Mooie woorden

Mooie woorden zie ik overal. Zo ook vandaag, al meerdere keren.

‘Klaar’ is zo’n mooi woord. Ik associeer het met helder, duidelijk, maar dat zal wel vooral door mijn duitstalige vergiftiging zijn (‘klar’). En natuurlijk associeer ik het met voltooid, afgelopen, bereid. Alleen, ik roep het zo vaak en het blijkt bijna nooit zo te zijn… Klaar mee. Foutje. Toch niet…

‘Mooi’ is ook mooi. Maar da’s inherent aan het woord. Mooier dan mooi woord, dat mooi.

‘Overleven’. Dat is een woord waar weinig mensen werkelijk bij stil staan maar toch is het iets wat ze dagelijks doen en een vreselijk essentieel  iets.  Heeft naast het leven zelf ook nog het ‘trotseren’ in zich en het allerbelangrijkste der mensheid: voortbestaan…

‘Amper’ vind ik persoonlijk bijvoorbeeld een geweldig woord. Bijna niet. Maar toch een beetje? Nauwelijks merkbaar, maar het was er, héél ietsje… Maar ook een beetje ‘net niet’…

‘Elkaar’ – zo’n heerlijk woord. Samen. Jij en ik. Voor elkaar. Onderling. Wederzijds. Ik van jou en jij van mij. Het zit er in. Of zat?

‘Nu’ is ook zoiets. NU!! niet straks, niet gisteren, nu. Alles wat telt. Nu. Nu nu nu nu nuuuu! Bijna als zingen. Toch?

‘Genoeg’ is gewoon prachtig. Genoeg als in vergenoegde toereikendheid. Het is goed zo, voldoende. Verzadiging. Bevredigd. Basta.

Maar toch hè… toch zijn het altijd weer niet die enkele woorden maar de zínnen die me zo raken…

Het was mooi, maar amper genoeg om te overleven. En nu, nu zijn wij klaar met elkaar….

andersom.

een geweldige song.
een prachtige tekst.
alleen….
precies andersom.

onderaan staat de song (via youtube),
als je mijn aangepaste tekst al leest,
luister de song er dan eens naast…

___________________________________

Ik vertel over de pijn als ik op je wacht
’s Nachts gaat de bel, je wankele stap
Ik zeg: “ik verander nooit”
Jij vertelt honderduit en ik luister te goed
Je zíet dat ik je mis en je zegt dat dat moet
Ik zeg: “waarom blijf je niet”

Maar de stilte valt zo hard
dat het wel waar moet zijn
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn
Brengt me niets, lief, meer dan pijn

Ik vertel over ons, ja wat waren we goed
Jij die niets wist,
weet nu zeker wat moest
Jij ziet, ik geloof je niet
Dus jij verlangt weer naar mij,
weet maar al te goed
Dat het niets wordt.
liegt: “het komt wel weer goed”
Ik zeg: “waarom zwijg je niet?”

Maar de stilte valt zo hard,
dat het wel waar moet zijn
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn

Steeds als jij vertrekt, dán wil je terug
Als jij er bent, dan vlucht je weg
Je doet me pijn terwijl ik denk: “hij verandert”
Ik weet, jij verandert nooit…
Brengt me niets, lief, meer dan pijn

Ja, zo gaat het met alles waar ik eens om gaf
Ik wil het wel kwijt maar ik raak er niet af…
Had ik je maar nooit gekend
Want nog voor je de deur weer achter je sluit
Kom je al terug op je laatste besluit
En draait je nog een keer om

Maar de stilte valt zó hard,
dat het wel waar moet zijn…

Je brengt me niets, lief, meer dan pijn,
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn,
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn.

___________________________________

Dan niet.

Niet?
Goed.
Dan niet.

Geen gevoel, geen emotie.
Goed. Dan niet.

Geen begrip, geen devotie.
Goed hoor schat. Dan niet.

Geen belangstelling, geen denken aan.
Goed m’n sweetheart. Dan niet.

Geen interesse, hart dichtgedaan.
Goed. Echt hoor. Dan niet.

Geen genegenheid, geen belang.
Goed. Prima. Dan niet.

Geen bijzonderheid en geen dwang.
Goed. Fine with me. Dan niet.

Niet?
Weet je het zeker?
Echt niet?
Goed.

Dan niet.

______________________________
Maar weet wat je laat gaan.

.
(c) Lou

.

.

oh enne…
alles gaat voorbij.
sneller dan je denkt.

janboel

de ogen moe teneergeslagen.
denken aan
de nachtmerrie van vandaag.

denk aan jou.
zo ontzettend geschrokken.
van je eigen hart.

denk aan jou.
je hele hebben en houwen
laten liggen. weg is het.

denk aan jou.
zoveel liefde in jouw leven
zo genietend van gevoel.

denk aan jou.
door die rotziekte gesloopt
uitgerekend vandaag.

denk aan jou.
zomaar van achteren aangetikt
nu pijn en een kapotte auto.

denk aan jou.
een overlopend hoofd zo vol
even pauze nemend.

denk aan jou.
geen woord van je gehoord.
en tóch denk ik ook aan jou…

maar als ik niet van jou mag houden
wil ik ook niet van je houden.
als ik jou niet aan mag raken
wil ik ook niet aan je denken.
als jij mij niet wilt
wil ik jou ook niet willen.
en als jij me niet ziet
weet ik niet meer wat te doen…

*click*
hoofd uit.

Shocking Day

… klinkt als Boxing Day, maar zo gezapig als op 2e kerstdag was het vandaag tot nu toe dus écht niet. Eerst een shock op Facebook, waar een nieuwgevonden vriend ineens ‘live’ alle symptomen van een hartaanval beschreef, en dat hij zich toch best wel zorgen maakte (een 112-momentje noemt hij dat, duhhh…). Sterkte Paul, ik hoop echt dat dit een giga-sisser gaat worden, maar tot nu toe ga ik nog maar even door met me zorgen om jou maken…

Ondanks dat toch maar traditiegetrouw eten gekookt (zoals wij goed geïntegreerden braaf ‘s-middags doen hier in Oostenrijk), dochter kwam inmiddels het huis binnenstommelen, bij de voordeur met schoenen aan (voor de duidelijkheid: die dienen hier bij den voordeure uitgetrokken te worden)  en ‘Schulranzen’ nog op de rug alweer haar vaste middagvraag roepend: “Darf ich fernsehen??” en ik mijn steevaste antwoord al terugbrullend: “Nee!”

Om 10 voor 1 denk ik: “Hmmm. Zoon is wel laat. Raar.” Dochter probeert ‘t nog een keer met de TV en ik verzucht dat ze dan maar 5 minuten moet kijken voordat zoon thuis komt. Om 1 uur denk ik: “dit is niet normaal” en bel de buurvrouw om te vragen of haar zoon T. (zit in dezelfde klas en gaat met dezelfde bus naar huis) al thuisgekomen is. Die neemt op en ik hoor hem al op de achtergrond. “Ja hoor, die is al laaanggg thuis”, vermeldt ze. En nee, zoon zat niet in de bus. Ik hoor buurjongetje op de achtergrond brullen dat een man hem weer uit de bus gehaald en meegenomen had.

Boink… SHOCK!!! De nachtmerrie van iedere moeder. Een man. had. hem. meegenomen…
Ik kwak de hoorn op m’n iphone, sleur dochter bij de TV vandaan en prop haar met blote voeten in de auto. Met het hart achter m’n huig scheur ik over ons landweggetje (2m breed en deels opgebroken omdat er opnieuw geasfalteerd wordt). Ik geloof dat ik de 100km/h dik gehaald heb :-S (laat man het niet horen). Ik was binnen een minuut op school, ruk dochter uit de auto en ren naar binnen. De directrice zit nog in haar kamer en buiten adem en best wel redelijk in paniek (*kuch*) vraag ik haar of ze zoon nog ergens gezien heeft, of ze weet waar hij is want ik ben hem kwijt (zij kent hem heel goed). En met vermoeide doch relaxte stem zegt ze: “ja tuurlijk, die is met zijn leesbegeleider en de andere kinderen een ijsje eten, dat hadden we toch afgesproken?”

Ik zak bijna door m’n knieën. Verrek ja. Dat was ook zo. Waarom ben ik in vredesnaam zo ontzettend vergeetachtig de laatste tijd?? Als ik m’n kont niet zo goed vast had zitten, had ik dat ding ook vast nog wel ergens laten liggen… Zoon is zwaar dyslectisch en heeft op school één uur per week extra leesbegeleiding. Een uurtje intensief lezen met een ‘leespeetoom’ (zo noemen ze dat hier). En vorige week vroeg hij (persoonlijk nota bene!) of zoon deze woensdag na school mee mocht om met alle leeskinderen en leespeetoom zelf een ijsje te eten bij het plaatselijke café. Ja prima, tuurlijk mag hij dat, leuk!! Alleen was ik dat door de punctuele werkstress op het vraagmoment zelf 2 uur (nah jah, 2 minuten, zeg maar) later alweer vergeten.

Ik had het dus ook vergeten om zoon te zeggen: die wist van niks en is na school braaf in de bus naar huis gaan zitten i.p.v. met de goede man mee te gaan. Leespeetoom had dat gezien en heeft hem weer uit de bus gehaald en – zoals afgesproken (én zelfs schriftelijk ondertekend :-S) – meegenomen. DE man die mijn zoon uit de bus haalde en meenam. Hele aardige vent, echt. En goud waard voor zoon, die door hem inmiddels zoveel beter kan lezen.

Afijn. Toen ik mezelf weer bijelkaar geraapt had, bedankte ik diepzuchtend de schooldirectrice, scheurde met dochter – nog steeds zuchtend – terug naar huis om een klein bedankkadootje en -kaart voor leespeetoom in elkaar te knutselen (die goede man heeft zich dit jaar wel zo’n 30 uur met zoon bezig gehouden, hè) en toen naar het café geraced om daar – zoals óók afgesproken – zoon af te halen.

Inmiddels is mijn hartslag weer terug op normaalniveau. En ik moet de dingen duidelijk nóg beter opschrijven in m’n electronische agenda (nou ja, ik moet ze gewoon opschrijven, eigenlijk) zodat ik mezelf wat hartkloppingen en nachtmerries kan besparen.

Nog één keer diep doorademen en dóórgaan maar weer…

Roeien jij!!!

Met enige gemengde gevoelens maar vol goede moed was ze in haar rubberbootje gestapt. Ze zou die nieuwe wereld wel eens even ontdekken. De enigszins kleine roeispanen in de dollen leggend, stak ze van wal. Ze duwde hard van de kant af. Zó hard dat ze daar al bijna omsloeg, maar uiteindelijk wist ze toch haar evenwicht te bewaren. Ze roeide, zich erover verwonderend dat het zó makkelijk ging. Met een hand even onder water voelend merkte ze de onderstroom. Die zoog. En nog hard ook. Ze liet zich meedrijven. Wat een goed gevoel, heerlijk wegdrijven op dat kabbelende, eeuwigbabbelende, heldere water…

Uren en dagen gingen voorbij. Ze liet haar euforie de volle loop. Benen over de bootrand bungelend, af en toe in de onmetelijke diepten kijkend en zich afvragend, wat er zich in al die diepzwarte plekken daar beneden zou kunnen bevinden. De riemen hingen er los bij want ze dreef toch wel vanzelf mee met de stroming. Verder en verder weg… Genietend van al het aandachtige water dat haar omringde, dat haar tenen streelde, dat haar verkwikte als ze weer dorst had. De zon hield haar warm en haar overweldigende gevoelens voedden haar. Er leek geen eind te komen aan de stroom good feelings.

Maar ineens besefte ze dat de zon bij tijden toch wel heel erg heet was. Dat ze langzaam leek te verbranden. In het water springen durfde ze niet zo goed omdat ze zich er inmiddels van bewust was dat de onderstroom vreselijk verradelijk kon zijn en haar hard naar beneden zou kunnen trekken. En ze voelde haar maag. Ze had vreselijke honger… honger naar iets échts, iets tastbaars. Honger die niet langer door enkel gevoel en gekabbel gevoed kon worden.

Ze wilde naar haar riemen grijpen maar merkte dat er inmiddels eentje verdwenen was. In het water gegleden toen ze zo druk bezig was met voelen, in zichzelf praten en genieten. Daar waar het hout van de weggegleden, toch al wat oudere roeispaan een kleine splinter in de boot had geduwd, zat nu zelfs een miniscuul gaatje… Het rubberbootje zou overduidelijk niet eeuwig meer blijven drijven. Ze rukte aan de nog overgebleven roeispaan, ze moest terug naar land roeien. Het meer dat aanvankelijk zo lieflijk leek, bleek ineens van gigantisch formaat. Heel in de verte, aan de horizon, zag ze de oever. Kilometers ver weg. Hoe had ze die zo uit het oog kunnen verliezen… Ze moest terug. “En nu roeien jij, roeien!!” spoorde ze zichzelf aan. En ze roeide uit alle macht met de ene riem die ze nog had.

Maar zo éénzijdig roeiende bleef ze rondjes draaien… Ze kwam niet echt vooruit. Weliswaar linksom of rechtsom maar feitelijk bleef ze ronddraaien in kringen, daar midden op dat meedogenloze meer. Om haar heen één grote uitweg die weliswaar met pi en radius te berekenen was maar die ze niet kon nemen omdat ze niet werkelijk vooruit kwam. Zelfs afwisselend links en rechts of met de handen paddelen hielp niet, de fikse stroming trok het kleine bootje net zo hard weer terug. Zwemmen was geen optie meer. Ze was weliswaar een prima zwemster maar ze was toch ook duidelijk behoorlijk uitgeput en het was simpelweg té ver. Bovendien zonk het ooit zo betrouwbare bootje nu toch echt langzaam maar zeker…

Ze wanhoopte. En in haar wanhoop dronk ze. Van het vloeibare dat er om haar heen zo in overvloed was. Veel water. Nóg meer water. Om de grommende honger toch maar op de één of andere manier te kunnen stillen. De honger naar échts. De honger naar wáár gevoel.  De honger naar reaal léven. De honger naar verdoving van al wat toch niet echt bleek te zijn. De honger naar het stillen van haar angst.


Ze dronk.

Ze zonk.

Ze verdronk…

___________________________


In that vast but beautiful sea
of social and virtual space
even the best swimmer might be
sucked into the deep
and drown without a trace…

 

(if it were only just water…)

Schreeuw het uit

Niet goed genoeg. Eigenlijk zelfs ietwat op het irritante af.  Ik heb het gevoel dat ik dat ben. Voor jou. Een onfijn gevoel dat ik eigenlijk maar lastig ben. Ik probeer het echt goed te doen. Los te laten. Luchtig oppervlakkig te zijn. En dat lukt me ook best aardig, vind ik zelf. Ik word steeds beter in het wegstoppen van de dingen die ik niet wil, niet kan, niet mág voelen. Prima, is voor mezelf ook stuk rustiger zo. Je houdt er een wat vlakker, oninteressanter persoon aan over, maar hey, je kunt niet alles hebben toch? Voor mij is het even slikken en goed oefenen, maar zelfs loslaten kun je leren. Blijkbaar.

Maar soms hè, soms zou ik je aan je oren naar me toe willen trekken en er dan heel hard in willen schreeuwen. Heel hard. Wáárom?? Wáárom kun je nu niet eens één verdomde rotkeer zeggen wat je écht vindt??? Wat jóuw gevoel is? Wat je écht wil? Waarom kun je niet gewoon eens eerlijk en open zijn? Zég het dan?!? Zég wat je op je hart hebt. Wat je verwart. Wat je voelt. Waar je van droomt. Wat je van jouw leven wil. Wat je van mij wil. En niet wil. Waar je naar smacht. Wat je wilt weten. Wat jou beweegt. Wat je nog aan mij vindt. Of gewoon niet vindt. Schreeuw het uit!! En dan het liefst zo dat IK het ook nog kan horen. Of lezen, nog beter. Ik ben nu eenmaal een mens van het geschreven c.q. getypte woord.

Lange stiltes. Bijnablokkades. Korte nikszeggendheden. Zo nu en dan een flinterdunne uiting. Sorry, maar ik red het er echt niet meer mee. Dan heb ik nog liever gewoon niks meer. In de zwarte, gapende leegte zelf rondzwemmen is altijd nog beter te behappen dan het aan een breekbaar draadje boven die leegte bungelen. Ach toe. Vertel het nou eens. Ik weet wel wat ik zou willen horen maar ik heb geen idee wat jij überhaupt ooit nog kwijt wil. Wees een vent en leg die ondoorgrondelijkheid van jou nou eens bloot?

Want ik snap geen bal van jou.

En dat zal ik ook wel nooit doen zo.

‘t mocht niet zo zijn

zag het aankomen
niet los willen laten.
het was te vroeg.
‘t mocht niet baten…

te vroeg geboren,
de liefde groots
te eertijds ontmoet,
maar toch ruimschoots…

het leek zo mooi
so meant to be
dat delicate speciale
ik zie, ik zie…

wat jij nooit zag
maar wel probeerde
de eer aan jou
die ik negeerde

slechts ‘n surrogaat
inclusief mutatie
tot ‘t enkel nog was
bron van irritatie

het was niet genoeg
zo bleek wel weer
eigen wegen te gaan
tot nevernooitmeer…

(c) Lou

Oud en afgedankt

Gut Aiderbichl. Wie kent ‘t niet. Nou ik dus, maar dat mocht ‘m de pret niet drukken. De ranch namens ‘Aiderbichl’ is bekend in Oostenrijk. Het wordt het dierenparadijs genoemd. Een nobele (en – moet ik zeggen – ook zeer goed gemarketeerde en gepromote) dierenopvangsinrichting. Voor dieren die zijn afgedankt. Dieren die, vooral in de zuideuropese landen, te oud waren om nog enig dienst te doen en daarom aan een boom gebonden werden om te verhongeren, naar de slacht gingen om tot ezelsalami of ragout verwurschtelt te worden, die de meest horrende pogingen tot doodmaken toch nog op de één of andere manier wisten te overleven. De dieren die ze konden (en kunnen) redden, komen hier terecht. Honderden. Misschien wel duizenden. Heel veel paarden, pony’s, muildieren en ezels. Geiten, honden en katten. Kippen, konijnen, hangbuikzwijnen, ganzen. Vossen, varkens, zelfs lama’s.

Schoonmoe wilde er graag een keer heen omdat ze het al meermaals op TV had gezien (er worden o.a. ook volksmuziekprogramma’s opgenomen). Dus was het zo ver: op stap met de hele cleanfamily. Het belangrijkste natuurlijk het eerst: eten bij de Seewirt am Zellersee. Een zeer idyllisch plekje waar de grillplatten, schweinsbraten en schnitzels van deze wereld nog in orde waren. Dochter vond het nodig om toch nog even met haar onderbroek het meer in te plonzen dus die heeft de rest van de dag in haar blote niksje onder haar jurkje rondgelopen maar ach, geen hond die dat zag.

Helaas zag man bij het achterwaarts uitparkeren wél de kans om de bips van onze (mijn!) Audi in de zijflank van een fonkelnieuwe BMW-SUV te proppen, dus moesten wij eerst nog wachten op de politie, die ‘het geval van de dag’ (het is een gehucht van 43 inwoners hè) persoonlijk moest komen opnemen. Ik denk dat het probleem niet al te groot zal zijn: even uitdeuken (*kuch*) en zelf snel overspuiten want op de zijkant van die BMW was de reclame overduidelijk: “Autolackiererei Jansen”. Meneer Jansen zelf was nergens te vinden, maar bromsnor was een joviale vent die de boel wel verder zou regelen. Prima.  Onze (mijn!!) auto had enkel een paar krassen op de bumper die in het overige op de achterkant afgebeelde dramatische autolevensportret absoluut niet opvielen. En zo gingen wij toch nog op weg naar Hoeve Ouwebeestenpret.

Onze navigatie stuurde ons als vanouds vrolijk door de onverharde oostenrijkse rimboe, wat het humeur van man nou niet bepaald ten goede kwam. Na een uitermate onschuldig, rustig commentaar van mijn kant (“he jôh, hij zei toch LINKSAF!! waarom ga je dan nóg rechtsaf??? We hadden daar afgemoeten, sjee zeg!!!”) en de duidelijk daarmee instemmende opmerkingen van dochter mompelde hij verbeten iets wat op “als jullie kippen jullie koppen nu niet als de sodemieter dichthouden, hak ik ze er zelf met de blote handen vanaf” neerkwam. Wááááár was dat ongewenstedierenparadijs ook alweer???

Op Gut Aiderbichl aanhoorden wij met stalen gezichten maar innerlijk bloedend de vreselijkste dierennoodlotten. Het personeel wist tot tranen toe te vertellen hoe gruwelijk de mensen deze dieren behandelden en hoe erg het is, dat ze niet alle dieren kunnen redden. En ik moet zeggen: ze hebben werkelijk gelijk. Het ís gruwelijk. En het is geweldig dat er mensen zijn, die dit soort dingen opbouwen (ik loop nu al de hele dag met Stichting SOZA in mijn achterhoofd. Petje af!!!). Af en toe kwam er een gruwelijk oud beest (meestal een ezel) langs sjokken, zo eentje waarvan je gelijk zag dat-ie snakte naar een spuitje. Nu zijn we dus vanzelfsprekend ook happy Foster Parents van een 16-jarige geit met een kromme nek en ze heet Miffy.

Maar het was me absoluut duidelijk: de dieren die hier op Aiderbichl oud mogen worden, hebben het echt heel, heel erg goed. Wat een heerlijkheid, álles wordt voor ze gedaan, ze krijgen heerlijk eten, lopen bijna allemaal gewoon los (de vossen en de 260kilo-zeugen niet), hebben prachtige “woongelegenheden” (de meesten hadden de naam “huppeldepup-paleis”), krijgen liefde en aai-doses in overvloed. Helaas was het witgevlekte minipeerd Franzl, venijnig achterneefje van Pipi’s Klein Witje (die er ook was!! met hartjes op z’n achterste), het geaai van die dag duidelijk meer dan zat en vond hij het nodig om zijn tanden en passant even lekker in dochter’s knie te zetten. Uitgerekend háár knie, de knie van onze de dier-en-dan-vooral-paardachtigen-liefhebster bij uitstek. Het was een enorme shock, maar ze overleefde het ternauwernood. Een dierenverzorgster nam dochter-in-shock uiteindelijk mee naar Franzl om hem de gelegenheid te geven zich te verontschuldigen. Franzl vond dat uiterst onzinnig, dus deed de dame het zelf maar even met verwrongen stemmetje. Uiteindelijk kwam het middels een vriendschappelijke maar licht gedwongen scheiding toch nog weer goed.

Een ritje met de plaatselijke on-road-trein moest natuurlijk ook nog volbracht worden. De geëngageerde pedaalmachinist verklaarde onderweg nog eens uitgebreid hoe de niet-biokippen moeten leven en dat er o.h.a. zelfs geen tijd is om de beesten op kipvriendelijke manier te slachten zodat ze al kakelend geplukt, verdrukt en uit elkaar gerukt worden, dat hun snavels afgeknipt worden waardoor ze weliswaar niet meer fatsoenlijk kunnen eten (maar in een legbatterij hoef je enkel naar binnen te schrokken wat er aan voer voorbij komt) maar elkaar ook niet meer kaal kunnen pikken. En over de paarden (die we onderweg appels en wortels mochten voeren) die ze half doodgestoken en heftig bloedend uit een dubbeldekkervrachtauto uit Roemenië hebben gered. Alle gruwelijkheden werden beschilderd. Laat ik even opmerken dat onze kinderen (6 en 9) tot de oudsten van de ca. 10 intensief luisterende, geshockeerde kinderen behoorden… Ik heb getracht de oren van dochter dicht te houden, maar dat lukte niet. Ik ben benieuwd waar ze van droomt vannacht, van Franzl of van koploos kakelende kippen…

Ach. Het was zeker een geslaagde dag.
Prachtig weer. Heerlijke landschappen, idyllische plekjes.
Een hoop dieren met een gelukkige oudedag.
En een pleeggeit en een bumperdeuk rijker.

Flatliner

De balans ging verloren.
Tussen verstand en hart.

Rebellie ging over in acceptatie.
Acceptatie werd vervlakking.

Heimwee ging over in overgave.
Overgave werd resignatie.

Ambitie ging over in schikking.
Schikking werd onverschilligheid.

Onrust ging over in berusting.
Berusting werd afgestomptheid.

Liefde ging over in genegenheid.
Genegenheid werd alledaags.

Leven ging over in overleven.
Overleven werd apathie.

En langzaam
maar zeker
werd je
een flatliner…

I want it all

Vandaag weer eens wat levensinzichten gewonnen (zou ‘t vrijdag zijn??). Zomaar wat ‘gesprekjes’ tussendoor en ineens weet je voor jezelf weer wat meer. Zou voor anderen ook moeten gelden, maar die moeten het zelf maar uitzoeken.

Eigenlijk zijn het allemaal open deuren die je met het topje van je pink kunt verpulveren. Maar ondanks dat schijnt een mens toch steeds weer met de ondankbare neus op de alom bekende feiten gedrukt te moeten worden…

Moet je alles willen? Moet je al je dromen proberen te verwezenlijken? Moet je werkelijk alles doen omdat je maar dit ene leven hebt? Ik ga als atheïstische niksgelover er gemakshalve even van uit dat er daadwerkelijk maar één ‘bestaan’ en er na gedane zaken geen keer is. Dat ik straks niet luxueus op een wolkje hang, mijn voorheen aardse beslommeringen bekijk en uit mag kiezen wat ik in een volgend leven beter ga doen. Geen Game Overnieuw.

Ik wil zoveel. Ik wil zó graag zó veel. Spannende dingen doen. Mijn kinderen alles kunnen geven. Inspiratieve dingen meemaken. Creatief uitbarsten. Geoorloofd polyamoureus zijn.  Carrière maken en succes hebben. Een verschil gemaakt hebben als de wereld straks doordraait zonder mij. Iets betekenen. Presteren. Reizen. Buiten spelen…

En ik denk dat ieder mens dat wel heeft. Je probeert zoveel mogelijk in je leven te proppen en ineens merk je dat je jezelf en alle relevante dingen in je leven compleet voorbij loopt. Dat je er niet persé gelukkiger van wordt door steeds naar nog meer doelen te streven. Met veel van alles zie je steeds minder van dat wat echt wat waard is…

Het is lente. Klopt helemaal. En in de lente wil een mens ineens nóg meer. Vooral liefde. En de rest. Contact. Interactie. Presteren. Nieuwe energie. Maar zelfs in de lente heeft de dag nog steeds maar 24 uur. En door alle (be)geren kom je uiteindelijk tot val… Je struikelt over je eigen meerwillendheid. Been there. Done that. Wasn’t nice.

Nadenken over wat je wel hebt levert zoveel meer op. Inventariseren is op z’n plaats…

- Ik heb twee gelukkige kinderen. Althans, ik hoop dat ze gelukkig zijn, maar zo zien ze er wel uit. Ze hebben allebei veel begeleiding nodig (zware dyslectie, ADHD, ritalin en co. zijn bij ons dagelijkse kost) en zijn heel veel thuis. Als ik al die spannende dingen, die carrière en dat succes na zou streven, zouden mijn kinderen lang niet zo gelukkig zijn.
- Ik heb een lieve, goede, hardwerkende, mooie man. Mijn capaciteiten op houden-van-gebied passen voor hem niet in ons plaatje. Dan moeten we het plaatje maar zo schilderen zodat het wel past. Toch?
- Ik heb samen met een bedrijfspartner al 12 jaar lang een eigen zaakje dat nog steeds loopt. Het levert geen carrière en al helemaal geen groot succes op maar wel nog steeds veel ervaring. En ooit komt vast wel die opportunity om wat anders uitdagends te gaan doen. De tijd is gewoon nog niet rijp.
- Mijn creatieve uitbarstingen kan ik nu al uitbouwen. Ik schilder met passie en iedereen roept dat ik daar iets mee moet gaan doen. Ik zing graag (maar daar roept niemand hahah *pijnlijk lachje*, whatever) en leer drummen en gitaar. No Music No Life.
- Reizen? Dat komt later wel weer,  nu krijgen we eerst wat huisdieren die onze aandacht gaan vragen.
- En een verschil in de wereld maak ik al. Zonder mij was de wereld anders geweest. Twee prachtige, geniale, creatieve mensjes armer. Een bérg bloggeneuzel armer. Menig technisch rapport en marktonderzoek armer. Een hoop kilo’s armer. Een bedrijf armer. En heel, héél veel liefde armer. (oh, en een hoop ongedierte aan wespen, muggen en woelmuizen rijker, maar dat gemis zal niemand betreuren. Toch?)

Loslaten wat je nooit zult hebben,
vrijlaten wat vliegen moet, en
omarmen wat je tegemoet komt.

Als ik eens zouden stoppen
met steeds harder proberen
om gelukkiger te worden
zou ik al een gigantisch stuk
gelukkiger zijn.

Je kunt wel alles wíllen
maar je kúnt niet alles hebben…
En je kunt nu eenmaal niet alles.

Of zoals Leo Tolstoy zei:
“If you want to be happy, be.”

(ja jij daar… deze is ook voor JOU…)

can’t you!! feel a!!

…rant today…

Ik wel.
Ik voel ‘m aankomen.
Zo’n heerlijke vloek-tier-en-schreeuwbui. A classical rant.
Maar ik geef er niet aan toe.
Dat is óók een vorm van zelfbeheersing, toch?
Beheers ik toch nog iets.

In ieder geval is dit het tegendeel van afvlakking.
En er dan nog niet eens aan toegeven ook.
Woahh, life’s great. I can manage.
Zegt ze met een verwrongen glimlach.

“Nee hoor, het gaat goed met mij. Echt. Maak je geen zorgen.”
Kaken op elkaar klemmen en overtuigend genoeg sissen.
In platte tekst is dat in ieder geval een makkie.

Kan ik.
Ik geloof ‘t zelf ook al.
Bijna.
Komt goed.
Echt.
Maak je geen zorgen.

Ik ga enkel nog even een tennisbal uit de dakgoot vissen, een gifzakje in het woelmuizengat stoppen,  de garnalen voederen, een volledig warrig blog schrijven, de radijsjes bewateren, een envelop aan de belastingdienst dichtplakken en de kauwgum van mijn dochter’s schoen peuteren.

My life makes perfect sense. It really does.

afgevlakt

Ik zit hier in een halfdonkere kamer. Alleen de felle eettafellamp is aan. En ik zit eronder, op m’n laptop te rammen. Voeten op de stoel tegenover me, hoofd beetje schuin, melancholische blik. Op TV loopt één of andere looovvvvve-movie die ik niet ken. Ik weet wel dat ik Cameron Diaz niet leuk vind. Ik krijg altijd een beetje een badeend-gevoel bij haar. Ik kan alleen maar hopen dat ze haar lippen nooit op laat spuiten want dan krijg ik ook nog een rubberbootgevoel. Op de achtergrond staan er een hoop browsertabs open, o.a. een tab met Twitter, een tab met facebook, muziekvideo’s op youtube, een paar blogs die ik nog wil lezen en blip.fm.

Wat een brok intelligentie in één schermpje. Ik verveel me. En toch ook niet. Ik zou momenteel niet eens tot iets anders in staat zijn dan stom typen en wat lezen met een nog stommere film op de achtergrond. Vermoeiende dag, veel gedaan. O.a. hele oerwouden aan brandnetels uit de tuin gerukt waardoor m’n onderarmen nu jeuken als de sodeneten. Man heeft het ronken op de bank inmiddels ingeruild voor ronken in bed, een stuk prettiger voor ons allebei. Ik zucht een keer diep, kijk vermoeid naar het scherm en naar mijn eigen binnenste. Wat wil ik nou. Er niet over nadenken, dat is wat ik wil. Alles uitschakelen. Alles op autopiloot. Gewoon functioneren zonder emotie. Simpel de dingen doen die goed zijn voor mij en mijn omgeving zonder gevoelsmatige rompslomp.

Ik wil uit. Uit als in “off”.  Ik ben mijn eigen tegenstrijdigheden meer dan zat. Ik zeg te houden van maar ik voel me leeg. Ik zeg los te laten maar ik blijf er maar in hangen. Ik beloof mezelf te stoppen maar ik ga maar door. Ik neem me voor bepaalde dingen niet meer te doen maar vijf minuten later ben ik er alweer mee bezig. Wie redt mij als ik het zelf wel wil maar niet doe?

Ik voel me een zwakkeling. Het laatste beetje intensiteit stroomt weg. Ik zou uren kunnen douchen in de hoop dat ik uiteindelijk oplos en in het afvoerputje verdwijn. Ja, dat zou wat zijn. Ik heb zoveel mooie, geweldige dingen gedaan de afgelopen week. Ik heb gevlógen. Ik heb geschreven. Ik heb gewerkt. Ik heb geschilderd. Ik heb de eerste aardbeien uit de tuin geplukt. Ik heb geleefd. En ik ga ook door met leven. En met geweldige dingen doen. Ooit zal ik vast nog wel ‘ns iets bereiken. Maar het vlakke gevoel blijft. Ach, het zal over een paar dagen (jaren?) wel weer weg zijn, schat ik zo.

En afgevlakt is altijd nog beter dan uitgevlakt…

Frau Omnisciente

ik WIL het weten. wat hij nu weer allemaal denkt.
uiterlijk eeuwig rustig, innerlijk toch wat gekrenkt?

ik MOET het weten. dat wat hem opwindt.
weten waarom mijn eeuwig gelijk hem nu niet zint.

ik KAN te weten. ik, de vrouw die altijd alles ziet.
iets steekt er. maar zeker weten doe ik ‘t nog  niet.

ik WEET het niet. en het maakt me pisnijdig.
ik voel ‘t toch? is mijn intuïtie dan zo tegenstrijdig?

ik HAD het kunnen weten. als ik begreep wat ik hoorde.
en zijn redenen niet keer op keer de grond in boorde.

ach, Joost mag het weten. ja, DIE weet ‘t nou.
want ik ben al sinds járen zijn alleswetende vrouw…

(c) Lou

Als het moet (reblog)

Dit is een gedicht van Liza.
Ik vind het prachtig en zo enorm toepasselijk dat ik het graag op mijn blog wil delen.
Ze schrijft sowieso geweldig mooi dus het lezen en volgen waard.

Het origineel van deze reblog vind je hier:
Lizaminime
(gelieve eventuele comments dan ook daar achter te laten)

______________________________________________

ALS HET MOET

Zal het negeren accepteren

Zal op afstand van je leren

Zal mijn tranen kunnen weren

Zal niet vragen naar begeren

Zal je je rug toe laten keren

Je hoeft alleen te zeggen “ga”


Weet dat ik zal blijven waken

Zal je mij voelen als je baken

Zullen je woorden me blijven raken

Zonder dat ons handen in zullen haken

Ik mag jou niet ongelukkig maken

Zal ik slikken en zeggen “ja”


Misschien zeg je wel “Ga, ga met mij  mee”

Er is één woord wat je mij nooit zal horen zeggen,

dus weinig kans dat ik zeg “…”

Rot is relatief

Vroeger toen ik nog klein was (oftewel: lang, langgggg geleden) had ik qua eten stiekem de grootste bewondering voor mijn mama. Zij at alles waarvan wij dachten dat je het al lang niet meer kon eten. Vaak zaten mijn zus en ik bij het ontbijt onthutst te kijken naar haar plankje met daarop een half verrotte appel, een sinaasappel met een groene bontkraag of  een donkergroene kiwi waar je al doorheen kon kijken, zo glazig. In koor riepen wij dan: “ieuwwww mam, dát kun je toch niet meer opeten?”

Maar ma sneed onverdroten de rotte plekken weg en prevelde ondertussen: “Jawel hoor. Goed eten góói je niet weg.” Nou is dat ‘goed’ dus echt relatief. Ik kende de beroemde japanse duizendjarige eieren toen nog niet, maar daarmee had ik het prima kunnen vergelijken. Voor mij was het verrot. Een appel met een grote, zachte, prutterige bruine plek is verrot. Een kwartverschimmelde sinaasappel is verrot. Zulke dingen gooide je linea recta de vuilnisbak in (nee, GFT-bakken hadden we toen nog niet).

Mijn moeder at ook roggebrood met Hüttenkäse en selderiezout voor het ontbijt. Ik gruwelde ervan. Niet goed wijs, die daar bij de Weight Watchers. Of ze at kikkererwten. Hóe ze die at weet ik niet meer, maar ik weet dat het kikkererwten waren want ik kon de woorden ‘kikkerbillen’ en ‘kikkerdril’ maar niet uit mijn gedachten krijgen als ik haar dat zag eten en kreeg de rillingen als ik ernaar keek. Of nog zoiets: zure, magere joghurt of karnemelk zonder suiker. Hoe kreeg ‘n mens het weg.

Ruim 30 jaar later. We zitten aan het ontbijt en mijn kinderen kijken met horrorblikken in hun ogen toe hoe ik op mijn houten plankje een groen uitgeslagen sinaasappel halveer en de goede helft gewoon opeet. Hoe de appel keurig rondom de bruine smurrieplek heen naar binnen gewerkt wordt. “Iiiehhh mam, dat is bedorven!! zoiets eet je toch niet!!” En ik mompel geheel traditiegetrouw: “Waarom niet. Goed eten góói je niet weg.”

Glazige, overrijpe kiwi’s krijg ik helaas nog steeds niet weg (daar ga ga ik van kokhalzen), maar ook die had ik gewoon anders opgegeten. Ik eet met liefde donker roggebrood met Hüttenkäse en selderiezout (en dan het liefst nog met wat tomaat en of plakjes komkommer er op) en ik ben gék op kikkererwten, vooral in de groentensoep, als houmous of als bijgerecht. Zure joghurt: heerlijk (maar ik gooi er wel graag nog een plens aardbeienjam in, als ‘t effe kan), of stroop in de karnemelk, yummm.

Ach, the times, they are a-changin’…

I believe I can fly!!

I believe I can touch the sky…

Ik kon de onderkant van de wolken gisteren bijna écht krabben!!
Maar er zat een cockpitkoepeltje tussen.
En ik mocht dat ding niet even open doen om die wolk te kietelen.
Bummer… maar niet heus :-)

Gisteren heb ik een zweefvlucht gemaakt!! Ja echt!! Joe had me een tegoedbon voor zo’n vlucht kado gedaan voor m’n (allerlaatste?? ;-) ) verjaardag. De eerste afspraak, een week of 3 geleden, ging niet door: het was de hele week (wat? twee weken!) strálend weer geweest, maar die zaterdag was het ineens gruwelijk slecht, als in ‘storm’. De zondag daarentegen was wel weer prachtigmooi dus ik dacht al bij mezelf: “dit moet een teken zijn… ik mag dit niet gaan doen… ‘men’ wil blijkbaar niet dat ik ga vliegen…”. Afgelopen vrijdag cancelde de piloot ‘s-avonds voor de 2e keer: de volgende dag zou het te turbulent worden en als passagier elke 2 minuten een bijna-dood-ervaring te hebben was geen pretje volgens hem. Maar het groene sein kwam alsnog: gisteren om 8 uur ‘s-ochtends. De turbulentie bleek pas ‘s-avonds te komen en het zou een mooie, rustige vliegdag worden. Zei hij…

Om half 12 moesten we op minisportvliegveldje ‘Micheldorf’ zijn. Daar stond al een kudde zweefvliegtuigjes te wachten op de juiste thermiek en een time slot voor de lier. Het was zeer gemoedelijk: de piloten zaten op tuinstoelen of in het gras te lanterfanten. Een meer dan slechts ouwe auto (zonder kentekens) deed dienst als lier-ophaler. En er stond nog een klein motorvliegtuigje namens Samburo dat die zweefvliegtuigen omhoog bracht, die verder weg wilden vliegen cq. hoger (op 1km hoogte) wilden starten. Dat zou bij mijn vlucht dus ook het geval zijn.

Past niet!! Oh! Past toch!!

Ik had thuis al één tablet primatour (tegen de kotserij) genomen en nu, op het vliegveld bij het zien van het vliegtuig zelf, nog maar eentje. En ik had natuurlijk, op instructie, ook nog Superpep (antikots-kauwgumpjes) in m’n vluchttasje gedaan, net als wat druivensuiker – aangezien ik na het ontbijt niet meer had gegeten, ik tot na de vlucht die tot ‘s-avonds zou duren ook niets meer wilde eten en ik daarbovenin niet van m’n stokje wou gaan door een te laag bloedsuikergehalte – en een klein flesje water. Oh, en m’n compact camera en m’n iphone natuurlijk. Ik wou toch wel wat foto’s maken daarboven, al was het maar als bewijs dat ik uiteindelijk niet neergestort ben. Ik kreeg eerst de gebruikelijke veiligheidsinstructies: aan uw linkerkant zit de nooduitgang, er wordt gedurende de vlucht geen eten geserveerd, hoe werkt de parachute, wat leest u zoal op al die displaytjes voor uw neus, waar dient die en die en die noodknop voor, waar waren de kotszakjes, waar mag  ik absoluut niet met m’n tengels aankomen en hoe vlieg ik in geval van nood zelf. Ehmm…. ja OK. Fijn. Wilde ik dit wel??? Ik had twijfels van jewelste over de grootte van het kuipje waar ik in moest zitten. Met parachute en al. Ik ben van mezelf al niet bepaald (bepaald niet…) klein en dan moest ik daar a) in zien te komen én b) de gordels dichtkrijgen… Het was echt even prutsen maar toen zat ik. Muurvast. Ik moest er niet aan denken dat ik me daar in geval van nood op x kilometer hoogte al neerstortend nog weer uit moest wrikken.

Vóór mij had dochter al mee mogen vliegen met een liervlucht (opgetrokken met de lier, even rondcirkelen om de thermiek te testen en dan weer landen) en ze was er helemaal wég van. Dat koppie bij het uitstappen, onbetaalbaar!! Zoon kwam bij onze terugkomst ‘s-avonds ook aan de beurt met nog een korte liervlucht en was al net zo enthousiast.

Lift-Off!!

Afijn. We stonden klaar voor vertrek, wachtend op Samburo het Motorvliegtuigje (deed me een beetje denken aan Thomas de Trein). Samburo werd voor ons vastgesjord met een kabel en whoppaaaa daar gingen we (na even uitvoerig afscheid genomen te hebben van man en kinderen – je weet maar nooit hè ^_^). Ik had het loeiheet. Herr Pilot had gezegd dat ik warme kleding aan moest trekken omdat het bovenin berekoud zou zijn. Dus langarmshirt, vestje, softshelljack, sjaaltje, petje en daaroverheen de parachute. En een tena-lady in m’n onderbroek want ik ben allesbehalve goed in plas ophouden en een zweefvlucht kan toch gauw zo’n 4 uur duren… En een board-WC was er nu eenmaal ook niet. Ik zweette me het eppieleppie aan alle kanten but soit, het was voor het goeie doel (mijn genot) en we zouden vást zo boven zijn. NOT!!! De thermiek was gruwelijkst slecht (volgens de piloot) en hij moest continu extreem kleine cirkels vliegen om hogerop te komen. Wat tot max. 1100 meter lukte, daar was een zgn. inversielaag, een luchtlaag waar je simpelweg niet doorheen komt.

Een “Blumerl”

Twee (TWEE!!)  uur lang hebben we zo in alle mogelijke bochten en cirkels gevlogen. Heet. Heter. Heetst. Felle zon op ons plexiglaskoepeltje. Ik was ontzettend blij dat ik compleet gedrogeerd was want anders had ik de binnendecoratie van zijn vliegtuigje al lang van een nieuw kleurtje voorzien. De Superpep was ook binnen de kortste keren binnenmonds: ik heb nog steeds kramp in mijn kaken van een middag lang heftigst (her)kauwen. De piloot (superaardige vent) kletste en mompelde de godsganselijke tijd: “Das kann nicht wahr sein. So schlecht heute. Versuchen wir dieses Blumerl noch mal [een "Blumerl" is een klein wolkje - een bloemetje - dat ontstaat als de thermiek verandert en dat aangeeft dat daar luchtstromingen zijn]. Ah, da ist noch ein Blumerl. Mensch, schon wieder nix. Irgendwo muss es doch gehen. Wir geben nicht auf. Irgendwo wird’s gehen. Geht’s Dir gut? [jaja, alles bestens] Fliegen wir noch mal zur Lotte [da's een lokaal bergje waar vaak goeie thermiek heerst]. Wenn wir nicht noch mindestens 200m gewinnen, wird’s nix mehr. Ist Dir schon schlecht? [nöhhh, gewoon doorrrgaan, ik red me wel hier achterin. Ik dommelde zelfs bij tijden even weg, tja, die tabletten hè]. Wir geben nicht auf, irgendwie schaffen wir das. Ahh dieses Blumerl versuchen wir auch noch mal.” Enzovoort. Ik mompelde op regelmatige tijdstippen braaf “ja” en hield me verder geconcentreerd bezig met diep doorademen en hard naar buiten kijken om de misselijkheid tegen te gaan. En ineens, ineens lukte het. 1100m. 1500m. 2000m. En ik dacht: “wooooowww we zijn nu wel hoog genoeg hoor! Ah toe, nu rechtuit vliegen?”. Maar nee, hoger en hoger, round and round we go. Toen we op 3000m waren vond hij het geschroef in de lucht genoeg en kon het genieten echt beginnen. Het was zoooo mooi. Zo imposant. Zo onbeschrijflijk. Zo indrukwekkend.

De onderkant van de wolken schrapen.
Honderden kilometers ver kunnen kijken.
Over grote gletsjerplateaus vliegen.
Bergtopkruizen ver beneden je zien.
De zon door de wolken náást je.
Het vliegen puur op de vleugels.
Geen motorgeronk, enkel rust.
De grote roofvogels die kalm naast je vliegen.
Het even groeten naar een ander zweefvliegtuig vlakbij.
De enorme dalen die je compleet kunt overzien.

Ineens was de vlucht zo rustig dat de piloot zelf maar ‘ns ging lunchen. Broodjes werden uit een zijvak geplukt.
“Hé, geef je me even die waterfles aan die naast je ligt?” Ik geef braaf de waterfles door naar voren. We zweven. Ik zuig nog maar weer een druivensuikertje weg want ook ik heb inmiddels wel erg honger (al 7 uur geen hap gegeten hè). En we zweven verder. En verder. Zo mooi…

Ik denk dat je het zelf moet ervaren om te kunnen begrijpen hoe geweldig zoiets is.
Simpelweg vliegen op de wind, op je eigen (vliegtuig)vleugels.
Nix I BELIEVE.
I CÁN FLY!! Há!

Na een goed uur rondzweven namen we weer koers op de thuisbasis. We moesten onze hoogtewinst goed verdelen om over de laatste bergtoppen te komen (spannend :-) ). Nog een paar rondjes naast een bergkam en dan toch maar langzaam de landing inzetten. Nog vlak over een kerk op een heuvel en een grote burcht gevlogen, aancirkelen en toen was het gedaan.
The eagle had finally landed. En m’n knieschijven sprongen er zowat vanaf na 4 uur met kromme benen te hebben gezeten.

Maar de tena lady is droog gebleven, yay!

____________________________________________________________
nog een paar foto’s:

Liervlucht (zoon)

Off we go!!

Me – airborne. (Ja, cockpit was klein. erg klein)

Gipfelkreuz (aan het eind van de vlucht)

just another bubble…

$100.000.000.000
honderd.
miljard.
dollar.

Ze zijn niet goed wijs…. ik bedoel, facebook is leuk hoor, ik zit er ook op. En ‘geniet’ er dagelijks van. Maar voor hoe lang? Misschien vind ik er overmorgen wel geen zak meer aan. En nog een miljoentje of tien users met mij, means: kaboeffff!!

Splat.

In de klassieke economie wordt de waarde van een goed bepaald op basis van vraag en aanbod. Dit schijnt voor de technologiebranche echter absoluut niet het geval te zijn. In de ‘new economy’ tellen enkel nog de zogeheten netwerkeffecten. Hoe meer gebruikers het goed of de dienst gebruiken, deste groter de waarde ervan. Dat is niks nieuws, dat was vroeger ook al het geval. Neem bijvoorbeeld de telefoon of de fax, die techologische vernuften werden ook meer waard naarmate meer mensen daarmee gingen communiceren (als jij namelijk de enige op de wereld bent met een telefoon, dan schiet je er niet echt veel mee op). Op dit netwerkeffect is ook de waarde van Facebook gebaseerd. 900 miljoen facebookers gooien dagelijks vanalles te grabbel op een netwerk dat niet eens weet-god-hoe geweldige features biedt. Soms werkt ‘t zelfs voor geen meter en van ‘discrete omgang’ met de ter beschikking gestelde data kan al helemaal geen sprake zijn, maar ook dáárin ligt weer een deel van de waarde. Iedereen weet dat dat zo is en toch wordt er iedere dag miljoenen (nee, miljarden…) postings gepubliceerd en kent iedere facebook-gebruiker wel weer een hele zwik mensen die óók facebook gebruiken en waarmee ze vervolgens weer al hun levensrompslomp kunnen delen. Netwerkeffecten. Mensen delen foto’s, gegevens, interessen mee, ze vertellen uitgebreid wat ze gekookt hebben (ik doe dat graag, bijvoorbeeld), wensen elkaar goedenavond of goeiemorgen of juichen een eind in de ruimte omdat Twente net tegen Ajax gewonnen heeft (theoretisch dan hè, maar het zou kunnen…).

Maar. Ditzelfde effect is tegelijkertijd ook het grootste gevaar voor Facebook. Je kunt er weliswaar met grote stelligheid vanuit gaan dat de mensheid ook in de toekomst over sociale netwerken blijft communiceren. Maar er staat nergens dat dat voor altijd en persé op facebook zal blijven. Met de gegenereerde miljarden kan meneer Zuckerberg natuurlijk wel een hoop doen om de concurrentie voor te blijven en eventuele nieuwe loopvuurtjes in de kiem te smoren maar het is heel goed mogelijk dat ineens een soortgelijk (of juist compléét ander) aanbod de kop op steekt om facebook onverwachts geduchte concurrentie te bieden. Zoiets gaat nu eenmaal snel in deze informatiewereld. Vooral als blijkt dat deze nieuwe aanbieder zorgvuldiger en discreter (en nog winstgevender?) met de beschikbare databerg omgaat. En zomaar ineens zouden gebruikers zich massaal van facebook af kunnen wenden, de uiteindelijke teloorgang een opening biedend. Nou kan meneer Suikerberg als oerfreak wel zeggen dat omzet, rendement en geld hem sowieso niet interesseert, maar zo menig goedgelovig beursmenneke kan dan zomaar ineens met een rotsmak op de grond belanden…

Ik ben geen beursmensch. Maar zelfs ik zou in dit geval voorzichtig zijn. Ik vermaak mij prima op facebook. Ik doe ook braaf mee met het vergroten van de databerg. Maar aandelen van ons gezellige cluppie hoef ik niet. Aandelen koop je niet op een hoogtepunt. Stock rule No.1. In mijn ogen is en blijft facebook – hoe je het ook draait of keert – niks meer dan de volgende technoluchtbubbel, waarvan we al de meest prachtige exemplaren uit elkaar hebben zien ploffen… Deze zeepbel is nóg prachtiger, nóg groter, nóg mooier. Maar de omzet van facebook is het afgelopen jaar langggg niet zo sterk meer gestegen als de jaren ervoor. Voor investoren is júist een aanhoudende substantiële stijging van de omzet essentieel. Het aantal gebruikers in de landen waar veel geld te behalen is, is sowieso al op een hoogtepunt, daar is praktisch geen groeipotentieel meer voorhanden. Momenteel is het voor de reclame-industrie nog het meest rendabele platform maar de concurrentie, hoe ver achterop ook, zit niet stil en weet heel goed waar zich de zwakke en zwarte bladzijdes van het gezichtsboek bevinden. Een kwestie van tijd.
Hónderd miljard…
think about it.

and face it.

jij met je warmte

jij verjaagt al mijn
donkere gedachten
jij kunt met je zijn
de pijn wat verzachten
het ijs op mijn ziel
smelt langzaam weg
maakt me volatiel
behoeft geen uitleg
ik leef weer op
door jouw energie
ik ben jouw mop
en jij mijn skattie
ik wentel me in
die warmte van jou
ik krijg weer zin
niks dat ik liever wou
dan bij jou zijn
en me aan jou warmen
kom hier en schijn
met je stralende armen

Heerlijke zon…

(c) Lou

ignorance is bliss

why can’t I
understand how
you think…

is it because
you and I no longer
have that link?

why won’t I
ever see how
you feel…

is it because
your stone heart is
covered with steel?

why didn’t I
notice how
you drifted away…

is it because
your thoughts differ
from what you say?

why didn’t you
recognize how
it was meant to be…

is it because
I finally grasp
what you still don’t see?

why couldn’t we
ever pull
this thing together…

it’s because we
let it fly away
like some stupid feather…

how could we…

 

(c) Lou

Verdwijntruc

Het even goeiemorgen wensen.
Je impulsieve aanwezigheid.
Het zo lekker dom kletsen.
De verdekte aan- en toespelingen.
Je uitbundig geschreven lach.
De wederzijdse kriebel.

Ineens is het er niet meer.

De kleine steekjes onder water.
En ‘t daarna even zo korte opduiken.
Een snel toegeworpen goedenachtkus.
De soms ineens intensieve gesprekken.
Bedacht ondoordachte aandacht.
Dat rustgevende achtergrondgevoel.

Opgeslokt en zomaar verdwenen.

Een goed ingestudeerde truc?
Jij het konijn en ik die zwarte hoed.
Maar bij de doorsnee goochelaar
Komt het konijn
uiteindelijk toch
weer tevoorschijn?

Ik vraag ‘t mezelf
Wát mis ik nou eigenlijk?
Ik weet ‘t zelf niet meer.

Ik mis je.

Voor Aimpje…

ineens zo’n klap in je gezicht
hard. oneerlijk. zo gemeen.
‘kuthoofd’ noemde jij het.
maar ja, je hebt er maar één…

het hakt er zo in, ook hier,
de tranen in mijn ogen.
oneerlijk is het, tot en met
dít moest echt niet mogen…

het relativeert alles echt enorm.
‘ziek’ als in ‘beetje keelpijn’
is zo onbeduidend als je ineens
bedreigd wordt in je hele zijn…

maar dit, dit MOET goedkomen.
er ís gewoon geen andere keus.
de wereld kan niet zonder jou.
dan word ik pas echt rancuneus…

nu even heel hard lamgeslagen
wéér zo’n battle of hell to fight.
maar vechten zul je zeker
en JIJ wint. jij wint… geheid!!  ;-)

het komt goed, dat moetmoetmoet.
richt al jouw snoeiharde munitie
doelgericht, zoals jij doet.
en JIJ wint. dát is pas traditie…

DIKKE KUS lieve Aimée.
In gedachten vecht ik met je mee…

♥♥♥♥♥♥♥♥♥♥♥♥
(#LOVEHEALS)

_________________________________________

Jij koos vandaag voor
Glitter in the Air van Pink.
Ik zing het voor jou,
in al mijn amateurschap.
Maar zo ontzettend
met je mee gevoeld…

Remote Control

Televisie is, hoe je het ook draait of keert, iets uitermate essentieels hier. Ik kan me er helaas niet zo in vinden, ik kijk heel erg weinig TV. Als ik al even niks beters te doen heb, luister ik liever muziek (blip er soms even lekker op los), schrijf, schilder, lees blogs, speel wordfeud, whatever, maar de meeste dingen die voorbijkomen op ‘t ding interesseren me voor geen meter. Voor man en de kinderen is dat anders. Man zuigt alles in zich op wat maar een glimp van geschiedenis in zich heeft. Sowieso alles wat in zwart-wit is (gruwelijk). Van mummies tot wereldoorlogen, alles wordt tot in den treure herkauwd. Oh en sport. Voetbal (o.h.a. mee eens), Formule1 (yesss!), snooker (ook prima), tennis (is OK), ijshockey (mwah), boksen (vreselijk), wielrennen (horror) moet allemaal gekeken en geanalyseerd worden. Het moge dan ook duidelijk zijn wie er hier regeert over de afstandsbediening: NOT the mama!!

En mocht hij dan al moe zijn van alle gekoekeloer, dondert de heer des huizes met ronkend geweld in slaap op de bank. Steevast in innige omstrengeling met of – nog erger – bovenop de afstandsbediening. En als ik ‘m dan behoedzaam af zou pakken om de nog onbeperkt voortdurende WOII-documentaire weg te zappen (nee, ik wíl het niet vergeten, het ís belangrijke geschiedenis, maar ik hoef ‘t niet dagelijks – werkelijk dagelijks – allemaal steeds weer opnieuw door te nemen…) wordt hij met de zekerheid van Carla Bruni’s zangcarrière weer wakker om vervolgens op mij te mopperen dat ik alleen maar onintelligente talentenshows of romantische shit wil kijken. Dat klopt overigens: áls ik al TV kijk, wil ik óf het nieuws kijken óf iets waarbij ik gewoon nog fijn verder kan typen, chatten, schilderen, lezen, grinniken – m.a.w. iets wat dermate onintelligent is dat ik er mijn miniscule brein niet bij nodig heb om het toch nog leuk te vinden op de achtergrond.

Nog handig om te weten: wij hebben onze 7 afstandsbedieningen nu sinds geruime tijd geïntegreerd in één zo’n universeel ding. Hoogingewikkeld maar voor de kinderen no problem. Op ‘TV’ drukken – ‘on’ drukken – ‘AUX’ drukken – ‘on’ drukken – 87 resp. 40 resp. 41 intypen en klaar. Kinderzender gevonden. Mochten ze van de oostenrijkse sat-receiver nog even willen switchen naar de nederlandse voor ketnet en co: ‘Sat’ drukken – ‘on’ drukken – ‘TV’ drukken – ‘bovensteknopjetussenvolume&kanaalkeuze’ drukken – ‘Sat’ weer drukken – 151 (of een of ander ander kindergetal) indrukken en weer klaar. Ze hadden het binnen een minuut of 10 onder de knie. Allebei. Ik had er wat langer voor nodig maar zelfs ik kan nu nog steeds de was doen. Ons leven-met-levend-licht draait nu in ieder geval volledig om de ‘Universalfernbedienung’, de UFB. Of UAB op z’n nederlands. Hij heet daadwerkelijk niet voor niks “Medion LIFE”…

Maar wie er pas écht afstandsbedieningsverslaafd is, dat is dochter (ze zit op dit moment naast mij te gillen, al wijzend op het plaatje in m’n blog-concept: “Schau, schau!!! MEINE Fernbedienung im Internet!!! Die heb ik, die heb ik!!!”). Ze is zo ontzettend gefixeerd op dat ding – zelfs als de TV helemaal niet aan is… – dat ze hem werkelijk overal mee naar toe sleept. De AB is dan ook regelmatig verdwenen en de daaropvolgende zoekvolgorde bekend: eerst in de WC checken, de keuken (achter het aquarium bij de snoepkast), dan haar slaapkamer, de kist met barbies en de kaplabak. Mocht hij daar onverhoopt niet liggen, dan ligt-ie tussen of onder de bank. Ze verdedigt de AB vanzelfsprekend met haar leven, bijt haar broer soms in de afstandsbedieningafpakkenwillende arm, gromt aan tafel als ik het ding aan míjn kant neerleg omdat ik niet wil dat ze met haar vette ketchupvingers ons levensmiddelpunt bevingert. De tekst op de knopjes slijt al voldoende zonder bijtende tomatenzuren. Tijdens het eten wordt er sowieso geen TV gekeken (tenzij ik ziek ben, zoals nu, waardoor de kinderen steeds opnieuw stilletjes en innigst hopen dat mijn hoestbuien daadwerkelijk overgaan in ziekte), maar dat maakt voor de positionering van de AB niet uit: die ligt in dochters hand of in ieder geval, net als het overige bestek, vlak naast haar bord. Ze kauwt er ook regelmatig op (tot grote ergernis van man die de tandafdrukken in de on-knop echt afzichtelijk vindt, ik vind ze best schattig eigenlijk) en neemt hem zelfs mee naar bed. Haar grootste vriend. Soms is hij een paar dagen weg en moeten we minstens 5 van onze ouwe afstandsbedieningen uitgraven om weer fatsoenlijk TV te kunnen kijken. Dan bidden we tot heilige Antonius (not) om de huilbuien van dochter toch eindelijk eens te kunnen stoppen en meestal komt hij dan wel weer boven water. Soms letterlijk.

Ik denk dat we binnenkort maar ‘ns een 2e, zelfde UAB, gaan halen. 1 voor het echie en 1 voor haar. Een KAB. Een knuffelafstandsbediening.

No remote, no life.

Toch?

Leeghoofd

even een eerstegedachtenblog…

wordt moeilijk want m’n hoofd is zo leeg als ‘t maar kan. zucht diep. doorademen. T en K  kijken echt teveel tv. maar garfield ís ook leuk. heb best lekker gekookt daarnet. ik eet nog steeds teveel. ik wou dat ik voor één stomme rotkeer weer ‘ns dat verliefde gevoel kon hebben… vriendin heeft dat en het lijkt me heerlijk. liefde is meer waard, duurzamer, belangrijker en dat heb ik ook maar gewoon weer ‘ns verliefd. die rare opwellingen in je maag, niet weten wat te zeggen, de spanning… ach. ben te oud en te gesettled… waarom kun jij nou niet eens een béétje verliefdheidsgevoel voor mij hebben… voor één keertje maar. gewoon om ‘t eens te voelen. wromnie… je weet nooit wat je had tot het er niet meer is hè. ik moet nog strijken. ik haat strijken. de stapel van 1,5 maand ligt me aan te kijken. wat zou die jongen op moederdag bezield hebben om zomaar in de ijskoude Donau te springen… nou is-ie weg… arme ouders, nachtmerrie. moet nog huiswerk maken met T. vrijdag algemene kennis toets. over mannetjes en vrouwtjes nota bene. altijd weer heerlijk, al die vragen beantwoorden. hoe vaak je dan wel niet ‘iiieuwww’ hoort…

HEEEEE niet uit je neus vreten joh!! da’s goor!! bahhhh!!!!!!

sorry. moest effe. zoon vreet z’n eigen neusopboringen op. als ik íets goor vind… da’s pas iiieuwww. best lastig, tegen je kind mopperen zonder stem. ik heb alweer heimwee. vandaag tompoezen gezien hier in de supermarkt. heten “creme schnitten”. moet ik maar ‘ns kopen. vanavond eigenlijk feest van voetbalclub maar ik ga niet, nog te lamlendig. moe. ik val in slaap zometeen. nekpijn. rugpijn. zeikweer. voel ‘t in m’n knieen. ik word oud. shit buuf is jarig! even kadootje in elkaar flansen zometeen. oh ik moet de was eruit halen.

oh ja. strijken…

joepie…

*click*

Stil in mij

Op het moment zelfs letterlijk. Ik heb een ontstoken keel (onder andere) en daardoor kan ik er nauwelijks een fatsoenlijk geluid uitpersen. Héél stil in mij dus.

Maar figuurlijk ook. Ik ben wat stil. Ik ben stilgevallen. Het is dubbelstil in mij. Klinkt een beetje als dubbelfris. Klopt ook wel, het is ook best koeltjes in mij. Koud en stil. Ik heb nergens woorden meer voor. Dat komt voor een groot deel doordat het zoveel stiller om mij héén is. De golfslagen, het geruis, gekabbel, geklater is duidelijk afgenomen. De vaste rotsen in mijn branding, die blijven voor eeuwig. De zee ruist en maakt een prettig geluid als het water om deze rotsen heen slaat. Ze glinsteren nat in het zonlicht en ze klateren en klotsen met de terugtrekkende zee. Rustgevend. Mén, ben ik blij met deze geweldige rotsen…

Maar de aangespoelde losse kiezels die ik zo mooi vond en opraapte van mijn wijdse strand verliezen steeds weer hun glans als ze uiteindelijk opdrogen. Ik loop de zee in en dompel ze nog maar een keer onder. Voor eventjes glanzen ze dan weer, net zo mooi als daarvoor. Maar weer drogen ze op en worden dof en mat…

Sommige van die kiezels hebben zelfs in die toestand nog ‘iets’ in zich. Een mooie turqooise gloed, een fascinerende witte streep, een prachtige gekartelde rand, een interessante vorm. Die stenen stop ik in mijn binnenzak. Ik hou ze dicht bij me en bekijk ze af en toe als ik op één van mijn stabiele rotsen in de branding zit.

Maar die helemaal gladde, ronde stenen, die op het eerste moment zo volmaakt leken, blijken uiteindelijk simpelweg té glad. En enkel glad is niet voldoende om de daarmee gepaard gaande saaiheid van perfectie goed te maken. Als de glans eenmaal vergaan is, blijft ‘t wat het is. Een simpele, ronde, grauwgrijze steen. Ik laat de kiezel voor wat-ie is en gooi hem uiteindelijk toch maar terug in de zee…

Onder het wateroppervlak
is zo’n steen
enkel nat
en glansloos glad…

… en is het weer een beetje stiller in mij.

Examenvrees

Ik zit er nog middenin. Dat examen waar mijn lieve supervriendin Heidy vandaag met een glorieuze, prachtige zes  in geslaagd is, ik heb het nog grotendeels voor me. Ik doe weliswaar momenteel een ietwat bredere vakrichting van deze expertise, maar ik vrees met grote vrezen dat ik nu dan toch vet ga zakken…

Ik kan het niet. Loslaten. Ik kan het gewoon niet. Dat deeltentamen m.b.t. de kinderen lukte tot nog toe het beste. Ik heb zoon al een keer een hele week vrij kunnen laten, een hele week scoutingkamp zonder enig contact. Een hel, maar ik heb ‘t doorstaan. En hij vond ‘t geslaagd. De kinderen zwermen hier sowieso na de middag uit, met de fiets of de step de hort op. Naar buren een stuk verderop, vriend(inn)en in de buurt. Ik weet vaak niet eens waar ze precies zijn. Nee, dát kan ik inmiddels een beetje, dat kindergedeelte. Ik oefen in ieder geval goed.

Maar dan dat deelexamen dat gaat over die mensen waar je ze zoveel waarde aan hecht. Waar je soms zelfs aan hangt om maar niet in de afgrond te storten. Bungelend boven het ravijn hou je krampachtig die hand vast. Een hand waar je zoveel om gaf, die je lief had. Maar ook een hand waarvan je nu vormelijk vóelt dat die je liever de diepte in ziet gaan omdat je gewoon van een te groot kaliber bent. Een hand waar je je zó graag aan op had willen trekken, waarvan je dacht dat die jou ook koste wat ‘t kost wilde redden, dat die de jouwe in zich wilde hebben. Alweer fout gedacht.

En dan… besluit je om uiteindelijk toch maar zelf los te laten. In vredesnaam… Je bereidt je voor op de val, op de enorme rotsmakkerd die je maakt als je daar beneden als een bom inslaat. Hoe diep zou de krater zijn… Je sluit je ogen. Nog één diepe zucht. De grip op die vooralsnog reddende hand nu zelf losser makend. Niet meer trekken. Niet langer nog smekend omhoog kijken. En je voelt dat die hand eigenlijk maar al te graag meegaat in het loslaten. Hoe pijnlijk die sensatie…  Je opent je vingers. Een vlakke hand. Je glijdt weg. Goodbye…..
….

..
.

En dan sta je ineens op een richel. Een uitstekende rand nog geen vijftien centimeter onder je voeten. Een simpele, stabiele, opvangende richel die daar altijd al was. Je had ‘m niet gezien, maar ineens sta je er op. Niks rotklap. Niks krater. Niks goodbye. Versuft blijf je staan. Grijpt een knoestige wortel in de ravijnwand. Zet je voet in een kleine inham. Trekt je op. En klautert omhoog.

De eens zo gewaardeerde hand is al lang weg. Op naar betere, welwillendere, minder trekkende en nog onbelastende oorden. En je beseft plotsklaps dat je die hand eigenlijk nooit nodig hebt gehad… Door een veel stabielere, oh-zo mooie richel die je opving toen het écht belangrijk was.

Ik hoop dat ik ergens daar onder mijn voeten óók zo’n richeltje heb…

Maar ik heb examenvrees…

Uit haar geboren

Veertig (en een half) jaar geleden zette jij (nóg) een hummeltje in de wereld.
Eigenlijk meer een pummeltje: bij de geboorte was ik al formaatje XL.
Een ietwat verkeerd zittende navelstreng zorgde voor enige paniek.
En een ingeslikte punaise een jaar of wat later evenzo.
Alles maakte je met me mee. Ik vrat alles op. Beklom alles. Deed alles.
Had eeuwig en altijd blauwe schenen van ‘t onbenullig rondbanjeren.
Maar het maakte je niet uit. Jij zag míj. En zei “goed zo!!!”.

Ik vroeg je ononderbroken de oren van je hoofd.
Ging mee naar kantoor om daar al heel vroeg en uitbundig
de kasten vol te tekenen en je van ‘t werk af te houden.
In de pubertijd werd ik vrijgelaten. Vrij om de fouten te maken die ik nodig had,
vrij om grenzen te verkennen, vrij m’n hoofd zo toe te takelen als ik wou.
Zwarte ogen, zwarte kleding, stekels en opgeschoren bakkebaarden.
“Als jij het mooi vindt, vind ik het goed hoor lieverd!”
En een koelbloedig: “Ach, dat gaat vanzelf weer over”. En dat ging het.
Om plaats te maken voor Kim Wilde- en Tina Turner-kapsels.
Maar het maakte je niet uit. Jij zag míj. En vond het goed zo.

Ik fladderde rond tussen de jongens, had te weinig harten in reserve.
Ze braken en ik kwam thuis om ze weer te laten lijmen.
Jij troostte, legde uit en zorgde dat ik weer verder kon.
Ik kon altijd alles bij jou kwijt, kon altijd alles vragen.
Een allerlaatste keer mee op vakantie, en ineens wou ik die Oostenrijker.
Jullie lieten mij naar Australië vliegen en ik vloog daarmee uit.
Op mijn allereerste autorit met rijbewijs op zak zat jij  naast me
en reageerde übercool op ons bij Zwiep bijna-uit-de-bocht-vliegen.
“volgende keer misschien toch íetsje minder hard rijden?”
doodbedaard terwijl ik zelf nog m’n hart uit m’n keel zat te vissen…
Maar jij maakte je niet druk. Jij zag míj. En dacht: “zal wel goedkomen.”

Jij was mijn eeuwige Hotel Mama om weer naar thuis te komen.
De was, het liefdesverdriet en de studiezorgen meezeulend.
Studieverenigingen, cursussen, een eigen plek in Utrecht.
Zoveel ambities en ik kreeg alle mogelijke steun voor elk van hen.
Nog een studie erachteraan, Amsterdam calling.
Ondertussen heen en weer treinend tussen Oostenrijk en Nederland.
Wat zul je je zorgen gemaakt hebben. Wat moet je gedacht hebben…
Maar jij nam ‘t zoals ‘t kwam. Jij zag míj. En wist dat het zo goed was.

Geëmigreerd. En weg was ze… Niet meer binnen ‘snel bereik’.
Je liet me gaan. Maar jullie steun op ieder vlak hielp me
om daar te gaan waar ik het nodig vond rond te wandelen.
Mijn geweldige, onbetaalbare kraamverzorgster na beide geboortes.
Relatiecrises, werkcrises, persoonscrises, huisbouwcrises.
Jij was er áltijd voor me. En nog steeds. Altijd een luisterend oor.
Telefoon. Af en toe een mailtje. Vaak langskomen op doorreis.
Zorgend. Meelevend. Nooit verstikkend. Altijd steunend.
Begripvol. Liefdevol. Rechtvaardig. Thuisgevend.
Zoals iedereen zich een moeder zou wensen.
Zoals iedereens moeder eigenlijk zou moeten zijn.
En ík weet: met zo’n moeder kán ‘t niet anders dan goedkomen :-)

Ik ben er nooit meer op moederdag. Nooit “live” bij jou.
Te ver weg om ‘gewoon even langs te komen’.
Mijn moeder moet het doen met een kaart en een belletje.
En met een blog. Want nu kan ik dat. Omdat ik van je hou.
Ik heb van vroeg af aan al geroepen:
“als ik zo word zoals mijn mama, dan kan ik tevreden over mezelf zijn.”
Geen idee of ik zo ben zoals jij. Nee, ik ben veel ongeduldiger,
ongeduriger, instabieler. Maar ik blijf ‘t proberen…

Mijn mooie, lieve, perfecte mama.
Uit jou geboren. Zonder jou zou ik (ik) niet zijn.
Een hele fijne moederdag lieve mam!!!

Ik hou van jou.

Who are you?

De vraag der vragen. Wie ben ik eigenlijk… Kén ik mezelf wel? En als ik mij niet ken, is er dan überhaupt íemand op deze wereld die dat wel doet? In een blog van de allerallerALLERliefste Lou stelde zij deze vraag en beschreef zichzelf tot in de kleinste details. Ik kon alleen maar denken: “ja, dit herken ik. zo ís ze, zo moet ze zijn.” Een duidelijk geval van WYSIWYG.

Ik weet niet hoe wysiwyg ik ben…
Well, Lou, who the hell are you?

Ik.
Blond maar mahoniedonkerrood geverfd.
Modelgeschikt qua lengte maar allesbehalve slank.
Fit en erg lenig maar soms zit er een vetrol in de weg.
Bruingroene ogen, sproeten en licht(verbrandbar)e huid.
Begin 40 (ja echt) maar gevoelsmatig dik 10 jaar jonger.

Ik.
Niet altijd even open maar wel verbaal exhibitionistisch.
Niet verslavingsgevoelig maar vol grote zwakke plekken.
Soms wat warrig en onduidelijk maar altijd eerlijk.
Gruwelijke hekel aan achterbaksheid en geroddel maar
wel uitermate nieuwsgierig naar wat mensen denken.

Ik.
Gek op man en kinderen, mijn álles in drievoud.
Gek op mijn grote zus, pap en mam, familie intact.
Gek op draken, vlinders, manen, katten, beren, tijgers en ander gespuis
Gek op zovele heerlijke mannen én vrouwen in mijn leven.
Gek op het liefhebben zelf.

Ik.
Vaak vrolijk, soms bedroefd.
Vaak nadenkend, soms te ad-rem.
Vaak sarcastisch, soms gewoon te.
Vaak vol gevoel, soms afgestompt.
Vaak gestoord, soms ook prettig.

Ik.
Melancholisch. Schilderend. Zelftwijfelend — Muziekmaniak.
Dubbelgestudeerd. Taalgek. Managend — Werkpony.
Creatief. Tuinierend. Moederend. Zakelijk — Omnipotenta volens.
Telefoneerschuw. Schrijfgek. Flapuiterig — Socmed-sucker.
Vol liefde en genegenheid. Lichtelijk onzeker — Alleswiller.
Teveeldenkend, dirty-minded, sceptisch — Doemdenker.
Imperfect, dramatisch, kortlonterig — Ongeleid projectiel.
Speeddenkend, eeuwigvragend, leergierig — Hartluchtster.
Bitchylief, attent, chaotisch — Gevoelsmens.

Ik ben er nu wel achter. Niemand kent mij werkelijk tot in alle uitersten. Ik heb heel donkere plekken in mij, die ik alleen ken. Plekken waarvan ik niet wil dat iemand ze ooit ziet of leert kennen. Ik heb veel meegemaakt maar eigenlijk zo ontzettend weinig. Ik kan mijn mond houden en heel goed niet willen praten. En als mijn blikken konden doden, deden ze dat nog steeds niet. Nobody knows me like I do. But even I don’t…

Oh, een lievelingskleur heb ik niet.

En jij? Vertel ‘ns…

___________________________________________

(PS1 — ook voor mij geldt: mocht je iets specifieks willen weten, just ask. Of ik een antwoord geef is een tweede.)
(PS2 — kan best zijn dat ik met de tijd nog wat aanvullingen in dit blog prop. Neem het me niet kwalijk.)

mi(dder)nachtelijkheden

bijna wéér een keer voorbij
die stilte tussen jou en mij

nietig is de verwachting
deste grootser de minachting

“even echt geen zin in jou”
jezus man, wat wil je nou??

pas op, bijna weer voorbij
jouw kans op lief van mij

ik ga nu geruster slapen
die 3,5 hersencel bijeenrapen

en weer op een rijtje zetten
herinneringen platter pletten

ik ben het die rauw lacht
om jou, om middernacht.

minachting is het wrang verleden
ik hou ‘t op middernachtelijkheden…

welterusten ;-)

(c) Lou

no reply

is het echt?
moet het zo?
kon je niet?
zó on the go?

echt te druk?
te belangrijk?
ben niet jouw juk
“please, geen gezeik…”

ik zwijg en berust.
het is wat niet is.
eens lief gekust.
maar geen gemis.

in alles vrij ben jij
toe, fladder vér weg?
niets meer in mij
wat ik jou niet zeg…

ik kan ‘t nu voelen
er ís geen wij
nieuwere doelen
and no reply…

.

bye.

(c) Lou

korter dan kort

kort door de bocht
stil schreeuwde en vocht
dacht niet echt goed na
over wat nu nog mocht.

kort van liefde en stof
niet goed wetend of
ze dit zou overleven
ogen reeds moe en dof

kort als de morgen
de twijfel en zorgen
voor het middag was,
nooit meer geborgen

kort gehouden en verdord
of het ooit nog beter wordt?
blijft hopen op meer want
dit was korter dan kort…

Klote-WA…

(c) Lou

L_2.7

Daarnet heeft L. de update gedownload: haar eigen 2.7 versie. Een gouden draak maakte haar op de vernieuwde versie attent, gaf dé link en had  zelfs nog een aantal irritante bugs gefixed. Ze had zelf niet eens echt door dat het gewoon simpele softwarefouten waren… Maar ja, het is ook moeilijk om je eigen fouten op te speuren en te fixen hè. Daar heb je dus soms wel eens anderen voor nodig. Anderen die weten hoe jij werkt, die jouw source code kennen, die door je simpelweg te kénnen, je errors en bugs veel beter in de smiezen hebben…

Haar compiler is weliswaar ook niet translatiefoutloos, maar als de broncode nu eindelijk weer eens goed opgeschoond is, kan die er nog ook wel een tijdje mee door zodat ze weer naar behoren kan functioneren. De antenne zelf is gereset, de ruis is nog steeds flink hoog maar door de nieuwe instellingen verloopt de filtering van de essentie een stuk effectiever.

Als de perifere apps en de secundaire hardware nou ook nog eens goed met de core samen zouden werken, zou L. een bijna perfecte machine kunnen worden. Maar die hoop heeft ze zelf al opgegeven. En wat moet je überhaupt met een perfecte machine? Een leven zonder verrassingen is als Microsoft zonder bluescreens. Een venster zonder uitzicht. Af en toe heb je die adrenaline-kicks gewoon nodig. L. is vast al lang blij als de boel zonder fatale crashes zo’n 3 weken per maand door blijft lopen. Een automatische backup-functie op een externe harde schijf zorgt voor enige veiligheid m.b.t. de moeizaam opgeslagen data en leereffecten die L. in haar historie vergaard had.

De hormonele storingsmeldingen blijven echter wel nog steeds komen. Een uiterst moeilijk te achterhalen misser in de code; op de momenten dat je het ‘t minst verwacht, springt de machinerie – ondanks maandelijkse herprogrammering – ineens toch weer op tilt. Dan zie je haar trillen met haar vingers, krampachtig over haar afgesleten toetsenbord maaiend…

*hard reset*

*reboot*

*_*

Unplugged

Ze zit. Na een best gezellige avond thuisgekomen. Neergezegen in de zetel.
Ze kijkt naar een wit beeldscherm waar ze voor de tweehonderdzesentachtigste keer zo ontzettend graag in volle glorie neer zou willen zetten hoe ze zich voelt.
Het probleem is: ze heeft zelf geen flauw idee…
Ze sluit haar ogen en kijkt naar binnen.
Binnenin haar eigenste eigenheid.

“Hoe voel ik mij?”

En dan komt het besef.
Ze vóelt helemaal niet.
Niet meer.
Ze ervaart en interpreteert.
Ze denkt en analyseert.
Ze leest en crepeert.
Ze luistert en verkeert.
Ze smacht en begeert.
Ze volgt en blokkeert.
Ze vecht en blesseert.

Ze doet.
Ze maakt.
Ze wil.
Ze gaat.
maar door.
Maar het voelen is kapot.

Ineens voelt ze dan tóch nog iets.

Doodmoe.
Leeggezogen.
Op.

En zoekt wanhopig in de real-life kist met electropruttel naar haar eigen verloren gegane oplaadsnoertje.

Unplugged for life…

Gewoon kappen!

Dat riep ik vanochtend binnensmonds tegen een blondzwarte friseuse.
Het was weer eens zover. Na 3 weken gezeur van dochter (6) aangehoord te hebben was ik het zat. Om stipt 8AM hing ik al in de foon.
“Wanneer schikt het u?”
“Nou, nu??”
“OK, om kwart voor elf hebben we nog een plekje.”
Ach nou ja, dat is ook bijna ‘nu’. De kinderen hadden vandaag weer eens schoolvrij om de één of andere vage reden (Landeslehrerversammlung, wat dat dan ook mag wezen. Op zulke dagen ben je blij dat je thuiswerkmammie bent). Kwart voor elf zaten ze allebei op een stoelverhoging (in de overigens compleet lege kapsalon – wat een groot ‘plekje’ hadden wij gekregen!) te koekeloeren.

Bij zoon (9) roep ik standaard: “alles op 12mm graag!” en dat gebeurt dan ook. Dit keer kwam zoon er echter zomaar ineens tussen: “Echnie. Ik wil ‘t bovenop langer hebben en dan in stekels. Ik wil cool als Phil [onze drumleraar] zijn.”. Een beetje verbouwereerd door deze inmenging van zoon (want niet gewend: hij is normaalgesproken van het type ‘het zal me allemaal worst wezen, als ik hier maar snel weer weg mag’) maar er natuurlijk niks op tegen hebbend, wordt zoon daar waar ‘t wél mag, gekortwiekt. Dat is nog altijd zeer easygoing. Zoon krabt zich ter afsluiting eens in z’n rooie nek, kijkt me aan, gooit er een soort holenmensen-achtig “hangghh?” uit (dat is een samenvattend synoniem voor de aan mij gerichte vragen: “nou? wat kijk je nou suf? is toch prima OK zo??”) en gaat vervolgens braaf op coole wijze bij mij op schoot zitten.  Dochter is een ander verhaal. Die weet 3 weken van tevoren al precies wat ze wil en hoe het moet. Waar kort, waar lang. De pony moet weer kort want ze ziet niks, oh en een lange zwarte haarlok erin a.u.b.

En dan zit ze daar. Mejuffrouw Prekebeen op haar stoelverhogingstroon, de kapster kritisch bekijkend en haar waardigheid beoordelend.
“Oh mam, ik wil toch geen pony meer [oh my...]. Het moet weer lang. Een pony is voor babies, behalve als-ie in de wei staat.”
Ratelderatel.
“Oh en het mag wel iets korter hier. Maar daar niet. Neeeeeeheee, ik zei toch, dáár NIET!!!”
De kapster kijkt ietwat veronzekerd naar mij en ik denk min of meer hardop: “gewoon knippen meid, ik betaal en ik vind ‘t allemaal best. ‘t-groeit wel weer aan en als het niet goed is, zit ik met een kortharig krijsexemplaar, niet jij”.
Ze snapt ‘t. En knipt er lustig op los.
Dochter rebbelt voort (in het duits welteverstaan, maar ik ben zo vrij om even te vertalen):
“ik had hiervoor al een roze haarlok, maar die was echt te kort [ter info: die heb ik thuis nog een behoorlijk stuk ingekort omdat ze 'm steeds opvrat bij het eten] en hij was ook niet mooi meer dus heeft mam ‘m er helemaal uitgehaald. En ik heb nu lang genoeg lang haar gehad. Doe ‘t toch maar hartstikke kort knippen, ja? Ik zweet me het eppieleppie nu en dan gaat alles jeuken. Maar ik heb geen luizen hoor! Die heb ik nog nooit gehad. [ik klop zachtjes af op de stoelleuning]. M’n broer ook niet, want die heeft sowieso millimeterhaar en daar houden luizen niet van, dat is te licht voor ze. Luizen houden niet van zon want dan worden ze bruin en dan verschrompelen ze. En vlooien hebben we ook niet. Maar straks hebben we 2 katten en dan hebben we vast wel allemaal wel een keer vlooien. En dan komen we bij jou, mag jij ze vangen en in een potje doen. Goed?”

De kapster zegt niet veel, maar ik hoor haar denken: “blij als ik zometeen klaar ben met deze rebbelkous, poeh poeh poeh”. Of zoiets. Ik verdraai even m’n ogen en grinnik enigszins verontschuldigend (en ondertussen vind ik mijn dochter toch best heel erg leuk. Ze lijkt op d’r moeder heheh).

Met de lijmtang wordt er aan de rechterkant nog een 40cm lange lok zwart haar ingelijmd, die op mijn commando toch echt ingekort moet worden (ik zie mezelf alweer tijdens het avondeten de zwarte haren uit haar keel trekken, nee dank je de koekoek). Dochter kijkt beledigd want wil de volledige pluk zwart haar houden. “Daar betaal jij toch óók voor? Dan mag ik het toch wel houden??” Theoretisch heeft ze gelijk. Praktisch heb ik de schaar al zowat vast om de boel dan zelf maar af te knippen en dan mag ze van mij dat afgeknipte stuk best houden. De kapster is me voor en zegt diplomatiek: “kijk, deze lengte is momenteel helemaal ‘in’, dan heb je het precies zoals het hoort”, en houdt de lok op een acceptabele lengte vast. Dochter trekt haar mondhoek nadenkend omlaag maar voor verder nadenken is het al te laat: kapster weet van wanten en de lok is nu tot de helft ingekort. Klaar.

20 minuten later staan ze met korte koppen en een cola-lolly weer buiten.
Als ik in de auto stap mompel ik “Zohhh. dat hebben we voorlopig ook weer gehad”.
Maar ik weet als geen ander: erna is ervoor…

Stress Reduction

… dat je dan nog steeds, nee, toch wéér het gevoel hebt, alles fout gedaan te hebben.
… dat je altijd weer twijfelt aan hoe je de dingen aangepakt hebt (of juist niet…)
… dat je steeds opnieuw zoekt naar wat juist is en het maar niet kunt vinden.
… dat je jezelf nog steeds voor je kop slaat omdat je diezelfde kop niet gewoon dicht hebt kunnen houden.
… dat je dat filteren ondanks vlijtig oefenen toch echt nog steeds voor geen meter onder de (brokkelige) knie hebt.
… dat je nu zélf niet eens weet hoe te reageren op lieve berichten, terwijl je dat best wil.
… dat je de stress bij tijden letterlijk in je maag voelt beuken.
… dat je tegelijktertijd denkt: “wáár maak ik me nú weer druk om”…
… dat je steeds vaker een goeie plek op de muur zoekt om je hoofd tegen aan te boinken.
… dat je het ineens allemaal effe niet meer weet.
… dat je steeds vaker de neiging hebt om telefoon en laptop even fijn plat te stampen en in de prullenbak te proppen.
dat dus.

Hé!! Dat laatste zou ik eigenlijk zomaar echt ‘ns kunnen doen…

Maar hmmm. ‘t-Is wel zonde van ‘t geld, hè. En ik moet toch érgens m’n werk op doen. En ik wil wel graag online blijven schrijven. En dan ik kan geen WordFeud meer spelen of instagrammen. En dan kan ik de buuf niet meer opbellen voor ‘n kop koffie (oh wacht, dat kan ik wel. Ik heb nog een vast net. En ik zou er ook gewoon heen kunnen lopen. (tjeee…. wat een optie…)). En dan kan ik niet meer chatten met m’n lieve grote zus en niet meer Whappen met de allerallerliefsten.
En… ach. Nee, da’s ook geen oplossing.

Ahhh soit!!
Dan doe ik gewoon maar dat waar ik wél goed in ben.

*boink*

*boink*

*boink*

*boink*

*boink*

*boink*

*boink*

*boi………….*

#plof

stress
less

je zult ‘t nooit weten.

Het breekt m’n hart te weten dat jij eigenlijk voor mij bestemd was.
Ben jij niet verdrietig dat er nooit een verhaal uit ‘ons’ ontstaan is?
En dat zal er blijkbaar ook nooit meer komen…

Je zult het nooit te weten komen, ik zal het je in ieder geval nooit laten zien.
Dat wat ik voel, wat ik nodig heb. Nee, je zult het nooit weten…

Met elke lach komt mijn realisme, ironisch toch…
Jij zult in ieder geval nooit ontdekken wat mij zo kapot maakte.
Kun je mij dan niet zien, kun je echt niets zien?

Je zult het nooit te weten komen, want ik zal nooit laten zien
wat ik voelde en wat ik juist van jou zo nodig had.
Nee. Nee, je zult het nooit weten…

(vrij naar de songtext van “You will never know” van Imany, een gewéldig mooi lied van een gewéldig mooie vrouw…)

 

Base Aid, please!!

met andere woorden: hulp aan de basis, a.u.b.!!

Dringend nodig, vrees ik. Mijn basis brokkelt namelijk ietwat. Langzaam maar zeker breken er stukjes en stukken af, juist daar waar ik dacht dat er niks los te wrikken viel. Maar wat is dan nou eigenlijk mijn basis? (die twee potige boomstammen daarbeneden even daargelaten, die brokkelen weliswaar ook, vooral ter hoogte van de knieën, maar dat telt nu even niet mee). Het gaat me om die geestelijke basis. Dat waar ik mentaal op bouw. Mijn psychische fundament.

Ik dacht dat ik het wel goed op een rijtje had.
Ik dacht dat ik wel wist waar ik op kon vertrouwen als het om mijn eigen bovenkamervaardigheden ging.
Ik dacht dat ik wel kon bouwen op mijn intuïtie.
Ik dacht dat ik in kon schatten wie en wat nou werkelijk goed cq. “ietwat minder goed” voor me is.
Verrrrrrrrassing!!! (fout gedacht…).

Steeds vaker merk ik, dat ik mensen fout inschat. Mensen waarvan ik dacht dat ik er toch echt een soort van speciale band mee had. Mensen waarvan ik dacht te houden. Anderen die een simpele reactie op een liefbedoeld berichtje ineens al teveel moeite blijken te vinden. Personen die je lief en aardig vinden zolang ze zelf eenzaam, wanhopig en zoekende zijn maar je laten vallen als een beschimmelde baksteen zogauw ze een nieuwe dosis generische genegenheid hebben weten te veroveren. Ik merk dat mijn fundament te veel gebouwd is op de behoefte aan toewijding van anderen. En die toewijding is nu eenmaal niet, nóóit gegarandeerd. Een onzekerheidsfactor. Mensen veranderen. Mensen zijn altijd anders dan je dacht.

En alles blijft anders…

Ik ben me ervan bewust: het ligt helemaal aan mij…
MEN kan er niks aan doen dat ik irreële verwachtingen heb (sorry: hád!). MEN is niet schuld aan mijn chronische hunkering en mijn te goede vertrouwen (laten we het voor de falderatie even geen naïviteit noemen, vanavond even niet). MEN mág zich afvragen waar ik me eigenlijk zo druk om maak, dat doe ik namelijk zelf ook continu. Wáár maak ik me in vredesnaam druk om?

Ik weet ‘t ook niet. Ik weet wel dat ik nóg een tandje harder ga proberen om me erbij neer te leggen. Het is genoeg, het is goed zo. Het gebeuk op m’n hart is klaar. Ik trek een hartpantser aan en vertrouw op een beetje echte hulp aan de basis. Dáár weet ik namelijk een aantal mensen te vinden die mij ook gevonden hebben. Mooie, goede, lieve mensen die ik vrienden (en familie!!) kan en mag noemen, waar ik een lijntje mee heb ook al zijn we niet in dezelfde ruimte of zelfs dik 1000 kilometer uit elkaar. Mensen waar ik op kan bouwen, anytime I need to. Díe mensen koester ik. Die mensen hebben de sleutel om mijn pantser te openen en er gezellig bij in te kruipen. En de rest trap ik vanaf nu successievelijk van mijn fundament af. Bye. Speel nog maar even fijn. Ik hoop met heel mijn hart dat de rubbermatten onder die wip hun werk nog goed doen als je met een rotsmak weer op de aarde terugkomt…

And even if I never forget you, baby
Tonight I’m gonna let your memory, baby
Go…
Always sad, I know
.
(Aura Dione – Friends)

Marilyn Monroe had haar basis goed voor elkaar.
“People change so that you can learn to let go,
things go wrong so that you appreciate them when they’re right,
you believe lies so you eventually learn to trust no one but yourself,
and sometimes good things fall apart so better things can fall together.”

ThanX Norma Jean, dit wordt de basis van m’n nieuwe fundament. Leren om los te laten. Die dingen waarderen die wél goed zijn. Vertrouwen op en in jezelf. Puzzelstukken op hun plaats laten vallen. Mantra. Zennnnn. Enzo.

En ook:
“I’m selfish, impatient and a little insecure.
I make mistakes, I am out of control and at times hard to handle.
But if you can’t handle me at my worst,
then you sure as hell don’t deserve me at my best.”

Nou, dát dus. Ik had zo’n wijs mensch als Marilyn best graag ‘ns de hand geschud…
(Shake hands, my dear. And shake (off) the rest too…)

Base Aid is what I needed…
Well babe, guess I found it.
(en als ik nu maar hard genoeg roep dat ik het van me af ga zetten, misschien ga ik het dan zelf ook nog echt eens geloven…)

(with special thanX to @Base_Aid ;-) )

Splat!!!

Op twitter struikelde ik vanochtend zomaar, per toeval, over een foto die geretweet werd.
Ik was er meteen compleet door gefascineerd.
Een foto, die zo ontzettend goed uitbeeldt, wat mij op ‘t hart ligt.

Een prachtig iets, glanzend, rond, schitterend, zwevend, perfect.
Zo mooi.
Eén vinger, één prikkende, onvoorzichtige, uitdagende vinger.
Die wil weten wat er gebeurt als je er heel even aan komt.
En het perfecte spat uiteen…

Zo langzaam dat je de duizenden natte, glinsterende splinters kunt zien.
Zo plotseling dat je even met je ogen moet knipperen om te beseffen wat er gebeurde.
Zo snel dat je op het moment van uiteen spatten al niet eens meer weet, hóe perfect het eigenlijk was…

Die prikkende vinger hangt nog in de lucht.
Wijst na.
Kijk…
zó mooi was het…
ooit…

Echooooo…

Ik blijf ‘t moeilijk vinden. Mezelf terug houden. Op m’n vingers zitten. Niet steeds eruit gooien wat ik juste en moment voel, vind of denk. De afgelopen dagen heb ik het gedaan, geprobeerd althans. Tot daarnet, toen kwam er weer even een eerstegedachtenblog uit (zie “Doorloper“), kon er niks aan doen, het móest.  Maar ik moet doorzetten. Ik moet afkicken. Ik zit teveel te malen. Ik zit te vol met dingen. En toch ben ik leeg van binnen. Goed gevuld aan de buitenkant, een echo van binnen. Als ik “wie is de koning van Wezel” naar binnen zou roepen, zou die ezel pas na een dag of drie terugkomen, vrees ik… Diepe, diepe put. Met een geweldig dikke stenen muur erom heen waar je met je hele romp overheen moet leunen om een glimp van dat daar ver beneden liggende, troebele water op te kunnen vangen. Een putemmer ontbreekt al lang, het touw hangt er maar een beetje verloren en uitgerafeld bij.

Ik kan me soms zo verloren voelen.
I get lost in this world…
Mag ik ‘m ruilen?
Voor een wereld waarin ik gevonden word?
Een wereld waarin ik jou vind?
Even het bonnetje zoeken.
Na vier decennia rondstampen weet ik niet eens meer
waar ik ook alweer naar op zoek was.
Zocht ik überhaupt iets?
Zocht ik iemand in ‘t bijzonder?
Jou??
Gut, wie ben jij nou eigenlijk…

Wie is de koning van Weeeeeeezel….

Doorloper

ik ram er even op los. los met die vingers. vingers blijven haken. haken en ogen. ogen op half zes. zestig stokjes nodig. nodig naar de kapper. kappers zijn lekker. lekker zoals ik zwelg-en-typ. typisch maandag. maandagen zijn klote. klote, dat vroege opstaan. opstaan en wéér opnieuw verder gaan. gaan de dingen toch weer mis. mis ik steeds jou. jouw nikszeggen zegt mij genoeg. genoeg heb ik ervan. van de regen in de drup. druppel mij maar vol. vol van leeg. leeg van binnen. binnenkant doet pijn. pijn door geesthonger. honger naar meer. meer is er blijkbaar niet. niet dat ik het je kwalijk neem. neem het zoals het komt. komt goed. goed?

gooood nacht

trusten lieverd,
slaap echt lekker.
ach toe, doe je dat?

droom wat moois.
en sweet, dat ook.
spannend en niet al te mat.

mis joe hieps,
love you too.
geloof me, het is waar.

gemis in ‘t kwadraat
wenste da’k niet hier was
en jij vooral óók daar.

sweet dreams my dear
en een dikke kus
weet dat ik het meen

de x-en en de hartjes
voor jou (en jou. en jou!!)
zoals jij is er geeneen…

_____________________________

de wond(er)e 2.0 wereld.
vol liefde.
(en leed).

Good
Night

(c) Lou

Nan Ts’Ngonya…

…Ma Bakithi Baba!
Oftewel:
Kijk volk, hier is uw leeuw!
Meer Zulu ken ik dan ook niet.

Vanavond ben ik met de kinderen naar een lokale uitvoering van de Lion King geweest. Aangezien het een uitvoering van de plaatselijke muziekschool was en ik de originele musical al gezien had, verwachtte ik er eigenlijk niet veel van. Een uurtje liedjes en wat samengeperste tekst, muziekschoolmuziek en het koor. Ik dacht dat ‘t voor de kinderen wel aardig zou zijn en vanavond was de allerlaatste (extra) voorstelling dus om half 6 stonden we bij de kaartjesmadam: of er nog kaarten waren.
Nee sorry, uitverkocht. Net als de voorgaande 19 voorstellingen. Huhh?? Hmmm. Stelletje overenthousiaste ouders die hun kinderen daadwerkelijk 20 keer gaan bekijken… Zou ‘t dan toch wat zijn? De juf van de kaarten zei dat we maar tot 18 uur moesten wachten, als er dan mensen waren die hun kaarten niet afgehaald hadden, konden we die plekken krijgen.

Zoon had al lang geen zin meer, wou naar huis (Nintendo, TV, bankhangen, ijs eten, zoals ‘t een zondagavond betaamt). Dochter wilde wel wachten maar alleen als ze nu meteen een ijsje kreeg. Poeh! Probeer in een paarduuzendinwonerdurp in Oostenrijk maar ‘ns een ijsje te vinden op zondagavond. Maar goed, we hadden de tijd wel mooi met wandelen overbrugd en ik beloofde ze maar snel een ijsje zometeen thuiskomst: uit beleefdheid nog even bij de ticketlady navragen maar er zouden toch wel geen kaarten over zijn. Fout gedacht! Er waren nog 2 kaarten over. Geen probleem: ik zou ons pummelientje wel op schoot nemen (en hoefde dus ook niet voor haar te betalen, best fijn, bij die prijzen. En dat voor een muziekschoolmusical…).

Afijn. Zoon sjaggie want nog steeds nulkommanul zin. Fijn zo’n enthousiaste cultuurbarbaar. Dochter sjaggo want geen ijs. Ik zag mooi niks meer van alle sjagheid want het licht ging uit. En weer aan want het begon. Mén, had ik dat mooi even onderschat!! De zaal was niet groot maar wel bommetjevol. Achter de zaal zat, in een aparte ruimte, een compleet orkest met band en koor, echt gigantisch. We konden de musici en het koor op een fatsoenlijke videowand naast het podium prima zien. Het geluid was bombastisch. De voorstelling ook. De héle musical werd gespeeld, incl. álle tekst en songs. De zang was werkelijk ge-wél-dig. Hartstikke professioneel en ontzettend goed. Ik heb de kinderen dan ook niet meer gehoord: ze hebben duidelijk genoten (hoewel dochter aan ‘t eind wel wat inkakte, het was tenslotte na half negenen en dat is voor onze 6-jarige toch best aan de tijd). Stiekem had ik zoooo graag meegewerkt aan deze musical, gewoon, in het koor meezingen o.i.d. maar helaas: zanglerares (die wel meezong) had er niet meer aan gedacht dat ik dat ook wel wilde en dacht dat ik sowieso niet kon. Man zei prompt daarop: “nou, dat  zal dan wel een subtiel teken van haar geweest zijn…” (grrrmpfff. ik durf nooit meer wat te zingen, wrijf het er nog maar even in.  En bedankt hè…)

Thuis kregen zoon en dochter dan uiteindelijk toch nog het lang beloofde ijsje (daar kon ik echt niet meer onderuit en het ijs had ik – gezien mijn vriezerdebakel van de afgelopen week en de antivries-climax van vandaag – toch maar niet bij de buurvrouw geparkeerd maar in m’n eigen kleine koelkastvriezer, leek me verstandiger). Na nog een minuutje of 20 neuriënde, bedlegerige Simba’s aangehoord te hebben, lagen ze dan toch redelijk snel allebei voor pampus. Morgen om kwart over 6 weer op, dat wordt wat… (not).

Mijn complimenten aan de muziekschool, aan alle musicalisten.
Niet veel verwacht en toch overdonderd. Geweldig goed gedaan!!

De vries-kistensaga

Nee hoor, geintje. Die is nu afgelopen. Finito.
Genoeg vriezerellende, tijd voor iets nieuws
(en dat nieuwe is zojuist besteld. Wat een luxe ^_^)

Maar zoals ik al schreef in m’n vrijheidsblog, was het gisteren de sterfdag van mijn laatste oma; ze is nu een jaar dood. Ook iets met kisten dus. Ik heb er wel aan gedacht gisteren. Oma was 95 jaar, helemaal op, levensmoe en hartstikke dement. Ook incontinent maar daar viel nog mee te leven, met de rest haast niet meer. Als ik oma belde, wist ze niet meer wie ik was: “wie hè’k dannoe aan d’n telfoooon…bun-ie d’r eeeentje van Marietje?” en legde ik voor de 38e keer geduldig uit dat ik niet van Marietje maar haar kleindochter van Ietje en Cee was. En ook dat ik geen ‘boerderieje in de berg’n’ had. Angstvallig vermijdend te vertellen dat ik inmiddels getrouwd was (want oma had dáár natuurlijk wel bij willen zijn, dát had ze dan wel weer gesnapt. Maar op het moment suprème ging dat echt niet meer…). Uiteindelijk stopte ik toch maar met bellen: het was voor haar zo verwarrend en voor mij enkel nog frustrerend. Ik had – helaas – sowieso niet bepaald veel op met mijn oma, ze kon ontzettend zeuren en zomaar boos zijn om de onnozelste dingen. Ze vertoonde claimgedrag en probeerde mensen tegen elkaar uit te spelen. Maar toch was ze heel erg lang ‘mijn allerlaatste oma’… Mijn andere oma is al lang geleden gestorven (met haar had ik trouwens veel meer, moet ik toegeven) en mijn opa’s zijn allebei nóg veel langer geleden een etage hogerop gegaan…

Dat was, wat me het meeste deed: die generatie in onze familie was nu dan toch echt voorgoed verdwenen. Mijn grootouders stamden uit het begin van de vorige eeuw… ze hadden zoveel kunnen vertellen. Ze kregen hun kinderen midden in de oorlog, moesten ze door de hongerwinter heen in leven houden. Werkten als paarden in de fabriek en in de slagerij, maakten zoveel meer leed mee dan wij ons kunnen voorstellen en gaven het een plaats alsof ze een boek in de boekenkast terug zetten. Ze maakten in hun leven ingrijpendere veranderingen mee dan wij ooit zullen doen. Ik had nog zoveel willen vragen, maar toen het nog kon, interesseerde het me niet…

En toen kon het niet meer, hoewel ze nog leefde.
Ze wist het niet meer.

Een generatie weg.
Een kloof dichtgegooid.
Verhalen ondergesneeuwd.
Geschiedenis begraven.

Door de afstand kon ik niet bij de begrafenis zijn. Ik kon geen afscheid nemen van de vrouw die ik eigenlijk best graag nog zoveel had willen vragen. Ik kon mijn ongestelde vragen niet eens met haar begraven. Ik dank de huidige technologie op mijn knieën want dankzij skype kon ik er tijdens de uitvaart toch nog bij zijn, met beeld en geluid. Een technologische vooruitgang die oma al lang niet meer kon bevatten.

Alweer een jaar geleden.
Dag oma…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(Dit is een gedichtje dat op de condoleancekaart stond, die ik voor m’n oma had gemaakt)

Om de wereld in 80 woorden

Een schrijfwedstrijd van de VPRO. Ik werd erop geattendeerd door Sandra Boom (dank je, Sandra!!) en ik vond het wel een leuke opdracht:
beschrijf een reis om de wereld in tachtig woorden.

Ik was met deze in 10 minuten klaar maar misschien ga ik nog wel een andere, wat meer doordachte 80-words-story schrijven. Bij deze m’n eerste gooi:

_______________________________________________________

Koud
en nat gestart.
Vingers lopen behoedzaam
naar bergtoppen, zuidwaarts naar de zee.
Tijdens de replieken der Grieken een aai over Dubai.
Verder draaien, niet plots afglijden…
De gladheid van India
intrigeert en China
doet het
na…

Zwaar
stralend
Japan groet een
grazend en grijnzend Down Under.
Kootje voor kootje door antarctische kou.
Handschoenen écht niet nodig?
Noordwaarts to the USA
Vinger prikt en Port.
Helpt niet meer.
Whisky
wel?

Kil en plat
ook weer
geëindigd.

De globus
manueel
bewandeld.

_______________________________________________________

dan ik ook nog even: Vrijheid!!

Ik woon weliswaar in een hollandschevrijheidstechnisch fout land (en hiervoor woonde ik in een nóg fouter land), maar ik kijk ook nederlandse TV en word derhalve dus ook tot het in vrijheid de vrijheid vieren opgeroepen. En als braaf en vaderlandslievend mens doe ik dat dan maar: vrijheid!!! (hear me jeer).
Zo. klaar.

Wat is er nou zo vrij aan vandaag? Ik mocht de gestikte woelmuizen in vrijheid uit mijn pendelzonnescherm plukken. Ik heb net in vrijheid de lamskoteletjes gemarineerd. Ik heb heel vrijelijk mijn kleding van mij geworpen (dé bevrijdingsslag op bevrijdingsdag) om mezelf daarna weer te vangen in een nieuw shirt en een nieuwe spiekerboks. Na het in vrijheid tuinieren was mijn vorige set kleren namelijk vrij goor, bezweet, begrast en bezand. Ik was vrij nieuwsgierig naar een recept van de buurvrouw dus dat heb ik vrijmoedig gevraagd. En ik heb vrijgevig alle loslopende (buur)kinderen van een ijsje voorzien omdat mijn vrieskast zich de vrijheid genomen heeft, een luchtbelletje te creëren maar nu niet meer in staat is om dat luchtbelletje vrij te laten, waardoor hij het nu niet meer doet en binnen afzienbare tijd in volle vrijheid op de schroothoop mag gaan liggen. En ik mag er nog ongestrafd en godslasterlijk over vloeken ook. Een jaar geleden werd mijn oma op deze bevrijdingsdag ‘bevrijd’: ze overleed en mocht haar lichaam, waar ze nog in gevangen zat, eindelijk verlaten. En het was goed zo.

Bevrijdingsdag. Een waarlijk bevrijdende dag. Ik mag er best even bij stilstaan dat de overdosis vrijheid die wij dagelijks genieten, niet vanzelfsprekend is. Het is een luxe, die heel veel (veel en veel en veel te veel) mensen op deze aardkloot moeten ontberen. Ik waardeer het dan ook wel degelijk. Maar niet meer persé alleen vandaag… Ik sta er wel vaker bij stil dan enkel op 5 mei. Ja, 67 jaar geleden werden we van onze eigen buren bevrijd. Dat is een nooit te vergeten feit. Maar inmiddels zijn onze buren ook weer heel andere buren geworden. Behulpzame, nadenkende, goede buren (dat stelletje onnadenkende, gelobotomiseerde neo-nazi’s even daargelaten, maar zulke gekken heb je inmiddels ook in ieder land hè…). Eigenlijk zou je op dagen als deze ook na moeten denken over welke dingen je vrijheid in de (nabije) toekomst kunnen gaan bedreigen.

Kan ik straks nog steeds  “gewoon buiten tuinieren” met een zon die door gebrek aan filtering zomaar gaten in je huid brandt?
Kan ik binnenkort nog zonder verder nadenken leidingwater drinken?
Mag ik straks nog wel vrij kiezen hoe ik erbij loop of zal ik door de maatschappij (“de gezelschap” had ik al getypt, maar dat is wel een heul erg germanisme :-S) gedwongen worden om mijzelf aan te passen?
Kan ik mijn kinderen überhaupt nog wel met goed fatsoen en zonder angst alleen buiten laten spelen?
Hoe je het draait of keert, het blijven peanuts vergeleken met de vrijheden die anderen moeten ontberen.

Ik heb persoonlijke vrijheid. Ik kan doen en laten wat ik wil (binnen de wetten dan). Ik hoef me in ieder geval niets aan te trekken van wat anderen van mij vinden (maar ik doe het o.h.a. wel…).
Ik heb sociale vrijheid. Ik kan en mag zelf kiezen met wie ik om wil gaan en wie er met mij om mag gaan.
Ik ben geestelijk vrij. Ik kan vrij kiezen uit de mogelijkheden die mij ter beschikking staan. Ik mag denken en zeggen wat ik wil. Jij hebt dan weer de geestelijke vrijheid om het daarmee eens te zijn of niet.
Ik heb burgerlijke vrijheid: over het algemeen worden mijn rechten gerespecteerd en respecteer ik de rechten van anderen. Ik kan naar eigen goeddunken handelen.

Ik ben me hiervan bewust.
Dat is vrijheid.
Dat hoef ik niet te vieren.
Dat hoef ik enkel maar te koesteren.
Iedere dag opnieuw…

wie denk je wel niet…

…dat je bent?
Ja wat nou? Geez, kijk niet zo, zeg!
Echt, soms kan ik je wel schieten…
En je ziet er vandaag ook weer heerlijk gewokt en fijngestampt uit.
Ga ‘ns naar de kapper joh, het is hoognodig.
De schoonheidsspecialiste is sowieso zinloos.

Die drang van je, je eeuwig te moeten uiten.
Altijd te willen zeggen, wat je op ‘t hart ligt.
Kun je niet gewoon eens je mond houden?
Je verbaal exhibitionisme killen?
Nee, kun je niet. Zwak, zwak, zwak…
En dan die gruwelijke onzekerheid van je.
Je altijd maar afvragen of je het wel goed doet.
Willen weten wat anderen van je verwachten.
Goed willen zijn in alles maar eigenlijk
verrekte weinig écht onder de knie hebben.

Wat heb je nou helemaal bereikt?
Een paar studies doorgeworsteld,
een bedrijfje overgenomen,
een paar kinderen in de wereld gezet.
En nu? Nu zit je daar. Kijk nou, sneu toch?
Snakkend naar afwisseling, naar actie.
Halsreikend je armen uitstrekkend
naar al die mensen die je denkt lief te hebben.
Jouw gevoel, zoveel te missen. Pathetisch.
Denk je dat echt? Je mist niks hoor.
Behalve een hoop ellende, want die
heb JIJ nog niet echt meegemaakt.

Mens!! Durf nou toch ‘ns te léven!!

Rotspiegel…

diminishing returns

ik neem alles terug hoor!
alles wat ik je zei.
alles wat ik uit liefde deed.
alles wat ik in een opwelling schreef.

ik neem alles terug.
zonder jouw weten.
zonder oude vooroordelen.
zonder wéér overnieuw beginnen.

ik neem alles.
alles wat je al gaf.
alles wat je beloofde.
alle hypothetische emoties.

ik neem.
dat wat er wel is.
dat wat je nog kwijt wil.
dat wat je me toch geven kunt.

ik.
faal.
vlak af.
geef maar op.

the return on my efforts is definitely in the diminishing phase...

Nayati

Nayati is weg.
Zomaar weg.

Iemand sleurde hem in een auto en nam hem mee.
Zijn klasgenootjes zagen het gebeuren.
Op klaarlichte dag weggerukt uit zijn omgeving.
Zomaar weg…

Het grijpt me aan.
Het laat me maar niet los.
Gewoon een lieve jongen, een prachtig kind.
Zomaar weg…

Wie doet zoiets? Waarom?
Wie ontneemt zijn ouders hun enige zoon?
Was het toeval? Wrong time, wrong place?
Zomaar ineens weg…

Ik roep: Breng hem terug!
Breng hem bij zijn pap en mam!
Breng hem naar huis!
Maar hij blijft… zomaar weg…

Nayati, ik ben niet gelovig.
Maar voor jou bid ik.
Tot wie het maar horen wil, hopelijk
zomaar ineens weer terug…

http://www.facebook.com/PleaseHelpUsToFindNayatiMoodliar

http://www.telegraaf.nl/binnenland/12014791/__Nederlandse_jongen_gekidnapt__.html

Grote zus

nog een krap half uurtje ben je jarig.
en m’n grote zus blijf je.
mijn lieve, mooie, prachtige zus.

standaard 10 jaar jonger lijken.
kun jij.
vol enthousiasme nieuwe dingen beginnen.
doe jij.
gewoon steeds weer herstarten.
mag jij.
een gigagrote kanjer.
ben jij.

mijn grote zus.
is goud waard.
nog 25 minuten jarig.
nog lang niet bejaard ;-)

‘k-hou van je, zus!!
dikke verjaardagskus!!!

tollend hoofd

zoveel door elkaar
het tolt en tolt
jij bent daar
220 volt

alsof ik knap
en door het draait
één grote stap
en overwaait

van hier naar jou
mijlenver
is dit nou zoveel
aangrijpender?

ik moet nodig slapen
‘t-is duidelijk
rijtjes maken
je hebt gelijk…

kweet niet meer
uitgekakt
door maar weer
en ingezakt

eerstegedachten
mooie dingen
niets meer verwachten
de dans ontspringen…

(c) Lou

Ik láát je.

Ik láát je.
Ik laat je met rust.
Laat de gevoelens, dood en uitgeblust.

Ik láát je.
Ik laat je nu alleen.
Laat jouw hart, nu hard en koud als steen.

Ik láát je.
Ik laat je maar gaan.
Laat de leegte, waar jij steeds hebt gestaan.

Ik láát je.
Ik laat je razen.
Laat de wind jou zacht van me wegblazen.

Ik láát je.
Ik laat je vrij.
Laat alles los, ‘t-is nu niet meer van mij.

Ik láát je.
Ik laat je dromen.
Laat ons elkaar in toekomst tegenkomen?

 

(c) Lou

De paden op

de lanen in…

Lanen hebben we hier op de berg niet echt. Lanen heb je hier sowieso erg weinig eigenlijk. Maar dat kan ons niet deren: vandaag hadden we een uitstapje op ‘t program. De berg op.

Nu zijn onze kinderen niet zo van het wandelen en al helemaal niet van het bergop wandelen. Dat begon vanochtend al met gejammer: “Als jullie willen wandelen, doe je dat toch!! Wij blijven wel hier bij opa en oma.” Helaas voor hun gingen opa en oma hun eigen ding (golf spelen) doen, dus dat schoot ook al niet op. We moesten eerst nog naar de bouwmarkt om contactlijm te kopen. De zolen van de schoenen van dochter lagen helemaal los en moesten we eerst nog even snel lijmen want met die flapdingen kon ze niet eens fatsoenlijk een trap op, laat staan een berg of een zogenaamde “Klamm”. Dat gingen wij namelijk doen. De Wörschachklamm lopen. Een Klamm is een door (smelt)water diep uitgesleten ravijn waar men langs de watervallen d.m.v. houten trappen en stijgbalken langs de tig meter hoge rotswanden omhoog kan klimmen.

Bij de Klamm aangekomen stapte zoon al zuchtend uit de auto, liep al zuchtend voor ons uit naar de Klamm-ingang en draaide zich daar al zuchtend (en de ogen omhoog draaiend) weer om: “da steht ‘Klamm gesperrt’ – jetzt sind wir das ganze Stück umsonst hierher gefahren, mann-oh-mann-oh-mann!” En daarna nog een mompelende zucht met iets van ‘jullie ook met jullie fantastische ideeën’. Anyway, wij zijn niet voor 1 gat te vangen: de daar rondkuierende (opruimende?) dame beleefd gevraagd en we mochten er best al wel doorheen wandelen – weliswaar op eigen risico dus de kinderen liepen voorop (gheheh) – want hij zou toch morgen open gaan. Zoon zuchtte nog maar even een tandje harder.

Dochter was vroeger nogal dwars als ‘t om wandelen ging maar dit keer liep ze eigenlijk vol goede moed en zonder geklaag omhoog, op haar met powerlijm besmeurde stappers. Dochter is net een hond, ze sleept elke enigszins acceptabele stok mee en als ‘t effe kan propt ze ook nog alle zakken vol ‘mooie’ stenen. Maar dit keer had ze een jurkje zonder zakken aan (gna!!). Aldus propte dochter de stenen maar bij mij in de broekzakken (fak…). Uiteindelijk hadden man, dochter en ik alledrie wel een prachtige wandelstok. Zoon wilde er geen: nóg meer gesleep, het was immers zo al vermoeiend zat.

Maar eenmaal klammklauterend begon zelfs hij de lol ervan in te zien. Was ook erg imposant, dat bulderende water onder je door en langs je heen terwijl je op een smal houten trappetje staat… Hij gilpiepte wel meerdere keren dat we minstens een meter afstand moesten houden van elkaar omdat anders dat hout ‘t wel eens zou kunnen begeven. Boven aangekomen eerst maar ‘ns pauze op ‘n bankje met zich lonend uitzicht. Toen verder naar de ruïne “Wolkenstein”. Daar ons even de koning te rijk gevoeld (zo prachtig mooi daar…) en uiteindelijk bij een kleine Hütte 15 minuten lopen verderop neergestreken. Grappige WC (ik ben een toiletkijkerT, de toiletten worden altijd eerst geïnspecteerd. Voldoet de plee , is de rest vast ook wel okee – zo mijn motto. En zo was het ook hier.) De lokale lama, de plaatselijke ezel en hun boss in de vorm van een irritante bok keken meewarig naar onze Weißwein-Gespritzt. Helaas hadden ze op de Hütte geen ijs. We hadden de kinderen ijs beloofd als ze verder niet zouden jammeren en ze hadden daadwerkelijk verder niet gejammerd, dus ijs moest er nog komen. Ook dat uiteindelijk gelukt in het eerstvolgende durrup: Irdning. Ois in Irdning also.

Nu zit ik op ‘t terras in de wolkige zon te typen. Heerlijke koninginnedag zo. Doen jullie maar fijn vrijmarkten daar.

Lang leve de vereniging (2)

(Poging 2 dan maar….)

Onze sportvereniging (Sportunion Schweinbach – klinkt best lekker, toch?) bestaat dit jaar 50 jaar. En de beste zuipers staan in de tent dus moet dit vanzelfsprekend gevierd worden met een mega-feest. Een tentfeest. Een Zeltfest. Mocht u nu denken dat ik op dit heugelijke feest mijn (toch al afwezige) brains eruit ga zuipen: fout! Aangezien ik trainster ben van de allerkleinste voetballertjes (hier de bambini’s genoemd, bij jullie iets van ‘F-jes’ ofzo?), voel ik mij natuurlijk ook genoodzaakt om mee te helpen zodat het hele gebeuren ook echt een knaller gaat worden.

Gisteravond was het begin van alles: een groot feest voor alle leden, aanhang en vooral prominent volk. De lokale TV was er (wist ik), de nationale TV was er ook (shit). De provinciale chefs van allerlei interessante verbanden, de provinciale opperchef zelf, burgermeester en entourage, weet ik veel wie (ik kende er – afgezien van de burgermeester die hier al wel eens tijdens ‘t avondeten binnen is komen stuiven – sowieso geeneen) nog meer. Heel leuk en fijn allemaal, ware het niet, dat ik – als tevens lid van de damesgym die elke woensdag fanatiek 1,5 uur stept of aerobict – toegezegd heb om mee te doen met een kleine “uitvoering” tijdens deze avond. Salsa-latindance-steps. Waarom ik dat heb toegezegd, beats me, maar op dat moment leek ‘t me niet zo’n big thing. Fout geleken :-S

Het hele gebeuren begon met een grote stoet van alle leden – in hun nieuwe tenue: mooi rood is niet lelijk – achter de fanfare  aan. Van het gemeentehuis naar de tent op de sportplaats. Was wel een heel mooi gezicht trouwens, al die rode pakkies. Ik ben ook trotse bezitster van zo’n rood pakkie dus ik mocht ook meelopen. Bij de tent er aan de voorkant in, eet-en-zuip-bonnetjes in ontvangst nemen en er aan de andere kant weer uitsjouwen: terug naar de sporthal voor een laatste keer repeteren. Aansluitend weer naar de tent sjezen. Daar zaten wel héél verschríkkelijk veel mensen… De tent is gebouwd voor ca. 2500 man en halfvol was-ie toch wel… We hadden inmiddels allemaal de fluoriserend gele shirtjes over ons eigen spul heengesjord en toen begon het wachten op het einde van de film die toen nog liep. Die film kon me niet lang genoeg duren maar hij duurde duidelijk te kort. We moesten.

Felle lampen, zonder 1 stap gedaan te hebben al zweet op ‘t voorhoofd. De 1e rij helemaal vol met ons aanstarende prominentie. Je zag ze denken “wat wil dat stelletje mutsen nou met die plankjes…”. Whatever. Step neerkwakken op de voorbesproken plek, antislipmatjes eronder prutsen en tappen tot de eigenlijke muziek begon. Die kwam ook al te snel. Ik heb volgens mij meer fouten gemaakt dan in alle oefensessies samen maar gelukkig ben ik nog altijd goed in het verdoezelen van mijn fouten en ook in het gewoon stom doorrrrrgaan, m’n  ‘Komt goed’-mantra mompelend. Uiteindelijk bleek dat het inderdaad best goed kwam: het publiek was laaiend enthousiast. We kregen ook achteraf nog complimenten, zelfs van een landelijke promi die dat extra nog even kwam zeggen. Toch aardig.

En dan dat gevoel da je hebt als het eindelijk klaar is. Eindelijk voorbij. Geschafft. Finito. Daar doe je het voor hè. Dat gevoel ervóór, dat mogen ze van mij houden. Maar dat erna is best heel aangenaam… En dat dáárna, tijdens het weißweinspritzerdrinken en met z’n allen lol hebben voor twintig is ook prima.

Vanavond moet er dan echt gewerkt worden: dan mag ik nl. achter de bar staan, 2500 man van alcohol voorzien, van ca. 5pm tot iets van 5am. Kneiterhard werken is dat, maar ook dat is soms best leuk op zijn tijd.

Ach, je moet wat over hebben voor je vereniging hè ;-) En voor de sociale lokale integratie. Dat ook.

(en NB: wat een fijn nikszeggend, burgertrutterig, simpel, alledaags blog is dit hè? pure simple shit – Yes I can!! ;-) )

(oh en nog een heuglijk alledaags dingetje: m’n vrieskast is helemaal niet kapot! Ik heb ‘t ding voor niks een klap verkocht: de interne thermometer doet ‘t alleen niet meer :-S)

puntje puntje puntje

stil.

ik mag niet meer en ik wil niet meer.

als ik ieder woord dat ik zeg of schrijf in de waagschaal moet leggen en vooral nog eerst 39 keer om moet draaien, dan blijf ik liever stil.

als iedereen denkt te weten wat over wie gaat en wie wat over een ander denkt, hoef ik sowieso niks te zeggen.

als jij denkt dat alles wat ik zeg sowieso over jou gaat, dan zegt dat genoeg over jou. *zachtjes “You’re so vain” van Carly Simon neuriet*

als ik niet ‘vaag’ mag doen in mijn eigen hormoongestuurde blogs, dan blijf ik textueel liever helemaal onzichtbaar.

als ik geen gevoelsuitingen meer mag verzinnen (want geloof me, fictie is ook een passie), dan hoef ik ook niet meer te bloggen.

als alleen de suffe alledaagsigheidjes mogen blijven en de rest weg moet, ben ik ook weg.

een simpele zielen blog.

joepie.

yuck.

stil.

c ya (or not).

 

groet.

Drama Lou.

De reden ben jij

“ohhh, hey, moet je kijken wat ze nu weer schrijft…”
“wat zielig, dit. dat ze dat zelf niet door heeft!”
“een liefdesbetuiging aan pietjemetdelangeachternaam!! heb je dat wel gezien??”
“nôhhh, duidelijk teveel drama en te weinig queen!”
“oh fak, ze ziet het. Dan maar even verder in DM?”
“geloof haar niet hoor, ze kletst maar wat uit haar nek…”
“gefeliciteerd jôh! volgens mij heeft ze het toch echt over jou…”

Ik verzin maar even wat.
Ik kan ‘t zelf gelukkig allemaal niet zien.
Maar ik zie wél veel so don’t mess with me please…
Maar ergens is het zo zielig hè…
Dat continue gekonkel.
Dat eeuwige gekronkel.
Dat kakelen om het jezelf maar te horen tokken…
En dat denken dat álles om jou draait…

Maakt het je wereld interessanter?  Vast wel. Mooier kunnen we het niet maken. Interessanter wél, maar goed, dat is dan ook niet moeilijk.
Voel je je er beter door?  Dan ben ik daar dan blij om. Voorrrallll doorgaan.
Geeft het je medestanders?  Ach… die paar mag je hebben hoor. Ik hoef ze niet.
Heb je door mij weer wat gesprekstof?  Fijn, waar zou je het anders over moeten hebben, hè…

Maar dat eeuwige, misselijkmakende geroddel…
Dat steeds weer een ander zwart maken.
Dat gelieg. De ene dit zeggen en exact tegelijkertijd de ander het tegendeel.
Dat tegenstrijdige. Dit rondvertellen maar eigenlijk dát bedoelen.
Dat hevige gestook. Wie niet vóór mij is, is tegen mij.
Dat niet kunnen accepteren dat er mensen zijn die gewoon niets meer met je te maken willen hebben.
Dat een ander niet met rust kunnen laten. Dat schampere gedoe.
Dat proberen om andere mensen aan jouw kant te krijgen.
Dat oneerlijke.
Dat geslijm.

Het is zo ontzettend sneu…

Is dat nou twitter?
Dan stop ik namelijk accuut.
Ik kan hier echt helemaal NIKS mee.
Dit is ook de reden voor alles…
JIJ vroeg ernaar. Waarom?
Ik ben beter in het uitleggen in platte tekst.
DIT is dus de reden. Daarom!
De reden ben jij.

Dat gekonkel, dat gekronkel.
Ik ben het zó zat…
Wees toch ‘ns eerlijk!!!
En zie eindelijk eens onder ogen wat je allemaal aanricht…
Ik wéét dat twitter anders is.
Dat de meeste twitteraars anders zijn.
Gelukkig maar.
Dus nee, ik ga niet.
Ik wéét dat de meesten wél door je heen kijken.
En de paar die dat niet doen, wens ik veel wijsheid (zie vorige post).
Ik wéét wie het liegebeest is.
En velen met mij.
Gelukkig maar.

Dit zijn de allerallerallerALLERlaatste woorden die ik hier aan wijd.
Ik kan niet meer en ik wil niet meer.
Ik ben het spuugzat.
Dit vreet te veel energie.
Van jou ook, alleen zie jij dat zelf nog niet.

Ik wil alleen even heel duidelijk stellen:
- IK roddel niet. Ik ben wél nieuwsgierig. En ik vraag gewoon na als ik iets wil weten. Heel direct. En niet via anderen.
- IK heb niets gezegd. Niets wat ik niet had moeten of mogen zeggen. Jij wel. En jij legt woorden in andermans mond. Woorden die daar niet horen.
- IK ben oprecht. Ik kies heel bewust voor diegenen die ik ik wél kan waarderen.
- Op mij kun je vertrouwen. Wat jou betreft laat ik dat maar in het midden.
- Ik lieg niet. Ik zeg dan nog liever gewoon helemaal niks.
- Ik heb een bloedhekel aan chronisch oneerlijke mensen. En velen met mij.
- Ik neem niet zomaar dingen aan. Als ik het niet weet, dan vraag ik na. Krijg ik geen antwoord, ook goed. Maar dan nóg neem ik het niet automatisch maar aan…

‘Kronkelen’ vind ik persoonijk een heel mooi woord.
Het heeft iets zeer flexibels, iets beweeglijks.
Maar jij maakt er zó iets gruwelijk lelijks van…
.
.
.
Klaar mee.
.
.
.

Moet ik nou wachten met posten tot morgenochtend?
In het kader van het verstand en de wijsheid?
Ach fok it.
Ook het laatste woord moet eruit.
.
*Publiceren drukt*
.
En hou op met m’n blogs te lezen.
Dat zou pas echt heerlijk zijn…
Maar ook teveel gevraagd, vrees ik.
Ach soit.
Hoppateeeeeee, over tot de orde van de dag!!
Ehh.
Nacht.
#BAM!!

Wat is wijsheid?

Geen idee. Ik vraag ‘t me al zo’n 30 jaar af
(toegegeven, de eerste 10 jaar dacht ik hier nog niet zo erg over na).
En ik weet ‘t nog steeds niet, dus zal ik het ook niet hebben of zijn. Ik pretendeer dat ook niet, gelukkig.

Wijsheid.
Raar woord eigenlijk. Wijs. Heid. Schoon. Heid. Over. Heid. Ge. Heid. Hmmm.
Bij wijsheden moet ik eigenlijk altijd meteen denken aan spreuken in de trant van “mannen zijn als huppeldepup”…
Zoiets als: “Mannen zijn net als wijndruiven. Eerst flink inelkaar stampen en dan in het donker opsluiten voor een fatsoenlijk rijpingsproces, zodat je ze er later zelfs bij het eten redelijk goed bij kunt hebben.” (schijnt Britney Spears ooit gezegd te hebben. Wijs mens, die Britney).
Is zoiets nou wijsheid?

Dan bezit ik namelijk véél wijsheden…

“De man heeft zijn achilleshiel niet aan zijn voet maar in zijn kruis”

of

“Natuurlijk kunnen mannen beter landkaarten lezen dan vrouwen. Mannen kunnen zich sowieso tig keer beter voorstellen dat 1 cm in werkelijkheid 100 kilometer is…”
(die is van Roseanne Barr, trouwens)

of

“Mannen zijn net spaarvarkens. Die waar het minste in zit, maakt ‘t meeste lawaai”

OK OK OK…
ik ken er ook nog een paar met vrouwen.

Ach nee, sorry, die ben ik vergeten.

Maar wat is het dan nou wel? Ben je wijs als je uiteindelijk, na een vurrukkullukke berg fouten te hebben gemaakt, daadwerkelijk wat geleerd hebt? Klaarblijkelijk maak ik ook steeds opnieuw dezelfde fouten en schijnbaar leer ik er ook nog eens niets van. Wist ik eigenlijk ook wel. Ik heb in ieder geval weinig gemeen met ezels. Maar drie keer?? 38 keer komt meer in de richting… Of misschien vind ik juist die fouten van mij zo lekker? (gheheheh). Studeren maakt in ieder geval niet wijs, dat staat vast. Kennis is nog lang geen wijsheid. O.a. politici bewijzen het dagelijks opnieuw. En een studie “moderne en hedendaagse wijsheden” heb ik nog niet gevonden.

Ben je dan wijs als je geduld hebt?
Als je anderen eerst aanhoort en afwacht voordat je je oordeel velt?
Of nog beter, als je ook dan nog steeds géén oordeel velt over of iets nou goed of fout is?
Als je de mildheid zelve bent? Als je kunt luisteren voordat je een mening geeft?
Als je veel ervaring hebt? Wijsheid is niet wat een mens overkomt. Wijsheid is wat een mens dóet met wat hem/haar overkomt.

Volgens Wikipedia is wijsheid de  kunst om in alle levensomstandigheden juist te oordelen en te handelen. Okee… dan ben ik helaas echt niet goed wijs. Ik oordeel dagelijks fout en handel daar ook nog naar. De actuele levensomstandigheid maakt dan ook geen bal meer uit.

Wijsheid is wéten wanneer je dom mag zijn. God ik weet ‘t écht niet hoor… Ik weet wel dat de ochtend in ieder geval altijd verstandiger is dan de avond ervoor. Dat geldt voor mij helemaal. Een mens kan sowieso beter een nachtje slapen over wat-ie wil gaan doen dan nachtenlang wakker liggen van wat-ie gedaan heeft. Ik zou ‘s-avonds gewoon consequent m’n kop dicht moeten houden en wachten tot het weer ochtend is, dan is alles ineens veel duidelijk en ik ook weer wijzer. Ik maak me op, mijn IQ stijgt daarmee gelijk met 30 procentpunten ofzo, ik kijk in de spiegel en denk…. oh nee. Ik denk niet.

En ach, ook de spiegel der wijsheid beslaat wel eens…

Zo dan!

Jawel, jawel, tatarataaaa!!! Dat was ‘m dan weer!!
De periodieke drama-fase.

I am drama!

Dat heb ik net ook weer mogen lezen. Nou ben ik graag drama in persoon, maar niet als ik zelf nog in het desbetreffende drama geloof. Da’s een beetje als zelf Sinterklaas moeten spelen terwijl je zelf nog steeds heilig vertrouwen in die ouwe zak hebt.

Elke maand blijken mijn hormonen weer opnieuw heel geniepig te beginnen aan een vet potje rugby met m’n verstand. En zo eens in de drie-vier maanden volgt er dan een persoonlijke wereldondergang. Dat is allemaal geen ramp, ook wereldondergangen kun je als volleerd dramaqueen verwerken. Mijn werkelijke issue is: wáárom kom ik er dan steevast en áltijd achteraf pas weer achter dat het zover is? Dit soort “ahaaaa!”-ervaringen kan ik missen als kiespijn. (gisteren zou ik bijvoorbeeld nog “…als jou” geschreven hebben)

Anyway. Mocht u mij toevallig óók de deur uit willen werken, op socmed (zoals vanochtend al gebeurde) of IRL (dat zal wat harder te slikken zijn), doe dit dan please tijdens deze wereldondergangsfases, dan valt die portie extra ellende in ieder geval niet meer zo erg op.

De positievere kant van my major misery is, dat ik jullie dan tenminste niet verveel met mijn alledaagse nietszeggende, oerslappe, burgertrutterige activiteiten. En dan vooral die, die níet mislopen. Nou heb ik er daarvan gelukkig maar weinig. Even het meest recente voorbeeld:

Uurtje geleden.
De buurvrouw komt binnenstormen (onze voordeur is altijd open, vandaar).
“Wanneer gaan we nou steps oefenen voor vrijdag?” (Vrijdag is het groot feest: onze sportclub bestaat 50 jaar en dan moet iedere sportsectie iets op het podium ten toon spreiden. Joepie. Aangezien ik bij de steps/aerobics (oftewel: de vrouwengym) zit, wordt dat podium ook door ons dames besprongen. letterlijk.) Mij vang je niet met dergelijke plotselinge huisinvallen dus ik zeg “nou, nu!”. Whoppa, step (meegenomen om te oefenen) op het laminaat geknikkerd en de buurvrouw erop gejaagd. Ikke zelf ernaast (ik had al eerder – in de gang – geoefend dus ik kon ‘t al ietskes beter (smug grin). *kuch*). Buuf plant voet op step. Gaat goed. Buuf springt op step. Step maakt ‘n respectabele slipper over ‘t toch best gladde laminaat richting mij. De rest is niet belangrijk maar het ging mis. In tweevoud. In ieder geval heb ik daarna een stuk antislip voor vloerkleden op maat gesneden en daar de step voor Buuf opgezet. Daarna ging het gelijk stukken beter. Met mij dan.

Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen…
wat wilde ik ook alweer zeggen….
Ah ja.
Niemand hoeft zich zorgen te maken. Ik ga namelijk iets van een alarm in m’n thunderbird-agenda inbouwen. Iets dat ca. 4 dagen voor mijn persoonlijke maandelijkse zondvloed heul hard gaat piepen en abrupt een toetsenbordblokkade activeert zodat ik mijn periodieke depressiviteit niet meer in blogs of tweets of FB-postings om kan zetten. Zoiets. Iemand nog een inspirerend idee? De HA zal mij ook nog mogen adviseren. Ik wil whiskypammetjes ofzo, dat Sintjanskruid is ook niet meer wat het geweest is.

Sorry voor de zware blogtijden waar ik jullie doorheen gejaagd heb. U heeft nu weer een dag of 27 rust.

Maar ik blijf wel graag dramaqueen.
Mag ik dat?

Eerlijk?

Zal ik eens eerlijk zeggen wat ik vind?
…. Ja?
Ik vind dat je behoorlijk kinderachtig bezig bent.

Zal ik eens eerlijk zeggen wat ik nu denk?
…. Ja?
Ik denk dat je teveel mensen kwetst en uiteindelijk verliest.

Zal ik eens eerlijk zeggen hoe ik écht ben?
…. Ja?
Ik ben in ieder geval toch niet zo naïef als jij hoopt.

Zal ik eens eerlijk zeggen wat ik van jou vind?
…. Ja?
Nee, dat zeg ik niet. Dat zou niet eerlijk zijn. En het doet er ook niet toe.

Zal ik eens eerlijk zeggen wat ik nu zou willen?
…. Ja?
Ik zou zo graag willen dat alles gewoon niet waar is.

Zal ik eens eerlijk zeggen wat jij moet doen?
…. Eerlijk??
…. Ja echt???

Ach joh, lieg niet ….

barst

echt.
ik barst.
ik val uit elkaar.
in 100.000 stukjes.
over is het. echt klaar.
wilt u misschien toch nog
een paar 1e gedachtes?
nee? pech gehad.
ik heb m’n hart
opgeruimd.
leeg.
nu eindelijk
kan alles er weer in
wat er ook echt in moet.
dat wat goed voor mij is.
dat wat bij me hoort.
dat wat écht is.
de rest weg.
eruit.
K.O.

au.
krak…
grote barst.
klein verdriet.
grote schoonmaak.
klein zeer.
dag…
jij.

Waarom niet nu?

Schaduw vervult onze steeds legere harten.
Het lijkt wel of alles er uit wegstroomt.
Al dat wat wij ooit waren maar
nooit onder woorden konden brengen.
Kunnen we onze littekens niet
voor héél even over het hoofd zien,
zodat we de komende ochtend
toch nog samen gaan halen?

Denken we ooit nog aan al het goeds,
alle manieren waarop jij me deed leven
alle manieren waarop ik van jou hield.
aan alle dingen die niet zomaar afstierven,
en die de nacht zelfs konden doorstaan.
Waarom doen we dat dan niet nu?
Waarom niet gewoon nog vandaag?
Wat nou als jij me maakte
tot alles wat ik ooit had moeten zijn?
Wat als onze liefde nooit zou sterven?
Wat als dat nu allemaal verloren gaat
achter de woorden die we nooit konden vinden?
Lieverd, voordat het echt te laat is,
waarom dan niet gelijk nu?

Het zonlicht breekt in jouw ogen,
Om toch maar weer een nieuwe dag te beginnen.
Ook een gebroken hart kan nog steeds overleven,
Met slechts een lichte aanraking van waarheid.
De schaduwen door het licht verdreven
Dan zul je me daar vinden, daar aan jouw zijde
Daar waar jij ooit ook weer liefde zult vinden…

(mocht iemand het herkennen: ja, dat is het. op mijn manier. ;-) )

Spelletje spelen?

Jij ziet mij als een gewone doorsnee vrouw
zoals er zovele anderen zijn voor jou.
Een simpele vis die net even jouw kant op zwemt.
Die je wat liefde en genegenheid brengt, ongeremd…

Maar ik kan dit spelletje niet meer spelen
Het doet me pijn en ik kan niets ‘échts’ met je delen.
Ik voel de tranen alweer branden in mijn ogen.
want eigenlijk heb je me nooit iets voorgelogen…

Ik keek de liefde vol verwachting in het gezicht
maar de aanraking zélf bleef steeds onverricht.
Het zou hard en onrechtvaardig zelfbedrog zijn
om te hopen. Ik doe wel weer water bij de wijn…

Jij denkt dat je hetzelfde voor mij betekent
Niks bijzonders, geen gevoel, geen harten brekend.
En ik ben te bang, te verlegen om het te laten zien
vind je echt dat ik dit op deze manier verdien?

Voor mij ben jij een speciaal persoon.
Voor jou ben ík slechts heel gewoon.
Ik dacht een naald in die hooiberg te hebben gevonden.
En toch lik ik steeds weer die miniscule steekwonden…

Ik kan dit spelletje echt niet meer spelen.
Ik kan mijn liefde niet meer met jou delen.
Zilte tranen die nu meer dan ooit branden.
Zullen ze simpelweg door warmte verzanden?

Vol met pleisters plak ik mijn ziel
is dit nou mijn lot, mijn achilleshiel?
Want elke keer als ik iets van liefde voel
wordt het steeds opnieuw een grote janboel…

Ik ben klaar met spelletjes spelen.
Kan mijn hart niet in nog meer stukjes delen.
Dan blijft er alleen nog maar een hele hoop gruis
En ga ik zelf ten onder, alle gevoelsgedoe incluis…

Zullen we dan maar een ander spelletje doen?
eentje waarbij ik steeds de winnaar zoen?
Of liever zoiets als mens-erger-je-niet?
Dan verberg ik vanaf nu voor altijd mijn verdriet.

En is het ook niet erg meer als jij met wéér niet ziet….
__________________________________________________________
(Geïnspireerd door de lyrics van “You” van  Judith. Maar da’s dan ook alles)
__________________________________________________________

(sorry, slap dit. had ik even heel hard nodig nu. blij dat ik goed tegen m’n verlies kan ^_^)

(OH! NB! MIND THE TAG!!)

schrik

Schrik je van mij?
Schrik ik jou af?
Door wat ik zei?
Ik ben niet laf
Er ís geen wij.
En niets dat ik gaf…

Enkel een woord.
Wat is dat nou.
Ik ben gestoord.
Zoals elke vrouw?
Ik doe een moord.
Ja echt, voor jou…

Maar jij niet voor mij.
En dat is goed
voor ons allebei.
Alles mag, niks moet
Zij ‘t zoals ‘t zij
‘t zit niet in jouw bloed…

Jij doet ‘t beter dan ik.
Voel me ergens leeg.
Dat ik nu zelf schrik.
Dat jij juist nu zweeg.
Meewarige blik.
Die ik van jou kreeg…

Het is zoals het is.
En echt niet anders.
Voor mij een gemis.
Geen medestanders.
Nu dan toch gewis
komen die kutwaterlanders…

Goodbye…

…my almost lover…

He said something like
“I might love you”

And she believed him.
He also said
“It could be you I really want”

And she got her hopes up high.
But then he said
He definitely needed to be alone
.

For quite an indefinite time.
And inside…
she died…
because in fact,
he had not lied…

and what have we learned?
-> hypothetical sentences MIGHT be killing…

__________________________________________________

Your fingertips across my skin, the palm trees swaying in the wind – images…
You sang me Spanish lullabies, the sweetest sadness in your eyes – clever trick…
Well, I’d never want to see you unhappy, I thought you’d want the same for me

Goodbye, my almost lover, goodbye, my hopeless dream
I’m trying not to think about you, can’t you just let me be
So long, my luckless romance, my back is turned on you
Should’ve known you’d bring me heartache
Almost lovers always do

We walked along a crowded street, you took my hand and danced with me – Images…
And when you left you kissed my lips, you told me you would never, never forget
These images…
Well, I’d never want to see you unhappy, I thought you’d want the same for me

Goodbye my almost lover, goodbye my hopeless dream
I’m trying not to think about you – can’t you just let me be
So long, my luckless romance, my back is turned on you
Should’ve known you’d bring me heartache,
Almost lovers always do…

I cannot go to the ocean, I cannot drive the streets at night
I cannot wake up in the morning, without you on my mind
So you’re gone and I’m haunted and I’ll bet you are just fine
Did I make it that easy to walk right in and out of my life

Goodbye my almost lover, goodbye my hopeless dream
I’m trying not to think about you -can’t you just let me be
So long my luckless romance, my back is turned on you
Should’ve known you’d bring me heartache
Almost lovers always do…

(A fine frenzy – Almost Lovers)

__________________________________________________

hier en daar is de emotie wel een klein beetje te horen :-S …

catch me if you can

I feel more than just totally lost.
I’m half-heartedly, completely stuck.
A kind of headstrung terminal frost.
No such thing as simple bad luck…

Wished dearly I could’ve been there.
But now so glad I wasn’t.
Would’ve hung coldly, in mid-air
But than again, what doesn’t…

Won’t you ever speak the truth anymore?
It would be enough to just talk to me.
No one now left to feel heavily for.
Unknown that certain adressee…

Well, I’ve definitely fallen out of it.
Without a blast or a single sound.
Please, won’t you, ah won’t you recommit?
I’m slowly losing touch and ground…

That hardloving, petty crime of yours
You performed so incredibly well.
Crawling on, on all your fours
And overheard that I indeed did yell…

Burned out has now that single spark
My fear in the end, completely lost
Aimlessly groping in the dark
The need to get out, at any cost…

Can’t you just say “I really do love her”
Or will you only miss me when I’m dead?
Instead I’m lost to roam forever
in the deep space of my own stupid head…

I’m falling, quickly, even faster.
Just a perforated shute, not a single plan
It will be my major mental disaster
So please, DO catch me if you can…

(c) Lou

Vrieskast

hij pruttelde nog even en toen was het stil.
hij kon niks zinnigs meer doen.
de temperaturen liepen al snel op.
het ijs smolt.
bijna ongehoord schreeuwde hij “Alaaaaarm!!!”
eerst in z’n bovenkamer, toen ook hoorbaar.
zacht maar wanhopig.
hoe moest hij nu in vredesnaam verder?
z’n processor sloeg op tilt.
het lukte hem écht niet meer om af te koelen.
de temperaturen bleven maar oplopen.
langzaam maar zeker ontdooide hij.
en zijn innerlijkheden versmolten…

En toen kwam zij.
Met angst en beven hoorde hij haar de trap afstommelen.
Woedend was ze.
Hoe kón hij haar zo in de steek laten?
Een onverwachte, ferme rechtse op zijn plaatstalen zijwand.
En nog éen. Een hele harde.
Hij beefde ervan.
Ze kon het geven van een flinke trap na nog net bedwingen.
Bruut werd hij wakker geschud uit zijn misère.
Stribbelde tegen maar pruttelde tenminste weer.
Tergend langzaam begon hij zich te bekoelen.
het zachte in zijn binnenste werd weer ijzig.
De vraag is alleen, voor hoe lang…

Maar goed.
Zo zie je maar weer.
Zelfs een vrieskast kun je op de Lou-manier (tijdelijk) repareren…

vrede mee

het is anders
het is rustiger
het is beter zo

teveel brokken in m’n keel
teveel weggeslikte tranen
teveel moeite met bepaalde woorden

een onuitgesproken iets
een onbevredigend gevoel
een onmogelijke wens

plek voor berusting
plek voor wat echt is
plek voor acceptatie

gegeven. alles aan jou
gegeven is het en dat blijft het
gegeven met liefde…

Het teveel een plek gegeven.

Heb ik.

Hallo allemaal…

mind the tag

Ja, ik ben het zat.
Nooit gedacht dat ‘t zover zou kunnen komen.
Maar het is zo.
Ik ben de 2.0-wereld van twitbook en facechat even zat.

In de laatste dagen is er zoveel platte tekst zo fout geïnterpreteerd dat ik er bijna een beetje moedeloos van werd. Fout begrepen. Foute dingen in gelezen. Ook door mijzelf. Ik wil het even niet meer. Ik heb zelf al teveel gezegd. Véél teveel.

Daarnaast worden m’n blogs te vaak en te direct aan mijzelf gekoppeld. Dat is ook heel logisch: een blog is toch een beetje een dagboekformaat. Maar ik heb een nogal grote fantasie en een behoorlijke neiging tot doorslaan… Ben ik een beetje melancholisch, schrijf ik al wereldondergangsgedichten. Ben ik een beetje teleurgesteld in iemands reacties, schrijf ik gelijk over het onbegrip, mijn drievoudig gebroken en platgetrapte hart, het grootse gebrek aan liefde en weet ik veel wat.
Neem. het. alsjeblieft. NIET. te. letterlijk….

Ja, heel veel dingen (praktisch alle, zeg maar) die ik schrijf hebben wel degelijk een link naar mijzelf. Bevatten beschrijvingen van de dingen die ik voel. Maar soms ook 28x versterkt… of met extra fictieve dingen erin verweven. Daarom ben ik nu maar begonnen met taggen:

INFO VOOR ALLE TROUWE LEZERS (en voor de rest ook :-) ):
Kijk naar de tags onder elk van mijn blogs!! Staat daar iets bij van “echtfictief” of “ietwatfictief” (de tag “rijmelarij” staat voor alles wat zo half in gedichtvorm gegoten is. Dat kan heel goed grotendeels fictief zijn maar sommige dingen die ik wat poëtischer  schrijf, zijn wel degelijk aan m’n real life en real feelings gekoppeld). Is het betreffende blog puur waarheidsgebaseerd, dan staat er iets van “the whole truth” bij. Zie hieronder bijvoorbeeld.

Just mind the tag, please.

En verder gaat het goed, niemand hoeft zich grote zorgen te maken (kleine zijn voldoende). Ik ga me alleen even op mijn real life concentreren nu. De komende paar dagen in ieder geval. Zoals ik zei: I’ll be back. Ergens volgende week is de oude Lou vast wel weer terug. Ik neem gewoon even een korte vakantie. Een midweekje ofzo. Toedeloe!

te snel

gevoel……………..te snel geuit

conclusies………..te snel getrokken

meningen…………te snel gevormd

woorden…………..te snel geïnterpreteerd

liefde………………..te snel voor echt verklaard

de waarheid……..te snel een leugen geworden

die leugen…………te snel herkend

genegenheid……..te snel gegeven

blogs……………….te snel geschreven

openheid………….te snel getoond

ik klap dicht……..te laat……

Overhoopeloos

Het is hopeloos.
Ik lig met mezelf overhoop.

Ik ben overhoopeloos…

Er gebeurt zoveel en toch ook weer helemaal niks.
Ik ren met zevenmijlslaarzen in het rond en toch blijf ik op diezelfde plek hangen.
Ik jaag m’n idealen na en ben er verder van verwijderd dan ooit tevoor.
Ik probeer de boel te ontrafelen maar raak steeds meer in de knoop.
Ik wil weglopen van alles maar ren met open armen ernaar toe.

Ach het klinkt heftig, maar dat is het eigenlijk niet.
Zeg ik.
Ik weet zelf heel goed in wat voor levensfase ik zit.
Zeg ik.
M’n tweede pubertijd, inclusief puistjes op de neus.
Heerlijk…
(*even eraan voelt*)

Op zoek naar rust.
En toch steeds weer die spanning willen…
Snakken naar balans.
En toch steeds weer op het randje van de afgrond willen lopen…
Tevreden zijn met wat je hebt.
En toch steeds weer iets compleet nieuws zoeken…
Verlangen naar vertrouwen.
En toch steeds weer vertrouwen op dat intense verlangen…
Kiezen voor je gezonde verstand.
En toch steeds weer doen wat je hart zegt…
Bewust leren van je fouten.
En ze dan toch steeds weer opnieuw maken…
Weten dat je te oud bent voor die onzin.
En dan toch steeds weer dat puberale gevoel koesteren…
Het geluk  zo sterk weten te waarderen.
En het dan toch steeds weer moedwillig in gevaar brengen…
Het licht al lang zien
En toch steeds weer kortsluiting maken…

Waar ben ik in vredesnaam mee bezig…
Overhoopeloos.

Komt wel goed.
Zeggen ze.
Prima.
Wanneer???

Mag het licht uit…
*klik*

als je eens wist

als je eens wist wat ik bedoelde,
dan was je nu niet waar je bent

als je eens wist wat ik bedoelde,
was je meteen naar me toe gerend

als je eens wist wat ik bedoelde,
verkeerde je nu in state of shock

als je eens wist wat ik écht bedoelde,
legde je je hoofd nu op het offerblok

als jij eens wíst wat ik jou wens
dan was jij nu een gelukkig mens…

en ik
ook

(c) Lou

ratttatttatttatouille

Oftewel:
Een bonte, eigenlijk niet te vreten mix uit een machinegeweer.
Dat zootje ongeregeld komt dus uit m’n kalaschnikowvingers.
Met minstens tien tegelijk.

Rattattatttattttaaaa….

Ik sta nog steeds volledig achter dat wat ik schrijf en wat ik al geschreven heb.
Ik sta nog steeds compleet achter mijn acties van de afgelopen tijd.
Ik heb alleen klaarblijkelijk nogal eens wat moeite met het inschatten van mensen op de juiste stoornis…

Inclusief mezelf:

- VE (Verbaal Exhibitionisme )
Dat sowieso.
U ervaart het op dit exacte moment.
- MLA (Multiple Loving Abilities )
Check.
Maar daar valt nog mee te leven.
- GS (Goedaardige Schizofrenie)
Absoluut!!!
(kop dicht, Truus Trut. Miep Muts is toch ook stil dus wat wil je nou mens…)
- CS (Chronische Sarcasme)
Helaas wel.
Bijtend als zoutzuur en droog als het koelbekken van Fukushima (fout grapje, I know).
- Brandend naïviteitszuur
Elke dag wel een aanval.
Daar zal ik wel nooit meer overheen groeien…

Daarnaast heb ik nog een goedgelovigheidsgezwel, zware aanvallen van blogdiarree, morbide twijfelachtigheid, een bloedend hart en een gebrekkig onderbuikgevoel.
Hoe lang ga ik dit nog overleven?

Ik ga ratatouille maken vandaag.
Ik hak alle sores in de pan.
En dan vreet ik het vol genoegen op.
Ja, ik kan…

kaaa-uuuuu-teee

zo voel ik me nu.
een gewoon gezellige dag, veel te doen, al veel gedaan.
één onverwacht telefoontje en whoppaaaa!!
het shitgevoel komt weer op de koffie..
gezellig, kom d’r bij, lief shitgevoel. ik had jou sowieso al lang niet meer gehad.
even bijkletsen.

waarom doe ik altijd dingen waar ik later spijt van krijg…
en waarom is dat later altijd kort daarna en niet een eeuwigheid later…
waarom kan ik niet gewoon m’n kop houden.
waarom denk ik niet standaard nog een week langer na over de dingen die ik doe of zeg.
ik lijd duidelijk zwaar aan verbaal exhibitionisme.
dwangmatig eruitgooien wat in dat warhoofd zit.
waar is de afkickkliniek?

ik ga even offline, vooral op twitter.
wie me nog wat zeggen wil, moet me maar mailen.
en als u dat doet, zeg dan vooral dat u van me houdt.
de rest wil ik sowieso niet lezen.
SMS zijn ook niet meer welkom.
Dat u ‘t even weet.
ik kan niet meer.
ik stamp die homebutton van m’n foon ook fijn weer lekker in elkaar.
en daarna ga ik mezelf tussen mijn narcissen in de tuin ingraven.
head first.

bah.

bah bah bah.

 

1.0-blogging

ik schrijf (nou ja, sinds ik op wordpress blog is het eigenlijk “schreef”) altijd in een ‘gedachtenboekje’. Twee heb ik er al volgekalkt met vanalles en nogwat. Een best wel echt 1.0-blog dus. Laatst zag ik hier meerdere keren een ‘handgeschreven blog’ voorbijkomen en dacht: “ach, ik kan ook wel ‘ns wat bewijzen aanvoeren voor het feit dat ik al veel langer blog dan die 5 maand hier”. Ik schreef echt alles door elkaar. Gedichten van mezelf, gedichten van anderen, gedachten, vakantierapportages, zieleroerselen, liefdesverdrietigheden, etc. Net als hier dus. Alleen tekende ik er in m’n 1.0-boekjes nogal eens wat in het wilde weg bij. En mijn kinderen kliederden er ook regelmatig in rond.
Ach, kijk zelf maar. Een greep uit de bladzijden.

Waar zit ik toch…

met m’n hoofd…wat een zooi. wat een troep. chaos. echt vette chaos. alles drijft door elkaar. stom hoofd. in the end zingend en jezelf een looser denkend. ik kan het niet. kan het niet ordenen, slok cola dan maar. draadje van m’n koptelefoon hangt over m’n rechterborst. mén wat zie ik er gestoord uit. freak. cola. niemand die ‘t kan zien dus kan’t mij bommen. waar is de chips. waarom voel ik me nu ineens toch down. morgen moet ik nog een kaart maken voor de buurman, shit heb ik de danslesbijdrage overgemaakt? raar gevoel in m’n buik. misschien moet er maar chips in. sweet thai chili chips. morgen krijg ik m’n auto terug. joepie. waar zou die rotvis nu zwemmen. waarom hou ik van die vent. ach soit. kan d’r ook niks aan doen. toch ns gaan kijken of we nog chips hebben. onze bank is ook niet echt wit meer eigenlijk. waar is die rekening. ik wil dun zijn… chips. hoe lang zou die foon ‘t nu doen…zometeen even op amazon kijken of ik een galaxy kan vinden. oh verrek ik moet nog foto’s bewerken. eigenlijk wil ik dat liedje wel opnemen. lekker stil hier. ik hou toch best van alleen zijn. zometeen even lekker muziek door m’n hoofd raggen. ik wil naar nederland, sommige figuren[ah shit, dit kan ik niet schrijven hier]. ik heb zo geen zin in morgen. moet tuinhuis opruimen. beeldscherm wordt wazig van mijn gestaar. vroeger keek ik altijd wazig. en ik vrat ouwe kaas op een hele gore manier. yuk. en ik had hazetanden dus dat paste wel. 10 jaar beugel did the trick. zou zoon ook een beugel moeten… ik weet wel zeker dat ik ga falen in zal ik nog iemand porren? ach fuck die porren. ik moet nog schilderen. morgen. das veel leuker. morgen. ben blij dat ik 10-vingerig kan typen met 280+aanslagen per minuut. anders is eerstegedachtenbloggen wel een kriem…

voortgezette iphone-chirurgie

…en een dooie vis.
Wat een dag.

Het ontbijt: klooiende kinderen kliederen m’n krant compleet onder. Krant wordt woest weggeschoven. Helaas lag daar mijn iphone tussen en die viel dus met een gracieuze, kleine, in mijn ogen niet echt schadelijke boog plat op onze laminaatvloer. Extra-hard laminaat, dat wel. Bij de obligatoire ‘Doet-ie-ut-nog’-test deed de home-button het toch duidelijk niet. Ach, doet-ie wel vaker. Met de aan-uit-knop ging het beeldscherm wel weer aan (pfiew). Even opnieuw opstarten, dan was ‘t leed vast wel weer geleden…
(*hoop hoop*).
NOT!

Het voelde een beetje alsof me een arm afgehakt wordt. M’n telefoon kapot. Mijn lieve oertijd-iphone wilde niet meer app-switchen. Niet meer naar huis. Ik voelde een deel van mij langzaam sterven. Wat ik ook deed (hercalibreren, soft en hard resetten…), hij bleef home-less. Enig gerechtvaardigd gevloek galmde door het huis. Dan maar even sporten (lees: afreageren). En de vissen voeren, zoals altijd rond dit tijdstip. Had ik ook beter niet kunnen doen. Mijn grootste betta (vechtvisje) hing diagonaalverticaal met z’n kop tussen de planten. Een lichte stuiptrekking in de staartvin was een duidelijk teken: not dead yet. Maar ook de laatste 3% leven vloeiden redelijk snel weg uit het kleine, koudbloedige lichaampje… Ik ben niet van de actieve euthanasie in dit geval, dus hij mocht van mij in alle rust sterven (de andere 2 bettadames vonden zijn tic-staartvin ook best appetijtelijk, dus ach, dat wilde ik hun niet ontnemen).

Back to business. De home-button. Zonder home-button geen iphone. Ja, je kunt best van je agenda naar de telefoonfunctie switchen, maar alleen als je de hele telefoon eerst uitzet en dan compleet opnieuw opstart. Dat duurt ca. 3 minuten bij een iphone. En dat geldt dus voor alle apps. Even Wordfeuden? Foon uit, foon aan, hoppa. Niet per ongeluk op een push-berichtje clicken want dan switched-ie gelijk naar die app. Geen doen dus. En een soft-home-button bestaat er voor mijn iOS-versie helaas niet (en mijn fossiele foon verdraagt geen nieuwere versie). Ook een no-go.

Next step: fanatiek youtuben om de cursus voortgezette iphone-chirurgie z.s.m. te voltooien. Cum Laude, zeg ik u. Ik wist al hoe ik ‘m kon slopen, maar ik wist nu ook, welke contactjes met de grootste waarschijnlijkheid het probleem vormden. Ze moesten volgens de youtube-meneer “opgewipt” worden omdat ze bij stokouwe iphones (zoals de mijne) vaak door intensief gebruik (huh?) “platgedrukt” zijn en dan niet meer werken. No problem. Kan ik. Ik wist inmiddels 99% zeker dat het een hardwareprobleem was: ik had de home-button al gehercalibreerd (no result), gereset (no result), de foon gereset (no result) en een speciaal opstarttestje gedaan óf het ook echt een software-ding was (nee dus). Lang leve Google. Een operatie was onvermijdelijk.

Eerst een backup. Wáár staat in vredesnaam die backup van m’n iphone, zoek dat maar ‘ns uit in je windows7-Explorer-op-oorlogsvoet-met-iTunes. Gelukkig had ik hulp van een iphone-genius. Mijn dank is groot, Glenn! Backup gered en gesaved. Vervolgens het operatiegereedschap (een zuignap om het glas op te tillen, een mesje (om het vuil weg te schrapen) met een vel keukenrol, een fijnmechanisch-werktuigsetje (van mij!! ikke gekocht!) en een dienblaadje voor alle losse onderdelen die er mogelijk en zelfs zeer waarschijnlijk uitvallen) klaargelegd en gedesinfecteerd. Het grote sloopwerk kon beginnen (en stiekem verheugde ik me er al zeer op). SIM-kaart + tray eruit geprutst (dat op zich is al een operatie bij een iphone). Toen de schroefjes. Mijn operatie-schroevendraaier paste weliswaar (lees: was miniscuul genoeg), maar ik moest eerst roest eraf krabben met het mesje. Dacht u, dat ik die dingen daarna los kreeg? Nope. Muurvastgeroest. De barst in de back-cover werd daarentegen wel een stukje groter…

Toen bedacht ik me ineens, dat ik mijn adressen/telefoonnummers nog wel even moest overtikken. Ik heb namelijk Thunderbird (want gloedgloeiendehekel aan Outlook) en daarmee kan de foon niet sync-en (nog een reden om hartstochtelijk naar een Android te verlangen). Dus: uitstel van de operatie, eerst adressen veilig stellen. Half uur later: hervatting van de chirurgie. Meer schroefjesgepruts. Meer functioneel gemorrel. Geen beweging in te krijgen. Uit pure frustratie mep ik het ding met een klap op tafel. Eerst een keertje met de voorkant, daarna nog een keer met een ferme klap z’n achterste, smijt ‘m op het dienblaadje en maak vervolgens een kop sterke koffie.

Ik zet de telefoon aan omdat ik nog een gisteren gemaakte afspraak in mijn agenda wil checken voordat het ding compleet naar z’n grootje is. Floep! Push-berichtje van FB. Zoef! Foon switched naar FB. Ach mannnn hé… Ik druk automatisch op de home-button…

EN WHAMMMOOOO!!! HIJ DOET UT!!!

My heart skips, skips a beat…
Ik wist ‘t!! Ik WIST ‘t!!
De non-invasieve Lou methode voor de reparatie van losse contacten werkt toch echt het allerallerbeste:
stap 1) intensief voorbereidend morrelen
stap 2) een ferme klap op de voorzijde
stap 3) een welgeplaatste opdoffer op het achterwerk
stap 4) een kop koffie

Werkt met autoradio’s en dus ook met iphones.
Nobody tells me how to repair my own stuff. Há!!
OH YESSSSS I CAN!! :-)
Laat ‘t ding nou nog maar ‘ns een keer zo’n stunt met losse contacten uithalen, durft-ie niet meer, zeg ik je!

Zo. Nu nog even een vis naar z’n porceleinen vissenhemel brengen.

Daar moet op gedronken worden, hi-ha-hoooooo :-P

(laat maar Sam, ik doe ‘t infuus zelf wel. But please play it again…)

Het knaagde…

Het knaagde.
Heel venijnig
en in ‘t geniep.

Het vrat.
Van binnen,
echt heel diep.

Het beet.
Als zoutzuur in
een houten vat.

Het knaagde.
Als een geniepige,
venijnige rat…

Daarom voerde ik het maar
‘n snoeiharde wortel.
Eer ‘t m’n hele interieur opat.

(en nu knaagt ‘t nog steeds…)

Hé jij!!!

ja jij! hervonden, bijzonder mens
toen zo vaak voorbijgelopen
zonder ook maar een enkele wens
nu te veel en te vaak gemist
soulmates zijn zo schaars.
dat ik dat toen niet wist…

bewonderenswaardig hoe alles toch
altijd weer terug valt op zijn plaats.
daar waar het moet wezen,
zo zoals het moet zijn.
is dat nou iets als karma? of jin jang?
ah, what’s in a name, het is fijn…

ik prijs me rijk met iemand
zoals jij in mijn warrig hoofd.
jij, die steeds opnieuw weer
aanvoelt, omgeeft en prikkelt
in plaats van enkel verdooft…

jij, die zelfs op grote afstand
je vleugels om me heen kan slaan
drakenbloed kruipt vooral daar
waar het níet kan gaan…

dank je.
dank je voor jou…

<3

__________________________________________
Ehh, ik heb nog even gewacht met de bijbehorende song maar ik post ‘t nu dan toch maar
(m.a.w. was ik even vergeten, maar nu dan toch…)
Hey You!!! Always remember, together we stand, divided we fall…

Hey you, out there in the cold
Getting lonely, getting old
Can you feel me?
Hey you, standing in the aisles
With itchy feet and fading smiles
Can you feel me?
Hey you, dont help them to bury the light
Don’t give in without a fight.

Hey you, out there on your own
Sitting naked by the phone
Would you touch me?
Hey you, with you ear against the wall
Waiting for someone to call out
Would you touch me?
Hey you, would you help me to carry the stone?
Open your heart, I’m coming home.

But it was only fantasy.
The wall was too high,
As you can see.
No matter how he tried,
He could not break free.
And the worms ate into his brain.

Hey you, standing in the road
always doing what you’re told,
Can you help me?
Hey you, out there beyond the wall,
Breaking bottles in the hall,
Can you help me?
Hey you, don’t tell me there’s no hope at all
Together we stand, divided we fall.

Eerste gedachtes

Ik lees momenteel een geweldig boek.
“ZIN – Lust in je leven door schrijven” van Geertje Couwenbergh.
(Dank je wel Nanda voor jouw gouden tip!!)

Geertje beschrijft precíes mijn intentie, de manier waarop ik wil schrijven. Het gaat om de eerste gedachte. Zij zegt:
“Door je eerste gedachtes op te schrijven, leer je ze weer vertrouwen. [...] Door te leren schrijven vanuit de eerste gedachte leren we er ook vanuit te leven. En leven vanuit de eerste gedachte betekent leven dicht op het vuur.”
En dat is precies wat ik doe. Wat ik al gedaan heb, vooral met mijn laatste blogs. Die stonden bol van eerste gedachtes. Gewoon dat wat in me op kwam, wat in me opborrelde op het moment dat ik tik.

Het leven is veel te veel gebaseerd op tweede en derde gedachtes. De eersten worden weggedrukt. Die kunnen vaak het daglicht niet verdragen of zijn qua normen en waarden niet geaccepteerd. Niet netjes genoeg. Niet wenselijk. Alles wordt opnieuw overdacht, in wenselijke vorm gebracht, ethisch verantwoord gemaakt. En de intuïtie gaat ten onder…

Ik ga nog vaker proberen om te schrijven vanuit de eerste gedachte. Ik weet iemand die dat al heel goed kan en ook doet: mijn allerallerliefste Lou (zie blogroll). Maarre, als jullie hier dus nogal vage, gestoorde blogs (nóg vagere, nóg gestoordere) blogs voorbij zien komen, dan is dat omdat ik m’n eerste gedachtes er weer ‘ns uit knal. Bij voorbaat mijn excuses.

Nog een brief (geen bom)

Lieve J.

Gisteren schreef ik een blogbrief aan iemand. Ik heb daar vandaag nog heel lang over nagedacht, over gepiekerd. Ik stond al meermaals op punt om dat blog toch weer te wissen. Omwille van jou. Maar het is en blijft mijn gevoel en het is niets schandaligs of onoverkomelijks. Je mag het weten, maar misschien is het maar beter van niet. Het was een brief met een simpele blijk van liefde. Liefde die ik ook voor jou voel. Juist voor jou. Jij bent mijn levensmaatje. Jij bent alles. Míjn alles. Mijn man. Jij bent al een kwart eeuw bij me. Letterlijk door dik en dun. Jij bent er al een kwart eeuw altijd vóór me. Samen hebben wij twee geweldige nieuwe mensjes in de wereld gezet. Voor ons gezin heb jij een heerlijk huis gebouwd en het leven goed gemaakt. In mijn ogen kun jij alles. Er is niets dat jij niet kan (OK, koken is niet je sterkste kant maar dat hoeft ook niet want dat is sowieso mijn hobby). Je bent soms wat streng maar je bent een meer dan goede vader die alles voor z’n kinderen over heeft. Samen maken we er prima grote mensen van, dat weet ik zeker.

Wij hebben al vanalles doorstaan. 10 jaar heen en weer pendelen, 1000km heen, 1000km terug. Nachttreinen kenden we allebei op onze broekzak. Urenlang bellen, wat hebben we toen veel gepraat… We praten nu soms te weinig. Zeggen wat we denken, beschrijven wat ons zorgen baart, duidelijk maken wat ons stoort maar vooral ook vertellen wat we aan elkaar juist zo fijn vinden, dat schiet er wel eens bij in. Maar toch hebben wij meerdere zware crises overleefd. Kwamen we ondanks schijnbaar  onoverkomelijke discrepanties toch weer tot elkaar. Gingen we toch weer samen verder. Jij bent zo verschrikkelijk anders dan ik…

Jij bent zo rationeel waar ik een totale emo-muts ben.
Jij wint met argumenten waar ik alleen maar onsamenhangend terug kan brabbelen.
Jij kunt alles met je handen repareren terwijl ik alleen maar goed ben met secondenlijm.
Jij kunt alles bouwen terwijl ik hooguit geweldig goed in slopen ben.
Jij kan ‘s-avonds op de bank (bovenop de AB) liggen ronken terwijl ik mijn ziel lichter schrijf.
Jij programmeert voor je lol een besturingsprogramma terwijl ik doeken vol schilder.
Jij weet altijd een antwoord op mijn vragen.
Jij doet alles doordacht terwijl ik gevoelsmatig te werk ga.
Jij bent een mens van het hoofd, ik er één van het hart.
Jij komt duidelijk van Mars en ik van Pluto (ofzo).
Jij kiest voor zekerheid in je bestaan terwijl ik overal in duik zonder te weten of ik er ooit weer uit kom.
Jij bent mijn vangnet wanneer ik weer eens spring.
Jij weet precies hoe je m’n rug moet kriebelen.
Jij kunt mij liefhebben als geen ander.

Opposites attract.
Ik hou van jou.
Ik leg mijn hand in de jouwe.
Elke dag opnieuw.

They say that all you need is love.
Well, I got plenty of that…

Van jou weet ik bijna zeker dat je dit niet zult lezen. Je hebt niets met social media (gelukkig). Je leest geen blogs, ook die van mij niet (alweer gelukkig). Je bent van de ‘asociale’, 1.0 media en zelfs met de inzet daarvan ben je uitermate spaarzaam. Maar toch zet ik ook deze blogbrief online. Als ik het ene eruit gooi, gooi ik ook het andere eruit. Ik ben een rare, ik weet het. En jij weet dat ook.

Hab’ dich unendlich lieb.
X.

Let us talk no more, let us go to sleep,
Let the rain fall on the window pane,
And fill the castle keep,
I am weary now, weary to my bones,
Weary from the travelling,
And the endless country roads,
That brought us here tonight, for all this weekend,
And a chance to work it out,
For we cannot live together, and we cannot live apart,
It’s the classical dilemma between the head and the heart;
He is sleeping now, softly in the night,
And in my heart of darkness he has been the only light,
I am lost in love, looking at his face,
And still I hear the voice of reason,
Telling me to chase these dreams away,
Oh here we go again, we’re divided from the start,
For we cannot live together, and we cannot live apart,
It’s the classical dilemma between the head and the heart,
The head and the heart;
Now the dawn begins, and still I cannot sleep,
My head is spinning round but now the way is clear to me,
There is nothing left, nothing left to show,
The jury and the judge will see, it’s time to let him go,
Now hear the heart:
I believe that time will show,
He will always be a part of my world,
I don’t want to see him go;
So I plead my case to hear the heart,
And stay…
It’s time to let him go – I don’t want to let him go…
It’s time to let him go…
And in this classical dilemma,
I find for – the heart.

I did not die…

Do not stand at my grave and weep,
I am not there, I do not sleep.

I am a thousand winds that blow.
I am the diamond glint on snow.
I am the sunlight on ripened grain.
I am the gentle autumn rain.

When you wake in the morning hush,
I am the swift, uplifting rush
Of quiet birds in circling flight.
I am the soft starlight at night.

Do not stand at my grave and cry.
I am not there, I did not die.

Mary Frye (1932)

___________________________________________

Dit gedicht werd voor Cis gepost op een ander geweldig sociaal medium (nee, niet twitter).
(Dank je, Femke)

Cis, die vandaag begraven werd.
In haar kleur: paars. Alles paars. Zelfs de kist.
Ik kon er niet bij zijn, Nederland is zo veel te ver weg…
Ik heb vandaag zelfs moeten (mogen) vieren.
Schoonmoeders 75e. Maar echt vieren was moeilijk.
Afwezig, met mijn gedachten ergens anders. Daar.
En nog weer ergens anders. Daar ook.
Oh en daar ook. Rondzwalkende gedachten.
Ik kan dat…
Wat een rare dag vandaag.
Ergens anders zijn dan waar je wil.
Iets vieren terwijl je rouwt.
Iets anders denken dan je voelt.

Ik proost op de kanjer van een vrouw die de wereld nu moet missen…
Ik proost op het feit dat het leven en de liefde toch doorgaat…

Proost Cis.
Op jou.
You did not die…

Bommetje….

Ik heb geen vrienden die X. heten, dus dit is wel een veilige letter denk ik…
Here we go.
Bommetjuhh!!!!

Lieve X.

Hoe begin ik dit…
Hoe begin ik met het beschrijven van iets, waarvan ik zelf werkelijk absoluut níets snap…

Waarom jij….
Je bent mijn type niet. Nou is mijn type niet bepaald makkelijk te omschrijven, maar jij bent het in ieder geval niet. En toch doe jij me iets. Ietsje veel. Op zich is dat helemaal geen probleem: er zijn zoveel mensen die mij wel iets doen. Maar bij jou is het daadwerkelijk meer dan zomaar ‘iets’. Je doet iets MET mij. Ik krijg de kriebels van jou. Fijne, goede kriebels, welteverstaan. Ik vind jou een mooi, raar, interessant, gestoord en lievenswaardig mens. Jij hebt humor en charme, op je eigen verknipte manier. Je hebt de ogen waar ik compleet voor val. En ik heb nog steeds het gevoel  jou al járen te kennen. Misschien doe ik dat ook wel. We hebben elkaar tussendoor door bepaalde (on)gelukkige cq. onhandige gebeurtenissen dan wel weer even kort uit het oog verloren. Kort? Of was het een kleine eeuwigheid… In ieder geval weet ik zeker dat jouw focus niet bij mij ligt. 9 van de 10 keer zie je me niet eens staan. Gelukkig maar eigenlijk.

Ik wil echt niets van je….
Misschien één van de weinigen die daadwerkelijk niets van je wil… Ik wil enkel dat wat ik al heb. Ik ben gelukkig getrouwd (ja echt), heb twee schatten van kinderen en dat is me alles waard. Alles. Dat zal ik nooit moedwillig in gevaar brengen en dat zul jij, júist jij, vast wel snappen, lijkt me… Maar toch. Je doet iets met me. Ik vrees zelfs dat je belangrijker voor mij bent dan je zelf door hebt. Jij bent ook duidelijk belangrijker voor mij dan ik voor jou. Mijn vonk is groter dan de jouwe. Sterker nog: momenteel ben jij duidelijk weer totaal gefixeerd op iemand anders. En toch is ook dat juist weer goed zoals het is… soms is het even slikken, maar de dingen zijn goed zoals ze zijn. Jij jouw wereld, ik de mijne. En laten we dat vooral ook zo houden…

Houden van is een groot(s) iets…
Een mens kan toch van meerdere mensen houden? Ik wil niet beperkt worden in mijn capaciteiten om meerdere mensen oprecht lief te hebben. En die capaciteiten heb ik, daar ben ik inmiddels wel achter. Ik wil vrij zijn om te houden van wie ik wil. Te houden van voor wie ik voel. Aan de andere kant ben ik een trouw persoon, ook dat heb ik zelf in de laatste weken weer eens duidelijk vast kunnen stellen. Ik kwets degenen die ik liefheb niet. Gewoon niet. Maar dat betekent niet, dat ik niet van meerdere personen tegelijk mag houden… Dat mag ik. Toch??

Maar dat gevoel hè…
Mijn houden-van-gevoel is van mij en van mij alleen. Ik voel zoals ik het voel. Ik voel voor jou wat ik voel. Ook al voel ik me daarin soms best wel alleen. Ik voel ook voor anderen en  ik kan het niet veranderen. Maar wat ik daarmee dóe is een tweede. Jij hoeft er in ieder geval niets mee. Jij houdt zelf ook van zovelen tegelijk waardoor je het jezelf ook niet bepaald makkelijk maakt… Jou af en toe te spreken, op onverwachte momenten wat onschuldige gein met elkaar te hebben, elkaar soms ineens toch weer zo goed aan te kunnen voelen en zo nu en dan een 2.0 zoen toe te werpen, dat moet voldoende zijn. Het ís ook voldoende.
En tóch hè, toch wil ik het uitspreken. Ik wil dat je het weet (en eigenlijk ook weer niet)…

Ik    hou    van     jou     …

Besef je dat wel?
Besef je wat ik zeg?
Besef je dat het soms pijn doet?
Besef je hoe klote dit is?

Hoe raar ook.
Hoe onmogelijk ook.
Hoe idioot ook.
Het is zo.

Ik weet niet eens of je dit ooit leest.
Ergens hoop ik dat je het niet leest.
Maar als je het toch doet…
Herken je jezelf?
Voel je je aangesproken?
OK, dan ben jij het.
Of toch niet…

X…

.

Blog ik dit…
Of toch maar niet…
blijft het een opgeslagen concept…
wat maak ik kapot als ik dit zeg…
wat maak je kapot als je zegt dat je van iemand houdt…
Uitgesproken liefde kan ongemak veroorzaken.
Onuitgesproken liefde is sowieso doodzonde.
Is dit erg? Nee, dit is niet erg.
Ook hier kom ik overheen en tegen die tijd denk ik  dan vast “oh silly me”…
Lang over nagedacht (‘voorgedacht’), maar ik moet het kwijt.

* op “Publiceren” drukt en hopend dat ze niks kapot maakt…*
.
.
.

I’m just the pieces of the man I used to be
Too many bitter tears are raining down on me
I’m far away from home
And I’ve been facing this alone
For much too long
I feel like no-one ever told the truth to me
About growing up and what a struggle it would be
In my tangled state of mind
I’ve been looking back to find
Where I went wrong
Too much love will kill you
If you can’t make up your mind
Torn between the lover
And the love you leave behind
You’re headed for disaster
‘cos you never read the signs
Too much love will kill you
Every time
I’m just the shadow of the man I used to be
And it seems like there’s no way out of this for me
I used to bring you sunshine
Now all I ever do is bring you down
How would it be if you were standing in my shoes
Can’t you see that it’s impossible to choose
No there’s no making sense of it
Every way I go I’m bound to lose
Too much love will kill you
Just as sure as none at all
It’ll drain the power that’s in you
Make you plead and scream and crawl
And the pain will make you crazy
You’re the victim of your crime
Too much love will kill you
Every time
Too much love will kill you
It’ll make your life a lie
Yes, too much love will kill you
And you won’t understand why
You’d give your life, you’d sell your soul
But here it comes again
Too much love will kill you
In the end…
In the end.

statische ballons (blogpoeperij)

sorry hoor maar ik moet.
ik kan niet anders.
ik moet.
het borrelt en dan hoppaaaaa
komt de boel eruit…
het zal wel aan die dertiende liggen ofzo.
jullie pech, ik blaat dwangmatig in het rond.
het mooie is, dat je niet moet.
je hóeft het niet te lezen.
het is míjn blog
en daar kan ik in rondprutsen
zoals ík het wil.

maar wat wou ik ook alweer.
oh ja.

m’n kinderen vermaken zich
met statische ballons
“plak de zon aan je neus!!”
gaat-ie nooit meer weg.
ik heb mezelf in de tuin uitgeleefd.
een veertigtal groenteplantjes
hopelijk wordt ‘t wat.
de kippebouten staan te pruttelen in de oven
het vrijdagse glas wijn hits the head.

alles is goed.
for the time being…
waarom kan het niet allemaal
voor iedereen
gewoon elk moment
even goed zijn?

één keer knipperen met je ogen
en alles is weer anders…

In the blink of an eye
Seems like minutes as the years fly by
In the blink of an eye
Afraid to stop because I can’t stop time.
And I wouldn’t want to…
Catch me if you can…
(Please catch me)

shit zeg

shit zeg,
dat dit nou gebeurt
alwéér vol glans en schijn afgekeurd…

shit zeg,
dat ik het niet zag
het feit dat jij me écht niet mag….

shit zeg,
die onoplettendheid
en mijn eeuwig volhardende naïviteit…

shit zeg,
die allereerste gedachte
weet niet wat ik dan ooit verwachtte…

shit zeg,
het doet best pijn
om niet eens de liefste te mogen zijn…

shit zeg,
duurde dit echt al eeuwen?
ik ga eens een potje heel hard schreeuwen…

shit zeg,
wat moet ik nou
langzaam voel ik nu die bijtende kou…

shit zeg,
ik ga toch maar naar binnen
om me eens goed op jou te bezinnen…

shit zeg,
*kreet van verbazing slaakt*
ben ik uiteindelijk dan toch geraakt…
.
.
shit!
oh shit.
I got hit…

Spijkerbroekendag

Het is weer lente. Dat verklaart een hoop, zo ook de behoefte – van vooral mannen – aan rokjesdagen. In ieder geval komt de term rokjesdag ineens weer duidelijk frequenter voorbij in de social media. Maar waarom nou specifiek rokjes? Waarom maken we er niet gelijk een tangaslipjesdag van? Dan zie je de boel pas echt goed. Zo’n rokje stoort alleen maar. En ik heb toevallig een hekel aan rokjes. Met wat dikkere heupen en billen (moi) moet je de rokjes in kwestie (want niet alles voldoet hè: ze moeten niet lubberen en niet al te lang zijn want anders zie je nog niks en mooi strak-tekenend om het afwezige perfecte achterwerk glooien) elke 5 minuten weer naar beneden sjorren anders heb je ze in no time onder je oksels hangen. Nee, doe me dan maar een jurkje. Jurkendag. Hmmm. Klinkt ook weer niet werkelijk übersexy. En met een jurk kun je net zo min fatsoenlijk fietsen (niet dat ik ooit fiets, maar het gaat om de theorie).

Tja.
Wat dan.

Bikini-dag?
BeeHaa-dag?
Netkousen-met-jarretels-dag…
Beenwarmer-en-verder-niks-dag.
Naaktloopdag!
Gehaktdag.
Klaar…

====================================

EDIT:
met zeer waardevolle input van Nanda (dank je, goud waard!) weten we nu, wat voor dag het werkelijk is.

Nunkinidag!!!

zoek de glasbak

elke morgen, elke middag, elke avond, iedere nacht (praktisch altijd dus)
stel dat ik er wel, maar jij er niet was (dat maakt ‘t wat lastig inderdaad)
dan was morgen, morgen waarschijnlijk weer zo’n dag (de kans is groot…)
o ik kan het niet, ik kan het niet alleen (ah joh, kom op zeg, niet geschoten is altijd mis!)
natte ramen (zeikregen? of toch aan de binnenkant?)
kale muren (wat een lekker potje behangen al niet kan doen)
lege flessen, lege flessen op de gang (daar is de glasbak voor hè)
lange tanden (zolang er geen haar op zit, of maanzaadjes ertussen…)
late uren, late uren (late uren zijn óók uren!)
weinig zon en veel behang (wat nou, net waren ze nog kaal, die muren)

en ik kan het niet, ik kan er niet omheen (dan maar erdoorheen, of nog beter: eroverheen)
ik kan het niet, ik kan het niet alleen (solodrammen lukt anders best goed)
ik heb het geprobeerd, gedaan wat ik kan (“is dit alles, oehoehoehoe…ahahahah is dit alles…”)
maar alles gaat verkeerd, ik ben ook maar een man (aaahaaah!! dat verklaart natuurlijk een boel)
en ik kan het niet alleen (nee, ik begin ‘t te begrijpen…)
elke morgen, ‘s middags, ‘s avonds maar vooral ‘s nachts (nog steeds altijd dus)
stel dat ik er wel, en jij er niet was (ik zou ook wegwezen hoor, bij zo’n zeurvent)
dan was morgen, morgen waarschijnlijk weer zo’n dag (of niet… zing dit nog ‘ns, op 21 december?)
en ik kan hiet niet, ik kan er niet omheen (ga je er onderdoor?)
k-k-kan het niet, ik kan het niet alleen…

#zucht

‘t-is toch wat. óveral moet je ze ook bij helpen.
Wat is dat nou, éven snel die lege flessen opruimen….

 

Hobbyzoenen

Dat wobbelige gevoel ergens in de bovenbuik…
Het kriebelen van langzaam overeind komende nekharen…
Lippen zacht en teder maar toch ook stevig op een ander paar lippen drukken.
De rest langzaam op zijn beloop laten.
Zoekende tongpunten.
Ogen dicht om meer te voelen, stiekem door wimpers glurend…
De intensiteit bijna kunnen ruiken.
Bloed drukt tegen de vaatwanden.
Stijgt naar de lippen.
Hartslag die met scheuten versnelt.
Een golfslagbad in de maag.
Endorfines spelen formule 1 in ieder haarvaatje.

Geven en nemen.
Tederheid vermengd met heftigheid.
Hartstocht met spanning.
Sensualiteit met spontaniteit…

Waarom?
Waarom zoenen met iemand?
Een korte 1.0 screening om te merken “ja, dit past”…
Een gevoel bij een persoon, een gevoel dat even uitgeleefd wordt…
Een intuïtief aanvoelen en wéten dat deze mens op dát moment de juiste is.
Een onbetaalbaar gevoel.

Zoenen…
Een absolute hobby van me ;-)

(Binnenkort eens kijken of zweefvliegen me ook zulke gevoelens geeft)

Terugreizen

Onze terugreizen van Nederland terug naar Oostenrijk zijn altijd iets speciaals. De heenreizen zijn dat sowieso want dan ben ik helemaal opgelaten en blij, kan de auto niet hard genoeg vooruit pushen (waarop ik dan steevast commentaar van mijn bijrijdende man krijg: “je rijdt te hard. zo halen we het nooit met één tank en dan mag IK weer tanken” en “kijk, als ík rijd, is ons doorsnee verbruik 1 op 14,7. Als jij rijdt is dat maar 1 op 14,3. Dat is nergens voor nodig.” waarop ik antwoord: “ik wil naar huis en IK rijd (want jij wil computeren), dus ‘Klappe’.” ) Euforisch gevoel als je dan na dik 900km met radio 3FM in de oren de grens weer over bruist: ik ben weer thuis!!!

Maar terug is wat anders. Zo lang mogelijk rekken en dan toch maar op weg gaan. Ik rij zo langzaam mogelijk de poort uit, prikkende oogjes. Nog even voor de grens bij de vrije pomp de auto voltanken. De kinderen jammeren na een kwartier al dat ze zooo misselijk zijn en dat ze een DVD willen kijken. Dat mag pas op de Autobahn want anders kotsen ze te vroeg.

Natuurlijk geldt bij ons ook: de bijrijder is steward(ess). Die doet de verzorging van de overige inzittenden. Man kan dat lang niet zo goed als ik (of course) maar hey, ik moet rijden. En als hij met z’n laptop op schoot naast me zit te programmeren, wil hij wel ‘ns vergeten dat er nog twee koters op de achterbank zitten te karremejakken. Bij de pomp denken we er nog net even aan om een halve Primatour in beide kinderen te stoppen (pfiewww, over een kwartier is het kotsgevaar hopelijk weer geweken).

“Pap, mogen we een DVD kijken?”
“Nee.”
“Mam, mogen we een DVD kijken?”
“Moet je papa vragen.”
“Die zei nee.”
“Nou, dan nee dus.”
“Pap, mogen we wat lekkers? Ik heb honger.”
Man geeft appel-met-gat-erin aan
“Gatsie, die is al bruin van binnen. Ik wil een blokje kaas.”
“We hebben geen blokjes kaas mee, alleen bruine boterhammen met kaas.”
“Bahhhh, waarom neem je nou nooit eens iets lekkers mee voor onderweg?”
Uiteindelijk graai ik de zak met gummibeertjes tussen man z’n benen vandaan en gooi die naar achteren.
Rust.
Op de Autobahn weet ik dear husband ervan te overtuigen dat een DVD (nou ja, SD-kaartje met een geripte film erop) toch echt voor een hoop kwalitatief hoogwaardige laptoptijd kan zorgen. De SD-kaartjes worden vervolgens minitieus doorgesproken en van filmkritieken voorzien (geen enkele film is goed dus waarom nog langer erover discussiëren, douw er gewoon eentje in man…). Ice Age 3. En stil zullen ze zijn.

Wij zijn geen stoppers. We hebben al wel eens het hele stuk (ca. 930km) in 1 ruk doorgereden, onder voorwaarde dat ik dan voor vertrek cq. tijdens de reis geen koffie drink. Maar meestal is 1 plaspauze toch wel noodzakelijk. Helaas voor ons is het ons ook nog nooit gelukt om de terugreis kotsvrij te houden (de heenreis wonderwel altijd, hoe kán dat nou). We hebben standaard plastic zakken in de auto omdat zoonlief regelmatig zijn kaasblokjes-met-gummibeertjes-en-tomatensoep weer moet lozen.

Op een eerdere terugreis was dat ca. een uur na vertrek ook het geval. Zoon loosde braaf in de zak. Toen hij klaar was, verkondigde hij vol trots dat alles in de zak zat en gaf deze met een zwier aan mij (toen voor de falderatie [twentsch begrip voor "ter afwisseling"] de bijrijder), daarmee gelijk een vloedgolf van overgeefsel door de auto slingerend omdat die AH-tasjes toch echt van inferieure kwaliteit zijn en deze al grote, helaas tot toen toe onbemerkte gaten aan de onderkant vertoonde. De kots zat zelfs in dat ding waar je je gordel in klikt. De stank was niet te harden. Zoon onder, zijn kussen onder, ik onder, de ventilatiegaten onder, de auto onder. Bij de eerstvolgende benzinepomp met cockpitreinigingsdoekjes, keukenrol en spa rood de boel zo goed als het ging schoongemaakt. Daarna hebben we dus niet meer gestopt (en heul hard gereden, dat ook) om maar zo snel mogelijk die auto weer uit te kunnen…

De afgelopen terugweg was milder: dé plaspauze (want dochter en ik moesten) werd ingelast. Zoon moest niet. Zei hij. Ineens stommelde hij toch de auto uit, hij moest toch. Nog geen 2 meter van de auto, vlak vóór de motorkap van de auto naast ons, gutste zijn maaginhoud over de parkeerplaats. Mooi. Klaar. Goed getimed. Afvegen, glas water drinken, de verbouwereerd kijkende passagiers van de buurauto steevast negeren en dóórrrrgaan… Een terugreis zonder kotsen blijkt vooralsnog een onmogelijkheid.

Met frisse tegenzin jakker ik naar verder huis. Zo langzaam mogelijk.

Eén voordeel: op terugwegen haal ik die 1 op 15 makkelijk…

Cis-ter…

Een laatste groet.
Een laatste snik.
(nee, dat kan ik niet beloven)

Cis…
je bent weg.
en toch blijf je altijd hier.

het prachtige gedicht op je rouwkaart moet ook ik delen…

Sub finem
En nu nog maar alleen
het lichaam los te laten-
de liefste en de kinderen te laten gaan
alleen nog maar het sterke licht
het rode, zuivere van de late zon
te zien, te volgen-en de eigen weg te gaan.
Het werd, het was, het is gedaan.

(*M. Vasalis*)

Gemis

Weer thuis. Dus.
En da’s ook echt wel goed.
Maar ik heb tijd nodig.
Tijd om weer te aarden.
Veel tijd…

Tijd om mijn tentakels hier weer in de grond te steken en te voelen dat ik hier thuis hoor… Mijn tentakels zijn namelijk een beetje onwillig. Een beetje ‘week’: ik krijg ze de grond niet in. Ik zit nu al te broeden op hoe en wanneer ik terug kan naar Nederland om ze dáár weer lekker in de bodem te proppen. Een sterk gevoel van gemis. Ik mis heftig…

Ik mis mijn lieve pap en mam die zoveel voor me doen en altijd weer een zo fijn “thuis” zijn voor ons
Ik mis mijn zus – mijn grote, lieve, mooie zus…
Ik mis mijn vriendin die inmiddels daadwerkelijk geweldig Schnitzels kan bakken…
Ik mis al mijn groesbeekse tweetlieverds…
Ik mis mijn allerliefste groepstherapiegenoten – therapie op afstand zal echt heel noodzakelijk zijn…
Ik mis een draak, die zijn vleugels altijd om mij heen zal slaan…
Ik mis m’n Tammie, #smka!
Ik mis een elf, een hele rooie mooie…
Ik mis my Miss M. en mijn Grav(e)innetje… <3 heaps
Ik mis een poes om bij tijden tegenaan te kruipen…
Ik mis die andere Lou. Die allerállerALLERliefste.
Ik mis een vriendin die zondag zomaar uit het leven gerukt werd…
Ik mis my personal Moony, die ene van. Xena is weliswaar mintvrij maar ze voelt nu zo leeg…
Ik mis een lieve verfspetter die mij ‘s-nachts gezelschap hield <3…
Ik mis m’n Li-edjesschrijfster met een 1.
Ik mis m’n eierleggende Char met een Tj- …
Ik mis m’n sprankelende seriet-me-nietje…
Ik mis m’n digidinnetje – ik lief jou ook!!
Ik mis zoveel dierbare mensen die ik in die ene veel te korte week niet eens heb kunnen zien…
Ik mis… jullie.
Ik mis… Nederland.
Maar toch ben ik thuis….

En het enige wat ik niet mis is het gemis zelf…
dat kan ik missen als kiespijn.
But then again…
Missen is iets moois.
Missen betekent dat ik liefheb.
Dat ik geef om.
Dat ik hou van.
En dat blijft.

Gemis.
But.
I’ll be back.

Achterstand

Een week weg is niet goed voor een fervent blogger.
Een week weg is goed voor een gigantische leesachterstand.
Ik kwam er simpelweg niet aan toe om achter de laptop te gaan zitten en te lezen.
Was een no-go.
In de loop van de week maar een speciaal emailmapje aangemaakt voor “nog te lezen blogs”.
Daar zitten nu 177 blog-notification mails in.
En dan heb ik nog de paar blogspotters die ik ook nog graag wil lezen.
Het staat dus nu ongeveer 200 tegen 0.
Ik moet maar ‘ns gaan lezen…
Maar ik heb nog zo ontzettend veel te doen hier
Wassenschoonmakenstofzuigenopruimentuindoenenmetdeburenkleppen…

Sorry.

Vreselijk nikszeggende blog.
Maar even openheid in de stand van zaken kan nooit kwaad denk ik.
Toch?

Blog ‘ns even wat minder jullie!!!
Ik kan het bijna niet meer bijlezen…

terug

ik ga weer terug…
terug naar de bergen
ver weg van de kust
terug naar huis
ver weg van ‘thuis’
terug naar het dagelijks leven
ver weg van alle speciaals
terug naar school en werk
ver weg van jullie…

ik ga weer terug.
met pijn in mijn hart.
wanneer slaat de heimwee weer toe…
morgen? overmorgen?
of toch pas volgende week?

en toch ben ik daar thuis.
dus moet ik gaan.
alweer.

ik wil niet…
(zegt ze met tranen in de ogen)

dag allemaal.
mis jullie.
nu al.
hopelijk tot gauw…

XXXXX

sponsje in het hart

jong.
zo veel te jong.

lief.
maar nooit té lief.

gemist.
gruwelijk gemist…

te jong was je, een bruisend, lief, mooi en sympathiek mens.
altijd een steunend woord voor een ander.
altijd nog een schouder over om op uit te huilen.
en dan treft het noodlot jou.
uitgerekend jou.
het voelt zo oneerlijk.
nee, het ís oneerlijk.
maar zo is het leven, zeggen ze toch.
leg dat je kleine lieverds maar ‘ns uit.
“zo is het leven…”
maar mama is er niet meer.

in zovele harten een gapend gat.
een bomkrater, een plotseling weggerukt deel.
op die plek komt nu een sponsje.
een sponsje dat alles opzuigt
jouw liefde, jouw eigenaardigheden,
jouw goedheid en sympathie,
jouw daden en woorden.
alles in dat sponsje en het gat vult zich langzaam.
met herinneringen aan jou.
om nooit meer te vergeten…

lieve F. rust zacht.

overspoeld

soms heb je dat wel eens.

overspoeld.

door gevoelens.
door alles wat je denkt.
door alles wat je denkt te voelen.

overspoeld.

door zoveel geweldig mooie, lieve mensen.
door een groot gat van gemis.
door alles wat ik wél heb en níet mis.

overspoeld.

door alles wat anderen denken.
door de dingen die jij niet mag voelen.
door dingen die anderen aan lijken te voelen.

overspoeld.

door dat rare onderbuikgevoel.
door pure liefde.
er is niets mooiers.

soms heb je dat wel eens.