verzinsel

Mijn gedachten
Mijn zorgen
Niets verwachten
Wachten op morgen

Mijn woorden
Hersenlichten
Gedachtenoorden
Emogedichten

Mijn gevoel
Zielespinsel
Nog geen doel….
Puur verzinsel

Hüttenschlapf’n

Seit ziemlich genau 4 Jahren wohne ich nun in Österreich. Davor schon 10 Jahren in Deutschland (und davor auch schon mal in Österreich, aber das ist jetzt nicht wirklich relevant). Und obwohl beide Länder wirklich grundverschieden sind, gibt es auf jeden Fall einen Bereich, wo man sich absolut einig ist: im Innenbereich.

Ob in der Schule, im Büro, bei Freunden oder im eigenen Haus, man zieht sich bei der Eingangstür die Schuhe aus. Jeder. Jede. Immer. Es ist höchst unhöflich, mit den Straßenschuhen einfach ins Haus zu latschen: der Gast schleicht sich auf Socken durch die Gänge, mit etwas Glück gibt’s sogar „Gästeschlapfen“ um die Füßlein warm zu halten, vor allem in Fußbodenheizungsärmeren Räumlichkeiten. In der Schule hat jedes Kind in der Garderobe seine „Patscherl“ in einer Stofftüte in der Garderobe. Kind kommt in die Schule, knallt Schullranzen auf die Bank und rennt zum Sackerl für den schleunigsten Fußbekleidungswechsel allerzeiten. Auch im Büro ist man einfach ein Nichts ohne gescheite Birkenstocks.

Als ich damals (long, long time ago, schätzungsweise ein knappes Vierteljahrhundert) zum ersten Mal ins Haus meiner Schwiegereltern kam (es war  Februar, Winter also. Schnee, Matsch, Dreck…), wusste ich das noch nicht. Hundsnervös, neugierig, mit dem Herzen irgendwo in der Magengegend und mit den Schuhen selbstverständlich noch an, kam die Holländerin in die Stube. Ein leichter Kulturschock rollte durchs Haus. Man starrte auf den Boden, genau dorthin wo ich stand. Eine kleine, schwarzbraune Lacke (für die Deutschen: eine Lache, eine kleine Ansammlung von Flüssigkeit). Zurück in die Garderobe geflüchtet, suchte ich mir ein paar Gästehausschuhe aus dem gutgefüllten Schuhschrank und versuchte, „auf guat Glück“ zum zweiten Mal einen guten ersten Eindruck zu machen…

OK, so schlimm war’s nicht. Aber so langsam lernte ich schon, wie extremst unhöflich es hier ist, mit Straßenschuhen einfach irgendwo hineinzuspazieren. Das komische ist, dass es in Holland genau umgekehrt ist. Dort ist es eben unhöflich, sich woanders auf Anhieb die Schuhe auszuziehen. Praktisch als wäre man zu Hause: man macht es sich erst mal bequem und marschiert auf den Stinkesocken durchs traute Heim. Die Horrorvorstellung schlechthin für den Holländer: der Gast setzt sich auf die Couch und quartiert sich dort mit besockten oder gar mit den bloßen Füßen unter sich gezogen, ein. So was MACHT man nicht. Nur daheim oder bei guten Freunden oder sonst wo, aber grundsätzlich einfach nicht. In den Niederlanden behält man die Schuhe an. Zu allen Zeiten. Nur im Bett nicht (oder doch, manchmal auch…aber dann sonst eben nix). Schuhe haben dort auch einen ganz anderen Stellenwert: man trägt sie eben den ganzen Tag, nicht nur wenn man gerade irgendwo draußen unterwegs ist. Schuhe gehören zum Outfit, sollten bequem, schön und gut für die Füße sein. Man zieht sie eben NICHT aus. Oba dafia zieans di eb’n die Sock’n üba die Ohr’n 😉

Mittlerweile habe ich mich gut adaptiert. Integration heißt das. Ich bin wirklich „voll integriert“. Das Erste was ich mache, wenn ich irgendwo ins Haus (sogar ins eigene Haus) komme: SOFORT die Schuhe ausziehen. Und anschließend knalle ich meine Füße samt Hüttenschlapf’n gemütlich und freimütig auf den Couchtisch 🙂

Boom

Ik wou dat ik was
als een boom…

zo stabiel
zo draagkrachtig
zo mooi
zo standvastig

zo breed vertakt
zo energiek
zo gewaardeerd
zo vol mystiek

zo robuust
zo vrij
zo zinvol
zo wens ik mij…

ach.
dromen mag.

I don’t feel like blogging

I don’t feel like blogging, no sir no blogging today…
Want de buikpijn van eergisteren en gisteren was niet alleen hormoneel maar ook bacterieel. En dus zat ik om kwart voor 9 al in de wachtkamer van de dokter. Wel nadat ik braaf op de dokterswc in een paars (!!!) plastic bekertje met m’n naam heb mogen piesen. Ik ben inmiddels een volleerd en professioneel bekertjesplasser. Met een blaas als de mijne moet je dat ook wel. Die plastuit vond ik ook een prima uitvinding trouwens. Jammer dat dat weer iets typisch nederlands is, die dingen zijn hier niet te krijgen.
Wat een wanhopige, lange zit was dat. Met 11 andere mensen in een redelijk krappe wachtkamer, een diepkeels rochelen rechts van mij, een hoestniezer aan de andere kant, ongeduldig op en neer wippende voeten. Maar wat zal ‘t, ik zit toch de helft van de tijd op de wc i.p.v. in die wachtkamer, dus ik vang ook maar de helft van die rondvliegende ziektekiemen op. Toch? Ja hè? Zeg nou ja…
Na ca. 40 minuten martelgang was ik aan de beurt. Dokter vraagt wat ’t mag wezen. Nou, een onsje antibiotica graag. Mag ’t een tabletje meer zijn? Ach wel ja, doe maar, we zijn vandaag in een gulle bui.
Ik begin me alvast te verontschuldigen over het feit dat er waarschijnlijk niks in m’n plas te zien zal zijn omdat ik inmiddels al 2,5 liter water met azijn en cranberrypoeder gezopen én weer uitgeplast heb voordat ik ook nog wat in dat mooie paarse bekertje mocht doen. De dokter (zo’n échte huisarts van de ouwe stempel met stethoscoop om z’n hals en birkenstocks aan) kijkt op het briefje met de urineuitslagen (die hebben ze nl. gelijk paraat hier, hemels) en roept gelijk “Ach du lieber Schwan, des reicht ja völllllig aus!!!” Oftewel: “ach mijn lieve hemeltje, daar zit ja nog zát pruttel in om er een lekkere bom tegenaan te gooien” [ietwat vrij vertaald]. Ik was gelijk stil.
Met gekruiste benen nog even snel naar de apotheek om gretig dat gerecepteerde pakje ciprofloxazine te halen en dan hard naar huis scheuren. Doorlopen naar de keuken en hup, pil erin. Aaaaaaaaaaahhhhhh… bliss. Niet dat ’t gelijk beter was, maar er zat wat in mij wat ’t binnen afzienbare tijd beter zou kúnnen maken. En dat deed het. Vanmiddag nog compleet knock-out, moe moe moe. Met de armen onder m’n hoofd op de eettafel in slaap gedonderd. Na een paar uur voelde ik al duidelijk verbetering. Na de middag nog wel even met dochter naar dansles gesjeest (zie “Dances with Elephants”), al wachtend supermarktstickerplaatjes voor het supermarktstickeralbum met de andere moeders geruild (was een goeie vangst!), terug naar huis met bezweet kind alwaar ik nog even ons enigszins onverwachte bezoek mocht bewirten (koffie, drankje, jause, gezellig doen). Om half 8 waren ze de deur uit.
 
Nu zit ik met laptop en al in de badkuip (jaja, ik doe voorzichtig). En ik had eigenlijk helemaal geen zin om te bloggen. Maar zie hier…
 
Apparently, I did feel like blogging after all.


But I still don’t feel like dancing…

Wijsheid

Het leven lichtjes dragen en zwaar genieten is toch het summum aller wijsheden…

(Wilhelm von Humboldt)

Wilde Haren!!

Jullie zouden ‘t waarschijnlijk niet meteen van me denken, maar ik ben vroeger op haargebied redelijk wild geweest. Woeste wilde haren had ik. Dat begon zo rond mijn 14e. ’t Schuchtere, lelijke eendje-met-beugelbekkie kroop uit haar ei. Volop in de pubertijd moest er duidelijk iets gebeuren aan de status quo, want die deugde per direct voor geen meter meer. U2, The Simple Minds en The Cure kwamen in da house (en Falco ook, maar da’s een ander verhaal), zwarte kleren, zwartbruine oogmake-up, maar vooral: bloempotkapsel adee!!
Eén van de belangrijkste stappen in mijn leven, that big hair decision. Maar ook één van de bewerkelijksten. Vanaf nu was ’t elke dag minstens 48 minuten eerder opstaan. Het arme haar moest eerst ontward worden van de vorige dag (pijnlijk gebeuren). Dan wat groene zeep met water vermengen en erdoor wrijven, droogföhnen en vervolgens nog een handpalm vol powerwax erin. En dan begon de echte mishandelprocedure: Het Touperen.
Als de boel duidelijk á là Tina Turner overeind stond moest ’t vastgespoten worden met de meest ultrastronge, orkaanbestendige haarlak die je in de kappersspeciaalzaak kon vinden. ‘t- moest namelijk minstens tot na de middag resp. schooleinde blijven staan… Ik vrees dat ik met die ca. anderhalve bus lak per week een respectabele bijdrage heb geleverd aan ’t gat in de ozonlaag… Sorry for that.
En dan waren er de kleine haarrampen als schoolgym (vooral niet te hard meerennen, die wind door en zweet in je haar waren echt funest en je móest aansluitend ook nog douchen, vreselijk…) of nog erger: regen. Een flinke regenbui zonder paraplu maakte mijn hoofd tot één schuimende massa… Een verzopen kat was er niks bij. En ’t prikte nog in de ogen ook. Het rondspringen op U2 in de disco moest overigens ook tot een maximaal minimum beperkt worden, anders hield het kapsel het niet tot aan de discobus naar huis…
Maar al gauw waren de Tina-stekels niet voldoende meer: de ‘bakkebaarden’ werden opgeschoren en de kapper maakte daar met de tondeuse mooie streepjes of driehoekjes in. Creatiever resp. kundiger was ze helaas niet (doodshoofden waren best leuk geweest…). Hier en daar een pluk zwart of juist witblond, of nog mooier: rood. En natuurlijk de grootst mogelijke slangenoorbellen in de oren. Práchtig zag ik eruit. Mijn ouders waren gelukkig zeer liberaal: ze vonden het allemaal best. “Als jij ’t mooi vindt, lieverd, moet je dat fijn zo doen”. En ook: “ach, ‘t-is weer ‘ns wat anders, en ’t gaat vast vanzelf weer over”. Klopt. Het ging over. Al redelijk snel maakten de tina-stekels plaats voor een permanent. Zelfgedaan welteverstaan. Krullers erin, spulleke erop, de tijd vergeten, boven de badkuip hangend weer uitspoelen, krullers eruit. Geboren was de Loupoedel. Kroeskrulletjes, die vervolgens ook weer getoupeerd werden. Volgens de bezorgde kapster zou ik op mijn 25e sowieso geen haar meer hebben met alle haarmishandeling die ik al gepleegd had (en ze had ’t mis, há!!).
Helaas, helaas heb ik de meeste foto’s uit die tijd successief weten te vernietigen. Of ik zorgde dat ik er nét niet opstond of liet ze, bij onsuccesvol er niet op komen te staan, zo snel mogelijk verdonkeremanen. Toen was ’t een ramp, een foto van mij. Nu nog trouwens 🙂 Maar nu zie ik het als een groot verlies dat ik ze niet meer heb… Een paar indrukken kan ik nog geven, al zijn deze sterk “gematigd” (lees: het haar extreem genettificeerd en gebraveerd voor die rottige foto die toch gemaakt moest worden…). 

Call me Kim…

Met een jaar of 17 was ’t allemaal voorbij. De wilde haren werden toch nog tam. Ze willen nu nog wel ‘ns van kleur veranderen (vlasblond, donkerbruin, oranje, rood, mahonie…) maar met bijna 40 jaren blijkt het rood het bestendigst. Net als mijn mama 😉

toch nooit volwassen…

Volwassen worden is afscheid nemen van steeds meer vormen van jezelf die je ooit had kunnen zijn en de beperkingen aanvaarden van de persoon die je merkt te zijn geworden…

(uit: “Een tafel vol vlinders” – Tim Krabbé)

Insecurious

Onzekerheid. Wat een róttig concept is dat. Waarom is een mens onzeker. Waarom ben ík onzeker. En waaróver ben ik dan onzeker…

Onzeker kun je over vanalles zijn. Over je uiterlijk of je kunnen, over wat je wilt zeggen of je werkprestaties, over je liefde voor iemand of de liefde van iemand voor jou, over of je wel leuk genoeg bent, over of je het allemaal wel goed doet zoals je het doet etcetera etcetera. En het enige leuke van onzekerheid is, dat het redelijk goed te verbergen is.
Onzekerheid is echter niets aangeborens. Er is geen gen voor onzekerheid (of voor de mate ervan) en dat betekent dat dit rottige iets er in de loop van tijd ingeslopen is door allerlei ervaringen. Het is “aangeleerd”. Al die vroegere ervaringen hebben je aan ’t slingeren gebracht en nou kun je de balans niet meer vinden. Het vertrouwen in jezelf is langzaamaan gedecimeerd…
Voorbeeld: als 5-jarige kom je met je mama bij de schoolarts. “Sorry mevrouw, maar ’t kind is echt te dik!”. Het kind staat erbij te koekeloeren en leert juste en moment wat schaamte is… SNIF…
Voorbeeld: de softball-teams tijdens de gymles worden “gekozen”. 2 pitchers worden aangewezen, mogen hun teams uit de rest van de klas kiezen. Éigenlijk kun je best goed softballen. Toch word je als allerallerállerlaatste gekozen… AUW….
Voorbeeld: jeugdliefde. Ho-pe-loos verliefd. Dagen-, wékenlang die persoon beloeren, aanstaren, oogcontact maken. En dan ooit de moed bij elkaar rapen om te bellen. Hoorn in de hand (‘t-is vroeger hè, telefoons mét een hoorn enzo), met bonkend hart het nummer intoetsen, opleggen omdat je hart inmiddels je huig blokkeert en je sowieso geen woord meer over je schuurpapierlippen krijgt. Diep doorademen. Weer intoetsen. Misselijk van de zenuwen. Hij neemt op (gelukkig, hijzelf, geen ouders of broers o.i.d.). Je stamelt. “Kunnen we elkaar een keertje zien? Vanavond op ’t schoolplein ofzo?” Yesss! Date. Zoenen. Zevende hemel. En dan zomaar ineens. WAMMMMOOO…. Wil-ie niet meer. Afgelopen. Waarom? Geen idee. Maar je wereld is ineens met een rotklap geimplodeerd. ZUIG. Fluppp. Een dubbeltje zo plat. En je hart ook…
Voorbeeld: Een minimaal 30 minuten durende duitse spreekbeurt. Minitieus voorbereid. Over de russische machthebbers en de perestrojka. Eng, voor 45 medestudenten. Je praat. Alles gaat goed. Denk je. Direkt na de spreekbeurt de beoordeling. “Best aardig, veel data [m.a.w.: oninteressant] Maar je praat echt véél teveel met een Oostenrijks accent. We willen hoogduits horen, Mädel. Sorry…” BOINKKK…
Voorbeeld: Net begonnen met je werk. In ’t diepe gegooid. Jouw project: presentaties houden over een technisch onderwerp (xDSL), waar je weliswaar wel íets vanaf weet maar nog lang niet genoeg. Je graaft je in, leert alles. Komt de zaal binnen. 200 mannen. Geen énkele vrouw. Ze grijnzen je allemaal aan en je hoort ze denken “wat moet dát mutske ons gaan vertellen…” Je moet op en zou ’t liefst compleet in de bodem verzinken. Je stelt je voor en je stem bibbert. En iedereen hoort het. Je ratelt je referaat (in het duits mét Oostenrijks accent, ook dat nog) af. Klaar. En niemand doet iets… geen kloppen op de tafels, geen klappen, niet eens goedkeurend geroezemoes. Niks. Wáár oh waar is dat heerlijke drijfzand om ter plekke in te verzinken… Je redt de situatie door te vragen of er nog vragen zijn.  Natúúrlijk zijn die er! Testen willen ze. Wat weet ze echt. De vragen kun je beantwoorden, thankheavensgodsandsaintsalltogether. En uiteindelijk komt de waardering dan toch nog. PFIEWWW….
Zulke dingen vormen. Maar eigenlijk begint onzekerheid al vroeg. Geen mens gaat zomaar ineens vanzelf aan zichzelf twijfelen. De invloed van anderen en je eigen geloof in wat waar is van wat anderen zeggen, zorgen voor die eerste twijfels, vaak al heel jong… En op een gegeven moment is het verweven met je hele denken en doen, het is een onderdeel van je leven geworden.
Het lullige is, dat ik van nature (ja, van nature 🙂) ook een heel nieuwsgierig persoon ben. En nieuwsgierigheid en onzekerheid gaan nu eenmaal niet zo goed samen. Wint de nieuwsgierigheid, doe je dingen waarvan ’t resultaat wel eens sterk bij kan dragen aan een vergroting van je onzekerheid.
Dat is me weer eens overkomen. En dat gaat me steeds weer overkomen. Daarom ben ik ’t zat onzeker te zijn. Ik ben goed genoeg. Nee fout. Ik ben goed. Punt.
I want to know if I’m something to you
Hey, I know I’m not your type
I may come on just a little too strong
But I guess that’s ‘cause I’m shy

I want to know if I’m seeing something
Or just looking starry eyed
I got to know do you really, really want me
I know what’s on your mind

You say I’m insecure
I say I’m just curious
I guess I’m insecurious
How can I trust in my intuition
I don’t hear what you need to say
I got to know is this feeling fact or fiction
Take these doubts away

You say I’m insecure
I say I’m just curious
I guess I’m insecurious

(Cyndi Lauper)                                     
Well, today is the start of the “securious” me.
#KLABAMMMM!!!

Grenzen

Es gibt keine Grenzen. Weder für Gedanken, noch für Gefühle. Es ist die Angst, die immer die Grenzen setzt…

Er zijn geen grenzen. Noch voor gedachtes, noch voor gevoelens. Het is de angst, die steeds weer de grenzen stelt…

(Ingmar Bergman)

Ik geloof …

 
 …. dat ik er toch even op terug moet komen. Op dat geloof. Ik heb ervaren dat mijn uitlatingen over een mogelijke god voor sommigen toch enigszins pijnlijk zouden kunnen zijn. Daarom wil ik ’t er toch nog heel even over hebben.
 
Ik geloof duidelijk niet. Helemaal niet. Erger nog: ik zie de meeste vormen van religie zelfs als iets bedreigends, iets irrealistisch, als iets dat de mens zich toegelegd heeft om dingen te verklaren die eigenlijk geen verklaring nodig hebben omdat ze gewoon zijn zoals ze zijn en om acties te ondernemen die eigenlijk niet uitgevoerd zouden mogen worden. Al het extremisme en fundamentalisme dat eruit voort komt, is sowieso meer dan beangstigend. De dingen die in naam van religie gedaan worden en de oorlogen die erom gevoerd worden, zijn schrikbarend. De schijnheiligheid en hypocrisie van machtsbeluste, oerconservatieve ouwe kerksmannen is stuitend. Het kuddegedrag van hordes zich niets afvragende, niet nadenkende maar gewoon meelopende mensen is in mijn ogen pathetisch. Het liefst boom ik er dus dwars tegenin (en dat doe ik dan ook bij gelegenheid).
 
MAAR. En ja, er is een maar. Er zijn heel veel mensen, lieve, goede, mooie, weldenkende, meelevende, gevende mensen die toch ook echt in (een) god geloven en een hoge mate van spiritualiteit (be)leven. Er zijn zelfs zulke mensen, die niet enkel geloven, maar voor hun gevoel gewoon wéten dat die god of die ‘hogere macht’ er is. En er zijn óók zelfs mensen die juist doordát ze in hun god geloven, nog meer goede dingen kunnen, willen en zijn gaan doen. Dat is heel respectabel. Dat is zelfs iets heel erg moois.
 
Ik ken zulke mensen. Vele zelfs. En daar moet ik eigenlijk heel blij mee zijn. Wie ben ik dan om ze voor ’t hoofd te stoten met lullige grapjes of cynisch geformuleerde visies. Ik ben weliswaar vrij om m’n mening te uiten, om dingen te posten die ik zelf grappig vind of waar ik achter zou kunnen staan. Maar als ik daarmee mensen om me heen, die – voor mij onbegrijpelijkerwijs maar toch – een andere visie hebben, duidelijk kwets, zou ik daar rekening mee kunnen houden. En dat wil ik eigenlijk ook wel. ’t Leven-en-laten-leven-principe. Zolang niemand mij probeert wijs te maken, dat er een god is of zegt dat ik bepaalde dingen moet geloven of doen omdat “het altijd al zo was, zo hoort en zo is”, zal ik ook niemand proberen bij te brengen dat er god en religie iets irrealistisch is. En ik zal er niet spottend over doen. Het is niet aan mij (en aan niemand) om anderen uit te lachen of te veroordelen om wat ze wel of niet geloven… Het laatste wat ik wil, is mensen kwetsen door ondoordachte uitspraken of postings.
 
Als men ‘god’ definieert als alle liefde, de kracht van de saamhorigheid en al het medeleven tussen de mensen, dan ben ik volledig van de partij. Dáár geloof ik namelijk wél in. Met heel mijn hart.

 

"Dances With Elephants"

Dochterlief (net 6) lijkt heel erg op mij. Qua figuur dan. OK, qua koppigheid, dwarsheid en eigenzinnigheid ook. Goed, goed…. qua luiheid en bankhanggedrag ook. Laten we het erop houden dat ze graag alles eet wat niet goed voor een mens is, dat ze gek is op laptoppen, nintendo-en en TV-kijken en dat ze ook niet bepaald de slankste in haar leeftijdscategorie is. Nu al niet. En welke sport ik ook aandraag, madame vindt ’t allemaal stom en voor babies. Ik sleep haar op maandag noodgedwongen mee naar de voetbaltraining die ik zelf wekelijks aan de F-jes van de lokale voetbalclub geef, maar meestal zit ze na hooguit 8 minuten al langs de lijn te mokken. Tennis? Iehh nee, daar krijg je het warm van. Zwemmen? Ja hartstikke leuk. Op de glijbaan in het zwemparadijs maar verder, thanks but no thanks. Fietsen vindt ze best leuk, zo hier op de oprit. Tegen een berg op fietsen (en die dingen hebben we hier nu eenmaal, ‘t-is niet anders) levert met redelijk grote zekerheid een huilbui en een woedend in de sloot gesodemieterde fiets op. Judo is voor jongens, schoolgym is sowieso voor sulletjes. Over ballet hoeven we denk ik niet te praten.

Maar ’t kind moet iets actiefs doen. Niet dat ze dat wil, maar ze moet. Dus heb ik haar uiteindelijk aan haar lieftallige oortjes meegesleept naar Street Dance voor 6-/7-jarigen. Straatdansen dus. Maar dan in een dansstudio. Pure Coolness for her Highness. Spiegelwanden rondom, dat zou een ijdeltuit als zij toch geweldig moeten vinden. Lekkere harde popmuziek ook (momenteel zijn “So What” van Pink en “Do you mind” van Robbie Williams favoriet. Lady Gaga sowieso).

Het eerste uur was een “Schnupper”-uur. Schnuppern betekent “snuffelen” – ze mochten de boel dus besnuffelen. En goedvinden ook gelijk, alstublieft. Het eerste lukte aardig, het tweede viel duidelijk te betwijfelen. Dochter wou wel toekijken maar meehopsen, no f***ng way. “Mama, ich finde das Scheiße”. “Lieverd, dat heet kak. Dat verstaan ze hier tenminste niet” (oh verrek. toch wel…). Ondanks bemoedigende duwtjes van mij in de richting van ’t enthousiast rondstampende konijnenvolk bleef ze tegen de achterste spiegelwand aangeplakt.

En wat doe je dan, als wanhopige, alles voor je kroost doende moeder? Juist. Je doet mee. Mijn door dochter naar het noorden uitgerukte linkerarm en mijn nog naar het zuiden slippende en aansluitend ontwrichte rechterknie ten spijt. Maar ik zal haar tenminste één keer aan dat straathopsen laten snuffelen voordat ze uit volle borst kan gillen dat ze er geen bal aan vindt. Als je niet proeft, kun je ook niet zeggen dat je het niet lust. Toch?

Ik doe mee. Breed lachend en enthousiast breakdancend laat ik dochter zien hoe geweldig dit is. Mijn linkerarm kan helaas niet meedoen want daar hangt dochter stokstijf aan. Mensch, wat is dit leuk. Not. Ik voel me als een bizon in een mierenhoop. Maar ik voel nog iets. Mijn linkerarm beweegt heel zachtjes enigszins ritmisch mee. Dochter hopst een beetje. Dochter doet een stap naar links en weer terug. Kijkt naar de danslerares (een ontzettend leuke, vlotte, jonge meid – die voelt zich vast meer een ranke gazelle tussen die kudde koddige babyolifantjes en die ene bizon…), doet een poging tot imitatie. Ik zie de mondhoekjes iets omhoog glippen. Ik zie de oogjes volgen. Heel voorzichtig doet ze een poging tot meedoen.

 Ze doet ‘t! Ze danst. En tergend langzaam maar zeker lijkt ze er zelfs lol in te krijgen. Ik mag nog niet loslaten, helaas. Mijn nieuwe indianennaam staat in ieder geval al vast: “Dances with Elephants” (of “Jumping Bison” – zou ook goed passen). Maar ‘t-is gelukt. Mijn babyolifantje danst. En ze vindt ’t nog leuk ook.

En dat was 4 weken geleden. Vandaag was er weer streetdance-les. Op de vrijdagochtend vraagt ze al, wanneer het nu ein-de-lijk weer donderdag is. Ze danst. Niet eens echt slecht. Een bezweet koppie, grijnzend van oor tot oor. “Es war suuuuuuper, Mama!!!” gilt ze als ze de spiegelzaal weer uit komt stampen op haar ballerinaschoentjes. Goud waard. En ik ga nu toch maar een goeie kliniek zoeken voor een rechterknieprothese…

Bukken!!

Hij was nooit gelukkig
Hij was nooit eens blij
Hij reikte te hoog
Hij kon er niet bij…


Toen hij niet meer reikte
maar bukte,
tóen zag hij opeens
dat het lukte.

(Toon Hermans)

De druppel

’t leven is niet eerlijk maar niemand had beloofd dat het dat zou zijn. Kan het leven überhaupt iets zijn? eerlijk? oneerlijk? goed? slecht? mooi? rot? saai? intens? Het leven is dat wat ’t is: gewoon leven. En als het dat niet meer is, is het dood.

Wat een mens met zijn leven doet is nogal persoonlijk, lijkt me. Wat een mens tijdens zijn levensdagen te verduren krijgt, is grotendeels toeval en vette pech. Toeval bestaat wél en de vraag naar het waarom is sowieso zinloos. Je krijgt er toch nooit een antwoord op. Dat is ook de reden waarom de mensheid zich een god (of liever gezegd, vele goden) geschapen heeft: zogauw de vraag waarom niet meer beantwoord kan worden, kan men dan zeggen “god mag ’t weten” of “het zal wel gods bedoeling geweest zijn, hij zal wel weten wat-ie doet”. Mocht-ie daadwerkelijk bestaan (even heel theoretisch hè), heb ik daar de grootste twijfels over. Als hij de mens heeft geschapen naar zijn evenbeeld, dan is hij zelf blijkbaar ook een grillig, emotioneel, veel fouten makend, hardvochtig en soms zelfs gruwelijk en onfair schepsel. Heeft de mensheid zijn god naar zijn evenbeeld gecreëerd, kun je die god sowieso in de vuilnisbak stampen. Foutje, bedankt…

Goed, het ‘waarom’ kunnen we dus afhaken: onbeantwoordbaar. Waarom ben ik zoals ik ben? Waarom kregen mijn papa en een lieve vriendin zomaar ineens kanker? Waarom moet mijn moeder zo ontzettend veel pijn lijden? Waarom zijn er mensen die zo ziek in hun hoofd zijn dat ze kleine kinderen misbruiken en mishandelen? Waarom konden mijn lieve vrienden elkaar nou ineens niet meer liefhebben? Waarom kwam die onderzeese aardbeving mét tsunami mét kernramp? Waarom sterven er twee mooie mensen zinloos in een tunnel? Waarom hebben de mensen in Afrika niks te eten en/of te drinken terwijl wij hier met zijn allen aan het vervetten zijn en niet eens een vaag idee hebben van de gigantische hoeveelheden goed eten die we ongebruikt in de prullenbak mieteren? Waarom zijn er gruwelijke dictatoren die hun eigen volk uitmoorden voor geld en macht? Waarom heeft mijn zoon ADHD en is hij zwaar dyslectisch? Waarom wordt hij gepest op school? Waarom heeft mijn dochter een hartafwijking? Waarom? Waarom? Waarom? Niemand die er antwoord geeft hoor. Het is gewoon zo. Dat is het leven. Niet fair, niet mooi, niet rot of gemeen, niet leuk of slecht. Gewoon leven…

Het probleem is de machteloosheid. De acceptatie van datgene wat je overkomt en wat je mee schijnt moeten maken. Voor mij is dat een probleem. Ik kan niet omgaan met machteloosheid. Het niets kunnen doen, het niet eens die druppel op de gloeiende plaat mogen zijn… Ik heb ’t getroffen. ik ben aan deze kant van de wereld geboren, heb 2 lieve, redelijk gezonde kinderen mogen krijgen, geen grote liefdesproblemen (integendeel), geen financiële moeilijkheden, geweldig lieve ouders en grote zus, fijne familie én genoeg te eten (meer dan me lief is). Waarom heb ik zoveel geluk waar anderen om me heen zoveel moeten lijden? Problemen zijn altijd relatief. Ik heb best een hoop “op mijn bord”. Maar als ik kijk naar wat anderen door moeten maken, is dat bordje pruttel van mij gewoon peanuts. Dat mag oneerlijk lijken maar in principe kan ik daar niks aan doen. Ik ben machteloos in dat opzicht. Een ieder moet (met) de problemen leven die op zijn/haar weg komen, dat kan geen ander mens voor diegene doen. Coping and accepting, handling and learning. And never too old to learn something stupid 😉

Aan die acceptatie, daar werk ik momenteel aan. Accepteren dat ik heel veel dingen niet gedaan heb en ook nooit meer zal doen in mijn leven. Accepteren dat ik in veel opzichten heel veel geluk heb gehad waar anderen zoveel pech hebben. Accepteren dat ik meestal écht niks kan doen of betekenen voor mensen om me heen die zoveel pech, pijn en verdriet hebben. Maar ook accepteren dat niet iedereen mij een prettig, lief, leuk of bijzonder mens vindt. De dingen vallen langzaam op hun plek, maar soms vallen ze er toch ook nog steeds een gigantisch stuk naast…

Ik doe wat ik kan.  Ik schat de goede en mooie mensen en dingen op hun waarde. En dan moet ’t maar goed wezen. Opdat ik toch maar ergens ooit voor iemand die druppel mag zijn.

vandaag had anders moeten zijn

Vandaag had anders moeten zijn
en gisteren het verleden.
De toekomst is nooit simpel
wijn gedronken onversneden.


De lange nachten hadden niet
vol angsten mogen komen
’t verlangen blijft naar glans en lach
en ingevulde dromen….


Haast altijd is er in ’t bestaan
behalve dood en leven
veel meer dan komen en dan gaan
een doel om na te streven.


Wie geeft de mens een beker zon
een maan in donkere nachten
een regenboog aan de horizon
en sterrenglans in grachten


Vandaag had anders moeten zijn
En gisteren het verleden
Gedachten, daden, adem in uit
de toekomst ís het heden…

Aber… Die Seele hätte keinen Regenbogen
Wenn die Augen nicht weinen könnten…

Gedachten

In een boek van Tim Krabbé (“Een tafel vol vlinders”) las ik een mooi stukje over gedachten.

“Zolang ze maar in je hoofd zitten, zijn gedachten ongevaarlijk. Je kunt denken, dat je ze nooit hebt gehad. Maar als je ze opschrijft, kunnen ze niet meer weg. Als weggewaaide papiertjes waar je je voet op hebt gezet. Toch schrijf ik ze op. Dan kunnen ze zien dat ik niet bang voor ze ben.”

Zo werkt dat.

Opstaan

Opstaan is een ritueel. Elke doordeweekse dag hetzelfde. Kwart over zes gaat héél zacht de radiowekker aan. Bij de “klik” in die milliseconde voordat de radio aangaat, ben ik al wakker. Ram op de snoozeknop. Die doet ’t goed. 9 minuten later gaat-ie weer maar ik spring in de tussentijd toch al uit bed, die 2e wek-na-snooze is voor de andere persoon in ’t bed die nog ligt te ronken (en vannacht heftigst gesnurkt heeft waardoor ik tegen een uur of half 4 toch maar bij dochterlief in bed gekropen ben). WC, douche, kinderen wekken (veruit het leukste deel van de ochtend, heerlijk die slaperige, kleine, warme armpjes die zich om je nek slingeren en je het bed in sleuren). De rest is minder leuk en ook duidelijk minder interessant (kinderen in iets van kleren zien te krijgen en 15 minuten chaosontbijt zijn nu eenmaal niet geweldig om te beschrijven). Om 10 over 7 rennen de kinderen de deur uit naar de schoolbus (jaja, die Oostenrijkers beginnen vroeg hè, raar volk).

En dan sta ík op…

Onzichtbaar…

Een zucht
is onzichtbaar
net als de wind
als de dag begint.
Onzichtbaar zijn de dingen
die ik kwijt ben
die ik nooit meer vind
maar
met mijn ogen dicht
zie ik alles….

(eigen hersenspinsel)

Eleanor Roosevelt was een wijze vrouw

~~~~
Learn from the mistakes of others
You can’t live long enough to make them all yourself…
~~~~
Great minds discuss ideas.
Average minds discuss events
Small minds discuss people
~~~~
Many people will walk in and out of your life
But only true friends will leave footprints in your heart
~~~~
To handle yourself, use your head
To handle others, use your heart
~~~~
Anger is only one letter short of danger….
~~~~
Beautiful young people are accidents of nature
Beautiful old people are works of art
~~~~
Citaten van Eleanor Roosevelt. Een greintje van haar wijsheid zou me goed doen…

Boekje open

Ooit wel eens het gevoel gehad dat je een boek moest schrijven? Ik wel. Op m’n 16e verkondigde ik al uitbundig, dat een beetje mens in ieder geval voor z’n dertigste een behoorlijk schrijfwerk afgeleverd moet hebben om niet op zijn eenendertigste het onbehaaglijke gevoel te krijgen, dat het leven zomaar voorbijgaat zonder iets bereikt te hebben… Oh well, te laat. Laten we van die 30 een 40 maken. Prut. Nog steeds te laat.  Het wordt niet meer wat met mij en dat boek…
Bij het schrijven van een boek duikt er sowieso een principiele kwestie op: waar schrijft iemand, die niet bepaald opzienbarend dramatische belevenissen heeft gehad of wereldopschuddende prestaties heeft geleverd, nu over? Ik wil toch eigenlijk geen monoloog schrijven, dat alleen voor mijn eigen zieleheil en ogen bedoeld is, en waar verder nulkommageen externe interesse voor is. Dan kan ik net zo goed een dagboek schrijven, met een vet slot erop, waar ik dan alle beslommeringen, dagelijkse akkevietjes en (virtuele) uitspattingen uitvoerig met mezelf bespreek en me aansluitend fantastisch goed kan voelen over die gezonde geest in het wat minder gezonde lichaam. Zo’n boekje heb ik al. Mijn offline-blogboek.
Is het dan daadwerkelijk tijd voor externalisme? Voor een epistel voor de hele wereld? Of noemt men dat verbaal exhibitionisme? En wat interesseert die hele wereld dan? Da’s makkelijk: ik hoef alleen maar de hedendaagse TV-programma’s te analyseren en te concluderen, dat de hele wereld geinteresseerd is in de rest van de hele wereld. Het liefst zo banaal mogelijk, met kamera en microfoon boven het bed, naast de eettafel en bij de laadklep van de persoon in kwestie en dan maar kijken en luisteren naar wat die persoon doet, laat, kan en niet kan. Hopelijk komt er dan nog een goede dosis aan levensnoodzakelijke behoeftebevrediging (sex, eten, oorlog, emotie, blamage, het liefst alles gelijktijdig) op tafel, dan is de fikkie’s portie aan werelds amusement weer perfect. Die grote broer, mollen zoeken, da voice of Timboektoe, Miep’s got Talent & co. bevestigen mijn blij vermoeden dat het helemaal niet moeilijk is om de medemens van tegenwoordig te interesseren.
Een perfecte doorsneemens zijnde komen ze dus vast vanzelf, die hoogstoninteressante dagelijkse voorvallen waar de wereld op geilt? Een boek is echter toch duidelijk te hoog gegrepen voor mijn in (zeer) korte intervallen denkend brein. Maar 140 tekens zijn toch ook weer onvoldoende. Dan maar een blog…

Boekje dicht

Wat is een mooie dag?

Een mooie dag. 
Een fijne dag. 
Een goede dag.
Een succesvolle dag.
Een liefdevolle dag.
Gewoon een dag dus.
Maar geen gewone dag.

Wat is een mooie dag? Iemand een goede definitie? Eens even diep nadenken hoor, wat versta IK onder een mooie dag…

een dag zonder verdriet, of dat nou mijn verdriet is of dat van anderen
een dag zonder al teveel ‘moeten’
een dag waarop ik het gevoel heb, dat tenminste één  iemand mij lief heeft.
een dag waarop ik dingen doe die ik leuk vind.
een dag waarop ik me enigszins productief en zinvol voel.
een dag waarop ik vrienden zie
een dag waarop mijn kinderen duidelijk gelukkig zijn
een dag waarop de wereld er nét iets beter uitziet
een dag waarop ik minstens één keer echt hard heb kunnen lachen

gelukkig moet niet aan al die voorwaarden tegelijk op één dag voldaan worden om er een echt mooie dag van te maken. Alleen de laatste bijvoorbeeld zou al heel fijn zijn.

Vandaag ga ik proberen om zoveel mogelijk van die mooie dingen in 1 dag te proppen. Ik moet niet echt veel vandaag. Ik ga vanavond lekker naar zangles en zing een nieuwe song, oefenen voor ’n optreden. Vanmiddag ga ik met de kinderen naar een vriendin die op een prachtige berg woont. Ik ga een paar dingen regelen en wat hoognodig werk doen, dan ben ik ook nog een beetje productief geweest. Hard gelachen heb ik inmiddels al, maar dat ga ik nog wel een keer doen vandaag, zeker weten. En ik ga nog even de tuin in, daar heb ik tenminste nog echt het gevoel, dat de wereld nog een klein beetje in orde is.

Ja, komt goed met vandaag. Een dag met een gouden randje ontstaat alleen als je er zelf je best voor doet en bewust kunt genieten van de dingen die wél goed zijn. En dat ga ik doen. Nu.

to be continued.

(…en over de kunst van het 24x het woord dag (->25…) in ’n klein stukje tekst  proppen…)

Het juiste tijdstip

Een nieuwsmelding. Een vrachtauto is vandaag na de middag in een tunnel frontaal op een personenauto geknald. De man en de vrouw in de auto waren op slag dood.

Die tunnel is de Neumarkter tunnel. Door die tunnel rijden wij vaak. Heel vaak. Door die tunnel reden wij gisteren na de middag…

Alleen reden wij er op het juiste tijdstip doorheen.
En die auto van vandaag niet.

Het leven bestaat uit louter juiste tijdstippen.
Een kéér een fout tijdstip en het leven is plotsKLAPs geen leven meer…

___________________________________________________________
12.10.11 Een kleine aanvulling en correctie….
De correctie: de vrouw was niet zwanger. dat stond op teletekst maar bleek gelukkig niet te kloppen
De aanvulling: de vrouw was de vroegere buurvrouw van mijn schoonfamilie. en de man was de vroegere buurman. de vrachtauto kwam in de tunnel eerst tegen de muur en slingerde toen op de andere weghelft (secondenslaap?). En daar reden de ex-buren… in één klap was het voorbij…
Het leven is te kort om niet bewust van de goede momenten te genieten… het kan zomaar ineens afgelopen zijn, dat blijkt weer eens te meer.

Ellende

wat een hoop ellende deze dagen… zoveel mensen om me heen die het verlies van geliefden moeten verwerken, die zelf ernstig ziek zijn of ernstig zieke familieleden hebben, lieve mensen die zulke immens grote zorgen hebben, een vriendin die plots overlijdt…

ik word er zo intens verdrietig van en voel me dan zo machteloos. Ik wou dat ik iets kon doen om al dat lijden tenminste íets te verzachten, maar er
is simpelweg niks wat ik kan doen…
Out of suffering have emerged the strongest souls; the most massive characters are seared with scars.
(Khalil Gibran)

To live is to suffer, to survive is to find some meaning in the suffering.
(Friedrich Nietzsche)

We shall draw from the heart of suffering itself the means of inspiration and survival.
(Winston Churchill)


In gedachten bij jullie… Voel jullie omarmd…

(van facebook)

het waarom…

Waarom gaat een mens bloggen?
Geen idee. Ik heb er al zo lang tegenaan gehikt.
Wat moet de wereld in vredesnaam met mijn geleuter?
Niks.
Maar dat hoeft de wereld ook niet, gelukkig.
IK moet er wat mee.
Kan mij ’t schelen wat de wereld denkt, al lul ik een eind in de ruimte.
Dan is dat toch maar mooi MIJN ruimte.

Maar toch. Waarom.
Waarom nu.
Omdat ik graag schrijf. En van me af schrijf.
Omdat ik graag met woorden speel. En gewoon graag speel.
Omdat ik verdriet bespreekbaar wil maken. En verdriet heb.
Omdat ik blijdschap zou willen delen. En me vaak zo lekker blij voel.
Omdat ik zo virtueel en reëel verbinden kan. En een virtureëel persoon ben.

Ik schrijf, denk, heb lief, huil, deel, lach, steun, leun, geef en neem
Dus ik besta.
Daarom dus.

zal ik of zal ik niet…

to write or not to write…
to blog or not to blog…
to be or not to be…
zal ik? ja ik zal. ooit.
en dat ooit schijnt nu te zijn…
in een tijd van huilen
in een tijd van verdriet
kun je je in woorden verschuilen
woorden vergeten niet…
gedachten neerzetten
voor jan en alleman
ik ga lekker nergens op letten
ik hak alles in die blogpan…
het zal toch wel niemand lezen
en wanneer wel, so what
Lou zal altijd louter Lou wezen
Ik weet ‘t. Ik kan dat.