Virtuele koelte

Virtuele koelte waait me toe waar in real life de warmte en genegenheid me overstromen. Zo moet ’t ook zijn denk ik. Maar toch mis ik ’t contact… het warme, het spannende, de intensiteit. Weg. En ik weet niet waarom… What did I do… Ik concentreer me op real life warmte, op echte genegenheid. Maar ik blijf ’t missen, die bepaalde personen…

Géén onderduiken…

… maar gewoon wég.

Weg.
Even uit ’t beeld verdwijnen.
Weg.
Eerst terug naar mezelf.
Weg.
Niet meer proberen aanwezig te zijn.
Weg.

Ik noem ’t geen onderduiken. Dat vind ik een te beladen term. Onderduiken doe je als je vlucht voor iets en niet gevonden wilt worden. Ik wil best gevonden worden. Gráág zelfs. Maar ik ga zelf inderdaad even heel hard proberen om niet meer aanwezig te zijn. Gemist word je sowieso door maar heel weinigen.

Wie mist mij…
Wie vindt mij…
Wie houdt van mij…
Wie trekt me weer terug in de aanwezigheid…
Wie…

Dag allemaal.
Tot #ooit…
(en ooit is een mooi woord. Want dat is niet nooit).

Het komt niet meer aan.

Ik heb zoveel gehoord en toch komt ’t in mijn hoofd nooit aan
dat is de reden waarom ik ‘s-nachts niet slapen kan
ook als ik duizend teksten over mijn gemis schrijf
betekent dat nog niet dat ik begrijp
waarom dit gevoel voor altijd blijft…

mooie tekst van een duits liedje (Jupiter Jones)

Soms voelt ’t zo.
Zoveel horen.
Zoveel voelen.
Zoveel dingen die op me afkomen
dat ’t allemaal niet meer in m’n hoofd past.
Zoveel tegelijk.
Het komt niet meer aan.

Ik denk en denk na over die chaos aan dingen.
Doormalen, wakkerliggen.
Maar het gevoel blijft…

Ergens mis ik iets.
Iets wat nog in mijn leven zou horen,
iets wat er zelfs na 40 jaar nog ontbreekt.
Of was het er ooit wel en is het nu weer weg?

Onbestendig.
Nog niet aangekomen.
Zoekend.

Zou ik dan daadwerkelijk ergens in dat beruchte midden van mijn leven zitten?

X-mess aftermath

Wat ’n zooi heb je van zo’n kerst. Overal ligt nog papier, een verdwaald stuk kado-lint, plakband. Op elk vrij stuk meubilair liggen onderdelen van de kerstbuit.

Spelletjes, boeken, lego, stof, nintendo’s, puzzels, plastic zakjes, adapters, kerstkoekjes-op-een-glazen-bord, elastiekjes, dozen, metalen verpakkingsdraadjes, halve chocosinten, dennennaalden, nog meer stof, kranten van 4 dagen geleden, styroporstukken, afstandsbedieningen, gebruiksaanwijzingen, kaarsenstompjes, snoertjes, wolmuizen, kapla, een lillyfee-tijdschrift, een donald-duck-pocket, mandarijnenschillen, …

Ik ga maar ‘ns opruimen geloof ik.

Morgen.

Of wordt ’t toch een goed voornemen?

Ja, in 2013 ga ik écht opruimen 🙂

Kerstklaar

Klaar mee.
Nog propvol met al het eten van gisteren.
Twee intense kerstavonden achter de rug.
Bergen kado’s doorgeworsteld.

“Wèèèhhh die Polly Pockets héb ik al!!!”
Niet waar. En al heb je het daadwerkelijk al, dan heb je er nu lekker dubbel zoveel van.
“Waarom krijgt hij dat? Dat wou IK!!”
Omdat hij erom vroeg. Jij niet.
“Maaaaam, mijn electronisch dagboek is NU al kapot!!”
Ja, vind je ’t gek, na 3291 x dichtgemept te zijn om nóg een keer dat paswoord er in te kunnen gillen.
Morgen maar omruilen, er zit vast nog wel garantie op…
Het ding moet toch wel een beetje kindbestendig zijn als het voor kinderen gemaakt is, lijkt me.

Vanochtend de nieuwe (ook gisteren gekregen) kinderstereo’s uitgepakt en geïnstalleerd op de slaapkamers.
Hoop luisterboeken erbij gesleept.
En nu zitten ze allebei al bijna 1,5 uur boven, op hun slaapkamers.
Te luisteren.
Wát een rust.
Wát een perfecte kado’s waren dit.

De Nintendo 3DS is inmiddels door oma – die hier nog even kerstkoffie is komen drinken – in beslag genomen, hij lag er maar doelloos te liggen dus een potje Mario Kart is best wel ‘ns interessant. Oma 2.0, die er geen idee van heeft wat het internet is. En ze doet ’t niet eens slecht. Man knutselt vlijtig met zijn Lego Mindstorms robot.

Alle kinderen en bejaarden tevree, kan ik mooi effe bloggen.
Dat ik klaar ben met kerst.
Volgend jaar doe ik weer een poging tot perfectkersten.

Dag kerst!!
Fuck you very much 🙂

Das Christkind war da

Half 6. Donker. Kinderen afgeleid met tafelvoetbal boven.
Ik scheur naar de berging en drapeer 3 tassen vol kadootjes snel-snel onder de boom,
steek de 18 kaarsjes in de kerstboom aan.
Snel de trap op: ik tafelvoetbal voor de schone schijn ook nog effe mee.
“Hee, ik heb wat gehoord!!”
“Echt?? Oh, misschien was ’t kerstkindje er nu wel!!”
Gestommel de trap af.
“Jaaaa!!! Moet je kijken!!”
Goh. Ik sta paf. Wie heeft díe er nou neergelegd?
En de boom staat ook nog niet eens in de fik.
Ik blij.

Dan gaat ’t snel.
Binnen mum van tijd zijn  de kadootjes uitgepakt.
Dochter: een electronisch Kiddy-dagboek en een Wendy/Barbie-pony.
Zoon: een afstandsbestuurbare crossmotor en een Wat-is-Wat lexicon.
Dochter en zoon samen: een boek over insecten en een Nintendo 3DS met Mario-Kart spel.
Man: Lego Mindstorms en ’n Merino trui.
Ik: mijn geliefde Garmin-navigatiesysteem, een kaars en een CD.
We zijn weer verwend. Alles nog idyllisch. Maar dan.
Komt het “in gebruik nemen”.

Ten eerste is die pruttel echt gewéldig ingepakt. Je hebt een schroevendraaier, een mes en een knijptang nodig om die dingen uit hun verpakking te krijgen. IJzerdraadjes, schroefjes, gewapend plakband, 0,5 cm dik karton. Ze doen er alles aan om het je onmogelijk te maken, het geliefde object uit z’n gevangenis te bevrijden. En dat met een springend en jengelend kind ernaast dat bij tijd en wijle even meerukt aan de draadjes en schroefjes. Het paard heb ik er ’t snelst uitgekregen. De motor niet snel daarna. Maar dat ding blijkt op onze geweldige, gladde laminaatvloer niet genoeg grip te hebben: die is gemaakt voor buiten op de weg. Dus wachten tot morgen. Zoon sjaggie.

Het electronisch dagboek is een absoluut zenuwdodend ding. De verpakking was niks voor dummies: je moest de ‘schroefplaten’ aan de achterkant een kwartslag draaien om ze eruit te kunnen trekken. Daar moet je eerst maar ‘ns opkomen zeg!! En op de verpakking zelf staat natuurlijk niks daarover. Maar het ergste is: het ding heeft een electronisch paswoord dat je moet zeggen voordat de klep open gaat. Eerst moest je het instellen, wat na wat geklungel en gereset daadwerkelijk lukte. Het is haar naam (hoe origineel).
“Zeg je paswoord!” roept ’t ding.
“HALLO!” gilt dochter.
“Het paswoord is fout!”
“Hop! Open jij!” gilt dochter.
“Het paswoord is fout!”
Ik zeg: “lieffie, je moet je náám zeggen. Anders doet-ie ’t niet”
Dochter roept haar naam van heel dichtbij in ’t microfoongaatje.
Klik, de klep zwiept enthousiast open, met een harde pets tegen haar neus aan.
“AUW!” gilt dochter en mept de klep gefrustreerd weer dicht.
Zucht…

De nintendo. OK, dat is een electronische-apparatenverpakking en dus goed te doen. Ding aan: lampje rood. Stekker uitpakken en ding eerst stroom laten lurken. Dan installeren. Naam. Internetverbinding. Calibratie. Leeftijdsbescherming. En dat alles met 2 paar begerige kinderhandjes die de NDS het liefst meteen uit je handen willen grissen. Mario-spelletje erin gedouwd. “Om dit spel te spelen, moet u eerst een Software-update installeren. Wilt u dit nu doen?” Aaarrghhh!!! NEE NEE NEE!! Ik wil gewoon dat dat ding het NU doet! Sofort!! Software uiteindelijk geinstalleerd gekregen. En nu vechten ze er met vol geweld om wie er met het ding mag spelen. Alles back to normal. Uiteindelijk kijken ze dan toch allebei maar TV.

Ik ga de mormels per direct in bed stoppen en dan aan een groot glas wijn.
Kerstavond hebben we ook weer gehad.
En dát ga IK nou ‘ns uitbundig vieren!!!

warm

warm.
van binnen en van buiten.
warm door de geborgenheid.
warm in ons heerlijke huis met stabiel dak erop.
warm door 2 heerlijke, gelukkige kinderen.
warm met zijn 4tjes coccoonend op 4 vierkante meter.
warm met 18 brandende kaarsjes.
warm van de echte, zelfgemaakte hete chocolademelk.

Straks, als ’t donker wordt, komt dat kerstige kindje.
De kinderen staan nu al stijf van de spanning.
En ik zit hier, kijkend naar mijn geluk.
Naar wat ik allemaal heb en wat eigenlijk
helemaal niet zo vanzelfsprekend is…
Familie, kinderen, een dak boven je hoofd.
Genoeg te eten en te drinken, geen geldzorgen.
Geen ernstige ziektes, geen gebreken,
Geen grote onzekerheden of verlies.
Zoveel liefde en geborgenheid.

Het is goed zo.
Maar soms moet je jezelf even
met een brok in je keel
aan de mouw trekken en zeggen
“wéét je eigenlijk wel hoe goed je het hebt?”

Ja, ik weet ‘t.

En ik wens ’t iedereen toe.

Oostenrijkse kerstigheid

Weihnachten.
Hét feest der feesten.
Zo ook hier in Oostenrijk.
En ik blijf ’t een enigszins raar feest vinden.

Als overtuigd atheïste en sterk ongelovige heb ik helemaal niks met dat kindje Jezus. Het zal best geboren zijn hoor, maar dan wel gewoon na zo’n 9 maand zwangerschap niet na 3 weken onbevlekte gevangenis in Mama Maria.

Ik vier wel kerst. (ik wou bijna zeggen “natuurlijk” maar zo natuurlijk is dat nou écht niet).  En ik noem het gemakshalve ook kerst. Maar ik vier eigenlijk dus een midwinterfeest. Een zonnewendefeest. Ik heks. Ik vier dat de kortste dag weer voorbij is, dat de dagen heel langzaam weer  lichter en warmer worden. Ik vier het licht met veel licht. Ik vier de warmte met heel veel warmte. Ja, ik heb een kerstboom, met heel veel lichtjes. Ik heb een dozijn kaarsen aan, nog meer licht en warmte. Ik vier bewust het feit, dat ik heel veel mensen om mij heen heb die ik liefheb en die mij liefhebben. Genegenheid. Kinderen. Familie. Vrienden. Liefde. Geborgenheid.

Dát is voor mij kerst. Maar ik vier ’t fout, volgens de nationale maatschappelijke norm. Tja, ik ben verder perfect geïntegreerd hier, een paar hollandse eigenaardigheden mag ik toch wel houden, lijkt me? #fuckdenorm om maar even een passende variant te kweken 🙂

In Oostenrijk hoor je uitbundig advent te vieren. Met een adventskrans van netjes rondgevlochten dennetakjes, perfecte rode kaarsjes en kerstversiersels. Een adventskalender is een must voor ieder kind onder de 22. Naast de vlijtig zelfgebakken kerstkoekjes dus dagelijks nog een portie chocola of zoet wat nog in dat kind mot. Elke adventszondag ga je naar de kerk en ‘men’ steekt ceremonieel een nieuw kaarsje aan. Tot alle 4 branden. Maar dan ben je er nog niet, nee dan moet je dus nóg een paar dagen tot ’n week wachten op kerstmis. En het hoogtepunt aller kerstmissigheden is niet de 25e, zoals bij ‘ons’ in NL, maar de 24e ‘s-avonds. Kerstavond. Te vergelijken met Sinterklaasavond (de 5e dus, terwijl “Sinterklaas” officieel de 6e is). De 25e is eigenlijk niks. De 26e al helemaal niet. Alles draait om de avond van de 24e, dat is ’t enige wat telt. Kadootjes. 😦

Ergens in die advents(r)tijd krijg je dan ook nog het “Herbergsbild”. Een oud schilderijtje (van het kerststalletje) in ’n nog ouder viezig stofzakje. Wat uitgeprinte gebeden erbij en een lijst waar je je naam op moet zetten resp. af moet strepen zodat je het ding niet nóg een keer krijgt. Maar ’t állerállerbelangrijkste: de collectebus (van de kerk). Daar moet wat in. Het schilderij moet ’n nacht bij jou verblijven, het liefst onder de boom en aanbeden met gebeden, maar in principe is ’t “wurscht” wat je ermee doet, als je maar wat in dat potje doet. Kan ik. Doe ik. Braaf ik.

Ergens kort na Sinterklaas ga ik op bomenjacht (maar voor 8 december is hier geen boom te krijgen) en uiterlijk een week na Sinterklaas staat het ding in volle glans te gloren in de woonkamer. Fout, fout, helemaal fout. Dat mag écht niet hè! De buurvrouwen zijn elk jaar weer verbijsterd en verbouwereerd, houden hun kinderen hier ’t liefst weg (wat een rust), want anders zien ze een al opgetogen kerstboom vóór de 24e en dat kán dus gewoon niet. De kerstboom, inclusief echte, BRANDENDE kaarsjes is een logistiek probleem op zich. Op kerstavond komt ’t kerstkindje. Dat zet dan geheel onbemerkt en stilletjes, terwijl de familie even weg (koeien melken o.i.d.) of in een andere kamer (welke andere kamer??) is, de kerstboom op, versiert deze, steekt de kaarsjes aan en gooit de kadootjes eronder. Dan gaat er een belletje ergens en dan weet men: “ohh het kerstkindje is geweest!!” en stormt de woonkamer in om de brandende boom maar vooral de berg kadootjes te bewonderen.

Zeg nou zelf, HOE doe je dat als welwillende ouder??? Hiermee vergeleken is Sinterklaas een eitje! Een winterwandelingetje, ma vergeet haar handschoenen, rent nog even terug, flikkert de jutezak met kadootjes voor de kachel, rent ’t huis weer uit en na de wandeling was-ie ineens toch langsgeweest, die goeie Sint. Maar dit??? Daarom heb ik ’t hollandse kerstkindje maar uitgevonden. Dat is een lui mormel dat zegt: “zetten jullie die boom maar fijn zelf op en vooral ook wanneer je dat zelf wil, als je mazzel hebt kom ik dan ook nog langsgevlogen met wat onderdeboompruttel.” Logistiek probleem gereduceerd tot Sinterklaasniveau. Klaar. Maar níet zoals ’t hoort. Who cares.

Ik heb geen hekel aan kerst. Ik heb wel een hekel aan die enorme schijnheiligheid waarmee men kerst viert. Men viert de geboorte van Jezus met alle pracht en praal maar voor 90% (nee, 99%) van de bevolking staat kerst maar voor 1 ding: kadootjes. Snel worden er minimaal twee liedjes uit geperst en een stukje noodzakelijke bijbeltekst voorgelezen en dan komt het echte kerstgebeuren: uitpakken en vergelijken. Bah bah bah.

Ik vind kerst zelfs best leuk. Maar dan wel op mijn manier…

Twittergeleuter

(deze blog kan door niet-twitteraars resp. door  mij-niet-volgende-twitteraars met een gerust hart overgeslagen worden!)

Ik moet éven wat kwijt.
Ik ben gek op twitter.
Ik heb met opzet het aantal tweets dat ik de ruimte in slinger, al heel sterk geminderd omdat ik toch echt heel bewust ook nog andere dingen in mijn leven wil doen, maar ik blíjf gek op twitter.

Al die verschillende mensen die gewoon lekker met elkaar aan ’t kletsen zijn (o.h.a. ook heel aardig en geweldloos 🙂 en die paar uienvreters en azijnpissers die ik niet aardig vind tweeten, mieter ik er sowieso incl. vette block weer uit), mensen die veel liefde en ook leed delen, die elkaar steunen en knuffelen, die grappige dingen vertellen en soms ook gebalde kracht en medeleven tonen. Overdag twitter ik inmiddels veel minder (soms ff snel tussendoor iets) maar ‘s-avonds zit ik vaak met laptop op schoot, glas wijn (of beker koffie) naast me, leuke film kijkend te SMen (socialmediaen. nieuw werkwoord. schrijf maar op, Dikke!). En heel vaak voel ik me door bepaalde tweets, bepaalde conversaties, gemeenschappelijke lol, knuffels en opmerkingen gewoon happy. Happy omdat ik zóveel interessante, grappige, fijne mensen zó dicht bij, zó binnen typbereik heb.

Maar. Er is een grote maar. Inmiddels volg ik toch al ruim duizend mensen. Real people. Nauwelijks bedrijven (of ik moet de persoon erachter kennen), haast geen nieuwsdiensten, geen commerciële prut, geen terugvolgdingesen. Gewoon mensen.  En de meesten van die duizend zou ik veel, véél vaker willen antwoorden of spreken. Ik zie soms ineens tweeps voorbij komen waarvan ik denk: “sjee, daar had ik een paar maand geleden heel intensief contact me, zulke fijne mensen en nu spreek ik ze nauwelijks meer…” Dat vind ik echt heel erg jammer. Ik krijg ook wel ‘ns opmerkingen waarom ik niet (meer) op tweets reageer, waarom ik die of diegene nou net níet goeienacht of goeiemorgen heb gewenst.  Wel, dat gaat zo: ik open twitter, gil een goeiemorgen de TL in en kijk mentions. Die beantwoord ik (praktisch altijd).  Dan kijk ik – als ik de tijd heb ‘s-ochtends – naar m’n TL en geheel at random reageer ik hier en daar op tweets. Dat is echt een adhoc-gebeuren: ik zie ’n tweet van iemand en antwoord juste-au-moment. De tweets van al die mensen die 15 minuten geleden iets zeiden, zie ik al niet meer, laat staan die van een uur geleden. Het is dus echt een toevalsgebeuren geworden en dat bevalt me eigenlijk helemaal niet. Maar mensen ontvolgen puur om m’n TL overzichtelijker te maken, nee dat ga ik toch ook niet doen.

Dus bij deze wil ik toch even zeggen: als ik niet op tweets reageer, is dat niet omdat ik die bewust negeer. Dat is puur omdat ik ze gewoon niet zie. En als ik toevallig wél reageer, is dat omdat die tweet toevallig daar was, op het juiste moment op de juiste plaats 🙂 (of omdat je me mentioned ;-)). Ik zou graag een betere volger willen zijn, maar uit tijds- en persoonlijke overwegingen zit dat er niet meer in.

Neemt niet weg dat ik jullie waardeer, níet negeer en heel blij met jullie ben.
Please remember that.

(is een wat rare blog dit, maar ik moest ’t effe kwijt)

kerstkaartenmuts

Ik moet stiekem toegeven, dat ik het nog steeds leuk vind om tastbare, papieren kerstkaarten te sturen. En tegelijkertijd vind ik ’t een ramp. In de huidige tijd krijg je van minstens de helft van de mensen die je kent een email of een SMS, een zelfgemaakt you-tube-filmpje met kerstwens of een mooie blog met kerstwens… ik vind ’t allemaal prachtig. Maar toch hou ik ook erg van kaartjes die ik aan m’n deur kan hangen. Ik ben een muts wat kerstkaarten betreft. Tot groot verdriet van mijn man overigens, die ’t allemaal grote en dure onzin vindt. Zijn probleem.

Maar toch. Die persoonlijke ramp. Die bestaat daarin, dat ik er altijd – ALTIJD – 2 dagen voor de kerst achter kom, dat er mensen zijn die ik ab-so-luut een kaart had wíllen sturen, maar die ik gewoon simpelweg -ahum- vergeten ben. En dan voel ik me zoooooo slecht… Of ik besluit om bepaalde mensen uiteindelijk toch maar geen kaartje meer te sturen (want long time no contact, indruk dat kaart niet echt ‘aankomt’, etc.) en dan swoepsdiewoeps ligt er ineens een kaartje van juist DIE mensen in de brievenbus. Kerstkaartenstress all over again: snel die ook nog een kaartje sturen en weer in de lijst van geprivilegeerde kerstkaartontvangers terugzetten. Muts die ik ben.

En nu, nu is ’t te laat. Nee nog niet. Ik heb morgen nog. Eén dag respijt. De rest krijgt z’n kaart te laat dit jaar. Of gewoon niet.

Dus.

Voor iedereen in het algemeen, voor iedereen in ’t bijzonder, voor iedereen die zich vergeten voelt, voor iedereen die ook nog een kaartje had moeten hebben en voor iedereen die toch echt liever die hele kerst bij ’t chemisch afval zou willen gooien (deze groep even weergegeven in de zo mooie bewoording van Mar en Ivon: de #fuckthekerst-stroming) wil ik bij deze mijn blog ook even misbruiken om dan hier maar een kerstwens te doen… (zal ik… zal ik? ach soit. Ik zal.)

Ik wens jullie allemaal, met heel mijn hart, dat deze dagen gevuld zullen zijn met warmte en genegenheid en zonder enig gevoel van eenzaamheid of gemis. Dat zal moeilijk worden, maar daarom wéns ik het ook.  Ook al vier je geen kerst, heb je er een hekel aan, heb je een hoop verplichtingen “omdat ’t mot” met de kerst, dan nog hoop ik dat deze dagen je rust en licht brengen.

Voor mij – als fanatieke ongelovige – is kerst puur een midwinterfeest. Ik vier dat we de donkerste dag van het jaar weer gehad hebben en de dagen weer langer en lichter worden. Dat het weer lichter wordt in mijn hart. En ik hoop ook in jullie harten. Doe je hart open en laat het erin stromen, dat licht, die warmte, die genegenheid en liefde van de mensen om je heen, de mensen die er écht toe doen. Koester ze…

En ik wens voor iedereen dat 2012 een jaar van tevredenheid zal zijn.
Een jaar waarin je beseft wat je wél hebt,
wéét waar je je wél zeker van voelt,
voelt wat wérkelijk belangrijk in je leven is.
Ik zeg niet dat ik dat allemaal al besef, weet of voel.
Ik doe óók enkel een poging tot. Dat moet genoeg zijn…

Ik hoop dat het nieuwe jaar een jaar van minder zorgen wordt,
een jaar van minder pijn in ’t hart.
In jullie harten.
In mijn hart.
Dat hart waar ik jullie allemaal in heb gestopt.
En, dat u ’t effe weet:  ’t zal hard werken worden om daar weer uit te komen, mocht je dat überhaupt willen 😉
Escape from Alcatraz-like.

Maak er wat van.
Wacht niet op ’t geluk.
Maak het.

KUS

Austrian Culture

In Oostenrijk hebben we 5 weken lang een heel interessante nummer één gehad. Een lied dat voor mij echt een beetje de cultuur hier weerspiegelt. Ik laat jullie even delen in dat ” österrèchischa G’füüh”, goed? Ik ga ’t niet vertalen, dat is godsonmogelijk. Niet dat ik ’t niet zou kunnen (m’n oostenrijks – Oberösterreichisch liever gezegd, Tirols of Vorarlbergs is nog steeds een kriem – is hiervoor na meer dan 2 decennia inmiddels wel acceptabel genoeg) maar het zou tekstverkrachting zijn en daar doe ik  niet aan. Ik zou zeggen: doe zelf een poging om dit ‘ns te snappen. Dus bij deze.

Brenna tuats guat

wo is da platz
wo da teufel seine kinda kriagt
des is da platz
wo all’s z’samm rennt
wo is des feuer
hey wo geht ’n grad a blitz nieder
wo is ’n da der stadl
wo de hütt’n de brennt

hab’n ma pech oder an lauf
fall’n ma um oder auf
samma dünn oder dick
hab’n an reim oder glück
teil ma aus, schenka ma ein
toan ma uns abi oder g’frein
war’n ma christ hätt ma gwisst
wo da teufel baut in mist

jeder woass, dass a
geld nit auf da wiesen wachst
und essen kann ma’s a nit
aber brenna tat’s guat
aber hoazen toan ma woazen
und de ruabn und den kukuruz*
wann ma lang so weiter hoazen
brennt da huat

wo is des geld
des was überall fehlt
ja hat denn koana an genierer
wieso kemman allweil de viara
de liagn, de die wahrheit verbieg’n
und wanns nit kriagn was woll’n
dann wird’s g’stohln,
de falotten soll der teufel hol’n

Da is da platz
wo da teufel seine
kinda kriagt
wo all’s z’sammrennt
und da geht a
in oana tour a blitz nieder
und de hütt’n brennt
grad in den moment

jeder woaß…

En nu nog effe kijken en luisteren:

http://vimeo.com/hubertvongoisern/brennatuatsguat

Lekker hè 🙂

Fluitconcert (2)

Overleefd!!
M’n oren ook.
Het viel mee.
Het was zelfs eigenlijk heel erg leuk om te zien.
Ja, zelfs om te horen.

16 kerstkindekes, allemaal in ’t wit gekleed (fijn joh, als je zoon op vrijdag komt melden, dat-ie maandag een witte broek aan moet… waar haal je in vredesnaam midden in de winter een witte jongensbroek vandaan?? Niet dus. Maar een driekwartbroek van mij flink ingesnoerd met ’n riem en ’t kind is toch in ’t wit, hoppa. Niet moeilijk doen). Sommigen hadden engelenvleugeltjes op hun rug, sommigen liepen in een schattig jurkje rond te dartelen (ja, zelfs een mannelijk dartelend exemplaar!). En allemaal hadden ze een schattig wit bandje met een gouden ster op hun hoofd.

Ineens was die klas van een bende rouwdouwers die elkaar dagelijks meer dan enkel op ’t hoofd timmeren, gemuteerd tot een lieftallig groepje witte engelen. Alleen dát was de hele avond al meer dan waard. Maar niet genoeg. Neenee, ze zongen, speelden toneel, maakten muziek,  zeiden een gedicht op en zongen warempel nóg meer. En daadwerkelijk allemaal met een soort voldoening en iets van een lach: ze vonden ’t leuk!! Dat had ik nou echt nooit verwacht. Dat deze horde halfvolgroeide heikneutertjes lol zou kunnen hebben in samen blokfluit spelen, in kerstliedjes zingen, in het zich als engel verkleden. Maar ze hadden het. Lol! En dat zag je ook.

Goed, hier en daar was er steeds wel één engel die de toon net niet trof, die de tekst niet meer wist of bij wie ’t sterretje over de ogen gleed. Maar de rest bazuinde er letterlijk overheen zodat het nauwelijks opviel.

Ja, ik moet toegeven: ik vond ’t leuk. Heel erg leuk. Ook om te horen.

Zeg nou zelf, zijn ’t geen engeltjes?

Fluitconcert

Vanavond (beter gezegd: over een kwartiertje of 3) mogen wij gaan genieten van een concert.
Van 16 kindekes.
8-9 jaar oud.
11 mannelijk (waaronder zoonlief),
5 vrouwelijk.
14 blokfluiten, 2 trompetten.
En Jingle Bells.

Als ze allemaal zo geweldig kunnen fluiten als muzikaal genie namens T., dan wordt het een allesovertreffende kakofonie. Ik heb de oordopjes al startklaar liggen. Als ze klaar zijn met blokfluiten doe ik ze uit. Dan gaan ze namelijk zingen, zelfs in ’t plat Oostenrijks (Mühlviertlerisch). Dát wil ik dan wel weer horen.

Ik zal een poging doen om dit unieke concertgebeuren op gevoelige plaat vast te leggen (tenzij ik beide handen nodig heb om m’n oren nog extra te beschermen) en straks nog even een update posten (als ’t de moeite waard is) (en ik nog kan typen).

Wish me luck.

goeienacht lieverds…

Je gooit ’t er zo snel uit,
even goeienacht wensen.
Welterusten lieverd!!
Nachtzoen voor jou, kus, smakkerd.
tot morgen.

maar ik meen ’t hoor.
ik wens je een meer dan goede nacht.
ik zou je inderdaad een zoen willen geven.
ik zou je echt even willen omarmen
en je kunnen zeggen:
“lieverd, geníet van je nacht”
Het liefst bewust, maar dat is over het algemeen nogal moeilijk.

Elke avond als ik slapen ga,
kijk ik nog even bij mijn kinderen.
Ze zijn zo mooi als ze slapen
(als ze niet slapen ook hoor).
Slapende, gezonde kinderen zijn zo’n enorme rijkdom…
Mijn kinderen. Slapend. Bij mij.
In mijn huis. Gezond. Tevreden.
Ook al geen vanzelfsprekendheid.
Zonder zachte kus op mijn slapende lieverds
kan ik zelf niet slapen…

Ik wens het iedereen toe.
Een rustgevende, fijne, warme nacht.
In je warme bed, in je huisje.
Er zijn zoveel mensen die zo’n nacht
maar zó zelden mogen ervaren.
Sommigen zelfs helemaal nooit…
Daarom: als je kunt, geniet van je nacht.
Ik wens dat ’t een goede zal zijn…

And every morning…

Zondagen

Na de vrijdag is de zondag favoriet bij mij. Als ik de wereld had geschapen, had ik enkel vrijdagen en zondagen gecreëerd. Vrijdags een beetje werken, veel shoppen en lekker koken, zondags weekend vieren en niks doen wat ik niet wil doen. Perfect.

Vandaag is zo’n zondag. Wat heb ik tot nu toe gedaan: tot 9 uur geslapen. Om 10 uur opgestaan. (De tussentijd mag u zelf creatief invullen. Zondag of Zondendag, dat klinkt allemaal redelijk ’t zelfde).  Uitgebreid ontbeten met een eitje, versgeperst sap en 2 koppen lekkere café latte. Een puzzel in de krant ingevuld. Wat foonscrabblespelletjes gespeeld. Wat op de laptop leuteren en wat mensen virtueel zoenen en knuffelen.

En zometeen ga ik: buiten kerstlichtjes ophangen (ik heb twee geweldige lichtgevende denneappel-snoertjes op zonne-energie, die moeten nog in mijn plantenbak op de oprit). Dan eventueel nog wat schilderen, een wandelingetje door de kou (er ligt nog een dun laagje sneeuw), wat drummen, Glühwein maken en tamme kastanjes poffen. En lekker zondags koken. En vanavond een leuke film kijken. Zo ongeveer gaat-ie worden, deze zondag.  Griebels, de halve zondag is al voorbij, ik moet opschieten 😉

Het enige minpuntje is dat zoon al meer dan een half uur naast me op de bank zit en ‘Jinglebells’ op de blokfluit oefent want morgen heeft-ie een uitvoering met zijn klas.  Mijn oren vinden deze zondag nog niet helemáál perfect…

(Ohw forget it, I’ll just do this myself as well)

Het hoofd en het hart…

Het is allesbehalve makkelijk
zolang die grote afstand ons scheidt.
Elke dag vloeit zomaar over in de volgende
en wij zullen uitkijken naar morgen,
wetende dat we weer een dag dichter
bij de door ons gekoesterde dromen zijn.

Het mag frustrerend zijn op de tijden
dat we een knuffel nodig hebben
of simpelweg elkaars gezelschap…
Maar als we ons eenzaam voelen
sluiten we onze ogen
en herinneren dat moment
dat we elkaar wél vast mochten houden,
dat we glimlachten en luisterden
naar elkaars warme stem.

We moeten elke dag leven
als een dag waarop we samen zijn,
ongeacht de afstand die tussen ons ligt.
Het zal oneerlijk lijken op momenten
dat we ons verwaarloosd en alleen voelen…
We moeten alle nodige tijd
uit onze gescheiden werelden halen.
Tijd die nodig is om onze harten en hoofden
compleet en voorgoed open te kunnen stellen.

Laten we iedere dag leven, zij aan zij –
laten we ons gekoesterd voelen
door onze genegenheid.
Dan zal onze eenzaamheid ons verlaten.
Het gemis zal ons helpen
om vertrouwen te winnen in ons samenzijn.
En we zullen groeien
zolang we gescheiden zijn.

Ooit weet dan ook het hoofd,
wat het hart al lang wist….

Wijs hart.

(voor iedereen die ik zo mis en voor een ieder die een ander mooi mens mist…)

blaffen

Ik kan dat.
Blaffen.
Of eigenlijk heeft het meer iets varkensachtigs.
Oink oink oink.
Zeehonderigs?
En als ik diep ademhaal, blaf ik zo verder.
Er zit momenteel iets niet goed in mijn longen.
Er zit iets dwars. Een hoop slijm.
En een paar geinhaleerde potloodgummetjes ofzo.

But so what.
I’m still a rock star.
I’ve got my rock moves.
And I don’t need shoes.

Zoiets. Ik zing gewoon door.
Vandaag zangles (lekker schor) en drummen, heerlijk.
Hoop energie.
Komt vast goed met mij.
Ooit.
En ooit is een mooi woord.
Want ooit is niet nooit.
🙂

Wel
te
rusten.

Rust
u
wel.

Vrouwengym

Elke woensdagavond is het dolle pret. Dan ga ik naar de gym. “Frauenturnen” heet dat hier. Nu hoor ik jullie denken: “ocherm, nou dat zal wat wezen, theemutsengym…” Maar het is – al naar gelang je eigen inzet – écht wel zweten hoor, zelfs voor de sportievelingen onder ons. Lachwekkend is ’t ook, moet ik toegeven. Ik denk dat het feit, dat we hier toch “op ’t land” wonen, daar ook best veel mee te maken heeft. Deze gym is het enige sportieve aanbod in de wijde omtrek (afgezien van voetbal, maar in ’t dameselftal is de oudste dame ca. 18 jaar en ergens vrees ik, dat ik daar toch niet meer helemaal tussen pas :-S).

Het begint in de kleedkamer. Iedereen komt steevast een stief kwartier te vroeg omdat er nog vanalles uitgewisseld moet worden: kerstkoekjesrecepten, een kist appels, geld voor de spaarvereniging, 3 kilo lamsvlees en natuurlijk de laatste dorpsroddels. Daarna is ’t letterlijk: alle ballen verzamelen aangezien je de meeste dames toch wel onder de noemer “middelbare boerin met fatsoenlijke voorbouw” kunt scharen. De gemiddelde leeftijd is ca. 40 jaar denk ik, dus daar pas ik meer dan fantastisch tussen. Maar: de jongste is een jaar of 17 (vermoed ik) en de oudste is 64. Een zeer aangename spreiding dus. Oh, en we hebben zelfs een man!! Ja echt! Eéntje! Een hele moedige, in mijn ogen: het maakt hem geen bal uit of hij in zijn eentje tussen de vrouwen bij het “Frauenturnen” staat te hopsen: hij vindt ’t gewoon leuk (en lekker waarschijnlijk ook, maar dat heb ik nog niet aan nader onderzoek onderworpen. Hij heeft in ieder geval zijn eigen kleedkamer. Dat dan wel weer…)

En daar sta je dan, met zijn ca. 45-en in de schoolgymzaal, met spanning af te wachten tot Lisi, onze gymjuf, haar microfoon aan haar broek heeft geknupt en ons tot de orde roept. Iedereen heeft min of meer z’n vaste plek in die gymzaal. Ik sta altijd helemaal rechts, bijna in ’t voetbaldoel (#voetbalfaninwording hè ;-)) Al dan niet met step (in ons geval een landelijk aandoend, zelfgeknutseld 15cm hoog houten bankje met anti-slip-strips onder de dwarsbalkjes) staan wij in de startpositie. Zonder step heet ’t heel modern aerobics. De jongeren onder ons staan al wat te rekken en – balloos – te dribbelen, de ouweren staan nog te ouwehoeren. (wij staan al dribbelend te ouwehoeren. Dat wordt dan midlife crisis genoemd).

Aerobics of steps, maakt niet uit, zo’n 50 minuten rondhobbelen resp. ritmisch-plankje-op-en-af-stappen is best pittig. De dames die wat minder in vorm zijn, springen niet zo hard en dat is gezien de voorbouw-zonder-sportBH voor de meesten ook echt beter. Zo hier en daar loopt ’n enkeling na 5 minuten al naar de drankfles, waar vanzelfsprekend water in hoort te zitten. Maar niet alles wat eruit ziet als water, is dat ook. De dames, die hun flesje thuis al gevuld hebben, zijn altijd bij voorbaat verdacht. En schnaps brouwen is sowieso nationale volkssport nummer één (daarna komt skieën). Ik wil niet weten hoeveel tupperware-sportflessen hier al mishandeld zijn. Je gaat er wel wat harder van stuiteren natuurlijk: doping voor de alpenvrouwe.

De laatste 20 minuten zijn voor de BBP. Bauch, Beine, Po. Meestal blijft ’t bij de eerste B. Minstens een kwart van de dames is na 10 minuten steunend en zuchtend op de rug liggen echt  he-le-maal aan de latten (goh, waar ken ik dát nou van…) en wacht enkel nog met smart op de ontspanningsfase. Als ook dat afgelopen is, schudden de nog-niet-ingedommelde alpenvrouwen hun lotgenoten wakker en gaan we weer over op de belangrijkere dingen van de trainingsavond. In de kleedkamer. En soms ook bij een glas wijn in ’t café naast de school.

Ach, je moet wat doen voor de lokale integratie hè…

Christkindlfrage

liebes Christkindl,

ich liebe Mohnflesserl. Heiß und innig.
Deshalb wünsch’ ich mir zu Weihnachten (von mir aus gen-)manipulierte Mohnsamen die mir nicht länger zwischen den Zähnen hängen bleiben.

ach bitte?
bitte bitte bitte??

liebes Christkindl?

(sorry.

heb tijdelijke writers block.

moet me nu eerst op dat kerstkind concentreren.)

geluk

Vandaag is een geluksdag.

Dochters hart is goed genoeg bevonden voor de komende twee jaar.
Zoon kan de 1e regel van Jinglebells na anderhalve week oefenen ein-de-lijk op de blokfluit (vrijdag moet-ie heel Jinglebells kunnen, maar ik vrees dat wij al überhappy gaan zijn met die 1e regel).
En we hebben een hoop scherven. Die brengen ook geluk, zegt men…

Uit pure ballorigheid jumpt dochter nog even met me mee en springt uitbundig en met vol geweld op de bankleuning. Helaas voor haar en nog helazer voor mij hingen daar mijn vier nieuwe, met mijn verjaardagskadobon gekochte, prachtige mosgroen-met-gouden sierkerstballen. Hingen. Eentje daarvan ligt nu aan diggelen achter de bank. Snik. Nu heb ik er nog drie… Maar zoals gezegd: ook een hoop scherven en geluk rijker.

Zoon loopt tegelijkertijd op zijn gebruikelijke manier met zwaaiende armen door ’t huis te joelen. In één hand mijn (let wel: MÍJN!) Nintendo DSi, die vervolgens natuurlijk met een noodvaart door de kamer vliegt. Klabammmm. En toen was-ie dood. (Net als een jaartje geleden mijn geweldig fijne Fujifilm compactcamera trouwens, zelfde verhaal). Samen hebben we de onderdelen gezocht en heb ik ze weer zorgvuldig in de DSi geschoven. Langgggg op de resetknop gedrukt, en waarachtigmooimachtig, hij lijkt ’t dank krachtige reanimatie toch overleefd te hebben. Een paar deuken rijker maar Mario en Prof. Layton zijn weer actief. Ach, ik wou sowieso liever een Nintendo 3DS – ‘ns zien wat dat kerstkind nog onder die miezerige vleugeltjes vandaan kan toveren.

Dochter ligt nu letterlijk (en verzoenend) in mijn nek te spinnen.
Zoon leeft zich inmiddels uit bij de scouting.
Da’s ook geluk.

Toch?

Alles im grünen Bereich!! 🙂

JUMP JUMP JUMP!!!

zó ging dat hartje tekeer op de echo.

Doorstaan.
Alles weer achter de rug.
En hoe!!

Het hartegaatje van m’n hartediefje is weliswaar een klein beetje groter geworden maar relatief gezien is dat niet abnormaal. De grootte is wel dusdanig, dat het mogelijkerwijs noodzakelijk is om een operatie te doen voordat ze zwanger wordt. In de zwangerschap is de hoeveelheid bloed veel groter en kan ’t hart met zo’n ASD redelijk snel overbelast raken. Maar ach, daar hebben we nog minstens een heel decennium voor om over na te denken (ik mag toch hopen dat ze niet voor haar 16e zwanger wordt) en tegen die tijd mag ze daar dan zelf over meebeslissen.

Maar het echt goede nieuws was dat de mitraalklep goed is! Jahaaa! Heeft zichzelf gerepareerd (liever gezegd: geregenereerd). Knap dingetje! Er vloeit geen bloed meer terug door de klep! De klep houdt z’n klep en is nu gewoon een normale klep. Een klephoudende klep, waar een mens al niet dolblij mee kan zijn.

En als klapper op de vuurpijl:
omdat ze nu 6 is en het zo goed gaat, hoeven we pas over 2 jaar opnieuw op controle!!!
Ik jump nog even verder 🙂

JUMP JUMP JUMP!!!

hartje met ’n gaatje

vanmiddag
gaan we we weer kijken.
naar het hartje van m’n dochter…

er zit een gaatje in, een gaatje wat niet dichtgegroeid is.
een gaatje in ’t tussenschot
een gaatje dat nét iets te groot is.
een bouwfoutje.
heb ik gedaan…
een ASD heet dat in haar geval.
een AtriumSeptumDefect.
en haar mitraalklep heb ik ook al niet goed afgewerkt.
dochter is op zich best goed gelukt moet ik zeggen,
maar dit had ik toch echt beter kunnen doen.

vanmiddag
gaan we weer kijken.
zo eens per jaar moet dat.
een echo, een ecg, een beetje bloed.
maar het blijft elke keer opnieuw spannend…
is alles nog goed?
met dat mooie, lieve, kleine, niet helemaal perfecte hartje
van mijn hartediefje…

(forget it)

al lang bekend maar niet genoeg herhaald:
ik heb een hekel aan maandagen.
het begin van ’n hele week te vroeg opstaan…
het begin van ’n hele week dingen moeten…
het begin van ’n volle lading “ik-heb-écht-geen-zin”-gevoel…

de koffie valt niet aan te slepen.
even snel goeiemorgen zeggen en actief worden: een absolute no-go.
ik blijf maar hangen.
sleep me weer naar de keuken voor nog ’n kop zwart spul.
graai in ’t keukenkastje naar de parasitaknol.

met een schorre keel mag ik zometeen gaan voorlezen op school.
voorleesochtend. joepie.
ik zal ze eens voorlezen uit m’n blog, dan zullen ze opkijken, die 6-jarige heikneutertjes.

éigenlijk hè, éigenlijk zou ik…
…vol enthousiasme uit de veren moeten springen
(na de 3e keer snoozen werp ik dan toch maar m’n grote teen buiten het bed)
…enthousiast ’t ontbijt op tafel moeten draperen voor die oh-zo belangrijke ochtendmaaltijd
(de koelkast is naast de eettafel dus da’s makkelijk smijten en dan doen ze maar)
…de kinderen liefdevol naar school moeten begeleiden
(na een sjaggie ochtendritueel met minstens 1 huilend kind duw ik ze opgelucht de deur uit naar de schoolbus)
…met een lach een kop koffie zetten en even krantje lezen
(ik warm ’n laatste sloot uit de thermoskan op in de magnetron en ga doelloos achter de laptop zitten)
…even een half uurtje moeten rennen/fietsen/roeien in onze sportkelder
(maar m’n eerstopgestane teen wil echt, echt, écht niet in die sportsok)
…vol Tatendrang aan mijn werk moeten beginnen
(kzie de berg en denk “doe ik morgen wel”)
…een blij gevoel moeten hebben vanwege een zomaar gekregen heerlijke nieuwe week
(*gegeven paard in vieze bek kijkt*)
…moeten lachen
(forget it)

ik heb een hekel aan moeten.
en al helemáál op maandagochtend.
forget it.

Doorsnee conversaties

Als gezin hebben we nogal wat te kletsen. Mijn kinderen lijken op mij en leuteren de hele dag door. Soms is ’t om gek van te worden (cq. te blijven), soms is het best lachwekkend. Doorsnee conversaties zijn zo:

Dochter: “Mam dit smaakt naar kattenvoer!”
Ik: “Hoe weet jij hoe kattenvoer smaakt?”
Dochter: “Nou gewoon, dat ruik ik bij de buren. En soms proef ik ’t ook even.”
Yuk….

Zoon: “Hoe lang kunnen eekhoorntjes eigenlijk onder water hun adem in houden?”
Ik (altijd trachtend om serieus te antwoorden op serieuze vragen): “Euhhh nou, ik denk niet zo heel lang want ze hebben maar kleine longetjes en ik denk zelfs eigenlijk dat ze helemaal niet kunnen… Maar waarom wil je dat dan weten??”
Zoon: “Nou ik vroeg me af hoeveel tijd Sandy nog heeft om naar boven te zwemmen als haar bubbel kapot gaat”
[Sandy Cheeks is die eekhoorn in Spongebob’s Bikini Bottom, in ’n astronautenpak en met ’n glazen luchtbubbel over haar kop. Zie afbeelding red.]

Dochter kijkt in de badkamer overpeinzend naar haar nog kledingloze moeder.
“Mam… wat heb jij een grote bips!!”
Ik, dom dom dom, vraag door: “Ehh, euhh, hoezo groot?? Groot als bij grote mensen en kleine mensen zoals jij hebben dan een kleine bips, of anders groot?”
Dochter: “Nee écht groot!” en goed doordacht voegt ze er dan nog aan toe: “met zo’n bips moet je naar ’t ziekenhuis hoor!”.
OK… die zit. Maar nee, nog niet klaar. Zoon komt erbij staan en prikt in m’n borsten: “Heyyy, die krijgt K. later ook hè?.”
“Ja. Dat hoop ik wel voor haar.” (nog enigszins sjaggie van daarnet)
“Ja dan kunnen haar kinderen eruit drinken. Hebben wij ook gedaan hè?”.
“Ja dat hebben jullie ook gedaan”
“Maar zit er nu geen melk meer in dan?”
“Nee, dat houdt vanzelf een keer op als er geen baby meer aan drinkt.”
“Pfoehh da’s wel mazzel zeg want anders zou je niet meer goed na kunnen denken”
Ik: “Ehhh huh?? Hoezo?”
Zoon: “Nou dan zou alle bloed om melk te maken in je borsten blijven zitten en dan heeft je hoofd niks meer om mee na te denken”.
Kinderen denken in raaaare kronkels blijkbaar. Laat-ie aan z’n eigen hachie denken, met te weinig bloed in de hersenen enzo…

Of vandaag in de auto terug naar huis:
Dochter: “Weet je wat leuk is? Ik stink naar paard.” (Bij oma staan er drie paarden in de stal/wei en die worden bij elk bezoek uitgebreid geknuffeld en gekust).
Zoon: “Oh. is dat leuk dan?”
D: “Ja, dat is heel leuk want ik ben gek op dit overheerlijke paardenaroma”.
Z: “Ik weet nog wel iets wat naar paard geurt en wat je niet eens kunt zien of aaien.”
D: “Ah jah?? wat dan?”
Z: “Een dikke vette paardenscheet! Waaaaaaaaahahaha!!” (en rolt over de achterbank van ’t lachen).
En daar zit je dan, voor in de auto, elkaar aankijkend en precies wetend wat de ander denkt:
“waar in het ontstaansproces van deze kinderen hebben we toch vredesnaam die steken laten vallen??”

Op dit moment zijn ze oorlogje aan ’t voeren over wie er hoeveel sjoelstenen krijgt (de sjoelbak staat er enigszins verloren naast…) en schalt “Thank God it’s Christmas” van Queen op de achtergrond door de woonkamer.
En ik wacht geduldig op de zinnigere conversaties die vast en zeker ook ooit komen gaan.
Ooit.
Help ’t mij hopen…

Mutti

Vandaag gaan we naar oma.
Naar mijn schoonmoeder.
Sinds bijna een jaar is oma nu alleen.
Opa is vorig jaar na de kerst redelijk plotseling gestorven.
Oma heeft ’t nog steeds moeilijk.
Meestal gaat ’t goed, ze heeft wel meer rust nu.
Maar ze heeft ook niemand meer om tegen te foeteren.
Niemand die dan wat terugmoppert.
Niemand waarmee ze haar avondappeltjes kan schillen.
Niemand die haar helpt, de planten water te geven of de kippen te voeren.
Niemand naast haar aan ’t zuurstofapparaat in dat reusachtige bed.
Niemand die over de afstandsbediening regeert.
Niemand om samen mee over de buren te roddelen.
Niemand om het oneens mee te zijn.
Niemand meer om het eens mee te zijn…

Vandaag gaan we naar oma en blijven we daar slapen.
Voor het eerst weer, sinds lange, lange tijd.
Een knalhard rotbed en een kapotte rug.
Maar oma is zó blij.
Zo blij met ons als eitjes bij het ontbijt.
Daar doe je het voor.

Tot zometeen, Mutti! We komen eraan!

Jail

eerst even dit:
AAAARGGHHH!!
net het hele stuk over jail getypt, wil ik publiceren, krijgt wordpress een hickup. Geen concept gesaved, alles weg. “Please try again”. Waar heb ik dat meer gehoord…
GIL!!!
OK. opnieuw dan maar…

Twitterjail dus.

“Sorry, you’ve reached your maximum usage limit. Please try again in a few hours.”

Wat een – in mijn ogen – verouderde manier om spammers tegen te gaan. Dat er iets tegen die lui resp. die dingen (spambots en co.) gedaan moet worden, is mij helemaal duidelijk. Ben ik ook absoluut vóór. Maar kan dat niet wat geavanceerder? Ja dat kan. Die huidige twitterspamanalyzer is er eentje uit ’t stenen tijdperk der social media…

Eergisteren zat ik erin. Ik was, als “voetbalfan in wording”, druk aan ’t oefenen voor voetbalcommentatrice. Op twitter dus. En ja, dan produceer je nogal wat tweets… In “jail” beland je als je teveel tweets in een bepaald tijdsbestek plaatst. Iets van 100 in een uur of 200 per dag of iets dergelijks. Daar zit je als dolenthousiaste #voetbalfaninwording helaas al heel snel aan.

Maar wat mij ’t meest stoort: dit HOEFT in ons huidige tijdperk niet meer!! Het is met de tegenwoordige analyzer-/detector-/grabber-techniek (of hoe je ’t ook wilt noemen) een fluitje van ’n cent (ja zelfs met die centen van vandaag de dag) om een banaal onderscheid te kunnen maken in de inhoud van tekstfiles. Als een spammer (of spambot) 100 tweets in een uur eruit gooit, dan is de inhoud van die tweets grotendeels identiek (á là: “hey you’re in this picture! have a look!” en dan een leuke sekslink oid).  Dat is toch zó te detecteren?? Mijn tweets van eergisteren bevatten – naar mijn bescheiden mening – toch echt grotendeels heel verschillende inhouden. OK, toegegeven, de hashtag was wel veelal hetzelfde (#AjaRea :-)). Dan moet het toch duidelijk zijn dat ik niks kwaads in de zin heb? Dat ik gewoon lekker bezig ben met wat twitter zo graag wil: twitteren! En toen ik uiteindelijk dan toch een eind aan mijn leuke twitteravondje wilde breien en iedereen een goede nacht wou wensen, mocht dat niet meer. “Sorry, try again in a few hours.” NOT!!! Ben je als nietsvermoedend en welwillend persoon ook ‘ns een avondje een beetje op dreef en wil je ook nog even aardig welterusten zeggen, word je achter de tralies gezet. En bedankt hè.

I’m innocent!!!
I’m innocent!!!!!
Maar ja, dat roepen de meeste lui die in de nor zitten…

Kom op Twitterbeheerlui! Maak asjeblieft ’n iets modernere versie (2.0 ofzo) van jullie spambotdetector zodat onschuldige voetbalfanatici als ik nog zonder moeilijkheden even welterusten kunnen zeggen? Ah toe??

Remember me

Een heel erg mooie, heftige, ontroerende film. Met aan ’t einde ’n quote die ik even móet herhalen:

“Gandhi said that whatever you do in life will be insignificant.
But it’s very important that you do it.
nobody else will.
Like when someone comes into your life
and half of you says
You’re nowhere near ready
And the other half says
Make it yours forever…”

Whatever you do in life will be insignificant but it is very important that you do it because…
You can’t know…
You can’t ever really know the meaning of your life…
And you don’t need to…
Just know that your life has a meaning…
Every life has a meaning…
whether it lasts one hundred years or one hundred seconds…
Every life…
And every death…
changes the world in its own way…

Gandhi knew this.
He knew his life would mean something to someone, somewhere, somehow.
And he knew with as much certainty that he could never know that meaning…
He understood that enjoying life should be of much greater concern then understanding it.

And so do I.
You can’t know…
So don’t take it for granted…
But don’t take it too seriously…
Don’t postpone what you want…
Don’t leave anything misunderstood…
Make sure the people you care about know…
Make sure they know how you really feel…
Because just like that…
It could end.

Dat gezegd hebbende ga ik nu toch maar slapen. Morgen ben ik beter. Punt.
Morgen ga ik veel dingen doen. Punt.
Overmorgen kan ’t zomaar voorbij zijn…
Oh nee, dat kan niet. Ik heb volgende week nog zoveel dingen die ik ga doen…

Maar ik wil dat jullie ’t weten.
Love you all.
Heaps.

Just another day

not in paradise.

om half zes wakker worden met steeds weer dezelfde piepende oren, een slikinvalide keel en nog maar één magertjes werkend neusgat. Ogen stijf dicht houden in de hoop weer in slaap te vallen. Om half 10 uit bed gekropen. Auwa.

Mén! Ik dacht dat ’t over was. Anderhalve week malaise en misère is echt wel genoeg hoor. Waarom houdt ’t niet gewoon op?? Ach soit. Ik heb advils. Tof spulletje. Twee in de mik en je voelt je tien keer beter. Twee ontbijteieren naar binnen gewerkt, kop koffie erachteraan.

“Wat een ZOOI is het hier in de kamer!! En daar moeten straks nog alle aanwinsten van kerst bij?? Past voor geen meter. Opruimen die zooi, anders donder ik alles in de kliko”. Letterlijk dus. Ja klopt. Ik moet weer ongesteld worden. Maar dan nog.

De kinderen jammeren: “we willen wel opruimen, maar alles is vol!!” Tjeeeee. Luxeprobleem. Geen probleem.
“OK, bij deze gaan we slaapkamers opruimen. daar is plek zat alleen zit die plek nog volgestampt met babyprut en ouwe meuk”. En stof. Maar da’s mijn pakkie an.

Van half 11 tot half 2 ploegendienst. Ik hielp solidarisch mee met de stofzuiger (en zoog alles op wat ik en passant nog weg kan krijgen).  3 dozen vol pruttel (ik mag ’t geen pruttel noemen van zoon, maar het blijft pruttel) uitgemest. 1 doos daarvan gaat naar zolder (Zoon riep heel verbouwereerd: “Maar dát wil ik nog houden voor mijn kinderen hoor!!!” OK. dat is een goed argument).  De rest naar het Altstofsammelzentrum (ehhh, een ánder ASZ dan waar ik laatst was, ja. De frequente lezer weet wat ik bedoel).  Kleren uitgemest. Bérgen stof op doen waaien. Nog grotere bergen stof in de daarvoor bestemde zuiger weten te krijgen. De kinderkamers zagen er weer tiptop uit (en dat duurt vást nog minstens tot morgen. *verheug!!*).

Daarna ben ik gecrasht. Met kippensoep op de bank en weer naar bed. Eigenlijk had ik vanavond uitgemoeten. Naar de film en stappen met een hele hoop buren (de buurt is onze vriendenkring, even ter verduidelijking. Erg aangenaam trouwens).  Daar ben ik normaalgesproken gelijk (metéén) voor te porren. Gezellig. Leuk. Altijd zin in. Maar vandaag niet… Ik voelde me kloten. Om ’t maar even duidelijk te zeggen.

Dus situatie nu: Man is stappen met de buren. Ik heb de kinderen in hun schone kamertjes in hun schone bedjes gevleid. En zit nu met een (tweede) glaasje wijn en een klein zakje peperchips een DVD te kijken. Remember Me met o.a. Robert Pattinson en Pierce Brosnan. Twee mannen die ik absoluut weet te waarderen. Robert nog ’t meest, moet ik toegeven. En daarna ga ik weer crashen in da bed.

Komt goed. Ooit. Ergens zal ik ook dit virus de kop in weten te douwen. Tot die tijd hou ik het wel vol met wijn en Robert. En SocMed. Social Medicine 😉

C ya. soon.

(PS: deze keer post ik mijn blog zonder nalezen. Gewoon zo. In 1 flow neergetypt, niet meer teruglezen. Hopsakee. Gaan met die banaan. Please excuse any mistakes).

Ook goeiemorgen

Even goedemorgen wensen.

Een fijn iets.
Zoiets kleins maar je begint de dag er toch maar mooi mee.

Goeiemorgen!
Moggûh!
Morning!
Guten Morgen!
Morge!
Gmoggels!

Zoveel mogelijkheden om ’t te zeggen.
Goed begin, half werk.

 

GOEIEMORGEN!

 

Rise and shine…

 

SocMed

‘t-Is en blijft een raar iets. Die social media. Ik besteed er zelf relatief veel tijd aan.  Ik wil het in geen geval “tijd verspillen” noemen, want dat is het in mijn ogen niet. De tijd die ik er mee doorbreng, is waardevol voor mij. Mijn wereld is er zoveel groter door geworden. Ja gróter. Niet kleiner. Zoveel rijker ook. Zoveel mensen die ik echt enorm waardeer. Mensen die ik inmiddels al in het echt heb leren kennen en die ik in mijn hart heb gesloten. Mensen die ik al van vroeger kende, uit het zicht verdwenen en die ik decennia later weer terug heb gevonden. Alleen daarvoor ben ik al zó ontzettend dankbaar. Mensen die ik nog niet eens in real life heb ontmoet maar waar ik al lange, intensieve, fijne gesprekken mee heb mogen voeren en die ik heel graag eens zou ontmoeten. En mensen die mijn onnederlandse leven hier weer zoveel nederlandser maken. Mensen. Fijne mensen.

Heerlijk, al die gesprekken over al die verschillende onderwerpen en thematiek
Heerlijk, al die zo grondverschillende, mooie personen met allemaal hun eigen input en mening
Zo fijn om al die lieve mensen die fysiek zo ver weg zijn, toch  zó dichtbij te hebben
Heerlijk, zoveel meer kleur in die grijze dagelijkse sleur
Heerlijk, gewoon om knuffels vragen en ze ook kríjgen als je ze nodig hebt
Zo fijn om dat saamhorigheidsgevoel op bepaalde momenten zo goed te kunnen voelen
Heerlijk, dat soms intens blije gevoel dat ik ervan krijg
Heerlijk, die mogelijkheid om tenminste je geschreven nederlands toch nog een beetje bij te houden
Zo fijn om die paar rotte eieren met één click compleet uit je blikveld te kunnen bannen

En als ik dat heerlijke en fijne eens even niet zo erg voel, klap ik gewoon m’n laptop dicht en ga wat anders doen. Ik ben momenteel wel even duidelijk minder aanwezig. Dat komt doordat ik even tijd voor andere dingen nodig heb. Tijd om fysiek eens écht beter te worden, tijd voor en met de kinderen, tijd voor schilderen en muziek, tijd voor het meer dan hoognodige relatie-onderhoud, tijd voor de mijn directe omgeving. Ik noem het niet mijn “real life”. Veel dingen die in virtuele omgeving ontstaan zijn, zijn inmiddels al lang met mijn real life samengesmolten.  Gelukkig is het online-gebeuren geduldig. De social media blijven wel. Ben je er niet, is dat OK. Ben je weer terug, is dat ook helemaal prima. Voor mij is het waardevol. Deze contacten zijn belangrijk voor mij. Een kleine groep mensen zit inmiddels zelfs heel vast verankerd in mijn hart, die wil ik nevernooit meer missen. Ja ik mís ze, dat wel. Maar ze blijven. Speciaal. Onvoorwaardelijk. Je zou ’t bijna groepstherapie noemen 😉

En dan zijn er nog de blogs. De blogs van anderen die ik zo graag lees. Ze staan in mijn blogroll. De blogs die ik ’t liefst állemaal zou lezen omdat ze het stuk voor stuk meer dan waard zijn. Helaas mis ik daarvoor de tijd, maar ik lees echt zoveel mogelijk. Hele blogconversaties vallen er soms zelfs te volgen, fascinerend. Just So You Know (Miss Mar), lieve vriendin vol leven en liefde, een waar dicht- en zangtalent. EnvyLOU (de allerállerALLERliefste Lou van de wereld!!), die zo intens schrijft, zo levendig maar ook zo pijnlijk heen en weer geslingerd. SW-driver (Gert) die zijn gedachten zo goed en zo onvoorwaardelijk onder woorden weet te brengen. April71 (Hella) en Just Me (Heidy), mijn lieve vriendinnen die al hun gevoel in hun mooie blogs stoppen en altijd met je mee huilen en lachen. TrueColors (Spettertje!!), die de prachtigste gedichten schrijft. Van Draeckensteijn, mijn eigen, allesaanvoelende en oh-zo-speciale draak. Goshmir, mijn culinaire rots in de wordpress-branding ;-). Futslung, de teddybeer van de ware woorden. Monvivre (Page8), in wiens woorden ik zóveel herkenning vind. Saskia, zo’n mooi mens met fotografisch talent. Marcel (Mars), de eeuwige strijder. Enzovoort. Enzovoort. Enzovoort. Ik zag zelfs gisteren dat ik één hele belangrijke nog niet eens in m’n blogroll had. Poezenbeest, recht voor z’n raap, m’n meerdanveelsnappende kasteelkater.

Speciale mensen, speciale woorden, speciale blogs.
En mijn blogroll gaat nog veel langer worden, ik weet nu al wie er nog meer bij moet.

Allemaal verrijkingen van mijn leven.
Ben er blij mee.
En schat ’t op waarde.
Dank jullie wel.

Lang leve SocMed.

Toch gelukt

Ineens was-ie er toch. Ondanks de stress van ’t zoeke paard. Ik zat nét even op de WC toen de voordeur openwaaide en binnen 3 seconden ook weer dichtgeknald werd. In de gang lagen een paar pepernoten en een grote jute Sint-zak. En er stond een heel erg groot, lang en dun pak tegen de trapleuning. De kinderen hobbelden verbouwereerd naar de voordeur om te kijken wie er met die deur had geknald. Tegelijkertijd kwam ik helemaal verbaasd van de WC en roep “kijk nou zeg, die Stress-Sint heeft ’t dus  tóch nog gered!!!”

Joepie.

Gelukt.

Nog geen 15 minuten later staan de kinderen met hun Electronic BeyBlade respectievelijk Barbie Disco-met-handtasje in de hand heftig te sjoelen. Barbie danst de sjoelstenen zelfs terug naar ’t stenenplankje, wat een talent. Tussendoor hebben we nog even pannenkoeken gegeten en nu staan ze alweer met die schijfjes te slijveren alsof hun leven ervanaf hangt.

Een sjoelbak is echt een perfect Sinterklaaskado.

Wie wil er nou een Wii, kom op zeg!
Wij worden prof-sjoelers.

Het was leuk. Kort maar krachtig.
Toch nog gelukt, die Sinterklaustria.

I got a feeling

Glühwein: check
Chocolademelk voor de kinderen: check
Gevulde speculaas: check
Notenkaramel: check
Pepernoten: check
Kachel aan: check
Sinterklaasgevoel ingezet: check.

Stom dat die Sint nu ineens die kadootjes vanavond niet meer kan leveren…

*sich in den Arsch beißt*

 

Sinterklaustria

Sinterklaas in Oostenrijk is echt niks. Nulkommanul sfeer. De meeste kinderen weten niet eens wie hij of wat het is. Als je geluk hebt, is er in ’t durrup nog iemand die op smekende bestelling als een echt onmogelijk slecht verkleedde pias bij je thuis wil komen om je kinderen het belang van het allerbraafst zijn nog even in te peperen en een mandarijn en een walnoot in een jute zakje te geven. Op de 6e december welteverstaan. Ze doen hier weliswaar aan kerstavond (de 24e) maar niet aan sinterklaasavond (de 5e dus). Nou is dat geen punt want we vieren het sowieso wanneer het ons uitkomt.

10 jaar lang heb ik getracht om mijn geliefde sinterklaasfeest er ook hier in ’t buitenland in te houden. Toen de kinderen nog klein waren, ging dat prima: ik speelde toneel dat ’t een lust was en zij slikten alles voor zoete koek. Letterlijk. Ik zette ze dagelijks voor het Sinterklaasjournaal waar ze van smulden. Als ik daar nu een poging toe doe, gillen ze meteen beledigd dat ze liever Phineas & Ferb of Cosmo & Wanda willen kijken. We zongen toen nog samen sinterklaasliedjes omdat ze die op die leeftijd nog best konden waarderen. Een week na de intocht in NL mogen ze ook ’n keer hun schoen zetten. Maar zingen voor die schoen? Forget it Mutti, zing zelf maar. En ergens rond de 5e levert die ouweheer dan de kadootjes af en doen we nog even extra sinterklazig. Hoofdzakelijk dus voor mij. Omdat ik ’t zo graag wil. Omdat ik het mis. Nog zoiets voor op mijn dingen-die-ik-mis-lijst.

Vanavond zouden we Sinterklaas vieren. Maar drie van ons vieren zijn ziekjes of ronduit ziek. Ik heb koorts en een brommende kop waarvan letterlijk alle uitgangen verstopt zijn. De kinderen liggen lamlendig vanuit hun dozen TV te kijken. Man en dochter waren vanochtend nog even naar schoonmoeder, toen bedacht niet-meer-gelovige zoon dat Sinterklaas dan toch ook eventueel wel vannacht kon komen zodat we morgenochtend Sinterklaasochtend konden vieren. Ik vond het ’n briljant idee. Superzoon, lijkt duidelijk op z’n moeder. Geen krampachtig vroegavondlijk gewandel in de natte kou (waarbij ik voor ’t de deur uitgaan standaard mijn muts en sjaal vergeet, die nog even snel ga halen – kadootjes en wat strooigoed voor de kachel pleur – en me dan weer bij m’n noodwandelende gezin voeg) en een nacht uitstel in de hoop m’n zieke hoofd weer in ’t gareel te krijgen.

Dus snelsnel op knalrood papier een berichtje geschreven:
“Lieve jullie,
Sint z’n paard is nog steeds zoek
en Sint zit nu in de stress met die
kadootjesrondbrengerij.
Hij gaat ’t waarschijnlijk niet redden
om vanavond de kadootjes bij jullie af te leveren,
maar zetten jullie allemaal je schoen vanavond,
dan ga ik persoonlijk mijn best doen vannacht.
Groetjes,
Sorry-Piet”. 

Opgerold en in het krantenbezorgding onder de brievenbus gestopt. Dochter en man kwamen snel daarna al thuis, zagen dat knalrode papier eruit steken en waren oprecht verrast door ’t bericht. En ik blij met mijn uitstel. Al moet deze Sinterklaas nu wel een gedicht in elkaar flansen om de boel nog even uit te leggen.

Vanavond doen we ‘gewoon gezellig’ met m’n zelfgemaakte gevulde speculaas en pannenkoeken en Glühwein.
Vooral veel Glühwein. Dan zingen we vanzelf sinterklaasliederen.
En morgen vieren we dan Sinterklazarusochtend.

Motherland

Heimwee.
Ooit wel ‘ns last van gehad? Ik wel. Als kind sowieso.
Maar nu dus ook weer.
Heel erg.

Geen heimwee naar m’n eigen huis: daar zit ik op dit moment gewoon in, vlijtig te typen. Nee, ik heb heimwee naar Nederland. Ik ben nu goed 14 jaar weg uit ‘mijn’ land. Ik ben hier – in Oostenrijk dus – ook echt wel helemaal thuis, voel me lekker hier, fijn huis, tof gezin, goede vrienden. Dit IS mijn thuis. Het leven is hier goed, de mensen echt prima, de omgeving prachtig, de wereld nog in orde (de corruptie hier in “klein Italië” even buiten beschouwing gelaten). De kinderen rennen á là Heidi en Peter onze Hütte uit en door de glooiende weilanden naar een vriendje of vriendinnetje dat een paar honderd meter ver weg woont. Plukken appels, noten en kersen direct van de bomen. Hebben een echte boomhut en een lekker zwembad in de tuin. Een grote kartonnen doos om in te eten en te slapen, dat ook. (zie eerdere blog “New Kidz in the Box”). Ja, het leven is hier goed.

En toch heb ik heimwee. Waarnaar dan?? Daar ben ik dus over aan het nadenken. Wát mis ik nou zo aan dat kneuterige, best wel gestoorde en lang niet altijd meer even rechtvaardige en liberale land? Waarom verlang ik soms ineens zo intens terug naar Nederland?

Ik mis…

…mijn familie. Mijn geweldige ouders, mijn lieve grote zus, mijn supernichtjes… Ik zie mijn ouders gelukkig nog relatief vaak omdat ze nog steeds heel mobiel zijn en vaak naar hun eigen oostenrijkse stek gaan. Dan komen ze ook, als ’t ook maar enigszins gaat, hier langs. Maar mijn zus zie ik maar zó zelden dat ’t soms gewoon letterlijk pijn doet…

…m’n vrienden. De paar échte vriendinnen die me, ondanks het uit-het-oog-zijn, gebleven zijn maar ook de hele lieve nieuwe vrienden en vriendinnen die ik dankzij social media heb mogen leren kennen. Mensen van wie ik oprecht hou en die ik zó ontzettend graag vaker zou willen zien, gewoon even langs gaan, bakkie koffie doen, feesten, bijkletsen, knuffelen…

…de ongecompliceerdheid van de mensen, de doe-maar-normaal-mentaliteit, het live-and-let-live-gevoel. Het ongedwongene, het gewoon lekker jezelf mogen zijn zonder dat je er gelijk kritiek op krijgt…

…de diversiteit in het alledaagse leven. Zoveel mensen en kleuren, zoveel geloofsovertuigingen maar ook doodgewoon atheïsme, zoveel vrijheid in je principes en levensstijl. Geen haan die er naar kraait of jij nou gedoopt bent of niet, of jij ’s-avonds nog even met je vriendin in een lachstuip ligt op ’t terras (“ssssst zachtjes!!!”), of jij op zaterdagmiddag om 6 pm nog even je gras wilt maaien (“Wochenendruhe bitte!!”), of je toch echt liever ’s-avonds warm eet i.p.v. ’s-middags, of dat je op zondag lekker níet naar de kerk gaat. Dat je soms nét effe wat anders wilt doen dan die oh-zo brave en gehoorzame meute…

…betere, aangepaste scholing voor mij kinderen – er zou zoveel meer uit mijn twee bloedjes gehaald kunnen worden als ze in Nederland naar school zouden mogen. Nu moeten we het zelf maar doen, dat eruit halen…

…het heerlijke vlakke. Praktisch alles zonder auto kunnen, even snel je ijzeren peerd grijpen om naar de bakker te fietsen. Ver kunnen kijken zónder op ’n berg te moeten gaan staan…

…maar ook de echte peanutsdingen zoals fatsoenlijke hagelslag – liefst XXL – en ander zoet broodbeleg (nee geen pindakaas, blèh), schenkstroop, beschuiten met muisjes, echte hollandsche kaas en stroopwafels, zwarte thee met sinaasappelsmaak en drop, heerlijke chinees-indische maaltijdingredienten etc. Van die vanzelfsprekende dingen die je hier simpelweg niet kunt krijgen. Oh en een Albert-Heijn en een Hema. Die mis ik ook intens. (Lieve Appie en Hema, kunnen jullie alsje-alsje-ALSJEBLIEFT expanderen naar Oostenrijk? Echt, jullie zullen een gat in de markt vullen hier, wat ik je brom!! In ieder geval dat gat dat ik hier gevonden heb).

Maar dat laatste is eigenlijk niet belangrijk. Ik heb genoeg “leveranciers” die voor mij op bestelling alles meenemen wat mijn hartje begeert. En als ik in Nederland ben geweest, zit de auto op de terugweg nokvol met Hollandsche import. Mijn kelder is een nederlands luilekkerland. Het gaat me hoofdzakelijk om al die dingen daarvóór… Als ik eenmaal weer in NL ben, wil ik niet meer weg… niet meer terug naar huis…mijn heerlijke nederlandgevoel niet weer hoeven missen…

Het liedje van Fluitsma en van Tijn uit 1996, over die – destijds – 15 miljoen mensen (Guus Meeuwis zong ’t daarna geloof ik ook nog?) treft mijn gevoel helemaal. Totaal. Dát is wat ik mis. Dát gevoel… Stom hè…
http://www.youtube.com/watch?v=h8b_et-rfyM

Ik weet best wel dat ook in Nederland lang niet alles goed is. Dat het gras daar ook niet groener is.  Dat er heel veel dingen zelfs vét mis zijn. Maar dat zijn niet de dingen die ík mis 😉

Van mijn lieve twittervriendin Krissie kreeg ik een link in reply van een soort moderne versie van “15 miljoen mensen”:
Lange Frans & Baas B – Het land van…
http://www.youtube.com/watch?v=s0MzFyBGnec
Duidelijk minder lyrisch en positief maar nog altijd precies mijn gevoel over Nederland.
En ik mis het zo…

Heimwee dus.
Naar mijn “Motherland”

Motherland
Cradle me
Close my eyes
Lullaby me to sleep
Keep me safe
Lie with me
Stay beside me
Don’t go, don’t you go…
(Nathalie Merchant)

Oh, how I wish…
how I wish I was there…

De wonderbaarlijke genezing

Een wonder is vanochtend geschied.

Bij het opstaan is het weer zover. Als iedere dag. Dochter heeft buikpijn. Vreselijk erge buikpijn. Al wekenlang is het iedere ochtend hetzelfde. Buikpijn. We zijn al 2x bij de kinderarts geweest, die heeft haar onderzocht. We hebben al verschillende dingen uitgesloten qua allergie, een lastige aangelegenheid om dochter van bepaalde etenswaren af te houden (fruit, zuivel, worst/salami, suiker, noten, brood/pasta etc. – is ze allemaal gék op). Pijnstillers hielpen ook niet.

Het interessante was natuurlijk wel, dat zogauw dochter wat leuks deed of televisie keek (afgeleid was), de buikpijn toch ineens stúkken minder erg bleek. Als je dan vroeg “hé lieffie, is de buikpijn nu wat weggegaan?” kromp ze gelijk ineen en vermeldde dat het nu wel even ietsje minder was maar dat het zo wel weer terug zou komen. Lange gesprekken hebben we gevoerd over of er iets mis is op school of thuis, of ze ergens over in zit of dat er iets gebeurd is waar ze buikpijn van zou kunnen hebben. Gesprekken op school over hoe het gaat in de klas. Alles was en is prima, op school heeft ze nergens last van. Ook thuis doen we het volgens mij niet verkeerd, ik besteed veel tijd aan mijn kinderen en ben o.h.a. zelfs bijna altijd thuis als zij thuis zijn (ik ben zelfstandig en werk vanuit huis).  Is er nou écht iets? Is het toch een vorm van nog meer aandacht willen? Is ze op de één of andere manier jaloers (hoe raar ook) op zoon die wel vaak écht ziek is en in de medische mallemolen zit met zijn stoornissen? Heeft ze toch blindedarmontsteking of de ziekte van Crohn of of of…

Ik wist ’t niet meer…

Vanochtend ben ik bij haar in bed gekropen en heb haar rustig verteld, dat we nu zo langzaamaan toch maar haar buikje van binnen moeten gaan laten onderzoeken (en daar is dus niks aan gelogen: dit was wel degelijk het volgende item op ’t program).
“Hoe doen ze dat dan?” kwam gelijk de vraag.
“Dan neemt de dokter een slangetje met piepklein cameraatje eraan, dat gaat dan door je bips naar je darmen en maakt er een mooie film van waarop de dokter dan kan zien wat er daar werkelijk mis is.”
Stilte bij dochter. Ze dacht na. “Doet dat pijn?”
“Nee joh, mama heeft dat al vaker gehad. Dat heet coloscopie en dan krijg je een klein prikje waardoor je er allemaal niks meer van merkt.”
Nog meer stilte.
“Oh.”

“En dan, hoe weten ze dan echt wat er met mijn buik is?”
“Nou  dan komt er nog een bloedonderzoekje bij – daarvoor krijg je dan nog een klein prikje in je arm maar dat doet ook geen pijn hoor – om te kijken of je ergens heel erg allergisch voor bent, en samen met de binnenkantfilm weten we dan hopelijk eindelijk waar die buikpijn vandaan komt.”

Je zag haar diep nadenken.
“Mama, ik geloof dat ik beter ben. Ja, ‘t-is raar maar de buikpijn is wég!! Gek hè. Ik ben voor niets allergisch!”
Ze sprong uit bed en kleedde zich lachend aan.

Nu hoop ik dat ze niet uit angst voor dat onderzoek doet alsof, maar ik ken mijn dochter: als ze écht pijn heeft, kan ze dat niet verbergen. Dan gaat de wereld ten onder en wordt er daadwerkelijk enkel nog gehuild en gekermd. Dan zal haar zo’n onderzoek worst wezen. En ik had ’t haar toch moeten vertellen want ze moet wel weten wat er op haar te wachten staat bij eventuele volgende onderzoeken.

Dochter heeft ineens met veel smaak haar ontbijt opgegeten en is zingend naar school gegaan. Voor het eerst sinds een week of 5 zonder ‘buikpijn’… Wonderbaarlijk.

Ja, een pilletje…

Naar aanleiding van iets wat me vanochtend gezegd werd, moet ik weer ‘ns een blog-ei leggen.  Het is een nogal groot ei, maar ik moet iets kwijt, iets van m’n hart schrijven.

De stelling die mij even en passant medegedeeld werd, was:
“ADHD is geen ziekte, het is gewoon een modeverschijnsel, iets wat heel normaal is en wat er voor de meeste kinderen gewoon bij hoort. Een kind daarvoor medicijnen geven is pure mishandeling. Je geeft je kind gewoon doping om ’t rustig en handelbaar te krijgen.”

Zo. Daar kon ik ’t mee doen. En bedankt.

Zoon (9) heeft ADHD. Hij is weliswaar ook zwaar dyslectisch en heeft een lichte geheugenopslagstoornis, maar daar bestaan helaas geen medicijnen voor. Sinds hij naar de basisschool gaat (en dat is hier vanaf 6 jaar), heeft hij geleden. En wij met hem. Hij leed onder het feit dat hij zich écht niet concentreren kon, door het minste of geringste afgeleid was, motorisch de dingen soms niet helemaal (eigenlijk helemaal niet) onder controle had, dagelijks 2-3 uur aan zijn huiswerk zat omdat hij zijn gedachten er niet bij kon houden, gepest – ja zelfs gemobt – werd doordat klasgenootjes hem “anders” en vooral ook dom en lastig vonden.

Maar zoon is NIET dom. Integendeel, hij heeft een duidelijk bovengemiddeld IQ en is een echte denker. Hij denkt na over veel dingen waarvan andere kinderen op zijn leeftijd het bestaan nog niet eens weten. Hij kan gigantische mooie constructionele wonderen van kapla bouwen en technisch lego voor 16-jarigen in no time en in zijn uppie in elkaar zetten. Hij kan heel goed en creatief tekenen en schilderen. Hij heeft een groot plichtsbesef en is ontzettend lief en hulpvaardig.

Zoon is ook NIET onhandelbaar. Hij is geen typisch duracel-konijntje wat door de kamer stuitert en in ’t rond mept. Maar hij is wel degelijk anders. Extreem snel afgeleid, soms zelfs onaanspreekbaar, bij veel lawaai doet hij de handen over zijn oren om – naar eigen zeggen – zijn hersens voor de complete chaos te beschermen. Een snel overslaande stem bij opwinding of stress. Wapperende armen en benen en erg ‘onhandig’ en slungelig (zomaar ‘ineens’ omvallende glazen, van de stoel afvallen, rare dingen doen…).

Anders dus. In zijn klas lag hij niet in de groep, hij hield zich uiteindelijk zelf geheel afzijdig. Keek van ’n afstandje toe in de pauzes, zover mogelijk weg van het speelgedoe. Geen uitnodigingen voor verjaardagspartijtjes. Gepest en weggeduwd worden, geen speelvriendjes. Úrenlang op één velletje huiswerk staren, úrenlang therapie (ergotherapie, motopedie, logopedie, leertherapie, fysiotherapie, etc. enz.).  Alle mogelijke plantaardige middeltjes en remedies uitgeprobeerd.

Niks hielp.

En toen waren we uitgekakt. Twee jaar lang echt álles geprobeerd. Dik twee jaar lang lijden. Een goed jaar geleden zijn we begonnen met diagnostisering. Sinds augustus hebben we de definitieve diagnose (van het neurologisch instituut van het grootste en beste ziekenhuis in Linz). Aan de dyslectie werd en wordt gewerkt, daarmee moet hij – en moeten ook wij – leren omgaan. Maar aan medicijnen voor ADHD wou ik écht niet… ik heb er zelfs om gehuild. Dát wilde ik niet. Zo bang was ik dat ik een andere zoon kreeg, dat hij een mak lammetje zou worden, dat hij bijverschijnselen zou krijgen, dat zijn hersens er op lange termijn schadelijke gevolgen van zouden kunnen ondervinden.

Het zijn fabeltjes. Zo zwart-op-wit ís het niet. ADHD is misschien geen ‘ziekte’ maar wel degelijk een stoornis. Het transportsysteem waarmee de neurotransmitter (chemische overdrachtsstof) namens dopamine in de synaptische celtussenruimtes gebracht wordt, is verstoord. Het systeem werkt té actief, waardoor er meer dopamine terug in de (presynaptische) cel wordt opgenomen, met als consequentie dat er tussencels te weinig neurotransmitter voor de signaaloverdracht in de hersenen ter beschikking staat. In tegenstelling tot bijv. ‘echte’ ziektes als Parkinson is het dus niet zo dat de productie van dopamine zelf gestoord is maar de regulatie van de hoeveelheid daarvan in de synaptische ruimtes. Die verfoeide medicijnen (met hoofdbestanddeel methylfenidaat) zorgen ervoor, dat er minder dopamine terug in de cellen wordt opgenomen zodat de beschikbare synaptische hoeveelheid van die neurotransmitter zich normaliseert.

Jarenlange onderzoeken hebben inmiddels uitgewezen dat ook genetische factoren een grote rol spelen bij het ontwikkelen van ADHD (net als bij dyslectie overigens…). Met name de genen die uitwerking hebben op het dopaminergene, het serotonergene en noradrenagene systeem zijn duidelijk veranderd bij mensen met ADHD. Hoe meer genen veranderd zijn, des te sterker is de symptomatiek…

Maar goed, na dit beetje neurologische zelfstudie was ik overstag: áls er medicijnen zijn die mijn zoon op dit gebied zouden kunnen helpen, gaan we ze dan toch ook maar uitproberen.

Ritalin is waar standaard mee begonnen wordt maar al heel snel bleek dat dat niet goed werkte. Zoon had wel een hoop bijverschijnselen maar zijn concentratie werd er niet echt beter op. Dus overgestapt op Medikinet. Weliswaar ook methylfenidaat-gebaseerd, maar in een andere samenstelling en met een ander afgiftemechanisme.

Met die ene paarse capsule ’s-ochtends bij het ontbijt merken we inmiddels groot verschil. Zoon kan zich ca. 8 uur lang redelijk goed concentreren. Kan normaal meedoen op school. Kan zichzelf, zijn stem en zijn ledematen duidelijk beter coördineren.  Kan toetsen op school gewoon in de beschikbare tijd maken. Heeft inmiddels vriendjes in zijn eigen klas en speelkameraadjes over de vloer, krijgt verjaardagsuitnodigingen. Wordt niet meer gepest (wat overigens ook sterk met zijn 2 nieuwe, fantastische leraressen te maken heeft). Is gebalanceerder, rustiger, kan zijn opgaven zelf structureren en uitvoeren.

En nee, hij is niet anders geworden. Hij is nog steeds mijn grote lieverd, mijn slimme ventje. Soms wat slapeloos en soms met wat verminderde eetlust (ja toch een paar bijverschijnselen…) maar zóveel gelukkiger, zóveel tevredener met zichzelf, zóveel minder wanhopig.

Dus bij deze: laat iedereen die beweert, dat je je kind mishandelt als je het medicijnen tegen ‘zo’n eigenlijk niet bestaande mode-stoornis als ADHD’ geeft, in mijn buurt alsjeblieft ZIJN/HAAR KOP HOUDEN??? Mag ik dat zo even zeggen? Dank u.