.

Áls deze hele stellage door (een) God gecreëerd zou zijn, dan heeft-ie toch echt wel mooi wat verkeerd gedaan met die sterren die uitgroeien en dan exploderen… OK, hij heeft deze keer mooi kunnen oefenen, maar bij een eventuele volgende schepping moet-ie dat denk- en bouwfoutje toch echt nog wel corrigeren, zo zonde van al dat werk… Men moet natuurlijk ook bedenken, dat volgens theologische bijbelberekeningen de aarde pas ca. 5.500 jaar geleden geschapen is en met dat tijdsbestek lijken 200 miljoen jaren toch nog een hele hoop.

Je eigen nietigheid beseffen is op zich niks ondeugdelijks. Weten dat je minder dan een stofje bent in het universum maakt het relativeren namelijk weer een stuk makkelijker.

Hóe kun je je als mens voorstellen dat het universum zich uitbreidt? Wat is dan daar, waarheen het zich uitbreidt? Daar is niks. Hoe kan het dan daarheen uitbreiden? Is de theorie van een multiversum mogelijk? Bestaan er meerdere universa naast elkaar en zo ja, botsen die dan ooit op elkaar? Wat is het uiteindelijke lot van het universum? Sturen we op een Big Rip met een eindige kilte of een Big Crunch met een grote eindkrak aan? Of is het universum toch een “vlak iets” dat oneindig lang blijft uitdijen? En waaruit is dat dan zo’n 14 miljard jaar geleden in vredesnaam ontstaan, als daar vóór die tijd niks was?

Het universum zó onvoorstelbaar groot… Berekeningen laten zien dat het “zichtbare” heelal een diameter van 93 miljard lichtjaar heeft, en een volume van 3 x 1080 m3. Een 3 met 80 nullen.  Slik…  Het bestaat uit triljarden hemellichamen: het ons bekende universum bevat (minstens!) 10.000.000.000.000.000.000.000 sterren. Stérren dus. Daar zweven nog planeten, manen en asteroiden en allerlei kleiner gespuis tussendoor. Er zijn – héél grof geschat – zo’n 100 miljard galaxien die op zich weer honderden miljarden zonnestelsels als het onze bevatten. Onze galaxie, de Melkweg, is zo’n 100.000 lichtjaar in doorsnee. De dichtstbijzijnde ster (Alfa Centauri) in ons buurzonnestelsel (Proxima Centauri)  is dik 4 lichtjaar van ons vandaan. Dat betekent dat het licht meer dan 4 jaar erover gedaan heeft om van die ster tot ons te komen. Meer dan 38,000.000.000.000 kilometer ver weg. Achtendertig biljoen kilometer. En dat is dan het dichtstbijzijnde zonnestelsel. De sterren die wij ‘s-nachts zien, liggen allemaal nog binnen onze eigen galaxie. Sterren van andere galaxien kunnen wij zo niet zien. En het licht van de sterren die ver weg staan heeft er dus misschien wel 50.000 jaar over gedaan om op de aarde terecht te komen. Op het moment dat wij het licht van een ster zien, kan die ster al lang geëx- resp. geïmplodeerd en tot een witte dwerg verworden zijn…

Als ik naar de sterren kijk en me voorstel wat daar nog weer achter ligt, waar al datgene uit ontstaan is (namelijk uit ’t niets), me voorstel dat de sterren die ik zie, er misschien al lang niet meer zijn en me indenk hoe het zich verder zou kunnen ontwikkelen, dan duizelt het me. Het is té groot. Te groots. En ik voel me een stofje in de neus van een mammoet. Een druppel in grootste oceaan. Nietig. Waarom ben ik hier? Waarom ben ik een mens zoals ik ben? En ik kan maar één ding denken:

“maak je niet zo druk over die paar kilo teveel,
over dat hardnekkige haartje op je kin en die pukkel op je neus.
Ga doen wat je altijd al wilde doen
want de enige voor wie dat relevant is, ben je zelf.
Een andere zin is er niet…”

Há, lekker 🙂

Comfortably Numb…

Hallo…
is daar iemand?
Knik even als je me kunt horen.
Is er iemand thuis?
Kom op nou…
Ik hoorde dat je je down voelt.
Ik kan je pijn verzachten
en je weer op de been helpen.

Relax…
ik heb eerst een paar info’s nodig
enkel een paar basisgegevens.
Kun je me laten zien waar ’t pijn doet?
Er is geen pijn, je trekt je terug.
De rook van een schip ver weg aan de horizon
Je komt enkel in golven door.
Je lippen bewegen
maar ik kan niet horen wat je zegt…

Als kind had ik eens koorts.
M’n handen voelden aan als twee ballonnen.
Nu heb ik datzelfde gevoel weer opnieuw.
Ik kan het niet beschrijven,
je zou het niet begrijpen.
Zo ben ik niet…
En ik… Ik ben aangenaam verdoofd…

O.K.
enkel een klein prikje van de naald
er zal geen aaaaaaaaaaaaahhh meer zijn.
Maar je kunt je een beetje ziek gaan voelen…
Kun je opstaan?
Ik geloof dat het begint te werken, mooi.
Daarmee red je het wel tijdens de show.
Kom, het is tijd om op te gaan.
Er is geen pijn, je trekt je terug.
De rook van een schip ver weg aan de horizon
Je komt enkel in golven door…
Je lippen bewegen
maar ik kan niet horen wat je zegt.

Toen ik nog een kind was,
zag ik iets vanuit m’n ooghoeken
een korte, vluchtige blik.
Ik draaide me om, maar het was alweer weg.
Ik kan de vinger niet op de zere plek leggen.
Het kind is opgegroeid.
De droom is verdwenen.
En ik… ik ben aangenaam verdoofd…

(Pink Floyd – Comfortably Numb)

________________________________________________
Even helemaal van de wereld, go with the flow.
Even geen pijn meer, aangenaam verdoofd…

Pink vroeg de arts om hem op de been te helpen voor z’n show.
Ik vraag enkel om een beetje stilte in m’n hoofd…

Unfair

Es ist unverständlich. Es ist unehrlich. Warum?
Gemein.

Warum leben die brutalsten, gemeinsten, herzlosesten, ungesündesten, unmenschlichsten Menschen einfach drauf los während die liebsten, ehrlichsten, herzlichsten, wärmsten, schönsten Menschen totkrank werden oder gar sterben? Warum?
Schicksal.

Warum bestimmt irgendeine launische US-Rating Agentur, dass wieder mal 9 Länder in Europa etwas kreditunfähiger sind als vor einer Woche und presst die europäische Wirtschaft damit noch ein kleines Stückchen weiter in den Ruin? Warum?
Willkür.

Warum bauen die Extremisten in Iran noch immer an Atombomben, die die halbe Menschheit mit einem Fingerschnippen auslöschen, nur weil diese nicht an das glaubt, was sie wollen? Warum?
Glaubensidioterie.

Warum zündet ein Selbstmordattentäter im Irak eine Autobombe und reißt mal wieder acht schiitische Zivilisten mit in den Tod? Warum?
Völkerneid.

Warum ist die Spezies “Mensch” oft so grausam und so kalt? Warum?
Baufehler.

Warum trifft das alles mích so? Warum?
Liebe.

Unfair.

wat is dat toch met maandagen…

Ik echt doe ZÓ mijn best hè.
Om maandag te zien als iedere andere dag.
Maar altijd is de maandag me zelf weer een stapje voor met klotenieuws, rotbeginnen en stress.
Even afgezien van standaard verslapen omdat ik vergeet de wekker na het weekend weer aan te zetten.

Vandaag:

6:40h (i.p.v. de noodzakelijke 6:15h)
– Wakker schrikken. Verrekteverhippenegriebels. Alwéér.
– Zoon blijkt echt ziek. Ontstoken amandelen, geen stem meer, koorts, niet wakker te krijgen.
– Dochter blijkt ook ziek. In haar hoofd dan, want iets anders als “Miauw” krijgt ze er niet meer uit. En katten hoeven zich ook niet aan te kleden blijkbaar. Vreselijk irritant.

7:00h
– ik stuur snel een sterkte-SMS aan een vriendin omdat haar moeder (ook weer vriendin van me) geopereerd gaat worden op dit vroege tijdstip na een kritieke gebeurtenis dit weekend
– dochter heeft de kat verruilt voor “alles nazeggen wat jij zegt”. Ik sta op punt om haar een mep te verkopen maar zo ben ik nou eenmaal niet en ga op m’n handen zitten. Ontbijten wil ik toch al niet want ik ben op dieet.

7:10h
– vriendin belt huilend terug. OP gaat niet door vanwege 2e kritieke gebeurtenis, te instabiel om te opereren. Ik moet even weer gaan zitten…
– Dochter weigert jas, sjaal en muts. Prima. Dan maar koud. Hup, naar de schoolbus. Ik druk de jas toch nog even snel mee de bus in.

Zoon ligt nog steeds voor pampus. Ik eet een sinaasappel die onmeunig veel zuurder is dan-ie eruit zag en drink een bak koffie. Man scheurt de deur uit naar z’n werk. Dag schat, tot vannacht (voor half 11 is-ie niet thuis vandaag).

Plof.
Blog.
Zucht.
Ik haat maandagen.
En ik blijf ze haten.
Ik weet dat dit ook iedere andere dag had kunnen gebeuren.
Maar het gebeurt nou eenmaal altijd op maandag.
Rotmaandag. Rot op maandag.

Ik ga een serieuze wereldwijde petitie maken voor de maandagloze week.

dream dream dream…

Dat liedje moet ik o.a. zingen tegen ’t eind van de maand. Niet dat ik dat nou zo graag wil, maar mijn zanglerares heeft ’t uitgezocht, dus dat gebeurt. Samen met nog een dream-liedje van Jason Donovan (en Seven Years van Natalie Merchant en The Rose van Bette Midler, maar die liedjes hebben nou niet bepaald veel met dromen te maken). Maar elke keer als ik dat zing, denk ik weer aan de enige droom die mij sinds mijn kindheid bijgebleven is.

Toen ik een jaar of 9 was, heb ik een hele rare, indrukwekkende droom gehad. Een behoorlijke nachtmerrie eigenlijk. Ik ben er nooit achter gekomen waarom ik dat gedroomd heb of wat ’t zou kunnen betekenen. Niet dat ik nou geloof dat dromen iets betekenen, volgens mij blijven ’t simpelweg rare nachtelijke verwerkingstics ter ontlading van het brein. Maar toch…

Ik was met mijn zus, een vriendje en 2 vriendinnetjes uitgenodigd om een “indoor korenveld” te bezichtigen. Een heel speciaal ‘project’ van een groep mensen die het beste met de aarde voor zou hebben. Binnen in een enorme hal was dat graanveld. Perfecte plantjes op een zee van bruinbeige gevlekt tapijt. Alleen kinderen mochten het veld bezichtigen, voor volwassenen was het verboden. Wij moesten nog weer naar buiten want er was een andere groep kinderen die eerst nog door het veld mocht lopen. Ik sloop weg om te kijken wat deze kinderen deden en schrok toen ik zag, dat deze kinderen één voor één door het veld opgeslokt werden terwijl ze tussen de plantjes doorliepen. Dit was niet goed…

Ik rende snel weer naar zus en vrienden om ze op de een of andere manier te waarschuwen vooral niet tussen de plantjes door te lopen maar kreeg de boodschap er niet door omdat er een heel waakzame “cipier” bij ons groepje bleef. Onze bezichtigingsbeurt kwam en we werden aangemoedigd om vooral ook eens door het veld te lopen en de planten van dichtbij te kijken. Ik bleef aarzelend staan maar werd uiteindelijk in het veld geduwd. Ik liep uiteindelijk niet tussen de plantjes door maar trapte er bovenop en riep de anderen wanhopig toe, vooral OP de planten te gaan staan en niet ertussen. En toen vluchtte ik. Rennen. Geen idee waarheen, een hoop plantjes vertrappend die vervolgens gewoon weer terugveerden. Ik hoorde mijn zus en m’n vrienden één voor één gillend door het veld zakken maar keek niet om.

Op de één of andere manier kwam ik in de ruimte ónder het veld. Een ellendig grote zaal met enkel glazen kokers. In die kokers kinderen. Honderden kinderen. Bewusteloos maar rechtopstaand (want de kokers waren te smal om in elkaar te zakken) en met een slangetje uit hun hoofd naar boven waardoor hun bloed werd opgezogen. Die onschuldige tapijtgraanplanten boven hen groeiden op kinderbloed. Ik zag de anderen ook in de kokers, nog wakker maar al met een slangetje in hun hoofd, in paniek bonzend op de glazen kokerwanden.

Ik rende er dwars doorheen, door dat oerwoud van glazen kokers met stervende kinderen.
De obligatoire achtervolging begon.
Vluchten. Rennen. Huilen. Verstoppen.
Wanhopig verder rennen.
Wakker.

En daar zit je dan. Als 9-jarig kind met een bonzend hart. In je bed met je ogen nog nat van de in je droom gehuilde tranen. Ik heb hem nooit kunnen vergeten, deze droom. Zelfs na meer dan dertig jaar niet. Ik associeer mijn droom al wel sinds decennia met de film Soylent Green (google en huiver), geen idee waarom. Nou ja, wel een beetje een idee eigenlijk. Maar waarom mijn hersenen dit nodig hadden, beats me. Blijkbaar had ik iets heftigs te verwerken.

Dream dream dream…

Waarom doe ik dat nou…

… nadenken over dingen die eigenlijk geen thema mogen zijn
… bloggen terwijl ik nog zou moeten werken
… zinloos blijven malen over iemand die ik af zou moeten schrijven
… eten terwijl ik helemaal geen honger heb
… houden van mensen die ’t niet waard zijn
… personen verwaarlozen die ik zo lief heb
… mensen missen en niet eens weten wat ik mis
… weten wat goed voor me is maar het tegenovergestelde doen
… zomaar vergeten wat ik juist had willen onthouden
… sarcastische opmerkingen maken terwijl ik eigenlijk lief had willen zijn
… de kotsende zenuwen krijgen van iets dat zo easy is
… hard schreeuwen terwijl ik eigenlijk had willen fluisteren
… enkel fluisteren terwijl ik had moeten schreeuwen
… mijn onzekerheid de boventoon laten spelen
… m’n running systems toch steeds weer changen
… vallen voor mooie praatjes die bij nog mooiere ogen horen
… blijven porren terwijl het past bedtime is
… niks zeggen terwijl ik me zó verschrikkelijk erger
… me zorgen maken over mensen die ik nog nooit IRL heb ontmoet
… huilen van het lachen
… lachen om mijn eigen gehuil
… weten wie echt om me geeft en toch blijven vissen naar méér
… blijven zoeken terwijl ik alles al heb
… piekeren of ik het allemaal wel goed doe
… niet dat doen wat ik echt wil
… niet dat willen wat ik eigenlijk zou moeten doen
… nadenken over jou.

Waarom doe ik dat…
Zeg jij het me?
Denk je nog wel ‘ns aan me?

Babels blazen

De duitse en nederlandse taal kunnen voor elkaar wel eens voor verwarringen zorgen. Hele onschuldige en ietwat schuldigere verwarringen. Ik lees soms zinnen op twitter in het nederlands en krijg er automatisch duitse associaties bij. En zo vergaat ’t mij niet alleen, blijkbaar.

Mijn kinderen (6 en 9) zijn lichtelijk tweetalig (ik zeg lichtelijk omdat ze praktisch geen nederlands spreken maar wel bijna alles verstaan). Het nederlands praten begint nu (eindelijk) een beetje te komen, ze beginnen het inmiddels aardig te vinden om sommige dingen in het nederlands te zeggen (“fuck you” bijvoorbeeld :-)) en ook daar komen dan weer amusante conversaties uit voort.

Zo zei ik onlangs “kijk, ik heb een paar nieuwe garnalen gekocht!” waarop dochterlief mij verbouwereerd aankeek en met een vies gezicht vroeg: “also essen wir heute abend Garnelensuppe?”. Nee schat, ik heb ze gekócht, niet gekookt.

Bij de vakantieplanning hebben wij altijd weer het verwarringssummum Zee vs. Meer vs. See.
“Lieverds, dit jaar gaan we naar de zee!”
“Neeeeee, nicht schon wieder, ich will ans Meer!!”
Dus houden we het maar op “Strand”.

Men keek mij in mijn beginduitse werktijdperk ooit eens  redelijk bedremmeld aan toen ik wanhopig achter de computer zat en uitriep dat ik dat waaraan ik werkte nooit “ausgevögelt” zou krijgen.

Bij het zaal-voor-een-feestje-decoreren gaf ik uitgeput een ballon aan een andere decoratiedame met de vraag “kannst Du mal blasen?” en ze keek me aan alsof ik zo uit een pornofilm kwam wandelen. Please note: blazen is pusten. blasen is wat anders.

Overigens is het bij ons met de bijna dagelijkse nederlands-duitse taalverwarringen nog niet gedaan. Hier spreekt men namelijk  geen hoogduits maar Oberösterreichisch.  Of nog regionaler: Mühlviertlerisch. Zo zat ik in mijn relatiebegintijd eens op de bank bij mijn schoonouders, sokkenvoeten opgetrokken onder m’n achterste. Ineens zat mijn voet vast tussen de spleet van de bank waarbij ik heftigst m’n enkel verdraaide en hard “ohh!! aahh! mijn voet!!” uitriep. Met een ruk keek de hele familie mijn kant op. Wist ik veel dat “Fut” (uitgesproken “voet”) – netjes gezegd – vagina (oftewel Fut met een -K-) betekent? Ook leuk als je dan als oberösterreicher de nederlandse zin “ik heb geen fut meer” leest.

Voor buitenlanders zoals ik hebben ze ook heerlijke taaltests om te kijken of de integratie ook naar behoren vordert. Probeert u deze zin eens:
Mei Ural hod a Nod’l-lal und a Nahnod’l-la’l a.
Alleen het uitspreken deed lang pijn aan mijn tong. Maar het lukt inmiddels. Op z’n hoogduits betekent dat bij benadering:
Meine Urgroßmutter hat eine Nadel-Lade und eine Nähnadel-Lade auch.
(Nederlands: Mijn overgrootmoeder heeft een naaldenlade en een naainaaldenlade ook)

Waarom, oh waarom konden ze destijds in Babylon nou niet een íets minder pretentieuze toren bouwen. Dan waren deze verwarringen en taaltests nooit nodig geweest.

Gelukkig hebben de duitstaligen zelf ook de grootste moeilijkheden met bijv. engels. Elke keer weer leuk om te horen. “oh my dear, your English is under all pig!” (dein Englisch ist unter aller Sau!). “Oh well, me goes a light open” (mir geht ein Licht auf) & “I will make myself me nothing you nothing out of the dust” (mir nichts dir nichts aus dem Staub machen). And so forth.

Ironisch Sarcynisme

Ik betitel mijzelf nog wel ‘ns als cynisch. Dat klopt niet. Ik ben van nature weliswaar wel redelijk wantrouwend en sceptisch in veel opzichten, maar dat uit zich niet in bijtend-spottende opmerkingen naar anderen toe. Meestal niet althans. Ik ben eerder een sterk ironisch-sarcastisch mensch. Een irosarcast.

Bij ironie gaat het om milde, eigenlijk nog vriendelijke spot, vaak wat bedekt. Zoals ik ‘s-ochtends wel ‘ns tegen manlief-met-vette-kater-en-haren en dikke wallen onder de ogen kan zeggen “Schat, wat zie je er vandaag weer oogverblindend uit, werkelijk om op te vreten. Doen we wat?” Je zou hier dan theoretisch gelijk “NOT” achteraan kunnen grinniken.

Sarcasme is al iets harder, bijtender, niet langer echt verdekt. “Jemig meid, wat heb jij een ge-wél-dige jurk aan” (m.a.w. wat een afschuwelijk, afzichtelijk vodje heb je daar van de vlooienmarkt meegejat). Je zou er in dit geval ook niet-theoretisch het woordje NOT achteraan kunnen zeggen. Wat ik zelf praktisch nooit doe. not.

Helaas voor mij wordt dit geheel aan spottende activiteiten toch nog wel eens fout begrepen. Vooral als het om geschreven tekst gaat want dan zijn mijn opgetrokken wenkbrauwen, scheve grijnzen en knipogen wat minder zichtbaar.  Dus bij deze: lieve mensen, ik ben een bekennend irosarcynist. Neemt u mij met een korreltje zout. En een partje citroen. En een flinke scheut Tequila.

Dank u.

Poisoned

Poisoned, Poisoned, you’re taken left behind
Salvation is screaming,
Scheming, always dreaming
(Omen)

Ik heb ’t weer voor elkaar gekregen. Een mooie rode streep zónder dat ik lippenstift of rouge heb gebruikt. Hij loopt van m’n rechterwijsvinger over de rug van mijn hand naar mijn pols. In de volksmond “bloedvergiftiging” genoemd, maar dat is ’t nog niet. Het is een lymfangitis. Een infectie van de bloedvaten aldaar (o.h.a. door streptococcen), die via de lymfebanen naar elders in ’t lichaam getransporteert kan worden. Als de infectie in het bloed overgaat, spreekt men van een bloedvergiftiging. Dat zou rot zijn.

Het is mijn eigen schuld. Ik wéét dat ik er “vatbaar” voor ben. Dit is nu de 4e keer dat ik zoiets heb. Er zit iets in mijn vinger. Denk ik althans. Dat ‘iets’ was gisteravond al aan ’t prutten (etteren, heel warme vinger (uit zichzelf warm geworden hè, geen rare dingen denken), pijn). Dus ik dacht “ik opereer dat mysterieuze ‘iets’ er zelf wel even uit”. Nu ben ik gek op zelfoperaties. Ik heb al meerdere dingen uit mijzelf geprutst, peanuts. Ook dát kan ik. Maar gisteravond lukte me het niet. Met links je rechterwijsvinger opereren is voor een rechtshandige niet bepaald succesgegarandeerd. En nu is ’t er door mijn zelfmutilatie niet eens beter op geworden. Momenteel hebben we niet alleen harten met gaatjes maar ook vingers met gaatjes in huis 🙂 Ons gezinsassortiment aan lichaamsgaatjes breidt zich uit.

Ik weet het. Ik moet er eigenlijk mee naar de dokter. Maar.
Maar 1): onze HA heeft op woensdagen geen dienst. Dan moet ik naar de EHBO in Linz en daar heb ik nog effe geen zin in.
Maar 2): de dokter doet niets anders dan insmeren met Ichtolin/Ichtyol (heb ik al gedaan, heb ik standaard in huis) en antibioticazalf (heb ik ook al gedaan, ook standaard in huis). Verbandje erom. Klaar. Ik ken dat.
Maar 3): Voor de rest kan de HA ook enkel weer een dikke antibioticakuur voorschrijven. En dat wil ik niet. Daarvan heb ik er in het afgelopen jaar om allerlei rotredenen al 6 opgevroten en  nu zijn mijn darmen wel genoeg naar de kloten (ach, wat rijmt dat mooi).

Dus. Ik wacht nog even af. Het is stabiel. Het is (ver)rot maar stabiel. En ik kan nog typen, blijkt hiermee. Dus geen nood aan de man. Iedereen gerust gesteld? Ik niet. Maar komt vast goed. Ik zal t.z.t. wel even berichten hoe het afgelopen is (als ik dan nog leef whahahahaaaaa – geintje).

11.01.12 – 18:00h UPDATE:
voor degene die ’t weten wil: het is al véél beter. De rode streep is bijna weg. Ik heb nog niet gewaagd om onder ’t verbandje te kijken maar ’t zal wel goed zitten. Ik mag dan een belabberde chirurg zijn maar ik ben goed in de verpleging en verzorging van stinkende wonden 🙂 (please call me nachtzuster). Alles in Butter also. En nu ga ik zometeen lekker naar mijn vrouwengym (zie eerdere blog: https://louterlou.wordpress.com/2011/12/16/vrouwengym/ ). Ik zal nog even van verdere amputatiebezigheden afzien. Voorlopig.

zij is de liefste…

En ik weet dat.
Zeker.

Ik kreeg vandaag een heel lief en bijzonder kaartje.
Zo lief dat ik er de tranen van in de ogen kreeg.
Een gedichtje, speciaal voor mij.

Zomaar.
Gewoon zomaar.

Van mijn lieve, allerliefste Lou.
Een bijzonder mens.
Een bijzonder lief mens.
Ze heeft het lang niet makkelijk.
Daar schrijft ze ook over op haar prachtige blogsite:
http://envylou.wordpress.com
Haar hart is zó groot (*armen wijd open doet*)
en heeft voor de juiste personen allemaal ’n warm plekje.
En voor de rest: geloof ik ook in Karma 😉
Wij gaan elkaar ook zien lieverd, en hoe!!


dank je wel ALLERALLERALLERALLERALLERLIEFSTE Lou!!

twitter, holland & sex

Dit móet een topblog worden.
Zogauw er woorden als deze in de titel van een bericht staan, schieten de views en clicks omhoog.
Ik spreek uit ervaring.
Dus bij deze.

Twitter.
Holland.
Sex.

(en misschien nog een beetje facebook)

Klikt u maar!

Ski odyssey

Gisteren was onze jaarlijkse skidag van de lokale sportvereniging. Ik ben (samen met 3 andere dames) trainster van de kleinste voetballertjes (de “bambini’s”) en op deze skidag gaan trainers, voetballers en -sters, partners etc. van de club mee om (zonder kinderen, welteverstaan) een dagje lol in de sneeuw te hebben. En vooral véél te drinken, dat ook. Ik ben ieder jaar weer hogelijk verbaasd hoeveel alcohol een mens (met de nodige overgeefintermezzo’s natuurlijk) naar binnen kan werken. En dat om 6 AM al hè. Men stouwt de ski’s en de schoenen ergens in die bus, graait een fles bier (of twee) (of drie) uit ’t krat voorin en plant zich – ’t liefst achterin de bus want in de voorste helft zitten de minderdrinkers en slapers – op een stoel. En drinkt. En drinkt. En drinkt. De ietwat volwassenere rest van de bus sluimerde nog heftig in de vroege ochtenduren.

Na 3,5 uur bushobbelen en een ontbijttussenstop (Semmeln, harde worsten, kaas en de nodige koffie tussen de alc door) waren we om half 10 op de plaats van bestemming: Dienten am Hochkönig. Een volledig ingesneeuwd en nog steeds verder insneeuwend gehucht in the middle of nowhere. Prachtig landschap, diepbesneeuwde bomen, metershoge witte, uitgefreesde sneeuwwanden langs de weg. ‘t-Mocht ‘m de pret niet drukken: er werd geskied – ook met 2,0 promille. Diepe, dikke sneeuw en enkel boekelpistes. Vooral zwarte. Dan merk je als nederlander weer goed, dat je genetisch ongeschikt bent om te skieën. Maar ik kom overal vanaf, mij krijgen ze er niet onder.

Hüttentijd: Kaiserschmarrn en een half kopje Glühwein (meer kreeg ik niet weg want toen moest er weer geskied worden). Dikke sneeuwstorm en benenbreeksneeuwhompen op de piste. Om 3 uur waren we het echt zat. Terug bij de bus wilden we daar even onze skischoenen inwisselen voor snowboots maar de buschauffeur kreeg de bus niet meer open: de deur (en wat later bleek: het hele stroomgebeuren in de bus) blokkeerde. Door de kruipruimte in de bus maakte hij deze na een goeie 20 min. wachten in de sneeuwstorm van binnen uit open. Joepie.

Weer hüttentijd. Party met dikke goulash, bier, schnaps, spijkerslaan met de ‘scherpe’ kant van een bijltje (hamertje-tik voor Hüttengängers), bardansen, hossen en nog meer bier. Er werd op de bar gedanst (met skischoenen, tot groot verdriet van de barman) en de sirtaki gehost, er werd gezoend en buiten werd een enkeling met zijn hoofd in de sneeuw gedouwd. Om half 7 was ’t ook daarmee Schluß: naar de bus – op naar huis. Dachten wij. Ons jonge busbestuurknulleke namens Manuel had weliswaar de sneeuwkettingen erop gekregen in die paar uur dat wij rondhosten, maar nu moesten we hem eerst uit de Hütte ernaast trekken om ons naar huis te brengen. De bus was inmiddels redelijk ingesneeuwd. Ik kon in ieder geval niks zien uit ’t raam en volgens mij zag ons Manuelleke zelf door de beslagen en verijste voorruit ook niet veel meer. Hij had de bus nog evt. om kunnen draaien om zo de kortste en snelste weg uit het dal terug te nemen, maar nee, waarom makkelijk als het moeilijk kan: gewoon rechtdoor karren richting Duitsland en van daaruit terug naar de autobahn. Bus omdraaien tsssss, wat een idee zeg… Maar goed, we reden. En toen schreef ik dit op FB:

“Volgens mij gaan wij vandaag niet meer thuiskomen. Ik zit in een bus met 60 doorgezakte voetballers waarvan minstens tweederde echt straalbezopen is. Het dal waar we inzitten is compleet ingesneeuwd, maar de buschauffeur – die sinds 2 weken zijn busrijbewijs heeft: dit is zijn eerste grote trip – heeft uiteindelijk de sneeuwkettingen gevonden ėn erop gekregen. We zijn nu een kwartier onderweg en nu heeft al 1 stuk onbenul gekotst en is de eerste pinkelpause een feit […]  Ik heb ook net ervaren wat de 2e baan van de chauffeur is: begrafenisondernemer. Ik vroeg me al af waarom hij compleet in t zwart gekleed was met sjieke zwarte schoenen… (echt hė, kein Scherz). De horde plassers komt terug, zingt zuipliederen en proost met flesjes Schnaps… Chaos. Pure chaos. Bus blijft weer staan: er rent nog iemand buiten achter de bus aan. Ik weet nu wel zeker dat ’t morgen is voordat we thuiskomen. Áls we thuiskomen. Ik klamp me krampachtig vast aan mijn rugzak: daar zitten nog ’n paar crackers, een appel en een flesje ijsthee in. Van mij. Alive… wish me luck. Someday I will return.”

Someday bleek daadwerkelijk pas de volgende dag te zijn. Buurman heeft uiteindelijk de tweederde van mijn pak crackers opgegeten, tegen de kater. Na op een – volgens mij inmiddels wegens sneeuwoverlast al lang weer afgesloten bergweggetje – twee sneeuwschuivers op millimeters na precies gepasseerd (eerst 10 minuten stil staan, kijken of ’t überhaupt kon, passen en meten, toeteren, vloeken, millimeterwerk, gelukt) en stapvoets 25 km haarspeldbochtjes (inclusief nog 2 kots- en pinkelpauzes)  overmeesterd te hebben, kwamen we in Maria Alm en vervolgens in Saalfelden. Zuchten van opluchting, we did it… NOT!! Deze bustrip was overduidelijk Manuel’s eerste grotere bustour met echte ‘levende’ mensen… Maar ach, ook dat was slechts een kwestie van tijd 🙂

20km afgelegd in 1,5 uur – eine Meisterleistung. Op een parkeerinham op de weg van Saalfelden naar Lofer moesten rond half 9 de sneeuwkettingen eraf. Na 18 keer 20 cm achteruit te zijn gereden stond de bus met zijn achterste vast. En vooruit ging niet meer: er blokkeerde iets. Dat bleek de ketting rechtsachter te zijn, die zat compleet vastgeklemd tussen de tweelingbanden. Fout erop gelegd, nog fouter eraf getracht te halen. Kijken. Trekken en duwen. Inmiddels regende het. IJsregen welteverstaan…

De mannen plasten er intussen lustig op los maar wij vrouwen konden nergens heen, dus uiteindelijk ook maar bij een huis 100m verderop gevraagd of we asjeasjeasjeblieft even naar de WC mochten. Wat een opluchting… Chauffeurtje moest “even de motor uitzetten”, we moesten ons vooral geen zorgen maken. Nee tuurlijk niet, daarvoor was het alcoholgehalte sowieso al te hoog. Helaas ging niet alleen de motor uit maar het hele stroomsysteem incl. noodstroom. Met geen stok meer aan te krijgen. Rond half 10 begon het koud te worden in de pikdonkere bus. Heul koud. Buiten waren ze nog aan ’t morrelen met de ketting maar zelfs met de electrische handcirkelzaag (en ca. 50m verlengsnoer) van een aardige omwonende was-ie er niet tussen weg te krijgen. Het bier in de bus was inmiddels op, de schnapsflesjes ook. De stemming begon inmiddels duidelijk te bekoelen. Ingepakt in skijacks, sjaals en mutsen sliep zo menigeen uiteindelijk maar een uurtje of wat, koude alcoholwalmpjes uitwasemend.

Half 12: ik word wakker van knipperende oranje lichten naast me. Daar, naast een grote bus met veel knipperend licht, stond de zwarte gestalte van een autoreparatie-engel. Die maakte eerst de stroomverzorging weer in orde. Mijn engel… Verwarming, licht, radio. Gejuich. Daarna werd vakkundig het wiel eraf gehaald en de ketting bevrijd. Mijn opperaardsengel… Meer dan een schim heb ik nooit van hem mogen zien, maar ik had ‘m kunnen zoenen, deze reddende engel. Hij kwam, bevrijdde ons en verdween met een subtiel drukje op claxon weer in het niets. Om een paar minuten voor middernacht reden we weer. Nooit verwacht, toch gekomen – wat een heerlijkheid, zo’n rijdende, warme bus.

Rond 1 uur – in het kleine Deutsche Eck (in Duitsland dus) – was het dan toch echt Burger-Kingtijd. Schransen tegen de kater. En plassen natuurlijk. Een lolbroek die de verbouwereerde BK-kassaknul even vroeg “of hij ook Schillingen accepteerde want DM had-ie niet bij zich”. De busverwarming stond het afgelopen uur op 26 graden ofzo, dus terwille van mijn verschroeide schenen koos ik heel verstandig een milkshake. Eten kon ik niet om die tijd. Om half 4 in de vroege ochtend kwamen we aan. Terug. Thuis, bij het sportveld. Schertsend zei ik tegen mijn buren (die met mij mee waren gereden vanochtend): “ik hoop dat m’n auto start, het ding is niet zo heel betrouwbaar meer de laatste tijd” en buurvrouw foeterde: “en dat zeg je nú pas???” Ik draai de sleutel om en whoppa: hij start niet. Echt, dit gevoel is níet te benijden. Ik sloot mijn ogen en aaide het dashboard. “Ah toe nou, lief karretje van me, je kunt het…” En probeerde het nog een keer. Jaaaaa!!! Met lief vragen kom je blijkbaar toch een heel eind. Om kwart voor 4 waren we thuis. Om 4 uur viel ik volkomen kapot in mijn bed.

Ik moet nog even nadenken of ik volgend jaar weer mee ga. Ik weet het nog niet helemáál zeker.

Ski odyssey.

(En van dit verhaal is niets gelogen, overdreven of anderszins erbij verzonnen. Ik heb voor alles getuigen 😉 Pure non-fiction dus. Beetje lang geworden, dat ook, maar ik moest ’t toch even van me af schrijven :-)).

Een heerlijk hapje Holland!

Wat zijn er toch lieve mensen in de wereld… Ik heb het al veel vaker en eerder vast mogen stellen, maar nu ben ik ook weer even met mijn neus in de boterfeiten gevallen 🙂

Vandaag mocht ik op ’t postkantoor ’n pakketje (nou ja, laat dat “-je” maar weg) ophalen. Uit Nederland. Spannend!! Het pakket was er weliswaar al een krappe week, maar ja, toen waren wij nét weg…

Begin december schreef ik dat ik zo’n heimwee had (zie blog ‘Motherland’). Heimwee naar Nederland, naar de mensen, naar oerhollandse dingen, naar vrienden, naar familie, naar het nederlandgevoel, naar alles. Zo erg dat het pijn deed. Vooral in december heb ik daar vaker last van. Het gaat wel weer over hoor, maar ergens diep onderin blijft het sluimeren, dat gemis, dat rotgevoel dat ik niet thuis ben, hoe erg thuis ik me hier ook voel.

En nu, nu heb ik zomaar, van zulke ontzettend lieve mensen, een holland-pakket gekregen 🙂 En dan met precies de dingen waar ik gék op ben  hè (ik had ’t kunnen weten met zo’n heerlijke HSP-er haha ;-)). De oeroerOERhollandsche dingen. Spekjes en roze koeken. Stroopwafeltjes en Sneker zoethoudertjes. Veul drop!! (yummmie!!). Verkade chocolade en pindarotsjes. En een super- SUPERlieve kaart. Echt, tranen in mijn ogen hè!!

Nou schreef ik ook nét dat er iets minder van mij in deze wereld moet gaan zijn (m.a.w. dat ik de strijd met weer eens de kilo’s aan ga) maar deze dingen ga ik dus echt heel gedoseerd, heel bewust en met de volste teugen genieten!!! Écht wel!! Af en toe een heerlijk hapje Holland moet ook in dat program passen, anders doe ik toch echt iets fout 😉

Lieve Nance en Jan, jullie zijn SCHATTEN!!!
Dank jullie wel. Ben zó blij met jullie!

BIG FAT KISS FROM AUSTRIA WITH LOVE!!!!

minder mij

Altijd en eeuwig een strijd. Al toen ik een jaar of 4-5 was, schreef de schoolarts in mijn gezondheidsrapport: “kind is te dik, moet afvallen”. Het meeste eten kan ik in principe gewoon gelijk op mijn heupen smeren en door één blik op een slagroomtaart te werpen, ben ik gelijk weer 1,5 kilo aangekomen. Ik ben in mijn leven al dik (ha ha) 100 kilo afgevallen. En weer aangekomen…

Toegegeven, Ik ben gek op lekker eten, eten koken, snaaierij, zoetigheid. Op álle eetbaars eigenlijk. Ik weet echt wel waardoor die kilo’s er bijaan komen. Toch heb ik de indruk dat ik de hele handel duidelijk sneller omzet in vetkussens en duidelijk langzamer weer verbrand dan mijn gemiddelde medemens. Mijn partner bijvoorbeeld eet, snaait en snoept thuis véél meer dan ik. Maar hij blijft zo slank als een jonge god. Niet eerlijk.

Ik heb vanaf mijn 18e tot nu alle gewichten tussen de 65 en de 125 kilo al (meermaals) gezien. Ja echt… Ik ben weliswaar lang (krap 178 centimeters) maar ergens schijn ik geen gevoel voor mijn ‘normale’ gewicht te hebben: ik glibber er al decennia lang steeds weer aan alle kanten voorbij. Zelfs de echte eetstoornissen zijn mij helaas niet bespaard gebleven. Ik kan nog steeds op elk willekeurig moment overgeven. Ik kwam er weliswaar mee op mijn laagste gewicht ever maar ook bij de dokter, de psycholoog en diëtiste terecht. Nú kan ik mijn vriendin van destijds er voor zoenen dat ze me daarheen gesleept heeft en me daardoor voor nog ergere dingen heeft weten te bewaren. Destijds was ik er niet zo blij mee. Als ik er aan terug denk, krijg ik weer tranen in de ogen. Wat kan een mens zichzelf aandoen. Iets met ogen en naalden enzo. Ja, eten en gewicht is een zeer beladen thema bij mij…

Maar toch. Toch ben ik inmiddels weer te zwaar… Ik heb weer dat rare gevoel dat mijn geest niet meer in dit lichaam past. Er moet iets gebeuren. Ik voel me niet meer fijn in mezelf. Alweer niet. Inmiddels ben ik oud en wijs genoeg om het ‘verstandig’ aan te pakken. Ik weet echt (écht!!) precies hoe het moet. Ik heb ook absoluut geen behoefte meer aan wat voor advies dan ook. Ik weet ’t allemaal. Van LowCarb tot Logi, van HCG (:-() tot WeightWatchers. Ik ken het. Been there, done that. Maar ’t is zo moeilijk… het is namelijk niet zo dat je dan gewoon maar niet meer eet. Je moet eten, anders ga je dood. Stoppen met roken of afkicken van de alcohol is ook vreselijk, gruwelijk moeilijk. Maar je kunt in ieder geval proberen om het compleet te vermijden. Niet meer aanraken die hap. Niet meer in beeld laten komen. Maar met een eetverslaving werkt dat dus niet… Je moet doorgaan met eten, of je wil of niet.

Ach. Zo voert iedereen wel een gevecht met het één of (de) ander. Ik voer het mijne met mijn kilo’s. Met mijn gestoorde eetgedrag. Met mijn niet in dit lichaam passende ikje. Er is simpelweg teveel van mij in deze wereld.

Mag ’t een onsje minder zijn?

(PS: dit is een heel erg moeilijke, gevoelige blog voor mij. val me er alsjeblieft niet op aan want dan verlies ik geheid wéér alle moed om de strijd wéér, voor de nu 13e keer ofzo, aan te gaan… En voor evt. taalvauten vraag ik ook alvast om vergeving: ik heb deze blog geheel op mijn iphone getypt en foontypen is géén favoriete bezigheid van me).

nieuwjaarsgedichtje

midden in de nieuwjaarsnacht
kwam zij totaal en geheel onverwacht
met een blog van heb-ik-jou-daar:
ze schreeuwde hard: GELUKKIG NIEUWJAAR!!!

🙂